CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 5 juni 2025, gemeente Utrecht43.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Wanneer dat op een andere manier te ondervangen is, hoopt zij dat de gemeente daarmee iets gaat doen. Zo lang mensen niet melden, kan er sprake zijn van sociale onveiligheid met mogelijk verzuim tot gevolg. Wanneer de leidinggevende dit niet gedegen oppakt of als de leidinggevende bijdraagt aan het gevoel van onveiligheid, is het niet vreemd dat medewerkers in een situatie van langdurig verzuim terechtkomen. Zij vraagt de wethouder hoe dit te voorkomen is. Mevrouw Ramaker (VVD) merkt op dat dit in de relatiesfeer zit. Zij herhaalt de drie grondoorzaken die bedrijfsartsen zien voor hoog ziekteverzuim: capaciteit, autonomie en relatie. Zij vraagt of de ChristenUnie het een idee vindt een bedrijfsarts te vragen integraal te onderzoeken hoe dat precies zit in relatie tot ziekteverzuim. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) is voorstander van een integrale aanpak. Zij denkt niet dat een bedrijfsarts hier de oplossing is. Ook daar schuurt het. Mensen moeten wachten om terecht te kunnen bij een bedrijfsarts. Ook bij de bedrijfsarts zit werkdruk. Dat stapelt zich op. Zij denkt niet dat een extra taak bij de bedrijfsarts de oplossing is in de gemeentelijke organisatie. Mevrouw Ramaker (VVD) licht nader toe dat zij bedoelt te onderzoeken of het aan de relatie ligt met de leidinggevende, of aan de capaciteit, of dat er te weinig autonomie is.

Zij zou graag willen dat de bedrijfsarts daarop zijn/haar analyse geeft. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) denkt dat de drie grondoorzaken wel degelijk een rol spelen. Zij komt daarop terug. In de technische sessie werd toegelicht dat er wensen en beperkingen zijn met betrekking tot de bedrijfsarts. Als een soort triage gaat plaatsvinden voor het gebruik van de bedrijfsarts, zou haar fractie ervoor pleiten dat bij het beoordelen van de mate van urgentie ook gekeken wordt naar wat de medewerker zelf aangeeft, niet alleen naar wat de leidinggevende zegt. Zijn hierbij buiten de gemeente al andere behandelaren betrokken? Gaat het om fysieke of mentale klachten? Haar fractie vindt dat belangrijke vragen. Is er sprake van stressgerelateerde problematiek? Haar fractie hecht er waarde aan dat snel wordt gehandeld in situaties waarbij bij mensen het water de lippen staat, ook als de leidinggevende dit niet zo kan beoordelen, bijvoor-

Pagina 14 van 79

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 17 april 2025

680

690

700

710

720

beeld door de span of control of door sociale onveiligheid. De vraag is hoe dat in te vullen. Krijgen de medewerkers hierin voldoende regie? Verder vindt haar fractie het opvallend dat er in de schriftelijke vragen meermalen wordt gewezen op het ontbreken van een direct causaal verband. Dat begrijpt zij. Wanneer in teams met een hoog verzuim veelal lager wordt gescoord op bijvoorbeeld herstelbehoefte, steun van de leidinggevende, de zwaarte van het werk, behalen van gestelde doelen, is te concluderen zonder nader extern onderzoek dat dit belangrijke factoren zijn voor het werkplezier; dan is bekend waaraan gewerkt moet worden. De vraag is of dit soort signalen wel goed opgepakt worden. Tenslotte benadrukt zij dat de raad naar zichzelf moet kijken als het gaat om de werkdruk van ambtenaren. Wat de ChristenUnie betreft mag de raad daarvan meer doordrongen zijn. Eindeloos vragen van meer aan ambtenaren doet iets met hen die voor de gemeente werken. Ook daar valt haars inziens winst te behalen. Zij hoopt dat de raad in die zin iets kan bijdragen. De heer Maas (VOLT) vindt het hoge ziekteverzuim verschrikkelijk. De beantwoording van de schriftelijke vragen liet zien dat dit verzuim soms oploopt tot 16%. Dat roept veel vragen op over de precieze situatie aldaar. Datzelfde geldt voor de veegdienst. Hij sluit zich graag aan bij de vragen van de PvdA daarover.

Hij vindt het fijn om te zien dat er inmiddels een robuuste aanpak lijkt te komen waarmee maatwerk waar te maken is, gericht op de persoon, de afdeling, de leidinggevende, specifieke signalen zoals sociale onveiligheid. Zijn fractie heeft vragen over of die aanpak in voldoende mate en met voldoende mensen plaatsvindt. En of de gemeentesecretaris verder moet doorpakken door de positie van HR, of P&O te verstevigen met deze aanpak. Hij vraagt of de wethouder daarop iets kan toelichten. Hij is niet voor verder onderzoek, maar wel voor doorpakken op dit thema. Mogelijk heeft hij gemist in de technische sessie wat veranderd gaat worden aan de afspraken met de Arbodienstverlening. De wachttijd bij de bedrijfsarts moet verlaagd worden, zo vernam hij. De aanbieding is daarbij cruciaal: wat is gedaan aan de inhoud van de afspraken. Hij vraagt een toelichting. De heer Van Steeg (CDA) begrijpt dat heer Maas stelt dat nu vooral doorgepakt moet worden op de onderwerpen die in gang zijn gezet. Toch neemt jaar op jaar het ziekteverzuim toe. Wat geeft de heer Maas het vertrouwen dat het bestuur op de juiste punten aan het doorpakken is en dat dit echt gaat leiden tot verlaging van het ziekteverzuim. De heer Maas (VOLT) is vooral blij om te zien dat er een robuuste aanpak is. Hij ziet dat er iets gebeurt. Hij maakt zich zorgen over of die aanpak voldoende robuust is en voldoende uitgebreid.

Hij heeft vertrouwen in maatwerk en in persoonsgericht. De heer Van Steeg (CDA) begrijpt dat heer Maas zegt dat hij weet waar de problemen zitten; dat alleen doorgepakt moet worden. Hij betwijfelt of bekend is waar de problemen zitten. De heer Maas (VOLT) merkt op dat op landelijk niveau daarover veel bekend is. Er is heel veel wetenschappelijk onderzoek op dit soort thema's gedaan en ook bij gemeentelijke organisaties. Hij verwijst naar de desbetreffende toelichting in de raadsbrief. In algemeenheid is hierover veel bekend; juist de maatwerkaanpak van een specifiek daartoe opgeleide verzuimadviseur kan zijns inziens helpen om al die elementen die leiden tot uitval, in beeld te brengen.

Pagina 15 van 79

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 17 april 2025

730

740

750

760

770

De heer Van Steeg (CDA) bevestigt dat in algemene zin hierover veel te zeggen is. Toch scoort de gemeente Utrecht slecht, ook ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Hij vraagt de heer Maas naar de verklaring daarvan. De heer Maas (VOLT) weet dat niet. Hij vindt het ook moeilijk om daarop direct antwoord te geven. Te zien is dat bij specifieke bedrijfsonderdelen dat verzuim enorm groot is. Hij vindt het niet toevallig dat die bedrijfsonderdelen zijn waar veel klantcontact is. Daar zijn veel problemen. Die vereisen een specifieke aanpak. De robuuste aanpak is vooral in die onderdelen van belang. Hij gaat in op de afspraken over preventie. In de technische sessie is gesproken over het verwachtingenmanagement. Welke concrete preventieve maatregelen gaat de raad zien? Wanneer krijgt de raad daarover duidelijkheid? Vraagt hij de wethouder. Hij is erg benieuwd naar de resultaten en hij hoopt met onder andere het CDA, maar ook met alle anderen, dat dit resultaat er eindelijk gaat komen. Hij hoopt hiervan een overzicht te krijgen bijvoorbeeld aan het einde van dit jaar. Mevrouw Ramaker (VVD) stelde samen met VOLT vragen over de versterking van de financiële functie. Ziekteverzuim kost de gemeente geld en het is ook jammer. In hoeverre ziet VOLT het zitten om werk te maken van ook de versterking van de P&O-functie. De heer Maas (VOLT) merkt op dat dit een van zijn suggesties was.

Wat hem betreft moet het centrale deel van het ambtenarenapparaat meer in Control komen. Hij bevestigt dat dit zeker een suggestie is. Mevrouw Ramaker (VVD) kent VOLT als de partij die fan is van monitoren. In hoeverre heeft de heer Maas het idee dat de raad [op dit onderwerp] kan monitoren. Welke indicaties kan hij geven? De heer Maas (VOLT) is een fan van monitoren. Hij is ook een fan van indicatoren. Hij vraagt de wethouder niet voor niets daarvan een overzicht. Hij is ook een fan van maatwerkaanpak. Het ziekteverzuim is een divers monster. Bekend is dat persoonlijke omstandigheden een grote rol spelen. Het is heel erg moeilijk om juist op een dergelijke aanpak algemene indicatoren te zetten. Mevrouw Ramaker (VVD) begon niet voor niets te stellen dat Utrecht geen Gallisch dorpje is in Nederland. Dit zegt eigenlijk heel veel over de organisatie zelf. Er zijn heel veel tools. VOLT gaf dat zelf ook aan. Zij noemt in dit verband wetenschappelijk onderzoek. Zij veronderstelt dat er voldoende houvast in cijfers kan zijn voor een goede monitoring. De heer Maas (VOLT) veronderstelt dat de VVD in dit opzicht VOLT aan zijn zijde vindt. Indicatoren zouden te leggen zijn op de inzet van de verzuimadviseurs: hoe doen zij hun werk. Hij vindt dat iets om over na te denken. Misschien kan de wethouder daarover nog iets zeggen.

De heer Van Steeg (CDA) gaat in op de inbreng van de heer Maas over het centrale deel van de organisatie dat meer in control zou moeten zijn. Hij vraagt wat de heer Maas daarmee bedoelt. De heer Maas (VOLT) zet uiteen dat zoals dat bij de financiële functie keer op keer is bevestigd, dat hier ook een beetje aan de hand lijkt. Er lijkt nu een aanpak te komen met verzuimadviseurs waarbij P&O meer in control komt, waarbij directeuren worden getraind en waarbij een aanpak gekozen wordt. Hij hoopt dat het centrale niveau daaraan meer sturing kan geven met maatwerk. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de heer Maas er vertrouwen in heeft dat dit gaat gebeuren met de stappen die nu worden gezet.

Pagina 16 van 79

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 17 april 2025

780

790

800

810

820

De heer Maas (VOLT) heeft dat vertrouwen nog niet echt. Hij gelooft dat er een goede aanpak gekozen is. Die aanpak moet nog waargemaakt worden. Hij vraagt zich af of dat met voldoende mensen gebeurt, en of hiervoor voldoende budget is. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat andere fracties [de wens uitspraken] dat medewerkers meer autonomie zullen krijgen. De heer Van Steeg denkt dat het ook belangrijk is. Hoe is dat te rijmen met aan de andere kant die centrale [in control] hoe is een en ander meer met elkaar in overeenstemming te brengen? De heer Maas (VOLT) zou het fijn vinden wanneer dat lukt. Hij vindt dat de uitdaging. Hij richt zijn ogen dan op de maatwerkaanpak van de verzuimadviseurs. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat het bestuur al jaren spreekt over het ziekteverzuim op het stadskantoor. Al jaren wordt geconstateerd dat dit verzuim te hoog is en inmiddels is gestegen tot ruim boven de 8%. Zijn fractie is van mening dat de gemeente het goede voorbeeld moet geven als het gaat om goed werkgeverschap. Dit ziekteverzuim heeft enorme consequenties voor de stad. Dit vertraagt enorm en kost veel geld en schaadt het vertrouwen in de gemeente als organisatie en in het goede bestuur. Wat het CDA betreft moet het roer echt om. Dan gaat het niet alleen over het ziekteverzuim. In de afgelopen tijd is gesproken over deze onderwerpen.

Het CDA is als fractie ook benaderd door medewerkers van het stadskantoor die aangaven dat het daar niet goed gaat. Men durft geen melding te doen bij vertrouwenspersonen omdat het gevoel bestaat dat die personen niet onafhankelijk zijn. Wanneer mensen dit niet durven, zit er wat hem betreft echt iets fout in de organisatie. Daaraan moet iets worden gedaan. Daarnaast vertellen de medewerkers dat heel veel gewerkt wordt met vaststellingsovereenkomsten. Hij vraagt de wethouder of zij dit herkent en of dat ook een relatie heeft met het hoge ziekteverzuim. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) schrikt van deze informatie van het CDA over de geluiden over de vertrouwenspersoon. Zij vraagt naar suggesties van het CDA als het gaat om de vraag wat wel gaat helpen. De heer Van Steeg (CDA) vindt dat lastig te beantwoorden. Hij vindt dat het stadsbestuur onvoldoende greep heeft op de problematiek. Hierover wordt jaar op jaar gesproken. Steeds wordt bij de begroting opgemerkt dat het ziekteverzuim te hoog is. Steeds stijgt het ziekteverzuim verder. Nu wordt er weer een aanpak in gang gezet. Het stadsbestuur komt hierin onvoldoende verder. Wat hem betreft moet vanuit het externe gekeken worden naar wat beter moet in de organisatie. Hij is ervan overtuigd dat de centrale regie beter moet, de autonomie van medewerkers overal zit er iets. Hij ziet ook veel wantrouwen.

Dat wantrouwen komt naar buiten bij de veegdienst, bij de beheerder van de Domtoren; het CDA krijgt deze signalen. Bij hem gaan alle alarmbellen af. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) vraagt nadere informatie over de vertrouwenspersoon. De heer Van Steeg (CDA) heeft meerdere gesprekken gevoerd over de vertrouwenspersoon. Daaruit bleek dat ze onvoldoende mandaat hebben en onvoldoende worden vertrouwd. Het gevoel bestaat dat de klachten niet serieus worden genomen. En sterker nog, wanneer er een melding gemaakt wordt, dat dat eerder tegen de melder zal worden gebruikt dan dat de melder serieus wordt genomen. Dan is er echt iets mis. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) vindt dat daar dan naar gekeken en er iets op aangepast moet worden. Zij vraagt of het CDA het met haar eens is dat hier niet Pagina 17 van 79

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 17 april 2025

830

840

850

860

870

gesproken moet worden over de vertrouwenspersonen, de individuen die nu voor de gemeente werken, maar dat er iets niet goed gaat in de systematiek en dat de raad daarover iets concreets wil vernemen van de wethouder. De heer Van Steeg (CDA) vindt dat er iets fundamenteels moet veranderen in de organisatie. Dat zit mogelijk in de centrale sturing; dat altijd de bereikbaarheid van de vertrouwenspersonen geborgd wordt en dat die personen altijd vertrouwd worden. Wanneer die signalen niet worden opgepakt of niet herkend worden, gaat er iets fundamenteler mis. De heer Klijn (UtrechtNu!) hoort de heer Van Steeg aansturen op een onderzoeksrapport terwijl de aard en omvang van de problematiek redelijk duidelijk is; wat hoopt de heer Van Steeg wat een onderzoeksrapport gaat bijdragen. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat dit een veelkoppig monster is. Hij noemt de problemen die de revue zijn gepasseerd. Voor hem is het niet zo duidelijk. Hij ziet nog geen coherente aanpak waarbij een goede analyse wordt gemaakt van waar het precies misgaat en hoe daarmee integraal verder te komen. Hij hoorde enkele andere partijen daarover ook zaken suggereren. Hij denkt dat het kan helpen om concreter en ook van buiten af toegevoegde waarde kan geven.

De heer Klijn (UtrechtNu!) merkt op dat er nu sprake is van een complex probleem; hij ziet dat het spanningsveld tussen centrale regie en dat complexe probleem. Hij vindt ook dat gekeken moet worden naar deelproblemen en niet alles integraal te willen oplossen. Dat is mogelijk complex. De heer Van Steeg (CDA) houdt eraan vast dat er een centrale regie ontbreekt. En dat in teams individuele problemen zijn. Misschien hoeft dat niets met elkaar te maken te hebben. Maar beide zaken zijn te constateren. De heer Klijn (UtrechtNu!) vraagt of de heer Van Steeg het idee heeft dat er een gedeelde probleemanalyse is of dat dit ontbreekt. De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat dit ontbreekt. Mevrouw Nolten (BIJ1) vindt de woorden van de heer Van Steeg alarmerend, dat mensen niet durven te melden bij de vertrouwenspersoon. Ook haar fractie maakt zich daarover zorgen. Dit is tot haar spijt een bekend fenomeen. Ook vindt zij het niet juist dat verantwoordelijkheid gelegd wordt bij de personen die discriminatie en racisme ervaren. Zij vraagt wat het CDA ziet als oplossing daarop bij te sturen zonder dat het alleen afhankelijk is van of mensen die zelf bereid zijn dit te melden. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat mevrouw Nolten een koppeling maakt met discriminatie en racisme en de vertrouwenspersoon. Dat hoeft niet één op één het geval te zijn.

Discriminatie en racisme kunnen een reden zijn om een melding te maken. Dat is een valide reden. Wat hem betreft moet een vertrouwenspersoon goed geborgd worden in de organisatie. Daarin is de centrale sturing echt belangrijk: ervoor zorgen dat de vertrouwenspersoon het vertrouwen geniet van de medewerkers in het stadskantoor. De heer Van Steeg vervolgt zijn betoog met aan de wethouder te vragen te reageren op zijn informatie over de vaststellingsovereenkomsten. Hij zag in de antwoorden op de vragen dat er soms sprake is van een onveilig werkklimaat, dat er een wegkijk en eilandjes cultuur is en dat ook al eerder een onderzoek is gedaan bij de veegdienst. De raad hoeft niet overal over geïnformeerd te worden. Hij legt de vraag voor of de raad niet eerder geïnformeerd had kunnen worden over dit zwaarwegende onderzoek. Achteraf is te zien hoe groot de problemen daar zijn. Al eerder is in de technische briefing gezien dat er hard gewerkt wordt; er worden stappen gezet. Dan is nu in 2024 het nieuwe plan ingezet en daarvóór liep alweer Pagina 18 van 79

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 17 april 2025

880

890

900

910

920

een ander plan. Zijn vraag blijft of het stadsbestuur voldoende in de greep heeft wat er echt moet gebeuren. Zijn gevoel zegt dat het stadsbestuur die greep niet heeft. De heer Maas sprak al over de doorzettingsmacht, de centrale regie op het stadskantoor; de heer Van Steeg denkt dat dit één van de problemen is en dat daar iets moet gebeuren. Daarin is verandering nodig en duidelijkheid. De vraag is hoe één en ander gedaan wordt in deze organisatie. Er moet iets gedaan worden aan de procedures voor het vertrouwen. De vraag is ook hoe de problemen zich tot elkaar verhouden en hoe ervoor te zorgen is dat Utrecht een werkgever is waar mensen graag willen werken, waar mensen met plezier werken. Wat zijn fractie betreft en wat hem betreft moet ook extern worden nagegaan op welke manier dit te verbeteren is. Mevrouw Ramaker (VVD) merkt op dat mensen graag komen werken bij de gemeente Utrecht; het aantal nieuwe medewerkers in 2023 was 20%. Zij vraagt hoe het CDA verklaart dat ondanks onveilige gevoelens Utrecht blijkbaar een aantrekkelijke werkgever is. De heer Van Steeg (CDA) bevestigt dat Utrecht een fantastische stad is om voor te werken en dat niets mooiers is dan een bijdrage te leveren aan de groeiende stad. Dat laat onverlet dat dit soort signalen mensen kan afschrikken.

Dat laat onverlet dat wanneer iemand op het stadskantoor werkt, die persoon tegen cultuurproblemen kan aanlopen die die persoon niet had verwacht. Hij kan dat heel goed verklaren. Het kan goed zijn dat wanneer mensen na een tijdje tegen dingen aanlopen die zij heel onprettig vinden. Wanneer de desbetreffende dat niet kan melden bij iemand, kan dat leiden tot grote problemen. Mevrouw Ramaker (VVD) gaat in op de prioritering van taken; zij legt de vraag voor of dan niet eerst gekeken moet worden naar wat precies nodig is, welke taken uitgevoerd moeten worden, inplaats van nieuwe mensen te werven. Daar ziet de VVD een bottleneck. De nieuwe instroom belast de organisatie ook. Zij vraagt hoe het CDA dat verklaart. De heer Van Steeg (CDA) denkt dat er zeker een relatie is tussen de werkdruk en de taken die er zijn. Hij is voorstander van heldere keuzes. Hij adviseert het college helder te wezen over de taken die gedaan worden en de taken die niet gedaan worden. Of dat dan leidt tot meer of minder mensen. Vaak is het zijns inziens mogelijk om het werk met minder mensen te doen. Waar het hem om gaat is de cultuur van de prettige werkgever, je problemen kunnen melden, ingrijpen op het moment waarop er echt een probleem is bij een onderdeel. Daar zit wat hem betreft op dit punt meer het probleem dan het aantal mensen dat voor de gemeente werkt.

Mevrouw Ramaker (VVD) merkt op dat het heel erg druk wordt op een feestje met 150 mensen in de tent die geschikt is voor 100. Is het CDA het met de VVD eens dat het echt belangrijk is om ook naast de cultuur goed te kunnen prioriteren. De gemeente Utrecht vindt keuzes maken moeilijk. De heer Van Steeg (CDA) verwacht dat een duidelijke keuze in taken zal helpen die de gemeente uitvoert. Belangrijker vindt hij de cultuur op het stadskantoor en hoe daarmee om te gaan. Hij noemt in dit geval de snelheid van ingrijpen op problemen die er daadwerkelijk zijn. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) hoort het CDA pleiten voor meer onderzoek, maar ook veel oorzaken noemen; dan is het nodige toch bekend? De heer Van Steeg (CDA) bevestigt dat een aantal punten waarvan te zeggen is dat het niet goed gaat. Hij herhaalt zijn argumenten met betrekking tot vertrouwenspersonen en de centrale regie en de samenhang die er in zit. Hij is niet in staat om de Pagina 19 van 79

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 17 april 2025

930

940

950

960

elementen die er toe doen aan elkaar te knopen. Hij is het er over eens dat een aantal zaken bekend is. Hij adviseert het college daar dieper naar te kijken, nog eens na te gaan hoe op plekken veranderingen zijn te bewerkstelligen zo dat dit ziekteverzuim ook echt is terug te dringen. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) vindt dat vooral gedaan moet worden en minder gekeken met de fte en de middelen die de gemeente heeft. Wat haar betreft moet echt aangepakt worden in plaats van er nog meer naar te kijken. De heer Van Steeg (CDA) is voorstander van gewoon doen, als maar bekend is of de goede dingen gedaan worden. De gemeente doet al lang dingen terwijl het ziekteverzuim blijft stijgen. Mevrouw Fattal (GroenLinks) spreekt namens mevrouw Melody Fard die woordvoerder is op dit onderwerp. Zij merkt op dat een veilige werkplek geen leuk dingetje is; mensen hebben récht op een veilige werkplek. Haar fractie heeft heel veel respect voor de mensen die bij de veegdienst werken en de moed hadden om zich uit te spreken over wat hen overkwam. Wat haar betreft moeten de racistische structuren worden aangekaart. Het is onacceptabel en zorgwekkend dat dit voorkomt in de organisatie van de gemeente Utrecht. Zij ziet het college stappen zetten, ook nadat die meldingen kwamen.

De vraag is inderdaad of de stappen zullen gaan werken; zullen ze effect gaan hebben? Onderzoek is één ding, aanbevelingen overnemen is goed. Dan begint het werk pas. Zij mist zicht op of het veiliger wordt. Haar fractie pleit daarom voor een structurele vorm van monitoring; niet over individuele meldingen, maar over de voortgang in de sociale veiligheid in de organisatie in den brede. In haar ogen verdienen de meldingen dat ook die de raad in de afgelopen jaren ontvangt. GroenLinks stelt voor dat het college jaarlijks rapporteert over sociale veiligheid in de organisatie zo dat de raad kan blijven volgen of de lijn die nu is ingezet ook echt gaat leiden tot cultuurverandering. Dat brengt haar op het ziekteverzuim. Zij merkt op dat de situatie momenteel heel schrijnend is. Meerdere partijen hebben zich daarover uitgesproken. Zij kan zich daar volledig bij aansluiten. De gemeente moet niet alleen een veilige werkplek bieden aan de mensen die voor haar werken. De gemeente moet ook haar uitvoeringkracht behouden. Daarover is al veel gezegd. Veel is niet op orde; dit heeft duidelijk veel impact op mensen die nu bij de gemeente werken of al weg zijn gegaan. Zij sluit zich aan bij de zorgen die ook de VVD en de PvdA zijn uitgesproken. Zij voelt ook ongemak over dit debat. De raad moet zijn controlerende taak uitvoeren; wat haar betreft is het ook goed dat de raad die taak uitvoert.

Maar mevrouw Fattal wil niet op de stoel gaan zitten van het college en ook niet op die van de gemeentesecretaris. Zij richt zich tot het college en zegt onder meer: “Ik wil volgend jaar andere cijfers zien.” Zij vindt het nu niet nuttig om maatregelen te noemen waarvan zij denkt dat ze gaan helpen. Zij gaat er niet over. Zij wil verandering zien. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of GroenLinks het met haar fractie eens is dat dit probleem niet van dit jaar is. Het bestuur praat hierover al een aantal jaren. Dan moet de raad toch suggesties geven? Er moet meer dan tot nu is gezien. Mevrouw Fattal (GroenLinks) is het daarover eens; zij vindt wat tot nu toe gebeurd is niet voldoende. Zij vindt het ook niet nuttig met 45 raadsleden ideeën te gaan opperen. Zij vindt het ook niet nuttig daarmee 80 punten erbovenop te gooien op wat op [de werkvloer] al moet gebeuren. Zij merkt op dat dit geen kritiek is gericht aan haar collega's; er worden goede opmerkingen gemaakt. Zij pleit voor

Pagina 20 van 79

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 17 april 2025

970

980

990

1000

terughoudendheid vanuit de raad. Zij kijkt naar de wethouder en zegt: “Ga het fiksen”. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vindt dit deels wel klinken als kritiek; hierover wil zij spreken uit bezorgdheid. De raad heeft al een aantal jaren tegen de wethouder gezegd “Ga het fiksen”. Zij roept op tot een stap verder. Mevrouw Fattal (GroenLinks) kan zich bij een deel van wat gezegd is in dit debat aansluiten; bijvoorbeeld per team kijken wat nodig is (UtrechtNu!). En specifieke voorstellen kunnen ook wel eens heel ineffectief zijn. Zij vindt het niet helpend om daar nog meer aan toe te voegen. Mevrouw Ramaker (VVD) kijkt naar wat de raad merkt van de personele problematiek in de gemeentelijke organisatie. Zij benadrukt dat de raad het hoogste orgaan is; zij vindt het van belang dat de raad goed kan blijven sturen ook op dit onderwerp. Mevrouw Fattal (GroenLinks) bevestigt dat de controlerende taak van de raad ongelooflijk belangrijk is. Zij wil ervoor waken dat de raad het niet zelf gaat doen. De output van de ambtenaren vindt zij zelf heel erg goed. Maar er wordt aan heel veel kanten aan hen getrokken, niet alleen vanuit de raad. Maar ook vanuit de teams zelf, vanuit de stad, vanuit het Rijk. De gemeente is ook een hele ingewikkelde organisatie. Daarvoor is maatwerk nodig. Mevrouw Ramaker (VVD) merkt op dat de gemeente Utrecht niet anders is dan andere gemeenten in Nederland.

Iedereen constateert dat. Er is wel iets aan de hand. Zij vindt het dan niet meer dan logisch dat de raad erbovenop gaat zitten, ook omdat het geld kost. Dan moet de raad het college enkele zaken meegeven over wat hij belangrijk vindt. Daarom voert de raad dit debat. Mevrouw Fattal (GroenLinks) deelt volledig dat de situatie schrijnend is. Zij is ook blij dat de raad dit bespreekt. Er zijn een paar goede dingen gezegd over de aanpak. De concrete uitvoering van dag tot dag laat zij over aan de gemeentesecretaris en de ambtenaren. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) merkt op richting GroenLinks over de opmerking dat zij er weinig van merkt, op dat de kranten er vol van staan. In Utrecht merkt iedereen dat er drie à vier projectleiders zijn in twee jaar tijd. In de zaak waar 1 miljoen euro aan handhavingsommen moest worden betaald, bleek een gebrek aan leiding en dat mensen maar wat deden. Zij vraagt of mevrouw Fattal ermee eens is dat de raad ook een controlerende taak heeft over of het werkgeverschap wel goed wordt uitgevoerd. Mevrouw Fattal (GroenLinks) heeft gezegd de situatie heel schijnend te vinden. Waaraan zij merkt dat het niet goed gaat met het verzuim in de organisatie, zijn de cijfers en de verhalen van mensen zelf. Zij laat zich dáárdoor leiden. Dat is heftig en dat moet het stadsbestuur aanpakken. De voorzitter schorst de vergadering om 13.04 uur tot 14.00 uur.

1010

Hervatting van agendapunt 7. De heer Paalman (Horizon) kan zich aansluiten bij de zorgen die in de commissie zijn uitgesproken. Hij vraagt in hoeverre de bore-outs gesignaleerd zijn en of die betrokken worden bij een eventueel onderzoek naar ziekte. Dit komt steeds vaker voor onder jonge mensen. Kijkt de gemeente Utrecht daar serieus naar? Niet agenderende fracties Pagina 21 van 79

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 17 april 2025

1020

1030

1040

1050

1060

Mevrouw Nolten (BIJ1) gaat in op het ziekteverzuim als gevolg van een onveilige werkomgeving. Haar fractie vindt de situatie bij de Utrechtse veegdienst een schokkend voorbeeld van hoe institutioneel racisme en discriminatie nog steeds spelen in de gemeentelijke organisatie. Zij vindt het niet gek dat mensen als gevolg van onveiligheid zich ziek melden. Discriminatie en racisme op de werkvloer is niet alleen onrechtvaardig maar ook ziekmakend. Medewerkers die dagelijks moeten functioneren in een vijandige en onveilige omgeving waar zij worden buitengesloten onderschat of genegeerd vanwege hun afkomst, naam, huidskleur of geloof dragen een mentale last die zich vroeg of laat vertaald in uitputting, burn-out en ziekteverzuim. Zij noemt dat niet een persoonlijk probleem van de slachtoffers. Zij merkt op dat die bovendien zelf verantwoordelijk zijn voor het melden van discriminatie. Dit is wat haar betreft het falen van een organisatie. De aanpak van discriminatie mag in haar ogen niet afhankelijk zijn van een melding. Preventie en actieve verantwoordelijkheid van de organisatie zijn daarin essentieel. Zolang de gemeente toelaat dat racisme en discriminatie in de organisatie bestaan, is zij medeverantwoordelijk voor de schade die dat aanricht, bij mensen, bij teams en uiteindelijk bij de hele organisatie.

Dit is extra schrijnend voor de gemeentelijke organisatie die een afspiegeling zou moeten zijn van de gemeentelijke samenleving. De gemeente hoort een veilige plek te zijn voor alle werknemers. Zo lang dat niet op orde is, is ziek melden voor degene die racisme en discriminatie ervaren, voorlopig de enige uitweg. Hoewel de nadruk ligt op aanpak van ziekteverzuim onder andere door medewerkers die gediscrimineerd worden, ziet haar fractie graag dat als zij zich schuldig maken aan discriminatie dat zij op non-actief worden gesteld, of bij herhaaldelijk misdragen, worden ontslagen. Dit geldt wat haar betreft in het bijzonder ook voor leidinggevenden. Zij stelt daarom de volgende vragen. Hoe waarborgt de gemeente dat de slachtoffers zich veilig en serieus genomen voelen zo lang leidinggevenden die zich schuldig hebben gemaakt aan discriminerend gedrag niet direct op non-actief worden gesteld. Wat haar fractie betreft is het noodzakelijk om betrokken leidinggevenden tussentijds te schorsen om machtsverhoudingen en intimidatie te voorkomen tijdens de duur van het onderzoek. Zij vraagt of de wethouder bereid is om deze maatregel in te stellen. Eerder is een motie ingediend over ontslag als uitgangspunt bij discriminerend handelen. Haar vraag is of die daadwerkelijk wordt gehanteerd als leidraad in disciplinaire trajecten.

Zij vraagt of er concrete voorbeelden zijn waar deze motie is toegepast; zo niet, vraagt zij hoe de gemeente van plan is de aangenomen motie wel te implementeren. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) sluit zich aan bij de inbreng van de heer Van Steeg. Zij schrok van de reacties dat mensen niet meer schrikken van wanneer sprake is van intimidatie. Zij heeft heel veel contact met mensen; zij heeft zelden zo’n angstcultuur meegemaakt; mensen durven niet naar buiten te treden. Één iemand ging naar de rechter en reageerde uiteindelijk met “ook wanneer je een rechtszaak wint, krijgen ze je weg als ze je weg willen hebben”. Iedereen gaat weg met een vaststellingsovereenkomst. Mevrouw Hessel sprak ook een jurist; die zou iemand bijstaan met een hele sterke zaak en dan komt de werkgever met een vaststellingsovereenkomst en dan kiest de werknemer daarvoor. De voorzitter vraagt mevrouw Hessel niet in te gaan op individuele casussen.

Pagina 22 van 79

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 17 april 2025

1070

1080

1090

1100

1110

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat mevrouw Hessel niet specifiek inging op een persoon. Er werd een situatie omschreven waarin een vaststellingsovereenkomst werd aangeboden. Hij vindt het ongepast dat de voorzitter mevrouw Hessel aanspreekt als zou zij een individuele casus aan de orde stellen. De voorzitter licht toe dat zij wilde voorkomen dat het uit de hand zou lopen; zij gaf om die reden deze waarschuwing. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vervolgt haar inbreng. Zij las vorig jaar een artikel in de krant over discriminatie, pesterijen, vernederingen. Daar hebben duizenden ambtenaren mee te maken in de gemeente Amsterdam. Dat blijkt uit een onderzoek van het Verweij-Jonker instituut onder Amsterdamse gemeenteambtenaren. Veel klachten gaan over leidinggevenden. Opvallend daarbij is dat het vooral leidinggevenden zijn die zich volgens medewerkers schuldig maken aan wangedrag. Dat gebeurde vorig jaar in Amsterdam en daarna werd het doodstil. Mevrouw Hessel dacht dat het niet in Utrecht zou gebeuren. Wat haar betreft kan over Utrecht eenzelfde artikel geschreven worden. Daarom denkt zij dat het heel belangrijk is onder ogen te zien dat het gebeurt. Wanneer mensen gepest worden en geïntimideerd, gaan ze zelf ook dat gedrag vertonen. Heel veel burgers in Utrecht klagen over het gedrag van ambtenaren.

De cultuur werkt altijd door in hoe de medewerker zijn werk uitvoert; zij noemt dat een risico. Vorig jaar kreeg de raad een antwoord op het ziekteverzuim bij de gemeente. Dan leest zij dat 80% van het verzuim bepaald wordt door langdurig verzuim. Ruim de helft van het langdurig verzuim betreft psychische klachten. Meestal is dat de combinatie van werk met privé omstandigheden. De persoonlijkheid van de medewerker en/of het ontbreken van sociale steun van bijvoorbeeld de leidinggevende. Misschien gaat het wel over de persoonlijkheid van de leidinggevende? Dit is alleen te voorkomen met een wijziging van het ziekteverzuimsysteem. Wat haar betreft moet preventie/begeleiding bij een neutrale persoon gelegd worden. Dat was vroeger personeelszaken en nu HRM. Van een leidinggevende kan niet verwacht worden dat die een zieke werknemer begeleidt en dat hij/zij daarbij in een neutrale positie blijft. De voorzitter roept mevrouw Hessel op tot haar vraag te komen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat een commissielid over zijn eigen tijd gaat. Wanneer een commissielid iets niet agendeert, betekent dat niet dat hij zijn tijd niet mag gebruiken. Dat is de afspraak. Vanuit het voorzittersoverleg is gesproken over hoe ervoor te zorgen dat een vergadering ordentelijk verloopt, en waarop wordt ingezet.

Uiteindelijk gaat het om het commissielid zelf en mag die zijn tijd gebruiken die beschikbaar is voor de commissievergadering. Mevrouw Fattal (GroenLinks) merkt op dat afspraken niet voor niets gemaakt worden; wanneer die niet gehandhaafd worden, betekenen de gemaakte afspraken niets. De heer Bos heeft gelijk; iedereen gaat over zijn eigen tijd. Het is wel belangrijk dat de voorzitter mensen aanspreekt over hun tijdgebruik. Ditzelfde geldt ook voor haar waar het gaat om haar bijdragen kort te houden. De voorzitter bevestigt dat iedereen over zijn eigen tijd gaat. Er zijn ook onderling gemaakte afspraken, wanneer commissieleden niet mee agenderen ze hun bijdragen kort houden. Zij wil voorkomen dat deze vergadering uit de tijd loopt. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft ervaring als voorzitter van de commissie en hij ziet dat mensen gebruik maken van hun rechten. Het spreekrecht is een groot goed. Wanneer mensen spreektijd willen besteden aan één agendapunt, doen ze dat. Niemand die ze tegenhoudt wat hem betreft. Pagina 23 van 79

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 17 april 2025

1120

1130

De voorzitter spreekt de hoop uit dat mevrouw Hessel of een ander die dit wenst de volgende keer wel mee agendeert. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vervolgt haar inbreng. De Utrechtse aanpak van het verzuim gaat uit van eigen regie door leidinggevenden en medewerkers. Daar zit wat haar betreft de crux: wanneer de leidinggevende intimideert, moet die de medewerker begeleiden. Het komt voor rekening van de leidinggevende wanneer die veel ziekteverzuim heeft in zijn groep; de leidinggevende wil dan af van iemand die vaak ziek is. Dat zijn risico's op intimidatie en intimidatie wordt dan uitgelokt. Tussen de werkgever en de werknemers zou een neutrale positie moeten zijn; daarvoor moet een arbodienst ingehuurd worden. De begeleiding is mogelijk vanuit de arbodienst. Mevrouw Hessel verwacht dan al een paar procent daling in het ziekteverzuim. Zij schrikt wanneer zij leest dat de kern van de geïdentificeerde aanpak versteviging is van de eigen regie in een warm zakelijke sfeer. Daarmee wordt het weer bij de werknemer gelegd en eigenlijk ook bij de werkgever. Mevrouw Hessel pleit voor allereerst een extern onderzoek; zij heeft schrikbarende geluiden gehoord. Mevrouw Hessel betwijfelt of de gemeente Utrecht wel een goede werkgever is; de gemeente heeft geen ouderenbeleid.

Zij begrijpt dat de gemeente een goede werkgever is voor alle projectleiders maar niet voor het lagere personeel. Het lagere personeel moet hard werken. Wanneer de ouderen geen cliëntencontact meer aankunnen, is voor hen niets geregeld. Zij hoopt dat dit wordt meegenomen. Zij vraagt de wethouder een extern onderzoek in te stellen naar intimidatie binnen de gemeentelijke organisatie. Zij vraagt de wethouder te overwegen het ziekteverzuimbeleid/preventie in neutrale handen te geven.

1140

1150

1160

De heer Klijn (UtrechtNu!) probeert zijn bijdrage beperkt te houden. Hij benadrukt dat dit een belangrijk onderwerp is. Het ziekteverzuim van 8,7% is veel te hoog. Dat percentage groeit al jaren. 80% van dit verzuim is langdurig; het hoogst van de vier grote steden. Het gaat om een groep van meer dan 500 medewerkers die nu ziek thuis zit. Hij noemt dat een ernstig probleem voor de gemeentelijke organisatie en voor de stad. Het is alsof een voetbalwedstrijd wordt gespeeld met 10 man structureel. Dat houdt het team niet vol. Hij vindt het ook niet vreemd dat een groot deel van de medewerkers (meer dan éénderde) die wel werkt een veel te hoge werkdruk ervaart. Natuurlijk is het een complex probleem; er is geen grip op alle oorzaken. Wel is een goed vitaliteitbeleid te voeren. Dat gebeurt in zijn beleving onvoldoende. Hij refereert aan de inbreng van mevrouw Hessel: de kern van de verzuimaanpak wordt neergelegd bij het respect tussen leidinggevende en de werknemer. In een ideale wereld werkt dat misschien, maar niet wanneer sprake is van sociale onveiligheid of een zieke managementcultuur. Hij veronderstelt dat daar een grote blinde vlek zit bij de gemeente; er is te weinig aandacht voor de psychische klachten die verband houden met het werk.

Wat nodig is, is een cultuuromslag bij een aantal leidinggevenden en bij een aantal onderdelen van de organisatie, en het weer gaan luisteren naar de werknemers als een vorm van dienend leiderschap en het aangaan van een oprechte dialoog tussen werknemer en leidinggevende. De managementkwaliteiten luisteren en het vermogen tot reflectie, lijken te ontbreken. Dit moet wat hem betreft de gemeentelijke organisatie op de rit gaan krijgen. Hij vraagt de wethouder hoe de kwaliteit van leidinggeven gemonitoord wordt. Zijn er regelmatig functioneringsgesprekken tussen werknemer en leidinggevende die twee Pagina 24 van 79

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 17 april 2025

1170

1180

1190

1200

1210

kanten opwerken? Is de analyse van de arbodienst over dit onderwerp inzichtelijk voor de raad? Kunnen de vragenlijsten van het medewerkers tevredenheidonderzoek in de jaren 2023 en 2024 gedeeld worden met de raad? Is er überhaupt wel draagvlak bij leidinggevenden voor het hebben van een regierol bij het verzuimbeleid? Is het overleg met de centrale ondernemingsraad van voldoende kwaliteit? Kan een ombudsman hiervoor een oplossing zijn? Mevrouw Usmany (Student & Starter) houdt haar bijdrage kort. Zij attendeert op het belang van dit onderwerp om een effectieve aanpak te zoeken. Ook haar fractie vindt het hoge ziekteverzuim zorgwekkend. Dit debat richt zich vooral op werkgerelateerde oorzaken; haar fractie sluit zich op dat gebied aan bij de punten die eerder al zijn gemaakt over de aandacht die nodig is voor de sociale veiligheid binnen de gemeentelijke organisatie. Zij vindt de aandacht voor privé omstandigheden volledig ontbreken. Wel is in de toekomstvisie specifieke aandacht voor de groep medewerkers van 45 – 54 jaar. Zij vindt die aandacht terecht. Die groep zit in een complexe levensfase; zij combineren een gezin met mantelzorg voor ouders. Tegelijkertijd vraagt zij zich af hoe het met de jongere medewerkers zit bij de gemeente.

Zij staan vaak aan het begin van een carrière, maar kampen met onzekerheid over hun contractpositie, hebben te maken met prestatiedruk en met een krappe woningmarkt. Daarvoor is geen specifiek aandacht. Zij vraagt hoe de wethouder hierop reflecteert. Zij legt de vraag voor of het stadsbestuur aandacht moet hebben voor leeftijdsgebonden omstandigheden van deze medewerkers. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) refereert aan zijn motie in 2015 Utrechtse Ambtenaren uit de Lappenmand omdat het ziekteverzuimpercentage toen al 6,9% was en uit de pas schoot met percentages die destijds gebruikelijk waren in Nederland. In 2024 diende hij de omgekatte motie nog een keer in. Het toenmalige college, het toenmalige sturend orgaan, nam wellicht de verkeerde maatregelen of handelde niet om het enorme ziekteverzuim naar beneden te brengen. Hij vindt 8,7% bizar. Wanneer hij ziet waarmee het huidig college bezig is, stemt hem dat tevreden. Zorgvuldigheid hierbij is belangrijk. Het alloceren van problemen vindt hij belangrijk. Hij vraagt naar de bron van het ziekteverzuim. Hij vraagt naar de bron van de enorme in- en uitstroom binnen de organisatie. De basis is het personeelsbeleid. Wanneer het personeelsbeleid niet goed is, en de organisatie wordt geconfronteerd met een enorme uitstroom, met een enorm hoog percentage ziekteverzuim, belasten de zieken ook het zorgsysteem.

Wanneer niet gezorgd wordt voor een goede basis, blijft de organisatie geconfronteerd worden met ziekteverzuim. Hij pleit ervoor te zorgen dat Utrecht een Great place to work is. Daartoe riep hij al eerder op. Maar dan moet ervoor gezorgd worden dat Utrecht een geweldige werkgever is voor wie een werknemer graag wil werken, waarvan het personeelsbeleid goed is. Nu plakt het stadsbestuur pleisters op wonden die ontstaan. Nu wordt geprobeerd het ziekteverzuimbeleid aan te pakken. Maar de organisatie is er niet met alleen die aanpak. Er moet voor gezorgd worden dat het personeelsbeleid integraal gemeentebreed opnieuw wordt opgebouwd zo dat er geen aanleiding meer is om zwaar in te zetten op extra maatregelen om [het percentage] ziekteverzuim naar beneden te krijgen. Hij ziet graag het huidige personeelsbeleid goed doorgelicht worden. Hij pleit ervoor het operationeel personeelsbeleid onder de loep te nemen en te zien wat te verbeteren Pagina 25 van 79

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 17 april 2025

is. Hij roept ertoe op om vanuit een externe partij het Utrechtse personeelsbeleid zowel strategisch als operationeel goed onder de loep te nemen. Hij vraagt een plan hoe het personeelsbeleid in de toekomst vorm te kunnen geven.

1220

1230

1240

1250

1260

De beantwoording Wethouder Streefland ziet dat dit onderwerp leeft; dat leeft ook bij de wethouder. Zij vindt het onderwerp ingewikkeld. Het raakt aan heel veel punten en het streven is dit complexe probleem wel met een druk op de knop vast te pakken. Zij geeft een inleiding over wat het college momenteel doet. Daarna zal zij zo snel mogelijk doorgaan met de beantwoording van de fracties. De wethouder is erkentelijk voor de aandacht voor dit onderwerp. Dat had zij liever niet gewild; het is wel top of mind. Dat is ook het geval bij de organisatie. De wethouder dankt de heer Bos met dat hij zijn motie weer onder de aandacht bracht. Volgens haar is het daarna ook weer verder gekomen. In haar beleving was het een goede technische sessie. De grootste vraag is of er voldoende sturing en regie is op het verminderen van het ziekteverzuim, waar allerlei onderliggende [oorzaken] zijn. Het antwoord is dat het college hierop veel steviger is gaan sturen. Dat betekent concreet dat het college elke maand de verzuimcijfers inzichtelijk heeft, dat die op concerndirectieniveau worden besproken. Dat is vervolgens op een goede manier en ook op een warme manier met de leidinggevenden besproken. Dan wordt er vervolgens binnen de eigen organisaties aan gewerkt. Het college werkt ook aan een analyse op welke organisatieonderdelen het verzuim meer is.

Daarop zet het college een opmaat aanpak; hier is nooit een one size fits all oplossing mogelijk. Bijvoorbeeld bij Wijken, bij volksgezondheid, bij Publiekszaken wordt een analyse gehouden met de medewerkers op de werkvloer van wat er nodig is, wat in de desbetreffende organisatie te doen is. Bij Wijken is het iets anders dan bij Publiekszaken of bij Volksgezondheid. Dan wordt nagegaan wat te verbeteren is, wat is daar aan te pakken. Na deze gaan ook andere organisatieonderdelen aan de slag. De wethouder noemt in dit verband Werk en Inkomen. Zo probeert het college het uit te breiden zo dat zowel sprake is van sturing van boven af met de aanpak Verzuim. Dat gaat over herstellen, voorkomen en versterken. Daaronder zijn ook de doelen gesteld. Daarop stuurt het college. De wethouder is het er zeer mee eens dat de problematiek gelaagd is. Bij de ene afdeling gaat het over de autonomie in het werk. Of zit iemand in een rooster zonder mogelijkheid tot flexibiliteit. Of heeft iemand te maken met weinig doorgroeimogelijkheden. Of soms is het werk te moeilijk geworden. Bij een ander team, bijvoorbeeld bij Volksgezondheid, gaat het om een hele hoge werkdruk om zorg te leveren, om het goed te doen in de vele contacten die er zijn met de mensen in de stad. Dat leidt soms ook tot stress. Daar gaat het om leren prioriteren; wat doen we nu en wat later en wat doet we niet.

Dat is niet de kerncompetentie. De gemeente Utrecht vindt “nee zeggen” heel moeilijk. Bij Publiekszaken is de span of Control van de leidinggevenden veel te groot. Een team van 50 is veel te groot. Dan moeten de teams kleiner worden; dan zijn er meer leidinggevenden nodig. Dat kan weer leiden tot meer bureaucratie. Dat is niet gewenst, maar dat is wel nodig. Het is nodig om mensen te zien en ze aandacht te geven om de relatie te versterken. Het college gaat op hoog niveau na hoe het met de cijfers staat, wat de aanpak is; per afdeling wordt dan gekeken naar wat nodig is. Daarnaast staan dan verzuimspecialisten. Dit is belangrijk omdat het over mensen gaat. Pagina 26 van 79

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 17 april 2025

1270

1280

1290

1300

1310

Het college ziet dat mensen graag bij de gemeente Utrecht willen werken. Het college probeert in te zetten op het binden en boeien van mensen aan/in de organisatie. De wethouder vindt het terecht dat dit de aandacht heeft van de raad. Het stadsbestuur moet de cijfers naar beneden krijgen. 1% minder verzuim betekent 8 miljoen euro. Dit is heel belangrijk voor het college. De cultuur in de organisatie en ook hier in de raad en ook in de stad is een lieve cultuur met elkaar; veel samen doen en veel overleg. Daar wordt het niet altijd beter of doelmatiger van. Nu komen er hervormingsbezuinigingen aan; die gaan ook over de organisatie en ook over het leren prioriteren en “nee” zeggen. Het is iets cultureels. Het is ook wat de organisatie ziek heeft gemaakt. Dat betekent dat de organisatie in een andere dynamiek komt te zitten, meer resultaatgericht gaat werken. De hervormingsbezuinigingen gaan helpen, namelijk inzicht en overzicht krijgen in alle werkzaamheden; niet alles kan meer. Dat vinden alle betrokkenen heel moeilijk. De heer Van Steeg (CDA) vraagt wat er dan precies veranderd is dat het nu wel top of mind is bij het college; het college zit nu in zijn laatste jaar. Wethouder Streefland antwoordt dat dit hiervoor ook al top of mind was. Het college ziet deze cijfers ook. De patronen die in Utrecht te zien zijn, zijn breder te zien in de G4.

Zij zit in de commissie voor arbeidszaken; ook daar is hetzelfde te zien. In de arbeidsmarkt is iets aan de hand waardoor dit patroon te zien is. De wethouder bevestigt dat datgene wat het college tot nu toe heeft gedaan niet voldoende effect heeft gehad. Het betekent ook niet dat het college dit nu pas doet. Ook vorig jaar was dit al ingezet. Het is nu nog meer top of mind dan voorheen. Dit ligt bij de wethouder dichterbij omdat dit correspondeert met haar achtergrond; het klopt dat zij zich hier ernstig tegenaan heeft bemoeid. De heer Van Steeg (CDA) vindt dat op zich goed om te horen. Toch is de trend in de toename in de cijfers nog steeds te zien; wat zal straks de curve doen dalen? De wethouder licht toe dat het gaat om een combinatie van sturen op cijfers, op precies weten hoe hoog de cijfers zijn, waar en binnen welke teams om dan in te dalen in de teams om na te gaan wat er aan de hand is. Het college is begonnen met het aanscherpen van het verzuimprotocol. Zij verwacht dat in de organisatie meer helderheid komt over wat te doen wanneer iemand ziek is en wat de leidinggevende moet doen. Het college heeft meer dingen ingevoerd en hoopt van harte dat daarmee de verzuimcijfers naar beneden gaan. Het college kan het alleen maar heel goed volgen en bijsturen. Wat zij nu al ziet is dat bij de teams waar nu hieraan gewerkt wordt de cijfers afnemen.

De wethouder kan niet beloven dat over drie maanden het overal minder is. Het gaat overal en bij iedereen over bewustwording. De heer Van Steeg (CDA) hoort de wethouder iets zeggen over “Het is ook wat de organisatie ziek heeft gemaakt.” Hij vraagt of de wethouder de hervormingsbezuinigingen als een mogelijkheid ziet om de cultuurverandering te laten plaatsvinden. Wethouder Streefland antwoordt met “ja” en “nee”. “Ja” omdat het alle betrokkenen gaat leren dat niet alles meer kan en dat soms “boem” “ho” is. Mensen zijn steeds doorgegaan met heel hard te werken. Misschien moet straks ook gezegd worden dat dit niet meer gaat. Dat zal daarbij gaan helpen. Zij ziet alleen wel dat hervormingsbezuinigingen ook iets gaan doen met de cultuur of met de DNA van de organisatie, namelijk een heldere opdracht verlenen. Wat moet gedaan worden, wanneer moet het af zijn met wie zal overlegd worden wanneer wordt output geleverd? Wanneer het jarenlang niet op die manier is gedaan, moeten de betrokkenen daarop begeleiding krijgen. Dat zal niet iedereen even leuk vinden. Dat gaat het college wel Pagina 27 van 79

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 17 april 2025

1320

1330

1340

1350

helpen om doelmatiger en uiteindelijk ook binnen de kaders fijner te gaan werken. Daarop is nog wel iets te doen. De wethouder vindt ook goed om te zeggen dat de hervormingsbezuinigingen de gemeentelijke organisatie gaan helpen. De wethouder schetst de dagdagelijkse problematieken die op de gemeente afkomen; veel wordt gevergd van ambtenaren. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt naar het aantal vaststellingsovereenkomsten die afgesloten zijn. Het ziekteverzuim kan ook dalen door meer mensen onder druk te zetten een vaststellingsovereenkomst te tekenen. Wethouder Streefland zou zover niet willen gaan. Daaronder zit een aantal aannames, alsof dit heel vaak gedaan wordt. Wanneer iemand niet meer op zijn plek zit, is het mogelijk om die via een interne careercentre op een andere plek zich wel thuis te laten voelen. De wethouder benadrukt dat dit niet verjuridiseerd wordt. Daarover is ook al een debat gevoerd. Daarin is uitgebreid hierover gesproken. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) neemt dat aan. Zij bevestigt dat vaststellingsovereenkomsten er altijd zullen zijn. Dat kan soms ook heel nodig zijn. De vraag is of deze overeenkomsten excessief worden afgesloten. Wanneer zij het aantal te weten komt, is te beoordelen of dit ook in een organisatie als die van de gemeente te verwachten is.

Wethouder Streefland stelt voor in Q4 de raad te informeren over hoe het programma loopt met het plan van aanpak. Dat zal uitgebreider gebeuren dan afgelopen jaar gedaan is. Dan is ook iets te zeggen over vaststellingsovereenkomsten. De wethouder vervolgt zijn beantwoording met in te gaan op de inbreng van de VVD. Zij beantwoordt de vraag of de juiste mensen op de juiste plek zitten. De drie basisbehoeften zijn cruciaal. De vraag is ook of mensen over- of ondergekwalificeerd zijn en wat de gemeente dan doet. Loopbaanproblematiek kan een van de oorzaken zijn van verzuim. Dat is een belangrijke reden waarom de gemeente nu een voorstel heeft ontwikkeld voor het Loopbaancentrum; daar kunnen mensen naar toe en worden ze geholpen. Daar worden gesprekken gevoerd. De wethouder bevestigt dat fitgesprekken gevoerd worden. Het kan zijn dat iemand is uitgewerkt of dat het te moeilijk is geworden, of te gemakkelijk. Uiteindelijk is des te meer zichtbaar contact van de leidinggevende met de medewerker des te effectiever. De wethouder noemt in dit verband interne roulatie; zij houdt liever goede mensen in de organisatie, en mensen die niet meer op hun plek zitten en ergens anders in de eigen organisatie wel. De heer Maas (VOLT) vindt “loopbaancentrum” leuk klinken en dat is het misschien ook; hij wil graag weten hoe dat werkt.

Wat is een dergelijk centrum precies? Wethouder Streefland antwoordt dat het college daarmee bezig is. Het streven is mensen binnen de organisatie te herpositioneren. Een Loopbaancentrum kan daarbij helpen. P&O is daarmee intensief bezig. Vanuit [de individuele ambtenaar] een andere plek vinden binnen de organisatie, blijkt moeilijker te zijn. Daarbij helpt een dergelijk centrum. Ook daarover kan de wethouder de raad nader informeren in de reeds toegezegde brief. Autonomie is mogelijk in sommige afdelingen in andere afdelingen veel minder. Daar waar meer repeterende werkzaamheden zijn, is minder autonomie mogelijk. Dat wordt verschillend gewaardeerd. Bij andere afdelingen is soms een te grote vorm van autonomie te zien. In het licht van de hervormingsbezuinigingen zal dat “vrijheid binnen kaders” worden. Ook dat is een gegeven. Soms hebben mensen veel autonomie maar weinig contact met de

Pagina 28 van 79

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 17 april 2025

1360

1370

1380

1390

1400

leidinggevende omdat de span of control van de leidinggevende te groot is en iemand aan het zwemmen is. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt de wethouder in te gaan op autonomie in relatie tot het ziekteverzuim. Wethouder Streefland antwoordt dat in sommige afdelingen te zien is dat de autonomie klein is; wanneer medewerkers daarvan last hebben, is te zien dat het ziekteverzuim hoger is. Dat is een gegeven. Daar gaat het college na of iets te doen is met meer pauzemogelijkheden of andere werkzaamheden. Bij bepaalde afdelingen waarbij bekend is dat het ziekteverzuim ook hoger is, zijn minder doorgroeimogelijkheden. Naar dat soort dingen kijkt het college momenteel. Gebrek aan autonomie is dan een van de dingen waardoor mensen sneller ziek kunnen worden. Mevrouw Ramaker (VVD) begrijpt dat de wethouder zegt dat het gaat om op maat oplossingen. Zij vraagt of de wethouder kan zeggen dat dit het HRbeleid is. Wethouder Streefland antwoordt dat de gemeente Utrecht strategisch personeelsbeleid heeft. Daarover is van alles geschreven. Zij is er voorstander van hiermee aan de slag te gaan en een en ander te verbeteren. Het college probeert teams te helpen in het geval ze te kampen hebben met verzuim. Mevrouw Ramaker (VVD) is er voorstander van hiermee aan de slag te gaan. Zij vindt het fijn dat er beleid is en dat cijfers bekend zijn.

Zij vraagt of de wethouder het met haar eens is dat het goed is om het te stroomlijnen en een plan van aanpak hierop te maken. Wethouder Streefland antwoordt dat het college een plan van aanpak heeft. Zij vraagt de ruimte om hiermee aan de slag te gaan. Zij stelt voor in december de raad een update te geven over de voortgang en over eventuele aanscherpingen. Naar aanleiding van de motie van de heer Bos is het college verder aan de slag gegaan om dat verder te gaan verstevigen. Het college is verdiepend aan de slag gegaan met het plan van aanpak. Zij nodigt de commissie uit het haar te laten weten wanneer de raad daarover meer informatie nodig heeft. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) denkt dat het vooral gaat om een stuk transparantie met betrekking tot de verbeterstappen. Hij zou het niet slecht vinden om vanuit dat kader de raad te informeren over de stappen die gezet worden om invulling te geven aan het strategisch personeelsbeleid, maar ook aan het operationeel personeelsbeleid. Wat hem betreft moet het college het laten zien. Wethouder Streefland neemt daarvan nota. Zij doet dat graag. Q4 lijkt haar het goede moment om uit te weiden rondom dit thema en waar het breder over personeelsbeleid gaat. Het college wil dit zo concreet mogelijk [benaderen] als het gaat om onder meer de effecten en wat nog niet lukt.

De wethouder hoopt van harte [het verzuimcijfer] snel naar beneden te krijgen. Daaraan wordt hard gewerkt. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat het in deze casus niet gaat om het ziekteverzuim naar beneden te krijgen als resultante. Het gaat erom dat de gemeente Utrecht een goed strategisch en operationeel personeelsbeleid moet hebben, waardoor dit soort maatregelen niet nodig zijn om de processen te verbeteren. Als het personeelsbeleid goed is, gaan mensen niet weg en worden ze niet ziek. Hij herhaalt zijn streven. Wethouder Streefland is het daarmee eens. Zij geeft aan de andere kant een winstwaarschuwing; de arbeidsmarkt is complex. De samenleving is ook niet gemakkelijker worden. De gemeente Utrecht heeft hervormingsbezuinigingen. [Medewerkers] hebben binnen de gemeente Utrecht zeer uiteenlopende werkzaamheden. Wanneer het zo gemakkelijk zou zijn om dit te bewerkstelligen met alleen een strategisch Pagina 29 van 79

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 17 april 2025

1410

1420

1430

1440

1450

personeelsbeleid, had de wethouder dat graag gedaan. Zij wil graag mensen houden voor de organisatie. En toch is het zo dat mensen op den duur zeggen dat ze ziek worden. Soms zit dat binnen afdelingen. Dan is het nodig om een goede analyse te maken. En dat ondanks dat er een schitterend strategisch personeelsbeleid is. Prioritering en inzicht krijgen in de werkzaamheden en dingen niet meer doen en dingen laten doen, is iets dat met de hervormingsbezuinigingen naar boven komt. Dat betekent ook voor het college als voor de raad dat soms gezegd moet worden dat voor een taak niemand beschikbaar is. Of dat het nu niet kan maar wel later. De wethouder vraagt de raad daarop voorbereid te zijn. Als het gaat om de veiligheid op de werkvloer zijn de vertrouwenspersonen bekend, en is er een meldpunt. Er zijn ook externe vertrouwenspersonen. Er zijn ook van hen meer dan eerder. De wethouder hoopt van harte dat mensen zich bij de vertrouwenspersonen melden wanneer zij voelen dat het niet goed gaat. Daarover probeert het college laagdrempelig te zijn en ze daartoe te bewegen. Bovendien is er een bedrijfsmaatschappelijk werker beschikbaar. De wethouder bevestigt dat wanneer het gaat om een leidinggevende, het juist goed is dat een medewerker naar een vertrouwenspersoon gaat om in een 3-gesprek na te gaan wat nodig is. Te zien is dat mensen wel naar de vertrouwenspersoon gaan.

Mevrouw Ramaker (VVD) vindt het goed om te horen dat er ook externe vertrouwenspersonen zijn. Zij vraagt of het dan ook gaat om echte mensen; hoe heeft de gemeente Utrecht dit geregeld? Wethouder Streefland antwoordt dat het echte mensen zijn die niet verbonden zijn aan de gemeente Utrecht en niet een soort Ombudsloket. Mevrouw Ramaker (VVD) neemt aan dat de raad in het sociaal jaarverslag [hierover geïnformeerd wordt]. Zij legt de vraag voor of dit te verbeteren is zo dat de raad die informatie ook gemakkelijker kan vinden. Dit zegt zij in aansluiting op de inbreng van de heer Bos over transparantie. Wethouder Streefland merkt op dit een goed punt te vinden. Zij licht toe dat in de jaarstukken elk jaar wordt bijgestuurd. Zij kan zich voorstellen dat de raadsleden dan heel erg moeten zoeken. Zij kan nagaan hoe dat te verbeteren. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat zijn fractie mensen én ook vertegenwoordigende organen aan de telefoon krijgt die zeggen dat die meldpunten onvoldoende functioneren, dat ze daarin onvoldoende vertrouwen hebben. Die stellen dat die vertrouwenspersonen onvoldoende onafhankelijk zijn en dat [op meldingen] onvoldoende wordt doorgepakt. Wanneer de wethouder dit niet herkend, beschouwt hij dat ook als een probleem. Hij vraagt of de wethouder dit ook zo ziet. Wethouder Streefland moet hiervan bijkomen. Zij benadrukt dat er vertrouwenspersonen zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=dc09d189-b63e-45b8-b6a6-1610d6aecdfd