Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën van 16 januari 2025 1 2 3
3.1
3.2
3.3
3.4
3.5
4
5
6
Opening Vaststellen van de agenda van 16 januari 2025 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Lange Termijn Agenda commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 16 januari 2025 Ingekomen agenderingen commissie VBF 16 januari 2025 Raadsvoorstel Verordening Samenwerking, participatie en inspraak Dossier 4434 voorblad Raadsvoorstel Verordening samenwerking, participatie en inspraak Verordening samenwerking participatie en inspraak gemeente Utrecht Verordening samenwerking participatie en inspraak gemeente Utrecht - Informatieve toelichting Rekenkamerrapport: De mens als zwakste schakel 20241212 Aanbiedingsbrief gemeenteraad rekenkamerrapport De mens als zwakste schakel 20241212 Persbericht_De mens als zwakste schakel 20241212 Raadsvoorstel_rekenkamerrapport_De mens als zwakste schakel 20241212 Publiekssamenvatting_De mens als zwakste schakel 20241212 Rekenkamerrapport_De mens als zwakste schakel Uitnodiging zienswijze kadernota VRU 2026 Aanbiedingsbrief kadernota VRU 2026 - Gemeenteraden def Bijlage A - Kadernota VRU 2026 - vastgesteld Bijlage B - Toekomstscenario's VRU Initiatiefvoorstel
participatieverordening EenUtrecht Initiatiefvoorstel Participatie- en inspraakverordening gemeente Utrecht Bewonersadviezen voor een beter UPP Participatie- en inspraakverordening gemeente Utrecht- informatieve toelichting Participatie- en inspraakverordening gemeente Utrecht Tien sleutelprincipes voor succesvolle (burger)participatie inclusief literatuurbronnen Utrechtse burgerparticipatie moet meer zijn dan alleen mooie woorden Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven en de Raadsbrief en juridische analyse over het beroep bij de RvS Raadsbrieven commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 16 januari 2025 Raadsbrief inzake proces en uitkomst beroep Raad van State_DEF bijlage 1 - staatscourant vernietigingsbesluit dd. 22-12-2023 bijlage 2 - aanvullend beroepschrift gemeenteraad Utrecht inz. besluit van de Kroon bijlage 3 - verweerschrift vertegenwoordigers van de Kroon bijlage 4 - deskundigenbrief prof. mr. G. Boogaard en R.J. Becker bijlage 5 - nadere argumentatie Stibbe advocaten t.b.v.
zitting RvS bijlage 6 - definitieve pleitnota bijlage 7 - uitspraak Raad van State Bijlage 8 Juridische analyse uitspraak Raad van State Verslagen Ter vaststelling: Conceptverslag commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 5 december 2024 Conceptverslag Veiligheid, Bestuur en Financiën 5 december 2024 Toezeggingen/Moties Ter vaststelling: Motie en Toezeggingenlijst commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 16 januari 2025. Lijst aangenomen moties commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 16 januari 2025. Motie en Toezeggingenlijst 16 januari 2025 Lijst aangenomen moties commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 16 januari 2025 Ingekomen stukken
7
8
9
9.1 10
Ingekomen stuk: 1. Een brief van de Kerngroep werkgroep Burgerberaad 030 betreffende reactie op raadsbrief Evaluatie burgerberaad jaarwisseling. Het ingekomen stuk staat voor leden, conform AVG, in iBabs achter een slotje. OPENBARE LIJST LIS 16 januari 2025 Verslag Adviescommissie Controle en Financiën Ter kennisname Verslag Adviescommissie Controle en Financiën van 17 oktober 2024 Adviescommissie C&F 17-10-2024 Raadsvoorstel inzake bijdrage van fracties aan presentievergoeding commissieleden Charlotte Passier (Dagelijks Bestuur) Indicatieve behandeltijd: 45 minuten Ambtelijk is dit raadsvoorstel aangekondigd. Het dagelijks bestuur bereidt een raadsvoorstel voor over verlaging van de fractiebijdrage om de overschrijding van de kosten van de presentievergoedingen voor commissieleden te compenseren. Ten behoeve van een sluitende begroting van 2025 is het dagelijks bestuur voornemens u voor te stellen 125.000 euro, in plaats van 75.000 euro, in mindering te brengen op de fractiesubsidies. Omdat dit besluit betrekking heeft op 2025 is het belangrijk dat de gemeenteraad nog dit kalenderjaar een besluit neemt.
12 december 2024 Raadsvoorstel inzake bijdrage van fracties aan presentievergoeding commissieleden 12 december 2024 Verordening op de financiële bijdrage aan fracties gemeente Utrecht (met wijzigingen bijhouden) 12 december 2024 Besluit tot wijziging Verordening financiële bijdrage fracties Utrecht Raadsvoorstel Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2024 Burgemeester: Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid Indicatieve behandeltijd: 150 minuten De Algemeen plaatselijke verordening (APV) Utrecht 2010 moet op onderdelen geactualiseerd en gewijzigd worden in verband met ontwikkelingen en regulier onderhoud. Er worden twee artikelen toegevoegd: - Een verbod op ‘technische hulpmiddelen’ ten behoeve van de aanpak tegen ondermijnende criminaliteit; - Een verbod op openlijk harddrugsgebruik ten behoeve van de zorgaanpak. Daarnaast worden een aantal artikelen gewijzigd en een tweetal bepalingen geactualiseerd.
Dossier 4369 voorblad Raadsvoorstel Wijziging van de APV Utrecht 2010 partiële herziening 2024 Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 partiële herziening 2024 Toelichting bij Besluit tot wijziging van de APV partiële herziening 2024 Overzicht van de wijzigingen APV (was-wordt lijst) Raadsbrief Evaluatie APV harddrugsverbod Bijlage bij raadsbrief Rapportage situatie Lucasbolwerk 2023 Ipsos I&O Bijlage bij raadsbrief Rapportage Evaluatie Maatregelen tegen harddrugsgerelateerde overlast Utrecht 7-11-2024 Bijlage bij raadsbrief Factsheet Eropaf team Beantwoording SV 2024 nr. 157 over Minder en betere regels, meer focus in de handhaving Beantwoording SV2024 nr 157 over Minder en betere regels, meer focus in de handhaving Stoppen met beboeten buiten slapen Burgemeester, Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid Indicatieve behandeltijd: 90 minuten Geagendeerd door: Stevie Nolten, (BIJ1), Titus Stam, (PvdA) , Mahaar Fattal, (GroenLinks), Sjaak van Bemmel (Partij voor de Dieren), Mahmut Sungur (DENK), Ruben Snijder (Student & Starter), Gert Dijkstra (Een Utrecht), Victor Paalman (Horizon), Ruud Maas (Volt), aanvullende agendering van Tess Meerding (VVD) en Bert van Steeg (CDA) De bovenstaande fracties willen in debat over het mogelijk stoppen met beboeten van buiten slapen.
Dit is na aanleiding van Motie 337 'Stop met beboeten van buiten slapen' die BIJ1 indiende tijdens de behandeling van de Voorjaarsnota. Hoewel het Utrechts beleid is om buiten slapen doorgaans niet te beboeten, tonen cijfers en ervaringen uit de stad aan dat dit in de praktijk regelmatig gebeurt. Momenteel biedt Artikel 2:31 (Liggen of slapen op of aan een openbare plaats) in de APV de mogelijkheid om buiten slapen te beboeten. Veldwerkers en belangenorganisaties stellen dat het beboeten van buiten slapen geen effectief middel is. Deze partijen willen daarom het voorstel bespreken om het desbetreffende APV artikel te schrappen.
Dossier 4351 voorblad Raadsbrief Beboeten op buitenslapen 10.1 M337 Stop met beboeten van buiten slapen M337 Stop met beboeten van buiten slapen 11 Raadsbrief Maatregelen na rellen wedstrijd FC Utrecht – Go Ahead Eagles Burgemeester, Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid Indicatieve behandeltijd: 60 minuten. Geagendeerd door: · Bert van Steeg (CDA), Derk van Bergen (ChristenUnie), Maarten Koning (D66), Ruud Maas (Volt), Gert Dijkstra (EenUtrecht), Tess Meerding (VVD), Mahaar Fattal (GroenLinks) en Titus Stam (PvdA), David Bosch (UtrechtNu!), Victor Paalman (Horizon) en DENK FC Utrecht speelt een belangrijke rol in de stad. Iedere thuiswedstrijd trekt ruim 20.000 bezoekers en FC Utrecht kan worden gezien als een echte volksclub. De thuiswedstrijden gaan helaas ook gepaard met uitdagingen op gebied van veiligheid. De confrontaties tussen supporters en met politie waren afgelopen jaar vaker onderdeel van discussie in de raad. De fracties van CDA, CU, D66, Volt, EenUtrecht, VVD, PvdA, GroenLinks, UtrechtNu! en Horizon en DENK hebben naar aanleiding van deze incidenten en de Raadsinformatiebijeenkomst behoefte aan een debat in de commissie. De genoemde fracties willen praten over stappen die nog kunnen worden gezet en voorstellen doen om het verloop van thuiswedstrijden van FC Utrecht te verbeteren.
Dossier 4352 voorblad Raadsbrief Maatregelen na rellen wedstrijd FC Utrecht – Go Ahead Eagles 12 Afgelasting demonstratie hoger onderwijs op 14 november 2024 Burgemeester: Beleidsterrein: Openbare orde en Veiligheid Indicatieve behandeltijd: 150 minuten Geagendeerd door: Lars van Rooij (Student en Starter), VVD, ChristenUnie, Partij voor de Dieren, GroenLinks, Bij1, PvdA, UtrechtNu!, D66, CDA, Volt, Denk en Utrecht Solidair De bovenstaande fracties willen naar aanleiding van de beantwoording van schriftelijke vragen met de burgemeester in gesprek over de totstandkoming van het besluit om negatief te adviseren over de originele demonstratie tegen de bezuinigingen in het hoger onderwijs op 14 december 2024. Ook willen de fracties graag een reflectie op de informatie(bronnen) op basis waarvan de driehoek kwam tot het advies om de demonstratie af te gelasten. De fracties hebben vragen over hoe dit besluit zich verhoudt tot de doorgang van de alternatieve demonstratie op 14 november. Indien nodig kan gevoelige informatie worden gedeeld in een besloten gedeelte van de vergadering. Daarnaast willen de agenderende fracties in gesprek over hoe zij beter meegenomen kunnen worden in de totstandkoming van een dergelijk besluit en wat er nodig is om toekomstige beperkingen of afgelasting van demonstraties te voorkomen.
Dossier 4461 voorblad Raadsbrief Demonstratie bezuinigingen Hoger onderwijs 14 november 12.1 SV 2024, nr. 192 Afgelasting onderwijsprotest 14 november in Utrecht (met antwoord) Beantwoording SV 2024 nr 192 over Afgelasting onderwijsprotest 14 november in Utrecht 12.2 SV 2024 nr. 199 De facto verbod opgelegd voor Hoger Onderwijs demonstratie (met antwoord) Beantwoording SV 2024 nr. 199 De facto verbod opgelegd voor Hoger Onderwijs demonstratie 13 Stand van zaken digitale gezondheid gemeente Utrecht Wethouder: Streefland, Beleidsterrein: Personeel en Organisatie Indicatieve behandeltijd: 15 minuten Geagendeerd door: Victor Paalman (Horizon), Achraf Aït Daoua (D66) De agenderende partijen willen graag met elkaar en het college in debat over de digitale gezondheid van gemeente, met nadruk op IT. De agenderende partijen zijn geschrokken door de raadsbrief vorig jaar over het onverwacht aflopen van de ondersteuning van het belangrijkste systeem van de gemeente, en willen daarom meer informatie van het college over de stand van zaken. De gemeente Utrecht huurt ook nog steeds veel externe IT in, wat volgens de agenderende fracties onvoldoende toekomstbestendig is. In een samenleving waarin langzaam alles om technologie en IT gaat draaien gaan de partijen daarom graag in debat. Dossier 4347 voorblad Raadsbrief Evaluatie Continuïteit Zaaksysteem
LANGE TERMIJN AGENDA COMMISSIE VEILIGHEID, BESTUUR EN FINANCIËN 16 JANUARI 2025 Onderwerp
Beleidsveld
Porte-
Planning
Fatale
Datum
Beoogd
Beoogd
Beoogd
Toelichting wijziging
feuille-
aanbieden
termijn
aange-
kwartaal
kwartaal
kwartaal
planning
houder
aan raad
Raads-
boden
commissie
commissie
raads-
procedureel
inhoudelijk
behandeling
2025 Q2
2025 Q2
2025 Q2
2024 Q4
2024 Q4
2024 Q2
2024 Q3
2024 Q2
2024 Q3
besluit Raadsvoorstel
Participatie
Wethoud
Kwantitatieve
er
indicatoren Samen
Oosters
2025 Q1
stad maken Programmabegroting
Financiën
Wethoud
2025 en Tweede
er
Berap 2024 en
Schilder
Verordeningen 2025
man
Zienswijze
Financiën
Wethoud
meerjarenbegroting
er
BghU 2026 - 2029
Schilder
2024 Q3
12-092024
2025 Q2
man Voorjaarsnota 2024
Financiën
Wethoud
en 1e
er
Bestuursrapportage
Schilder
en meelopende
man
2024 Q2
16-052024
stukken Eerste
Financiën
Wethoud
begrotingswijziging
er
2024
Schilder man
2024 Q2
LANGE TERMIJN AGENDA COMMISSIE VEILIGHEID, BESTUUR EN FINANCIËN 16 JANUARI 2025 Onderwerp
Beleidsveld
Porte-
Planning
Fatale
Datum
Beoogd
Beoogd
Beoogd
Toelichting wijziging
feuille-
aanbieden
termijn
aange-
kwartaal
kwartaal
kwartaal
planning
houder
aan raad
Raads-
boden
commissie
commissie
raads-
procedureel
inhoudelijk
behandeling
2024 Q4
2025 Q1
2025 Q1
besluit Voorjaarsnota 2025,
Financiën
Wethoud
eerste
er
bestuursrapportage
Schilder
2025 en meelopende
man
2025 Q2
stukken Jaarstukken 2024 en
Financiën
Resultaatbestemming
Wethoud
2025 Q2
er Schilder man
Nota WAAVA
Financiën
Wethoud
2024 Q4
20241709 Was Q2,
er
wordt Q4. De nota
Schilder
WAAVA wordt aangepast
man
na consequenties van de Voorjaarsnota 2024 (technische maatregelen die betrekking hebben op activabeleid) en de notitie grondbeleid van commissie BBV. Over deze aangepaste nota zullen we in gesprek gaan met de
LANGE TERMIJN AGENDA COMMISSIE VEILIGHEID, BESTUUR EN FINANCIËN 16 JANUARI 2025 Onderwerp
Beleidsveld
Porte-
Planning
Fatale
Datum
Beoogd
Beoogd
Beoogd
Toelichting wijziging
feuille-
aanbieden
termijn
aange-
kwartaal
kwartaal
kwartaal
planning
houder
aan raad
Raads-
boden
commissie
commissie
raads-
procedureel
inhoudelijk
behandeling
besluit
adviescommissie Controle & Financiën. Zienswijze
Financiën
Wethoud
meerjarenbegroting
er
BghU
Schilder
2024 Q2
19-05-
2024 Q2
2024 Q2
2025 Q1
2025 Q1
2024 Q2
2024 Q3
2024 Q4
2024 Q4
2024 Q4
2024 Q4
2024 Q4
2024 Q4
2024 Q4
2024
man Raadsvoorstel
Samen Stad
Wethoud
Samenwerking,-
Maken
er
Participatie- en
2024 Q4
15-12-
2025 Q1
2024
Oosters
Inspraakverordening Tweede
Financiën
Wethoud
begrotingswijziging
er
2024
Schilder man
Actualisatie financiële
Financiën
verordening
Wethoud er Schilder man
Nota Verbonden Partijen
Financiën
Wethoud
20242205 Op verzoek
er
van de adviescommissie
Schilder
wordt de nota verbonden
man
partijen na de zomer
LANGE TERMIJN AGENDA COMMISSIE VEILIGHEID, BESTUUR EN FINANCIËN 16 JANUARI 2025 Onderwerp
Beleidsveld
Porte-
Planning
Fatale
Datum
Beoogd
Beoogd
Beoogd
Toelichting wijziging
feuille-
aanbieden
termijn
aange-
kwartaal
kwartaal
kwartaal
planning
houder
aan raad
Raads-
boden
commissie
commissie
raads-
procedureel
inhoudelijk
behandeling
besluit
geagendeerd om in gesprek met de adviescommissie de nota te verfijnen. De planning voor de nota verbonden partijen is daarom aangepast naar Q4 2024. Eindejaarswijziging
Financiën
Wethoud
2024 (Voorheen:
er
Derde
Schilder
Begrotingswijziging
man
2024 Q4
26-12-
2024 Q4
2024 Q4
2024 Q4
2024 Q2
2024 Q3
2024
2024) Jaarstukken 2023 en Resultaatbestemming
Financiën
Wethoud er Schilder man
2024 Q2
16-052024
Agenderingen Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (Ter vaststelling op 16 januari 2025)
Stukken afkomstig vanuit het college Datum: 11 december 2024 Soort stuk: Raadsvoorstel Verordening samenwerking, participatie en inspraak Wethouder: Oosters Beleidsterrein: Samen Stad Maken Commissiegriffier: Jelmer Lok
In de verordening samenwerking, participatie en inspraak wordt het herziene participatiebeleid (voortvloeiend uit de beleidsnota Samen Stad Maken) verankerd. In de verordening is opgenomen dat het bestuursorgaan de ‘leidende principes voor houding en Gedrag' uit de beleidsnota in acht zal nemen. Daarnaast schrijft de verordening voor dat het kompas voor zeggenschap wordt toegepast om de samenwerkingsvorm te bepalen, moet het bestuursorgaan via een samenwerkingsplan de gekozen samenwerkingsvorm inzichtelijk maken en achteraf openbaar maken hoe deze samenwerking is verlopen in de vorm van een samenwerkingsverslag. Tot slot is ook het Utrechtse uitdaagrecht, het bewonersbod, in de verordening opgenomen.
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie VBF van 13 februari 2025; 2. Tijd: 90 minuten
Stukken afkomstig vanuit de Rekenkamer Datum: 12 december 2024 Soort stuk: Rekenkamerrapport: De mens als zwakste schakel Wethouder: Streefland Beleidsterrein: Personeel en Organisatie Commissiegriffier: Jelmer Lok
De Rekenkamer Utrecht heeft een opvolgingsonderzoek gedaan naar de informatieveiligheid van de gemeente Utrecht, naar aanleiding van een eerder onderzoek in 2021 (het rekenkamerrapport “Zo sterk als de zwakste schakel”). Het doel van dit onderzoek is om de gemeenteraad inzicht te geven in de mate waarin de aanbevelingen naar aanleiding van het rekenkamerrapport zijn opgevolgd. Daarnaast wordt aandacht besteed aan aanvullende onderwerpen die in het eerste onderzoek uit 2021 onderbelicht waren gebleven: managementinformatie, de afhandeling van incidenten, het gebruik van de gemeentelijke telefoons en de maatregelen om het thuiswerken te beveiligen.
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie VBF van 13 februari 2025; 2. Tijd: 60 minuten Indien er geen RIBS georganiseerd worden kan er een technische bijeenkomst plaatsvinden op dinsdagavond 4 februari.
Agenderingen Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (Ter vaststelling op 16 januari 2025)
Stukken afkomstig vanuit Gemeenschappelijke Regelingen Datum: 12 december 2024 Soort stuk: Uitnodiging zienswijze kadernota VRU 2026 Burgemeester Dijksma Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid Commissiegriffier: Jelmer Lok
De gemeente Utrecht wordt in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen op de kaders voor de begroting 2026 en de geactualiseerde begroting 2025. Zo leiden loon- en prijsaanpassingen tot wijziging van de gemeentelijke bijdrage en liggen er inhoudelijke keuzes voor m.b.t. verschillende toekomstscenario’s.
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie VBF van 13 februari 2025; 2. Tijd: 30 minuten
De gemeente Utrecht kan uiterlijk tot 10 maart 2025 een zienswijze indienen op de kadernota indienen. Het bijbehorende raadsvoorstel volgt.
Stukken afkomstig vanuit de commissieleden Datum: 9 januari 2025 Initiatiefvoorstel participatieverordening EenUtrecht Wethouder: Oosters
De fractie van EénUtrecht heeft een eigen voorstel voor een participatieverordening opgesteld, gebaseerd op een drietal belangrijke principes: 1) Bij de start direct met Utrechters beginnen, 2) als het je meer raakt verdien je meer invloed en 3) van maximale burgerparticipatie wordt je project beter. Deze principes zijn verwerkt in een negental uitgangspunten.
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie VBF van 13 februari 2025; 2. Tijd: 45 minuten
Beleidsterrein: Samen Stad Maken Commissiegriffier: Jelmer Lok
Technische bijeenkomsten en werkbezoeken Onderwerp: Onderzoek opkomstbevordering gemeenteraadsverkiezingen
Het Utrechtse Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) heeft een inventarisatie laten maken van factoren die de
Voorstel:
Agenderingen Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (Ter vaststelling op 16 januari 2025)
Beleidsterrein: Burgerzaken
opkomst bij verkiezingen bepalen. Dit laat o.a. zien dat een groot deel van de stemgerechtigden al ver voor de verkiezingen besluiten of ze gaan stemmen. Het college biedt u een technische sessie aan waarin USBO hun bevindingen nader kan toelichten.
1. Inventariseren of er behoefte is aan deze technische bijeenkomst;
Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën Dossiernummer
4434
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
16 januari 2025
Agendapunt
3.1
Titel
Raadsvoorstel Verordening Samenwerking, participatie en inspraak
ID
4653
Behandelend ambtenaar
Irene Willems
Telefoon
030 - 28 60233 06 - 22 48 67 23
i.willems@utrecht.nl
Datum collegebesluit Geocodering
Stad Utrecht
Thema
Bestuur en ondersteuning
Portefeuillehouder
Wethouder Oosters
Beleidsveld
Samen Stad Maken
Referendabel
Ja
Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst)
Jelmer Lok/Cie Veiligheid, Bestuur en Financiën
Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd
Vergaderdatum
Commissie Veiligheid, Bestuur en
16 januari 2025
Financiën Voorgesteld besluit
Voorstel aan de gemeenteraad
Verordening samenwerking, participatie en inspraak Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Participatie Wijken Irene Willems 12970217 Volgt Ja Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Verordening samenwerking, participatie en inspraak gemeente Utrecht vast te stellen, waarin: a) is opgenomen dat het bestuursorgaan de leidende principes voor houding en gedrag uit de beleidsnota Samen stad maken in acht zal nemen; b) het toepassen van het kompas voor zeggenschap uit de beleidsnota Samen stad maken wordt voorgeschreven; c) een samenwerkingsplan wordt voorgeschreven waarin is uitgewerkt hoe de samenwerking met Utrechters er uit gaat zien; d) een samenwerkingsverslag wordt voorgeschreven waarin is uitgewerkt welke inzichten zijn opgedaan in de samenwerking en hoe die inzichten zijn gewogen en e) het bewonersbod is opgenomen, waaronder ook hoe dit wordt toegepast,
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting Het doel van deze Verordening samenwerking, participatie en inspraak gemeente Utrecht is gelijk aan het doel van de vastgestelde beleidsnota Samen stad maken, Geen Utrecht zonder U: Utrechters hebben meer zeggenschap over beleid, plannen en uitvoering in hun stad; er is meer eigenaarschap voor Utrechters en college en raad maken een brede belangenafweging in de besluitvorming. In de verordening is opgenomen dat het bestuursorgaan de leidende principes voor houding en gedrag uit de beleidsnota Samen stad maken, Geen Utrecht zonder U in acht zal nemen. Daarnaast schrijft de verordening voor dat het kompas voor zeggenschap uit deze beleidsnota wordt toegepast om de samenwerkingsvorm te bepalen. Vervolgens schrijft de verordening voor dat het bestuursorgaan in de vorm van een samenwerkingsplan vooraf voor iedereen openbaar inzichtelijk maakt hoe deze samenwerkingsvorm invulling krijgt en dat het bestuursorgaan achteraf openbaar maakt hoe dit is verlopen in de vorm van een samenwerkingsverslag. Tot slot is ook het Utrechtse uitdaagrecht, het bewonersbod, in de verordening opgenomen. Dit is het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om een verzoek bij een bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen.
Context Aanleiding Op 27 juni 2024 heeft de Raad de beleidsnota Samen stad maken vastgesteld. Een van de ‘eerste concrete vervolgstappen’ die daarin is geformuleerd is om de huidige participatie- en inspraakverordening aan te passen en ter besluitvorming voor te leggen aan de raad. De huidige verordening is namelijk gebaseerd op het oude beleid. In dat raadsbesluit is aangekondigd dat we ook de huidige participatieleidraad zouden vervangen door een nieuwe leidraad op basis van het beleid en dat de verordening daar naar zou verwijzen. Voortschrijdend inzicht heeft er toe geleid dat er geen nieuwe leidraad nodig is, maar het beleid zelf (met daarin het kompas) in deze behoefte voorziet en de verordening daar naar kan verwijzen. De missie van Samen stad maken is om de lokale democratie van alle Utrechters te maken. De beleidsnota heeft daarvoor als doel om Utrechters meer zeggenschap te geven en is gericht op een gelijkwaardige samenwerking tussen overheid, markt en gemeenschap. In de beleidsnota Samen stad maken staat dat de verandering van houding en gedrag van ambtenaren, college- en raadsleden de belangrijkste bijdrage levert aan de doelen en missie van Samen stad maken. Samen stad maken is daarmee met name een cultuurverandering gericht op verbinding en vertrouwen geven aan Utrechters.
Samen stad maken wil de beweging maken van een procedurele verplichting van participatie (‘een vinkje zetten’), naar een situatie waarbij de leidende principes van houding en gedrag ‘van binnen’ gevoeld worden bij ambtenaren, college en raadsleden en daardoor naar buiten worden uitgedragen waardoor daadwerkelijke samenwerking ontstaat. De Wet participatie op decentraal niveau, die op 1 januari 2025 in werking treedt, regelt onder andere dat gemeenten hun inspraakverordening binnen twee jaar moeten omzetten in een participatieverordening. Daarbij is geregeld dat gemeenten inwoners niet alleen moeten betrekken bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid, maar ook bij de uitvoering en evaluatie daarvan. Verder moeten gemeenten in de participatieverordening regelen onder welke voorwaarden inwoners gebruik kunnen maken van het uitdaagrecht. De verordening samenwerking, participatie en inspraak geeft voor de gemeente Utrecht invulling aan die wet en gaat ook verder dan dat: de nieuwe verordening ziet op alle gemeentelijke opgaven en op alle terreinen van gemeentelijk bestuur. Voor bepaalde beleidsterreinen is het wenselijk of noodzakelijk om de beleidsnota Samen stad maken te vertalen in een kaderstellend document voor de raad.
De wijziging van het UPP (raadsbesluit dd 14 november 2024) waarin het Utrechts Planproces Gebiedsontwikkeling (UPG) in hoofdlijnen is beschreven is daar een voorbeeld van. Dit nieuwe UPG zal nog verder uitgewerkt worden op basis van het raadsbesluit. Die uitwerking gebeurt mede op basis van de beleidsnota Samen stad maken en deze verordening. Ook wordt onderzocht hoe een nieuw Utrechts Planproces voor de Openbare Ruimte vorm kan krijgen. Ook voor bewonersbod geldt dat er voor specifieke beleidsterreinen nadere invulling kan worden gegeven, zoals in een handreiking zelfbeheer sportaccommodaties waar nu aan gewerkt wordt. In dit soort kaderstellende documenten wordt concreter gemaakt wat de beleidsnota Samen stad maken betekent voor een specifiek beleidsterrein.
2
Juridische context Op grond van de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet is de gemeenteraad bevoegd om de Verordening samenwerking, participatie en inspraak gemeente Utrecht vast te stellen. De Wet participatie op decentraal niveau, die op 1 januari 2025 in werking treedt, regelt ook dat gemeenten hun inspraakverordening binnen twee jaar moeten verbreden naar een participatieverordening. In deze verordening moeten gemeenten regelen op welke wijze zij ingezetenen bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid betrekken (nu is dat alleen nog de voorbereiding van beleid). En gemeenten moeten in de verordening de voorwaarden opnemen waaronder ingezetenen en maatschappelijke partijen taken van de gemeente kunnen uitvoeren (het zogenoemde uitdaagrecht, in Utrecht het ‘bewonersbod’) De voorliggende Verordening samenwerking, participatie en inspraak gemeente Utrecht sluit aan bij de Omgevingswet. De Omgevingswet kent vier kerninstrumenten. Participatie is op grond van de Omgevingswet verplicht bij de drie kerninstrumenten waarin de gemeente het voortouw heeft, dus de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de uitvoeringsprogramma's. Dat staat in respectievelijk de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit.
Daarin staat dat wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, instellingen, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken. En ook wat er met de resultaten van die participatie is gedaan. In de verordening is geregeld dat op deze drie kerninstrumenten de regels uit de verordening van toepassing zijn. Dat betekent dat Samen stad maken over de volle breedte van het gemeentelijk beleid geldt. Verder geldt voor het vierde kerninstrument, de omgevingsvergunning, dat het op grond van de Omgevingswet aan een ontwikkelaar of initiatiefnemer is om de participatie vorm te geven. Participatie is in die gevallen vormvrij. Hierover is in de verordening dus niet iets geregeld. De Omgevingswet bepaalt wel dat de raad gevallen kan aanwijzen waarover verplicht moet worden geparticipeerd. Dat kan als sprake is van een omgevingsvergunning die afwijkt van regels uit het omgevingsplan, de zogeheten BOPA. Daar is separate besluitvorming door de raad voor nodig op grond van artikel 16.55, zevende lid Omgevingswet. Deze separate besluitvorming zal uiterlijk in Q3 2025 worden aangeboden aan de raad. De verordening kan wel helpen in het maken van vrijwillige afspraken met ontwikkelaars en initiatiefnemers in besluitvorming over een omgevingsplan of een BOPA door het college. De Omgevingswet staat daaraan niet in de weg.
Beslistermijn Er is geen specifieke beslistermijn voorzien. Beoogd effect Het doel van deze verordening is om een bijdrage te leveren aan meer zeggenschap en meer eigenaarschap voor Utrechters en een brede belangenafweging door bestuursorganen in de besluitvorming ten aanzien van alle gemeentelijke opgaven en op alle terreinen van gemeentelijk bestuur. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - Participatie- en inspraakverordening Gemeente Utrecht - Beleidsnota Samen stad maken, Geen Utrecht zonder U: 27 juni 2024 - amendement 71 “Geen participatie zonder sterk bewonersbod Utrecht’
3
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De Verordening samenwerking, participatie en inspraak gemeente Utrecht vast te stellen, waarin: a) is opgenomen dat het bestuursorgaan de leidende principes voor houding en gedrag uit de beleidsnota Samen stad maken in acht zal nemen; b) het toepassen van het kompas voor zeggenschap uit de beleidsnota Samen stad maken wordt voorgeschreven; c) een samenwerkingsplan wordt voorgeschreven waarin is uitgewerkt hoe de samenwerking met Utrechters er uit gaat zien; d) een samenwerkingsverslag wordt voorgeschreven waarin is uitgewerkt welke inzichten zijn opgedaan in de samenwerking en hoe die inzichten zijn gewogen en e) het bewonersbod is opgenomen, waaronder ook hoe dit wordt toegepast.
Argumenten 1.1
Hierdoor hebben we een verordening die aansluit bij het huidige beleid van Samen stad maken: Geen Utrecht zonder U en het raadsbesluit over de wijziging van het UPP Sinds 27 juni 2024 geldt er nieuw beleid voor Samen stad maken. De Participatieen inspraakverordening uit 2019 verwijst nog naar het oude beleid en sluit niet aan bij de beleidsnota Samen stad maken Geen Utrecht zonder U. De Verordening samenwerking, participatie en inspraak gemeente Utrecht sluit wel aan bij de beleidsnota Samen stad maken. Door deze verordening vast te stellen zijn beleid en verordening weer met elkaar in één lijn. Bovendien is in deze verordening het amendement over vroegtijdige participatie (A219.2024) dat is aangenomen bij het raadsvoorstel wijziging UPP verwerkt.
1.2
De nieuwe verordening houdt ruimte voor de beweging van Samen stad maken die draait om vertrouwen en verbinding. Er is gekozen om alleen dat wat echt nodig is in regelgeving te verankeren: het in acht nemen van de leidende principes voor houding en gedrag door het bestuursorgaan, de toepassing van het kompas, de inhoud van een samenwerkingsplan en samenwerkingsverslag en het bewonersbod. Goede samenwerking ontstaat niet vanuit een procedurele verplichting. Samen stad maken is erop gericht om vanuit vertrouwen en verbinding samen te werken met Utrechters. Als we eenzijdig vanuit de gemeente meer regels zouden opnemen, zou dat een onnodige juridisering (tot een juridische kwestie maken) betekenen die haaks staat op de beweging die we voor ogen hebben; een beweging die uitgaat van samenwerking, samen bijsturen en samen het pad maken terwijl we erop lopen. Dit maken we voor eenieder inzichtelijk in een samenwerkingsplan dat waar mogelijk gemaakt wordt met relevante stakeholders. Verandering van houding en gedrag en kiezen voor de juiste samenwerkingsvormen stimuleren we niet alleen met deze verordening, maar met name met een breed verandertraject: door middel van trainingen, onderlinge kennisuitwisseling samen met Utrechters, coaching on the job, een pool van Samen stad makers in de hele organisatie, gesprekken op management- en directieniveau en uitgebreide communicatie.
1.3
Met nieuwe vorm van samenwerkingsplan en samenwerkingsverslag kan de raad haar kaderstellende en controlerende rol beter vervullen en wordt integrale belangenafweging gefaciliteerd. Bij ieder raadsvoorstel wordt in de nieuwe Samen stad maken paragraaf een koppeling gemaakt naar het samenwerkingsplan en het samenwerkingsverslag. In de verordening is vastgelegd wat daarin moet staan. Op die manier kan de raad 4
zijn kaderstellende en controlerende rol vervullen. Dit sluit aan bij wat de Adviescommissie Participatie bestaande uit raadsleden hierover geadviseerd heeft. Door expliciet de weging van de verschillende belangen en inzichten uit de samenwerking op te nemen in het samenwerkingsverslag wordt integrale belangenafweging gefaciliteerd. Ook dat sluit aan bij wat de Adviescommissie Participatie bestaande uit raadsleden hierover geadviseerd heeft. 1.4
Met de nieuwe verordening wordt de drempel voor het bewonersbod laag gehouden. Omdat de beleidsnota Samen stad maken op meer eigenaarschap voor Utrechters gericht is en het bewonersbod daar bij uitstek een instrument voor is, is de drempel hiervoor laag gehouden. Dat sluit ook aan bij amendement 71/2024 Geen Participatie zonder sterk bewonersbod. In de eerste plaats is geregeld dat Utrechters alle verzoeken om een bewonersbod bij het college kunnen indienen. Er is dan één duidelijk loket voor het bewonersbod. Het college zorgt er vervolgens voor dat het bod terecht komt bij het orgaan dat hierover kan beslissen. Verder hoeven Utrechters bij een bewonersbod maar een beperkte hoeveelheid informatie te verstrekken en zijn de weigeringsgronden voor een bewonersbod beperkt. Tot slot is vastgelegd welke termijn voor de reactie op het bewonersbod geldt, welke afspraken bij het accepteren van een bewonersbod worden gemaakt en hoe de uitvoering wordt geëvalueerd.
1.5
De verordening kan helpen in het maken van afspraken met ontwikkelaars en initiatiefnemers Participatie is op grond van de Omgevingswet in beginsel vormvrij. Het is aan de ontwikkelaar of initiatiefnemer om aan de participatie invulling te geven. Daarover kunnen in de verordening geen regels worden opgenomen De verordening kan wel helpen in het maken van onderlinge afspraken met ontwikkelaars en initiatiefnemers. Met het raadsbesluit over de wijziging van het UPP heeft de raad besloten dat de gemeente regie gaat voeren over samenwerking met Utrechters ook bij particuliere initiatiefnemers (bijvoorbeeld ontwikkelaars). De verordening kan de basis zijn voor deze afspraken die in de initiatieffase (gelijktijdig met de plankostenovereenkomst) worden gemaakt.
1.6
De verordening stimuleert reflectie van buiten om te kunnen verbeteren in houding en gedrag zoals ook opgenomen is in de beleidsnota Samen stad maken Het belangrijkste onderdeel uit de beleidsnota Samen stad maken, Geen Utrecht zonder U zijn de leidende principes voor houding en gedrag voor ambtenaren, college en raadsleden. Met de bepaling in de verordening dat het bestuursorgaan de leidende principes voor houding en gedrag in acht zal nemen hebben de principes een werking naar buiten toe (externe werking). Dat sluit aan bij de beleidsnota Samen stad maken waarin we aangeven dat we continue reflectie van buiten willen om te kunnen leren en verbeteren. Deze reflectie moet onderdeel kunnen zijn van het politieke debat dat plaatsvindt in de raad. Daarom is in de toelichting in de verordening opgenomen dat het bestuursorgaan bij het nemen van het besluit moet beoordelen of bij de totstandkoming van het besluit de verordening is gevolgd en dus ook of aan de leidende principes recht is gedaan. Daarbij is expliciet gemaakt dat dit een subjectieve afweging aan de politiek is omdat het gaat om de vraag hoe het beleid is bedoeld en of de handelwijze in dit specifieke geval daarmee in lijn is.
1.7
Met de nieuwe verordening zijn er conform de beleidsnota Samen stad maken 5
minder uitzonderingen op voorhand voor samenwerking met Utrechters Op basis van de nota Samen Stad maken, geen Utrecht zonder U, wegen we in alle situaties met het kompas voor zeggenschap af welke vorm van samenwerking passend kan zijn en sluiten we zo min mogelijk situaties op voorhand uit van samenwerking. Ten opzichte van de huidige participatie- en inspraakverordening zijn daarom de uitzonderingen beperkter geformuleerd en is de reikwijdte daarom ruimer geformuleerd: de verordening heeft nu betrekking op alle gemeentelijke opgaven en op alle terreinen van gemeentelijk bestuur. Het kompas geeft de mogelijkheid om niet te kiezen voor samenwerking: gemeente aan zet. Kanttekeningen/Risico’s 1.1
Door het vastleggen in de verordening dat het bestuursorgaan de leidende principes voor houding en gedrag in acht zal nemen, ontstaat het juridische risico dat Utrechters in een procedure kunnen stellen dat het bestuursorgaan zich niet aan die verplichting heeft gehouden Utrechters kunnen in een juridische procedure tegen een besluit aanvoeren dat het bestuursorgaan de leidende principes voor houding en gedrag niet heeft nageleefd in het samenwerkingsproces voorafgaand aan het besluit. Het is mogelijk dat de rechter oordeelt dat de leidende principes inderdaad niet zijn gevolgd en daar consequenties aan verbindt, maar het college acht de kans hierop klein. In de toelichting bij de verordening is namelijk kenbaar gemaakt en uitgelegd dat het primair aan het college (en de raad) is om bij het nemen van het besluit te beoordelen en mee te wegen of de leidende principes voor houding en gedrag bij het tot stand komen van het besluit zijn gevolgd. Dit is een subjectieve beoordeling en afweging aan de politiek: hoe is het beleid bedoeld en doet de handelswijze daar recht aan? Het is aan het college (en de raad) om te bepalen wat de toepassing van de leidende principes in een concreet geval precies betekent. Naar verwachting zal de rechter daarom terughoudend toetsen.
1.2
Dit voorstel gaat niet in op verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten In de beleidsnota Samen stad maken, Geen Utrecht zonder U is aangegeven dat tegelijkertijd met de nieuwe verordening een voorstel aan de raad zal worden aangeboden over verplicht stellen van participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA). Dit is een mogelijkheid die de Omgevingswet biedt. Het voornemen bestaat om participatie bij een deel van deze BOPA's verplicht te stellen. Er is echter nog onvoldoende uitgewerkt in welke gevallen dat voornemen precies bestaat en hoe dat er dan uitziet. Voorkomen moet worden dat de verplichting niet in verhouding staat tot het doel. Het uitwerken daarvan vraagt een nader gesprek, ook over wanneer participatie in deze gevallen voldoende is en hoe dat getoetst kan worden. Wij gaan daarover ook graag met de raad in gesprek. Daarom zal hierover in Q3 2025 een apart besluit aan de raad worden voorgelegd. Dit heeft als voordeel dat we gebruik kunnen maken van de eerste ervaringen van verplichte participatie bij BOPA’s van andere steden.
Financiën De uitvoering van dit voorstel is onderdeel van de uitvoering van de beleidsnota Samen stad maken, Geen Utrecht zonder U. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het bieden van trainingen, coaching on the
6
job, kennisuitwisseling, werkafspraken en richtlijnen, formats voor samenwerkingsplan- en samenwerkingsverslag, etc. Dit wordt bekostigd uit het programma Samen stad maken.
Vervolg De uitvoering van deze verordening wordt gemonitord en eenmaal per twee jaar geëvalueerd gezamenlijk met de leidende principes voor houding en gedrag en het kompas voor zeggenschap uit de Beleidsnota Samen stad maken. De eerste evaluatie wordt begin 2026 afgerond. Tegen de vaststelling van de verordening staat geen bezwaar en beroep open.
Samen stad maken Er heeft geen samenwerking plaatsgevonden over dit voorstel. De verordening verankert alleen de beleidsnota Samen Stad Maken. Deze beleidsnota is in samenwerking met diverse Utrechters tot stand gekomen.
Communicatie Er is geen aanvullende communicatie voorzien. In de bestaande communicatie over Samen stad maken wordt naar de verordening verwezen.
(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming: - Verordening samenwerking, participatie en inspraak Gemeente Utrecht Bijlagen informatief -
7
Verordening samenwerking,
participatie en inspraak gemeente Utrecht
De raad van de gemeente Utrecht; -
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 december 2024;
gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit; gezien de beleidsnota Samen stad maken;
Besluit de volgende verordening vast te stellen:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: •
bestuursorgaan: het bestuursorgaan van gemeente dat bevoegd is; afhankelijk van de inhoud van de gemeentelijke opgave is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;
•
bewonersbod: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om een verzoek bij een bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet;
•
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;
•
gemeentelijke opgave: het voorbereiden, vaststellen, wijzigen, uitvoeren of evalueren van projecten, visies, beleidsnota’s, uitvoeringsprogramma’s en andere plannen door de gemeente;
•
inspraak: het recht van inwoners om mondeling of schriftelijk hun zienswijze naar voren te brengen als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;
•
inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;
•
maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen en andere organisaties zonder winstoogmerk die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving in de gemeente Utrecht;
•
samenwerking: participatie, inspraak, bewonersbod en andere vormen van samenwerking tussen bestuursorganen en Utrechters in het kader van een gemeentelijke opgave;
•
samenwerkingsvorm: wijze waarop de gemeente met Utrechters samenwerkt middels overheidsmiddelen, overheidsparticipatie, samen aan zet, burgerparticipatie of peilen zoals verwoord in de Beleidsnota Samen stad maken;
•
Utrechters: inwoners, toekomstige inwoners, gebruikers, maatschappelijke partijen, rechtspersonen en andere organisaties in Utrecht.
Artikel 2 Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op alle gemeentelijke opgaven en op alle terreinen van gemeentelijk bestuur. 2. Deze verordening is niet van toepassing als een bestuursorgaan besluit van samenwerking met Utrechters af te zien. Dit kan onder andere als: a. er al in een andere vorm van samenwerking met Utrechters is voorzien; b. dit bij of krachtens wet- of regelgeving is uitgesloten; of c. sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft. 3. Het bestuursorgaan onderbouwt de keuze om van samenwerking af te zien op basis van het kompas voor zeggenschap uit de beleidsnota Samen stad maken.
Hoofdstuk 2 Samen stad maken Artikel 3 Doel van de verordening 1. Het doel van deze verordening is om een bijdrage te leveren aan meer zeggenschap en meer eigenaarschap voor Utrechters en een brede belangenafweging door bestuursorganen in de besluitvorming. 2. Het bestuursorgaan zal in de samenwerking met Utrechters de leidende principes voor houding en gedrag, zoals opgenomen in de Beleidsnota Samen stad maken, in acht nemen.
Hoofdstuk 3 Samenwerkingsvormen Artikel 4 Bepalen samenwerkingsvorm Bij elke nieuwe fase, vraag of kwestie in een proces van een gemeentelijke opgave vindt een afweging plaats voor welke samenwerkingsvorm of samenwerkingsvormen wordt gekozen. Bij de afweging wordt het kompas voor zeggenschap uit de Beleidsnota Samen stad maken toegepast.
Artikel 5 Uitvoeren samenwerkingsvorm 1. Als een bestuursorgaan voor een of meer samenwerkingsvormen heeft gekozen, legt het bestuursorgaan in een samenwerkingsplan, waarbij waar mogelijk relevante stakeholders zijn betrokken, voor iedereen inzichtelijk vast: a. welke vraag of kwestie aan Utrechters wordt voorgelegd; b. welke Utrechters daarin een rol hebben; c. hoe het kompas voor zeggenschap uit de Beleidsnota Samen stad maken is doorlopen voor de eerstvolgende fase, vraag of kwestie; d. wat de eerstvolgende stappen zijn om invulling te geven aan de samenwerkingsvorm; e. hoe de leidende principes voor houding en gedrag uit de Beleidsnota samen stad maken worden toegepast in de eerstvolgende stappen. 2. Na toepassing van de samenwerkingsvorm of de samenwerkingsvormen, legt het bestuursorgaan in een samenwerkingsverslag voor iedereen inzichtelijk vast: a. welke belangrijke inzichten zijn opgedaan uit de samenwerking met Utrechters; b. door wie deze inzichten zijn ingebracht; c. hoe deze inzichten zijn gewogen; d. wat deze inzichten hebben veranderd aan de gemeentelijke opgave; e. wat er geleerd kan worden van de toepassing van de samenwerkingsvorm of samenwerkingsvormen. 3.
Als de gemeenteraad het bevoegde bestuursorgaan is, draagt het college zorg voor het opstellen van het samenwerkingsplan en samenwerkingsverslag als bedoeld in het eerste en tweede lid en voegt dit bij het raadsvoorstel.
Hoofdstuk 4 Inspraak Artikel 6 Inspraak 1. Een bestuursorgaan verleent inspraak als dit bij of krachtens wettelijk voorschrift verplicht is gesteld.
2. Een bestuursorgaan kan ook kiezen voor het verlenen van inspraak bij een gemeentelijke opgave.
Hoofdstuk 5 Bewonersbod Artikel 7 Bewonersbod doen 1.
Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een bewonersbod doen.
2.
Bij het bewonersbod verstrekt de inwoner of maatschappelijke partij informatie over:
3.
a.
de taak van de gemeente waarop het bewonersbod betrekking heeft;
b.
de reden waarom het bewonersbod wordt gedaan; en
c.
de kosten of middelen die met het uitvoeren van het bewonersbod gemoeid zijn.
Het college kan naar aanleiding van het bewonersbod aanvullende informatie vragen.
Artikel 8 Reactie bewonersbod 1. Het college stuurt het bewonersbod door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om hierop te reageren en informeert de inwoner of maatschappelijk partij hierover. 2. In aanvulling op artikel 2 kan het bestuursorgaan een bewonersbod in ieder geval afwijzen als het bewonersbod: a. geen betrekking heeft op een taak van de gemeente; b. betrekking heeft op een taak of bevoegdheid waarvan de aard zich tegen een bewonersbod verzet; of c. in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid. 3. Het bestuursorgaan dat bevoegd is reageert op het bewonersbod binnen zes weken nadat het bewonersbod door hem ontvangen is. In de reactie geeft het bestuursorgaan onderbouwd aan of het bewonersbod wordt afgewezen of geaccepteerd. 4. Het bestuursorgaan kan de reactietermijn verlengen. Het bestuursorgaan informeert de inwoner of maatschappelijke hierover. 5. Als de gemeenteraad bij een bewonersbod het bevoegde bestuursorgaan is, bereidt het college de reactie op het bewonersbod voor.
Artikel 9 Uitvoeren bewonersbod 1. Als het bestuursorgaan het bewonersbod accepteert, maakt het met de inwoner of maatschappelijke partij afspraken over: a. het proces, het resultaat, het budget, de financieringswijze en de looptijd van de uitvoering van de taak; b. het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak; of c. de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak. 2. Nadat het proces rond het bewonersbod is doorlopen en een bewonersbod is afgewezen of geaccepteerd, maakt het bestuursorgaan voor iedereen inzichtelijk: a. hoe het proces rond het bewonersbod is verlopen; b. wat de uitkomsten van dit proces waren; en c. waarom er voor die uitkomsten is gekozen. 3. Als de gemeenteraad het bevoegde bestuursorgaan is, draagt het college zorg voor de afspraken en het inzicht als bedoeld in het eerste en tweede lid.
Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 10 Monitoring en evaluatie 1. De uitvoering van deze verordening wordt gemonitord en eenmaal per twee jaar geëvalueerd gezamenlijk met de leidende principes voor houding en gedrag en het kompas voor zeggenschap uit de Beleidsnota Samen stad maken. De eerste evaluatie wordt begin 2026 afgerond. 2. Het college zendt bij de evaluatie telkens een verslag over de mate waarin de verordening het doel uit artikel 3 bereikt en de effecten van de verordening in de praktijk aan de gemeenteraad.
Artikel 11 Intrekking De Participatie- en inspraakverordening gemeente Utrecht wordt ingetrokken.
Artikel 12 Overgangsbepalingen De Participatie- en inspraakverordening gemeente Utrecht blijft van toepassing op een participatie- of inspraakprocedure die vóór de inwerkingtreding van deze verordening is gestart. Zodra deze procedure is afgerond of sprake is van een nieuwe fase of situatie in een proces van een gemeentelijke opgave, is deze verordening van toepassing.
Artikel 13 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking vijf weken na bekendmaking in het Gemeenteblad.
Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening samenwerking, participatie en inspraak gemeente Utrecht.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum>.
De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma
De griffier, Miguel Israel
Informatieve toelichting Algemeen
Op 27 juni 2024 is de nieuwe Beleidsnota Samen stad maken, Geen Utrecht zonder U (hierna: beleidsnota) vastgesteld door de gemeenteraad. In die beleidsnota is het nieuwe beleid voor
samenwerking met Utrechters opgenomen. Het doel van de beleidsnota is dat Utrechters meer eigenaarschap en zeggenschap krijgen, dat het college en de gemeenteraad bij hun
besluitvorming voor een bredere belangenafweging zorgen en dat de gemeente in de samenwerking met Utrechters een betrouwbare samenwerkingspartner is.
Om dit doel te bereiken zijn in de beleidsnota onder andere de leidende principes voor houding en gedrag van ambtenaren, college- en raadsleden in de samenwerking met Utrechters
geïntroduceerd: we zijn open en eerlijk, we geven vertrouwen aan Utrechters, we tonen lef, we werken proactief aan inclusie en diversiteit, we werken proactief aan duurzame relaties met
Utrechters en we leren en verbeteren continu. Daarnaast bevat de beleidsnota het ‘kompas voor zeggenschap’. Dit kompas bevat hulpvragen om, gegeven de situatie en het vraagstuk, te komen tot de best passende vorm van samenwerking met Utrechters.
Met deze verordening wordt het nieuwe beleid voor zover nodig in regelgeving verankerd. De verordening wordt daarmee een hulpmiddel om het doel van het nieuwe beleid te realiseren.
Tegen die achtergrond schrijft de verordening voor dat het bestuursorgaan zich houdt aan de leidende principes voor houding en gedrag en dat het kompas voor zeggenschap wordt
toegepast bij de afweging voor welke samenwerkingsvorm of samenwerkingsvormen wordt
gekozen. Verder bevat de verordening een aantal randvoorwaarden voor de samenwerking met Utrechters.
In de verordening staat voorop dat samenwerking met Utrechters in elke stap van een
gemeentelijke opgave plaats kan vinden; vanaf de voorvraag bij een maatschappelijk vraagstuk tot aan de besluitvorming, eventuele wijziging, uitvoering en evaluatie. Daarbij biedt de verordening ruimte om keuzes te maken. De beleidsnota is niet in beton gegoten en de
verordening dus ook niet. Er is ruimte om de samenwerking vorm te geven op een andere -meer passende - manier, ook als het kompas voor zeggenschap een andere richting geeft.
Tot slot is ook het Utrechtse uitdaagrecht, het bewonersbod, in de verordening opgenomen. Dit is het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om een verzoek bij een bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen. Het
bewonersbod is gebaseerd op twee doelen: meer verantwoordelijkheid en sturingsmacht in de samenleving leggen en een betere uitvoering van publieke taken.
Artikelsgewijs Artikel 1 Definities Gemeentelijke opgave
Gemeentelijke opgave is een veelomvattend begrip. Het heeft betrekking op wat het
bestuursorgaan kan doen met beleid. Dit strekt zich uit van het voorbereiden tot het vormen,
evalueren en uitvoeren van beleid. In beginsel kan samenwerking met Utrechters plaatsvinden binnen iedere fase en situatie van een gemeentelijke opgave.
Bewonersbod
Het bewonersbod is de Utrechtse variant van het uitdaagrecht. Voor de definitie is dan ook
aangesloten bij artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet. Op grond daarvan kunnen inwoners en maatschappelijke partijen een verzoek doen om gemeentelijke taken over te nemen. Dit
betekent dat het uitdaagrecht dus niet in algemene zin voor alle Utrechters geldt, maar zich op grond van de wet specifiek richt op inwoners en maatschappelijke partijen. In hoofdstuk 5 van de verordening zijn nadere eisen gesteld aan de toepassing van het bewonersbod.
Maatschappelijke partijen
In artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet is geregeld dat, naast inwoners, ook
maatschappelijke partijen gebruik kunnen maken van het uitdaagrecht. In de Gemeentewet staat echter niet wat maatschappelijke partijen zijn. Het is aan gemeenten om deze groep af te
bakenen. In dit geval is ervoor gekozen om onder maatschappelijke partijen verenigingen,
stichtingen en andere organisaties zonder winstoogmerk te verstaan die als doel hebben om
een actieve bijdrage aan de samenleving in Utrecht te leveren, ongeacht de rechtsvorm waarin
zij zijn georganiseerd. Bij maatschappelijke partijen gaat het dus onder meer om woongroepen, vrijwilligersorganisaties, buurtcomités en inwonerscollectieven.
Samenwerking
In de beleidsnota is een bewuste keuze gemaakt om niet van participatie te spreken, maar voor de bredere term samenwerking te kiezen. Dit betekent dat het om meer gaat dan in de Wet participatie op decentraal niveau is voorzien en dat het alle vormen van inwoners- en
overheidsparticipatie omvat. De definitie laat de samenwerking daarbij in beginsel vormvrij en heeft in elk geval betrekking op de in de beleidsnota genoemde samenwerkingsvormen, maar ook op inspraak en het bewonersbod.
Samenwerkingsvorm
Deze definitie omvat de vijf samenwerkingsvormen uit de beleidsnota. Deze
samenwerkingsvormen staan in het kompas voor zeggenschap en weerspiegelen ieder een bepaalde mate van eigenaarschap en zeggenschap van de Utrechters.
Utrechters
De beleidsnota heeft voor wat betreft de samenwerkingsvormen uit het kompas voor
zeggenschap niet alleen betrekking op samenwerking met inwoners, maar ook met toekomstige
inwoners, gebruikers, maatschappelijke partijen en andere organisaties in Utrecht. Om die reden is in de verordening een aparte definitie voor deze groep opgenomen. Daarbij wordt opgemerkt
dat alleen de samenwerkingsvormen betrekking hebben op de samenwerking met Utrechters als groep. Inspraak beperkt zich tot inwoners en belanghebbenden en alleen inwoners en maatschappelijke partijen kunnen een bewonersbod doen.
Artikel 2 Reikwijdte
Geregeld is dat de verordening van toepassing is op alle gemeentelijke opgaven en ten aanzien
van elk beleidsterrein. Dit betekent dat samenwerking met Utrechters in beginsel altijd mogelijk is. Dit is ook in lijn met de beleidsnota. Voor de kwaliteit van de invulling van de gemeentelijke opgave is samenwerking met Utrechters volgens de beleidsnota essentieel, ongeacht welk onderwerp of welke fase het betreft.
Desalniettemin biedt de verordening bestuursorganen wel de mogelijkheid om in een concreet geval de afweging te maken of samenwerking ook wenselijk is. Er kunnen gevallen zijn waarin samenwerking niet voor de hand ligt. In dat geval kan het bestuursorgaan op grond van de
verordening van samenwerking met Utrechters afzien. Het is aan het bestuursorgaan om hierin aan de hand van het kompas voor zeggenschap een afweging te maken en die afweging in
beginsel ook te onderbouwen. Het kan bijvoorbeeld gaan om gevallen waarin het gemeentelijke aangelegenheden betreft die dusdanig beperkt zijn in omvang, dat er voor samenwerking geen
wettelijke ruimte, tijd en geld beschikbaar is. Te denken valt aan het toekennen van subsidie, de
uitgifte van paspoorten, het overgaan tot handhaving, het verlenen van een vergunning voor een dakkapel of het beoordelen van de aanvraag om een bijstandsuitkering. Voor deze gevallen is
niet steeds een motivering op het afzien van samenwerking nodig. Hier moet vanzelfsprekend wel zorgvuldig mee worden omgegaan.
Overigens wordt nog opgemerkt dat de afweging om al dan niet voor samenwerking met Utrechters te kiezen los staat van de vorm waarin de samenwerking plaatsvindt. Een
bestuursorgaan kan dus niet van samenwerking afzien omdat de indruk bestaat dat er geen
passende vorm van samenwerking is. Ook bij interne organisatorische aangelegenheden zoals de lunch in de kantine of in spoedeisende gevallen zoals bij besluitvorming met een krappe
deadline is samenwerking mogelijk. Er moet dan alleen aandacht zijn voor de vorm waarin de samenwerking plaatsvindt en de kring van Utrechters die hierbij wordt betrokken.
Artikel 3 Doel van de verordening
Deze verordening heeft hetzelfde doel als de Beleidsnota Samen stad maken. In dit artikel wordt dat kenbaar gemaakt. Het artikel biedt daarmee duidelijkheid en een kader voor het licht waarin
de verordening is geplaatst. Verder is in dit artikel geëxpliciteerd dat het bestuursorgaan bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van deze verordening de leidende principes voor
houding en gedrag, zoals opgenomen in de Beleidsnota Samen stad maken, in acht zal nemen; met dien verstande dat het college verantwoordelijk is voor de inachtneming daarvan door zijn ambtenaren. Dit betekent dat het college (en in voorkomende gevallen de raad) bij het nemen van het besluit moet beoordelen of bij de totstandkoming van het besluit de verordening is
gevolgd en dus of recht is gedaan aan de leidende principes voor houding en gedrag. Omdat het bij deze leidende principes bijvoorbeeld gaat om de vraag of er open en eerlijk gehandeld is en
of er lef is getoond, gaat het om een subjectieve beoordeling en vraagt dit primair een afweging aan de politiek. Hoe is het beleid bedoeld en sluit de handelswijze in een concreet geval daar voldoende op aan?
Artikel 4 Bepalen samenwerkingsvorm
Als het bestuursorgaan besluit de samenwerking met Utrechters aan te gaan, dan moet het bestuursorgaan het kompas voor zeggenschap gebruiken om te bepalen welke
samenwerkingsvorm of welke samenwerkingsvormen het wil toepassen. Het bestuursorgaan kan dus voor één vorm, maar ook voor meerdere samenwerkingsvormen kiezen.
Artikel 5 Uitvoeren samenwerkingsvorm
Als het bestuursorgaan weet welke samenwerkingsvorm of samenwerkingsvormen het wil
toepassen, moet het bestuursorgaan bepalen hoe dit invulling krijgt, dit wordt gedaan in het samenwerkingsplan. Verder moet het bestuursorgaan achteraf openbaar maken hoe dit uiteindelijk is verlopen. Dat wordt opgenomen in het samenwerkingsverslag.
Omdat in de beleidsnota de blik naar buiten voorop staat, is het onwenselijk dat meer tijd wordt besteed aan het opstellen van plannen en verslagen dan aan de samenwerking met Utrechters.
In de verordening is wel vastgelegd waar het bestuursorgaan bij de invulling en verantwoording aandacht aan moet besteden, maar er is ruimte om de invulling gaandeweg aan te vullen en daar waar nodig aan te passen. In het samenwerkingsplan worden steeds de eerstvolgende
stappen in een proces van de gemeentelijke opgave inzichtelijk gemaakt. Hierbij kunnen waar
mogelijk relevante stakeholders worden betrokken. Dit sluit eveneens aan bij de gedachte in de beleidsnota dat een samenwerkingsproces nooit aan de voorkant volledig te plannen of te
beschrijven is en dat er moet ruimte zijn om samen bij te sturen en een pad te maken terwijl daarop wordt gelopen.
Het derde lid regelt dat het college in beginsel besluit over de samenwerking met Utrechters bij
de voorbereiding van een raadsvoorstel. Dit kan echter anders zijn als de gemeenteraad kenbaar heeft gemaakt dat hij hierover zelf wil besluiten. Dit kan in algemene zin door kaders te stellen over wanneer de gemeenteraad hierover besluit (bijvoorbeeld bij bepaalde onderwerpen of bij een bepaalde omvang), maar ook in concrete gevallen.
Overigens verdient nog opmerking dat de artikelen 1, 2 en 3 betrekking hebben op alle vormen van samenwerking met Utrechters. Dus ook inspraak en het bewonersbod. De artikelen 4 en 5
zien alleen op de samenwerkingsvormen uit de beleidsnota. Voor inspraak en het bewonersbod geldt dat hier in hoofdstuk 4 en 5 bepalingen over zijn opgenomen.
Artikel 6 Inspraak
Inspraak is geen samenwerkingsvorm die in het kompas voor zeggenschap is opgenomen. In bepaalde gevallen is inspraak echter wettelijk verplicht. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de voorbereiding van een omgevingsplan, omgevingsvisie of programma. Daarnaast is in de