Agendabundel
Tekst van het document
In de Eerste Bestuursrapportage rapporteren we over de uitvoering van de programma’s, investeringsprojecten en doen we voorstellen voor bijsturing. Onderdeel van deze voorstellen zijn de aanpassingen van de programmastructuur en beleidsindicatoren (was-wordt lijst). Juridische context Het vaststellen van de Voorjaarsnota / Eerste bestuursrapportage is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Beoogd effect Vaststelling van de Voorjaarsnota 2021 biedt een basis voor een reële en sluitende begroting 2022. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Programmabegroting 2021 3
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
Het financiële beeld vast te stellen, zoals opgenomen in paragraaf 3.1 van de Voorjaarsnota 2021, en daarbij het geactualiseerde scenario C als uitgangspunt te hanteren.
Argumenten 1.1
Het financiële beeld beïnvloedt de financiële ruimte Sinds de vaststelling van de Programmabegroting 2021 zijn er ontwikkelingen geweest die het gemeentelijk financieel beeld beïnvloeden. Op basis daarvan wordt de financiële ruimte bepaald om knelpunten, nieuwe activiteiten en uitgaven voor de groeiende stad te kunnen dekken.
1.2
Scenario C is in lijn met de basisraming van het CPB Het scenario gaat ervan uit dat gaandeweg het tweede kwartaal 2021 de beperkende maatregelen geleidelijk worden opgeheven en de economische mogelijkheden toenemen.
Kanttekeningen/Risico’s 1.1
De keuze voor scenario C brengt onzekerheden met zich mee Het vaccinatietempo en mutaties van het virus zijn belangrijke onzekerheden binnen de keuze voor scenario C. Er is daarom een risico dat scenario D zich voordoet (anderhalvemetersamenleving tot 1-1-2022). We houden rekening met het feit dat het risico dat scenario D zich voordoet door dit voor 25% mee te rekenen bij de bepaling van het weerstandsvermogen.
1.2
Bij het opstellen van de Voorjaarsnota is uitgegaan van het voorlopige resultaat uit de Jaarrekening 2020. Bij het opstellen van de Voorjaarsnota is uitgegaan van een resultaat uit de jaarrekening 2020. Dit bedrag is gebaseerd op basis van het voorlopig jaarrekeningresultaat. Na controle en correcties van de accountant is dit uiteindelijke rekeningresultaat 2020 licht gewijzigd. In het raadsvoorstel bestedings-en dekkingsvoorstellen wordt dit verschil ter besluitvorming voorgelegd. Het resultaat dat is opgenomen in de Voorjaarsnota 2021 (na bestedings- en dekkingsvoorstellen) blijft daarmee ongewijzigd.
Beslispunt 2
De knelpunten te verwerken zoals opgenomen in paragraaf 2.4. van de Voorjaarsnota 2021.
Argumenten 2.1
De knelpunten zijn onvermijdelijk, onuitstelbaar en onoplosbaar. De gemeentelijke begroting staat voortdurend onder spanning door ontwikkelingen die onvermijdelijk op ons afkomen. Dat kunnen prijsstijgingen zijn of consequenties van wettelijke verplichtingen. Als de kosten van deze knelpunten niet langer kunnen worden uitgesteld en ook niet kunnen worden opgevangen binnen de programma’s, moeten ze worden opgelost. Zo blijft de begroting reëel sluitend.
Beslispunt 3
In te stemmen met de (nieuwe) activiteiten zoals opgenomen in paragraaf 2.2.van de Voorjaarsnota 2021. 4
Argumenten 3.1
Met de nieuwe activiteiten blijft de kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening op peil en in lijn bij de stad die we willen zijn In veel opzichten is Utrecht een aantrekkelijke stad, voor inwoners en voor bedrijven. We zien dat op onderdelen de kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening niet meer past bij de stad die we willen zijn. Er zijn ook gebieden waar de leefbaarheid onder druk staat. Op die plaatsen willen we het beleid gericht intensiveren.
Beslispunt 4
Het investeringspakket, zoals opgenomen in paragraaf 2.3 van de Voorjaarsnota 2021, vast te stellen.
Argumenten 4.1
De groei van de stad moet gezond en evenwichtig plaatsvinden en hiervoor zijn substantiële investeringen noodzakelijk Om op de korte en de lange termijn de groei van de stad goed te begeleiden zijn investeringen gericht op kwaliteit en exclusiviteit noodzakelijk. De groei van de stad is een kans om gezond stedelijk leven voor iedereen te versterken. Hierbij hoort een investeringsstrategie die de (financiële) opgave hanteerbaar maakt. De investeringsvoorstellen in deze voorjaarsnota en de dekking daarvan zijn in lijn met de investeringsstrategie.
Beslispunt 5
De maatregelen om te komen tot een sluitend financieel beeld, zoals opgenomen in de financiële strategie in paragraaf 3.5 van de Voorjaarsnota 2021, vast te stellen en daarbij: a. 18,3 miljoen euro te laten vrijvallen uit de vaste activareserve en 1,9 miljoen euro uit de reserve riolering en daarmee 0,88 miljoen euro te doteren aan de bestemmingsreserve corona en 19,32 miljoen te doteren aan de algemene reserve. b. de kapitaallasten die uit de vrijval voortvloeien te dekken door middel van de maatregelen die zijn opgenomen in de financiële strategie in paragraaf 3.5 van de voorjaarsnota.
Argumenten 5.1
De maatregelen zijn nodig om te komen tot een structureel sluitend financieel beeld De autonome ontwikkelingen, knelpunten, nieuwe activiteiten en investeringen leiden tot extra kosten. Alleen door maatregelen te nemen komen we tot een sluitend financieel beeld.
5.2
De vrijval van een deel van de activareserve en reserve riolering vergroot de incidentele financiële ruimte Door de vrijval van een deel van de vaste activareserve en reserve riolering vallen er incidentele middelen vrij. Door deze te doteren aan respectievelijk de algemene reserve en de bestemmingsreserve corona is er, samen met de overige maatregelen uit de financiële strategie, dekking voor de knelpunten, nieuwe activiteiten, investeringen en bijstelling van de coronapakketten. Vrijval van de vaste activareserve leidt tot structurele lasten die wordt gedekt uit de maatregelen die we voorstellen in de financiële strategie.
Beslispunt 6
De bijstelling van de coronapakketten, zoals opgenomen in paragraaf 2.1 van de
5
Voorjaarsnota 2021 vast te stellen en de hiermee gemoeide kosten van 0,88 miljoen euro te dekken uit de bestemmingsreserve corona. Argumenten 6.1
De bestemmingsreserve corona is ingesteld ter dekking van de coronamaatregelen Bij de Programmabegroting 2021 zijn de coronapakketten vastgesteld. De bestemmingsreserve corona is de dekkingsbron voor deze coronapakketten. Door 0,88 miljoen euro toe te voegen aan de bestemmingsreserve corona is de bijstelling op de pakketten gedekt.
Beslispunt 7
Het weerstandsvermogen vanaf de Voorjaarsnota 2022 aan te vullen aan de hand van de volgende spelregels: a. Vanaf de Voorjaarsnota 2022 brengen we de weerstandsratio, zo snel als de financiële omstandigheden toelaten, terug tot 1. b. Als het risico Stationsgebied bij de Voorjaarsnota 2022 nog niet of onvoldoende is vrijgevallen of het risicoprofiel verslechtert, waardoor de weerstandsratio nog niet volledig naar 1 is teruggebracht, dan doteren we jaarlijks 4 miljoen euro en indien mogelijk meer aan de algemene dekkingsreserve vanuit de incidentele baten totdat de weerstandsratio 1. c. Uiterlijk bij de Voorjaarsnota 2024 de weerstandsratio aan te vullen tot 1.
Argumenten 7.1
Een ratio van 0,8 is op dit moment passend Het weerstandsvermogen is er om onverwachte financiële ontwikkelingen, zoals negatieve effecten als gevolg van een crisis op te kunnen vangen. De coronacrisis is nog gaande en doet een beroep op de financiële veerkracht.
7.2
Om ook in de toekomst een solide basis te hebben is een herstelplan om tot een weerstandsratio van 1 te komen noodzakelijk. Een weerstandsratio van 0,8 is, op basis van uitgangspunten die de VNG hanteert, matig. Een weerstandsratio van 1 betreft een voldoende weerstandsratio en is dan ook vastgelegd in het coalitieakkoord. In lijn met de afspraken die zijn gemaakt in de begroting 2021 stellen we een herstelplan voor om de weerstandsratio de komende jaren te verhogen naar 1.
Beslispunt 8
De toegekende middelen voor 2021 en verder voor de uitvoering van (wettelijke) taken ten behoeve van de verwachte extra inwoners (referentiekader groei) te verminderen in verband met de lager dan begrote gerealiseerde groei 2020 en de aangepaste prognose 2022, zoals opgenomen in paragraaf 3.3 van de Voorjaarsnota 2021
Argumenten 8.1 We brengen omvang van de capaciteit in balans met de omvang van de taken De groei van het aantal inwoners is lager dan bij de Programmabegroting 2021 verwacht. Daardoor is via het referentiekader groei een hoger bedrag begroot dan noodzakelijk voor de uitoefening van taken. Door de toegekende middelen te verminderen brengen we de omvang van de capaciteit in balans met de omvang van taken.
6
Beslispunt 9
De groeikadermiddelen uit het financiële beeld, de vrijval uit de reserve grondexploitatie als gevolg van meeropbrengsten grondexploitaties en de meeropbrengsten door bouw en verdichting Leidsche Rijn te bestemmen voor de investeringen die zijn opgenomen in paragraaf 2.3 van de Voorjaarsnota 2021.
Argumenten 9.1 Hiermee zijn de investeringen mogelijk die nodig zijn voor een evenwichtige groei (zie beslispunt 4) Beslispunt 10
In te stemmen met een verdere uitwerking van de investeringsstrategie van de RSU 2040 waarin een langjarig perspectief wordt geboden op een integraal afgewogen en doelmatige investeringsbegroting, als basis voor de besluitvorming in de Voorjaarsnota 2022. Argumenten 10.1 RSU 2040 betreft een lange termijn en vraagt om een strategie voor de lange termijn. Met de RSU 2040 voorzien we in een lange termijnstrategie voor de groei van de stad. Om investeringen in de tijd op een zuivere manier af te wegen is een investeringsstrategie noodzakelijk. Beslispunt 11
In te stemmen met de wijzigingsvoorstellen bij de investeringsprojecten in hoofdstuk 5 van de Eerste Bestuursrapportage 2021.
Argumenten 11.1 Het vaststellen van de investeringen is een bevoegdheid van de raad In de Eerste Bestuursrapportage rapporteren wij over de afwijkingen op de investeringen. Door omstandigheden kunnen voorgenomen investeringen niet volledig of volgens planning worden uitgevoerd. Dit kan leiden tot afwijkingen in de geautoriseerde investeringsplanning van 2021. Besluitvorming hierover is de bevoegdheid van de raad. Beslispunt 12
In te stemmen met de budgettair neutrale voorstellen in hoofdstuk 6.1 van de Eerste Bestuursrapportage 2021.
Argumenten 12.1 De bijsturingsvoorstellen zijn budgettair neutraal, maar hebben betrekking op baten, lasten en/of inzet- en opheffen van reserves. De besluitvorming hierover is voorbehouden aan de Raad. 12.2
Met de bijsturingsvoorstellen sluit de begroting beter aan bij de actuele situatie. De bijsturingsvoorstellen gaan over bestaand beleid. Deze voorstellen worden verwerkt in de Programmabegroting 2021
Beslispunt 13
In te stemmen met de verwerking van de corresponderende posten in hoofdstuk 6.2 van de Eerste Bestuursrapportage 2021
Argumenten 13.1 Verwerking van taakmutaties in de begroting is een raadsbevoegdheid 7
In de september- en decembercirculaire 2020 voegt het Rijk extra middelen voor nieuwe taken toe aan het gemeentefonds en neemt middelen uit voor vervallen taken. Vertaling hiervan in de gemeentebegroting gebeurt door middel van de corresponderende posten. Deze corresponderende posten zijn per post beoordeeld, zoals vastgelegd in het coalitieakkoord. Beslispunt 14
In te stemmen met de wijzigingen in de programmastructuur zoals gepresenteerd in hoofdstuk 6.3 van de Eerste Bestuursrapportage 2021.
Argumenten 14.1 Hiermee wordt van de programmastructuur geactualiseerd Aanpassing van beleid leidt tot aanpassing van de doelstellingen en indicatoren in de programma’s. Beslispunt 15
Hiermee de Voorjaarsnota / Eerste Bestuursrapportage 2021 vast te stellen en de Programmabegroting 2021 conform te wijzigen.
Argumenten 15.1 Het vaststellen van de Voorjaarsnota / Eerste Bestuursrapportage is een raadsbevoegdheid. 15.2
Bijstellen van de begroting is in lijn met het advies van de Adviescommissie Controle en Financiën van de Utrechtse gemeenteraad. De Adviescommissie controle en financiën heeft geadviseerd raadsbesluiten waar nodig direct te vertalen in de begroting en deze niet meer in een aparte begrotingswijziging door de raad te laten bekrachtigen. In 2021 voeren wij dit advies uit voor de cyclusproducten.
Financiën De Voorjaarsnota betreft het financiële zwaartepunt van de jaarlijkse P&C-cyclus. In de Voorjaarsnota vindt de integrale afweging plaats.
Vervolg Op basis van de definitief vastgestelde Voorjaarsnota 2021 wordt de Programmabegroting 2022 opgesteld.
Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel.
Communicatie Er is over dit voorstel geen specifieke communicatie gepland.
Niet-Referendabel Op dit raadsbesluit is de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht niet van toepassing omdat het een raadsbesluit betreft over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en rekening (artikel 3 lid 2 onder d Verordening tot raadgevend referendum gemeente Utrecht).
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Voorjaarsnota / Eerste Bestuursrapportage 2021 - GEHEIM Toelichting geheim knelpunt paragraaf 2.4. Voorjaarsnota 2021
8
Bijlagen informatief - Subsidiestaten 2021 en 2022 - Advies van de Taskforce Maatschappelijke Effecten Corona (mei 2021) - Infographic Voorjaarsnota 2021
9
1 Voorjaarsnota 2021 en Eerste Bestuursrapportage 2021.pdf
Voorjaarsnota 2021 / Eerste Bestuursrapportage 2021
1
Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................................................................ 5
Deel 1: Voorjaarsnota 2021 ................................................................................ 7 1. Een groeiende stad in een wereldwijde crisis ................................................. 9 1.1. Inleiding............................................................................................................................. 9 1.2 Impact van de coronacrisis .................................................................................................. 10 1.3 Verwachtingen scenario's duur crisis...................................................................................... 11 1.4. Financiële situatie: kiezen in een context van onzekerheid en krapte ......................................... 11 1.5. Aanpak: investeren in plaats van bezuinigen ......................................................................... 14 1.6. Financiële strategie op hoofdlijnen ....................................................................................... 15
2. Wat willen we bereiken ................................................................................ 19 2.1. Herstel uit de crisis ............................................................................................................ 19 2.2. Nieuwe activiteiten om de kwaliteit en leefbaarheid van de stad te versterken ............................ 26 2.3. Investeren in een gezonde ontwikkeling van de stad ............................................................... 32 2.4. Knelpunten ....................................................................................................................... 38
3. Actualisatie financieel beeld ......................................................................... 45 3.2. Financiële ontwikkeling ....................................................................................................... 46
Deel 2: Eerste Bestuursrapportage ................................................................... 59 4. Uitvoering programma's ............................................................................... 60 4.1 Financiële ontwikkelingen maatregelenpakketten corona .......................................................... 60 4.2. Incidentele middelen voor Jeugd .......................................................................................... 60 4.3 Impact Corona op inhuurplafond ........................................................................................... 60
5. Investeringen ............................................................................................... 61 5.1 Uitvoering grote investeringsprojecten 2021 ........................................................................... 61 5.2 Bijsturingsvoorstellen investeringsprojecten 2021 ................................................................... 71
6. Budget neutrale bijsturingsvoorstellen ......................................................... 77 6.1 Financiële voorstellen .......................................................................................................... 77 6.2 Overheveling taken naar gemeenten ..................................................................................... 85 6.3 Aanpassingen in de programmastructuur ............................................................................... 89
3
Colofon Voorjaarsnota 2021 en Eerste Bestuursrapportage 2021 Uitgave Gemeente Utrecht Repro Office Centre Informatie Gemeente Utrecht Bedrijfsvoerings- en strategienetwerk Afdeling FIJ Postbus 16200 3500 CE Utrecht www.utrecht.nl/Voorjaarsnota
4
Voorwoord Raadsvoorstel nummer 65 Utrecht, 20 mei 2021
Voor u ligt de Voorjaarsnota 2021 en Eerste Bestuursrapportage 2021 van de gemeente Utrecht. De Voorjaarsnota maken we jaarlijks als voorbereiding op de programmabegroting. Met deze voorjaarsnota actualiseren we het financieel beeld en maken we waar mogelijk en nodig nieuwe keuzes, waarbij het Coalitieakkoord “Utrecht ruimte voor Iedereen" de basis is. Samengevat hebben we in deze voorjaarsnota de volgende keuzes gemaakt. Om onontkoombare knelpunten die we op ons af zien komen op te lossen, om te blijven investeren in de gezonde groei van de stad en om op een aantal terreinen extra te investeren. Om dit mogelijk te maken is een pakket van incidentele en structurele maatregelen nodig. Hiermee zorgen we voor een structureel sluitend begrotingsbeeld.
Wij wensen u veel leesplezier. De secretaris, Gabrielle G.H.M. Haanen
De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma
5
Deel 1: Voorjaarsnota 2021
7
1. Een groeiende stad in een wereldwijde crisis 1.1. Inleiding Utrecht is een stad in ontwikkeling in een ongekende crisis. Dat zorgt voor een zeer moeilijke context voor deze voorjaarsnota. Vorig jaar april besloot uw raad om de integrale afweging van de voorjaarsnota te verplaatsen naar de programmabegroting, omdat de coronapandemie net was uitgebroken en we onvoldoende zicht hadden op het verloop en de effecten ervan. Nu, een jaar later, tekent zich - hoewel we nog steeds niet verlost zijn van het virus en de maatregelen – een duidelijker beeld af van waar we staan. Eén ding is in ieder geval helder; ook als straks de gezondheidscrisis onder controle is, zullen de maatschappelijke en economische effecten onze aandacht blijven vragen. Koers: ‘Blijven investeren in een gezonde en veerkrachtige stad’ Om Utrecht er na de coronacrisis zo snel mogelijk weer bovenop te helpen, blijven we volop investeren in een gezonde en leefbare stad voor iedereen. Utrecht is veerkrachtig, maar net als andere steden zijn inwoners door de coronacrisis hard geraakt in hun dagelijks leven, vooral jongeren, zzp’ers en het midden- en kleinbedrijf, zoals horeca, retail, evenementen en cultuur. De crisis brengt mooie initiatieven, waarmee de veerkracht van inwoners zichtbaar wordt, maar tegelijk is de kansenongelijkheid in de stad toegenomen.
De crisis duurt langer en de impact is groter dan eerder gedacht. We blijven ons daarom inzetten voor het versterken de bestaanszekerheid voor kwetsbare inwoners én we investeren in de gezonde ontwikkeling van de stad voor iedereen. We hebben een forse opgave om de begroting structureel sluitend te krijgen, onder andere omdat we minder geld krijgen uit het Gemeentefonds. In deze context kiezen we nadrukkelijk niet voor forse bezuinigingen. Nu snijden in voorzieningen zoals onze dienstverlening of het onderhoud en kwaliteit van de openbare ruimte is het laatste wat de stad van ons verwacht. Met bezuinigingen brengen we voorzieningen in de stad schade toe, wat het herstel belemmert. Deze tijd vraagt om een stevige rol voor de overheid om de stad er weer bovenop te helpen. We zorgen daarbij dat het herstel ten goede komt aan iedereen in de stad, vooral ook de groepen voor wie het lastig is om na de crisis er zelf weer bovenop te komen. We rekenen daarbij ook op eerlijke compensatie van het Rijk, daar hebben onze inwoners recht op. Zowel voor de kosten als gevolg van de crisis, als voor tekorten op specifieke dossiers waaronder jeugdzorg, omgevingswet en klimaat. Ook zetten we onze financiële buffers in. Dit gaat gepaard met de afspraak die zo snel mogelijk na de crisis weer aan te vullen.
En om te kunnen blijven investeren in een evenwichtige begeleiding van de groei van de stad, wijzigen we een aantal gemeentelijke belastingen op een manier waarop iedereen een redelijke bijdrage levert aan een gezond en toekomstbestendig Utrecht voor iedereen. Kortom: door samen met het Rijk en andere partners volop te blijven investeren in de groeiende stad komen we sneller en sterker uit de crisis. We ondersteunen mensen die hard zijn geraakt door de crisis én investeren in de kwaliteit en de toekomst van de stad voor iedereen.
We zien ons in onze aanpak gesteund door onderzoeken van bijvoorbeeld het recente Centraal Economisch Plan 2021 (CEP; 31 maart 2021) van het Centraal Planbureau. Het basisscenario van het CEP geeft aan dat er gelijk een economisch herstel optreedt in het tweede kwartaal van 2021. De verwachting is dat de consumptie “sterk zal toenemen zodra winkels en horeca weer helemaal opengaan”. Bezuinigingen, waarmee we bestaande dienstverlening en voorzieningen afbreken, belemmeren het herstel van de stad.
9
1.2 Impact van de coronacrisis Ondanks het feit dat Utrecht een veerkrachtige stad is, raakt de crisis bepaalde groepen en gebieden hard. In het rapport van de “Taskforce Maatschappelijke Effecten Corona”, Samenwerken aan een veerkrachtige stad (hierna: Taskforce Corona of Taskforce advies), is een analyse gegeven van de stad na een jaar corona en de impact van de crisis voor de middellange termijn. We noemen de belangrijkste effecten op een rij: • Een aantal groepen in de stad wordt hard getroffen door de crisis. Het gaat met name om zzp’ers, kwetsbare kinderen en jongeren, eenzame ouderen, mensen met een laag inkomen en sommige mkb-ondernemers (zoals horeca, evenementen en retail). Dit versterkt de verschillen en de kansenongelijkheid in de stad. • De verwachting is dat de werkloosheid in de private sector – die tot nu toe beperkt bleef – fors zal toenemen als de steunmaatregelen van het Rijk straks worden afgebouwd en stopgezet. • De binnenstad wordt hard geraakt als gevolg van de coronamaatregelen, de leegstand loopt snel op. Corona zorgt voor een versnelling van de transitie in de retail. • Over de breedte van het onderwijs zien we leervertragingen als gevolg van onderwijs op afstand. Het stopzetten van fysieke onderwijsactiviteiten heeft gevolgen voor de ontwikkeling van leerlingen en studenten in belangrijke fases van hun leven.
• Het aantal zorg- en ondersteuningsvragen vanuit de WMO en de Jeugdwet neemt toe. De problematiek is vaker zwaarder en complexer van karakter dan voorheen. • Veel culturele en maatschappelijke voorzieningen komen in de problemen vanwege een terugloop in de bezoekersaantallen. • Er is een toename in het gebruik en herwaardering van de openbare ruimte en groen. • De totale geregistreerde criminaliteit is gedaald, maar jongerenoverlast en cybercrime nemen zeer fors toe. • De pandemie heeft geleid tot meer thuiswerken. We weten niet hoe dit zich in de toekomst zal ontwikkelen, maar we verwachten dat Utrecht populair blijft als vestigings- en ontmoetingsplek vanwege de centrale ligging. Dat betekent dat de vraag naar kantoor- en ontmoetingsruimte groot zal blijven, in een markt die al zeer krap was. • Door het thuiswerken nam de mobiliteit sterk af en dat zorgde voor minder druk op het openbaar vervoer. Het is onzeker in welke mate de trend van thuiswerken doorzet en wat de langere termijn verder brengt, bijvoorbeeld als mensen het OV blijven mijden vanwege angst voor besmettingen. We blijven deze ontwikkelingen monitoren vanwege de betekenis ervan voor de verstedelijkingsopgave. • De crisis biedt een grotere voedingsbodem voor ondermijning en (drugs-)criminaliteit door verslechterende omstandigheden bij sociaal kwetsbare personen, gezinnen en ondernemers.
Zij worden een gemakkelijk doelwit voor de georganiseerde criminaliteit. Leegstaande panden worden als dekmantel gebruikt voor ondermijnende activiteiten. • Er zijn signalen dat polarisatie toeneemt, veroorzaakt door de coronamaatregelen. Ook groeit het aantal mensen dat complottheorieën aanhangt en anti-overheidssentimenten heeft. Dit zijn de belangrijkste en meest in het oog springende effecten die we nu zien in de stad. Maar zoals gezegd, de verwachting is dat de maatschappelijke en economische effecten nog lang zullen na-ijlen. Daarom moeten we gesteld staan, herstel aanjagen en blijven investeren in de toekomst van Utrecht.
10
1.3 Verwachtingen scenario's duur crisis Net zoals bij de Kaderbrief 2020 en de Programmabegroting 2021 heeft de gemeente in deze Voorjaarsnota 2021, mede als gevolg van Corona, te maken met onvermijdelijke kosten, zoals stijgende zorgkosten, en derving van inkomsten uit onder andere parkeerheffingen en toeristenbelasting. Bij de Kaderbrief 2020 en de Begroting 2021 zijn we uitgegaan van een scenario dat er gaandeweg het tweede kwartaal 2021 meer economische mogelijkheden zijn en medio 2021 weer meer volledig gaat functioneren. Ook in deze Voorjaarsnota 2021 gaan we uit van dit scenario; het zogenaamde ‘scenario C’ van het Centraal Planbureau. In het eerdergenoemde Centraal Economisch Plan 2021 van het Centraal Planbureau gaat de basisraming eveneens uit van een scenario dat sterk lijkt op ‘scenario C’. Ze geven daarbij aan dat de “economie veerkrachtig is” en het “als geheel eigenlijk goed doet”. Scenario C gaat weliswaar uit van een economie die vollediger gaat functioneren per medio 2021, maar in dit scenario zijn wel na-ijleffecten meegenomen. Toegenomen druk op sociale voorzieningen, die ook voor corona onder druk stonden, zullen bijvoorbeeld niet plots verdwenen zijn maar nog langere tijd inspanningen vragen van de gemeente en haar partners.
Hoewel we ons gesterkt zien in onze keuze voor scenario C vanwege recente publicaties van bijvoorbeeld het CPB, zijn er ook onzekerheden, zoals de vaccinatiebereidheid en het vaccinatietempo. Een bepalende factor binnen scenario C is de mate waarin het Rijk de gemeente compenseert. Verder kunnen zich ook ontwikkelingen voordoen die het scenario beïnvloeden. We weten dat er mutaties van het virus kunnen ontstaan en dat vaccinaties mogelijk niet werkzaam zijn tegen deze nieuwe varianten. In de berekening van het weerstandsvermogen is rekening gehouden met de mogelijkheid van een negatiever scenario. Dit ‘scenario D’ gaat uit van een volledig functionerende economie per 1 januari 2022. In de berekeningen van de weerstandsratio gaan we uit van de risico-inschatting van 25% dat ‘scenario D’ zich voordoet.
1.4. Financiële situatie: kiezen in een context van onzekerheid en krapte De context van onzekerheid over de rijksbijdrage, het negatieve vertrekpunt van de septembercirculaire 2020 en de onvermijdelijke kosten van de coronacrisis zorgen voor de grootste opgave om tot een sluitend financieel beeld te komen sinds de economische crisis van begin jaren ‘10. De gemeente Utrecht wordt met deze stevige financiële opgave geconfronteerd vanuit een solide financieel vertrekpunt. In deze paragraaf lichten we de onzekerheden, de krapte en het financiële vertrekpunt verder toe. We ronden de paragraaf af met een doorkijk naar de financiële keuzes die het college voorstelt.
1.4.1. Financieel beeld: onzekerheid vanwege onduidelijkheid vanuit het Rijk Bijdragen van het Rijk zijn goed voor ongeveer twee derde van totale inkomsten van de gemeente. In 2019 zijn onderzoeken gestart die moeten leiden tot een herijking van het gemeentefonds. Daarnaast is het accres vanwege de coronacrisis ‘bevroren’. Deze ontwikkelingen leiden tot onzekerheid met betrekking tot deze belangrijke inkomstenbron. De uitkomst van de herijking van het gemeentefonds is nog steeds onzeker. De eerste resultaten laten een lichte plus zien voor de gemeente Utrecht, als enige van de vier grote gemeenten. Naast dat deze uitkomst hoogst onzeker is, zijn de middelen ontoereikend voor de maatschappelijke opgaven waar Utrecht voor staat. Wij verwachten geen duidelijkheid over de herijking bij de begroting 2022. De omvang van het gemeentefonds beweegt mee met de rijksuitgaven volgens de methode van de ‘trap op en trap af’: besteedt het Rijk meer, dan ontvangen gemeenten meer inkomsten en vice versa. Deze beweging, het accres, is als gevolg van de coronacrisis tijdelijk bevroren en onduidelijk is welke uitgaven
11
het Rijk in 2022 wel en niet meeneemt in de berekening. Dit zorgt voor onzekerheid over het nieuwe instapniveau van het accres gemeentefonds. Tot slot spelen andere onzekerheden met betrekking tot de inkomsten van het Rijk voor specifieke taken. Denk daarbij aan middelen voor klimaat, jeugdzorg, WMO-abonnementstarief. Ook vinden nog onderzoeken plaats naar de financiële middelen die gemeenten nodig hebben voor de uitvoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging Bouw. In paragraaf 1.6 lichten we verder toe hoe we met deze onzekerheden omgaan en welke aannames we hierin hanteren.
1.4.2. Grootste financiële opgave sinds jaren '10 De gemeente Utrecht staat voor een stevige financiële opgave. De tekorten die wij hieronder toelichten tellen op tot 20,6 miljoen euro structureel (het bedrag in 2025 in onderstaande tabel van 20,7 miljoen minus een incidenteel bedrag in dat jaar van 0,090 miljoen euro) en 20,2 miljoen euro incidenteel (verspreid over meerdere jaren). Meer dan de structurele tekorten van de afgelopen jaren (3,6 miljoen euro bij de begroting 2021 en 6,4 miljoen euro bij de begroting 2020). Utrecht staat daarmee voor de grootste financiële opgave om te komen tot een sluitend financieel beeld sinds de kredietcrisis van 2008. Hieronder lichten wij de oorzaken en omvang van deze opgave kort toe.
In de tabel worden het beschikbare en het benodigde budget weergegeven van 2021 tot en met 2025.
1.4.3. Tekort door negatief meerjarenbeeld gemeentefonds De circulaires van het Rijk uit 2020 geven voor Utrecht door een actualisatie van de maatstaven een negatief meerjarenbeeld. Zo leidt een meerjarige stijging van het aantal landelijke bijstandsgerechtigden tot negatieve herverdeeleffecten. Omdat wij het relatief beter doen dan gemiddeld, versterkt dat negatieve effect nog eens in de eerste jaren. En omdat de stijging van WOZ-waarden hoger is dan gemiddeld, krijgt Utrecht een kleiner aandeel van het gemeentefonds. Het negatieve effect op de algemene middelen telt op tot 10 miljoen euro structureel. Verdere toelichting op dit tekort wordt gegeven in paragraaf 3.1.
1.4.4. Tekort door onvermijdelijke, onoplosbare en onuitstelbare knelpunten Daarnaast leiden, bij de uitvoering van de ambities van het coalitieakkoord en van onze gemeentelijke taken, actuele ontwikkelingen tot knelpunten ten opzichte van de vastgestelde begroting. Dit zijn de zaken die onvermijdelijk, onoplosbaar en onuitstelbaar op ons afkomen. Het totaaloverzicht van knelpunten is opgenomen in paragraaf 2.4. Voorbeelden zijn: • prijsstijgingen in het fysieke domein die eerder incidenteel zijn opgelost, maar nog niet structureel zijn verwerkt in de begroting; • kosten als gevolg van het herstel van het wervengebied; • onderhouds- en vervangingsinvesteringen in met name naoorlogse wijken vanaf 2025; • hogere onvermijdelijke kosten voor gemeenschappelijke regelingen zoals de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) en de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD).
12
Deze en andere knelpunten leiden tot extra onvermijdelijke kosten die afgerond optellen tot 8 miljoen euro structureel. Een deel van de knelpunten is incidenteel van aard. Gezien het onuitstelbare karakter betreft een deel van de knelpunten al het lopende jaar 2021.
1.4.5. Tekort door een aantal nieuwe activiteiten om de kwaliteit en leefbaarheid van de stad te versterken Vanwege de financiële situatie zijn we zeer terughoudend met nieuwe activiteiten of intensiveringen van beleid. Op een aantal onderwerpen vinden wij het echter belangrijk om nu een stap te zetten, omdat ze de kwaliteit en leefbaarheid van de stad versterken en kwetsbare groepen helpen. Bijvoorbeeld omdat ze eerder slechts incidenteel zijn gedekt en van toegevoegde waarde zijn voor de stad willen we deze activiteiten structureel van dekking voorzien, in plaats van stoppen. Denk aan de inzet van schone stad coaches en handhaving voetgangersgebied Domplein. Andere nieuwe activiteiten waarborgen ontwikkeling van de stad en de kwaliteit van onze dienstverlening voor de lange termijn. Voorbeelden zijn capaciteit ter voorbereiding op het realiseren van de RSU 2040 en het versterken van het ‘gezicht’ voor onze inwoners: het klantcontactcentrum en team burgerzaken. Ook versterken we, vooruitlopend op de analyse op wat nodig is in de organisatie voor de schaalsprong van de stad, op een klein aantal plekken de capaciteit. Daar waar het in de stad het meeste knelt door de groei en we kansen dreigen mis te lopen: extra capaciteit voor veiligheid en het maken van investeringsvoorstellen (EU / Rijk) voor de verstedelijkingsopgave en herstelmiddelen.
Deze set aan nieuwe activiteiten telt op tot 2,6 miljoen euro structureel.
1.4.6. Tekort door onvermijdelijke kosten als gevolg van Corona De afgelopen periode hebben wij de onvermijdelijke kosten, die we prognosticeren als gevolg van ‘scenario C’, verder geactualiseerd. Daarin is, op basis van de ervaringen in 2020, tevens rekening gehouden met nieuwe compensatie vanuit de Rijksoverheid. De actualisatie van ‘scenario C’ leidt bij deze Voorjaarsnota 2021 incidenteel tot per saldo 1,9 miljoen euro aan extra kosten en minder inkomsten. De totale verwachte onvermijdelijke kosten (inclusief derving inkomsten) voor 2021 tot en met 2024 bedragen daarmee 39,4 miljoen euro. Voor een belangrijk deel van deze extra kosten rekenen we ook weer op een eerlijke compensatie van het Rijk, zoals dit ook over 2020 heeft plaatsgevonden. Bijvoorbeeld voor de derving van parkeerinkomsten en toeristenbelasting en voor het sociaal domein. In totaal rekenen we daarom in 2021 op een compensatie van 27,98 miljoen euro, waarvan 17,8 miljoen euro nog moet worden toegekend. Verdere toelichting hiervan is terug te zien in paragraaf 3.4.
1.4.7. Solide basis De financiële krapte en de onzekerheden zijn zorgwekkend en vormen een uitdaging voor een structureel sluitende begroting. Utrecht acteert vanuit een solide vertrekpunt. De indicatoren die zijn opgenomen in de paragraaf Weerbaarheid en Wendbaarheid van de Jaarstukken 2020, zoals de solvabiliteit en de netto schuldquote, tonen aan dat de gemeente Utrecht een gezond en solide financieel vertrekpunt heeft. We kunnen prima aan onze financiële verplichtingen voldoen en hebben een passende en gezonde schuldpositie. Juist vanwege deze solide financiële positie kunnen we als gemeente risico’s nemen in het oplossen van het structurele tekort.
13
1.5. Aanpak: investeren in plaats van bezuinigen Wij vinden het onze verantwoordelijkheid als lokale overheid om nu te investeren in plaats van te bezuinigen. We willen in crisistijd niets onnodig stuk maken, het voorzieningenniveau in de stad op peil houden en bovendien de randvoorwaarden voor een goede toekomstige ontwikkeling van de stad veiligstellen zoals betaalbare woningen en voldoende groen. We houden vast aan onze koers van gezond stedelijk leven voor iedereen. In lijn met het advies van de Taskforce Corona willen we voorkomen dat het herstel van de stad in verschillende snelheden op gang komt en bestaande scheidslijnen worden versterkt. Want de coronacrisis zorgt voor een toenemende kansenongelijkheid in de stad. Dat vraagt om tegensturing. Zodat de woningmarkt, het onderwijs, de arbeidsmarkt en de stedelijke voorzieningen voor iedereen toegankelijk blijven. Onze aanpak bestaat uit drie – elkaar deels overlappende – elementen:
1.5.1. Herstel uit de crisis De uitvoering van de herstelaanpak voor de coronacrisis is gestart. In de Programmabegroting 2021 zijn vier maatregelenpakketten vastgesteld, gericht op noodsteun voor essentiële voorzieningen, bestaanszekerheid en werk voor Utrechters en extra toekomstbestendige investeringen in de grote transities (zorg, werk, wonen, groen, mobiliteit, energie). Dit zetten we onverminderd door en we stellen in deze voorjaarsnota binnen deze pakketten drie aanvullende maatregelen voor, gebaseerd op de kennis van nu. Ten eerste een intensivering van de aanpak van de leegstand in de binnenstad, waarmee we de transitie van de binnenstad versnellen en negatieve effecten van de crisis tegengaan. Ten tweede willen we extra middelen inzetten om de risico’s op ondermijning beter tegen te kunnen gaan. Tenslotte stellen we een investering voor in werkgelegenheid en duurzame innovatie via een nieuwe bijdrage aan het fonds van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM). Dit betreft een voorwaardelijke cofinanciering van middelen die het Rijk beschikbaar stelt.
1.5.2. Versterken van de kwaliteit, leefbaarheid en dienstverlening We stellen voor om te blijven investeren in het versterken van de kwaliteit en leefbaarheid van de wijken en buurten. De groei van de stad én de druk op de openbare ruimte als gevolg van de coronamaatregelen vragen om gerichte investeringen zoals schone stad coaches, goede publieksdienstverlening, wijkboa’s, buurtconciërges, etcetera. De coronacrisis heeft ontegenzeggelijk het belang van een groene, aantrekkelijke en toegankelijk openbare ruimte bevestigd.
1.5.3. Investeringen in een gezonde toekomstige ontwikkeling in de stad Om op de lange termijn de groei van de stad goed te begeleiden zijn investeringen gericht op kwaliteit en inclusiviteit en oplossingen voor de wooncrisis noodzakelijk. Met andere woorden: de verdere ontwikkeling van de stad gaat voor ons niet zonder investeringen die ook bijdragen aan inclusiviteit, gelijke kansen, kwaliteit en leefbaarheid in de buurten en gebieden in de stad. Daarom stellen we in deze voorjaarsnota verschillende investeringen voor zoals het rondje Stadseiland, maatschappelijke voorzieningen in de Merwedekanaalzone, speelruimte voor kinderen in Pijlsweerd, de realisatie van Lombokplein, cofinanciering aan de OV-systeemsprong en de openbare ruimte Overvecht.
14
1.6. Financiële strategie op hoofdlijnen incidenteel. Gezien ook de grote financiële onzekerheden is het college van mening dat bezuinigen niet de weg is om onze groeiende stad door de crisis te helpen. Juist de coronacrisis toont de noodzaak van een sterke overheid, die een vangnet biedt voor bewoners en ondernemers die ernstig door de crisis zijn getroffen. De coronacrisis laat ook de behoefte zien aan een kwalitatief goede openbare ruimte en voorzieningen, waarin kan worden gerecreëerd en onze (jongste) inwoners voldoende aanbod hebben om te spelen en te bewegen. Naast een coronacrisis bevinden we ons ook in een woning- en klimaatcrisis waarbij de stad van de gemeente investeringen verlangt. Het college vindt dat bezuinigen door middel van het verlagen en versoberen van ons voorzieningenniveau te veel schade toebrengt in onze stad. Dit vraagt om een financiële strategie, waarbij we niet afbreken wat van toegevoegde waarde is voor de stad, maar doorzetten waar we bij de start van de crisis mee zijn begonnen: de gevolgen van de crisis verlichten, perspectief bieden en herstel en veerkracht bevorderen. Om te komen tot een sluitend financieel beeld zet het college in deze Voorjaarsnota 2021 in op de volgende keuzes: • Vergroten van de financiële risico’s om de tijdelijke onzekerheden te overbruggen.
• Minimale set aan versoberingen die geen of nauwelijks impact hebben in de stad. • Slimmer benutten belastingcapaciteit door betere balans in woonlasten • Inzetten van financieel-technische maatregelen om de incidentele tekorten op te vangen. • Toewerken naar voldoende buffers: de solide financiële basis behouden.
1.6.1 Vergroten van de financiële risico's We hebben een solide financieel vertrekpunt en verwachten het komende half jaar tot jaar meer duidelijkheid op ons financieel kader vanuit de rijksoverheid. Daarom zien we mogelijkheden om onze financiële ruimte te vergroten door op een acceptabele manier meer risico te nemen. Utrecht acteert vanuit het perspectief van één overheid. Het college is van mening dat het Rijk moet voorzien in voldoende financiële middelen om taken op het juiste kwaliteitsniveau uit te kunnen voeren. Zo zal de implementatie van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging Bouw zorgen voor (nieuwe) kosten. Hierover vindt gesprek plaats tussen Rijk en gemeenten. In afwachting van de resultaten begroten wij deze kosten nog niet. Ook zien we dat binnen het programma Ondersteuning op Maat onderdelen structureel uit de pas gaan lopen. Vooralsnog is dit voor de jaren 2021 en 2022 incidenteel op te vangen, maar vanaf 2023 is het erg onzeker of dit nog mogelijk is. Via een actieve lobby zal het college bij het Rijk aandringen dat Utrecht – net als andere gemeenten - recht heeft op een eerlijke vergoeding voor onder andere de jeugdzorg, WMO, inburgering, opvang en begeleiding voor ongedocumenteerden en alleenstaande minderjarige asielzoekers. Kortom: geen nieuwe taken zonder eerlijke vergoeding.
Door deze tijdelijke onzekerheid zullen we tijdelijk overzienbare risico’s nemen, omdat nog onduidelijk is hoeveel het Rijk ons gaat bijdragen. Wij vinden dat het Rijk bij de voeding van het gemeentefonds, meer specifiek het sociaal domein, moet zorgen voor voldoende middelen. Hier hebben onze inwoners recht op. De toegekende 600 miljoen euro voor gemeenten jeugdhulp in 2021 is daarin een belangrijke eerste stap. Vooruitlopend op het ‘ontdooien’ van het accres van het gemeentefonds en een nieuw regeerakkoord verwachten we, op basis van gemiddelden voorafgaand aan de coronacrisis, een accres van 8 miljoen euro. Dit weten we pas zeker bij een nieuw regeerakkoord. Wanneer de middelen vanuit het Rijk tegenvallen, bijvoorbeeld als gevolg van een lager accres of minder middelen als gevolg van de herijking van het gemeentefonds, zullen we alsnog moeten bezuinigen. Tot slot is het college van mening dat ze, door op een acceptabele manier meer risico te nemen, structureel 0,2 miljoen euro vrij kan laten vallen (onderbesteding gladheidsbestrijding) en incidenteel de reserve in het kader van riolering met 1,9 miljoen euro kan verlagen.
15
1.6.2. Minimale set aan versoberingen die niet of nauwelijks impact hebben in de stad Naast het vergroten van risico’s ziet het college de mogelijkheid om een minimaal aantal versoberingen door te voeren. In lijn met het advies van de Taskforce Corona kiezen we alleen voor versoberingen die niet of nauwelijks impact hebben in de stad. Door een gewijzigd BTW-regime zien we bijvoorbeeld kansen om een BTW-voordeel te realiseren op sportaccommodaties. Daarnaast is door een uitspraak van de Hoge Raad de btw voortaan compensabel voor ingekochte dienstverlening met het re-integratiebudget om werkzoekenden te helpen aan een baan. Verder heeft Stadsherstel, de exploitant van Landhuis OudAmelisweerd aangegeven geen gebruik te willen maken van de 0,1 miljoen euro subsidie die de gemeente voorheen gaf voor de exploitatie van het landhuis. Tot slot zien we mogelijkheden om door efficiënter te werken een deel van de budgetten voor representatie en volksfeesten te verlagen. Bovenstaande opties leiden tot een besparing van in totaal 1,1 miljoen euro structureel.
1.6.3. Wijzigen gemeentelijke belastingen Het begeleiden van de groeiopgave, zodat Utrecht een leefbare stad blijft voor iedereen, vraagt enorme inspanningen. We kiezen voor een aanpak met miljoeneninvesteringen om een stad voor iedereen te blijven: aantrekkelijk en veerkrachtig met een hoog voorzieningenniveau en bereikbaar voor iedereen. Naast het nemen van risico’s en een kleine set aan versoberingen zetten we hiervoor ook onze belastingcapaciteit in. Het Rijk gaat er als fondsbeheerder van het gemeentefonds vanuit dat gemeenten hun belastingcapaciteit benutten om hun voorzieningenniveau op peil te hebben. De belastingcapaciteit werkt als een negatieve maatstaf: benut een gemeente haar belastingcapaciteit onvoldoende, dan krijgt de gemeente minder van het Rijk. De belastinginkomsten zijn dan lager dan de korting van de belastingcapaciteit vanuit het Rijk. Dit mechanisme is niet nieuw, maar is knellend geworden nu we breder worden gekort op Rijksmiddelen, de waardestijging in Utrecht hoger is dan gemiddeld in Nederland en we voor een grote opgave staan voor het behouden van de bestaanszekerheid en de kwaliteit van de stad. Bij de herijking van het gemeentefonds is het waarschijnlijk dat deze negatieve maatstaf nog groter wordt.
Bovendien is Utrecht een welvarende stad waarin inwoners in staat zijn een redelijke bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de stad en het herstel uit de crisis. In plaats van te kiezen voor verschraling en het afbreken van voorzieningen door bezuinigingen kiezen we ervoor de Onroerend Zaak Belasting (OZB) met 12,1% extra te verhogen, naast de reguliere inflatie van 3,3%. Hiermee creëren we naast de inflatiecorrectie jaarlijks een extra opbrengst van 12,9 miljoen euro. Daarmee corrigeren we het negatieve effect van de maatstaf, voorkomen we verschraling en het afbreken van voorzieningen door bezuinigingen. Hierdoor kunnen we onze middelen maximaal blijven inzetten voor de (kwetsbare) mensen die de ondersteuning hard nodig hebben en voor een gezonde ontwikkeling van de stad, ook voor toekomstige generaties. Wijzigingen afval- en rioolheffing Doordat de rente laag is, stellen we in overeenstemming met de verslaggevingsvoorschriften ook de rente die we doorberekenen aan onze producten naar beneden bij. Dit heeft tot gevolg dat ook de rente, die wordt doorberekend in het tarief van de afvalstoffenheffing, daalt. Daarnaast vertragen investeringen in de riolering door onder andere corona doordat er meer tijd nodig is voor het werk met werk maken met andere projecten. Hierdoor is sprake van een beperkte stijging van de afvalstoffenheffing in 2022.
De tarieven afvalstoffenheffing stijgen, inclusief de indexatie, met 8,60 euro per huishouden per jaar. De rioolheffing blijft, ondanks de inflatie, in 2022 gelijk met 2021. Woningeigenaren met de laagste WOZwaarden hebben ook de minste lasten. Een woningeigenaar aan de bovenkant van de markt (WOZ 600.000 euro) krijgt te maken met een woonlastenstijging van circa 74 euro per jaar. Voor een eigenaar van een woning aan de onderkant van de markt (WOZ 0,210 miljoen euro) stijgen de lasten per saldo circa 32 euro per jaar.
16
Vangnet voor kwetsbare ondernemers Het verhogen van de OZB geldt voor de eigenaren van woningen en de eigenaren en gebruikers van nietwoningen. Hoewel de hogere OZB-aanslag in het volgende belastingjaar 2022 volgt en er met de BghU afspraken zijn te maken over uitstel van betaling van deze belasting, kan het zijn dat de hogere OZB-last voor een deel van de ondernemers die het toch al zwaar hebben in de coronacrisis, te veel is om te kunnen dragen. Om kwetsbare ondernemers te ondersteunen kunnen we in de OZB geen gedifferentieerde tarieven voor specifieke doelgroepen hanteren vanwege het gelijkheidsbeginsel. Wel willen we solidair zijn met de ondernemers die het hardst worden getroffen door de coronapandemie. Het college stelt tevens in 2022 eenmalig 0,75 miljoen euro beschikbaar om kwetsbare ondernemers te ondersteunen. Het vangnet richt zich primair op de meest kwetsbare MKB-ondernemers. In de uitwerking houden we ook oog voor maatwerk voor andere kleine/middelgrote organisaties zonder winstoogmerk. De komende periode werken wij uit op welke wijze wij dit vangnet willen benutten. We hanteren daarbij doelmatigheid, doeltreffendheid en juridische zorgvuldigheid als uitgangspunten. Zie ook hoofdstuk 2.2. Bij de Begroting 2022 zullen wij de uitwerking van dit vangnet voor deze kwetsbare doelgroep presenteren.
1.6.4. Financieel technische maatregelen Met bovenstaande financiële strategie is de begroting structureel sluitend, maar bestaat in de eerstkomende jaren nog een incidenteel tekort. Incidentele ruimte kan gecreëerd worden door middelen uit reeds bestaande activareserves te laten vrijvallen en de kosten voor rente en afschrijving te dekken met structurele middelen. Door een deel van de vaste activareserves te laten vrijvallen, kunnen we incidenteel 18,3 miljoen euro vrijspelen tegen een relatief lage structurele jaarlijkse last van 0,8 miljoen euro.
1.6.5. Toewerken naar voldoende buffers: de solide financiële basis behouden In het coalitieakkoord hebben we afgesproken uit te gaan van een weerstandsratio van 1 om klappen op te kunnen vangen. Met de coronapandemie zitten we midden in een dergelijke ‘klap’ en is de weerstandsratio bijgesteld naar 0,8. Omdat we nog steeds in de coronapandemie zitten, is het bij deze Voorjaarsnota 2021 nog niet het moment om de weerstandsratio aan te vullen. Wel presenteren we in deze voorjaarsnota een plan om het weerstandsvermogen de komende jaren aan te vullen en toe te groeien naar een weerstandsratio van 1. Zie paragraaf 3.6 voor verdere verdieping op dit plan.
17
2. Wat willen we bereiken Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 is er werk aan de winkel, zowel op korte als op de middellange termijn. Op de korte termijn werken we aan snel en goed herstel van Utrecht uit de crisis, met name gericht op het versterken van de bestaanszekerheid van hen die hard getroffen worden. Dit lichten wij toe in 2.1. Het verder leefbaar maken van de stad en het kwaliteitsniveau op peil houden doen we door budget vrij te maken in onze exploitatiebegroting en door middel van investeringen. Dit beschrijven we in resp. 2.2 en 2.3. We streven ook naar een begroting met zo min mogelijk onvoorziene kosten. In 2.4 beschrijven we daarom welke onvermijdelijke knelpunten we in onze afweging hebben meegenomen.
2.1. Herstel uit de crisis De uitvoering van de Utrechtse herstelaanpak voor de coronacrisis is gestart. In de Programmabegroting 2021 zijn vier doelen benoemd voor de herstelaanpak: • Essentiele voorzieningen overeind houden • Versterken van bestaanszekerheid • Werk, opleiden en begeleiden • Investeren met maatschappelijk rendement. Deze doelen zijn in vier maatregelenpakketten uitgewerkt, aanvullend aan de bestaande programma’s waarin uiteraard ook aan het tegengaan van de negatieve effecten van corona wordt gewerkt. De pakketten zijn in werking per 1 januari 2021, met uitzondering van de steun voor essentiële voorzieningen die al in 2020 startte. Het is nog te vroeg om alle output en effectiviteit in beeld te hebben. Tegelijkertijd hebben we nu meer inzicht in de crisis. Een crisis die langer duurt dan verwacht en waarbij de maatregelen strenger zijn. Deze voorjaarsnota biedt een nieuw afwegingsmoment en zodoende een mogelijkheid om bij te sturen, mede op basis van het advies van de Taskforce Corona over de maatschappelijk effecten coronacrisis. Hieronder worden per pakket kort het doel van het pakket, de huidige stand van zaken en de voorgestelde bijsturingen besproken. De meeste bijsturingen worden binnen de pakketten en de programma’s opgevangen.
Drie specifieke nieuwe maatregelen zijn gericht op het voorkomen van ondermijning, het tegengaan van leegstand in de binnenstad en de cofinanciering van rijksmiddelen voor 'coronaherstel' van het innovatieve MKB via een nieuwe bijdrage aan het ROM-fonds, vragen om extra middelen. Deze zijn opgenomen in onderstaande tabel en worden verderop in deze paragraaf toegelicht. Voorgestelde bijsturingen
Financiële toelichting
Ondermijning en polarisatie: versterking BIBOB en PGA Binnenstad: extra investeringen vanwege leegstandsproblematiek ROM: cofinanciering rijksmiddelen voor 'coronaherstel' innovatief MKB
Extra bedrag van 0,380 miljoen euro incidenteel voor één jaar Extra bedrag van 0,500 miljoen euro incidenteel voor één jaar Door de risicoafdekking van de verstrekte ROM middelen te verlagen naar 33,3% kan de Utrechtse bijdrage aan het ROM Fonds (kapitaalverstrekking) worden verhoogd met 2 miljoen euro. Ervaring bij andere ROM-fondsen in Nederland laat zien dat met deze afdekking van het risico, het revolverende karakter behouden kan blijven.
19
2.1.1. Maatregelenpakket 'Essentiele voorzieningen overeind houden' Doel van het pakket Voor een groot deel van de voorzieningen zoals sport, welzijn, cultuur, erfgoed en evenementen geldt dat ze in de anderhalvemeterfase maar deels of zelfs niet kunnen functioneren, waardoor er geen sluitende exploitatie mogelijk is. Veel voorzieningen zijn essentieel voor de stad en het is dus belangrijk om ze zoveel mogelijk te behouden, nu en ná de crisis. Vanwege de voorziening én vanwege de werkgelegenheid die ze bieden. Ontwikkeling van de context van het pakket Een sluitende exploitatie was door de crisismaatregelen voor veel voorzieningen onmogelijk. Gelukkig zien we dat veel Utrechtse voorzieningen veerkrachtig zijn en goed door de eerste fase van de coronacrisis heen zijn gekomen door hun eigen vermogen aan te spreken en kostenbeperkende maatregelen te nemen. Het aantal aanvragen voor ondersteuning was daarom beperkt. Dit maakt wel dat er nu weinig tot geen vlees meer op de botten zit en we in 2021 meer verzoeken om noodsteun verwachten. We zien ook dat commerciële organisaties dreigen om te vallen die maatschappelijke meerwaarde hebben voor de stad, zoals galerieën, culturele nachtinstellingen, sportscholen met aanbod gericht op kwetsbare groepen en evenementen.
Stand van zaken en voorgestelde bijsturing op het pakket De cultuurregeling voor noodsteun is ingezet; in 2020 werd 3,7 miljoen euro aan steun verleend. Voor sport en welzijn was dit 0,5 miljoen euro. Vijf evenementen die een subsidie uit het evenementenfonds hebben ontvangen maar die, als gevolg van de coronamaatregelen, niet in 2020 konden plaatsvinden zijn, met behoud van subsidie, verplaatst naar 2021. Het Rijk heeft bovenop de steun die zij rechtstreeks aan een 30-tal Utrechtse culturele instellingen geeft, onze steun voor een deel met cofinanciering aangevuld. Dat geldt ook voor de provincie Utrecht. In totaal werd 4,3 miljoen euro door cofinanciering aangevuld, waarmee in totaal 8 miljoen euro aan noodsteun is verstrekt. Voor 2021 heeft de minister van OCW in november 2020 een tweede steunpakket voor de culturele sector afgekondigd. Uit deze middelen ontvangen wij afgerond 7,5 miljoen euro gericht op het ondersteunen van instellingen en makers bij de productie van tentoonstellingen, films en voorstellingen. Over de inzet van deze middelen hebben wij u geïnformeerd. Nu er zicht lijkt te komen op meer versoepelingen is het belangrijk de focus te verschuiven van noodsteun naar sterker en duurzaam uit de crisis komen. Wij stellen voor het gemeentelijke budget van 2021 beschikbaar te houden voor ondersteuning van essentiële voorzieningen.
Het afwegingskader scherpen wij aan op twee onderdelen: • Focus de ondersteuning aan essentiële voorzieningen cultuur, sport en welzijn op sterker uit de crisis komen. Omdat het uitgangspunt was dat voorzieningen optimaal gebruik maken van hun beschikbare reserves, zien we nu dat sommige instellingen niet meer vitaal genoeg zijn op de langere termijn. Dit betekent naast de noodsteun ook maatwerk gericht op innovatie en programmering om zodoende duurzaam financieel gezond uit de crisis te komen. • Kleine verbreding van de reikwijdte, zodat in beperkte mate ook andere essentiële voorzieningen zonder winstoogmerk met wie we in 2021 geen subsidierelatie hebben gebruik kunnen maken van de steunregeling. Het gaat dan bijvoorbeeld om kerken met een publieksopenstelling anders dan de religieuze functie en anders georganiseerde sport- en welzijnsorganisaties die wel degelijk essentieel aanbod voor de buurt/wijk/stad verzorgen. Daarnaast zetten we de aanvullende rijksmiddelen voor jeugd, sport, cultuur en dergelijke gericht in, passend bij de doelstelling van de middelen. Dit kan binnen het reguliere beleid of via aparte besluitvorming. Op deze wijze kunnen ook andere organisaties met of zonder winstoogmerk, activiteiten voor specifieke (kwetsbare) groepen en ZZP’ers/makers binnen deze branches worden ondersteund.
Voor een gedetailleerde stand van zaken op het gebied van cultuur en sport verwijzen we naar de raadsbrieven Utrecht Herstel en Innovatie pakket en Utrechtse sportverenigingen in corona-tijd.
20
Financiën De bij Programmabegroting 2021 vastgestelde bedragen voor het pakket zijn toereikend om de voorgestelde bijsturing te realiseren. Voor cultuur en erfgoed wordt de noodsteun in het eerste half jaar bekostigd ten laste van de rijksmiddelen, het gemeentelijke deel blijft gereserveerd voor de tweede helft van 2021. Netto bedragen noodsteun
Onderdeel
x € 1.000.000 2021
Cultuur en erfgoed Sport en welzijn Evenementen
2,5 1,8 0,3
Totaal
4,6
2.1.2. Maatregelenpakket 'Versterken van bestaanszekerheid' Doel van het pakket De crisis heeft gevolgen voor de bestaanszekerheid en kansengelijkheid van veel Utrechters. Daarom bevat dit pakket een aantal maatregelen gericht op het bieden van een kansrijke start, het inhalen van vertraging in de JGZ, het opvangen van uitgestelde zorgvragen en extra en nieuwe vragen op het gebied van schulden, zorg en veiligheid. Dit naast de maatregelen uit de andere pakketten die ook bijdragen aan bestaanszekerheid en kansengelijkheid. De maatregelen zijn gericht op innovatie (versneld vernieuwen) en het opvangen van effecten (beroep op steun en zorg). Ontwikkeling van de context van het pakket Door de langere duur van de crisis en strengere maatregelen zie we dat mentaal welbevinden sterk is verslechterd; er is een toename van depressiviteit, angst, somberheid en eenzaamheid bij met name jongeren en jongvolwassenen. Ook signaleren we een sterke verslechtering van gezond gedrag. Bij jongeren in een kwetsbare positie zien we een risicovolle verzwaring en/of stapeling van problematiek. Sommige effecten zijn vooralsnog uitgebleven (bijvoorbeeld de boeggolf schulden), op andere terreinen zien we dat de toeloop nu op gang komt en dat zorgvragen zwaarder en complexer zijn en langer duren.
Meer dan verwacht is er toename van problemen op het gebied van openbare orde en een verhoogd risico op veiligheidsproblematiek, waaronder ondermijning. Er zijn zorgelijke signalen over polarisering nu de economie en de samenleving onder spanning staan. Stand van zaken en voorgestelde bijsturing op het pakket Versneld vernieuwen Zoals in meerdere raadsbrieven is te lezen (raadsbrief ‘Maatregel versneld vernieuwen’, raadsbrief beantwoording raadsreacties Maatregel Versneld Vernieuwen en Product - Versneld vernieuwen, subsidie aanvragen - Online loket (utrecht.nl)), zijn middelen gereserveerd en ingezet voor tijdig bieden van passende zorg en ondersteuning (en verkorten opgelopen wachttijden), terwijl eerder werd gedacht dat investeren in versneld vernieuwen (een groter deel van) de te verwachten oplopende zorgvraag kon opvangen. Door de tweede lockdown en de voortdurende maatregelen, zagen we eind 2020 dat directe inzet op zorg nodig is. Gezien de omvang van de problematiek verwachten we dat deze inzet langer nodig is. Landelijk wordt inmiddels ook gezien dat extra middelen nodig zijn om kwetsbare groepen te ondersteunen. Via de extra subsidie perspectief voor jongeren en de middelen uit het Steunpakket kwetsbare groepen vanuit het Rijk kunnen we samen met onze partners de komende periode extra inzet plegen.
Het steunpakket is gericht op jongeren, eenzaamheid, kwetsbare volwassenen en op gezonde leefstijl en sporten en bewegen. Daarnaast willen we in overleg met de scholen en het Rijk het rijkssteunpakket voor het onderwijs benutten voor duurzame doorbraken op kansenongelijkheid in het onderwijs. Voor een meer gedetailleerde voortgang van de maatregelen ‘Versneld vernieuwen’ verwijzen we naar de raadsbrief Effecten corona Jeugd-Wmo en voortgang versneld vernieuwen.