CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Stad en Ruimte (2008-2021) 10 juni 2021, gemeente Utrecht32.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.1 Maatschappelijke meerwaarde, duurzame ontwikkeling & techniek van het vastgoed De afgelopen decennia heeft de term duurzame ontwikkeling een prominente plek gekregen in het bewustzijn van de samenleving, de wijze waarop overheden hun beleid vormgeven en in de wijze waarop bedrijfsvoering wordt vormgegeven in de markt. Door gebruik te maken van het concept people, planet & prosperity kan in beeld worden gebracht hoe een organisatie maatschappelijke meerwaarde tracht te realiseren. Hier onder beschrijven we kort hoe een technische benadering een bijdrage kan leveren aan de elementen people, planet & profit. People – goed voor de mens en de samenleving In het element ‘people’ staan sociaal maatschappelijke aspecten centraal die betrekking hebben op mens en samenleving. Maatschappelijke meerwaarde via het vastgoed ontstaat als er een positief effect is op bijvoorbeeld de sociale cohesie, inclusiviteit, het algemene veiligheidsgevoel of de volksgezondheid, bijvoorbeeld door het toepassen van extra ventilatiemaatregelen als gevolg van de Corona-pandemie. Ook het behouden van stedelijke identiteit en cultuurhistorische waarde dragen bij aan dit element omdat mensen zich hiermee verbinden met plekken waar zij wonen, werken of recreëren.

17

Planet – goed voor natuur & milieu In dit element staan aspecten uit de fysieke leefomgeving centraal die betrekking hebben op natuur en milieu. Maatschappelijke meerwaarde ontstaat als er via het vastgoed een positief effect op het weerstandsvermogen van onze planeet wordt gerealiseerd. Dit betekent grofweg dat vastgoedprocessen niet mogen leiden tot verontreiniging of aantasting van natuurlijke systemen (klimaat, bodem, water, biodiversiteit etc.) en uitputting van natuurlijke en schaarse grondstoffen. Prosperity – Goed voor de welvaart en economie In dit element staan economische aspecten centraal. Maartschappelijke meerwaarde kan gecreëerd worden via technische vastgoedprocessen de gemeentelijke inkoopkracht effectief te benutten. Dit doen we door in te zetten op sociaal rendement ofwel social return on investment, door lokaal in te kopen en door gebruik te maken van het risicodragend vermogen ten behoeve van innovatieve ontwikkelingen.

4.2 Maatschappelijke meerwaarde realiseren via technische vastgoedprocessen Technische vastgoedprocessen zijn het realiseren of aankopen van nieuwe gebouwen, het renoveren van bestaande gebouwen of het uitvoeren van planmatig onderhoud. Deze processen hebben over het algemeen een projectmatig karakter waarbij de volgende fasering wordt doorlopen: vanuit een initiatief en definitiefase (wat willen we ontwikkelen?), via een ontwikkelfase (hoe gaan we het ontwikkelen?) naar feitelijke realisatie en overdracht naar het beheer. Er moet tijdens deze processen rekening gehouden worden met een aantal uiteenlopende kaders op het gebied van energie, circulair inkopen, diervriendelijk bouwen en toegankelijkheid. Deze huidige kaders zijn separaat van elkaar ontwikkeld, ze zijn generiek van aard en in de meeste gevallen is er geen of beperkt toegewezen budget om de gestelde doelen binnen het kader te realiseren. We merken hierdoor dat er een soort ‘onderlinge concurrentie’ tussen kaders en de onderliggende doelen ontstaat.

“Zonnepanelen, groene daken, circulaire bouwmaterialen, nestkasten voor vleermuizen en rolstoeltoegankelijke toiletten. Het zijn voorbeelden van maatschappelijke meerwaarde die via opgaven voor gezonde verstedelijking worden gerealiseerd.”

We willen effectief sturen op het palet aan doelen dat mogelijk gerealiseerd kan worden, daarnaast willen wij op een transparante manier onderbouwen wat én waarom we en sommige doelen wel of niet bereiken in een vastgoedproces. In deze visie presenteren wij een systematiek waarmee we het mogelijk maken om (bij) te sturen op het palet aan doelen die bijdragen aan gezonde verstedelijking.

4.3 Wat doen we binnen de bestaande kaders? Als het om de het creëren van maatschappelijke meerwaarde via techniek gaat dan zijn er al een aantal beleidskaders waarmee we werken. Hier onder volgt een korte beschrijving van de huidige kaders die bijdragen aan maatschappelijke meerwaarde via opgaven voor gezonde verstedelijking.

18

Versnellingsopgave Energieneutraal Kernvastgoed We willen uiterlijk in 2040 de vastgoedportefeuille energieneutraal gemaakt hebben. Om hier uitvoering aan te geven is de Versnellingsopgave Energieneutraal Kernvastgoed geformuleerd. We hebben deze ambitie kracht bijgezet door extra financiële middelen in te zetten om de onrendabele top bij duurzaamheidsinvesteringen te dekken. De kracht van deze opgave zit in het identificeren van natuurlijke investeringsmomenten en een gefaseerde aanpak in investeringsperioden van vier jaar zodat verduurzamingsmaatregelen zo kosteneffectief mogelijk worden uitgevoerd. Utrecht Standaard Toegankelijk We willen dat iedereen in Utrecht gemeentelijke gebouwen kan gebruiken waarvoor deze volgens de bestemming bedoeld zijn. Dit betekent dat het niet mag uitmaken dat je gebonden bent aan een rolstoel, slechtziend of slechthorend bent of een verstandelijke beperking hebt. Iedereen kan, bij voorkeur zelfstandig, gebruik maken van de maatschappelijke voorzieningen in gemeentelijke gebouwen. De Utrecht Standaard Toegankelijk beschrijft de manier waarop wij toegankelijkheid in het ontwikkelproces verankeren. In het kort houdt de UST in dat: 1. We aan het begin als opdrachtgever in het bouwproces vaststellen wat de prestatie qua toegankelijkheid moet zijn, en dat die prestatie in het gehele bouwproces wordt geborgd. 2.

Iedereen alle toegangen, nooduitgangen, binnendeuren, toegankelijk(e) toilet(ten), liften, trappen en noodtrappen kan gebruiken. Diervriendelijk Bouwen Sinds april 2017 beschikken we over een gebiedsgerichte ontheffing op de Wet natuurbescherming omdat we een soortenmanagementplan (SMP) hebben opgesteld. Het SMP is gericht op alle gebouwen waar de gemeente zelf eigenaar van is. Op basis van het SMP voegen we bij vastgoedprocessen nieuwe verblijfplaatsen voor beschermde dieren in de stad toe, voordat bestaande verblijfplaatsen verdwijnen. Bijvoorbeeld als we gebouwen ontmantelen of verbouwen. Circulair Inkopen & bouwen We willen in 2050 een circulaire stad zijn. We willen dit bereiken in drie stappen richting 2023, 2030 en 2050. In 2023 willen we een basiskamp op orde hebben, daarom hebben we een uitvoeringsagenda opgesteld met vijf prioritaire gebieden. Er zijn twee prioritaire gebieden van belang bij het ontwikkelen en beheren van gemeentelijk vastgoed; circulair inkopen en circulair bouwen. Voor het aspect circulair bouwen zijn we aangesloten bij Platform CB’23. Via dit platform werken een groot aantal publieke en private partijen samen aan het streven om vóór 2023 nationale, bouwsector brede afspraken te maken over circulair bouwen.

We volgen de lijn die is uitgezet binnen het platform en daarom de periode 2020 – 2023 benutten om te blijven leren door middel van pilotprojecten. Voor het aspect circulair inkopen volgens mij de nota inkoop en contractmanagement. Hierin staat dat aanbesteding circulair beschouwen als aan minimaal drie van de onderstaande vijf punten aandacht is besteed bij de uitvraag: 1. Benutten van beschikbare materialen en producten; 2. Gebruiken van hernieuwbare grondstoffen; 19

3. Minimaliseren van de milieu impact tijdens de levenscycli; 4. Creëren van voorwaarden voor een langere levenscyclus; 5. Creëren van voorwaarden voor gebruik in toekomstige levenscycli. Prioritering van thema’s binnen de huidige kaders Binnen de bestaande kaders volgen wij een vaste routing door verschillende thema’s. Bij technische vastgoedprocessen ligt nu primair de focus op energietransitie. Dit komt omdat hier specifiek toegewezen middelen voor zijn. Daarna wordt gekeken naar gezondheid, vanwege de nadruk op gezond stedelijk leven. Voor de overige thema’s zijn geen toegewezen middelen. We kunnen hier vooral een slag in maken door slim gebruik te maken van natuurlijke investeringsmomenten (zoals bij de Utrecht Standaard Toegankelijk) en door gebruik te maken van subsidies die voor handen zijn.

20

4.4 Een integrale benadering faciliteren via het waardenwiel Zoals in de inleiding beschreven willen we meer integrale keuzes maken binnen vastgoedprocessen. In deze paragraaf beschrijven we hoe we dat willen realiseren via de ontwikkeling van een afwegingskader. En door gebruik te maken van ondersteunende instrumenten op het gebied van digitalisering, parametrisch ontwerpen, levenscycluskostenanalyse en door meer aandacht te besteden aan effectievere samenwerking tussen de vastgoedafdeling en marktpartijen. Thema’s integraal afwegen via het ‘Waardenwiel’ We gaan gebruik maken van een systematiek waarbij we belangrijke thema’s voor gezonde verstedelijking naast elkaar zetten. We onderzoeken daarbij welke omgevingswaarden een versterkend of beperkend effect heeft op ieder thema in een vastgoedproces. Omgevingswaarden zijn bijvoorbeeld de cultuurhistorische waarde een gebouw, specifiek en relevant ruimtelijk beleid en de mate waarin lokale gemeenschap betrokken is in het project. We willen op deze wijze borgen dat er in de verschillende fases van een vastgoedproces aandacht besteed wordt aan-, en zo nodig bijgestuurd wordt op, onderliggende prestatie-indicatoren die per thema worden vastgesteld. Deze systematiek noemen wij het waardenwiel.

In het waardenwiel zijn de thema’s energietransitie, circulaire economie, natuur-inclusief bouwen, gezondheid, sociaaleconomische aspecten als uitgangspunt genomen. Binnen ieder thema zijn verschillende prestatie-indicatoren opgenomen waarbij het gewenste impactniveau kan worden vastgelegd. We hebben daarbij zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van bestaande methodes. In de bijlage is een andere toelichting opgenomen van de geselecteerde prestatie-indicatoren. In het model kan per indicator gekozen worden uit drie impactniveaus. Het laagste impactniveau is over het algemeen een hogere standaard dan wettelijke verplicht is volgens het bouwbesluit. We verhogen op deze manier de ondergrens binnen ieder thema. Het realiseren van het hoogste impactniveau is echter een zeer ambitieus uitgangspunt. De gedachte is hierbij dat een projectteam gestimuleerd wordt om bewust af te wegen op welke thema’s zij kan en wil excelleren en op welke thema’s zij een ondergrens zou willen hanteren. Gebruik van het waardenwiel gedurende verschillende (project-)fases. Het waardenwiel kan in verschillende fases van een vastgoedproces worden ingezet, naast de economische afweging van maatschappelijke kosten en baten: 

In de initiatieffase wordt het waardenwiel gebruikt bij een interne projectstart-up. Hierin worden de thema’s en impactniveaus voorgelegd en besproken met de interne opdrachtgevers. De interne opdrachtgevers bepalen gezamenlijk het ‘ideaalbeeld’. Er wordt hierbij nadrukkelijk gekeken naar de impact van het waardenwiel op de omgeving van het gebouw, de prestatie van gebouw op zichzelf en het effect op het gebruik en de kosten. De uitkomst van het waardenwiel worden opgenomen in de projectopdracht. 21

In de definitiefase wordt het waardenwiel ingezet bij het concretiseringen van de opdracht. Er wordt onderzoek gedaan naar de financiële en technische haalbaarheid van elementen in het waardenwiel en waar nodig worden er aspecten bijgesteld. Na de definitiefase zullen de gewenste impactniveaus definitief worden vastgesteld. In de ontwerpfase worden de uitgangspunten uit het waardenwiel overgenomen in de uitwerking van het voorlopig ontwerp, het definitief ontwerp en het bestek, in de uitwerking van gunningscriteria van een aanbesteding In de realisatiefase zal het waardenwiel terugkomen in de gesprekken met ontwikkelende partijen. Het is een gezamenlijk streven om de beoogde impactniveaus te realiseren gedurende de uitvoering en opgedane kennis met elkaar te delen. In de gebruiksfase zullen elementen uit het waardenwiel in stand gehouden moeten worden. Het in beeld brengen en vastleggen van afspraken voor het in stand houden zullen een onderdeel vormen in de uitwerking van huurovereenkomsten en de meerjaren onderhoudsprognoses.

De komende maanden willen we het waardenwiel in verschillende projecten toepassen, zodat we er meer ervaring mee kunnen opdoen en onderliggende doelen in het waardenwiel kunnen aanscherpen. Dit doen we door de prioritering zoals eerder omschreven aan te houden als volgorde van het doorlopen van het waardenwiel. We doen daarbij onderzoek naar welke uitgangspunten er in verschillende situaties goed toe te passen zijn. Bij het renoveren van een monument zijn er bijvoorbeeld andere aspecten van belang dan bij het realiseren van een maatschappelijke voorziening in Merwede. We willen bij de volgende Nota Kapitaalgoederen het waardenwiel structureel kunnen inzetten bij projecten en pandvisies.

4.5 Instrumenten die we gaan inzetten Als in de initiatieffase van het vastgoedproces de beoogde impactniveaus in het waardenwiel zijn vastgesteld dan moet er onderzocht worden of deze haalbaar en betaalbaar zijn en welke maatregelen het effectiefst bijdragen aan de beoogde prestatie indicatoren. We willen de daarbij gaan maken van de volgende instrumenten. Net zoals bij het waardenwiel zelf moeten deze instrumenten de komende periode geïntegreerd worden in de vastgoedprocessen en zijn er nog een aantal ontwikkeliteraties nodig voordat zij breed ingezet kunnen worden. 1. Digitalisering van vastgoedobjecten - Bouw Informatiemodellering (BIM) BIM kan worden gebruikt door partijen zijn in een vastgoedproces. Via open standaarden wisselen de opdrachtgever en de opdrachtnemers onderling informatie uit. Gegevens worden één keer ingevoerd en zijn voor alle betrokken partijen beschikbaar. We werken op dit moment aan een BIM protocol om de uitvraag aan opdrachtnemers, het proces en de informatie-uitwisseling te standaardiseren. BIM gerelateerd werken levert een bijdrage aan drie doelen: 

Visuele digitale representatie: elk model wordt opgenomen in de vastgoedsoftware van de gemeente. Hierin worden zowel 2D als 3D visualisaties getoond. De software wordt door meerdere organisatieonderdelen van de gemeente gebruikt. Hiervoor dient het model deelbaar, herkenbaar en herbruikbaar te zijn. Leveren geometrische informatie: doordat de modellen zoveel mogelijk conform werkelijkheid zijn opgebouwd bevatten deze zeer bruikbare informatie. De modellen worden gebruikt voor bijvoorbeeld het opstellen van de onderhoudsbegrotingen, de vastgoedwaardering en de verhuur. Het is daarom van groot belang dat de gevraagde informatie correct is en op juiste wijze wordt verwerkt in het model.

22

Informatiedrager voor vastgoedobjecten: Data uit diverse applicaties, databronnen worden verrijkt in het model en wordt opgeslagen en kan met software eenvoudig worden ontsloten. Het model wordt daarmee een soort informatie gegevensdrager. Denk hierbij aan de cv-ketel. Deze data wordt nu in Excel bijgehouden en kan via de software aan de modellen gekoppeld worden. Het enige wat het model vooralsnog hoeft te bevatten is een eenvoudige geometrische representatie van de cv. Daarmee houden we de informatiebehoefte in de modellen laag en de toepassingsgraad hoog.

2. Parametrisch Ontwerpen Parametrisch ontwerpen is een ontwerpproces waarbij op basis van data en slimme algoritmes relaties tussen onderdelen van een bouwwerk worden vastgelegd. Parametrisch ontwerpen stelt projectteams in staat om prestatiegericht te ontwerpen, verschillende interventies en scenario’s te testen, prestaties inzichtelijk te maken. Door in het begin verschillende scenario’s te toetsen op de gewenste gebouwprestaties zal er minder bijgestuurd hoeven te worden in lagere fases van een bouwproces. Op deze wijzen worden de kosten voor realisatie en de faalkosten gereduceerd Deze manier van werken is relatief nieuw omdat er normaal gesproken gestart wordt met een schetsontwerp. Daarna wordt er in de uitwerking geprobeerd om alle prestatie eisen in het te verankeren maar dat kan botsen omdat deze eisen omdat deze zowel versterkende als beperkende effecten hebben op het ontwerp en de gebouwprestaties. Het parametrisch ontwerpproces draait dit om door de beoogde prestaties te combineren met basisparameters zoals gebruiksfunctie, omvang en (huidige) wet- en regelgeving en mogelijke scenario met keuzes uit het waardenwiel. Hieruit komen voorwaarden voor de vormgeving van het gebouw. Op basis van deze voorwaarden (oppervlakte glas, opbouw gevel, zonnering, installatie concept etc.) worden er ontwerpen gegenereerd.

Op deze wijze kan inzichtelijk gemaakt worden of alle prestaties uit het waardenwiel in een gebouwontwerp te vatten zijn, wat dit (op lange termijn) kost en welke esthetische randvoorwaarde hieraan ten grondslag liggen. 3. Levenscycluskostenanalyse (LCC) LCC is het inschatten, bijeenbrengen en analyseren van financiële stromingen die in een vastgoedproces ontstaan. Het doel hiervan is om het ontwerp, de realisatie, het gebruik en de instandhouding van vastgoed zodanig op elkaar af te stemmen dat de gewenste prestaties tegen acceptabele levenscycluskosten kunnen worden gerealiseerd. LCC creëert zodoende een mechanisme waarmee maatregelen die bijdragen aan de ambities in het waarden in financiële zin tegen elkaar afgewogen kunnen worden. Dit doen we door de benodigde investeringskosten af te zetten tegen het effect van een maatregel op de exploitatielasten en de financiële baten. We kunnen door middel van LCC onderbouwen dat vastgoedprocessen die initieel een hogere investering kennen op termijn in de exploitatie en/ of de batenstroom een positief effect opleveren. In sommige gevallen (bijvoorbeeld bij energielastenreductie of door middel van een restwaardebenadering) kan dit effect weer ingezet worden om een deel van de investering in termijnen te dekken.

23

4. Effectiever samenwerken met de markt We verwachten dat vastgoedprocessen vanwege de ontwikkelingen in onze stad en het sturen op verschillende doelen steeds complexer zullen worden. Daarnaast zal de overgang tussen de traditionele fases in een vastgoedproces vloeiender maar ook minder afgebakend worden doorlopen. Samenwerking met partijen in de gehele bouwketen wordt belangrijker bij het realiseren en combineren van doelen terwijl het tegelijkertijd allemaal betaalbaar moet blijven. Dit vraagt om een bewuste afweging bij het bepalen van de meest geschikte bouworganisatie- c.q. contractvorm en de wijze waarop een uitvraag naar de markt wordt geformuleerd. We moeten daarbij goed kijken naar de context van het proces, de beschikbare interne kennis en capaciteiten en de benodigde externe kennis capaciteiten.

“Structureel succes is een positief resultaat in termen van budget, tijd, kwaliteit en een harmonieuze samenwerking. Voor private partijen is structureel succes essentieel voor een gezonde winstmarge, voor publieke partijen draagt het bij aan het creëren van maatschappelijke waarde.”

De traditionele scheiding tussen het uitvragen van het ontwerp en het bestek, het uitvragen van de realisatie en het uitvragen van het beheer en onderhoud zal niet meer vanzelfsprekend zijn. Het ligt in die zin voor de hand om meer gebruik te maken van geïntegreerde contractvormen, prestatiegericht uitvragen en het opstellen van randvoorwaarden voor de beoogde samenwerking tussen de markt en de vastgoedorganisatie.

De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht voor deze ‘zachte kant’ in vastgoedprocessen. Onderzoek zoals ‘Op zoek naar meerwaarde in de bouw’1 laat zien dat investeren in mens en samenwerking een zeer belangrijke factor is voor van men noemt structureel succes in de bouw. Structureel succes is een positief resultaat in termen van budget, tijd, kwaliteit en een harmonieuze samenwerking. Voor private partijen is structureel succes essentieel voor een gezonde winstmarge, voor publieke partijen draagt het bij aan het creëren van maatschappelijke waarde. Structureel succes hoeft niet alleen financieel te zijn. Het kan ook neerslaan in de vorm van goodwill, wederkerigheid, langjarige partnerschappen, het voorkomen van bedrijfsongevallen of het vinden van een efficiëntere werkmethode.

1 Op zoek naar meer waarde in de bouw (ABN AMRO, 2019)

24

BIJLAGE 1: Nadere toelichting Waardenwiel Energietransitie Op het gebied van energietransitie is het doel om in 2040 een energie neutrale vastgoedportefeuille te realiseren. De indicatoren waar wij op focussen zijn de gewenste energieprestatie, de complexiteit van de toegepaste techniek en het aandeel hernieuwbare energie dat op het perceel kan worden opgewekt. We maken gebruik van de nieuwe bepalingsmethode voor de energieprestatie van gebouwen, de NTA8800. Hierbij wordt er de afweging gemaakt of een energiebesparende maatregel bijdraagt aan de meest kosteneffectief klimaat- en energieconcept. Bij nieuwbouw en grootschalige renovatie gaan we gebouwen minimaal energieneutraal opleveren. Bij bestaande bouw moet soms vanwege technische complexiteit en financiële impact worden afgeweken van de doelstelling energieneutraal. We maken wel toekomstbestendige keuzes zodat we bij een volgend investeringsinvestering wel de energie neutrale status kunnen behalen anticiperend op nieuwe technologische ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat ingrepen voor energieneutraal zo beperkt mogelijk zijn voor de gebruiker. . Prestatie-indicator

Methodiek

Energieprestatie

NTA 8800/ BENG 1&2

Impactniveau 1 Bijna Energieneutraal (bouwbesluit)/ Fossiel vrij op perceel (bestaande bouw)

Installatieconcept

Technology Readiness Level (TRL)

Energieopwekking

NTA 8800/ BENG 3

Impactniveau 2

Technisch eenvoudig (geaccepteerde technologie, passieve principes) (TLR 9) > 80% energiebehoefte op perceel opgewekt

Impactniveau 3 Nul-op-de-meter/

Energieneutraal

Energieleverend

< 0 kWh/m2/p.j gebouw 0 kWh/m2/p.j gebouwgebonden energie & gebruikersgebonden Technisch complex (relatief veel geavanceerde technologie) (TLR 8-9)

80% - 100% energiebehoefte op perceel opgewekt

Technisch Innovatief (vernieuwend concept, onbekende technologie) TLR 6-7 > 100% energiebehoefte op perceel opgewekt

Circulair bouwen Circulariteit is een breed begrip waarin uiteenlopende technische concepten toch kunnen bijdragen aan een circulair gebouw. Het doel is in 2050 om tot een vastgoedportefeuilles waarbij alle inkomende en uitgaande materialen blijven doorstromen in onze economie, bouwafval behoort tot de verleden tijd. De indicatoren waar wij op focussen zijn aandeel hergebruikte, gerecyclede of biobased materialen, het toepassen van circulaire ontwerpprincipes zoals losmaakbaarheid en de schaduwkosten voor het milieu. Dit maken we meetbaar door gebruik te maken van de beoordelingssystematieken zoals de Building Circularity Index (BCI) en de Milieuprestatie Gebouwen (MPG).

25

Prestatie-indicator

Methodiek

Impactniveau 1

Impactniveau 2

Impactniveau 3

Samen

0% - 20% hergebruikt, gerecycled of hernieuwbaar materiaal

20% - 50% hergebruikt, gerecycled of hernieuwbaar materiaal

> 50% hergebruikt, gerecycled of hernieuwbaar materiaal

0,2 – 0,4

0,4 – 0,6

> 0,6

1,0 – 0,7

0,7 – 0,5

> 0,5

Materiaalgebruik Versnellen/ het nieuwe normaal Ontwerpprincipes

Building Circularity Index (BCI) Losmaakbaarheidsindex (LI)

Milieuimpact

Milieu prestatiegebouw (MPG)

Natuurinclusief bouwen Door natuurinclusief te bouwen leveren we een bijdrage aan het opvangen van een extremer klimaat en aan de instandhouding van de biodiversiteit in onze stad. Dit doen we door focus te leggen op een aandeel groene structuren op en aan onze gebouwen, meer aandacht te besteden aan de wijze waarop drinkwater, regenwater en grijswater wordt gebruikt en door maatregelen voor diervriendelijke huisvesting uit te voeren. We willen daarbij gebruik gaan maken van de het puntensysteem voor diervriendelijk bouwen dat in 2018 aan de gemeenteraad is voorgelegd. Prestatie-indicator

Methodiek

Impactniveau 1

Groene structuren

Vormfactor

(exterieur)

(Exterieur)

0% - 30 % oppervlak exterieur laagwaardig groen

Watermanagement

Diervriendelijke huisvesting

Referentieverbruik Reductie gebouw drinkwaterverbruik 0% 20% Hergebruik regen- & grijswater 15% 30% Puntensysteem

0 - 10 punten

Impactniveau 2

30% - 60% oppervlak laagwaardig groen of 0% - 30% oppervlak hoogwaardig groen

Impactniveau 3

> 60% oppervlak laagwaardig groen 30% - 60% oppervlak hoogwaardig groen

Reductie drinkwaterverbruik 20% 40% Hergebruik regen- & grijswater 30% 45%

Reductie drinkwater-

10 - 20 punten

> 20 punten

verbruik <40% Hergebruik regen- & grijswater < 45%

Diervriendelijk bouwen

Gezondheid Op het gebied van gezondheid focussen wij ons op de inzet van toxische materialen, de kwaliteit van het binnenklimaat en mogelijkheden voor bewegen en ontmoeten. De manier waarop wij onze gebouwen inrichten en beheren oefent veel invloed uit om onze gezondheid. We willen daarom strenger kijken naar toxische eigenschappen van materialen die we gebruiken. We willen dat iedereen in gemeentelijke voorzieningen kan genieten van een gezond binnenklimaat. Dit betekent voldoende aanvoer van verse lucht, een prettig luchtvochtigheidsgehalte en een comfortabele temperatuur dat aansluit de gebruiksfunctie van het gebouw. We maken hiervoor gebruik van de Nederlandse Praktijkrichtlijn CR 1752. Voor het stimuleren van bewegen en ontmoeten in onze gebouwen laten we ons inspireren door aspecten die voortkomen uit de beoordelingssystematiek WELL.

26

Prestatie-indicator Toxiciteit

Methodiek

WELL V2

Impactniveau 1

Impactniveau 2

Impactniveau 3

2 punten

4 punten

> 4 punten

Klasse C

Klasse B

Klasse A

2 punten

4 punten

> 4 punten

MATERIALS x05+x06+x07+x08 Binnenklimaat

Nederlandse Praktijkrichtlijn CR 1752

Bewegen en ontmoeten

WELL V2 MOVEMENT v03 + v04 + V05 + v08)

Sociaaleconomisch Binnen het sociaaleconomische thema focussen wij ons toegankelijkheid, connectiviteit en ruimtegebruik. Iedereen moet gebruik kunnen maken van een gemeentelijke voorzieningen waar voor het bedoeld is. We bepalen daarom binnen ieder project welke ruimtes (bij voorkeur zelfstandig) toegankelijk moeten worden. Daarnaast zetten wij in op slim en effectief gebruik van de ruimte die wij hebben in onze portefeuille. We moeten daarom nadenken over de mate waarin onze gebouwen aan te passen zijn voor verschillende vormen van gebruik. Als laatste wordt connectiviteit in onze gebouwen steeds belangrijker. Dit draagt bij aan een prettige gebruikerservaring, het geeft ons de mogelijkheid om gebouwen slimmer te maken, bijvoorbeeld via ontwikkelingen het gebied van sensoring en het ‘Internet of Things’, en kan het een randvoorwaarde zijn om te komen tot multifunctioneel ruimtegebruik. We willen hierbij gebruik gaan maken van de nieuwe beoordelingssystematiek Wired Score. Prestatie-indicator

Methodiek

Impactniveau 1

Impactniveau 2

Toegankelijkheid

Utrecht

Primaire functie is

Primaire functie is

Standaard

bereikbaar, toegankelijk

geautomatiseerd

Toegankelijk

en bruikbaar

bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar

Connectiviteit

Wired Score

Wired certified

Wired certified Silver /

Impactniveau 3

Primaire en secundaire functies zijn volledig zelfstandig bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar Wired certified Platinum

Gold Ruimtegebruik

Kwalitatieve benadering

Monofunctioneel ontwerp met weinig mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik.

Multifunctioneel ontwerp met enkele mogelijkheden voor

Adaptief ontwerp ruimtes kunnen met eenvoudige ingrepen veel verschillende functies huisvesten.

meervoudig ruimtegebruik. Aanpassingen hebben een grote impact.

27

BIJLAGE 2: Infographic (concept niet definitief)

28

1 Plan van aanpak Ambitiedocument Maatschappelijke Meerwaarde Vastgoed (April 2021).docx

Plan van aanpak 2021 Ambitiedocument Maatschappelijke Meerwaarde Vastgoed April 2021 Inleiding In het Ambitiedocument Maatschappelijke Meerwaarde Vastgoed beschrijven we twee richtingen waarlangs we ons vastgoed willen benaderen: 1. Sturen op maatschappelijke waarde via een functionele benadering. Hiermee bedoelen we voldoende en optimaal gespreid aanbod van ruimte waarin maatschappelijke voorzieningen gehuisvest kunnen worden. De meerwaarde wordt gecreëerd door ruimte c.q. huisvesting te bieden aan organisaties en instellingen die maatschappelijke waarde creëren voor de stad. Dit betekent niet enkel het huisvesten van beleidsvelden, maar ook ruimte bieden aan andere maatschappelijke initiatieven uit de stad. 2. Sturen op maatschappelijke waarde via de technische benadering. Gemeentelijke voorzieningen spelen een belangrijke verbindende rol als het gaat om gezonde verstedelijking. Via gemeentelijk vastgoed wordt bijgedragen aan een hoogwaardig, betaalbaar en toegankelijk aanbod van maatschappelijke voorzieningen in de stad. De ambitie is om met ons vastgoed het goede voorbeeld te geven op het gebied van gezonde verstedelijking. Dit wordt gerealiseerd door via de techniek van het vastgoed een bijdrage te leveren aan maatschappelijke transities op het gebied van bijvoorbeeld energie, circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit, gezondheid en sociale inclusie

Als vastgoedorganisatie is het beheren en monitoren van ons vastgoed, inclusief de bedrijfseconomische prestaties, een van onze belangrijkste taken. Daarom is er naast een functionele en technische benadering ook een financiële benadering nodig om in beeld te brengen wat het realiseren van maatschappelijke meerwaarde kost. Als we een pand hebben dat we in bezit willen houden maar niet kostendekkend kunnen verhuren kan er sprake zijn van een onrendabele top. Als een beleidsveld de invulling bepaalt dan wordt de onrendabele top gedekt via een subsidierelatie tussen de huurder en het beleidsveld. De huurder betaalt dan de kostprijs aan de vastgoed organisatie. In deze situaties draagt het beleidsveld de kosten voor het realiseren van maatschappelijke meerwaarde. In andere situaties kan het zijn dat we vastgoed aanhouden vanwege diverse redenen, of kan het zijn dat vastgoed leegkomt te staan. We willen in deze situaties inzetten op activistisch leegstandsbeheer en vastgoed in transitie. In deze situaties hebben we nog niet goed in beeld wat het realiseren van maatschappelijke meerwaarde kost. We willen daarom tot aan de Voorjaarsnota 2022 de tijd nemen om de beleidsrichting verder uit te werken in een geactualiseerd vastgoed- en financieel kader.

In dit plan van aanpak benoemen we de activiteiten die we ondernemen om ervaring op te doen met uitgangspunten en producten in de beleidsvisie. Het eindresultaat is een volwaardige en geactualiseerde Kaderbrief Vastgoed 2022 waarin maatschappelijk meerwaarde centraal staat.

Wat betekent dit concreet voor de functionele en technische benadering? We hanteren daarbij de volgende uitgangspunten als het gaat om de functionele en de technische benadering van ons vastgoed. A. Functionele benadering: Bij de functionele benadering maken we een onderscheid tussen vastgoed met een invulling door een beleidsveld, activistisch leegstandsbeheer en vastgoed in transitie. We hanteren hierbij de volgende werkwijze: Invulling door een beleidsveld: financieel zal er in deze situatie niet veel veranderingen. We gaan dit jaar verder met het uitwerken van strategische visies per deelportefeuille waardoor we de vraag naar en het aanbod van vastgoed beter op elkaar kunnen afstemmen. Activistisch leegstandsbeheer: we gaan ons activistischer instellen bij het maatschappelijk invulling geven aan leegstaand gemeentelijk vastgoed. Leegstand kost de gemeente geld. Niet alleen vanwege derving van huurinkomsten, maar ook door doorlopende afschrijvingskosten. Tijdelijke verhuur aan partijen levert, naast maatschappelijke waarde, meer geld op dan feitelijke leegstand, waardoor we lagere kostenderving hebben. Wanneer een tijdelijke invulling om een investering vraagt wordt hier kritisch naar gekeken. De business case tussen de investering enerzijds en huurinkomsten anderzijds mag niet leiden tot hogere kosten voor de gemeente.

Er wordt naar gestreefd al onze panden zo lang als mogelijk functioneel in gebruik te geven, ook tijdelijk. Vastgoed in transitie: bij vastgoed in transitie wordt er gezocht naar een nieuwe, bij voorkeur maatschappelijke functie, voor een gebouw. Dit vraagt in de regel om een investering. Daarnaast komt het regelmatig voor dat er nog kapitaallasten op het pand drukken vanwege eerdere investeringen. Dit kan leiden tot een onbetaalbare huurprijs voor maatschappelijke partijen. Oftewel, een onrendabele top. Erfgoed: een bijzondere categorie hierin is erfgoed. Vastgoed dat we in eigendom willen hebben vanwege de waarde van het vastgoed zelf en niet (altijd) vanwege de maatschappelijke invulling. Hierbij kijken we naar slimme oplossingen, zoals we bij het Landhuis Oud Amelisweerd hebben gedaan. Een samenwerking met partijen uit de stad om ons erfgoed toegankelijk en in goede staat te houden, zonder dat we het eigendom verliezen. B. Technische benadering: Voor de technische benadering concentreren we ons op de verdere uitwerking van het waardenwiel en de ondersteunde instrumenten. We willen bij een aantal projecten deze methodiek toepassen en verder aanscherpen. Uitgangspunt is dat bij de ambities uit het waardenwiel de onrendabele top zo klein mogelijk blijft en gezocht wordt naar alternatieve dekkingsmogelijkheden.

Op basis van de verschillende waarden wordt een integrale afweging gemaakt waar we budget voor gaan inzetten. Activiteiten voor 2021 Deze activiteiten moeten leiden tot een aangepaste kaderbrief bij de voorjaarsnota van 2022. 1. We gaan door met de uitwerking van strategische portefeuillevisies waarin meer aandacht besteed wordt aan maatschappelijke meerwaarde. 2. Er zijn in een eerdere fase sessies georganiseerd over Maatschappelijke Waarde van Vastgoed waarbij we door participatie hebben gepolst hoe huurders en andere organisaties uit de branche aankijken tegen Maatschappelijke Waarde van het Utrechts vastgoed (expertmeeting/ meeting Bouwstenen voor Sociaal). We organiseren binnen 6 maanden

3.

4.

5. 6.

7.

vanuit het gemeentelijk initiatievennetwerk een brainstormsessie met huurders/initiatiefnemers over maatschappelijke waarde van vastgoed en peilen zo waar we nog op kunnen aanscherpen. We gebruiken het afwegingskader initiatieven bij minimaal 1 casus, zo willen we meer inzicht krijgen in de financiële effecten van activistisch leegstandsbeheer en welke maatschappelijke meerwaarde wij daarmee realiseren. Dit leidt tot een definitief afwegingskader initiatieven die wij samen met beleidsafdelingen MO en CZ ontwikkelen. We gaan minimaal 1 project en/of pandvisie aan de hand van het waardenwiel uitvoeren. Dit leidt tot een verder ontwikkeld waardenwiel (mogelijk ook tot verschillende varianten) en meer inzicht in de meerkosten voor het realiseren, combineren en beheren van technische ambities rond om gezonder verstedelijking. Doorontwikkeling Makelpunt, dit leidt tot een plan van aanpak voor digitaal platform en app voor ruimtegebruik. We leggen eind 2021 een voortgangsrapportage voor aan de gemeenteraad waarin wij de geleerde lessen, obstakels, oplossingen en ontwikkeling van de bovenstaande producten beschrijven. We leggen in het eerste kwartaal van 2022 een geactualiseerde kaderbrief vastgoed voor aan de gemeentelijk.

3.1 Raadsbrief Technische bijeenkomst Ambitiedocument Maatschappelijke Waarde Vastgoed 1 Dossier 1952 voorblad.pdf

Commissie Stad en Ruimte Dossiernummer

1952

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

10 juni 2021

Agendapunt

3.1

Omschrijving

Raadsbrief Technische bijeenkomst Ambitiedocument Maatschappelijke Waarde Vastgoed

ID

2108

Behandelend ambtenaar

J.A. Bodewitz

Telefoon

030 - 28 61054

E-mail

j.bodewitz@utrecht.nl

Datum collegebesluit

9 juni 2021

Geocodering

Stad Utrecht

Thema

Ruimtelijke ordening

Portefeuillehouder

Wethouder Eerenberg

Beleidsveld

Vastgoed

Referendabel Raadsadviseur (lijst)

Frank de Kok/Erfgoed, Grondzaken, Leidsche Rijn, Merwedekanaalzone, Ruimtelijke ontwikkeling, Samen voor Overvecht, Stationsgebied, Vastgoed/0620011476

Geagendeerd

Vergaderdatum

Commissie Stad en Ruimte

10 juni 2021

Gemeenteraad

15 juli 2021

Voorgesteld besluit

1 Raadsbrief Technische bijeenkomst Ambitiedocument maatschappelijke meerwaarde.pdf

Eelco Eerenberg Wethouder voor Volksgezondheid, Milieu & Emissieloos Vervoer, Jeugd en Jeugdzorg, Stationsgebied, Vastgoed, Wijk Leidsche Rijn Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

J.A. Bodewitz

Datum

9 juni 2021

Doorkiesnummer

030 - 28 61054

Kenmerk

8949850

E-mail

j.bodewitz@utrecht.nl

Onderwerp

Technische bijeenkomst Ambitiedocument Maatschappelijke Waarde Vastgoed

Beleidsveld

Vastgoed

Bijlage(n)

Geachte leden van de raad, Op dinsdag 8 juni jl. bij de Technische bijeenkomst Ambitiedocument Maatschappelijke Waarde Vastgoed hebben wij u toegezegd nader informatie te geven, voorafgaande aan de bespreking van het Ambitiedocument in de raadscommissie Stad & Ruimte op donderdag 10 juni a.s., over de pilot Maatschappelijke Waarde in Overvecht en het ambtelijk mandaat bij pandvisies. Pilot Wij zijn van plan een pilot uit te voeren met een pand in Overvecht waar we lokale initiatieven tijdelijk willen huisvesten, die bijdragen aan de doelen van de wijkaanpak Samen voor Overvecht. Met deze pilot doen we ervaring op met de financiële en juridische consequenties van de ambities op maatschappelijke meerwaarde. We krijgen inzicht wat de financiële consequenties zijn van het huisvesten van maatschappelijke initiatieven zonder beleidsdoel in relatie tot de methodiek van kostprijs dekkende huur. Daarnaast onderzoeken we in deze pilot welke juridische randvoorwaarden van toepassing zijn bij het huisvesten van maatschappelijke initiatieven. En het leidt tot meer inzicht in de meerkosten voor het realiseren, combineren en beheren van technische ambities rond om gezonder verstedelijking. De locaties in Overvecht die hiervoor onderzocht worden:         

Rhonedreef 40 Jeanne d'Arc dreef 1 Moezeldreef 127 Scharlakendreef 3 Pagodedreef 5 Gambiadreef 60 Gagelsteede / Bangkokdreef Ghanadreef 2 Grote trekdreef 4/ Voortrekkersdreef

Mandaat De Vastgoedorganisatie heeft het mandaat om partijen te selecteren en te contracteren voor de (beleids)invulling van een pand. In dat kader worden pandvisies in mandaat opgesteld door de

Eelco Eerenberg Wethouder voor Volksgezondheid, Milieu & Emissieloos Vervoer, Jeugd en Jeugdzorg, Stationsgebied, Vastgoed, Wijk Leidsche Rijn Datum Ons kenmerk

9 juni 2021 8949850

Vastgoedorganisatie Utrecht. Daarbij willen wij de volgende vuistregel gaan hanteren: wanneer op basis van een pandvisie blijkt dat de toekomstige impact op de pandbegroting jaarlijks 50K of meer afwijkt van de huidige pandbegroting wordt dit sowieso ter besluitvorming voorgelegd aan het college en wordt de Raad daarover actief geïnformeerd. Dit is onafhankelijk van eventuele investeringsbeslissing(en) in het pand voortvloeiende uit de pandvisie en die via de gebruikelijk route (kredietaanvraag) worden voorgelegd aan de Raad. Erop vertrouwend u hiermee voor dit moment voldoende te hebben geïnformeerd,

Met vriendelijke groet,

Eelco Eerenberg

2/2

4 Raadsbrief Prestatieafspraken gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties 2021-2025 1 Dossier 1757 voorblad.pdf

Commissie Stad en Ruimte Dossiernummer

1757

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

10 juni 2021

Agendapunt

4

Omschrijving

Raadsbrief Prestatieafspraken gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties 20212025

ID

1811

Behandelend ambtenaar

D. Buckers

Telefoon

030 - 28 64830

E-mail

d.buckers@utrecht.nl

Datum collegebesluit

8 december 2020

Geocodering Thema Portefeuillehouder

Wethouder Diepeveen

Beleidsveld

Wonen

Referendabel Raadsadviseur (lijst)

Manon Leenders/Wonen, Energie, Groen, Openbare Ruimte/030-2863710

Geagendeerd

Vergaderdatum

Raadsinformatiebijeenkomst

6 april 2021

Commissie Stad en Ruimte

10 juni 2021

Voorgesteld besluit

1 Raadsbrief Prestatieafspraken gemeente_ woningcorporaties_ huurdersorganisaties 2021-2025.pdf

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

D. Buckers

Datum

9 december 2020

Doorkiesnummer

030 - 28 64830

Kenmerk

6321032/2011191341-db

E-mail

d.buckers@utrecht.nl

Onderwerp

Prestatieafspraken gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties 2021-2025

Bijlage(n)

16

Beleidsveld

Wonen

Geachte leden van de raad, De gemeente Utrecht, de Utrechtse woningcorporaties verenigd in de STUW en de huurdersorganisaties maken jaarlijks individuele prestatieafspraken over zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve opgaven in de sociale huurwoningvoorraad. De individuele prestatieafspraken hebben een perspectief van 5 jaar maar gezien het jaarlijks terugkerende karakter ervan ligt de nadruk van de afspraken op het eerste jaar (voor wat betreft deze afspraken dus 2021). Naast de individuele prestatieafspraken worden er om de twee jaar stedelijke prestatieafspraken gemaakt die STUW-breed gelden; de huidige stedelijke afspraken die eind vorig jaar gemaakt (en begin dit jaar ondertekend) zijn, hebben een looptijd tot eind 2022. Gezien het intensieve traject in 2019 (Woonvisie, Stadsakkoord Wonen, stedelijke prestatieafspraken 2020-2022 en individuele prestatieafspraken 2020) is in de Stuurgroep Huren overeengekomen het proces dit jaar ‘licht’ te houden en met name te richten op actualisatie van de bestaande afspraken. Eventuele nieuwe beleidsthema’s en onderwerpen komen aan de orde in de nieuwe ronde stedelijke prestatieafspraken (voor na 2022, het gesprek hierover start volgend jaar). Zo hebben de STUW-corporaties in de Stuurgroep Huren van 7 oktober 2020 een aantal strategische thema’s ingebracht over productie en locaties.

Zowel de gemeente als corporaties hechten aan een nader gesprek hierover. Deze thema’s reiken echter verder dan de individuele prestatieafspraken van 2021. We hebben daarom afgesproken deze thema’s inhoudelijk niet in deze ronde van de prestatieafspraken te behandelen, maar verwijzen in de prestatieafspraken wel naar het proces rondom de behandeling ervan. Zo vindt er in februari 2021 een gesprek plaats tussen het college en de STUW over de portefeuille-overstijgende thema’s. Bijzonderheden dit jaar Gevolgen Covid-19 Als gevolg van de coronacrisis zijn voorliggende afspraken digitaal besproken en afgestemd. We hebben op dit moment vanzelfsprekend nog geen beeld van de impact van de huidige situatie op de realisatie van voorliggende afspraken (en de Utrechtse woningmarkt in de breedte). Dit zullen we gezamenlijk blijven monitoren. De STUW is via Mitros en GroenWest bijvoorbeeld vertegenwoordigd

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

9 december 2020 6321032

in de kopgroep Stadsakkoord en het bestuurlijk overleg over de bouwopgave in coronatijd. De corporaties hanteren een maatwerk- en coulancebeleid bij betalingsproblemen en huisuitzettingen. Zij sluiten aan bij de landelijke afspraken van Aedes met het Rijk met betrekking tot maatwerk voor huurders met betalingsproblemen door corona. De impact van de corona maatregelen is een terugkerend agendapunt in de Stuurgroep Huren. Deelname Habion Per 1 januari 2020 is woningcorporatie Habion volwaardig STUW-deelnemer geworden. Habion is een woningcorporatie, gevestigd in Utrecht en gespecialiseerd in huisvesting voor ouderen. Habion is actief in circa 70 Nederlandse gemeenten. In Utrecht heeft Habion 424 sociale huurwoningen. Omdat Habion tijdens het afsluiten van de stedelijke prestatieafspraken nog geen volwaardig deelnemer was van de STUW hebben zij deze in 2019 nog niet kunnen tekenen. Er is, in overleg met Habion en met de STUW, voor gekozen met Habion dit jaar individuele prestatieafspraken te maken waarin echter wel naar voren komt dat Habion de ambities uit de stedelijke afspraken onderschrijft. In deze editie van de individuele afspraken licht Habion haar ambities toe. Deze afspraken zijn ondanks de recente toetreding van Habion tot de STUW, het beperkte bezit in Utrecht en de specifieke rol als woningcorporatie voor ouderen met veel aandacht opgesteld.

Bij de eerstvolgende stedelijke prestatieafspraken zullen Habion en de gemeente Utrecht de systematiek rondom de afspraken, vergelijkbaar met de andere woningcorporaties, volgen. De Utrechtse huurders van Habion zijn (nog) niet verenigd in een huurdersorganisatie. Habion onderzoekt in Utrecht de mogelijkheden voor een huurdersplatform en hoe zij huurders kan betrekken in aanloop naar de eerstvolgende individuele en stedelijke prestatieafspraken. Over de situatie bij de huurderorganisatie van Bo-Ex bent u op 1 december jongstleden geïnformeerd via de raadsbrief Oprichting nieuwe huurdersorganisatie bij woningcorporatie Bo-Ex.. Samenvatting afspraken Vanwege het ‘lichte’ proces gaat het dit jaar vooral om een actualisatie van de bestaande afspraken. Ook hebben we in de prestatieafspraken duidelijker aandacht besteed aan de wederkerigheid van de afspraken. Dit betekent dat de inzet van de gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties per onderwerp genoemd wordt. De Woonvisie en de stedelijke prestatieafspraken vormen de basis voor de individuele prestatieafspraken. Wijken voor iedereen We werken aan een stad waarbij de woningmarkt meer in balans is. Dat betekent gemengde wijken en meer differentiatie. Corporaties zetten hiertoe verschillende instrumenten in: huurbeleid, toewijzing, productie en verkoop.

Als onderdeel van het toewijzingsbeleid maken corporaties voor een (beperkt) aantal projecten gebruik van de zogenaamde vrije toewijzingsruimte. Corporaties mogen 10% van de vrijkomende woningen, vrij toewijzen. De huurprijs blijft sociaal. Hierbij geldt een inkomensgrens van max. € 48.655,- (conform huisvestingsverordening) zodat deze woningen ten goede komen aan (lagere) middeninkomens. De komende periode werken we dit verder uit. De vrije toewijzingsruimte wordt vooral ingezet voor gemengde wijken en mag niet ten koste gaan van de slaagkans van de primaire doelgroep met een inkomen van max. € 39.055,Betaalbaarheid Rondom betaalbaarheid spreken de corporaties af om de huurstijgingen niet meer te laten stijgen dan de inflatie; dit conform afspraken uit de Stedelijke Prestatieafspraken en het Sociaal Huurakkoord. Voor een afwijkende huurverhoging is zoals vastgelegd in het Sociaal Huurakkoord instemming nodig van alle drie betrokken partijen (woningcorporatie, huurdersorganisatie en gemeente). Portaal is over het huurbeleid 2021 in overleg met de huurdersorganisatie. De gemeente heeft reeds aan Portaal laten weten vast te houden aan de afspraken uit de Stedelijke Prestatieafspraken op dit punt. De

2/5

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

9 december 2020 6321032

woningtoewijzing voldoet aan de gemeentelijke uitgangspunten: minimaal 70% van de vrijkomende sociale huurwoningen behoort tot de kernvoorraad. Beschikbaarheid Woningcorporaties en gemeente hebben in de appendix van de Stedelijke Prestatieafspraken gezamenlijk de ambitie geformuleerd om de sociale voorraad mee te laten groeien met de groei van de stad en zetten zich hier actief voor in. De prognose van de start bouw van sociale huurwoningen voor de aankomende jaren sluit aan bij deze gezamenlijke ambitie (zoals blijkt uit de recente peilstok): de beweging gaat de goede kant op, maar is nog zeker niet voldoende. We moeten dus in samenwerking met de corporaties volop blijven inzetten op het zoeken naar extra mogelijkheden voor sociale huur en de voortgang van het realiseren van (grote) projecten en gebiedsontwikkelingen die al in de pijplijn zitten.1 In de stedelijke prestatieafspraken is een appendix opgenomen over de ontwikkeling van een gezamenlijke wijkenstrategie die zich (vanuit het uitgangspunt dat de sociale voorraad moet meegroeien met de groei van de stad) richt op de balans tussen productie en verkopen. Het instrument wijkenstrategie is in het tweede kwartaal van 2020 voor het eerst opgesteld met daarbij een stedelijk beeld en de focus voor de 4 amendementswijken (Oost, Noord-Oost, West en Binnenstad, zie raadsbrief 16-07-2020).

De wijkenstrategie geeft inzicht in de ontwikkeling van de sociale voorraad per wijk (productie, verkoop en liberalisatie/socialisatie). De gegevens hebben betrekking op de ontwikkeling van de komende vier jaar en met een perspectief voor de jaren daarna. De gemeente en corporaties hebben afgesproken om de wijkenstrategie jaarlijks te actualiseren. Ook zal de wijkenstrategie in 2021 uitgebreid worden met een verdieping op de overige wijken. Nadere afspraken hierover worden gemaakt in de Stuurgroep Huren. De wijkenstrategie is een belangrijk instrument om tot eenduidige cijfers te komen. Medio 2021 komt er (zie raadsbrief 16-07-2020) een geactualiseerde versie van de wijkenstrategie. In lijn met de Woonvisie en de stedelijke prestatieafspraken & appendix zijn de STUW-corporaties terughoudend met verkoop, liberalisatie en sloop van sociale huurwoningen, in het bijzonder in de 4 amendementswijken. Het inzicht op de ontwikkeling van de sociale voorraad uit de wijkenstrategie vormt mede de basis om voor het jaar 2021 nadere afspraken in de prestatieafspraken te maken over de verkoop; in algemene zin en specifiek in de amendementswijken. Bo-Ex schroeft de verkoopaantallen verder terug. Portaal heeft vorig jaar de verkoop teruggebracht en gaat zeer terughoudend om met verkoop in de eerdergenoemde wijken.

Ook met Mitros hebben we afspraken gemaakt over het on-hold zetten van de verkoop in de amendementswijken. Het gaat dan nog om een handjevol woningen. In het enkele geval dat er in deze wijken sprake is van verkoop gaat om zogenaamde ‘bijzondere objecten’ die niet in de vastgoedportefeuille van corporaties passen; bijvoorbeeld door hoge WOZ-waarde, of “aangebroken” VVE complexen. Corporaties leveren een heldere onderbouwing als een dergelijke verkoop aan de orde is. Het gaat echter om minimale aantallen. Mitros heeft daarnaast het totaal van haar verkoopportefeuille voor de komende 2 jaar met 25% verkleind. SSH is actief bezig om het onzelfstandige bezit van andere STUW-corporaties over te nemen; dit leidt tot meer focus in de portefeuilles. Deze woningen blijven onderdeel uitmaken van de sociale voorraad en zittende huurders behouden dezelfde rechten.

1 De verschillen tussen kalenderjaren kunnen wel behoorlijk zijn: zo laten opleveringen zich immers

niet ‘vangen’ in een kalenderjaar. In 2020 zijn er bijvoorbeeld uitzonderlijk veel sociale woningen opgeleverd, het aantal opleveringen in 2021 is beperkt en voor 2022 worden juist weer veel opleveringen verwacht.

3/5

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

9 december 2020 6321032

Om doorstroming te bevorderen en de verhuisketen op gang te brengen, kijken gemeente en een paar woningcorporaties in 2021 naar de mogelijkheden om via een tweetal experimenten voorrang te verlenen aan STUW-huurders die van een sociale huurwoning door willen stromen naar een woning in een hoger sociaal huursegment (GroenWest) en naar voorrang voor STUW-huurders van onzelfstandige wooneenheden naar een starterswoning (SSH). Een dergelijke experimentele regeling moet passen binnen de regionale huisvestingsverordening en wordt goed gemonitord op het effect op de woningmarkt. Voorwaarde is dat de voorrangsregeling STUW-breed geldt. Beide experimenten zullen op een beperkt deel van de mutaties van toepassing zijn om voldoende kansen te blijven bieden aan woningzoekenden die geen (onzelfstandige) sociale huurwoning achterlaten. Inzet kwetsbare doelgroepen De STUW-corporaties werken ook komend jaar conform het plan van aanpak MOBW. Bij het toewijzen aan kwetsbare bewoners wordt op complexniveau gekeken of de balans positief blijft; er worden niet op voorhand wijken of buurten uitgesloten voor plaatsing van deze kwetsbare doelgroep. De meeste mutaties vinden echter plaats in de wijken met een grote sociale voorraad.

De gemeente Utrecht en STUW-corporaties zijn van plan om in 2021 samen een dashboard te ontwikkelen voor sturing op de spreiding van kwetsbare doelgroepen op basis van mutaties/toewijzingen regulier en niet-regulier/woningtypen per wijk. Het te ontwikkelen instrument geeft gemeente en corporaties onderling inzicht in spreiding op stadsniveau en STUW-breed, op wijkniveau, op subbuurtniveau en per corporatie. In de overleggen met de woningcorporaties is gewezen op de verwachte forse toename van het aantal te plaatsen statushouders in 2021 (vanwege een inhaalslag bij de IND). Hierover zijn geen aanvullende afspraken opgenomen in de prestatieafspraken. De verdere aanpak wordt besproken in de Stuurgroep Ondersteuning en Huisvesting kwetsbare groepen/MOBW en de Stuurgroep Huren. Duurzaamheid Op het vlak van duurzaamheid behalen de woningcorporaties duidelijke resultaten rondom de gemiddelde energie-index van hun bezit; gemiddeld label B of beter. Zij hanteren hiervoor verschillende (meet-)methodieken maar conform de wens van de raad (motie 247/2019: Van Woonvisie naar concrete energie-ambities in de prestatieafspraken) rapporteren alle woningcorporaties aan de hand van de energie-index om zo voortgang inzichtelijk te maken. Ook rondom Zon op dak hebben de woningcorporaties hun ambities geconcretiseerd in de voorliggende afspraken (streven 20% van hun woningen in 2025).

De zonnemonitor 2020 laat zien dat de corporaties hier goede resultaten op boeken en voortvarend te werk gaan. De corporaties continueren hun inzet rondom het programma aardgasvrij en hun betrokkenheid bij de transitievisie warmte. Rondom het behoud van groen bij woningoverdracht (motie 239/2019) zijn in 2020 de eerste vruchtbare gesprekken gevoerd tussen woningcorporaties en gemeente; we zien dat veel woningcorporaties al actief inzetten op het behoud van groen maar constateren ook ruimte voor verbetering. Er is afgesproken deze gesprekken voort te zetten in 2021 om tot nadere afspraken op dit gebied te komen. Voor wat betreft circulaire economie volgen de woningcorporaties de lijn uit het Plan van Aanpak Utrecht Circulair; 2021 zal zowel in het teken staan experimenten op dit vlak als het komen tot een gezamenlijke aanpak voor renoveren, sloop-nieuwbouw en nieuwbouw. Ook op het gebied van klimaatadaptatie wordt de nodige ervaring opgedaan door middel van pilots.

4/5

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

9 december 2020 6321032

Tot slot Zoals ieder jaar evalueren we de prestatieafspraken met de corporaties Daarbij wordt ingegaan op de behaalde resultaten in 2021 en het nakomen van de gemaakte afspraken. Ook het proces rondom de totstandkoming van de afspraken wordt in de evaluatie meegenomen. We verwachten u hier de eerste helft van 2022 nader over te informeren. Bijlages Bijlage: Prestatieafspraken Mitros Bijlage: Mitros Voorraadontwikkeling 2021-2025 Bijlage: Mitros Productieprogramma 2021-2025 Bijlage: Prestatieafspraken Bo-Ex 2021-2025 Bijlage: Bo-Ex Voorraadontwikkeling 2021-2025 Bijlage: Bo-Ex Productieprogramma 2021-2025 Bijlage: Prestatieafspraken GroenWest 2021-2025 Bijlage: GroenWest Voorraadontwikkeling 2021-2025 Bijlage: GroenWest Productieprogramma 2021-2025 Bijlage: Prestatieafspraken Portaal 2021-2025 Bijlage: Portaal Voorraadontwikkeling 2021-2025 Bijlage: Portaal Productieprogramma 2021-2025 Bijlage: Prestatieafspraken SSH 2021-2025 Bijlage: SSH Voorraadontwikkeling 2021-2025 Bijlage: SSH Productieprogramma 2021-2025 Bijlage: Prestatieafspraken Habion 2021-2025

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

5/5

1 Bijlage Prestatieafspraken Mitros 2021-2025.pdf

Project MIXIT; gemengd woonproject Leidsche Rijn

Prestatieafspraken 2021~2025 Gemeente Utrecht, Mitros, HuurdersNetwerkMitros

1 december 2020

Inhoudsopgave 1.

INLEIDING ..................................................................................................................................................................................................... 3

2.

WIJKEN VOOR IEDEREEN ............................................................................................................................................................................... 5

3.

INZET VOOR KWETSBARE DOELGROEPEN ...................................................................................................................................................... 7

4.

LEEFBAARHEID .............................................................................................................................................................................................. 9

5.

BESCHIKBAARHEID .......................................................................................................................................................................................10

6.

BETAALBAARHEID ........................................................................................................................................................................................12

7.

HUURDERSPARTICIPATIE ..............................................................................................................................................................................13

8.

DUURZAAAMHEID........................................................................................................................................................................................14

9.

KWALITEIT ...................................................................................................................................................................................................17

1

1 december 2020

10. FINANCIËLE AFSPRAKEN EN INVESTERINGSRUIMTE .......................................................................................................................................18

11 ONDERTEKENING ...........................................................................................................................................................................................19

BIJLAGE 3. LEEFBAARHEIDSACTIVITEITEN MITROS IN 2021 ...................................................................................................................................20

2

1 december 2020

1. Inleiding

rekening gehouden met de vastgelegde koers in de woonvisie en de stedelijke

In 2019 zijn de nieuwe Woonvisie “Utrecht beter in balans”, het Stadsakkoord

Vorig jaar zijn de Woonvisie en de Stedelijke prestatieafspraken (2020-2022)

Wonen, en de stedelijke prestatieafspraken 2020-2022 ondertekend en/of

opgesteld. In de Stuurgroep Huren hebben we afgesproken dit jaar een licht proces

vastgesteld. Dit zijn drie mijlpalen die zorgen voor heldere ambities en sterke

te volgen met daarbij geen grote inhoudelijke veranderingen ten opzichte van vorig

allianties om samen de woonopgaven van Utrecht te realiseren. De individuele

jaar, maar een actualisatie en, waar mogelijk een concretisering, van de bestaande

prestatieafspraken die de woningcorporaties (verenigd in de STUW1), gemeente

afspraken. Daarnaast hebben we nadrukkelijker aandacht besteed aan het

Utrecht en huurders samen maken, bouwen voort op deze mijlpalen. Het laat zien

wederkerige karakter van de afspraken. Per thema wordt de inzet van de corporatie

wat de bijdrage is van al deze partijen aan de woonopgaven en -ambities waar

en de inzet van gemeente weergegeven.

afspraken.

Utrecht voor staat. We hebben dit jaar voor de actualisatie een bijzonder proces gevolgd. Als gevolg De opgaven waar partijen prestatieafspraken over maken zijn: het vergroten van de

van de coronacrisis zijn voorliggende afspraken namelijk volledig digitaal besproken

sociale voorraad, het werken aan gemengde wijken, het betaalbaar houden van de

en afgestemd (ambtelijk en bestuurlijk). We hebben op dit moment vanzelfsprekend

voorraad (gematigd huurprijsbeleid) en verduurzaming van de woningvoorraad.

nog geen beeld van de impact van de coronamaatregelen op de realisatie van

Deze opgaven staan ook beschreven als thema’s in de stedelijke

voorliggende afspraken.

prestatieafspraken. De thema’s die beschreven staan in de stedelijke prestatieafspraken zijn ook de thema’s die in dit document als indeling worden gebruikt.

Vertrekpunt voor het maken van afspraken De STUW-corporaties hebben in de stuurgroep huren van 7 oktober 2020 een aantal strategische thema’s ingebracht over productie en betaalbare woonlasten..

Kader van de afspraken De prestatieafspraken worden jaarlijks vastgesteld voor een periode van 5 jaar,

Deze thema’s reiken verder dan de individuele prestatieafspraken van 2021. We

waarbij de prestaties in het eerste jaar (2021) zo concreet mogelijk zijn omschreven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=c4af6286-f902-4d01-a47e-97b51e605f9f