Agendabundel
Tekst van het document
Met 2024 als peiljaar betekent dit dat het definitieve budget voor 2025 wordt vastgesteld op € 7.652 miljoen. Dit is de optelling van het huidige budget (€ 7.238 miljoen) plus de helft van het tekort (50% van € 828 miljoen). Voor 2025 – 2028 wordt dit budget aangepast met indexatie voor volume- en loon- en prijsontwikkeling. De commissie acht het niet wenselijk om de uitgaven in de komende jaren nog verder te laten toenemen en wil daarom niet meegaan in het pleidooi van de VNG om de jaarlijkse volumegroei van 8% voor de komende jaren door te zetten. De commissie is van mening dat er een prikkel moet zijn om te investeren in het creëren en versterken van de ondersteunende structuren, met het oog op het reduceren van de uitgaven voor individuele maatwerkvoorzieningen. 34) Zie Improven, Uitgavenonderzoek jeugdzorg 2023 & 2024, Uitgaven van gemeenten in 2023 en prognose voor 2024, 1 november 2024.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
66
De commissie adviseert hiervoor bestaande beschikbare budgetten voor jeugd en vanuit andere domeinen te benutten en deze meer te richten op versterking van die basisvoorzieningen. Nauwkeurige monitoring van deze uitgaven in de komende jaren is essentieel om te kunnen vaststellen of de geschetste aanname valide is. Het advies van de commissie is om voor de indexatie van het volume aan te sluiten bij de ontwikkeling van de verwachte reële groei van de totale netto zorguitgaven.35 Voor 2025 bedraagt deze 4,7%. De commissie heeft geen inzicht in de aanstaande middellange termijnramingen van het CPB en kan daarom niet beoordelen in hoeverre deze uitkomsten passend zijn bij de uitgangspunten die de commissie hanteert. Aanvullend is het advies om de indexatie voor loon- en prijsontwikkeling te blijven baseren op de methodiek OVA/PPC.
Haalbaarheid besparingen Bouwstenen36 • De Commissie van Wijzen heeft in 2021 uitgesproken dat na 2022 voor ieder volgend jaar het Rijk aan het Gemeentefonds een bedrag van € 1,9 miljard moet toevoegen, met inachtneming van een aantal aanpassingen en correcties.37 In bijlage 1 van de Hervormingsagenda staat dit bedrag in het meerjarig financieel kader vanaf 2026.38 Tegelijk zijn vanaf 2026 maatregelen uit de Hervormingsagenda financieel vertaald als besparing op de toevoeging aan het Gemeentefonds, oplopend van € 961 miljoen in 2026 tot € 1.017 miljoen in 2028. • In bijlage 2 van de Hervormingsagenda zijn deze besparingen gespecificeerd en is per besparing een verdeling van verantwoordelijkheden tussen Rijk en VNG overeengekomen. De besparingen tellen op tot € 1.040 miljoen. Van deze € 1.040 miljoen is € 658 miljoen ingeschat als “haalbaar”. Het resterende besparingsdoel (€ 382 miljoen) is omschreven als “raming met meer onzekerheden omgeven”. Veruit de meeste maatregelen moeten vanaf 2026 tot de beoogde structurele besparingen leiden. • Er is in de Hervormingagenda geen transparante koppeling gemaakt tussen de inhoud van de Hervormingsagenda (lees: de maatregelen) en de besparingsdoelstellingen.
De opsomming van besparingsdoelstellingen in bijlage 2 van de Hervormingsagenda is overgenomen uit het advies van de Commissie van Wijzen en niet geactualiseerd op de inhoud van de agenda. • De maatregelen uit de Hervormingsagenda zijn vertaald naar een implementatieplan. Halfjaarlijks worden de resultaten van de inspanningen opgenomen in een voortgangsbeeld. Hierin is geen financiële doorrekening opgenomen. • In oktober 2024 verscheen de eerste monitor van de Hervormingsagenda. Dit is een kwalitatieve meting op een groot aantal afspraken/indicatoren. Het is een zelfanalyse; er heeft geen feitelijke kwantitatieve meting plaatsgevonden. • Gesprekspartners geven aan dat sprake is van een grote mate van beleidsoptimisme in het meerjarig financieel kader. Voor veel maatregelen bestaat geen adequaat beeld of deze ook daadwerkelijk tot financiële besparingen leiden. Bij vaststelling van de Hervormingsagenda is aangenomen dat dit effect bestaat. 35) Zie 6.4 Horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid 36) Zie hoofdstuk 2 van dit rapport voor de onderliggende tabellen en figuren. 37) Zie letterlijke tekst uitspraak Commissie van Wijzen in hoofdstuk 2. 38) Voor de jaren 2024 en 2025 is een (incidentele) verzachting van het ingroeipad afgesproken, waarmee de reeks voor deze jaren afwijkt van de reeks van de Commissie van Wijzen.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
67
• De start van de Hervormingsagenda is anderhalf jaar vertraagd. Het meerjarig financieel kader is hierop niet aangepast. Bovendien ligt de uitvoering van verschillende maatregelen achter op schema. Het meest in het oog springend is de wet die de reikwijdte van de jeugdhulpplicht afbakent: deze treedt niet voor 1 januari 206 in werking. Of dat haalbaar is, is afhankelijk van de doorlooptijd van het wetgevingstraject. Bovendien zal het besparingspotentieel dat is verondersteld (€ 210 miljoen), zich pas met vertraging manifesteren. • Meerdere gemeenten zijn al voor de komst van de Hervormingsagenda begonnen met maatregelen die nu in de Hervormingsagenda zijn opgenomen. Het effect van de genomen maatregelen is al ingeboekt. Deze gemeenten zien weinig mogelijkheden voor aanvullende maatregelen en bijbehorende financiële effecten. Het is onduidelijk om hoeveel gemeenten het hier in totaal gaat. Beoordeling en adviezen commissie De commissie concludeert dat het op basis van bestaande informatie en monitoren niet mogelijk is een betrouwbare uitspraak te doen over de mate waarin het meerjarig financieel kader uit de Hervormingsagenda Jeugd haalbaar is. Het belangrijkste argument is dat het ontbreekt aan prestatieindicatoren om de voortgang op de besparingsdoelstellingen te monitoren.
De commissie begrijpt dat dit ingewikkeld is, maar het is nu volstrekt onduidelijk of de beoogde besparingsdoelstellingen gerealiseerd (kunnen) worden en waar de realisatie nu staat. Daar komt bij dat er geen logische aansluiting is tussen de besparingsdoelstellingen en de maatregelen. De maatregelen zelf worden kwalitatief gemonitord op basis van gemaakte afspraken, niet op basis van prestaties en effecten. De commissie had verwacht dat de landelijke monitor een feitelijk, kwantitatief beeld zou schetsen van de voortgang op de maatregelen. Daarmee had de monitor veel aan waarde gewonnen. De ingeboekte bezuiniging op het jeugdzorgbudget vanaf 2026 hangt als een zwaard van Damocles boven alle partijen die bij de uitvoering van de jeugdzorg betrokken zijn, inclusief jongeren en ouders. De commissie is daarnaast van mening dat het meerjarig financieel kader voor gemeenten die al een eind op weg zijn, ontmoedigend werkt. Het gebrek aan data wreekt zich ook hier. Omdat er geen indicatoren zijn afgesproken, is niet ‘aan te tonen’ hoe ver deze gemeenten al zijn. Voorlopers zouden naar het oordeel van de commissie niet mogen worden ‘gestraft’ voor hun inzet. Verder constateert de commissie dat de beoogde besparingen op de afbouw van de gesloten jeugdzorg op korte termijn niet haalbaar lijken te zijn.
Tot slot weegt de commissie in haar beoordeling ook de vertraging mee van de start van de Hervormingsagenda. Dit brengt de commissie tot de volgende conclusie. De commissie acht het niet haalbaar en niet wenselijk om de beoogde besparingen vanaf 2026, zoals opgenomen in het meerjarig financieel kader in de Hervormingsagenda Jeugd, te handhaven. Het advies aan het Rijk is om tot 2028 de besparingen als PMpost in de rijksbegroting op te nemen. De commissie benadrukt dat het een rijksbrede verantwoordelijkheid is om dit op te vangen, indachtig het inhoudelijke advies van de commissie (zie hoofdstuk 4). De commissie verwacht dat besparingen op de uitgaven voor jeugd mogelijk zijn, maar kan – door gebrek aan data – geen inschatting maken van de reële omvang. Het is de verantwoordelijkheid van Rijk en gemeenten om de periode 2025 – 2028 te gebruiken om tot reële en meetbare besparingsdoelstellingen, bijbehorende prestatie-indicatoren en monitoring te komen. Daarbij dringt de commissie aan op een logische aansluiting tussen de besparingsdoelstellingen en de maatregelen. Wanneer het inzicht uit de prestatie-indicatoren en de monitoring leidt tot zicht op de ontwikkelingen van de besparingsdoelstellingen, kan de PM-post ingevuld worden. De commissie adviseert om deze inzichten mee te nemen in de totstandkoming van het nieuwe financieringsmodel jeugd vanaf 2028 (zie ook paragraaf 5.5).
De commissie adviseert de afspraken voor de periode 2025 tot en met 2027 te handhaven tot de invoering van dit nieuwe model.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
68
Nog beschikbaar te stellen middelen Bouwstenen39 • In het meerjarig financieel kader zijn voor de jaren 2026 tot en met 2028 “nog beschikbaar te stellen aanvullende middelen” opgenomen. • In bijlage 1 van de Hervormingsagenda is opgenomen dat de toevoeging aan het Gemeentefonds van deze extra middelen plaatsvindt na advies van de Deskundigencommissie en de besluitvorming hierover. Beoordeling en adviezen commissie De commissie roept gemeenten op om het aanvullende budget dat beschikbaar komt, te benutten ter versterking van de sociale basis. De commissie hoopt dat de inzet, die gemeenten in de afgelopen jaren hebben gepleegd ter versterking van de sociale basis, in de komende jaren zal renderen. Dat betekent dat door vroegsignalering hulpvragen van jongeren eerder in beeld komen en hierop via collectieve voorzieningen en/of lichte ambulante hulp kan worden ingespeeld. Dit moet zichtbaar worden in minder afgegeven beschikkingen voor maatwerkvoorzieningen.
5.5 Bespiegelingen op een nieuw financieringsmodel jeugd vanaf 2028 In deze paragraaf benoemt de commissie een aantal gedachten bij de ontwikkeling van een nieuwe financieringssystematiek voor het jeugdstelsel.
Antwoord geven op de 3W-vragen De taak en verantwoordelijkheid die de wetgever aan een overheidsorgaan of overheidslaag toekent, vraagt om financiële mogelijkheden om die taak uit te kunnen voeren. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de mogelijkheid om keuzes te maken over de uitvoering van die taak. Die mate van beleidsruimte is belangrijk bij de bepaling van de bekostiging van die taak. In het jeugdbeleid vragen de huidige interbestuurlijke en financiële verhoudingen herijking; het huidige model bevat onvoldoende mogelijkheden voor risicobeheersing voor Rijk en gemeenten in de kostenontwikkeling van jeugdzorg. Bij herijking van de besturing en het financieringsmodel moeten de afwegingen over inhoud en kosten gaan over de 3W-vragen: wat is het doel, welke maatregel is nodig en wat mag het kosten?
Bekostiging baseren op mate van beleidsvrijheid voor gemeenten Het is relevant nader zicht te krijgen op factoren die invloed hebben op het verminderen van doorverwijzingen naar jeugdhulp. Het inhoudelijke en financiële verdeelmodel moet zijn toegesneden op die determinanten. Dat vraagt nog nader onderzoek. Op basis daarvan kan worden bepaald welke mate van beleidsvrijheid voor gemeenten nodig is, welke beïnvloeding effectief is en welke financiële randvoorwaarden daarbij passen (de bekostiging). In dat verband is ook het aangekondigde wetsvoorstel over de reikwijdte van de jeugdhulpplicht relevant. De algemene en collectieve voorzieningen in het jeugdbeleid, en de relatie tussen jeugd en omgeving (denk aan gezin, school, etc.) hebben grote samenhang. De commissie pleit voor het wettelijk vastleggen van een minimumniveau aan basisvoorzieningen. De wijze waarop de verbindingen in de sociale basis worden gelegd, vraagt om beleidsvrijheid van gemeenten. Financiering via de algemene uitkering van het Gemeentefonds is een bekostiging die daarbij past. Naarmate er op het terrein van de jeugdzorg meer gemeenschappelijke inhoudelijke randvoorwaarden worden gesteld over ‘recht’ of ‘voorziening’, is er minder beleidsvrijheid voor gemeenten. 39) Zie hoofdstuk 2 van dit rapport voor de onderliggende tabellen en figuren.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
69
Binnen de wettelijk gestelde kaders moeten de gemeenten immers tot uitvoering of doorverwijzing komen. Daarbij past een bekostiging die gericht is op de vooraf gestelde inhoudelijke randvoorwaarden. In dat geval is het passend die financiering binnen het uitkeringsstelsel tussen Rijk en gemeenten apart te zetten, binnen de algemene uitkering of daarbuiten. Hierbij kan worden aangesloten bij de voorstellen uit het wetsvoorstel Wijziging Financiële verhoudingswet. Bij de nadere vormgeving van het nieuwe financieringsmodel jeugd kan ook worden geregeld welke informatie en verantwoording tussen Rijk en gemeenten nodig is, zowel inhoudelijk als financieel. Daarbij kan rekening worden gehouden met de informatie die gemeenten ook zelf nodig hebben voor hun verantwoording op decentraal niveau en in relatie tot hun samenwerkingspartners om tot goede sturing en verantwoording te komen (single audit).
Noodzaak tot en randvoorwaarden voor ex-post verevening Kenmerkend voor het complexe veld van het jeugdbeleid is dat niet op voorhand is vast te stellen wat de benodigde kosten zijn voor de uitvoering van het beleid. Onderdeel van een passende bekostiging is daarom een combinatie met een ex-post verevening. Randvoorwaarde voor de vormgeving daarvan is dat er een stimulerende werking vanuit gaat, bijvoorbeeld door stimulering of prikkels gericht op een effectieve en doelmatige besteding van middelen. Dit draagt bij aan de risicobeheersing voor zowel Rijk als gemeenten. Een tweede randvoorwaarde is dat beter zicht ontstaat op de ontwikkeling van macro-ontwikkelingen en een periodieke vertaling naar het macrobudget voor het jeugdbeleid. Daar kan tevens een daarbij passende indexering worden afgesproken. Op deze wijze kan ook worden voldaan aan de wettelijke eisen voor financiële verhoudingen waarbij het Rijk de kosten kan bepalen (Gemeentewet artikel 108, lid 3) en met welke bekostiging de financiële gevolgen kunnen worden opgevangen (Financiële verhoudingswet artikel 2). Onderdeel daarvan is ook het bijhouden en volgen van de kostenontwikkeling.
Vangnetconstructie met passende prikkels Een mogelijke uitwerking van de aanpassing van het stelsel kan zijn dat er een vangnet is met goede prikkels: gemeenten worden gestimuleerd binnen het budget te blijven als ze een bepaald percentage van het budget dat ‘over’ is, mogen houden. Daarnaast past het Rijk bij wanneer sprake is van een bepaald percentage van overschrijding. Bij de vertaling van deze wijze van bekostiging kan geleerd worden van de ervaringen bij de brede uitkering voor gemeenten bij de bekostiging in het kader van onder andere de Participatiewet (BUIG) met een vangnet voor gemeenten. Een ander voorbeeld - hoewel onderdeel van de Zorgverzekeringswet - is de bekostiging van de volwassenen-GGZ waar eveneens deels sprake is van ex-post financiering. Het verdient overweging de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) samen met de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving advies te vragen over de nadere vormgeving langs deze lijnen bij de herziening van de bekostiging en inrichting van het jeugdstelsel. Daarbij kunnen de ROB-adviezen op het terrein van rust, reinheid en regelmaat in de interbestuurlijke en financiële verhoudingen worden betrokken.
Bekostiging specialistische jeugdzorg De gevolgen van de afbouw van de gesloten jeugdzorg en de financiering van de specialistische jeugdzorg vragen specifieke aandacht. Als de keuze wordt gemaakt om de financiering hiervan blijvend via de gemeenten te laten verlopen, geeft de commissie ter overweging mee om in de bekostiging een algemeen en een specifiek deel af te spreken. Het verdeelmodel zou dan kunnen bestaan uit een collectief deel en een deel naar rato van de gemeente waar de jeugdzorgcliënt vandaan komt. Wanneer sprake is van een bovenmatig percentage van doorverwijzingen, kan een gemeente extra worden aangeslagen. Hierbij kan geleerd worden van afspraken die er in het kader van de vrouwenopvang zijn gemaakt.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
70
Belang en opzet van een innovatiefonds Er is behoefte aan lering en innovatie op het terrein van het jeugdbeleid, ook om bewezen goede werkwijzen en samenwerking minder vrijblijvend te maken. Het verdient daarom aanbeveling een percentage van het macrobudget te reserveren voor innovatie van de jeugdzorg. Het voorstel is om daarbij diverse, reeds bestaande subsidieregelingen van departementen te betrekken (denk bijvoorbeeld aan de schakelsubsidies voor scholen en de subsidies voor de proeftuinen Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming). Algemene criteria voor toekenning uit het innovatiebudget zijn: domeinenoverstijgende aanpak, niet-vrijblijvende betrokkenheid van organisaties in het netwerk, toepassing van geleerde lessen en cofinanciering. Bij de doelstellingen van deze innovatie-aanpak past geen gedetailleerde subsidieregeling, maar een toekenning op basis van hoofddoelstellingen en op basis van advisering door een commissie. Het krijgt daarmee het karakter van een fonds. De voorgestelde suggesties kunnen bijdragen aan een betere inhoudelijke en financiële sturing. Dit vraagt een gefaseerde aanpak en meerjarenplanning. Hierdoor ontstaat uiteindelijk beter zicht en betere financiële risicobeheersing voor Rijk en gemeenten. Bezuinigingsdoelstellingen kunnen dan ook meer reëel worden bepaald en onderbouwd na aanpassing van het stelsel.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
71
6. Slotbeschouwing In deze slotbeschouwing geeft de commissie antwoord op de hoofdvraag uit haar toetsingskader. Hoofdvraag In hoeverre geeft de huidige aanpak en voortgang van de uitwerking van de Hervormingsagenda Jeugd en de financiële risicoverdeling die hierover is afgesproken tussen Rijk en gemeenten, voldoende vertrouwen om de beoogde effecten van de Hervormingsagenda Jeugd in de komende jaren te realiseren, in het licht van het meerjarig financieel kader? De afgelopen maanden heeft de commissie met veel betrokkenen en deskundigen gesproken en kennis genomen van onderzoeken naar de voortgang van de Hervormingsagenda Jeugd. De commissie trekt hieruit de conclusie dat partners met volle overgave aan de slag zijn met de uitwerking van de maatregelen. Dat verdient veel complimenten. Ondanks soms uiteenlopende belangen zijn partners ervan overtuigd dat deze maatregelen nodig zijn. De commissie moedigt alle betrokkenen aan om deze intrinsieke motivatie te behouden en elkaar daarop te blijven aanspreken. Deze gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid legt de basis voor het opbouwen van vertrouwen.
Alle goede bedoelingen en inzet van zovelen ten spijt, heeft de commissie er onvoldoende vertrouwen in dat de huidige aanpak en voortgang van de Hervormingsagenda Jeugd en de financiële risicoverdeling die hierover is afgesproken tussen Rijk en gemeenten, tot de beoogde effecten gaan leiden. De Hervormingsagenda Jeugd is een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde; doorgaan op dezelfde weg is volgens de commissie niet voldoende om een goed werkend, beter beheersbaar en financieel houdbaar jeugdstelsel tot stand te brengen. Daarmee wil de commissie zeker niet het signaal afgeven dat de Hervormingsagenda geen waarde heeft; integendeel. Er zitten hele waardevolle en kansrijke werkende mechanismen in de agenda die juist meer aandacht en opschaling verdienen. Het gebrek aan vertrouwen komt voort uit de conclusies die de commissie in de vorige twee hoofdstukken uitvoerig heeft beschreven. Inhoudelijk en qua sturing is de commissie van mening dat aan een aantal randvoorwaarden onvoldoende aandacht is gegeven. In de eerste plaats mist de commissie doorzettingskracht. De Hervormingsagenda is van de hele vijfhoek, maar daarmee is er onvoldoende gezag aanwezig om keuzes af te dwingen en daardoor meer vaart te maken.
In de tweede plaats vindt de commissie dat er meer realisme nodig is over de haalbaarheid van maatregelen en het kunnen realiseren van doelstellingen in de komende jaren. De commissie gelooft sterk in de potentie van de onafhankelijke stevige lokale teams en de verbindende schakel die zij kunnen zijn in de hele keten. Effectieve samenwerking is moeilijk af te dwingen; vertrouwen opbouwen kost tijd. Die tijd wordt eigenlijk niet gevoeld. De druk om nu al en in de komende 2 tot 3 jaar tot substantiële besparingen te komen, trekt een ongewenste wissel op die beweging. Ten derde vindt de commissie dat er op grote schaal sprake is van een gebrek aan cijfermatig inzicht over wat de inzet vanuit de Hervormingsagenda oplevert. Door het gebrek aan prestatie-indicatoren en prestatiemetingen is het sturen in de mist. De commissie gunt alle partners die zich zo inzetten voor de uitwerking van de maatregelen, dat zij zien tot welke resultaten die inzet leidt. Maar bovenal gunt de commissie het de jongeren en hun ouders dat de goede intenties van de Hervormingsagenda in praktijk zichtbaar worden: dat kwetsbare jongeren tijdig passende hulp krijgen en dat er een basis is waar alle hulpvragen gesteld kunnen worden en er mogen zijn.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
72
Dat brengt de commissie op het inhoudelijk meest essentiële argument waarop haar uitspraak over onvoldoende vertrouwen is gestoeld. Met de Hervormingsagenda Jeugd wordt het wezenlijke probleem niet opgelost, al is dat wel het wenkend perspectief dat de agenda schetst. De Hervormingsagenda Jeugd legt een te grote nadruk op het anders organiseren van de jeugdzorg. Het is ontegenzeggelijk waar dat hierin verbeteringen nodig zijn. Maar het grote aantal hulpvragen kan niet met maatwerkindicaties het hoofd geboden worden. Het is niet reëel te verwachten dat het aantal hulpvragen in de komende jaren zal afnemen. Opgroeien is per definitie al ingewikkeld en gaat gepaard met vallen en opstaan. Hoe turbulenter de omgeving waarin jongeren zich bevinden, hoe uitdagender het voor hen is om zich daarin (veilig) staande te houden. En ook ouders zelf worstelen hoe zij zich moeten verhouden tot die complexe samenleving en hoe zij daarin richting kunnen en moeten geven aan hun kinderen. Gezin, samenleving en overheid hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze onzekerheden te herkennen, te erkennen en een plaats te bieden waar die onzekerheden er mogen zijn en waar meegedacht wordt over oplossingen.
De commissie pleit ervoor om met de Hervormingsagenda Jeugd veel nadrukkelijker en daadkrachtiger in te zetten op een systemische benadering rondom kwetsbare gezinssituaties, waardoor jeugdproblematiek die daarmee samenhangt, sneller kan worden gesignaleerd en opgepakt. Daarnaast roept de commissie op tot het creëren en versterken van de lokale sociaalpedagogische basisstructuur. Die ondersteunende structuren – in wijken en op scholen – zijn zeer hard nodig om recht te doen aan alle hulpvragen, maar ook om te kanaliseren welke hulpvragen een individueel maatwerktraject vereisen. Het uitgangspunt moet zijn dat iedereen kan worden gehoord en geholpen, passend bij wat nodig is. En dat vervolgens gekeken wordt hoe de hulpvraag het beste kan worden beantwoord: in de eigen omgeving of via een individuele maatwerkvoorziening vanuit de gemeente. De commissie is van mening dat dit een noodzakelijke stap is om te komen tot een goed werkend en beheersbaar jeugdstelsel. De commissie heeft ernstige bedenkingen bij de haalbaarheid en het realisme van het meerjarig financieel kader dat onder de Hervormingsagenda Jeugd ligt. Door het gebrek aan prestatie-indicatoren is onduidelijk waarop wordt gestuurd. De beschikbare financiële gegevens geven onvoldoende inzicht in de mate waarin de besparingsdoelstellingen gehaald zijn of kunnen worden.
De commissie weegt ook mee dat de Hervormingsagenda bij aanvang anderhalf jaar vertraging heeft opgelopen. In combinatie met het feit dat de uitvoering van veel maatregelen meer tijd in beslag neemt dan vooraf was voorzien, komt de commissie tot de slotsom dat het huidige meerjarig financieel kader herijking behoeft. De verwachting dat de ingeplande substantiële besparingen vanaf 2026 gerealiseerd kunnen, acht de commissie niet reëel. Daarom stelt de commissie voor deze besparingen nu als PM-post op de begroting op te nemen. De herijking van het meerjarig financieel kader moet leiden tot een duidelijke budgetreeks voor de periode 2025 ─ 2028 en tot haalbare en meetbare besparingsdoelstellingen. De commissie roept alle betrokkenen op om de adviezen ter harte te nemen en hieraan opvolging te geven in de komende jaren. Met het realiseren van meer focus, slagkracht, realisme en data verwacht de commissie dat de Hervormingsagenda Jeugd de komende jaren echt tot betekenisvolle resultaten kan leiden. De kramp moet eruit, maar de druk moet erop blijven. De commissie dringt er bij de vijfhoekpartners op aan om voor de zomer van 2025 een routekaart uit te werken hoe opvolging en invulling te geven aan de adviezen.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
73
Bijlagen
Bijlage 1 Instellingsbesluit Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 maart 2024, kenmerk, 3793684 – 1063413-J houdende instelling van de Commissie van Deskundigen ten behoeve van de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd (Instellingsbesluit Commissie van Deskundigen Rijk|VNG Hervormingsagenda Jeugd) De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Gelet op artikel 2 van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies; Besluit Artikel 1. Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: a) Commissie: de Commissie van Deskundigen, bedoeld in artikel 2; b) Ministerie: het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; c) Partijen: het Rijk, vertegenwoordigd door de Staatssecretaris, en gemeenten, vertegenwoordigd d) door de VNG; e) Staatssecretaris: Staatsecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; f) VNG: de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Artikel 2. Instelling en taak 1. Er is een Commissie van Deskundigen. 2. De Commissie heeft tot taak onafhankelijk zwaarwegend advies uit te brengen aan Partijen over de uitvoering van de maatregelen en de gepleegde inspanningen uit de Hervormingsagenda Jeugd, mede in relatie tot de uitgavenontwikkeling.
Het advies ziet op: a) de beweging in het stelsel die de bij de Hervormingsagenda Jeugd betrokken Partijen met zowel elkaar, als met aanbieders, professionals en cliënten willen maken en die door de uitvoering van de voornemens en maatregelen dient te worden gerealiseerd; b) een beoordeling op basis van de afspraken in de Hervormingsagenda Jeugd, de bijbehorende implementatieplannen, de inspanningen van Rijk en gemeenten en de bijbehorende opbrengsten, waarbij ook aandacht wordt besteed aan mogelijke knelpunten en de inspanningen van de andere partijen uit de vijfhoek, alsmede andere partijen die van belang zijn voor de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd; c) signalen en relevante ontwikkelingen die van belang zijn voor de ontwikkeling van de uitvoering en kosten van het jeugdzorgstelsel; d) omgang met een uitgavenontwikkeling die afwijkt van het overeengekomen meerjarig financieel kader. Artikel 3. Samenstelling, benoeming en ontslag 1. De Commissie bestaat uit een voorzitter en vier andere leden. 2. De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak. 3. De voorzitter en de andere leden worden door de Staatssecretaris benoemd. 4. De benoeming geschiedt voor de instellingsduur van de Commissie. 5.
De voorzitter en de andere leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de Staatssecretaris.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
75
6. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit worden tot leden van de Commissie benoemd: a) Mw. Tamara van Ark, tevens voorzitter; b) Dhr. Onno de Zwart; c) Dhr. Han Polman; d) Mw. José Lazeroms; e) Dhr. Bernard ter Haar. 7. Indien een lid niet, of niet meer, in staat is deel te nemen aan de Commissie, wordt een kandidaat ter benoeming voorgedragen door de Partij die het vertrekkende lid heeft aangedragen. Artikel 4. Instellingsduur 1. De Commissie wordt ingesteld per 1 april 2024 en brengt advies uit voor 1 februari 2025. 2. De Commissie wordt opgeheven met ingang van 28 februari 2025. Artikel 5. Secretariaat 1. De Commissie wordt ondersteund door een onafhankelijk secretariaat. 2. De Staatssecretaris voorziet in het secretariaat van de Commissie. 3. Het secretariaat is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de Commissie. 4. Indien ambtenaren, in dienst van het ministerie, tot secretaris of medewerker van het secretariaat worden benoemd, zijn zij tegenover anderen dan de Commissie verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen in verband van de werkzaamheden van de Commissie bekend is geworden. Artikel 6. Werkwijze Commissie 1. De Commissie stelt haar eigen werkwijze vast, met inachtneming van de bepalingen van dit besluit en hetgeen Partijen zijn overeengekomen. 2.
De Commissie publiceert na haar instelling een toetsingskader waarin de door Partijen afgesproken principes ten aanzien van hun onderlinge rolverdeling verder zijn uitgewerkt. 3. De Commissie verstrekt desgevraagd aan de Staatssecretaris de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De Staatssecretaris kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. 4. De Commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. Artikel 7. Inwinnen van inlichtingen 1. Aan de Commissie worden alle relevante stukken in het kader van haar taak ter hand gesteld waar Partijen over beschikken, tenzij een wettelijk voorschrift zich daartegen verzet. 2. De Commissie kan tevens uit eigen beweging stukken en mondelinge of schriftelijke inlichtingen bij Partijen en relevante derden opvragen of verzoeken om aanvullende informatie, voor zover openbaar beschikbare informatie onvoldoende blijkt. 3. De Commissie kan tevens uit eigen beweging onderzoek doen, voor zover dit past binnen haar taak. Artikel 8. Vergoeding voorzitter en andere leden 1.
Aan de voorzitter wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren en de arbeidsduurfactor op 0,2 fte per maand.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
76
2. Aan de andere leden wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 17 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren en de arbeidsduurfactor op respectievelijk 0,1 fte per maand of 0,2 fte per maand. Artikel 9. Kosten De kosten van de Commissie komen, voor zover op basis van een door de Staatssecretaris goedgekeurde raming, voor rekening van de Staatssecretaris. Onder kosten worden in ieder geval verstaan: a) de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning; b) de kosten van uit eigen beweging gedane tussentijdse advisering en onderzoek; en c) de kosten voor oplevering van het rapport. Artikel 10. Openbaarmaking en archivering 1. Onverminderd verplichtingen tot openbaarmaking bij wet, worden rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de Commissie worden vervaardigd of vergaard, niet door de Commissie openbaar gemaakt en uitsluitend aan Partijen uitgebracht of overgedragen. 2.
Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de Commissie worden vervaardigd of vergaard, worden in afwijking van het eerste lid niet aan partijen overgedragen indien deze persoonsgegevens bevatten en de Algemene Verordening Gegevensbescherming geen grondslag biedt voor verstrekking van deze producten dan wel op andere gronden vertrouwelijk dienen te blijven. 3. Onverminderd verplichtingen tot openbaarmaking bij wet, wordt het advies van de Commissie door Partijen gezamenlijk openbaar gemaakt door toezending aan de Tweede Kamer. 4. De archiefbescheiden van de Commissie worden bij opheffing van de Commissie of, zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief van het ministerie. Artikel 11. Inwerkingtreding 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2024. 2. Dit besluit vervalt met ingang van 28 februari 2025. Artikel 12. Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie van Deskundigen Rijk|VNG Hervormingsagenda Jeugd. Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen. De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M. van Ooijen
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
77
Bijlage 2 Toetsingskader Deskundigencommissie De commissie heeft één hoofdvraag en zes centrale vragen geformuleerd waar het advies antwoord op geeft: Hoofdvraag In hoeverre geeft de huidige aanpak en voortgang van de uitwerking van de Hervormingsagenda Jeugd en de financiële risicoverdeling die hierover is afgesproken tussen Rijk en gemeenten, voldoende vertrouwen om de beoogde effecten van de Hervormingsagenda Jeugd in de komende jaren te realiseren, in het licht van het meerjarig financieel kader? De commissie maakt voor de beantwoording van deze hoofdvraag onderscheid naar drie invalshoeken met elk twee centrale vragen: A. Inhoudelijke ontwikkelingen B. Financiële ontwikkelingen en interbestuurlijke verhoudingen C. Sturing en organisatie A. Inhoudelijke ontwikkelingen 1. Hoe beoordeelt de commissie de huidige uitvoering van maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd met het oog op realisatie van de beoogde effecten in de komende jaren? 2.
Waar zitten volgens de commissie de hefbomen in de uitvoering van maatregelen om de beoogde effecten te realiseren? / Welke interventies werken al en welke interventies zijn nog nodig om tot versnelling en/of betere uitvoering te komen? De commissie hanteert de volgende beoordelingscriteria om tot beantwoording van deze twee vragen te komen: • De mate van uitvoerbaarheid van de maatregelen • De mate van interferentie/samenhang tussen de maatregelen • De haalbaarheid van de beoogde effecten • Het draagvlak voor uitvoering van de maatregelen bij betrokken partners • De beschikbaarheid van informatie om te sturen op uitvoering van maatregelen • Het tempo waarin de uitvoering van maatregelen plaatsvindt • De kansen en knelpunten die betrokken partners zien en ervaren • De succesfactoren in de uitvoering van maatregelen B. Financiële ontwikkelingen en interbestuurlijke verhoudingen 1. Hoe beoordeelt de commissie de afgesproken principes over de financiële risicoverdeling tussen Rijk en gemeenten in het licht van beschikbare informatie over de uitgaven voor jeugdhulp? 2.
Welke (tijdelijke) bijstellingen en interventies (naar redelijkheid en billijkheid) zijn volgens de commissie nodig / wenselijk in het licht van het meerjarig financieel kader? Welke suggesties wil de commissie meegeven voor aanwending van de aanvullende middelen voor 2026 t/m 2028? Welke suggesties wil de commissie meegeven voor een nieuw financieringsmodel jeugd?
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
78
De commissie hanteert de volgende beoordelingscriteria om tot beantwoording van deze twee vragen te komen: • De mate van duidelijkheid over de te hanteren principes (bijv. wat is bovenwettelijk en wat zijn onvoorziene omstandigheden?) • De sturingsmogelijkheden van gemeenten en Rijk op een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de Jeugdwet • De uitgaven voor jeugdzorg (mee- en tegenvallers), mede in het licht van de meerjarenraming van het CPB • De mogelijkheden tot beheersbaarheid van de uitgaven voor jeugd • De mate van grip op de uitgaven gericht op uitvoering van de maatregelen uit de Hervormingsagenda • De afstemming tussen gemeenten en Rijk C. Sturing en organisatie 1. Hoe beoordeelt de commissie de sturing op realisatie van de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd en de betrokkenheid van partners bij dit proces? 2.
Welke suggesties heeft de commissie rondom sturing en organisatie van het proces met het oog op tijdige realisatie van de beoogde effecten? De commissie hanteert de volgende beoordelingscriteria om tot beantwoording van deze twee vragen te komen: • Het eigenaarschap over de Hervormingsagenda • De daadkracht in de organisatie van de uitvoering • De beschikbare personele capaciteit bij de betrokken (vijfhoek)partners • De betrokkenheid van de partners bij de implementatie van de maatregelen • Het leervermogen in de uitvoering en implementatie van de maatregelen Tot slot heeft de commissie binnen de drie genoemde invalshoeken nadrukkelijk aandacht voor ontwikkelingen in aanpalende beleidsdomeinen die van invloed zijn op het jeugdzorgstelsel.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
79
Bijlage 3 Geraadpleegde documenten Andersson Elffers Felix (AEF), Stelsel in groei; een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg, 15 december 2020. Andersson Elffers Felix (AEF), Nader onderzoek herijking Gemeentefonds sociaal domein, 8 juli 2021. Andersson Elffers Felix (AEF), Financiële solidariteit in de jeugdzorg, Een theoretische verkenning, 6 november 2024. AEF & Improven, Budget en kosten voor jeugdzorg, Onderzoek over 2020, 2021 en 2022, 8 december 2023. Algemene Rekenkamer, Georganiseerde onmacht, over de rol van de rijksoverheid bij de jeugdbescherming, april 2023. Aspectu, Onderzoek naar de opbouw en ontwikkeling van gebruik en kosten van voorzieningen uit de Jeugdwet, inzichten op basis van 16 gemeenten, 15 december 2022. AZW, De staat van de arbeidsmarkt jeugdzorg 2023, oktober 2023. Bestuur Financiën en Regio, Contourennota financieringssystematiek medeoverheden, 11 juli 2022. Beweging van 0, Op de groei, Een uitnodiging om samen te investeren in wat jonge mensen doet floreren, juli 2021. Binnenlands Bestuur, Essay: benut AI om de jeugdzorg te verbeteren, 8 december 2024. Blanken, Mariëlle, The logic behind a cohesive youth care system, 2024. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Jaarrapport Landelijke Jeugdmonitor 2023, 18 december 2023. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Rapportage Jeugdhulp, 1e halfjaar 2024, 31 oktober 2024.
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Jaarrapport Landelijke Jeugdmonitor 2024, 8 november 2024. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), kerncijfers over jeugdzorg, StatLine, 31 oktober 2024. Commissie van Wijzen Rijk | VNG budget Jeugdzorg, Jeugdzorg: een onderwerp van aanhoudende zorg, 18 mei 2021. Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028, 20 juni 2023. Improven, Uitgavenonderzoek jeugdzorg 2023 & 2024, Uitgaven van gemeenten in 2023 en prognose voor 2024, 1 november 2024. Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), Rapport - De centrale rol van lokale teams in de jeugdhulpketen, Wat goed gaat, wat beter kan en waar de lokale teams staan in relatie tot het Toekomstscenario en de Hervormingsagenda, juni 2023. Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), Onvoldoende passende hulp in JeugdzorgPlus, februari 2024.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
80
Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), Zorgen over jongeren met een complexe hulpvraag buiten de gesloten jeugdhulp, april 2024. Jeugdautoriteit, Impactanalyse Nieuwe Cao Jeugdzorg, april 2024. Jeugdautoriteit, Trendanalyse Financiële ontwikkelingen in de jeugdhulpsector, april en december 2024. Jeugdautoriteit, Monitor JeugdzorgPlus, peildatum 30 juni 2024. Jeugdautoriteit, Rapport Rode draden in tarievenonderzoeken jeugdhulp, juli 2024. Jeugdautoriteit, De Stand van de Jeugdzorg, oktober 2024. Jeugdzorg Nederland, JeugdzorgPlus, Plaatsings- en uitstroomgegevens 2024 (1 januari tot en met 30 juni), 31 oktober 2024. KPMG, Analyse Perspectieven Jeugdstelsel Groningen, eindrapportage, 6 november 2023. KPMG Advisory N.V., Inventarisatie en advies doorontwikkeling landelijke inkoop jeugdhulp, 29 oktober 2024. Ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Verslag onderzoek begrotingen gemeenten 2024, juni 2024. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Integraal Overzicht Financiën Gemeenten 2024, 30 september 2024. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en ministerie van Financiën, Vaststelling van de begrotingsstaat van het Gemeentefonds voor het jaar 2024 en 2025, Memorie van Toelichting, bijlage 5. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Snelstudie Transities en transitiemanagement, september 2022.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het jaar 2025, Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 36 600 XVI, nr. 1. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en ministerie van Justitie en Veiligheid, Voortgangsbrief Jeugd (en bijlagen), Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 31 839, nr. 1031. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Volledige vragenlijst Monitor Hervormingsagenda Jeugd, juni 2024. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Voortgangsbeeld Hervormingsagenda, Proces, samenvatting uitkomsten, bespreek- en aandachtspunten, 23 mei 2024. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Ontwerpbesluit Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, 20 december 2024.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
81
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport & VNG, Concept Voortgang Hervormingsagenda, Achtergrondinformatie voor HA-coördinatoren over voortgang Hervormingsagenda, 8 februari 2024. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport & VNG, Outputmonitoring cruciale onderdelen Hervormingsagenda, 23 mei 2024. Movisie en Verwey-Jonker Instituut, De sociale basis versterken, investeren in de toekomst, december 2024. Nederlands Jeugdinstituut (NJI), Andere kijk op groeiend jeugdzorggebruik, Voor een hoopvolle wereld om in op te groeien, april 2023. Peeters, Piet-Hein & Marcel Ham, Als we dat hadden geweten; naar een beter lokaal sociaal domein, Jaarboek van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Prognosemodel Zorg en Welzijn, Jeugdzorg, Stories Dashboard - Jeugdzorg (JZ) - Nederland. Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB), Droomland of niemandsland? Uitgangspunten voor het besturen van regio’s, juni 2021. Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB), Financieringssystematiek Bijstand, 19 juni 2018. Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB), Raamwerk voor toekomstbestendige financiële verhoudingen, 6 februari 2024. Raad van State, Advies over Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, 11 december 2023.
Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming, Zorgpunten en aanbevelingen over jeugdhulp en jeugdbescherming, brief aan de staatssecretarissen van Jeugd, Preventie en Sport, en Rechtsbescherming, 6 november 2024. Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS), Kinderen uit de knel, juni 2023. Schakel- en Adviesraad Jeugd (SAR), Kostenbesparing door Preventie in het Jeugddomein. Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Kamerstuk Wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, 25 april 2024. Stellaard, Sharon, Boemerang beleid, Over aanhoudende tragiek in passend onderwijs- en jeugdzorgbeleid, 2023. Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen, Als één overheid, Slagvaardig de toekomst tegemoet, 20 september 2020. Stuurgroep Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet, Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet, 8 april 2021. Teisman, Geert, en Jitske van Popering, Veerkracht als gezamenlijke ambitie en gezamenlijk verantwoordingsprincipe, essay, 6 november 2024.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
82
Venster, Monitor van de afspraken Hervormingsagenda Jeugd 2024, 20 november 2024. Verwey-Jonker Instituut & Radboud Universiteit Nijmegen, Eigenwijs transformeren, maart 2021. Verwey-Jonker Instituut, Kernboodschap en position paper Sociale Basis, juni 2023. Verwey-Jonker Instituut, De sociale basis en de houdbaarheid van de Wmo, Een analyse van beleidskeuzes en uitgaven in de sociale basis in relatie tot de ontwikkeling van de (uitgaven aan) Wmomaatwerkvoorzieningen (2017-2023), augustus 2024. VNG, PO-Raad, VO-raad, MBO Raad en de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK), Een sterke basis door krachtige samenwerking, 1 september 2022. VNG, Richtinggevend Kader; toegang, lokale teams en integrale dienstverlening, maart 2024. VNG, Meta-analyse startfoto’s Hervormingsagenda Jeugd, 22 april 2024. Vijfhoekpartners, Procesplan Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028, november 2023. Vijfhoekpartners, Uitwerking governance Hervormingsagenda Jeugd. Diverse websites en artikelen.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
83
Bijlage 4 Overzicht veldwerk Rondetafelgesprekken De commissie heeft in totaal 15 rondetafelgesprekken gevoerd. Onderstaand is een overzicht opgenomen van de gesprekspartners. Van het rondetafelgesprek met jongeren en ouders heeft de commissie geen namenlijst opgenomen. Rondetafelgesprek Rijk (inhoud) Naam Elske van Amelsfoort Erwin van Dam Bas Derks Dick Kabel Marieke Kleiboer Maartje Roelofs Justine Ruitenberg Jan Vermeer
Ministerie JenV AZ VWS, directie Publieke Gezondheid Financiën VWS, directie Jeugd VWS, directie Maatschappelijke Ondersteuning SZW BZK
Rondetafelgesprek Rijk (financiën) Naam Dick Kabel Marieke Kleiboer Ellen Meijer Michel Visser
Ministerie Financiën VWS, directie Jeugd JenV BZK
Rondetafelgesprek gemeenten (directeuren) Naam Armand Brinkman Marleen Damen Allet Dopmeijer Pieter Folkeringa Nanda Hagedoorn Jaap Janse Ton de Klerk Herm Kuipers Reinier Lagerwerf Job Domela Nieuwenhuis John van Putten Tamara Schror Duco Stuurman Hans Uneken Gea Vermeulen Edwin Westphal
Gemeente Den Haag ‘s-Hertogenbosch Zwolle Deventer Haarlem Rotterdam VNG Amersfoort VNG Zaanstad Roermond Raalte Amsterdam Utrecht Almere Purmerend
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
84
Rondetafelgesprek gemeenten (bestuurders) Naam Ronald Buijt Ellen Dusseldorp-Ribbers Joëlle Gooijer-Medema Marcelle Hendrickx Ton de Klerk Elsbeth Koek Nathalie Kramers Reinier Lagerwerf Maes van Lanschot Manouska Molema Marjolein Moorman Anouk Noordermeer Frans Schatorje Jacky Silos Ankie van Tongeren Harmjan Vedder Michiel van Willigen
Gemeente Rotterdam Oost-Gelre Delft Tilburg VNG Teylingen Leeuwarden VNG Eindhoven Groningen Amsterdam Alphen aan den Rijn Venlo Vlaardingen Borger-Odoorn Enschede Zwolle
Rondetafelgesprek jeugdzorgaanbieders Naam Carola Bodenstaff Toine van den Broek Marleen Dam Wichers Ronnie van Diemen Boris van den Ham Nellieke de Koning Mirjam van den Nieuwenhuijzen Leon Noorlander Ageeth Ouwehand Maartje van der Rijt Jan Visscher Ingrid Widdershoven Youp van Zorge
Organisatie Jeugdzorg Nederland GGZ & Karakter Nederlandse GGZ Jeugdzorg Nederland BGZJ & VGN GGZ en Levvel Jeugdzorg Nederland & Pluryn Jeugdzorg Nederland & BGZJ ‘s Heeren Loo & VGN VGN BGZJ VGN & Koraal GGZ & BGZJ
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
85
Rondetafelgesprek professionals Naam Marco Bottelier Hilbert Fleddérus Pim Hoek Britt Kiene Marnix Loer Anne-Minke Mulder Maarten Oosterkamp Nathalie Wils
Organisatie Accare NIP NVPMT BPSW NIP/KOOS Utrecht PsychoWijs NVvP NVvP
Rondetafelgesprek Associatie Wijkteams Naam Edith van den Berg Pieter van den Born Leonie Cieremans Tijmen Dekkers Tineke de Haas Evelyn Klein Haneveld Pieter Houwers Erwin Lots Ed Lugthart An Theunissen
Organisatie Delf Support Jeugdteam Zaanstad Gemeente IJsselstein Incluzio Incluzio Stichting Ouder- en Kindteams Amsterdam SKT Westland CJG Capelle aan den IJssel Stichting ZO! Associatie Wijkteams
Rondetafelgesprek VNG Naam Hugo den Breejen Leonard Geluk Ingrid Hoogstrate Ton de Klerk Reinier Lagerwerf
Functie Financieel/strategisch expert jeugdzorg algemeen directeur beleidsdirecteur Inclusieve samenleving adviseur Jeugd en Kansengelijkheid MT-lid Jeugd en Kansengelijkheid
Rondetafelgesprek programmateam Hervormingsagenda Jeugd Naam Judit de Bever Thomas van der Bijl Merijn van den Boom Suzanne van der Jagt
Organisatie VWS VWS VWS VWS
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
Functie adviseur monitoring secretaris communicatieadviseur programmamanager Hervormingsagenda Jeugd
86
Rondetafelgesprek thematrekkers Hervormingsagenda Jeugd Naam Jaap van den Berg Hugo den Breejen Vera Hermanns Maarten van den Hoonaard Jan Jaap Janse
Organisatie VWS VNG VWS VNG VWS
Arjen Jansen Natalie Jonkers
VNG VWS
Marieke Koppenaal Meike Kramer Joram van Leeuwen Karlijn Stals Michelle van der Veeken
VWS VWS VNG NJI VWS
Thematrekker Terugdringen residentiële jeugdhulp Data en monitoring Reikwijdte Stevige lokale teams en toegang Standaardisatie/verminderen administratieve lasten en negatieve effecten marktwerking Doorontwikkeling landelijk inkoop/standaardisatie Jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen Organisatie en inkoop specialistische jeugdzorg Data en monitoring Terugdringen residentiële jeugdhulp Kwaliteit en blijvend leren Financieringssystematiek Jeugd
Rondetafelgesprek experts interbestuurlijke en financiële verhoudingen (op persoonlijke titel gevraagd) • • • • •
Peter Wilms Annelies Kroeskamp Cathalijne Dortmans Raymond Gradus, Vrije Universiteit Amsterdam Martijn van der Steen, NSOB
Rondetafelgesprek deskundigen over de staat van de jeugd en de organisatie van de jeugdzorg Naam Pieter Hilhorst Ineke Hoekstra Ans van der Maat Kees van Nieuwamerongen Anne Pelzer Angela van der Putten Sharon Stellaard Gonneke Stevens
Organisatie Raad voor Volksgezondheid en Samenleving Raad voor Volksgezondheid en Samenleving Nederlands Jeugdinstituut Jeugdautoriteit Beweging van 0 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Universiteit Utrecht
Rondetafelgesprek partners in aanpalende domeinen Naam Hanneke Bakker Ingrid de Bonth Doride de Bruijn Erik Dannenberg Asja Godthelp Igor Ivakic
Organisatie Landelijk netwerk Veilig Thuis VO-Raad MBO-Raad Divosa Brancheorganisatie Kinderopvang Nederlands Centrum Jeugdgezondheid
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
87
Marloes Kleinjan Sanne Scholten Marjolein Tasche Adnan Tekin Marjet Winsemius
Trimbos-instituut PO-Raad Landelijke huisartsenvereniging MBO-Raad Stichting Voor Werkende Ouders
Rondetafelgesprek jeugdbescherming en jeugdreclassering Naam Rianne de Back Hanneke Bakker Rinda den Besten Anja Jonkers Ellen van Kalveen Gerbrich Kuperus Amanda de Nijs Leon Noorlander Tom Pietermans Curtis de Roo Monique Schippers
Organisatie OM Landelijk Netwerk Veilig Thuis Jeugdbescherming Brabant en Veilig Thuis Oost-Brabant Veilig Thuis Utrecht Rechtbank Midden-Nederland Veilig Thuis Amsterdam Amstelland Rechtbank Rotterdam Jeugdzorg Nederland Veilig Thuis Midden-Brabant Jeugdbescherming West Raad voor de Kinderbescherming
Rondetafelgesprek onderzoekers Naam Rudi Bakker Jan Bosman Herm Kuipers John van Leerdam Menno van Leeuwen Kees van Nieuwamerongen Isidora Stolwijk Joop van der Zee
Organisatie CBS Improven Gemeente Amersfoort Cebeon Aspectu Jeugdautoriteit CBS Gemeente Utrecht
Individuele gesprekken • • • • • • • • • •
Carsten Herstel, directeur-generaal Langdurige Zorg, ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport Margrite Kalverboer, Kinderombudsvrouw Vincent Karremans, staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport José Manshanden, voorzitter stuurgroep Hervormingsagenda Jeugd Leon Meijer, bestuurlijk aanjager transformatie JeugdzorgPlus en residentiële jeugdhulp Maarten van Ooijen, voormalig staatssecretaris Jeugd en Preventie, ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport Marjanne Sint, voormalig voorzitter stuurgroep Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet Teun Struycken, staatssecretaris voor Rechtsbescherming, ministerie van Justitie en Veiligheid Inge Vossenaar, directeur-generaal Funderend Onderwijs, ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen Richard van Zwol, voormalig voorzitter Commissie van Wijzen
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
88
Werkbezoeken • Amersfoort • Brummen • Groningen Aan de werkbezoeken namen diverse betrokkenen deel vanuit gemeenten, lokale teams, welzijnsorganisaties, jeugdzorgaanbieders, professionals, huisartsen en vrijwilligers.
Werkbezoek gespecialiseerde jeugdhulp • Elker, Groningen
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
89
Bijlage 5 Samenstelling commissie, secretariaat en klankbordgroep Samenstelling Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd • • • • •
Tamara van Ark, voorzitter Bernard ter Haar José Lazeroms Han Polman Onno de Zwart
Samenstelling secretariaat In haar werkzaamheden heeft de commissie ondersteuning gekregen vanuit Lysias Advies: • Heleen Stigter, inhoudelijk secretaris • Lotte Wolters, inhoudelijke en organisatorische ondersteuning • Marcel Benard, inhoudelijk sparring partner De vormgeving en opmaak van het rapport zijn verzorgd door Sandra Beekman, Signatures.
Samenstelling klankbordgroep Op verzoek van de Deskundigencommissie is een klankbordgroep van jongeren ingesteld. Deze bestond uit: • Pim Bosch • Juliette Groenendijk • Maurits de Haan • Carlijn van Hoek • Merel Muller • Anouk Robben De klankbordgroep werd vanuit het NJI ondersteund door: • Safae Azzouz • Jelrik Westra
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
90