Agendabundel
Tekst van het document
Bij aanvragen die we (deels) hebben afgewezen in beide categorieën is het ook niet zo dat het altijd tot gevolg heeft dat een activiteit helemaal niet kon plaatsvinden, vaak kon dit (bijvoorbeeld in een andere vorm) alsnog of heeft het initiatief de activiteit voor minder middelen alsnog kunnen realiseren of met andere financiering (fondsen, sponsoren, andere subsidies etc.). Vraag 12 Welke beleidswijzigingen overweegt het college om de effectiviteit van SPDO te verbeteren en aan te passen aan huidige maatschappelijke behoeften? Antwoord 12 Er zijn meer dan 30 organisaties die elk jaar SPDO-subsidie ontvangen. De meeste ontvangen dit al vele jaren en organiseren mooie activiteiten voor kwetsbare Utrechters. We staan echter ook voor grote uitdagingen en we moeten keuzes maken om de zorg in Utrecht doelmatig en betaalbaar te houden. Dit zal ook voor de SPDO-subsidie gelden. Er zijn verschillende opties om te overwegen zoals een goede spreiding over de stad en ongelijk investeren voor gelijke kansen, dus inzet op de meest kwetsbaren. In lijn met de Wmo-beleidsnota. Ook kijken we naar gebruik van fondsen en andere financieringsbronnen zoals vriendenstichtingen. We zullen dit samen met de huidige SPDOsubsidiepartijen doen. We doen dit ook in samenhang en nauw overleg met de andere subsidieregelingen in het sociaal domein om te zorgen dat het aanbod goed op elkaar aansluit.
5
Vraag 13 De wethouder gaf aan dat het erop lijkt dat de SPDO-partners gezamenlijk niet voldoende efficiënt zijn en er dus wellicht met minder geld (orde grootte 10% minder) nog hetzelfde gedaan kan worden aan activiteiten en dienstverlening. Op basis van welke evaluatie, onderzoek, feiten of waarnemingen heeft het stadsbestuur kunnen vaststellen dat er goede redenen zijn om ervanuit te gaan dat sprake is van een inefficiënt georganiseerde ‘sector’ en dat op basis daarvan een korting op het gezamenlijke budget kan plaatsvinden zonder dat zit zou leiden tot verlies van dienstverlening en activiteiten? Antwoord 13 Analyse van de verleende subsidies laat zien dat er een heel groot verschil zit in kosten per deelnemer. Sommige van deze verschillen zijn te verklaren door het verschil in soort activiteit of doelgroep, zoals eerder genoemd zijn de activiteiten en doelgroepen divers, maar sommige ook niet. Sommige organisaties realiseren dus meer impact van hetzelfde bedrag dan anderen. Ook is de verdeling van het aanbod over de stad op dit moment niet optimaal, het totaalaanbod is over de historie gegroeid waardoor er op sommige plekken meer aanbod is dan andere plekken. Daarbij is er door de verscheidenheid aan regelingen waar partijen onder vallen die dezelfde doelstellingen hebben ook winst te behalen, hier gaan we als gemeente zelf mee aan de slag.
Vraag 13a Als die onderbouwing er niet is, hoe wil het college dat dan alsnog wel aantonen? Antwoord 13a N.v.t. Vraag 14 Zijn er aantoonbare redenen om te veronderstellen dat vele SPDO-partners in staat zouden zijn om meer medefinanciering bij derden te kunnen aanboren? Antwoord 14 Medefinanciering is één van de voorbeelden waar we, samen met de partners, naar willen kijken. Het is niet gezegd dat dit dé oplossing gaat zijn maar kan wel een onderdeel zijn. Een reden om te veronderstellen dat hier mogelijkheden voor zijn is dat er voorbeelden van organisaties zijn die al een deel van hun begroting invullen met medefinanciering. Vraag 14a Zijn daar goede voorbeelden van onder de huidige SPDO-partners en zouden deze voorbeelden dan wel in staat zijn om nog meer medefinanciering te organiseren? Antwoord 14a Er zijn zeker goede voorbeelden: samenwerking met lokale bedrijven, vriendenstichtingen, fondsenwerving, externe subsidies etc. We willen graag samen met de SPDO-subsidiepartijen bekijken welke mogelijkheden er zijn. Bijvoorbeeld door ons juist te richten op de partijen die hier nu nog minder ver in zijn. Vraag 14b Welke SPDO-partners zijn nagenoeg volledig afhankelijk van gemeentelijke financiering en is het duidelijk waarom dat zo is? Antwoord 14b Alle partners zijn voor het doen van hun activiteiten afhankelijk van gemeentelijke financiering. Dit is de aard van de sector.
Hoe groot deze afhankelijkheid is hangt af van de aard van de organisatie, zo hebben partijen die aanbod bieden om mee te werken soms wel wat verdiepcapaciteit met hetgeen zij produceren of leveren, voor hen is de subsidie slechts een deel van de begroting om het plaatje sluitend te maken. Maar andere organisaties die bijvoorbeeld dagactiviteiten voor ouderen bieden hebben geen verdienpotentieel, tenzij zij de deelnemers om een flinke bijdrage vragen, en dat vinden we onwenselijk.
6
Daarnaast speelt ook de grootte van de organisatie mee, zo zijn er organisaties die ook andere zorgvormen bieden of in andere gemeenten actief zijn. Deze grote partijen zullen niet ophouden te bestaan als wij met deze subsidie stoppen maar zullen hun laagdrempelige aanbod binnen deze regeling dan wel moeten stopzetten of moeten minimaliseren. Vraag 15 Hoe wil het college de mogelijke inefficiëntie in het SPDO-veld actief tegengaan? Antwoord 15 Er zijn verschillende denkrichtingen, maar we willen dit juist ook samen met de huidige partners bespreken om ook te kijken welke ideeën er in het veld zijn. Bijvoorbeeld: kijken naar betere richtlijnen voor aanvragende activiteiten zodat we meer handvatten hebben om te sturen. Ook kunnen we gezamenlijk leren uit best-practices. Ook een goede spreiding over de stad, diversiteit van initiatieven en ongelijk investeren voor gelijke kansen zijn denkrichtingen. Daarbij kijken we, in lijn met de Wmobeleidsnota naar welk aanbod het meeste bijdraagt aan het voorkomen van zwaardere zorg. Vraag 16a SPDO, als onderdeel van de 'Sociale Basis' in de Utrechtse aanpak heeft raakvlakken met andere werkgebieden zoals WMO AA (Arbeidsactivering), maar ook met Basiszorg en deels ook weer met Aanvullende Zorg.
Is er niet een te grote verkokering van subsidies? Hoe wil het college deze verkokering tegengaan? Antwoord 16a Arbeidsmatige activering is aanvullende zorg en daarmee anders dan aanbod in de sociale basis zoals SPDO. Hier is sprake van geïndiceerde zorg die wij wettelijk verplicht zijn om te leveren en waar ook andere (wettelijke) eisen voor gelden. De verbinding van de aanvullende zorg met de sociale basis heeft onze aandacht en wordt ook in de hervormingen Sociaal Domein meegenomen We werken, zoals benoemd in de programmabegroting op dit moment ook aan een herstructurering van de subsidies binnen het sociaal domein per 2027, waarbij we alle regelingen in samenhang bekijken en in relatie tot de basiszorg en aanvullende zorg. Het verdelen van financiering over onderdelen met duidelijke richtlijnen geeft echter ook meer sturingsmogelijkheden en duidelijkheid voor aanvragers dan één grote regeling. Het is belangrijk om hier goed de balans in te zoeken. Vraag 17a Wat is volgens het college het toekomstperspectief voor het SPDO-veld? Wat zijn de verwachtingen voor wat nodig is aan SPDO inzet in een groeiende stad? Antwoord 17a Door de beweging naar voren verwachten we dat er meer gebruik wordt gemaakt van voorliggende voorzieningen, waarmee zwaardere zorg wordt voorkomen.
Dit geldt voor organisaties die SPDO bieden maar bijvoorbeeld ook voor vrijwilligersinitiatieven (bijvoorbeeld organisaties binnen de regeling vrijwillige inzet voor elkaar, VIVE) en de basiszorg. Daarnaast staan we voor een financiële uitdaging. We zullen daarom op alle plekken de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk moeten inzetten en op de plekken waar dit het hardste nodig is. Dit aanbod is waardevol om zwaardere zorg te voorkomen. We richten ons dan ook op aanbod waarmee we aanvullende zorg zo lang mogelijk uitstellen of voorkomen en waarmee we zoveel mogelijk impact hebben op het leven van de meest kwetsbare inwoners in onze stad, in lijn met de Wmo-beleidsnota. Dit nemen we ook mee in de eerder beschreven herstructurering van de subsidies binnen het sociaal domein.
Hoogachtend,
7
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
8
Schriftelijke vragen: Hoe verder met ‘Sociale Prestaties en Dagondersteuning’ (SPDO) in Utrecht? 8 oktober 2024
Sociale Prestaties en Dagondersteuning (afgekort SPDO) is een subsidieregeling gericht op het ondersteunen van kwetsbare groepen, zoals ouderen, mensen met een beperking of chronische ziekte, en personen die moeite hebben om zelfstandig deel te nemen aan de samenleving. Deze regeling biedt dagondersteuning, begeleiding en activiteiten die bijdragen aan het welzijn van deze doelgroepen. Bij de Voorjaarsnota 2024 heeft de gemeenteraad in meerderheid ingestemd met een bezuiniging van 10% (op een totaal beschikbaar budget van ca. 7 miljoen euro per jaar), mede omdat er sprake zou zijn van inefficiëntie en ruimte voor alternatieve medefinanciering door derden. Vanuit het werkveld zijn er daarentegen meerdere SPDO-partners die zorgen hebben over het effect van deze bezuiniging en dat dit wel degelijk kan leiden tot het verminderen van het aanbod voor deze kwetsbare doelgroep van Utrechters die vaak alleen nog enigszins zelfstandig kunnen wonen dankzij de nu nog beschikbare SPDO-dienstverlening en -activiteiten. Gezien het belang van deze voorziening voor onze gemeenschap, willen we graag enkele vragen stellen over de resultaten en het functioneren van deze SPDO-regeling.
Vragen: Evaluatie kwaliteit en tevredenheid cliënten 1) Waarom is er in de afgelopen 10 jaar (2014-24) nog geen evaluatie geweest naar de effecten en het functioneren van deze subsidieregeling op SPDO? a. Of zijn er wel evaluaties geweest maar zijn deze nog niet met de gemeenteraad gedeeld? b. Zo ja, kunnen wij die dan alsnog op korte termijn ontvangen? c. Indien er inderdaad niet is geëvalueerd is het college bereid alsnog een evaluatie begin 2025 te organiseren? 9
2) Hoe informeert het college bewoners en (potentiële) cliënten(groepen) over de beschikbare SPDO-activiteiten en is geëvalueerd of dat ook goed werkt? 3) Hoe wordt de feedback en/of het oordeel van cliënten/deelnemers (en/of bewoners) over de dienstverlening en activiteiten van de huidige SPDOpartners verzameld? 4) Op welke manier houdt het college toezicht op de kwaliteit en de effectiviteit van SPDO-activiteiten en –dienstverlening zoals uitgevoerd door de SPDOpartners? 5) Hoe waarborgt het college dat de toegekende SPDO-subsidies doelmatig worden besteed en daadwerkelijk ten goede komen aan de beoogde doelen en doelgroepen? 6) Is er een onafhankelijk orgaan dat de prestaties van SPDO-organisaties beoordeelt? a. Zo nee, overweegt het college dit in te stellen? b. En zo niet, waarom dan niet? Functioneren SPDO-partners 7) Welke consequenties verbindt het college aan het niet nakomen van subsidievoorwaarden en/of het onvoldoende realiseren van doelen of bereiken van doelgroepen door SPDO-organisaties? a. Zijn er voorbeelden van handhaving in de afgelopen jaren? b.
En hoe vaak zijn om die reden subsidierelaties met SPDO-partners verminderd of zelfs beëindigd? 8) Bestaat er een klachtenprocedure voor deelnemers aan SPDO-activiteiten? Hoe worden deze klachten geregistreerd en afgehandeld? 9) Overweegt het college om periodieke audits of inspecties uit te voeren bij SPDO-organisaties om de kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen en/of te meten? 10) Hoe wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de prestaties en eventuele tekortkomingen van SPDO-organisaties? Behoefte aan SPDO-dienstverlening 11) In totaal is er over 2023 voor ruim 12 miljoen euro aangevraagd aan SPDOsubsidies terwijl er ca. 7 miljoen euro beschikbaar was en is besteed. Is er inzicht in de totale vraag naar SPDO-inzet in de stad? a. Klopt het inderdaad dat ca. 5 miljoen aan aanvragen SPDO (breed) in 2023 vanwege tekort aan beschikbare middelen niet kon worden toegekend? b. Welk deel van deze afwijzingen vond plaats op basis van onvoldoende middelen en welk deel voldeed echt niet aan de basisvereisten voor een SPDO-subsidie? 12) Welke beleidswijzigingen overweegt het college om de effectiviteit van SPDO te verbeteren en aan te passen aan huidige maatschappelijke behoeften? Niet efficiënt functioneren of financieren van SPDO-partners gezamenlijk
10
13) De wethouder gaf aan dat het erop lijkt dat de SPDO-partners gezamenlijk niet voldoende efficiënt zijn en er dus wellicht met minder geld (orde grootte 10% minder) nog hetzelfde gedaan kan worden aan activiteiten en dienstverlening. Op basis van welke evaluatie, onderzoek, feiten of waarnemingen heeft het stadsbestuur kunnen vaststellen dat er goede redenen zijn om ervanuit te gaan dat sprake is van een inefficiënt georganiseerde ‘sector’ en dat op basis daarvan een korting op het gezamenlijke budget kan plaatsvinden zonder dat zit zou leiden tot verlies van dienstverlening en activiteiten? a. Als die onderbouwing er niet is, hoe wil het college dat dan alsnog wel aantonen? 14) Zijn er aantoonbare redenen om te veronderstellen dat vele SPDO-partners in staat zouden zijn om meer medefinanciering bij derden te kunnen aanboren? a. Zijn daar goede voorbeelden van onder de huidige SPDO-partners en zouden deze voorbeelden dan wel in staat zijn om nog meer medefinanciering te organiseren? b.
Welke SPDO-partners zijn nagenoeg volledig afhankelijk van gemeentelijke financiering en is het duidelijk waarom dat zo is? 15) Hoe wil het college de mogelijke inefficiëntie in het SPDO-veld actief tegengaan? 16) SPDO, als onderdeel van de 'Sociale Basis' in de Utrechtse aanpak heeft raakvlakken met andere werkgebieden zoals WMO AA (Arbeidsactivering), maar ook met Basiszorg en deels ook weer met Aanvullende Zorg. Is er niet een te grote verkokering van subsidies? a. Hoe wil het college deze verkokering tegengaan? 17) Wat is volgens het college het toekomstperspectief voor het SPDO-veld? a. Wat zijn de verwachtingen voor wat nodig is aan SPDO inzet in een groeiende stad? Gesteld door: Oumar Barry en Gert Dijkstra, EenUtrecht
11
Hoe verder met sociale presentaties en dag ondersteuning(SPDO) in Utrecht Basisinformatie Datum Gespreksleider Tijd Zaal Soort bijeenkomst Werkvorm Portefeuillehouder Vervolg
25 maart 2025 Cees Bos 20:45-21:45 Stadhuishal Bespreken raadsbrief Regulier Wethouder Voortman De gemeenteraad debatteert over dit onderwerp tijdens de vergadering van de commissie: Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport Wilt u nog informatie delen met raadsleden, stuur dit naar raadsinformatiebijeenkomst@utrecht.nl Website gemeente en facebook Stichting King Arthur Groep Stichting WIJ 3.0 Stichting Oog voor Utrecht Interaktcontour Utrecht Natuurlijk De Wilg Buurtwerkkamer Cooperatie Stichting Attifa Kleine Max Power by Peers 2 deelnemers
Links naar Deelnemers
Programma Presentatie(s) Vragen raadsleden Indieners van zienswijzen/mening van betrokkenen/deelnemers aan het woord Vragen raadsleden Reflectieronde
1
Motivatie De subsidieregeling Sociale Prestaties en Dag Ondersteuning (SPDO) is bedoeld om kwetsbare Utrechters, zoals ouderen en mensen met een beperking, te ondersteunen bij participatie in de samenleving. In de Voorjaarsnota 2024 heeft de gemeenteraad een bezuiniging van 10% op het SPDO-budget goedgekeurd (vanaf 2026), mede vanwege vermeende inefficiënties en de mogelijkheid om alternatieve financieringsbronnen aan te boren. Vanuit het werkveld zijn echter zorgen geuit over de impact van deze bezuiniging, met name voor Utrechters die sterk afhankelijk zijn van de SPDOdienstverlening. Daarom willen we in deze Raadsinformatiebijeenkomst (RIB) ingaan op de evaluatie van de regeling, de financiering en mogelijke verbeteringen in de uitvoering. Doel van de RIB is primair het ophalen van meningen en ideeën van de SPDO-partners. Mede aan de hand van aspecten als: • Inzicht te krijgen in de prestaties en effectiviteit van SPDO-partners, inclusief hun ervaringen met de subsidieregeling. • Mogelijke inefficiënties en verbeterpunten te bespreken vanuit het perspectief van SPDOpartners. • Te verkennen hoe de subsidieregeling toekomstbestendiger kan worden gemaakt en beter kan aansluiten op de maatschappelijke behoeften in Utrecht.
Agendeerders Gert Dijkstra
2
RIB Sociale prestatie en Dagondersteuning
25 maart 2025 Barbara Sieval beleidsmedewerker Meedoen naar Vermogen
Bezuinigingsopgave
Voorjaarsnota 2024, 11 juli 2024
Maatregel “Herinrichting Sociale Prestatie en dagondersteuning” met bijbehorende financiële bezuiniging van 616.000 vastgesteld.
Stappen die zijn gezet 17 april 2024: Bij publicatie van de ambtelijke rapportage van UBA ontvingen alle partners in het sociaal domein deze per mail 16 mei: bij publicatie voorjaarsnota ontvingen alle partners in het sociaal domein de voorjaarsnota per mail
5 juli: SPDO partijen zijn extra geïnformeerd over de bezuinigingsmaatregel op SPDO en wat dit mogelijk zou betekenen voor de subsidierelaties per mail, in de periode daarna volgde verschillende accountgesprekken
4 December: partijen ontvingen de aankondiging van het voornemen tot stopzetten SPDO subsidierelaties per 1 januari 2026
Tot 18 december konden SPDO aanbieders hun zienswijze geven over dit voornemen
20 december: Partijen ontvingen definitief besluit stopzetten subsidierelaties per 1 januari 2026
Input voor 2026 opgehaald Input opgehaald voor de taakstelling 2026 tijdens de startbijeenkomst SPDO (februari 2025). Uitkomsten startbijeenkomst:
• Efficiëntere samenwerking • Investering in specifieke doelgroepen (ongelijk investeren voor gelijke kansen), wat is de doelgroep van SPDO • Verminderen van bureaucratie en verbeteren uitvoerbaarheid • Bezuiniging brengt risico met zich mee dat minder activiteiten kunnen worden uitgevoerd
Denkrichting 2026 De Nadere regeling wordt aangepast voor 2026. Denkrichting:
• Focus op continuïteit van ondersteuning voor onze inwoners in aanloop naar herziening sociale basis per 2027 • Ongelijk investeren voor gelijke kansen • Aanvraag strikter toetsen op de subsidieregeling SPDO. Draagt de aangevraagde subsidie bij aan de geformuleerde doelen die zijn opgenomen in de Nadere SPDO-regeling? • Efficiencyslag. Toetsen op dubbellingen met andere nadere regels of aanvragers, zoals binnen de Nadere regel subsidie vrijwillige inzet voor elkaar • Overwegen toetsen op egalisatiereserves