CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 14 maart 2024, gemeente Utrecht43.432 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bundel - Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen van 14 maart 2024 1 2 3

3.1

3.2 3.3 4

5

6 7

Opening Vaststellen van de agenda van 14 maart 2024 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Behandelvoorraad PROCEDUREEL Commissie EDVW 14 maart 2024 Ingekomen agenderingen Commissie EDVW PROCEDUREEL 14 maart 2024 Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop, Coördinatiebesluit energielandschap Rijnenburg en Reijerscop en brief aan Provincie Utrecht over zoekgebieden zon en wind Dossier 3878 voorblad Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan windpark Rijnenburg en Reijerscop Vaststellingsrapport windpark Rijnenburg en Reijerscop versie def01 Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop Bijlage 1 Onderbouwing lijst meest kansrijke gebieden windenergie PU Bijlage 2 Bijlagen-onderbouwing-meest-kansrijke-gebieden-windenergie Link naar RO publiceer Rijnenburg en Reijerscop Bijlage 3 A Eindadvies Burgerforum Windenergie PU Bijlage 3 B Procesbeschrijving burgerforum windenergie Utrecht 11-12-23 HZ_WABO-22-26676 aanvraagformulier publiceerbaar_Zwartgemaakt Omgevingsvergunning windpark def01_Zwartgemaakt Brief aan gemeenten meest kansrijke gebieden

windenergie Provincie Utrecht Conceptbrief van B en W aan provincie Utrecht Reactie verzoek provincie Regionale Energie Strategie Besluitenhistorie Energielandschap Zienswijze ontwerpbegrotingswijziging voor 2024 en ontwerpbegroting 2025 van de gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht (AVU) Raadsbrief begrotingswijziging 2024 definitief v2 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven Raadsbrieven cie EDVW 2 februari tm 7 maart 2024 Verslagen Ter vaststelling: Conceptverslag bijeenkomst commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 8 februari 2024 2024.02.08 Gemeente Utrecht Commissie Energie(transitie) Duurzaamheid Vastgoed en Toezeggingen/Moties Ter vaststelling. Motielijst cie EDVW 14 maart 2024 Toezeggingenlijst cie EDVW 14 maart 2024 Ingekomen stukken Geen. Raadsbrief Bodemenergieplan en Interferentiegebied Papendorp Groenewoud Wethouders: Van Hooijdonk en Eerenberg, beleidsterreinen: Energie en Klimaat, Ruimtelijke Ordening Indicatieve behandeltijd: 15 minuten Geagendeerd door Charlotte Passier (Volt) De agenderende fractie wil het gesprek aangaan over de raadsbrief Bodemenergieplan en Interferentiegebied Papendorp Groenewoud om de mogelijkheden te bespreken voor een lokale energiehub waarbij op systeemintegratie wordt ingezet.

Dossier 3947 voorblad CONCEPT Besluit tot wijziging Verordening Interferentiegebieden BodemenergiesystemenBodemenergieplan Papendorp en Groenewoud Raadsbrief Bodemenergieplan en Interferentiegebied PapendorpGroenewoud

9

10

11

Wethouder: Van Hooijdonk, beleidsterrein: Energie en Klimaat Indicatieve behandeltijd: 30 minuten De indiener van de burgeragendering verzoekt de raad om in gesprek te gaan over het energiezuiniger maken van nieuwbouwwoningen. Hij stelt voor om de de Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG)-eisen voor gemeente Utrecht aan te scherpen en om bij nieuwbouw van woningen die op stadsverwarming worden aangesloten de zogenaamde kwaliteitsverklaring, waarvan gunstige waarden worden gebruikt in de BENG-berekening, niet meer te accepteren. Dossier 3948 voorblad Raadsbrief Reactie Burgeragendering Energiezuiniger nieuwbouw Beantwoording SV2023 nr 202 over Bouwen we wel energiezuinig Burgeragendering energiezuiniger nieuwbouw - mrt 2024 actualisatie kostenvergelijking reactie raadsbrief Raadsbesluit beslissing op bezwaar 11784597 2.0 11784597 strekt te vervanging beslissing op bezwaar Concept Raadsbrief actualisatie uitvoeringsprogramma's energie besparen gebouwde omgeving Wethouder: Van Hooijdonk, beleidsterrein: Energie en Klimaat Indicatieve behandeltijd: 30 minuten Geagendeerd door Kirsten Alblas (ChristenUnie) en Gertjan te Hoonte (VVD) De agenderende fracties willen graag in debat met de commissie en de wethouder over de raadsbrief actualisatie uitvoeringsprogramma’s energie besparen gebouwde omgeving, met daarbij onder andere aandacht voor de voortgang van het programma energie

besparen gebouwde omgeving en de stand van zaken rondom particuliere verhuurders en ondernemers. Dossier 3949 voorblad Dashboard-energie Uitvoeringsprogramma bedrijven en maatschappelijk vastgoed 2024 Raadsbrief actualisatie uitvoeringsprogramma's energie besparen gebouwde omgeving Uitvoeringsprogramma wonen 2024 Raadsbrief Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026 Wethouder: Van Hooijdonk, beleidsterrein: Energie en Klimaat Indicatieve behandeltijd: 110 minuten Geagendeerd door Charlotte Passier (Volt), Gertjan te Hoonte (VVD), Ralph Peters (D66), Kirsten Alblas (ChristenUnie), Joachim Cornielje (PvdA), Rachel Heijne (GroenLinks) en Nando Temming (Stadsbelang Utrecht) De agenderende fracties maken zich grote zorgen over de impact van netcongestie op de grote maatschappelijke opgaven van onze gemeente. Daartoe behoren in elk geval de oplevering van nieuwe woningen, o.a. studentenwoningen, sociale en middenhuur, en betaalbare koopwoningen; de uitbreiding en verduurzaming van bedrijven en eventuele andere implicaties van economische aard; het aansluiten, uitbreiden en/of verduurzamen van sociale voorzieningen, zoals scholen en zorginstellingen; en de verduurzaming van mobiliteitssector, waartoe ook het verbeteren en uitbreiden van het openbaar vervoer hoort.

Om black-outs en stilval van ontwikkelingen in de stad te voorkomen, willen wij op voorhand met de commissie en het college in gesprek over het uitvoeringsprogramma. Dossier 3950 voorblad Zienswijze prioriteringskader Energy Board Zienswijze G4 en Amersfoort Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026 Raadsbrief Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026 Beantwoording SV2024 nr 20 over Raadsbrief Uitvoeringsprogramma netcongestie Raadsbrief Emissieloos gemeentelijk voer- en vaartuigenpark Wethouder: Schilderman, beleidsterrein: Circulaire Economie Indicatieve behandeltijd: 45 minuten Geagendeerd door Gertjan te Hoonte (VVD), Joost Vasters (D66), Rachel Heijne (GroenLinks), Mohamed Talhaoui (PvdA), Lenno van Straalen (ChristenUnie), Jantine Zwinkels (CDA) en David Bosch (UtrechtNu!) De agenderende partijen willen in debat over de raadsbrief Emissieloos gemeentelijk voer- en vaartuigenpark van 20-12-2023. Deze brief sluit volgens de agendeerders niet aan bij de ambities die de gemeente heeft en wel worden opgelegd aan andere partijen. De agenderende partijen willen daar graag een debat over voeren met het college. De agenderende fracties zijn benieuwd naar het tempo van verduurzaming van het gemeentelijk voer- en vaartuigenpark en dat in relatie met de gestelde doelen.

Dossier 3951 voorblad Raadsbrief Emissieloos gemeentelijk voer- en vaartuigenpark

Behandelvoorraad Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid Vastgoed en Wonen PROCEDUREEL te bespreken bij de commissie van 14 maart 2024 Energie en Klimaat, Circulaire Economie, Milieu en Emissieloos vervoer, Vastgoed, Wonen en Volkshuisvesting, Wijk- en Buurtaanpak, Samen voor Overvecht

Wethouder Van Hooijdonk Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop, Coördinatiebesluit energielandschap Rijnenburg en Reijerscop en brief aan Provincie Utrecht over zoekgebieden zon en wind

Te agenderen voor de cie van 11 april met een voorgestelde behandeltijd van 120 minuten

Wethouder De Vries

Wethouder Oosters

Wethouder Schilderman Zienswijze ontwerpbegrotingswijziging voor 2024 en ontwerpbegroting 2025 van de gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

Te agenderen voor de cie van 11 april met een voorgestelde behandeltijd van 15 minuten

Wethouder Streefland

Commissie EDVW 2024 tot zomerreces • 11 april • 23 mei • Veegcommissies 13 en 20 juni RIB EDVW 2024 tot zomerreces • 2 april • 14 mei • 11 juni Dagdelen commissie

Ochtend 10.00 - 13.00 uur (180 min - 30 min opening = 150 min beschikbaar) Middag 14.00 uur - 16.45 uur (165 min beschikbaar) Avond 20.00 – 23.00 uur (180 min beschikbaar)

Agenderingen Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Vast te stellen op 14 maart 2024

Stukken afkomstig van het college Datum: 15-2-2024 Soort stuk: Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop, Coördinatiebesluit energielandschap Rijnenburg en Reijerscop en brief aan Provincie Utrecht over zoekgebieden zon en wind

Op 29 augustus 2022 heeft Rijne Energie c.s. bestaande uit vier samenwerkende initiatiefnemers (Rijne Energie Coöperatief U.A., Coöperatieve Vereniging tot Collectief Bezit van Windmolens De Windvogel B.A., BHM Solar B.V. en Eneco Wind B.V.) een aanvraag ingediend om een nieuw bestemmingsplan te maken voor de realisatie van vier windturbines in Rijnenburg en Reijerscop. Ter uitvoering van het raadsbesluit over de Visie Energielandschap en het Uitnodigingskader is er een bestemmingsplan opgesteld voor drie windturbines in Rijnenburg en één windturbine in Reijerscop.

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 11 april 2024 Tijd: 120 minuten

De raad heeft de ontwerpbegrotingswijziging voor 2024 en ontwerpbegroting 2025 van de gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht (AVU) ontvangen. De AVU stelt de raad in de gelegenheid voor 15 mei 2024 hierop te reageren door middel van een zienswijze.

Voorstel: 2. Agenderen voor de commissie EDVW van 11 april 2024 3. Tijd: 15 minuten

Het voorstel zit uiterlijk 26 maart in het college en wordt dan aansluitend aan de raad verzonden.

Voorgesteld wordt de zienswijze met een behandeltijd van 15 minuten op de agenda van 11 april

Wethouder: Van Hooijdonk Beleidsterrein: Energie en Klimaat Commissiegriffier: Mariska de Vos Datum: Soort stuk: Zienswijze GR AVU Begrotingswijziging 2024 en AVU Begroting 2025 Wethouder: Schilderman

Beleidsterrein: Circulaire Economie

Zie ook de mail van woensdag 7 februari 2024 11:41 uur.

2024 te plaatsen i.v.m. fatale termijn (raad van 25 april en reactie voor 15 mei AVU)

Commissiegriffier: Mariska de Vos

Stukken afkomstig van commissieleden Datum: Soort stuk: Wethouder:

Voorstel: 4. Agenderen voor de commissie EDVW van .. 2024 5. Tijd:

Beleidsterrein: Commissiegriffier:

2

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Dossiernummer

3878

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

14 maart 2024

Agendapunt

3.1

Titel

Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop, Coördinatiebesluit energielandschap Rijnenburg en Reijerscop en brief aan Provincie Utrecht over zoekgebieden zon en wind

ID

4085

Behandelend ambtenaar

Evelein, Rob

Telefoon

0302864494

E-mail

r.evelein@utrecht.nl

Datum collegebesluit Geocodering

Vleuten-De Meern

Thema Portefeuillehouder

Wethouder Van Hooijdonk

Beleidsveld

Energie en Klimaat

Referendabel Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst) Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Commissie Energie(transitie),

14 maart 2024

Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Voorgesteld besluit

Voorstel aan de gemeenteraad

Vaststelling Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop, Coördinatiebesluit energielandschap Rijnenburg en Reijerscop en brief aan Provincie Utrecht over zoekgebieden zon en wind Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Energie en Klimaat Ontwikkelorganisatie Ruimte Jantien van den Heuvel en Rob Evelein 11972366 Volgt Bestemmingsplan: nee (artikel 1:2 lid 2 onder f referendumverordening) Coördinatiebesluit en besluit over inzet: ja Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Akkoord te gaan met het vaststellingsrapport met daarin de beantwoording van de zienswijzen en wijzigingen over bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan, windpark Rijnenburg en Reijerscop’. 2. Het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan, windpark Rijnenburg en Reijerscop’ dat is vastgelegd in het digitale bestandNL.IMRO.0344.BPWINDRIJNENREIJER-VA01.gml met ondergrond NL.IMRO.0344.BPWINDRIJNENREIJER-VA01.dgn vast te stellen, waarmee drie windturbines in Rijnenburg en één windturbine in Reijerscop mogelijk worden gemaakt en het aandeel duurzame elektriciteitsopwekking in de stad bijna wordt verdubbeld. 3. Geen exploitatieplan vast te stellen. 4.

Op grond van artikel 3:20 onderdeel b van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 16.8 lid 1 van de Omgevingswet een coördinatiebesluit te nemen voor een wijziging van het omgevingsplan voor de realisering van een energielandschap in de polder Rijnenburg en/of Reijerscop, waardoor de volgende uitvoeringsbesluiten samen worden voorbereid en bekendgemaakt: - omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit (artikel 5.1 lid 2 sub a van de Omgevingswet); - omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (artikel 5.1 lid 2 sub b van de Omgevingswet); - omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in verband met de bescherming van archeologische waarden (artikel 5.1 lid 1 sub a van de Omgevingswet); - omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit (artikel 5.1 lid 2 sub g van de Omgevingswet); waarmee afdeling 3.5 van de Algemene wet Bestuursrecht van toepassing is en waarvoor het college van burgemeester en wethouders als coördinerend bestuursorgaan wordt aangewezen. 5.

Akkoord te gaan met de inzet van duurzame opwek van zon en wind van de gemeente Utrecht voor het realiseren van de provinciebrede Regionale Energiestrategie-doelstelling voor 2030, zoals vermeld in de concept-collegebrief aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht, te weten de volgende door de raad vastgestelde opwekprojecten:  Windpark Rijnenburg en Reijerscop, indien het bestemmingsplan wordt vastgesteld;  Meijewetering;  Gebiedsontwikkeling Ockhuizen;  Haarrijnseplas.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

2

Samenvatting Windpark Rijnenburg en Reijerscop Ter uitvoering van het raadsbesluit over de Visie Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop en het Uitnodigingskader Rijnenburg en Reijerscop, is er een bestemmingsplan opgesteld voor drie windturbines in Rijnenburg en één windturbine in Reijerscop. De tiphoogte van de windturbines bedraagt maximaal 270 meter. De jaarlijkse energieopbrengst van de windturbines zal uitkomen op circa 90 giga-wattuur (GWh) en dit staat gelijk aan het verbruik van circa 27.000 huishoudens. Het MER (Milieu Effect Rapport) betreft een gecombineerd plan- en projectMER. In het planMER zijn de milieueffecten, de economische effecten en de energieopbrengsten van vijf opstellingsalternatieven voor windenergie in combinatie met zonnevelden onderzocht voor het besluit over het bestemmingsplan. In het projectMER zijn de milieueffecten, de economische effecten en de energieopbrengsten van het voorkeursalternatief onderzocht voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. Brief provincie RES-doelstelling In de brief aan de provincie geeft Utrecht aan hoe zij invulling geeft aan het realiseren van de provinciebrede Regionale Energiestrategie-doelstelling voor 2030 met wind en/of zonne-energie.

In de brief is een overzicht opgenomen van locaties zon op land en wind waarover reeds door de raad is besloten (of naar aanleiding van dit raadsvoorstel over wordt besloten) te weten Ockhuizen, windpark Rijnenburg en Reijerscop, Haarrijnseplas en Meijewetering. Een toelichting op het lopende traject ‘raadsvoorstel ‘Beleidsnota ‘grootschalige duurzame opwek’ waarover naar verwachting eind 2024 wordt besloten, is ook in de brief opgenomen.

Context Aanleiding Op 29 augustus 2022 heeft Rijne Energie c.s. bestaande uit vier samenwerkende initiatiefnemers (Rijne Energie Coöperatief U.A., Coöperatieve Vereniging tot Collectief Bezit van Windmolens De Windvogel B.A., BHM Solar B.V. en Eneco Wind B.V.) een aanvraag ingediend om een nieuw bestemmingsplan te maken voor de realisatie van vier windturbines in Rijnenburg en Reijerscop. Rijne Energie c.s. is in 2021 door het college aangewezen als initiatiefnemer op grond van het door de raad vastgestelde Uitnodigingskader Rijnenburg en Reijerscop. Zienswijze Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat Midden-Nederland (RWS) heeft namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een zienswijze ingediend over de meest oostelijke windturbine in de hoek A2/A12, nabij Knooppunt Oudenrijn. Uit een eerste uitgevoerde analyse uit juni 2023 blijkt namelijk dat de oostelijke windturbine kan zorgen voor negatieve effecten op de verkeersveiligheid. In de zienswijze wordt daarom gevraagd om voor de oostelijke windturbine te kijken of er (locatie) alternatieven zijn om dit veiligheidsrisico weg te nemen of te beheersen. Hierbij wordt verwezen naar de Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken.

In artikel 3 lid 3 van deze beleidsregel staat dat nabij een knooppunt plaatsing van windturbines slechts wordt toegestaan indien uit een aanvullend onderzoek blijkt dat er geen onaanvaardbaar verhoogd veiligheidsrisico bestaat. Uit een ander onderzoek uit augustus 2023 blijkt dat door het treffen van mitigerende maatregelen geen onaanvaardbaar verhoogd risico voor de verkeersveiligheid ontstaat. De uitkomst van de onderzoeken is dan ook niet eenduidig. Er hebben diverse gesprekken met Rijkswaterstaat plaatsgevonden. De uitkomst van deze gesprekken is dat er een nieuw verkeersveiligheidsonderzoek in gezamenlijk opdrachtgeverschap met Rijkswaterstaat wordt uitgevoerd, mede aan de hand van een expertpanel. De uitgangspunten van dit onderzoek worden gezamenlijk met Rijkswaterstaat bepaald en uitgevraagd. Dit onderzoek zal niet op korte termijn uitgevoerd zijn. Daarom is er in het bestemmingsplan een nader toetsmoment ingebouwd voor deze oostelijke windturbine. Hierdoor mogen de gronden voor de oostelijke windturbine alleen voor een windturbine in gebruik genomen worden als aan een aantal voorwaarden voldaan wordt (zie argument 1.3). Bomen (motie 22/74), groen en ecologie Voor het plaatsen van de windturbines inclusief toebehoren zoals kraanopstelplaatsen, transformatorstation inclusief inkoopruimte en onderhoudswegen worden geen bomen gekapt.

Voor het realiseren van de tijdelijke bouwwegen wordt onderzocht of bomen tijdelijk verwijderd kunnen

3

worden en daarna teruggeplaatst kunnen worden. Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht is op grond van de Wet natuurbescherming het bevoegd gezag over de bomen. Vanwege compensatie van de gemeentelijk stedelijke groenstructuur (vanwege doorkruising van een toegangsweg) wordt een deel van het (gemeentelijk) perceel van windturbinepositie 3 ecologisch ingericht. Het noordelijke gedeelte van het compensatiegebied grenst aan de primaire watergang Middelwetering en wordt ingericht als natuurvriendelijke oever met een flauw talud. Langs de tertiaire watergangen (noord-zuid) worden gebiedseigen bosschages/bosjes geplaatst. De rest van het gebied wordt ingezaaid met kruidenrijk grasland. Dit alles ter bevordering van de kwaliteit van het leefgebied van de heikikker en de rugstreeppad. Op de overige delen van beide gemeentelijke percelen wordt extensief agrarisch beheer toegepast en niet meer bemest. Voor de compensatie van het leefgebied van de grutto en velduil (zie ook volgende kopje) gaat de initiatiefnemer leefgebied van de grutto mogelijk maken in de Lopikerwaard in combinatie met een stilstandsvoorziening van één windturbine in de polder Rijnenburg.

Aangepast ontwerpbesluit Wnb (Wet natuurbescherming) ontheffing ter inzage In aanvulling op de eerdere onderzoeken is medio 2023 nader onderzoek gedaan naar de vliegbewegingen van de grutto en de territoria van de weidevogels in het plangebied. Dit nadere onderzoek heeft geleid tot een wijzigingsverzoek op de eerdere ontheffingsaanvraag op de onderdelen compensatie van het leefgebied van de grutto en velduil en de stilstandsvoorziening. Op 18 december 2023 is het onderzoek door de initiatiefnemer aan de provincie Utrecht verstrekt. De Gedeputeerde Staten van de Provincie Utrecht beoordeelt als bevoegd gezag momenteel het wijzigingsverzoek. Mogelijk worden de voorschriften in het ontwerpbesluit op de onderdelen voor het compensatiegebied en de stilstandsvoorziening naar aanleiding van deze beoordeling gewijzigd. Wanneer er wijzigingen zijn in het ontwerpbesluit, worden deze wijzigingen opnieuw ter inzage gelegd en is er gelegenheid tot het indienen van zienswijzen. Er is voor gekozen om de Wnb ontheffing niet af te wachten en door te gaan met het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning. Voor de Wnb ontheffing blijft de gemeentelijke coördinatieregeling gelden. Het is mogelijk om de Wnb ontheffing later bekend te maken dan het bestemmingsplan met bijbehorend Combi-Milieueffectrapport inclusief de omgevingsvergunning.

Hierdoor kunnen het bestemmingsplan met bijbehorend Combi-Milieueffectrapport, de omgevingsvergunning en de Wnb ontheffing, in het geval van beroep, tegelijk door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State behandeld worden. Coördinatiebesluit Op 29 juli 2022 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend en in deze aanvraag is verzocht om de gemeentelijke coördinatieregeling van toepassing te verklaren. Op 6 juli 2017 heeft de gemeenteraad een coördinatiebesluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening genomen voor de realisatie van een energielandschap in de polder Rijnenburg en/of Reijerscop. In dit coördinatiebesluit waren de uitvoeringsbesluiten (zoals omgevingsvergunning bouwen en milieu, ontheffing Wet natuurbescherming) echter niet specifiek opgenomen. Deze uitvoeringsbesluiten waren op het moment van het nemen van het coördinatiebesluit in 2017 ook nog niet bekend.

Op 22 juni 2023 heeft de gemeenteraad een coördinatiebesluit genomen, waarin de uitvoeringsbesluiten wel specifiek zijn opgenomen: • Omgevingsvergunning voor de activiteit bouw (op grond van artikel 2.1 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht); • Omgevingsvergunning voor de activiteit milieu (op grond van artikel 2.1 lid 1 sub e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht); • Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan is bepaald (op grond van artikel 2.1 lid 1 sub b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht); • Ontheffingen (op grond van de artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbescherming). Het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorend Combi-Milieueffectrapport heeft vanaf 26 mei 2023 tegelijk met deze ontwerpbesluiten ter inzage gelegen. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Hierdoor moet een nieuw 4

coördinatiebesluit genomen worden op grond van de juiste juridische artikelen. Inhoudelijk wordt er verder niets aan het eerder genomen coördinatiebesluit aangepast. Dit coördinatiebesluit kan worden toegepast voor de nog steeds mogelijke uitbreidingen van het windpark (waarvoor separate procedures onder de Omgevingswet nodig zijn). Het eerder genomen coördinatiebesluit kan niet gebruikt worden voor aanvragen waarvoor de Omgevingswet van toepassing is. Brief provincie RES-doelstelling De provincie heeft in januari 2024 de gemeente in een brief aan het college van B&W opgeroepen om de komende zes maanden concreet te maken hoe we invulling gaan geven aan het realiseren van de RES-doelstelling voor 2030 via wind en/of zonne-energie. De Regionale Energiestrategie bevat de plannen van de RES-regio’s in de provincie Utrecht om duurzame elektriciteit via zon op dak, zon op land en wind op te wekken. De provincie adviseert om gebruik te maken van hun onderzoek naar de meest kansrijke gebieden voor windenergie dat in januari 2024 is verschenen. In dit onderzoek is bedrijventerrein Lage Weide in Utrecht als kansrijke locatie genoemd. De gestelde termijn door de provincie van zes maanden vraagt om een gesprek met de raad voor het zomerreces van 2024 (bijlage ter informatie brief provincie aan het college van B&W, inclusief onderliggende bijlagen).

Na deze termijn stelt de provincie een tweede Tussenbalans op, op basis van alle ingekomen informatie. In de Tussenbalans (1e Tussenbalans) brengt de provincie in beeld of de provincie op koers ligt voor het halen van de provincie brede doelstelling van 2,4 TWh duurzame opwek voor 2030. Als uit de tweede Tussenbalans blijk dat de realisatie van de provinciale RES- doelstelling niet haalbaar is, gaat de provincie voor het aanvullende deel projectbesluiten voor windenergie starten binnen één of meer genoemde kansrijke gebieden. Als gemeenten laten zien proactief aan de slag te zijn met één of meerdere zoekgebieden wind en zonne-energie geeft de provincie aan terughoudend te zijn om projectbesluiten te nemen. Juridische context Bestemmingsplan en MER (beslispunt 1 t/m 3) Op basis van overgangsrecht van de Omgevingswet blijft het oude recht (Wet ruimtelijke ordening) van toepassing tot het bestemmingsplan van kracht is, als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een ontwerp van een bestemmingsplan ter inzage is gelegd. Het ontwerpbestemmingsplan is voor 1 januari 2024 ter inzage gelegd, waardoor het oude recht van toepassing is op de aanvraag voor een nieuw bestemmingsplan. Op grond van artikel 3.1 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een bestemmingsplan vast.

Op basis van artikel 160 lid 1 onder b van de Gemeentewet is het college bevoegd om beslissingen van de raad voor te bereiden en om het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Artikel 3.8 lid 1 van de Wro schrijft voor dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is en dat de gemeenteraad binnen twaalf weken na afloop van de termijn van terinzagelegging omtrent de vaststelling besluit. Artikel 3:16 lid 1 van de Awb bepaalt dat de termijn voor het indienen van zienswijzen zes weken bedraagt. Artikel 3.8 lid 1 sub c van de Wro schrijft voor dat iedereen zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren kan brengen. Nadat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan bekend is gemaakt, staat hiertegen zes weken lang beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (artikel 8.2 lid 2 sub a van de Wro). De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark valt onder de m.e.r.-regelgeving. In het Besluit m.e.r. zijn windparken opgenomen in onderdeel C en D van de bijlage van het besluit.

Het betreft categorie: • C22.2: de oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark, bestaande uit 20 windturbines of meer • D22.2: de oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark met een gezamenlijk vermogen van 15 MW of meer, of bestaande uit 10 windturbines of meer. Het gezamenlijk opgesteld vermogen van de windturbines bedraagt meer dan 15 MW. Dit betekent: • een plan-m.e.r.-plicht voor het bestemmingsplan; • een project m.e.r.- beoordelingsplicht voor de omgevingsvergunning van de windturbines. Het doel van m.e.r. is de effecten op milieu, inclusief leefomgeving, natuur en landschap, volwaardig en integraal te betrekken bij de besluitvorming over een plan of project. Voor het Energielandschap

5

Rijnenburg en Reijerscop is daarom een gecombineerd plan/project-milieueffectrapport (MER) opgesteld, voor zowel windenergie als zonnevelden. Coördinatiebesluit op grond van de Omgevingswet (beslispunt 4) Artikel 3:20 onderdeel b van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft aan dat afdeling 3.5 van de Awb van toepassing is op besluiten ten aanzien waarvan dat bij wettelijk voorschrift is bepaald. Op grond van artikel 16.8 lid 1 van de Omgevingswet kan er een coördinatiebesluit als bedoeld in artikel 3:20 onderdeel b van de Awb genomen worden, op de voorbereiding van een omgevingsplan en een omgevingsvergunning, waarvoor afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is. Op grond van artikel 16.14a van de Omgevingswet wordt, als afdeling 3.5 van de Awb toegepast wordt op de voorbereiding van een omgevingsplan en de beslissing op een aanvraag om omgevingsvergunning en die beslissing op die aanvraag gelijktijdig wordt genomen met of na de vaststelling van dat omgevingsplan, bij de beslissing uitgegaan van de regels in dat omgevingsplan. Artikel 3:21 van de Awb geeft aan dat bij of krachtens het wettelijk voorschrift (zoals bedoeld in artikel 3:20 onderdeel a van de Awb), of in het coördinatiebesluit een coördinerend bestuursorgaan wordt aangewezen.

Het coördinerend bestuursorgaan bevordert op basis van artikel 3:22 lid 1 van de Awb een doelmatige en samenhangende voorbereiding van besluiten, waarbij de bestuursorganen bij de beoordeling van de aanvragen in ieder geval rekening houden met de onderlinge samenhang tussen de te nemen besluiten. Als op de voorbereiding van één van de besluiten afdeling 3.4 van de Awb van toepassing is, is die afdeling van toepassing op alle besluiten (artikel 3:25 lid 1 van de Awb). Beslistermijn Vaststelling voor de zomer van 2024 is nodig voor aanvraag van de SDE++ subsidie. De exacte deadline is op dit moment nog niet bekend. Uitgaande van een aanmeldperiode in september, zoals de voorgaande jaren gebruikelijk is, dient er uiterlijk 8 juli 2024 een raadsbesluit te zijn om deze termijn te halen. De gestelde termijn door de provincie van zes maanden voor locaties wind- en/of zonne-energie vraagt om een raadsbesluit voor het zomerreces van 2024. Beoogd effect Het realiseren van vier windturbines, binnen de aan windenergie gestelde kaders uit het ‘Uitnodigingskader Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop’, waardoor het aandeel duurzame elektriciteitsopwekking in de stad bijna wordt verdubbeld. Met de vier windmolens wordt jaarlijks circa 90 GWh duurzame elektriciteit geproduceerd, waarmee circa 27.000 huishoudens voorzien kunnen worden van duurzame elektriciteit.

Daarnaast het kunnen toepassen van het coördinatiebesluit voor eventuele toekomstige aanvragen voor een energielandschap in Rijnenburg en/of Reijerscop. Met de brief aan de provincie laat de gemeente zien dat ze haar bijdrage aan het realiseren van de provinciebrede RES-doelstellingen wil leveren en actief bezig is om een aantal (plan)procedures te doorlopen om meer duurzame elektriciteit op te wekken. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Bestemmingsplan en voortraject Zie bijlage besluitenhistorie. Coördinatiebesluit - Coördinatiebesluit van 6 juli 2017 (nr. 49) - Coördinatiebesluit van 22 juni 2023 (nr. 3336) Brief provincie RES-doelstelling - Raadsbrief Notitie reikwijdte en detailniveau plan-m.e.r. RES Herijking U16 & regionaal uitvoeringsprogramma RES U16 (17 januari 2024) - Raadsbrief RES Herijking (19 december 2023)

6

-

Vaststelling Integraal Programma van Eisen gebiedsontwikkeling Ockhuizen en verruiming van de algemene verklaring van geen bedenkingen voor zonne-energieproject OcK-Zon (2 november 2023). Raadsbrief Participatietraject Klimaatvisie en zoekgebieden (29 september 2023) Raadsbrief Voortgangsrapportage RESU16 2023 (11 april 2023) Raadsbrief Zoekgebieden duurzame energie en RESU16 (21 december 2022) Raadsbesluit Regionale Energiestrategie 1.0 (7 oktober 2021) Verruiming algemene verklaring geen bedenkingen voor 2 zonne-energieprojecten Haarrijnseplas en geluidswal A12 (15 oktober 2020). Raadsbesluit Verruiming algemene verklaring geen bedenkingen voor zonne-energieproject Meijewetering (1 oktober 2020).

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

Akkoord te gaan met het vaststellingsrapport met daarin de beantwoording van de zienswijzen enwijzigingen over bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan, windpark Rijnenburg en Reijerscop’.

Argumenten 1.1

In het vaststellingsrapport zijn de ontvangen zienswijzen gemotiveerd beantwoord en is aangegeven waarom dit wel of niet tot een aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan heeft geleid. Er zijn in totaal 119 zienswijzen ingediend. Van de 119 zienswijzen hebben twee zienswijzen (één hiervan is een positieve zienswijze) alleen betrekking op de ontwerpomgevingsvergunning. De twee zienswijzen die alleen gaan over de ontwerpomgevingsvergunning zijn beantwoord in een bijlage van de omgevingsvergunning. De overige 117 zienswijzen hebben betrekking op alleen het ontwerpbestemmingsplan of ook op de ontwerp-uitvoeringsbesluiten. Van de 117 zienswijzen zijn 40 zienswijzen positief; dit zijn indieners die voor het windpark zijn. In het vaststellingsrapport zijn de zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. De zienswijzen hebben tot een aantal aanpassingen geleid en hiervoor wordt verwezen naar het vaststellingsrapport.

1.2

De ambtshalve wijzigingen en de wijzingen die naar aanleiding van de ingediende zienswijzen zijn doorgevoerd in het bestemmingsplan zijn nodig om het ontwerpbestemmingsplan te verbeteren en te actualiseren. In het vaststellingsrapport zijn de ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan doorgevoerde wijzigingen aangegeven. Dit zijn zowel wijzigingen vanwege ingediende zienswijzen als ambtshalve wijzigingen. Een aantal wijzigingen is nodig om het bestemmingsplan te actualiseren, zoals bijvoorbeeld vanwege de nieuwe Aerius versie voor de stikstofberekening.

1.3

Met een nader toetsmoment via een binnenplanse vergunning in het bestemmingsplan houden we rekening met de zienswijze van Rijkswaterstaat over de oostelijke windturbine nabij Knooppunt Oudenrijn en kan de oostelijke windturbine alleen gebouwd worden als er geen onaanvaardbaar verhoogd veiligheidsrisico voor het verkeer bestaat met betrekking tot het knooppunt Oudenrijn. Rijkswaterstaat Midden-Nederland (RWS) heeft namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een zienswijze ingediend over de meest oostelijke windturbine in de hoek A2/A12, nabij Knooppunt Oudenrijn. De uitgevoerde onderzoeken geven nog niet eenduidig aan dat er geen onaanvaardbaar effect op de verkeersveiligheid van het snelwegennet is. In overleg met Rijkswaterstaat voeren we nieuw onderzoek in gezamenlijk opdrachtgeverschap met Rijkswaterstaat uit. Dit onderzoek zal niet op

7

korte termijn uitgevoerd zijn. Daarom is er in het bestemmingsplan een nader toetsmoment ingebouwd voor deze oostelijke windturbine. Hierdoor mag de grond voor de oostelijke windturbine alleen voor een windturbine in gebruik genomen worden als aan een aantal voorwaarden voldaan wordt. Het college van B&W moet aan de hand van het gezamenlijk door gemeente en Rijkswaterstaat uit te laten voeren verkeersveiligheidsonderzoek en een advies van Rijkswaterstaat concluderen dat er geen onaanvaardbaar verhoogd veiligheidsrisico bestaat met betrekking tot knooppunt Oudenrijn. Mocht uit het gezamenlijke onderzoek naar voren komen dat met de oostelijke windturbine de verkeersveiligheid onaanvaardbaar verhoogd wordt, dan kan de oostelijke windturbine niet gebouwd worden. Om gebruik te kunnen maken van de binnenplanse vergunningplicht is een omgevingsvergunning nodig. Hiertegen kan bezwaar en (hoger) beroep worden ingediend, ook door Rijkswaterstaat. Beslispunt 2

Het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan, windpark Rijnenburg en Reijerscop’ dat is vastgelegd in het digitale bestand NL.IMRO.0344.BPWINDRIJNENREIJERVA01.gml met ondergrond NL.IMRO.0344.BPWINDRIJNENREIJER-VA01.dgn vast te stellen, waarmee drie windturbines in Rijnenburg en één windturbine in Reijerscop mogelijk worden gemaakt en het aandeel duurzame elektriciteitsopwekking in de stad bijna wordt verdubbeld.

Argumenten 2.1

Dit bestemmingsplan is een uitvoering van de door de raad vastgestelde Visie en het Uitnodigingskader Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop. Met het raadsbesluit van 9 juli 2020 heeft de raad zoekgebieden voor windturbines en zonnevelden vastgesteld evenals kaders waaraan initiatiefnemers zich dienen te houden. Het plan voldoet aan de kaders voor windturbines: • Inrichting natuur, landschap en recreatie De provincie heeft tijdens het vooroverleg aangegeven dat de opstelling met een rij van drie windturbines en een solitaire windmolen op grotere afstand voldoet aan de ruimtelijke regels die zijn opgenomen in de provinciale Interim Omgevingsverordening. Daarmee wordt voldaan aan het uitnodigingskader, waarin staat dat de opstelling van de windturbines een samenhangend geheel vormt die logisch is in het landschap. De windturbines staan niet in sloten of op de plek van landschapselementen in de vorm van bomen, geriefhoutbosjes en overige bosschages. De gemeentelijke percelen in Rijnenburg worden door de huidige pachters extensief agrarisch beheerd en niet meer bemest. Het noordelijk deel van het oostelijk gemeentelijk perceel wordt in het kader van groencompensatie ecologisch ingericht (zie ook context).

In de onderbouwing voor de aanvraag van Wnb ontheffing zijn maatregelen opgenomen voor de bescherming van vogels en vleermuizen die toereikend zijn om te voldoen aan de wettelijke eisen. Ter compensatie van mogelijke aantasting van de populaties van de grutto en de velduil wordt agrarisch land in de Lopikerwaard natuurvriendelijk beheerd. In overleg met de gemeente is bepaald dat het geen toegevoegde waarde heeft om de permanente routes voor de bereikbaarheid van windturbines openbaar toegankelijk te maken, omdat deze routes geen recreatieve waarde hebben (ze lopen dood). Voor de aanleg van tijdelijke bouwwegen wordt onderzocht of bomen tijdelijk verwijderd kunnen worden en daarna weer teruggeplaatst kunnen worden. Op grond van de Wet natuurbescherming is het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht bevoegd gezag over de bomen.

8

• Geluidarme windturbines In het akoestisch onderzoek is gerekend met geluidarme windturbines. Na de vaststelling van het bestemmingsplan worden de windturbines door de initiatiefnemer ingekocht. Pas na afronding van de aanbesteding hiervan is bekend wat de exacte bouwkundige kenmerken zijn. Ook dan pas kan getoetst worden of de initiatiefnemer zich heeft gehouden aan de kaders voor geluidarme windturbines. Als dat het geval is dan worden de bouwkundige kenmerken toegevoegd aan de omgevingsvergunning en kunnen de windturbines gebouwd worden. In de omgevingsvergunning is een voorschrift opgenomen dat de initiatiefnemer zich aan dit kader te houden heeft. • Beperking hoorbaar geluid en beperking hinderlijke slagschaduw Hiervoor verwijzen wij naar argument 2.2. • Openbare rapportage In de anterieure overeenkomst en de omgevingsvergunning is opgenomen dat de initiatiefnemer elk jaar een rapportage publiceert, waarin staat op welke wijze voldaan is aan de, in het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning opgenomen normen voor geluid en slagschaduw. Dit gebeurt dus niet alleen op momenten dat er klachten zijn, zoals normaal gebruikelijk is. • Lokaal bezit Bewoners van de polders en inwoners van de gemeenten Utrecht, Nieuwegein, IJsselstein, Montfoort en Woerden krijgen de kans om te investeren in de energieopwekking.

Van de aandelen is nu 25% in bezit van de energiecoöperatie Rijne Energie en 25% is in het bezit van energiecoöperatie De Windvogel. De overige 50% is in handen van Eneco (en tot voor kort ook van BHM Solar). De aandelen van De Windvogel worden aan Rijne Energie verkocht bij de start van de exploitatie van de windturbines. Rijne Energie heeft bij de totstandkoming van het plan altijd zeggenschap gehad over de wijze van inrichting en exploitatie van de energieproductie en de impact van de energieproductie op de omgeving. Rijne Energie heeft circa 1.000 leden uit de gemeente Utrecht en de gemeenten grenzend aan Rijnenburg en Reijerscop. Het lidmaatschap kost 10 euro per jaar. • Bijdrage aan omgevingsfonds Er wordt een omgevingsfonds opgezet, waarin de initiatiefnemer 0,50 euro per geproduceerde MWh door de windturbines stort. Bewoners in een door de initiatiefnemer afgebakend gebied hebben zeggenschap over de benutting van dit fonds. De gemeente ziet erop toe dat door direct omwonenden de gewenste woningisolatie daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Hierover zijn afspraken gemaakt in de anterieure overeenkomst. • Sociale grondvergoedingen en omwonendenvergoedingen In de anterieure overeenkomst is opgenomen dat omwonenden binnen 1000 meter van een windturbine een éénmalige én een jaarlijkse vergoeding krijgen.

De hoogte van deze vergoeding is afhankelijk van de afstand tot de windturbine. Aanvullend hierop biedt Rijne Energie de woningeigenaren, die hier op basis van een onafhankelijke partij uitgevoerde planschaderisico-analyse recht op hebben, een planschadevergoeding aan. Hierdoor hoeven bewoners niet zelf een planschadeprocedure te starten om recht te hebben op planschade. Er wordt geen grondvergoeding uitgekeerd aan grondeigenaren die geen bewoner zijn. Deze uitkering is namelijk bedoeld voor grondeigenaren die wel een windturbine willen, maar er niet één op hun grond krijgen. Deze situatie heeft zich niet voorgedaan. • Opruimplicht Via een planregel in het bestemmingsplan en een voorschrift in de omgevingsvergunning is geborgd dat: “Uiterlijk 12 maanden nadat de windturbines permanent buiten gebruik zijn genomen, worden de windturbines, 9

kraanopstelplaatsen, schakelkasten, transformators, kabels en leidingen, toegangswegen en het transformatorstation inclusief inkoopruimte verwijderd. De fundering van de windturbines wordt onder het maaiveld afgeknipt, waarbij voorkomen moet worden dat er lekkages optreden in watervoerende lagen door het verwijderen van de funderingspalen.” 2.2

De lokale normen over geluid en slagschaduw zijn tot stand gekomen aan de hand van een afweging van de belangen van de omgeving en het belang van duurzame energieopwekking. Tot 30 juni 2021 waren er rechtstreeks geldende externe veiligheids-, geluids- en slagschaduwnormen uit het (landelijke) Activiteitenbesluit milieubeheer en bijbehorende Activiteitenregeling milieubeheer. Omdat voor het Activiteitenbesluit milieubeheer ten onrechte geen milieueffectrapport is opgesteld zijn deze normen door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State met de uitspraak van 30 juni 2021 (met kenmerk ECLI:NL:RVS:2021:1395) over het bestemmingsplan Windpark Delfzijl Uitbreiding 2020 buiten toepassing verklaard. Daarom moeten er, zolang er geen nieuwe landelijke windturbinebepalingen in werking zijn getreden, lokale normen worden opgesteld voor het windpark die voorzien zijn van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde toegesneden motivering. Geluid Voor geluid geldt een lokale norm van 45 dB Lden voor alle vier de windturbines samen op geluidsgevoelige objecten en - terreinen (waaronder woningen). Deze norm sluit aan bij het advies van de GGD en de WHO. Daarnaast geldt een norm van 39 dB Lnight (voor uitzonderlijk optredende situaties, zoals wanneer de windturbines alleen in de nachtperiode in bedrijf zijn).

In het Activiteitenbesluit milieubeheer waren normen van 47 dB Lden en 41 dB Lnight vastgelegd. In de omgevingsvergunning is daarnaast een voorschrift opgenomen als extra borging dat de windturbines naar behoren werken. Hiervoor is een norm voor equivalent geluidsniveau over 1 minuut (LAeq1min) opgenomen waar ten alle tijden aan voldaan moet worden, ongeacht de windsnelheid. Op basis van deze norm kan gemeten worden of het daadwerkelijke geluid van de windturbines overeenkomt met het geluid dat de windturbines volgens de fabrikant zouden moeten maken en dat gebruikt wordt voor de berekening van de jaargemiddelde geluidsbelasting. Als de windturbines op bepaalde momenten meer geluid maken dan opgegeven door de fabrikant, dan kan de gemeente (het college van B&W) direct handhavend optreden. Dit is voor zover wij weten het eerste windpark waarbij deze handhavingsnorm wordt toegepast. Slagschaduw - Voor gevoelige objecten (zoals woningen) mag op basis van onze lokale norm geen hinderlijke slagschaduw optreden, wanneer er in de uitwendige scheidingsconstructie ramen bevinden. Daarom moeten de windturbines voorzien zijn van een automatische stilstandvoorziening. Tijdens het stilzetten van de windturbine kan er heel kort slagschaduw optreden.

- Bij kantoren mag op basis van onze lokale norm niet meer dan gemiddeld 5 uur en 40 minuten per jaar hinderlijke slagschaduw optreden gedurende weekdagen (maandag t/m vrijdag) en tijdens kantooruren (8:30-17:30 uur) en voor zover er in de uitwendige scheidingsconstructie ramen bevinden. - Het gebied waarbinnen hinderlijke slagschaduw kan optreden wordt berekend onder de volgende aannames: de minimale zonhoek is 3 graden en de minimale zonafdekking is 20%. De aanname van de minimale zonafdekking en een minder strenge zonhoek van 5 graden zijn akkoord bevonden in uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (o.a. met kenmerk ECLI:NL:RVS:2018:616). Daarnaast wordt met de landelijke ontwerp windturbinebepalingen ook een zonhoek van 3 graden voorgesteld.

10

In de Activiteitenregeling milieubeheer was een norm opgenomen voor het afschakelen van de windturbine via een automatische stilstandvoorziening voorzover de afstand tussen de windturbine en de gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw optreedt en voor zover zich in de door slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie ramen bevinden. Dit komt neer op een grenswaarde van 5 uur en 40 minuten per jaar. Voor kantoren was geen norm opgenomen. Externe veiligheid Voor externe veiligheid (dit gaat om veiligheidsnormen en onderhoudseisen) wordt voor onze lokale normen gemotiveerd aangesloten bij de eerder geldende normen uit het Activiteiten besluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer. 2.3

Woningbouw in Klein Rijnenburg blijft mogelijk. De windturbines worden dusdanig gepositioneerd, zodat er in overeenstemming met het coalitieakkoord woningbouw in lijn met scenario Klein Rijnenburg mogelijk is. De lokale geluids- en slagschaduwnormen zijn via bestemmingsplanregels ook van toepassing op toekomstige gevoelige objecten (zoals woningen) in Klein Rijnenburg, zodra deze in gebruik worden genomen.

2.4

Met dit bestemmingsplan neemt de gemeente Utrecht verantwoordelijkheid en levert het een belangrijke bijdrage aan het tegengaan van de klimaatcrisis, zoals verwoord in het coalitieakkoord. Het tegengaan van de klimaatcrisis is één van de speerpunten van het coalitieakkoord voor 2022-2026. In het coalitieakkoord staat dat de coalitie de verantwoordelijkheid voelt om er alles aan te doen om de klimaatcrisis tegen te gaan. Daarom wordt gebruik gemaakt van alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie binnen onze gemeentegrenzen. In overeenstemming met het coalitieakkoord maken we met dit bestemmingsplan een permanent energielandschap in het noorden van Rijnenburg mogelijk dat gecombineerd kan worden met natuur, sport en recreatie. Door twee grondposities voor dit windpark beschikbaar te stellen, dragen we als gemeente actief bij aan dit energieproject.

2.5

De aantasting van de gemeentelijke stedelijke groenstructuur wordt gecompenseerd. De toegangsweg naar de meeste westelijke windturbine in Rijnenburg loopt door de gemeentelijke stedelijke groenstructuur. De ecologische waarden die hierdoor verloren gaan, worden gecompenseerd op het perceel van de middelste windturbine in Rijnenburg. Dit perceel is hiervoor het meest geschikt, omdat deze in eigendom is van de gemeente Utrecht en in verbinding staat met de Middelwetering. De compensatiemaatregel is beschreven in een groencompensatie- en beheerplan dat als bijlage bij het bestemmingsplan is opgenomen. De uitvoering van dit plan wordt via een planregel in het bestemmingplan afgedwongen.

2.6

Een groter energielandschap blijft mogelijk. De optie blijft bestaan om meer windturbines (en ook zonnevelden) te realiseren in een optimalere opstelling. Hiervoor moeten de betreffende grondeigenaren dan wel de benodigde grondposities beschikbaar stellen aan Rijne Energie c.s. Het consortium van grondeigenaren heeft op 1 december 2023 een alternatief plan ingediend. Beide partijen zijn hierover in gesprek met elkaar.

2.7

De Commissie voor de m.e.r. oordeelt dat de milieueffecten van het energielandschap goed in beeld zijn gebracht in het MER. De Commissie voor de m.e.r. is een onafhankelijke organisatie die adviseert over de inhoud van milieueffectrapporten. Het is wettelijk verplicht om de Commissie voor de m.e.r. om advies te vragen over een MER. In september 2023 heeft de Commissie 11

voor de m.e.r. gevraagd om het MER op enkele onderdelen aan te vullen. Op 25 januari 2024 heeft de Commissie voor de m.e.r. geadviseerd over het aangevulde MER. Hierin concludeert zij het volgende: “De Commissie waardeert de degelijkheid, zorgvuldigheid en kwaliteit van het aangevulde MER. De Commissie is dan ook van oordeel dat het aangevulde MER de essentiële informatie bevat om een besluit te kunnen nemen over het energielandschap waarin het milieubelang volwaardig wordt meegewogen.” Kanttekeningen/Risico’s

2.1

De inwerkingtreding van de landelijke windturbinebepalingen wordt niet afgewacht, omdat dit een vertraging in de realisatie van de windturbines met zich meebrengt. Van 12 oktober tot en met 22 november 2023 hebben de landelijke ontwerp windturbinebepalingen en het bijbehorende plan-MER ter inzage gelegen. De voorlopige planning is dat de windturbinebepalingen op 1 juli 2025 in werking treden. Wij wachten de inwerkingtreding van de landelijke windturbinebepalingen niet af, omdat dit een vertraging in de realisatie van de windturbines met zich meebrengt. Daarnaast hebben wij de lokale normen vergeleken met de landelijke ontwerp windturbinebepalingen. Hieruit blijkt dat onze lokale normen strenger danwel gelijk zijn en daarmee beter rekening wordt gehouden met de belangen van omwonenden. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de landelijke ontwerp windturbine-bepalingen nog significant gewijzigd gaan worden. Juridisch gezien hoeven we de inwerkingtreding van de landelijke windturbinebepalingen ook niet af te wachten. Geluid In de landelijke ontwerp windturbinebepalingen worden normen van 45 dB Lden en 39 dB Lnight voorgesteld voor geluid.

Slagschaduw In de landelijke ontwerp windturbinebepalingen wordt een norm aangehouden voor een slagschaduwgevoelig gebouw dat de windturbine automatisch stilgezet moet worden in het geval van slagschaduw van meer dan zes uur per jaar of meer dan twintig minuten per dag op een afstand van minder dan twaalfmaal de rotordiameter. Hierbij is van belang dat de slagschaduw die wordt veroorzaakt gedurende de tijd die noodzakelijk is voor het afschakelen van de windturbine niet wordt meegerekend. Voor kantoren is geen norm opgenomen. Slagschaduw reikt het verst bij een laagstaande zon. In uitvoeringsregelgeving zal een uniforme regel over de minimale zonnestand opgenomen worden van 3 graden boven de horizon. Dit uitgangspunt is overgenomen omdat dit een nog betere bescherming van slagschaduwhinder voor de omgeving biedt en aansluit bij de landelijke ontwerp windturbinebepalingen op dit punt. Externe veiligheid De landelijke ontwerp windturbinebepalingen over externe veiligheid zijn vrijwel gelijk aan de normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer. Toegevoegd zijn beoordelingsregels die gaan over zogenaamde domino effecten. Dit werd in de praktijk al toegepast en is ook voor windpark Rijnenburg en Reijerscop onderzocht (het windpark voldoet hieraan).

Door dit aspect als norm aan de landelijke ontwerp windturbinebepalingen toe te voegen wordt dit juridisch nog wat beter geregeld, omdat dan bijvoorbeeld niet op een Handboek teruggevallen hoeft te worden. Afstandsnorm Met de landelijke ontwerp windturbinebepalingen wordt een afstandsnorm geïntroduceerd en deze bedraagt ten minste twee keer de tiphoogte tussen een

12

windturbine en een windturbinegevoelig gebouw (waaronder een woning). Met het bestemmingsplan worden windturbines met een tiphoogte van maximaal 270 meter toegestaan. Dit betekent dat er tussen de gevel van een windturbinegevoelig gebouw en de windturbine minimaal een afstand van 540 meter moet zitten. Deze afstand wordt bij bestaande windturbinegevoelige gebouwen gehaald (de kortste afstand is circa 570 meter). Overgangsrecht Daarnaast voorzien de landelijke ontwerp windturbinebepalingen in overgangsrecht, waardoor de lokale normen blijven gelden op het moment dat de landelijke windturbinebepalingen in werking treden. 2.2

De afstandsnorm zoals geformuleerd in de landelijke ontwerp windturbinebepalingen kan een minimale afstand voor woningbouw en andere gevoelige functies met zich meebrengen voor scenario Klein Rijnenburg. Het windpark in Rijnenburg is tot stand gekomen op basis van beschikbare grondposities. We zien dat de lokale én landelijke ontwerp windnormen geen belemmering zijn voor de bouw van woningen ten zuiden van de Ringkade. Alleen de voorgestelde landelijke afstandsnorm voor windturbines ten opzichte van woningen kan mogelijk zorgen voor een beperking. Dat weten we pas zeker als de nieuwe landelijke normen voor windturbines definitief worden (naar verwachting 1 juli 2025) en we de definitieve hoogte weten van de windturbines die worden geplaatst. Blijven de normen zoals ze nu zijn voorgesteld, dan zien we voldoende oplossingsmogelijkheden in programma en fasering en nemen we dit mee in de ontwerpopgave voor de compacte stedelijke wijk Rijnenburg.

2.3

De netcongestie kan ervoor zorgen dat het windpark mogelijk later in bedrijf genomen wordt Het stroomnet in Utrecht is vol. De knelpunten zitten op het hoogspanningsnet van TenneT (voor zowel afname als teruglevering). Deze knelpunten werken door naar het midden- en laagspanningsnet van Stedin waardoor er beperkingen zijn voor nieuwe gebruikers. De knelpunten op het TenneT-net worden tussen 2027 en 2029 opgelost. De aanvraag voor aansluiting van het windpark op het middenspanningsstation Oudenrijn van Stedin is reeds gedaan; het project staat op de wachtlijst voor teruglevering. De planning van oplevering van het windpark is 2027-2028. De netcongestie heeft een beperkte invloed op dit project, als de knelpunten van het TenneT-net uiterlijk 2029 zijn opgelost. De initiatiefnemer verkent ook of er andere mogelijkheden zijn om al eerder in bedrijf te kunnen zoals capaciteitsbeperkende contracten (bv non-firm ATO’s), plaatsing van batterijen of een andere (directe) aansluiting.

Beslispunt 3

Geen exploitatieplan vast te stellen.

Argumenten 3.1

Het verhaal van kosten is op een andere manier verzekerd. De totale kosten van de ontwikkeling worden gedragen door de initiatiefnemer. Voor het opstellen van het bestemmingsplan betaalt de initiatiefnemer leges. Eventuele planschade wordt verhaald op de initiatiefnemer. Hiervoor is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente Utrecht en de initiatiefnemer.

Beslispunt 4

Op grond van artikel 3:20 onderdeel b van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 16.8 lid 1 van de Omgevingswet een coördinatiebesluit te 13

nemen voor een wijziging van het omgevingsplan voor de realisering van een energielandschap in de polder Rijnenburg en/of Reijerscop, waardoor de volgende uitvoeringsbesluiten samen worden voorbereid en bekendgemaakt: - Omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit (artikel 5.1 lid 2 sub a van de Omgevingswet); - Omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (artikel 5.1 lid 2 sub b van de Omgevingswet); - Omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in verband met de bescherming van archeologische waarden (artikel 5.1 lid 1 sub a van de Omgevingswet); - Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit (artikel 5.1 lid 2 sub g van de Omgevingswet); waarmee afdeling 3.5 van de Algemene wet Bestuursrecht van toepassing is en waarvoor het college van burgemeester en wethouders als coördinerend bestuursorgaan wordt aangewezen. Argumenten 4.1

Hierdoor kan voor nieuwe aanvragen, waarvoor de Omgevingswet van toepassing is, de coördinatieregeling van de Algemene wet bestuursrecht toegepast worden. Het coördinatiebesluit van 22 juni 2023 kan alleen toegepast worden voor het maken van bestemmingsplannen op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en aanvragen om een omgevingsvergunning op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het coördinatiebesluit van 22 juni 2023 wordt toegepast voor Chw bestemmingsplan windpark Rijnenburg en Reijerscop en bijbehorende uitvoeringsbesluiten. Voor een eventuele uitbreiding van het energielandschap in de polder Rijnenburg en/of Reijerscop kan het coördinatiebesluit van 22 juni 2023 niet gebruikt worden, vanwege de gewijzigde juridische grondslagen. Op basis van een coördinatiebesluit kan snellere en samenhangende besluitvorming plaatsvinden.

Beslispunt 5

Akkoord te gaan met de inzet van duurzame opwek van zon en wind van de gemeente Utrecht voor het realiseren van de provinciebrede Regionale Energiestrategiedoelstelling voor 2030, zoals vermeld in de concept-collegebrief aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht, te weten de volgende door de raad vastgestelde opwekprojecten:  Windpark Rijnenburg en Reijerscop, indien het bestemmingsplan wordt vastgesteld;  Meijewetering  Gebiedsontwikkeling Ockhuizen;  Haarrijnseplas.

Argumenten 5.1

Over de genoemde gebieden is eerder door de gemeenteraad besloten dat ze onder andere nodig zijn voor het opwekken van duurzame elektriciteit. Over de genoemde gebieden is eerder door de raad besloten: Vaststelling Integraal Programma van Eisen gebiedsontwikkeling Ockhuizen en verruiming van de algemene verklaring van geen bedenkingen voor zonneenergieproject OcK-Zon (2 november 2023). - Verruiming algemene verklaring geen bedenkingen voor 2 zonne-energieprojecten Haarrijnseplas en geluidswal A12 (15 oktober 2020). - Raadsvoorstel Verruiming algemene verklaring geen bedenkingen voor zonneenergieproject Meijewetering (1 oktober 2020).

14

Het raadsvoorstel over windenergie in Rijnenburg en Reijerscop ligt tegelijk met dit beslispunt voor. We stellen voor dat de raad het bestemmingsplan windpark Rijnenburg en Reijerscop vaststelt en nemen dit windpark op de antwoordbrief aan de provincie. Kanttekeningen/Risico’s 5.1

Op de door de provincie genoemde kansrijke locatie Lage Weide gaat de inzet voor duurzame opwek niet in. Voor de zoekgebieden wind en zon uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht (2040) waaronder Lage Weide loopt nu een planm.e.r. en digitale raadpleging. Het oordeel van de raad over het voorstel voor de beleidsnota ’zoekgebieden grootschalige duurzame opwek’ is in dit proces leidend. Dit geldt zowel voor het oordeel over de kansrijkheid van Lage Weide als zoekgebied wind als voor de inzet van Utrecht in de RES Herijking (medio 2025). In de brief aan de provincie wordt daarom het proces geschetst voor de zoekgebieden wind en zon met een planning voor de verwachte afronding van dit proces.

Financiën Voor het opstellen van het bestemmingsplan betaalt de initiatiefnemer leges, waarbij eventuele planschade wordt verhaald op de initiatiefnemer. Hiervoor is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente Utrecht en de initiatiefnemer. De totale kosten van de ontwikkeling en aanleg van het Windpark Rijnenburg en Reijerscop worden gedragen door de initiatiefnemer. Het betreft hier naast de aanschaf en bouw van de windturbines ook de kosten van overige werkzaamheden, waaronder het aanleggen van kabels en leidingen en de aanleg van opstelplaatsen en onderhoudswegen.

Vervolg Windpark Rijnenburg en Reijerscop Na vaststelling wordt het vaststellingsbesluit gepubliceerd in het digitale gemeenteblad via officielebekendmakingen.nl en op het internet op de websites utrecht.nl/bestemmingsplan en ruimtelijkeplannen.nl. Het bestemmingsplan wordt samen met het vaststellingsrapport en de omgevingsvergunning ter inzage gelegd. Belanghebbenden kunnen tegen het vaststellingsbesluit en de omgevingsvergunning beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraal van de Raad van State. De indieners van zienswijzen worden op de hoogte gesteld van het vaststellingsbesluit. Ook worden zij geïnformeerd op welke manier zij beroep kunnen instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraal van de Raad van State. We schuwen geen middelen om het maximaal aantal mogelijke windturbines te verwezenlijken binnen de kaders van het zoekgebied. Zowel in de polder Rijnenburg als Reijerscop is het nog steeds mogelijk om extra windturbine(s) en initiatieven voor zonnevelden te realiseren. We blijven met Rijne Energie cs en het consortium grondeigenaren in gesprek om te kijken of uitbreiding van duurzame opwek met meer windmolens en/of zonnevelden tot de mogelijkheden behoord. Voor nieuwe windturbinepositie(s) wordt een nieuwe procedure onder de Omgevingswet doorlopen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=361a109e-4f85-4ac6-9f9c-8a2e959f8b45