CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Stad en Ruimte (2008-2021) 1 juli 2021, gemeente Utrecht63.609 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 7

Bundel van de Commissie Stad en Ruimte van 1 juli 2021

1 2 3

Opening Aanvang: 10.00 uur. FYSIEJK Vaststellen agenda en inventarisatie te bespreken agendapunten Verslagen * Het conceptverslag van de openbare commissie Stad en Ruimte van 3 juni 2021, ter vaststelling. * Het geheime conceptverslag van de besloten commissie Stad en Ruimte van 3 juni 2021, ter vaststelling. * Het conceptverslag van de openbare fysieke commissie Stad en Ruimte van 10 juni 2021, ter vaststelling. * Het conceptverslag van de openbare digitale - fysieke commissie Stad en Ruimte van 10 juni 2021, ter vaststelling. Concept Verslag openbare commissie Stad en Ruimte, 2021-06-03.pdf Concept Verslag openbare commissie Stad en Ruimte, 2021-06-10 FYSIEK.pdf Concept Verslag openbare commissie Stad en Ruimte, 2021-06-10 DIGITAAL-FYSIEK.pdf

4

Raadsvoorstel Bestemmingsplan Merwedekanaalzone deelgebied 6, Zeehaenkade e.o. Aanvang: 10.00 uur; FYSIEK Indicatie behandeltijd: 75 min. Beleidsveld: Merwedekanaalzone - wethouder Diepeveen Voor het gebied dat globaal ligt tussen de Beneluxlaan, Europalaan, het Merwedekanaal en de A12 (deelgebied 6 Merwedekanaalzone) heeft het college een actualiserend bestemmingsplan opgesteld. Hiermee worden de huidige gebruikssituaties vastgelegd en wordt het gebied juridisch-planologisch meer een gemengd woon-werkgebied. De planologische (milieu)ruimte voor enkele bedrijven wordt in verband hiermee beperkt. In het bestemmingsplan wordt ook geregeld dat de bestaande particuliere parkeergelegenheid niet mag worden aangeboden aan partijen buiten deelgebied 6 en worden de bestaande bouwhoogtes vastgelegd. Tot slot is geregeld dat het bestemmingsplan voldoet aan de nieuwe Omgevingswet die in 2022 inwerking treedt. Bij de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan zijn 7 zienswijzen bij de gemeenteraad binnengekomen. Deze gaan over parkeren, bereikbaarheid en beperkingen van bedrijfsvoering op basis van het bestemmingsplan. Enkele zienswijzen zijn voor het college aanleiding geweest het bestemmingsplan aan te passen. Ook worden er enkele ambtelijke wijzigingen voorgesteld.

Dossier 1938 voorblad Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Merwedekanaalzone deelgebied 6, Zeehaenkade e.o..docx Bestemmingsplan Merwedekanaalzone, deelgebied 6 Zeehaenkade e.o.pdf Vaststellingsrapport Bestemmingsplan Merwedekanaalzone Deelgebied 6, Zeehaenkade e.o..pdf NL.IMRO.0344.BPMERWEDEDG6ZEEHAE-VA01.pdf Link naar RO publiceer- vaststelling.docx Raadsbrief Verzoek termijn vaststelling bestemmingsplan Merwedekanaalzone, deelgebied 6.docx

5

Raadsbrief Utrecht Marketing

Indicatieve aanvang: 11.20 uur; FYSIEK Indicatie behandeltijd: 60 min. Beleidsveld: Economische Zaken - wethouder Verschuure Geagendeerd door R. van der Zweth (PvdA), A. Sasbrink ( Partij voor de Dieren), M. Deldjou Fard (GroenLinks). De fracties willen in debat over de raadsbrief van Utrecht Marketing waar het college aangeeft voornemens te zijn een nieuwe meerjarenopdracht te verlenen. Pasgeleden heeft de raad een (zeer) kritische evaluatie ontvangen over Utrecht Marketing die aantoont dat er verandering nodig is. Het college wil desondanks over gaan tot het verlenen van een meerjarenopdracht voor de gehele volgende raadsperiode (t/m 2026) zonder nieuwe evaluatie of tussenmoment om te besluiten over het vervolg. Het op deze wijze gunnen van de opdracht voor een lange periode ontneemt de raad hier op een later moment een oordeel over te vormen. * De fracties willen met het college de discussie voeren over de lessen van de vorige evaluatie, een extra evaluatiemoment en (de duur van) een te verlenen voorlopige opdracht. Eén van de grote zorgen van de fracties, dat ook bleek uit de evaluatie, is dat het belang van cultuur ondersneeuwt bij het belang voor economie. Afgelopen periode was hiervoor niet representatief omdat veel culturele instellingen dicht waren en er geen culturele zondagen konden worden georganiseerd.

* De fracties willen in debat hoe dit nu is afgewogen en de noodzaak om cultuurparticipatie voldoende te borgen. Verder wordt de naamswijziging op de lange baan geschoven terwijl juist blijkt dat dit qua kosten relatief meevalt en beter past bij de doelen die we voor ogen hebben met Utrecht Marketing. * De fracties willen kijken hoe dit logisch te koppelen is aan een mogelijk te verlenen voorlopige opdracht. Dossier 1929 voorblad Raadsbrief Utrecht Marketing.pdf Bijlage Implementatie aanbevelingen Berenschot.pdf Bijlage Naamswijziging.pdf 6

Raadsvoorstel Mobiliteitsplan 2040 Indicatieve aanvang: 14.00 uur; FYSIEK Indicatie behandeltijd: 90 min. Beleidsveld: Mobiliteit en Ruimtelijke Ontwikkeling - wethouders Van Hooijdonk en Verschuure Voortzetting commissiebehandeling van 10 juni 2021. Het Mobiliteitsplan 2040 is het kaderstellende koersdocument voor de ontwikkeling van de mobiliteit. Het geeft voor de stad Utrecht de richting voor de toekomstige ontwikkeling van de mobiliteit. Het Mobiliteitsplan 2040 is geen blauwdruk; het bevat dan ook geen kaart waarin alle netwerken van de stad tot in detail zijn ingetekend, maar het geeft de richting en de randvoorwaarden voor het toekomstperspectief van de ontwikkeling van de mobiliteit. Bij het verlengen van het mobiliteitsplan van 2025 naar 2040 is de samenhang met verstedelijking (RSU 2040) versterkt en is aangescherpt welke inhoudelijke bijdrage vanuit mobiliteit wordt geleverd om gezond stedelijk leven voor iedereen mogelijk te maken. Vijf stappen die samenhangen, maar niet verplicht in deze volgorde: Slim bestemmen, Anders reizen, Netwerken op orde, Slim parkeren en Slim sturen. De investeringsopgave van het mobiliteitsplan maakt onderdeel uit van de investeringsstrategie bij de RSU 2040.

De investeringsstrategie van de RSU 2040 wordt als uitgangspunt gehanteerd waaraan invulling wordt gegeven bij de integrale afweging Voorjaarsnota en de jaarlijkse begrotingsvaststelling van de meerjaren investeringsprogramma’s zoals het MPB. Dossier 1792 voorblad Raadsvoorstel Vaststelling Mobiliteitsplan 2040.docx Bijlage 1 Mobiliteitsplan 2040.pdf Bijlage 2 Nota van beantwoording op inspraakreacties Mobiliteitsplan.docx Bijlage 2.1 Overzicht inspraakreacties en beantwoording (Juni 2021).pdf Bijlage 3.1 Antwoordbrief Provincie Utrecht.docx Bijlage 3.1 Reactie provincie Utrecht.pdf Bijlage 3.2 Antwoordbrief gemeente De Bilt.docx Bijlage 3.2 Reactie gemeente De Bilt.pdf Bijlage 3.3 Antwoordbrief gemeente Nieuwegein.docx Bijlage 3.3 Reactie gemeente Nieuwegein.pdf Bijlage 3.4 Antwoordbrief ProRail.docx Bijlage 3.4 Reactie ProRail.pdf Bijlage 3.5 Antwoordbrief Rijkswaterstaat.docx Bijlage 3.5 Reactie Rijkswaterstaat.pdf Bijlage 3.6 Antwoordbrief NS.docx

Bijlage 3.6 Reactie NS.pdf Bijlage 3.7 Antwoordbrief Politie.docx Bijlage 3.7 Reactie Politie.pdf Bijlage 4 Samenvatting wijzigingen Mobiliteitsplan 2040 t.o.v. SRSRSB.pdf Bijlage 5 Rapport Kwaliteit in de Zuidpoort.pptx Bijlage 6 Participatieverslag Zuidpoort.pdf Raadsbrief Mobiliteitsplan 2040.docx 1. Rapport evaluatie Actieplannen Utrecht Fietst! Voetganger en Verkeersveiligheid 2015-2020.docx 2. Rapport impact van geautomatiseerde mobiliteit op de stad.pdf 7

Raadsvoorstel Vaststelling Utrecht Dichtbij: de tienminutenstad; Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 FYSIEK Indicatieve aanvang: 15.45 uur ( bespreking tot Vragenuur, aanvang 17.00u). Vanaf 20.00 uur: Voortzetting bespreking Indicatie behandeltijd: 180 min. Beleidsveld: Ruimtelijke Ontwikkeling en Mobiliteit - wethouders Verschuure en Van Hooijdonk Voortzetting commissiebehandeling van 10 juni 2021. De Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040) geeft de condities weer voor het toekomstperspectief van de stedelijke ontwikkeling. De oude RSU, vastgesteld in 2016, geeft een perspectief tot 2030, de nieuwe RSU kijkt 10 jaar verder. In de RSU 2040 staan richtinggevende keuzes voor gebiedsontwikkeling en voor de ruimtelijke consequenties van ambities op het gebied van wonen, groen, maatschappelijke voorzieningen, gezondheid, werk, mobiliteit en energie. In de RSU wordt rekening gehouden met een groei van de stad tot boven de 450.000 inwoners en het toevoegen van 60.000 woningen. In de RSU 2040 wordt een visie neergezet die probeert aan te sluiten bij de kwaliteiten van de stad en de ambitie van gezond stedelijk leven voor iedereen. In de RSU 2040 worden verder, naast het centrum, vier nieuwe binnenstedelijke knooppunten aangewezen waar vooral verdichting en ontwikkeling zal plaatsvinden. Door meerdere centra te maken wordt de druk op de binnenstad verminderd.

Voor een uitwerking van de RSU 2040 in verdere beleidsplannen wordt voorgesteld een aantal leidende principes te hanteren. Aan de raad wordt voorgesteld de nota ‘Utrecht dichtbij: de tienminutenstad; Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040’vast te stellen. Dossier 1787 voorblad Raadsvoorstel Vaststelling Utrecht Dichtbij, de tienminutenstad (Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040).docx Utrecht Dichtbij: de tienminutenstad; Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040.pdf Reactienota Utrecht Dichtbij, de tien-minutenstad RSU 2040.pdf 1 antwoordbrief Provincie Utrecht.docx 1 Inspraakreactie Provincie Utrecht RSU2040.pdf 1a Bijlage 1 Vragen & opmerkingen inspraakreactie Provincie Utrecht RSU2040.pdf 2 antwoordbrief gemeente IJsselstein.docx 2 inspraakreactie gemeente IJsselstein RSU 2040.pdf 3 antwoordbrief gemeente Zeist.docx 3 Inspraakreactie Zeist RSU 2040.pdf 4 antwoordbrief gemeente Nieuwegein.docx 4 inspraakreactie gemeente Nieuwegein RSU 2040.pdf 5 antwoordbrief gemeente Stichtse Vecht.docx 5 inspraakreactie Stichtse Vecht RSU 2040.pdf 6 antwoordbrief hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden.docx 6 inspraakreactie Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden.pdf 7 antwoordbrief Waternet.docx 7 Inspraakreactie Waternet op RSU 2040.pdf 8 antwoordbrief STUW.docx 8 inspraakreactie STUW RSU 2040.pdf 9 Brief aan DNU nav inbreng bijeenkomst 16 februari.docx 10 antwooordbrief Eneco.docx 10 inspraakreactie

Eneco RSU 2040.pdf

7.1

Memo Nadere informatie over de RSU 2040 nav Raadsinformatiebijeenkomst

Dossier 1939 voorblad Memo Nadere informatie over de RSU 2040 nav RIB.pdf Bijlage bandbreedtes bij Memo Nadere informatie over de RSU 2040.pdf 7.2

Petitie Actiegroep Binnenstad030 Deze petitie is op 1 juni jl. aangeboden aan de gemeenteraad. De petitie kan ook worden betrokken bij de bespreking van agendapunt 8, Raadsvoorstel Mobiliteitsplan 2040. Petitie Actiegroep Binnenstad030 over RSU -Mobliteitsplein en Parkeervisie.pdf

7.3

Brief Wijkplatform Overvecht over Conceptplan Einsteinkwartier voor RSU Brief Wijkplatform Overvecht over Conceptplan Einsteinkwartier voor RSU.pdf

7.4

E-mail Buren van Lage Weide over Opnieuw windmolens op Lage Weide E-mail Buren van Lage Weide over Opnieuw windmolens op Lage Weide.pdf

7.5

Raadsbrief Beantwoording technische vragen RSU 2040 Dossier 2012 voorblad Raadsbrief Beantwoording technische vragen RSU 2040.pdf

3 Verslagen 1 Concept Verslag openbare commissie Stad en Ruimte, 2021-06-03.pdf

Verslag vergadering Commissie Stad & Ruimte 5

Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

3 juni 2021, 20.00-23.30 uur Stadhuis, Raadszaal Rosenbaum Select, notulisten & verslaggevers 1 juli 2021

Aanwezigen 10

Mevrouw A.M. Podt (voorzitter), wethouder de heer K. Diepeveen en de leden, de heer D. Bosch (PVV), de heer L. Bosse (PvdA), mevrouw E. Bijsterbosch (D66), de heer E. van der Marel (VVD), mevrouw A. Petersen (SP), mevrouw L. Snippe (PvdD), mevrouw T. Sturkenboom (Student & Starter), de heer E. Virginia (GroenLinks), de heer J. Wijmenga (ChristenUnie) en mevrouw J. Zwinkels (CDA). Van de griffie is aanwezig mevrouw M. Leenders.

15

Verslag vergadering Commissie Stad & Ruimte 20

1. Opening en mededelingen ........................................................................................................... 1 2. Vaststellen agenda en inventarisatie te bespreken agendapunten .............................................. 1 TOEZEGGINGEN .......................................................................................................................... 18

1.

Opening

De voorzitter opent de vergadering. 25

2.

Vaststellen agenda

De commissie heeft gevraagd om verlenging van de behandeltijd; deze wordt op 180 minuten gesteld. Daarmee gaan allen akkoord. 30

3.

Raadsvoorstel programmaplan Wervengebied

35

In het programmaplan wordt de komende dertig jaar in beeld gebracht, naar verwachting het tijdsbestek dat nodig is voor het herstel van het wervengebied. Het college stelt voor om in de komende vier jaar de urgentste maatregelen te nemen. De financiering van de uitvoering van het volledige programma ná 2024 zal bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2022 worden voorgelegd. Pagina 1 van 18

Voor een van de onderliggende stukken is geheimhouding opgelegd. Op verzoek van enkele commissieleden wordt daarover in beslotenheid met de wethouder van gedachten gewisseld. 40

45

50

55

60

[Schorsing openbare vergadering; ambtenaren en toehoorders verlaten de vergadering] Eerste termijn Na heropening van de openbare vergadering verwijst de heer Virginia (GroenLinks) naar het adviesrapport van de Commissie van wijzen; het college heeft besloten dit niet volledig te volgen. GroenLinks vraagt de wethouder om toe te lichten dat deze keuze niet leidt tot juridisering maar tot samenwerking. Volgens het college is er geen sprake van wettelijke zorgplicht tot beheer en behoud van de werfkelders, maar de Commissie van wijzen ziet dat anders. Kan dit nader worden toegelicht? Worden straatkelders en weeskelders, als daar na onderzoek geen eigenaar van is gevonden, automatisch eigendom van de gemeente? Wat zou dit dan betekenen voor de kosten dan wel opbrengsten (door verwerving van vastgoed) van het programma? Het is niet duidelijk of die kosten al dan niet zijn meegenomen in het programma. Bij interruptie merkt mevrouw Zwinkels op dat bewoners hebben aangegeven dat er nogal wat kelders van de huizen zijn afgescheiden (gesplitst), en dat de gemeente niet zondermeer als eigenaar kan worden gezien. Volgens de heer Virginia wordt daar nog onderzoek naar gedaan; de Commissie van wijzen heeft gesteld dat kelders aan de gemeente vervallen als de eigenaar niet wordt gevonden.

De 'spookkelders' bieden ook kansen, stelt mevrouw Sturkenboom; er kunnen ateliers of werkplekken in gevestigd worden, er kan een ondergrondse stad ontstaan. Hoe denkt GroenLinks daarover? De heer Virginia erkent dat er inderdaad niet alleen van kosten hoeft te worden gesproken en dat de kelders ook financiële dan wel maatschappelijke opbrengsten kunnen genereren. Hij wil weten wat de gemeente gaat doen met niet gepland eventueel extra verworven vastgoed.

65

Op een vraag van de heer Bosse geeft de heer Virginia aan dat zijn fractie ervan overtuigd wil worden dat de juiste keuzes worden gemaakt en dat er een acceptabele afweging heeft plaatsgevonden tussen algemeen belang en het belang van de eigenaren. 70

75

80

Het is GroenLinks duidelijk dat het college inzet op goede samenwerking met de keldereigenaren, maar er wordt ook gebrek aan vertrouwen gesignaleerd. Daar is dus nog werk te doen, vindt de heer Virginia; hoe pakt het college dat aan? De Commissie van wijzen heeft geadviseerd om een werfmeester aan te stellen, een goede suggestie. Hoe wordt de onafhankelijkheid van de werfmeester gegarandeerd? Krijgt zij of hij voldoende zelfstandigheid? Hoe wordt het samenwerkingsarrangement vormgegeven? Krijgen eigenaren voldoende inbreng? Wie bepaalt de invulling van de samenwerking? Welke positie en welke verantwoordelijkheden krijgt de stichting? Mevrouw Snippe is benieuwd of GroenLinks vindt dat een werfmeester in dienst kan zijn van de gemeente, of dat zij of hij in dienst moet zijn van de stichting. Dat maakt op zich niet veel uit, vindt de heer Virginia, als er maar voldoende garanties voor onafhankelijkheid worden gegeven. 'Wie Pagina 2 van 18

85

90

95

100

105

110

115

120

125

betaalt, bepaalt' mag niet gelden voor de werfmeester, ongeacht of zij of hij in dienst is van de stichting of van de gemeente. Wat GroenLinks betreft mag deze functie zich in de tijd ontwikkelen; er gaat immers een traject van start dat ongeveer dertig jaar zal duren. Voor een goede start zijn wel enkele randvoorwaarden nodig, vindt de heer Virginia. Zijn er ideeën over de samenwerking met de bewoners? Volgens de heer Virginia hebben de keldereigenaren hun wensen kenbaar gemaakt; de gemeente legt daar nu een plan naast dat tegemoetkomt aan een deel van die wensen. Daar moet het niet bij blijven; het traject moet in voortdurende samenspraak worden doorlopen. Voor de eigenaren weegt de aanwezigheid van technische kennis bij de gemeente zwaar, en zij dringen er ook op aan dat de gemeente het advies van de Commissie van wijzen overneemt. Wat dat laatste betreft heeft de gemeente een andere afweging gemaakt; de heer Virginia vraagt de wethouder om deze nader toe te lichten. Eigenaren hebben ook aangegeven dat hun vertrouwen gedurende vele jaren stukje bij beetje is geschaad; zoiets is niet even snel met één programmaplan te herstellen, maar vergt wederzijdse investering in goede samenwerking. In de voorgestelde financiering voor de komende drie jaar kan GroenLinks zich vinden.

Wordt er ook rekening gehouden met onvoorziene knelpunten? Wat te doen als blijkt dat er meer knelpunten zijn dan in drie jaar opgelost kunnen worden, is daar voldoende budget voor? Is er in de programmabegroting rekening gehouden met juridische procedures en met eventueel vertragingsrisico? Het voorstel vermeldt 50/50 verdeling van de kosten voor het waterdicht maken van de kelders, en 60/40 verdeling voor kelders die in de jaren 1990 niet waterdicht werden gemaakt. Hoe om te gaan met kelders die door schade niet meer waterdicht zijn, maar wél waterdicht zijn gemaakt in de jaren 1990? Er zijn ook schadegevallen waarop de gemeente geen invloed heeft, bijvoorbeeld de slappe ondergrond, de grondwaterstand, bodemdaling, verdroging en zo meer. In de invloedssfeer van de eigenaren liggen deze schades echter ook niet. Hoe moet dan worden aangetoond dat de gemeente een zwaardere aansprakelijkheid heeft? Is de wethouder bereid om, in het belang van goede samenwerking en ter wille van het historische wervengebied voor deze laatste categorie kelders te bezien of er een gezamenlijk gedragen verdeling van kosten kan worden afgesproken? Naar de mening van mevrouw Bijsterbosch zijn zaken zoals bodemdaling niet de schuld, maar wél de verantwoordelijkheid van de gemeente.

Dat klopt, zegt de heer Virginia, maar dan nog is het niet helemaal terecht om de last geheel bij de gemeente neer te leggen. Liever zou hij zien dat alle partijen het belang van het behoud van het historische wervengebied onderschrijven, maar dat kosten voor schade als gevolg van factoren waar niemand iets aan kan doen niet automatisch bij de eigenaren worden neergelegd. Neemt het college genoeg verantwoordelijkheid, naar de mening van GroenLinks? Daar is meer informatie voor nodig, stelt de heer Virginia, maar het is wel duidelijk dat hier iets knelt. Zijn fractie ziet wel mogelijkheden om uitzonderingen te maken, zonder dat de bewijslast verschuift. Mevrouw Snippe merkt op dat het wél zover heeft kunnen komen; heeft de gemeente gedurende vele eeuwen misschien steken laten vallen? Mevrouw Sturkenboom vult aan dat de huidige situatie niet echt onverwachts is ontstaan; in de jaren 1990 werden kelders waterdicht gemaakt, maar toen was al bekend dat de bitumenlaag ongeveer dertig jaar mee zou gaan. Nu is al bekend Pagina 3 van 18

130

dat er over honderd jaar opnieuw groot onderhoud nodig is. Had de gemeente de keldereigenaren niet veel eerder moeten informeren? Volgens de heer Virginia is de bitumenlaag niet het echte probleem, gezien het feit dat de gemeente zich verontschuldigt voor onvoldoende handhaving op zwaar verkeer in de binnenstad. De stad is simpelweg overvallen, met bodemdaling bijvoorbeeld. Die kosten moeten naar de mening van de heer Virginia niet zondermeer bij de eigenaren worden neergelegd, al is er wel meer inzicht nodig in het ontstaan ervan. Het kan bodemverzakking zijn, zwaar verkeer, waterafvoer, boomwortels en zo meer, maar het is niet duidelijk of die zaken ook meetbaar te maken zijn.

135

140

Maar wat zou nu de rol van de gemeente moeten zijn? Mevrouw Snippe stelt dat de gemeente het wervengebied beter had moeten monitoren, vindt GroenLinks dat ook? De heer Virginia herinnert de commissieleden aan het rapport Wal- en kluismuren, waarin werd gesteld dat de aanpak onvoldoende projectmatig was geweest. Dat geldt voor voorliggend dossier ook: er zijn fouten gemaakt en dat is erkend. De vraag is nu echter: hoe verder? GroenLinks constateert dat er zwaarwegende consequenties zijn, ongeacht of de raad het voorstel volgt of de ideeën van de eigenaren. De fractie zoekt welke consequenties nog acceptabel zijn. De eigenaren hebben aangegeven dat zij de opstelling van de gemeente waarderen. Vervolgens moeten er afspraken komen, over hoe ervoor gezorgd wordt dat een situatie zoals nu niet meer ontstaat.

145

Mevrouw Bijsterbosch wijst erop dat de Commissie van wijzen op verzoek van de gemeenteraad is ingesteld, juist om met een onafhankelijk oordeel te komen. De heer Virginia geeft aan dat de eigenaren de gemeente vragen om dat rapport integraal over te nemen. 150

155

160

165

170

Terugkomend op de vrees van de bewoners dat er onvoldoende deskundigheid bij de gemeente is, vraagt de heer Virginia de wethouder om aan te geven dat er wél voldoende deskundigheid is, en dat dit gedurende het traject wordt gewaarborgd. Zijn fractie kan zich vinden in de aanpak, maar vraagt zich af waarom daarin niets over de functie van de kelders wordt vermeld. Hierbij valt te denken aan vocht en onvoldoende ventilatie, verbonden aan functie en gebruik, en mogelijke oorzaken van schade. Wat betreft zwaar verkeer en aslastbeperking had de gemeente eerder maatregelen kunnen nemen, stelt de heer Virginia; de gemeente erkent dat, en stelt dat er sterker wordt ingezet op handhaving. Hij vraagt de wethouder om de toezegging dat de raad zal worden geïnformeerd over de inzet en resultaten daarvan. Bij de vaststelling van het plan van aanpak heeft GroenLinks gevraagd om de bescherming van bomen dezelfde waardering te geven als de wettelijke bescherming van gebouwde elementen en heeft daarnaast gevraagd om het opnieuw beplanten van de Plompetorengracht, zoals een advies uit 2012 aangeeft. Hierover vermeldt het plan niets – wél dat er zoveel mogelijk bomen behouden zullen worden. Kan de wethouder toezeggen dat het aantal bomen in het wervengebied zal toenemen? De heer Bosse merkt op dat 'meer bomen' en 'minder schade' niet goed samen gaan.

Wortelstelsels veroorzaken immers veel schade aan de werfkelders. De heer Virginia vindt dat daar dan verstandig mee moet worden omgegaan. Bomen brengen immers ook schaduw, verkoeling, rust en biodiversiteit. Utrechtse werven zonder bomen zijn ondenkbaar! Toch, stelt de heer Bosse, zijn uitgerekend de werven plekken waar we geen bomen zouden moeten willen. Er kan ergens anders gecompenseerd worden, naast de werven bijvoorbeeld, of op het Domplein.

Pagina 4 van 18

De heer Virginia is het daar niet mee eens. Op een creatieve manier kan toch worden gezocht naar ruimte voor nieuwe aanplant.

175

180

185

190

195

200

Het programmaplan besteedt veel aandacht aan lekkages en afvoer van hemelwater. Waarom is afwatering niet meegenomen in het programma? Kan de wethouder toezeggen dat dit nog wordt toegevoegd? Mevrouw Bijsterbosch (D66) noemt positieve aspecten uit het programmaplan: de lange termijn, extra inzet op weren van zwaar verkeer en het aanstellen van een werfmeester. Haar fractie hecht echter ook groot belang aan samenwerking met en herstel van vertrouwen van eigenaren van kelders. Het voorstel van het college wijkt nogal af van hetgeen de Commissie van wijzen heeft geadviseerd. Het maakt een erg voorzichtige en behoedzame indruk – en geeft geen overtuigende argumenten om af te wijken van het advies van de Commissie van wijzen. Bijna alle werfkelders worden nu als verblijfsruimte gebruikt, niet als opslagruimte, waarvoor ze oorspronkelijk waren bedoeld. Mevrouw Bijsterbosch veronderstelt dat aanpassing aan de eisen van nu voor rekening van de eigenaar is. Scheuren dwars op de rijrichting worden veroorzaakt door zwaar verkeer, vermeldt het raadsvoorstel, en zijn de verantwoordelijkheid van de gemeente. Verzakking van kluismuren zou de oorzaak zijn van scheuren parallel aan de rijrichting, wat voor rekening en risico van de eigenaar zou moeten komen.

Echter, dergelijke schade kan ook ontstaan door boomwortels of slechte afwatering, wat dan weer tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort. De Commissie van wijzen deed de suggestie om bij scheurvorming in de kelders uit te gaan van bewijsvermoeden (omgekeerde bewijslast). Dit neemt het college niet over. Het college lijkt uit te gaan van een schuldvraag, merkt mevrouw Bijsterbosch op, maar wat er aan de hand is, is wat haar betreft niet de schuld van de gemeente. De gemeente zou zich er echter wél verantwoordelijk voor moeten voelen. Hoe ziet de wethouder dit? D66 vindt dat de kostenverdeling 50/50 alleen over de bitumenlaag en waterdicht maken moet gaan; kan de wethouder dat bevestigen? In het voorstel wordt gesteld dat de gemeente niet de enig verantwoordelijke instantie is, maar naar de mening van mevrouw Bijsterbosch kan in redelijkheid niet van bewoners worden gevraagd dat zij bij alle mogelijk verantwoordelijke instanties verhaal gaan halen. De gemeente zou hier de contactpartij moeten zijn, zoals de Commissie van wijzen stelt, die daarna aanklopt bij andere overheden. Is het college bereid om hiervoor te zorgen?

205

Bij interruptie vraagt de heer Wijmenga of de gemeente hierover niet beter vooraf afspraken met andere overheden zou kunnen maken, in plaats van achteraf. In welke volgorde dit plaatsvindt is van minder belang, vindt mevrouw Bijsterbosch, het belangrijkst is dat keldereigenaren met slechts één partij te maken hebben – de gemeente.

210

Vervolgens merkt mevrouw Bijsterbosch op dat de aanpak, zoals omschreven in het raadsvoorstel, in het bijzonder is gericht tegen zwaar verkeer. Haar fractie zou graag zien dat de kwetsbaarste plekken aan de grachten versneld geheel autovrij worden gemaakt: gemakkelijker te handhaven en een prettiger verblijfsklimaat. Mevrouw Sturkenboom steunt dit idee. Maar, brengt de heer Bosse in, hoe moet dat dan met verhuizingen en bevoorrading winkels? Het gaat D66 om de kwetsbaarste plekken, verduidelijkt mevrouw Bijsterbosch.

215

Pagina 5 van 18

220

Mevrouw Sturkenboom wijst erop dat het overnemen van alle adviezen van de Commissie van wijzen een kostbaar verhaal wordt, terwijl de openbare ruimte op andere plekken in de stad ook nog verbeterd moet worden. Volgens mevrouw Bijsterbosch is dat inderdaad een van de belangrijkste vraagstukken: het college zegt niet alle adviezen te willen overnemen, met als reden dat gevreesd wordt dat dit toch tot juridisering zal leiden, maar het is aannemelijker dat hier een financieel vraagstuk speelt. Het raadsvoorstel zou aan scherpte hebben gewonnen als er een overzicht van financiële consequenties van het advies van de Commissie van wijzen bijgevoegd zou zijn, inclusief weging.

225

We spreken over herstel van het Utrechtse wervengebied, stelt de heer Bosse (PvdA), maar voor zijn fractie staat de vertrouwensrelatie tussen gemeente en keldereigenaren centraal. Burenplicht of naoberschap – een inmiddels landelijk bekend Twents fenomeen – daar draait het om, maar dat is tweerichtingsverkeer, want buren zijn gelijkwaardige partijen. 230

235

240

Op een vraag van de heer Virginia verduidelijkt de heer Bosse dat de Commissie van wijzen spreekt van een stichting waarin zowel de gemeente als de eigenaren zitting nemen. Hij verwacht dat zij daarin als gelijkwaardige partijen zullen optrekken en gezamenlijk naar oplossingen zullen zoeken. Hierop merkt mevrouw Sturkenboom op dat bewoners niet alle tijd hebben om de ontwikkelingen op de voet te volgen; de meeste hebben immers een baan. Zou dat niet leiden tot een informatiegat waarbij de gemeente steeds vele stappen vooruit is, zoals indertijd bij Rijnenburg? Hoe vangt de wethouder dit op? De heer Bosse steunt in dit verband de suggestie van de heer Virginia, om verschillende categorieën te onderscheiden en daarvoor percentages af te spreken, waardoor bewoners vooraf kunnen weten waar zij aan toe zijn. Hij pleit ervoor om de bewoners op basis van vertrouwen tegemoet te treden, en samen met hen in gelijkwaardigheid naar een oplossing te zoeken.

255

Volgens de heer Van der Marel is het dan evengoed nog wel mogelijk dat men het niet eens wordt over de percentages. De heer Bosse stelt voor om dan percentages af te spreken voor verschillende categorieën, bijvoorbeeld groepen bewoners, bepaalde delen van het wervengebied of bepaalde typen gebouwen. Individuele eigenaren kunnen daar dan toch niet tevreden over zijn, en kunnen stappen ondernemen. De heer Van der Marel merkt op dat de Commissie van wijzen dit eigenlijk al adviseert, en dat dit ook eigenlijk het probleem niet is. Wat is het probleem dan wel: mensen die in de jaren 1990 hebben meegedaan aan het waterdicht maken, bereid zijn om hun kelder waterdicht te houden, maar van mening zijn dat zij niet – of niet volledig – aansprakelijk zijn voor alle andere schade. De heer Bosse geeft aan dat hij er geen voorstander van is om alle gevallen individueel te beoordelen. Het gaat naar zijn mening ook om herstel van vertrouwen; het gaat niet om aansprakelijkheid of schuld, maar om verantwoordelijkheid. Dat betekent: er samen uit komen binnen vooraf gestelde kaders. Bewoners die zich daarin niet kunnen vinden, kunnen hun eigen conclusie trekken.

260

Van het programmaplan kan goed gebruik worden gemaakt door meteen ook andere knelpunten aan te pakken, vervolgt de heer Bosse, zoals het autovrij maken van het gebied. Is er iets te bedenken met een gemeentelijk bedrijf voor verhuizingen en bevoorradingen per schip? Waarom een gemeentelijk bedrijf? Die stap zou de gemeente kunnen zetten, stelt de heer Bosse, of een

245

250

Pagina 6 van 18

bepaalde stimuleringsregeling kunnen aanbieden, zolang de markt niets aanbiedt. Volgens de heer Van der Marel is de markt daar wel degelijk toe bereid! Er zijn partijen die graag zoiets zouden opzetten. 265

270

275

280

285

290

295

300

305

De heer Bosse uit zijn zorgen over de kwaliteit van het gemeentelijk projectmanagement. Wat gaat de gemeente in het omvangrijke wervenproject anders doen dan bij vorige grote projecten? De heer Van der Marel (VVD) vraagt aandacht voor de zorgwekkende staat waarin het Utrechtse wervengebied verkeert – de haven van Utrecht, bovendien een rijksmonument en voorgedragen als UNESCO Werelderfgoed. Het programmaplan en het raadsvoorstel bieden naar zijn mening voldoende aanknopingspunten voor herstel en conservering van het wervengebied – maar wie moet het betalen? Hierover verschilt het college van mening met de eigenaren. Het raadsvoorstel vermeldt 'een zo eenvoudig en eerlijk mogelijke kostenverdeling;' de heer Van der Marel pleit voor het eerste: zo eenvoudig mogelijk, want over wat 'eerlijk' is in dit verband lopen de standpunten uiteen, wat waarschijnlijk zal uitlopen op de gang naar de rechter; dát is geen dejuridisering. De schadelast die de rechter dan vaststelt en toewijst moet worden betaald aan de partij die de schade heeft geleden. Er is geen garantie dat dat geld dan wordt gebruikt voor het herstel van de schade. Echter, als de gemeente de kosten voor herstel ruimhartig op zich neemt, is één ding zeker: dat het geld terecht komt waar het hoort, namelijk in de stad.

Daar is wel iets voor te zeggen, vindt de heer Van der Marel, ook al gaat het ten koste van andere belangen. Hij vraagt de wethouder, te bevestigen dat de eigenaren substantieel zullen moeten bijdragen, en vraagt ook om toe te lichten hoe hij tot het zo gewenste nabuurschap denkt te komen. De heer Van der Marel is ook benieuwd of Utrecht elders middelen voor deze opgave kan aantrekken, want als deze aanpak de draagkracht van de stad te boven gaat, mag zij daar eerlijk in zijn en er steun voor vragen. Het verbaast mevrouw Zwinkels enigszins dat de VVD voor 'zo eenvoudig mogelijk' kiest. Met meer maatwerk zou de gemeente gerichter kunnen investeren, en publieke middelen effectiever kunnen inzetten. De heer Van der Marel geeft aan dat hij verwacht dat de samenwerkingsarrangementen niet allemaal hetzelfde zullen zijn; met 'zo eenvoudig mogelijk' wil hij gerechtelijke procedures vermijden. Er is schade aan de werfkelders; die moet vergoed worden – en wel door de gemeente. De heer Van der Marel vraagt om een doorrekening van het advies van de Commissie van wijzen. Er mag worden verwacht dat schadeherstel tot opwaardering van het vastgoed leidt, stelt de heer Van der Marel; de gemeente profiteert daar dan van via hogere WOZ-waarde. Er zullen echter ook kelders zijn waarvan de eigenaren indertijd niet hebben meegedaan aan het waterdicht maken in de jaren 1990.

Wat wordt er afgesproken met nieuwe eigenaren van die kelders? Zij hebben indertijd immers niet kunnen kiezen om al dan niet mee te doen. Welke mogelijkheden ziet de wethouder om deze keer alle eigenaren te laten meedoen? Hoe garandeert de wethouder dat eigenaren na afloop van de werkzaamheden inspanningen zullen blijven leveren om hun bezit in goede conditie te houden? Mevrouw Bijsterbosch en de heer Bosse zijn benieuwd hoe de heer Van der Marel de eigenaren wil dwingen om mee te doen. Dat is een vraag aan de wethouder, zegt de heer Van Pagina 7 van 18

der Marel; we willen immers geen 'rotte plekken' in ons kwetsbare erfgoed, en het is ook niet de bedoeling dat goedwillende eigenaren de dupe worden van eigenaren die zich aan hun verantwoordelijkheid onttrekken. De gemeente moet haar verantwoordelijkheid nemen, maar dat moeten de eigenaren ook. 310

Voor het beheer wordt het IPM-model voorgesteld (integraal projectmanagement). Welke rol speelt de stichting daarin en hoe wordt dit geborgd in de ambtelijke organisatie?

315

320

325

330

De heer Bosch (PVV) constateert dat integrale aanpak van het volledige wervengebied minimaal € 450 miljoen zal gaan kosten. Echter, als er niets wordt gedaan, gaat het middeleeuwse erfgoed verloren. Het probleem is het particuliere bezit in het gebied. De heer Bosch dringt erop aan dat het college alle aanbevelingen van de onafhankelijke Commissie van wijzen opvolgt. De Commissie heeft geconcludeerd dat de verzakking van de werfkelders te wijten is aan nalatigheid van de gemeente Utrecht: zwaar verkeer heeft vele jaren ongestoord grachten en straten kunnen passeren die daar niet op berekend waren. Bewoners hebben daar niets aan kunnen doen, hebben zelfs bij voortduring aangedrongen op een oplossing. Naar de mening van de heer Bosch moeten de kosten voor herstel volledig voor rekening van de gemeente komen. In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat er ten aanzien van het weren van zwaar verkeer maatregelen zullen worden genomen. Welke concrete maatregelen heeft de wethouder in gedachten? Het raadsvoorstel spreekt van 'afschrikwekkende boetes,' maar wat te doen als vrachtverkeer uit Oost-Europa willens en wetens toch door het gebied rijdt? Boetes kunnen bij hen toch niet worden geïnd. De heer Bosch vraagt de wethouder om expliciet te bevestigen dat het wervengebied bereikbaar blijft voor hulpdiensten.

De heer Bosse stelt vast dat de heer Bosch alle verantwoordelijkheid bij de gemeente legt; welke verantwoordelijkheden hebben de eigenaren naar zijn mening? De heer Bosch verduidelijkt dat de gemeente verantwoordelijk is voor schade, ontstaan door slecht onderhoud en het niet weren van zwaar verkeer. Voor het waterdicht maken kan wat hem betreft een kostenverdeling worden afgesproken.

335

340

345

Er ligt een mooi plan van aanpak voor, vindt de heer Wijmenga (ChristenUnie), waarvoor door velen de afgelopen tijd veel werk is verzet. Een compliment daarvoor is op zijn plaats. Evenals andere fracties is de ChristenUnie benieuwd hoe invulling wordt gegeven aan het bewijsvermoeden en de verdeling van kosten. Hoe wil de wethouder de eigenaren verleiden om mee te doen in de stichting, en hoe wordt de raad betrokken bij de uitwerking van de stichting? Bij interruptie wijst de heer Bosch erop dat er ongetwijfeld eigenaren zijn die wel willen meedoen, maar dat niet kunnen betalen. Hoe moet de gemeente daarmee omgaan? De heer Wijmenga vindt dat de kosten voor rekening van de gemeente moeten komen als de gemeente inderdaad aansprakelijk is. Daarnaast zou de gemeente leningen kunnen aanbieden om eigenaren te helpen. De heer Wijmenga vraagt of de gemeente bereid is om afspraken te maken met andere overheden, in elk geval met het waterschap, zodat eigenaren één aanspreekpunt hebben.

350

Pagina 8 van 18

355

360

365

370

Bij de complimenten van de vorige spreker sluit mevrouw Zwinkels (CDA) zich aan. Het is een complexe zaak, wordt steeds gezegd; mevrouw Zwinkels vraagt de wethouder om aan te geven welke onderdelen wél, en welke niet complex zijn. Het is belangrijk om een goed overzicht te krijgen van oorzaken van schade, inclusief de aanduiding of de gemeente daar al dan geen invloed op heeft. De heer Bosse merkt op dat er voor verschillende soorten schade vele oorzaken te bedenken zijn; het gaat hier echter om vastgoed dat al honderden jaren bestaat, dus niet alle oorzaken zullen te achterhalen zijn. Hoeveel geld is mevrouw Zwinkels bereid daaraan uit te geven? Hierop stelt mevrouw Zwinkels dat de aanpak rondom schadeonderzoeken tot nu toe niet goed genoeg heeft gewerkt, gezien het ontstane wantrouwen. Het gaat erom, dat wantrouwen bij de eigenaren weg te nemen. Nu hetgeen de gemeente voorstelt niet overeenkomt met wat de Commissie van wijzen voorstelt, moet het dáárover gaan. Het gaat dus niet om de oorzaken per schadegeval tot in detail, maar om duidelijkheid over de relevantie van schades, op hoofdlijnen. Moet het college dichter bij het advies van de Commissie van wijzen blijven? Mevrouw Zwinkels stelt dat haar fractie zich wel kan vinden in het standpunt van het college, dat helder moet worden welke schade de gemeente aan te rekenen is, en welke niet.

Er zijn misschien ook schades waarvoor gemeente en eigenaar samen verantwoordelijk zijn. De gemeente moet samen met de eigenaren proberen om tot consensus te komen daarover.

380

Schade is schade, stelt de heer Bosse, of dat nu komt door bodemdaling, het waterpeil of te zware belasting. De PvdA zou dat graag helder gedefinieerd willen hebben, en dan voor bepaalde categorieën bepaalde percentages hanteren. Mevrouw Zwinkels houdt vast aan haar standpunt dat het onderscheid gemaakt moet worden om erkenning te geven aan de situatie en om te bevorderen dat gemeente en eigenaren nader tot elkaar komen. De Commissie van wijzen heeft de suggestie gedaan om met gebiedsprofielen te werken – een goede, vindt mevrouw Zwinkels. Zowel het raadsvoorstel als het advies van de Commissie van wijzen bevatten goede en bruikbare elementen.

385

Over de integrale aanpak bestaan verschillende ideeën: van gevel tot gevel of uitsluitend het herstellen van de werfkelders. Mevrouw Zwinkels zou graag van de wethouder willen horen hoe hij daarover, en over de indeling in gebiedsprofielen denkt. Wanneer kan er een definitief standpunt over het eigendom van de 'spookkelders' worden verwacht?

375

390

395

De SP is blij dat er nu een plan is en is ook blij met de erkenning dat de aanpak een zaak van burgers en overheid samen is, stelt mevrouw Petersen (SP). Vervolgens wijst zij erop dat eigenaren van monumenten volgens de Erfgoedwet verplicht zijn om instandhouding te waarborgen; daarover vermeldt het plan niets. In lijn met het advies van de Commissie van wijzen zal er een stichting worden opgericht. Mevrouw Petersen sluit zich aan bij eerdere sprekers, die aangaven dat burgers en gemeente daarin een gelijkwaardige positie moeten hebben. Welke factoren zijn van invloed op de missie, rol en financiën van deze stichting? Het college heeft voorgesteld om een onafhankelijk deskundige de schade en schadeoorzaken te laten vaststellen, op kosten van de gemeente. Mevrouw Petersen veronderstelt dat daarmee de schijn van Pagina 9 van 18

belangenverstrengeling kan worden gewekt, want de gemeente heeft een financieel belang. Hierop graag een reactie van de wethouder.

400

405

410

415

420

425

Maar, zegt de heer Bosse, wie moet de onafhankelijke deskundige dán betalen? Volgens mevrouw Petersen zijn daar wel constructies voor. De financiering zou via de stichting kunnen lopen, bijvoorbeeld in overleg met de Commissie van wijzen, waarmee in elk geval de indruk van belangenverstrengeling kan worden weggenomen. Het programmaplan legt sterke nadruk op verbeteren van samenwerking en herstel van vertrouwen; waarom neemt de gemeente de adviezen van de Commissie van wijzen inzake de bewijslast dan niet over? Over de wens tot behoud van het unieke Utrechtse wervengebied is geen discussie, benadrukt mevrouw Sturkenboom (Student & Starter), maar er is tot nu toe een tamelijk zwart-wit beeld neergezet: óf we volgen het advies van de Commissie van wijzen, óf we stemmen in met het programmaplan van het college – maar zo zwart-wit is het niet. Mevrouw Sturkenboom is benieuwd naar de financiële consequenties voor de gemeente als er wordt gekozen voor het advies van de Commissie van wijzen. Zij vraagt de wethouder daar schriftelijk op terug te komen. Zij vraagt ook om meer inzicht in de verdeling van de kosten: geldt voor alle kelders dezelfde regeling of kiezen we voor maatwerk? De heer Bosse vraagt mevrouw Sturkenboom hoe belangrijk zij de kostenverdeling vindt, en of zij ook iets wil zeggen over de bewijsvermoedens, die het college naast zich neerlegt.

De kosten zijn belangrijk, vindt mevrouw Sturkenboom, want zoals eerder al werd aangegeven gaat de aanpak van het wervengebied veel geld kosten, terwijl er ook nog opgaven in de openbare ruimte in andere wijken zijn, in Overvecht, bijvoorbeeld. Op een vraag van mevrouw Bijsterbosch geeft mevrouw Sturkenboom aan dat het programmaplan van het college op punten wel overeenkomt met het advies van de Commissie van wijzen: de gemeente wil de kosten voor schade door zwaar verkeer, boomwortelgroei en afvoer hemelwater betalen – wat al een groot deel van de schadeoorzaken is die dan voor rekening van de gemeente komt. De Commissie van wijzen stelt echter ook dat de gemeente voor alle schade verantwoordelijk is. Dat brengt de gemeente in een kwetsbare positie, vindt mevrouw Sturkenboom, want er zijn ook andere stedelijke opgaven. Die afweging moet worden gemaakt.

430

Het gaat steeds maar over geld, merkt de heer Bosse op, maar wat vindt Student & Starter van het beschadigde vertrouwen onder eigenaren? Dat is terecht, zegt mevrouw Sturkenboom, schade door zwaar verkeer omdat de gemeente heeft verzuimd te handhaven, moet de gemeente betalen, maar in de stukken is aangegeven dat de gemeente daartoe bereid is.

435

'Het wervengebied is heel belangrijk, maar het moet niet te gek worden;' maar, voegt mevrouw Sturkenboom daaraan toe, eigenlijk is het al te gek, want dit gaat minstens € 450 miljoen kosten. Toch hebben we het er allemaal voor over, omdat de werven bij Utrecht horen. De heer Bosch is benieuwd wanneer Student & Starter het te duur zou vinden – als het een miljard blijkt te kosten? Hierop wijst mevrouw Sturkenboom erop dat de uitgaven in fasen gaan. We beginnen aan een

Pagina 10 van 18

440

445

450

455

uitvoeringsprogramma van drie à vier jaar, kosten ongeveer € 50 miljoen. Daarna wordt een financiële strategie tot 2050 uitgewerkt. De heer Van der Marel stelt dat er procesrisico ontstaat als de gemeente het advies van de Commissie van wijzen niet volledig volgt. De stad staat in dat geval niet heel sterk. Mevrouw Sturkenboom geeft aan waarde te hechten aan het voorkómen van rechtszaken; geld dat daarmee gemoeid is, besteedt zij liever aan het erfgoed. Wie heeft het uiteindelijke mandaat? Wie bepaalt wat er in het samenwerkingsarrangement komt en wie bepaalt de volgorde? Wat willen we met de werven als ze eenmaal hersteld zijn, welke functie krijgen ze dan? Is het mogelijk om het plan aan te vullen met een visie daarop, inclusief de 'spookkelders?' Desgevraagd verduidelijkt mevrouw Sturkenboom dat zij niet wijziging van het bestemmingsplan Binnenstad beoogt, maar dat zij wél graag de spook- en weeskelders in beeld gebracht wil zien. De noodzaak om het wervengebied aan te pakken heeft de gemeente toch wel enigszins overvallen, vindt mevrouw Sturkenboom. Bij het herstel van de Domtoren heeft haar fractie een motie ingediend om de toekomstige gemeenteraad eraan te herinneren dat er over honderd jaar opnieuw groot onderhoud nodig is. Is de wethouder bereid om zo'n herinnering ook op te stellen voor het wervengebied?

460

465

470

475

480

Het is mevrouw Snippe (PvdD) opgevallen dat niet bekend is wat de financiële gevolgen zullen zijn van het erkennen van volledige aansprakelijkheid. Voor haar fractie gaat het niet om een schuldvraag, maar om het erkennen en nemen van verantwoordelijkheid, juist omdat het om erfgoed gaat. Zij pleit ervoor om aansprakelijkheid te erkennen, om juridische procedures te voorkomen en om het vertrouwen van de eigenaren te herstellen. Mevrouw Snippe vraagt de wethouder om toe te zeggen dat de gemeente vanaf nu het voortouw neemt. Het werd al eerder gezegd: wie een monument bewoont, moet rekening houden met onderhoudskosten, maar van individuele bewoners kan niet worden gevraagd dat zij de staat van onderhoud van het hele wervengebied in de gaten houden. Hier ziet mevrouw Snippe een belangrijke rol voor de gemeente weggelegd. Mevrouw Zwinkels vraagt of dit betekent dat het vertrouwen van de eigenaren alleen kan worden hersteld als de gemeente aansprakelijkheid erkent en alle kosten betaalt. Niet alleen daardoor, antwoordt mevrouw Snippe, het is niet met geld alleen op te lossen. Zij zou graag zien dat de gemeente aansprakelijkheid erkent. Bewoners willen zich gehoord voelen; schades moeten wat haar betreft individueel worden bekeken en de kosten moeten eerlijk worden verdeeld.

Dat is dus maatwerk, concludeert mevrouw Zwinkels, wat naar haar mening het sterkst bijdraagt aan het herstel van vertrouwen. Mevrouw Snippe merkt op dat het geen geheim is dat haar fractie sterk voorstander is van autovrije grachten. Beperkingen zijn wat de fractie betreft te laat ingevoerd (maart jl.). Van het aanstellen van een werfmeester voor dagelijks beheer is mevrouw Snippe voorstander; deze persoon kan in dienst zijn van de gemeente als de eigenaren het daarmee eens zijn. Misschien is één persoon niet genoeg, en moet het een team worden. In elk geval, stelt mevrouw Snippe, moet Pagina 11 van 18

485

490

het een blijvende functie zijn. Wat betreft de bomen in het wervengebied vraagt mevrouw Snippe de wethouder om toe te zeggen dat bomen zoveel mogelijk worden behouden, eventueel met behulp van tijdelijke constructies, ook al kost dat meer geld. Als er toch bomen gerooid moeten worden, ziet mevrouw Snippe graag herplant op dezelfde plek, mits dit niet schadelijk is voor de werf. Zij vraagt ook aandacht voor de FUPs (fauna-uittreedplaatsen) bij het herstel van de kademuren, en vraagt de wethouder om iets te zeggen over hergebruik van materiaal. De heer Bosch doet de suggestie om bij motie te vragen om onderzoek naar dierenleven in het wervengebied.

495

500

505

510

515

520

525

[Vervolgens wordt de vergadering een ogenblik geschorst] De wethouder Naast de nodige kritische vragen had de commissie gelukkig ook complimenten voor allen die betrokken zijn geweest bij het programmaplan, zegt de heer Diepeveen, wat ook nog eens grotendeels in COVID-tijd moest worden samengesteld. Het draait om vertrouwen; dat komt in alle documenten tot uitdrukking, en de commissie bevestigde dat zojuist. Tijdens onlangs gehouden participatiebijeenkomsten bleek dat de gemeente wat dat betreft op de goede weg is – een bemoedigend begin. Voor het plan om een onafhankelijke werfmeester aan te stellen, is draagvlak. Het college wil de werfmeester zien als 'vooruitgeschoven post' van de gemeente; zij of hij moet 'accounthouder' zijn die de weg weet in de gemeentelijke organisatie. Keldereigenaren kunnen zich daarin vinden. Daarnaast is er waardering voor de maatregelen om zwaar verkeer te beperken en daarop intensiever te handhaven. In het advies van de Commissie van wijzen kunnen zowel het college, de bewoners als de raad zich grotendeels vinden. De wethouder benadrukt dat de gemeente bereid is om te betalen voor schade die is veroorzaakt door iets dat binnen haar invloedssfeer ligt: zwaar verkeer, gebrekkige fundering van wal- en kluismuren en zo meer.

Technisch expertonderzoek en –advies heeft uitgewezen dat er schadepatronen te onderscheiden zijn: schades dwars op de rijrichting wijzen op overbelasting (zwaar verkeer). De gemeente accepteert dat en neemt er verantwoordelijkheid voor. Schades in de lengterichting wijzen op zettingsverschil tussen muren en kelders, veroorzaakt door boomwortelgroei of verzakking. Ook daarvoor kan naar de gemeente worden gekeken. Voor het waterdicht maken van kelders (aanbrengen bitumenlaag) neemt het college het advies van de Commissie van wijzen over, en verruimt dit enigszins. Het is bekend dat de beschermlaag ongeveer dertig jaar meegaat. Waterdicht maken is naar de mening van het college een zaak van de eigenaar, waarbij wel de kanttekening wordt gemaakt dat de gemeente dan niets moet hebben gedaan of nagelaten wat de waterdichtheid aantast. Om de bitumenlaag te vernieuwen, moet de straat open tot aan de keldergewelven. Dit biedt de kans om het gewelf door een deskundige – op kosten van de gemeente – te laten inspecteren en het biedt de eigenaar de kans om meteen wat andere reparaties te laten uitvoeren (op eigen kosten). Het lijkt dan ook wel redelijk om de kosten voor het waterdicht maken te verdelen. Lastig als er pas schadeonderzoek kan plaatsvinden als de straat eenmaal open is, merkt de heer Van der Marel op, wat te doen als gemeente en eigenaar het dan niet eens worden? De

Pagina 12 van 18

530

535

540

545

550

555

560

565

570

wethouder verduidelijkt dat de straat in elk geval open moet om de bitumenlaag te vernieuwen; daar kan goed gebruik van worden gemaakt ('werk met werk maken'). Mevrouw Bijsterbosch merkt op dat de gemeente verantwoordelijkheid neemt voor schades, ontstaan door een oorzaak die binnen haar eigen invloedssfeer ligt. Waarom neemt het college de suggestie inzake bewijsvermoedens dan niet over? De wethouder wijst erop dat de Commissie van wijzen van mening is dat de meeste schadeoorzaken ('veertien van de vijftien') bij de gemeente kunnen worden neergelegd. Het college wil dat niet voetstoots overnemen, want uit het deskundigenoordeel blijkt dat de Commissie van wijzen oorzaken mist die door de technische bureaus wél worden genoemd, namelijk negentien à twintig oorzaken. Daar zijn er bij die niet zonder meer aan de gemeente of de overheid te wijten zijn. Neem bijvoorbeeld verdroging of bodemdaling; dat ligt niet primair in de invloedssfeer van de overheid, noch in die van de particuliere eigenaren. Deze zaken liggen als het ware in een 'collectieve ruimte.' Eigenaren zullen zich wel drie keer bedenken voor zij de bitumenlaag zullen gaan vervangen, merkt de heer Bosse op, als zij niet vooraf volledige duidelijkheid hebben over de te verwachten rekening.

Kan daar niet vooraf een schatting van worden gemaakt, waardoor er vooraf met de eigenaar kan worden overlegd in plaats van achteraf? Het zou vertrouwen wekken als de wethouder de raad een overzicht zou geven van het precieze aantal oorzaken dat de Commissie van wijzen onderscheidt en de oorzaken die het college ziet op basis van het voorlopig deskundigenoordeel en waarvoor de gemeente zich verantwoordelijk acht. De wethouder zegt dit toe; de raad ontvangt het overzicht in week 25. Mevrouw Bijsterbosch vraagt de wethouder om een reflectie op de genoemde negentien oorzaken; is de motivatie sterk genoeg om van het advies van de Commissie van wijzen af te wijken? Hierop wijst de wethouder op de hoge kosten, € 450 miljoen gedurende dertig jaar. Voor de aanpak van de kelders wordt gerekend op de helft van dat bedrag, ongeveer € 250 miljoen. Toezegging: met de categorisering van schadeoorzaken zal het college aangeven wat het mogelijke gevolg zal zijn van bewijsvermoeden, mogelijk in een vertrouwelijke brief. De heer Virginia vraagt de wethouder om daaraan een indicatie van de waarde van de oorzaak toe te voegen, want vermoedelijk weegt niet elke oorzaak in elk deelgebied even zwaar. Volgens de wethouder wordt het dan wel ingewikkeld; het voorlopige deskundigenoordeel spreekt van 'multicausaliteit,' dus van meerdere oorzaken en ook van meerdere oorzaken tegelijk.

De experts hebben ook gesteld dat de situatie per kelder sterk kan verschillen. Het college wil daarom, anders dan de Commissie van wijzen, het bewijsvermoeden niet toepassen. Hierdoor zou de gemeente zich namelijk genoodzaakt kunnen voelen om in een groot aantal gevallen te bewijzen dat het tegendeel het geval is. Overnemen van het bewijsvermoeden zou de financiële en juridische positie van de gemeente schaden. Het college vindt het zinvoller om samen met eigenaren opdracht voor onderzoek te geven, in plaats van bewijs te leveren van het tegendeel. Mevrouw Bijsterbosch wijst op de uitzondering die de Commissie van wijzen noemt: als er een ondeugdelijke ingreep is gedaan of als een keldereigenaar overduidelijk geen goed onderhoud heeft verricht. De heer Wijmenga vult aan dat ook in dergelijke gevallen de kosten voor het onderzoek wel voor rekening van de gemeente moeten blijven komen. De wethouder bevestigt dit. In antwoord op de vraag van mevrouw Bijsterbosch geeft de wethouder aan dat het college Pagina 13 van 18

575

580

585

daarop terugkomt in het zojuist beloofde overzicht. Behalve de twee oorzaken die de Commissie van wijzen noemt, zijn er naar de mening van het college meer oorzaken aan te wijzen die in de invloedssfeer van de eigenaar liggen. Daarnaast zijn er oorzaken die zich meer in de 'collectieve ruimte' bevinden. Voorbeelden: de manier waarop de kelders zijn gebouwd, zettingsverschillen door slappe lagen in de ondergrond, bodemdaling, verschillen in het grondwaterpeil en zo meer. De gemeente voelt zich daar in zoverre verantwoordelijk voor dat men samen met de eigenaren een oplossing wil vinden voor die 'autonome oorzaken.' Het college neemt het advies van de Commissie van wijzen over om een stichting op te richten. In deze stichting wordt op bestendige wijze gezamenlijk opdrachtgeverschap gerealiseerd, want een stichting is een rechtspersoon die misschien over honderd jaar nog steeds bestaat, en vormt een belangrijk element in het samenwerkingsarrangement. Vragen over de verhouding tussen gemeente en eigenaren in de stichting en de garantie dat eigenaren zitting zullen nemen in de stichting zijn in dit stadium nog niet te beantwoorden; dit moet nader worden uitgewerkt. Halfjaarlijks, tijdens de voortgangsrapportages in het kader van de Regeling Risicovolle Projecten, kan daar meer over worden gezegd, of als er tussentijds aanleiding voor is.

590

595

600

605

610

615

Zoals gezegd is de stichting een belangrijk element in het samenwerkingsarrangement, want in die structuur wordt onder leiding van een onafhankelijk deskundige overlegd over de scope van het project, projectvoorbereiding, gezamenlijk opdrachtgeverschap, kostentoedeling en zo meer. Tijdens onlangs gehouden participatiebijeenkomsten hebben eigenaren erop aangedrongen om samenwerkingsarrangementen per gracht of per rak of per onderdeel samen te stellen. Een verstandig advies, vindt de wethouder, niet in het minst omdat dit vertrouwen wekt en ook omdat de aanpak dan zonder vertraging kan gaan beginnen op de tien plekken die er het slechtst aan toe zijn, waaronder de Kromme Nieuwegracht. De wethouder hoopt daarmee te kunnen laten zien dat het lukt om door middel van de samenwerkingsarrangementen te komen tot goed en gezamenlijk opdrachtgeverschap, tot herstel van vertrouwen en tot een eerlijke en eenvoudige kostenverdeling. Het staat nog niet vast of er per rak of deelgebied een stichting wordt opgericht, of een overkoepelende stichting voor het hele gebied. Als de keuze valt op samenwerkingsarrangementen per rak, ligt het wel enigszins voor de hand om dan ook per rak een stichting op te richten. Desgevraagd geeft de wethouder aan dat het samenwerkingsarrangement zijn beslag krijgt in de bestendige vorm van een stichting.

Mevrouw Zwinkels merkt op dat de Commissie van wijzen de oprichting van een vereniging heeft gesuggereerd, aanvullend op de stichting, om het belang van de eigenaren naar voren te brengen. De wethouder geeft aan dat ook daarover het gesprek kan worden gevoerd in de komende tijd. Ten aanzien van het eigendomsvraagstuk beveelt de Commissie van wijzing 'horizontale natrekking' aan, maar dat gekozen moet worden voor 'verticale natrekking' als zich een dichtgemetselde muur of een andere afscheiding bevindt tussen het grachtenpand en de werfkelder. In dat geval is de gemeente eigenaar. Volgens de wethouder zijn er echter ook andere opvattingen mogelijk: soms heeft een eigenaar bewust een afscheiding gemaakt tussen grachtenpand en werfkelder, en wordt de kelder zelfstandig bewoond. In dergelijke gevallen, vindt

Pagina 14 van 18

de wethouder, kan de gemeente niet het eigendom opeisen. Dit vraagt om zorgvuldig nader onderzoek. 620

625

630

Op de suggestie voor gebiedsprofielen is ingegaan in de raadsbrief. Daarin wordt ook gepleit voor integraal en breed binnenstadsoverleg. De wethouder denkt dat daar nog aanvullende suggesties bij aan de orde kunnen komen, zoals bijvoorbeeld het idee van Student & Starter voor een 'ondergrondse stad,' en de functie en het gebruik van de werfkelders. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst bleek dat eigenaren het niet eens zijn over de aanpak 'van gevel tot gevel.' De Commissie van wijzen plaatst er ook kanttekeningen bij. Het college pleit daar wél voor, al wordt ook wel ingezien dat dit niet op elke plek even relevant is. Op de Drift, Plompetorengracht en Kromme Nieuwegracht is dit dringend noodzakelijk, op de Oudegracht minder. Mevrouw Zwinkels vraagt waarom er dan niet tóch voor gebiedsprofielen wordt gekozen; dit wijst toch op maatwerk? Omdat dat dubbel werk is, antwoordt de wethouder, want we hebben ook al de Omgevingsvisie Binnenstad en het Mobiliteitsplan. Het college ziet de meerwaarde er niet van in – wél van integraal overleg. In het wervengebied is grote behoefte aan breed overleg over allerlei kwesties, ook over verkeer op de grachten.

635

Evenals de Erfgoedwet spreekt het programmaplan van instandhoudingsplicht. Volgens de wethouder betreft dat zowel de overheid als de eigenaren.

640

Wat gaat er bij dit grote project anders dan bij eerdere grote projecten? De wethouder licht toe dat het Programmaplan Wervengebied onder de Regeling Risicovolle Projecten zal vallen. Er is uitvoerig stilgestaan bij het model three lines of defence; de aanpak van het wervengebied bevat veel meer dan voorheen elementen van financiële bewaking. Of de gemeente Utrecht elders subsidie aan kan trekken, is nu nog niet te zeggen. Hierop zal de wethouder terugkomen bij de behandeling van de Voorjaarsnota (2022).

645

650

655

660

Is het denkbaar dat kwetsbare plekken versneld autovrij worden gemaakt? De wethouder wil dat wel! Het tempo moet echter financieel haalbaar zijn. De suggestie zal worden meegenomen in de prioritering voor het autovrij maken van de binnenstad en de wethouder zal erop terugkomen in de 'oorzakenbrief,' zie hiervóór, r. 545 e.v. De heer Bosch vraagt zich af of hiermee dan een lang gekoesterde wens van GroenLinks in vervulling gaat – of kan met zekerheid worden gezegd dat autoverkeer schade toebrengt? Hoe moeten bewoners in de binnenstad wonen als deze autovrij wordt gemaakt? De wethouder wijst erop dat het autobezit in de binnenstad afneemt; deze trend is al langer gaande. Informatie over de resultaten van meer handhaving wordt opgenomen in de tweejaarlijkse voortgangsrapportage. Bomen: zoveel mogelijk behoud, dat is de inzet, stelt de wethouder. Als dat na zorgvuldige afweging toch niet lukt, wordt er herplant. De wethouder zal de vraag meenemen of klimaatbestendigheid expliciet in het programmaplan kan worden opgenomen. De raad ontvangt hierop een schriftelijke reactie, evenals op het verzoek om rekening te houden met FUPs en om te onderzoeken of materiaal kan worden hergebruikt. Pagina 15 van 18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=43f04bdc-c0e4-4cc2-b71f-471b2b84bac0