CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Afvalstoffenverordening gemeente Utrecht - DROP

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 13 juni 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling Afvalstoffenverordening; Collegevoorstel concept Nadere regel en concept Aanwijzingsbesluit Afvalstoffenverordening en concept Nadere regel Afvalscheidingsstations2.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afvalstoffenverordening gemeente Utrecht

De raad van de gemeente Utrecht; • •

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer];

gelet op de artikelen 10.23, eerste lid, 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid, van de Wet milieubeheer; en artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren en artikel 2, eerste lid, van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen;

•

gezien het advies van de commissie (….) van (datum);

Overwegende dat de Afvalstoffenverordening Utrecht 2010 moet worden geactualiseerd vanwege: -

de inwerkingtreding van de Wet Dieren op 22 december 2022; de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024;

de wens het opt-in systeem voor reclamedrukwerk aan te scherpen;

De wens om de Utrechtse Afvalstoffenverordening aan te sluiten op de structuur en de systematiek van de modelverordening van de VNG, waarmee in de toekomst wijzigingen eenvoudiger kunnen worden verwerkt;

Besluit vast te stellen de volgende verordening:

Hoofdstuk 1. Algemeen Artikel 1 Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: • • • •

• • • • •

•

gezelschapsdier: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier; gfe: groente-, fruit- en etensresten afkomstig van huishoudens, wat gescheiden wordt ingezameld. Onderdeel van de totale fractie gfe+t; gft: groente-, fruit- en tuinafval afkomstig van huishoudens, wat gescheiden wordt ingezameld. Onderdeel van de totale fractie gfe+t; huis-aan-huisblad: een ongeadresseerd drukwerk dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, daarbij de indeling van de gemeente volgend en waarvan tenminste dertig procent van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame zoals vastgesteld conform de Code verspreiding ongeadresseerd reclamedrukwerk (CODE VOR) van de Stichting Reclame Code; inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, Wet milieubeheer; inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel ten behoeve van een huishoudens en/of een bedrijf; inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 van de verordening aangewezen plaats; inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats ten behoeve van meerdere huishoudens en/of bedrijven; ongeadresseerd drukwerk: drukwerk dat gratis huis-aan-huis verspreid wordt zonder vermelding van zowel naam,

adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, waaronder in elk geval wordt verstaan reclamedrukwerk en huis-aan-huis bladen en in elk geval niet wordt verstaan: huis-aanhuisbladen en drukwerk van vrijwilligers of niet-commerciële organisaties; perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan;

• •

reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of samples die gratis huis-aan-huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger; sublokale nieuwsgerichte wijkberichten: ongeadresseerd drukwerk dat met een frequentie van maximaal enkele keren per jaar gratis huis aan huis wordt verspreid in één wijk of buurt en waarvan de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied en die op niet commerciële basis wordt uitgegeven door een stichting, vereniging of wijkraad.

Artikel 2 Doelstelling De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen.

Hoofdstuk 2. Huishoudelijke afvalstoffen Artikel 3 Aanwijzing van de inzameldienst 1. Burgemeester en wethouders wijzen de inzameldienst aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 2. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Artikel 4 Regulering van andere inzamelaars 1. Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders; b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of c.

verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer.

2. Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5 Aanwijzing van en regels voor inzamelplaats 1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente, waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het beheer en gebruik van de in het vorige lid bedoelde plaats en de wijze van aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op die plaats.

Artikel 6 Algemene verboden

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; b. over te dragen aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of c. achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.

Artikel 7 Gescheiden afvalinzameling 1. Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de inzamelmiddelen en voorzieningen, locatie bij of nabij een perceel en de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen. 2. In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld: a. gfe+t; b. elektrische en elektronische afvalstoffen; c.

grof huishoudelijk restafval;

d. huishoudelijk restafval; e. klein chemisch afval (kca); f.

papier en karton;

g. textiel; h. verpakkingsglas; i.

overige door burgemeester en wethouders aangewezen afvalstoffen.

3. In afwijking van het eerste lid kan het college in het belang van een doelmatig afvalstoffenbeheer de aanwijzing van afzonderlijk in te zamelen huishoudelijke afvalstoffen of fracties daarvan achterwege laten.

Artikel 8 Gescheiden aanbieding 1. Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, anders dan afzonderlijk: a. ter inzameling aan te bieden; b. achter te laten op een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5. 2. Het is verboden bestanddelen die niet gescheiden worden ingezameld, anders dan samen met het restafval aan te bieden.

3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over gescheiden aanbieding. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 9 Tijdstip van aanbieding Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld.

Artikel 10 Wijze en plaats van aanbieding 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouder te stellen regels over het gebruik van: a. inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; b. inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel. 2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden. 4. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het gebruik van een van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of beschikbaar gestelde inzamelvoorziening.

Hoofdstuk 3. Bedrijfsafvalstoffen Artikel 11 Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van artikel 3.

Artikel 12 Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het is verboden: a. bedrijfsafvalstoffen aan te bieden aan de inzameldienst indien daarvoor geen overeenkomst met de inzameldienst is gesloten; b. anders dan in overeenstemming met artikel 11, bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan de inzameldienst aan te bieden of bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5, achter te laten.

Artikel 13 Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.

2. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen.

Hoofdstuk 4. Zwerfafval en overige Artikel 14 Dumpingsverbod 1. Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het aanbieden of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening; b. het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan; c.

het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;

d. handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Omgevingswet of het Besluit bodemkwaliteit. 3. Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.

Artikel 15 Zwerfafval in de openbare ruimte 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen. 2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de desbetreffende omgeving onder het publiek verspreidde. 3. Het is verboden zwerfafval te veroorzaken door ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen.

Artikel 16 Ongeadresseerd drukwerk 1. Het is verboden ongeadresseerd drukwerk te bezorgen of te laten bezorgen bij een perceel tenzij de bewoner of gebruiker daarvan expliciet kenbaar heeft gemaakt dit wel te willen ontvangen. 2. Uitgezonderd van het in het vorige lid genoemde verbod zijn:

a. drukwerk met als uitsluitend/primair doel het geven van feitelijke informatie zonder aanprijzing; b. sublokale nieuwsgerichte wijkberichten; c.

ongeadresseerd drukwerk dat kan worden geschaard onder artikel 7 van de Grondwet;

d. huis-aan- huisbladen.

Artikel 17 Zwerfafval rondom inrichtingen Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.

Artikel 18 Afval en verontreiniging op een openbare plaats 1. Het is verboden een openbare plaats, als bedoeld in artikel 1:1 onder b van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht 2010, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten. 2. Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.

Artikel 19 Geen opslag van afval in de open lucht 1. Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met hoofdstuk 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3. Het verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven.

Artikel 20 Ontdoen van autowrakken Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen.

Artikel 21 Kadavers van gezelschapsdieren 1. Burgemeester en wethouders kunnen een ondernemer aanwijzen die belast is met de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren.

2. Van ingezamelde kadavers wordt aangifte gedaan bij de in het vorige lid bedoelde ondernemer. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan deze ondernemer in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren. 3. Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af aan de ondernemer, bedoeld in het eerste lid. 4. Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal. 5. Het vierde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG.

Hoofdstuk 5. Handhaving en toezicht Artikel 22 Strafbare feiten Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, 6, 8 tot en met 10 en 12 tot en met 21 bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.

Artikel 23 Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 18.6 van de Omgevingswet door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.

Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 24 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad (overheid.nl). 2. De Afvalstoffenverordening Utrecht 2010 wordt ingetrokken met ingang van de in het vorige lid genoemde datum. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening gemeente Utrecht.

Artikel 25 Overgangsbepalingen 1. Besluiten, genomen onder de werking van de verordening als bedoeld in artikel 24 lid 2, en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze verordening, worden aangemerkt als besluiten krachtens deze verordening. 2. Op aanvragen om een vergunning of ontheffing op grond van de verordening als bedoeld in artikel 24 lid 2, waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze verordening een beslissing genomen.

3. Besluiten ter uitvoering of handhaving van bepalingen van een verordening als bedoeld in artikel 25 worden geacht te zijn genomen ter uitvoering of handhaving van deze verordening. 4. De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 24, tweede lid heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum>.

De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma

De griffier, Merel van Hall

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=9f629f4f-74a1-4cf7-8a3e-a2ac1958c2c4