Adviesrapport Adviescommissie Cultuurnota 2025-2028 met addendum 6 juni
Tekst van het document
Adviesrapport adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
Kleur bekennen Gemeente Utrecht
Als commissie hebben we met bewondering en prettige verwondering gekeken naar de talloze initiatieven, organisaties en kunstenaars die zich inzetten voor een bloeiend cultureel landschap, gedragen door een diep maatschappelijk bewustzijn en een onmiskenbaar besef van urgentie. LEES VERDER
Voorwoord
Die urgentie komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Een aantal jaar geleden mocht ik in gesprek gaan met de inmiddels overleden Pools-Britse Zygmunt Bauman. Hij heeft veel geschreven over de vloeibare moderniteit, het tijdperk waar we ons – volgens hem – heen bewegen. Hij definieerde dat als een tijdperk waarin verandering de enige constante is en onzekerheid de enige zekerheid. Laat dat vooral even op je inwerken want hier staat nogal wat. Maar zolang we daar nog niet zijn kun je volgens deze socioloog en filosoof van een interregnum spreken, of anders gezegd, van een tussentijd. Volgens hem zitten we op dit moment midden in die tussentijd.
In deze tijd van transformatie en verandering spelen kunst en cultuur een cruciale rol in het reflecteren op en het verwoorden, verbeelden en ervaren van de tijdgeest en mogelijke toekomsten. Soms met als doel om mensen te verbinden. Soms met als doel om mensen door elkaar te rammelen. En soms met als doel om dichter bij het sublieme te komen. Het is allemaal van cruciaal belang omdat het Utrechters in staat stelt om iets van zichzelf of van anderen te herkennen. Omdat het woord, klank of beeld geeft aan vragen waar je zelf ook mee rondloopt. Misschien stelt het ons zelfs in staat om met oplossingen of oplossingsrichtingen te komen. Linksom of rechtsom draagt het allemaal bij aan de beweging die de stad maakt om een stad te zijn waar iedereen zich thuis voelt. We hebben als adviescommissie het dynamische landschap in de Utrechtse cultuursector gezien en ervaren. Op allerlei manieren worden de vele signalen en ontwikkelingen uit alle hoeken en gaten van de samenleving opgepikt. De opgedane inzichten worden op een hoogwaardige artistieke en kunstzinnige manier bewerkt, resulterend in voorstellingen, tentoonstellingen, (nieuwe) media, festivals en nog vele andere vormen en uitingen van kunst en cultuur.
In een stad die groeit en verandert, worden culturele instellingen geconfronteerd met stevige uitdagingen zoals toenemende ongelijkheid, klimaatverandering en toenemende polarisatie. Gelukkig zien
Adviesrapport adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
Een ingewikkelde periode die hij treffend weet te schetsen – met de kanttekening dat het hopelijk een elektrisch vliegtuig is waarover hij spreekt: “Laten we ons eens voorstellen dat we in een vliegtuig zitten, daarboven in de lucht. […] plotseling komt het nieuws binnen dat de zeer aangename informatie die via de luidsprekers in de cabine binnenkomt al een hele tijd geleden is opgenomen, dat er dus eigenlijk niemand tegen je praat. En dan ontdek je dat de pilotencabine leeg is. En dat de automatische piloot je waarschijnlijk naar een luchthaven leidt, maar je leert ook dat de luchthaven in kwestie zich nog in de planningsfase bevindt, of beter gezegd op de tekentafel ligt, omdat de aanvraag nog niet bij de juiste autoriteiten is ingediend.” Voor velen waarschijnlijk een beangstigend beeld. Wat er voor ons ligt is ongewis en geeft bovendien het gevoel dat je maar weinig invloed kunt uitoefenen op de vele ontwikkelingen die tegelijkertijd spelen.
3
we dat heel veel organisaties en initiatieven zich aanpassen aan wat de stad nodig heeft. Daarbij worden ook de broodnodige investeringen gedaan met duurzaamheid, inclusie en eerlijke beloning als leidraad.
Dat hebben we dan ook gedaan. Op een ongelooflijk zorgvuldige en integere manier mag ik wel zeggen, zijn binnen de subcommissies uitgebreide gesprekken gevoerd over de verschillende aanvragen. Door de kerncommissie zijn ze daarna in samenhang met elkaar en met betrekking tot het ecosysteem beoordeeld. Pijnlijke keuzes waren hierbij noodzakelijk en onvermijdelijk. In de algemene beschouwing adviseren we dan ook dat gezien een aantal (positieve) ontwikkelingen er wel echt sterker financieel ondersteund moet worden door middel van het creëren van additionele intersectorale budgetten. Toch zijn we er ook van overtuigd dat de gemeente Utrecht met het voorliggende advies een fijnmazig cultureel netwerk van organisaties, die gezamenlijk een onmisbare bijdrage aan de stad leveren, financieel ondersteunt. In de komende periode zullen een aantal organisaties plaats moeten maken voor nieuwe vierjaren-aanvragers. Waarbij nieuw een relatief begrip is omdat een aantal van hen gemeentelijke subsidie ontving vanuit de tweejarige regeling. Dit laatste toont aan dat de systematiek haar werk doet en dus continuering verdient. Kleur bekennen is niet zozeer een opdracht als wel een levenshouding. Het maakt het mogelijk om met elkaar door de tussentijd te navigeren en de stad met elkaar vorm te geven door middel van inspiratie, ontmoeting en groei.
Hopelijk stelt het iedereen nog beter in staat om de kleuren van de stad te laten stralen. Farid Tabarki, voorzitter Adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
Adviesrapport adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
De gemeente Utrecht heeft met de Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen, ruimte proberen te creëren voor iedereen die onderdeel is van het Utrechtse culturele ecosysteem. Zo is er een dialoog met de stad, het land en daarbuiten mogelijk gemaakt, die recht doet aan de verschillende identiteiten en kwaliteiten van de aanvragers. Een uitgangspunt waar we als commissie sterk in geloven maar die onze opdracht nog wat ingewikkelder maakte dan normaal – voor zover er überhaupt van normaal gesproken kan worden. Bovendien werden we als commissie, vanwege het feit dat er meer is aangevraagd dan wat er budgettair beschikbaar was, ook gedwongen om kleur te bekennen.
4
Beleidskader Aanvraagprocedure Adviesprocedure Werkwijze adviescommissie
6 7 7 7 8
Cijfers
10
2 Algemene beschouwingen
11 12
3 Adviezen
18
Signaleringen in het veld
Inhoudsopgave Bijlages
1. Ranglijst aanvragen Cultuurnota 2025 – 2028 2. Adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028 3. Opdracht adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
165 166 169 170
Adviesrapport adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
1 Procedure advisering Cultuurnota 2025 – 2028
5
LEES VERDER
Adviesrapport adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
1 Procedure advisering Cultuurnota 2025 – 2028
In dit adviesrapport brengen wij als onafhankelijke Adviescommissie ons advies uit aan het Utrechtse college van burgemeester en wethouders over de aanvragen die zijn ingediend voor de vierjarige subsidieregeling van de Cultuurnota 2025 – 2028. In het eerste deel van het rapport omschrijven we de procedure die is doorlopen om tot dit advies te komen en is een grafische weergave van de aanvragen in cijfers te vinden. Het tweede deel omvat onze algemene beschouwingen. Daarin omschrijven we wat ons opviel tijdens het adviestraject en lichten we nader toe hoe we de beleidskaders en beoordelingscriteria hebben toegepast. In het derde deel zijn de specifieke adviezen per aanvraag opgenomen.
6
De adviezen in dit rapport hebben betrekking op de subsidieaanvragen die zijn ingediend op grond van de Subsidieverordening Cultuurnota 2025 – 2028 (hierna ook: Subsidieverordening). De Subsidieverordening is opgesteld om het mogelijk te maken activiteiten te subsidiëren die bijdragen aan de uitgangspunten zoals geschetst in de Utrechtse Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen. De Cultuurnota en Subsidieverordening bouwen verder op de vier pijlers van het Utrechtse cultuurbeleid zoals geformuleerd in de Cultuurvisie 2030 Kunst kleurt de stad: 1. Pluriformiteit 2. Een inclusieve cultuursector 3. Stimuleren van creatief vermogen 4. Ontwikkelruimte Per pijler formuleert de Cultuurnota de specifieke doelen voor de periode 2025 – 2028 en worden deze doelen toegelicht. In de Subsidieverordening staan de criteria geformuleerd waarop de aanvragen worden beoordeeld. Voor de periode 2025 – 2028 zijn de criteria: 1. Artistiek-inhoudelijke kwaliteit 2. Betekenis voor de stad 3. Uitvoerbaarheid
Aanvraagprocedure Aanvragers konden een eigen vorm kiezen om hun meerjarenplan voor de periode 2025 – 2028 op te stellen. Hiervoor golden een aantal vooraf gestelde kaders zoals een maximaal aantal pagina’s, een vaste structuur voor het invullen van financiële gegevens en een beperkt aantal kwantitatieve gegevens. Hiermee is geprobeerd tegemoet te komen aan de vraag vanuit de sector om een vereenvoudigde aanvraagprocedure met minder ‘hoepels’ waar de aanvrager doorheen moet. Ook zijn er vooraf een aantal verplichtingen geformuleerd waar de aanvraag aan moest voldoen. Dit gold in relatie tot de toepassing van de culturele codes (Code Diversiteit & Inclusie, Fair Practice Code en Governance Code Cultuur) en een visie op duurzaamheid. De precieze eisen en verplichtingen zijn te vinden in de Subsidieverordening Cultuurnota 2025 – 2028. De aanvragen moesten uiterlijk 31 januari 2024 worden ingediend. Hier hebben 105 aanvragers gebruik van gemaakt. Alle binnengekomen aanvragen zijn ambtelijk getoetst op ontvankelijkheid.
Adviesprocedure Samenstelling adviescommissie Voor de advisering over de ingediende aanvragen is op basis van de Subsidieverordening en volgens het Basisreglement voor adviescommissies in de sector cultuur, een onafhankelijke adviescommissie ingesteld. De commissie staat onder voorzitterschap van Farid Tabarki, heeft 29 leden en is met zorg en aandacht voor diversiteit in leeftijd, gender en culturele achtergrond samengesteld. Vanuit deze samenstelling zijn 6 subcommissies en 1 kerncommissie gevormd. De commissieleden zijn geselecteerd middels een openbare vacature en sollicitatieprocedure. Na het sluiten van de vacature zijn ook enkele commissieleden los gevraagd om te solliciteren. Daarvoor waren diverse redenen. Zo is er op voorhand specifieke expertise aangevuld en heeft er later in het proces een enkele wisseling plaatsgevonden. Daarnaast is later in het proces een enkele wisseling geweest. Door het vroegtijdig stoppen van commissieleden tijdens de voorbereidingsfase, wegens persoonlijke omstandigheden, onvoorziene drukte, of een nieuwe betrekking waardoor er (mogelijke) (schijn van) belangenverstrengeling ontstond, zijn de vacante posities binnen de commissie op deze manier ingevuld. Naast kennis van verschillende kunstdisciplines is ook specialistische kennis over onder meer diversiteit en inclusie, marketing en bedrijfsvoering binnen de commissie aanwezig.
Een deel van de commissieleden woont/werkt zelf in Utrecht en heeft uitgebreide kennis van het lokale speelveld. Een deel woont/werkt elders en beziet de aanvragen met een scherpe blik van buitenaf. Een overzicht van de adviescommissie en de leden is in bijlage 2 te vinden. De adviescommissie is in 2022 onder leiding van Mei Li Vos gestart. Wegens haar aantreden als voorzitter van de raad van toezicht van het Literatuurmuseum, dat in 2025 van Den Haag naar Utrecht verhuist, heeft zij haar taken als voorzitter neergelegd om zo de schijn van belangen verstrengeling te voorkomen. Via een openbare procedure is een nieuwe voorzitter geworven: in september 2023 heeft Farid Tabarki het voorzitterschap overgenomen. De eerste bijeenkomst van de adviescommissie vond plaats op 27 december 2022. Daarna zijn er nog 6 bijeenkomsten geweest waar de commissieleden elkaar beter hebben leren kennen. Hierbij is uitleg gegeven over het Utrechtse veld, de Cultuurnota, de Subsidieverordening en de advies procedure. Ook zijn er verschillende sessies gewijd aan het gezamenlijk duiden of definiëren van begrippen als artistieke kwaliteit of diversiteit en inclusie, en zijn de commissieleden voorbereid op de procedure.
Adviesrapport adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
Beleidskader
7
Een gedetailleerde opdrachtbeschrijving van de adviescommissie en het gevolgde proces is te vinden in bijlage 3.
Werkwijze adviescommissie Het adviestraject bestond uit een beoordeling van de aanvragen binnen de subcommissies, en vervolgens een integrale afweging in de kerncommissie. 1. Beoordeling aanvragen binnen de subcommissies Alle individuele aanvragen zijn beoordeeld door middel van een puntenscore op de criteria artistiek-inhoudelijke kwaliteit, betekenis voor de stad en uitvoerbaarheid. De aanvragen zijn verdeeld over 6 subcommissies, bestaande uit 5 leden, een voorzitter en een secretaris. Eén subcommissie bestond uit 4 leden omdat een adviseur zich op het laatste moment wegens persoonlijke omstandigheden terug moest trekken. Waar nodig is deze commissie bijgestaan door leden uit andere subcommissies. De subcommissies zijn samengesteld door de gemeente. Daarbij is bewust gekozen voor een combinatie aan expertises (bijvoorbeeld dans, theater en participatie). Bij de verdeling van aanvragen over de verschillende subcommissies is gelet op gedegen kennis per subcommissie van verschillende disciplines. Dat gaf frisse en scherpe discussies binnen de individuele sub commissies en zorgde ervoor dat zij de aanvragen vanuit verschillende hoeken belichtte. Ook sloot dat aan bij het gegeven dat er al lang niet meer binnen vaste disciplines gedacht en gewerkt wordt in de sector.
Bij (een schijn van) belangenverstrengeling verliet het betreffende commissielid voorafgaand aan de bespreking van de betreffende aanvraag de ruimte. Als de inschatting was dat daardoor aanvullende expertise nodig was voor de beoordeling werd het commissielid vervangen door een lid uit een andere subcommissie. Zie bijlage 1 en 2 voor een overzicht door welke commissieleden de aanvragen behandeld zijn.
Iedere aanvraag werd door de subcommissie getoetst op de drie criteria zodat zij voor ieder criterium een onderbouwde score van 0 tot 30 punten kon toekennen : 0 = voldoet niet aan het criterium 10 = voldoet in beperkte mate aan het criterium 20 = voldoet aan het criterium 30 = voldoet in grote mate aan het criterium Dit betekende dat de subcommissie per aanvraag maximaal 90 punten kon toekennen. Aanvragen met een nul-score op één van de criteria waren op grond van de regels uit de Subsidieverordening niet subsidiabel . Zij zijn daarom niet ter afweging voorgelegd aan de kerncommissie. Gedurende de vergaderperiode heeft tweemaal een afstemsessie plaatsgevonden met de voor zitters en secretarissen van de verschillende subcommissies. Dit om een gelijke werkwijze en wijze van beoordeling tussen de commissies te waarborgen. 2. Integrale afweging in de kerncommissie Alle door de subcommissies subsidiabel bevonden aanvragen en de door hen opgestelde preadviezen zijn vervolgens in samenhang met elkaar behandeld door de kerncommissie . De kerncommissie bestond uit 6 leden (één afgevaardigde per subcommissie), voorzitter Farid Tabarki en 2 secretarissen. De kerncommissie heeft een integrale afweging gemaakt waarbij zij in samenhang bekeken in welke mate de aanvragers een bijdrage leveren aan het culturele ecosysteem van Utrecht.
Hierbij werden aan iedere aanvraag punten toegekend in stappen van 10 punten tussen 0 en 60. Hierbij betekende 0 punten dat er geen bijdrage werd toegekend aan het culturele ecosysteem, en 60 punten dat er een grote bijdrage werd toegekend. De vier pijlers uit de Cultuurvisie 2030 vormden samen het referentiekader voor deze afweging, waarbij breder vanuit het geheel van plannen werd gekeken wat er gemaakt wordt, hoe dit verdeeld is over de stad, welke doelgroepen worden bereikt en welke verbindingen hiermee tot stand komen. Hoe de kerncommissie het culturele ecosysteem als leidraad voor de afwegingen heeft toegepast wordt toegelicht in Deel II: Algemene beschouwingen. Rangschikking door de adviescommissie De totale score van de beoordeling door de subcommissie en door de kerncommissie vormt de eindscore. Op basis daarvan heeft de adviescommissie een rangschikking opgesteld. Die bepaalt welke aanvragen binnen het beschikbare budget gesubsidieerd kunnen worden. Alle volledige adviezen van de adviescommissie zijn te vinden in Deel III: De adviezen.
Adviesrapport adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
In de periode tussen de eerste bijeenkomst en de deadline voor het indienen van de aanvragen op 31 januari 2024 hebben de commissieleden (activiteiten van) de aanvragers bezocht. Hierover zijn bezoekverslagen geschreven, die indien relevant zijn meegenomen als context tijdens de beoordeling. Nieuwe aanvragers werden verzocht zich bij de gemeente kenbaar te maken, zodat ook zij bezocht konden worden door de commissieleden. De gemeente heeft voor hen in het najaar van 2023 ook speeddates georganiseerd. Hier werd extra informatie verstrekt over een eventuele aanvraag voor de vierjarige subsidie.
8
Er is één aanvraag na de inhoudelijke controle op formele gronden afgewezen. De subcommissies hebben tien aanvragen een beoordeling van 0 punten gegeven op één van de drie criteria. Dit betekent dat naar oordeel van deze commissies ofwel de artistieke kwaliteit, ofwel het belang voor de stad ofwel de uitvoerbaarheid van de aanvraag helemaal niet (of nog niet) voldeed. Deze aanvragen zijn conform de Subsidieverordening niet behandeld door de kerncommissie. De commissie adviseert daarom deze subsidieaanvragen te weigeren. De kerncommissie had hierdoor 94 aanvragen te beoordelen. De beoordeling leidde tot een eindscore voor elke aanvrager. Op basis van deze score is de ranglijst tot stand gekomen. Deze is te vinden in bijlage 1. Het subsidieplafond was daarbij toereikend voor 67 subsidiabele aan vragen op deze ranglijst. Dit betekent niet dat deze aanvragen negatief zijn beoordeeld, maar dat ze ten opzichte van alle andere aanvragen niet positief genoeg zijn beoordeeld om binnen het beschikbare budget te vallen. Hieronder vallen ook enkele aanvragers die in de huidige periode wel worden gesubsidieerd binnen de vierjarige Cultuurnota. De commissie is zich zeer bewust van de mogelijke consequenties hiervan voor de aanvragers. De commissie hoopt dat het in sommige gevallen als een aanmoediging kan worden gezien om verdere stappen te zetten op de meer kritisch beoordeelde criteria.
In het geval van nieuwe aanvragen die volgens de commissie (nog) niet klaar zijn voor de vierjarige subsidie, kan ook gelden dat deze eventueel wel passend kunnen zijn binnen een tweejarige subsidieregeling. Na de adviesperiode heeft één aanvrager de aanvraag formeel ingetrokken. Er wordt dus over 103 aanvragen advies uitgebracht in dit rapport. Uitzonderingen Voor vijf aanvragers geldt voor de periode 2025 – 2028 een eigen subsidieplafond. De advies commissie heeft deze instellingen op dezelfde manier als de andere aanvragers beoordeeld. Daarmee kon de commissie wel advies uitbrengen over de hoogte van het gevraagde subsidie bedrag. Doordat zij een eigen subsidieplafond hebben zijn zij niet in de rangschikking opgenomen. De redenen dat voor vijf aanvragers een eigen subsidieplafond geldt zijn de volgende. Met TivoliVredenburg, Stadsschouwburg en Centraal Museum lopen langjarige afspraken, waardoor zij voor deze periode een eigen subsidieplafond hebben. Sonnenborgh werd eerder beheerd vanuit de afdeling Economische Zaken van de gemeente. Met de overheveling naar de
afdeling Culturele Zaken in 2021 is subsidie voor de eerste periode, dat wil zeggen 2025 – 2028, gegarandeerd. De laatste uitzondering is RAUM, een organisatie voor creative placemaking op Berlijnplein. Omdat dit budget voor de periode 2025 – 2028 gealloceerd is voor deze functie op het Berlijnplein, gold voor deze aanvrager een uitzondering. Voor deze aanvraag kon de commissie het oordeel ‘subsidiabel’ of ‘niet subsidiabel’ geven en adviseren over de hoogte van de subsidie. De beoordeling ook niet in de rangschikking werd meegenomen.
Adviesrapport adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
Ingediende aanvragen In totaal zijn 105 aanvragen ingediend. Voor 5 aanvragers geldt dat zij een apart subsidieplafond hebben. De overige 100 aanvragers hebben in totaal een bedrag van € 23.712.340 aangevraagd, wat een overvraging van het budget betekent van € 5.255.010 (prijspeil budget vierjarige tender 2024).
9
Aanvragen per soort
27x
Cijfers
37x
15 positief beoordeeld
Festival, platform, programma
35x
27 positief beoordeeld
Gezelschap, maker, collectief
24 positief beoordeeld Presentatie, maakplekken
5 63
Aanvragen eerderde Twee jaren 21–22 & 23–24 5 gehonoreerd
Aanvragen uit Cultuurnota 21–24 47 gehonoreerd
8
Aanvragen eerdere Twee jaren 23–24 5 gehonoreerd
29
Nieuwe aanvragen* 15 gehonoreerd
Advies per sector
Dit Dit zijn zijn de de sectoren sectorendie diede deaanvragers aanvragerszelf zelfbij bijhet hetindienen indienenvan vanhun hunaanvraag aanvraaghebben hebbenaangegeven. aangegeven.
22 22 16 16
Muziek Musea
22
Literatuur
22
Kunst en erfgoed
11
Digitale Cultuur
*Niet in de cultuurnota vorige 4-jarige periode of de tweejarige regeling (2021–2024)
4 positief beoordeeld Educatie- en participatieprogramma’s
Theater en Dans
22
11
66 22
Paars Paars==positief positiefadvies advies Roze Roze==negatief negatiefadvies advies
55
44
Cross-disciplinair
Anders Anders
55
22
Cultuureducatie, participatie en amateurkunst Beeldende Kunst
33
11
22
Film
Aanvragen
5x
22 88
55
10
Met de Cultuurnota 2025 – 2028 Kleur Bekennen als uitgangspunt is de opdracht aan de adviescommissie om een advies uit te brengen dat een solidaire, eigenzinnige en uitnodigende cultuursector in Utrecht ondersteunt. De ingediende subsidieaanvragen tonen een enorme bijdrage van organisaties, initiatieven en kunstenaars aan Utrecht. Zij maken de stad tot in de haarvaten een plek waarin vele Utrechters uitgebreid de kans krijgen om hun bestaan cultureel zo rijk mogelijk in te vullen.
2 Algemene beschouwingen
Adviesrapport adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
LEES VERDER
11
Op grond van de Subsidieverordening was de bijdrage die de aanvrager levert aan het culturele ecosysteem van de stad de basis voor haar integrale afweging. De vier pijlers van de Cultuurvisie 2030 zijn daarbij de leidraad. In deze algemene beschouwingen lichten we onze signaleringen in het veld en de toepassing van dit referentiekader verder toe. Ook geven we een reflectie en aanbevelingen.
Signaleringen in het veld Rol van publiek en omgeving De stad groeit en diversifieert en de maatschappelijke context van culturele instellingen kent stevige uitdagingen zoals toenemende ongelijkheid, woningnood, de gevolgen van klimaat verandering en politieke spanningen. Van instellingen wordt verwacht dat ze zich aanpassen aan de behoeftes van die veranderende stad, en te investeren in duurzaamheid, inclusie en eerlijke beloning. In veel gevallen tegen een achtergrond van forse kostenstijgingen, die zich vaak moeilijk verhouden tot de benodigde veranderingen en investeringen om actueel en relevant te blijven. De commissie ziet desondanks een groot maatschappelijk bewustzijn en urgentiebesef in de aanvragen. Veel artistiek werk verhoudt zich tot maatschappelijke onderwerpen en ontwikkelingen, zowel in subtiele koerswijzigingen als radicale kunstuitingen die het systeem bevragen. We hechten er belang aan dat er in de Cultuurnota voldoende ruimte blijft voor instellingen die activistisch van aard zijn. De commissie is onder de indruk van de vele sterke verwevingen met cultuureducatie, verbindingen met amateurkunst en doelgerichte participatieprojecten. Dit is onder meer terug te zien in de positieve beoordeling van alle wijkcultuurhuizen die hebben aangevraagd. Zij verbinden en betrekken vanuit een brede artistieke invalshoek verschillende doelgroepen in de stad.
Ook bij veel professionele kunstinstellingen zien we dat ze zich sterker verhouden tot hun omgeving door
middel van commoning, co-creatie, en het in de programmering betrekken van toeschouwers of bewoners. Nieuwe aanvragers dragen hieraan bij, en ook instellingen die al langer meerjarig worden ondersteund. Vele van hen lijken zich opnieuw te hebben uitgevonden om meer in verbinding te staan met de stad, en stellen daarbij de meerwaarde voor de doelgroep centraal. Veel aanvragers werken minder vanuit een afgescheiden kernfunctie; publieksprogrammering, ontwikkelactiviteiten voor makers, kennisdeling voor professionals, educatieprogramma’s voor scholen of participatieprogramma’s in de wijken lopen vaak in elkaar over en versterken elkaar in de werkpraktijk. De commissie ziet vergrote aandacht voor het bieden van hoogstaand aanbod voor groepen die minder snel met cultuur in aanraking komen. Dit ligt in lijn met de brede gemeentelijke ambitie om ongelijk te investeren voor gelijke kansen. Wel merkt de commissie op dat er zowel in het educatieve aanbod als in participatieprojecten meer samengewerkt kan worden en onderlinge afstemming tussen organisaties het bereik verder zouden vergroten. De constructieve verbindingen met welzijn, zorg en educatie dragen bij aan de brede waarde die kunst en cultuur in de groeiende stad vertegenwoordigt.
We zien hier ook een keerzijde: het belang van intersectorale samenwerking is veel groter en breder dan vanuit de Cultuurnota kan worden ondersteund of overzien. De overlap van artistieke en maatschappelijke doelstellingen maken het als één ecosysteem benaderen van het gehele aanbod lastig. Hierbij ligt ook de verwachting van cultuur als middel of oplossing voor bredere vraagstukken op de loer. Vanuit de Cultuurnota is aangegeven dat het zwaartepunt van de aanvragen in het cultuurdomein dient te liggen. Voor de commissie was de artistiek-inhoudelijke kwaliteit en de kwaliteit van de uitwisseling van dergelijke plannen dan ook leidend. Enerzijds werden bij veel aanvragen de genoemde positieve ontwikkeling gesignaleerd in vergrote publieksparticipatie en oog voor de omgeving. Anderzijds zag de commissie een groot aantal aanvragen waarbij de marketing- en communicatiestrategieën niet goed waren uitgewerkt. Hier ontbrak vaak kennis over de doelgroep of de beoogde impact van de marketinginzet. De commissie heeft daarbij ook twijfels over de toegevoegde waarde van het voorgestelde doelgroepenmodel van Utrecht Marketing; veel van de beschreven doelgroepen vertonen overlap en leiden niet tot een strategische of inclusieve benadering. Ons valt op dat in het bereiken van publiek minimaal gebruik wordt gemaakt van digitaal publieksaanbod of creatieve inzet van social media.
Ook wordt nog beperkt gesproken over de mogelijkheden en bedreigingen van het gebruik van bijvoorbeeld Artificial Intelligence.
Adviesrapport adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
De aanvraagprocedure voor deze periode bood meer ruimte om de plannen naar eigen inzicht en vanuit authenticiteit en uniciteit vorm te geven. De Cultuurnota roept de sector op kleur te bekennen en duidelijke keuzes te maken in hun plannen voor de periode 2025 – 2028, waarin de toegenomen druk op budgetten onmiskenbaar ook een rol speelt. Ook aan ons als commissie werd gevraagd kleur te bekennen in ons advies voor een optimale verdeling van schaarse middelen over een groeiende stad. Met een overvraging van ruim € 5 miljoen op een totaal van ruim € 17 miljoen dat per jaar voor de komende vier jaar te besteden is, waren scherpe keuzes onvermijdelijk. Om uitholling te voorkomen hebben we bovendien gewerkt vanuit het uitgangspunt om aanvragen bij voorkeur in hun geheel toe te kennen.
12
Zo waren er ook deze periode veel aanvragen vanuit de podiumkunsten. De theaters en theatergezelschappen verhouden zich over het algemeen genomen sterk tot hun veranderende omgeving; we zagen in verschillende plannen een solidaire houding in de bereidheid het podium te delen en ruimte te maken voor nieuwe perspectieven en generaties. Dit geldt zowel voor kleinere partijen als voor een grote speler als de Stadsschouwburg, die het huidige systeem van programmeren bevraagt en vanuit vergrote flexibiliteit in de planning meer ruimte wil bieden voor nieuwe makers en actuele thema’s. In diverse aanvragen werd het gemis van een middenzaal voor theater benoemd. Dit belemmert het logische ontwikkelingsproces van makers die de kleine zaal zijn ontgroeid maar voor wie de stap naar de grote zaal nog te groot is. Dans was in de aanvragen sterk vertegenwoordigd vanuit zowel hiphop, de moderne als experimentele hoek, en interessante mengvormen daartussen. Ook muzikaal zien we een grote veelzijdigheid in aanvragen; Utrecht blijft zich kenmerken als een sterk centrum voor zowel klassieke als hedendaagse en popmuziek met TivoliVredenburg als belangrijke centrale spil. Voor nieuwe media en film ziet de commissie de negatieve gevolgen van het wegvallen van de geplande Machinerie waardoor de beoogde bundeling van krachten op dit gebied is uitgebleven.
Er ligt wel een grote potentie in de eigenzinnige en uitnodigende beeldcultuursector met de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht als sterke opleidingsbasis. Dit geldt voor bijvoorbeeld kleinere spelers, die ook bijdragen aan de mogelijkheden voor autodidactiek en diversiteit. Ook initiatieven die sterker vanuit een niche opereren kunnen hieraan bijdragen. Van de gerenommeerde instituten binnen de beeldende kunst werd meer ontwikkeling en innovatie verwacht, en miste de commissie in een aantal aanvragen een heldere reflectie op hun positionering en functie voor stad. Centraal Museum neemt met een open en naar buiten tredende houding een voorbeeldfunctie in. De crossovers tussen dag- en nachtcultuur of plannen met aandacht voor multidisciplinaire nachtcultuur waren nog zeer beperkt aanwezig. De commissie had gehoopt op meer ontwikkeling op dit vlak. Zeker gezien de recent gepubliceerde Nachtvisie van Utrecht die zo duidelijk het
belang hiervan voor de stad aantoont. Dat belang betreft zowel een artistieke waarde waarin de nacht vaak als voorhoede geldt, als een sociale waarde in onder meer het uitdragen van identiteit. Ruimte en positionering Een groeiende, verdichtende en duurder wordende stad maakt ruimte voor cultuur schaarser. Zowel voor bestaande instellingen als voor de broedplaatsen en aan de rafelranden vormt dit een bedreiging; juist ook de niet-gecureerde ruimte is onmisbaar voor de ontwikkeling van nieuwe kunstvormen en bijvoorbeeld nachtcultuur. In de aanvragen wordt meermaals gerefereerd aan een gebrek aan betaalbare ateliers en repetitieruimtes. Dit vergroot de kwetsbaarheid van het makersklimaat in de stad. Als positieve ontwikkeling signaleren we dat zowel instellingen als festivals succesvol in dit gat zijn gesprongen door het bieden van residenties en maakplekken voor de ontwikkeling van talent. De aanstaande functies op het Berlijnplein, waar op verschillende manieren ruimte wordt gecreëerd voor dans en theater als voor beeldende kunst en community art, bieden ook perspectief. Het geheel van organisaties, makers, platforms en collectieven dat gezamenlijk de Utrechtse cultuursector vormt is medebepalend voor de nationale en internationale positie van Utrecht.
Ze verhouden zich hierbij tot een breder geheel van onder meer onderwijsinstellingen, wetenschap, commerciële cultuur, het sociale domein en het erfgoed van de stad. Vaak werd in aanvragen een directe koppeling gemaakt tussen internationale activiteiten en een relevantie voor de stad of het makersklimaat. Vanuit het criterium ‘betekenis voor de stad’ was voor de commissie daarbij vooral van belang of de nationale of internationale inzet in lokale samenhang tot een meerwaarde leidt voor de bewoners, makers en bezoekers van Utrecht. De commissie was verheugd te zien dat ook uitdagende, schurende of internationaal gerenommeerde kunst niet op gespannen voet hoeft te staan met een duidelijke verankering van de aanvrager in Utrecht. Toepassing van de culturele codes Aankomende periode worden grote en concrete stappen verwacht van aanvragers in relatie tot de richtlijnen van de culturele codes (Code Diversiteit & Inclusie, Fair Practice Code en Governance Code Cultuur) alsook specifiek reflectie op inspanningen voor duurzaamheid. Op het gebied van inclusiviteit signaleren we verschillende ontwikkelingen. Veel aanvragers verhouden zich in hun plannen tot de veranderende samenstelling van de stad en zoeken aansluiting bij diverse doelgroepen vanuit hun artistieke praktijk.
Ook lijkt de aandacht toegenomen voor een diverse samenstelling van organisaties, fysieke toegankelijkheid en prijsbeleid om publiek met minder middelen niet buiten te sluiten. Om als sector echt inclusief te zijn vraagt dit volgens de commissie echter verdergaande inspanningen van aanvragers dan het benoemen
Adviesrapport adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
Vervagen van grenzen Binnen de verschillende kunstdisciplines zien we een toename in de vermenging van kunst vormen. Dit geldt zowel voor samenwerking van verschillende disciplines als werk dat in de basis al multidisciplinair van aard is. Een evenredige vertegenwoordiging van disciplines als uitgangspunt voor subsidieverdeling of voor de beschouwing van de sector is daarmee minder relevant geworden. Wel kunnen we een aantal bredere ontwikkelingen benoemen die aan de verschillende disciplines gerelateerd kunnen worden.
13
Het merendeel van de aanvragers hanteert de verschillende vereisten van good governance voor hun raad van toezicht of bestuur voor wat betreft zittingstermijnen, belangenverstrengeling en andere geldende protocollen. We zagen als commissie veel aanvragen waar sleutelposities worden ingenomen door een nieuwe generatie met een frisse blik. De commissie ziet dat deze ontwikkelingen kunnen worden belemmerd bij organisaties met lange zittingstermijnen van directies, maar beseft zich ook dat hier lastig op te sturen is. Vanuit de Fair Practice Code werd openheid over salariëring gevraagd, waar in de aanvragen duidelijk aan is voldaan en op is gereflecteerd. Meerdere organisatie noemen de koppeling aan een cao daarbij als belangrijkste oorzaak van een aanzienlijke stijging van de loonkosten. De commissie ziet de worsteling van instellingen om te voldoen aan de fair pay criteria tegen een achtergrond van inflatie en subsidie- en publieksinkomsten die vaak niet meestijgen. ‘Minder doen’ is hier niet altijd de oplossing, aangezien dit vaak niet verenigbaar is met goed ondernemerschap, solidariteit en een verhoging van de toegankelijkheid. In veel gevallen ontkwamen instellingen er niet aan de hogere loonkosten direct door te vertalen naar een hoger subsidiebedrag.
De commissie kreeg uit de plannen beperkt zicht op de toepassing van fair pay voor artiesten of makers, en in hoeverre bijvoorbeeld de kunstenaarshonoraria worden toegepast. Bij instellingen waar amateurkunst en professionele kunst meer door elkaar lopen of veel vrijwilligers werkzaam zijn, is de code ook lastiger toe te passen en te toetsten door de commissie. Wat betreft inzet op duurzaamheid bevonden veel plannen zich in een nog prille fase. Enkele instellingen onderscheiden zich positief door duidelijke keuzes te maken in bijvoorbeeld het beperken van reisbewegingen en het inzetten van alternatieve vormen van uitwisseling. In veel aanvragen ontbreekt het echter nog aan heldere of gezamenlijke doelen.
We verwachten van de drie grote instellingen die gegarandeerd zijn van subsidie dat zij binnen hun werkveld in het bereiken van die gezamenlijke doelen voor een inclusievere, eerlijkere en duurzame sector een sterkere voortrekkersrol innemen dan we nu geformuleerd zagen in de plannen. Het culturele ecosysteem als referentiekader Zoals ook in Deel I: Procedure advisering Cultuurnota 2025 – 2028 toegelicht, hebben we ons in dit advies gebaseerd op de beoordeling van de individuele aanvragen door de subcommissies en hoe de plannen in die aanvragen zich verhouden tot elkaar en tot het grotere geheel, of ecosysteem, van de stad. Het begrip kwaliteit wordt in een pluriforme en inclusieve sector mede bepaald door de functie die een aanvrager heeft in de verbinding tot andere makers, instellingen en publieksgroepen. Kijkend naar het ecosysteem is het van belang ook een goed beeld te hebben van wat zich buiten de Cultuurnota-aanvragen afspeelt. Denk bijvoorbeeld aan instellingen die vanuit andere gemeentelijke subsidiebronnen worden ondersteund, zoals erfgoedinstellingen en bibliotheken, of instellingen die geen (meerjarige) subsidies aanvragen of ontvangen. Dit varieert van grote instellingen als het Beatrixtheater en het Spoorwegmuseum tot de vele kleine ongesubsidieerde spelers die deel uitmaken van de Utrechtse cultuursector.
Aan de hand van de vier pijlers uit de Cultuurvisie 2030 – een pluriform aanbod, een inclusieve cultuursector, stimuleren van creatief vermogen, en ontwikkelruimte – lichten we nader toe hoe wij de bijdrage van de aanvragers aan het culturele ecosysteem bekeken hebben. Een pluriform aanbod Een pluriform aanbod kenmerkt zich door een goede balans en solidariteit tussen bestaande en nieuwe spelers en voldoende ruimte voor experiment en radicaliteit. De commissie heeft zowel sterke nieuwe aanvragers gezien die hier voorbeeldstellend in zijn als meer gevestigde instellingen die hun rol opnieuw durven te bevragen. Bijvoorbeeld Museum Speelklok dat vanuit de collectie mechanische muziekinstrumenten een rol vervult als technisch muziekmuseum voor jonge makers, of Theater Utrecht dat vanuit meerstemmigheid en samenwerking een breed publiek aanspreekt. We zien veel mengvormen binnen de disciplines. De Illusionary Rockaz Company mixt hiphop met moderne dans, en het Zuilens Fanfare Corps plaatst nieuwe invloeden binnen oude tradities. Sounds like Touch verbindt technologie met elektronische muziek, en SETUP werkt maatschappelijk gericht vanuit beeldende en digitale kunst. Binnen de aanvragen zagen we radicale keuzes in het aankaarten van maatschappelijke thema’s. Boukje Schweigman stelt vanuit haar artistieke praktijk neurodiversiteit centraal.
De Nederlandse Bachvereniging werkt met componist, dichter en theatermaker Micha Hamel aan een muziektheaterproductie over verlies en hoop in het teken van de klimaatverandering. En kunstenaars zoals Julian Hetzel en
Adviesrapport adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
van een ambitie Veranderkracht en de bereidheid daadwerkelijk te investeren in verbetering is cruciaal. Bijvoorbeeld door je als organisatie af te vragen wat het personeel of publiek met een cultureel diverse achtergrond nodig heeft om zich ook daadwerkelijk thuis te voelen, en wat de behoefte van de doelgroep zelf is. Dat werd bij veel aanvragen nog gemist, waarbij doelstellingen werden beschreven zonder een heldere reflectie of uitwerking in concrete plannen. We zagen een positieve ontwikkeling naar nieuwe organisatievormen en horizontale organisatiestructuren waarbinnen meer perspectieven de ruimte krijgen dan binnen een sterker hiërarchisch systeem. We zagen echter nog weinig maatregelen op het gebied van sociale veiligheid. Ook een breder perspectief op andere organisaties en in hoeverre je elkaar kunt aanvullen in het bereiken van publiek ontbrak regelmatig, alsook wederkerigheid in samenwerking.
14
Een inclusieve cultuursector Vanuit de principes van de Cultuurnota is binnen de pijler inclusiviteit onder meer gekeken naar de mate van toegankelijkheid, het bevragen van bestaande structuren en de bereidheid ruimte te maken voor anderen. Hierin zitten ook veel raakvlakken met het principe van solidariteit. De commissie waardeerde aanvragen waar oprechtheid en een heldere onderbouwing uit de ambities sprak. Ook vond de commissie het positief als de doelstellingen zich ook daadwerkelijk vertaalden in concrete acties of investeringen, en samenwerkingen op een duurzame en wederkerige wijze worden aangegaan. We constateerden dat er door veel aanvragers stappen in de goede richting zijn gezet maar zagen ook grote verschillen in de manier waarop de doelstellingen in de aanvragen zijn uitgewerkt. Van organisaties die subsidie ontvangen binnen de Cultuurnota wordt verwacht dat er een overtuigende verbinding met de stad wordt gemaakt, met oog voor de verschillende doelgroepen die passen bij de missie en visie van de organisatie. Dit kan betekenen dat een instelling zich op een specifieke doelgroep richt. Dat geldt bijvoorbeeld voor Possibilize dat met Sencity expliciet makers en publiek met een beperking betrekt, of BOKS dat zich succesvol inzet voor jongeren met een biculturele achtergrond, voornamelijk uit Kanaleneiland en Overvecht.
Voor een grotere instelling als de Stadsschouwburg vertaalt dit zich eerder in een duurzame inzet om in de breedte toegankelijker te zijn en het aanbod te diversifiëren. Ook festivals dragen bij aan de toegankelijkheid van de sector, zoals Le Guess Who? dat experimenteel en vernieuwend aanbod toegankelijk maakt voor een breed publiek. De commissie had waardering voor instellingen of organisaties die ruimte of podium bieden aan andere initiatieven of geluiden. Zoals theatergroep Aluin dat hun werk- en presentatieplek Villa Concordia deelt met de queer
community, plaatsmaakt voor andere regisseurs en ook structurele repetitieruimte biedt aan verschillende Utrechtse initiatieven en jonge makers. In een inclusieve sector is er voor alle doelgroepen aansluiting te vinden. Dit raakt ook toegankelijkheid in bredere zin; bijvoorbeeld door fysieke of economische drempels weg te nemen voor bezoekers. Zo is het Café Theater Festival toegankelijk voor een publiek dat niet per definitie het theater opzoekt, en bereiken de Appeltaartconcerten zowel mensen met een fysieke of mentale beperking als mensen met beperkte middelen om cultuur te bezoeken. Of een gezelschap als De Dansers dat hieraan bijdraagt door hoogstaand aanbod naar uiteenlopende locaties te brengen. Kijkend naar de beoogde en bereikte publieksgroepen van de aanvragen, constateert de commissie dat het ‘vrije publiek’ nog veelal de ‘gevestigde cultuurbezoeker’ betreft. In activiteiten met en voor scholen hebben de aanvragers een meer cultureel divers bereik. Stimuleren van creatief vermogen Volgens de Cultuurvisie 2030 wordt met creatief vermogen bedoeld dat iedereen de kans krijgt zich dicht bij huis artistiek te ontplooien. De Kadernota Cultuurparticipatie richt zich hier ook hoofdzakelijk op.
Daarnaast is er een groot aantal instellingen binnen de Cultuurnota dat zich hiervoor inzet, bijvoorbeeld vanuit een goede verbinding tussen professionele en amateurkunst, en mogelijkheden voor de verschillende stadia van talentontwikkeling. Opvallend is dat er deze periode voor het eerst ruimte is voor organisaties die zich primair op cultuureducatie richten, zoals de MuziekRoute en Common Frames. Een strikte functiescheiding reflecteert ook hierbinnen steeds minder de realiteit; ontwikkelactiviteiten voor makers, educatieprogramma’s voor scholen en participatieprogramma’s in verschillende delen van de stad worden vermengd met professioneel aanbod. Dit wordt verder versterkt wanneer instellingen daadwerkelijk bottom up te werk gaan zoals Utrechts Requiem in de participatietrajecten doet, en Studio Figur in hun artistieke doelen de uitgangspunten van de doelgroepen centraal stelt. Theatergroep DOX neemt een stevige plek in de keten van talentontwikkeling in door barrières te slechten tussen jongeren, beginnende talenten en ervaren makers met een transdisciplinaire en transculturele aanpak, vanuit een indrukwekkend netwerk van samenwerkende organisaties. Een ander voorbeeld is het Nationaal Jeugd Fanfare Orkest dat binnen het HaFaBra (Harmonie, Fanfare en Brassband)-veld een brug slaat tussen verenigingen en vervolgopleidingen.
Vanuit aanvragen die zich sterk richten op artistieke participatie zien we een grote veelzijdigheid en innovativiteit. Zoals De Voorkamer, dat vanuit social design een belangrijke wijkfunctie inneemt. Ook Het Wilde Westen zet kunst succesvol in voor gemeenschapsvorming en persoonlijke ontwikkeling in samenwerking met partners uit het maatschappelijk domein, en De Vrijstaat biedt een toegankelijke kunstwerkplaats voor kinderen en jongeren. Een bijdrage aan creatief vermogen wordt ook specifiek geleverd door de wijkcultuurhuizen.
Adviesrapport adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
Dries Verhoeven zoeken de grenzen van het kunstenaarschap op door onder meer sociale ongelijkheid op experimentele wijze voor het voetlicht te brengen. Verschillende aanvragen verenigen internationale en lokale doelstellingen in hun plan. Het Internationaal Literatuur Festival Utrecht (ILFU) zette Utrecht op de kaart als UNESCO City of Literature, en heeft tegelijkertijd een breed bereik in verschillende delen van de stad. Er zijn ook diverse instellingen die zowel een lokale als een nationale functie hebben, zoals Fotodok, dat zich als enige in Nederland helemaal op documentairefotografie richt. Voor de commissie was een belangrijke afweging of instellingen goed verankerd en ingebed zijn in de stad. Een speler met nationale uitstraling en sectorrelevantie die naar het oordeel van de commissie voor aankomende periode minder goed scoorde op de bijdrage voor het culturele ecosysteem is het Nederlands Film Festival. De commissie miste hier de verbindende en uitreikende rol naar de stad. Hetzelfde geldt voor kunstinstituut BAK, dat een relevante (inter)nationale functie als presentatie- postacademische instelling vervult, maar de commissie vanuit de plannen niet kon overtuigen van de waarde binnen het Utrechtse culturele ecosysteem in relatie tot het gevraagde bedrag.
15
Op het Berlijnplein wordt ruimte gecreëerd voor dans en theater door Illusionary Rockaz Company, 155 en het NUT (Nieuw Utrechts Toneel) maar ook voor beeldende kunst/community art met Op& en RAUM. Vanuit het behoud van stedelijk en cultureel erfgoed ziet de commissie onder meer het Volksbuurtmuseum dat zich inzet voor het behoud van wijkcollecties. Ondanks de waardering voor deze vorm die sterk gedragen wordt vanuit de bewoners, rees hier net als bij andere domeinen die breder reiken dan de Cultuurnota bij de commissie de vraag of dit niet ook binnen een breder kader beoordeeld en ondersteund zou moeten worden om goed zicht te houden op het geheel. Reflectie en aanbevelingen Terugkijkend beoordeelt de commissie de vrijere indieningsvorm van aanvragen als positief, gezien de hoge kwaliteit en diversiteit van de aanvragen. De commissie vindt dit passend bij de hedendaagse makers die vaak niet meer vanuit traditionele kaders werken. Wij hopen dat het toegankelijker maken van het subsidiestelsel en het verlagen van de administratieve lasten aan de kansen voor nieuwe toetreders in het systeem en aan de diversiteit heeft bijgedragen, en dat het ook positief is ervaren door de aanvragers zelf. De commissie formuleerde bij deze werkwijze ook een aantal verbeterpunten. De vrijere vorm van aanvragen en de globaal opgestelde begrotingen maakten het beoordelen complexer.
Als aanbeveling willen we daarom voor een volgende periode meegeven de aanvragers wederom voldoende
ruimte te bieden maar de begroting meer te specificeren. Ook adviseren we voorafgaand aan de beoordeling een aparte financiële analyse te laten uitvoeren door een externe partij. Ook zouden we als richtlijn aan aanvragers meegeven de aard van samenwerkingsverbanden duidelijker toe te lichten, en kritisch te reflecteren op de aanbevelingen uit de voorgaande periode (wanneer daar sprake van is). Om het aanvragen toegankelijker te maken en de diversiteit verder te vergroten zou de gemeente meer hulp kunnen bieden aan partijen die het aanvragen nog minder goed beheersen of niet over budget beschikken hier expertise voor in te huren. Een overweging kan ook zijn aanvragers te ondersteunen onder bepaalde voorwaarden, of door te kunnen verwijzen naar een tweejarige regeling. Zoals in de signaleringen is beschreven vindt de commissie het positief dat minder vastgestelde kaders in de Cultuurnota hebben geleid tot constructieve verbindingen met onder meer welzijn en educatie. Daar tegenover staat dat het lastig bleek om vanuit die verbreding goed overzicht te houden op wat het culturele ecosysteem omvat. Wat de commissie betreft kan hier vanuit de gemeente radicaler en grootser op worden ingezet.
De manier waarop en de mate waarin sociale factoren van invloed zijn op hoe je je als Utrechter cultureel ontwikkelt, toont aan dat het culturele ecosysteem niet begrensd is en dus ook vanuit sociale domeinen moet worden benaderd, en sterker financieel ondersteund zou moeten worden door intersectorale budgetten. Op die manier kan de brede waarde van kunst en cultuur zich sterker manifesteren binnen de groeiende en veranderende stad. Een ander prangend onderwerp voor het ecosysteem is het behoud van fysieke ruimte voor kunst en cultuur, met name voor de ontwikkeling van makers. De commissie wil de gemeente de overweging meegeven te onderzoeken in hoeverre bepaalde plekken ‘op functie’ mee te nemen in de volgende Cultuurnota, waar verschillende organisaties op kunnen aanvragen. In het geval dat een meerjarige subsidie niet wordt toegekend aan een organisatie die op een locatie is gevestigd, kan dit binnen het huidige systeem betekenen dat ook het gebouw zijn functie verliest. Zo is bijvoorbeeld het advies om Het Huis niet te subsidiëren, terwijl de relevantie van fysieke makersplekken sterk wordt onderschreven door de commissie. Ook wijkcultuurhuizen en broedplaatsen zouden vanuit hun waarde binnen het ecosysteem onder deze functies kunnen vallen, wat wellicht ook de onderlinge samenhang en samenwerking kan versterken.
Met TivoliVredenburg, de Stadsschouwburg en Centraal Museum lopen langjarige afspraken en geldt de komende periode een eigen subsidieplafond. De organisaties zijn verzekerd van subsidie, al kon de commissie wel adviseren over de hoogte van het bedrag. Alle drie de organisaties zijn op dezelfde manier beoordeeld als de andere aanvragen. Voor hen gold dat ze een positief advies hebben gekregen, zowel vanuit de subcommissies als de kerncommissie. Een overweging zou
Adviesrapport adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
Ontwikkelruimte Ontwikkelruimte gaat over een sterke infrastructuur van zowel fysieke plekken om werk te maken als de ruimte die bestaande instellingen, organisaties of festivals bieden binnen begeleide trajecten. Veel aanvragers bieden mogelijkheden in de vorm van residenties of talentontwikkelingstrajecten waar het maakproces centraal staat. Zo zijn er residentiemogelijkheden bij onder meer SPRING en Gaudeamus Festival. Stichting EX biedt presentatiemogelijkheden en begeleiding voor beginnende kunstenaars. In veel aanvragen zien we sterke aansluiting op het kunstvakonderwijs, zowel met de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht als in toenemende mate bij Utrechtse mbo-opleidingen, zoals bijvoorbeeld de Herman Brood Academie. Er lijkt ook een groeiende waardering en ruimte te zijn voor (veelal transdisciplinaire) autodidacten binnen bijvoorbeeld gezelschappen of collectieven. Binnen de fysieke ruimte en het beperkte aanbod van ateliers en repetitieruimtes zijn plekken als dB’s, waarvan stichting Ruis de programmering verzorgt, relevant voor de muzieksector. Ook culturele vrijhavens als De Nijverheid, of een podium als De Helling met een focus op elektronische genres zijn voor het experimentele maakklimaat en de nachtcultuur van belang. Het Nieuwe Hoogt laat in zijn plannen de potentie zien om op een nieuwe locatie met community cinema een gat te vullen in de keten van filmcultuur.
16
kunnen zijn voor de beoordeling en monitoring van deze aanvragen ook een aparte procedure in te richten, gezien hun omvang en bijbehorende verwachtingen die niet op alle vlakken vergelijkbaar zijn met aanvragen met een lager subsidiebedrag.
Adviesrapport adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
Tot slot Met een gezond cultureel ecosysteem als uitgangspunt voor de afweging voor subsidieadvies was het continu zoeken hoe optimaal bij te dragen aan de basis van een solidaire, eigenzinnige en uitnodigende cultuursector. We hebben er veel vertrouwen in dat we daar met dit advies aan tegemoet zijn gekomen en kijken enorm uit naar de realisatie van de plannen en hun enorme reikwijdte van betekenis voor de stad Utrecht.
17
3 Adviezen
C
D E F
Appeltaartconcerten BAK, basis voor actuele kunst Birds of Paradise BOKS Jongerencultuurhuis
20 22
24 25 26
Creative Coding 29 CaféTheaterFestival 30 Camerata Trajectina 31 Casco Art Institute 32 Catching Cultures Orchestra 34 Centraal Museum 35 Club Lam 36 Common Frames 38 De Coöperatie 39 Cultuur19 40 De Dansers DIEHELEDING DOX Dutch Harp Festival
43 44 45 47
EKKO EX
49 50
Festival Oude Muziek Utrecht52 Festival Tweetakt 53 Het Filiaal theatermakers 54 Filmtheater ’t Hoogt 55 Fotodok 57 Freaky Dancing 58 Free-DOM 59 Frisse Oren 60
G H I K
Gaudeamus Gluren bij de buren
62 63
Harmonie Orkest Vleuten De Helling Utrecht Holland Baroque Holland Opera Het Huis Utrecht
65 66 67 68 70
Illusionary Rockaz Company 72 IMPAKT 73 Insomnio 75 Internationaal Kamermuziekfestival Utrecht 76 Kaboom Animation Festival Klaterklanken Kloof Kunstbende Utrecht Kunstliefde
78 79 80 81 82
Landhuis Oud Amelisweerd Le Guess Who? Het Literatuurhuis Lucrative Dumpster Dives
85 86 87 88
M
Meneer Monster Mooie Woorden Museum Speelklok Museum van Zuilen MuziekRoute
90 91 92 93 95
N
Nationaal Jeugd Fanfare Orkest Nederlands Filmfestival Nederlands Kamerkoor
97 98 99
L
Nederlandse Bachvereniging Nederlandse Vioolconcoursen New Dutch Connections De Nijverheid Het NUT (Nieuw Utrechts Toneel)
P R S
101 102 103 104 106
PAKS Music (Performing Arts Kika Sprangers) De Parade Pluk de Nacht Possibilize Pynarello
108 109 110 111 113
RAUM Residenties in Utrecht Rosa Ensemble Ruis
115 116 117 118
Schweigman& SETUP SHIFFT Sint Maarten Parade Studio Dries Verhoeven Studio Julian Hetzel Sonnenborgh Sounds Like Touch Spring Stadsklooster Utrecht Stadsschouwburg Utrecht Studio Figur Stut Theater
120 121 122 124 125 126 128 129 130 131 133 134 135
T
Theater Kikker en Podium Hoge Woerd Theater Utrecht Theatergroep Aluin TivoliVredenburg
U
Uncloud Utrechts International Comedy Festival Utrechts Requiem Utrechtse Klokkenspel Vrienden
143
V
De Vechtclub Vocal Statements Volksbuurtmuseum De Voorkamer De Vrijstaat
148 149 150 151 153
W
What You See Festival Het Wilde Westen Wishful Singing
155 156 157
Z
Zaterdagmiddagmuziek Domkerk Zimihc Zuilens Fanfare Corps
159 160 161
137 138 139 141
144 145 147
Adviesrapport adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
1 A B
155
19
155
Stichting eenvijfvijf
Gevraagd subsidiebedrag € 120.000,– per jaar
Bedrag Cultuurnota 2021 – 2024 € 106.332,– per jaar
Samenvatting aanvraag
Stichting eenvijfvijf (155) is een collectief dat dans, bewegings vormen, muziek, film, komedie en kunst combineert. De afgelopen periode ontving 155 diverse nominaties en prijzen. Zo werd in 2023 CONTROLE genomineerd voor de Zwaan Meest Indrukwekkende dansproductie en ontving STOMPEN een Best Music & Dance Award en de Stimuleringsprijs Cinedans 2022. 155 beoogt kunst op verschillende platforms toegankelijk te maken en de grenzen van creativiteit te verleggen. Geïnspireerd door hiphop, breaking en clubcultuur maakt 155 voorstellingen, muziekvideo’s, online sketches, films en clubnachten. De kern van het team bestaat uit Erik Bos,
Advies Artistiek-inhoudelijke kwaliteit De commissie is positief over de artistiek-inhoudelijke kwaliteit van 155 en herkent een eigen signatuur. Dit kenmerkt zich door humor en absurdisme, gecombineerd met een zelf-geclaimde kinderachtigheid die het werk vrolijk en vindingrijk maakt. Het collectief bouwt hiermee artistiek-inhoudelijk voort op voorgaande jaren met toegankelijke voorstellingen en sketches. De commissie vindt daarnaast de multimediale aanpak sterk, waarbij op een grensverleggende manier gebruik wordt gemaakt van online mogelijkheden. De makers weten hiermee goed zichtbaar te zijn en veel publieksbereik te genereren. De bewegingstaal is volgens de commissie niet artistiek vernieuwend, maar wel van een hoog technisch niveau. Met het type werk en de diversiteit aan presentatieplekken slaat 155 in de ogen van de commissie een brug tussen kunst en entertainment. Een kanttekening plaatst de commissie bij de zeggingskracht. Hoewel de absurdistische insteek vindingrijk is, vindt zij de diepere laag niet altijd overtuigend of artistiekinhoudelijk prikkelend. De commissie is te spreken over de sterke en passende partners, zoals Het Zuidelijk Toneel. Ook heeft de commissie waardering voor de collectieve
werkwijze die sterk naar voren komt in het gehele plan, van organisatiecultuur tot het creatieve proces. Deze inclusieve insteek waarbij ruimte wordt gegeven aan een meervoudig perspectief ziet zij ook vertaald naar een heldere uitwerking van de Code Diversiteit & Inclusie. De commissie moedigt het aan om hierin nog bewustere keuzes te maken. Score artistiek-inhoudelijke kwaliteit: 30 punten
Betekenis voor de stad 155 heeft een sterke positionering als Utrechts collectief vanwege de onderscheidenheid. Als onderdeel van de ontwikkelingen rondom Berlijnplein neemt 155 een actieve rol aan. Hierbij wordt ook ruimte gegeven aan de ondersteuning van andere makers, door studioruimte gratis beschikbaar te stellen aan beginnende makers. De commissie merkt hierbij wel op dat er weinig overige voornemens zijn op het gebied van talentondersteuning en dat de focus voor de komende periode ligt op de eigen artistieke ontwikkeling. De commissie waardeert de publiekswerking en de manier waarop een brede publieksgroep wordt aangesproken: van jong publiek tot dansliefhebbers, tot publiek dat de weg naar het theater meestal nog niet weet te vinden. Ook nationaal en internationaal wordt er aandacht gegenereerd, met Utrecht als decor in de films en sketches. Door de multimediale insteek, de vele lokale samenwerkingen en de diverse speellocaties wordt op overtuigende wijze online en offline verbinding gezocht met de stad en haar bewoners. De eigenzinnige en energieke multimediale aanpak is daarbij voorbeeldstellend en draagt volgens de commissie bij aan de genre- en disciplineontwikkeling van het Utrechtse makersklimaat. Dat 155 de komende tijd ook gaat inzetten op jeugdvoorstellingen vindt zij aanvullend en passend. Score betekenis voor de stad: 30 punten
Adviesrapport adviescommissie Cultuurnota 2025 – 2028
1
Thomas Bos, Rein Luuring, en Thomas van Kalmthout, en het team wordt regelmatig met (Utrechtse) artiesten aangevuld. Naast danser, performer en maker zijn de leden van 155 ook zelf verantwoordelijk voor het filmen, editen en grafisch ontwerpen van de content en daarnaast DJ en VJ. Het maakproces vertrekt vanuit experiment en kent een multidisciplinaire en grensverleggende aanpak. De komende periode wil 155 toneelspel en muzikaliteit integreren in hun activiteiten, met meer tekst, personages en dramatische lijnen. Samenwerkingspartners van 155 zijn lokale partners als SHIFFT, IRC en DePlaatsmaker, landelijke partners als Maas Theater en Dans en HZT/Sarah Moeremans, mediapartners als Witfilm, Klokhuis, NTR, NPO en Cinedans, en De Helling voor de clubnachten.
20
De commissie constateert dat 155 een minimale bedrijfsvoering heeft en een jonge organisatie in ontwikkeling is, die nog stappen heeft te zetten richting een professionele bedrijfs voering. De commissie leest wel een heldere reflectie op de explosieve groei van de afgelopen periode, waarbij er door groeiend succes vanuit enthousiasme veel activiteiten zijn gerealiseerd. Voor de duurzame inzetbaarheid van alle leden vindt de commissie het verstandig dat er aanpassingen worden gedaan om de projecten op een meer professionele en gezonde manier uit te voeren. Ten aanzien van de omvang van de organisatie is er een groot aantal directeur-bestuurders. Hoewel dit te begrijpen is vanuit de werkwijze van een collectief, roept dit bij haar wel vragen op en kan het risico’s geven. De marketingplannen vindt de commissie sterk en geven vertrouwen in het bereiken van publiek en het verstevigen van de positionering in Utrecht. De begroting is naar oordeel van de commissie passend bij de plannen. Er is sprake van een goede spreiding tussen publieke en private bijdragen en eigen inkomsten. De commissie vindt het positief dat er een betere balans wordt beoogd binnen de Fair Practice Code en dat de organisatie wordt geherstructureerd. Daarbij is er ook voldoende aandacht voor duurzaamheid en wordt dit vertaald naar concrete en haalbare plannen. Score uitvoerbaarheid: 20 punten