CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Adviescommissie C&F 17-10-2024

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 16 januari 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslag Adviescommissie Controle en Financiën2.301 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERSLAG ADVIESCOMMISSIE CONTROLE EN FINANCIËN

17 oktober 2024, 09.15-10.45 uur Burgemeesterskamer Stadhuis

Adviescommissie: Ruud Maas (wnd. vz.), Derk van Bergen, Fred Claasen, Gert Dijkstra, Ralph Peters, Margreet Ramaker, Ruben Snijder, Titus Stam, Bert van Steeg, Rick van der Zweth, Jantine Zwinkels en Daniëlle Rijnders (raadsadviseur Control & Audit)

Overige deelnemers: Johan van Dorst (Griffie), Jasmin Grundauer (manager concernaudit), Rachid Saghraoui

(concerncontroller), John Samson (businesscontroller MO), Agnes Scholte (strategisch adviseur bedrijfsvoering), Rob Sijm (directeur a.i. financiën, inkoop en juridische zaken), Dirk Westhoek (Wmo en Welzijn), Gerth Molenaar en Paul Venhoeven (Rekenkamer), Bob Leeuwenkamp en Rein-Aart van Vugt (Deloitte)

Niet aanwezig: Cees Bos, David Bosch, Stevie Nolten en Victor Paalman Notulen: Rosenbaum Select, notulisten & verslaggevers

1. a. Opening en mededelingen

De waarnemend voorzitter heet allen welkom en opent de vergadering. Er zijn geen mededelingen.

b. Vaststellen agenda

De agenda wordt vastgesteld zoals opgegeven. 2. Vaststellen verslag vorige bijeenkomst (19-09-2024) Geen opmerkingen; de notulen worden vastgesteld. 3. Ingekomen stukken en verzonden stukken

Er is geen post binnengekomen of verzonden die door de Adviescommissie behandeld moet worden.

4. Programmabegroting 2025 en tweede bestuursrapportage 2024

a. Achtergrond bij dilemma sociaal domein

De Adviescommissie had gevraagd om een toelichting op de hervormingen in het sociaal domein in de programmabegroting. Zie de presentatie ‘Budgetverschuivingen tussen

doelstellingen’ (bij vergaderstukken), toelichting door de heer Samson. De aanleiding is de opgave voor hervormingen à € 16 miljoen in het sociaal domein, zoals opgenomen in de

Voorjaarsnota 2023. De context is toegelicht in verschillende beleidsstukken, die de raad heeft ontvangen. Het lastige is dat de hervormingen moeten worden doorgevoerd in samenwerking

met een groot aantal uitvoerende partners: geld dat nu aan aanvullende zorg wordt uitgegeven, zal in het vervolg uitgegeven gaan worden aan partnerorganisaties die ondersteuning bieden vanuit de sociale basis, waardoor er meer cliënten kunnen worden geholpen voor hetzelfde geld.

1 van 6

commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl

Partnerorganisaties moeten meer gaan inzetten op preventie en groepsgerichte aanpak, en

minder op aanvullende zorg en individuele ondersteuning. De overeenkomsten met hen bieden daar ruimte voor. Zodra er overeenstemming is, kunnen opdrachten direct worden verschoven.

Het knelpunt is echter dat dit het budgetrecht van de raad raakt. Voorbeeld: als het college geld zou willen verschuiven van het programma Passende ondersteuning en opvang naar het

programma Levendige en gezonde stad – waaronder de socialebasisopdrachten vallen – is daar toestemming van de raad voor nodig. Bovendien kan het college pas verplichtingen aangaan met uitvoerende partijen als er budget beschikbaar is. Het kan dus gebeuren dat er

overeenstemming is met de partnerorganisatie, terwijl de raad nog niet heeft besloten over de omvang van het budget in het betreffende programma. Hierdoor zal vertraging ontstaan.

De Adviescommissie geeft hierop aan dat dit irritatie wekt, want de raad heeft hier meerdere

keren voor gewaarschuwd. De raad wil graag sturen, maar kan dat niet als de raadsleden niet weten wat er gaande is. Het lijkt erop dat de raad voor een voldongen feit wordt gesteld. Voor enkele voorbeelden wordt verwezen naar blz. 6 t/m 8 van de presentatie. Er wordt opgemerkt dat er een transitiebudget is; waarom volstaat dat niet tot de volgende

voorjaarsnota? De heer Samson licht toe dat de gemeente de volgende voorjaarsnota wel haalt

met het transitiebudget; er kunnen dan echter alleen maar eenmalige afspraken met aanbieders worden gemaakt, waardoor zij een groot risico gaan lopen: de gemeente kan hen niet

garanderen dat de afspraken tijdig op orde zijn, maar vraagt hen wél om zich meerjarig te

committeren aan een andere opdracht. Desgevraagd geeft de heer Samson aan dat het niet onoverkomelijk is om daarvoor het transitiebudget te gebruiken, maar wel riskant. De

Adviescommissie is benieuwd of er een plan van aanpak is. Hierop legt de heer Samson uit dat

er met de Wmo-beleidsnota en de Nota van uitgangspunten ruimte is gecreëerd voor de nieuwe richting. Dat punt is echter nog niet bereikt. Er is nog veel afstemming met en aansporing van de partnerorganisaties nodig, én samenwerking en partnerschap.

Waarom wordt het benodigde bedrag niet alvast in de begroting opgenomen? Volgens de heer Samson is dat wel een optie, maar stel nu dat het aanbod in de sociale basis niet wordt gerealiseerd – dan moet de gemeente de toegezegde zorg blijven aanbieden. Er wordt

opgemerkt dat het voor de raad tóch inzichtelijker zou zijn als de ambtelijke organisatie het

plan uiteenzet, en aangeeft welk budget daarbij hoort, en achteraf aangeeft waarom het niet is gelukt. De heer Samson denkt dat het zo wel kan, maar het nadeel is dat een en ander dan op

basis van grove inschattingen in de begroting moet worden verwerkt. De kans op overschrijding aan de ene kant en onderschrijding aan de andere kant is dan groot.

De Adviescommissie vraagt zich af waarom het zo moeilijk is om dit concreet aan te geven. Het plan – de bezuiniging – is wel duidelijk, evenals de vraag aan de raad. De heer Samson wijst

2 van 6

commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl

erop dat de aanpak nieuw is en dat de effecten nog niet inzichtelijk zijn. Het gaat immers om beïnvloeding van het zorgaanbod én medewerking van cliënten.

Maar waarom is de besparing dan wel in te schatten, en de andere effecten niet? Daar zijn wel

ideeën over, zegt de heer Samson, echter over het totaal van de Wmo-begroting, maar niet over hoe dat concreet uitwerkt. De Adviescommissie vraagt of een tussenvorm denkbaar is,

bijvoorbeeld door het jaar in vieren te delen in plaats van in tweeën, dus tussentijds twee

raadsvoorstellen. Er is bijval voor deze suggestie. De heer Samson geeft aan dat de situatie nog niet heel urgent is, want er lopen nog gesprekken met de partnerorganisaties. De kwestie gaat pas spelen in 2025-2026-2027, en besluitvorming vindt plaats bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2025.

b. Kengetallen solvabiliteit

Zie de presentatie, bij vergaderstukken; toelichting door de heer Van Vugt. Een kengetal wordt altijd beoordeeld in samenhang met andere kengetallen; solvabiliteit staat niet op zichzelf. Op blz. 2 van de presentatie zijn de verplichte kengetallen in zwart aangegeven. Deze komen aan de orde in de begroting en de jaarstukken – nu nog verspreid door de stukken, maar een volgende keer bij elkaar, conform het Besluit Begroting & Verantwoording (BBV). De rode

aanduidingen op blz. 2 zijn de facultatieve kengetallen. Het solvabiliteitscijfer geeft aan hoe het bezit is gefinancierd. ‘Bezit’ is voor een gemeente de infrastructuur, gebouwen, vorderingen,

debiteuren en zo meer. Dit kan gefinancierd zijn met eigen geld (de reserves) of met schulden. Als de solvabiliteit van een bedrijf zich negatief ontwikkelt, zal een bank meer zekerheden

willen stellen of meer rente in rekening brengen. Dit is bij gemeenten niet het geval, maar een lager solvabiliteitscijfer laat wél zien dat de gemeente meer schulden heeft, en dus minder

flexibel is. Er zijn voor gemeenten geen solvabiliteitsnormen vastgelegd; gemeenteraden zijn er vrij in om dat individueel te doen, indien gewenst. De VNG heeft wel normen geformuleerd, maar dat zijn streefwaarden.

Sinds 2024 staat de rijksoverheid toe dat gemeenten 10% van de algemene reserve gebruiken

om de begroting sluitend te krijgen, echter uitsluitend als de solvabiliteit hoger is dan 20%. De heer Van Vugt heeft hier een paar rekenvoorbeelden bij, zie presentatie. Hoe de kengetallen

zich naar verwachting zullen ontwikkelen, is weergegeven op blz. 5 en 6 van de presentatie.

c. Grip op investeringen

Toelichting door de heren Saghraoui en Sijm. Een investeringsplafond heeft de gemeente niet

vastgesteld, wel is er een raming gedaan aan de hand van de geprognosticeerde balans, met de nadrukkelijke kanttekening dat daarbij geen keuzes voor projecten zijn gemaakt. Een investeringsvolume van € 110 miljoen wordt realistisch geacht; in de richting van de

Voorjaarsnota wordt onderzocht of er een investeringsplafond moet worden ingesteld. De gemeente streeft naar ‘zwarte cijfers,’ maar dat heeft gevolgen voor de projecten.

3 van 6

commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl

Door realistisch te begroten wordt ‘de lucht uit de begroting gehaald’. Dit betekent niet per

definitie dat de ambities zullen afnemen. Om tot een realistisch investeringsplafond te komen,

moet er veel werk worden verzet, er moet onder andere een portfolio worden samengesteld. De raming van investeringen gaat nu nog per onderdeel, terwijl het duidelijker is als de zaken met elkaar in verband worden gebracht. Daarover lopen nu gesprekken met de wethouder en met het college. Dit gaat eigenlijk niet alleen over het investeringsplafond, maar over de hele investeringssystematiek van de gemeente – en hoe men daar grip op kan krijgen.

De heer Saghraoui geeft desgevraagd aan dat het zeker niet de opdracht is om projecten te

versoberen. De kwestie is dat er nu geen koppeling is tussen kapitaallasten en investeringen – dit is best zorgelijk, want dit betekent eigenlijk dat de raad investeringskredieten vaststelt

zonder goed te kunnen inschatten wat dit voor de kapitaallasten betekent. Er wordt dus aan een andere opzet gewerkt, zodat de investeringen beter beheersbaar worden. Een deel daarvan wordt zichtbaar in de Voorjaarsnota 2025, maar voor de volledige systematiek en de lange termijn is meer tijd nodig.

d. Achtergrond onderzoek reserves

Dit onderwerp wordt doorgeschoven naar een volgende vergadering. De voorzitter wijst erop dat er schriftelijke vragen over zijn gesteld.

5. Auditplan en opdrachtbevestiging jaarrekening 2024

a. Auditplan

De Adviescommissie heeft als speerpunten voor het auditplan gekozen voor het budgetrecht

van de raad en financiële positie (inclusief MPR, investeringen, reserves en verbonden partijen) en voor grip op investeringen (inclusief realisatiekracht, terugbrengen planningsoptimisme en voortgang).

b. Opdrachtbevestiging

De raad is opdrachtgever van de accountant. De Adviescommissie is het eens met de opdrachtbevestiging, en adviseert de raad om ermee akkoord te gaan. 6. Vooruitblik jaarplan 2024

De ruimte in de Burgemeesterskamer is aan de krappe kant; er wordt overwogen om de

vergaderingen van de Adviescommissie voortaan in de hal van het Stadhuis te houden. De

opstelling in de hal is dan zoals tijdens raadsinformatiebijeenkomsten. Hierover wordt even van gedachten gewisseld; de Adviescommissie blijft voorlopig liever vergaderen in de Burgemeesterskamer. Indien nodig zal worden uitgeweken naar de hal.

Schorsing

De ambtenaren verlaten de vergadering.

4 van 6

commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl

7. Voortgang accountantscontrole

De heer Leeuwenkamp meldt dat de managementletter in concept aan de ambtelijke organisatie

is gestuurd; deze komt in de volgende vergadering (5 december a.s.) bij de Adviescommissie op de agenda. Op verzoek van de Adviescommissie zal er een bericht over de opvolging van

aanbevelingen uit vorige jaren worden toegevoegd, bij voorkeur als ‘stoplichtrapportage’. De heer Van Vugt vult aan dat de Adviescommissie een notitie over het meerwerk van het controleteam kan verwachten, ter bespreking in de volgende vergadering.

De interim-controle is volgens planning verlopen. Er werkt een controleteam met veel expertise, en er zijn vrijwel geen wisselingen geweest. Het team vindt de personele wisselingen in de

organisatie enigszins zorgelijk, vooral met het oog op de voorbereiding van de SiSa-controles. Als de werkzaamheden uit de pas gaan lopen, kan worden geëscaleerd naar een daarvoor ingesteld regieteam; zo is dat met de ambtelijke organisatie afgesproken.

Voor de SiSa-regelingen zouden zowel het controleteam als de organisatie een centrale

kwaliteitscontrole willen uitvoeren, maar gezien de personele wisselingen in de organisatie is dat (nog) niet te realiseren.

8. Advies inzake de programmabegroting 2025

Omdat er niet veel tijd is voor een advies, wordt afgesproken dat mevrouw Rijnders een opzet

maakt, en dit ter becommentariëring rondstuurt. Er wordt voorgesteld om in elk geval iets op te merken over het dilemma, zoals besproken bij agendapunt 4.a. De heer Samson gaf aan dat het wél met de raad zal worden besproken – maar wanneer dan? Daar zou als advies aan

toegevoegd kunnen worden dat er het beste tijdig aparte raadsvoorstellen voor kunnen worden ingediend.

Er zou ook iets kunnen worden opgenomen over de analyse van de reserves. Deze wordt als beperkt ervaren; de raad krijgt onvoldoende in handen om keuzes te kunnen maken. Het raadsvoorstel bevat nog een onduidelijkheid, namelijk over het normenkader

rechtmatigheid. De norm is gesteld op 1,5%, maar eerder is afgesproken dat de grens stapsgewijs zou worden verlegd naar 1%. De heer Van Vugt verduidelijkt dat de

rechtmatigheidsverantwoording in 2021 zou worden ingevoerd. De toenmalige raad besloot om de norm van 1,5% twee jaar toe te passen, en daarna over te stappen op een norm van 1%. De

heer Van Vugt veronderstelt dat 2023 het eerste jaar was, en 2024 het tweede jaar. Dan zou de norm in 2025 naar 1% gaan. Het zou consistent zijn om vast te houden aan het indertijd genomen raadsbesluit, maar financieel-technisch gezien is dat niet nodig.

5 van 6

commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl

Ten slotte geeft de heer Van Vugt de Adviescommissie een compliment voor de alertheid bij het dilemma, zoals uiteengezet bij agendapunt 4.a. 9. Rondvraag en sluiting

a. Terugblik op de heidag

Er werd van gedachten gewisseld over de financiële verordening, de nota Verbonden partijen en de nota Waava. Ook het verbeterplan van financiën stond op de agenda. De nota Waava komt in januari a.s. bij de Adviescommissie op de agenda, bij voorkeur in combinatie met een technische sessie.

Bij de nota Verbonden partijen heeft de Adviescommissie behoefte aan meer onderbouwing, en informatie over de manier waarop de nota behandeld gaat worden. De heer Van Vugt adviseert om onderscheid te maken tussen de gemeente als klant en de gemeente als eigenaar. In de

vakcommissies gaat het hoofdzakelijk over de klantrol, terwijl de Adviescommissie het meer

heeft over de vraag of de gemeente voldoende grip heeft als eigenaar. Allen zijn het erover eens dat er meer tijd nodig is, dus een signaal aan het college, dat dit traject te snel gaat, zou gepast zijn. Daarnaast zou een extra bijeenkomst helpen, waarin de verschillende varianten worden besproken.

b. Voortgang raadstoets

Dit punt wordt doorgeschoven naar een volgende vergadering.

c. Rondvraag

Er wordt geen gebruik gemaakt van de rondvraagmogelijkheid. De vergadering wordt gesloten.

6 van 6

commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=3ee670e4-c422-45e6-b39f-1acf0b8d25a5