Adviescommissie C&F 13-02-2025
Tekst van het document
VERSLAG ADVIESCOMMISSIE CONTROLE EN FINANCIËN
13 februari 2025, 09.00-10.30 uur Burgemeesterskamer Stadhuis
Adviescommissie: Jantine Zwinkels (vz.), Sjaak van Bemmel, Fred Claasen, Ruud Maas, Charlotte Passier, Ralph Peters, Margreet Ramaker en Daniëlle Rijnders (raadsadviseur Financiën, Control & Audit)
Overige deelnemers: Jurjen Bakker (strategisch adviseur financiën), Johan Dorst (Griffie), Jasmin Grundauer (manager concernaudit), Wim Kouwenhoven (programmamanager Versterken financiële functie), Ankie Reijnen (strategisch
adviseur financiën), Rachid Saghraoui (concerncontroller), Rob Sijm (directeur a.i. financiën & inkoop), Gerth Molenaar (secretaris Rekenkamer), Pieter van der Straaten (programmamanager ruimtelijke investeringsstrategie), Bob Leeuwenkamp en Rein-Aart van Vugt (Deloitte)
Gasten: Sophie Boere (raadsgriffier Venray), Paul Körner (commissiegriffier Venray) en Joost Vasters (bij agendapunt 3) Niet aanwezig: Derk van Bergen, Cees Bos, David Bosch, Gert Dijkstra, Stevie Nolten, Victor Paalman, Ruben Snijder, Titus Stam, Nadia Stylianou en Rick van der Zweth
Notulen: Rosenbaum Select, notulisten & verslaggevers
1. a. Opening en mededelingen
De voorzitter heet allen welkom, in het bijzonder de gasten uit Venray, die vandaag aanwezig
zijn om inspiratie op te doen voor de Auditcommissie in Venray. De heer Sijm is voor het laatst aanwezig; aan het eind van deze maand draagt hij zijn werk over aan de heer Saghraoui, die
tijdelijk zal waarnemen. Mevrouw Zwetsloot, concerndirecteur, is hierbij betrokken. Per 1 juli
a.s. komt de nieuwe directeur Financiën in dienst. Namens allen bedankt de voorzitter de heer Sijm voor de fijne samenwerking. b. Vaststellen agenda
De agenda wordt vastgesteld zoals opgegeven. 2. Vaststellen verslag vorige bijeenkomst (16-01-2025) Geen bijzonderheden; het verslag wordt vastgesteld. 3. Ingekomen stukken •
Brede welvaart, ingebracht door de heer Vasters.
Zie presentatie, bij vergaderstukken. De heer Vasters verwacht dat de raad het begrip ‘brede welvaart’ kan gebruiken als toetsingskader bij beleidskeuzes. In Amsterdam wordt dat al
gedaan. De heer Vasters is benieuwd of de Adviescommissie vindt dat bredewelvaartsthema’s
voldoende aandacht krijgen. Hij stelt voor om daarover een kennissessie te organiseren, zoals in de vorige raadsperiode ook werd gedaan, toen onder leiding van Has Bakker.
Reacties 1 van 5
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
Zo’n scan als in Amsterdam wordt gemaakt, maakt de stand van zaken in één oogopslag duidelijk, vindt mevrouw Ramaker, en die informatie hebben wij hier in Utrecht ook, zie
bijvoorbeeld de nota Volksgezondheid. De inhoud zien we echter niet terug in de uitwerking; de bredewelvaartscan zou ons vooruit kunnen helpen. De commissieleden sluiten zich hierbij aan, met enkele aanvullingen: interessant is de blik op de toekomst – dus niet alleen gericht op oplossingen op korte termijn. Hoe wordt voorkomen dat het niet slechts een geografische
weergave van de bevolking wordt? En levert dit niet (veel) extra werk op? De suggestie wordt
gedaan om dit instrumtent te gebruiken bij de hervormingen in het sociaal domein, en om de
knelpunten te signaleren in ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’. Het in kaart brengen van de korte en de lange termijn zal naar verwachting veel extra informatie opleveren.
We kunnen in Utrecht de scan gebruiken om onderwerpen te visualiseren, wordt gezegd, want alle instrumenten zijn er al. Er wordt verwacht dat het instrument de raad zal helpen om de
korte en lange termijn en waarden wat meer inzichtelijk te maken – wat de politieke discussie vooruit zal helpen. Het kan ook de ambtelijke organisatie helpen om anders te denken over
beleid. Er wordt voor gepleit om door te ontwikkelen wat er al is, en daar niet iets nieuws naast te zetten.
De heer Vasters concludeert dat de Adviescommissie er wel voor voelt om hier iets mee te gaan doen. Hij stelt voor dat zijn fractie dit oppakt en anderen uitnodigt om mee te denken. Hierin kunnen allen zich vinden.
4. Stand van zaken (motie) Grip op investeringen
Zie presentatie, bij vergaderstukken. Toelichting door de heer Van der Straaten. De druk op de
gemeentelijke financiën is hoog, maar de rijksbijdragen blijven achter bij de groei van de stad.
De investeringsstaten in de programmabegroting 2025 (blz. 4 van de presentatie) bevatten alle kredieten die de raad heeft geautoriseerd, bij elkaar zo’n € 1,4 miljard gedurende zes jaar. Zie bijvoorbeeld de grafiek Vervangingsinvesteringen: voor Stadsbedrijven zijn de investeringen
geautoriseerd tot en met 2025, voor de jaren daarna nog niet. Het bezit van de gemeente in de komende jaren (de materiële vaste activa) is dus niet volledig in beeld.
Er wordt geïnvesteerd in de stad, geheel in lijn met het coalitieakkoord ‘Investeren in Utrecht.’ In nieuwe scholen wordt € 250 miljoen geïnvesteerd, en daar komt € 160 miljoen aan
vervangingsinvesteringen bij – dat is in totaal € 400 miljoen voor onderwijs in korte tijd.
Investeringen in zelfredzaamheid en bestaanszekerheid van individuele inwoners zijn niet in de grafieken opgenomen; het gaat echt alleen om investeringen die leiden tot eigendom van de gemeente.
Betekent dit dat de grootste investeringen altijd per coalitieperiode plaatsvinden? Nee, zegt de heer Van der Straaten, die neergaande lijn komt doordat nog niet alle investeringen geautoriseerd zijn. Echter, in het coalitieakkoord van 2022 is een zeer omvangrijk
2 van 5
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
investeringsprogramma opgenomen (‘Groei in balans’) dat binnen vier jaar tot kredieten zou moeten leiden. Er kan in 2026 niet weer zo’n groot programma worden samengesteld. Desgevraagd legt de heer Van der Straaten uit dat de investeringen in het meerjarig
groenprogramma gering zijn in verhouding tot de vervangingsinvesteringen van Stadsbedrijven, namelijk € 6-8 miljoen. Die kosten zijn nog niet geactiveerd, en staan dus nog niet in dit overzicht.
De gemeente werkt stapsgewijs toe naar een financieel robuust investeringsstelsel op
strategisch, tactisch en operationeel niveau, wat de heer Van der Straaten duurzamer vindt dan
‘grip krijgen,’ want grip kun je immers zó weer verliezen. Daar voegt hij aan toe dat er altijd wel
planningsoptimisme speelt; er wordt doorgaans 60 à 70% van de voornemens gerealiseerd. Het gewenste financieel robuuste stelsel draait om samenhang tussen inhoud, financiën en
sturingsvraagstukken. Neem bijvoorbeeld het investeringsplafond: dit is op veel verschillende manieren toe te passen, en dat heeft dan heel verschillende effecten op de sturingsmogelijkheden van de raad.
Op de vraag wat de raad daarvan concreet gaat zien bij de behandeling van de voorjaarsnota
geeft de heer Van der Straaten aan dat de investeringsuitgavenramingen (= de uitgaven van alle afzonderlijke projecten) een keer extra worden geactualiseerd. Dit werd voorheen alleen bij de programmabegroting gedaan. Die actuele informatie wordt gecorrigeerd voor
planningsoptimisme, en dan wordt de inschatting gemaakt hoeveel de gemeente echt kan
realiseren. Dit wordt vergeleken met het investeringsplafond – wat niet een ‘harde bovengrens’ was, maar een correctie voor planningsoptimisme. Op die manier komt de organisatie tot een
goede inschatting van de ontwikkeling van de materiële vaste activa. De heer Van der Straaten veronderstelt dat er niet nu al een ‘hard investeringsplafond’ wordt vastgesteld, want dat zou
betekenen dat er moet worden gesneden in reeds geautoriseerde investeringen. Helemaal zeker is dit echter nog niet, en de raad is er bovendien vrij in om de door het college gestelde kaders aan te passen.
Reacties, vragen en discussie
De Adviescommissie stelt dat het tot beter begrip leidt als duidelijk wordt aangegeven wanneer
het gaat over het investeringsplafond met correctie voor planningsoptimisme, of over het harde investeringsplafond. Hierop wordt aangevuld dat het college heeft gekozen voor een
investeringsprogramma met planningsoptimisme als sturingsfilosofie. Nu wordt er kennelijk naar een andere filosofie toegewerkt. De raad wil dat niet alleen controleren, maar wil ook sturen; waarmee kan dat? Er is behoefte aan duidelijkheid over de ruimte die er in de
voorjaarsnota is voor plannen die de raad zelf wil presenteren. In het overdrachtsdossier moet
helder worden aangegeven dat de volgende coalitie niet dezelfde investeringsruimte heeft als de huidige.
3 van 5
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
Eerder legde de heer Van der Straaten uit dat er bij elke investering een verhaal hoort – wat niet altijd op papier staat. Hoe krijgt de raad die informatie? Natuurlijk wil de raad weten wat een project kost, maar de raadsleden zijn ook geïnteresseerd in het programma. Daar tussenin
bevindt zich informatie die men wil laten meewegen bij beslissingen, maar die is niet altijd
duidelijk. Het zou helpen als de raad informatie over de korte termijn krijgt: de aanbestedingen, investeringskeuzes en zo meer, op grond waarvan de afweging gemaakt kan worden.
De raad is kaderstellend en controlerend; waar kan het college op sturen? Er is behoefte aan
inzicht daarin. Waar kan de raad het college verantwoordelijk voor houden? Hierop benadrukt de heer Bakker dat alle investeringen worden gedaan conform het kader dat de raad daarvoor heeft aangegeven. Als een wethouder iets wil dat niet in het kader past, wijst de ambtelijke
organisatie daarop. De wethouder kan dan wel herprioriteren, en uiteindelijk is het aan de raad om daarmee al dan niet akkoord te gaan. Herprioriteren betreft meestal de fasering: het ene
project wordt wat naar achteren geschoven, waardoor er eerst ruimte is voor een ander project. Herprioriteren op kwaliteit is minder gemakkelijk, want daar zijn afspraken over gemaakt. De heer Van Vugt dringt erop aan om de ambtelijke organisatie dit traject – dat tot de
voorjaarsnota 2027 loopt – te laten afmaken. Dit betekent dat het de raad duidelijk moet zijn
welk type investeringen op welk moment en op welke manier zij wordt geacht te autoriseren. De kaders zijn er wel, maar die zijn ingewikkeld. De raad wil ook de voortgang kunnen volgen,
zowel inhoudelijk als financieel. Verder moet de ‘doorvertaling’ van investeringsprogramma
naar programmabegroting duidelijk zijn; de aansluiting moet te volgen zijn. De heer Van Vugt
adviseert om deze aspecten aan de Adviescommissie voor te leggen, inclusief investeringen met betrekking tot het Meerjaren Perspectief Ruimte (MPR).
5. Stand van zaken Verbeterplan financiën, terug- en vooruitblik
Zie de presentatie, bij vergaderstukken. De heer Sijm informeert de Adviescommissie over de
interventies die de afgelopen tijd hebben plaatsgevonden. De Adviescommissie is benieuwd hoe de voortgang wordt bijgehouden. Hoe wordt bepaald of de zaken weer voldoende op orde zijn? De Adviescommissie wil daar graag in worden meegenomen. De heer Dorst doet de suggestie om de raad gestandaardiseerd te rapporteren, ten behoeve van continuïteit.
Zijn alle risico’s op misrekeningen, zoals die eerder plaatsvonden, goed in beeld? Dit blijkt het geval te zijn; met dit nieuwe programma heeft de ambtelijke organisaties de risico’s beter in beeld, waarmee niet wordt gezegd dat er nooit meer fouten gemaakt zullen worden. 6. Vooruitblik jaarplan 2025
Zie het overzicht in de vergaderagenda. Er zal ook aandacht worden besteed aan de bijdrage
namens de Adviescommissie bij de behandeling van de voorjaarsnota inzake de monitoring van de hervormingen. Los van het vergaderschema organiseert mevrouw Rijnders een
4 van 5
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl
lunchbijeenkomst voor een delegatie uit de gemeente Almere. Zij willen graag met enkele Utrechtse raadsleden kennismaken en van gedachten wisselen.
Schorsing
De ambtenaren verlaten de vergadering. 7. Stand van zaken controle jaarrekening 2024
Er wordt eerst kort teruggekeken op het aanbestedingsproces; de heer Van Vugt bedankt de
Adviescommissie voor het vertrouwen en voor de nieuwe controleopdracht. Daarna doet hij kort verslag van de workshop Actualiteiten BBV, waar 70 medewerkers aan deelnamen.
De concerndirectie heeft de heren Van Vugt en Leeuwenkamp uitgenodigd om met hen van
gedachten te wisselen over concernsturing en –monitoring. Het begrip centralisatie blijkt veel spanning op te roepen. Dit is minder het geval ten aanzien van de uitvoeringstoets, waar de concerndirectie wel positief tegenover lijkt te staan.
Officieel is de jaarrekeningcontrole nog niet begonnen, maar er worden al wel voorbereidingen getroffen. De jaarrekening wordt op 28 februari a.s. in concept bij het controleteam
aangeleverd. De controle begint op 3 maart a.s. Een van de belangrijkste onderwerpen wordt de migratie van systemen. IT-specialisten van Deloitte waren daarbij betrokken. Er zijn tot nu toe
nauwelijks systeemtechnische problemen gesignaleerd, maar helemaal zeker is men pas na de naboekingenronde.
De specifieke uitkeringen (spuks ofwel SiSa-controle) blijven veel aandacht vragen; het
controleteam probeert hier nog deze maand aan te werken. Het wekelijks overleg over de
grondexploitaties is hervat. Het onderwerp komt ongetwijfeld nog bij de Adviescommissie op de agenda.
8. Rondvraag en sluiting
Er zijn geen zaken blijven liggen. De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun komst en inbreng, en sluit de vergadering.
5 van 5
commissiegriffier Adviescommissie CF danielle.rijnders@utrecht.nl