Adviesbrief SportUtrecht zelfbeheer (12 maart 2025)
Tekst van het document
Adviesbrief SportUtrecht Handreiking Zelfbeheer 10-03-2025
Inleiding In deze adviesbrief reageert SportUtrecht op de nieuwe handreiking zelfbeheer die gepland is voor collegebehandeling op 1 april 2025. Daarbij kijken we ook naar verbonden nota’s en beleidskaders zoals de Nota Sport en Bewegen en het Uitvoeringsprogramma Binnensport, omdat de handreiking zelfbeheer (in)direct verbonden is met de kaders van deze documenten. We zullen ingaan op de inhoud van de handreiking, onze visie en advies daarop en ook onze ervaring van het proces bespreken. Tot slot gaan we in op onze voorgestelde punten van monitoring voor de toekomst van zelfbeheer in Utrecht.
De nieuwe handreiking zelfbeheer geeft goede richting, maar zorgen om randvoorwaarden SportUtrecht is tevreden met de insteek van de nieuwe handreiking zelfbeheer, waarin er ruimte wordt geboden voor maatwerk en – in het kader van ‘samen stad maken’ – sportaanbieders (verenigingen, stichtingen en anders georganiseerde) worden uitgenodigd diverse vormen van zelfbeheer uit te oefenen, als dit bij hun behoeftes en capaciteiten past. De handreiking is daarin een goed informerend basisdocument met de drie vormen van zelfbeheer: sleutelbeheer, ontmoetingsruimte/sportkantine en het Bewonersbod. Binnen deze vormen is er – met name bij het Bewonersbod – ruimte voor maatwerk. De drie vormen van zelfbeheer en het proces rondom het Bewonersbod bieden uitgangspunten voor sportaanbieders om op een passende manier zelfbeheer stapsgewijs aan te gaan. De samenkomst met de Nota “Samen Stad Maken” geeft een mogelijkheid om meer dan voorheen in gezamenlijkheid met de sportaanbieders een waardevolle invulling te geven van de gemeentelijke hallen. De uitnodigende houding tot zelfbeheer die de gemeente kenbaar maakt in de handreiking is een mooie stap voor de komende jaren. En ook een noodzakelijke stap, want meer dan ooit hebben sportaanbieders mogelijkheden nodig om hun ondernemerschap en vitaliteit te versterken terwijl ze hun clubgevoel en sociale
1
cohesie kunnen vergroten. Vormen van zelfbeheer zoals een sportkantine/horecakiosk kunnen hierbij, mits er goede kaders zijn, helpen door de creatie van exploitatiemogelijkheden door horeca inkomsten en het versterken van het ‘thuishonk’ gevoel bij clubs. SportUtrecht heeft echter nog wel een aantal zorgen over de randvoorwaarden rondom bepaalde vormen zelfbeheer in de huidig voorgestelde vorm, die we hieronder per punt toelichten en voorzien van bijpassend advies.
De sportaanbieder is in de kern een maatschappelijke meerwaarde SportUtrecht onderschrijft de benoemde stappen bij het Bewonersbod en ziet het gehanteerde publieke waarde model ook als een passend model voor zelfbeheer. Echter willen we benadrukken dat bij de beoordeling van de ‘maatschappelijke meerwaarde’ van een Bewonersbod de beoordelingscommissie in acht moet nemen dat de sportvereniging en ook anders georganiseerde sportaanbieders an sich een maatschappelijke meerwaarde biedt door haar positieve beïnvloeding op de volksgezondheid: het is een vorm van gemeenschapskracht, waar de verbindende activiteit bijdraagt aan fysieke en mentale vitaliteit. Vormen van zelfbeheer zoals een Bewonersbod of een sportkantine/horecakiosk versterken op zichzelf al de maatschappelijke meerwaarde die een sportaanbieder biedt, doordat de sociale cohesie en het ‘thuisgevoel’ voor leden en deelnemers (bv abonnementhouders) versterkt worden en het dus bijdraagt aan het mentale welzijn van deze Utrechters. Bij de weging van een Bewonersbod door de beoordelingscommissie zou op de onderdelen ‘betrokkenheid’ en ‘rendement’ (Bijlage 3. Handreiking) de inherente maatschappelijke functie van de sportclub al als voldoende kunnen wegen voor deze specifieke onderdelen van beoordeling.
Hiermee behouden we de laagdrempeligheid van de regeling én erkennen we de maatschappelijke waarde van het verenigd sporten. We adviseren om dit gegeven op te nemen in de beoordelingscriteria voor de toekomstige beoordelingscommissie. Natuurlijk jagen wij vanuit SportUtrecht clubs aan om de verbinding met partijen in het sociale domein op te zoeken en de maatschappelijke meerwaarde van een
2
sportclub verder te versterken, maar we doen dit altijd vanuit de opvatting dat de sportclub an sich een broedplek is voor maatschappelijke waarde. Daarnaast willen we benadrukken dat we bij zelfbeheer de deur open moeten houden voor anders georganiseerde sportaanbieders die aantoonbaar een maatschappelijk ondernemende insteek hebben in hun aanbod en randactiviteiten. Zij zijn een onmisbaar onderdeel van het Utrechtse sportaanbod. Het is daarbij nodig om een duidelijk onderscheid te maken in definiëring tussen puur commercieel ingestelde aanbieders en aanbieders met een ondernemende vorm, maar differentiaties van aanbod die een maatschappelijke meerwaarde bieden voor Utrechters. Verheldering in definiëring rondom de verschillende soorten sportaanbieders is daarin met het oog op de toekomst nodig.
Kaders omtrent ontmoetingsruimte, horecakiosk en sportkantine Voor de tweede vorm van zelfbeheer – ontmoetingsruimte en/of sportkantine – is het van belang dat de kaders voor huur en exploitatie van de diverse vormen (120m2 met horecakiosk of een sportkantine tussen 120m2 en 250m2) passend zijn bij de mogelijkheden van één of meerdere sportaanbieders. Deze vorm van zelfbeheer is in de eerste plaats bedoeld voor het versterken van het verenigingsgevoel en bevorderen van sociale cohesie en daar sluiten we ons volledig bij aan. Het is echter ook een belangrijk instrument om vereniging meer mogelijkheid tot ondernemerschap te bieden en hun vitaliteit verder te versterken. Vanuit die blik is het van belang dat de huurvoorwaarden en prijsbepaling een rendabele uitgangspositie voor verenigingen bieden. SportUtrecht vreest dat de contractlooptijden en huurprijzen, zoals genoemd in bijlage 4 van het uitvoeringsprogramma binnensport 2024-2030, niet laagdrempelig genoeg zijn voor de clubs. We adviseren dan ook de genoemde looptijden van huurovereenkomsten (minimaal vijf of tien jaar) en de huurprijs bepaling ‘algemeen belang' van 85 euro per m2 toetsend te monitoren met geïnteresseerde sportaanbieders in de komende maanden.
Daarbij moet er ook de mogelijkheid bestaan tot het bieden van ‘maatwerk’ door ingroeimodellen met clubs te kunnen afspreken waarbij de huur in eerste fases van deze vorm van zelfbeheer vanuit een korting gradueel toegroeit naar de genoemde huurprijs in het uitvoeringsprogramma binnensport. Vergelijkbare modellen worden al toegepast op de buitensport en wij
3
voorzien dat deze ingroeimodellen nodig zullen zijn om deze vorm van zelfbeheer te kunnen laten slagen. Sportaanbieders die een sportkantine of horecakiosk willen beheren zullen ook investeringen moeten doen in de aankleding van de ruimte en het behalen van de juiste certificaten en (horeca)vergunningen. Bij elkaar genomen zijn dit fikse investeringen voor sportclubs en het is daarom wenselijk om hierin met een ingroeimodel de clubs tegemoet te komen bij horecakiosken en/of diverse vormen van sportkantines Daarnaast adviseren wij ook om naar flexibele vormen van huur te kijken waarbij meerdere clubs op dezelfde locatie dagen of dagdelen kunnen huren, en zo dus enkel betalen voor de uren die ze zelf in gebruik hebben. Of, als alternatief, de mogelijkheid bieden waarbij 1 aanbieder als hoofdhuurder optreedt met de optie tot doorverhuur in een constructie met andere sportaanbieders. SportUtrecht kan ondersteunen bij de verbinding hiervan tussen sportaanbieders. Uiteraard in goed overleg met de gemeente. Tegelijkertijd zullen wij in ieder geval vanuit onze verbindende en aanjagende functie in netwerkverband clubs aansporen om samen naar gezamenlijke gebruik van horecafuncties te kijken om zo de lasten en opbrengsten te delen en hen te ondersteunen in het aanvraagproces.
Positionering ZVC en zelfbeheer Van wezenlijk belang is de positie van de Zaalverdelingscommissie (ZVC) t.o.v. de diverse vormen van zelfbeheer van ontmoetingsruimtes en horecakiosken. Op dit moment is er in de criteria van de zaalverdelingsprocedure (Bijlage 3 van Uitvoeringsprogramma) opgenomen dat de ZVC bij prioritering rekening houdt met ‘De behoefte aan een sportkantine/verenigingsruimte’. SportUtrecht vindt dit nog niet concreet en uitgewerkt genoeg. We adviseren om in het vervolgproces in een gesprek tussen de gemeente, de Zaalverdelingscommissie en SportUtrecht de uitwerking preciezer vast te leggen en de mate van weging van zelfbeheer bij het toedelen van zaaluren voor verenigingen te concretiseren. Voor de clubs is het van belang dat ze – bij het investeren in en opstarten van een
4
verenigingsruimte/sportkantine – van een zekere mate van garantstelling kunnen uitgaan bij de verdeling van hallen. In een bredere context dan alleen zelfbeheer is bij de binnensport de verdeling van schaarse sporthalruimte een enorm complex vraagstuk voor de toekomst. Daarom is het belangrijk om komende tijd te focussen op de optimalisering van de procesgang bij de zaalverdeling, de samenstelling van de commissie én de verdelingscriteria. Welke criteria en hoe kom je tot een prioritering van diverse criteria? Vanuit SportUtrecht willen we ook vanuit de sporttaknetwerken op sportclub overstijgend niveau advies inwinnen hierover. We weten dat de gemeente de komende tijd de ZVC gaat ondersteunen met o.a. informatievoorziening en dit moedigen we met overtuiging aan. SportUtrecht haakt graag vanuit een passende verantwoordelijkheid en rol bij dit proces aan om mee te denken over de juiste kaders. Daarbij zien we de ZVC als het juiste instrument en vanzelfsprekend in de lead bij de zaalverdeling, maar adviseren we ze graag vanuit onze expertise waarbij we kijken naar het proces en de uitgangspunten.
Reflectie op procesgang SportUtrecht ervaart het gezamenlijke proces rondom de handreiking als constructief voor wat betreft grote delen van de inhoud en de gespreksvoering daarover met de gemeente. De handreiking was oorspronkelijk bedoeld om qua besluitvorming in Q4 2024 (samen met Nota Sport en Bewegen) afgerond te worden, maar dat is op ons verzoek door de gemeente uitgesteld, omdat we ons nog niet konden vinden in een aantal onderdelen van de handreiking en bijbehorende randvoorwaarden voor zelfbeheer. Daarnaast wilden we nog een tweede informerende bijeenkomst over zelfbeheer organiseren met een bredere doelgroep dan bij de eerste bijeenkomst. We waren blij dat de gemeente destijds gehoor gaf aan onze zorgen over de snelheid van het proces en het besluit nam om het proces uit te stellen tot Q1 2025. Een aantal van de door ons genoemde zorgen in 2024 zijn herkenbaar behandeld in de laatste versie van de handreiking en relevante documenten eromheen. Zo is er meer aandacht geweest voor de implicaties van het Didam-arrest t.o.v. de
5
selectieprocedure bij een Bewonersbod en is hiervoor verstevigde lokale regelgeving geïntroduceerd door de gemeente. Dit is een goede stap, ook gezien de zorgen die enkele sportaanbieders in de eerste bijeenkomst rondom zelfbeheer uitte over het Didam-arrest. Daarnaast is er een ‘haakje’ gecreëerd om samen met de ZVC te kijken naar de prioritering van sportclubs met zelfbeheer bij sporthallen en hun aanspraak op uren in deze hallen. Echter met de kanttekening dat we dit zoals hierboven genoemd nog verder uitgewerkt willen zien. Deze beide ondernomen stappen sinds eind 2024 geven blijk van gehoor voor de eerdere zorgen van ons en de sportclubs door de gemeente. Echter, zijn er ook een aantal eerder benoemde kanttekeningen van SportUtrecht in het najaar van 2024 niet, of nog onvoldoende meegenomen in de huidige versie van de handreiking. Deze zijn opnieuw als zorgen en bijpassende adviezen opgenomen in deze notitie. Samenvattend gaat het dan om 1) onze kanttekening bij de ‘maatschappelijke meerwaarde’ als onderdeel van de beoordeling van een bewonersbod, 2) de (financiële) randvoorwaarden bij de tweede vorm van zelfbeheer en 3) de behoefte aan een spoedige verdere gedetailleerde uitwerking van de weging van zelfbeheer van horecakiosken/sportkantines bij de verdeling van zaaluren door de ZVC.
We weten dat er een aantal werkpakketten daarbij in de planning zijn bij de gemeente om dit verder uit te werken na de besluitvorming over de handreiking. Dit laat zien dat de gemeente en SportUtrecht dezelfde koers willen varen en we blijven hierbij graag aangehaakt bij de toekomstige processen rondom zelfbeheer.
Monitoring In de handreiking is op dit moment niet opgenomen hoe de praktijkuitwerking van het voorgestelde beleid rondom zelfbeheer gemonitord zal worden in de komende jaren. We adviseren daarbij - in lijn met de hiervoor genoemde zorgen - om adequaat te monitoren op de volgende aspecten: -
Procesgang zaalverdeling in relatie tot tweede vorm van zelfbeheer
-
Toetsing van de ervaringen/geluiden vanuit sportaanbieders in relatie tot de financiële kaders en andere randvoorwaarden bij tweede vorm van zelfbeheer.
6
-
Kwalitatieve toetsing van de contact ervaringen van sportaanbieders in de aanvraagprocedure bij de drie vormen van zelfbeheer in de komende jaren.
-
Monitoring van maatschappelijke en financiële opbrengsten van sportaanbieders die aan een vorm van zelfbeheer doen in de komende jaren.
-
Monitoring van aantal succesvolle en onsuccesvolle aanvragen tot zelfbeheer, waarbij gekeken worden naar grondredenen van wel/niet accordering van de aanvragen.
Daarbij zien we graag dat er – met de periodieke uitkomsten van de monitoring – de ruimte blijft bestaan in de toekomst om tijdig en gepaste aanpassingen te maken in de handreiking en/of andere relevante beleidsdocumenten.
Tot slot SportUtrecht kijkt met hoop en nieuwsgierigheid naar de toekomst van zelfbeheer door sportclubs in Utrecht. Daarbij zijn we als vanzelfsprekend bereid en gemotiveerd om te blijven meedenken en meedoen op dit onderwerp.
7