Advies Wmo-clientenraad verordening Wmo 2023.pdf
Tekst van het document
Commentaar Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2023 Op verzoek van de gemeente Utrecht heeft de Wmo Cliëntenraad Utrecht het concept van de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2023 gelezen. Hieronder volgt ons commentaar. Algemeen 1. Er is een convenant van de Vereniging Nederlandse Gemeenten over verhuizen naar buiten de gemeente voor mensen met woningaanpassingen, maatwerk complexe hulpmiddelen, etc. Dat heeft Utrecht ondertekend, maar het convenant wordt niet genoemd in de Verordening. 2. Motie 421 (over de indicatie voor onbepaalde tijd voor mensen met chronische of progressieve aandoening het niet herkeuren van chronisch zieken) staat er niet in. 3. De Wmo Cliëntenraad adviseert de gemeente een hardheidsclausule op te nemen in de Verordening. Op die manier biedt de Verordening ruimte in sommige situaties anders te oordelen of af te wijken van de wetgeving. Het kan nodig zijn af te wijken van de wetgeving als het gevolg van toepassing van die regeling tot een onvoorzien en onredelijk benadelend gevolg zou leiden voor de betreffende cliënt of onderneming. Dan kan bijvoorbeeld in bepaalde situaties een zorgovereenkomst toch worden goedgekeurd. 4. De Wmo Cliëntenraad adviseert de gemeente iets op te nemen in de Verordening over onafhankelijke adviezen over hulpmiddelen. Er is een voorbeeld bekend van ouders met een meervoudig gehandicapt kind.
Ze hebben van de Hoogstraat een onafhankelijk advies gekregen een speciaal bad te installeren. Maar de gemeente wil een nieuw onafhankelijk advies van adviseur Argonaut. Wat is de relatie met Argonaut, heeft de gemeente een overeenkomst met deze organisatie? De gemeente moet vertrouwen op andere onafhankelijke adviseurs/adviezen. 5. Hulpmiddelen: krijgt iemand met een partner geen elektrische rolstoel omdat de partner kan duwen? Dat leidt niet tot een volwaardig, zelfstandig bestaan. 6. Er staat in de Verordening niet duidelijk vermeld waar een cliënt tegen een beslissing in bezwaar kan gaan. Per artikel 1. Artikel 2.1.2 – ‘het verslag wordt opgestuurd’. De Wmo Cliëntenraad wil graag dat daaraan wordt toegevoegd dat het verslag moet worden goedgekeurd door de cliënt. 2. Artikel 3.3.2.iii: Aanvraag Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) – Een aanvraag kost € 40 per VOG, deze is maximaal 3 jaar geldig. De kosten zijn voor de cliënt of de zorgverlener. Is dat nodig? Eigen verantwoordelijkheid is toch ook uitgangspunt bij het toekennen van een pgb? Wie heeft dit besluit genomen? Is er over de impact nagedacht? 3. Artikel 3.3.c - Familieleden in de 1e en 2e graad krijgen een informeel tarief betaald, behalve als er ‘zwaarwegende bezwaren’ daartegen zijn. Wie bepaalt dat? 4.
Artikel 2.3.6 – Als een cliënt aanpassingen in huis heeft, kan hij/zij niet zomaar verhuizen omdat de gemeente nieuwe aanpassingen kan weigeren. Het argument is dat verhuizen een eigen keus is. Er schijnt een regel te zijn dat als men 1 x in de 7 jaar verhuist, de woningaanpassingen worden vergoed. Waar staat dat? Er zijn omstandigheden, bijv. een echtscheiding, waardoor mensen eerder moeten verhuizen dan de genoemde 7 jaar. Hoe gaat de gemeente daarmee om? De Wmo
Cliëntenraad adviseert de gemeente hier iets over op te nemen. 5. Artikel 3.3.2 - Er zijn problemen met het zzp-tarief. Hoe gaat de gemeente om met cliënten die mensen inschakelen die voorzieningen leveren, zoals een coach? Dat zijn vaak zzp’ers. Misschien kan de gemeente een maximumtarief instellen. Dan kunnen mensen ervoor kiezen om bij te betalen. 6. Punt 5.1.11: ‘de gemeente kan nadere regels instellen’. Hoe zit dat en hoe voert de gemeente dit uit als het botst?
7. Het kwaliteitskader met kwaliteitseisen: een van de eisen is dat een informele zorgverlener de Nederlandse taal in woord en geschrift moet beheersen. Dat lijkt ons niet in alle situaties noodzakelijk, bijv. bij huishoudelijk werk of wanneer de cliënt de taal spreekt van de zorgverlener. Aanvullende juridische opmerkingen We hebben van een cliënt een aantal aanvullende juridische opmerkingen ontvangen. Deze willen we niet onvermeld laten: 1. Vereiste collectieve arbeidsovereenkomst (cao) - de gemeente mag de regels in de Verordening stellen op grond van art. 2.3.6. van de Wmo 2015. Daarin staat dat de gemeente regels mag stellen ten behoeve van veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid van de maatwerkvoorziening (zie art. 2.3.6 lid 2 sub c Wmo 2015). Klopt voorgaande? Zo nee, wat is dan de grondslag in de wet in formele zin? Zo ja, op welke wijze draagt het vereiste van de verplichting voor een van toepassing zijnde cao (zoals genoemd in art. 3.3 lid 2 sub a sublid ii (concept-)Verordening) bij aan de veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid? Is de gemeente van oordeel dat die toelichting (waarom het cao-vereiste bijdraagt aan de veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid) vindbaar voor burgers dient te zijn? Zo nee, waarom niet? 2.
Doelomschrijving in de KvK - hoe dient het vereiste van ’ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister’ gelezen te worden (zie art. 3.3 lid 2 sub a sublid i en sub b sublid i (concept-) Verordening)? Wanneer is wel en wanneer niet voldaan aan dit vereiste? Mogen medewerkers hierin enige mate van vrijheid betrachten? Op welke wijze draagt het hierboven genoemde vereiste bij aan de veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid? Is de gemeente van oordeel dat die toelichting (waarom het hierboven genoemde vereiste bijdraagt aan de veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid) vindbaar voor burgers dient te zijn? Zo nee, waarom niet? 3. Het lijkt de Wmo Cliëntenraad een goed idee als de Verordening een (inleidende) bepaling bevat waarin staat dat de regels uit de verordening bij dienen te dragen aan de veiligheid, doelgerichtheid en cliëntgerichtheid (het juridisch kader van art. 2.3.6 lid 2 sub c van de Wmo 2015). Bij de interpretatie van vereisten uit de verordening (zoals het hierboven genoemde art. 3.3 lid 2 sub a sublid i en sub b sublid i (concept-) Verordening) zou dat als maatstaf kunnen dienen.