CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Accountantsverslag 2024 gemeente Utrecht - 16-05-2025

Gemeenteraad 10 juli 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Accountantsverslag 202417.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Accountantsverslag 2024 Gemeente Utrecht, 16 mei 2025

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025 Deloitte Accountants B.V. Wilhelminakade 1 Postbus 2031 3000 CA Rotterdam Nederland Tel: 088 288 2888 www.deloitte.nl

Aan de gemeenteraad van de gemeente Utrecht Postbus 16200 3500 CE UTRECHT Onderwerp Accountantsverslag 2024 Datum 16 mei 2025 Ons kenmerk 2505445BB9/WK Behandeld door drs. R.M.J. van Vugt RA 088 288 1108 RvanVugt@deloitte.nl

Geachte leden van de raad, Graag bieden wij u hierbij ons accountantsverslag aan met betrekking tot de controle van de jaarrekening 2024 van de gemeente Utrecht. Deze rapportage beschrijft op hoofdlijnen onze controleaanpak en de belangrijkste aangelegenheden die wij tijdens onze controle in overweging hebben genomen. Wij zijn van mening dat de reikwijdte van onze werkzaamheden en de resultaten daarvan een deugdelijke basis vormen voor ons oordeel over de jaarrekening 2024 van de gemeente Utrecht. De jaarrekening 2024 is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht. Wij hebben bij deze jaarrekening een goedkeurende controleverklaring voor het getrouwe beeld verstrekt. Onze controle is uitgevoerd in overeenstemming met onze opdrachtbevestiging gedateerd d.d. 30 september 2024 en met ons auditplan van 19 november 2024. Wij hebben dit accountantsverslag ambtelijk besproken met uw portefeuillehouder financiën, concerndirectie en met de betrokken medewerkers. Graag lichten wij dit rapport ook toe aan de Adviescommissie Controle en Financiën tijdens de vergadering d.d. 5 juni 2025. Hoogachtend, Deloitte Accountants B.V.

B. Leeuwenkamp MSc RA 088 288 3560 Bleeuwenkamp@deloitte.nl drs. R.M.J. van Vugt RA

Op alle opdrachten verricht door Deloitte, behoudens M&A Diensten, zijn de Algemene Voorwaarden Dienstverlening Deloitte Nederland, januari 2020 gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel van toepassing. Deloitte Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 24362853. Deloitte Accountants B.V. is een zogenoemde affiliate van Deloitte NSE LLP en maakt onderdeel uit van het internationale netwerk van Deloitte Touche Tohmatsu Limited.

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Inhoudsopgave Kernboodschap jaarrekeningcontrole

4

• Kernboodschap jaarrekeningcontrole

5

• Speerpunten Adviescommissie Controle en Financiën

6

Bestuurlijke samenvatting

8

• Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen

7

Bevindingen jaarrekening

13

• De financiële positie van uw gemeente

14

• Belangrijkste bevindingen uit onze controle

21

Interne beheersing

30

• Belangrijkste bevindingen voor de interne beheersing

31

Bijlagen

33

• Bijlage A1 - Niet-gecorrigeerde controleverschillen

34

• Bijlage A2 - Onzekerheden in de controle

35

• Bijlage A3 – Tekortkomingen in de toelichtingen

36

• Bijlage B - Bevindingen controle SiSa-bijlage 2024

37

• Bijlage C - Onafhankelijkheidsbevestiging

43

Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/3 © 2025. Deloitte Nederland.

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Kernboodschap jaarrekeningcontrole

Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/4 © 2025. Deloitte Nederland.

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Kernboodschap jaarrekeningcontrole De basis voor onze controle is het auditplan 2024 dat met de Adviescommissie Controle en Financiën is besproken. In dit accountantsverslag geven wij u inzicht in de belangrijkste bevindingen bij de controle jaarrekening en de (ontwikkeling van de) interne beheersing van de gemeente Utrecht. Wij hebben tijdens onze jaarrekeningcontrole de rekeningsaldi en transactiestromen samenhangend met de balans en het overzicht van baten en lasten gecontroleerd. In deze kernboodschap koppelen wij ons overstijgende beeld terug van deze controle en geven wij beknopt een managementsamenvatting voor de gemeente Utrecht. In het hoofdstuk ‘Bevindingen jaarrekeningcontrole 2024’ hebben wij onze bevindingen meer in detail toegelicht, evenals onze adviezen voor de verdere doorontwikkeling van de organisatie gedurende 2025. Onderwerp

Boodschap

Overall beeld jaarrekeningcontrole 2024:

Wij hebben de jaarrekeningcontrole 2024 van de gemeente Utrecht uitgevoerd en hebben bij de jaarrekening een goedkeurende controleverklaring verstrekt.

Weer een prettig jaarrekeningproces op basis van een goede onderlinge samenwerking. Aandachtspunt blijft toezien op het spanningsveld tussen centrale en decentrale organisatie én capaciteit versus ambitie.

Graag spreken wij onze waardering uit voor de inzet en betrokkenheid van uw centraal coördinerende functie in het verantwoordings- en controleproces. Wij hebben kunnen voortborduren op de gemaakte afspraken en ervaringen uit voorgaande controles. Het opstel- en controleproces is hierdoor prettig verlopen. Als waarborg en signaleringsfunctie in dit proces houden wij wekelijks gezamenlijk met Utrecht een regieoverleg. Daaruit volgen belangrijke aandachtspunten om de ambtelijke organisatie Utrecht verder te versterken. Deze aandachtspunten liggen in lijn met onze rapportering in de managementletter. Wij constateren bij onze jaarrekeningcontrole net als vorig jaar onder meer: •

Een hoog aantal afsluitende en nagekomen boekingen na de eerste concept jaarrekening.

•

interne controle en verantwoording van omvangrijke onderwerpen kan worden verbeterd, zoals de verantwoording over specifieke uitkeringen (SiSa, 74 regelingen).

In reactie geeft uw ambtelijke organisatie aan dat de migratie naar SAP S/4Hana een van de oorzaken is van het hoog aantal afsluitende en nagekomen boekingen na de eerste concept jaarrekening. Wij concluderen op basis hiervan dat de decentrale organisatieonderdelen niet altijd (tijdig) de juiste brondocumentatie beschikbaar hebben die nodig is om een balanspost (en de weerslag daarvan op de baten en lasten) op een adequate wijze te kunnen onderbouwen. Deze constatering sluit aan bij onze constatering die wij met u gedeeld hebben in onze managementletter 2024. Onze signalering dat de organisatieonderdelen op basis van hun integrale verantwoordelijkheid op dit moment te weinig expliciet en zichtbaar de (eind)verantwoordelijkheid (kunnen) nemen voor hun (aan) deel in het samen- en controleproces van de jaarrekening blijft hierbij relevant. Op onderdelen is hierin de sturing en informatievoorziening van decentraal naar centraal ontoereikend gebleken om centraal te kunnen monitoren en tijdig beslissingen te nemen. In onze voorgaande rapportages hebben wij dit uitgebreid onder de aandacht gebracht. Wij willen zodoende nogmaals onderschrijven dat de versterking van de financiële functie, centrale kaderstelling, sturing en monitoring en warme verzakelijking van de cultuur essentieel zijn voor een toekomstbestendige bedrijfsvoering.

Het doet ons dan ook goed dat de eerste stappen hieromtrent gevolgd worden door de organisatie. Dit blijkt o.a. uit het door het college vastgestelde verbeterprogramma voor de gemeentebrede financiële functie. waarbij wordt ingezet op (1) verbeteringen intern binnen de afdeling financiën en het onderlinge samenspel tussen de clusters en (2) het gemeentebrede samenspel met de organisatieonderdelen en concerncontrol. Hierbij zien wij echter nog wel aandachtspunten ten aanzien van de uitvoering. Immers komen ook deze werkzaamheden “erbij”, terwijl de balans tussen benodigde en beschikbare capaciteit moeilijk is. Dit vraagt derhalve ook strakke sturing, monitoring en prioritering. Daarnaast signaleren wij dat uw beschikbare capaciteit en ambities verder uit balans raken (zie bijvoorbeeld de ambities ten aanzien van: grondexploitatie, uw investeringsagenda en toenemende (aanvragen van) specifieke uitkeringen). Voor de gehele gemeente (raad, college en ambtelijke organisatie) geldt daarbij dat het belangrijk is om keuzes te durven maken. Met andere woorden: stel prioriteiten, parkeer onderwerpen, breng volgorde aan bij de onderwerpen. Ook dit helpt om de (stapeling aan) opgaven dichter bij de realistische uitvoeringskracht te brengen.

Beperk het verder interen Over 2024 is het eigen vermogen met € 135 miljoen afgenomen, zijnde het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten. Er wordt dus ingeteerd op het eigen vermogen. Dat is incidenteel niet bezwaarlijk, maar op op de reserves de lange termijn niet houdbaar. Zo zijn de reserves de afgelopen 3 jaar met circa € 207 miljoen afgenomen en is de solvabiliteit met 13 procentpunt gedaald naar 25% ten opzichte van vorig jaar. En ter indicatie was de solvabiliteit in 2021, 41%. Volgens uw meerjarenbegroting 2025-2028 nemen de reserves in 2025 en 2026 verder af met respectievelijk € 26 miljoen en € 16 miljoen. Wij adviseren u om het verder interen op de reserves te beperken.

Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/5 © 2025. Deloitte Nederland.

kernboodschap jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Bijlagen

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Speerpunten Adviescommissie Controle en Financiën 250

Inzicht in financiële positie en budgetrecht van de gemeenteraad Wij informeren u in dit accountantsverslag over de financiële positie en de voorspellende waarde van de begroting.

Wij hebben u in onze managementletter 2024 van d.d. 25 februari 2025 geïnformeerd over dit speerpunt.

150

In het hiernaast opgenomen figuur hebben wij een update opgenomen van de gedane investeringen ten opzichte van de (primaire) begroting. Wij zien dat de gemeente ten opzichte van voorgaande jaren hogere investeringen weet te realiseren maar vragen nog steeds aandacht voor de uitdagingen bij de uitvoering van uw geplande investeringsagenda. Dit mede gezien de toch forse “step-up” die de gemeente maakt in investeringsvolume ten opzichte van het gemiddelde investeringsvolume over de afgelopen jaren. Belangrijk hierin is dat u verdere stappen zet om de te link leggen c.q. een integrale afstemming te maken tussen de investeringsplannen van de verschillende organisatieonderdelen op het gebied van middelen en capaciteit.

100

Bedragen * €1.000.000,-

200 Grip op investeringen: realisatiekracht, terugdringen van planningsoptimisme en voortgang op dit thema.

50

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Begrotingsjaar

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

Begroot 2028

Toename Materiële vaste activa (begroting 2025 & realisatie t/m 2024) Toename Materiële vaste activa (begroting 2024) Gemiddelde realisatie 2018 - 2024 Gemiddelde begrote groei 2024 - 2028 (begroting 2025) Gemiddelde begrote groei 2024 - 2027 (begroting 2024)

Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/6 © 2025. Deloitte Nederland.

kernboodschap jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Bijlagen

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Bestuurlijke samenvatting Bestuurlijk relevante bevindingen en aanbevelingen jaarrekeningcontrole

Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/7 © 2025. Deloitte Nederland.

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen Getrouwheid

Rechtmatigheid

Welke verbeteringen zien wij?

Welke aandachtspunten zien wij?

•

Wij hebben een goedkeurende controleverklaring verstrekt voor het getrouwe beeld van de jaarrekening, inclusief de daarin opgenomen rechtmatigheidsverantwoording van het college.

•

De gehanteerde materialiteit voor fouten en onzekerheden bedraagt € 26,15 miljoen respectievelijk € 78,45 miljoen.

•

Wij hebben naar aanleiding van onze controle van de WNT geen niet-gecorrigeerde feitelijke afwijkingen geïdentificeerd die de materialiteitsgrens conform het controleprotocol WNT te boven gaan.

•

De gehanteerde verantwoordings- en rapportagegrens bedraagt € 39,2 miljoen respectievelijk € 0,5 miljoen.

•

Het college van B&W heeft in haar rechtmatigheidsverantwoording fouten gerapporteerd lager dan de verantwoordingsgrens. Het totaal van onrechtmatigheden bedraagt € 16,3 miljoen. Onderdeel hiervan betreffen overschrijding van lasten (op programmaniveau) en investeringskredieten voor een bedrag van € 9,4 miljoen. Uw college merkt hiervan € 2,9 miljoen als acceptabel aan.

•

Wij hebben de conclusies van het college in ons getrouwheidsoordeel betrokken waaruit geen materiële tekortkomingen zijn gebleken.

•

In de paragraaf bedrijfsvoering zijn de bevindingen groter dan de rapporteringstolerantie toegelicht door het college.

•

Wij hebben geen fouten en/of onzekerheden geconstateerd ten aanzien van de SiSa-bijlage die als bijlage bij de jaarstukken is opgenomen. In Bijlage B - Bevindingen controle SiSa-bijlage 2024 is de voorgeschreven tabel met fouten en onzekerheden opgenomen.

In lijn met onze kernboodschap zien wij de volgende verbeteringen: •

Verdere verbetering van onze samenwerking, waarbij wij in staat zijn om samen tijdig (potentiële) knelpunten te signaleren en hierop te anticiperen. De onderlinge communicatie is open en transparant over zowel onderwerpen die kwalitatief op orde zijn als de onderwerpen met aandachtspunten waarop wij de juiste focus te leggen.

•

De voorspellende waarde van de begroting en het capaciteitsvraagstuk is bij het college goed onder de aandacht. Het college neemt hiertoe initiatieven die de komende jaren effect moeten sorteren in het realistisch begroten met aandacht voor de uitvoeringskracht van uw organisatie.

•

Uw organisatie heeft geïnvesteerd in de algemene IT-beheersmaatregelen en heeft de migratie naar SAP S/4Hana succesvol doorlopen.

•

Er is een herstructurering doorgevoerd om de administratieve beheersing van de (voormalig) grondexploitatie Leidsche Rijn te vereenvoudigen.

•

Specifieke uitkeringen (SiSa): Dit jaar is het gebruik van uniforme formats in de aanlevering van dossiers verder toegenomen. Ook merken wij op dat dit jaar verder is geïnvesteerd in de coördinatie, waarbij organisatieonderdelen worden betrokken in aanloop naar de SiSa-controle.

In lijn met onze kernboodschap onderkennen wij de volgende belangrijke aandachtspunten: •

Informatievoorziening van decentraal naar centraal is op onderdelen ontoereikend om centraal te kunnen monitoren en te kunnen sturen. Dit betreft een breed thema en wij hebben dit de afgelopen jaren geconstateerd bij bijvoorbeeld onderbouwingen voor de jaarrekening, verantwoording over specifieke uitkeringen, maar ook risicomanagement en juridische geschillen.

•

Specifieke uitkeringen (SiSa): Wij constateren dat het verantwoordingsproces omtrent de SiSa-bijlage nog niet optimaal is verlopen. In 2024 zien wij een redelijk gelijk aantal SiSa-regelingen (74 regelingen) als in 2023. Door de verschillende organisatieonderdelen is een deel van de verantwoordingsdossiers niet tijdig, juist en volledig aangeleverd bij de medewerkers die centraal coördineren en verantwoordelijk zijn voor de kwaliteitscontrole op deze dossiers. Hierdoor is het niet in alle gevallen gelukt om voorafgaand aan onze controle uw (kwaliteitscontrole-)werkzaamheden af te ronden. De aansluiting van de overlopende post bij de SiSa-regelingen is niet consistent zichtbaar in de verantwoordingsdossiers, wat essentieel is voor een nauwkeurig overzicht van de nog te besteden rijksmiddelen. De overlopende post betreft gelden die zijn ontvangen in 2024 (of eerder), maar waarvoor de bestedingen nog niet volledig hebben plaatsgevonden. Wij adviseren om dit tijdig inzichtelijk te maken en waar mogelijk een duidelijke koppeling met het SiSa-regeling nummer in de balans op te nemen. Wij benadrukken dan ook het belang dat de organisatieonderdelen gedurende het jaar al starten met de verantwoordingsdossiers conform de gestandaardiseerde (centrale) werkinstructie.

Uw medewerkers die dit centraal coördineren hebben daarnaast voorgesteld om hun werkzaamheden uit te breiden met een controle op de transitoria in de jaarrekening die samenhangen met de SiSa-verantwoording.

Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/8 © 2025. Deloitte Nederland.

kernboodschap jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Bijlagen

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen Financiële positie

Realiteitsgehalte begroting

Kwaliteit verslaggeving

•

De reservepositie ultimo 2024 is afgenomen ten opzichte van 2023.

•

De beschikbare weerstandscapaciteit ultimo 2024 bedraagt € 89,3 miljoen (2023: € 71,8 miljoen). Deze weerstandscapaciteit is nagenoeg gelijk aan de door de gemeente Utrecht onderkende en aanwezige risico’s van € 86,7 miljoen (2023: € 61,6 miljoen). Het weerstandsvermogen is toereikend om de risico’s op te kunnen vangen en kwalificeert uw college als ‘gezond’. De afgelopen jaren teert u in op uw reservepositie en daarmee op de beschikbare weerstandscapaciteit. Wij adviseren u om dit te beperken.

•

Uw jaarrekening toont wat betreft de baten en lasten een verschil tussen de begroting en realisatie, en kent dit jaar een rekeningresultaat 2024 ad € 32,6 miljoen (2023: nadelig € 17 miljoen). Ten opzichte van het begroot resultaat van nihil .Wij verwijzen naar de ‘Toelichting baten en lasten’ in de jaarrekening voor een nadere toelichting bij de verschillen tussen begroting en realisatie.

•

U erkent dat budgetten, capaciteit en taken in samenhang moeten worden overwogen om een realistische begroting te krijgen. Ons advies blijft om aandacht te hebben voor de balans tussen ambitie en capaciteit. In de jaarrekening 2024 is dit specifiek zichtbaar in de afwijkingen tussen investeringsbegroting en realisatie. Om de afwijkingen tussen begroting en realisatie verder in balans te brengen adviseren wij de sturende, monitorende en normerende rol van het concern en de directieraad te versterken en daarnaast de centrale interne (financiële) controlefunctie, welke aan de hand van duidelijke rollen en verantwoordelijkheden de robuustheid van het budget- en kredietbeheersingsproces moet borgen, te versterken.

•

Ten opzichte van de actuele begroting 2024 liggen baten en lasten (exclusief mutaties reserves) op totaalniveau hoger, respectievelijk 101,3 miljoen hogere baten dan begroot en 92,4 miljoen hogere lasten dan begroot. Bij zowel de baten en lasten per programma zien wij een duidelijke verschuiving tussen programma’s. Het grootste gedeelte van deze verschillen ziet toe op de hogere realisatie van baten en lasten op het programma “ontwikkelen en wonen voor iedereen” (83,3 mln meer baten dan begroot en 112,6 miljoen meer lasten dan begroot). Deze verschillen hangen samen met de administratieve verwerking van de herstructurering van de Grondexploitatie Leidsche Rijn. Voor een nadere uiteenzetting verwijzen wij naar de Toelichting baten en lasten in de jaarrekening.

Bij de jaarrekeningcontrole hebben wij vastgesteld dat uw jaarstukken 2024 voldoen aan de vereisten uit het BBV. Wij hebben bij onze werkzaamheden de jaarstukken integraal doorgenomen en hebben daarbij – naast de verenigbaarheid van jaarverslag en jaarrekening – vanuit het belang en begrip van de gebruikers van de jaarstukken vooral gelet op de toegankelijkheid en begrijpelijkheid van de daarin opgenomen toelichtingen en analyses. Tijdens de controle hebben wij het door het management toegepaste proces met betrekking tot belangrijke verslaggevingsvraagstukken geëvalueerd. Hierbij valt te denken aan het proces om tot schattingen te komen, zoals bij de grondexploitatie en de voorzieningen. Bij processen waarbij wij dat nodig achtten, hebben wij specialisten betrokken. Dit betrof de post Voorraden onderhanden werk (grondexploitatie) en de controle van de WNT in verband met wijziging van topfunctionaris (griffier) in het boekjaar.

Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/9 © 2025. Deloitte Nederland.

kernboodschap jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Bijlagen

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen Interne beheersing

•

Op basis van de interim-controle 2024 hebben wij tekortkomingen geïdentificeerd in de interne-beheersingsmaatregelen voor de financiële verslaggeving. Onze belangrijkste bevindingen zijn met u (gemeenteraad) gedeeld, en zijn besproken in de Adviescommissie Controle & Financiën middels onze defintieve managementletter 2024 van 25 februari 2025. In het voorliggende accountantsverslag vindt u onze bevindingen naar aanleiding van de jaarrekeningcontrole.

Sociaal domein

•

In 2024 is de controle soepel verlopen. De verantwoorde bestedingen vanuit de zorgaanbieders zijn getrouw verantwoord.

•

Jaarlijks wordt het definitieve vierkantbudget voor zorgaanbieders bepaald in het opvolgend boekjaar en vastgelegd in een ondertekende overeenkomst. Op basis hiervan bestaat onzekerheid over de omvang van financiële verplichtingen ten aanzien van deze aanbieders in de jaarrekening. Om deze onzekerheid te verminderen heeft uw gemeente gedurende 2024 een wijziging doorgevoerd in het proces rondom het aansturen en monitoren van gecontracteerde zorgaanbieders. Uw gemeente is overgestapt van kwartaal- naar tertaalgesprekken. De organisatie erkent dat de tertaalgesprekken zowel kwantitatief als kwalitatief in positieve mate bijdragen aan de monitoring en bijsturing van de taakgerichte uitvoeringsvariant. Gedurende de jaarrekeningcontrole merken wij op dat het aantal bijstellingen op de vierkantbudgetten is afgenomen ten opzichte van voorgaand jaar. Ondanks dat staan de budgetten niet ‘vast’ en kunnen deze onderhevig zijn aan bijstellingen. Voor de jaarrekeningcontrole hebben wij daarom de getekende overeenkomsten van het definitieve vierkantbudget verkregen van uw belangrijkste zorgaanbieders.

•

Binnen het zorgdomein (WMO en Jeugd) is een landelijke ontwikkeling zichtbaar waarbij de lasten de afgelopen jaren fors zijn toegenomen. Waar dit in eerste instantie hoofdzakelijk kwam door een toenemende zorgvraag zien we in 2024 dat er met name sprake is van een toenemende zorgzwaarte met betrekking tot de jeugdzorg. Dit betekent dat cliënten vaak een zwaardere en daarmee duurdere vorm van zorg behoeven. Deze zelfde ontwikkeling is zichtbaar voor de gemeente Utrecht en heeft financiële consequenties. Uw gemeente monitort kosten en zorgtrajecten (w.o. unieke cliënten, gemiddelde wachttijd, gemiddelde behandeltijd) aan de hand van dashboards en betrekt dit in de tertaalgesprekken met zorgaanbieders.

•

Complicerende factor bij het inschatten van de ontwikkeling van zorgkosten in de komende jaren is de verwachte ontwikkeling van de tarieven van zorgaanbieders. Zorgaanbieders hebben op dit moment te maken met sterk oplopende kosten als gevolg van loonstijgingen en oplopende huisvestingslasten. Dit leidt ertoe dat financiële posities van zorginstellingen in toenemende mate onder druk komen te staan wat naar verwachting een prijsopdrijvend effect heeft op de tarieven. Dit is een breed maatschappelijk probleem waarbij het voor gemeenten slechts beperkt mogelijk is hierin keuzes te maken.

•

Om adequaat in te spelen op bovengenoemde ontwikkelingen, is uw gemeente voornemens om met ingang van 2027 de zorg binnen het WMO-domein onder te brengen bij één zorgaanbieder. Hiermee streeft uw gemeente naar het vereenvoudigen en versnellen van aanbieden van ondersteuning en hulp, doordat buurtteams, huisartsen en andere zorgverleners meer samenwerken. Hierdoor borgt de gemeente de toekomstbestendigheid van de zorg en kunnen de beschikbare middelen effectiever worden benut.

Grondexploitatie

Voor de grondexploitatie hebben wij het proces, de dossiervorming en de onderbouwingen beoordeeld waarop het management de geactualiseerde schattingen heeft gebaseerd. Wij hebben onder andere een analyse gemaakt van de realisatie in en de geactualiseerde schattingen ultimo 2024 versus de schattingen in de jaarrekening 2023 (‘backtesting’). Ook hebben wij de door de gemeente toegepaste parameters voor onder andere de toerekening van kosten- en opbrengstenstijgingen gecontroleerd, waarbij wij door ons ingeschakelde specialisten betrokken hebben bij het beoordelen ervan. Tevens hebben wij detailwerkzaamheden verricht op belangrijke schattingsonderdelen in de voor de accountantscontrole relevante grondexploitatie-begrotingen, waarbij aandacht besteed is aan de aannemelijkheid van de gedane veronderstellingen en aan de juiste toepassing van het Besluit Begroting en Verantwoording hierin. Wij hebben als onderdeel van deze werkzaamheden specialisten ingeschakeld voor het beoordelen van de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen betreffende de grondexploitaties Leidsche Rijn A2-Zone Leidsche Rijn uitvoeringsprogramma, Merwede OPG en Busstalling, Beurskwartier en Lombokplein.

Op grond van de door ons verrichtte werkzaamheden concluderen wij dat de uitgangspunten die in de grondexploitaties, en dus in de jaarrekening 2024, zijn verwerkt, door ons zijn getoetst als aannemelijk kunnen worden aangemerkt. Uitzondering hierop zijn echter enkele kostenstelposten, ter grootte van 5,5 miljoen, in de kostenramingen van de grondexploitatie Beurskwartier. Deze stelposten kunnen door ons op dit moment onvoldoende getoetst worden. Dit is eveneens door u beschreven in de toelichting op de balans in de jaarrekening 2024. Wij nemen deze onzekerheid mee in ons oordeel bij de jaarrekening 2024. De belangrijke thema’s die in 2024 gespeeld hebben wij de controle van de waardering van de grondexploitaties, zoals de herstructurering van de grondexploitatie Leidsche Rijn en de impact hiervan op het verwachte resultaat van de grondexploitaties, hebben wij verder uitgewerkt in het onderdeel “Voorraad onderhanden werk (grondexploitatie)”. Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/10

© 2025. Deloitte Nederland.

kernboodschap jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Bijlagen

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen IT-omgeving

Overig Frauderisicoanalyse

•

Wij hebben geen significante tekortkomingen gesignaleerd in de automatiseringsomgeving.

•

Wij beperken ons dit boekjaar tot de minimaal noodzakelijke IT-werkzaamheden wat betreft de opzet en het bestaan van de interne beheersing(s-maatregelen), en dus niet op de werking, monitoring en/of eventuele continue verbetering. Net als in voorgaande jaren hanteren wij tijdens onze controle op voorhand een aanpak waarbij wij gegevensgerichte controlewerkzaamheden buiten de IT-omgeving plannen, om in te spelen op de onderkende risico’s.

•

Een belangrijk aandachtspunt betrof de implementatie van SAP S/4Hana per 1 januari 2025. Wij hebben op uw verzoek IT-audit werkzaamheden uitgevoerd in kader van de SAP S/4Hana migratie waaronder de datamigratie, teststrategie en de go-live strategie. De uitkomsten van de algehele toetsing zullen wij in onze rapportage over boekjaar 2025 met u delen.

•

De Gemeente Utrecht heeft aanzienlijke vooruitgang geboekt op het gebied van cyberbeveiliging, met verbeteringen in training, beleid en technische infrastructuur, maar staat voor belangrijke uitdagingen, zoals de implementatie van de NIS2-richtlijn.

•

Zie de bijlagen A bij dit accountantsverslag waaruit blijkt welke (niet)-gecorrigeerde bevindingen, onzekerheden en tekortkomingen in de toelichtingen wij hebben geconstateerd.

•

In bijlage C is onze volledige onafhankelijkheidsbevestiging te vinden.

Via onderzoeken en audits besteedt uw gemeente aandacht aan de onderwerpen ‘fraude’ en ‘integriteit’. In de paragraaf bedrijfsvoering is als onderdeel van ‘weerbare organisatie’ een overzicht opgenomen van integriteitsmeldingen en acties. U merkt het onderwerp ‘fraude’ aan als belangrijk thema in uw jaarplan Concernaudit (2024-2025 en 2025-2026). Op basis van de benodigde competenties en capaciteiten is het eigenaarschap van de frauderisicoanalyse belegd bij Concernaudit. Aan onze aanbevelingen uit de managementletters over de afgelopen jaren wordt in uw jaarplan uitgebreid aandacht besteed. Wij constateren dat u zichtbaar een kwaliteitsimpuls heeft gegeven aan uw (proces van) frauderisicoanalyse en de verdere inbedding hiervan in de organisatie. U heeft hierbij expliciet rekening gehouden met onze adviespunten uit voorgaande jaren. Op basis van uw actuele frauderisicoanalyse adviseren wij u om: •

De frauderisico’s en beschreven interne beheersmaatregelen te betrekken in uw verbijzonderde interne controles (VIC plannen en VIC’s) om bestaan en werking van beheersmaatregelen te kunnen toetsen.

•

Aandacht te besteden aan financiële verslaggevingsrisico’s, waaronder (fraude)mogelijkheden ten aanzien van resultaatsturing.

Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/11 © 2025. Deloitte Nederland.

kernboodschap jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Bijlagen

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/12 © 2025. Deloitte Nederland.

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Bevindingen jaarrekening

Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/13 © 2025. Deloitte Nederland.

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

De financiële positie van de gemeente De vermogenspositie van uw gemeente is afgenomen Het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, maakt een duidelijk onderscheid tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten over het boekjaar 2024 bedraagt € 135 miljoen nadelig. Per saldo is tussentijds € 168 miljoen aan de reserves onttrokken, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2024 circa € 33 miljoen positief bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het overzicht hiernaast hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2024 circa 25% van het balanstotaal (ultimo 2023: 32% van het balanstotaal) en is daarmee afgenomen ten opzichte van 2023. Saldo baten en lasten Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar is weergegeven als het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente het gerealiseerde resultaat. Dit is het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemming.

Deze tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de onttrekkingen aan en stortingen in reserves gedurende het boekjaar. Deze mutaties in reserves vinden plaats op basis van door de gemeenteraad genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de eerdere politieke besluitvorming. Wat het voorgaande concreet betekent voor uw gemeente hebben wij in het overzicht hiernaast weergegeven.

Eigen vermogen (x € 1 miljoen)

2024

2023

2022

2021

2020

Eigen vermogen per 1 januari

759

831

852

822

662

Tussentijdse resultaatbestemming

168

-/- 54

-/- 56

-/- 25

-/- 40

Gerealiseerd resultaat

33

-/- 17

35

55

200

-/-135

-/-72

-/- 21

30

160

624

759

831

852

822

Gerealiseerd totaalsaldo baten en lasten Eigen vermogen per 31 december

Exploitatieresultaat (x € 1 miljoen)

Totale baten

2.034

Totale lasten

-/- 2.169

Gerealiseerd totaalsaldo baten en lasten

-/- 135

Af: stortingen in reserves

-/- 446

Bij: onttrekkingen aan reserves

614

Saldo mutaties reserves

168

Gerealiseerd resultaat

33

Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/14 © 2025. Deloitte Nederland.

kernboodschap jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Bijlagen

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

De financiële positie van de gemeente Het overzicht van baten en lasten over het boekjaar 2024 laat een nadelig gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten van € 135 miljoen zien, ten opzichte van een begroot nadelig saldo van € 144 miljoen (begroting na wijziging).

Gerealiseerd totaalsaldo baten en lasten (x € 1 miljoen) 200 100

De jaarrekening 2024 sluit – na verwerking van de mutaties in reserves – met een voordelig gerealiseerd resultaat van circa € 33 miljoen.

-

In de programmaverantwoording geeft het college per programma op hoofdlijnen een verklaring voor de gerealiseerde afwijkingen ten opzichte van de begroting na wijziging. In de rechtmatigheidsverantwoording heeft het college een overzicht opgenomen van overschrijdingen van de lasten op programmaniveau. Daarbij heeft het college onderscheid gemaakt tussen overschrijdingen die zij aanmerkt als acceptabel en niet acceptabel. In de paragraaf bedrijfsvoering geeft het college een nadere toelichting op de niet acceptabele begrotingsafwijkingen boven de vastgestelde rapportagegrens van € 500.000.

(100) (200) 2020

2021

2022

2023

2024

2023

2024

Mutaties in reserves (x € 1 miljoen) (50)

Totaalsaldo van baten en lasten (in € 1 miljoen)

(100) (150)

€ 175

(200)

€ 125

2020

2021

€ 75

Gerealiseerd resultaat (x € 1 miljoen)

€ 25 -€ 25

2022

2020

2021

2022

Begroot

Begr na wijz

2023

250 200 150 100 50 (50)

2024

-€ 75 -€ 125 -€ 175

© 2025. Deloitte Nederland.

2020

Werkelijk kernboodschap jaarrekeningcontrole

2021

2022

2023

2024 Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/15

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Bijlagen

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

De financiële positie van de gemeente Kengetallen voor gemeente Utrecht (begroot en werkelijk over de periode 2020-2024)

Solvabiliteit De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Als sprake is van een forse schuld en veel eigen vermogen (totaal van algemene en bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Grondexploitatiequote De grondexploitatiequote geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten van de gemeente. In de regel geldt: hoe hoger de grondexploitatiequote, hoe groter het risico dat de gemeente loopt. Netto schuldquote Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de ‘druk’ van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie.

Solvabiliteit 16%

45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%

14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0% 2020

Structurele exploitatieruimte

2021 Begroot

Voor de beoordeling van de financiële positie is ook van belang te kijken naar de structurele baten en lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken.

Grondexploitatiequote

2022

2023

2024

2020

2021

Werkelijk

Begroot

2022

2023

2024

Werkelijk

Structurele exploitatieruimte

Netto Schuldquote 2,50%

100%

2,00% 80%

1,50% 1,00%

60%

0,50%

40%

0,00%

20%

-0,50%

2020

2021

2022

Begroot

Werkelijk

2023

2024

-1,00%

0% 2020

2021 Begroot

2022

2023

2024

-1,50%

Werkelijk

Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/16 © 2025. Deloitte Nederland.

kernboodschap jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Bijlagen

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

De financiële positie van de gemeente Voorspellende waarde van uw begroting

Saldo baten en lasten | Begroting vs realisatie (x € 1 miljoen)

De jaarrekening 2024 sluit met een positief gerealiseerd resultaat van circa € 33 miljoen. De begroting is voor uw gemeente een belangrijk sturingsinstrument. Het is een kaderstellend document waarmee de gemeenteraad financiële en beleidsmatige kaders vaststelt waarbinnen het college haar beleid en doelen kan realiseren.

150 50

De voorspellende waarde wordt daarnaast vergroot door de mutaties aan systeemreserves die in tegenstelling tot voorgaande jaren nu in de jaarstukken verwerkt zijn in plaats bij de resultaatbestemming.

(50) (150)

U heeft als gemeenteraad de focus gelegd op het realiseren van de gestelde doelen. De realisatie hiervan is echter niet altijd in balans met de beschikbare capaciteit en mogelijkheden. In de jaarrekening 2024 is dit specifiek zichtbaar in de afwijkingen tussen investeringsbegroting en realisatie. De investeringsbegroting is meer gebaseerd op uw politiekbestuurlijke ambities dan op wat uw gemeente daadwerkelijk met de beschikbare middelen en capaciteit kan realiseren. Wij verwijzen naar onze managementletter 2024 voor onze adviezen ten aanzien van de investeringsbegroting.

2020

Versterk de sturende, monitorende en normerende rol van het concern en de directieraad.

•

Versterk de centrale interne (financiële) controlefunctie, welke aan de hand van duidelijke rollen en verantwoordelijkheden de robuustheid van het budget- en kredietbeheersingsproces moet borgen.

2022

2023

2024

Baten | Begroting vs realisatie (excl. mutaties reserves) (x € 1 miljoen) 2.050 1.850

In mindere mate bestaan (naast incidentele lasten) ook afwijkingen ten aanzien van geplande uitgaven, onder meer door het niet tijdig centraal signaleren van wijzigingen in de realisatie. Dit is mede het gevolg van de wisselwerking in de informatievoorziening van decentraal naar centraal die op onderdelen ontoereikend is om centraal te kunnen monitoren en tijdig beslissingen te nemen. Om concrete stappen te zetten bij deze constatering adviseren wij het volgende: •

2021

1.650 1.450 2020

2021

2022

2023

2024

Lasten | Begroting vs realisatie (excl. mutaties reserves) (x € 1 miljoen) 2.200 2.000 1.800

Wij zien deze stappen als van essentieel belang om de betrouwbaarheid van de informatievoorziening te verhogen en de gemeenteraad in staat te stellen adequate keuzes te maken. Wij zijn op dit aspect in onze management letter 2024 verder ingegaan.

1.600 1.400 2020

2021

2022

2023

2024 Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/17

© 2025. Deloitte Nederland.

kernboodschap jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Bijlagen

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

De financiële positie van de gemeente Weerstandscapaciteit (x € 1 miljoen)

Het weerstandsvermogen ligt in lijn met vorig boekjaar Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit op basis van de door de gemeente geschatte risico’s. Beiden zijn gemuteerd in 2024; de ratio weerstandsvermogen ligt in lijn met vorig boekjaar.

90 85

Beschikbare weerstandscapaciteit

80

De door uw gemeente berekende beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 89,3 miljoen (2023: € 71,8 miljoen). De beschikbare weerstandscapaciteit is net als de benodigde weerstandscapaciteit toegenomen ten opzichte van voorgaand jaar.

75 70 65

Benodigde weerstandscapaciteit De inventarisatie van risico’s – die in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ van het jaarverslag is opgenomen – geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, inclusief een schatting van de kans dat het geïdentificeerde risico zich voordoet, om daarmee de benodigde weerstandscapaciteit te kunnen bepalen. Daarbij geeft het college een doorlopend inzicht in de grootste risico’s (qua financiële impact en kans) voor uw gemeente, en is vermeld welke risico’s zijn vervallen en/of nieuw zijn geïdentificeerd. Ook is een inhoudelijke toelichting gegeven op nieuw gedefinieerde en gewijzigde risico’s in de top van de belangrijkste risico’s. Uw gemeente heeft op basis van deze risico-inventarisatie berekend wat de benodigde weerstandscapaciteit is. Het berekende bedrag voor specifieke risico’s bedraagt € 86,7 miljoen (2023: € 61,6 miljoen). Ten opzichte van 2023 is hiermee sprake van een toename. Uw weerstandscapaciteit van € 89,3 miljoen is nagenoeg gelijk aan de berekende risico’s van € 86,7 miljoen. Dit heeft het college inhoudelijk nader toegelicht in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ van het jaarverslag.

60 55 2020

2021

2022

Benodigde weerstandscapaciteit

2023

2024

Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandscapaciteit

1,25 1,00 0,75 0,50 0,25 2020

2021

2022

Ratio weerstandscapaciteit

© 2025. Deloitte Nederland.

kernboodschap jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

2023

2024

Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/18 Bijlagen

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/19 © 2025. Deloitte Nederland.

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf 2023 nemen gemeenten de rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening. Aan de hand hiervan legt het college verantwoording af over het rechtmatig handelen (o.b.v. het normenkader) in het boekjaar. Verantwoordings- en rapportagegrens De gemeenteraad heeft de verantwoordings- en rapporteringsgrens vastgesteld. De verantwoordingsgrens heeft het college gehanteerd bij het opmaken van de rechtmatigheidsverantwoording en de uiteindelijke conclusie daaromtrent. Fouten en onduidelijkheden die de verantwoordingsgrens niet overschrijden, zorgen voor een positieve uiting van het college waaruit blijkt dat de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. De rapporteringsgrens bepaalt de diepgang van de toelichting van het college in de paragraaf bedrijfsvoering. Uit de in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording blijkt dat de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde verantwoordingsgrens. Het totaal van onrechtmatigheden bedraagt € 16,3 miljoen, waarvan uw college € 2,9 miljoen van de onrechtmatigheden als acceptabel aanmerkt. Op basis hiervan resteert € 13,4 miljoen aan onrechtmatigheden dat uw college kwalificeert als niet acceptabel.

Normenkader Het college heeft het van toepassing zijnde normenkader in kaart gebracht. Dit normenkader is door de gemeenteraad vastgesteld in haar vergadering d.d. 12 december 2024.

Wij hebben vastgesteld dat dit normenkader leidend is geweest voor het college om te komen tot de rechtmatigheidsverantwoording en de toelichtingen in de paragraaf bedrijfsvoering. Onderstaand gaan wij verder in op de verschillende onderdelen van de rechtmatigheidsverantwoording. Begrotingscriterium Bij de rechtmatigheidsverantwoording vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de baten, lasten en balansmutaties, dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en de hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium). Uitgangspunt hiervoor is het niveau waarop de raad de budgetten in de begroting en bij investeringen geautoriseerd heeft. In de begroting zijn de bedragen voor de lasten en baten vermeld die door de raad zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting. Wij hebben vastgesteld dat het college specifieke werkzaamheden heeft uitgevoerd ten aanzien van het begrotingscriterium, zijnde controle op programmaoverschrijdingen waaronder een nulproef en controle op kredietoverschrijdingen.

De gemeenteraad en het college hebben afspraken gemaakt in welke situatie lastenoverschrijdingen onrechtmatig maar acceptabel zijn (lastenoverschrijdingen zijn en blijven onrechtmatig, maar zijn onder voorwaarden acceptabel, wat betekent dat het college deze niet hoeft toe te lichten in de paragraaf bedrijfsvoering). Hieruit blijkt het volgende: Kredietoverschrijdingen € 860.000

Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld aan de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen c.q. voorwaarden zijn afkomstig uit de relevante wet- en regelgeving zoals opgenomen in het normenkader, en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. Gemeenten stellen via de financiële verordening en/of onderliggende nota’s kaders vast die van invloed zijn op verslaggeving. Het gaat hier om de invulling van de ruimte die het BBV geeft voor eigen gemeentelijke kaders. Denk hierbij aan grenzen voor het activeren van investeringen, afschrijvingstermijnen, omgang met reserves en voorzieningen en dergelijke. Deze vallen onder het getrouwe beeld en vallen per definitie onder de reikwijdte van de reguliere accountantscontrole. Ook voorwaarden die direct van invloed zijn op de verslaggeving c.q. het getrouwe beeld van de jaarrekening worden niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

Hierbij kan worden gedacht aan het niet naleven van voorwaarden met betrekking tot recht, hoogte, duur, termijnen, normbedragen, doelgroep en grondslag bij bijvoorbeeld bijstandsverlening, maatschappelijke ondersteuning, inkomensoverdrachten en het opleggen van belastingen dat tot gevolg heeft dat de bijhorende lasten of opbrengsten onjuist of onvolledig zijn. Het niet naleven van deze voorwaarden heeft direct invloed op het getrouwe beeld van deze posten in de jaarrekening. Het onderwerp ‘aanbestedingen’ dat niet onder het getrouwheidsoordeel van de accountant valt, hebben wij op de volgende pagina nader toegelicht inclusief de wijze waarop het college dit onderwerp in haar werkzaamheden heeft betrokken.

Begrotingsrechtmatigheid € 7.895.000, waarvan € 5.032.000 als niet acceptabel is aangemerkt Ongeautoriseerde reservemutaties

€ 614.000 De ongeautoriseerde reservemutaties, zoals hierboven benoemd, hebben eveneens een impact op het getrouwe beeld van de jaarrekening. In dat kader hebben wij deze eveneens mee in ons oordeel. Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/20 © 2025. Deloitte Nederland.

kernboodschap jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Bijlagen

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Rechtmatigheidsverantwoording Aanbestedingen Uw gemeente voert in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording en specifiek de controle op de naleving van de Europese aanbestedingsregels jaarlijks een uitgebreide ‘spendanalyse’ uit, die in samenspraak met ons tot stand komt. Wij constateren dit jaar een stijging in de omvang van onrechtmatigheden als gevolg van het niet naleven van de Europese aanbestedingsregels. Uit de controle blijkt een fout van € 6,8 miljoen, terwijl over 2023 nog sprake was van een fout van € 4,8 miljoen. De toename is veroorzaakt door aanvullende diepgaandere controletechnieken door uw afdeling Concernaudit. Zij hebben in vergelijking met voorgaand boekjaar een nieuwe data-analyse methodiek (“textscraping”) toegevoegd om geconstateerde onrechtmatigheidsfouten bij een specifiek type inkoopdossiers nader te onderzoeken. Hierdoor kon Concernaudit gerichter te werk gaan in het selecteren van “risicovolle” dossiers. De onrechtmatigheid welke geconstateerd is met het toepassen van deze data-analyse bedraagt € 4,9 miljoen. Gecorrigeerd voor deze onrechtmatigheden is er sprake van een afname van circa € 2,9 miljoen in vergelijking met vorig boekjaar. Dit is het gevolg van toegenomen aandacht voor en naleving van de Europese aanbestedingswetgeving binnen de gehele gemeente en de afname van het aantal onrechtmatigheden voortkomend uit voorgaande jaren.

In uw paragraaf bedrijfsvoering heeft uw college de rechtmatigheidsfouten toegelicht en maatregelen beschreven ter voorkoming van soortgelijke bevindingen in de toekomst. Doorlopende bestellingen binnen enkele contracten blijven gedurende de contractperiode tot onrechtmatigheden leiden.

De rechtmatige naleving van de aanbestedingsregels staat hoog op uw agenda. De afgelopen jaren heeft u acties ingezet om de interne beheersing te versterken met aandacht voor: •

Inkoopbesturing en structuur.

•

De nieuwe maatschappelijke aanpak en contractmanagement.

•

Inkoop HRM.

•

Workflowmanagement en sturingsinformatie.

Als gevolg van geconstateerde fouten en ontwikkeling van preventieve maatregelen blijft de repressieve controle door de afdeling Concernaudit van belang. Daarbij moet worden nagegaan of een opdracht niet via een verkeerde procedure ‘in de markt’ is gezet. Wij constateren dat de Europese aanbestedingsafwijkingen veelal voortkomen uit het overschrijden van de contracttermijn en/of doelwaarde. Ons adviespunt blijft daarmee van kracht. Wij adviseren u om maatregelen te implementeren ten aanzien van de primaire registratie van de contracten en de looptijden, waaronder verlengingsopties, zodat tijdig kan worden gesignaleerd dat opdrachten opnieuw moeten worden aanbesteed. Ook vragen wij uw aandacht voor een toereikende inschatting van de opdrachtraming bij inkoop en aanbesteding.

Uw gemeente heeft in de afgelopen jaren diverse maatregelen getroffen om de naleving van de interne en Europese aanbestedingsregels beter te borgen. In de praktijk kan echter, als gevolg van de complexe materie en de hoeveelheid bij dit proces betrokken personen, gemakkelijk een verkeerde aanbestedingsprocedure worden gekozen.

Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/21 © 2025. Deloitte Nederland.

kernboodschap jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Bijlagen

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Sociaal domein Actualiteiten Binnen het zorgdomein (WMO en Jeugd) is een landelijke ontwikkeling zichtbaar waarbij de lasten de afgelopen jaren fors zijn toegenomen. Waar dit in eerste instantie hoofdzakelijk kwam door een toenemende zorgvraag zien we in 2024 dat er met name sprake is van een toenemende zorgzwaarte met betrekking tot de jeugdzorg. Dit betekent dat cliënten vaak een zwaardere en daarmee duurdere vorm van zorg behoeven.

Deze zelfde ontwikkeling is zichtbaar voor de gemeente Utrecht en heeft financiële consequenties. Uw gemeente monitort kosten en zorgtrajecten (w.o. trajectduur) aan de hand van dashboards en betrekt dit in de kwartaalgesprekken met zorgaanbieders. Complicerende factor bij het inschatten van de ontwikkeling van zorgkosten in de komende jaren is de verwachte ontwikkeling van de tarieven van zorgaanbieders. Zorgaanbieders hebben op dit moment te maken met sterk oplopende kosten als gevolg van loonstijgingen en oplopende huisvestingslasten. Dit leidt ertoe dat financiële posities van zorginstellingen in toenemende mate onder druk komen te staan wat naar verwachting een prijsopdrijvend effect heeft op de tarieven. Daarnaast doet er zich een aanhoudend probleem voor: zorginstellingen hebben moeite om aan deze stijgende vraag te voldoen. Capaciteitsbeperkingen en een gebrek aan personeel belemmeren het vermogen van de gemeente om adequate zorg in te kopen, ondanks de beschikbare financiële middelen. Dit resulteert in een kloof tussen wat de gemeente wenst te bieden en wat feitelijk haalbaar is. Dit speelt in zowel WMO als Jeugdzorg. In toenemende mate zal daardoor niet de zorgvraag bepalend zijn in de omvang van de zorguitgaven maar ook het aanbod. Dit is een breed maatschappelijk probleem waarbij het voor gemeenten slechts beperkt mogelijk is hierin keuzes te maken.

Het is in belang van de gemeente essentieel om tot efficiënte en effectieve oplossingen komen die de financiële druk verminderen en tegemoetkomen aan de zorgnoodzaak. De situatie vereist een geïntegreerde aanpak waarbij financiële duurzaamheid en kwalitatieve zorgverlening centraal staan.

Om adequaat in te spelen op bovengenoemde ontwikkelingen, is uw gemeente voornemens om met ingang van 2027 de zorg binnen het WMOdomein onder te brengen bij één zorgaanbieder. Hiermee streeft uw gemeente naar het vereenvoudigen en versnellen van aanbieden van ondersteuning en hulp, doordat buurtteams, huisartsen en andere zorgverleners meer samenwerken. Hierdoor borgt de gemeente de toekomstbestendigheid van de zorg en kunnen de beschikbare middelen effectiever worden benut. Bijstelling vierkantbudget

Uw organisatie erkent dat de tertaalgesprekken bijdragen aan een betere monitoringscyclus, zowel kwalitatief en kwantitatief. Wij constateren bij de jaarrekeningcontrole 2024 een afname, zowel in aantallen als in euro’s, van de bijstellingen van de vierkantbudgetten ten opzichte van de jaarrekeningcontrole 2023. Als gevolg van de eerder benoemde verschillen verkrijgen wij, als onderdeel van de jaarrekeningcontrole 2024, vóór afgifte van onze controleverklaring de wederzijds getekende overeenkomsten over het definitieve vierkantbudget 2024 van uw belangrijkste zorgaanbieders.

Jaarlijks verkrijgt u inzicht in het definitieve vierkantbudget aan de hand van periodieke gesprekken met zorgaanbieders in het opvolgende boekjaar. De overeenstemming over het definitieve vierkantbudget krijgt zijn weerslag in een wederzijds ondertekend document, waarin de financiële afspraken over het boekjaar definitief zijn vastgelegd. Als gevolg van de timing van deze ondertekening in april of mei van het opvolgende boekjaar, maakt de overeenkomst betreffende het definitieve vierkantbudget géén deel uit van uw onderbouwing bij de jaarrekening. Dit heeft invloed op de doorlooptijd van uw verantwoordingsproces en van ons controleproces. In de jaarrekening verantwoordt u immers een schuldpositie die gebaseerd is op een voorlopige inschatting. In onze managementletters van de afgelopen jaren adviseerden wij uw college om het proces van het komen tot een definitieve afrekening met uw zorgaanbieders te vervroegen, zodat in de jaarrekening geen onzekerheid bestaat over de afrekening met deze zorgaanbieders en/of over de schuldpositie in de jaarrekening. Wij constateren bij de jaarrekeningcontrole 2024 ten aanzien van aantal van uw zorgaanbieders op basis van de overeenkomst over het definitieve vierkantbudget een afwijking van € 2,8 miljoen ten opzichte van de verwachte positie zoals opgenomen in de jaarrekening 2023.

Dit heeft geleid tot een lagere verplichting bij Jeugd voor circa € 1 miljoen en een hogere verplichting bij Wmo in de jaarrekening 2023 van circa € 1,2 miljoen. Met ingang van 2024 bent u overgestapt van kwartaalgesprekken naar tertaalgesprekken om de benoemde onzekerheid te verminderen en de periodieke monitoring en bijsturing te verbeteren. Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/22

© 2025. Deloitte Nederland.

kernboodschap jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Bijlagen

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Herstel wervengebied Complexiteit in herstel wervengebied In uw monumentale centrum vindt op dit moment, en de aankomende jaren, een omvangrijke renovatie plaats van particuliere en gemeentelijke werfkelders. Het wervengebied is ongeveer 900 jaar oud en behoeft (grootschalige) renovatie en herstel. Het herstel van het wervengebied ziet u als integraal onderdeel van uw publieke taak. De gemeente is namelijk verantwoordelijk voor de veiligheid in het gebied en heeft tegelijkertijd profijt van de monumentale en toeristische waarde van het wervengebied. Door onder andere een Commissie van Wijzen Wervengebied (CvWW) en andere deskundigen is een integrale aanpak vormgegeven met als doel dat het voorkómen van schade een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van de gemeente én de eigenaren. Ook hierbij heeft de gemeente een bijzondere taak: de gemeente heeft de eindverantwoordelijkheid (met de daarbij horende regierol) voor het schadeherstel en het latere behoud. Als gevolg van de eindverantwoordelijke rol, heeft de gemeente een zorgplicht naar de verschillende (particuliere) keldereigenaren om het cultureel erfgoed te herstellen. Dit is vorm gegeven door middel van een subsidieregeling voor keldereigenaren.

Keldereigenaren kunnen onder de subsidieregeling ‘Nadere regel pilotfase subsidie kelders wervengebied gemeente Utrecht 2025’ een aanvraag indienen voor een (gedeeltelijke) subsidiëring van de gemaakte kosten voor het herstel van de desbetreffende werfkelder. Per subsidieaanvraag vindt vervolgens een beoordeling plaats. Analoog aan het complexe karakter van het herstel van het wervenbied, is de financiële- en verslaggeving technische uitwerking eveneens complex van aard. Het verstrekken van een investeringssubsidie aan (particuliere) keldereigenaren vertoont namelijk kenmerken van een immaterieel vast actief, te weten ‘Bijdragen aan activa in eigendom van derden’ (art. 61 BBV). In specifieke gevallen is namelijk sprake van (i) een investering door een derde, (ii) draagt deze investering bij aan de publieke taak, (iii) heeft de derde zicht verplicht tot investeringen in verband met het borgen van de veiligheid en kan de bijdrage teruggevorderd worden op grond van de onderliggende subsidieregeling.

In het geval een subsidie wordt verstrekt aan een particulier dan wel een rechtspersoon die niet activeert en afschrijft (het kasstelsel), kan conform artikel 64 lid 6 BBV geen gemeentelijke afschrijvingsduur toegekend worden aangezien de derde partij de verrichte investering niet activeert. In dit geval moet de verstrekte investeringssubsidie direct ten laste van de gemeentelijke exploitatie worden verwerkt.

Gezien de verwachte omvang van de subsidieregeling en de wisselende verwerkingswijze per verstrekte subsidie, achten wij het van belang dat u gedurende 2025 een stroomschema opstelt om per verstrekte subsidie de bijbehorende verwerkingswijze kunt bepalen. Hiermee creëert u eenvoud in de financiële- en verslaggeving technische uitwerking van deze complexe herstelwerkzaamheden.

Aangezien de te verrichten investeringen (door zowel gemeente als particuliere keldereigenaar) in meer of mindere mate verweven is met de maatschappelijke ruimte van de gemeente, in casu dienen de werfkelders dan als fundering voor de bovenliggende straten en trottoirs, kan in bepaalde gevallen ook sprake zijn van een investering door de gemeente. De investering heeft namelijk betrekking op een bestaand actief (i), zorgt voor een significante kwaliteitsverbetering (ii) en levensduurverlengend (iii). In deze situatie kan de verstrekte investeringssubsidie geclassificeerd worden als een investering met maatschappelijk nut in de openbare ruimte en stelselmatig worden afgeschreven.

Wij gaan graag met uw organisatie in overleg om de verslaggevingstechnische aspecten uit te diepen en tot een gedegen stroomschema te komen.

Gezien de verwevenheid van de verstrekte investeringssubsidies met de openbare ruimte, de rechtsvormen van de subsidieontvangers en verschillende verwerkingswijzen, is het van belang om per verstrekte subsidie een afweging te maken wat de bijpassende verwerkingswijze is. Van uw organisatie hebben wij begrepen dat de totale subsidieregeling een bedrag van circa € 125 miljoen behelst tot en met 2035. Verwerkingswijze 2024 Per 31-12-2024 is een bedrag van circa € 2,4 miljoen aan subsidies verstrekt voor het herstel van (particuliere) werfkelders. Van uw organisatie hebben we begrepen dat de onderliggende herstel- en renovatiewerkzaamheden per balansdatum nog onderhanden zijn en dat de subsidies nog niet zijn vastgesteld. Hierdoor voldoen de verstrekte subsidies nog niet aan uw activeringscriteria uit de Nota Waava en zijn deze per balansdatum verantwoord als ‘Vooruitbetaald bedrag’ onder de overlopende activa. Verwerkingswijze 2025 en verder Naar verwachting zullen medio 2025 de eerste subsidies vastgesteld gaan worden.

Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/23 © 2025. Deloitte Nederland.

kernboodschap jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Bijlagen

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Accountantsverslag 2024 2505445BB9/WK/24 © 2025. Deloitte Nederland.

Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 16 May 2025

Voorraad onderhanden werk (grondexploitatie) •

De voorraad onderhanden werk De balanspost met de belangrijkste schattingen in de jaarrekening betreft de voorraad onderhanden werk, waaronder de bouwgronden in exploitatie (grondexploitatie). Deze balanspost is door het saldo ultimo 2024 ad € 107,7 miljoen relevant voor de accountantscontrole, maar ook door de schattingen die een rol spelen bij het ramen van de in 2025 e.v. nog te realiseren lasten ad € 775 miljoen en baten ad € 895 miljoen. De nog te realiseren baten en lasten vormen samen met de boekwaarde de basis voor de waardering in de jaarrekening, oftewel het verwachte resultaat bij afsluiting van de projecten. Dit leidt tot een voorziening indien het college verwacht dat het project verlieslatend is en tot (tussentijdse) winstneming bij een verwachte winst. Voor de waardering van grondexploitatie dient de gemeente per individueel project te bepalen of de gemeente de boekwaarde plus de in de toekomst nog te realiseren kosten en opbrengsten, naar beste schatting, terugverdient. Ultimo 2024 gaat het om 13 individuele projecten. De gemeente Utrecht schat ultimo 2024 in dat de totale omvang van de niet terug te verdienen kosten op de gehele grondexploitatie circa € 104,7 miljoen bedraagt (2023: € 108,7 miljoen). Hiervoor is een voorziening getroffen. Deze voorziening is voor een bedrag van € 66,5 miljoen in mindering gebracht op de bouwgronden in exploitatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ccf4f2ed-b5d6-4c23-a65d-6f4e1425f3a0