CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

aanpak schooluitval en kinderen maximale ontwikkelingskansen bieden

Raadsinformatiebijeenkomst 11 september 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Inclusief Onderwijs4.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2025, NUMMER 22

Datum Van Behandeld door E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

24 maart 2025 College B&W Alian de Jong alian.de.jong@utrecht.nl 30211422 Onderwijs

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2025 nummer 22 van Maartje Vermeulen (GroenLinks), Jurriaan Otto (EenUtrecht), Derk van Bergen (ChristenUnie), Hester Assen (PvdA), Venita Dada-Anthonij (D66) van 12 februari 2025 over aanpak schooluitval en kinderen maximale ontwikkelingskansen bieden. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Het rapport van Balans noemt de thuiszittersproblematiek ‘de kanarie in de kolenmijn, waar een structureel probleem aan ten grondslag ligt, namelijk het niet in staat zijn om volwaardig onderwijs te bieden waarop kinderen recht hebben’. Hebben wij in beeld hoeveel kinderen geen volwaardig onderwijs volgen in Utrecht? Antwoord 1 Nee, wij hebben niet alle kinderen in Utrecht in beeld die geen volwaardig onderwijs volgen. Hieronder zetten we uiteen welke groepen we wel volledig in beeld hebben, en welke niet. We rapporteren jaarlijks de cijfers over de kinderen die we in beeld hebben in het jaarverslag van Leerlingzaken, wat wij openbaar maken en aan uw raad sturen. We hebben in beeld vanuit onze eigen gemeentelijke administratie: • de leerplichtige kinderen geen schoolinschrijving hebben (absoluut verzuim); • de kinderen met een vrijstelling hebben op grond van artikel 5a, 5b of 5c van de leerplichtwet.

We hebben in beeld op basis van meldingen van de scholen: • de kinderen die meer dan 16 uur in vier weken ongeoorloofd verzuimen mét een schoolinschrijving (signaal verzuim); • de kinderen die langer dan vier weken aaneengesloten verzuimen, ongeacht de reden. Zij worden geregistreerd als thuiszitter. We hebben niet (volledig) in beeld: • de kinderen die minder dan vier weken aaneengesloten geoorloofd verzuimen; • de kinderen die niet in staat zijn een hele week onderwijs te volgen, maar wel af en toe een uurtje. Zij kunnen vallen onder de “beleidsregel instemmen afwijken van verplichte aantal uren

•

onderwijstijd” (variawet), categorie D als de school hiervoor toestemming van de inspectie heeft gekregen. De kinderen van 4 jaar (nog niet leerplichtig) die zich nog niet hebben aangemeld voor een basisschool. Deze hebben we niet actueel in beeld maar we houden wel cijfers bij over voorgaande schooljaren omdat deze met terugwerkende kracht zichtbaar worden. Het waren in schooljaar 2022-2023 122 kinderen (3%). De redenen voor het niet aanmelden variëren: het kan gaan om kinderen die niet, of nog niet in staat zijn naar school te gaan, of om kinderen met een achtergrond uit een land waar schoolgang met vier jaar niet gebruikelijk is, of andere redenen.

Vraag 2 De cijfers in het jaarverslag Leerlingzaken Utrecht 2024 laten een stijgende lijn zien. Toch is de indruk op basis van signalen van ouders en andere rapporten dat het aantal nog hoger zou liggen. Kan het zijn dat we toch niet iedereen in beeld hebben? Worden bijvoorbeeld kinderen die onder de variawet vallen wel meegenomen? Antwoord 2 Zie het antwoord op vraag 1, we hebben een groot deel, maar niet iedereen in beeld. De kinderen die onder de Variawet vallen hebben wij niet altijd in beeld en scholen zijn ook niet verplicht om die bij ons te melden. Vraag 3 Ouders geven aan dat het voor hen onduidelijk is of en op welke wijze hun kind terugkomt in de cijfers. Kan het college inzichtelijk maken aan ouders wanneer er is gemeld en op welke wijze de melding terugkomt in de cijfers? Antwoord 3 Ja. Wij hanteren de volgende categorieën voor onze registratie, zoals wij deze publiceren in het jaarverslag van Leerlingzaken: • Wanneer een leerling meer dan 16 uur in vier weken verzuimt en de school dat meldt, valt de leerling onder het kopje: signaal verzuim. Op het moment dat een school een melding doet van verzuim bij leerplicht, is het de verantwoordelijkheid van de school om ouders hierover te informeren. • Wanneer een leerling ingeschreven staat op school, maar de school vier weken aaneengesloten niet bezoekt valt de leerling in de cijfers onder het kopje: thuiszitter.

• Wanneer een kind geen schoolinschrijving heeft maar wel een vrijstelling valt het kind in de cijfers onder het kopje: vrijstelling. • Wanneer het kind geen schoolinschrijving en geen vrijstelling heeft valt het in de cijfers onder het kopje: absoluut verzuim. • Wanneer leerplicht betrokken raakt voor bemiddeling of preventie valt dit onder het kopje: bemiddeling. Ouders hebben recht op inzage in het dossier en de registratie van hun kind bij Leerplicht, en kunnen daar altijd een verzoek voor doen. Vraag 4 Het melden van afwezigheid is afhankelijk van de meldingsbereidheid van de school. Hoe zorgen we ervoor dat scholen daadwerkelijk melden? In de Utrechtse Onderwijsagenda (UOA) wordt het registreren van schoolaanwezigheid en het veranderen van leerplicht naar leerrecht genoemd. Hoe staat het hiermee? En hoe kijkt het college naar een meldpunt om verborgen thuiszitters kinderen in beeld te krijgen, zoals in Rotterdam gebeurt?

2

Antwoord 4 Om ervoor te zorgen dat scholen daadwerkelijk melden, is er een wettelijke verplichting om te melden. De onderwijsinspectie houdt hier toezicht op. Wij zien het daarbij als kernpartner leerplicht als onze taak om het belang van signaleren en melden te benadrukken. In de UOA hebben we afgesproken dat we aanwezigheid centraal stellen in plaats van verzuim; van leerplicht naar ontwikkelrecht. Inzetten op schoolaanwezigheid houdt in dat scholen signaleren welke leerlingen of groepen leerlingen niet maximaal deelnemen aan het onderwijsproces en dat scholen nadenken over hoe ze dat kunnen verbeteren. Door heel precies te kijken naar patronen van aan- en afwezigheid kunnen scholen bedenken wat er nodig is om betrokkenheid bij de lessen te vergroten, en kunnen zij zorgen voor een positief school- en klassenklimaat waarin alle leerlingen zich veilig voelen en ouders zich als partners van de school medeverantwoordelijk voelen voor maximale aanwezigheid. Deze werkwijze wordt momenteel binnen één school in het voortgezet onderwijs in partnerschap met het samenwerkingsverband geïntroduceerd. Het is nog te vroeg om iets over de opbrengst van deze werkwijze in Utrecht te kunnen melden. Het meldpunt dat in Rotterdam heeft gefunctioneerd, was opgezet ten behoeve van het onderzoek van de ombudsvrouw Rotterdam over thuiszitters. Het is van februari tot april 2024 actief geweest.

88 personen hebben zich bij dit meldpunt gemeld, die niet allemaal uit Rotterdam afkomstig waren. De meldingen zijn verwerkt in de conclusies van het Rotterdamse onderzoek en geven een kwalitatief beeld, dat input is geweest voor het rapport van de ombudsvrouw (zie pagina 11 van het rapport van de ombudsvrouw Rotterdam-Rijnmond) Wij zien de vertaling naar een Utrechtse variant van een dergelijk meldpunt dan momenteel ook niet als helpend in de aanpak van thuiszittersproblematiek. Er is door onze leerplichtambtenaren recentelijk een onderzoek gedaan onder ouders van alle thuiszittende kinderen die we in beeld hebben. Dit is gedaan in het kader van de doorontwikkeling van de thuiszittersroutekaart en de kernpartneraanpak. Vraag 5 In het kader van elk kind heeft leerrecht zien we dat in Utrecht het bij de ‘Samen naar Schoolklassen’ niet lukt om kinderen daadwerkelijk in te schrijven in het onderwijs. Waarom lukt dit steeds maar niet en wat kan het college hierin betekenen? Antwoord 5 Wij blijven het belang van een goede systemische inbedding van de Samen naar Schoolklassen benadrukken bij de schoolbesturen en het samenwerkingsverband. We zijn met deze partijen en de Samen naar Schoolklassen in gesprek om hiervoor een oplossing te vinden, waarbij een plaatsing mét schoolinschrijving één van de oplossingsrichtingen is die we verkennen.

Hierbij winnen we advies in bij andere regio’s en stichtingen zoals Het Gehandicapte Kind. Er zijn vanuit andere gemeenten voorbeelden bekend waar de Samen naar Schoolklassen wel onder de verantwoordelijkheid van een schoolbestuur zijn opgezet. De kinderen die hier naartoe gaan, verblijven daar doorgaans tijdelijk met perspectief op terugkeer naar de reguliere school. Daarmee hebben deze klassen een andere functie dan de Samen naar Schoolklassen in Utrecht. We blijven hierover in gesprek met de initiatiefnemers van de Samen naar Schoolklassen en het onderwijs. De schoolinschrijving voor kinderen in een Samen naar Schoolklas, wordt bemoeilijkt door wetgeving. De Utrechtse Samen naar Schoolklassen bieden in feite (op ontwikkeling gerichte) zorg in een schoolgebouw. Van formeel onderwijs is geen sprake. Wanneer de kinderen ingeschreven worden op een school, vallen zij (ook financieel) onder de verantwoordelijkheid en de zorgplicht van die school. De school is dan verplicht om voldoende onderwijstijd aan te bieden aan de kinderen. Wanneer de school een kind zou inschrijven en zich zou willen beroepen op de Variawet, mag dat alleen wanneer de zorg ingezet wordt met als doel dat het kind uiteindelijk (weer) kan instromen op de school en de zorg niet uitbesteed wordt aan een andere partij.

Omdat voor een deel van de kinderen in de Utrechtse Samen naar Schoolklassen het perspectief op instroom op de school klein is, biedt de Variawet geen uitkomst in dit geval. Dit maakt dat kinderen in de Samen naar Schoolklassen 3

vooralsnog hetzij absoluut verzuimen, hetzij een beroep moeten doen op een vrijstelling, terwijl zij wel dagelijks naar een schoolgebouw gaan. Vraag 6 De kinderombudsman Rotterdam heeft dit najaar een uitgebreid rapport uitgebracht over schooluitval, op basis waarvan een actieplan is opgesteld. Het plan richt zich op drie speerpunten: 1) Acute hulp voor kinderen die nú een plek nodig hebben; 2) Een dekkend netwerk van ondersteuning in Rotterdam; 3) Een structurele aanpak om te voorkomen dat kinderen thuis komen te zitten. Wat kan hieruit meegenomen worden voor de Utrechtse aanpak en zijn er nog andere gemeenten waarmee we hierover contact hebben? Antwoord 6 We staan in G4 verband doorlopend in contact om van elkaars oplossingen te leren. Zo delen we good practices uit de Utrechtse kernpartneraanpak met onder andere Rotterdam en vice versa. Tegelijkertijd kent elke stad zijn eigen context en uitdagingen en zijn oplossingen niet een op een over te nemen. We hebben met belangstelling kennisgenomen van het rapport uit Rotterdam en de verdere Rotterdamse aanpak. Ook wij proberen te werken aan een combinatie van oplossen van acute problemen, een dekkend netwerk en een lange termijn oplossing. We bouwen voor de langere termijn met de jeugdhulp- en onderwijspartners aan een dekkend aanbod (volledig maken van het continuüm van onderwijs en zorg).

Dit doen we op basis van data, zodat we zien hoe kinderen zich door het systeem bewegen en waar er gaten vallen. Daarnaast constateren we de afgelopen maanden een toename van in het aantal kinderen dat thuis komt te zitten. Hierover zijn we in gesprek met scholen, jeugdhulp en kernpartners, zodat we op korte termijn oplossingen kunnen bieden. Vraag 7 Volgens het rapport van Balans ontbreekt bij leerkrachten en scholen vaak kennis en ruimte om passend en gedifferentieerd onderwijs te kunnen bieden? Herkent het college dit? En welke stappen kunnen worden gezet om scholen hierin te ondersteunen? Antwoord 7 Wij herkennen dat in scholen die een tekort aan personeel hebben minder ruimte is om passend en gedifferentieerd onderwijs te bieden. De uitdagende schoolpopulatie in de grote steden, met een diversiteit aan leerlingen in de klassen, vraagt veel van onderwijsprofessionals. Wij dringen het personeelstekort terug door samen met schoolbesturen te werken aan goede opleidingen, begeleiding voor stagiairs en starters, ontwikkelperspectieven voor personeel en door onderwijs slimmer te organiseren. Wij vragen samen het de G4 en Almere daarom ook aan het ministerie van OCW om te blijven investeren in de aanpak van het personeelstekort in specifiek de G4 en Almere.

Vraag 8 Wij lezen in de onderwijsbrieven en horen van scholen over een teruglopend arrangement van het samenwerkingsverband en bezuinigingen bij jeugdzorg, wat het nog lastiger maakt om passend onderwijs te bieden. Dit komt ook terug in het manifest van scholen uit Leidsche Rijn. Welke oplossingen ziet het college op de korte en langere termijn? Antwoord 8 De teruglopende middelen zijn een feit in een tijd waarin bezuinigd moet worden. Dit is voor alle betrokkenen moeilijk. We zien het onze opdracht om kwetsbare kinderen hier niet de dupe van te laten worden. Uit het manifest van de scholen uit Leidsche Rijn blijkt dat het juist nu heel erg belangrijk is om te zorgen voor een stevige sociale basis en waar mogelijk de middelen voor jeugdhulp en onderwijs gezamenlijk in te zetten. Over het manifest van de scholen in Leidse Rijn krijgt uw raad in een komende kwartaalbrief meer te horen. Op dit moment zijn we mogelijke richtingen aan het uitwerken voor concrete oplossingen op korte en langere termijn, die in eerste aanzet besproken 4

zullen worden op de Stadstafel Jeugd van 2 april. Een van de belangrijke elementen in dit samenspel, die niet rechtstreeks door ons is te beïnvloeden, is hoe het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband PO eruit komt te zien. Vraag 9 Om tot een dekkend netwerk van ondersteuning te komen werken onderwijs, jeugd en zorg samen in de kernpartneraanpak. We horen dat ouders hierbij een volwaardige plek aan tafel willen. Daarbij is de wet versterking positie ouders en leerlingen passend onderwijs in werking getreden. Wat betekent dit voor de Utrechtse aanpak? Antwoord 9 Een van de uitgangspunten van de kernpartneraanpak is dat afspraken altijd samen met ouders gemaakt worden, in plaats van over ouders. Ouders wordt altijd een plek aan tafel geboden, zowel bij het opstellen van het ontwikkelperspectief door de school, als bij het plan van wat kernpartners maken wanneer een kind thuiszit. In de vraagstelling wordt gesproken over een "volwaardige” plek aan tafel. Wij kunnen uw vraag zo interpreteren als dat er wel een plek geboden wordt, maar dat deze niet als volwaardig wordt ervaren. In de lopende evaluatie van de kernpartneraanpak is een enquête uitgezet onder ouders van thuiszittende kinderen, om hen te vragen naar hun ervaringen en hoe we daar beter op aan kunnen sluiten. We zullen deze resultaten verwerken in de aanpak.

De nieuwe wet versterking positie ouders en leerlingen passend onderwijs regelt dat scholen per 1 augustus 2025 het volledige ondersteuningsaanbod in de schoolgids moeten opnemen, en leerlingen zelf zowel op school- als individueel niveau hoorrecht krijgen over de ondersteuning en het ontwikkelingsperspectief plan. Dit verandert de werkwijze van de kernpartners niet direct, maar deze nieuwe ontwikkelingen worden wel betrokken bij het maken van een plan voor de leerling. Vraag 10 Een school kan zich handelingsverlegen verklaren. Scholen gaan hier verschillend mee om, terwijl hier veel vanaf hangt voor kind en ouders, in het krijgen van hulp. Herkent het college dit en wat wordt er gedaan om ervoor te zorgen dat er een gelijk speelveld is voor scholen, ouders en kinderen? Kunnen afspraken gemaakt worden met scholen en is er contact met de inspectie zoals de kinderombudsman adviseert? Antwoord 10 Wij herkennen in zoverre dat scholen verschillend met handelingsverlegenheid omgaan, dat niet elke school dezelfde ondersteuning biedt en even ver gaat in het ondersteunen van leerlingen. Het speelveld wordt bepaald door de stappen die vooraf gaan aan het uitspreken van handelingsverlegenheid. Handelingsverlegen houdt in dat een school vaststelt dat deze een leerling niet de benodigde ondersteuning kan bieden.

Aan het verklaren van handelingsverlegenheid, liggen twee documenten ten grondslag: - Het ondersteuningsoverzicht (voorheen schoolondersteuningsprofiel, of SOP). Hierin legt de school samen met het samenwerkingsverband alle informatie vast over de beschikbare basisen extra ondersteuning op de school. - Het ontwikkelingsperspectief van de leerling. In dit plan legt school samen met ouders (en met ingang van het hoorrecht ook de leerling) vast wat de ondersteuningsbehoefte van de leerling is en met welke doelen die zich ontwikkelt. Het kan per school verschillen hoe ver de ondersteuning reikt, maar een school kan zich niet handelingsverlegen verklaren wanneer er geen plan is gemaakt voor de leerling. Voordat een school dit besluit kan nemen, moet deze eerst onderzoeken welke ondersteuning de leerling nodig heeft en of de school deze kan bieden. Kan de school de ondersteuning zelf niet bieden, dan moet de school een andere passende onderwijsplek voor de leerling vinden. Kortom, handelingsverlegenheid ontslaat een school niet van de plicht om te blijven zoeken naar een passende plek voor de leerling Het samenwerkingsverband, en soms ook andere kernpartners, denkt mee over dit plan en eventuele 5

extra mogelijkheden voor ondersteuning. Ook maakt het samenwerkingsverband afspraken over de extra ondersteuning met scholen en is het verantwoordelijkheid voor het dekkende aanbod van deze ondersteuning. Wij hebben tot nu toe geen contact met de inspectie over dit onderwerp. We kunnen in het advies van de ombudsman dit specifieke advies niet terugvinden. En hoewel wij het als gespreksonderwerp zouden kunnen benoemen, ligt dit onderwerp mogelijk meer in lijn als bespreekpunt tussen inspectie en samenwerkingsverband. Vraag 11 Uit gesprekken met ouders en het onderzoek van Balans blijkt dat er weinig oog is voor terugplaatsing naar de oorspronkelijke school. Hoe gaat dit in Utrecht en kan het college aangeven of en hoe vaak dit gebeurt? Antwoord 11 Op het moment dat een kind (tijdelijk) naar een andere school moet (of dat nu op PO is of op VO), is er meestal al veel gebeurd op de oorspronkelijke school. Terugplaatsen wordt altijd onderzocht en wordt gedaan als dit de beste plek is, maar het kan dat het kind elders beter tot diens recht komt. In de Voortgangsrapportage passend onderwijs en voortijdig schoolverlaten Q1 2025 informeerden wij uw raad over de trajectvoorzieningen in het voortgezet onderwijs. Met deze voorzieningen wordt voorkomen dat een leerling (tijdelijk) naar een andere school moet.

Dit ondervangt eventuele problemen met terugplaatsen, omdat de leerling de eigen school niet hoeft te verlaten. De Universiteit Utrecht doet in samenwerking met Sterk VO en de scholen onderzoek naar de effectiviteit van de trajectklassen. Het onderzoek heeft een looptijd van minimaal een jaar en de eerste uitkomsten worden in de zomer van 2025 verwacht. Vraag 12 In het recente onderzoek van de inspectie dat negatieve ervaringen op school en het ontbreken van ondersteuning belangrijke beweegredenen zijn om voor een particuliere school te kiezen. Er wordt gesuggereerd om deze ontwikkeling in samenhang met de thuiszittersproblematiek verder te onderzoeken. Hoe kijk het college hiernaar? Antwoord 12 Er zijn uiteenlopende redenen voor ouders om te kiezen voor particulier onderwijs. We zien op dit moment geen aanleiding om dit nader te onderzoeken omdat we geen signalen hebben dat er sprake is van een relatie met thuiszittersproblematiek. Vraag 13 Ouders en kinderen zitten in een kwetsbare positie, want Leerplicht zou dwang en drang op kunnen leggen. Uit het onderzoek van Balans komt dat 36% dwang en drang ervaart. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst van juni 2024 werd gezegd dat dit in Utrecht niet gebeurt.

Kan het college garanderen dat van dergelijke dwang en drang geen sprake is en aangeven hoe dit naar ouders, school en andere partners wordt gecommuniceerd Antwoord 13 Nee, we kunnen niet toezeggen dat er van dwang en drang nooit sprake is, omdat we deze wettelijke verantwoordelijkheid soms in moeten zetten om kinderen te beschermen. Onze leerplichtambtenaren werken vanuit gelijkwaardigheid, maar ook vanuit professionele expertise samen met ouders en jongere om het thuiszitten op te lossen. We handelen in het belang van het kind, en hebben daarbij professionele verantwoordelijkheid en onze wettelijke taak. Aan dwang en drang gaat veel vooraf en we werken conform de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS), waarin vrijwillige hulp altijd voorop staat. Ook hanteren we de Landelijke Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, waartoe we verplicht zijn.

6

Vraag 14 Kinderen hebben op basis van artikel 12 van het kinderrechtenverdrag het recht om mee te denken bij beleid dat hen raakt. Worden zij betrokken bij de Utrechtse aanpak en de routekaart? En gebruikt het college de kinderrechtentoets van de kinderombudsman? Antwoord 14 Ja, kinderen worden uitgenodigd om hun ervaringen te delen in het onderzoek naar de routekaart maar tot nu toe hebben zij dat nog niet gedaan. Wij hebben een enquête uitgezet onder ouders van thuiszittende kinderen die te maken hebben gehad met Leerplicht, en hen gevraagd of we hun kinderen mogen benaderen om mee te praten. Helaas heeft geen van de ouders aangegeven dat hun kind hier voor open staat of toe in staat is. De kinderrechtentoets toets is op 8 december 2024, de dag van Internationale dag van de mensenrechten gelanceerd en kan door elke gemeentelijke organisatie gebruikt worden. Mogelijk gaat de Nationale Ombudsman trainingen aanbieden aan gemeentelijke- en rijksorganisaties. Wij staan er positief tegenover om deze te laten volgen door de ambtelijke organisatie. De mogelijkheden van het toepassen van de kinderrechtentoets op het recht op (passend) onderwijs worden momenteel verkend. Vraag 15 Kinderen die niet naar school gaan, kunnen in isolement terechtkomen of een leerachterstand oplopen.

Is het college bekend met de pilot digitaal thuisonderwijs? En zou dit als preventief middel gebruikt kunnen worden alvorens kinderen helemaal uitvallen? Antwoord 15 Ja, wij zijn bekend met de mogelijkheid van digitaal afstandsonderwijs en zien in het voortgezet onderwijs ook gevallen waarin dit wordt ingezet. Wettelijk is het geven van digitaal afstandsonderwijs alleen toegestaan voor kinderen die wegens psychische of medische redenen niet naar school kunnen. Digitaal afstandsonderwijs is besproken op het thuiszittersoverleg met de kernpartners en de PO-besturen. Scholen in het PO geven aan dat in het primair onderwijs deze mogelijkheid in principe niet goed is vanwege de gevolgen voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, echter erkennen zij dat het in sommige gevallen uitkomst kan bieden. Het preventief inzetten van digitaal afstandsonderwijs ter voorkoming van uitval, zou samen met de scholen en besturen onderzocht moeten worden, wij kunnen dit aandragen als mogelijkheid maar kunnen niet voor het onderwijs de keuze maken over de inzet van dit middel.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

7

Schriftelijke vragen over aanpak schooluitval en kinderen maximale ontwikkelingskansen bieden 12 februari 2025 Al jaren horen wij berichten van een toenemend aantal kinderen dat geen of maar beperkt onderwijs volgt. Sommigen starten helemaal niet, anderen later1, vallen uit of stoppen vroegtijdig. We hebben het afgelopen jaar diverse bijeenkomsten en een debat gehad. Het college laat zien dat ze de signalen serieus neemt en heeft op 4 februari een uitgebreide brief gestuurd met nieuwe cijfers met toelichting. Toch is het voor ons onduidelijk wat Utrecht nu anders gaat doen, terwijl we zowel in deze cijfers als in landelijke rapporten zien dat het aantal kinderen dat geen volwaardig onderwijs volgt stijgt. Uit het rapport ‘Thuiszitters Tellen’ van Balans2 komt naar voren dat er nog veel meer kinderen geen volwaardig onderwijs krijgen dan we in beeld hebben en dat we dit niet alleen op individueel niveau moeten bekijken maar dat het een systemisch probleem is, waar ook de gemeente een rol in heeft. Daarbij horen we steeds vaker van ouders, scholen en hulpverleners dat zij zich soms ook geen raad meer weten.3 Wij maken ons grote zorgen en willen de trend stoppen. Kinderen hebben recht op onderwijs, elk kind zou onderwijs moeten kunnen volgen ofwel in lijn van oudbestuursvoorzitter Tjeerd de Jong.

“Elk kind verdient maximale ontwikkelingskansen.”4 De fracties van GroenLinks, EenUtrecht, ChristenUnie, PvdA en D66 willen met onderstaande vragen een aanzet geven tot het verbeteren van de Utrechtse aanpak. •

•

•

Het rapport van Balans noemt de thuiszittersproblematiek ‘de kanarie in de kolenmijn, waar een structureel probleem aan ten grondslag ligt, namelijk het niet in staat zijn om volwaardig onderwijs te bieden waarop kinderen recht hebben’. Hebben wij in beeld hoeveel kinderen geen volwaardig onderwijs volgen in Utrecht? De cijfers in het jaarverslag leerlingzaken Utrecht 2024 laten een stijgende lijn zien.5 Toch is de indruk op basis van signalen van ouders en andere rapporten dat het aantal nog hoger zou liggen. Kan het zijn dat we toch niet iedereen in beeld hebben? Worden bijvoorbeeld kinderen die onder de variawet vallen wel meegenomen?6 Ouders geven aan dat het voor hen onduidelijk is of en op welke wijze hun kind terugkomt in de cijfers. Kan het college inzichtelijk maken aan ouders wanneer er is gemeld en op welke wijze de melding terugkomt in de cijfers?

1 Een kind dat pas met zeven jaar naar school gaat? Dat probeert de peuterconsulent te voorkomen - NRC 2 Thuiszitters tellen - Balans 3

Manifest scholen Leidsche Rijn, januari 2025

4 UOA

5 Te veel kinderen krijgen geen onderwijs, zorgen om blijvende problematiek van thuiszitters | De Kinderombudsman 6 Maatwerk in onderwijstijd voor leerlingen met een beperking | Onderwijstijd | Inspectie van het onderwijs

8

1. Het melden van afwezigheid is afhankelijk van de meldingsbereidheid van de school. Hoe zorgen we ervoor dat scholen daadwerkelijk melden? In de Utrechtse Onderwijsagenda (UOA) wordt het registreren van schoolaanwezigheid en het veranderen van leerplicht naar leerrecht genoemd. Hoe staat het hiermee? En hoe kijkt het college naar een meldpunt om verborgen thuiszitters kinderen in beeld te krijgen, zoals in Rotterdam gebeurt? 2. In het kader van elk kind heeft leerrecht zien we dat in Utrecht het bij de ‘Samen naar Schoolklassen’ niet lukt om kinderen daadwerkelijk in te schrijven in het onderwijs. Waarom lukt dit steeds maar niet en wat kan het college hierin betekenen? 3. De kinderombudsman Rotterdam heeft dit najaar een uitgebreid rapport7 uitgebracht over schooluitval, op basis waarvan een actieplan is opgesteld.8 Het plan richt zich op drie speerpunten: 1) Acute hulp voor kinderen die nú een plek nodig hebben; 2) Een dekkend netwerk van ondersteuning in Rotterdam; 3) Een structurele aanpak om te voorkomen dat kinderen thuis komen te zitten. Wat kan hieruit meegenomen worden voor de Utrechtse aanpak en zijn er nog andere gemeenten waarmee we hierover contact hebben? Het voorkomen dat kinderen thuis komen te zitten en geen volwaardig onderwijs volgen, raakt de kern van de problematiek.

In Utrecht streven we naar inclusief onderwijs waarbij hoge verwachtingen, een stevige pedagogisch didactische basis en ruimte voor de leerkracht bestaat om alle kinderen te laten groeien en bloeien binnen de schoolcontext.9 Wij onderschrijven dit streven, maar zien ook dat de praktijk weerbarstig is. 4. Volgens het rapport van Balans ontbreekt bij leerkrachten en scholen vaak kennis en ruimte om passend en gedifferentieerd onderwijs10 te kunnen bieden? Herkent het college dit? En welke stappen kunnen worden gezet om scholen hierin te ondersteunen? 5. Wij lezen in de onderwijsbrieven en horen van scholen over een teruglopend arrangement van het samenwerkingsverband en bezuinigingen bij jeugdzorg, wat het nog lastiger maakt om passend onderwijs te bieden. Dit komt ook terug in het manifest van scholen uit Leidsche Rijn. Welke oplossingen ziet het college op de korte en langere termijn? 6. Om tot een dekkend netwerk van ondersteuning te komen werken onderwijs, jeugd en zorg samen in de kernpartneraanpak. We horen dat ouders hierbij een volwaardige plek aan tafel willen. Daarbij is de wet versterking positie ouders en leerlingen passend onderwijs in werking getreden. Wat betekent dit voor de Utrechtse aanpak? 11 7. Een school kan zich handelingsverlegen verklaren.12 Scholen gaan hier verschillend mee om, terwijl hier veel vanaf hangt voor kind en ouders, in het krijgen van hulp.

Herkent het college dit en wat wordt er gedaan om ervoor te zorgen dat er een gelijk speelveld is voor scholen, ouders en kinderen? Kunnen afspraken gemaakt worden met scholen en is er contact met de inspectie zoals de kinderombudsman adviseert?13 8. Uit gesprekken met ouders en het onderzoek van Balans blijkt dat er weinig oog is voor terugplaatsing naar de oorspronkelijke school. Hoe gaat dit in Utrecht en kan het college aangeven of en hoe vaak dit gebeurt? 9. In het recente onderzoek van de inspectie14 dat negatieve ervaringen op school en het ontbreken van ondersteuning belangrijke beweegredenen zijn om voor een particuliere school te kiezen. Er wordt gesuggereerd om deze ontwikkeling in samenhang met de thuiszittersproblematiek verder te onderzoeken. Hoe kijk het college hiernaar?

7 pporotterdam.nl/rapport-kinderombudsman-thuiszitters-wie-zit-ermee/ 8

https://acrobat.adobe.com/id/urn:aaid:sc:eu:5a1815eb-a5cd-4660-b2bb-218b842003c2 .

9 B. Wienen, Van individueel naar inclusief onderwijs (Instando 2023). 10 M. Schravesande, Thuiszittersklas (Gennip 2021) (gedifferentieerd leren ofwel verschilvaardigheden). 11

De Wet versterking positie ouders en leerlingen passend onderwijs gaat bijna in - SWVPO3006

12 Wat is passend onderwijs, versie basisonderwijs 13 Te veel kinderen krijgen geen onderwijs, zorgen om blijvende problematiek van thuiszitters | De Kinderombudsman 14 Waarom kiezen oprichters, ouders en leerkrachten voor het niet-bekostigd onderwijs? | Rapport | Rijksoverheid.nl

9

1.Ouders en kinderen zitten in een kwetsbare positie, want Leerplicht zou dwang en drang op kunnen leggen. Uit het onderzoek van Balans komt dat 36% dwang en drang ervaart15. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst van juni 2024 werd gezegd dat dit in Utrecht niet gebeurt. Kan het college garanderen dat van dergelijke dwang en drang geen sprake is en aangeven hoe dit naar ouders, school en andere partners wordt gecommuniceerd? 2.Kinderen hebben op basis van artikel 12 van het kinderrechtenverdrag het recht om mee te denken bij beleid dat hen raakt. Worden zij betrokken bij de Utrechtse aanpak en de routekaart? En gebruikt het college de kinderrechtentoets van de kinderombudsman16? 3.Kinderen die niet naar school gaan, kunnen in isolement terechtkomen of een leerachterstand oplopen. Is het college bekend met de pilot digitaal thuisonderwijs17? En zou dit als preventief middel gebruikt kunnen worden alvorens kinderen helemaal uitvallen? Gesteld door: • • • • •

Maartje Vermeulen, GroenLinks Jurriaan Otto, EenUtrecht Derk van Bergen, ChristenUnie Hester Assen, PvdA Venita Dada-Anthonij, D66

15 Thuiszitters tellen - Balans 16 Te veel kinderen krijgen geen onderwijs, zorgen om blijvende problematiek van thuiszitters | De Kinderombudsman 17 Digitaal afstandsonderwijs voor kinderen die tijdelijk niet naar school kunnen - Balans

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=562981c6-c319-4ec9-9eb3-6bf6b76279e7