CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

AANGENOMEN M382 Eerlijkere verdeling woonlasten_127

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat over Resultaten onderzoek nieuwe grondslag rioolheffing460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Motie: Eerlijkere verdeling woonlasten De gemeenteraad van Utrecht, in vergadering bijeen op 3 december 2020 ter bespreking van de Programmabegroting 2021 en de Afvalstoffenheffing 2021,

Constaterende dat: 1. De riool- en afvalstoffenheffing in Utrecht per huishouden wordt bepaald en betaald; 2. De afvalstoffenheffing alleen een eenpersoons en een meerpersoonstarief kent; 3. Het verschil wat betreft de afvalstoffenheffing tussen een eenpersoons- en een meerpersoonshuishouden nu niet meer mag bedragen dan €50; 4. Er in Utrecht slechts één tarief is voor de rioolheffing, ongeacht hoeveel mensen er op het betreffende adres woonachtig zijn, en alleen woningeigenaren deze betalen;

Overwegende dat: 1. De huidige tarifering geen recht doet aan het principe ‘de vervuiler betaalt’, omdat hoe groter het huishouden – uitzonderingen daargelaten - hoe meer afval er geproduceerd wordt en hoe meer een beroep wordt gedaan op het riool; 2. De Utrechtse situatie wat betreft afvalstoffen- en rioolheffing niet rechtvaardig is omdat eenpersoonshuishoudens naar rato veel meer betalen dan meerpersoonshuishoudens; 3. Dit verschil tussen wat eenpersoonshuishouden en wat meerpersoonshuishoudens betalen, nergens zo ten nadele van de eenpersoonshuishoudens is in de regio als in de gemeente Utrecht (zo blijkt uit cijfers van het COELO en het AD); 5. We hieraan iets kunnen veranderen door een meer gedifferentieerd stelsel in te voeren waarbij er gewerkt wordt met bepaalde klassen/ categorieën van huishoudens; 4. Er gemeenten in Nederland zijn waar dit al gebeurt, bijvoorbeeld: Zeist, Den Haag, Eindhoven en Rotterdam (zie raadsbrief van het college); 5.

Belangrijke randvoorwaarden bij een wijziging zijn: (a) dat huishoudens door deze aanpassing niet in de problemen komen door (onverwachte) neveneffecten of een te snelle stijging van de woonlasten, (b) dat er voldoende tijd is om de nieuwe situatie in te regelen in de systemen van de BghU en hierover te communiceren naar bewoners, (c) dat er duidelijkheid is voor bewoners waar de heffing uit is opgebouwd en op basis waarvan differentiatie plaatsvindt.

Draagt het college op: 1. In Q3 2021 een eerste uitwerking te presenteren van een meer gedifferentieerde vorm van afvalstoffenheffing en mogelijk rioolheffing; 2. Dit te doen door te werken met categorieën huishoudens - bijvoorbeeld van (a) één, (b) twee, (c) drie tot en met vijf, en (d) zes of meer personen per huishouden volgens de Basisregistratie Personen (BRP) - en enkele varianten van een differentiatie door te rekenen; 3. Te bezien of het mogelijk en wenselijk is minderjarigen niet of in mindere mate mee te laten tellen;

4. Voort te bouwen op de kennis en ervaring uit andere gemeenten met soortgelijke stelsels, zoals Rotterdam, Eindhoven en Zeist; 5. Het debat met de gemeenteraad over deze eerste uitwerking te voeren om op basis daarvan het vervolg tot invoering te kunnen bepalen. En gaat over tot de orde van de dag.

Ingediend door:   

Has Bakker, D66 Ruurt Wiegant, SP Tessa Sturkenboom, Student & Starter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=fad8d409-f3f0-4f20-8f82-912f470a5614