CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20260122 vragenuur

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Transcripties Vragenuur 11 december en 8, 15 en 22 januari 20268.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2025 TRANSCRIPT 22 JANUARI 2026 Vragenuur – 22 januari 2026

Vragenuur, gehouden op 22 januari 2026 te 17:00 uur. Voorzitter: Cees Bos Aanwezig zijn de leden: Saskia Oskam (Partij voor de Dieren), Maartje Vermeulen (GroenLinks), Bert van Steeg (CDA), Margreet Ramaker (VVD), Ahmed Saleh (DENK), Derk van Bergen (ChristenUnie), Alessia Gigliotti (BIJ1)

Namens het college zijn aanwezig: Dennis de Vries, Eva Oosters, Eelco Eerenberg, Sharon Dijksma Griffier: Florien Bouts

Opening van het vragenuur.

Cees Bos (Voorzitter) [00:17:53]: Een hele goedemiddag bij het vragenuurtje. En voor de laatste keren deze periode waar we aan elkaar zitten. Om de vragen van de raad te beantwoorden. Actuele vragen. U kent de spelregels. U krijgt twee minuten spreektijd om de inbreng te doen. Om aanvullende vragen te stellen. Het college krijgt drie minuten om... de vraag te beantwoorden. En daar krijgt elke fractie de mogelijkheid die aanwezig is om nog een vraag te stellen. Als laatste de initiële vragensteller. Ook nog de mogelijkheid om de boel af te sluiten met een vraag. En ik wil gaan beginnen met de vraag, mondelingenvraag 1. Bescherm de bewoners van een Safir tegen uitzetting. En die vraag wordt gesteld door Alessia Gigliotti van BIJ1.

Alessia Gigliotti (BIJ1) [00:19:06]: Ja, dank voorzitter. De Safir is een voormalig zorgcentrum in Utrecht met 250 bewoners. Het gebouw, eigendom van woningcorporatie Portaal, is de afgelopen tien jaar verhuurd door Socious Wonen. Nu deze periode voorbij is, wil Portaal het pand renoveren en omvormen tot 1

sociale huurwoningen. Daarvoor moeten echter alle huidige huurders, omdat ze tijdelijke contracten hebben, vertrekken. De Safir bood niet alleen huisvesting, maar ook gemeenschap. Portaal wil het gebouw uitsluitend opnieuw verhuren aan volledig nieuwe huurders, terwijl vele van de huidige bewoners onderdeel zijn van programma's om kwetsbare groepen te huisvesten en nu juist op straat worden gezet, met dak- of thuisloosheid als serieus risico. Bewoners van de Safir geven aan dat de communicatie door Socious Wonen rondom het beëindigen van hun huurcontracten als onprettig en onzorgvuldig is ervaren. Hoewel wij weten dat de Safir eigendom is van Portaal en niet van de gemeente, hebben de fracties van BIJ1, Partij voor de Dieren en Link toch enkele vragen aan het college over deze situatie. Eén. Is het college bereid te onderzoeken welke vormen van ondersteuning mogelijk zijn voor de bewoners van de Safir, gezien hun kwetsbare positie, zoals urgentie toekennen of andere voorzieningen, zoals ook benoemd in de motie Save the Safir? 1. Hoe reflecteert het college na afgelopen en eventueel toekomstige samenwerkingen met Socious vanuit de gemeente of wooncorporaties als beheerder van tijdelijke woonpanden, zoals de Safir, maar voorheen ook de Ravel? 2.

Terwijl het college zich terecht zorgen maakt over de woningnood onder jongeren en studenten, zijn er in de afgelopen jaren wel honderden studenten op straat gezet bij onder andere het studentencomplex in Tuindorp-West, de Ravel, nu komt de Safir aan en staan er ook verbouwingen op de planning bij het Krachtstation. Hoe reflecteert het college erop dat deze doelgroep telkens plaats moet maken voor de grote visies van stedenbouw? En wat doet de gemeente om dit in de toekomst te voorkomen? Dank.

Cees Bos (Voorzitter) [00:20:52]: Dat zijn hele mooie vragen, bedankt. En we gaan het woord geven aan de heer De Vries namens het college. Wethouder de Vries.

Dennis de Vries (College) [00:21:01]: Eén voor één aflopen. Dank voor het stellen van de vragen. Antwoord op de eerste vraag. Ja, we realiseren ons dat het vinden van nieuwe woonruimte natuurlijk op dit moment niet eenvoudig is. Toch zien we geen mogelijkheden om de bewoners van de Safir en ook de bewoners van andere tijdelijke woonprojecten te ondersteunen in het vinden van nieuwe woonruimte. Vanwege de aanhoudende schaarste ook in de stad is gekozen om in te zetten onder andere ook op tijdelijk wonen. En de bewoners van deze projecten, die weten ook dat ze uiteindelijk de woning weer moeten verlaten. En door de aard van het tijdelijke project en ook de tijdelijke contracten, zijn de huurders ook zelf verantwoordelijk voor het vinden van een nieuwe woonplek. En vanuit het huurcontract zijn er dan ook geen verplichtingen voor de verhuurde Socious of de eigenaar Portaal. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het Portaal geen oog heeft voor kwetsbare bewoners. Hier zijn onder meer de sociale teams voor. En daarnaast kunnen bewoners in een kwetsbare positie, die kunnen ook urgentie aanvragen. En in die nodig kunnen we ook maatwerk leveren. Antwoord op de tweede vraag. Vanuit het perspectief van de bewoners kunnen we ons natuurlijk voorstellen dat de samenwerking met Socious niet altijd fijn 2

overkomt, aangezien bewoners ook hun woning uit moeten. Maar wij hebben goede contacten en ervaringen met Socious voor het verhuren en beheren van de woonruimte. En in de toekomst is er geen reden dus om niet met Socious samen te werken. Dan het antwoord op de derde vraag. We voeren hierbij een opdracht van uw raad uit om gemiddeld 3000 woningen per jaar te bouwen, waarvan 75% in het betaalbare segment. Hieronder valt ook studentenhuisvesting. Dat gebeurt veelal door transformatie binnen de randvoorwaarden die zijn vastgesteld in de visie stedenbouw. Dan klopt het inderdaad soms dat bewoners met een tijdelijk contract of studenten moeten verhuizen. Dat is natuurlijk voor hen oprecht vervelend, want vinden deze tijd nog maar eens een nieuwe woning. En voor de zittende studenten die bij SSH huren, volgen we de wettelijke procedures, waaronder het aanbieden van vervangende woonruimte in het geval van een vast contract. En voor studenten die bij particuliere huren, gelden de wettelijke rechten en plichten, zoals die ook in het huurrecht zijn vastgelegd. En dan ben ik er, voorzitter.

Cees Bos (Voorzitter) [00:23:08]: Met dank. Blijf je even staan, want ik kijk even rond of er vragen zijn van partijen. Niemand? Dan ga ik terug naar de initiële vragensteller.

Alessia Gigliotti (BIJ1) [00:23:22]: Ja, dank voor de beantwoording. Ik denk dat wij als BIJ1 misschien de andere partijen het fijn zouden vinden als we in de toekomst bij vervolgprojecten zoals de, even kijken uit mijn hoofd hoe het nou ook weer heet, ik heb dat genoemd, Krachtstation, dat de raad tijdig wordt geïnformeerd, hoe er wordt gecommuniceerd, hoe Socious dan te werk gaat, dat zouden wij heel fijn vinden.

Dennis de Vries (College) [00:23:52]: Volgens mij hebben we daar eerder ook al debat over gehad rondom de Ravel. Zeker ook als de gemeente aan zet is als het gaat om tijdelijke contracten. Dat hebben we uiteindelijk ook gedaan in de communicatie. In dit geval, en dat geeft u eigenlijk zelf ook al aan in uw vraagstelling, is hier Portaal ook de eigenaar en vervolgens aan zet. Dus dat maakt even, we hebben er eerder ook een motie op ingediend gehad van studenten starter. Daar hebben we ook aangegeven als het gaat om het tijdelijk informeren van mensen. Dus waar dat in onze macht ligt, zullen we dat zeker doen. En in dit geval, ja, daar is Portaal aan zet. En in de toekomst van Krachtstationen, ja, daar kunnen wij natuurlijk zeker mee nemen.

Cees Bos (Voorzitter) [00:24:28]: Met dank, u kunt gaan zitten. Dan gaan we naar de tweede mondelingenvraag. En die is van Denk. Die vraag gaat over de afgelaste komst van de Amerikaanse imam. U heeft er natuurlijk allemaal over gelezen in de krant. En ja, ik ben ook wel benieuwd naar de vragen erover. De heer Saleh.

3

Ahmed Saleh (DENK) [00:25:05]: Dank voorzitter. Utrecht presenteert zich graag als een stad van vrijheid en inclusie. Maar die vrijheid blijkt in de praktijk selectief. De Amerikaanse imam Mohammed Bajour heeft zijn komst naar Utrecht afgezegd uit angst voor zijn veiligheid. Nadat losse uitspraken zonder context zijn aangegrepen om hem publiekelijk te framen. Dit terwijl zijn komst juist in het teken stond van zelfverbetering en het verbinden van jongeren. Dit staat niet op zichzelf, maar past binnen een zorgwekkend patroon. Vrijheden lijken te gelden zolang ze politiek comfortabel zijn. Zodra het over moslims gaat is het ineens voorwaardelijk. Wanneer het schuurt worden mensen weggezet en monddood gemaakt. Als we dit normaliseren verliezen grondrechten in Utrecht hun betekenis. DENK heeft daarom de volgende vragen.

Is het college bekend met het bericht van Mohammed Bajour dat hij zijn komst naar Utrecht uit angst voor zijn veiligheid heeft afgezet? En vindt het college het zorgelijk dat dit in het kader van de aanpak van moslimdiscriminatie het gevolg is van een op onderbuikgevoelens gebaseerde haatcampagne en publiekelijke framing tegen een islamitische prediker zonder rechtelijke toetsing of strafrechtelijke veroordeling? Kan de burgemeester toezeggen zich actief in te zetten voor het klimaat waarin religieuze predikers zich vrij en veilig voelen om in Utrecht hun geloof te verkondigen, waaronder door zich uit te spreken voor het verwelkomen van de imam in onze stad? Zo ja, hoe gaat de burgemeester dit concreet doen? En herkent het college dat dit soort situaties een afschrikwekkend effect kunnen hebben op anderen, met name moslims die gebruik willen maken van hun vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst? En welke verantwoordelijkheid neemt het college om te voorkomen dat mensen zich hierdoor niet meer veilig voelen om naar Utrecht te komen of om zich in onze stad uit te spreken? Dank voorzitter.

Cees Bos (Voorzitter) [00:26:39]: Bedankt. Behoorlijk wat vragen. De burgemeester. Sharon Dijksma (Burgemeester) [00:26:55]: Voorzitter, hartelijk dank. Het college is inderdaad bekend met het gegeven dat een spreker zijn komst heeft afgezegd. Overigens zou deze persoon niet alleen in Utrecht, maar op verschillende plekken in Europa komen spreken. En ja, de vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Dat is een grondrecht, daar staan we voor. En die waarden waar wij als stad voor staan, die verhouden zich overigens wel slecht tot de komst van bepaalde sprekers die in het verleden antiintegratieve, kwetsbare of haatdragende uitspraken hebben gedaan. Het is alleen niet aan het college of aan mij als burgemeester om buitenlandse sprekers de toegang tot Nederland te weigeren. En als we dan naar deze specifieke casus gaan. Ik ben bekend met de berichtgeving, de voorzitter refereerde er ook al aan. En ik wil eigenlijk tegelijkertijd aangeven dat de komst van deze spreker naar Europa niet specifiek iets met Utrecht te maken heeft. En ik kan daarom ook 4

niet de link leggen, zoals de fractie van Denk doet, met moslimdiscriminatie. De heer Bajour geeft aan dat hij zich niet veilig heeft gevoeld om te reizen naar Europa. Maar wat dat precies betekent, dat weet ik natuurlijk niet. Ik kan alleen namens Utrecht spreken dat we geen enkel concreet signaal hebben ontvangen van verstorende activiteiten rondom zijn komst, los van een aangekondigde demonstratie. Vraag twee, dat gaat over of ik mij actief wil inzetten voor het hier laten spreken van religieuze predikers. Zoals gezegd, ik vind dat ieder zich vrij en veilig in Utrecht moet voelen, maar wel binnen de grenzen van de wet. En dat gaat niet zo ver, zeg ik ook heel eerlijk. dat ik specifieke predikers ga verwelkomen in deze stad. Want dat past gewoon helemaal niet bij een seculiere samenleving die wij zijn. En als ik zorgen heb, dat zeg ik er ook eerlijk bij, en dat heeft u ook eerder van mij gehoord, dat een specifieke spreker, anti-integratieve, antidemocratische, of haatdragende uitingen heeft gedaan en er rekening mee moet worden gehouden dat deze persoon dat opnieuw gaat doen, dan behoud ik mij dus ook het recht voor om me hier tegen uit te spreken. En dat wil niet zeggen dat ik middelen heb om personen actief tegen te houden en dat is ook niet aan mij. Laatste antwoord, voorzitter.

Ik snap natuurlijk dat dit soort negatieve media-aandacht echt wat doet, ook met onze gemeenschap hier in Utrecht. Men vindt dat onrechtvaardig, meten met twee maten. Men ervaart dat wellicht ook als discriminerend. En het lijkt me goed om daarover verder ook gewoon met elkaar het gesprek aan te gaan. Want dat is denk ik wel nodig, omdat dit niet de eerste keer is dat dit gebeurt. Misschien ook niet de laatste keer. Maar het betekent ook veel voor al die moslims die zich helemaal niet thuis voelen bij het gedachtegoed van sommige sprekers. Maar daarmee natuurlijk nu wel in één klap ook daarmee in hetzelfde daglicht worden gesteld.

Cees Bos (Voorzitter) [00:30:21]: Punt. Ik kijk rond. Zijn er partijen die gebruik willen maken van hun vraagrecht? Niemand? Dan ga ik naar de instelde vraagsteller. Wie wil het woord voeren? Heeft u nog een vraag?

Ahmed Saleh (DENK) [00:30:40]: Nee, voorzitter. Dank je wel.

Cees Bos (Voorzitter) [00:30:43]: Merci. Dan kunt u gaan. Ik ga naar mondelingenvraag nummer drie. Aandacht voor vakmanschap. De vraag die wordt gesteld door mevrouw Vermeulen van GroenLinks. En ik heb het vermoeden dat het gaat om het VMBO.

Maartje Vermeulen (GroenLinks) [00:31:21]: Dank voor het woord. De komende weken zijn Utrechtse leerlingen en hun ouders weer volop bezig met hun keuze voor een middelbare school. Hierbij valt op dat er in Utrecht een aanzienlijk groter aanbod is van theoretische opleidingen. Terwijl juist veel tekort te zien in de praktische beroepen en vaardigheden. Het aantal leerlingen dat voor een praktische beroepsopleiding kiest loopt terug. In 2009 was er een aanvalsplan Vmbo, ook wel Taskforce Vmbo genoemd, met 5

waardevolle lessen over de positionering van het praktijkgericht onderwijs. Utrecht heeft het afgelopen jaar het initiatief genomen om richting landelijk oproep te doen voor meer waardering van praktische vaardigheden. Er is hierbij vooral aandacht geweest voor het mbo, maar het is echt onduidelijk wat de gemeente momenteel doet voor het praktijkonderwijs en het vmbo. De fracties van GroenLinks, Bij1, Partij van de Arbeid, Link, Utrecht Nu en D66 hebben daarom de volgende vragen. Herkent het college dat er minder aanbod en aandacht is voor het vmbo en dat het aantal leerlingen dat kiest voor een praktijk dan een beroepsgerichte opleiding afneemt? Twee, wat doet het college op dit moment om de keuze voor praktijk- en beroepsgerichte onderwijs te stimuleren? Drie, zou het college, zoals zij in 2009 ook deed met het aanvalsplan, meer kunnen doen om de keuze voor praktische opleidingen te stimuleren? En wij denken dan hierbij aan informatievoorziening aan leerkrachten, leerlingen en ouders over de verschillende praktijk- en beroepsrichte opleidingen die Utrecht rijk is. Schoolbestuur overstijgende samenwerking, bijvoorbeeld door het opzetten van een echt brede middelbare school met alle niveaus, zoals ook voorgesteld in onze motie. Brede scholen. En meer aandacht voor VMBO en praktijkonderwijs in het programma de talentenmaatschappij.

En daarbij meer uitwerking van het manifest vakmanschap. Want als er ergens een vak wordt geleerd, dan begint het toch in het voortgezet praktijkonderwijs. Dank voor het woord. En we horen graag de reactie op de voornoemde suggesties.

Cees Bos (Voorzitter) [00:33:10]: Met dank. Wethouder, aan u het podium.

Eelco Eerenberg (College) [00:33:26]: Voorzitter, dank. En dank ook voor de vragen. En natuurlijk, op het praktijkonderwijs en op het VMBO gebeuren er hele mooie dingen. En zijn er heel veel leerlingen die daar ook gewoon het allerbeste uit zichzelf weten te halen. Tegelijkertijd is het zo dat als je naar de stad kijkt, dat er nou eenmaal meer HAVO- en VMBO-adviezen gegeven worden. Ook gegeven de populatie dan de VMBO-adviezen en de praktijkonderwijsadviezen. En aangezien scholen... bekostiging krijgen vanuit het Rijk gewoon op basis van het aantal leerlingen en dus het aantal adviezen, bepaalt dat ook het uiteindelijke aanbod. Het is niet mogelijk om zonder dat er leerlingen er zijn, bijvoorbeeld op eigen middelen, meer vmbo-onderwijs aan te bieden. Dat zegt natuurlijk helemaal niks over de waardering die we hebben voor het vmbo-onderwijs. En dan ga ik naar vraag 2, waar een aantal van de suggesties in zitten, om dat ook nog wat meer in de spotlight te zetten. En dan grijp ik terug op het werk van collega De Vries, die met het mbo-uitvoeringsplan en het position paper hele mooie dingen heeft gezegd over het herwaarderen van het vakmanschap. En een van de lijnen in dat werk is dat de mbo-carrière natuurlijk begint op het vmbo. Daar zijn we een aantal dingen mee aan het doen. Op meer plekken uit aan het leggen wat ons aanbod is.

We hebben inmiddels samen met verschillende scholen, dat is meteen de antwoord op vraag 3a, een overzicht gemaakt van alle verschillende vormen van praktijk- en 6

beroepsgerichte opleidingen en wat daar te halen is. We gaan zeker ook, dat is dan meteen naar 3b, samen met andere schoolbesturen op de stadstafel spreken over die school waarvan u per motie heeft gezegd die zouden moeten komen, die hele brede school. Dat is ook iets wat het college ondersteunt, maar u zult begrijpen dat ook schoolbesturen dan vragen terugstellen aan ons, bijvoorbeeld over mag het gebouw dan een beetje groter en dus een beetje duurder zijn dan de norm stelt. Dat gesprek loopt. Dan ga ik naar vraag 3c, een andere suggestie over de talentenmaatschappij en het manifest en het in het spotlight zetten van het VMBO en het praktijkonderwijs. Deel de constatering van de vragenstellers, want elke jongere verdient gewoon waardering voor zijn of haar eigen talent, ook als dat iets is om lekker met de handen iets te maken, iets wat mij niet gegeven is eerlijk gezegd. Wat maar weer laat zien, dat als wij ook gewoon zelf verhalen vertellen over hoeveel we dat waarderen, hoe waardevol dat ook is. En wij zullen dan ook in onze eigen communicatie, voorzitter, tot besluit dat met verhalen proberen te illustreren.

Cees Bos (Voorzitter) [00:36:00]: Bedankt. Ja, jammer om te horen dat het u niet gegeven is om wat met uw handen te maken. Ja, dat is waar. Goed, ik kijk rond. Ik zie de VVD, die heeft een vraag.

Margreet Ramaker (VVD) [00:36:15]: Ja, ik vroeg me af, naar aanleiding van de beantwoording door de wethouder, in hoeverre de stad ook met de regio, daar zijn ook VMBO's, afspraken heeft of overleg heeft of samenwerking heeft.

Eelco Eerenberg (College) [00:36:31]: We hebben zeker overleg. Er zijn verschillende vormen van samenwerking. Een voorbeeld is bijvoorbeeld op het ROC vanuit het MBO... Waarbij het mbo heeft gezegd we zouden eigenlijk ook meer havo instroom willen. Om ook talenten die juist met hun handen willen doen met een havo diploma heel erg welkom te heten op het mbo. En dat is iets wat ook in toenemende mate met de regio gedaan wordt. Dus dat is een voorbeeld daarvan. Als we het hebben over communicatie richting ouders, is dat ook iets wat we regionaal doen. Ook als het gaat over het aanmelden op middelbare scholen. Want soms kiezen leerlingen, ook die voor praktijkgericht voortgezet onderwijs kiezen, een school in een naburige gemeente. Dus ook de kaart van wat er allemaal mogelijk is, pakken we op regionale schaal op.

Cees Bos (Voorzitter) [00:37:19]: U mag doorvragen. Ja, graag.

Margreet Ramaker (VVD) [00:37:22]:

7

Ja, ik stelde die vraag ook omdat in mijn buurt relatief veel kinderen naar het VMBO gaan in de regio, naar Woerden, Montfort. Daarom, ik kreeg net een antwoord op het MBO, maar mijn vraag is echt expliciet. In hoeverre werken de VMBO's van de stad en ook in de regio met elkaar samen?

Eelco Eerenberg (College) [00:37:46]: Ja, in de antwoord ging het over het samenwerken tussen HAVO en ROC. Ja, we werken samen en we weten wat er speelt en we kennen de leerlingenstroom tegelijkertijd. Het is natuurlijk ook een keuze van ouders en leerlingen om voor hun eigen school te kiezen. Het waren natuurlijk ook gewoon mensen hun eigen... keuze in mogen maken in ons stelsel. En wat ik niet helemaal weg kan nemen, is dat de stromen gaan hoe de stromen gaan. Dus als je naar het speciaal onderwijs kijkt, zie je weer dat er veel meer kinderen uit de regio naar Utrecht komen. Ik weet dat er ouders zijn die bewust voor Vmbo-onderwijs in Woerden kiezen, vanwege het profiel die de school daar bijvoorbeeld heeft. Dat is een vrije keuze aan ouders. Voor het gymnasium geldt bijvoorbeeld ook hetzelfde als we weer naar Zeist kijken. Dus eigenlijk moet je, als je naar het onderwijs kijkt, vooral de gemeentegrens een beetje uitgummen... en beschouwen of je er op een beetje redelijke termijn heen kan fietsen, ja of nee? Margreet Ramaker (VVD) [00:38:39]: Ja, voorzitter. Want de wethouder begon met op basis van de adviezen wordt eigenlijk het aanbod gecreëerd in de stad. Veel HAVO, VWO-adviezen. Die scholen richten zich in hun aanbod daarop aan. Maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat ouders inderdaad hun eigen keuzevrijheid gebruiken en dus naar de regio gaan.

En nogmaals dus ook die vraag van ja dat vraag en aanbod dat is dus eigenlijk meer dan alleen de stad. Dat is dus ook een wisselwerking met de regio. Dat hoor ik de wethouder nu bevestigen.

Eelco Eerenberg (College) [00:39:14]: In al onze rekensommetjes kijken we ook wat er bij de buurgemeentes gebeurt qua leerlingenstroom over en weer.

Cees Bos (Voorzitter) [00:39:23]: Ik kijk rond. Er zijn nog andere partijen die eventueel een vraag hebben. Niemand? Nou, dan ga ik naar de... Sorry? Ga je? Ja. Goed, ik ga naar de initiële vraag steller. GroenLinks, Maartje.

Maartje Vermeulen (GroenLinks) [00:39:44]: Ik heb toch nog een vraag, want eigenlijk sluit het wel een beetje aan op wat mijn collega net aangaf. Want ook als we naar de cijfers kijken, dan ziet het er wel naar uit dat de Utrechtse scholen, de VVW-scholen. En ook het praktijkonderwijs ook echt wel wat aan het krimpen is. En zou het dan toch niet goed zijn om met een grotere campagne à la 2009, die er toen is geweest, actie te voeren. En dan heb ik nog de extra aanvullende vraag die daarbij hoort. Hoe 8

communiceer je daar ook in zo'n campagne ook naar ouders? Want ik ben een van die ouders die nu aan het zoeken is. En ik zie zo'n overzicht niet en ik merk dat niet. Dus hoe merken ouders dat als we dat dan ook gaan doen?

Eelco Eerenberg (College) [00:40:28]: Om bij de laatste doorvraag te beginnen. De schoolbesturen in het primair onderwijs, die kennen de informatievoorziening over het aanbod voortgezet onderwijs. Dus die zouden in staat moeten zijn om ouders te informeren waar zij de scholen kunnen vinden. Dus mocht u zelf een praktijkervaring hebben dat het u niet lukt om die informatie te krijgen en die u ook niet van uw school krijgt, dan ben ik daar wel in geïnteresseerd. Want dat zouden ze moeten doen en ik vind ook dat ze dat moeten doen. Want zij hebben ook een zorgplicht naar hun eigen populatie om te zeggen hoe ziet de rest van je schoolcarrière eruit. Eén. Twee. Ik voel helemaal mee met dit doel van mensen. Niet iedereen die het allerslimste integraal sommetjes op kan lossen is de beste inwoner van Utrecht. Het gaat echt om andere talenten in de maatschappij. En hoe graag ik dat ook in een grote campagne zou willen vertellen, moet ik ook eerlijk zijn dat de tijd dat wij in het vragenuur gewoon even een grote campagne toe konden zeggen, omdat de financiële situatie dat toeliet, is wel achter ons. Dus als u als raad zegt het is tijd voor een grote campagne, en ik voel er denk ik precies hetzelfde bij als mevrouw Vermeulen, dan moet u het college daar ook financieel toe in staat stellen.

Cees Bos (Voorzitter) [00:41:40]: Heeft GroenLinks nog een vraag? U heeft toch recht op één, hè?

Maartje Vermeulen (GroenLinks) [00:41:44]: Ja, klopt. En wat de zorg nog wel is... Ik hoop dat de vraag deelt de wethouder dan ook. Want dat we juist de Utrechtse opleidingen ook wel een steuntje in de rust kunnen gebruiken. Juist mooie Utrechtse vakopleidingen die we alle hebben. Want zij staan wel onder druk.

Eelco Eerenberg (College) [00:42:02]: Het makkelijke antwoord is ja. En volgens mij het allerbeste wat wij met elkaar kunnen doen is dat zeggen. En dat ook voorleven. Ik ben op een praktijkgerichte onderwijsstroom lekker met leerlingen wezen koken. Dat is een van de leukste dingen die ik heb gedaan. En als wij dat soort dingen ook vaker tegen elkaar vertellen, dan komt ook dit type onderwijs in een ander daglicht te staan. Want de vooroordelen over dit type onderwijs zijn ook niet mals. En dat zit ons ook in de weg.

Cees Bos (Voorzitter) [00:42:31]:

9

Nou dan, ik hoop dat het een beetje smaakte wat u gemaakt hebt. Maar goed, laten we naar de volgende vraag gaan. We gaan naar mondelingenvraag 4. En die vraag is, hazen overleden door vangactie, strijk 4 ton. En die wordt gesteld door Saskia Oskam van Partij voor de Dieren.

Saskia Oskam (Partij voor de Dieren) [00:43:13]: Dank u wel. Ik kort het wat in, want ze zijn nogal veel. In strijk Viertel is een vangactie aan de gang om hazen in dit gebied te verplaatsen zodat er gebouwd kan worden. De Partij voor de Dieren krijgt van ontrustende berichten van Stichting Snorhaar over het feit dat er minimaal twee hazen zijn overleden. Dinsdag zagen we een video van de vangactie. Hoewel de woordvoerder zegt dat je ze gewoon heel rustig moet opdrijven, zien we hazen die in blinde paniek wegrennen voor vrijwilligers die veel herrie maken. Hazen zijn zeer stressgevoelig en deze stress heeft gevolgen voor hun gezondheid en voortplanting. Bovendien genieten hazen per september 2024 een betere wettelijke bescherming bij bouwplannen. De Partij voor de Dieren heeft de volgende vragen. Hoeveel hazen zijn er in totaal gevangen en weer uitgezet? Hoeveel zijn er gewond geraakt en overleden en hoeveel hazen gaan er nog gevangen worden? Vraag 2. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 6% van de dieren die gevangen wordt tijdens een dergelijke actie overlijdt. Welke maatregelen zijn er genomen om dat percentage zo laag mogelijk te houden en om dieren die in de problemen komen te ondersteunen? Was er bijvoorbeeld een dierenarts op locatie? Zo nee, waarom niet? Vraag 3.

Hoe kijkt het college terug op de vangacties dat het gaat om dierenwelzijn en hoe kon het gebeuren dat hazen hier de dood vonden? Welke fouten zijn er gemaakt? Vraag 4. Waarom zijn Snorhaar en de Dierenambulance niet betrokken bij het proces van de vangactie? Zij zijn dé organisaties die dierenwelzijn voorop hebben staan en ervaring hebben met de opvang en het uitzetten van volasse hazen. Is het college bereid om alsnog contact met hen te zoeken over de vangacties? Zo nee, waarom niet? In de raadsbrief van september staat dat er 10 tot 30 hazen in het gebied overblijven en dat er ruimte voor hen blijft tussen de gebouwen en wegen. De Partij voor de Dieren wil niet dat er weer een leeuwesteinsituatie ontstaat waarin hazen zijn doodgereden. Hoe zorgt het college ervoor dat de hazen die achterblijven gezond en veilig blijven? En verder hoop ik dat vanavond Kara en Doerak, de katten van de Vissersteeg, worden gered.

Cees Bos (Voorzitter) [00:45:12]: Met dank. We gaan over naar de beantwoording van deze mondelinge vragen door de wethouder. Hoe lopen de hazen? Ik denk dat dat wel een goede vraag is.

Eelco Eerenberg (College) [00:45:27]:

10

Ja, voorzitter, dank u wel. Ik ga uiteraard de vragen beantwoorden. Maar vooraf hecht ik er toch aan om te zeggen dat ik eerlijk gezegd toch wel heel bijzonder vind wat we doen met elkaar. Want we hebben gewoon ruidelijk onderkend dat bij de ontwikkeling van Papendorp Groenewoud we het als stad met z'n allen heel belangrijk vinden dat we super zorgvuldig met de hazen omgaan. We hebben externe expertise ingeschakeld van een instituut wat helemaal nadenkt over wat is dan het allerbeste wat je kan doen voor de hazen. Ook om ervoor te zorgen dat ook Ook iemand die alleen maar vanuit de haas redeneert verantwoordelijk was voor deze actie. We hebben vrijwilligers met veel passie voor dierenwelzijn bereid gevonden om in hun weekend deze actie te coördineren. Zodat wij het beste van twee werelden kunnen doen. Namelijk al die woningen bouwen die we heel hard nodig hebben. En toch op een in Nederland nog niet eerder gedane manier die hazen fatsoenlijk van A naar B te brengen voor degenen die moeten verhuizen. En ruimte te maken voor de populatie die achterblijft. Dus ik moet zeggen, ik vond het toch een behoorlijk krachtige inspanning. Gericht op alles wat we de hazen gunnen als stad. Dan vraagt de Partij voor de Dieren concreet naar de cijfers. In december zijn er vijf gevangen, vier een zender gekregen. Daar heeft één haas het niet bij gered. Oorzaak daarvan is verlamming.

In januari 74 hazen gevangen. Twee hebben het niet gered, dat was één keer te wijten aan verlamming en één keer aan een gebroken poot. Er zijn vooralsnog geen plannen om meer hazen te vangen, omdat de overgebleven populatie juist volgens de experts nu voldoende ruimte heeft om met alle activiteiten die we daar doen gewoon kunnen leven. Dan gaan we naar vraag 2, ook weer naar de cijfers. Dat betekent dat drie van de 79 gevangen hazen het helaas niet gered hebben. Met een onderstreping eronder, helaas. En dat is 3,8 procent. En u vraagt ernaar, want 6 procent van de dieren bij een dergelijke actie overlijdt normaal gesproken. En het is verschrikkelijk, ik zeg het nogmaals, dat er drie het niet gered hebben. Maar gelukkig ligt het percentage wel onder die 6 procent. Juist ook door alle inspanningen die er gepleegd zijn. Het vangen is zeer zorgvuldig voorbereid. We hebben de meest ervaren en bekwame onderzoekers op het gebied van hazen betrokken. De vangers en drijvers zijn getraind. Daar is veel communicatie ook over geweest. En de methode om de hazen te vangen en ook de daarbij gebruikte netten zijn internationaal geaccepteerd. Wie waren er nou bij om te controleren of dat allemaal wel een beetje goed ging? Op 17 januari waren de inspecteurs aanwezig van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

Er was geen dierenarts aanwezig, maar dus wel deze inspecteurs. Er was wel een bevoegde expert aanwezig, is de term, die binnen de wet op de dierproeven, omdat het ook over een wetenschappelijk begeleide aanpak gaat, in staat was om de dieren in nood te helpen als dat enigszins mogelijk was of uit hun lijden te verlossen als dat noodzakelijk was nou dan heb ik denk ik het antwoord op vraag 3 gegeven voorzitter in mijn inleiding dat er ondanks wat er gebeurd is toch een hele oprechte poging was om het juiste te doen dan het betrekken van stichting snorhaar en dierenambulance ons beeld is dat De mensen die wij daarbij betrokken hebben, zoveel expertise en passie hebben, dat daar ook heel veel waarborgen in staat te hebben, juist voor het dierenwelzijn. Ik heb er natuurlijk absoluut geen probleem mee om beide organisaties alsnog even te contacteren en zal dat ook doen. En dan vraag 5. Hoe zorgt het college ervoor dat de achtergebleven hazen het fijn leven hebben tussen de nieuwe bewoners en gebruikers van het gebied? Nou, daar heeft u in meerderheden ook het college steeds toe opgeroepen. En dat betekent dat wij ook inmiddels concrete plannen hebben om enkele percelen zodanig te optimaliseren dat die helemaal ter gunste zijn voor de behoeftes, denk aan voedsel en dekking, van de haas. Cees Bos (Voorzitter) [00:49:44]: 11

Met dank. Ik moet wel zeggen dat u bent wel zeer breedsprakig geweest. En met als gevolg dat er nog weinig tijd over is. Ik hoop toch dat u bij de volgende vraag zich wat beperkt. Ik kijk even rond of er nog aanvullende vragen zijn over de hazen in Utrecht. Niemand? Dan ga ik door naar Partij voor de Dieren.

Saskia Oskam (Partij voor de Dieren) [00:50:11]: Ja, dank u voor de antwoorden. Heel fijn dat u contact zoekt met Snorhaan en Dierenambulance, maar ik verbaas me een beetje over dat er een contract is met de dierenbescherming, met de onderaannemers onder dieren in Utrecht te helpen. En ja, ik geloof u als u zegt, er zijn ook andere experts geweest die de dieren hebben kunnen helpen, maar ik vind als wij zo'n contract met de dierenbescherming hebben, dat we wel degelijk deze organisaties ook vooraf hadden moeten betrekken, of jullie bedoel ik eigenlijk.

Cees Bos (Voorzitter) [00:50:37]: Ik hoor geen vraag. Kunnen we door met een andere interruptie?

Saskia Oskam (Partij voor de Dieren) [00:50:42]: Waarom zijn ze niet betrokken? Ondanks dat er een contract met de dierbescherming is voor juist dit soort zaken. Kort graag.

Eelco Eerenberg (College) [00:50:52]: Als je de expert naar ons oordeel vraagt op gebied van hazen. En je geeft die de opdracht om op de meest diervriendelijke manier de hazen te verplaatsen. Zoals nogmaals u ook steeds het college toe geïnspireerd heeft. ga ik er ook vanuit dat die expertise dan ook aanwezig is.

Cees Bos (Voorzitter) [00:51:12]: Bon, en met dat antwoord mag u het doen. De wethouder kan gaan zitten. Ik ga naar de volgende mondelingenvraagsteller. Dat is de heer Van Bergen van de ChristenUnie. Zijn vraag gaat over schoolpastoraten naar Gronings, een voorbeeld.

Derk van Bergen (ChristenUnie) [00:51:32]: Voorzitter, dank u wel. Met enige regelmaat spreken wij in de gemeenteraad over het mentale gezondheid van Utrechtse jongeren. En met reden. Het aantal jonge inwoners dat kampt met mentale klachten zoals depressie, burn-outverschijnselen, angst of stress, is al jaren schrikbarend hoog. Eerder deze week berichtte de NOS nog dat het aantal zelfdodingspogingen onder jongeren gestegen was. De gemeente doet samen met verschillende maatschappelijke 12

partners goed werk om deze jongeren te helpen, maar het blijft lastig om het tijd te keren. Het Groningse Alpha College zet sinds enige tijd vier pastors in om haar studenten te helpen. Deze pastors worden vertrouwd door de studenten en bieden laagdrempelig en luisterend oor. De resultaten hiervan zijn enorm positief. De studenten omschrijven dat ze erg geholpen zijn door de vertrouwelijke sfeer van de gesprekken en dat het hen helpt om om te gaan met tegenslag, met stress en met zingevingsvraagstukken en levensvragen. maar bijvoorbeeld ook met problemen in de thuissituatie of relationele problemen. De pastors zelf benadrukken daarbij dat studenten geen religieuze achtergrond hoeven te hebben om gebruik te maken van dit pastoraat. De onderwijsraad benoemde het Alpha College in een publicatie vorige week als een goed voorbeeld.

Heeft het college kennisgenomen van deze best practice uit Groningen en van het rapport van de onderwijsraad? Wat vindt het college, had met dt gemoeten, van de initiatieven van de schoolpastoraat en ziet het college met de indienende partijen de meerwaarde in van pastoraten, imams en andere vormen van geestelijke ondersteuning op middelbare scholen, mbo's, hbo's en universiteiten? Erkent het college dat deze vorm van hulp kan bijdragen aan een afnemende druk op de formele hulporganisaties door mentale problemen vroegtijdig bespreekbaar te maken? En is het college bereid deze casus te bespreken met verschillende Utrechtse onderwijsinstellingen en hen aan te moedigen om het voorbeeld te volgen? Dank u wel.

Cees Bos (Voorzitter) [00:53:16]: Met dank. Ik ga naar de wethouder, de heer Eerenberg.

Eelco Eerenberg (College) [00:53:22]: Ja, voorzitter, dank. En de beloofde versnelling treedt meteen op, want het antwoord op vraag 1 is ja. Dan gaan we naar vraag 2. Nou, het is natuurlijk hartstikke mooi dat er laagdrempelige vormen zijn voor jongeren om hun hart te luchten. En eigenlijk zou ik zeggen, welke vorm dat ook is, die juich ik toe. En of dat dan een pastoraat is of een imam of iets wat scholen organiseren via de vele welzijnsinstellingen die er zijn. Of de activiteiten van het volksgezondheid die wij subsidiëren. Al die initiatieven zijn mij even lief en ik zou ze ook niet willen ordenen naar bijvoorbeeld de achtergrond van de inzet. Dan ga ik naar het antwoord op vraag drie. Of we erkennen dat deze vorm kan bijdragen en dat antwoord daarop is ja, uiteraard. Ik heb ook het rapport zelf gelezen en dat ziet er allemaal hartstikke goed uit. Maar het is nadrukkelijk één van de mogelijkheden die zou kunnen helpen om jongeren op het moment dat ze twijfelen over wat dan ook, Het gesprek aan te bieden. Tot besluit vraagt u of wij het Groningse voorbeeld onder de aandacht willen brengen van de Utrechtse scholen. En dat wil ik.

Cees Bos (Voorzitter) [00:54:29]: Merci. Kijk, zijn er aanvullende vragen? Niemand? Dan ga ik direct over naar de initiële vraagsteller, de heer Van Bergen van ChristenUnie.

13

Derk van Bergen (ChristenUnie) [00:54:39]: Voorzitter, dank. En ook dank dat de wethouder deze casus wil bespreken. Het valt mij wel op dat de wethouder zich haast om meteen te benadrukken dat alle vormen hem even lief zijn, dat achtergrond daarbij geen rol speelt. Bij mij in de vraagstelling was dat ook niet de bedoeling om dat te benadrukken, maar juist om te laten zien van dit soort initiatieven, En die zijn heel waardevol en een hele mooie aanvulling. Ik zie de wethouder ook knikken, dus ik ben blij dat dan ook juist ook wel de religieuze hulp die daarin bestaat, of de hulp met religieuze achtergrond, ook gewaardeerd wordt door de wethouder. Dus als ik hem zo beluister, dan zijn we het eens.

Eelco Eerenberg (College) [00:55:18]: Zeker, dat waardeer ik ook. Maar ik besef mij ook dat er scholen zijn die een eigen identiteit hebben. En niet elke vorm van religieuze hulp past bij die identiteit van die specifieke school. En ik wil als wethouder onderwijs van alle scholen zijn. En daarom zijn al dit soort initiatieven mij lief. Maar heb ik daarmee het omgekeerde gezegd over de initiatieven die u nu aanhaalt? Zeker niet. Dus ook pastorale initiatieven waardeer ik zeer.

Cees Bos (Voorzitter) [00:55:46]: Met dank, u kunt gaan, heer Eerenberg. We gaan over naar de laatste vragenset. Dat is de vragenset van de heer Van Steeg van het CDA. Volwaardige sporthallunetten hard nodig. Dat is een vraag aan het college, bij deze.

Bert van Steeg (CDA) [00:56:13]: Dank u voorzitter. Al jaren wordt gesproken over de bouw van een nieuwe sporthal in Lunetten. Deze sporthal is ook noodzakelijk gezien de leeftijd van de oude en de staat waarin deze verkeert. Daarnaast biedt de sporthal in Lunetten kansen voor de sport en verenigingen die daar gebruik van maken. Ik zal het iets korter maken. De afgelopen tijd heeft er een overleg plaatsvonden met verenigingen en met de buurt. Alleen we merken wel dat de participatie en ook de betrokkenheid van verenigingen dat daar frustratie over bestaat. En ook van de betrokken school overigens. En dat is jammer want we vragen er al vaak aandacht voor en we willen nou juist dat het makkelijker wordt en dat het in goed overleg gebeurt. Daarom hebben de fracties van CDA, Utrecht Nu, Utrecht Solidair, Volt, PFDA en D66 vragen de volgende vragen. 1. Tot welke resultaten heeft het overleg met de huidige en toekomstige gebruikers van sporthal Lunetten geleid? 2. Welke stappen zijn gezet om tegemoet te komen aan de wensen uit de sport om de nieuwe zaal voorwaardig te kunnen gebruiken voor met name basketbal en judo? In hoeverre is de wens overwogen om de afmeting en inrichting van de hal hierop aan te passen?

14

3. Is het college bereid de gebruikers, met name de basketball- en juniorverenigingen, nauwer te betrekken bij de ontwerpfasen van de nieuwe sporthal, zodat wensen en verwachtingen beter worden afgestemd? 4. En op welke manier wordt zelfbeheer ook in de nieuwe sporthal vormgegeven, zodanig dat het beantwoord aan de behoeften van eigenaarschap van de verenigingen en de Utrechtse sport zo goed mogelijk wordt gefaciliteerd? Dank u wel.

Cees Bos (Voorzitter) [00:57:36]: Met dank. U kunt gaan zitten. Ik geef het woord aan de wethouder.

Cees Bos (Voorzitter) [00:57:45]: Heeft u pasje niet mee?

Cees Bos (Voorzitter) [00:57:50]: Geef het woord aan de wethouder.

Eva Oosters (College) [00:57:58]: Dank u wel voorzitter en ook dank aan de indieners van de vragen. Allereerst op vraag 1. Op verschillende momenten bij de totstandkoming van het ontwerp wordt input opgehaald bij die gebruikers. Waar we zoveel als mogelijk rekening ook houden met die wensen in het schetsontwerp. We zitten eigenlijk nog midden in dat ontwerpproces en gebruikers die blijven daar ook bij betrokken. We gaan nu bekijken welke input er wel en niet mogelijk is en wat benodigd is ook voor de stad. Dit gaat dan bijvoorbeeld over vragen over de inrichting en de verdeling van de vierkante meters uiteindelijk in de hal. Als antwoord op vraag 2. We hebben alle wensen van de verenigingen zijn we actief aan het afwegen eigenlijk. En uiteindelijk is het ook hier wel echt kijken naar wat kan en wat helaas ook niet kan. En de kosten bijvoorbeeld voor het uitbreiden van de sportvloer en het feit dat ruimtelijk dit ook niet inpasbaar is in de omgeving van de sporthal. Dat maakt dat wel echt een ingewikkeld punt. En ik herken ook wat de heer Van Steeg zegt over dat daar bij de vereniging een frustratie over is. Maar dat is dus ook echt wel een grens die wij heel moeilijk kunnen oprekken. Voor judo zijn we nu aan het onderzoeken of er een mogelijkheid is om binnen het beschikbare aantal vierkante meters de verdeling zo te maken dat er ook een grotere dojo gerealiseerd kan worden.

Zoals gezegd zitten we nog midden in het ontwerpproces en zijn we dus ook met de partijen nog steeds in gesprek. Dan als antwoord op vraag drie. Alle betrokken verenigingen zijn uiteraard al betrokken en blijven dat ook. Dus ze zijn al bij het hele proces van het maken van het ontwerp nauw betrokken geweest en bij vragen en onduidelijkheden over de input nemen wij waar nodig ook contact op met de individuele verenigingen. Binnenkort volgt een terugkoppeling op de wensen en de ideeën... en gaan we ook in overleg over het schetsontwerp, wederom. Dan als antwoord op vraag 4. Voor de sportkantine is een didamprocedure gevolgd en deze zou in zelfbeheer komen van stichting Sporthal 15

Lunetten. Afspraken hierover worden ook nog gemaakt verder. Deze partij wordt dan ook nauw betrokken bij het ontwerp van de sportkantine zelf. Het zelfbeheer van de hele Sporthal vraagt om een bewonerspot.

Eva Oosters (College) [01:00:00]: Eigenlijk ook een procedure zoals we die met elkaar hebben afgesproken in die handreikingszelfbeheer die we hebben. hebben opgesteld. En die is nog niet ingediend, dat bewonerspot. Daar is, indien partijen dit willen, nog altijd tijd voor. Verenigingen kennen die procedure ook en we zullen hen hier ook nog eens actief op wijzen. Dus, voorzitter, dat waren de antwoorden.

Eva Oosters (College) [01:00:21]: Met dank. Ik kijk rond. Zijn er partijen die willen reageren? Ik zie VVD.

Margreet Ramaker (VVD) [01:00:27]: Ja, voorzitter. Dus ik begrijp dat die sport al helemaal volgens planning gaat komen. Eva Oosters (College) [01:00:34]: Ja, voorzitter. Dus er zijn meerdere planningen geweest. Dus dat is natuurlijk wel het eerlijke antwoord erop. Het had ook iets met netcongressie van doen. Maar daar zijn we inmiddels doorheen. Dus als het goed is, loopt het allemaal volgens planning.

Margreet Ramaker (VVD) [01:00:47]: En nu je zo'n vaart heeft gemaakt, denkt de wethouder dat... Want die ambtenaren zijn nu ook lekker goed bezig. Dat dan ook de sporthal bijvoorbeeld ergens in Vleuten of zo gaat komen.

Margreet Ramaker (VVD) [01:01:00]: Beetje korte tijd.

Eva Oosters (College) [01:01:04]: Wat een mooie vraag. Ik kan die niet uit mijn hoge hoed toveren helaas. Dus daarvoor, en dat weet mevrouw Raamaker ook, is natuurlijk extra budget nodig. De ruimte hebben we natuurlijk wel gereserveerd voor het portal, maar de vraag of daar ook het budget op een goede manier voor te vinden is, dat is toch echt misschien ook aan de volgende periode.

16

Margreet Ramaker (VVD) [01:01:26]: Ja, maar voorzitter, ik kan me echt wel voorstellen dat als je dat werk nu aan het doen bent, bijvoorbeeld in Lunetten, en het is natuurlijk een andere situatie of een specifieke situatie, maar dat je toch die kennis en kunde die er nu is bij de ambtelijke organisatie, dat je die natuurlijk wel warm gaat houden, ook voor sporthallen elders in deze stad. Dus dat we dan niet ergens in 2028 horen krijgen, ja sorry, wel geld, maar geen mensen.

Eva Oosters (College) [01:01:54]: Nee, dat ben ik helemaal met de VVD-fractie eens. Dus wij hebben ontzettend kundige mensen bij de gemeente rondlopen die al heel veel van dit soort trajecten hebben gedaan. En gelukkig houden we die ook aan boord om met toekomstige trajecten goed de hand in een te slaan.

Cees Bos (Voorzitter) [01:02:07]: D66? Nee? Oh, ik dacht dat uw hand omhoog ging. Dan ga ik naar het CDA toe.

Bert van Steeg (CDA) [01:02:15]: Ja, dank. Ja, dat is mooi dat er zoveel ervaring is en dat die ook wordt gebruikt bij volgende stappen. Maar toch gaat er ook in dit proces nog wel het nodige mis. Want de wethouder zegt natuurlijk wel, ja we zijn in gesprek en ze hebben voldoende inspraak. Zo wordt het absoluut niet beleefd door de sportverenigingen, maar ook niet door de school die daarbij betrokken is. Dus dan is de eerste vraag aan de wethouder, wat gaat er dan mis? Als zij hier wel vertelt, ja maar eigenlijk alles loopt op rolletjes.

Eva Oosters (College) [01:02:39]: Ja voorzitter, en dat vind ik juist met dit soort casuïstiek, dus ook als het over die sport gaat, wel goed om te markeren. Kijk, je kan met elkaar het gesprek hebben en in dat gesprek kan je er soms ook op uitkomen dat iets niet helemaal volgens de wens van alle partijen gaat. En soms is dat inderdaad een keuze die je ook anders zou kunnen zien en soms is dat ook echt de randen die je gewoon hebt, of dat nou budgetair is of ruimtelijk. En je kan dus niet altijd aan die wensen van partijen toegeven. Dat maakt het proces niet slecht, dat maakt het samenwerken met de stad niet slecht, maar dat maakt wel dat die partijen niet altijd tevreden zijn en dat we ook niet op die manier aan u zullen terugkoppelen. Dus wat mij betreft hebben zij echt de ruimte en kijken we ook serieus naar de wensen die zij hebben of we dat kunnen inpassen binnen de ruimte die we hebben. Maar dat betekent niet dat ze altijd 100% tevreden uit die gesprekken weg zullen lopen.

Bert van Steeg (CDA) [01:03:25]:

17

Nee, uiteraard. Participatie betekent niet dat iedereen zijn zin kan krijgen, want anders bestaat dat niet. Maar dan maakt u ook wel een karikatuur van de wensen van de verenigingen. Die begrijpen natuurlijk ook wel, als een grotere hal niet past in de buurt, dan komt iedereen er natuurlijk niet. Dus dat hoef je ze niet uit te leggen. Het gaat er juist om dat in het participatieproces dat er bijvoorbeeld tekeningen worden gemaakt waarvan ze denken, dit past helemaal niet bij de wensen die we hebben. Dus mijn vraag aan de wethouder is dan, als hij zegt, ja maar, Eigenlijk gaat het heel goed. Het is alleen zo dat die verenigingen hun wensen niet krijgen. Hoe ziet die participatie er dan wat haar betreft uit met de betrokken partijen? Want daar zit toch echt al de crux?

Eva Oosters (College) [01:04:03]: Ja, voorzitter, ik ben blij met de uitspraak van de heer Van Steeg dat ook partijen natuurlijk zien, als het ruimtelijk niet past, dan kan je dat natuurlijk ook niet doen. Dat ben ik met de heer Van Steeg eens. En ik vind ook deze mondelingen vragen wel weer voor mijn aanzet om ook te kijken van hoe gaat het nu ook met die gesprekken en is het inderdaad kloppend met het beeld dat ik er nu van heb. Dus dat zou ik ook wel toezeggen aan de heer Van Steeg dat ik dat ga doen. Maar mijn indruk is dat ook juist voor de verdeling van die vierkante meters in de sporthal echt goed wordt gekeken naar de wensen van verenigingen. En dat ook echt met hen samen daaraan wordt gebouwd. Mocht dat niet zo zijn, dan ga ik daar natuurlijk op interveniëren. Maar ik hoop dat dat inderdaad volgens die planning loopt.

Bert van Steeg (CDA) [01:04:39]: Ja, in ieder geval fijn dat de wethouder dat wil doen, want ze vertelt hier echt een ander verhaal dan hoe het wordt beleefd. Dus daar zit echt wel een verschil. Laatste vraag over dat zelfbeheer. Daar hebben we natuurlijk vaak over gesproken. Er ligt een nieuwe handreiking. Er is een club die inderdaad dat nu op een goede manier doet. Er zijn wat haken en ogen, maar op zich gaat het best wel goed. En dan moet er toch ook weer een bewonersbod worden gedaan. Is dat echt de enige weg die kan worden bewandeld, of kun je ook zeggen tegen zo'n vereniging... We hebben veel vertrouwen, we hebben veel opgebouwd de afgelopen jaren. Laten we kijken hoe we dit ook in een nieuwe situatie op een goede manier kunnen doen.

Eva Oosters (College) [01:05:13]: Ja, voorzitter, ik snap die vraag wel. En toch denk ik juist dat door die haken en ogen die er soms ook aan zitten, dat het wel goed is om zoiets ook zorgvuldig te belopen. En omdat we net met elkaar die handreiking hebben opgesteld en hebben gezegd van die situatie heb je dit proces en die situatie heb je dat proces, lijkt het me wel goed om op die manier te doorlopen. Dat we hen daarbij aan de hand kunnen nemen, zeker. En ik zal ook zorgdragen voor dat dat gebeurt.

Cees Bos (Voorzitter) [01:05:36]:

18

En daarmee is dit vragenuurtje afgelopen. Ik dank u allemaal hartelijk voor aanwezigheid. En ik sluit de vergadering. Het gaat u goed.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=8536facf-559c-4e64-b362-9f68d464daeb