CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20260115 vragenuur

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Transcripties Vragenuur 11 december en 8, 15 en 22 januari 20266.580 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2025 TRANSCRIPT VRAGENUUR 15 JANUARI 2025 Vragenuur – 15 januari

Vragenuur, gehouden op 15 januari te 17:00 uur. Voorzitter: Melody Deldjou Fard Aanwezig zijn de leden: Ingeborg Hornsveld (GroenLinks), Saskia Oskam (Partij voor de Dieren), Ilse Raaijmakers (PvdA), Tabasum Westra-Van Til (ChristenUnie), Bert van Steeg (CDA), Alessia Gigliotti (BIJ1)

Namens het college zijn aanwezig: Rik van der Graaf, Linda Voortman, Eva Oosters Griffier: Florien Bouts

Opening van het vragenuur.

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:04:59]: Een hele goede middag iedereen, welkom bij deze Vragenuur. Mijn naam is Melody Deldjou Fard , ik heb de eer om vanavond jullie Vragenuurvoorzitter te zijn. Ik heet iedereen welkom, alle wethouders, alle raadsleden, commissieleden en alle mensen die met ons thuis meekijken en natuurlijk iedereen op de publieke tribune. Wij hebben voor vanavond vijf vragen te behandelen in dit uurtje en ik heb zo'n beetje het gevoel dat we het gaan redden. Maar laten we snel gaan beginnen en we starten met vraag nummer 1. Die wordt gesteld door collega Ingeborg Hornsveld van GroenLinks. En de titel is Maak het homomonument zichtbaar.

Ingeborg Hornsveld (GroenLinks) [00:05:53]: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ga de vraag stellen namens een heleboel vragen, bijna raadsbreed. Moet ik ze allemaal opnemen of zal ik de twee partijen opnoemen die niet meedoen? Wat wilt u? Dan noem ik ze toch even allemaal op. GroenLinks, Partij van de Arbeid, LINK, ChristenUnie, D66, Student & Starter, Horizon, Volt, Partij voor de Dieren, Utrecht Nu!, BIJ1, VVD, CDA, Stadsbelang en EenUtrecht. Oké. Utrecht, een stad waar 1

liefde vrij is. Een eiland waar we de haat en de uitsluiting die elders in de wereld bestaan buiten de deur houden. Dit zei onze burgemeester tijdens haar nieuwjaarstoespraak. Een te weinig donkere kant van de geschiedenis van onze stad zijn de homovervolgingen rond 1730. In die tijd was de ruïne op het Domplein een ontmoetingsplaats voor sodomieten, zoals de homo's toen genoemd werden. Zij werden verraden door de alcoholistische koster van de Dom. Velen werden opgepakt en veroordeeld en 18 mannen werden gewurgd in de kelder onder het stadhuis. Op de plek waar wij nu staan. Deze golf van haat sloeg over op heel Nederland. Met honderden slachtoffers tot gevolg. Niet iets om als Utrecht heel trots op te zijn. Op het Domplein ligt sinds 1999 een gedenksteen voor deze mensen en deze dient ook als waarschuwing. Juist nu, in een tijd waarin de rechten van queer mensen flink onder druk staan en 65% van deze groep zich regelmatig onveilig voelt, is het belangrijk om dit historische symbool, beter zichtbaar te maken. Het ligt nu relatief onbekend en onzichtbaar op het plein. De meeste mensen, waaronder veel toeristen, lopen er gewoon overheen en hebben geen idee wat het inhoudt, ook omdat sommigen de Nederlandse tekst niet kunnen lezen. Al jaren gaat het hierover en de onderstaande fracties willen dat er nu daadwerkelijk iets gebeurt. Nu mijn vragen. 1.

Erkent het college het belang van de kennis over de LHBTIQ plus historie van onze stad? 2. Vindt het college ook dat betere zichtbaarheid van het Homo monument goed zou zijn? 3. Zou het niet goed zijn als er ook een Engelstalige duiding bij het monument aangebracht wordt? 4. Kan het college initiatief nemen om deze gedenksteen, misschien via licht erop of een lichtrand eromheen, letterlijk in de spotlights te zetten? 5. Zo ja, op welke termijn kunnen wij dan actie hierop verwachten? Zo nee, welke andere ideeën heeft het college om de geschiedenis van de queer community en specifieke...

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:08:51]: Ik nodig Eva Oosters uit voor de beantwoording van de vragen.

Eva Oosters (College) [00:09:11]: Dank u wel, voorzitter. En ook dank aan de indieners, talrijk van de vragen. Allereerst, vraag 1. Ja, het college vindt het heel belangrijk dat kennis en zichtbaarheid van de LHBTIQA plus geschiedenis wordt versterkt. Omdat dit bijdraagt aan meer begrip en acceptatie voor juist deze gemeenschap. Zoals we ook hebben aangegeven in onze raadsbrief van 4 december over het Domplein. En dat is ook de reden dat ik hem beantwoord. Vraag 2. Ja, het monument speelt een belangrijke rol in het blijven herdenken van de mensen die zijn vervolgd vanwege hun seksuele identiteit. Een betere zichtbaarheid draagt eraan bij dat deze geschiedenis levend blijft en dat de betekenis van het monument beter onder de aandacht is van inwoners en bezoekers van onze stad. Dan op vraag 3. Dank voor deze suggestie. We nemen dit ook graag mee in de gesprekken die we 2

ook met de gemeenschap willen voeren over de betere zichtbaarheid van het monument. En dan naar vraag 4. Het college gaat uitzoeken welke ruimtelijke mogelijkheden er zijn om de gedenksteen beter tot uiting te laten komen. Hierbij wordt de community betrokken en houden we ook rekening met de spelregels uit het gebiedsprofiel van het domplein. De activiteiten waarvoor Domplein ook wordt gebruikt, die kunnen daar misschien ook nog wel eens een rol in spelen. Dan op vraag 5. Het college zal de mogelijkheden onderzoeken. We schreven ernaar om in Q2 de mogelijkheden in kaart te hebben gebracht en de realisatie ook te starten. En we zullen u daar dan ook over informeren. Aanvullend zal het college in gesprek gaan met onder andere Queer You Stories, dat is antwoord op vraag 6, om te kijken hoe de geschiedenis en de gedenksteen beter onder de aandacht kunnen worden gebracht. Voorzitter, dit waren de antwoorden op de vragen.

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:10:57]: Hartelijk dank, wethouder Eva Oosters. Ik kijk in de zaal om te zien of er partijen zijn met een aanvullende vraag. Ik zie gelijk PvdA. Gaat uw gang.

Ilse Raaijmakers (PvdA) [00:11:05]: Dank, voorzitter. We zijn al een aantal jaren mee bezig. We hebben eerder aandacht voor gevraagd. Of het mogelijk is om met een hele kleine Pride-vlag te laten zien. Omdat je het anders niet weet als je ervoor staat. Waarom duurt dit zo lang? Het geeft niet zoveel vertrouwen dat het nu snel wel geregeld is. Kan er nog reflectie op komen?

Eva Oosters (College) [00:11:27]: Ja, voorzitter, we hebben natuurlijk een heel traject doorlopen rondom het Domplein. Dus we zijn met ondernemers, bewoners, andere omwonenden van het plein in de vorm van bijvoorbeeld de universiteit of anderen zijn we in gesprek geweest om te kijken hoe we dat plein zo mooi mogelijk zouden kunnen maken. En daarin heeft het wellicht wat vertraging ook opgelopen. We hebben natuurlijk wel ook in de brief, zoals ik al zei, van december ook gecommuniceerd dat we met dit specifieke thema en dus ook met de gedenksteen aan de slag willen. Ik zou zeggen, als we alleen maar een klein vlaggetje erbij doen, dan is het nog steeds niet echt volgens mij juist de zichtbaarheid die we ook voor elkaar wil krijgen. Dus laat ons daar nou even op studeren, juist ook samen met de community die het betreft.

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:12:09]: Ik ga door naar de zaal. Zijn er nog meer aanvullende vragen? Ik zie geen handen. En Indiener heeft toen nog een opmerking. Ga te gang.

Ingeborg Hornsveld (GroenLinks) [00:12:18]:

3

Ja, dank u wel. Ik ben blij met dit antwoord. Ik heb nog een kleine vraag over de suggestie die ook gedaan is over een Engelstalige toelichting bij het monument. Eventueel een QR-code naar Queer Youth Stories. Dat zou mooi zijn. Dat is tweetalig, dus het zou mooi zijn.

Eva Oosters (College) [00:12:36]: Ja, die suggesties nemen we zeker mee in de gesprekken. Ja, dank u wel.

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:12:41]: Hartelijk dank voor de beantwoording, wethouder. Wij gaan door naar de volgende set vragen. En deze is set nummer twee. Het wordt gesteld door collega Ilse Raaijmakers, PVDA. Ik zie haar al naar de katheder lopen. En de titel is Brillen voor kinderen die het nodig hebben.

Ilse Raaijmakers (PvdA) [00:12:58]: Ja, dank voorzitter. Deze vragen zijn mede namens GroenLinks, Denk en Partij voor de Dieren. Vermoedelijk tienduizenden kinderen gaan naar school zonder goed te kunnen zien en zonder bril. Een op de drie kinderen die een bril nodig heeft, draagt geen of een verkeerde bril. Geldgebrek en onvoldoende verzekerd zijn zijn vaak de oorzaak. Dat blijkt uit onderzoek van het jeugdeducatiefonds. Dit is een zorgwekkend groot aantal. Want als je niet goed kunt zien, dan kun je ook niet goed meedoen en leren. Gelukkig hebben we in Utrecht een manier om deze kinderen te helpen. Utrechtse gezinnen met een U-pas kunnen in onze stad bij de Hogeschool Utrecht een gratis oogmeting en bril krijgen voor hun kinderen die dat nodig hebben. Omdat niet goed kunnen zien direct impact heeft op kansengelijkheid, hebben de fracties van het PvdA, GroenLinks, DENK en Partij voor de Dieren hierover de volgende vragen. 1. Hoeveel kinderen heeft Utrecht tot nu toe geholpen met een gratis bril via de Hogeschool Utrecht? 2. Kan aan de vraag worden voldaan of is er een wachtlijst voor deze gratis brillen? 3. Kan het college aangeven hoe kinderen die het nodig hebben bereikt worden en is de regeling bekend bij scholen en zorgverleners? 4.

Denkt het college dat het afschaffen van de U-polis ertoe kan hebben geleid dat minder Utrechters naar de opticien gaan voor een oogmeting en bril? En is dit meegenomen in de evaluatie die binnenkort verschijnt?

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:14:14]: Dank u wel. Ik kijk even naar mijn linkerzijde. Wethouder Linda Voortman komt naar voren voor de beantwoording. Gaat uw gang. 4

Linda Voortman (College) [00:14:31]: Ja voorzitter, dank u wel. Ik heb natuurlijk ook het bericht van het jeugdeducatiefonds gelezen. En ik vind het heel terecht dat u deze vragen stelt. Want het niet goed kunnen zien heeft inderdaad een enorme impact op de kansengelijkheid van kinderen. En juist dat is ook de reden geweest dat wij vorig jaar zijn gestart met het project in samenwerking met de hogeschool. En we mede met de resultaten van dit project willen bijdragen aan de oproep om een basisvoorziening voor een kinderbril op te nemen in het basispakket. Want dat is natuurlijk de echte oplossing. En ik kan ook bij deze meedelen dat we besloten hebben het kinderbrillenproject met de Hogeschool Utrecht in 2026 voor te zetten. In de aankomende dashboardbrief zal ik hier verder op ingaan. Dan de vragen zelf. Hoeveel kinderen zijn er tot nu toe geholpen? In 2025 werden 113 kinderen gezien en 93 brillen verstrekt. En ongeveer een derde van deze kinderen had nog geen bril. En die kinderen waren gemiddeld 9 jaar oud. De jongste was 4 jaar oud en de oudste 17 jaar oud. En 16% van de ouders geeft expliciet aan dat de gratis verstrekking van de bril de primaire reden was om voor deze regeling te kiezen. Zonder deze regeling was een bril te duur. En daarmee wordt dus echt duidelijk dat we hiermee ook echt verschil maken voor deze kinderen.

Dan of eraan de vraag kan worden voldaan of er een wachtlijst is. Voorzitter, er is op dit moment geen wachtlijst. Die is er wel even geweest voor de zomer toen we net gestart waren. Maar er is nu voldoende capaciteit binnen het project en dus ook ruimte voor meer kinderen. Dat vind ik heel goed nieuws. Dan kan ik aangeven hoe kinderen die het nodig hebben bereikt worden. Er wordt op verschillende manieren aandacht besteed aan en ook gecommuniceerd over het project. Bijvoorbeeld via nieuwsberichten en de media, via onze partners in de stad zoals de Armoede Coalitie en via meerdere berichten in de nieuwsbrieven en ook op de website van de UPAS. 20% van de ouders geeft aan dat de nieuwsbrieven van de U-pas hen naartoe aanzetten om een afspraak in te plannen. En daarnaast lijkt mond-op-mond reclame ook een belangrijke manier waar het project onder de aandacht komt. En ook worden deelnemers soms door een jeugdarts of een school op de regeling gewezen. En in Overvecht is ook geflyerd via de Stichting Papiercafé en het buurteam. En dan de laatste vraag over de relatie met de Upolis. Ja, die specifieke relatie kan ik op dit moment niet zo zeggen. Is ook niet zo specifiek ten aanzien van brillen meegenomen in de evaluatie. Maar als het afschaffen van de U-polis heeft geleid tot extra zorgmijding... ja, dan zal dat, neem ik aan, ook spelen op dit onderwerp.

Het is overigens nog wel goed om hier ook te zeggen... dat een gratis kinderbril in Utrecht voor kinderen en huishoudens met een laag inkomen niet alleen via deze succesvolle samenwerking met Hogeschool Utrecht mogelijk is, maar ook als ouders zelf een bril aanschaffen voor hun minderjarige kind, kan vanaf 2025 een vergoeding via de zorgkostenregeling binnen de bijzondere bijstand worden gekregen. En we hebben natuurlijk ook de korting via de U-pas op een bril. En voor 2025 konden ouders ook een vergoeding krijgen via de bijzondere bijstand, maar toen werd er weinig gebruik van gemaakt. Want geld lijkt ook niet de enige factor te zijn. Het project met de EU laat ook vooral zien dat een eenvoudige, makkelijke route, waarbij mensen echt volledig ontzorgd worden, wat natuurlijk begrijpelijk is als je al zoveel zorgen hebt vanwege de financiën, En ook geen risico op kosten en geen aanvraag hoeft te doen. Dat dat ook echt werkt. Dus dat dat ook succesfactoren zijn. De beste oplossing is natuurlijk de bril in het basispakket. Of nog beter, een toereikend inkomen om een bril voor je kind aan te kunnen schaffen. Want ik vind het echt... Ja, te schrijnend voor woorden. Dat lijkt me ook, zeg ik ook als moeder, als je voor je kind niet zo'n bril kunt aanschaffen. Als je ook weet wat de gevolgen daarvan zijn.

Dus ook daarvoor, voor dat toereikend sociaal minimum, daarvoor zullen wij ons natuurlijk blijven inzetten. Dank u wel, voorzitter. 5

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:18:13]: Dank, wethouder Linda Voortman. Ik kijk in de zaal, zijn er partijen met een aanvullende vraag? Ik zie geen handen en Indiener heeft toen nog een laatste opmerking. Gaat uw gang, PVDA.

Ilse Raaijmakers (PvdA) [00:18:23]: Het is heel mooi nieuws dat dat wordt voorgezet. Ik wist eerlijk gezegd niet dat het dus alleen maar 25 liep en dat we dus nu opnieuw hebben besloten voor 26. Wat is er dan voor nodig om dit wel blijvend te houden? Want ik begrijp, is dit een pilot nu of hoe is het voor 26 geregeld en hoe weten we hoe het daarna verder gaat?

Linda Voortman (College) [00:18:42]: Voorzitter, het is in ieder geval voor 26 nu geregeld. Ja, en ik zou wel willen zeggen, de echte oplossing zit natuurlijk in de bril in het basispakket en dat toereikend sociaal minimum. Dus daar blijven we ons ook voor inzitten. Ik zie een aantal mensen van u knikken, dus laten we dat ook vooral samen blijven doen.

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:19:00]: Geen vragen meer. Hartelijk dank, wethouder. Wij gaan door naar de vragenset nummer drie. Deze worden gesteld door Partij voor de Dieren, collega Saskia Oskam. En de titel is Valentijnsactie voor katten.

Saskia Oskam (Partij voor de Dieren) [00:19:39]: Ja, dank u wel. De gemeente Tilburg organiseerde een mooie Valentijnsactie, waarbij inwoners korting kregen bij een aantal dierenartsen... om hun katten te laten steriliseren of castreren en ze ook gratis konden laten chippen. De gemeente werkte hierin samen met de Dierenbescherming... En, voor zover we begrepen, financieren de gemeenten ook deze valentijnsactie. In 2024 nam de Tilburgse Raad een motie aan om de actie jaarlijks te herhalen. Het lijkt de Partij voor de Dieren goed als ook de gemeente Utrecht een dergelijke actie gaat organiseren. Aangezien dierenartskosten steeds meer stijgen en er veel dierenleed voorkomen wordt door inwoners hierin te ondersteunen. Door preventief te investeren in het neutraliseren en chippen... Van katten worden er kosten en capaciteit bespaard op de opvang van katten, waar de gemeente wettelijk verantwoordelijk voor is. De Partij voor de Dieren heeft daarom de volgende vragen. 1. Is het college bereid om ook in Utrecht een dergelijke Valentijnsactie te starten op 14 februari 2026? Hierbij kan hulp ingeschakeld worden van Stichting Zwerfkatten Nederland, die een dergelijk project kan starten met een bijdrage van de gemeente, zodat de gemeente niet zelf een hulpproject hoeft op te zetten. Zo nee, waarom niet?

6

2. Indien er geen geld is voor een dergelijke actie, is het college bereid om te onderzoeken hoe dit wel gerealiseerd kan worden door onder meer met de gemeente Tilburg en Stichting Zwerfkatten Nederland in gesprek te gaan. Zo nee, waarom niet? 3. Indien 14 februari 2026 niet haalbaar blijkt als startdatum, is het college bereid om het voorwerk vast in gang te zetten zodat het volgende college dit vanaf 2027 kan gaan uitvoeren. Zo nee, waarom niet?

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:21:14]: Hartelijk dank. Ik nodig graag wethouder Linda Voortman uit voor de beantwoording.

Linda Voortman (College) [00:21:29]: Ja, voorzitter, dank voor deze vragen. En wij zijn het met de Partij voor de Dieren eens dat het neutraliseren en chippen, dat dat nuttig en ook heel erg belangrijk is. Minder zwerfkatten voorkomt ook veel dierenleed, maar we hebben geen geld om deze aparte actie te financieren. We hebben in 2024 en 2025 al een pilot uitgevoerd met de Dierenvoedselbank om katten en honden te chippen en te neutraliseren, dus via de Dierenvoedselbank. Dit zou een actie zijn voor alle inwoners. Dat zou weer extra capaciteit en geld vragen. Dat brengt mij op vragen 2 en 3. Nee, we hebben niet de capaciteit en de middelen om in 2026 het onderzoek en het voorwerk hiervoor uit te voeren. Maar dat betekent natuurlijk niet dat we niks doen. Integendeel, sommige dierenartsen geven ook korting via de U-pas. En dat doen ze niet alleen hiervoor, maar ook voor allerlei andere behandelingen. Ook behandelingen die vaak nogal duurder zijn. En juist voor upashouders, mensen met een laag inkomen, is die korting van belang. En dan heb je het over een korting van 20%. Dat is meer dan wat in Tilburg wordt geboden. En bovendien niet alleen op Valentijnsdag. Dus daar gaan we mee door. En voorzitter, daarmee heb ik denk ik de vragen beantwoord.

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:22:40]: Dank u wel, wethouder. Kijk in de zaal. Zijn er partijen met een aanvullende vraag naar de wethouder? Geen aanvullende vragen? Dan was alles helder. Dan ga ik naar de indiener van de vragen. Heeft u laatste opmerking? Gaat de gang. Partij voor de dieren.

Saskia Oskam (Partij voor de Dieren) [00:22:54]: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij hebben inderdaad vrij veel contact met ambtenaren gehad en ook met uw wethouder, of via de voorzitter, over die dierenartsen. Maar we begrepen dat er één of twee dierenartsen waren die hieraan mee wilden werken. Het is inmiddels bekend dat er meer dierenartsen zijn die via de U-pas korting bieden, want anders worden er nog steeds heel weinig mensen bereikt.

Linda Voortman (College) [00:23:14]:

7

Voorzitter, ik meen wel dat het een van de echt grotere dierenartsenpraktijken was die op verschillende plekken in de stad ook zit. Dus in die zin zijn er volgens mij veel plekken om te bereiken, maar ik weet niet of er specifiek meer zijn. Het is natuurlijk ook wel iets wat dierenartsen zelf ook moeten willen.

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:23:34]: Hartelijk dank, wethouder. Wij gaan door naar de volgende set vragen. Dat is nummer 4. En het wordt gesteld door collega Alessoa Gigliotti. Sorry, had ik het vorige keer? Excuses. Ik heb dat probleem ook altijd. Ik begrijp het volledig. Mijn excuses. Van de partij BIJ 1. En de titel is navolgbare en tijdige communicatie over de KWR. En de KWR staat voor de koude weerregeling. Alessia Gigliotti (BIJ1) [00:24:05]: Dank voorzitter. De KWR is op 22 december in Utrecht opnieuw van kracht geworden door sneeuw en aanhoudende lage temperaturen. De KWR is essentieel voor de veiligheid en gezondheid van dakloze mensen. Intern werd gecommuniceerd dat de KWR vandaag, donderdag 15 januari, zou worden beëindigd vanwege stijgende temperaturen. Op dinsdag 13 januari ontvingen we echter onverwacht bericht dat de KWR al op woensdag 14 januari zou worden gestopt. Daarmee is de regeling een dag eerder gesloten dan eerder was gecommuniceerd. Zowel medewerkers van de KWR als belangenorganisaties waren verbaasd over het late moment waarop dit besluit is gedeeld. Bijeen deelt deze zorgen. Voor bezoekers is het cruciaal dat het duidelijk en navolgbaar is wanneer zij wel of geen gebruik kunnen maken van de opvang. Juist voor deze kwetsbare doelgroep moet helder zijn waar ze aan toe zijn. Daarom stellen de genoemde fracties de volgende vragen.

Waarom is besloten om de KWR een dag eerder te beëindigen dan oorspronkelijk gepland en gecommuniceerd? 1. In Amsterdam is de KWR wel geopend tot donderdagochtend, terwijl de Utrechtse opvang volgens de afspraken altijd samen optrekt met andere G4-steden. Waarom wordt hier nu van afgeweken? 2. Hoe zorgt het college voor duidelijke, navolgbare besluiten over de KWR? Is het college bereid het knipperlichtbeleid los te laten richting permanente winteropvang? 3. Welke oplossing biedt de gemeente aan bezoekers die te horen kregen... dat ze tot en met donderdag gebruik konden maken van de KWR maar voor wie die mogelijkheid nu is vervallen? 4. De KWR gaat zaterdag 17 januari naar verwachting weer open... Deelt het college die verwachting en hoe is de keuze voor een sluiting van twee dagen te rijmen met die noodzaak? Dank u voorzitter.

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:25:37]: Hartelijk dank. Wethouder Rik van der Gaaf gaat de beantwoording doen.

Rik van der Graaf (College) [00:25:56]: 8

Dank voor de gestelde vragen. Ik denk dat het goed is om te beginnen met een kort woord van dank voor de talloze medewerkers en partnerorganisaties. En de vele vrijwilligers die zich de afgelopen periode weer kaart hebben ingezet om iedereen een warm bed te geven tijdens de kou en de sneeuw. Het is iets waar we als stad ontzettend trots en dankbaar voor mogen zijn. Dat zij deze toewijding en barmhartigheid hier zo breed in deze stad gedragen wordt. En we hebben het vorige week in het debat ook al uitgebreid over gehad. Uit alle hoeken van de samenleving en dwars door alle bubbels heen. Ook dat maar even gezegd hebbende. Dan naar de KBR. En deze regeling, zoals u ook bekent, voeren we in G4-verband uit. En waarbij we ons houden aan de feitelijke criteria met betrekking tot de weersomstandigheden. Het is een regeling die we uitvoeren in solidariteit naar elkaar. Besluiten zijn daarom soms lastig en er moet enerzijds voldoende tijd zijn voor de uitvoerende partijen om alles tijdig in te kunnen regelen. Maar we willen de besluiten ook zorgvuldig nemen op basis van de meest recente voorspellingen. En daar zit een spanningsveld tussen. Voor het een wil je voldoende tijd nemen en voor het ander moet je soms tot het laatste moment wachten. Besluiten met betrekking tot open en sluiten zijn nog steeds afhankelijk van die weersomstandigheden die soms grillig kunnen zijn.

Dat heeft in het verleden juist ook betekend dat we op het laatste moment toch open gingen, omdat het kouder werd. En dat werkt dus wel allebei de kanten op. Dan een antwoord op vraag 2. Ook Amsterdam ging akkoord met het besluit om gisteren te sluiten, maar is door een miscommunicatie naar de partners een dag langer opengebleven. Dat betekent dat ook Amsterdam de G4-lijn volgde, maar door een miscommunicatie een dag later moest sluiten. Want antwoord op vraag 3. In Utrecht zien we voornamelijk dakloze EU-arbeidsmigranten en ongedocumenteerde mensen in onze koud weeropvang. En deze groepen worden doorgaans uitgesloten van toegang tot permanente winteropvang. Wat we nu bieden past daarom juist beter bij de situatie in Utrecht. Namelijk een grote koud weer opvang locatie met begeleiding op locatie. En we richten die KWR dan ook zodanig in dat we meer bieden dan alleen een bed. We bieden begeleiding en tot nu toe konden we ook de hele groep goed daar bedienen. Daarnaast zou een koud weerregeling vanwege gezondheidsredenen altijd nodig blijven, ook als er een permanente winteropvang zou zijn. We zien dat steden met een permanente winteropvang een hoog aantal regulier dak- en thuislozen mensen op straat hebben en daardoor ook langere wachtlijsten voor de WMO-opvang. In Utrecht zijn deze wachtlijsten er bijna niet. Antwoord op vraag 4.

Dit is hoe de koudweerregeling werkt en al jaren werkt. We openen wanneer het koud is en we sluiten weer wanneer het warmer wordt, zoals ik net ook heb toegelicht. En natuurlijk zie ik ook nu dat al onze partnerorganisaties waar we mee samenwerken klaarstaan om de bezoekers te helpen waar ze kunnen. Antwoord op vraag 5. Of de KBR opengaat is afhankelijk van de volgende criteria. Gevoelstemperatuur onder nul. Een storm krijgt een naam of code rood. Zoals ook benoemd in de raadsbrief op 7 november. En dat wordt besloten door de G4. Die nu hebben vastgesteld dat we vanaf zaterdag inderdaad weer open gaan. Een sluiting van drie nachten is conform afspraken die we in G4 verband hebben gemaakt. En daar houden we ons bij deze dus ook aan. Dank u wel.

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:28:57]: Hartelijk dank wethouder voor de beantwoording. Ik zie in de zaal al gelijk vragen van ChristenUnie, gaat uw gang.

Tabasum Westra-Van Til (ChristenUnie) [00:29:04]: 9

Ja, voorzitter, hartelijk dank voor deze beantwoording en ook voor de vraag gesteld. Begrijp ik van de wethouder in antwoord op vraag 2, dat dus het uitgangspunt, zoals we dat in debatten ook vaak benoemd hebben, dat de G4 altijd samen optrekt en de afspraken op elkaar afstemt?

Rik van der Graaf (College) [00:29:21]: Zeker. En dat was hier ook het geval. Alleen door miscommunicatie in Amsterdam is het anders uitgepakt.

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:29:28]: Ik zie geen andere partijen met de aanvulling. Oh, Ilse Raaijmaker van PvdA gaat uw gang.

Ilse Raaijmakers (PvdA) [00:29:33]: Ja, voorzitter. Ik denk, er is vaak wat spraakverwarring bij permanente winteropvang, maar ik bedoelde ook wel met zo'n vraag, wat zou het, volgens mij wordt het ook een beeld gebracht, misschien is dat gewoon meer de vraag die ik heb voor de voorjaarsnota, wat het zou kosten als je een permanente koude weerregeling openhoudt. Het is nou wat anders dan de permanente winteropvang zoals u die uitlegde of het college uitlegde. Dus ik kan dat in beeld worden gebracht, want in de laatste evaluatie van de KWR werden er wel bedragen benoemd.

Ilse Raaijmakers (PvdA) [00:30:00]: En dan is het ook eerder gezegd, ook met beveiliging, opschalen, afschalen kost ook heel veel geld. Wat het bijna kost te baten, dat het misschien efficiënter is om hem gewoon open te houden de hele winter. Graag reactie.

Rik van der Graaf (College) [00:30:15]: Ja, dat is de vraag of dat dus in de praktijk zo is. En er zijn ook andere argumenten. Je ziet nu ook dat het soms ook weer wat lucht aan al die mensen, ik noemde ze net, die keihard werken om dat zo'n hele periode lang te doen, daar alles klaar te zetten. Dat geeft nu ook weer een paar dagen lucht om ons weer goed voor te bereiden, omdat vanaf komend weekend, als het koud wordt, weer klaar te staan voor iedereen. Dus er zijn meerdere argumenten waarom je dat kan doen. En kosten en geld is er zeker ook een en die moet u goed kunnen afwegen. Dat is een goed moment bij de voorjaarsnota, ook daarop. Voor mij dus brengen we dat in kaart en dat kunnen we u ook daarover informeren. Dus dat doen we inderdaad, dat klopt.

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:30:45]: Ik zie geen andere vragen. Dan ga ik terug naar de indienende partij. BIJ1, gaat u gang.

10

Alessia Gigliotti (BIJ1) [00:30:51]: Ja, dank u voorzitter. Ik hoor de wethouder zeggen dat deze keuze zorgvuldig is gemaakt. Ik denk dan een dag van tevoren dit communiceren. Ik vraag me af hoe zorgvuldig dat is. En wij horen ook van mensen die daar werken, dat in die lange tijd dat zij daar werken, dat het eigenlijk nog maar één keer eerder is gebeurd. Ik deel met de PVDA van, is het dan niet een teken dat zo'n knipperlichtregeling niet werkt en we permanent er iets moeten zoeken? En daarnaast mijn laatste punt, voor wie is het op- en afbouwen een...

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:31:26]: U mag drie keer vragen stellen. Wat is de eerste vraag voor de wethouder?

Alessia Gigliotti (BIJ1) [00:31:31]: Laten we zeggen, kunt u reflecteren op het woord zorgvuldig?

Rik van der Graaf (College) [00:31:37]: Ja, dat kan. Zorgvuldig zit er voor mij in navolgbaar. En dat is voor mij precies wat hier gebeurt. Ik heb een aantal zaken uitgelegd op basis waarvan we dit besluit nemen. En dat werkt twee kanten op. Het kan zijn dat we omdat het warmer wordt dus vrij snel dicht gaan. Het kan ook zijn omdat het kouder wordt dat we opeens vanavond open gaan. Dat werkt twee kanten op en die afweging gaat heel zorgvuldig en navolgbaar. En dat vind ik belangrijk en dat hebben we volgens mij ook kunnen aangeven.

Alessia Gigliotti (BIJ1) [00:32:04]: Ja, het is misschien al deels beantwoord bij de PVDA. Maar zou er toch nog uitgezocht kunnen worden wat de mogelijkheden zijn voor een iets permanentere vorm van de cultuurregeling?

Rik van der Graaf (College) [00:32:19]: De kosten zetten we daarvoor op een rij en daar informeren we dus ook over richting de voorjaarsnota. Als die toezegging staat.

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:32:26]: Hartelijk dank, wethouder, voor de beantwoording. Wij gaan door naar de laatste set vragen. Dat is vraag set nummer 5. Deze worden gesteld door collega Tabasson Westera van Tiel. De titel is Houdt zicht op vermiste kinderen AMV in Utrecht. AMV is de minderjarige asielzoekers in Utrecht. Tabasum Westra-Van Til (ChristenUnie) [00:32:51]:

11

Voorzitter, dank. Uit een recente EenVandaag-uitzending blijkt dat in de afgelopen vier jaar bijna 1800 alleenstaande minderjarige asielzoekers uit de opvang zijn verdwenen, zonder dat duidelijke regie of verantwoordelijkheid is genomen. Kinderen die onder toezicht van de overheid vallen, raken hierdoor uit beeld en kunnen grote risico's lopen. Ook technische uitvraag en navraag bij onder andere het NIDOS over verdwenen AMV's in Utrecht leverde onvoldoende helderheid op. Daarom hebben de fracties ChristenUnie, GroenLinks, Volt, BIJ1, EenUtrecht, PvdA, CDA, Partij voor de Dieren, D66, Student & Starter en Stadsbelang de volgende urgente vragen over zicht, opvolging en bescherming van deze kinderen in Utrecht. 1. Kan het college aangeven hoeveel alleenstaande minderjarige asielzoekers momenteel in Utrecht worden opgevangen en hoeveel van deze kinderen de afgelopen jaren vanuit Utrecht als vermist of MOB met onbekende bestemming zijn geregistreerd? 2. Wanneer een alleenstaande minderjarige asielzoeker verdwijnt, hoe wordt geborgd dat deze vermissing met dezelfde urgentie en zorgvuldigheid wordt opgepakt als bij andere minderjarige kinderen en wie is daarop aanspreekbaar? Bestaat er bijvoorbeeld een landelijk of Europees systeem voor het registreren en opvolgen van vermiste AMV'ers en in hoeverre maakt Utrecht daar gebruik van? 3.

Welke rol ziet de gemeente zelf in het contact en overleg met COA en NIDOS, die formeel verantwoordelijk zijn voor deze kinderen, om te waarborgen dat zij zichtbaar en veilig blijven en dat signalen van risico's of vermissingen tijdig worden opgevolgd? En tot slot, is het college bereid om dit onderwerp actief te agenderen bij de VNG en het Rijk en de Raad per brief te informeren over de Utrechtse cijfers, wat lokaal bekend is over vermissingen en de huidige samenwerking en knelpunten met ketenpartners. Dank u voorzitter.

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:34:56]: Hartelijk dank voor het stellen van de vragen. Wethouder Rik van der Gaaf gaat de beantwoording doen. Gaat uw gang.

Rik van der Graaf (College) [00:35:16]: Dank ook voor deze vragen. Deze informatie is deels beschikbaar. We hebben in Utrecht vijf groepen alleenstaande minderjarige vreemdelingen bij het COA. Met in totaal honderd plekken. Allereerst is het een duidelijk onderscheid tussen vermistmelding en een mobbelding. Jongeren moeten zich in de ochtend en de avond melden. Een jongere wordt als vermist gemeld bij de politie wanneer hij of zij in 24 uur twee achtereenvolgende momenten niet aanwezig is op het moment. COA kan niet direct aangeven hoe vaak dit gebeurt op dit moment. Om deze informatie te krijgen moet veel handmatig werk worden verzet. Veel van deze jongeren keren tijdig terug, binnen zeven dagen wil ik zeggen. Na acht dagen worden jongeren bij niet terugkeren als met onbekende stemming gemeld. Daarmee verliezen ze dan ook hun plek in de opvang en moeten ze bij terugkeer opnieuw naar Ter Apel. Het afgelopen jaar zijn in Utrecht drie jongeren als mob geregistreerd door het COA. Het percentage mob landelijk is nu 4,5% al dus niet los. Volgens Niedos is het meestal zo wanneer jongeren verdwijnt dat zij hier zelf voor kiezen om niet langer in Nederland te blijven of omdat ze onder de radar in Nederland willen blijven. Dit doen jongeren wanneer ze bijna 18 worden en als ze geen zicht meer hebben op een verblijfsvergunning. Dit 12

omdat ze bang zijn te worden uitgezet naar het land van herkomst. We zien ook jongeren jongeren verdwijnen en dit zijn meestal ook jongeren die geen perspectief hebben op een verblijfsvergunning. Zij reizen dan vaak door naar een ander Europees land of verblijven bij vrienden of familie in of buiten Nederland. Antwoord op vraag 2. Het COA heeft de eerste signalerende rol bij het niet melden van een jongere. Wanneer een jongere vermist is, gemeld in telex bij de politie en de jongere minderjarig is, blijft de vulgdijmaatregel van kracht. De politie gaat niet actief op zoek, tenzij er concrete aanknopingspunten zijn waar te zoeken. Vaak wordt er door de politie contact opgenomen met het COA om de kamer van de jongere te checken om te kijken of er aanknopingspunten zijn. Wanneer een jongere terugkeert na een vermissingsmelding, gaat COA met deze jongere in gesprek om zicht te krijgen op waar deze jongere is geweest en daar ook van te leren. En te kijken wat voor zorg er extra nodig is. Ook wanneer deze jongere een mop geregistreerd is, blijft de jeugdbeschermingsmaatregel van kracht. De jongere blijft dus gekoppeld aan de jeugdbeschermer van NIDOS. En de jeugdbeschermer kan daar dus dan ook vervolgens op acteren. Mocht de jongere weer boven water komen, dan wordt er weer contact gelegd met de jeugdbeschermer. En dit is een landelijke werkwijze.

Naar ons weten is er op dit moment geen Europees systeem voor het registreren en opvolgen van vermiste AMV'ers. Dan vraag 3. Als gemeente zijn we geen formele opdrachtgever van deze partijen, maar we werken natuurlijk wel heel intensief met hen samen. Met zowel het COA en het NIDOS werken we daar intensief samen om de opvang en ondersteuning van de AMV in onze stad zo goed mogelijk te laten verlopen. Ook andere partijen zijn hierin belangrijk. Hier hebben we bijvoorbeeld de samenwerking in het confinant gezond pedagogisch klimaat opgesteld. En we zullen vermissingen en mopmeldingen structureel met hen bespreken en volgen om met elkaar zicht te houden op de ontwikkelingen. We weten namelijk dat door het vermist raken of mop worden van de AMV'er, hun persoonlijke kwetsbaarheid wordt vergroot. Als het risico's voor openbare orde en veiligheid, met name door de verhoogde kans op straatleven, overlevenscriminaliteit en betrokkenheid bij criminele netwerkers. Dat geeft urgentie maar aan, zou ik maar zeggen. En om die reden ook het antwoord op vraag 4. Ja, daar zijn we toe bereid om dit onderwerp actief te bespreken met de VNG en het Rijk. En we zullen eventuele aanvullende informatie meenemen in onze reguliere voortgangsbrieven daarover.

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:38:35]: Dank wethouder voor de beantwoording. Zijn er partijen met een aanvullende vraag? Partij voor de dieren, gaat toch aan?

Saskia Oskam (Partij voor de Dieren) [00:38:45]: Ja, zonder enige voorkennis, sorry daarvoor. Hoe wordt er nou gecontroleerd of een kind niet is ontvoerd of vermoord?

Rik van der Graaf (College) [00:38:55]: Ja, dat is precies waarom. Ik heb natuurlijk beschreven wat we doen. Je kan nooit alles helemaal uitsluiten, maar op die manier acteren we zeker op dit soort vermissingen en meldingen. En zitten we daar dus ook bovenop en spreken we daar ook met elkaar over. En proberen dus zo 13

goed mogelijk zicht te houden op deze groep. Tegelijkertijd is het ook zo dat juist deze groep, ik ben vanmorgen weer in Villa Vrede geweest, waar ook in gesprekken over deze groep, een hele groot deel van deze groep is nou eenmaal ook onder de radar en is heel moeilijk zicht op te krijgen en heeft daar soms ook alle reden toe. Dus dat is ook de complexe situatie waar we ook met deze groep gewoon in zitten.

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:39:29]: Dank wethouder. Ik kijk in de zaal. CDA heeft nog een aanvullende vraag. Gaat uw gang.

Bert van Steeg (CDA) [00:39:33]: Kan de wethouder iets zeggen over de ontwikkeling van deze groep de afgelopen jaren en in vergelijking van de situatie nu?

Rik van der Graaf (College) [00:39:42]: Nou, wat ik in ieder geval weet waar we druk mee zijn, is dat pedagogische klimaat, dat confinant waar ik dat over zei, daarin maken we heel duidelijke afspraken en die gaan we ook opnieuw herzien. Waar we ook bijvoorbeeld heel scherp aandacht hebben voor verhuisbewegingen. Want dat is een heel ingewikkeld onderwerp voor deze groep waar ze mee te maken hebben. Want je zal maar door het hele land worden gesleept en ondertussen proberen je pubertijd te bouwen aan een leven en dan zes, zeven keer per jaar moeten verhuizen. Dat is vrij complex. Als het echt gaat om de aantallen weet ik dat we nu 100 hebben in Utrecht. Als we daar verder over geïnformeerd zijn zouden we dat kunnen doen. Maar dat is in ieder geval wat ik nu weet over de aantallen.

Bert van Steeg (CDA) [00:40:22]: Het beeld bestaat natuurlijk, of het gevoel misschien, dat die groep groeit. En dat de problematiek groeit. Dus ik denk wel goed inderdaad dat de raad wordt geïnformeerd over de ontwikkeling daarvan. Ik denk ook voor ons dat we dan meer inzicht krijgen in wat gebeurt er nou precies. Ook op straat, maar ook met deze kinderen. Volgens mij kunnen we dat gewoon meenemen in de voortgangsbrief zoals ik dat ook al zei.

Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:40:41]: Helder, ik kijk in de zaal. Geen andere partijen met een vraag? Heeft u als indiener nog een laatste opmerking? Oh, ze is ook door de tijd heen. Ja, u bent door de tijd heen. Dank, voorzitter. Nou, dat zijn mooie laatste woorden. Ook mijn dank aan de wethouder voor de beantwoording. En dank aan jullie allen, want we zijn klaar erdoorheen. Mooi binnen de tijd. Ja, ik wens iedereen een fijne avond en tot de volgende keer.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=736a5185-2c25-48b7-b60b-651b0ee8cdd3