20250903 Rekenkamerbrief Openbaarmaking groepsbeschrijvingen onderzoek Overvecht
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad en het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Utrecht
Behandeld door
Johan Snoei
Datum
3 september 2025
Doorkiesnummer 06 – 34 61 22 80
Ons kenmerk
30586214
j.snoei@utrecht.nl
Onderwerp
Bijlagen
1
Rekenkamerbrief Openbaarmaking groepsbeschrijvingen onderzoek Overvecht
Geachte leden van de raad en het college, Zoals wij u op 10 juli jongstleden in onze rekenkamerbrief hebben toegezegd, ontvangt u – na een zorgvuldige afweging – bij deze de groepsbeschrijvingen die in het kader van ons oorspronkelijke onderzoek naar Overvecht zijn opgesteld. De beschrijvingen zijn bedoeld ter ondersteuning van uw bespreking van de wijkaanpak ‘Samen voor Overvecht’ in de commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (EDVW) op 18 september aanstaande. Hiermee geven wij gehoor aan de door u unaniem aangenomen motie van 17 juli 2025, alsook verzoeken van wijkbewoners en betrokken organisaties om een deel van ons conceptmateriaal openbaar te maken. Graag benadrukken wij dat het belangrijk is om een aantal kanttekeningen in ogenschouw te nemen aangaande de groepsbeschrijvingen. De groepsbeschrijvingen zijn gebaseerd op gesprekken met wijkbewoners, die grotendeels zijn gevoerd in de periode september tot en met december 2024. Uit de gevoerde gesprekken zijn zes groepen gedestilleerd, waarvan er drie nader zijn uitgewerkt. De beschrijvingen geven een beeld van de geuite ervaringen, zorgen, behoeften en wensen van een deel van de bewoners van Overvecht. Deze groepsbeschrijvingen maakten oorspronkelijk onderdeel uit van een breder conceptrapport dat niet door de rekenkamer is vastgesteld.
De rekenkamer heeft er dan ook geen formele conclusies of aanbevelingen aan verbonden. Dit conceptmateriaal is tot stand gekomen op basis van een (voor de Rekenkamer Utrecht) vernieuwende en intensieve onderzoeksmethode. Zoals ook aangegeven in de rekenkamerbrief van 10 juli verliep de uitvoering daarvan niet systematisch en niet uniform. De beschrijvingen zijn ook niet representatief of allesomvattend voor de hele wijk, en hebben
1
niet uitsluitend of uitputtend betrekking op ‘Samen voor Overvecht’. En ongetwijfeld zullen niet alle wijkbewoners zich in de geschetste groepen herkennen. De beschrijvingen geven desalniettemin inzicht in ervaringen van wijkbewoners die in het kader van ons onderzoek zijn gesproken. Wel is het merendeel van de gesprekken gevoerd in de periode voordat de wijkaanpak voor Overvecht werd aangescherpt en de effecten daarvan dus ook niet konden worden beoordeeld. Wij vertrouwen erop dat deze informatie bijdraagt aan uw bespreking van de wijkaanpak en aan het bredere gesprek over wat er leeft in Overvecht. En in lijn met uw motie van 17 juli zullen wij op afzienbare termijn ook een vervolgonderzoek naar Overvecht programmeren. In het vierde kwartaal van dit jaar gaan wij graag met u én wijkbewoners in gesprek over de inhoud en richting daarvan.
Met vriendelijke groet, Paul Venhoeven Voorzitter Rekenkamer Utrecht
Stadhuisbrug 1 Utrecht Postbus 16200, 3500CE Utrecht 030-286 13 91 | utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/rekenkamer
2
BIJLAGE: GROEPSBESCHRIJVINGEN OVERVECHT 1
INLEIDING
In deze notitie presenteren we zes groepen inwoners. Deze zes groepen hebben we in zicht gekregen met een methode die is gebaseerd op een eerder onderzoek naar laaggeletterdheid in het Haagse Laakkwartier.1 Die werkwijze lichten we aan het einde van deze notitie nader toe. We hebben op basis van interviews met organisaties uit de wijk en interviews en groepsgesprekken met inwoners zes groepen onderscheiden: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Kritische Blijvers; Nieuwe Middenklassers; Overlevers; Nieuwe Nieuwkomers; Potentials; Starters van Elders.
Daarbij is het van belang om te benadrukken dat deze groepen niet de volledige wijk representeren en dat deze groepen niet op voorhand de meest omvangrijke zijn. Dit zijn enkel de groepen die met deze methode in zicht komen. De beschrijvingen van de zes groepen presenteren we in paragraaf 2. We hebben voor drie groepen (Kritische Blijvers, Overlevers en Potentials) via aanvullende groeps- en individuele gesprekken een verdiepingsslag uitgevoerd. We hebben om inhoudelijke en praktische redenen voor een inperking tot drie groepen gekozen. De inhoudelijke afweging heeft in de eerste plaats te maken met de urgentie van behoeften van een aantal groepen in relatie tot de problemen waarmee zij worden geconfronteerd, of zelf veroorzaken. Voor Kritische Blijvers geldt dat het mensen zijn die de wijk al lange tijd kennen, hebben zien veranderen en elementen van het samenwonen in deze wijk hebben zien komen en verdwijnen. Deze bewoners zijn vaak prominent aanwezig in de wijk, hebben veelal een groot netwerk en weten relatief goed wat er onder bewoners speelt. De groep is kritisch als het gaat om de veranderingen in de wijk en om de manier waarop de gemeente Utrecht daarmee omgaat. Dit sentiment wordt breder in de wijk gedragen (door bijvoorbeeld de Nieuwe Middenklassers).
Desondanks woont deze groep nog steeds met plezier in Overvecht en waardeert ze aspecten van de wijk ook nadrukkelijk. De Kritische Blijvers hebben een uitgesproken visie wat betreft de gemeentelijke aanpak en zijn in staat deze sentimenten goed onder woorden te brengen. Het beter zicht krijgen op wat maakt dat deze groep in Overvecht wil blijven en wat er volgens deze groep voor nodig is om dat te realiseren, kan belangrijke
1 Jenny Wildenbos, Ingrid Hendriksen (2021). Het ontwikkelen en toepassen van persona’s: een case
study gericht op laaggeletterdheid, Journal of Social Intervention (2021), Volume 30, Issue 6, pp. 19-28.
3
aangrijpingspunten opleveren voor antwoorden op de vraag wat ervoor nodig is om deze en vergelijkbare groepen voor de wijk te behouden. Daarnaast manifesteren een aantal belangrijke uitdagingen voor Overvecht zich rondom de Overlevers en de Potentials. Deze groepen lopen niet alleen zelf tegen obstakels aan, maar hebben ook in meer of mindere mate invloed op het woongenot en de veiligheidsbeweging van andere bewoners(groepen). Zo kampt de groep Overlevers vaak met complexe, gestapelde problemen die om een gerichte aanpak en begeleiding vragen. En een deel van deze Overlevers speelt, bijvoorbeeld door ‘onbegrepen gedrag’ of het veroorzaken van overlast, ook een belangrijke rol in zorgen over de sociale cohesie, veiligheidsbeleving, en woongenot van andere bewoners. De groep die we Potentials noemen is een groep jongeren waar reeds veel aandacht naar uitgaat. Hier spelen thema’s als ervaren (arbeidsmarkt)discriminatie, het veroorzaken van overlast en (betrokkenheid bij) criminaliteit. De groep Potentials geldt daarnaast ook voor veel andere bewonersgroepen als prominent. Dat heeft onder meer te maken met de breed gedragen zorgen over bijvoorbeeld (het veroorzaken van) overlast, maar ook over het gebrek aan perspectief en begeleiding voor deze jongeren. De praktische afweging van deze afbakening heeft te maken met beschikbare tijd en capaciteit.
Het verdiepen en valideren van meer groepsbeschrijvingen vergt een intensieve aanpak. Tijd en capaciteit ontbraken om op meer dan drie groepen een verdiepingsslag uit te voeren. De interne verslaglegging van de afgenomen interviews met betrokkenen is in de derde persoon opgesteld. Ten behoeve van de leesbaarheid zijn de gebruikte citaten bij de groepsbeschrijvingen geparafraseerd door de onderzoekers. De formulering van de bewonersbehoeften hebben we zo dicht mogelijk gehouden bij die van inwoners. Omdat niet iedereen een bepaalde bewonersbehoefte op exact dezelfde manier formuleert, is de gekozen formulering een samenvatting en daarmee een interpretatie van de onderzoekers.
2
ZES GROEPEN
We starten met een korte beschrijving van elk van de zes groepen. Daarbij richten we ons op de belangrijkste kenmerken en op de belangrijkste problemen die elk van deze groepen hebben en zien. ▪
Kritische Blijvers: Dit is een oudere groep bewoners die vaak al vele decennia in Overvecht woont. Ze hebben de wijk – en de samenstelling ervan – sterk zien veranderen over de jaren heen. Ze maken zich onder meer zorgen over onderwerpen als (verkeers)veiligheid en de relatief grote groep kwetsbare mensen in de wijk. Ondanks de vele veranderingen voelen ze zich thuis, en waarderen ze de goede dingen die de wijk te bieden heeft: de groene omgeving, hun woningen, de vele voorzieningen. Ook uit onvrede over het gevoerde gemeentelijke beleid zet een deel van de groep zich actief in voor de wijk. Ze doen dat als vrijwilligers in bijvoorbeeld
4
buurthuizen en kerken, en als belangenbehartiger. Door middel van hun betrokkenheid en ervaring willen ze de leefbaarheid in de wijk verbeteren en een positief beeld van Overvecht uitdragen. ▪
Nieuwe Middenklassers: Dit is een grote groep inwoners – vaak met Marokkaanse wortels – die vanaf de jaren zeventig als kinderen van toenmalige gastarbeiders naar Nederland is gekomen. Met een groot deel van deze groep gaat het goed. Ze hebben vaker hoger onderwijs genoten en een goede maatschappelijke positie verworven. Ze zijn vaak actief en proberen bij te dragen aan de ontwikkeling van de wijk. De groep ergert zich aan overlast op straat: veel afval, hangjongeren, dealers en drugsgebruik. Ook zijn ze kritisch over de in hun ogen niet aflatende instroom van nieuwe groepen. Ze voelen zich echter niet onveilig in de wijk. Sterker, velen wonen er met veel plezier. Er zijn meer dan genoeg voorzieningen, de parken worden goed onderhouden en ook de basisscholen waar hun kinderen naartoe gaan zijn over het algemeen goed.
▪
Overlevers: Deze groep inwoners kampt met ernstige en vaak gestapelde problemen: problematische schulden, mentale of fysieke gezondheidsproblemen, werkloosheid, gebroken gezinnen. Deze groep bestaat voor een groot deel uit alleenstaanden met uiteenlopende achtergronden. Ondanks hun problematiek wil een deel van deze groep graag iets terugdoen, zoals vrijwilligerswerk. Vaak komen ze in Overvecht terecht, vanwege het betaalbare (sociale) huuraanbod in de wijk. Velen hebben geen startkwalificatie, en ze hebben vrijwel zonder uitzondering geen (betaald) werk. Hierdoor leven ze vaak van een uitkering, en hebben ze moeite met rondkomen. Overlevers worden vaak door verschillende instanties ondersteund, maar lopen tegen meerdere (bureaucratische) obstakels aan, zoals lange wachtlijsten en stroperige procedures. De stapeling en complexiteit van problemen maakt dat zij maatwerk nodig hebben.
▪
Nieuwe Nieuwkomers: Deze groep wordt gevormd door inwoners die met name vanaf de jaren negentig en na de eeuwwisseling als vluchteling uit oorlogsgebied naar Nederland kwamen. Een deel van deze groep, zoals Somaliërs die rond 1990 naar Nederland kwamen, doet het goed en vertoont kenmerken van De Nieuwe Middenklassers. Maar door een mix van oorzaken – culturele kenmerken, wantrouwen in overheidsinstanties – leven delen van deze groepen relatief geïsoleerd. In combinatie met de specifieke achtergrond van deze groep (vluchteling) leidt dit tot problemen. Zo komen zelfdodingen (onder jongeren) in deze groepen vaker voor, kampen veel mensen met psychische problemen en komen mensen uit deze groepen onder meer door taalbarrières moeilijk aan het werk.
▪
Potentials: De Potentials zijn jongeren tussen de 12 en 24 jaar oud, overwegend met een migratieachtergrond. Ze zitten vaak op school, volgen een opleiding of hebben deze recent afgerond en willen een bestaan opbouwen. Ze ervaren echter dat hun
5
kansen beperkt worden door discriminatie (zowel op basis van hun achtergrond als de wijk), een gebrek aan ondersteuning en middelen, en soms door een kwetsbare thuissituatie. Ervaren discriminatie onder deze groep komt zowel voor op straat alsmede op de arbeidsmarkt. Ze zien weinig toekomstperspectief en hebben een laag vertrouwen in (overheids)instanties. Deze jongeren wonen nog bij hun ouder(s), doorgaans in relatief kleine woningen. Daarnaast kampen veel van hen met een gebrek aan passende activiteiten en voorzieningen in de wijk. Dit leidt tot verveling en veel tijd doorbrengen op straat, wat hen kan blootstellen aan negatieve invloeden. ▪
3
Starters van Elders: Dit is een groep jonge, vaak hoogopgeleide bewoners die vrij recentelijk naar Overvecht zijn verhuisd, mede vanwege de relatief betaalbare huurwoningen. Ze wonen met name in Overvecht-Zuid. Het betreft studenten en jonge professionals in de leeftijd van twintig tot dertig jaar, die aan het begin van hun carrière staan. Sommigen wonen alleen, anderen met huisgenoten of met een partner. Hun sociaal leven en hobby’s spelen zich voornamelijk af in andere delen van de stad. Ze weten van (verborgen) criminaliteit en bepaalde problematiek in de wijk, maar voelen zich weinig verbonden met Overvecht. Ze zien Overvecht als een praktische plek om te wonen, met relatief goede woningen, maar hebben niet de intentie om zich voor langere tijd aan de buurt te binden. Ze zien hun verblijf in de wijk dan ook vaak als tijdelijk.
DRIE GROEPEN NADER BESCHOUWD
KRITISCHE BLIJVERS De Kritische Blijvers zijn bewoners die vaak al decennialang in Overvecht wonen. Het gaat veelal om mensen van vijftig jaar en ouder met een Nederlandse achtergrond. Zij hebben de wijk in uiteenlopende fases meegemaakt: van de beginjaren in de jaren '70 tot het langzaam vertrekken van buurtgenoten en de signalen van achteruitgang die gaandeweg ontstonden. Ondanks die verandering voelen ze zich nog altijd sterk verbonden met Overvecht. Ze waarderen de ruimte, het groen en de voorzieningen in de wijk, zoals winkelcentra, openbaar vervoer en parken. Deze waardering en positieve binding maken dat zij Overvecht niet willen verlaten. “Je hebt alles in de buurt: een treinstation, de bus, grote en kleine winkelcentra, en parken.” Een opvallend kenmerk van deze groep is hun actieve houding. Ze doen mee aan buurtactiviteiten, werken als wijkambassadeur of zijn vaste deelnemer van bijeenkomsten. Ze zien het als hun taak én roeping om bij te dragen aan een prettige leefomgeving, omdat ze Overvecht goed kennen en er lang wonen. “De wijk zelf is echt beter dan het imago dat van de wijk bestaat.”
6
Beleving De Kritische Blijvers zien dat de wijk door de jaren heen diverser in samenstelling is geworden. Er wonen veel mensen met uiteenlopende (migratie)achtergronden, en er wonen veel kwetsbare groepen in de wijk. Dit zien zij niet als iets negatiefs, maar zij zien wel dat mede hierdoor het gemeenschapsgevoel in de buurt is afgenomen. Dat gemeenschapsgevoel is volgens hen ook ondergraven door onder meer het verdwijnen van huismeesters en conciërges in wooncomplexen, het verdwijnen van actieve (kerk- en andere) gemeenschappen en het verdwijnen van jeugdvoorzieningen. “Ik mis gewoon gezellige Hollandse buren… Natuurlijk zijn mensen met een andere achtergrond ook Nederlands, maar cultuurverschillen zijn er wel.” Ook ervaren ze achterstallig onderhoud en meer afval en rommel in de wijk. Zelf nemen ze regelmatig het initiatief om de wijk schoon te houden, of om buurtprojecten op te zetten die een positieve bijdrage leveren. Maar een schone omgeving is ook een kwestie van mentaliteit. In hun ogen mag de gemeente dan ook meer aandacht besteden aan het versterken van het gemeenschapsgevoel. Zo zien ze graag meer inzet op buurt- en portiekniveau, meer sturing op het woningaanbod, de samenstelling en doorlooptijd van (nieuwe) bewoners, en een goed vangnet voor de kwetsbare groepen in de wijk.
Zodat zowel ‘nieuwe’ als ‘oude’ bewoners elkaar makkelijker ontmoeten en samen verantwoordelijkheid voor de buurt dragen. “Dat ik mij op deze manier moet inzetten in en voor de wijk, is eigenlijk een teken dat het beleid van de gemeente faalt.” Hoewel veel Kritische Blijvers zich persoonlijk meestal op hun gemak voelen in de wijk – mede dankzij goede contacten met buren of met de wijkagent – maken zij zich zorgen over de veiligheid in de wijk. Hardrijdend verkeer, overlast op straat, vuurwerk en drugs(dealen) worden veelvuldig genoemd en ondermijnen het veiligheidsgevoel van bewoners. Daarnaast ervaren ze te weinig zichtbare en actieve handhaving om toe te zien op deze problematiek. “Ik durf mensen niet zomaar meer aan te spreken op hun gedrag.” De groep ervaart een te grote afstand tussen hun ‘leefwereld’ en de ‘papieren wereld’ van beleidsmakers. Hierdoor sluit gemeentebeleid niet altijd goed aan bij de wensen van bewoners, of bereikt het ze niet. Het wijkbureau wordt weliswaar gewaardeerd, maar ze zien liever dat het zou functioneren als verlengstuk van de wijk – niet van het stadskantoor. Ze zouden graag meer continuïteit en samenhang in het gemeentelijk beleid zien, en dat dit in samenspraak met bewoners gebeurt.
“De omgevingsvisie is een praatgroep waar uiteindelijk niets gedaan wordt.” Tegelijkertijd geloven ze sterk in de potentie van de buurt: het groen, de ruimte en de saamhorigheid die er wél is, verdienen volgens hen meer aandacht en versterking. Ze vinden dat de gemeente te veel nadruk legt op de problemen uit de wijk in plaats van op de positieve
7
ontwikkelingen. En dat er te veel nieuwe projecten worden geïnitieerd in plaats van het behouden en versterken van bestaande voorzieningen en projecten. De Kritische Blijvers benadrukken dat niet alles opgelost kan of hoeft te worden, omdat Overvecht nu eenmaal een wijk is met complexe sociale uitdagingen. “De gemeente moet meer inzetten op onderhoud van bestaande voorzieningen in plaats van steeds nieuwe projecten te starten.” Bewonersbehoeften 1. Werk aan een sterker gemeenschapsgevoel Kritische Blijvers missen wat zij noemen ‘cementlagen’. Denk hierbij bijvoorbeeld aan huismeesters en herkenbare wijkambtenaren, zodat er weer meer direct contact en samenhang ontstaat in de buurt. Onderdeel hiervan is ook meer sturing op de samenstelling van de wijk, en wie waar geplaatst wordt. Kritische Blijvers willen dat er oog is voor de hoge doorloop en de kwetsbaarheid van bewoners. “Mensen kijken niet meer naar elkaar om.” “Mensen zien elkaar niet meer en leven meer langs elkaar heen. De ‘kloof’ wordt steeds groter.” 2. Zorg voor zichtbare en actieve handhaving De zichtbaarheid van politie en handhaving wordt door de groep als onvoldoende ervaren. Ze zouden graag meer handhaving en politie in het straatbeeld zien.
Volgens de Kritische Blijvers moet er meer worden opgetreden tegen bijvoorbeeld overlast of hardrijdend verkeer, zodat het gevoel van veiligheid bij bewoners weer terug kan keren. “Er wordt hier voor de deur op de parkeerplaats gedeald en er wordt rondgescheurd in snelle auto’s. Ik durf daardoor ’s avonds niet meer de deur uit.” “Er wordt hard en gevaarlijk gereden. Ik ben zelf ook wel eens aangereden door iemand die op de verkeerde weghelft inhaalde en vervolgens is doorgereden na de aanrijding.” “Ik denk dat ze [de politie] hun best doen, maar het is sterk afgeschaald.” “Ik merk dat er nu minder agenten en boa’s zijn dan vroeger, maar begrijp dat dit te maken heeft met bezuinigingen.” 3. Zorg voor korte lijnen en duidelijke aanspreekpunten Kritische Blijvers hebben waardering voor het wijkbureau, maar ervaren dat signalen vanuit de wijk richting beleidsmakers en het stadskantoor niet aankomen. Ze vragen
8
om vaste contactpersonen (bij bijvoorbeeld een wijkbureau) en een heldere structuur waarin ze weten waar ze terecht kunnen voor hun vragen en/of input. Ook hechten zij waarde aan een betere vertegenwoordiging van de wijk in de gemeenteraad. “Als iemand uit Overvecht z’n mond open trekt wordt er waarschijnlijk gezegd dat ze de wijk niet vertegenwoordigen. Als bewoners van wijken als Tuindorp dat proberen, krijgen ze veel meer voor elkaar: die mensen daar weten wie ze moeten aanspreken en hoe ze dat moeten doen. Veel inwoners van Overvecht kennen de juiste wegen niet.” 4. Realiseer vroegtijdige en gelijkwaardige betrokkenheid Betrokken worden bij beleidsvorming voor de wijk vindt deze groep belangrijk. Ze willen dat de gemeente hen beter en eerder meeneemt in plannen en beslissingen, en hun (vaak jarenlange) kennis en ervaring serieus gebruikt. Ze zien dan ook het liefst dat de gemeente meer verantwoordelijkheid bij wijkbewoners legt, en een mandaat aan de bewoners geeft. Dat Overvecht een wijkbureau heeft wordt gewaardeerd. Velen zien het echter vooral als een verlengstuk van het stadskantoor, en niet als een bureau ván de wijk. Het wijkbureau zou volgens hen handelingsbevoegdheid moeten krijgen, zodat het – in samenspraak met buurtbewoners – zelfstandig kan handelen.
“Overvecht is alleen niet sterk genoeg om een vuist te maken, bijvoorbeeld tegen het plan Aardgasvrij in Overvecht-Noord.” “De gemeente en andere overheden moeten zich toegankelijker opstellen richting bewoners van de wijk.” 5. Ga uit van de kwaliteit en kracht van de wijk en behoud die Er is een grote behoefte aan behoud en versterking van wat goed functioneert, zoals groenvoorzieningen, openbare ruimtes, en buurthuizen. In plaats van ‘nieuwe’ projecten willen Kritische Blijvers dat de gemeente daarnaast sterker inzet op het positieve imago van Overvecht: ruimte, groen en de saamhorigheid en betrokkenheid die er wél is. Daarmee kan een negatieve beeldvorming worden doorbroken, en grotere betrokkenheid van bewoners worden gestimuleerd. “De gemeente komt te vaak met allerlei nieuwe initiatieven, terwijl het belangrijker is om goed te onderhouden wat er al is.” “Ik vind dat de gemeente meer moet inzetten op onderhoud van bestaande voorzieningen in plaats van steeds nieuwe projecten te starten.”
9
OVERLEVERS Overlevers zijn inwoners in Overvecht die worden gekenmerkt door een stapeling van problemen: schulden, psychische klachten, werkloosheid, gebroken gezinnen en/of verslavingsproblematiek. Het gaat hierbij veelal om alleenstaanden, soms met kinderen, met uiteenlopende achtergronden die door omstandigheden in een zeer kwetsbare, vaak uitzichtloze positie terecht zijn gekomen. Overlevers worden vaak door verschillende instanties, zoals het Leger des Heils, schuldhulpverlening, en organisaties voor (ambulante) begeleiding zoals Lister of Philadelphia ondersteund. Overlevers missen vaak een startkwalificatie, zijn (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt, en hebben vaak geen betaald werk. Hun inkomen is doorgaans laag, en het (sociale) netwerk is vaak zeer beperkt. Wonen in Overvecht is voor hen vaak de enige optie. De bestaande problematiek in die wijk en het feit dat ook Overlevers zelf soms voor overlast zorgen maakt dat voor zowel de wijk als de Overlevers vaak geen goede match. “Door een laag inkomen ben je veroordeeld om in Overvecht te wonen.” Anderzijds zijn er binnen deze groep ook veel mensen die actief (proberen te) participeren. Als het even kan doen veel Overlevers mee aan wijkactiviteiten of zijn ze actief als vrijwilliger. Ze willen graag iets terugdoen voor de wijk, en meedraaien in de samenleving.
Beleving Het dagelijks leven voelt voor veel Overlevers als een voortdurend gevecht: schulden moeten worden afbetaald, kinderen moeten worden verzorgd, regels en procedures van (overheids)instanties moeten worden gevolgd, en er is vaak te weinig geld. Dit gevoel van ‘overleven’ wordt versterkt doordat er weinig mensen in de omgeving zijn die hen de ondersteuning kunnen bieden die zij zoeken. Daarnaast zitten zij in situaties die vaak als uitzichtloos worden ervaren. De voortdurende stress die dit met zich meebrengt veroorzaakt of verdiept psychische klachten. Daardoor wordt het zoeken naar betaald werk of het opbouwen van een sociaal netwerk als ingewikkeld ervaren. “Ik heb veel schulden en vaste lasten, maar mijn WIA-uitkering is net te hoog om in aanmerking te komen voor aanvullende ondersteuning.” Overlevers vinden het moeilijk om passende hulp te vinden. Een deel van deze groep heeft het gevoel steeds tussen wal en schip te belanden omdat hun specifieke situatie niet past binnen bestaande procedures of regelingen en/of bij bestaande organisatiegrenzen. En voor veel vormen van ondersteuning bestaan lange wachtlijsten. “Je moet nog meer ellende of schulden hebben voordat je echt goede hulp en begeleiding krijgt.” Soms sluit de hulp wel aan. Bijvoorbeeld wanneer via het buurtteam schuldhulpverleners goede afspraken kunnen maken met schuldeisers.
Of wanneer huisartsen erin slagen om 10
samen met professionele partners in de wijk Overlevers gericht te helpen. Vaker maken rigide procedures en een gebrek aan middelen echter dat passende ondersteuning uitblijft. “De gemeente heeft niet de adequate middelen om maatwerk aan te bieden. Veel beleid en ondersteuning gaat via protocollen. Daarom is het moeilijk om uitzonderingen te maken terwijl ik deze wel nodig heb. Hierdoor ben ik in een soort ‘niemandsland’ terechtgekomen.” Overlevers komen vaak in Overvecht terecht, omdat daar betaalbare woonruimte is te vinden. Veel Overlevers ervaren de wijk niet als een prettige woonomgeving: afval, gebrekkig onderhoud, overlast, onveiligheid en een bevolkingssamenstelling die uit balans is vormen geen ideale woonomgeving voor deze groep. Zij zien het vele afval op straat als een mentaliteitskwestie, en vinden dat politie en handhaving te weinig zichtbaar zijn in het straatbeeld of onvoldoende optreden. “In wijken als Oudwijk en Wittevrouwen zit een ander soort mensen.” In de ogen van Overlevers is er weinig ruimte of energie om contact te maken met buren of buurtgenoten. Dit komt deels doordat men bezig is met ‘overleven’, maar ligt volgens Overlevers ook aan kenmerken van de wijk en de (diverse) samenstelling. Mensen staan te ver van elkaar af, mensen worden niet meer op elkaars gedrag aangesproken en het verloop in de wijk is hoog.
Er wordt weinig ondersteuning ervaren bij het aanpakken van sociale barrières, zoals het integreren in de buurt of het bevorderen van contact tussen kinderen. “Er moet vanaf een hoger niveau beter gekeken en afgevraagd worden hoe je deze gemaakte segregatie tegen kan gaan.” Hoewel ze positief zijn over de renovaties, geven Overlevers aan verder weinig te merken van de gemeentelijke inspanningen in de wijk. Wat de rol is van het wijkbureau, of wat er met het geld gebeurt dat naar de wijk gaat, is voor velen niet duidelijk. De leefwereld van bewoners en de systeemwereld van de gemeente sluiten volgens deze groep niet goed op elkaar aan. “Ik vraag me af of er genoeg feeling is tussen mensen van het stadskantoor en de wijk Overvecht.” Bewonersbehoeften 1. Breng maatwerk aan in ondersteuning Vanwege de vaak gestapelde problematiek hebben Overlevers behoefte aan samenhangende en overzichtelijke ondersteuning, waarin de verschillende hulpverleners en gemeente samen werken en optrekken. Hun situatie vereist maatwerk, wat door hulpverleners (zoals het buurtteam) niet altijd geleverd kan worden. Ze zien graag dat hun situatie als uitgangspunt genomen wordt bij het vinden van oplossingen, en niet bestaande beleidsregels en financiële kaders. Er is behoefte
11
aan een laagdrempelig (hulp)punt, dat niet alleen in staat is om door te verwijzen, maar ook mandaat heeft om de juiste hulp te kunnen bieden.2 “De gemeente moet minder vanuit standaardprocedures handelen en meer vanuit de individuele behoeften.” “Voor mensen in een kwetsbare positie zouden minder strenge regels en meer maatwerk een groot verschil maken.” “Veel gaat via protocollen, en uitzonderingen zijn moeilijk te maken terwijl ik deze wel nodig heb.” 2. Zorg voor betrokkenheid vanuit de gemeente die dichtbij en duurzaam is Veel Overlevers willen een gemeente die zichtbaar is en dichtbij staat. Ze hebben behoefte aan een vast, herkenbaar en vertrouwd aanspreekpunt: iemand die hen begeleidt, meedenkt en naast hen staat in de veelheid van regels, schulden en instanties. Deze persoon kan hen in verschillende fases en bij uiteenlopende vormen van hulpverlening ondersteunen. Iemand met korte lijntjes naar diverse hulpinstanties, die de hulpvraag kan vertalen en kan helpen bij het vinden van maatwerk wanneer de standaardprocedures tekortschieten. “Begeleiders van het buurtteam zijn geen medewerkers van de gemeente. Hierdoor kunnen ze bij bepaalde problematiek met de gemeente geen collega bellen. Zij weten de weg wat dat betreft ook niet.” “Een centrale plek waar mensen terecht kunnen met al hun vragen, zou volgens mij veel problemen kunnen oplossen.” 3.
Werk aan een sterker gemeenschaps- en veiligheidsgevoel in de wijk Overlevers willen dat er meer rekening wordt gehouden met wie waar wordt gehuisvest, en in welke omgeving zij terechtkomen. Zij zien graag dat er meer gestuurd wordt op minder doorstroom en een evenwichtige samenstelling van de wijk. Onderdeel van deze behoefte is ook een veiliger gevoel. Ze zien graag meer zichtbare en actieve politie en handhaving, die mensen aanspreken op hun gedrag. De (huidige) samenstelling van de wijk – met veel kwetsbare inwoners, verschillende culturen en achtergronden – ondermijnt het gemeenschaps- en veiligheidsgevoel. Er is behoefte aan een meer evenwichtige omgeving. “Het grootste probleem is de segregatie.”
2 In het ambtelijk wederhoor geeft de gemeente aan dat er “een dergelijke plek in de wijk Overvecht is,
waarin verschillende hulpverleners en gemeente samenwerken, waar maatwerk wordt geboden en de situatie van de inwoner uitgangspunt is, namelijk de Werkwinkel / NOA bij Tamarinde.”
12
“Mensen gooien rommel op straat, en ze aanspreken op zulk gedrag werkt niet.” “Je ziet de politie en met name boa’s nauwelijks in Overvecht en ze lijken mensen soms niet aan te durven of willen spreken.” POTENTIALS Potentials zijn jongeren tussen de 12 en 24 jaar uit Overvecht met een migratieachtergrond. Velen van hen behoren tot de vierde of vijfde generatie en ze hebben vaak Marokkaanse wortels. Ze komen vaak uit relatief grote en arme gezinnen, waarvan de ouders soms gescheiden zijn. Met een deel van de groep gaat het zonder meer goed. Ze gaan naar school, volgen een opleiding of zetten de eerste stappen op de arbeidsmarkt. Een ander deel ervaart obstakels bij het vormgeven van hun toekomst. Een gebrek aan betaalbare woonruimte maakt dat deze groep vaak noodgedwongen bij hun ouders woont. Verveling, onzichtbaarheid van ouders en gebrek aan perspectief dragen eraan bij dat veel jongeren op straat rondhangen en soms overlast in de wijk veroorzaken, of zelfs in de criminaliteit belanden. “Als ik de keuze zou hebben, zou ik verhuizen uit de wijk Overvecht.” Beleving Veel Potentials weten niet bij wie ze om steun en begeleiding – bijvoorbeeld voor het vinden van en inschrijven voor een nieuwe opleiding – kunnen aankloppen en wat ze precies nodig hebben.
Ouders kunnen niet altijd de juiste begeleiding bieden, of een netwerk meegeven wat van pas komt bij het zoeken naar opleiding, stage of baan. Sommige ouders beheersen de Nederlandse taal niet voldoende, of weten bijvoorbeeld niet wat er bij de oudergesprekken op school besproken wordt. Sommigen kloppen bij een leraar aan, maar hier is de hulp niet altijd voldoende. Daarnaast staat de groep wantrouwend tegenover gevestigde instanties, en hebben ze niet het gevoel dat de gemeente er voor hen is. Dit maakt de drempel om binnen te stappen bij reguliere, door de gemeente gesubsidieerde hulpverleners hoger. Veel jongeren worden daardoor niet bereikt, wat onder meer tot schooluitval kan leiden. Begeleiding door bekenden uit de wijk, zoals buurtvaders of (vrienden van) familieleden, wordt door deze groep hoger gewaardeerd. Zij hebben soortgelijke ervaringen en begrijpen de (straat)cultuur en de taal. Met deze personen hebben ze een vertrouwensband, ze kijken tegen hen op en nemen sneller iets van deze personen aan. “Het bereiken van mensen en jongeren gaat vaak onderling. Mensen die dicht bij ons staan hebben veel meer invloed en bereik dan jongerenwerkers en beleidsmakers.” Veel Potentials willen een opleiding afmaken en aan het werk, maar lopen tegen barrières aan. Stages of leerwerkplekken zijn vaak moeilijk te krijgen.
En zonder stage of leerwerkplek is het vaak niet mogelijk om een opleiding te starten of af te ronden. Het gevoel leeft sterk dat jongeren uit Overvecht gediscrimineerd worden. Daarnaast speelt armoede een belangrijke
13
rol. Niet alle jongeren kunnen bijvoorbeeld de juiste schoolbenodigdheden of een laptop betalen. “Ik heb wel eens op dezelfde vacature gesolliciteerd met mijn eigen Marokkaanse achternaam en een Nederlandse achternaam. Met de Nederlandse naam werd ik wel uitgenodigd voor een gesprek, maar met mijn Marokkaanse naam niet. Terwijl de cv’s verder hetzelfde waren.” Ook op straat, in bijvoorbeeld het contact met de politie, ervaart deze groep discriminatie. Volgens sommige jongeren staat het optreden van de politie niet altijd in verhouding tot de situatie, of worden meldingen niet serieus opgepakt. Deze ervaringen versterken hun wantrouwen in instanties en de overheid en zorgen voor een gevoel er niet bij te horen. Dit is niet enkel een Overvechts fenomeen; ook landelijke en internationale omstandigheden spelen een rol. “Ik heb het idee dat de politie bij aanhoudingen disproportioneel geweld gebruikt, en dat dit te maken heeft met hoe ik en mijn vrienden eruitzien.” Veel Potentials missen sport- en cultuuractiviteiten die bij hun leeftijd en interesses aansluiten, zoals meer voetbalveldjes, betaalbare sportmogelijkheden en plekken waar ze samen kunnen komen. De (kleine) woningen waarin ze met hun ouders leven, bieden weinig ruimte voor privacy. Het resultaat is dat de jongeren sneller op straat gaan rondhangen, waar het gebruik van onder andere lachgas, vapes en snus vaak voorkomt.
Zij komen relatief vaak in aanraking met justitie, wat verstrekkende gevolgen kan hebben. Zo kunnen sommigen bijvoorbeeld hun opleiding tot beveiliger niet afmaken omdat ze geen Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) krijgen. “Veel jongeren hangen op straat omdat er simpelweg geen activiteiten te doen zijn.” De woningmarkt is voor veel Potentials onbereikbaar, ook in Overvecht. Ze zien dat er wordt geïnvesteerd in het woningaanbod in de wijk, maar dat dat voor hen veel te duur is. Jongvolwassenen wonen daardoor langer thuis dan ze zouden willen. Veel Potentials zijn oprecht trots om een “Overvechter” te zijn. Ze komen uit de wijk, voelen zich er thuis, en zijn onderdeel van de gemeenschap. Veel vrienden en familie wonen in de buurt. Maar velen van hen geven aan uit de wijk te vertrekken als ze elders wel een woning kunnen vinden. “Dan noemen ze ‘de Mix’ betaalbare middenhuur, maar vervolgens is het voor bijna niemand uit de wijk zelf te betalen.” Bewonersbehoeften 1. Organiseer begeleiding van binnenuit Potentials hebben behoefte aan begeleiding van mensen die ze vertrouwen en die uit de wijk komen. Met begeleiders en mentoren die dezelfde kringen kennen, de cultuur begrijpen, en sneller vertrouwd worden.
Deze begeleiders kunnen een cruciale rol spelen in het ondersteunen van jongeren, en daarnaast een schakel vormen tussen instanties (zoals de school of gemeente) en de leefwereld van deze jongeren.
14
“Vaak moeten jongeren vanuit buitenshuis hulp krijgen, maar is dit moeilijk te vinden en weten ze niet waar ze moeten zijn.” “Het bereiken van mensen en jongeren gaat vaak onderling. Mensen die dicht bij de bewoners staan hebben meer invloed en bereik” 2. Maak werk van gelijke kansen en vertrouwen in de toekomst Het ontbreken van gelijke kansen bij opleidingen, stages en op de arbeidsmarkt maakt dat veel Potentials geen goed toekomstperspectief hebben. Ze zien graag meer inzet op een samenwerking tussen gemeente en bedrijven, waar werk- en stageplekken worden gecreëerd voor en aangeboden aan jongeren uit Overvecht. Daarnaast zien zij graag extra ondersteuning om financieel of praktisch de benodigde studie- en werkmaterialen te kunnen betalen, zoals een laptop of schrijfspullen. “Zonder de juiste spullen kan iemand niet goed meekomen.” “Een crimineel verleden of strafblad werkt lang door. Hierdoor is het krijgen van een VOG moeilijker.” “Er zit veel potentie in de jongeren, maar dit komt er niet uit.” 3. Bied ruimte voor activiteiten en toegankelijke ontmoetingsplekken Deze groep heeft behoefte aan laagdrempelige ruimtes en activiteiten die specifiek gericht zijn op jongeren, zoals jeugdhonken en (betaalbare) sportvoorzieningen. En begeleiders geven aan dat er plekken moeten zijn die veilig voelen en waar ruimte is voor een combinatie van ontspanning en inspanning.
Denk hierbij aan sollicitatietrainingen of trajecten rondom het vervullen van maatschappelijke dienstplicht. Van belang is ook dat deze locaties een veilige en vertrouwde omgeving bieden. Onderdeel daarvan zijn begeleiders die ze vertrouwen en de wijk kennen. “Er gebeurt van alles in de wijk, maar deze initiatieven lijken ons niet te bereiken.” “Er moeten meer plekken voor jongeren worden gerealiseerd.” 4. Houd Overvecht betaalbaar voor jongeren uit de wijk Jongeren willen graag uit huis, maar lopen door hoge huurprijzen en lange wachtlijsten snel vast. Terwijl ze grote behoefte hebben aan betaalbare woningen die passen bij hun inkomen, en die het voor hen aantrekkelijker maken om in de wijk te blijven wonen. Niet uit huis kunnen is voor deze jongeren een grote belemmering in hun ontwikkeling en biedt een demotiverend toekomstperspectief.
15
“Deze jongens blijven hierdoor noodgedwongen thuis wonen, en hebben een onzeker toekomstbeeld.”
4
BEWONERSBEHOEFTEN SAMENGEVAT
In het vervolg wordt toegelicht hoe we op basis van (groeps)gesprekken en interviews de behoeften van inwoners in kaart hebben gebracht. In verdiepende (groeps)gesprekken hebben we deze behoeften getoetst en gevalideerd. De bewonersbehoeften voor de drie groepen hebben we in tabel 1 samengevat. Tabel 1
Bewonersbehoeften per groep
Kritische Blijvers
Overlevers
Potentials
▪
▪
▪
▪ ▪
▪
▪
5
Werk aan een sterker gemeenschapsgevoel Zorg voor zichtbare en actieve handhaving Zorg voor korte lijnen en duidelijke aanspreekpunten Realiseer vroegtijdige en gelijkwaardige betrokkenheid Ga uit van de kwaliteit en kracht van de wijk en behoud die
▪
▪
Breng maatwerk aan in ondersteuning Zorg voor betrokkenheid vanuit de gemeente die dichtbij en duurzaam is Werk aan een sterker gemeenschaps- en veiligheidsgevoel in de wijk
▪
▪
▪
Organiseer begeleiding van binnenuit Maak werk van gelijke kansen en vertrouwen in de toekomst Bied ruimte voor activiteiten en toegankelijke ontmoetingsplekken Houd Overvecht betaalbaar voor jongeren uit de wijk
METHODOLOGISCHE VERANTWOORDING 1. In een eerste stap hebben we sleutelpersonen en -organisaties in de wijk (vrijwilligers, religieuze genootschappen, ondernemers, huisartsen, jongerenwerkers, et cetera) in kaart gebracht en uiteindelijk bij 23 van hen interviews afgenomen. Op basis van deze eerste ronde aan gesprekken hebben we een aantal issues of dimensies geïdentificeerd die door deze organisaties en sleutelpersonen vaak werden genoemd; 2. We hebben deze respondenten steeds gevraagd ons in contact te brengen met inwoners van de wijk. De vragenlijsten voor interviews met inwoners van de wijk hebben we vervolgens ook langs deze dimensies opgesteld; 3. Op basis van de in de eerste ronde van gesprekken opgedane kennis hebben we vervolgens in 7 groepsgesprekken en 26 individuele interviews inwoners van de wijk bevraagd. De individuele interviews hebben we uitgevoerd aan de hand van een vragenlijst. We vroegen inwoners naar een aantal persoonskenmerken (leeftijd, 16
opleiding, sociaaleconomische achtergrond, gezinssamenstelling, woonsituatie). Daarnaast hebben we respondenten bevraagd op vijf dimensies: gezondheid, veiligheid en overlast, werk en inkomen, wonen, betrokkenheid. Daarbij vroegen we zowel naar een inschatting van de eigen situatie op elk van deze dimensies, alsook naar opvattingen over (wijkbrede) ontwikkelingen en de inzet van de gemeente; 4. Ook hebben we deelgenomen aan buurt- en wijkactiviteiten, zoals het verzorgen van maaltijden in een buurthuis en het deelnemen aan taallessen. Hier zijn een aantal ongestructureerde (i.e. spontane / ongeplande) gesprekken gevoerd met inwoners. Op basis daarvan zijn er aanvullend ca. 15 profielschetsen opgesteld; 5. Met behulp van softwarepakket MAXQDA hebben we alle verslagen van bewonersinterviews en profielschetsen gecodeerd op elk van de vijf dimensies. 6. De betrokken onderzoekers hebben vervolgens op basis van de uitkomsten van deze analyse en identificatie van een aantal persoonskenmerken (onder meer leeftijd, woonsituatie, betaald werk,) respondenten gegroepeerd. Op basis daarvan zijn we uiteindelijk tot zes typerende groepen gekomen en hebben de belangrijkste kenmerken van deze groep beschreven; 7.
Voor drie groepen (Kritische Blijvers, Overlevers en Potentials) hebben we met aanvullende (groeps)gesprekken een verdiepingsslag uitgevoerd, met name om scherper zicht te krijgen op de behoeften die deze groepen hebben. 8. Onderdeel van deze uitgewerkte groepsbeschrijvingen was de identificatie van
bewonersbehoeften van elk van deze groepen als het gaat om gemeentelijk beleid. Deze bewonersbehoeften zijn samenvoegingen van behoeften die individuele respondenten hebben verwoord, en daarmee ook interpretatie van de onderzoekers. Deze bewonersbehoeften hebben we ter toetsing in verdiepende (groeps)gesprekken opnieuw aan bewoners voorgelegd en waar nodig aangepast.
17