20250410 vragenuur
Tekst van het document
2025 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur 10 april 2025 Vragenuur, gehouden op donderdag 10 april 2025 te 17.00 uur. Voorzitter: de heer Bosch. Aanwezig zijn de leden: Kleinrensink, Koning, Passier, Van Steeg en Van der Wilt. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Oul Fakir, T. Stam, Van Rooij en Usta. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Maatoug, Oosters en De Vries.
Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal, en welkom bij het vragenuurtje. Het is een uurtje en dat gaan we ook zo volhouden. Mijn naam is David Bosch en ik ben vanmiddag uw voorzitter. We hebben vandaag negen sets mondelinge vragen, dus ik ga meteen beginnen.
1. Mondelinge vragen van de fracties van CDA, UtrechtNu!, DENK, Volt en Utrecht Solidair over Ook een voorrangsplein moet veilig zijn.
De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. Het gaat opnieuw over de verkeersveiligheid van het
voorrangsplein. De bewoners maken zich daar dagelijks zorgen over. Er zijn de afgelopen jaren veel maatregelen genomen, maar het plein blijft onoverzichtelijk. Het is te veel verdeeld, waardoor het voor verkeersdeelnemers onmogelijk is om goed overzicht te houden op het plein. De fractie van
CDA, UtrechtNu!, DENK, Volt en Utrecht Solidair deelt de zorgen over de toekomst. Deze fracties zijn van mening dat de verkeersveiligheid hoe dan ook geborgd moet zijn. Wij hebben daarom de volgende vragen.
1. Welke stappen zijn er gezet sinds het debat van december 2024 om het verkeersplein veiliger te maken?
2. Welke ontwikkeling is er waarneembaar sinds de constatering dat het plein de meest
verkeersonveilige plek van Utrecht is? Welke invloed heeft het groot aantal werkzaamheden in de buurt?
3. Deelt het college de mening dat het toenemende verschil in snelheden van fietsers uit
verschillende rijrichtingen een belangrijke oorzaak is van de onoverzichtelijkheid en dat het plein
daardoor ook onvoldoende onderzocht was én is toegerust op de ontwikkelingen op het fietspad?
Vragenuur van 10 april 2025 4. Zo ja, welke nieuwe stappen overweegt het college? Ziet het mogelijkheden om fietsers vanuit één kant het plein te laten benaderen, of om als laatste redmiddel het stoplicht opnieuw te plaatsen?
5. Deelt het college de mening dat op het plein dat nu op het kruispunt Socrateslaan – Rijnlaan
wordt ingericht, dezelfde risico’s dreigt te gaan kennen? Zo ja, hoe zal dit worden voorkomen?
Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter. Dank aan de fracties voor hun vragen. Ik zal ze een voor
een beantwoorden. Allereerst de vraag over de stappen. Het debat over de verkeersveiligheid op het voorrangsplein aan de Goylaan was in september 2024. In december heeft het college de raad geïnformeerd een aantal verkeersveiligheidsonderwerpen, waaronder de maatregelen op het
voorrangsplein. We hebben een cameraonderzoek uitgevoerd, en eind 2024 - begin 2025 zijn er maatregelen genomen op en direct naast de fietsoversteken, conform de aanbevelingen uit dat
onderzoek. Het gaat met name om extra belijning en markering. De oversteken voldoen nu aan de meest recente CROW-normen. Hiermee verhogen we de attentiewaarde op de oversteek en zorgen we dat auto's fietsers eerder en beter zien aankomen.
Dan de vraag over de ontwikkelingen. Eind 2024 is het nieuwe kruispunt met de Linschotensingel
geopend. We zien dat dit een positief effect heeft op de verkeerssituatie bij de Goylaan. Er ontstaat minder vaak file op het voorrangsplein. We monitoren de situatie nog steeds, en voor de zomer
zullen we de raad informeren dit voorrangsplein en dan specifiek over de fietsoversteek informeren
in een bredere rapportage over de verkeersveiligheid in de stad. Behalve de werkzaamheden aan de Linschotensingel, was het aantal wegwerkzaamheden in de directe omgeving van het plein beperkt. Dan vraag 3. We zien inderdaad dat steeds meer fietsen elektrisch zijn en dus ook sneller gaan. Dit leidt tot nieuwe vraagstukken in de hele stad. Het doel van de recente maatregelen op de
fietsoversteek was om de attentie op de oversteek te verhogen en de snelheid van fietsers te
beperken. Of dat effectief is, onderzoeken we nu. Ook hierover ontvangt de raad voor de zomer een terugkoppeling.
Dan vraag 4 over nieuwe maatregelen: in juni 2024 informeerden wij de raad in een raadsbrief over wat we wel en niet onderzoeken, en waarom. Door de ligging van het kruispunt is het niet mogelijk om fietsers slechts vanuit een kant het plein te laten benaderen. Dat komt vooral doordat veel
fietsers van en naar het winkelcentrum gaan, en door de ligging van de fietsroute naar Lunetten. Het terugplaatsen van een verkeerslicht is volgens ons geen oplossing. Dan moet het hele kruispunt
opnieuw geregeld worden met lichten, inclusief opstelvakken en extra asfalt. Dan gaan we terug naar de oude situatie en moeten fietsers en voetgangers langer wachten en wordt bovendien het oversteken van de Goylaan een stuk moeilijker vanwege de bredere rijstroken.
Dan vraag 5 over het kruispunt Socrateslaan – Rijnlaan. Wij zien daar niet dezelfde risico’s. Dat
kruispunt wordt anders ingericht, ook omdat het een T-kruising, dus met drie takken in plaats van
vier. In het midden komt een middenberm met opstelruimte voor voertuigen, rekening houdend met de stadsbus lijn 1 en het vrachtverkeer. Voor voetgangers en fietsers komen er oversteekplaatsen
aan alle drie zijden van het kruispunt. Het cameraonderzoek aan de Goylaan liet zien dat de meeste
conflicten ontstonden bij de oversteek met de Constant Erzeijstraat, vooral vanwege de nabijheid van het winkelcentrum, onoverzichtelijkheid door bebouwing en de vele fietsers die uit onverwachte
hoeken kwamen. Die situatie is niet vergelijkbaar met de Socrateslaan en we verwachten hier dan ook minder conflicten.
De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? De heer Koning (D66): Voorzitter. Ik ken het kruispunt heel goed, ik fiets er – soms ben ik met de
2
Vragenuur van 10 april 2025 auto - bijna dagelijks langs. Ik begrijp veel van wat de wethouder zegt. Ik heb wel een aanvullende vraag, en die gaat echt over een detail: er zit soms belemmerend groen in de zichtlijnen. Wanneer een automobilist naar de Hoogravenseweg rijdt, ziet hij die fietsers eigenlijk heel snel over het
hoofd. Ze verdwijnen achter dat bosje. Dat is een heel concreet aandachtspunt dat ik graag zou willen meegeven. Ik denk dat dat echt de veiligheid kan bevorderen.
Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter, ik gaf net in mijn beantwoording aan dat de maatregelen begin 2025 zijn genomen en dat we hopen dat die attentiemaatregelen effect hebben, ook voor de
fietsers. Dat effect monitoren we ook. Ik heb aangegeven dat we u als raad daar nog iets over laten weten. We hopen echt dat we dat ook terugzien in het effect. We zien ook dat naarmate mensen
langer gebruikmaken van het voorrangsplein, ze ook meer gewend raken aan de verkeerssituatie.
Mocht de monitoring aanleiding geven, dan nemen we deze suggestie van de D66-fractie zeker mee. Maar we hopen dat de genomen maatregelen voldoende zijn.
De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen en dan gaan we terug naar de indiener. De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. Het voorrangsplein ligt er natuurlijk al lang en er zijn ook veel maatregelen genomen, maar het is gewoon hartstikke druk, ook ondanks de maatregelen bij de
Linschotensingel. Erkent de wethouder dat er nog steeds een veiligheidsuitdaging is, juist door de
onoverzichtelijkheid van het plein, omdat het een klein plein is, omdat er veel auto’s rijden en omdat de fietsers van alle kanten komen? En dat er nog steeds stappen moeten worden gezet om dat te verbeteren?
Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter. Wij herkennen de drukte in de stad, zoals ik net ook
aangaf in mijn beantwoording, bijvoorbeeld over de elektrische fietsen. Dat is iets wat niet alleen hier speelt en het vraagt voortdurend onze aandacht. Het punt dat je vanuit verschillende kanten
komt bij het oversteken, vooral vanwege het winkelcentrum, is precies waarom de opties beperkt zijn. Anders had je misschien alle fietsers aan één kant kunnen laten oversteken. Maar dat is het dilemma. Wat we ook zien, is dat gewenning aan een nieuwe situatie helpt. Dat geeft rust en
voorspelbaarheid. Daarom vindt het college het onwenselijk om voortdurend in discussie te blijven over het helemaal herinrichten van het plein. Want als je dat telkens doet, blijft het juist
onoverzichtelijk. Tegelijkertijd heb ik, zoals gezegd, aangegeven dat we begin 2025 maatregelen
hebben genomen. Die worden gemonitord. We kijken wat het effect is, en als dat onvoldoende blijkt, dan laten we dat ook aan u weten wanneer wij rapporteren over de verkeersveiligheid in de stad. Dat is ook onze prioriteit.
De voorzitter: Dank. Daarmee gaan we door met de tweede vragenset. Het verzoek is gedaan om
mondelinge vragen 2 en 8 achter elkaar te behandelen, omdat beide voor de burgemeester zijn. Ik zie dat iedereen daarmee instemt.
2. Mondelinge vragen van de fracties van CDA, UtrechtNu! en D66 over Autokrakers slaan toe in Tolsteeg.
De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. Afgelopen week - dat is inmiddels twee weken geleden - werd er opnieuw ingebroken in auto’s in de Tolsteeg. Er werden ook wielen onder auto’s vandaan
gestolen. Navraag leert dat dit zeker niet de eerste keer was in het Tolsteegplantsoen. Dat leidt bij
3
Vragenuur van 10 april 2025 de fracties van CDA, Utrecht Nu en D66 tot de volgende vragen.
1. Welke ontwikkeling is er te zien in het aantal autokraken in de wijk Zuid, en in het Tolsteegplantsoen in het bijzonder?
2. Herkent het college het signaal dat er sprake is van een toename van diefstal van wielen en velgen van auto’s in Utrecht? Welke verklaring ziet het college hiervoor?
3. Welke stappen heeft het college gezet om autokraken rond het Tolsteegplantsoen te voorkomen? Is er bijvoorbeeld ingezet op voorlichting aan inwoners, het verbeteren van verlichting, of het makkelijker maken van het melden van verdachte situaties in de buurt?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. De beantwoording van de vragen rondom het
Tolsteegplantsoen. Het aantal autokraken in de wijk Zuid is in 2024 gedaald met 21% ten opzichte van 2023. Ook zien we dat het aantal autokraken in Zuid in de maanden januari tot en met maart
lager lag dan in dezelfde periode vorig jaar. Op basis van politiedata blijkt dat er tot nu toe dit jaar
één autokraak is gepleegd. Vorig jaar waren dat er dit jaar in ieder geval - voor zover bij ons bekend - één autokraak is gepleegd. Vorig jaar waren dat er vier. Dat neemt natuurlijk niet weg dat dit soort incidenten een enorme impact kan hebben, en dat zien wij ook.
Dan de tweede vraag: herkennen wij een toename in de diefstal van wielen en velgen van auto’s? We
zien inderdaad vaak dat persoonlijke eigendommen worden gestolen; dat is nog steeds het grootste deel bij autokraken. Uit aangiftes wordt meestal wel duidelijk welke onderdelen zijn meegenomen,
maar dat is niet altijd even goed terug te zien in internetaangiftes. Als het om autodiefstal gaat van
onderdelen, dan zien we vooral kentekenplaten, koplampen, multimediasystemen en dergelijke. Dat komt naast de persoonlijke eigendommen voor, en dat beschouwen we wel degelijk als belangrijk. Een mogelijke verklaring, en daar vroeg de heer Van Steeg ook naar, is dat sommige onderdelen gewoon verhandelbaar zijn op de zwarte markt en dus waardevol.
Dan de derde vraag: welke stappen zetten we? In de wijk Zuid worden diverse maatregelen genomen, overigens niet alleen specifiek bij het Tolsteegplantsoen. Er is een handhavingsoverleg tussen
gemeente en politie waarin we regelmatig trends en analyses bespreken rondom plekken waar veel autokraken plaatsvinden. En daar worden dan ook passende maatregelen bij genomen. Denk aan voorlichting aan bewoners, maar ook fysieke ingrepen in de gebouwde omgeving, zoals het
verbeteren van verlichting of het snoeien van groen op hotspots. We hebben autokraken-hotspots benoemd, en het actualiteitenteam is daar ook actief mee bezig. Recent bijvoorbeeld in de
Rivierenwijk, Dichterswijk, Transwijk, het Wilhelminapark, de Schildersbuurt en Rijnsweerd. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Die zijn er niet. Ook de heer Van Steeg niet? Dan gaan wij door met mondelinge vragenset 8.
8. Mondelinge vragen van de fracties van BIJ1, DENK, PvdD, GroenLinks en Student &S tarter over Geen inperking van het demonstratierecht voor sit-ins.
Mevrouw Oul Fakir (BIJ1): Voorzitter. Recent is er een landelijke taskforce ingesteld om antisemitisme te bestrijden. Dat is op zichzelf een goede stap, want elke vorm van discriminatie, waaronder antisemitisme, moet krachtig worden bestreden.
Een van de aangekondigde doelstellingen van deze taskforce is het aanpakken van de vermeende
veiligheidsconsequenties van sit-ins op OV-stations. Deze sit-ins vinden ook in Utrecht plaats, in het kader van solidariteit met Palestina, en zijn bedoeld om aandacht te vragen voor
mensenrechtenschendingen, zoals bezetting en genocide door de Israëlische staat. Dit is geen
4
Vragenuur van 10 april 2025 antisemitisme. Het is nu nog onduidelijk op welke manier de taskforce haar maatregelen vorm gaat
geven. Maar het roept bij ons zorgen op over het mogelijk inperken van het demonstratierecht en de valse stigmatisering van de pro-Palestijnse beweging.
Daarom hebben de eerdergenoemde fracties, samen met de PvdA, de volgende vragen aan het college:
1. Is het college het ermee eens dat steun betuigen aan Palestina of kritiek uiten op het zionisme en het politieke regime van de staat Israël géén antisemitisme is?
2. Deelt het college de opvatting dat het demonstratierecht een fundamenteel recht is, en dat
protesteren -- ook in de vorm van sit-ins -- een legitieme uitingsvorm is, en dat dit grondrecht niet kan worden ingeperkt door een zelfbenoemde taskforce?
3. Kan het college toezeggen dat het demonstratierecht in Utrecht volledig wordt beschermd, en dat er naar aanleiding van de taskforce geen aanvullende beperkingen worden opgelegd aan sit-ins in Utrecht?
4. Is het college bereid zich in landelijke overleggen of richting de taskforce uit te spreken voor het behoud van demonstratievrijheid en tegen de kwalijke koppeling van Palestina-solidariteit aan antisemitisme?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Ik zou op deze vier vragen eigenlijk vier keer gewoon "ja" kunnen zeggen – dat even voor de duidelijkheid – maar ik geef nog een korte toelichting.
Ja, we zijn het ermee eens dat het betuigen van steun aan Palestina of het uiten van kritiek niet per definitie gelijk staat aan antisemitisme. Overigens wordt ook heel nauwkeurig door het Openbaar Ministerie beoordeeld of dat wel of niet zo is. Maar je kunt dat dus niet helemaal op voorhand zeggen.
Ja, wij vinden dat het demonstratierecht een fundamenteel recht is en dat protesteren, ook in de
vorm van sit-ins, een legitieme uitingsvorm is. Dat grondrecht op demonstratie is vastgelegd in onze Grondwet en in internationale verdragen.
Wij hebben niet de indruk dat de taskforce bevoegdheid heeft om dat soort grondrechten te
beperken. Ik denk eerlijk gezegd ook niet dat men die intentie heeft. Maar goed, dat is hoe wij daar naar kijken.
Dan de derde vraag. Ja, wij gaan het demonstratierecht volledig beschermen. Er is voor ons reden om beperkingen aan de sit-ins op te leggen. Dat hebben we in Utrecht ook niet eerder gedaan. Deze
demonstraties verlopen vreedzaam, en er is eigenlijk altijd goed contact met de organisatie. Ook het instellen van een taskforce of de taakstelling van die taskforce is voor ons géén reden om beperkingen aan demonstraties op te leggen.
Dan de laatste vraag, of we bereid zijn om ons uit te spreken voor het behoud van
demonstratievrijheid. Misschien is het goed om te zeggen dat ik dat echt altijd doe. Laatst heb ik in
een debat in de raad uitgelegd dat ik was uitgenodigd door de minister van Justitie en Veiligheid om
te praten over het actuele debat in de Kamer. Want daar hoor je natuurlijk andere geluiden. Ik was er blij mee, dat hij ook van burgemeesters wil horen hoe wij ernaar kijken. Wij hebben daar heel
duidelijk gemaakt dat juist in deze tijd het heel belangrijk is dat mensen het recht op demonstratie
hebben en dat we met de Wom — de Wet openbare manifestaties — zoals die nu geldt, prima uit de voeten kunnen.
Ik wil het daar graag bij laten, want dat is wat wij overal vertellen. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Die zijn er niet. Heeft de indiener nog een vraag?
5
Vragenuur van 10 april 2025 Mevrouw Oul Fakir (BIJ1): Voorzitter. De burgemeester heeft de vragen beantwoord op een manier
waar ik, of waar wij, heel blij mee zijn. Maar ik mis bij vraag vier nog één aspect. De burgemeester sprak over het uitspreken voor behoud van demonstratievrijheid, maar is zij, of het college, ook bereid om zich uit te spreken tegen de onrechtvaardige koppeling van Palestina-solidariteit aan antisemitisme en dit actief te doen?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Dat heb ik zojuist bij de beantwoording van de eerste vraag ook
gedaan. Dit is een openbare vergadering en mensen luisteren mee. Zoals gezegd, als je kritiek hebt op het beleid van de Israëlische regering of op de situatie in Gaza, betekent dat niet dat je een antisemiet bent. Zo simpel is het.
De voorzitter: Dat waren de mondelinge vragen nr. 8. Wij gaan nu weer terug naar de volgorde en gaan verder met vragenset nr. 3.
3. Mondelinge vragen van de fracties van de PvdA, GroenLinks en ChristenUnie over Zekerheid en ondersteuning voor de Alchemist.
De heer Stam (PvdA): Voorzitter. Gezien de tijd houd ik de inleiding kort. Het contract tussen de gemeente en de hoofdhuurder van De Alchemist is ontbonden. Maar wat betekent dit voor de
tientallen onderhuurders van De Alchemist? Voor veel van hen kwam de ontbinding rauw op het dak. Ondanks het goede werk van de gemeente om de onderhuurders te helpen, heerst er nog veel
onzekerheid over de ontruimingstermijn, de mogelijkheden voor een doorstart en over hun kansen via het Makelpunt. Dat leidt tot de volgende vragen:
1. Kan de wethouder de ontruiming uitstellen tot na 30 juni?
2. Staat de wethouder open voor een herstart van een deel van De Alchemist? Zo ja, vinden daar nu gesprekken over plaats en kan hij ons op de hoogte houden van de voortgang?
3. Kan de wethouder toezeggen dat er, naast de begeleiding naar het Makelpunt, ook actief wordt geholpen bij het zoeken naar alternatieve locaties voor de onderhuurders?
4. Kan de wethouder toezeggen om, als dat nodig is, samen met het UWV de facilitaire medewerkers te begeleiden en te ondersteunen naar nieuw werk?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Ik vervang wethouder Eerenberg voor de beantwoording van deze vragen.
Het antwoord op vraag 1. De ontruiming wordt uitgesteld tot 3 juli 2025. Op 3 april was er de
tweede informatiebijeenkomst voor de onderhuurders, en tijdens deze avond zijn zij geïnformeerd over dit uitstel. Aan de ene kant was er opluchting, maar aan de andere kant natuurlijk ook teleurstelling, omdat er nu wel echt een einddatum is vastgesteld. De gemeente heeft ook
aangegeven dat er voor de periode na 3 juli wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn. Hiervoor komt de gemeente in mei met scenario’s.
Vraag 2. We doen ons uiterste best om de onderhuurders van SMOL Belangen zo goed mogelijk te
helpen. Dat doen we zowel ambtelijk als bestuurlijk, binnen onze mogelijkheden. We hebben geen
directe huurovereenkomst met de onderhuurders – dat is bekend – maar we hechten er wel aan dat zij op redelijke termijn duidelijkheid krijgen over alternatieven. De gebouwen zijn op dit moment nog verhuurd aan SMOL Belangen B.V., en deze overeenkomst stopt per 3 juli, vanwege een
betalingsachterstand van SMOL en de toegewezen ontruiming door de rechter. Er worden momenteel meerdere scenario’s uitgewerkt voor de periode na die datum. Een doorstartinitiatief is onderdeel
6
Vragenuur van 10 april 2025 van die scenario’s. Doorgaan op de huidige voet met de huidige condities is niet kostendekkend. En als tijdelijke verhuur wordt doorgezet, moet er eerst worden geïnvesteerd. Daardoor zal de huur uiteindelijk ook hoger worden. Op dit moment wordt onderzocht of dat haalbaar is, en zo ja, op welke manier.
Op 3 april hebben wij van een kopgroep van onderhuurders intentieverklaringen ontvangen, waarin zij de gemeente verzoeken om het beheer van de panden over te nemen, of als dat niet mogelijk is te zorgen voor een vervangende en vergelijkbare ruimte. Op 8 april heeft er een eerste gesprek plaatsgevonden met een delegatie van onderhuurders, en op 14 april heeft daar een vervolg op plaatsgevonden. Het doel daarvan is om te bekijken of er mogelijkheden zijn voor verhuur van vergelijkbare bedrijfsruimte op de locatie Alchemist.
Dan het antwoord op vraag 3. Ja, er wordt actief meegedacht in de zoektocht naar alternatieve
locaties. Alle informatie uit verschillende gesprekken wordt verzameld en samengebracht bij het Makelpunt. Er hebben zich 35 onderhuurders aangemeld, en zij zijn inmiddels bekend bij het
Makelpunt. Zo kunnen alle opties voor onderhuurders centraal worden aangeboden via dat platform. Het Makelpunt combineert beschikbare ruimtes van zowel de gemeente als van derden.
Over de ontwikkelingen rondom De Alchemist houden wij de raad uiteraard goed op de hoogte.
Volgende week verwachten wij de uitspraak in de bodemprocedure. Zodra deze er is, informeren wij de raad daarover. En zoals gezegd: eind mei, begin juni verwachten wij u meer te kunnen vertellen over de scenario’s na 3 juli. Ook daarvan houden wij de raad op de hoogte. Dan het antwoord op de laatste vraag. Ja, dat doen wij.
De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen van andere partijen. Heeft de indiener nog een vraag? De heer Stam (PvdA): Voorzitter. Zal de wethouder zich er ook voor inzetten om de culturele en
maatschappelijke initiatieven die nu in De Alchemist zitten ook in de verdere ontwikkeling van het Merwedekanaalgebied te behouden?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Die opdracht heeft de raad al vaker gegeven. In mijn
beantwoording heb ik ook laten doorschemeren dat we heel veel partijen van waarde voor de stad vinden en dat we zeker kijken hoe zij een nieuwe plek in de stad kunnen krijgen. De voorzitter: Wij gaan door met de volgende vragenset. 4. Mondelinge vragen van de fracties van GroenLinks, Partij voor de Dieren, Volt, Student & Starter, ChristenUnie en UtrechtNu! over Illegale kledingbakken voor eigen gewin.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks): Voorzitter. Vorige week was er een item bij Radar over illegale kledingbakken van de organisatie Kleding Helpende Handen. Deze bakken worden zonder vergunning in de openbare ruimte geplaatst. Deze organisatie benadert ook scholen en
kinderdagverblijven met het verzoek om de bakken op hun terrein te zetten. Dat gebeurt vaak, onder het mom dat de kleding voor een goed doel is bestemd, maar in de praktijk blijkt dit helemaal niet
het geval. De kleding komt niet terecht bij goede doelen. Helpende Handen is een voorbeeld van een
eenmanszaak die de kleding simpelweg doorverkoopt. Deze illegale bakken zijn, wat ons betreft, een kwalijke zaak. Mensen denken met hun donatie een goed doel te steunen, maar blijken hun spullen te geven aan een commerciële organisatie. Er is geen zicht op wat er met de kleding gebeurt. Dit
ondermijnt de inzameling via de gemeente en kringloopwinkels, en het schaadt het vertrouwen van
7
Vragenuur van 10 april 2025 de gulle gevers. Om die reden hebben wij de volgende vragen.
1. In Utrecht hebben we in ieder geval bij één school zulke bakken gezien. Weet het college of deze bakken op meer plekken in Utrecht opduiken, bijvoorbeeld op schoolterreinen of in de openbare ruimte?
2. Indien deze bakken worden aangetroffen, kan er dan handhavend worden opgetreden? En zo ja, hoe?
3. Het is positief dat scholen, kinderdagverblijven en andere organisaties kledingacties van goede
doelen willen steunen. Maar hoe kan het college hen waarschuwen voor dit soort cowboys? Kan
het college bijvoorbeeld richtlijnen meegeven over waar ze op moeten letten en met wie ze in zee kunnen gaan, zodat de goede initiatieven wel behouden blijven?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. In het kader van take three for the team is de volgende vraag voor mij. Ik heb daar inderdaad een antwoord op.
Vraag 1. Ja, we treffen regelmatig op verschillende plekken inzamelcontainers aan van genoemde partij of van vergelijkbare organisaties die op deze manier illegaal inzamelen. In onze stad is het
inzamelen van kleding in principe alleen toegestaan door partijen die daarvoor zijn aangewezen en waarmee een inzamelcontract is afgesloten. Voor erkende goede doelen is het, bij uitzondering, in sommige gevallen mogelijk om na toestemming textiel huis-aan-huis op te halen.
Vraag 2. Ja, wij controleren regelmatig op deze containers. Dat gebeurt zowel naar aanleiding van meldingen als tijdens reguliere rondes door de wijk. Wanneer we een overtreding constateren,
nemen we contact op met de partij om de container te laten verwijderen. Doet de partij dat niet zelf, dan verwijderen wij de container en verhalen we de kosten.
In 2025 zetten we deze aanpak voort en voegen we maar liefst 100 uur extra handhaving toe, zoals
ook beschreven in het handhavingsprogramma. Die uitbreiding is specifiek gericht op de aanpak van illegale kledingcontainers in de openbare ruimte.
Tot slot het antwoord op vraag 3. Dat lijkt ons een hele goede suggestie van de vragenstellers. We
zullen dit onder de aandacht brengen via de contacten die wij onderhouden met de schoolbesturen, kinderdagverblijven en andere betrokken instellingen.
De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen, ook niet van de indiener. Dan gaan wij door met de volgende vraag.
5. Mondelinge vragen van de fracties van PvdA, GroenLinks, BIJ1, ChristenUnie, Student & Starter, DENK, Utrecht Solidair, D66 en EenUtrecht over Overdag warm, ’s nachts ijskoud, maar Koudweerregeling dicht.
De heer Stam (PvdA): Voorzitter. Mensen die afgelopen week met twintig graden op het terras zaten, zouden het misschien niet vermoeden, maar een deel van hun stadsgenoten moest ’s nachts onder
levensgevaarlijke temperaturen een slaapplek zien te vinden. Het is echt waar. Door het heldere weer zakte de gevoelstemperatuur afgelopen week onder nul graden.
In Utrecht hebben we gelukkig de Koudweerregeling, waardoor dakloze mensen bij
gevoelstemperaturen onder nul binnen kunnen slapen. En dat is maar goed ook, want buiten slapen is levensgevaarlijk. Formeel loopt de periode waarin de Kwr kan worden afgeroepen tot en met
1 april. Vorig jaar is daarvan afgeweken, toen het in april nog te koud bleek. Maar dit jaar is de regeling niet opgeroepen. Daarom hebben wij de volgende vragen.
1. Waarom is de Kwr afgelopen week niet opgeroepen, terwijl de gevoelstemperatuur wel onder nul
8
Vragenuur van 10 april 2025 graden lag in Utrecht?
2. De G4-gemeenten beslissen gezamenlijk over het al dan niet activeren van de Kwr, maar wat
gebeurt er als de gevoelstemperatuur niet in alle gemeenten onder nul ligt? Wie beslist dat dan? En welk weerbericht of meetpunt wordt hiervoor gebruikt?
3. Het kan ook na 1 april nog flink koud worden. Is het college bereid te overleggen met de G4steden om de regeling te verruimen, zodat de Kwr ook na 1 april open kan als de gevoelstemperatuur daartoe aanleiding geeft? Waarom wel of waarom niet?
De voorzitter: Dank voor deze vragen. Het woord is aan mevrouw Oosters, die hier antwoord geeft namens wethouder Streefland.
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Wethouder Streefland is op dit moment in Den Haag,
specifiek voor overleg over opvang. Zij kon er dus vandaag niet bij zijn, en ik neem haar waarneming op me.
Het antwoord op vraag 1. Ik waarschuw alvast, dit is het langste antwoord, de andere twee zijn wat korter. Voordat ik op de specifieke punten inga, wil ik eerst het standpunt van het college over
dakloosheid benoemen. Elk mens die op straat slaapt, is er een te veel. Als het aan dit college ligt,
slaapt er niemand op straat. Helaas is de realiteit anders, en doen we binnen de beperkte middelen, locaties en woonplekken wat we kunnen. De Kwr is een van de dingen die we inzetten. Het is een
buitenwettelijke regeling, die we als gemeente zelf financieren, met beperkte middelen. Na 1 april
eindigt de officiële Kwr-periode, maar we houden er altijd rekening mee dat er daarna nog forse kou kan optreden. We kijken daarbij altijd naar het voorkomen van ernstige gezondheidsschade. Dit jaar is er twee keer sprake geweest van een zeer korte periode van kou. Op beide momenten is in G4verband geconcludeerd dat de omstandigheden onvoldoende aanleiding gaven om de regeling
gezamenlijk te activeren. Als de G4 niet gezamenlijk opent, loopt een enkele stad het risico dat mensen uit het hele land naar de opvang trekken. Dat is de cynische realiteit. In onze afweging kijken we dus naar het doel van de Kwr, namelijk het voorkomen van gezondheidsschade.
Wetenschappelijk is er geen exacte grens aan te wijzen wanneer dat risico ontstaat. Wel is het van
belang om te kijken naar een samenloop van omstandigheden, zoals regen, wind, en de duur van de
kou. Bij twijfelgevallen, zoals de laatste keer waarbij het wel koud was, maar verder droog en zonder wind, wegen we al die factoren mee. In dit geval leidde dat tot de conclusie dat er geen reden was om te openen. Vorig jaar, in april, was er sprake van een langere, aanhoudende periode van kou. Toen zagen we wel de noodzaak om te openen.
Een ander belangrijk punt is dat in G4-verband zijn er afspraken gemaakt die het openen van de Kwr oprekken. Bijvoorbeeld: de regeling moet minimaal drie dagen aaneengesloten worden geopend, we sluiten niet in het weekend, en we openen niet voor een of twee nachten tussendoor. Zulke afspraken maken het openen van de regeling zeer kostbaar.
Om de regeling consequent uit te kunnen voeren, moeten op dit soort momenten afwegingen
gemaakt worden, waarbij gekeken wordt naar die omstandigheden en de beschikbare middelen. Het is voor de voortzetting van Kwr van belang om secuur een afweging te blijven maken of met het openen het doel – het voorkomen van ernstige gezondheidsschade door kou – gediend wordt.
Dan het antwoord op vraag 2. De afdelingen van de GGD en/of het beleid van de G4-gemeenten
bepalen dit gezamenlijk. Zij nemen ook gezamenlijk het besluit. Daarbij maken ze gebruik van de
weerapp Wunderground. In de officiële Kwr-periode geldt dat alle gemeenten openen, ook als er in slechts één gemeente sprake is van kou.
Vraag 3. Op dit moment wordt in G4-verband al rekening gehouden met de mogelijkheid dat er ook
9
Vragenuur van 10 april 2025 na 1 april moet worden geopend. Dat is dus niet uitgesloten. Maar ook dan maken we telkens een afweging op basis van de omstandigheden.
Wanneer die aanleiding geven om te openen, zoals vorig jaar het geval was, openen we gezamenlijk. Daarnaast moeten we ook realistisch zijn; deze regeling voeren we uit met beperkte middelen. De
vele afspraken over verruiming van de opening zet druk op de continuïteit van de uitvoering. Daarom is het onze prioriteit om de regeling wel vol te kunnen houden en maken we scherpe keuzes. De voorzitter: Dank. Zijn er aanvullende vragen? De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. Wat is nu exact de reden om de Kwr nu niet te openen? Mevrouw Oosters (wethouder): Er zijn twee redenen. De eerste natuurlijk dat de officiële periode is
afgelopen. Dan ga je in G4-verband opnieuw bekijken of er omstandigheden zijn om alsnog de Kwr te openen. In dit geval waren er geen bijkomende omstandigheden zoals regen, harde wind of
langdurige kou, en dus was de conclusie dat het weer niet zo slecht was dat er aanleiding was om de regeling alsnog te openen.
De heer Van Steeg (CDA): Dus het weer en niet de financiële achtergrond was de reden om de Kwr niet te openen?
Mevrouw Oosters (wethouder): Dat klopt. Mevrouw Van der Wilt (D66): Voorzitter. Ik begrijp dat het altijd lastig blijft, maar de PvdA stelt deze vraag natuurlijk niet zomaar. Het veld maakt zich wel zorgen. Als geld dan niet de hoofdreden is, waarom zouden we er dan niet voor kiezen om toch vaker te openen?
Mevrouw Oosters (wethouder): Het geld was niet de hoofdreden om het nu niet te doen, maar het
geld is natuurlijk wel een spannende factor in dit geheel, waardoor je altijd een goede en specifieke
afweging moet maken. Juist door alle eisen die we onszelf stellen en omdat we dit uit eigen middelen doen, samen met de andere drie grote steden, moeten we steeds heel scherpe keuzes maken. Met
deze specifieke weersomstandigheden was de gezamenlijke afweging van de G4 om de Kwr niet te openen.
De heer Stam (PvdA): Geldt de grens van gevoelstemperatuur onder nul dan niet meer na 1 april? Mevrouw Oosters (wethouder): Na 1 april is dat inderdaad niet meer automatisch leidend. Het is dan
onderdeel van het overleg tussen de vier grote steden, want we willen als gemeente niet alleenstaand open, los van de rest. Je weegt dan samen of het echt nodig is om alsnog te openen. Begrijp ons niet verkeerd: we willen eigenlijk ook structureler kunnen opvangen in de toekomst, maar dat vraagt meer middelen en dat is dus ook een afweging die de raad moet maken. Het is en blijft een
ontzettend dure voorziening, die weliswaar ontzettend nodig is, maar die behoorlijk complex is omdat wij dit als steden zelf moeten doen.
De heer Stam (PvdA): Dat het complex is en dat we liever permanente opvang willen, daar zijn we het natuurlijk allemaal over eens, maar wat verandert er dan aan het effect voor de mensen die buiten
slapen of het nu voor of na 1 april is als de gevoelstemperatuur onder nul is? Is het dan niet gewoon
10
Vragenuur van 10 april 2025 even gevaarlijk? Mevrouw Oosters (wethouder): Wat ik in ieder geval weet, is dat na april de afweging echt anders is
dan daarvoor. Voor 1 april heb je de officiële Kwr-periode, die is dan afgelopen. Daarna moet je dus opnieuw gaan wegen wat de meteorologische omstandigheden zijn en of het ernstig genoeg is. De duur van de kou speelt dan bijvoorbeeld ook een rol. In april is die meestal korter dan in de wintermaanden. Verder kijken we ook naar wind, regen en andere factoren.
De heer Stam (PvdA): Het is natuurlijk makkelijker om een duidelijke grens te stellen voor 1 april.
Daarna wordt het anders. Ik begrijp dat het niet de portefeuille van deze wethouder is, maar zou de
raad dit op papier kunnen krijgen, zodat we duidelijk hebben wat de voorwaarden zijn waaronder de regeling wel na 1 april geopend wordt?
Mevrouw Oosters (wethouder): Ja, ik weet niet of dat nog echt iets toevoegt aan wat ik nu gezegd heb, want dit is eigenlijk ook wat we op papier hebben gekregen. We kunnen een memo sturen
waarin we nog een keer helder uiteenzetten waarom het na april een afweging is van de vier steden, en dat het gaat om de samenloop van meteorologische omstandigheden. Maar dat is dus wel echt hoe het gaat.
De voorzitter: Dank. Daarmee gaan wij door naar de volgende vraag. 6. Mondelinge vragen van de fracties van Student & Starter, UtrechtNu!, D66, VVD, DENK, Volt, Utrecht Solidair en CDA over Kamernood maakt studenten prooi voor oplichters.
De heer Van Rooij (Student & Starter): Voorzitter. De Landelijke Studentenvakbond bracht deze week een rapport uit waaruit blijkt dat het aantal studenten dat slachtoffer wordt van oplichting op de
kamermarkt explosief is gestegen. Waar het in eerdere jaren om enkele procenten ging, ging het afgelopen jaar om bijna een op de tien meldingen.
Studenten zijn in de huidige woningcrisis wanhopig op zoek naar een kamer. Door de enorme
schaarste voelen ze zich genoodzaakt om snel te reageren op advertenties, ook als die eigenlijk te mooi lijken om waar te zijn. Oplichters maken daar misbruik van. Ze zetten studenten onder druk om snel geld over te maken en verdwijnen daarna. Dat leidt tot grote financiële schade en veel stress.
Ook in Utrecht duiken dit soort scams op, zoals bleek uit berichtgeving van RTV Utrecht. De LSVb pleit ervoor dat ook gemeenten een rol moeten pakken. Daarom hebben onze fracties de volgende vragen.
1. Herkent het college het beeld uit het rapport van de LSVb, dat ook in Utrecht steeds meer studenten slachtoffer worden van kameroplichting?
2. Op welke manier wordt op dit moment door of via de gemeente informatie gedeeld over het
herkennen en voorkomen van oplichting? En ziet het college mogelijkheden om dat uit te breiden, bijvoorbeeld via onderwijsinstellingen of studentenorganisaties?
3. De LSVb benadrukt het belang van goed vindbare, toegankelijke en meertalige huurteams. Ziet het college ruimte voor het Utrechtse Huurteam om studenten beter en actiever te informeren over het voorkomen van scams?
4. Ziet het college mogelijkheden om de aanpak van kameroplichting beter te coördineren,
bijvoorbeeld via het Huurteam of andere partners in de stad? En past dat binnen de huidige
11
Vragenuur van 10 april 2025 opdracht van het Huurteam, of is daar extra inzet voor nodig?
5. Er zijn signalen dat studenten ontmoedigd worden om aangifte te doen van oplichting. Is het
college bereid hierover in gesprek te gaan met de politie, en aandacht te vragen voor registratie, opvolging en een structurele aanpak?
De heer De Vries (wethouder): Voorzitter. Dank aan de indieners voor het stellen van deze vragen. Ik zal ze een voor een behandelen.
Vraag 1. Ja, we krijgen zelf ook af en toe signalen van onderwijsinstellingen en woningzoekenden
over oplichting. We herkennen dus dat het voorkomt. Maar we kunnen op dit moment niet staven of er in Utrecht sprake is van een stijging.
Wanneer woningzoekenden, zoals studenten, wel slachtoffer zijn geworden, dan geven we dit als signaal door aan de politie. Het slachtoffer moet dan wel zelf aangifte doen.
Vraag 2. De gemeente heeft recent de informatiecampagne Goed Verhuurderschap gevoerd. U heeft die waarschijnlijk overal in de stad zien hangen. Die campagne liep van december 2024 tot februari 2025 en focuste op een aantal verschillende thema’s, zoals huurprijs, onderhoud, intimidatie,
discriminatie en een algemene boodschap over problemen bij huren. We gaan deze campagne ook
inzetten tijdens de Utrechtse Introductietijd in 2025, gericht op nieuwe studenten in de stad. En dat doen we in het Nederlands en in het Engels, vanwege de meertaligheid onder studenten. Daarnaast
besteden de Universiteit Utrecht en de Hogeschool Utrecht ook door het jaar heen aandacht aan dit onderwerp, bijvoorbeeld tijdens de UIT-week.
Vraag 3. We zien ruimte om studenten beter te informeren via de socials van het Huurteam, via
presentaties en bijeenkomsten. In 2025 zet het Huurteam extra in op een huis-aan-huisbenadering. Daarmee bereiken we vooral huurders die al ergens wonen, maar met social media en aanwezigheid op studentenbijeenkomsten zoals de UIT-markt proberen we ook woningzoekenden te bereiken. Vraag 4. Als gemeente hebben we helaas beperkte mogelijkheden om iets te doen tegen
kameroplichting. Ook de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur bieden geen juridische handvatten tegen digitale oplichting.
Daarom richten we ons op voorlichting en preventie. Dat kan ook binnen de bestaande opdracht van
het Huurteam. Er zijn geen bestuursrechtelijke instrumenten om tegen kameroplichting op te treden. Maar uiteraard zijn het verwerpelijke praktijken en als we signalen van oplichting ontvangen, geven we die direct door aan de politie. Uiteraard moeten de studenten zelf ook aangifte doen.
Vraag 5. Naar aanleiding van uw vragen hebben wij meteen contact opgenomen met de politie. Voor een misdrijf als oplichting kan altijd aangifte worden gedaan. Van ontmoediging door de politie om aangifte te doen is in Utrecht geen sprake. Afhankelijk van de informatie die het slachtoffer kan
aanreiken over de wijze van oplichting, onderzoekt de politie of er aanknopingspunten zijn om de identiteit van de oplichter te achterhalen en ook om bewijs te verzamelen. Als die
aanknopingspunten er zijn – en dat is soms lastig – dan wordt de zaak opgepakt door de recherche. De voorzitter: Dank. Ik zie geen aanvullende vragen. De indiener mag geen aanvullende vraag meer stellen wegens het ontbreken van tijd.
We gaan door naar de volgende vragenset. 7. Mondelinge vragen van de fracties van DENK, CDA, UtrechtNu!, GroenLinks, Volt, VVD en Utrecht Solidair over Maak Theemsdreef veilig.
De heer Usta (DENK): Voorzitter. Omwonenden van de Theemsdreef in Overvecht trekken aan de bel
12
Vragenuur van 10 april 2025 over de gevaarlijke verkeerssituatie in hun straat. Deze weg wordt steeds vaker als racebaan
gebruikt, met hoge snelheden en meerdere ongevallen tot gevolg. Ondanks de duidelijke oproep vanuit de buurt om in te grijpen, blijft actie vooralsnog uit. Bewoners maken zich zorgen over de veiligheid van hun kinderen.
Naar aanleiding van de zorgen van de omwonenden over de verkeersveiligheid op de Theemsdreef hebben onze fracties de volgende vragen.
1. Omwonenden ervaren de Theemsdreef als een racebaan vanwege hoge snelheden en meerdere ongevallen. Herkent het college dit beeld? Zo ja, hoe acteert het hierop om de zorgen van bewoners weg te nemen?
2. Welke mogelijke maatregelen op korte termijn overweegt het college? Daarbij valt te denken aan verhoogde drempels, extra inzet van de politie, of andere snelheidsbeperkende maatregelen?
3. Welke alternatieve maatregelen worden op de langere termijn overwogen om snelheidsovertredingen effectief tegen te gaan?
4. Op welke wijze betrekt het college de bewoners van Overvecht bij het ontwikkelen en
implementeren van verkeersveiligheidsmaatregelen op de Theemsdreef, zodat oplossingen aansluiten bij hun ervaringen en behoeften?
Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter. Ik ga meteen beantwoorden.
Vraag 1. We werken op dit moment aan een overzicht van het aantal verkeersslachtoffers per locatie in de stad. Elk slachtoffer is er een te veel. De Theemsdreef is een rechte, brede, geasfalteerde weg
en dat kan hard rijden uitlokken. Daarom liggen er op meerdere plekken al drempels en plateaus die de snelheid moeten remmen.
Op basis van snelheidsmetingen zien wij dat het grootste deel van de weggebruikers zich gewoon
aan de snelheid houdt op de Theemsdreef. Maar een kleiner deel rijdt daar te hard en daar krijgen wij ook klachten over van bewoners.
Vraag 2. We hebben recent, in de bocht van de Theemsdreef – Neckardreef twee plateaus aangelegd. Daarnaast hebben we op delen van de straat 30 km/u ingevoerd, om de verkeersveiligheid te
verbeteren. De rest van de Theemsdreef krijgt in 2026 een maximumsnelheid van 30 km/u, als onderdeel van de versnelde invoering van 30 km/u in de hele stad. 30 km/u is hier een veilige
snelheid, omdat fietsers en automobilisten gebruikmaken van dezelfde ruimte. We gaan ook in gesprek met de politie over mogelijke extra handhavingsacties. Het college wil daarbij ook
benadrukken dat we door de hele stad soms extreem rijgedrag zien. Maar de wegaanleg is nooit een excuus om zo hard te rijden, want je houdt je gewoon niet aan de wet.
Vraag drie. We verlagen de snelheid in de eerste helft van 2026 op de Theemsdreef naar 30 km/u en vervolgens monitoren we wat de effecten daarvan zijn. De Theemsdreef is ook een belangrijke
busroute. Lijnen 1, 3, 6 en 11 maken gebruik van deze weg. Het aanleggen van extra verhoogde drempels is daarom lastig; die zorgen namelijk voor langere aanrijtijden voor nood- en
hulpdiensten. In Overvecht zijn meer van dit soort brede, rechte wegen. Waar het kan, maken we die veiliger door kruispunten aan te passen, de straat smaller te maken, of ruimte te geven aan fietsers en voetgangers.
Vraag 4. We betrekken bewoners op verschillende manieren bij het verbeteren van verkeersveiligheid in de stad. Meldingen van bewoners spelen daarin een belangrijke rol. Die nemen we mee als we
bepalen welke plekken extra aandacht nodig hebben. We kijken daarbij ook naar ongevalcijfers en de
inrichting van de weg. Elke melding die we ontvangen, beantwoorden we richting de bewoners, zodat zij weten wat er met hun melding gebeurt. Als dat níet gebeurt, vragen we de mensen dat te laten
weten. Dat willen we namelijk ook horen. Bij de voorbereiding van verkeersveiligheidsprojecten gaan
13
Vragenuur van 10 april 2025 we met bewoners in gesprek over de plannen. Op die manier zorgen we ervoor dat maatregelen zo goed mogelijk aansluiten bij wat bewoners dagelijks ervaren en belangrijk vinden.
De voorzitter: Dank. Ik zie geen andere partijen met een aanvullende vraag. Dan geef ik het woord aan de indiener, de heer Usta.
De heer Usta (DENK): Voorzitter. We hebben dit soort debatjes vaker gevoerd en we zullen dat ook blijven doen. Vaak wordt gezegd: om de verkeersveiligheid te waarborgen, gaan we de
snelheidslimiet verlagen. Maar wat we horen en ook ervaren, is dat de huidige snelheidslimiet van 50 km/u ook wordt overschreden. Waarom denkt de wethouder dat bij 30 km/u invoeren, mensen zich ineens wel aan de snelheid gaan houden? Is dat niet een schijnmaatregel en zouden we niet echte, fysieke maatregelen moeten nemen?
Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter. De meeste mensen houden zich aan de snelheidslimiet en dat is ook het geval op de Theemsdreef. Als je daar 30 km/u van maakt, zien we dat het merendeel zich daar dan ook aan houdt. Dat betekent dat mensen langzamer gaan rijden en zeker op drukke
plekken in de stad is dat beter, want het gaat langzamer en je hebt meer overzicht over de situatie. Zoals ik eerder zei: op veel plekken in de stad zien we dat mensen, ongeacht de inrichting in
individuele gevallen heel extreem rijgedrag vertonen. Het college vindt het belangrijk om hier
nogmaals te benadrukken dat de inrichting van een weg nooit een excuus is voor hard rijden. De heer Usta vraagt terecht wat het college kan doen om die inrichting aantrekkelijker en veiliger te maken? Daar heb ik zojuist stap voor stap op geprobeerd te antwoorden met wat we al hebben gedaan op de Theemsdreef.
De heer Usta (DENK): Waarom dan een collectieve straf voor een individuele snelheidsovertreder? Mevrouw Maatoug (wethouder): Ik begrijp de vraag niet helemaal? De heer Usta (DENK): Er zijn heel veel mensen die zich wel aan de snelheidslimiet houden en dat gaat wel goed. Het zijn maar een paar individuen die het verpesten door te hard te rijden. Die zou je dan moeten aanpakken. Wat er nu gebeurt, is dat 30 km/u voor iedereen wordt ingevoerd, ook voor de mensen die zich al aan de regels hielden. Is dat niet breder straffen?
Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter. Ik kan de opmerking van de heer Usta herhalen, want dit soort debatten voeren we namelijk vaker en zullen we ook nog vaak voeren. Met steeds meer
mensen in de gemeente en meer inwoners wordt het gewoon drukker op straat. Ik ben heel blij
vandaag twee keer vragen te hebben gekregen over verkeersveiligheid. Dat geeft aan dat dit een
prioritair onderwerp is voor dit college. We zien dat langzamer rijden ervoor zorgt dat de situatie
beheersbaarder is en dus ook veiliger. Wij zijn daar een groot voorstander van. Maar ik houd ook van de scherpe vragen van de DENK-fractie, want dat dwingt ons om onze keuzes goed toe te lichten. Ik
ben ook blij dat we het erover eens zijn dat het gedrag van enkelingen, ongeacht de snelheidslimiet, onacceptabel is. Dat willen we niet. Het is goed dat we elkaar daarop kunnen vinden. De voorzitter: Dank. Dan gaan we door naar de laatste vraag van vandaag. 9. Mondelinge vragen van de fracties van Volt, Student & Starter, PvdA en EenUtrecht over Plottwist,
14
Vragenuur van 10 april 2025 toch ruimte op het stroomnet? Mevrouw Passier (Volt): Voorzitter. Volgens mij hadden we deze week voor het eerst in lange tijd
eens positief nieuws over de situatie rondom netcongestie. Netbeheerder TenneT heeft namelijk ruim 9 gigawatt ruimte gevonden op het hoogspanningsnet buiten de piekuren. Dat was onder andere te lezen op de NOS. Dat is ongeveer 40% van het totale elektriciteitsverbruik in Nederland tijdens piekuren. Dat betekent dat bedrijven die op de wachtlijst staan voor een zware
elektriciteitsaansluiting in sommige gevallen toch aangesloten kunnen worden, mits ze flexibiliteit kunnen opbrengen. Wij hebben daarover een aantal vragen.
1. Was het college ervan op de hoogte dat er ineens 40% van de piekvraag beschikbaar zou komen, bijvoorbeeld via de Energy Board?
2. Voor welke lopende projecten kan deze ontwikkeling soelaas bieden, en hoe is het college van plan die projecten verder te helpen?
3. Wat betekent dit voor toekomstige ontwikkelingen hier? Denk aan de wachtrij voor aansluiting op het laagspanningsnet, of de warmtetransitie? En hoe wil het college daarmee omgaan?
4. Welke financiële effecten verwacht het college als gevolg van de netcongestie en deze nieuwe ontwikkeling?
De voorzitter: Dank. Ik geef het woord aan de wethouder. Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter. Dank aan de fracties en zeker aan Volt, die al meer dan een jaar scherp op dit onderwerp zit en het steeds opnieuw agendeert.
Vraag 1. Ja, het was ons via de Energy Board bekend dat TenneT onderzoek deed naar de toepassing van zogeheten tijdsduurgebonden transportrechten en nu is ook duidelijk wat de mogelijke
opbrengst is voor het hele land, namelijk 9 gigawatt en voor de regio Flevoland, Gelderland, Utrecht (FGU) betekent dat 100 megawatt. De ontwikkelingen gaan heel snel. Er wordt op heel veel plekken gekeken naar de mogelijkheden. En het is goed dat u als raad die nationale ontwikkelingen ook actief volgt.
Vraag 2. TenneT verwacht dat deze nieuwe contractvorm vooral interessant is voor aanbieders van
flexibel vermogen, zoals aanbieders van batterijsystemen en de industriële maakindustrie. TenneT gaat nu in gesprek met de klanten op de wachtlijst over dit nieuwe aanbod. Het gaat op basis van
first come, first served, dus eerst de hoogste op de lijst, enzovoorts. Dat geldt voor het hele FGU-
gebied en dus niet alleen voor de provincie Utrecht. De gemeente heeft hierin helaas geen rol. Dat vinden wij zelf ook jammer.
Vraag 3. Helaas heeft deze maatregel van TenneT geen effect op het regionale net. En TenneT mag
ons ook niet vertellen hoeveel Utrechtse bedrijven er op die wachtlijst staan. Maar we verwachten dat het aantal dat profiteert niet substantieel zal zijn. Ook werkt de maatregel niet direct op het regionale stroomnet.
De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen, ook niet van de indiener.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit vragenuurtje. Ik vond het leuk om een keer uw voorzitter te zijn in dit gremium. Dank aan iedereen en wel thuis. De voorzitter sluit daarop, te 17.57 uur, het vragenuur.
15