CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20250320 vragenuur

Gemeenteraad 8 mei 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 20 maart, 3 april en 10 april8.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2025 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur 20 maart 2025 Vragenuur, gehouden op donderdag 20 maart 2025 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Dada-Anthonij. Aanwezig zijn de leden: Assen, Hessel, Hornsveld, Maas, De Pagter, Talhaoui en Vasters. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Klijn, Krul, Otto en Steinhart. Namens het college zijn aanwezig de wethouders: Maatoug, Streefland, Voortman en De Vries. Griffier: mevrouw Bouts.

Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag. Als iedereen langzamerhand zijn of haar plek vindt, dan open ik hierbij dit vragenuur. Ik heet iedereen welkom, zowel op de publieke tribune thuis als hier in de zaal. We

hebben weer een spannend vragenuur, want we hebben maar liefst elf vragensets. Dat het haalbaar

is, hebben we vorige week laten zien met negen vragensets, dus ik ga heel snel het woord geven aan mevrouw Hessel voor de eerste vraag over bijstandsgerechtigden die onleesbare specificaties ontvangen.

1. Mondelinge vragen van mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) inzake Bijstandsgerechtigden ontvangen onleesbare specificaties.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Voorzitter. Bijstandsgerechtigden ontvangen ingewikkelde

specificaties van de afdeling Werk en Inkomen. Deze zijn onbegrijpelijk en daardoor ook niet te

controleren. Binnen het programma Gastvrij Utrecht werkt de gemeente sinds 2016 aan begrijpelijke taal.

Daarom de volgende vragen.

1. Wat vindt het college van onderstaande specificatie?

2. Hoe kan het dat er in 2025 nog steeds zo onbegrijpelijk wordt gecommuniceerd? En hoe verhoudt zich dat tot de inclusieve stad?

3. Ziet het college in dat dit de zelfredzaamheid van cliënten in de weg staat? 4. Welke maatregelen gaat het college nemen om dit te verbeteren?

Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Ik ga proberen het even snel te doen als mevrouw

Hessel. Om te beginnen, het verrekenen van inkomsten zorgt voor veel onzekerheid bij inwoners met

Vragenuur van 20 maart 2025 wisselende werkuren - en dus ook een wisselend loon - die daarnaast aanvullende bijstand

ontvangen. Dat is voor ons ook de reden geweest om aan de slag te gaan met de bestaansbalans. Dat loopt heel goed. Ik hoop daar binnenkort ook meer nieuws over te kunnen melden.

Dan de vraag over de specificatie. Dit is nu echt een voorbeeld van hoe complex het achteraf

corrigeren van de bijstand is, met name bij vierwekelijkse inkomsten, zoals in deze specificatie het geval is. Verrekenen is iets wat we door de systematiek van de Participatiewet moeten doen.

Tegelijkertijd is het natuurlijk ook zo dat de inwoner recht heeft op informatie over hoe zijn of haar uitkering is opgebouwd, ook als dat complex is, zoals in dit geval. We realiseren ons dat deze

specificatie niet eenvoudig te lezen is. Bij complexe verrekeningen zoals deze, sturen we daarom altijd een begeleidende brief met uitleg over de specificatie. We bieden inwoners ook de

mogelijkheid om te bellen voor nadere toelichting als ze dat nodig hebben. Wij vinden het belangrijk dat informatie duidelijk en in begrijpelijke taal wordt overgebracht. Dat is ook iets waar we hard aan werken.

De laatste vraag betreft de maatregelen die we nemen. In het uitvoeringsprogramma Werk en Inkomen, waar we eerder een uitgebreid debat over hebben gevoerd met de raad, zijn acties opgenomen om dit probleem beter aan te pakken. We zijn begonnen met het automatisch

verrekenen van inkomsten, waardoor inwoners steeds minder te maken krijgen met correcties

achteraf. Daarnaast is er sinds kort een brieventeam actief dat brieven redigeert zodat deze stress-

sensitiever en in begrijpelijker taal zijn opgesteld. Over de voortgang van deze acties wordt uw raad via de dashboardbrieven op de hoogte gehouden. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? De heer Otto (EenUtrecht): Voorzitter. Ziet de wethouder een verschil met vorig jaar? Zijn deze problemen lastiger geworden?

Mevrouw Voortman (wethouder): Wat betreft de specificaties is het naar mijn mening vergelijkbaar.

Zoals ik al zei, zijn we bezig met verbeteringen. In het debat over het uitvoeringsprogramma stelde

de heer Otto ook een specifiek punt aan de orde dat ingewikkelder was geworden, maar ik heb even niet paraat wat dat precies was. Dat was ook het gevolg van landelijke wetgeving. Maar wij kijken

natuurlijk zelf ook hoe wij de specificaties die wij als gemeente sturen zo goed mogelijk uitleggen, ook als het moeilijk is.

De voorzitter: Ik zie dat er geen andere vragen zijn. Mevrouw Hessel nog voor een aanvullende vraag?

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Het is 40 jaar geleden dat ik zelf een bijstandsmoeder was. En

zoals heel veel bijstandsmoeders die proberen eruit te komen, begin je met parttime werk, want je

krijgt niet meteen een 36-urige baan. Bovendien kan je het ook vaak niet combineren. Toen was er al hetzelfde probleem. Op een gegeven moment ben ik maar uit ellende gestopt, want je krijgt zulke

ingewikkelde dingen. Je krijgt je geld niet meer op tijd. Ik vind het treurig dat ik, na 40 jaar, nog zo’n strook zie. Ziet de wethouder niet dat dit mensen gewoon blokkeert? Iemand die dit krijgt, denkt: ik stop ermee.

Mevrouw Voortman (wethouder): Dat is ook precies de reden waarom wij met de Bestaansbalans zijn gekomen. Mensen krijgen inderdaad te maken met wisselende inkomsten. Dat zorgt ervoor dat ze

2

Vragenuur van 20 maart 2025 niet weten hoe het dan de maand erna zit, want dan krijg je die verrekeningen. Precies om die reden zijn wij met de Bestaansbalans gekomen en ik ben er trots op dat wij in Utrecht op dat vlak een voorloper zijn.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Hoe lang is Utrecht al bezig met de inclusieve stad? Hoe lang is

Utrecht al bezig om juist bijstandsmensen uit de bijstand te halen? En dan is de wethouder in 2025 trots dat we ermee bezig zijn.

Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter, ik ben hier al zeven jaar mee bezig. Ik zie ook de

veranderingen die wij op dit vlak realiseren. Wij doen dat ook tegen de stroom in, want we hebben te maken met verplichtingen vanuit de Participatiewet en die maken zaken moeilijker. Wij zoeken

daarbij ook soms de randen van de wet op. Ik denk dat wij daarin een voorbeeld zijn voor andere

gemeentes en wij blijven ondertussen ook heel hard werken om die Participatiewet te verbeteren. De voorzitter: Ik dank de wethouder voor de beantwoording. We gaan door met de tweede vragenset. 2. Mondelinge vragen van de fracties van UtrechtNu!, VVD en D66 over Overlast bij de Van Sijpesteijntunnel.

De heer Klijn (UtrechtNu!): Voorzitter. Ik stel deze vragen mede namens VVD en CDA, naar aanleiding van een artikel vorige week in het Algemeen Dagblad over aanhoudende overlast bij de woontorens van onder andere de Sijp. De naam van de andere ben ik even kwijt. Daartegenover zit een

gebruikersruimte. Bewoners ervaren al eigenlijk een jaar of langer overlast van urineren in de

portieken, vernielingen, mensen die achter hen aanlopen naar binnen en slapen in de ruimte. Dat geeft een heel onveilig gevoel. Ik ben daar van de week nog even langs geweest en heb twee

bewoners aangesproken. Een vrouw, ongeveer dertig jaar oud, zei dat zij ‘s avonds thuisgebracht wil worden. De verwachting is ook dat de overlast nu relatief mild is, maar richting de zomer zal toenemen. Er zijn dit jaar al 46 meldingen gedaan van overlast. Mijn vragen zijn de volgende.

1. Hoe beoordeelt het college de aanpak van de problematiek rond de Van Sijpesteijntunnel?

2. Overweegt het college extra of andere maatregelen om de door bewoners ervaren overlast te verminderen?

3. Is er sprake van structureel overleg met bewoners om de problematiek in kaart te brengen, te monitoren en de aanpak te evalueren? En zo ja: in welke vorm? En zo nee: waarom niet?

Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Dank voor de vragen, die ik namens de burgemeester zal beantwoorden.

De eerste vraag was hoe wij de aanpak van de problematiek beoordelen. Vanuit zowel zorg als

veiligheid wordt actief ingezet op het aanpakken van de overlast rond de Sijpesteijntoren en de

tunnel. Wekelijks komt onder regie van de gemeente het Eropaf-team – politie en handhaving – bij

elkaar. Zij verzamelen signalen en zetten daar snel en gericht acties op. Er is ook extra inzet van het

Eropaf-team. De veldwerkers uit het team hebben extra aandacht voor deze locaties. Daarnaast loopt het team later op de avond rondes in het stationsgebied. Ook de torens en de tunnel worden

meegenomen, onder andere in de vroege dienst tussen 5 en 7 uur ’s ochtends. Ook politie en handhaving zijn extra ingezet. De beveiliging van De Stek spreekt ook mensen aan die daar

rondhangen, maar geen bezoekers zijn. Want het zijn niet alleen bezoekers van De Stek. Bij politie

3

Vragenuur van 20 maart 2025 en gemeente zijn geen meldingen bekend van grote geweldsincidenten of meldingen van intimidatie

of bedreiging van mensen die door de tunnel lopen, maar dat betekent niet dat er geen overlast is, of dat omwonenden zich altijd veilig voelen. We begrijpen goed dat het intimiderend kan overkomen

wanneer je door de tunnel loopt of fietst en er een groepje van soms wel acht mensen verspreid in de tunnel staat, ’s avonds of ’s nachts, en die dan ook nog luid roepen. We begrijpen ook dat het

vervelend is wanneer mensen ’s nachts recht voor je deur staan. Zelfs als ze je verder met rust laten, kan dat alsnog een onveilig gevoel geven.

Dan de vraag of wij extra maatregelen overwegen. We zetten op dit moment alles in wat we kunnen inzetten, zowel op het gebied van zorg als veiligheid. Er is extra inzet van het Eropaf-team, extra

inzet van politie en handhaving. Het gebied is bovendien aangemerkt als verblijfsontzeggingsgebied, en er hangen camera’s. Maar het blijft een kwetsbare plek en daarom is die inzet ook langdurig en blijven we actief werken aan het terugdringen en beheersbaar houden van de overlast.

Dan de vraag over structureel overleg met bewoners: op dit moment is er geen structureel overleg, omdat daar in het verleden geen behoefte aan bleek. Er is wel op verschillende momenten contact

geweest. Wat we nu gaan doen, is overleg organiseren met de verhuurdersvereniging om de huidige problematiek te bespreken. We zullen dan ook vragen of er op dit moment wel behoefte is aan structureel overleg.

De heer De Pagter (VVD): Voorzitter. Ik heb zelf ook in de Sijp gewoond een aantal jaar geleden. Ik

moet zeggen dat ik de indruk heb dat de overlast de laatste jaren is toegenomen. Heeft het college dat beeld ook? Zo ja, waar komt dat dan door en wat ziet het college als oorzaak?

Mevrouw Voortman (wethouder): Ik deel dat wel. Ik heb niet op de Sijp gewoond, maar vanuit het

Stadskantoor kom je er natuurlijk regelmatig langs. Dus ik herken dat. Het antwoord op de vraag

naar de oorzaken kan ik niet zomaar geven. We zien in het algemeen wel dat er op allerlei plekken meer mensen op straat zijn. De raad heeft daar ook regelmatig debatten over gevoerd. Dat betreft verschillende groepen. Dus ja, we zien inderdaad dat dat speelt.

De heer Klijn (UtrechtNu!): Ik waardeer en zie de inzet ook. Er komt regelmatig toezicht langs. Ik

vraag mij echter af of dat voldoende is om de verwachte problematiek te kunnen hanteren. Ik zou de wethouder willen vragen of zij iets ziet in een structureel, integraal overleg tussen verhuurders,

bewoners, politie, hulpverleners, handhaving en bijvoorbeeld de NS, dus zoveel mogelijk betrokken partijen op structurele basis bijeenbrengen.

Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Ik meende dat ik die vraag net al beantwoord had, maar misschien was dat niet duidelijk genoeg. We gaan binnenkort met de verhuurdersvereniging overleg

organiseren. Daarbij zullen we ook vragen of er nu wél behoefte is aan een structureel overleg. Het is inderdaad belangrijk dat je mensen die overlast ervaren serieus neemt, en ook kijkt wat er nodig is

om daar iets aan te doen. Maar ik moet er wel bij zeggen: wij doen op dit moment echt alles wat we kunnen. Dus ik wil daar ook reëel in zijn.

De heer Klijn (UtrechtNu!): De wethouder hoeft van mij niet per se alles te doen, maar wel het juiste. Ik pleit daarom voor dat integrale overleg, op zo kort mogelijke termijn en met alle mogelijke betrokkenen.

De voorzitter: Dank. We gaan nu door naar de volgende vragenset.

4

Vragenuur van 20 maart 2025

3. Mondelinge vragen van de fracties van GroenLinks, D66, VVD,, CDA, Volt, Student & Starter, ChristenUnie en EenUtrecht over Tempo voor Castellum Hoge woerd.

Mevrouw Hornsveld (GroenLinks): Voorzitter. Tempo voor Castellum Hoge Woerd. Vorige zomer is het plafond van Castellum Hoge Woerd ingestort. Gelukkig raakte niemand gewond, maar het

gebouw moest sluiten. Het museum en de theaters zijn inmiddels weer open, maar het café is nog steeds gesloten. Een Castellum zonder horeca is minder aantrekkelijk en betekent ook minder

inkomsten. Er is ondertussen veel onderzoek gedaan naar de oorzaak, die groter blijkt dan alleen het verlaagde plafond. De oplossing blijkt ingewikkeld: het originele ontwerp was niet goed. Men zit blijkbaar nog altijd in die fase; momenteel is er nog niets gerepareerd. Wij begrijpen dat deze

situatie heel vervelend is voor alle betrokkenen. Castellum Hoge Woerd bestaat dit jaar tien jaar. In

de komende maanden staan er veel jubileumactiviteiten gepland, uitmondend in een feestweekend op 30 en 31 augustus. Juist daarom is het belangrijk dat er tempo gemaakt wordt, zodat ook de

horeca weer zo snel mogelijk in gebruik kan worden genomen. De fracties van GroenLinks, VVD, Utrecht Nu, ChristenUnie, D66, CDA, Eén Utrecht en Volt hebben daarom de volgende vragen. 1. Waarom duurt het zo lang?

2. Wanneer denkt het college dat de werkzaamheden beginnen?

3. Wanneer denkt het college dat de horecafaciliteiten weer open kunnen? 4. Kan het college ervoor zorgen dat er flink tempo gemaakt wordt?

De heer De Vries (wethouder): Voorzitter. Op de eerste vraag kan ik melden dat wij ons realiseren dat de herstelwerkzaamheden langer duren dan gewenst en zeker ook dan gehoopt. We vinden dat ontzettend vervelend voor het Castellum Café, de andere huurders en de omwonenden. In de

afgelopen maanden is er veelvuldig contact geweest met de huurders. We vinden het belangrijk dat zij zich gehoord voelen, en dat er ruimte is om over de situatie te praten. Ik ben daar zelf ook op bezoek geweest en krijg elke twee weken een update over de voortgang. Er zijn diverse

overlegmomenten, en huurders en de vastgoedorganisatie spreken elkaar wekelijks. De eerste

onderzoeksrapporten hadden een lange aanlooptijd, mede door de archeologische ondergrond en de complexiteit die dit met zich meebrengt voor mogelijke hersteloplossingen. Om een optimale en

efficiënte oplossing mogelijk te maken, zijn helaas nog twee verdiepende onderzoeken nodig met

betrekking tot de trillingseffecten en akoestiek. We realiseren ons dat ook dit weer extra tijd kost, maar wij zijn van mening dat een gebouw zoals Castellum deze aanpak verdient. Je kunt het maar

één keer goed doen en zeker bij dit gebouw is zorgvuldigheid noodzakelijk. De kans bestaat dat we door deze aanpak een beter passend herstel kunnen realiseren, met minder impact voor het café.

Wat ook niet heeft geholpen in het maken van tempo, is het onverwachte uitvallen van medewerkers. Dat heeft tijd gekost in de overdracht van kennis en informatie.

Op de tweede vraag kan ik antwoorden dat door de complexiteit van het gebouw en de bijzondere

constructie zijn onderzoeken een onlosmakelijk onderdeel van het hele traject. De voorbereidende werkzaamheden zijn al begonnen. Ze omvatten het grootste deel van het herstelproces, maar zijn

niet altijd fysiek zichtbaar. Toch zijn ze van cruciaal belang, onder meer vanwege de ondergrond en het specifieke karakter van het gebouw.

Het antwoord op de derde vraag is dat wij toewerken naar een heropening van de horeca uiterlijk augustus 2025. In de tussentijd zijn we in overleg met de huurders om te kijken hoe we tijdelijk

horecamogelijkheden kunnen organiseren ter ondersteuning van de festiviteiten rond het tienjarig jubileum.

5

Vragenuur van 20 maart 2025 Op de laatste vraag of het college tempo kan maken kan ik kortweg ja antwoorden, maar ik zal er

iets meer over zeggen. Er wordt op dit moment hard gewerkt aan het project. Castellum heeft daarbij prioriteit. Ik krijg zelf om de week een update. Ik hecht eraan om bestuurlijk aangehaakt te blijven.

Zoals gezegd, zijn we voortdurend in contact met de huurders, en werken samen aan een herstel dat ook recht doet aan de jubileumactiviteiten.

De voorzitter: Ik zie een aanvullende vraag van de VVD. De heer De Pagter (VVD): Voorzitter. De wethouder geeft aan dat er wordt gestuurd op uiterlijk augustus en dat er gekeken wordt naar alternatieve mogelijkheden voor de horeca. Kan de

wethouder wat meer kleur geven aan wat dat betekent voor de jubileumactiviteiten? Je zou kunnen

denken aan bijvoorbeeld een tent buiten, om in ieder geval dat feest door te laten gaan. Ik hoop dat het college echt kijkt naar alle mogelijke opties om dat feest mogelijk te maken.

De heer De Vries (wethouder): Ja, ik benoemde het net ook al. Dat is inderdaad waar we op koersen. Volgens mij zitten we allemaal op dezelfde manier in de wedstrijd. Dat betekent soms ook: kijken naar hoe dan wel of wat dan wel. Daar moet je dan ook een bepaalde flexibiliteit in vinden met elkaar. Dat is echt de uitdaging.

De heer De Pagter (VVD): Om het even scherp te krijgen: de wethouder werkt in eerste instantie aan plan A, zodat het gewoon open is in augustus. Maar er wordt ook gewerkt aan een plan B, voor het geval dat niet lukt. Begrijp ik dat goed?

De heer De Vries (wethouder): Zeker. We koersen natuurlijk op plan A en als dat niet mogelijk is, moeten we kijken wat dan wel mogelijk is en hoe. Daarom zijn we ook wekelijks met elkaar in overleg.

De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen. Mevrouw Hornsveld? Mevrouw Hornsveld (GroenLinks): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor het antwoord. Ik begrijp het archeologische argument alleen niet helemaal, want als we het over archeologie hebben, bedoelen

we toch wat onder de grond zit. Ik neem aan dat dat al bekend was voordat het gebouw is neergezet en dat dit niet opnieuw gebeurt bij herstelwerkzaamheden.

De heer De Vries (wethouder): Dat is ook het bijzondere aan dit gebouw. Hier zijn we niet de grond in gegaan en daardoor is extra onderzoek nodig naar de manier waarop zo goed mogelijk met

trillingen of met de akoestiek kan worden omgegaan, ook door de bijzondere fundering. In die zin is het dus een uniek gebouw, en dat heeft met name te maken met die archeologische ondergrond. De voorzitter: Dank voor de beantwoording. We gaan snel door naar volgende vragenset. 4. Mondelinge vragen van de fractie van de PvdA over Verkeersveiligheid Vleutenseweg. De heer Talhaoui (PvdA): Voorzitter. Twee jaar geleden vond er een tragisch ongeluk plaats op de

Vleutenseweg. Sindsdien heeft de raad veel gesproken over verkeersveiligheid op deze drukke route. Op initiatief van bewoners heeft het college een onderzoek laten uitvoeren, met aanbevelingen in de

6

Vragenuur van 20 maart 2025 vorm van quick fixes én structurele verbeteringen. Wij willen het volgende van het college weten.

1. Kan het college aangeven welke aanbevelingen uit het DTV-onderzoek inmiddels zijn uitgevoerd, welke nog op de planning staan, en welke knelpunten er nog zijn in de uitvoering, zodat helder wordt hoever we daadwerkelijk zijn met het verbeteren van de verkeersveiligheid op de Vleutenseweg?

2. Bewoners meldden dat taxi’s dagelijks te hard rijden en de busbaan gebruiken, terwijl de

ontheffing daar niet voor bedoeld is. Is de in het onderzoek voorgestelde maatregel om taxi’s op de busbaan te weren inmiddels geregeld? Zo niet, hoe en op welke termijn wordt dit alsnog gerealiseerd, inclusief handhaving en voorlichting aan chauffeurs?

3. De situatie bij de bushaltes blijft onoverzichtelijk, vooral voor kinderen en voetgangers die willen oversteken. Hoe zorgt het college ervoor dat die oversteekplaatsen daadwerkelijk veilig worden? Welke concrete maatregelen worden hiervoor genomen en op welke termijn?

4. Hoe wordt de buurt betrokken bij de uitvoering en evaluatie van de maatregelen? En hoe monitort en rapporteert het college de effectiviteit hiervan, zodat bewoners ook inzicht krijgen in de resultaten?

Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter. In antwoord op de eerste vraag kan ik melden dat het DTV-onderzoek uit eind 2023 drie typen adviezen bevat: quick wins die de gemeente direct kon uitvoeren, maatregelen voor de korte termijn waarvoor verder onderzoek nodig was, en

aanbevelingen voor de lange termijn. Begin 2024 hebben we een set maatregelen uitgevoerd en hierover met de buurt gecommuniceerd. Sinds 2024 staan nu op vier parkeerplekken op de

Vleutenseweg tijdelijk lage betonblokken en een bord. Zo verbeteren we het zicht bij het oversteken.

Voetgangers krijgen langer groen bij het verkeerslicht op de kruising met het Majellapark. Zo hebben zij meer tijd om over te steken. De laatste maatregel is de invoering van 30 km/u op het begin van de parallelweg vanaf de kruising Thomas à Kempisweg en de Vleutenseweg.

Voor midden 2025 staan nog de volgende maatregelen gepland. De bushalte bij de Koetsveldstraat wordt opgeheven, als onderdeel van de herverdeling van bushaltes. We zorgen dat alle

oversteekplekken voor fietsers en voetgangers er hetzelfde uitzien, overzichtelijk en herkenbaar. We plaatsen voetgangerslichten met rood-groen signalen bij de busbaan op de kruising Vleutenseweg – Groeneweg. Er is daar nu alleen een waarschuwingslicht. Deze maatregelen zijn allemaal te vinden op de webpagina Verkeersveiligheid Vleutenseweg.

Vraag 2 gaat over taxi’s op de busbaan. In de opleiding voor het keurmerk taxi krijgt het gebruik van de busbaan nadrukkelijke aandacht. Ik vind het ook belangrijk om op te merken dat ongeacht het

keurmerk alle taxichauffeurs zich aan de maximumsnelheid moeten houden, overal in de stad. De

mogelijkheid van het weren van taxi’s van de busbaan op deze specifieke plek is nog in onderzoek. Wat ik wel kan melden dat we in algemene zin een toename zien van taxi’s die geen keurmerk

hebben. Daar zijn we mee bezig binnen de bredere aanpak taxi’s, om te zorgen dat alleen chauffeurs met keurmerk actief zijn en dat zich aan de regels houden.

Vraag 3 betreft de veiligheid van de oversteekplaatsen. We maken die plekken veiliger door ze

overzichtelijk en uniform in te richten. Zoals gezegd, is dit opgenomen in de maatregelen op de

webpagina verkeersveiligheid Vleutenseweg. Het gaat hier onder andere om het visueel herkenbaar maken van oversteekplaatsen voor fietsers en voetgangers.

Vraag 4 gaat over de betrokkenheid buurt en monitoring. De buurt wordt betrokken via

nieuwsbrieven, participatiebijeenkomsten en via de wijkwebsite. Daarnaast rapporteren we via de gemeentelijke website en waar nodig ook via raadsbrieven. Zo krijgen bewoners inzicht in de

7

Vragenuur van 20 maart 2025 voortgang en kunnen zij blijven meedenken over verkeersveiligheid op deze route. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? De heer Otto (EenUtrecht): Voorzitter. De wethouder geeft aan dat taxichauffeurs zich aan de

maximumsnelheid moeten houden, maar wat nu als te veel taxichauffeurs dat te vaak niet doen? Mevrouw Maatoug (wethouder): Ik gaf in de beantwoording op de vraag van de PvdA twee dingen

aan. In de eerste plaats is er de specifieke variant uit het onderzoek over het weren van taxi’s op de busbaan, die nog verder onderzocht wordt. In de tweede plaats kijken wij in bredere zin naar de

aanpak van taxi’s binnen onze bredere taxihandhaving. Wij zien namelijk op sommige plekken in Utrecht een toename van mensen die zich als taxichauffeur aanbieden, zonder dat ze onder ons

beleidskader vallen. Dat onderzoeken we nu, want daar zien we ook de meeste risico’s optreden. De heer Otto (EenUtrecht): Misschien heb ik het gemist in het betoog van de wethouder, maar wat doet het college dan specifiek aan die snelheidsovertredingen door taxichauffeurs?

Mevrouw Maatoug (wethouder): U bedoelt specifiek taxichauffeurs en niet snelheidsovertredingen in algemene zin?

De heer Otto (EenUtrecht): Specifiek taxichauffeurs. Mevrouw Maatoug (wethouder): Er is op dit moment geen aparte aanpak voor snelheidsovertredingen van taxichauffeurs. Ik heb geprobeerd aan te geven is dat we op de Vleutenseweg voor de situatie

met de busbaan nog bezig zijn met het onderzoek naar de voorgestelde maatregel uit het rapport. Daarom heeft u daar nog geen concreet antwoord over gehoord. Daarnaast gaf ik aan dat wij in

algemene zin illegale taxipraktijken en onveilige situaties buiten het keurmerk om zien. Daar hebben we een aparte, bredere aanpak voor. Tot slot, op plekken waar het onveilig is, zorgen we voor flitscontroles en spreken we de politie aan. Dat is onze standaardaanpak voor snelheidsovertredingen, ongeacht wie er achter het stuur zit.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Voorzitter. De wethouder zegt in januari 2024 met de bewoners te hebben gesproken en dat veel maatregelen pas halverwege 2025 worden uitgevoerd. Hoe denkt zij dat bewoners deze participatie ervaren?

Mevrouw Maatoug (wethouder): Een van de dingen die we gedaan hebben, mede naar aanleiding van gesprekken met bewoners, is het bijhouden van een overzichtelijke website met alle maatregelen.

Mensen vonden het fijn om op één plek te kunnen zien: wat doen we, wat gebeurt er nu? Wij krijgen terug dat dit erg gewaardeerd wordt. Als er behoefte is aan nog een moment zoals in januari, dan organiseren we dat gewoon weer. Op dit moment hebben we dat signaal niet ontvangen, maar als het er komt, hoor ik het graag.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Ik heb vorig jaar een verkeerspoppetje gehangen op de

Vleutenseweg en ik heb heel veel mensen gesproken. Mensen zijn zwaar teleurgesteld; ze vinden dat er veel te weinig gebeurd is. En dan kan de wethouder met droge ogen zeggen dat er half 2025 iets verandert. Zij weet van het ernstige ongeluk. Voor veel buurtbewoners is dit ook traumaverwerking.

8

Vragenuur van 20 maart 2025 Het duurt gewoon anderhalf jaar voor de simpelste oplossingen. Ik vraag me af waar de wethouder haar informatie vandaan haalt. Praat zij echt met de mensen daar?

Mevrouw Maatoug (wethouder): Ik vind dit wel een beetje flauw. In het antwoord op de eerste vraag

heb ik heel precies aangegeven wat er in 2024 is gedaan. Ik noemde de vier parkeerplekken langs de Vleutenseweg waar nu tijdelijke lage betonblokken staan. Ik noemde dat voetgangers langer groen

krijgen bij het verkeerslicht op de kruising met het Majellapark en ik noemde de invoering van de 30 km/u. Ik heb toen de maatregelen in 2025 aangegeven. Het college weet inderdaad heel zeker dat

het een heel heftig ongeluk was en dat men dat verschrikkelijk vond. Die gesprekken zijn gevoerd,

maar natuurlijk is het daarmee niet weg. Ik ben ook heel blij dat deze mondelinge vragen nu gesteld worden, zodat wij die website langs kunnen lopen. Wij monitoren het onderzoek en wij nemen het heel erg serieus. Dan vind ik zo’n interruptie zonder verwijzing naar wat ik net allemaal zei eerlijk gezegd Utrecht Solidair onwaardig. Ik weet dat mevrouw Hessel beter kan dan dit. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Ik vind u GroenLinks onwaardig! De voorzitter: Mevrouw Hessel, u bent door uw tijd heen. Ik wil hierbij ook gezegd hebben dat dit

een vragenuur is en geen beschuldigingsuur. Ik hoop dat we het op die manier kunnen voortzetten. Heeft de heer Talhaoui een aanvullende vraag?

De heer Talhaoui (PvdA): Als ik kort terugkom op dit laatste debat, weet ik dat het wel door de

bewoners gewaardeerd zou worden als er opnieuw een bewonersavond komt waarin zij worden meegenomen in het verhaal.

Mijn eerste vraag ging over de taxi’s die daar te hard rijden. Niet alleen rijden zij vaak te hard,

bewoners ergeren zich er ook aan dat zij onnodig de busbaan blijven gebruiken, terwijl zij daar geen ontheffing voor hebben, alleen als het te druk is. Wordt daarop gehandhaafd?

Mevrouw Maatoug (wethouder): Ik probeerde dat net ook aan te geven in mijn beantwoording: er staat een sessie gepland. Ik hoor het signaal hier in de raad luid en duidelijk. We gaan dat doen, want dat is belangrijk.

Wat betreft het gebruiken van de busbaan heb ik gezegd dat die specifieke maatregel nog in

onderzoek is. Ik wil daar nu ook niet op vooruitlopen, want dat vraagt om specifieke handhaving. Wie mag erop? Hoe controleer je dat? Enzovoorts. Dat ligt dus nog op tafel. Maar laat er geen twijfel over bestaan: we weten dat het daar gebeurt, en we weten dat het onveilig is. Zodra we daar meer over kunnen melden, zullen we dat uiteraard doen.

De voorzitter: Dank voor de beantwoording. Dan gaan we snel door naar de volgende vraag. 5. Mondelinge vragen van de fractie van EenUtrecht over Snelheidscontroles stadsbussen Vredenburg.

De heer Otto (EenUtrecht): Voorzitter. Vorige week was er een ernstige aanrijding op de kruising van de Daalsesingel en het Vredenburg. In de berichtgeving werd gesuggereerd dat er in principe 30

km/u gereden wordt, zoals de bedoeling is op die plek. De ervaring van veel Utrechters – en ook die van mij persoonlijk; ik kom daar vaak – is dat dit zeker niet altijd het geval is en dat er vaak te hard wordt gereden, soms zelfs harder dan 50 km/u.

9

Vragenuur van 20 maart 2025 Daarover heb ik de volgende vragen.

1. Wordt er gecontroleerd op snelheid van stadsbussen en zo ja, worden die gegevens openbaar gemaakt of gedeeld? Zo nee: waarom niet?

2, Is de wethouder het met ons eens dat je, als je een analyse wilt maken van de veiligheidssituatie, je niet zonder data over het werkelijke rijgedrag kunt over het feitelijke rijgedrag, in dit geval de snelheid van de bussen?

3. Wordt na iedere aanrijding met een stadsbus onderzocht wat de snelheid was van de bus op dat moment?

Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter. Ongelukken zijn altijd verschrikkelijk, zeker als er

mensen door geraakt worden. Op de eerste vraag, of er snelheidscontroles worden uitgevoerd door de politie, moet ik antwoorden dat de politie aangeeft dat dit geen kruispunt is waar zij regelmatig snelheidscontroles uitvoert. Als de politie op straat snelheidsovertredingen constateert, wordt

daartegen opgetreden, ook als het gaat om buschauffeurs. Buschauffeurs moeten zich gewoon aan de snelheid houden en zijn daarin geen uitzondering. De politie voert echter geen specifieke

controles uit die alleen gericht zijn op stadsbussen. De monitoring, het bijhouden van het rijgedrag

van bussen is aan de vervoersmaatschappij zelf. Qbuzz geeft daarbij aan dat zij in de basis vertrouwt op de professionaliteit van haar medewerkers. Er wordt met enige regelmaat meegereden door

management, instructeurs en mentoren. Daar zijn interne processen voor. Als men ziet dat een

chauffeur te hard rijdt, wordt die daarop aangesproken, evenals op eventuele klachten. Daarnaast

monitort Qbuzz de punctualiteit. Wanneer een chauffeur structureel te vroeg aankomt, of wanneer er herhaaldelijke klachten binnenkomen bij de klantenservice, wordt de betrokken medewerker daarop aangesproken.

Deze gegevens zijn echter niet openbaar, de politiecontroles noch de interne monitoring van Qbuzz. De politie bepaalt zelf waar controles plaatsvinden en handelt onder het bevoegd gezag.

In antwoord op vraag 4 merk ik op dat de politie onderzoekt hoe het ongeval heeft kunnen

gebeuren. Daarbij kijkt zij ook naar de verkeerssituatie. Als zij een indicatie heeft dat de bus te hard reed, doet zij daar onderzoek naar, maar deze afweging wordt door de politie zelf gemaakt. Daar heeft het gemeentebestuur geen rol in.

Dan het antwoord op de vijfde vraag. De politie maakt hierin een eigen afweging. Zij overweegt

nauwkeurig wanneer zij een onderzoek start na een aanrijding. Over het algemeen gebeurt dat bij

zwaardere ongevallen. Ook dan is de informatie over de toedracht meestal niet openbaar, want het gaat om persoonsgevoelige informatie. De gemeente weet dus niet of er bijvoorbeeld te hard gereden is of een rood licht genegeerd is, tenzij het onderzoek openbaar is gemaakt.

Tot slot is het goed om op te merken dat er zowel bij de vervoersmaatschappij als bij de politie

verschillende protocollen in werking treden na een onveilige situatie. De aanpak is afhankelijk van de ernst van het ongeval, of er sprake is van ernstig letsel dan wel van een ongeval met dodelijke afloop. Ook de busmaatschappij heeft daar eigen protocollen voor.

De voorzitter: Zijn er nog aanvullende vragen? Dat is niet het geval. Meneer Otto, u heeft nog 16 seconden voor een korte aanvullende vraag.

De heer Otto (EenUtrecht): Schrikt de wethouder ook van het verschil tussen de reactie van de

busmaatschappij en de politie enerzijds, en die van heel veel gebruikers in de stad anderzijds? Moeten we daar niet iets mee?

10

Vragenuur van 20 maart 2025 Mevrouw Maatoug (wethouder): We hebben niet voor niets navraag gedaan bij de vervoerder over de manier waarop zij dat bijhouden. Ik neem dat mee in de gesprekken die we voeren met de provincie over hoe we gezamenlijk toezicht houden en wat de processen zijn. Maar ik wil ook eerlijk zijn in deze raad over waar welke verantwoordelijkheid ligt.

De heer Otto (EenUtrecht): Kan de wethouder zich voorstellen dat er toch echt te hard wordt gereden door stadsbussen, ondanks het feit dat zij dit niet te horen krijgt?

Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter. Ik probeerde net aan te geven dat we dit niet voor niets bij de busmaatschappij zijn nagegaan. We sluiten onze protocollen goed op elkaar aan, en gaan in gesprek met provincie en vervoerder om dat scherp te houden. En dat doen we niet zomaar. De voorzitter: Dank voor de beantwoording. Wij gaan door naar de volgende vragenset. 6. Mondelinge vragen van de fracties van D66, Volt, Student & Starter, ChristenUnie, PvdA,

GroenLinks, EenUtrecht en BIJ1 over Wanneer we voor oorlogsvluchtelingen de deur moeten sluiten, zakken we door een morele ondergrens.

De heer Vasters (D66): Voorzitter. Ik vervang mijn collega Dada-Anthonij, die andere verplichtingen heeft op dit moment.

Gisteren kopte de NOS: Gemeenten moeten Oekraïense vluchtelingen weigeren vanwege gebrek aan opvang. In het artikel werd beschreven dat Nederlandse gemeenten door een tekort aan

opvangplekken genoodzaakt zijn Oekraïense vluchtelingen te weigeren. De gemeentelijke

opvangcentra zitten al maanden vol. Met een bezettingsgraad van 99,8% zijn er landelijk nog minder dan 35 bedden beschikbaar. Lage vergoedingen en gebrek aan structurele steun vanuit het Rijk zorgen daarnaast voor terughoudendheid bij gemeenten om extra plekken te creëren.

Wat D66, Volt, GroenLinks, PvdA, Studentenstarter, ChristenUnie en Bij1 betreft is dit een zeer zorgelijke ontwikkeling die zorgt voor een uiterst onwenselijke situatie, waarbij kwetsbare

oorlogsvluchtelingen mogelijk op straat belanden. We zakken daarmee, wat ons betreft, door een morele ondergrens.

Daarom de volgende vragen:

1. In Utrecht wordt al jaren volop ingezet op menswaardige opvang van vluchtelingen, waaronder

oorlogsvluchtelingen. Het landelijke beleid maakt het echter steeds moeilijker dit te waarborgen.

Is het college het met ons eens dat menswaardige opvang een morele verplichting is en blijft voor de gemeente maar ook de landelijke overheid? Hoe beoordeelt het college in dat licht momenteel de regievoering van het Rijk op de opvang voor Oekraïners?

2. Hoe kunnen we als gemeente samenwerken met andere steden, waaronder in VNG verband, en de landelijke overheid om een eerlijke verdeling van opvangplekken te realiseren en te voorkomen dat vluchtelingen zonder onderdak komen te zitten en op straat belanden? In de afgelopen raadsbrief over de stand van zaken Oekraïense vluchtelingen werd omschreven dat de

onduidelijke en tegenstrijdige landelijke beleidsvoornemens voor veel onzekerheid zorgen.

3. Welke aanvullende ondersteuning vanuit het Rijk ziet het college als noodzakelijk om gemeenten financieel en logistiek te helpen bij het opvangen van Oekraïense vluchtelingen, en is het college bereid om, ook in VNG verband, de druk op het rijk op te voeren om deze ondersteuning ook daadwerkelijk te krijgen?

11

Vragenuur van 20 maart 2025 Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. Het antwoord op de eerste vraag is dat wij het daar

zeker mee eens zijn. We missen ook regie en roepen het Rijk al langere tijd op om die te pakken op aantallen en op verdeling over heel Nederland, en ook op een handelingsperspectief voor als we

geen mensen meer kunnen plaatsen, voor de korte, de middellange en lange termijn. Wij vragen het kabinet met spoed te komen met een doelgroepflexibele regeling voor vijf tot tien jaar op basis van

reële kosten, zodat we duurzame locaties kunnen blijven realiseren voor Oekraïners en mogelijk ook andere doelgroepen. Dat gesprek wordt nu gevoerd.

Vraag 2. Zowel ambtelijk als bestuurlijk wordt nauw samengewerkt met de G4, de VNG, mijzelf maar ook de burgemeester, de provincie als verantwoordelijke in de PRT, en de regiogemeenten. Op alle relevante bestuurlijke tafels staat dit onderwerp hoog op de agenda. We blijven ons actief inzetten om aan onze taakstelling te voldoen. In Utrecht doen we meer aan opvang voor deze groep

Oekraïners en hopen we echt ook de aantallen te blijven behouden, ook als locaties moeten sluiten. Dat wordt wel steeds ingewikkelder en daar hebben we dus die kostenregeling voor nodig.

Vraag 3. Samen met de G4 en de VNG roepen wij het kabinet al ruim een jaar op om met een

concreet langetermijnperspectief te komen met daarbij passende financiering en ontschotting van budgetten, om die duurzame opvang te realiseren voor deze groep. Dat kan later weer voor een

andere groep zijn als deze groep wellicht terug naar huis gaat. We roepen het kabinet op om de

normvergoeding in lijn te brengen met de daadwerkelijke kosten. Wij hebben de raad daarover in de brief geïnformeerd. Ook al zouden we morgen voldoende budget krijgen, de ervaring leert dat het minimaal een jaar duurt om weer nieuwe opvangplekken te realiseren. Direct opschalen en meer plekken realiseren zal helaas niet morgen al aan de orde zijn.

De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Dat is niet het geval. De heer Vasters? Ook niet. Dan dank ik de wethouder voor de beantwoording en gaan wij door naar de volgende vragenset.

7. Mondelinge vragen van de fractie van Stadsbelang Utrecht over Het is de hoogste tijd voor een doordacht hondenbeleid.

Mevrouw Steinhart (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter. Met uw toestemming blijf ik graag zitten vanwege mijn knie.

Het is de hoogste tijd voor een doordacht hondenbeleid. Naar aanleiding van recente berichten in onder andere het AD, RTV Utrecht en diverse lokale kranten hebben we een aantal vragen. In die

berichten wordt gemeld dat hondenbezitters in omliggende gebieden hun honden aangelijnd moeten houden vanwege de aanwezigheid van wolven. Daarnaast heeft onze partij eerder gewezen op het structurele tekort aan veilige, omheinde hondenspeelweides binnen de stad Utrecht. Daarom stellen wij de volgende vragen.

1. Hoe rechtvaardigt het college het aanhoudende tekort aan ruime, omheinde losloopgebieden in

wijken zoals Leidsche Rijn Centrum, Leeuwensteyn, maar ook elders in Utrecht, terwijl het aantal hondenbezitters blijft groeien en de bestaande veldjes onvoldoende ruimte bieden voor natuurlijke hondenactiviteiten?

2. Waarom negeert de gemeente signalen uit de samenleving, zoals de landelijke petitie van de

Koninklijke Hondenbescherming en de nog lopende petitie van Michiel Vredeveldt, die oproepen tot structureel beter hondenbeleid?

3. Nu omliggende gemeenten zoals Zeist en Driebergen strengere regels hanteren vanwege de wolf, hoe voorkomt de gemeente dat Utrechtse hondenbezitters de dupe worden van een gebrek aan veilige, bij voorkeur omheinde speelweides en losloopgebieden?

12

Vragenuur van 20 maart 2025 4. Erkent het college dat het ontbreken van voldoende losloopgebieden kan leiden tot méér overlast in de openbare ruimte, bijvoorbeeld door loslopende honden waar dat niet mag? Welke concrete acties worden ondernomen om dit te voorkomen?

5. Wanneer neemt de gemeente eindelijk haar verantwoordelijkheid en ontwikkelt zij, in

samenwerking met hondenbezitters, opvangcentra en relevante organisaties, een integraal hondenbeleid dat wel voorziet in voldoende veilige en omheinde losloopgebieden?

Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Ik herken me niet in de wijze waarop Stadsbelang

Utrecht hier stelling neemt. Ik vind de woorden best groot. Wat betreft de eerste twee vragen merk ik op dat wij geen oproepen van inwoners negeren en dat wij naar iedereen luisteren. Daar kan men

ook op rekenen. Maar we kunnen niet iedereen zijn zin geven, simpelweg omdat inwoners ook vaak verschillende dingen willen. Hondenvoorzieningen zijn belangrijk en daar hebben we er veel van in de stad. Maar dat geldt ook voor natuur, woningen, sportvoorzieningen, speeltuinen, scholen, et

cetera. De vraag naar al die voorzieningen neemt toe, terwijl de ruimte in de stad en de beschikbare middelen niet toenemen. Dus moeten we keuzes maken. En die vallen misschien minder vaak in het voordeel uit van hondenbezitters dan Stadsbelang Utrecht zou willen.

Dat betekent niet dat we niets doen. Zoals ik eerder in antwoord op schriftelijke vragen heb

uitgelegd, zijn er wel degelijk hondenvoorzieningen in Utrecht, en blijven we die monitoren.

Dan de vragen 3 en 4 over de afname van losloopgebieden. Dat de ruimte om je hond los te laten lopen in omliggende gebieden beperkt is, is jammer, maar ik begrijp het ook wel. Het heeft niet alleen te maken met de veiligheid van de hond, maar ook die van de andere dieren die op die

plekken leven, zoals vogels en konijnen. Daarom ontwikkelen we nu een bewustwordingscampagne waarin hondenbezitters worden geïnformeerd over regelgeving en het effect van honden op de

natuur. Opnieuw zeg ik tegen de mensen dat zij goed moeten nadenken voordat zij aan een hond

beginnen, zeker als zij in een stedelijke omgeving wonen en ze niet makkelijk in een losloopgebied kunnen komen. Dat is ook een verantwoordelijkheid van de hondeneigenaar zelf.

De laatste vraag gaat over het beleid. Mevrouw Steinhart vraagt regelmatig om nieuw beleid te

maken voor honden, maar de raad heeft ook besloten om over de hele linie te bezuinigen, onder

andere op het maken van nieuw beleid. Tenzij de raad besluit dat dit prioriteit moet krijgen boven ander beleid, zullen we het dus doen met het beleid dat er nu ligt, en dat wat mij betreft ook volstaat.

De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Dat is niet het geval. Mevrouw Steinhart? Mevrouw Steinhart (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter. Er zijn heel wat hondenspeelweides, maar vele blijken niet omheind te zijn. Er zijn geen cijfers bekend, maar het zou enorm helpen als meer hondenspeelweides omheind zouden worden. Kan dat?

Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter, deze vraag heeft mevrouw Steinhart mij eerder

schriftelijk gesteld. Toen heb ik ook geantwoord dat dit keuzes vergt. Dan moet mevrouw Steinhart ook aangeven wat er dan minder belangrijk is.

De voorzitter: Ik zie geen vervolgvraag. Dan gaan wij over tot de volgende set. 8. Mondelinge vragen van de fracties van PvdA, ChristenUnie, D66, GroenLinks, Volt, Partij voor de

Dieren, BIJ1, DENK, CDA en Student & Starter over Zorgen over de ontwikkeling en het welzijn van

13

Vragenuur van 20 maart 2025 kinderen in de asielopvang. Mevrouw Assen (PvdA): Voorzitter. Ik zal de inleiding wat inkorten. In december vroegen veel

gemeenteraden aandacht voor kinderen in asielnoodopvang, nadat diverse organisaties de noodklok luidden over schending van kinderrechten.

Ook bleek dat het aantal kinderen in deze opvang toenam. De oproep vanuit gemeenteraden was

toen om via de VNG de druk op het Rijk uit te oefenen om te voorkomen dat kinderen in noodopvang terechtkomen. Helaas blijkt dat het welzijn en de ontwikkeling van kinderen ook in reguliere

opvanglocaties ook geschaad worden, zo concludeert ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Daarom de volgende vragen

1. Wat is er in VNG-verband of op andere wijze gebeurd na de breed geuite oproep vanuit

gemeenteraden om een einde te maken aan het opvangen van kinderen in de asielnoodopvang en waar heeft dit toe geleid?

2. Wat is er bekend over de gemiddelde duur van het verblijf van gezinnen/kinderen in

asielopvanglocaties en andere opvanglocaties waar ook gezinnen verblijven? (Ook locaties naast

de formele Azc’s en opvang voor Oekraïense vluchtelingen.) Is al te zien dat die gemiddelde duur toeneemt, ook van gezinnen met een status?

3. In welke mate lukt het op de diverse locaties Plan Einstein zo na te leven dat de negatieve impact voor kinderen van (te) lange verblijfsduur in een opvanglocatie zo veel mogelijk wordt verkleind?

De voorzitter: Ik moet u erop wijzen dat u door uw tijd heen bent. Mevrouw Assen (PvdA): Dank. De voorzitter: Ik geef het woord aan wethouder Streefland. Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. Het antwoord op vraag 1. We hebben de boodschap

overgebracht. We hebben vooral ook – en dat is precair en belangrijk – aandacht gevraagd voor het behoud van de Spreidingswet en deze niet weg te gooien voordat er iets nieuws is. Een stabiele opvang is wel het allerbeste. Het allerbelangrijkste is ervoor zorg te dragen dat wij een stabiel

opvanglandschap krijgen voor deze groep en als die afneemt voor andere groepen. Daar zetten we op in, zodat je ook geen crisisnoodopvanglocaties nodig hebt. Naar aanleiding van de oproep van

Defence for Children hebben wij in het kader van de VNG verzocht ons verder mee te nemen in dat vraagstuk en ook COA en NIDOS te vragen daarbij aanwezig te zijn.

Vraag 2. De gemiddelde duur van verblijf van gezinnen en kinderen in asielopvanglocaties is

afhankelijk van de persoonlijke asielaanvraag. De uiterste wachttijden lopen inmiddels op tot 23

maanden, voordat mensen hun eerste gehoor krijgen. Door het vertrek- en besluitmoratorium op aanvragen van Syriërs zal de opvangduur van deze groep langer duren. Oekraïense ontheemden

zitten in Utrechtse opvanglocaties vaak al sinds hun aankomst en dat betekent inmiddels soms al drie jaar verblijf.

Vraag 3. Wij zetten erop in dat alle kinderen naar school gaan in Utrecht. Hierdoor komen zij in een dagelijks ritme in contact met andere kinderen en activiteiten. Daarnaast worden op alle AZC-

locaties en in de Herculeshub in Utrecht extra kinderactiviteiten georganiseerd. Dat kan zijn door Stichting de Vrolijkheid of via Plan Einstein, et cetera. Op dit moment wordt voor de locatie

Voorveldsepolder, COA en Welkom in Utrecht opnieuw bekeken wat een goed aanbod is voor de huidige groep kinderen.

14

Vragenuur van 20 maart 2025 4. Als de plannen van het kabinet om voorrang op sociale huurwoningen te verbieden, doorgaan, is

de verwachting dat de opvangduur van mensen in asielopvanglocaties nog veel langer gaat worden.

Op dit moment is al een of de drie mensen in een COA-opvang statushouder. Volgens prognoses zal dit in 2026 oplopen tot de helft en het neemt verder toe als het verbod of niet meer kunnen huisvesten inderdaad realiteit is.

De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Dat is niet het geval en dan gaan wij door. 9. Mondelinge vragen van de fracties van Partij voor de Dieren, Volt en ChristenUnie over Sluiting Jaarbeurs.

De heer Maas (Volt): Voorzitter. Weer een vraag over opvang. Afgelopen maandag verscheen een

artikel op RTV Utrecht waarin stond dat de opvanglocatie Jaarbeurs per 1 april zal sluiten voor de

opvang van vluchtelingen. Eerder bereikten verschillende partijen al signalen dat deze locatie, die bedoeld is als doorstroomlocatie, te lang werd gebruikt voor langdurig verblijf. Dit roept bij ons de volgende vragen op.

1. Wat is de directe aanleiding voor sluiting per 1 april, gezien het al langer bekend was dat mensen er te lang verbleven dan de toegestane drie weken? Waarom wordt juist nu tot sluiting besloten en eerder niet? Is het college het met ons eens dat de opvang zoals deze nu geboden is, niet in lijn is met die van een mensenrechtenstad?

2. Kan het college garanderen dat na sluiting niemand op straat belandt? Zo ja: hoe? Zo nee: waarom niet?

3. Wat is de toekomst van de locatie Jaarbeurs? Is eren plan om deze in de nabije toekomst opnieuw te openen? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet?

4. Als de Jaarbeursopvang nog een keer opengaat, worden dan de minimale condities verbeterd?

Zoals het plaatsen van kamerschermen? Hoe gaat de gemeente in het vervolg toezicht houden op de condities?

5. Welke partij heeft welke rol gespeeld in het proces naar de sluiting toe? (VRU, COA, gemeente en Vluchtelingenwerk?) Wie is eindverantwoordelijk?

6. Half maart zou er naar de raad een raadsbrief gestuurd worden met informatie binnen het asielen migratiedossier. Wanneer kunnen we deze verwachten?

Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. Wij vonden en vinden dat de Jaarbeurs qua

basiskwaliteit niet geschikt is als reguliere opvanglocatie voor langdurig verblijf. Het was bedoeld als zeer tijdelijke noodoplossing, en daar waren ook afspraken over gemaakt met het COA. Een paar

maanden geleden gaf het COA echter aan dat het wilde doorplaatsen in een soort hub als achtervang van Ter Apel, Budel of Zevenaar. Tegelijkertijd kregen we ook berichten dat er geen vervolglocatie was, dan wel nog slechter dan de Jaarbeurs. Wij hebben toen ingestemd met een verlenging tot

1 april, in de hoop dat er tussentijds voldoende doorstroom zou plaatsvinden. Tussentijds zijn wel mensen doorgestroomd naar andere locaties. In februari gaven zowel COA als de VRU aan dat het nog steeds niet lukte de landelijke tekorten aan opvangplekken te verminderen. Wij hebben toch

besloten om per 1 april te stoppen, ook omdat we hopen dat er binnenkort een nieuwe locatie in

Utrecht geopend is en dat mensen daar naartoe kunnen. Hiermee wordt zichtbaar hoe complex dit

vraagstuk is, want dit gaat soms over Ter Apel op het gras of Jaarbeurs in een hub. Dat is soms het dilemma.

Vraag 2. Het COA is landelijk verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers en zorgt altijd voor

15

Vragenuur van 20 maart 2025 een alternatieve plek. Niemand komt op straat te staan. Bovendien zijn de meeste bewoners van de

Jaarbeurslocatie inmiddels al doorgestroomd. Op dit moment zijn er nog maar 16 mensen aanwezig. Vraag 3. De Jaarbeurs blijft wat ons betreft alleen geschikt voor zeer tijdelijk gebruik. Bij een nieuwe vluchtelingencrisis, bijvoorbeeld opnieuw uit Oekraïne, zouden we snel moeten schakelen. Maar het zal geen reguliere locatie worden voor langdurige opvang.

Vraag 4. Op dit moment is er geen plan voor heropening. Mocht dat veranderen, dan maken we

nieuwe afspraken over de minimale voorwaarden. Dat zou dan opnieuw voor zeer kort verblijf zijn,

met duidelijk zicht op doorstroom. Als die doorstroom er niet is, overwegen we juist om níet open te gaan.

Vraag 5. De rolverdeling is als volgt: De Veiligheidsregio (VRU) is verantwoordelijk voor de uitvoering van tijdelijke gemeentelijke opvang. Het COA is juridisch verantwoordelijk voor de asielzoekers en

het doorplaatsen. De gemeente Utrecht heeft, in overleg met COA en VRU, besloten om de opvang te sluiten omdat doorstroom uitbleef. Mensen verbleven daardoor te lang in een sobere voorziening, die oorspronkelijk bedoeld was als hub, niet voor langdurig verblijf.

Hetzelfde besluit hebben we eerder genomen voor Oekraïense opvang in de Jaarbeurs. Vraag 6. Vandaag ontvangt u een brief in uw mailbox. De voorzitter: Mevrouw Krul? Mevrouw Krul (PvdD): Verschillende keren is gevraagd of de opvang wordt verbeterd, maar het enige antwoord blijft dat het tijdelijk is omdat het zo sober is. Dat lijkt een cirkelredenering. Kan de

wethouder uitleggen waarom het niet mogelijk is om de opvang te verbeteren en hiermee een langdurige locatie te realiseren?

Mevrouw Streefland (wethouder): Omdat de Jaarbeurs als basisopvang echt totaal niet lijkt op wat wij in Utrecht willen. Ik wil me ook niet verlagen tot dat niveau. Het kan dus alleen als tijdelijke opvang.

Er zijn bijna geen ramen en het is geen plek om langdurig te verblijven. Voordat je het weet, zit je er lang aan vast en dat wil ik niet. Onze norm ligt bij locaties zoals de Mortangesdreef,

Voorveldsepolder en andere kleinschalige opvang. Ik laat me ook niet verleiden tot het plaatsen van

schermen of andere verbeteringen. Het is echt als achtervang bedoeld, zodat mensen in Ter Apel niet op het gras hoeven te slapen.

De voorzitter: Dank voor de beantwoording. Wij zitten nu op een halve minuut voor het einde van het uur. Het is dus niet meer mogelijk om aan een nieuwe vraag te beginnen. Zoals gebruikelijk worden de laatste twee vragen die nog openstaan, doorgeschoven naar het volgende vragenuur. Ik dank u allen en ik wens u een fijne avond en smakelijk eten. De voorzitter sluit daarop, te 18.00 uur, het vragenuur.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=47bf10e3-5087-4307-9907-f34322a9e982