CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20250313 vragenuur

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 6 en 13 februari en 6 en 13 maart 20259.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2025 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur 13 maart 2025

Vragenuur, gehouden op donderdag 13 maart 2025 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Dada-Anthonij. Aanwezig zijn de leden: Dijkstra, Passier, Van Steeg, Van der Wilt en Vermeulen. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Krul, Leever, Van Meerveld en Zijdenbos. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Eerenberg, Maatoug, Schilderman, Streefland en Voortman. Griffier: de heer Corten.

Opening van het vragenuur. De voorzitter: Een heel goedemiddag. Ik ben Venita Dada-Anthonij en ik mag vanmiddag uw

voorzitter zijn. Ik wil iedereen thuis, op de publieke tribune hier in de raadszaal en ook het college welkom heten. We hebben vandaag weer een uitdaging: negen vragen in een uurtje. Laten we met elkaar het klusje klaren. Dan gaan we snel door naar de eerste set vragen.

1. Mondelinge vragen van de fracties van de PvdD, PvdA, GroenLinks en Student & Starter over Gratis en verantwoorde kleding, het kan!

Mevrouw Krul (PvdD): Voorzitter. Op station Utrecht Centraal was de afgelopen weken een pop-

upstore geopend waar textielverspilling werd tegengegaan door kleding een tweede leven te geven. Uniek aan deze pop-upstore was dat de kleding gratis werd weggegeven, waardoor het niet alleen circulaire waarde had, maar ook mensen met een kleinere portemonnee kon helpen. Uiteindelijk hebben hierdoor ruim 15.000 kledingstukken een nieuw leven gekregen. Wat de Partij voor de

Dieren, PvdA, Student & Starter en GroenLinks betreft, is inzetten op circulaire kleding hard nodig

om de enorme overproductie en daarmee klimaat- en milieubelasting door de kledingindustrie tegen te gaan.

Hierover hebben we de volgende vragen.

1. Deelt het college dat de pop-upstore en het concept erachter een goede zaak is?

2. Ziet het college kansen om soortgelijke textielinitiatieven die goed zijn voor mens, dier en natuur te helpen faciliteren? Zo ja, hoe en op welke manier? Zo nee, waarom niet?

Vragenuur van 13 maart 2025 3. Wanneer een organisatie gratis producten aan wil bieden, kunnen de kosten van een pand een probleem zijn. Kan het college tijdelijk leegstaand vastgoed voor korte periodes beschikbaar

stellen aan dit soort concepten om de drempel tot het opzetten van dit soort maatschappelijk waardevolle projecten te verlagen?

4. Zo ja, is het college bereid naar locaties te zoeken en deze dan liefst kosteloos aan te bieden? Zo nee, wat is daar dan wel voor nodig?

Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter, dank en ook dank aan de Partij voor de Dieren voor de aandacht voor dit mooie initiatief. Daarmee beantwoord ik ook meteen de eerste vraag door te

zeggen dat dit type initiatieven bijdraagt aan onze ambities voor een circulaire stad, zeker door daar aandacht op te vestigen.

Het antwoord op vraag 2: ja, we zien daarvoor kansen. We gebruiken als gemeente onze kanalen om aandacht te geven aan dit soort initiatieven, ook op ludieke wijze. Denk aan onze campagnes, bijvoorbeeld via “Heel Utrecht Repareert. Initiatieven kunnen ook subsidie aanvragen bij het

Initiatievenfonds. Zo wordt dankzij dat fonds wordt op 19 maart een reparatiebalie geopend in Hoog Catharijne. Een mooi voorbeeld van een bestaand initiatief is Dress for Success, een

vrijwilligersorganisatie die mensen kosteloos voorziet van een passende outfit en presentatieadvies

als ze gaan solliciteren naar een betaalde baan, werkervaringsplek, vrijwilligerswerk of stage. Dit zijn allemaal manieren waarop textiel kan worden hergebruikt en niet als afval eindigt.

Dan het antwoord op vraag 3. Waar mogelijk werken we als gemeente mee aan dit soort waardevolle

initiatieven. Tegelijkertijd is de druk op ons vastgoed groot. De leegstand van gemeentelijk vastgoed is zeer laag, circa 3%. Voor vastgoed dat leeg komt te staan, is de verwachte leegstand ongeveer zes maanden. Ad Hoc doet namens de gemeente het leegstandsbeheer tegen een bruikleenvergoeding.

Het Makelpunt kan partijen in contact brengen met Ad Hoc, die zelf bepaalt welke partij passend is, maar het maakt gebruik van de zoekende partijen via Het Makelpunt. Daar kunnen zij zich dan ook melden.

Het antwoord op vraag 4 is dat wij dit als waardevolle initiatieven zien. Het kosteloos aanbieden van vastgoed kan echter niet, vanwege wettelijke beperkingen zoals het Didam-arrest, maar ook de Wet Markt en overheid. Dat betekent dat iedereen een gelijke kans moet krijgen en dat we niet zomaar bepaalde initiatieven voorrang kunnen geven. Daarnaast kunnen wij als gemeente niet onder de

kostprijs verhuren. Voor kortere huur ben ik al ingegaan op Ad Hoc. Er is ook altijd de mogelijkheid om naar subsidie te kijken. Het Makelpunt blijft een goede manier om dit soort initiatieven te realiseren.

De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen? Heeft de indiener nog een aanvullende vraag? Ook niet. Dan gaan wij snel door naar de volgende set vragen.

2. Mondelinge vragen van de fracties van GroenLinks, CDA, EenUtrecht en DENK over Schoolplein Jazzsingel.

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Voorzitter. Basisschool Jazzsingel ligt aan een drukke doorgaande weg. Aan de achterkant van de school is er een plein waar kinderen kunnen spelen. Het is

tegelijkertijd een modderig en stenig plein, geen fijne plek om te spelen. De school vraagt hier al

jaren aandacht voor en er zijn allerlei plannen voor aanpassingen, maar die willen, maar niet van de

grond komen. Het plein staat deels op grond van de gemeente en deels op eigen grond. Dat lijkt ook

2

Vragenuur van 13 maart 2025 een van de redenen te zijn waarom het zo lang duurt. In februari zijn leerlingen gestart met een actie om hier aandacht voor te vragen en GroenLinks helpt hier graag een handje bij. Wij hebben daarom de volgende vragen.

1. Herkent het college dat het plein van de Jazzsingel erg modderig en stenig is?

2. Er zijn eerder tekeningen gemaakt om te komen tot een mooi groen schoolplein zoals veel andere scholen in de wijk wel hebben. Hoe komt het dat het niet is gelukt om hier vervolg aan te geven en dat het zo lang heeft geduurd – meer dan zeven jaar – om tot vervolgstappen te komen. Wat waren de obstakels tot dusverre en hoe kunnen we voorkomen dat dit opnieuw gebeurt?

3. Kan het college toezeggen dat ook school de Jazzsingel een groen schoolplein krijgt waar kinderen van de school en uit de buurt kunnen spelen?

4. In Leidsche Rijn wonen veel kinderen en is er wat ons betreft te weinig plek voor kinderen om te spelen. Op welke wijze zet het college zich in voor meer speelruimte voor kinderen?

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter, dank voor de vragen. De mensen hebben een week op het antwoord moeten wachten. Het is inderdaad een complexer geval dan je soms denkt. Wat de

mensen in Terwijde “het plein van de Jazzsingel” noemen, is inderdaad een stuk grond dat voor de

ene helft een schoolplein is en voor de andere helft openbare ruimte. Wij proberen daar ons zo min

mogelijk van aan te trekken, maar dat lukt toch vaak minder goed dan we eigenlijk zelf willen, want het schoolpleingedeelte van dat gebied voldoet aan de norm. Ik ben het namens het college zeer

eens met de school dat je daar niet een harde grens doorheen moet zien; als je dat als één gebied zou kunnen beschouwen, dan kun je er echt iets moois van maken. Maar dan komen we in de systeemwerkelijkheid. Schoolpleinbudgetten kunnen niet in de openbare ruimte landen en

openbare-ruimtebudgetten kunnen niet op het schoolplein worden gebruikt. Daar heeft de school niets aan, en daarom steken we de koppen bij elkaar steken om te kijken hoe we dat met al onze creativiteit kunnen oplossen en het gebied als geheel kunnen zien.

We hebben nog wel wat werk te doen met elkaar, want het gaat ook om veel geld om dit gebied tot

een speelparadijs voor kinderen te maken. We hebben inmiddels € 70.000 bij elkaar weten te leggen. Daarmee kom je een eind, maar niet om de droom van de kinderen volledig waar te maken. We zijn aan het kijken of Jantje Beton iets kan doen en of we onze eigen budgetten kunnen inzetten. De

school heeft ook wat gereserveerd. Hopelijk komen we een eind en wie weet kan de raad, als houder van de gemeentelijke portemonnee, daar ook nog een handje in helpen.

Dit is de weg voorwaarts. Morgen bezoek ik de school, dan zal ik dit ook op deze manier vertellen. Ik hoop dat we met al onze creativiteit en vastberadenheid uiteindelijk dit hele gebied mooi en speelbaar voor kinderen kunnen maken, want dat is hard nodig in deze buurt.

De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. De wethouder suggereert dat er wellicht een financiële vraag bij de raad terecht zal komen en dat er een besluit over genomen moet worden. Klopt dat en over welke omvang spreken we?

De heer Eerenberg (wethouder): Als ik het wist, dan zou ik het u zeggen. Wij zitten nu in de fase van sprokkelen, kijken en zoeken, misschien met iets minder ambitie om het passend te maken. Als de raad van mening is dat dit anders gewogen moet worden, dan moet hij in deze krappe tijd het

college helpen. Maar dan weet de raad ook als geen ander dat hij ook iets anders moet laten. Dat is altijd moeilijk.

De heer Van Steeg (CDA): Op welke termijn denkt de wethouder een oplossing te vinden?

3

Vragenuur van 13 maart 2025

De heer Eerenberg (wethouder): De optimist in mij zegt dat dat toch voor de zomer zou moeten

lukken. Ik besef heel goed dat ouders vinden dat dit erg lang gaat duren. Maar er zit nog wel een gat tussen de tekeningen die de kinderen hebben gemaakt, die fantastisch zijn, en wat wij met ons budget kunnen realiseren.

De heer Van Steeg (CDA): Dan nogmaals de vraag hoe groot het financiële gat is dat gedekt moet worden of waarvoor een aanpassing in de plannen moet plaatsvinden.

De heer Eerenberg (wethouder): Die conclusie hebben we nog niet getrokken, anders dan dat het niet past en anders dan dat € 70.000 inclusief aanleg – er is een probleem met de afwatering van het

schoolplein – voldoende is. Er zijn ook mensen die werken en die moeten een salaris krijgen. Het

gaat zo hard met € 70.000. Ik wilde dat ik nu kon zeggen dat het een schommel hier is of een wipkip daar, maar op dat niveau zijn we nog niet.

De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Dat is niet het geval. Mevrouw Vermeulen van GroenLinks heeft een aanvullende vraag.

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Ik heb nog een aanvullende vraag, want er werd ook gesproken over de optie van bruikleen. Heeft de wethouder daarover contact gehad met de school?

De heer Eerenberg (wethouder): Ja, dat zou een oplossing kunnen zijn om het dilemma van wie welke grond bezit op te lossen, maar daar heb je alleen nog geen speeltoestellen mee gerealiseerd. Het is

een juridische kwestie waarbij je het doel van de een realiseert op de grond van de ander. Dit is echt

de afdeling "paarse krokodillen", maar die hebben wij soms op te lossen in ons vak. Maar daar heb je nog geen speeltoestellen mee.

De voorzitter: Ik dank de wethouder voor de beantwoording en dan gaan we door naar de derde set vragen.

3. Mondelinge vragen van de fracties van Volt en Stadsbelang Utrecht over Hoe houden we Utrecht duurzaam bereikbaar en toegankelijk bij wegwerkzaamheden?

Mevrouw Passier (Volt): Dank u, voorzitter. Langs de Simplonbaan en de Furkabaan in Lunetten zijn

al langere tijd werkzaamheden. Bij eerdere werkzaamheden kon het verkeer doorrijden, inclusief de bus, maar bij de huidige werkzaamheden is dat helaas niet mogelijk, waardoor een groot deel van Lunetten al geruime tijd slecht bereikbaar is met het ov. Daarom hebben we de volgende vragen.

1. Kan het college toelichten waarom verkeer bij het opknappen van de boomvlakken met verkeersregelaars kon doorrijden en nu is gekozen om verkeer om te leiden?

2. Deelt het college onze mening dat het zeer wenselijk is als er voor het ov een uitzondering wordt gemaakt met het oog op duurzame bereikbaarheid en toegankelijkheid van dit deel van Utrecht?

3. Is het college bereid om met U-OV en de aannemer het gesprek aan te gaan om te verkennen welke mogelijkheden er zijn om de bus toch te laten rijden ondanks de werkzaamheden?

4

Vragenuur van 13 maart 2025 Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter, ik begin met de eerste vraag. Bij het opknappen van de

boomvlakken was het fietspad niet over de hele lengte afgesloten en konden fietsers samen met het autoverkeer op de rijbaan via een om- en omregeling met verkeersregelaars. Bij de

asfaltwerkzaamheden is het werkvlak echter veel langer, waardoor het fietspad nu veel langer

doorloopt. We kijken naar de principes die eerder door de raad zijn vastgesteld en die wegen we

samen met de ov-maatschappij af. De conclusie was in dit geval dat de combinatie van allemaal niet mogelijk is en daarom hebben wij voor de huidige optie gekozen.

Dan het antwoord op de derde vraag. We hebben de mogelijkheden bij de voorbereiding van het project uitgebreid besproken met de ov-maatschappij en het Kernteam tijdelijke

verkeersmaatregelen. In dit kernteam zitten onder andere vertegenwoordigers van de ov-

maatschappij en de nood- en hulpdiensten. In deze gesprekken hebben we deze afweging gemaakt. Wat betreft de vraag of niet een andere weging kan worden gemaakt, moet ik antwoorden dat het

project nog twee weken loopt. De mensen zijn nu gewend aan deze situatie en een verandering is

niet mogelijk. In algemene zin kan ik zeggen dat de uitgangspunten die wij hebben voor dit situaties door de raad zijn vastgesteld. Wij hebben toen ook beloofd dat te evalueren en ook concrete projecten te evalueren. Dat doen we in dit geval ook, samen met de busmaatschappij. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Die zijn er niet. Mevrouw Passier? Mevrouw Passier (Volt): Voorzitter. Heel kort een opmerking. Ik constateer dat er een verschil is tussen de papieren werkelijkheid en de echte werkelijkheid. Vanwege de tijd stop ik hier.

Mevrouw Maatoug (wethouder): Ik vind het alleen maar goed als de raad ons uit de systeemwereld haalt en ons op de feiten drukt. Buiten het vragenuur hoor ik graag uw verdere opmerkingen. De voorzitter: Dan gaan we snel door met de vierde vragenset. 4. Mondelinge vragen van de fractie van Volt over Ontlast Utrechters met netverlichting. Mevrouw Passier (Volt): Voorzitter. Stedin deed vorige week weer een noodoproep om vooral tussen 4 en 9 minder stroom te gebruiken en uitval te voorkomen.

1. In hoeverre is de situatie op het elektriciteitsnet verergerd? Sinds wanneer is duidelijk dat we “al de helft minder huizen kunnen bouwen”, zoals wethouder Maatoug bij Spraakmakers aangaf?

2. Welke bewustwordingscampagnes zijn er geweest om Utrechters het elektriciteitsnet anders te laten belasten? En welke rol heeft de gemeente daarin gehad?

3. Biedt de oproep van Stedin inclusief het item op Radio 1 het college aanleiding om Utrechters actief te informeren over de grote en kleine manieren waarop zij het elektriciteitsnet kunnen ontlasten, vooral tussen 4 en 9 uur?

Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter. Het college dankt de raad altijd voor de vragen die hij aan ons stelt, maar zeker als het over dit onderwerp gaat, is het belangrijk om daar nog een keer de aandacht op te vestigen.

Vraag 1. Zoals we in de raadsbrief van 4 februari over nieuwe knelpunten in het elektriciteitsnet van steden hebben aangegeven dat het tot 2034 zal duren voordat het merendeel van de gemeente Utrecht het stroomnet is uitgebreid in plaats van 2029. Daarnaast dreigt de instelling van een

5

Vragenuur van 13 maart 2025 wachtlijst voor nieuwe kleinverbruikersaansluitingen, zoals ook gemeld in de brief van 6 december en uitgebreid is besproken bij het laatste commissiedebat op 6 februari.

In het interview heb ik in de korte tijd die ik had aangegeven dat de komende jaren mogelijk de helft van de woningbouwprojecten vertraging oploopt. Het merendeel van de nieuwe woningen in de gemeente Utrecht, zo’n 80%, wordt gerealiseerd in gebiedsontwikkelingen met een grote

stroomvraag. Veel van deze gebiedsontwikkelingen hebben last van netcongestie en hebben geen

zekerheid over een stroomaansluiting. Op basis van onze projectenlijst telt dat op tot onzekerheid

en vertraging in circa 50% van de woningbouwopgave in de komende jaren. Uiteraard werken we aan oplossingen, zoals netbewust bouwen en groepscontracten, maar is het niet zeker dat deze

oplossingen zullen leiden tot leveringszekerheid van stroom. Deze urgentie heb ik ook in het

interview, aangespoord ook door de raad in ons debat van 6 februari, getracht te uiten over de

impact van congestie op grootverbruikers en aansluiting op grotere gebiedsontwikkelingen. Hierin worden naast woningen ook andere functies gerealiseerd, en hierover hebben we de afgelopen

periode meermaals geïnformeerd. De gemeente doet haar uiterste best om de groei van de stad mogelijk te blijven maken. We werken ook aan maatwerkoplossingen zoals energy hubs en

groepscontracten, waarover we eerder hebben gesproken tijdens het debat van 6 februari. Maar

daarnaast liggen er ook veel mogelijkheden buiten ons gebied en daarom ook de boodschap richting het Rijk en de provincie om meer sturend te zijn, want het betekent veel voor de inwoners van onze mooie gemeente.

Dan vraag 2 over bewustwordingscampagnes. Er wordt op verschillende manieren campagne gevoerd voor slim stroomgebruik, met name door Stedin en de Rijksoverheid. Als gemeente richten wij onze

eigen campagnes vooral op energiebesparing. Daarnaast ondersteunen we de campagnes van Stedin

en de Rijksoverheid en integreren we deze in onze communicatie. Zo dragen we als gemeente bij aan een beter belast elektriciteitsnet en een duurzamer energieverbruik.

Ik geef een paar voorbeelden. De gemeente heeft een adviserende en meewerkende rol in de

campagne Het maakt uit wanneer je energie verbruikt van Stedin om bewustwording te creëren over het spreiden van energieverbruik. We ondersteunen deze campagne door in onze eigen

communicatie te wijzen op de gegeven tips zodat deze aansluiten. Ik wijs in dit verband op de

website Omgaan met een vol stroomnet van de gemeente Utrecht. Onderdeel van die campagne is de eKlok voor slim stroomgebruik, waarop zichtbaar is op welk moment van de dag het goed is om

stroom te verbruiken, bijvoorbeeld om je was te doen. Als gemeente hebben we er samen met Stedin voor gezorgd dat deze eKlok vanaf deze week in Hoog Catharijne staat. Daar heb ik ook gestaan met de collega's van Stedin. Ook daar versterken we elkaar. Verder is er de campagne Zet ook de knop

om van de Rijksoverheid, gericht op energiebesparing en bewuster energiegebruik. Ook hier sluiten wij als gemeente bij aan door inwoners te informeren en hen te wijzen op maatregelen die zij

kunnen nemen om hun energieverbruik beter te spreiden en te verminderen. Het eerlijke antwoord is dat we goed moeten blijven kijken of dit de mensen bereikt. Ik kan namelijk wel een mooie lijst met voorbeelden geven, maar het kan echt beter. Dus als u daar ideeën over heeft, horen we dat graag.

Dan het antwoord op vraag 3. We zetten samen met onze partners actief daarop in door middel van campagnes. De raad heeft ons daartoe opgeroepen en ook de uiting op Radio 1 werd door de raad aangemoedigd. Hoe we dat precies doen, is nog in ontwikkeling. We spreken hierover met verschillende partners in de Energy Board.

De voorzitter: Ik kijk in de zaal of er nog aanvullende vragen zijn. Dat is niet het geval. Mevrouw Passier, nog een aanvullende vraag?

6

Vragenuur van 13 maart 2025 Mevrouw Passier (Volt): Voorzitter. Ik herken dat de campagnes niet iedereen bereiken. Ik ben

volgens mij vrij goed op de hoogte, maar deze campagnes heb ik zelf dus nog niet gezien. Dat kan dus beter. Het opladen van elektrische auto's en warmtepompen zijn grote energieslurpers. Ik kan

me voorstellen dat we daar specifiek op focussen in onze communicatie naar inwoners, bijvoorbeeld met een kaart door de bus, iets leukers dan een gemeentelijke brief. Dan kunnen we mensen beter bereiken. Ik vraag de wethouder of zij daar creatief over wil nadenken en dit mee wil nemen.

Mevrouw Maatoug (wethouder): In het verlengde van de antwoorden die ik heb gegeven, kan ik

melden dat we in gesprek zijn in de Energy Board over de vraag hoe we dit beter doen en hoe we het op elkaar laten aansluiten. De urgentie wordt door iedereen gevoeld en ik zal deze suggestie daarin meenemen.

De voorzitter: Dan gaan we naar de vijfde vragenset. 5. Mondelinge vragen van de fracties van PvdD en UtrechtNu! over Help amfibieën in Lunetten. Mevrouw Krul (PvdD): Voorzitter. Onlangs is het fietspad Oude Liesbosweg in Lunetten vernieuwd. Dit is een fietspad in een amfibierijke omgeving. Jaarlijks worden daar vele amfibieën doodgereden

tijdens hun trek. Bij de vernieuwing zijn op twee plekken amfibieëntunnels aangebracht, maar wat

opvalt, is dat er geen geleidewanden zijn richting de tunnels. Daardoor is de kans groot dat weinig

amfibieën gebruikmaken van de tunnels. Vrijwilligers hebben al meerdere platgereden salamanders aangetroffen op het fietspad.

De Partij voor de Dieren en Utrecht Nu hebben daarom de volgende vragen.

1. Worden er nog geleidewanden aangebracht bij de amfibieëntunnels? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet?

2. De Oude Liesbosweg is een lange fietsstraat. Twee tunnels zijn niet genoeg om amfibieën te

beschermen. Bovendien vindt er veel trek plaats op het nabijgelegen Houtensepad, waar geen

tunnels zijn aangebracht. Wat gaat het college doen om amfibieën te beschermen tegen verkeer op de Oude Liesbosweg en het Houtensepad, zowel op korte als lange termijn?

3. Vorig jaar is de Paddenwerkgroep Lunetten opgericht, een grote groep vrijwilligers die amfibieën helpt oversteken. Zij willen graag een mobiel scherm gebruiken om de amfibieën te verzamelen

en over te zetten, maar hun aanvraag bij het Initiatievenfonds is afgewezen. Is het college bereid dit alsnog toe te staan?

4. Ook begrijpen wij dat een aanvraag voor een paddenscherm is afgewezen door het

Initiatievenfonds, omdat er onvoldoende gemeentelijk rendement uitgehaald kan worden. Is het college het met Partij voor de Dieren en UtrechtNu! eens dat je in termen van het redden van

dierenlevens niet kunt spreken van onvoldoende rendement in tijd en middelen van de gemeente? Zo nee, waarom niet?

Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter, dank aan de fractie van de Partij voor de Dieren voor

deze vraag, een belangrijk onderwerp ook. Ik was eergisteren nog bij de paddentrek in Leidsche Rijn. Dat was een belofte die ik eerder aan mevrouw Oskam heb gedaan van de Partij voor de Dieren. De padden waren er niet, maar gelukkig wel veel enthousiaste vrijwilligers.

De vraag of de geleidewanden nog worden aangebracht. De vraag of en hoe er geleidewanden

kunnen worden aangebracht, is nog in overweging. De eerste aanvraag bij het Initiatievenfonds voor geleidewanden langs het hele fietspad is inderdaad afgewezen, omdat de kosten erg hoog zijn,

7

Vragenuur van 13 maart 2025 namelijk zo'n € 28.000. Maar het gesprek is nog gaande over een scherm voor een deel van het pad. In principe is een scherm mogelijk tussen Antillen en Balearen, aan weerszijden voor ongeveer 300 meter, dus totaal 600 meter tussen de twee duikers. Daar moeten nog wel een aantal zaken voor

worden afgestemd, en op welke termijn dat geregeld is, is niet precies duidelijk. Maar op zichzelf waren we al een heel eind en waren we er ook bijna uit.

De tweede vraag. Behalve wat ik zojuist al vertelde, gebeurt er nog meer in Lunetten om amfibieën te beschermen, bijvoorbeeld straatkolken die afgedekt zijn met gaas, zodat daar geen amfibieën in vallen.

De derde vraag ging over een mobiel scherm. Een scherm langs de gehele lengte zou te veel zijn. Dat zou ruim € 28.000 kosten, maar daarom is een deel van de route voorgesteld en daarmee kunnen

ook veel amfibieënlevens gered worden. Overigens gaat het heel goed met de populatie padden in Lunetten. Vergeleken met andere wijken is het hier echt een amfibieënwalhalla, en daar zijn we natuurlijk sowieso blij mee.

De laatste vraag ging over rendement in termen van het redden van dierenlevens. Ik ben het wel met

mevrouw Krul eens dat rendement misschien niet zo'n gelukkig woord is als je het hebt over levende

wezens. Maar tegelijkertijd moeten we altijd een afweging maken tussen het geld dat de gemeente te besteden heeft en de gewenste maatregelen op allerlei terreinen. Ook op het onderwerp

biodiversiteit proberen we echt te kijken wat de effectiefste maatregelen zijn om het dierenwelzijn en de biodiversiteit te beschermen en te vergroten.

De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog aanvullende vragen? Mevrouw Van der Wilt (D66): Als niet heel groot amfibieliefhebber weet ik nu wel dat ik niet naar

Lunetten moet. De wethouder spreekt over € 28.000, maar ik schrik wel van die hoge kosten. En als ik dan hoor dat het echt wel goed gaat in Lunetten, vraag ik me ook af of ook wordt overwogen om dat op een gegeven moment dan weer af te schalen of op een andere manier ermee om te gaan? Ik vind dat best een kostenpost.

Mevrouw Voortman (wethouder): Dat is ook precies de reden. Als je het langs het hele pad doet, zou het € 28.000 kosten. Dat vonden we inderdaad wel veel in de totale afweging. Dus daarom hebben wij voorgesteld om het langs een deel van het pad te doen, zodat de kosten lager worden.

De voorzitter: Ik zie dat u geen vervolgvraag hebt en de Partij voor de Dieren heeft geen tijd meer over. We gaan door naar de volgende vragenset.

6. Mondelinge vragen van de fracties van PvdA, CDA en ChristenUnie over Woortman moet voortbestaan. Mevrouw Leever (PvdA): Voorzitter. Drogisterij Woortman aan de Neude sluit binnenkort na 174 jaar haar deuren. Deze drogisterij is niet alleen een begrip in de stad Utrecht, maar ook een zeldzaam

voorbeeld van een klassieke ambachtelijke winkel met een historisch interieur en een hele bijzondere uitstraling. Deze winkel vormt een tastbare herinnering aan het Utrecht van vroeger en draagt bij aan de unieke identiteit van de binnenstad. En nu de sluiting onvermijdelijk lijkt, rijst de vraag wat er

gebeurt met het erfgoed dat de drogisterij vertegenwoordigt. Zowel het interieur als het gebruik van de ruimte zelf zijn van historisch belang.

De Partij van de Arbeid, het CDA en de ChristenUnie hebben daarom de volgende vragen.

8

Vragenuur van 13 maart 2025

1. Is het college het met ons eens dat drogisterij Woortman van historische waarde is en dat het interieur of onderdelen daarvan en de uitstraling behouden moeten blijven?

2. Is er een manier om het hele pand te behouden zoals het is? Kan er met de eigenaar worden gesproken over eventuele kansen hiervoor?

3. Zijn er mogelijkheden om in overleg met de huidige eigenaar, erfgoedorganisaties of het Centraal Museum te zorgen dat inboedel of delen daarvan bewaard blijven?

4. Kan de gemeente in gesprek gaan met de nieuwe verhuurder van het pand om te onderzoeken of het historische karakter van de winkelruimte behouden kan blijven, bijvoorbeeld door tijdelijke bescherming of door afspraken met de toekomstige huurder?

5. Zijn er instrumenten binnen het gemeentelijk erfgoedbeleid die kunnen helpen om het interieur of de sfeer van deze bijzondere locatie te behouden?

6. Is het college bereid om te onderzoeken of er een passende bestemming kan worden gevonden die recht doet aan de geschiedenis van deze plek? Is een monumentale status op dit pand bijvoorbeeld een mogelijkheid?

Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter, dank voor de vragen. De eerste vraag: ja, ik ben het

ermee eens dat drogisterij Woortman van historische waarde is en dat onderdelen van het interieur

en de uitstraling behouden moeten blijven. Het pand heeft om die reden al sinds 1998 de status van gemeentelijk monument, waarbij ook expliciet in de bescherming het interieur is genoemd.

Vraag 2: gelet op de monumentale status van het pand, inclusief het interieur, is het mogelijk om de monumentale waarde van het pand te behouden, inclusief de onroerende onderdelen van het

interieur. We zijn vanuit de afdeling Erfgoed al in contact met de eigenaar en hebben de indruk dat de eigenaar waarde hecht aan het interieur en er meerwaarde in ziet.

Vraag 3: wij zijn al in overleg met de eigenaar en we spreken over de mogelijkheid om het te

behouden. De bescherming van het interieur geldt voor alle onroerende zaken langs de wanden, vaste kasten, mogelijk ook de toonbank. Losse kasten, potten en dergelijke vallen niet onder de bescherming.

Vraag 4: zoals gezegd, hebben we dus al contact. Van tijdelijke bescherming is geen sprake, want het is al permanent beschermd als gemeentelijk monument.

Vraag 5: het instrument is bescherming als gemeentelijk monument, zoals we al eerder hebben beschreven.

Vraag 6: het is aan de verhuurder en de eigenaar om een nieuwe huurder te vinden en in principe

zijn de mogelijkheden voor de bestemming van het pand geregeld in het bestemmingsplan en het omgevingsplan. De monumentale status zit er dus al op sinds 1998.

De voorzitter: Dank voor de beantwoording. Ik kijk naar andere partijen voor een aanvullende vraag. Die zijn er niet. Dan kijk ik naar PvdA. Is er een aanvullende vraag?

Mevrouw Leever (PvdA): Voorzitter. Ik hoor de wethouder zeggen dat de losse interieurdelen dus niet onder de bescherming vallen. Is er misschien wel een mogelijkheid om die elders te waarborgen? Mevrouw Streefland (wethouder): Nee, dat is niet mogelijk. Alleen de onroerende zaken, dus wat

vastzit, kunnen wij beschermen en hebben we ook gedaan in 1998. Voor de andere onderdelen is dat niet het geval en het is aan de eigenaar van het pand om daar op een goede manier mee om te gaan.

9

Vragenuur van 13 maart 2025 We zijn natuurlijk in overleg, maar het is uiteindelijk aan de eigenaar om hier een goede bestemming voor te vinden.

Mevrouw Leever (PvdA): Het is dus niet mogelijk om bijvoorbeeld met musea in gesprek te gaan,

samen met de eigenaar, of lijntjes aan elkaar te verbinden, zodat we wel een mooie plek kunnen vinden voor deze oude stukken?

Mevrouw Streefland (wethouder): Nee. Wij hopen van harte op een goed gesprek, maar ik houd ook van helderheid over waar wij over gaan en waar niet. Natuurlijk is het aan de eigenaar om daar

zorgvuldig mee om te gaan, maar ik kan hem niet verplichten dit aan een museum te schenken of te verkopen.

De voorzitter: Dank u wel. We gaan naar vragenset 7. 7. Mondelinge vragen van de fracties van D66, VVD en CDA over Stijgende werkloosheid in een werkstad, hoe kan dat?

Mevrouw Van der Wilt (D66): Voorzitter. Ik vervang een voorzitter die ook in deze zaal zit, maar dat zal u niet verbazen.

Op 7 maart jongstleden kopte het AD “werkloosheid in Utrecht voor het tweede jaar op rij omhoog”. Uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat het werkloosheidspercentage met 4,3 niet alleen voor het tweede jaar op rij is gestegen, maar het ook het hoogst is in de

provincie. Werk is een belangrijke factor in het waarborgen van bestaanszekerheid en die visie wordt ook gedragen door de gemeente. Dit blijkt onder andere uit de maatregelen zoals beschreven in de nota Werk en re-integratie die vorig jaar in deze raad is behandeld. Utrecht is echt een werkstad.

Juist daarom is het zorgelijk dat desondanks de cijfers allerminst positief zijn en hebben D66, VVD en CDA de volgende vragen.

1. Er lijkt sprake te zijn van een structurele stijging van de werkloosheid in de gemeente Utrecht.

Welke factoren hebben bijgedragen aan deze stijging en welke specifieke doelgroepen of wijken zijn het meest getroffen?

2. Twee ondanks de stijging van de werkloosheid is er sprake van een recordkrapte op de

arbeidsmarkt in met name sectoren zoals techniek, zorg en bouw. Hoe verklaart het college deze ogenschijnlijke paradox en welke maatregelen worden genomen om zowel de werkloosheid aan te pakken als de vacatures in deze sectoren te vervullen. Welke gesprekken voert het college hierover met werkgevers?

3. Zoals eerder beschreven, wordt er veel ondernomen door de gemeente om arbeidsparticipatie te bevorderen en werkloosheid tegen te gaan. Hoe kijkt het college in dat licht naar deze stijging

van de werkloosheidswet cijfers en wat kan het ondernemen of aanpassen om deze stijging tegen te gaan? Wat kan het daarin ook leren van andere gemeentes, zoals Rotterdam, waar het werkloosheidscijfer juist daalt?

Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Dank voor de gestelde vragen.

De eerste vraag. Ondanks de stijging is de werkloosheid in Utrecht nog steeds historisch laag. Tien jaar geleden was deze 8,5% en nu is die 4,3%. En ook wanneer we kijken naar vergelijkbare

gemeentes, is de werkloosheid in Utrecht ook relatief laag. Bovendien heeft Utrecht de hoogste netto arbeidsparticipatie van Nederland. 77,3% van de Utrechters tussen de 15 en 75 jaar heeft betaald

10

Vragenuur van 13 maart 2025 werk en daarmee is Utrecht dus inderdaad een werkstad. Die toename van de werkloosheid is ook

een landelijke trend en volgens het UWV kwam die toename niet zozeer doordat meer mensen hun werk verloren, maar doordat meer mensen op zoek gingen naar werk – wat natuurlijk positief is –

maar niet direct werk hebben gevonden. We zien ook dat het aantal faillissementen in 2025 flink is toegenomen. Daarnaast lopen aan het einde van het jaar veel arbeidscontracten af, waardoor in de eerste maanden van het jaar het aantal WW-uitkeringen vaak hoger ligt dan voor de jaarwisseling.

Maar we zien ook dat de meeste mensen die een WW-uitkering ontvangen binnen een jaar weer aan het werk zijn.

Dan kom ik op de doelgroepen. De groep waar de werkloosheid het meest is toegenomen, dat zijn

jongeren tot 25 jaar – daar is het van 9,3 naar 10,5% gegaan – en de mensen die geen HBO- of WOdiploma hebben. Data op wijkniveau hebben we niet beschikbaar.

Wat betreft de relatie tussen recordkrapte en de stijging van de werkloosheid, waar volgens de vraagsteller sprake zou zijn van een ogenschijnlijke paradox, meld ik dat die inderdaad

ogenschijnlijk is, want ik denk dat er niet daadwerkelijk sprake is van een paradox. Zoals ik al zei, de werkloosheid is laag, maar belangrijker is nog dat er vooral sprake is van een mismatch op de

arbeidsmarkt. In de nota die we in juni ook hebben vastgesteld door de raad en ook de Beleidsnota Arbeidsmarkt die we onlangs naar de raad hebben gestuurd, hebben wij daarom verschillende

maatregelen geformuleerd om onder andere de mismatch op de arbeidsmarkt aan te pakken. Wij

willen zoveel mogelijk mensen stimuleren om over te stappen naar een tekortsector of een baan met een duurzamer perspectief. Daarover zijn we voortdurend in gesprek met werkgevers, bijvoorbeeld via koepelorganisaties die we ondersteunen. De sectoren die worden genoemd, zijn enkele van de sectoren waar we ons juist op focussen.

Dan is gevraagd wat we doen en of we kijken naar wat andere gemeentes doen, wat we kunnen

leren. Specifiek wordt Rotterdam genoemd. In het algemeen kijken wij voortdurend naar andere

gemeentes om te zien wat we van elkaar kunnen leren en waar we samen in kunnen optrekken. Zoals ik al zei, we hebben recent twee beleidsnota's aan de raad aangeboden en ook een

uitvoeringsprogramma vastgesteld en gedeeld. Die inzichten zijn daarin verwerkt en we zijn nu bezig om de maatregelen uit die nota's uit te voeren. In die beleidsnota's hebben we specifiek aandacht

voor de meest kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. We zetten in op een leven lang ontwikkelen

via een regionaal Talentfonds en ook op de bestaande dienstverlening van UWV en Werk en Inkomen,

bijvoorbeeld de focus op specifieke doelgroepen zoals jongeren via de basis- en plusdienstverlening, het Werkcentrum en strategische partnerschappen met werkgevers. Het regionaal Talentfonds is

geïnspireerd op "Brabant Leert". Een belangrijk aandachtspunt daarbij is dat regio’s flink kunnen verschillen en dat ook steden kunnen verschillen.

Dat brengt mij op Rotterdam. We weten dat Rotterdam van een veel hogere werkloosheid komt en

dan is het ook makkelijker om een daling te realiseren. Bovendien gaat Rotterdam uit van een andere visie. Daar is het doel vooral het terugdringen van het aantal bijstandsuitkeringen naar een specifiek aantal. Dat is in Utrecht niet een doel op zichzelf. Rotterdam heeft gezegd: wij willen per definitie

minder dan 30.000 uitkeringen verstrekken eind dit jaar. Ons doel is vooral dat we inwoners zoveel

mogelijk naar duurzaam werk begeleiden en dat we een goed vangnet bieden voor wie nog niet kan

werken. We focussen ons ook op het bieden van financiële bestaanszekerheid voor alle inwoners van Utrecht. Dat zien wij als de basis van onze ambities.

De heer Van Steeg (CDA): De wethouder zei aan het begin van de beantwoording dat het aantal faillissementen is gestegen in Utrecht. Wat kan zij daarover zeggen?

11

Vragenuur van 13 maart 2025 Mevrouw Voortman (wethouder): Dat klopt. Het aantal faillissementen is gestegen en dat komt onder andere door de gestegen personeelskosten, huur en ook energiekosten. Tegelijkertijd hebben veel

bedrijven nog belastingschulden die tijdens de coronacrisis zijn opgestapeld en nu moeten worden terugbetaald. Daar heeft dat mee te maken.

De heer Van Steeg (CDA): Kan de wethouder daar iets meer over zeggen? Wat gebeurt er met mensen die failliet gaan, hoe worden zij geholpen en geldt voor hen ook dat ze binnen een jaar weer aan een nieuwe baan komen? Want het is een flinke overstap als je failliet gaat en een nieuwe carrière moet opbouwen.

Mevrouw Voortman (wethouder): Zeker. Een faillissement is voor een ondernemer ook vaak een

persoonlijk drama. Een van de dingen die we doen is dienstverlening via Ondernemer Centraal, maar er zijn verschillende initiatieven. Het is iets wat echt impact heeft op mensen en dat kost soms ook tijd.

De heer Van Steeg (CDA): Het is op zichzelf geen verrassing dat er na corona nog steeds meer

faillissementen zijn. Maar weten die mensen Ondernemer Centraal goed te vinden en worden ze daadwerkelijk geholpen? Komen ze echt snel binnen dat jaar weer aan een andere baan?

Mevrouw Voortman (wethouder): Dat “binnen een jaar” ging over mensen die een beroep doen op

WW-uitkering. We zien dat die vaak binnen een jaar weer aan het werk zijn. Als je vanuit een eigen

zaak komt, kan ik me voorstellen dat de situatie anders is. Ik weet niet wat precies de cijfers daarvan zijn. Dan heb je de afwikkeling van je zaak, de verwerking en vervolgens de vraag wat je dan wel gaat.

De voorzitter: Zijn er nog andere aanvullende vragen? Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Wij vragen ook af ons ons af hoe het staat met de bestaansbalans, want we zien veel mensen die willen die willen werken, maar er niet op vooruit gaan. Hoe zorgen we ervoor dat die klacht landelijk nog veel harder gehoord wordt?

Mevrouw Voortman (wethouder): Wat betreft de bestaansbalans hadden we binnen tien dagen al het doel. We wilden € 100.000 ophalen parttime werkenden ook te helpen om die ook die buffer te

bieden die ze vaak niet hebben. Inmiddels staat de teller op ongeveer € 136.000. Er wordt verder

nog gekeken ook naar bedrijven en andere organisaties om bij te dragen, want we willen heel graag € 350.000 bij elkaar halen, zodat het mogelijk is om iedereen die parttime werkt vanuit een bijstandsuitkering en te maken heeft met die wisselende inkomsten ook te helpen.

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Dat is goed nieuws, maar hoe zorgen we ook voor dat het landelijk nog meer draagvlak krijgt?

Mevrouw Voortman (wethouder): Dat was inderdaad het tweede deel van uw vraag, want hiermee

helpen we mensen op de korte termijn mee. Het probleem is natuurlijk die wisselende inkomsten en die terugvorderingen. Dat leidt tot onzekerheid en daardoor gaan mensen niet aan het werk. Heel

binnenkort wordt spoor 1 van de Participatiewet behandeld in de Tweede Kamer. Ik heb ook contact met verschillende Kamerleden omdat het belangrijk is dat die wet snel behandeld wordt, want daar

12

Vragenuur van 13 maart 2025 zit dat bufferbudget ook in. Hier en daar doen we ook suggesties om te zorgen dat die wet nog wat socialer uitpakt, want ik denk dat dat ook erg belangrijk is.

Mevrouw Leever (PvdA): Voorzitter. Rotterdam stelt inderdaad dat doel om een bepaald altijd mensen uit de bijstand te krijgen. Hoe denkt de wethouder over zo'n doel zou de nadruk niet juist moeten liggen op de mensen die hulp nodig hebben die hulp ook echt krijgen?

Mevrouw Voortman (wethouder): Dat ben ik helemaal met mevrouw Leever eens. Dank voor de vraag, want als je mensen vooral ziet als lastig of als misbruik makend van regelingen, komen zij inderdaad niet. Dan zien ze geen reden om naar de overheid te komen. De term “bijstand” zegt het al; als je

een beroep doet op bijstand, is dat een roep om hulp. Dan moeten we mensen juist helpen en het helpt niet om zo strak te zijn dat het een doel op zichzelf wordt om uit te stromen.

Mevrouw Zijdenbos (VVD): Voorzitter. De wethouder sprak over Rotterdam en stelde dat het toch

makkelijker is van een hoog aantal naar beneden te gaan. Maar in Rotterdam heeft wethouder toch maar mooi voor elkaar gekregen om meer dan 8% in tien jaar naar beneden te gaan. Is het niet tijd voor Utrecht om zich toch een beetje te laten inspireren door de Rotterdammers?

Mevrouw Voortman (wethouder): Wij hebben in G4-verband regelmatig overleg met elkaar en, zoals ik al zei, kijken we ook naar andere gemeenten wat we kunnen doen, maar bij Rotterdam is wel de

visie die er onder ligt er een van mensen wegduwen. Wij zeggen juist dat je mensen moet helpen en uitgaan van vertrouwen. Je kunt denken dat je geen last hebt van iemand die niet in de bijstand zit, maar als je niet weet wat mensen dan wel doen, kan het ook zijn dat ze juist in grotere problemen komen. Volgens mij is dat iets wat de raad absoluut niet wil. De voorzitter: D66 voor een laatste aanvullende vraag? Mevrouw Van der Wilt (D66): Het college zegt inderdaad dat het relatief meevalt en dat is mooi, maar alsnog heb ik mijn vraag waarom het percentage nu stijgt, terwijl de vraag op de arbeidsmarkt juist

zo hoog is en hoe het college die verdere stijging wil voorkomen. Dat is toch ook belangrijk om dat goed te doorgronden? Hoe kijkt de wethouder daar?

Mevrouw Voortman (wethouder): Dat is een landelijke trend. Wij begrijpen dat er meer mensen op zoek gaan naar werk, dat wil zeggen mensen die dat eerder niet deden. Dat is goed. Ik denk

bijvoorbeeld aan mensen die niet uitkeringsgerechtigd zijn – die wij minder in beeld hebben – die op zoek gaan naar werk. Dat is goed, maar als ze niet direct werk hebben gevonden, worden ze wel meegeteld als werklozen. Daardoor stijgt het percentage ook. Dat is een landelijke trend.

Mevrouw Van der Wilt (D66): Dan zou je zeggen “grijp het moment” als die mensen zich melden. Ik

hoor de wethouder ook zeggen dat er nu vaak een mismatch is tussen vraag en aanbod. Dat doet mij denken aan de woningmarkt, waar wij ook een mismatch zien. Daar zie je dat de gemeente heel erg creatief aan het kijken is hoe het bij elkaar kan komen. Is die creativiteit er ook op dit vraagstuk en kan er dan misschien nog meer?

13

Vragenuur van 13 maart 2025 Mevrouw Voortman (wethouder): Wij hebben onlangs hier een uitgebreid debat gevoerd over het

uitvoeringsprogramma Werk en inkomen. Daar stonden tal van maatregelen in. Volgens mij hebben wij daarmee ontzettend veel in gang gezet en zijn we nu volop bezig om dat uit te voeren.

De voorzitter: Ik dank de wethouder voor de beantwoording en we gaan snel door met de achtste vragenset.

8. Mondelinge vragen van de fracties van EenUtrecht, CDA en VVD over Camera weg, overlast terug, hoe lang nog?

De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter. Op de hoek Cortezlaan – Columbuslaan op Kanaleneiland is recent een tijdelijke camera weggehaald. Die camera heeft daar een aantal maanden gehangen en in die periode was de overlast nihil of minder dan voorheen. Na het weghalen van de camera trekt de

overlast weer terug en zijn omwonenden terug bij af. Het gaat om overlast van een groep jongeren overdag en ’s avonds, doordeweeks en tot laat in de nacht. Dit gaat gepaard met geluidsoverlast,

vernielingen en intimidatie van voorbijgangers. Sterker nog, er is zelfs een incident geweest waarbij bouwers en politie met stenen zijn bekogeld. Dit is dus een serieuze kwestie. Vandaar onze volgende dringende vragen.

1. Is het college bekend met het feit dat door het weghalen van deze camera’s de overlast ter plekke weer volledig is teruggekeerd?

2. Is het college met ons van mening dat de camera hier goed heeft gewerkt en dat de overlast zodanig is dat deze locatie een vaste camera verdient, zo lang als dat nodig is? Dat geldt overigens ook voor alle andere vaste camera’s.

3. Zo ja, is het college bereid om nogmaals in gesprek te gaan met omwonenden en lokale

ondernemers om te bezien of hier alsnog ruimte is voor een vaste camera of een vervolg op de tijdelijke camera?

4. Zo nee, is het college dan bereid dit voorbeeld samen te nemen met vergelijkbare gevallen en in een raadsbrief inzichtelijk te maken dat de huidige afspraak over het maximumaantal vaste camera’s feitelijk op bepaalde plekken de gemeente substantieel onveiliger maakt? Dit kan mogelijk aanleiding zijn om het camerabeleid te herzien, nog dit jaar.

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. We zijn bekend met het feit dat er in de buurt waar de heer Dijkstra over spreekt al enige tijd sprake is van overlast door een groep jongeren. Dit gebeurt

echter op verschillende plekken in de buurt. Om die reden hanteren we een integrale aanpak, waarbij ook jongerenwerkers betrokken zijn om hier meer grip op te krijgen. Op 9 augustus zijn flexibele

camera’s geplaatst rondom het Peltplantsoen, wat heeft bijgedragen aan het herstel van de rust op

die locatie. Vervolgens nam de onrust weer toe op de Columbuslaan. Omdat alle flexibele camera’s op dat moment in gebruik waren, is een camera van het Peltplantsoen verplaatst naar de

Columbuslaan. Dit had direct een merkbaar preventief effect, maar na verwijdering keerde de overlast deels terug.

De tweede vraag zal ik samen met de derde vraag beantwoorden. We zien doorgaans een duidelijke afname van overlast en criminaliteit waar camera’s worden geplaatst. Ondernemers en bewoners geven aan dat cameratoezicht bijdraagt aan het gevoel van veiligheid. Ondanks deze positieve

effecten is het belangrijk dat cameratoezicht altijd onderdeel blijft van een bredere aanpak. Camera’s zijn slechts een sluitstuk en kunnen helpen op bepaalde plekken, maar het probleem kan zich dan naar andere locaties verplaatsen.

14

Vragenuur van 13 maart 2025 De raad heeft ervoor gekozen om vaste camera’s in te zetten op locaties waar overlastsituaties

vanwege inrichting, functie en gebruik van het gebied structureel voorkomen en flexibele camera’s

te gebruiken op locaties waar overlast ernstig fluctueert. Op deze locatie is er nog geen sprake van structurele overlast.

De laatste vraag. Over enkele weken komt een raadsbrief met een jaarlijkse evaluatie van het beleid zoals de raad dat heeft vastgesteld tot 2026. De beperkingen op het aantal vaste en flexibele

camera’s liggen vast. Indien de raad een wijziging wil, ligt de beslissing bij de meerderheid van de raad.

De heer Van Steeg (CDA): Het is goed te horen dat camera’s hun werk doen, want dat zorgt voor een veiligere situatie. De burgemeester stelt echter dat hier geen sprake is van structurele overlast, terwijl er drie camera’s zijn geplaatst. Hoe moet ik dat met elkaar rijmen?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Het was op dat moment ernstig. Bij acute en ernstige overlast

gebruiken we flexibele camera’s om snel soelaas te bieden. In sommige delen van de stad weten we echter dat overlast altijd terugkeert. Op deze locatie fluctueert het per plek.

De heer Van Steeg (CDA): Toch zien we dat wanneer de camera wordt weggehaald, de overlast

terugkeert. Dat wijst op een structureel probleem. Is de camera verplaatst omdat er geen andere beschikbaar was? Had hij anders mogen blijven?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ja, we hebben een beperkt aantal camera’s. Dat weet u, want dat is onderdeel van een politiek debat. Ik moet roeien met de riemen – in dit geval camera’s – die ik heb.

De heer Van Steeg (CDA): Dus de burgemeester is het eigenlijk wel met de vragenstellers eens dat het eigenlijk gewenst is om daar langer een camera te laten hangen?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ik denk niet dat alleen het neerhangen van camera’s de ultieme oplossing biedt. Ik vind het belangrijker dat we met de integrale aanpak succesvol zijn. Ook als ik

meer camera’s heb, is het probleem daar niet per definitie mee opgelost. Dat is te simpel. Ik ken het

debat over camera’s in de raad en in de huidige coalitie, maar voor mij is het nooit een getalskwestie geweest. Ik vind dat je ze moet inzetten waar ze nodig zijn. Overigens was ik wel blij met het aantal extra camera’s dat er in deze periode is bij gekomen.

Mevrouw Van der Wilt (D66): Ik heb het idee dat sommige partijen het liefst op iedere hoek van de stad een camera willen. Dat lijkt mij interessant voor de privacy Maar de burgemeester ziet ook

andere oplossingen, omdat het misschien niet een langdurig probleem is. Is het niet goed om eerst die oplossingen te bekijken?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Dat doen we al. We hanteren een integrale aanpak bij

overlastgevende jeugd. We proberen er steeds steviger greep op te krijgen, wat best ingewikkeld is

en soms ook een zaak van langere adem. Camera’s helpen, maar zijn geen panacee voor alle kwalen. Het helpt ook niet om ze overal in de stad op te hangen.

15

Vragenuur van 13 maart 2025 Mevrouw Van der Wilt (D66): Ik kan mij voorstellen dat andere oplossingen soms intensiever zijn.

Krijgt u bij deze casus specifiek signalen terug, misschien vanuit het veld, wat daar nog extra voor nodig is en juist voor alles wat niet met de camera’s te maken heeft?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Dat is altijd goed en overigens zien we daar natuurlijk soms ook dat we aan het einde van de mogelijkheden zitten. We hebben niet eindeloos middelen om die integrale aanpak verder te financieren.

Mevrouw Zijdenbos (VVD): Ik hoor van de burgemeester dat zij wil inzetten op de integrale aanpak,

maar dat dit niet helemaal werkt en dat die camera wel gewerkt heeft, maar verplaatst moet worden. Is de burgemeester het met mij eens dat er meer flexibele camera’s beschikbaar moeten zijn om beter te kunnen handelen in dit soort zaken?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Mevrouw Zijdenbos begint haar vraag met het weergeven van mijn woorden in een conclusie die ik niet deel. Ik heb niet gezegd dat de integrale aanpak niet werkt. Dat moeten we dus ook niet gaan suggereren, want dan hebben we ook elders in de stad een probleem.

Ja, flexibele camera’s werken vaak en moeten worden ingezet binnen de beperkingen die de raad mij

heeft meegegeven. Als de raad dat anders wil zien, moet dat in meerderheid worden besloten. Ik heb die meerderheid alleen nog niet aan de horizon zien gloren. Ik zou er overigens geen bezwaren

tegen hebben, maar ik heb een andere positie als burgemeester. Ik sta hier niet als politica, maar als bestuurder.

Mevrouw Zijdenbos (VVD): Dus als ik het goed begrijp, vindt de burgemeester het wel wenselijk om toch meer middelen in de vorm van camera’s ter beschikking te hebben?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Burgemeesters vinden het altijd heel erg wenselijk als ze

onuitputtelijk uit alle middelen kunnen tasten om de veiligheid te vergroten. Burgemeesters worden ook beperkt in die mogelijkheden door de meerderheid van de raad. De voorzitter: Meneer Dijkstra? De heer Dijkstra (EenUtrecht): We krijgen meer dan de indruk van omwonenden dat het structureel is, zeer ernstig en voor iemand zelfs een reden om te overwegen te verhuizen. Is dat niet genoeg

aanleiding om nog één keer met betrokkenen ter plekke te kijken of daar iets te regelen is met een andere tijdelijke camera?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Wij maken die analyses ook altijd heel nauwkeurig op basis van de rapportages van de politie en onze eigen mensen in de wijk. Op het moment dat het nodig is om van elders in de stad een flexibele camera in te zetten en dat binnen de kaders past van het gehele

voorstel, dan doen we dat ook gewoon. Dus als dit aanhoudend blijft en we zien dat er te weinig

effect is van andere middelen, dan is dit uiteraard altijd een optie. Mijn punt is echter dat je met nog een camera niet per definitie het structurele probleem opgelost. Dan moeten we naar mijn mening ook daar steviger op zijn.

De heer Dijkstra (EenUtrecht): Dat geeft een klein beetje hoop voor betrokkenen. Ik hoop dat dat werkt. Een andere vervolgvraag op mijn laatste vraag van zojuist is of de burgemeester daar

16

Vragenuur van 13 maart 2025 explicieter ook die analyse van die voorbeelden op kunnen nemen in de raadsbrief en de raad kunnen laten zien dat het heel goed werkt op een aantal plekken … De voorzitter: U bent door uw tijd heen. De heer Dijkstra (EenUtrecht): Goed. Ik hoop dat mijn vraag duidelijk is dat er uitvoerig aandacht wordt besteed aan dit type voorbeeld om de raad ervan te overtuigen dat het beter is … De voorzitter: Burgemeester Dijksma. Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ja. De voorzitter: Ik heb een voorstel. We hebben officieel nog twee minuten tijd. Ik stel echter voor om toch vragenset 9 te behandelen. Ik stel vast dat de aanwezigen daarmee instemmen.

9. Mondelinge vragen van de fracties van Student & Starter, GroenLinks en PvdD over Is jezelf PrEPen voor seks nog steeds mogelijk?

Mevrouw Van Meerveld (Student & Starter): Voorzitter. RTV Utrecht berichtte recent over lange

wachttijden voor PrEP in Utrecht. De wachttijden maken het voor mensen die baat hebben bij PrEP

lastig om het medicijn te verkrijgen. Hierdoor lopen inwoners een verhoogd risico besmet te raken

met hiv, terwijl de preventieve zorg juist essentieel is. Daarnaast dreigen landelijke bezuinigingen op de specifieke uitkeringen (SPUKS), wat de seksuele gezondheidszorg verder onder druk zet. Dit roept de vraag op hoe de gemeente deze problemen aanpakt. De toegankelijkheid van PrEP en soa-zorg

waarborgt. Daarom dienen wij samen met GroenLinks en Partij voor de Dieren de volgende vragen in voor het college.

1. Is het college bekend met de berichtgeving over de lange wachttijden bij de soa-poli en de beperkte toegang tot PrEP? Wat is de visie van het college op deze problematiek?

2. Wat betekenen de huidige wachttijden en de beperkte toegang tot PrEP- en soa-zorg concreet voor de inwoners van Utrecht? Welke impact heeft dit op hun gezondheid en welzijn?

3. Het kabinet is van plan om de SPUKS, waaronder die voor aanvullende seksuele gezondheidszorg,

met 10 % te korten. Wat zijn de verwachte gevolgen hiervan voor de PrEP- en soa-zorg in Utrecht? Hoe wil het college deze gevolgen opvangen?

4. Welke inspanningen levert de gemeente In de lobby voor de eerlijke verdeling van de middelen voor de GGD en welke resultaten zijn hier tot nu toe uit voortgekomen?

5. Hoe monitort het college de effectiviteit van de genomen maatregelen om wachttijden te verkorten en de toegankelijkheid van PrEP te verbeteren?

6. Wat is de langetermijnstrategie van de gemeente om seksuele gezondheidszorg in Utrecht, waarborgen en toekomstige knelpunten in soa- en PrEP-zorg te voorkomen?

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Het was een goed artikel op RTV Utrecht, waarin de

noodzaak van het investeren in toegankelijke PrEP-zorg goed werd geschetst. Ooit was er twee jaar wachtlijst in deze stad voor PrEP-zorg en dankzij ook de investeringen die de raad deze periode in meerderheid deed, is dat teruggelopen tot een tot drie maanden. Dat monitoren we elk kwartaal

samen met de GGD. Maar het is vrij simpel: 10% korting van het Rijk betekent gewoon 10% minder

PrEP-zorg in onze stad. De enige die dat op kan lossen is ofwel het Rijk met een goede lobby, ofwel

17

Vragenuur van 13 maart 2025 de raad bij de voorjaarsnota, of we moeten een andere route vinden. Gelukkig zijn er steeds meer huisartsen die PrEP-zorg aanbieden. Wij zijn ook in gesprek met huisartsen om te kijken of meer huisartsen dat in onze stad willen doen. Ik zeg op elke plek waar ik Kamerleden of

staatssecretarissen tegenkom dat het oneerlijk is verdeeld in Utrecht en dat zij dat moeten fixen. Ik hoop dat u dat met mij blijft zeggen.

De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen, behalve van de VVD. Mevrouw Zijdenbos (VVD): Voorzitter. PrEP is een bijzonder belangrijk middel, maar we zien ook dat

het condoomgebruik onder de jonge mannen daalt. Daardoor komen er helaas samen met het PrEPmiddel dat niet beschikbaar is extra hiv-besmettingen bij. Wil de gemeente ook inzetten op stimulering van het condoomgebruik?

De heer Eerenberg (wethouder): Ja voorzitter, dat doen we, alleen is de doelgroep die van PrEP

afhankelijk is niet altijd te verleiden tot het gebruiken van een condoom. Wat wij daar ook van vinden met elkaar, is het toch vanuit volksgezondheidsbelang belangrijk dat ook PrEP toegankelijk is. De voorzitter: Geen vervolgvraag? Ik zie nog een aanvullende vraag van Student & Starter. Mevrouw Van Meerveld (Student & Starter): Als het bij de huisarts wordt aangevraagd, gaat het van

het eigen risico af. Hoe gaat de wethouder hiermee om en hoe blijft PrEP voor iedereen toegankelijk? De heer Eerenberg (wethouder): Als we het met minder moeten doen met elkaar – zo zeg ik met

tegenzin – moeten we het eerlijk verdelen in de stad. Dan kan ik me voorstellen dat mensen met een wat beter gevulde portemonnee naar de huisarts gaan en mensen met een wat minder goed gevulde portemonnee naar de GGD gaan. Zo kunnen we samen meer PrEP toegankelijk houden voor onze stad.

Mevrouw Van Meerveld (Student & Starter): Dit is eerder een oproep dan dat dit echt in beleid zou kunnen.

De heer Eerenberg (wethouder): Ik ga niet over het eigen risico en hoe ik dat moet compenseren. Ik kan alleen maar aan de GGD-knoppen draaien. Als het Rijk daar 10% afhaalt, kan ik dat niet compenseren. Dit zeg ik met grote teleurstelling.

De voorzitter: Dank! Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van dit vragenuur. Ik wens u allemaal een heel fijne avond en eet smakelijk voor zo meteen. De voorzitter sluit daarop, te 18.07 uur, het vragenuur.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=bbb3eaca-36b4-45bf-977d-3ad073bbea9e