20250306 vragenuur
Tekst van het document
2025 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur 6 maart 2025
Vragenuur, gehouden op donderdag 6 maart 2025 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Dada-Anthonij. Aanwezig zijn de leden: Assen, Dijkstra, Koning, Meerding, Sasbrink, Van Steeg, Vasters en Zwinkels. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Van Bemmel, Cornielje, Nyqvist en Usta. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Eerenberg, Maatoug en Schilderman.
Griffier: mevrouw Bouts.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Terwijl iedereen nog snel naar zijn plek loopt, wil ik iedereen in ieder geval hier in de
zaal en op de publieke tribune, maar ook thuis welkom heten bij dit vragenuur. Ik ben Venita DadaAnthonij en ik mag vandaag uw voorzitter zijn. We hebben een uitdaging, want er staan tien sets
vragen op de agenda, maar ik heb goede hoop dat we het gaan redden als we ons allemaal aan de tijd houden. Daarom wil ik snel beginnen met de eerste mondelinge vraag.
1. Mondelinge vragen van de fracties van Stadsbelang Utrecht en EenUtrecht over Eis naar onafhankelijk onderzoek: ongeluk en herinrichting Draaiweg, David van Mollemstraat.
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht): Dank u wel, voorzitter. Wij richten onze vragen op de petitie die is aangeboden door de bewoners met betrekking tot het ongeluk op de Draai. Ik heb daar de volgende vragen over.
1. Bent u bereid om met urgentie een onafhankelijk onderzoek naar de verkeerssituatie op de
Draaiweg uit te laten voeren? Zo ja, wanneer kunnen we de bewoners dan de eerste resultaten verwachten?
2. Wanneer wordt de maximumsnelheid van 30 km/u op de David van Mollemstraat en de Draaiweg
ingevoerd? Welke extra maatregelen overweegt de gemeente om snelheidsverlaging te realiseren?
3. Wanneer komen de bliksemschichten op de Draaiweg en de David van Mollemstraat? Welke extra maatregelen overweegt de gemeente om het oversteken veiliger te maken?
Vragenuur van 6 maart 2025 4. Wanneer worden de resultaten van het politieonderzoek naar het ongeval en de verkeersveiligheid op de Draaiweg verwacht? En wanneer komt er informatie over het gemeentelijk onderzoek naar de weginrichting?
5. Is de aanvraag voor een flitspaal op de Draaiweg al ingediend bij de CVOM? Zo ja, hoelang duurt het voordat we een reactie krijgen en kan de gemeente wellicht hierop druk uitoefenen?
Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter. Dank voor de vragen die ik een voor een zal
beantwoorden. Ik heb afgelopen woensdag 5 maart de bewoners langs gehad en die hebben de petitie aan mij aangeboden. Het was een indrukwekkend aantal: bijna 2000 mensen hebben de petitie ondertekend en hebben ook nog eens een uitgebreide vragenlijst met zorgen van 50
bewoners die bij de avond waren en ook van heel veel raadsleden. Dat pakket ben ik tot mij aan het
nemen. Ik heb ook tegen de bewoners bij het ontvangen van de petitie complimenten gegeven, want men is heel gedetailleerd te werk gegaan, zoals de wensen van het onderzoek, welke onderdelen
daarin horen te zitten en welke vragen echt beantwoord moeten worden, zodat we ook hier in het publiek debat en het politieke debat met elkaar op basis van gedeelde feiten wegingen kunnen
maken. Ik heb toen ook tegen de bewoners gezegd dat wij zeker onderzoek gaan doen. Ik zeg ook
tegen de raad dat het ons als college een onafhankelijk onderzoek dan wel een onderzoek in eigen beheer in de uiteindelijke weging om het even is. Beide zijn mogelijk, maar het allerbelangrijkst is
dat wij heel snel die informatie hebben, zodat wij over de feiten met elkaar in debat kunnen en het politieke gesprek kunnen voeren.
Dan de tweede vraag. In het eerste kwartaal van 2026 zullen we versneld de limiet van 30 km/u
invoeren in de straten zonder vrijliggend fietspad en met de huidige maximumsnelheid van 50 km/u. Dit gaan we ook doen op de Draaiweg en de David van Mollemstraat. We hebben de raad hierover eerder in de commissie geïnformeerd. We gaan op bovengenoemde straten versneld 30 km/u
invoeren door het plaatsen van bebording, toevoeging van belijning, markering op de weg en het uitrollen van een stadsbrede communicatiecampagne. Op dit moment overwegen wij geen
aanvullende snelheidsremmende maatregelen. Daar wachten we eerst op die resultaten van het onderzoek dat in het antwoord op de eerste vraag aan de orde was.
Dan vraag 3: over bliksemschichten. We willen op korte termijn bliksemschichten plaatsen op de
kruising David van Mollemstraat, Zeedijk en de Draaiweg-Lauwerecht, zodat automobilisten op deze route extra worden geattendeerd op overstekende voetgangers en fietsers. We verwachten de bliksemschichten medio maart te kunnen realiseren.
Dan vraag 4: wanneer de resultaten van het politieonderzoek worden verwacht? Ik zou willen dat ik hier een antwoord op kon geven, maar als wethouder mobiliteit kan ik over het lopend onderzoek van de politie geen uitspraken doen. Het ligt volledig bij de politie en de politie zal hier ook over
communiceren. Ik houd dat natuurlijk in de gaten. Zodra daar iets te melden is wat nuttig is, meld ik
dat meteen. Iets anders is het natuurlijk vanuit de veiligheidshoek. Ik zeg er wel bij dat onze ervaring is dat het politieonderzoek vaak geruime tijd duurt en ook heel erg kan variëren. Wij houden er dus
rekening mee dat we de resultaten van het politieonderzoek niet op korte termijn kunnen ontvangen. Maar het eerlijke antwoord is dat we dat niet weten.
Dan vraag 5 over de aanvraag voor een flitspaal. Ik heb in het commissiedebat gezegd dat we dat
gingen doen en we zitten nu in het proces van die aanvraag. We vinden het zo belangrijk dat het in
één keer lukt dat we die onderbouwing heel nauwkeurig opstellen bij voor de aanvraag bij de CVOM.
We weten uit eerdere ervaring dat het belangrijk is om de aanvraag heel goed te motiveren, zodat de kans op honorering van de aanvraag door de CVOM wordt vergroot. Die werkwijzen zijn heel erg
automatisch. Zij beoordelen alle aanvragen die binnenkomen, dus wij zetten nu alles op alles zodat
2
Vragenuur van 6 maart 2025 die onderbouwing klopt. Op het criterium “gemiddelde snelheid” van de CVOM scoort de Draaiweg
niet goed. We plannen ook vooroverleg in met de politie en de CVOM, waarbij we ons verzoek om op deze locatie met prioriteit een mobiele flitspaal te plaatsen, willen toelichten. We hopen dat dit leidt tot een positieve beoordeling, maar daar gaat uiteindelijk de CVOM over. Wij doen er alles aan om onze kant goed te doen, zodat daar een positief oordeel uitkomt.
Mevrouw Zwinkels (CDA): Allereerst is het natuurlijk vreselijk wat er is gebeurd op de Draaiweg. Wij
hebben gegeven dat er echt al jaren signalen richting de gemeente zijn gegaan van bewoners over de verkeersonveiligheid op deze locatie. Kan de wethouder aangeven hoeveel reacties er wel niet zijn
binnengekomen de afgelopen jaren en wat de reactie van de gemeente daarop is geweest? Daarnaast wil ik van de wethouder duidelijkheid over het onafhankelijke onderzoek dat zal plaatsvinden. Wie gaat de keuze maken dat het een onafhankelijk onderzoek wordt of een zogenaamde second opinion? Gaat de raad erover of hakt de wethouder zelf de knoop door? De voorzitter: Ik breek even in. Het gaat om één vraag per fractie. Mevrouw Zwinkels (CDA): Ik dacht dat de vorm van het vragenuur iets was verruimd. De voorzitter: Vervolgvragen mogen, maar niet twee vragen tegelijkertijd. Mevrouw Zwinkels (CDA): Dan stel ik straks nog een of twee vervolgvragen. Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter. Dat zijn terechte vragen vanuit het CDA. Ik hoop dat de
raad de stukken van de petitie die ik heb mogen ontvangen op 5 maart ook heeft ontvangen. Ik raad aan om ze te lezen. De bewoners geven aan dat hier meerdere dingen tegelijk spelen. Het probleem
van de avond met het hardrijden is weer anders dan de drukte van overdag. Het heeft wel allemaal te maken met de weginrichting. Wij zullen hier nog veel debatten over voeren, maar al die punten
vragen misschien iets anders. De concrete vraag van het CDA was of dit nu een onderwerp is waar
langer en meer over gecommuniceerd is. Dat is het geval. Ik was bij dezelfde bewonersavond waar
ook meerdere raadsleden waren en ook het raadslid van het CDA. Ik heb toen gehoord wat bewoners zeiden over de reacties die ze kregen. Ik heb die niet allemaal kunnen nagaan, maar ik heb wel
gezien, ook op basis van mijn gesprek met de wijkadviseur mobiliteit, dat dit onderwerp al langer
speelt, waar ook al eerder gesprekken over zijn geweest, ook in de fase van 2019. Daar heb ik in het vorige debat over de 30 km/u ook een paar dingen over gezegd. Er zijn ook avonden georganiseerd vanuit de gemeente en er is communicatie geweest. Er is ook heel veel individuele communicatie
geweest. Het eerlijke antwoord is dat ik niet alles langs ben gegaan, maar ik heb wel gehoord wat de bewoners hebben gezegd op de bewonersavond van twee weken geleden. De voorzitter: Mevrouw Zwinkels, hebt u nog een vervolgvraag? Mevrouw Zwinkels (CDA): Ja. Ik heb nog niet echt antwoord op mijn vraag gekregen, want ik had
twee vragen. Ik ben inderdaad ook bij die avond geweest, maar hoeveel meldingen zijn er al in de
afgelopen jaren binnengekomen bij de gemeente? Kan ik een aantal of een inschatting van het aantal krijgen? Mijn tweede vraag is op basis waarvan nu wordt besloten of het al dan niet een
onafhankelijk onderzoek wordt? Het is niet één vraag, maar als ik geen antwoord krijg, vind ik het
3
Vragenuur van 6 maart 2025 ook een beetje moeilijk worden. Het kan ook op een later moment met een brief; kan de wethouder daar iets over toezeggen?
De voorzitter: Dat snap ik, maar één vraag en een vervolgvraag. Ik wil dat ook alle anderen vragen om zo veel mogelijk vragen in dit vragenuur te kunnen behandelen.
Mevrouw Maatoug (wethouder): Ik had de vraag over het onderzoek inderdaad niet beantwoord en het is goed dat ik dat nog even kan doen. Ik begrijp nu ook het voordeel van één vraag, want dan praat je niet langs elkaar heen. Toen ik de petitie in ontvangst nam, heb ik gezegd dat het het
college om het even is en dat de bewoners vooral moeten aangeven wat zij het fijnst vinden. Wij
hebben afgesproken dat de inhoud van het onderzoek dominant is. Over de inrichting komen wij te
spreken en de snelheid is misschien onderdeel van die uiteindelijke weging die ik graag gezamenlijk
met de bewoners wil maken. Als de raad daar een mening over heeft, kan hij een opdracht geven aan
het college, maar dat is hoe ik het nu voor me zie. Het allerbelangrijkste is dat die feiten boven water komen. We gaan nu aan de slag met de inrichting van het onderzoek. Wat moet je onderzoeken? Een van de verzoeken is een second opinion vanuit een andere gemeente. Vinden we iemand
beschikbaar, is het straks makkelijk om het extern uit te zetten of is het makkelijker om het intern te houden? Dat koppelen we terug met de bewoners en dan zullen wij hopelijk die keuze maken. Of de raad daar iets in wil doen, is niet aan het college.
De andere vraag ging over die aantallen en daar kan ik geen antwoord op geven, omdat de signalen heel verschillend zijn. Dus een persoonlijke brief aan de burgemeester is iets anders dan het aantal
mensen dat aanwezig was bij een bewonersavond dan wel de interne inbox van de wethouder. Ik heb niet een plek waar we dat met zijn allen registreren en op dit moment heb ik er niet voor gekozen om dat nu met terugwerkende kracht wel te doen.
De heer Vasters (D66): Voorzitter. Fijn dat de wethouder met urgentie een onderzoek wil doen naar
deze verkeerssituatie. Ik sluit me aan bij de woorden van het CDA dat het verschrikkelijk is wat daar gebeurd is. Maar volgens onze fractie gaat de problematiek ook wel wat verder dan specifiek deze
straten. Een heel groot deel van het verkeer over de A27 en Overvecht dat naar het centrum gaat en verder komt over die Draaiweg en Van Mollemstraat. Is de wethouder het met D66 eens dat behalve het onderzoek naar de kortetermijnmaatregelen het ook goed zou zijn om gedetailleerder te kijken
naar gebiedsoverstijgende problematiek om het gehele verkeerssysteem in Utrecht Noord wat beter onder de loep te krijgen om de bereikbaarheid, maar ook de verkeersveiligheid op de lange termijn te waarborgen.
Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter. Ik heb net tegen het CDA gezegd dat wij een onderzoek gaan doen. Ik heb ook gezegd dat wij woensdag de petitie van de bewoners in ontvangst heb genomen. Ik raad iedereen aan dat stuk heel goed te lezen, want onderliggend is er een
fundamenteel vraagstuk wat betreft de Draaiweg. Maar dat vraagstuk speelt op meer plekken. Los
van deze specificaties kijken wij daar met de mobiliteitsblik zeker breder naar, want het is nooit een losse weg. Het is een onderdeel van een verkeerssysteem, net zoals de bewoners hier nu aangeven. Omdat je daar een keuze hebt gemaakt, is het gevolg hier anders. We kijken er in de breedte naar.
Of dat in dit onderzoek plaatsvindt, weet ik niet; ik wil nu heel veel haast maken. Dat is de prioriteit voor de Draaiweg. Ik hoop dit debat in de commissie met de raad te voeren, want eigenlijk gaat het over het gehele mobiliteitssysteem en de aansluiting van meerdere wegen op elkaar.
4
Vragenuur van 6 maart 2025 De heer Vasters (D66): Ik concludeer dan dat twee onderzoeken wellicht logischer is. Een is op de
heel korte termijn en de ander gaat over een breder stuk waarover we met de raad ook in gesprek
over kunnen gaan. Volgens mij is die behoefte heel breed, als ik zo rondkijk. Begrijp ik dat zo goed? Mevrouw Maatoug (wethouder): Ik heb net bij de eerste beantwoording gezegd dat we breder gaan kijken. De wethouder Financiën zit links van mij en elke week weet ik dat ik niet zomaar
verwachtingen kan wekken die ik niet kan waarmaken, maar wij gaan daarnaar kijken. Dat bedoel ik
als ik zeg dat we het gaan onderzoeken. Dat is iets anders dan het heel specifieke onderzoek wat ik net benoemde richting de bewoners. Ik hoop ook dat er wat meer tijd is dan de ene vraag in de mondelinge vragen.
Mevrouw Assen (PvdA): Wij hebben begrepen dat bij de eerdere bijeenkomst ook al toegezegd is dat er tijdelijke maatregelen genomen zouden worden, zoals eerder helaas ook in Voordorp met bijvoorbeeld een lichtbak of een lichtsignaal. Hoe staat het daarmee?
Mevrouw Maatoug (wethouder): Ik heb net in de beantwoording van de mondelinge vragen aangegeven wat we tot nu toe gedaan hebben, ter plekke en de extra aanvraag en de
bliksemschichten. Dat loopt allemaal. Ik heb ook aangegeven dat het er medio maart zou zijn. Dat
zijn ook de tijdelijke maatregelen zoals we ze genoemd hebben op die avond, zoals ik eerder ook In de schriftelijke vragen geantwoord heb. De grootste daarvan is gelukt. Met de CVOM-aanvraag zijn
we in het proces van onderbouwing. Wij maken wij niet de definitieve keuze, maar de CVOM. Medio maart komen die bliksemschichten er.
Mevrouw Assen (PvdA): Ik heb eigenlijk twee vervolgvragen. Ik vroeg naar de lichtbakken. Begrijp ik goed dat die er definitief niet komen?
Mevrouw Maatoug (wethouder): In ieder geval niet op de hele korte termijn. De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen. Meneer Nyqvist? De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter. Heb ik goed begrepen dat de wethouder in de
eerste plaats niet erg happig is op een onafhankelijk onderzoek? Anders heb je niet zoveel woorden nodig om te vertellen dat er een onderzoek onafhankelijk moet zijn. Met andere woorden, wat heeft ze daar eigenlijk op tegen? Een punt ter correctie: ik had moeten zeggen dat deze vragen mede worden ingediend door Gert Dijkstra van EenUtrecht. Het tweede punt …
De voorzitter: Eén vervolgvraag! De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht): De vraag is heel simpel. De mensen vragen om een
onafhankelijk onderzoek en krijgen daarop geen ja of nee te horen. Zij krijgen daar iets tussen. De voorzitter: Ik moet u echt vragen een punt te zetten. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht): Hoe kunt u mij nou vragen om een toelichting te geven en dat van mijn tijd aftrekken?
5
Vragenuur van 6 maart 2025
De voorzitter: Meneer Nyqvist, deze ruimte is bedoeld voor een vervolgvraag. U hebt uw tijd
opgebruikt, dus ik kan u helaas niet meer tijd geven, want anders moet ik dat bij alle fracties gaan doen. We hebben maar één uur en tien vragen.
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht): Belachelijk! Het gaat toch om een discussie tussen de wethouder en …
De voorzitter: Meneer Nyqvist. Hier zetten wij een punt. Dank u wel. Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter. Ik wil de raad een compliment geven. Twee of drie weken
geleden is er een ongeluk gebeurd waarbij een stadsgenoot is overleden. Ik wil de raad in zijn geheel een compliment geven voor de terughoudendheid om daar meteen politiek van te maken, om ruimte te geven aan de familie, maar tegelijkertijd heel erg de eigen rol serieus te nemen in het
mobiliteitsdebat dat we hier met elkaar moeten voeren. Ik heb geprobeerd naar eer en geweten deze vragen te beantwoorden en sluit af met de constatering dat deze mondelinge vragen waren
ingediend voordat ik überhaupt een petitie in ontvangst had genomen dan wel had gereageerd op
wat de bewoners wilden. Soms is dat zo in de politiek: je weet al wat je gaat zeggen voordat je het debat hebt. Ik hoop dat we fundamentele gesprekken gaan voeren over mobiliteit, want dit gaat
ergens over. Het gaat over de veiligheid van inwoners, over goed kunnen oversteken naar school, over overdag goed kunnen leven in de stad. Ik zie van alle politieke kleuren scherpte, en dat is supergoed, want zo hoort het in onze democratie.
De voorzitter: We hebben 20 minuten gebruikt voor de eerste vragenset. We hebben er tien. Ik vraag
u om met mij samen te werken om er toch zo veel mogelijk te kunnen behandelen. Ik zie dat de heer Dijkstra daar meteen gehoor aan geeft voor de volgende set mondelinge vragen.
2. Mondelinge vragen van de fracties van EenUtrecht en GroenLinks over Dichterswijk verdient volwaardige buurtruimte.
De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter. Inderdaad, Dichterswijk verdient een volwaardige buurtruimte.
1. Klopt het dat de buurtmakers, die zich nu in de buurt georganiseerd hebben, op de Veilingstraat 10 slechts 57,5 m² op de eerste verdieping aangeboden krijgen, terwijl in de aangenomen motie twee jaar geleden sprake was van 100 m²?
2. Deelt het college met ons dat een succesvolle buurtruimte voor Dichterswijk minimaal moet
voldoen aan eisen zoals 100 m² groot, deels op de begane grond, goed zichtbaar vanaf de straat, eigen ingang en een maatschappelijk op te brengen huurprijs?
3. Zo ja, kan het college dan toezeggen dit als randvoorwaarden bij de vergunningverlening mee te nemen?
4. Kan het college nagaan of een gedeeltelijke combinatie van buurtruimte in zelfbeheer samen met exploitatie van de horeca alsnog kan leiden tot een rendabele en aantrekkelijke invulling?
5. Is het college bereid om zich de komende tijd maximaal hiervoor in te zetten, opdat alsnog de bedoeling van motie 104 uit 2023 wordt gerealiseerd?
6
Vragenuur van 6 maart 2025 De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. De raad heeft een Omgevingsplan aangenomen, waarin is gezegd dat minimaal 70 m² beschikbaar moet zijn. De gesprekken zijn erop gericht om dat ook echt minimaal te laten zijn en te kijken of er zo gepuzzeld kan worden dat we op een grotere ruimte
uitkomen. Er ligt geen aanbod van 57,5 m²; ik heb dat ook gecheckt bij de ontwikkelaar. Er lopen nu gesprekken over 70 m² en ook over de vraag of dat meer kan worden en of we dichter bij de 100 m² komen? De discussie gaat ook over de vraag wat er in die 70 m² of 100 m² zit. Het leven is ook
praktisch: wil je een eigen wc, gaan de vierkante meters er dan vanaf of gebruik je de wc van de
horeca en is dat medegebruik? Dan kan misschien de maatschappelijke ruimte wat kleiner. Dat zou ik de buurtmakers overigens adviseren, want dan hoeven ze niet voor die vierkante meters te betalen. Tel je die ruimte dan erbij op en heb je meer dan 70 m², of is het dan minder? In die
discussie zitten we nu. Wij proberen dat gesprek te faciliteren, maar het is nog niet afgerond. Er
lopen nu gesprekken tussen de ontwikkelaar en de buurtmakers. Mijn advies aan de raad is dat dit gesprek meer zal opleveren voor de buurtmakers als partijen in beslotenheid tot iets redelijks
komen. Als de onderhandelingen elke keer hier op tafel komen, vraagt de ontwikkelaar zich af met wie hij eigenlijk in gesprek is. Dat hoeft niet erg te zijn, maar ik gun de partijen de rust om deze puzzel goed te leggen.
De heer Dijkstra stelt een aantal nieuwe randvoorwaarden ten opzichte van de motie. De 100 m² herken ik, maar de raad heeft eerder in het omgevingsplan iets besloten wat net wat anders is
ingericht. In de motie staat "in de plint." Nu zegt de heer Dijkstra dat het op de begane grond moet.
De plint is 3 meter hoog en daarin wordt een vide aangelegd. Als deze maatschappelijke ruimte in de vide komt en gedeeltelijk ook gebruikmaakt van de horeca op de begane grond, voldoet het nog
steeds aan "in de plint." Ook hier wil ik ertegen waarschuwen om aanvullende eisen te stellen, want daarmee wordt het paard misschien achter de wagen gespannen.
Ja, het wordt een maatschappelijke huurprijs, want dat is de deal die we gemaakt hebben. Maar dan moeten de buurtmakers die huur uiteindelijk ook op kunnen brengen. Dat is nu ook onderdeel van het gesprek.
Dan kom ik aan vraag 3. De vergunning wordt getoetst op het bestemmingsplan. Dat is de juiste
procedure. De raad heeft een omgevingsplan aangenomen en daar toetsen we de vergunning op. Vraag 4 is of er slim gecombineerd kan worden? Dat is precies de inzet. Als we het slimmer
combineren, krijgen de buurtmakers voor minder geld meer ruimte. Dat is een relevantere discussie dan alleen vierkante meters tellen. Dit is wat mij betreft ook de inzet op motie 104 uit 2023. De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen. Meneer Dijkstra? De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter. Ik zou deze vraag niet gesteld hebben als er niet een
duidelijk signaal was dat het gesprek niet in de goede richting ging. Ik ben blij te horen dat de inzet nog steeds 70 m² is en misschien zelfs 100 m². Maar wil de wethouder zich vergewissen dat dit nog steeds het geval is? Ook de bewoners geven aan dat het die kant niet opging. De vragen komen ook niet uit de lucht vallen.
De heer Eerenberg (wethouder): Wij hebben vandaag de ontwikkelaar gebeld naar aanleiding van uw vragen. Die herkent zich in het antwoord zoals ik het net heb gegeven: inzet op 70 m², met een
verdieping in de vide en slim combineren. Mijn constatering is dat we de partijen de ruimte moeten geven om met onze begeleiding tot een goede oplossing te komen. Dat levert waarschijnlijk het beste resultaat op.
7
Vragenuur van 6 maart 2025 De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter, ik heb nog een vervolgvraag. We kunnen toch vaststellen dat als het niet tussen die 70 m²en 100 m² is en niet echt zichtbaar op de begane grond is, je dan geen succesvolle buurtruimte kunt realiseren?
Ziet de wethouder dat wel? Hij moet een bod doen dat tot iets succesvols leidt. De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter, dit debat hebben we al gevoerd bij het vaststellen van het Omgevingsplan. Het college ziet dit anders. Ik denk dat een horecazaak met een vide en een
maatschappelijke functie daar prima kan functioneren. Een harde eis van afgebakende vierkante
meters op de begane grond is niet noodzakelijk voor succes. Slim combineren biedt juist kansen. De voorzitter: Dank en wij gaan door naar de volgende set vragen. 3. Mondelinge vragen van de fracties van VVD en PvdA over Herinrichting Trui van Lier Speelkwartier.
Mevrouw Meerding (VVD): Voorzitter. Op 17 februari berichtte de Oostkrant dat het Trui van Lier
Speelkwartier, gelegen in het Wilhelminapark, binnenkort wordt vernieuwd en heringericht met als thema 'Savanne'. De gemeente spreekt over een grondige herinrichting, waarbij bijna de hele
speeltuin zal worden vernieuwd. De werkzaamheden zouden op 4 maart jongstleden van start gaan en drie maanden duren. Het plan riep echter veel weerstand op in de buurt, die zich niet betrokken voelde. Dit leidde ook in de politiek tot vragen over de participatie en de noodzaak van de herinrichting.
Op 19 februari jongstleden is naar de buurt gecommuniceerd dat het plan voor de herinrichting tijdelijk on hold is gezet. Van buurtbewoners hebben we vernomen dat de participatie volledig opnieuw zal worden opgestart en doorlopen. De raad is echter nog niet geïnformeerd over de kwestie en de eerder gestelde vragen zijn nog niet beantwoord.
Dit brengt de fracties van de VVD en de PvdA tot de volgende vragen.
1. Gezien de ogenschijnlijk goede conditie van de speeltuin, wat zijn de beweegredenen van de gemeente om de speeltuin te vernieuwen? Kan de gemeente hierover beter communiceren?
2. Wat zijn de kosten van deze herinrichting en uit welk budget worden deze betaald? Hoe verhoudt zich dit tot de bezuinigingsopgave van de gemeente?
3. Waarom is specifiek deze speeltuin gekozen voor vernieuwing en niet een speeltuin die in
slechtere staat verkeert? Hoe is hierbij gebruikgemaakt van de scans van speelruimtes op buurten wijkniveau?
4. In het bericht van de Oostkrant wordt vermeld dat de initiatiefnemer een nazaat van Trui van Lier is. Kan de wethouder dit bevestigen? Zo ja, wat betekent dit voor de participatie en het ontwerp? Is de wethouder bereid hier beter over te communiceren naar de buurt?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. Het antwoord op vraag 1. In 2024 zijn op verzoek van een nazaat van Trui van Lier sierpoorten en een Hartjespad bij de speeltuin gerealiseerd. Rond de opening in april vorig jaar is door de nazaten de wens uitgesproken om de speeltuin zelf ook een opknapbeurt te geven. Uit de meerjarenplanning van de gemeente bleek dat de speeltuin hierop
stond en vernieuwing nodig was. Hierop is het traject van herinrichting gestart. Aansluitend op de opening van de sierpoorten en het Hartjespad is in de periode mei tot en met oktober heeft er
veelvuldig overleg plaatsgevonden met een betrokken groep bewoners. Echter, mijn conclusie is dat de buurt in zijn geheel onvoldoende is meegenomen. We hadden dit breder moeten communiceren,
8
Vragenuur van 6 maart 2025 bijvoorbeeld via een wijkbericht. Dit had meer draagvlak kunnen creëren bij het ontwerp. Dat had
wat ons betreft anders gemoeten. Daarom hebben we besloten om een pas op de plaats te maken en het gesprek met de buurt breder aan te gaan. Signalen van de afgelopen weken hebben geleid tot
het besluit de werkzaamheden voorlopig uit te stellen en een breder participatietraject te starten. De buurt wordt hierover geïnformeerd via een wijkbericht en de projectpagina van de gemeente.
Dan het antwoord op vraag 2. Zoals aangegeven, gaan we opnieuw kijken naar het ontwerp. De
kosten voor de herinrichting zullen opnieuw worden geraamd. De herinrichting van speeltuinen in de gemeente Utrecht is opgenomen in de begroting voor de vervanging van speeltuinen, zoals door de raad is vastgesteld.
Het antwoord op vraag 3. Zoals gezegd, stond deze speeltuin reeds op de meerjarenplanning voor
onderhoud. Vervolgens is er een inspectie uitgevoerd. Daaruit bleek dat vernieuwing nodig was. Een deel van de speeltoestellen in het Wilhelminapark is verouderd en was toe aan vervanging. Uit de speelruimtescan van Oost blijkt daarnaast een kwantitatief en kwalitatief tekort aan formele
speelruimte in de omgeving. Dit maakt dat extra focus wordt gelegd op het uitbreiden van deze speeltuin.
Dan het antwoord op vraag 4. Ik kan inderdaad bevestigen dat de initiatiefnemer een nazaat van Trui van Lier is, zoals ik in het antwoord op vraag 1 al heb aangegeven.
De voorzitter: Dank, wethouder Schilderman. Zijn er aanvullende vragen? Mevrouw Assen, PvdA. Mevrouw Assen (PvdA): Voorzitter. We zien dat er meer speeltuinen in de stad zijn die in slechtere staat verkeren dan deze speeltuin. Hoe verhoudt zich dit tot de meerjarenplanning?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Bij speeltuinen gaat het echt om meer dan alleen “ogenschijnlijk”.
In de regelgeving waaraan de gemeente gebonden is, wordt grote waarde gehecht aan de kwaliteit en veiligheid van speeltuinen. Dit wordt altijd geïnspecteerd. Daarnaast gebruikt de gemeente een afwegingskader voor de prioritering van onderhoud en vernieuwing.
Mevrouw Assen (PvdA): We hebben veel signalen gekregen van buurtbewoners die zich afvragen
waarom dit gebeurt. Ik begrijp dat het signaal van een nazaat van Trui van Lier hierin een rol speelt, maar wat is nu leidend geweest in dit besluit?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Er is een mix aan maatregelen waarop projecten worden
geprioriteerd. Een daarvan is de mogelijkheid om aan te sluiten bij bestaande vervangingsplannen.
Daarnaast speelt de strategie van ongelijk investeren voor gelijke kansen een rol, evenals initiatief uit de buurt. In dit geval zagen we dat zowel de behoefte aan vernieuwing als het initiatief vanuit de buurt samenkwamen, wat ertoe leidde dat dit project nu naar voren is gekomen. De voorzitter: Mevrouw Meerding, een slotvraag? Mevrouw Meerding (VVD): Voorzitter. Ik ben benieuwd naar de kosten. De wethouder verwees naar
stukken waarin dit te vinden zou zijn, maar ik zou graag een concreet bedrag horen. Wat waren de geraamde kosten voor de herinrichting?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Ja, we zullen de kosten nu opnieuw ramen. Ik heb op dit moment geen exacte totaalraming bij me.
9
Vragenuur van 6 maart 2025
Mevrouw Meerding (VVD): Ik vind dit bijzonder, want deze vraag stond expliciet in onze eerdere
vragen. Ik zal dit verder technisch navragen, want ik wil dat wel graag weten. Daarnaast had ik nog een andere vraag.
De voorzitter: Dat is niet de bedoeling. Alleen een vervolgvraag op het vorige antwoord is toegestaan.
Mevrouw Meerding (VVD): Dan een vervolgvraag, want juist door de beantwoording nu begrijp ik de situatie beter. Maar een van onze vragen was ook of de communicatie naar de buurt niet beter had gekund. De website van de gemeente bevat slechts summiere informatie.
De voorzitter: Dit is geen vervolgvraag, want het ging eerder over de financiën. Nu gaat het over communicatie.
Mevrouw Meerding (VVD): Maar dit stond in onze oorspronkelijke vragen en het is nog niet volledig beantwoord.
Mevrouw Schilderman (wethouder): Zoals eerder aangegeven, vind ik dat de communicatie beter had gekund. Daarom kiezen we er nu voor om via een wijkbericht breder te communiceren en zo het participatietraject opnieuw te starten. Hiermee denk ik tegemoet te komen aan de zorgen van mevrouw Meerding.
De voorzitter: Dank, wethouder Schilderman. Even ter verduidelijking: een vervolgvraag is een vraag die voortbouwt op een eerder antwoord. Dit is niet een nieuwe vraag uit de oorspronkelijke lijst. We hebben nu drie vragen behandeld en nog 25 minuten te gaan. Laten we doorgaan met vragenset 4. 4. Mondelinge vragen van de fracties van PvdA, GroenLinks en PvdD over De Abstederdijk en het principe Herplant naar waarde.
De heer Cornielje (PvdA): Voorzitter. De ene boom is de andere niet. Oudere, grotere bomen met een groter bladerdak zijn waardevoller in de strijd tegen klimaatadaptatie dan jongere en kleinere bomen. Daarom hanteert onze gemeente het principe Herplant naar waarde. Dit betekent dat
gekapte bomen worden beoordeeld op onder andere stamomtrek, schaduwwerking, milieuwaarde en ecologische waarde. Bij kap wordt een boom van vergelijkbare waarde teruggeplant.
Omdat onze fracties signalen hebben ontvangen dat het principe Herplant naar waarde niet altijd lukt en gezien het belang dat dit principe heeft voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en
luchtkwaliteit, vroegen de fracties van Partij van de Arbeid, GroenLinks en Partij voor de Dieren zich af op welke manier Herplant naar waarde wordt toegepast bij bomenkap op de Abstederdijk.
1. Klopt het dat de bomen op de Abstederdijk worden gekapt en dat als compensatie enkele bomen worden geplant bij speeltuin Tolsteegplantsoen?
2. Is onderzocht of de herstelwerkzaamheden ook konden plaatsvinden zonder het kappen van bomen op de Abstederdijk? Zo ja, waarom is er niet voor een alternatief gekozen?
3. Wordt bij de compensatie gehandeld volgens het principe Herplant naar waarde? Kan de wethouder uitleggen hoe dit principe hierop wordt toegepast?
10
Vragenuur van 6 maart 2025 4. Op welke manier zorgt de gemeente er in algemene zin voor dat het principe Herplant naar waarde wordt toegepast bij bomenkap in onze stad?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. Het antwoord op de eerste vraag is ja, ja en nee. Er zijn vijf bomen op de Abstederdijk die op korte afstand van de kade staan en waarvan de
boomwortels geheel tegen de kademuur zijn aangegroeid. Deze bomen moeten worden gekapt om
de huidige kademuur te kunnen verwijderen. Het plan is op dit moment echter nog voorlopig en niet definitief. Mogelijk kan de locatie nog wijzigen, maar vooralsnog is het de bedoeling dat de nieuwe bomen worden herplant op de Oudegeinlaan en niet bij de speeltuin Tolsteegplantsoen.
Dan het antwoord op vraag 2. Ja, er zijn alternatieven onderzocht waarbij de nieuwe kade op
dezelfde plek wordt teruggeplaatst met behoud van bomen op de locatie. Echter, alle onderzochte oplossingen bleken technisch niet haalbaar. Als de nieuwe kademuur voor de oude kademuur zou
worden geplaatst, dus aan de andere kant van de kade, zou de Kromme Rijn versmald worden. Dit zou problemen opleveren bij de afvoer van water.
Dan het antwoord op vraag 3. Ja, er komen nieuwe bomen ter compensatie van de gekapte bomen.
De nieuwe bomen staan ook op de soortenlijst en de aantallen te herplanten bomen komen overeen met de beleidsnota Herplant naar waarde. Er worden vijf bomen gekapt en daar komen ook vijf
nieuwe eerste-orde bomen voor terug. De regels voor Herplant naar waarde zijn vastgelegd in de beleidsregel Herplant naar waarde. Bij grote projecten worden deze regels meegenomen in het
Utrechts Planproces en vastgelegd in de nota van uitgangspunten. Daarnaast wordt de beleidsregel getoetst bij het verlenen van kapvergunningen. In principe moet bij elke herplant worden voldaan aan deze beleidsregel. In uitzonderlijke gevallen kan er een afwijking zijn, maar de kern blijft dat Herplant naar waarde voldoet aan de beleidsregel. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Mevrouw Sasbrink (PvdD): Voorzitter. In haar antwoord op vraag 2 zei de wethouder dat het laten staan van de kade niet mogelijk is vanwege problemen met de waterafvoer. Hoe groot wordt het
risico geschat dat hierdoor op piekmomenten te weinig plek is voor waterafvoer? Er is daar immers niet vaak sprake van te hoog water.
Mevrouw Schilderman (wethouder): Ja, het risico neemt wel toe. Dit is ook uitgebreid onderzocht. Een versmalling van de Kromme Rijn zou een aanzienlijke impact hebben op de waterafvoer, vooral tijdens piekmomenten.
Mevrouw Sasbrink (PvdD): Wat bedoelt de wethouder met “best veel impact”? Is dat op bepaalde piekmomenten of altijd?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Als u daar meer gedetailleerde informatie over wilt, kunnen we
daarover in gesprek gaan. Als we echt tot op het niveau van millimeters stijging van het waterniveau op een specifieke kade willen komen, is het wellicht goed om dat in een aparte technische bijeenkomst te bespreken.
Mevrouw Sasbrink (PvdD): Is daarbij dan alleen gekeken naar alles tegelijk of ook naar gedeeltelijke
versterking van de kade op de zwakste plekken, zodat enkele bomen in ieder geval nog een deel van hun levensduur behouden?
11
Vragenuur van 6 maart 2025
Mevrouw Schilderman (wethouder): Ja, dit is in een eerdere fase onderzocht. Er zijn verschillende scenario’s geprobeerd, zoals verplaatsing, het creëren van een inham of andere technische oplossingen. Al deze opties bleken echter niet uitvoerbaar.
De voorzitter: Meneer Cornielje, een aanvullende slotvraag? Nee? Dan laten we het hierbij en gaan we snel door naar mondelinge vraag 5.
5. Mondelinge vragen van de fracties van D66, VVD, Stadsbelang Utrecht, GroenLinks, Student & Starter, Partij voor de Dieren, CDA, UtrechtNu!, ChristenUnie, PvdA en Volt over Niemand zou angstig over straat moeten gaan.
De heer Koning (D66): Voorzitter. Komende zaterdag is het Internationale Vrouwendag, een moment
om stil te staan bij vrouwenrechten, maar ook bij de aanhoudende onveiligheid die vrouwen ervaren.
61 procent van de jonge vrouwen in Nederland voelt zich geregeld onveilig en maar liefst 75 procent van de vrouwen krijgt in haar leven te maken met straatintimidatie. Uit angst passen vrouwen hun
gedrag al aan door bepaalde plekken te vermijden, vooraf te bedenken hoe ze door de stad fietsen of door onderweg met iemand te bellen. Niet omdat ze dat willen, maar omdat het nodig is om te voorkomen dat ze worden lastiggevallen. Dit is geen individueel probleem, maar een hardnekkig maatschappelijk probleem, ook in onze gemeente. De gedragsaanpassing moet niet bij vrouwen vandaan komen, maar bij mannen.
Daarom de volgende vragen aan het college.
1. Hoe staat het met de voortgang van de aanpak van straatintimidatie en de pilot handhaving?
Welke maatregelen zijn het meest effectief gebleken? In hoeverre zou het college hierop willen bijsturen gezien de nieuwe inzichten sinds de voortgangsbrief van september 2024?
2. In hoeverre heeft het college zicht op openbare plekken in onze gemeente die door vrouwen als onveilig worden ervaren?
3. Is het college bereid het meldpunt straatintimidatie uit te breiden met de mogelijkheid voor vrouwen om aan te geven op welke plekken zij zich onveilig voelen?
4. Welke stappen overweegt het college om de veiligheid van vrouwen in de openbare ruimte verder te verbeteren?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Allereerst een groot compliment aan de raad dat er met zoveel fracties aandacht wordt besteed aan Internationale Vrouwendag. Dat doet mijn hart
deugd. Tegelijkertijd bespreken we een moeilijk onderwerp, namelijk straatintimidatie. Dit raakt veel vrouwen, met name jonge vrouwen, in onze stad en in ons land.
Ik kom tot de beantwoording van de eerste vraag. De pilot in Utrecht heeft geleid tot zeven
aangehouden personen, waarvan vijf minderjarig. Er zijn twee processen-verbaal uitgedeeld, en één verdachte is veroordeeld tot een celstraf van twee dagen en het betalen van een schadevergoeding.
De aanpak richt zich onverminderd op vier pijlers, te weten bewustwording en normstelling, aanpak op straat, aanpak van de daders en natuurlijk ondersteuning van de slachtoffers.
Onze activiteiten worden voortdurend bijgestuurd op basis van feedback van partners en
doelgroepen. We werken samen met diverse organisaties. Effectief gebleken maatregelen zijn onder andere omstandersinterventie-workshops en onze campagnes. Daar is veel over te doen en dat is ook precies waarom ze goed zijn. Binnenkort ontvangt u een brief over de voortgang van het actieplan aanpak straatintimidatie.
12
Vragenuur van 6 maart 2025 De tweede vraag. We hebben goed zicht op incidentlocaties via meldingen bij het meldpunt.
Daarnaast geven bewustwordingsactiviteiten en bijeenkomsten inzicht in de “zachtere” signalen van aanwezige personen die aangeven waar intimidatie overmatig voorkomt.
Het antwoord op de derde vraag. Dat is de enige waar ik heel streng op moet zijn. Het college is niet
bereid een aanvullend meldpunt in te stellen voor onveilig aanvoelende locaties. Dit betekent niet dat deze plekken niet belangrijk zijn – ze worden al zichtbaar via het huidige meldingssysteem – maar
omdat het meldingssysteem erop gericht is dat melders zelf geen categorie hoeven in te vullen. Ze
kunnen gewoon een locatie kiezen. Het gaat uiteindelijk om het hele verhaal van een melder. Allerlei submeldpunten werken naar onze verwachting eerder drempelverhogend. Ons advies is “don’t fix it if it ain’t broke”; als het werkt, laat het gewoon zijn gang gaan.
De laatste vraag. Het huidige actieplan loopt tot en met 2026, inclusief de bijbehorende middelen. Dit college vindt een stevige aanpak van straatintimidatie van groot belang. Vanaf 2027 zijn de middelen onzeker.
Mevrouw Meerding (VVD): Voorzitter. De burgemeester blikt vooruit in het Actieplan. Recent hebben we signalen ontvangen dat na het uitgaan onveilige situaties ontstaan en mensen zich onveilig voelen. Is dit bij de burgemeester bekend en is dit ook een pijler in het actieplan?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ja, deze signalen zijn bekend en worden onderzocht in
samenwerking met de politie. Dit valt niet alleen onder het actieplan, maar ook onder regulier politiewerk. Ernstige situaties worden altijd aangepakt.
De heer Van Steeg (CDA): De burgemeester noemde twee processen-verbaal die zijn uitgereikt en zeven staandehoudingen naar aanleiding van de pilot. Dit lijkt een beperkt resultaat. Tot welke
conclusie leidt dit? Is bijsturing mogelijk? Kan de burgemeester specifieker ingaan op de casussen en hoe de pilot wel leidt tot een succesvolle aanhoudingsstrategie?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ja, het is toch wel hoe je het waardeert, want het is niet zo makkelijk om op heterdaad – en daar hebben we het nu over – te kunnen ingrijpen. Een
staandehouding is wel een kwestie van op heterdaad betrappen. Dat is sowieso al een van de uitdagingen. We hebben elke maand twee keer een gezamenlijke actie van onze boa's die
handhaven. Zij doen dat ook op hotspots. Mijn voorzichtige conclusie is dat het juist goed is dat we
staandehoudingen hebben en dat er nu ook een rechtsgang plaatsvindt. Maar we zijn ook nog maar net begonnen. Misschien is het feit dat Almere, Dordrecht en Tilburg zich vanaf maart ook gaan
aansluiten bij deze pilot wel een teken dat er waardering is voor hoe het gaat. In de twee andere
steden waar de pilot loopt, zie je ook dat er aanhoudingen zijn. Dus ja, ik ben dus net iets minder pessimistisch.
De heer Van Steeg (CDA): Dat is mooi. De achterliggende gedachte van die vraag ligt natuurlijk in
hoe we daarin nog scherper kunnen zijn en ervoor kunnen zorgen dat optreden makkelijker wordt. Want zeven in een behoorlijk aantal maanden is relatief beperkt. Ik hoop wel dat er ook een preventieve werking van uitgaat, maar hoe is het mogelijk om dat bij te sturen?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ja, dat zal uiteindelijk toch ook in de loop der tijd moeten blijken.
Zoals ik al zei, is een heterdaadactie niet eenvoudig. We hebben natuurlijk een heel goede werkwijze, en ik denk dat de ervaringen in onze gemeente en in de andere gemeenten ons helpen om ons eigen
13
Vragenuur van 6 maart 2025 handelen verder te verbeteren. Dit is een lerend proces. Als we zien dat bepaalde plekken vaker
voorkomen in meldingen, dan gaan we daar ook vaker naartoe. Op basis van ervaringen passen we onze aanwezigheid aan en vergroten we wellicht de pakkans. Ik ben het met u eens dat dat de doelstelling is.
De heer Van Bemmel (PvdD): Voorzitter. Bij het zoeken naar het Meldpunt straatintimidatie kom ik meerdere websites tegen die doorverwijzen naar een oud meldpunt dat niet meer bestaat. Is de burgemeester bereid contact op te nemen met organisaties die zich bezighouden met
straatintimidatie om ervoor te zorgen dat de juiste website van de gemeente daarop komt te staan? Mevrouw Dijksma (burgemeester): Jazeker! De voorzitter: Meneer Koning nog voor een aanvullende slotvraag? De heer Koning (D66): We hebben gehoord dat er steeds meer hotspots in beeld komen, niet alleen
’s avonds maar ook overdag. Wordt in de voortgangsbrief gekeken naar waar relatief vaak meldingen van intimidatie plaatsvinden? Wordt dat vertaald naar het bijsturen van de aanpak?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ja. De binnenstad is sowieso een hotspot, net als winkelcentrum Overvecht en de sportclubs rondom het Maximapark. Daar houden we rekening mee in onze handhaving.
De voorzitter: We hebben nog zeven minuten. Ik wil in ieder geval nog vragenset 6 behandelen. 6. Mondelinge vragen van de fracties van DENK, GroenLinks, BIJ1, PvdD en PvdA over Een lager schooladvies bij een Arabische achternaam.
De heer Usta (DENK): Voorzitter. Onderzoeksbureau SCALIQ heeft de intelligentie gemeten van ruim 6.400 middelbare scholieren met een gemiddelde leeftijd van bijna 14 jaar en deze vergeleken met hun schoolniveau. Uit het onderzoek blijkt dat de helft van de 481 leerlingen met een Arabische
voor- en achternaam een schooladvies kreeg dat gemiddeld een half niveau lager lag dan dat van leeftijdsgenoten met een vergelijkbare intelligentie en een Europees klinkende achternaam. Ook leerlingen met een Afrikaanse of Spaanse naam kregen gemiddeld een lager schoolniveau
geadviseerd. Het schooladvies van de lagere school speelt een grote rol bij het niveau waarop leerlingen na groep 8 terechtkomen. Onderzoeker Femke Hovinga van SQALIC noemt de
onderzoeksresultaten van ongelijke start een ernstig voorbeeld van kansongelijkheid. Puur alleen je naam leidt tot een groot verschil. De resultaten van het onderzoek leiden tot grote zorgen bij veel Utrechters.
Wij hebben hierover de volgende vragen.
1. Is het college bekend met dit recente onderzoek, waaruit blijkt dat kinderen met een Arabische
naam vaak een lager schooladvies krijgen dan even slimme kinderen met een Nederlandse naam?
2. Zijn er Utrechtse cijfers of onderzoeken beschikbaar die dit kunnen bevestigen of ontkrachten?
3. Welke maatregelen neemt de gemeente om discriminatie die leidt tot kansenongelijkheid in het onderwijs tegen te gaan, met name bij schooladviezen?
4. Is het college bereid om een onderzoek te laten uitvoeren naar mogelijke vooroordelen in het schooladviesproces binnen Utrecht?
14
Vragenuur van 6 maart 2025
De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Dank u wel. Ik kan niets anders zeggen dan dat het
schandalig is als kinderen op basis van hun achternaam ingedeeld worden in hun geschiktheid voor
vervolgonderwijs. Dat is niet uit te leggen. Ik neem daar afstand van en ik veroordeel dat scherp. De Correspondent heeft ook een onderzoek gedaan waarin bleek dat kinderen met een
migratieachtergrond inmiddels soms een beter schooladvies krijgen dan kinderen zonder
migratieachtergrond. Ik hoop dat de samenleving die ontwikkeling omarmt en dat het dit onderzoek op achternamen laat zien dat dat geen verschil meer uitmaakt. Wat doet je naam er nu toe in het leven?
Dat was het antwoord op vraag 1.
Vraag 2. Ik heb geen Utrechtse cijfers over de correlatie tussen naam en schooladvies.
Het antwoord op vraag 3. Ik moet bijna het debat van vanmiddag herhalen. We doen veel in Utrecht: de methode Vreedzaam, meervoudige schooladviezen, brede scholengemeenschappen, brede
brugklassen – hoewel de landelijke subsidie daarvoor opdroogt – en doorlopende ontwikkellijnen
tussen PO en VO, zodat talenten ook meegenomen kunnen worden naar het VO. Een bloemlezing. Tot besluit de vraag of het college bereid is zelf zo’n onderzoek te laten uitvoeren. Het eerlijke
antwoord is nee, want er is geen ruimte voor een extra onderzoek. Ik ben alleen maar vragen aan het beantwoorden over de manier waarop we dingen minder kunnen doen en ik heb geen ruimte voor een extra onderzoek.
De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen. Meneer Usta? De heer Usta (DENK): Voorzitter. Ik vind het waardevol dat de wethouder afstand neemt van
discriminatie, maar we hadden gehoopt dat het college ook bereid was een extra onderzoek te doen.
Voor de inclusiviteit in Utrecht is dat essentieel. Helaas hebben we dat niet als antwoord gekregen en wij gaan kijken wat we hiermee doen.
De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. De heer Usta moet niet de indruk wekken dat het niet
uitvoeren van het onderzoek zou betekenen dat wij niet willen werken aan een inclusieve stad. Als er iets is waar dit college voor staat, en als er iets is waar collega Voortman zich bijvoorbeeld vanuit mensenrechten mee bezighoudt, dan is het wel dat elke Utrechter telt. Dit principe is volledig
verweven in het onderwijsbeleid, op alle mogelijke punten. Dat is onze volle inzet, van het gehele
college, mijzelf niet uitgezonderd. Het wel of niet doen van een onderzoek naar de correlatie tussen schooladvies en achternaam doet daar niets aan af.
De heer Usta (DENK): Ja, ik zou zeggen: voeg de daad bij het woord. En daar laat ik het bij. De voorzitter: Daar laten we het vragenuur dan ook bij. We hebben niet alle vragen kunnen
behandelen. De overgebleven vragen, dat zijn de vragensets 7 tot en met 10, schuiven door naar het volgende vragenuur helaas. Ik wil u allen oproepen, en ook uw collega-fractiegenoten, om nog even
de procedure door te nemen, zodat we helder hebben wat vervolgvragen zijn en wat niet. Zo kunnen we de volgende keer tijd besparen.
Ik dank u allen voor uw aanwezigheid. Een fijne avond en eet smakelijk! De voorzitter sluit daarop, te 17.58 uur, het vragenuur.
15