20250206 vragenuur
Tekst van het document
2025 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur 6 februari 2025
Vragenuur, gehouden op donderdag 6 februari 2025 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Stylianou. Aanwezig zijn de leden: Sasbrink, Van Steeg, Sungur, Vermeulen en De Vries. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Otto, Oul Fakir en Van Rooij. Namens het college zijn aanwezig de wethouders: Eerenberg, Maatoug en Oosters. Griffier: mevrouw Bouts. Opening van het vragenuur. De voorzitter: Welkom allemaal bij dit vragenuur van 6 februari. We hebben weer een mooi uurtje voor de boeg, want er zijn maar liefst acht sets vragen ingediend. Ik wil ook iedereen van harte
welkom heten en vooral de publieke tribune daarachter, want die zit niet vaak zo vol. Dus van harte welkom, ook iedereen die met ons online meekijkt naar het vragenuur vandaag. We gaan snel van start en we beginnen met de set Menselijke maat bij afval van senioren.
1. Mondelinge vragen van de fracties van DENK, UtrechtNU!, Utrecht Solidair, StadsBelang, CDA,
PvdA, PvdD, VVD, Volt, D66, ChristenUnie, GroenLinks, EenUtrecht en BIJ1 over Menselijke maat bij afval van senioren.
De heer Sungur (DENK): Voorzitter. In Lombok geldt vanaf 7 februari het nieuwe inzamelen. Dat betekent dat het restafval aangeboden moet worden aan de ondergrondse containers. De
afvalzakken kunnen dan niet meer op de inzameldag op de stoep worden gezet. Dit heeft geleid tot grote zorgen bij met name senioren aan de Sumatrastraat, die vaak slecht ter been zijn. Deze
bewoners van de seniorenwoningen vrezen dat ze hun afval straks niet meer kwijt kunnen. Onder de nieuwe situatie moeten deze ouderen ruim 150 meter aan vuilniszakken sjouwen en de drukke
Kanaalstraat oversteken. Dat is niet alleen onwenselijk, maar in combinatie met een wandelstok of rollator ook een onmogelijke opgave.
Hier hebben wij de volgende vragen over.
1. Op welke manier heeft de gemeente bij de planning voor het plaatsen van ondergrondse
afvalcontainers rekening gehouden met de minder mobiele senioren aan de Sumatrastraat?
2. Zijn de bewoners van de seniorenwoningen actief betrokken geweest bij dit besluitvormingsproces en zo ja, op welke manier?
Vragenuur van 6 februari 2025 3. Waarom is er niet gekozen voor een locatie dichter bij de seniorenwoningen aan de Sumatrastraat, zodat ook zij op een toegankelijke manier hun afval kwijt kunnen?
4. Hoe verhoudt de huidige inrichting zich tot de ambitie van de gemeente om een inclusieve en toegankelijke stad te zijn?
5. Is er bestaand beleid rondom de toegankelijkheid van containers wanneer het gaat om seniorenwoningen?
6. Is de gemeente bereid om in overleg met de senioren van de Sumatrastraat te verkennen welke
mogelijkheden er zijn voor werkbare oplossingen, waaronder het plaatsen van een ondergrondse afvalcontainer dichter bij de seniorenwoningen?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter, dank en ook dank aan de talrijke indieners van de
mondelinge vragen. Dat laat zien dat u dit een belangrijk onderwerp vindt, waarvoor ook dank voor het agenderen daarvan.
Allereerst het als antwoord op vraag 1. We willen als gemeente dat er in een buurt een dekkend netwerk is van afvalcontainers, zodat iedereen zo goed mogelijk zijn afval kan wegbrengen. De
maximale afstand hiervoor is 125 meter tot iedere woning. Zo houden we ook voor senioren deze
voorzieningen goed bereikbaar. Het wooncomplex aan de Sumatrastraat, hoewel het wellicht wat ver voelt, valt binnen die richtlijnen van ons gezamenlijke beleid, namelijk op een afstand van 120
meter. Alle containers zijn gelukkig wel gelijkvloers en drempelvrij, en bewoners kunnen het afval
wegbrengen wanneer zij willen, ook in kleinere hoeveelheden en kleinere zakken. SOLGU helpt ons als gemeente als zij situaties ziet die voor mindervaliden niet geschikt zijn. Samen met SOLGU
zoeken we dan naar een mogelijke oplossing. We staan bij het toevoegen van nieuwe locaties open
voor ideeën om deze zo goed mogelijk te maken en richten hiervoor ook een inspraakprocedure in.
Ondanks dat alles, kan het nog steeds gebeuren dat er bewoners zijn die problemen ervaren. Samen met SOLGU en het buurtteam hebben we daarvoor een maatwerkaanpak ontwikkeld. Bewoners
kunnen zich hiervoor melden bij het buurtteam, in dit geval Buurtteam West, en zij kunnen dan waar nodig bewoners ondersteunen of daarmee verder helpen.
Dan het antwoord op vraag 2. Ja, de bewoners aan de Sumatrastraat zijn net als andere bewoners en ondernemers van Lombok, betrokken bij het inspraakproces en de plaatsingsprocedure voor de
ondergrondse containers. De inspraak is parallel gelopen aan de inspraak voor de herinrichting van de Kanaalstraat. Bewoners en bedrijven hebben op vier verschillende momenten informatie
ontvangen en ook gelegenheid tot het indienen van zienswijzen en daarna bezwaar gekregen.
Dan het antwoord op vraag 3. Specifiek in deze buurt speelt ook mee dat diverse straten, waaronder de Sumatrastraat, voor de inzamelwagens te smal zijn om doorheen te rijden. De Kanaalstraat is vanuit dat perspectief de beste plek voor een ondergrondse container, ook omdat dit voor veel woningen in de buurt minder dan 125 meter is.
Als antwoord op vraag 4: uitgangspunt van het beleid is dat containers goed toegankelijk zijn voor
alle bewoners. Daar werken we samen met de stad aan en houden we een maximale loopafstand aan. Er zijn echter ook situaties waarin dit niet helemaal ideaal is, zoals ook door u is toegelicht en door mij net is uitgelegd. Mocht dit voor de bewoners aan de Sumatrastraat problemen opleveren, dan
kunnen we hen in contact brengen met het buurtteam. Die kunnen helpen om te zoeken naar een oplossing.
Het antwoord op vraag 5. Er is beleid voor toegankelijkheid voor iedereen in de openbare ruimte.
Daarbij hanteren we de richtlijnen die ook door SOLGU worden geadviseerd. Ook met het ontwerp van de ondergrondse containers is rekening gehouden met de toegankelijkheid voor iedereen, en dus ook voor senioren.
2
Vragenuur van 6 februari 2025 Dan de laatste vraag. We willen dit zeker onderzoeken. Echter, de beperkte breedte van de straat
maakt een extra containerlocatie waarschijnlijk niet haalbaar. Maar we nemen contact op met het
bewonerscomplex aan de Sumatrastraat en zullen hen verbinden met het buurtteam om zo te zoeken naar een maatwerkoplossing voor hen.
De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen. De indiener? De heer Sungur (DENK): Voorzitter, allereerst dank voor de beantwoording. Ik moet eerlijk bekennen dat ik de beantwoording op sommige onderdelen best wel algemeen en vaag vond, zoals bij de
normen van de SOLGU. Wat zijn die precies? Daar had ik graag meer duidelijkheid over gewild. Ook
werd er verwezen naar het buurtteam voor maatwerkoplossingen, maar welke maatwerkoplossingen zijn er dan bekend? Graag daar eerst even een reactie op.
Mevrouw Oosters (wethouder): Wat betreft de normen gaat het om de richtlijnen uit het Handboek openbare ruimte en de richtlijn voetpaden voor iedereen van de Stichting Bouwadvies
Toegankelijkheid. Iedereen van de Stichting Bouwadvies Toegankelijkheid. Die volgen we zoveel
mogelijk bij deze inzamelvoorzieningen. Dat is passend bij ons beleid voor de openbare ruimte. Ik wilde dat nog even benoemen, want dat zijn de richtlijnen waar het over gaat.
Maatwerkoplossingen zijn natuurlijk niet voor niets maatwerkoplossingen. We willen echt samen met deze bewoners kijken wat hen helpt, want wij willen natuurlijk ook dat zij op een goede manier hun afval kunnen wegbrengen.
De heer Sungur (DENK): Morgen is het al 7 februari en vanaf dan zou dat nieuwe inzamelen ingaan. Wat betekent dit voor de mensen vanaf morgen? Gelet op hun mobiliteit zou dat vanaf morgen al problemen kunnen opleveren. Wanneer verwachten we actie van de gemeente?
Mevrouw Oosters (wethouder): We nemen dit signaal serieus en zullen binnen enkele weken contact opnemen met de bewoners om hen in verbinding te brengen met het buurtteam.
De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. We gaan nu verder met de volgende vraag. 2. Mondelinge vragen van de fractie van de PvdD over Bankjes op de Neude kunnen bomen beschermen.
Mevrouw Sasbrink (PvdD): Voorzitter. De afgelopen week ontvingen we een raadsbrief over de nieuwe inrichtingsplannen voor de Neude. De afbeelding in de brief van hoe de banken en bomen
gepositioneerd worden op het plein verbaasde ons. Door bankjes rondom de bomen te plaatsen in
plaats van los van de bomen, kan schade aan de bomen worden voorkomen. Dit zou in elk geval bij een deel van de bomen moeten kunnen passen. Daarom hebben wij de volgende vragen.
1. Ziet het college ook het risico dat wanneer bomen en boomspiegels niet beschermd worden, er
op het drukke plein al snel doorheen gelopen of gefietst kan worden, of dat er spullen tegenaan geplaatst worden waardoor de bomen kunnen beschadigen?
2. Waarom is ervoor gekozen om de dertien banken solitair op het plein te zetten en niet in ieder
geval een aantal van die banken rondom de bomen te plaatsen, waarmee zowel ruimte bespaard wordt als de bomen beter beschermd worden?
3
Vragenuur van 6 februari 2025 3. Kan het college het ontwerp nog aanpassen en alsnog een aantal banken rond de bomen positioneren?
Mevrouw Oosters (wethouder): Dank u wel, voorzitter, en ook dank aan mevrouw Sasbrink voor de
gestelde vragen. Hoewel dit onderwerp ook de portefeuille van collega Schilderman raakt, zal ik de vragen beantwoorden.
Allereerst zijn we blij met de aandacht die u vraagt voor de bomen op de Neude. De Neude is een
druk plein met veel bezoekers, fietsers en evenementen. Het is belangrijk dat we de bestaande en nieuwe bomen goed beschermen.
Ik zal mijn beantwoording anders dan normaal geven door de drie vragen tegelijk te beantwoorden, omdat er een verschil zit tussen de bomen in de terraszone en die buiten de terraszones.
Om te beginnen met de bomen buiten de terraszone. Dit betreft negen bomen die bescherming
krijgen in de vorm van een boomspiegel of een ronde bank. We plaatsen ook twee banken rondom deze bomen. De boomspiegels krijgen een opstaande rand van 12 cm hoog en beplanting die de drempel verhogen om er doorheen te lopen of fietsen in de boomspiegel te plaatsen. De banken
hebben als belangrijk doel om het plein aantrekkelijker te maken als verblijfsruimte en tegelijkertijd minder aantrekkelijk te maken om fietsen te parkeren.
Dan de bomen in de terraszone. Van april tot oktober staan er terrassen op de Neude en komen er
zeven nieuwe bomen in deze zone. Deze bomen krijgen geen groene boomspiegel of ronde bank. In deze periode bieden de terrassen zelf bescherming voor de bomen, omdat er geen fietsen tegenaan kunnen worden geparkeerd. Banken rondom de bomen in de terraszone zouden te veel ten koste
gaan van de terrassen. Dit debat hebben we eerder gevoerd. Dit vinden we voor de ondernemers op het plein niet wenselijk.
In het najaar en de winter, wanneer er geen terrassen op het plein staan, monitoren we of de
gezondheid van de bomen in het geding komt door geparkeerde fietsen. Als dit noodzakelijk blijkt, kunnen we in korte tijd de bomen van extra bescherming voorzien. Tijdens drukke evenementen worden de bomen en boomspiegels beschermd door extra maatregelen, zoals hekken.
Al met al verwachten we hiermee een balans te vinden tussen het beschermen van bomen, het
bieden van ruimte voor terrassen en het aantrekkelijk houden van het plein. We zien daarom geen aanleiding om het ontwerp aan te passen.
De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen. Mevrouw Sasbrink? Mevrouw Sasbrink (PvdD): Fijn om in de beantwoording te horen dat de bomen buiten de terrassen
enige bescherming krijgen. De bomen die alleen een 12 cm hoge rand krijgen, worden gemonitord, maar hoe wordt gewaarborgd dat dit afdoende is en dat de boomspiegels niet alsnog betreden of beschadigd?
Mevrouw Oosters (wethouder): Jazeker. In de eerste drie jaar worden deze bomen onderhouden door
een groenaannemer. Zij komen acht keer per jaar langs om de bomen in de gaten te houden en waar
nodig extra maatregelen te nemen. Dit geldt ook voor de specifieke bomen die alleen de 12 cm hoge rand krijgen.
De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. We gaan nu verder met de volgende vraag. 3. Mondelinge vragen van de fracties van EenUtrecht en Volt over Verkeersveiligheid Draaiweg en
4
Vragenuur van 6 februari 2025 David van Mollemstraat. De voorzitter: Wilt u de vragen vanaf het spreekgestoelte stellen? De heer Otto (EenUtrecht): Voorzitter. Ik heb een visuele beperking, dus ik blijf liever zitten om de vragen in te leiden.
Naar aanleiding van het tragische ongeluk afgelopen zaterdag hebben we de volgende vragen.
1. Was de gemeente bij de laatste herinrichting van de Draaiweg en de David van Mollemstraat zich bewust van de zorgen die meermaals door veel omwonenden zijn geuit?
2. Waarom heeft de gemeente bij de laatste herinrichting geen snelheidsremmende en andere veiligheidsverhogende maatregelen genomen?
3. Vindt het college nu ook dat de Draaiweg en de David van Mollemstraat officiële oversteekpunten voor fietsers en voetgangers nodig hebben?
4. Klopt het dat snelheidsremmende maatregelen haaks staan op de ambitie van het college om fietsroutes aan te leggen die zorgen voor een zo snel mogelijke doorstroming van het fietsverkeer?
5. Klopt het dat daardoor als ongewenst neveneffect ook automobilisten zich uitgenodigd kunnen voelen te hard te rijden?
6. Is het college na afgelopen zaterdag ervan overtuigd dat aanpassingen aan beide straten onvermijdelijk zijn om het voor fietsers en voetgangers veiliger te maken?
7. Aan welke maatregelen denkt het college en binnen welke termijn is iets tijdelijks mogelijk, zoals vorig jaar bij de Biltse Rading?
8. Is het college bereid een werkgroep van omwonenden mee te laten beslissen over de maatregelen die mogelijk worden genomen?
9. Is het college bereid een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar hoe de situatie aldaar verkeersveiliger kan worden, zowel overdag als 's nachts?
De voorzitter: Dank u wel. Ik merk op dat dit veel vragen zijn voor een vragenuur en dat de
wethouder deze in drie minuten moet beantwoorden. Mogelijk kunt u dergelijke uitgebreide vragen in de toekomst als schriftelijke vragen indienen.
Mevrouw Maatoug (wethouder): Voorzitter. In de nacht van vrijdag op zaterdag zijn wij een
stadsgenote verloren, 24 jaar, veel te vroeg. Ik wil beginnen met te zeggen dat het college meeleeft
met alle nabestaanden en vrienden en dat dit verlies ons diep raakt. Ik zal nu de vragen een voor een beantwoorden.
De eerste vraag. Vanaf 2019 zijn wij als onderdeel van de participatie voor de in 2023 gerealiseerde herinrichting van de David van Mollemstraat en de Draaiweg in gesprek met bewoners. In deze gesprekken hebben bewoners hun zorgen over de verkeersveiligheid en de toename van
gemotoriseerd verkeer aangegeven. Op basis hiervan hebben we het plan aangepast en nadere maatregelen genomen, zoals het aanleggen van fietsstroken en extra oversteekplaatsen met
middeneilanden, waaronder de oversteekplaatsen ter hoogte van de Zeedijk, Lauwerecht en de Verenigingstraat.
De tweede vraag. Naar aanleiding van de reacties van bewoners hebben we extra maatregelen genomen om de veiligheid voor langzaam verkeer te verbeteren, zoals fietsstroken en oversteekplaatsen met middeneilanden.
Vraag 3. Deze oversteekplaatsen met middengeleiders zijn bij de herinrichting van 2023
5
Vragenuur van 6 februari 2025 gerealiseerd. Deze waren daarvoor niet aanwezig op de Draaiweg en de David van Mollenstraat. Sinds april 2023 liggen er op meerdere plekken oversteekpunten ter hoogte van de Zeedijk,
Lauwerecht en de Verenigingstraat. Het gaat om oversteken met middeneilanden zodat fietsers en voetgangers in twee fases kunnen oversteken.
De vragen 4 en 5 zal ik samen beantwoorden. Ik begrijp deze vragen en denk dat het goed is dat we hierover met elkaar spreken in het kader van de mobiliteitsstrategie, maar ik wil dit gesprek met de raad voeren zodra we de feiten van het politieonderzoek hebben.
Vraag 6. De politie onderzoekt bij elk dodelijk verkeersongeval de rol van de infrastructuur op de
plek van het ongeval. Wij kijken vanuit mobiliteit naar eerdere ongevallen en de verkeerssituatie. Op basis van dat onderzoek en ons eigen onderzoek bepalen we of en welke verbeteringen aan de
infrastructuur mogelijk zijn. We zullen dit punt expliciet meenemen in de Voortgangsrapportage
Mobiliteit. Los hiervan spreken wij binnenkort met uw raad over ons voornemen om op de David van Mollemstraat en de Draaiweg versneld 30 km/u in te voeren, tegelijk met andere straten in de stad, zoals vermeld in de raadsbrief van november 2024.
Dan vraag 7. We wachten eerst het onderzoek van de politie af en kijken dan of aanvullende
maatregelen nodig zijn, waarover wij met de raad zullen spreken. Wij kijken zelf ook naar de verkeerssituatie. Dat willen we goed doen en dat kost tijd.
Vraag 8. Een groep van omwonenden heeft aangegeven graag in gesprek te gaan met de gemeente over de verkeerssituatie op de Draaiweg en directe omgeving te bespreken. Deze inspraak heeft
eerder tot aanpassingen geleid en samen met verkeerskundigen zullen we mogelijke maatregelen
bespreken om de verkeersdoorstroming, leefbaarheid en verkeersveiligheid te verbeteren. We gaan
daarover graag met deze bewoners in gesprek. Naar aanleiding van het ongeval onderzoeken we zelf ook opnieuw de verkeerssituatie ter plaatse van het ongeval. Op basis van dit onderzoek bepalen we of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Hierbij nemen we ook de uitkomsten van de gesprekken en de reacties van omwonenden mee. We hebben inmiddels al een uitnodiging ontvangen en er is volop contact met de ambtenaren.
Vraag 9. In mijn antwoord op vraag 6 heb ik geprobeerd het proces te schetsen, zodat duidelijk is voor de raad hoe wij nu verder gaan.
De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen. De heer Otto? De heer Otto (EenUtrecht): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de mooie woorden en de
beantwoording. Is de wethouder sinds het tragische ongeval al gaan kijken op de plek waar het gebeurd is?
Mevrouw Maatoug (wethouder): Zeker heb ik dat gedaan en wel na de wake, waar familie en vrienden samenkwamen in kleine groepen, op de avond van maandag. We hebben bloemen neergelegd. Het was bijzonder om te zien hoe de bloemenzee gedurende de dag groeide.
De heer Otto (EenUtrecht): Een laatste vraag. Heel fijn dat de gemeente toezegt te gaan onderzoeken wat er gebeurd is en wat er beter kan. Is de wethouder bereid om ook een persoonlijke schouw te doen met de bewoners op de plek zelf, zodat zij kunnen delen wat zij al jaren ervaren als grote pijnpunten?
Mevrouw Maatoug (wethouder): Ik heb net in mijn beantwoording stap voor stap uitgelegd hoe de werkwijze is. Zodra zoiets verschrikkelijks gebeurt, gaat er een protocol in werking. Dat betekent
6
Vragenuur van 6 februari 2025 niet dat er zomaar een schouw plaatsvindt, maar deze wordt wel uitgevoerd. Wat ik belangrijk vind, is om hier in een vragenuur dat protocol niet aan te passen. Dat zou onzorgvuldig zijn, juist omdat we het zo serieus nemen.
De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. We gaan nu verder met de volgende vraag. 4. Mondelinge vragen van de fracties van PvdD, PvdA, BIJ1, Volt, Student & Starter, DENK, D66 en ChristenUnie over Stop de vierde aanvliegroute!
Mevrouw De Vries (PvdD): Voorzitter. Met excuses, ik ben mijn pasje beneden vergeten, dus mijn naam staat niet op het scherm als ik in beeld ben.
De fracties zijn blij dat de gemeente Utrecht medeondertekenaar is van een brief vanuit de provincie die eerder deze week is gestuurd. In eerdere mondelinge vragen, een actuele motie en recent bij het debat over luchtkwaliteit vroegen we ook aandacht voor de gevolgen van de plannen voor de vierde aanvliegroute voor de inwoners van onze gemeente. We hebben de volgende vragen.
1. Waarom heeft de wethouder de raad niet op de hoogte gesteld van het ondertekenen van de nieuwe brief aan het ministerie en kan zij toezeggen dit in de toekomst bij beweging op dit dossier wel te doen?
2. De genoemde brief aan de minister gaat vooral in op de gewenste rol van de provincie. In
hoeverre heeft het college mee kunnen denken over de inhoud en de formuleringen in de brief?
3. Wat gaat de wethouder doen om niet alleen de positie van de provincie, maar ook die van de
gemeente en onze inwoners te versterken in de besluitvorming over de vierde aanvliegroute?
4. Deelt de wethouder dat we als gemeente niet achterover mogen leunen om de besluitvorming van het Rijk, maar af te wachten, maar dat een proactieve houding nodig is en dat we die ook moeten nemen als gemeente om de vierde aanvliegroute tegen te houden?
Mevrouw Oosters (wethouder): Dank u wel, voorzitter, en ook dank aan de indieners. Ik ben namelijk ontzettend blij – en dat is ook het antwoord op de eerste vraag – met de nauwe betrokkenheid van
de raad bij dit onderwerp. Ik heb zijn oproep luid en duidelijk verstaan in de verschillende debatten en vragensets. Met die lijn ga ik op pad, onder andere in de vorm van lobby en brieven. De
boodschap in de brief was in lijn met eerdere oproepen, zoals dat vaak het geval is bij onze lobbyinzet. Daarom is het niet gebruikelijk om over die doorgezette lijn altijd te communiceren met de
raad. Maar de betrokkenheid van de raad is duidelijk en ik zal de raad over belangrijk nieuws op dit
dossier daarom ook op de hoogte houden. Het is even aanvoelen, maar ik denk dat het niet altijd de lobbybrieven zelf zijn, maar meer de volgende stappen van het Rijk en onze reactie daarop. Voor nu is er niet meer duidelijk geworden vanuit het Rijk en was het vooral het nogmaals ondersteunen van het standpunt dat we al hadden.
Dan het antwoord op vraag 2. Lobbybrieven hebben niet altijd een even gestructureerde geboorte,
maar wij hebben uiteindelijk zeker kunnen meedenken over de inhoud. Deze was in eerste instantie
zelfs wat zachter dan nu, waarop we dus ook flink hebben bijgestuurd als Utrecht. Het gaat ons dan ook met name om de kracht van dat signaal en de gezamenlijkheid ervan. De ervaring leert dat dat het effectiefst is.
Dan het antwoord op vraag 3. Het Rijk heeft in het verleden beloofd de provincie een rol te geven in de vorm van een gebiedsadvies als de eerste contouren van de nieuwe route bekend worden. Wat
ons betreft, staat onze positie dan ook het sterkst als we nauw blijven optrekken met de provincie en
7
Vragenuur van 6 februari 2025 regiogemeenten. Als er straks daadwerkelijk een schetsontwerp komt, wellicht, dan is dat wat ons
betreft ook een belangrijk moment om ons standpunt over het voetlicht te brengen. We zullen hier dus zeker niet passief in zijn.
Het antwoord op de vierde vraag. Deze opvatting deel ik volledig en vandaar ook onze deelname aan de brief waarover wij nu spreken. Ik houd nauw contact met de provincie hierover om als regio gezamenlijk hierin actief te blijven optrekken.
De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk rond voor aanvullende vragen. Mevrouw Vermeulen? Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Ja, dank u wel. GroenLinks maakt zich ook zorgen over de vierde
aanvliegroute en we zijn ook blij met de manier waarop het college zo actief heeft geacteerd in deze. Wat kunnen wij doen om het college nog verder te steunen?
Mevrouw Oosters (wethouder): U steunt mij ontzettend op dit onderwerp. Ik merk echt dat de raad
dit een belangrijk thema vindt, onder andere doordat u het noemt in debatten, mij op pad stuurt met een lobbyboodschap, en ook in de mondelinge vragen die al eerder hierover gesteld zijn. Dat doe ik dus graag en aan die ondersteuning hebben we veel. Maar ik denk dat een belangrijk volgend
politiek moment toch echt het schetsontwerp zal zijn. Tot die tijd is het even afwachten hoe dat eruit ziet.
De voorzitter: Mevrouw De Vries? Mevrouw De Vries (PvdD): Voorzitter. Dank ook aan de wethouder voor de beantwoording, maar onze insteek van deze vraag was juist om niet af te wachten wat het schetsontwerp van het Rijk is, maar om juist de lobby ook hierop voort te zetten voordat we dat als gemeente ontvangen. Deelt de wethouder dat dit niet zinvoller zou zijn?
Mevrouw Oosters (wethouder): Ja, dat is ook precies waarom we dat nu al twee keer hebben gedaan. We hebben al eerder vorig jaar een brief gestuurd en nu dus ook onlangs zonder dat wij eigenlijk
extra informatie vanuit het Rijk hebben, om maar ons standpunt te blijven onderstrepen. Volgens mij hebben we dat nu voldoende gedaan en is het nu een ernstige zaak dat het Rijk op onze brief moet
reageren. Ik denk dat dat de volgende stap is en dan kunnen we vanaf daar weer verder. Ik weet niet of nog een brief met hetzelfde signaal effectief zal zijn, maar de raad kan van mij een actieve houding op dit onderwerp verwachten.
Mevrouw De Vries (PvdD): Ik begrijp dus dat er twee keer een brief is gestuurd. Het is heel erg
kwalijk dat we daar geen reactie op krijgen van het Rijk. Maar daarom heb ik zojuist een vraag
gesteld: in deze brief die deze week is gestuurd, gaan we niet in op de gemeente en ook niet op de rol van de inwoners in dit proces. Deelt de wethouder dat het dan dus juist wel zinvol kan zijn om druk te blijven uitoefenen en ook in een volgende brief juist wel op deze twee zaken in te gaan?
Mevrouw Oosters (wethouder): Ja, ik onderken dat druk blijven uitoefenen ook kan helpen. Het komt ook vanuit heel veel gemeenten, dus dat gezamenlijke geluid is belangrijk. Volgens mij hebben we dat nu met de brieven goed gedaan en ik zal in een volgend communicatiemoment ook zeker
nadenken over de echte rol voor inwoners en bewoners, en het effect van de vierde aanvliegroute voor hen. Dat zal ik zeker meenemen in het signaal.
8
Vragenuur van 6 februari 2025
De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. We gaan nu verder met de volgende vraag. 5. Mondelinge vragen van de fracties van BIJ1, PvdD, GroenLinks, CDA, Volt en PvdA over Stop de leegstand in Kanaleneiland en Overvecht!
Mevrouw Oul Fakir (BIJ1): Voorzitter. We bevinden ons midden in een wooncrisis en toch staan er nog veel te veel woningen leeg in Utrecht. Uit een artikel van De Nuk blijkt dat er ook in de wijken
Kanaleneiland en Overvecht steeds meer leegstaande flats zijn. Alleen in Overvecht-Zuid staan er
ongeveer 30 flats leeg en aan de Marshalllaan zijn er 13 woningen zichtbaar onbewoond, waarvan
vier langer dan zes maanden leegstaan. De eigenaar heeft de leegstand van deze flats niet gemeld, wat een overtreding is van de leegstandsverordening. Zowel de wethouder als de gemeente waren echter niet op de hoogte van deze situatie.
De vraagstellende partijen vinden het onacceptabel dat deze woningen niet bewoond worden met de huidige woningnood en stellen daarom de volgende vragen.
1. Wat heeft de wethouder gedaan naar aanleiding van dit artikel?
2. In het raadsvoorstel verordening leegstand wordt aangegeven dat boetes een middel zijn dat
gebruikt wordt wanneer eigenaren een overtreding begaan, zoals het niet melden van woningen die langer dan zes maanden leegstaan. Toch geeft de wethouder aan niet direct te willen
beboeten, ondanks dat de verhuurder bewust leegstand in stand houdt. Waarom kiest de wethouder voor deze terughoudende benadering en wanneer wordt er wel besloten tot beboeting?
3. De gemeente en de wethouder waren niet op de hoogte van de langdurige leegstand, terwijl
handhaving en toezicht wel onderdeel zijn van de leegstandsverordening. Hoe komt het dat dit niet werd opgemerkt en welke maatregelen gaat de wethouder nemen om te voorkomen dat leegstand niet wordt gemeld of gemist door de gemeente? Graag een reflectie.
4. Het artikel wijst erop dat buitenlandse investeerders al meerdere misstanden hebben begaan met betrekking tot leegstand, slechte vastgoedpraktijken en achterstallig onderhoud. Welke stappen
is de wethouder van plan te nemen om de invloed van buitenlandse beleggers beter te reguleren en te zorgen dat zij zich aan de lokale regels houden, vooral als het gaat om het voorkomen van langdurige leegstand?
De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Ik beantwoord deze vragen namens wethouder De Vries, die vandaag niet aanwezig kan zijn bij het vragenuur.
Wij zijn bekend met de leegstand die in het artikel genoemd wordt. We hebben er ook naar gekeken en zijn inmiddels in actie gekomen. Er zijn in ieder geval twee flats die langer dan zes maanden leegstaan. Dat is een overtreding en daarom hebben we na inspectie een handhavingstraject
opgestart. De andere flats lijken korter dan zes maanden leeg te staan of zijn nog niet door de inspecteur bezocht.
Waarom hanteren we een escalatiemodel? Dat brengt mij bij vraag 2. Het is echt onze
handhavingsstrategie om eerst te kijken of we een boete kunnen voorkomen. We weten namelijk dat een dreigende boete mensen vaak eerder in beweging brengt dan direct een boete opleggen. In
sommige gevallen leidt een gesprek onder druk van een dreigende boete tot het gewenste resultaat. Werkt dat niet? Dan volgt alsnog de boete. Bij grove overtredingen treden we uiteraard direct handhavend op.
9
Vragenuur van 6 februari 2025 De eerlijkheid gebiedt te zeggen – en dat is het antwoord op vraag 3 – dat wij ook gewoon moeten
roeien met de riemen die we hebben. We hebben niet oneindige capaciteit bij handhaving. Bovendien vragen we ook van onze handhavers om andere zaken te controleren. Eind vorige maand stonden er bijvoorbeeld 2.170 woningen langer dan zes maanden leeg. Dat is veel te veel, maar het is
onmogelijk om al deze woningen in korte tijd te bezoeken en sanctietrajecten te starten, tenzij de raad andere keuzes maakt in het handhavingsbeleid, zowel qua prioritering als budget.
Dan vraag 4 over buitenlandse investeerders. Voor ons maakt het niet uit wie de eigenaar van de
woning is. Iedereen moet zich aan dezelfde wet- en regelgeving houden. Staat een woning te lang leeg, dan komt deze op onze radar en starten we het handhavingstraject. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Mevrouw Oul Fakir (BIJ1): Voorzitter. De wethouder geeft aan dat er eerst een gesprek wordt gevoerd, maar als we kijken naar de escalatieladder, staat er duidelijk dat bij een overtreding een boete volgt. Een overtreding is bijvoorbeeld het niet melden van leegstand, zeker wanneer je ook de achtergrond van deze verhuurders meeneemt. Het zijn de Qatar-flats, waar al veel over geschreven is. Waarom dan alsnog deze terughoudende houding?
De heer Eerenberg (wethouder): Het is wat ons betreft geen terughoudende, maar een effectieve
houding. We weten dat de dreiging van een boete als zij nu geen actie ondernemen, sneller werkt
dan wanneer je de boete oplegt. Werkt dat niet, dan volgt alsnog de boete. Of het nu om de Qatar flats gaat of een andere eigenaar, dat maakt voor ons geen verschil. Ik adviseer de raad om de regeling zo te laten, omdat de ervaring leert dat je dan meer voor elkaar krijgt. De voorzitter: Dank u wel. We gaan door met de volgende vragen. 6. Mondelinge vragen van de fracties van Student & Starter, D66, Volt en GroenLinks over Elke seconde telt, zoek de AED die je helpt.
De heer Van Rooij (Student & Starter): Voorzitter. Vier op de tien mensen weten niet of er een AED in hun buurt is, zo blijkt uit onderzoek van de Hartstichting. Dat is zorgelijk, want bij een hartstilstand telt elke seconde en de overlevingskans is het grootst als je binnen zes minuten wordt
gereanimeerd. In 2020 gaf het college aan zich in te zetten voor een dekkend netwerk aan AED's in
Utrecht. Hoewel de dekking sindsdien is verbeterd, lopen Utrechters nog steeds onnodig risico als zij niet weten of er een AED beschikbaar is in hun buurt.
Daarom stelt de fractie van Student & Starters, samen met D66, Volt en GroenLinks, de volgende vragen.
1. Hoewel de dekkingsgraad sinds 2020 is vergroot, wonen enkele honderden Utrechters nog steeds in gebieden zonder AED binnen 500 meter. Wat gaat het college doen om ervoor te zorgen dat ook voor deze inwoners een AED beschikbaar wordt binnen de geadviseerde afstand?
2. De exacte locaties van AED's mogen niet openbaar gedeeld worden vanwege privacyregels, maar
burgerhulpverleners kunnen deze wel inzien via HartslagNu. Heeft de gemeente inzicht in hoeveel Utrechters zich hebben aangemeld als burgerhulpverlener? Is dat aantal voldoende om ervoor te zorgen dat er in geval van nood altijd iemand beschikbaar is die kan reanimeren met een AED?
3. Welke mogelijkheden ziet het college om ervoor te zorgen dat mensen in een noodgeval weten wat ze kunnen doen om toegang tot een AED te krijgen?
10
Vragenuur van 6 februari 2025 4. Is het denkbaar dat de gemeente, eventueel samen met andere partijen, meer AED's plaatst op
vaste en herkenbare locaties, zoals openbare gebouwen of ov-haltes, zodat mensen weten dat er altijd een AED beschikbaar is?
5. Tot slot roepen wij iedereen op om zich aan te melden als burgerhulpverlener en te kijken of er in hun buurt nog een AED nodig is. Kan de wethouder deze oproep onderschrijven?
De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Dit is een belangrijk thema, want we weten dat een AED een leven kan redden en daarom is laagdrempelige toegang tot AED's belangrijk. We hebben daar een behoorlijke inhaalslag in gemaakt. In de raadsbrief van 2020 kwamen we erachter dat er nog
veel te verbeteren viel, maar tussen 2021 en 2023 is er eigenlijk in onze stad een flinke inhaalslag geweest. Alle credits daarvoor gaan naar het Diakonessenhuis. Zij hebben zich in 2021 bij ons
gemeld en gezegd dat dit in de stad van het gezonde stedelijk leven verbeterd moest worden. Samen met een heel aantal partners en wij, via ons Initiatievenfonds, hebben ervoor gezorgd dat we,
behalve aan de randen van de stad waar relatief weinig mensen wonen, nu nagenoeg een dekkend netwerk hebben. Ook HartslagUtrecht en Fuego hebben gratis trainingen in wijken georganiseerd waar de nieuwe AED's geplaatst zijn.
Los daarvan zijn er natuurlijk andere initiatieven geweest in de stad om AED's op te hangen, ook
door wijken en buurten zelf. De regeling staat nog steeds open. Dus als bewoners aan de randen van de stad er ook een willen, is 50% financiering voor deze AED’s via het Initiatievenfonds beschikbaar.
Het antwoord op vraag 2. Wat wij weten van de organisatie HartslagNu, is dat 1,5% van de Utrechtse bevolking burgerhulpverlener is. Dat is een wat ouder cijfer, maar ze hadden geen nieuwer. Wij
verwachten dat het niet veel veranderd is, en daarmee doen we het eigenlijk heel goed, want 1% is de aanbevolen hoeveelheid burgerhulpverleners. Er zijn veel gemeenten die dat niet halen, dus we mogen trots zijn op onze inwoners.
Dan de toegang tot de AED's. Ja, deze moeten echt gebruikt worden door mensen die een training
gehad hebben en ook geopend en bediend worden door mensen die aangesloten zijn bij HartslagNu. Ik zou de vraag dan ook willen omdraaien: als mensen burgerhulpverlener willen worden, meld je aan, dan krijg je de training en kun je erbij komen.
De volgende vraag was of er nog meer plekken mogelijk zijn voor AED's. Altijd, heb ik bij de eerste vraag al iets over gezegd. En uw oproep aan de mensen om burgerhulpverlener te worden,
onderschrijf ik zeer. Ik zal hem misschien zelf ook maar weer eens op social media delen, naar
aanleiding van uw vragen. Maar misschien is het ook wel mooi om de vraag aan de raad te stellen:
wie van u is eigenlijk burgerhulpverlener? Goed voorbeeld doet goed volgen. Dat kan nog een beetje beter, zo zeg ik ook tegen mezelf.
De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen en dan gaan wij over naar de volgende set vragen. 7. Mondelinge vragen van de fractie van het CDA over Luchtkwaliteits- en geluidsnormen bij scholen zoals de International School Utrecht in Papendorp.
De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter, namens mevrouw Zwinkels de volgende vragen.
Deze week ontvingen wij een mail van een inwoner tijdens het debat rondom luchtkwaliteit. Enkele weken geleden vroegen wij de wethouder naar de normen rondom scholen. De wethouder deed in
het commissiedebat de toezegging binnen de bestaande afstandsnorm te blijven en alleen bij hoge uitzondering gemotiveerd af te wijken.
We hebben de volgende vragen aan het college.
11
Vragenuur van 6 februari 2025 1. Voldoet de huisvesting van de International School Utrecht in Papendorp aan de normen van de gemeente op luchtkwaliteit en geluid? Zo ja, welke norm is dit? En zo nee, waarom niet?
2. Deelt het college dat een gezonde leeromgeving belangrijk is voor kinderen en dat de gemeente een verantwoordelijkheid draagt in het beschermen en waarborgen hiervan? En welke
verantwoordelijkheid heeft de gemeente specifiek voor deze school en hoe werkt zij hierop samen?
3. Welke maatregelen worden genomen om de blootstelling aan geluid en luchtverontreiniging te verminderen? Hoe worden ouders hierin meegenomen en geïnformeerd?
4. Kan de wethouder toezeggen in overleg met de GGD nader onderzoek te doen in het belang van zulke schoollocaties en de raad te informeren over de uitkomsten?
De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Dank voor de vragen. Het is misschien goed om het
kortst mogelijke antwoord te geven. Collega Oosters heeft terecht gezegd dat we ons aan de norm houden. De Utrechtse norm is strenger dan de wettelijke norm, dus we houden ons altijd aan de
wettelijke norm, behalve bij hoge uitzondering. En de tijdelijke vestiging van de International School is zo'n uitzondering.
Wat doen we bij een uitzondering? Dan nemen we aanvullende maatregelen. Het schoolplein ligt zo ver mogelijk van de snelweg af, dus aan de oostzijde van het gebouw. Er zijn extra technische
maatregelen genomen, zoals voorzetwanden, speciaal glas en kierafdichting van het hoogste niveau, zodat de luchtkwaliteit in het schoolgebouw voldoet aan het niveau van Frisse Scholen klasse B, voor de liefhebber. Dat is natuurlijk moeilijker te realiseren bij een gebouw dicht bij de weg dan bij een gebouw dat verder weg ligt. Maar we hebben toch gezegd: dan moet je aan die norm voldoen. We
hebben ook met de International School afgesproken dat zij het gebouw zodanig gebruiken dat de plekken waar de leerlingen het vaakst komen, het verst afliggen van de bronnen van geluid en
luchtvervuiling. Die lokalen worden het eerst en het meest gebruikt. Dit is getoetst door de collega's van Volksgezondheid en we hebben u daar overigens ook een raadsbrief over geschreven. Dat was namelijk de kwartaalbrief Onderwijshuisvesting Q3 en Q4 van 2023, waarin we dit met u gedeeld hebben.
Dan het antwoord op de tweede vraag. Uiteraard is een gezonde leeromgeving belangrijk. Daarom hebben we de Utrechtse norm, die strenger is dan de wettelijke norm, en een werkwijze om daar alleen bij uitzondering van af te wijken met altijd aanvullende maatregelen. Wij zijn daarvoor
verantwoordelijk als het gaat over planning en inpassing, maar in het dagelijks gebruik zijn de
schoolbesturen verantwoordelijk. Je moet er ook gewoon voor zorgen dat de ventilatie aanstaat, dat
de deuren dicht zijn, dat je je filters schoonmaakt, et cetera. Dat weten de scholen als geen ander. Ik denk eerder dat, als je het ze vraagt, ze zullen zeggen dat we dat net iets te vaak benadrukken. Het antwoord op de derde vraag heb ik in mijn eerste antwoord al gegeven.
Dan het antwoord op vraag 4. Wij zien geen meerwaarde in overleg met de GGD, omdat we eigenlijk een vastgestelde werkwijze hebben met eigen normen, extra toetsing daarop, en bij afwijking ook
aanvullende maatregelen die we met onze eigen expertise voldoende kunnen beoordelen. Dan blijft overigens ook de schaarse capaciteit van de GGD beschikbaar voor de buurgemeenten. Ook wel zo fijn.
De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): De wethouder zegt dat dit een tijdelijke situatie is, maar is al duidelijk hoelang dit zal duren?
12
Vragenuur van 6 februari 2025
De heer Eerenberg (wethouder): Nee, wist ik het maar. We zijn toch afhankelijk van de nieuwbouw en daar zitten we, zoals op veel plekken in de stad, te puzzelen met het dilemma van netcongestie. De voorzitter: Dan gaan wij terug naar de indiener. De heer Van Steeg (CDA): Welk effect hebben de aanvullende maatregelen die zijn genomen en is dat voldoende volgens de maatstaven die de gemeente zelf stelt?
De heer Eerenberg (wethouder): Ja, en zodanig dat het niveau in de school voldoet aan Frisse Scholen klasse B. U kunt daar even op googelen en dan ziet u dat dat een keurige norm is. Ondanks de moeilijke plek voldoet deze school daar toch aan.
De heer Van Steeg (CDA): Dat ga ik zeker doen. Hoe lang is het wat betreft de wethouder acceptabel? Is daar een deadline voor of zegt hij dat dit de situatie is, totdat de nieuwe school er is en dat daar ook wat betreft de luchtkwaliteit geen tijdlijn of deadline aan vastzit?
De heer Eerenberg (wethouder): Het binnenklimaat niet. Dat hebben we goed geregeld en dat voldoet aan de normen. Dat heeft allerlei extra investeringen van ons gevraagd. Buiten is het natuurlijk
minder schoon dan op andere plekken in de stad. Vandaar dat de entree en het schoolplein aan de andere kant zitten. Dat wil je zo kort mogelijk laten duren. Dus ik hoop dat de bouw voorspoedig verloopt. Maar er is geen objectieve volksgezondheidsreden om te zeggen dat dit morgen of overmorgen moet stoppen. We kunnen echt de nieuwbouw afwachten.
De heer Van Steeg (CDA): Ik begrijp dat ook de gemeente Utrecht daar geen termijnen in stelt.
Hoeveel scholen vallen onder een luchtkwaliteit die eigenlijk onvoldoende is voor de stad Utrecht? De heer Eerenberg (wethouder): U overvraagt mij. Ik heb twee casussen concreet in mijn hoofd
waarbij bij het ontwerp van de school wordt gekeken waar de lokalen zijn? Dan haal je wel de 50
meternorm. Je kunt twisten over de vraag of je afwijkt, ja of nee. Ik weet dat er ook plekken zijn waar we anticiperen op verkeersafname. Een van die plekken waar dit gaat gelden is bijvoorbeeld de
middelbare school die in de Merwedekanaalzone komt. Maar ik heb nu geen uitvoerig antwoord gegeven, omdat dit nader onderzoek vraagt. Dus als u dat nodig heeft, stelt u die vraag als een technische vraag, dan gaan we dat voor u uitzoeken.
De voorzitter: Dank u wel. Wij gaan door met de laatste set vragen van dit vragenuur. 8. Mondelinge vragen van de fracties van GroenLinks, EenUtrecht, Volt en PvdA over Onrust bij scholen en ouders over de doorstroomtoets.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Voorzitter. Deze week wordt de doorstroomtoets weer afgenomen in groep 8. Samen met het schooladvies van de leerkracht bepaalt de doorstroomtoets het
uitstroomprofiel van de leerling. Al jaren is er kritiek op de vroege selectie en de sorteermachine die het onderwijs is geworden en die we nog steeds in stand houden.
Er blijken grote verschillen te zitten tussen de verschillende doorstroomtoetsen die door
commerciële aanbieders worden aangeboden. Dit leidt tot discussie over de betrouwbaarheid van de
13
Vragenuur van 6 februari 2025 doorstroomtoets als middel om het advies van de school bij te stellen, maar ook tot onrust. Er wordt zelfs gezegd dat dit systeem ongelijkheid kan vergroten.
Dit maakt dat de fracties van GroenLinks, Utrecht Volt en de PvdA de volgende vragen hebben. 1. Herkent het college dat er onrust is bij scholen en ouders over de doorstroomtoets? 2. Is bekend of er Utrechtse scholen zijn gestopt met de doorstroomtoets?
3. Hebben we zicht op wat het effect van de doorstroomtoets is op het bijstellen van het advies in Utrecht?
4. Is het college het met ons eens dat de onrust over de doorstroomtoetsen het beste opgelost kan worden met latere selectie?
5. Welke stappen kan het college in Utrecht zetten op dit terrein en wat kan er op landelijk niveau gedaan worden om het systeem structureel aan te passen en te komen tot latere selectie?
De voorzitter: Dank u wel. Voor de laatste keer dit vragenuurtje geef ik het woord aan de heer Eerenberg.
De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter, dank voor de vragen. Ik heb de berichten in de media
natuurlijk gezien. We hebben met een aantal schoolbesturen vandaag even gesproken. Er is onrust,
maar die onrust gaat niet specifiek over de doorstroomtoets, of in ieder geval niet meer dan anders. Eigenlijk is het gewoon de bekende groep 8-spanning. Scholen geven aan dat het vergelijkbaar is met de spanning rond de Cito-toets.
Wat wel speelt, is dat er binnen het onderwijs zelf nu discussie wordt gevoerd over wat men hiervan vindt en wat men ermee wil.
Dan het antwoord op vraag 2. Onze scholen conformeren zich nog aan de afspraken en de wet, dus
ze gaan door met de toets zoals die nu bedacht is. Maar er wordt wel volop over gediscussieerd. Dat is mij vandaag duidelijk geworden. Naar mijn mening is dit uiteindelijk iets wat op landelijk niveau moet worden besproken. Bij vraag 5 hoort dan ook het antwoord dat men zich daar zal moeten afvragen of dit systeem nog helpend was, ja of nee.
Het effect van de doorstroomtoets moet ik afleiden uit landelijke cijfers, want ik heb geen specifieke Utrechtse cijfers. De PO-Raad heeft bijvoorbeeld gekeken en ziet dat door de doorstroomtoets 27% van de kinderen een meervoudig schooladvies heeft gekregen, tegenover 10% voorheen. Het
anekdotische beeld – en dat vind ik zelf zeer schrijnend – is dat van die kinderen die een dubbel
advies hebben gekregen, een gedeelte na het eerste jaar op de middelbare school toch weer naar een ander niveau moet. En dat is, als jong mens, natuurlijk verschrikkelijk. Je verliest je vriendjes, zeker als je op een school zit waar dat nieuwe niveau of die leerstroom niet wordt aangeboden. Dat zijn
allemaal minidrama’s als je 13, 14 of 15 bent. Dus het zou best kunnen dat we hier het paard achter de wagen hebben gespannen. Maar ik weet dat daar in deze zaal heel verschillend over gedacht wordt. Dit is in ieder geval hoe ik het weeg.
Ik ben het er zeer mee eens dat latere selectie de echte oplossing is. Soms droom ik ervan: was ik maar wethouder in Denemarken, waar je meer zeggenschap over het onderwijs hebt, minder concurrentie binnen het onderwijs, vroege schoolgang en latere selectie. Ik gun ons dat
onderwijssysteem. Maar dan heb ik als minister van Onderwijs een sollicitatiebrief te schrijven en
dan hebben we ook een andere verkiezingsuitslag nodig. Dat wordt een tamelijk kansloos briefje. Wat kunnen we in Utrecht doen om het systeem aan te passen? Weinig, behalve tegen het Rijk
zeggen wat wij vinden. Dat doe ik onder andere samen met collega-wethouder Moorman. Wat we wel kunnen doen, is lokaal brede brugklassen en brede scholen stimuleren. Daar is geld voor nodig en daar zijn gebouwen voor nodig die daarop zijn ingericht. En dit zijn nu net weer dingen waar Den
14
Vragenuur van 6 februari 2025 Haag van heeft gezegd daarmee te zullen stoppen. Dus ook daar moeten we weer met tegenwind door besturen met een lege portemonnee. Dat is moeilijk.
De voorzitter: Meneer Otto, ik zie dat u nog een vraag wilt stellen, maar u bent door uw spreektijd heen.
De heer Otto (EenUtrecht): Voorzitter. U geeft aan dat ik door mijn tijd ben. Ik wil daar toch bij
aangeven dat ik veel moeite heb om mijn tekst te lezen. Ik wil niet het zielige verhaal ophangen, maar ik ben altijd meer tijd kwijt met lezen dan anderen. De voorzitter: Ik zie dat we nog tijd hebben, dus vooruit. De heer Otto (EenUtrecht): Dat vind ik heel coulant. Maar ik zou het desondanks toch fijn vinden als we het daar een keer over kunnen hebben, want nu ben ik iemand met een visuele beperking die zich rottig moet gaan voelen over het feit dat hij een visuele beperking heeft. Maar goed, dat is misschien voor een ander moment.
Ik wilde aangeven dat ik zelf het levende voorbeeld ben van iemand die de hoge verwachtingen niet inloste en afzakte in de brugklas. Dat is iets van alle tijden. Heeft de doorstroomtoets ervoor gezorgd dat dat vaker gebeurt dan het al in de praktijk het geval was?
De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Er ontspint zich hier een mooi debat over inclusie, maar dat is inderdaad het beeld binnen het onderwijs: dat het nu vaker gebeurt.
De voorzitter: Ik hoor van de griffie dat het punt van de heer Otto meegenomen gaat worden naar
het dagelijks bestuur, waar besproken wordt of wellicht meer tijd kan worden gegeven. Ik kan daar helaas niet structureel iets aan veranderen.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Wij horen ook deze signalen wel, maar we hebben nog nergens cijfers daarvan gezien. Dus we vinden het ook moeilijk om te zeggen of dit nu speelt of niet. Dat
daardoor kinderen uitvallen, is wel zorgelijk. Houdt het college deze ontwikkelingen in de gaten, of is daar monitoring op?
De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter, wij hebben zelf die gegevens niet, dus die moeten we bij
de scholen opvragen. En dat levert altijd weer vragen op rondom gegevensdeling. Zijn deze gegevens beschikbaar? Op welk aggregatieniveau? Ik zal de vraag aan de scholen stellen, want ik ben zelf net zo geïnteresseerd als u. We hebben binnenkort een ULA-dag en daar zal ik letterlijk deze vraag stellen. En als er een antwoord is, dan deel ik dat met u in de kwartaalbrief.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Ik heb uit Amsterdam gehoord dat een bestuur scholen heeft
geadviseerd om te kiezen voor een bepaalde toets, vooral de Leerling in Beeld-toets. Is dat ook in Utrecht gebeurd?
De heer Eerenberg (wethouder): Dat weet ik niet. Ik weet niet of onze schoolbestuurders specifieke
opvattingen hebben over de aanbieders van de toetsen. Ik heb die overigens zelf niet; dat zou ik ook ingewikkeld vinden. Maar ik weet niet of er een advies is geweest van schoolbesturen over de te gebruiken toets. Misschien wel.
15
Vragenuur van 6 februari 2025
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Het gaat er dan vooral om dat ze zeggen dat het een vergelijkbare toets moet zijn, zodat alle scholen onder één koepel, in verband met vergelijkbare resultaten, dezelfde toets kiezen. Hoe staat de wethouder daar tegenover?
De heer Eerenberg (wethouder): Dat vind ik oprecht moeilijk in te schatten. Als ik daar een mening
over had, zou ik die nu geven. Ik weet bijvoorbeeld dat Cito en IEP naast elkaar worden gebruikt. Er
zijn mensen die zeggen dat dat niet kan. Er zijn ook mensen die zeggen dat de toetsmakers de dure plicht hebben om ervoor te zorgen dat de resultaten vergelijkbaar zijn. Ik weet niet welke van deze twee groepen gelijk heeft. Dan zal ik echt wat nadere studie moeten doen naar de toetsopzet, toetskwaliteit, wat de toetsen meten en of de uitslagen van die toetsen vergelijkbaar zijn. Ter
principale zou ik zeggen dat het vreemd zou zijn als de aanbieder van de toets bepalend is voor de
uitslag van de toets. Dat zou ten principale vreemd zijn. Als dat het geval is, hebben we wat te doen. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Daarmee zijn we ook aan het einde van het
vragenuurtje gekomen. Het doek valt. Aan het einde van dit vragenuurtje wens ik u allen een fijne avond en een goede reis naar huis.
De voorzitter sluit daarop, te 17.58 uur, het vragenuur.
16
Vragenuur van 6 februari 2025 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 6 februari 2025.
Mondelinge vragen van de fracties van EenUtrecht en Volt over Verkeersveiligheid Draaiweg en David van Mollemstraat
Wethouder Maatoug •
zegt toe ten aanzien van het ongeluk op de Draaiweg na het politieonderzoek gevolgd door het onderzoek van de gemeente naar de verkeersituatie de raad hierover schriftelijke te informeren in de Voortgangsrapportage Mobiliteit Q2 2025.
17