2025.03.20 Gemeente Utrecht - Commissie Mobiliteit, groen en openbare ruimte (MGOR) 29166
Tekst van het document
35
40
De heer Talhaoui (PvdA) hoort dat UtrechtNu! een herinrichting steunt, maar heeft UtrechtNu! eerder ook horen zeggen dat ze tegen alle herinrichting zijn. Hij wil weten of UtrechtNu! nu wel of geen herinrichtingen steunt. De heer Bosch (UtrechtNu!) is van mening dat er een soort frame wordt neergezet, alsof hij geen enkele herinrichting steunt, terwijl hij juist deze herinrichting bespreekbaar vindt. Het feit is dat de bussen daar rijden, en dan gaat het om voorstellen om die onder de grond te leggen of de weg opnieuw in te richten. Hij vindt het een valse tegenstelling dat er wordt ingericht op 30 km/u voor bussen, terwijl er ook een convenant ligt om buslijn 28 te versnellen. Hij vindt het ongelofelijk dat de bus wordt aangepakt, terwijl die juist een oplossing zou moeten zijn voor de bereikbaarheidsproblemen.
45
De heer Talhaoui (PvdA) hoort UtrechtNu! heel fel zijn tegen alles in Utrecht, maar hoort geen oplossingen. Hij hoort UtrechtNu! ook niets zeggen over de herinrichting, maar als er dan een herinrichting komt, is UtrechtNu! alsnog aan het fulmineren. Hij vraagt of UtrechtNu! dit zelf ook niet als tegenstrijdig ziet.
50
De heer Bosch (UtrechtNu!) vindt het “waanzin” wat de PvdA zegt. Volgens hem is het een uitwas van het gevoerde beleid, en vervolgens wordt er weer een herinrichting voorgesteld zonder dat daar geld voor beschikbaar is. Als de PvdA geld beschikbaar stelt, is hij niet tegen een herinrichting. Hij is wel tegen het creëren van verkeersonveiligheid, waarna wordt gedaan alsof het wordt opgelost, terwijl dat niet gebeurt. Tot slot geeft hij aan dat het heel duidelijk is hoe UtrechtNu! hierover denkt. De petitie laat zien wat de mensen ervan vinden en dat ze ontevreden zijn.
55
De heer Mulderij (CDA) denkt er anders over en vindt het noodzakelijk dat er aanpassingen worden gedaan om de stad bereikbaar te houden. Soms wordt er op meerdere plekken tegelijk Pagina 17 van 28
capaciteit ingezet, dat het overal langer duurt. Het CDA vraagt of het college extra capaciteit kan inzetten op projecten die vertraging oplopen, om de afronding daarvan te versnellen. 5
10
De heer Usta (DENK) vraagt of hij het goed begrijpt dat de versmalling van wegen en het aanbrengen van een knip horen bij een groeiende stad. De heer Mulderij (CDA) begrijpt dat er meer verkeer komt bij een groeiende stad. Daarbij is het ook belangrijk om duidelijk te maken dat niet iedereen overal met de auto op de snelste manier kan komen. Hij begrijpt dat andere vormen van vervoer gestimuleerd worden. De heer Usta (DENK) vindt dat er actief “geplaagd” wordt en vraagt of dit de manier is waarop het CDA met Utrechters wil omgaan.
15
De heer Mulderij (CDA) wil dat niet zo noemen. In de praktijk pakt de toepassing van de veertien principes anders uit dan hoe ze op papier zijn geformuleerd. Wat volgens hem ontbreekt, is voorlichting over projecten die langer duren. De ergernis bij mensen is dat ze niet weten hoe lang iets gaat duren en wanneer het afgerond is.
20
De heer Usta (DENK) ziet vaker dat de theorie in de praktijk niet werkt. Hij pleit voor een beleidsverandering, zodat er geen miljoenen worden verspild, maar dat geld wordt ingezet op plekken waar het écht nodig is en impact maakt. Hij vraagt of het CDA het daarmee eens is.
25
De heer Mulderij (CDA) kan daar geen eenduidig antwoord op geven, omdat hij de vraag te algemeen vindt. Hij herkent zelf ook dat hij soms niet weet hoe hij ergens moet komen. Daarom pleit hij voor een helpdesk met een telefoonnummer waar mensen terechtkunnen met vragen. Hij begreep ook dat de eerdere website is verdwenen. Hij vraagt de wethouder om zo’n telefoonnummer op te starten.
30
Mevrouw Van Meerveld (Student&Starter) vraagt of een telefoonnummer niet wat ouderwets is en of een app niet beter zou werken. De heer Mulderij (CDA) erkent dat het wat ouderwets is, maar merkt op dat internet voor sommige mensen ook lastig is.
35
Mevrouw Van Meerveld (Student&Starter) vraagt of beide naast elkaar kunnen bestaan, omdat het veel capaciteit kost om een telefoonnummer te bemannen. De heer Mulderij (CDA) vindt het prima als beide mogelijkheden naast elkaar bestaan.
40
45
50
55
60
De heer Vasters (D66) had dezelfde interruptie en merkt op dat hij het ook niet meer van deze tijd vindt. De heer De Pagter (VVD) bedankt de initiatiefnemer van de petitie. Volgens hem hebben ook mensen van buiten de stad vaak geen goed woord over voor de bereikbaarheid van Utrecht per auto. Ze klagen dat het niet duidelijk is wat wel en niet bereikbaar is, en een slechte bereikbaarheid is slecht voor de stad. Het belang van autobereikbaarheid lijkt volgens hem door het college onvoldoende te worden meegenomen bij de planning van werkzaamheden. Hij vraagt om een algemene reactie van de wethouder hierop. De heer De Pagter heeft in het verleden al aandacht gevraagd voor betere communicatie rondom werkzaamheden. Toen is de bereikbaarheidsregisseur aangesteld, maar het lijkt erop dat de verbeterpunten inmiddels zijn verwaterd. Hij vraagt de wethouder om de brief uit 2019 nog eens terug te pakken, omdat de VVD de indruk heeft dat daar al veel mee gewonnen kan worden. Bij veel projecten kan de communicatie volgens hem beter. Afgelopen weekend was er nog een afsluiting op de Einsteindreef richting de Marnixlaan, en pas ter plaatse werd duidelijk waar je wel of niet kon rijden. Hij is van mening dat al veel eerder moet worden aangegeven dat een route is afgesloten, zodat automobilisten tijdig een andere route kunnen kiezen.
De heer Usta (DENK) is het eens met de VVD en geeft aan dat hij ook niet op de hoogte was van de afsluiting. Hij vraagt of de VVD ook vindt dat bewoners eerder geïnformeerd moeten worden. Pagina 18 van 28
De heer De Pagter (VVD) bevestigt dit. Hij wijst erop dat dit in 2019 ook als verbeterpunt is besproken en dat dit zijn verzoek versterkt om de brief uit dat jaar opnieuw te bekijken. Hij vraagt de wethouder om hier scherp op te zijn. 5
10
15
20
25
Volgens hem moet bij de communicatie goed worden gekeken waar borden geplaatst worden, en moet de gemeente openstaan voor feedback hierover. Ook is het volgens hem minder duidelijk waar bewoners meldingen kunnen doen. Hij wil dat hierover meer duidelijkheid komt. Daarnaast vraagt hij of er geen sprake is van politieke druk bij de planning van werkzaamheden. Hij wijst op de kaart met geplande werkzaamheden, waaruit zou blijken dat er in 2026 relatief weinig projecten gepland zijn. Dat kan de suggestie wekken dat er in 2025 nog extra werkzaamheden zijn ingepland, vóór de nieuwe raadsperiode. Hij vraagt de wethouder of zij deze zorgen kan wegnemen en bevestigen dat hier geen politieke druk speelt. Tot slot geeft hij aan dat de Amsterdamsestraatweg, de Majellaknoop en de Graad van Roggenweg allemaal in hetzelfde kwartaal gepland staan. Daardoor is de binnenstad vanuit het westen straks niet bereikbaar. Hij pleit voor een transparantere planning, zodat bewoners kunnen zien wat wanneer gebeurt. Het onderhoud aan de Casselumlaan of de Langerakbaan is bijvoorbeeld nog niet gestart, maar niemand kan opzoeken wanneer dat wel gebeurt. Hij vraagt om een toezegging dat er een actuele en toegankelijke planning beschikbaar wordt gesteld voor bewoners.
Mevrouw Alblas (ChristenUnie) is het ermee eens dat onderhoud noodzakelijk is, en dat er soms ook werkzaamheden aan de ondergrond nodig zijn waarvoor de straat open moet. Zij heeft gelezen dat er vertragingen zijn opgelopen door kabels in de ondergrond. De nota Ondergrond komt eraan, en wat de ChristenUnie betreft is dit een belangrijke nota, zodat ondergrondse infrastructuur tijdig meegenomen kan worden in de planning en niet pas achteraf voor vertraging zorgt. Wanneer vooraf duidelijk is waar kabels en leidingen liggen, kan hier beter rekening mee worden gehouden.
30
De heer Usta (DENK) merkt op dat het vaker voorkomt dat onderhoud vertraagd wordt. Hij vraagt of de ChristenUnie dat acceptabel vindt, of dat er ook consequenties aan verbonden zouden moeten worden.
35
Mevrouw Alblas (ChristenUnie) vindt het vervelend als werkzaamheden langer duren dan gepland. Zij wil vertragingen zoveel mogelijk voorkomen, precies om die reden stelde zij zojuist haar vraag over de ondergrond. Vertragingen zijn niet altijd te vermijden, maar er moet wel duidelijk over gecommuniceerd worden.
40
De heer Usta (DENK) wil ook graag vertragingen voorkomen, maar doelt meer op het hebben van een instrument om in te grijpen als het wél misgaat. Communicatie is belangrijk, maar mensen houden ook rekening met bepaalde einddata, en plannen daar hun leven op. Hij vraagt of de ChristenUnie verder wil gaan dan alleen communicatie.
45
50
55
60
Mevrouw Alblas (ChristenUnie) wil geen automatische consequenties verbinden aan vertragingen, omdat elke situatie anders is. De heer Usta (DENK) benadrukt dat hij zijn voorbeeld niet als harde eis bedoelde, en dus ook niet altijd op sancties aanstuurt. Hij vraagt hoe de ChristenUnie aankijkt tegen het inzetten van extra capaciteit om vertragingen in te halen. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) vindt dat mooi klinken, maar wil ook realistisch blijven dat er is sprake van personeelstekorten en dat extra capaciteit ook extra geld kost, dat mogelijk niet beschikbaar is. Zij wijst erop dat er de afgelopen tijd mobiliteitsmanagementmaatregelen zijn ingezet, en vraagt zich af in hoeverre die effectief zijn geweest, en of mensen inderdaad voor alternatieve vervoersopties hebben gekozen. Tot slot vraagt zij naar brief van 2023-2024 waarin een evaluatie van de bereikbaarheidsregisseur is toegezegd. Zij heeft deze nog niet gezien, en ziet deze alsnog graag verschijnen. De voorzitter complimenteert de commissie met de voortgang en schorst de vergadering voor de lunch tot 14.00 uur. Na de pauze zullen de laatste agenderende partij hun inbreng doen, evenals de niet-agenderende partijen. Pagina 19 van 28
De voorzitter heropent de vergadering om14.05 uur en gaat verder met de inbreng van de laatste agenderende partij. 5
10
15
20
25
30
35
40
De heer Talhaoui (PvdA) ziet overal werkzaamheden en merkt dat bewoners dit ervaren als chaotisch, ondoordacht en soms zelfs onveilig. Vaak is het onduidelijk wanneer wegen weer toegankelijk zijn. Wegen die net opnieuw zijn ingericht, gaan korte tijd later opnieuw op de schop. Soms zijn omleidingen niet logisch en leiden deze tot extra verkeersdrukte in woonwijken. Terwijl de gemeente op allerlei zaken moet bezuinigen, lijkt er op het gebied van wegwerkzaamheden geen rem te zitten. Utrechters vragen zich dan ook terecht af waarom hier wél geld voor is, maar niet voor andere zaken. De communicatie is volgens hem vaak te laat of tegenstrijdig, en ondernemers komen er vaak pas laat achter dat er een afsluiting is, doordat de klanten wegblijven. De gemeente communiceert nu per project, terwijl bewoners en ondernemers juist behoefte hebben aan een overzicht per buurt, om zich beter te kunnen voorbereiden. Hij vraagt een toezegging van de wethouder om de communicatie voortaan per buurt te organiseren. Daarnaast maken mensen zich zorgen over de bereikbaarheid voor nooddiensten en wat er gebeurt bij bijvoorbeeld brand, wanneer de straat volledig open ligt. Hij vraagt of de wethouder kan garanderen dat nood- en hulpdiensten onder alle omstandigheden voldoende doorgang hebben, en hoe dit wordt geborgd.
Het aantal projecten moet volgens hem niet alleen beter worden gecoördineerd, maar uiteindelijk ook minder worden. Hij pleit voor een situatie waarin projecten beter worden gedoseerd en bewoners niet steeds opnieuw worden overvallen met wegwerkzaamheden. Hij vraagt of de wethouder verwacht dat het aantal gelijktijdige projecten zal afnemen in 2026, en welke maatregelen er getroffen worden om de spreiding van werkzaamheden beter te organiseren. Hij sluit af met de woorden: "Een stad in beweging is goed, maar een stad die vastloopt is dat niet. Tijd voor betere communicatie en meer verkeersveiligheid." De heer Dekkers (GroenLinks) ziet dat er veel werkzaamheden plaatsvinden, zowel door de gemeente als door derden, die verkeershinder veroorzaken. Een belangrijk uitgangspunt van de veertien bereikbaarheidsprincipes is dat werkzaamheden gecombineerd worden en dat er niet gelijktijdig werkzaamheden plaatsvinden op parallelle toegangswegen. In de praktijk blijkt dit echter lastig te organiseren. GroenLinks is nog steeds van mening dat de principes goed zijn en wil weten hoe het staat met de evaluatie ervan. De heer De Pagter (VVD) vraagt wat GroenLinks ervan vindt dat er in de praktijk wordt afgeweken van die principes. De heer Dekkers (GroenLinks) geeft aan dat hij de principes nog steeds goed vindt, maar dat de projecten niet voor niets worden uitgevoerd.
Daarom wil hij ze niet afschalen. De heer De Pagter (VVD) vraagt of hij het goed begrijpt dat de heer Dekkers de principes goed vindt, totdat ze hem in de weg zitten.
45
De heer Dekkers (GroenLinks) benadrukt dat het om uitgangspunten gaat die invloed moeten hebben op waar en wanneer welk project wordt uitgevoerd. Hij vindt echter niet dat er gestopt moet worden met investeren in de stad.
50
De heer De Pagter (VVD) reageert dat niemand heeft gezegd dat er gestopt moet worden met investeren. Zijn punt is dat er bij de planning rekening moet worden gehouden met het feit dat parallelle wegen niet tegelijk openliggen. Dat zijn volgens hem principes waarvan niet afgeweken zou moeten worden.
55
60
De heer Dekkers (GroenLinks) hoort juist wel stemmen die zeggen dat er minder projecten moeten worden uitgevoerd, maar daar is hij het niet mee eens. Tegelijkertijd constateert hij dat het helaas niet altijd lukt om aan alle criteria te voldoen. De heer Bosch (UtrechtNu!) stelt dat hij GroenLinks hoort zeggen dat de plannen belangrijker zijn dan de uitgangspunten. Hij noemt het kwalijk dat de verkeersveiligheid in het geding komt en ambulances vaststaan in de file. Pagina 20 van 28
5
10
De heer Dekkers (GroenLinks) ontkent dat hij dat heeft gezegd. Een van de belangrijkste principes is volgens hem juist dat er altijd een route moet zijn voor nooddiensten. Hij benadrukt dat de principes bedoeld zijn om de projecten, die de stad veiliger en socialer maken, zo goed mogelijk te plannen. De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt of GroenLinks bereid is om het beleid aan te passen wanneer achteraf blijkt dat projecten geen effect hebben. De heer Dekkers (GroenLinks) stelt dat de projecten wél effect hebben: ze maken de stad veiliger en veel mensen zijn daar tevreden over. Ze hebben volgens hem dus het gewenste effect. De heer Bosch (UtrechtNu!) wil het concreet maken en vraagt wat er precies veiliger is geworden aan de Westelijke Stadsboulevard.
15
20
25
30
35
40
De heer Dekkers (GroenLinks) erkent dat de effecten niet altijd direct zichtbaar zijn, maar volgens hem is de doorstroming verbeterd, is het gebied groener en klimaatadaptiever geworden en wordt er aanzienlijk minder hard gereden. GroenLinks vraagt bij de evaluatie expliciet aandacht voor fietsers en voetgangers, die te maken hebben met vaak wisselende omleidingsroutes, late communicatie en slechte verlichting bij ongelijk wegdek. Daarnaast is het volgens hem een uitdaging voor mensen met een buggy of rollator om niet vast te lopen in rul zand. De communicatie zou volgens hem niet alleen moeten gaan over alternatieve routes, maar ook over het waarom van de werkzaamheden. Daarmee sluit hij zich aan bij de opmerkingen van de VVD. Hij heeft de indruk dat er goed wordt gereageerd op meldingen, maar verzoekt het college om de genoemde punten mee te nemen in de evaluatie. Tot slot wil hij benadrukken dat hij geen pleidooi houdt voor minder projecten, omdat deze juist bijdragen aan een leefbaardere en socialere stad. Wel vindt hij het jammer dat sommige projecten, zoals de Sijpesteijntunnel, te lang duren. De voorzitter merkt op dat GroenLinks de volgende keer moeten mee-agenderen, aangezien de inbreng behoorlijk lang was voor een niet-agenderende partij. De heer Usta (DENK) is verbaasd over het betoog van de heer Dekkers en kan zich daar niet in vinden.
Hij hoort de heer Dekkers zeggen dat de wegen voor fietsers en voetgangers moeten worden aangepast. De Fietsersbond heeft volgens hem echter recent aangegeven dat de aanwezigheid van auto’s ertoe bijdraagt dat fietsers minder roekeloos tussen voetgangers doorrijden. Hij vraagt of de heer Dekkers een drogreden aan het verkondigen is. De heer Dekkers (GroenLinks) vindt niet dat hij een drogreden heeft verkondigd. Wel is hij het ermee eens dat het organiseren van interactie of conflict tussen verschillende weggebruikers kan bijdragen aan de verkeersveiligheid. Volgens hem leidt het strikt scheiden van vervoersstromen er juist toe dat mensen egoïstischer worden en minder rekening houden met anderen.
45
De heer Usta (DENK) hoort de heer Dekkers een stigma leggen op automobilisten, terwijl zij volgens hem steeds minder ruimte krijgen. Hij vraagt waarom de heer Dekkers daar zo eenzijdig in is.
50
De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat er altijd auto’s zullen blijven, maar dat zij bij ongelukken meer schade veroorzaken dan fietsers of voetgangers. Bovendien nemen voetgangers en fietsers minder ruimte in. Dat is voor hem een goede reden om het aantal auto’s te verminderen en die ruimte juist te geven aan voetgangers, fietsers en het openbaar vervoer.
55
De heer Usta (DENK) vindt dat de heer Dekkers inmiddels in een tunnelvisie zit, waardoor hij de fietsfiles niet meer ziet. Voetgangers lopen volgens hem op paden waar ze nauwelijks passen, en het OV zit overvol. Hij stelt dat hij inmiddels gewend is dat GroenLinks zorgen negeert en uitsluitend haar eigen beleid uitvoert.
60
De heer Dekkers (GroenLinks) herkent de problemen rondom fietsdrukte. Dat is voor hem een reden om het fietsnetwerk uit te breiden en te pleiten voor een schaalsprong in het openbaar vervoer. Pagina 21 van 28
De heer Talhaoui (PvdA) vraagt of GroenLinks het ermee eens is dat de communicatie naar ondernemers ook in de evaluatie moet worden meegenomen, en dat die communicatie per buurt georganiseerd wordt. 5
De heer Dekkers (GroenLinks) is het ermee eens dat de communicatie veel beter kan, en dat dit op verschillende manieren mogelijk is. Als ervoor gekozen wordt om werkzaamheden in een bepaald gebied te combineren, dan is er des te meer reden om dit goed en gebiedsgericht te communiceren.
10
De heer Talhaoui (PvdA) verduidelijkt dat bewoners vaak alleen informatie ontvangen over werkzaamheden in hun eigen straat, terwijl knelpunten iets verderop óók relevant voor hen kunnen zijn.
15
De heer Dekkers (GroenLinks) is het ermee eens dat bewoners breder en tijdiger geïnformeerd moeten worden. De heer Talhaoui (PvdA) vraagt of GroenLinks voorstander is van minder gelijktijdige projecten.
20
25
30
35
40
45
50
De heer Dekkers (GroenLinks) wil werk met werk combineren en dat helpt erbij dat mensen niet keer op keer met werkzaamheden geconfronteerd worden. Tegelijkertijd wordt het project wel complexer maar daar moet wel aan vastgehouden worden. Daarnaast is er het principe om niet op alle assen tegelijker tijd werkzaamheden worden verricht en dan kan het voorkomen dat er op een as meerder werkzaamheden zijn. Voor hem is dit des temeer reden om goed te communiceren. De voorzitter geeft aan dat hij op voorhand heeft aangegeven nog twee interrupties toe te staan en hij geeft de heer Nyqvist dan ook geen ruimte meer voor een interruptie waar hij het niet mee eens is. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) is van mening dat hij gewoon mag interrumperen maar het woord wordt hem ontnomen door de voorzitter. Mevrouw Sasbrink (PvdD) heeft twee aanvullende vragen, omdat het de PvdD opvalt dat de veertien bereikbaarheidsprincipes vooral gericht zijn op reizigers en bestemmingen, maar niet op directe infrastructurele belangen zoals groen en de belangen van omwonenden. Haar eerste vraag is waarom er geen uitgangspunt is opgenomen dat gericht is op het voorkomen van luchtvervuiling door opstoppingen. Ten tweede vindt zij dat er een uitgangspunt zou moeten worden toegevoegd waarin expliciet aandacht wordt gevraagd voor de bescherming van het groen bij omleidingen.
Helaas merkt zij dat fietsers, voetgangers en automobilisten bij omleidingen vaak geneigd zijn om door de groene berm te rijden. Zij vraagt of het college dit kan meenemen in de bereikbaarheidsprincipes, of in elk geval in de communicatie naar bewoners en ter plekke bij de uitvoering. Mevrouw Kool (Volt) ziet ook dat onderhoud nodig is en erkent de overlast die daarmee gepaard gaat. Zij stelt voor om duidelijker uit te leggen welke OV- en fietsalternatieven er beschikbaar zijn, en daarnaast de OV-opties aantrekkelijker te maken. Haar tweede suggestie aan de wethouder is of deze in tijden van forse bezuinigingen de noodzaak van herinrichtingen wil heroverwegen. Verder vraagt zij hoe er tijdens werkzaamheden rekening wordt gehouden met mensen met een beperking en de bereikbaarheid van de stad voor deze groep. Zij merkt op dat deze groep niet wordt genoemd in de bereikbaarheidsprincipes, terwijl zij wél aandacht verdienen. Zij vraagt of het mogelijk is om hiervoor een extra principe toe te voegen. Als tweede vraag sluit zij zich aan bij de PvdA over de bereikbaarheid van nooddiensten. De voorzitter doet ook aan de PvdD en Volt de oproep om de volgende keer mee te agenderen.
55
60
De heer Bosch (UtrechtNu!) maakt een punt van orde, omdat hij van mening is dat spreektijden gewoon gebruikt mogen worden. Het mee-agenderen is volgens hem een richtlijn. De voorzitter benadrukt dat het om een oproep gaat. De commissie wil graag op tijd afronden, en dat betekent dat bij een bijdrage van langer dan anderhalve minuut, er mee-geagendeerd moet worden, zodat daar bij de planning rekening mee kan worden gehouden. Pagina 22 van 28
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) verduidelijkt dat de hartenkreet uit de petitie vooral gaat over het feit dat de Ring er nog steeds niet is, terwijl deze al talloze keren is beloofd. Hij is van mening dat het ontbreken van de Ring de oorzaak is van alle ellende. Hij vraagt GroenLinks waar zij hierin fout zijn gegaan, en of zij die fout willen herstellen. De voorzitter gaat ervan uit dat dit de interruptie was die de heer Nyqvist wilde maken, en leidt de vraag door naar de wethouder voor beantwoording. Hij benadrukt dat het niet de bedoeling is om tijdens een inbreng een andere partij te interrumperen. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vindt het geen goede gang van zaken, omdat het volgens hem zou moeten gaan om de inhoud van de discussie, en niet om de mening van mensen die "ingepakt zitten in het programma van hun partij." De voorzitter onderbreekt de heer Nyqvist, met de mededeling dat dit van zijn eigen spreektijd afgaat. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat hij zijn punt bij dezen wil vertalen naar de wethouder, van wie hij verwacht dat deze in staat is om zijn vraag te beantwoorden. Wethouder Maatoug dankt de raad voor het agenderen van dit onderwerp. Zij herkent de overlast en spreekt haar dank uit richting de indieners van de petitie.
Ze ziet dat het op alle vormen van mobiliteit drukker wordt, maar ook breder: er zijn werkzaamheden aan de A12 en bij ProRail. Dit maakt van bereikbaarheid op dit moment een ingewikkelde puzzel. De wethouder vindt het dan ook niet vreemd dat er vragen worden gesteld, omdat iedereen het merkt, zowel in het dagelijks leven als in de stad. Zij verklaart dat de veertien bereikbaarheidsprincipes bij het merendeel van de werkzaamheden gevolgd worden. Het klopt echter dat de principes rondom parallelle werkzaamheden en omleidingen het meest onder druk staan. In die gevallen wordt vaak een maatwerkafweging gemaakt. Het college stuurt er zo veel mogelijk op aan dat er niet te veel werkzaamheden gelijktijdig plaatsvinden, maar dat lukt niet altijd. Wanneer dat niet lukt, gaat het vaak om noodzakelijke werkzaamheden die langer duren, zoals rioleringswerkzaamheden en werkzaamheden aan kabels en leidingen. Ook dan probeert men de werkzaamheden zo goed mogelijk te plannen en, waar nodig, bij te sturen om de bereikbaarheid zo goed mogelijk te houden. Andere projecten worden dan ook vaak verschoven. De afgelopen periode zijn er een aantal zeer grote projecten geweest die impact hadden op de directe omgeving.
De heer Vasters (D66) merkt op dat in de praktijk niet vaak zichtbaar is dat projecten naar voren of juist naar achteren worden geschoven, omdat er de laatste tijd veel werkzaamheden gelijktijdig zijn uitgevoerd. Hij heeft de indruk dat uitstel aan de westkant van de stad niet goed is overwogen. Wethouder Maatoug geeft aan dat haar eerdere antwoord algemeen van aard was, maar wil nu specifiek ingaan op de situatie aan de westkant van de stad. Zij verduidelijkt dat er wel degelijk een afweging is gemaakt. Een extern bureau heeft een inschatting gemaakt over de combinatie van de werkzaamheden aan de Amsterdamsestraatweg en de Stadsboulevard, en dat advies was duidelijk. Later bleek echter dat er opnieuw verrassingen in de ondergrond opdoken. Als onderdeel van de aanpak wordt er in zulke gevallen soms gekozen om te communiceren dat de planning verandert. De wethouder benadrukt dat het college verantwoordelijk is voor de keuzes en de risico-inschatting en niet de bereikbaarheidsregisseur. Eerst wordt er politiek debat gevoerd over wat noodzakelijk is, en daarna wordt bekeken hoe dat in de planning wordt verwerkt. De bereikbaarheidsregisseur speelt daarbij een essentiële en zelfstandige rol in de advisering. Er is geen sprake van politieke sturing op zijn rol.
De wethouder vindt wel dat zijn advies over het algemeen wordt gevolgd, maar als het gaat om herprioritering is een strakkere advisering wenselijk. Zij zal dat ook nogmaals benadrukken. De wethouder vindt dit een belangrijke functie en ziet ook de meerwaarde ervan. In het voorjaar start de evaluatie van de bereikbaarheidsregisseur, die meer inzicht moet geven in verbeterpunten. Zij kan daar nu nog niet op vooruitlopen, maar verwacht deze evaluatie in het najaar af te ronden. De raad wordt in januari 2026 via een raadsbrief geïnformeerd over de evaluatie en de mogelijke doorwerking naar de hinderplanning. Vervolgens erkent de wethouder de zorgen uit de petitie, zeker met het oog op het tweede en derde kwartaal van dit jaar, waarin ook werkzaamheden aan de A12 en bij ProRail plaatsvinden. Reizen blijft volgens haar dan ook een belangrijk aandachtspunt. Pagina 23 van 28
5
10
De heer Usta (DENK) vraagt of de wethouder zich ervan bewust is dat, wanneer deze koers wordt aangehouden, met het versmallen van wegen, het doorvoeren van knips en toenemende druk op het OV, er een waterbedeffect ontstaat, waarbij de druk op andere plekken juist toeneemt. Wethouder Maatoug geeft aan dat het college zich ervan bewust is dat de groei van de stad ertoe leidt dat de ruimte schaarser wordt, en dat dit een andere manier van verplaatsen binnen de stad vraagt. Als de verwachting is dat de beschikbare ruimte gelijk blijft, terwijl er meer mensen bij komen, dan is dat niet haalbaar. Het gaat om de inrichting van wegen en oversteekplaatsen voor fietsers en voetgangers. De vraag is dan hoe je goed met die ruimte omgaat. Dat betekent dat de luxe van dubbele rijbanen niet houdbaar is en dat de voorrang voor de auto op bepaalde plekken moet worden beperkt.
15
De heer Usta (DENK) stelt dat wegen worden vervangen door groenstroken, zonder dat er meer fietspaden of OV-lijnen bij komen. Hij vindt dat automobilisten direct gepest worden. Ook ziet hij dat de druk op het OV toeneemt. Het recente fietsongeluk heeft volgens hem laten zien dat bij verstoringen het OV stilvalt en mensen aan hun lot worden overgelaten.
20
Wethouder Maatoug herkent zich niet in het beeld dat er sprake is van het “pesten” van automobilisten. Wel erkent zij dat niet alle vervoersmogelijkheden kunnen meegroeien met een groeiende stad. Zij wil zich verder niet uitlaten over het genoemde ongeluk, omdat dat onderwerp ’s avonds besproken wordt tijdens de mondelinge vragen.
25
De heer Usta (DENK) wil nog iets vragen, maar de voorzitter wijst hem erop dat zijn spreektijd verstreken is.
30
35
40
45
50
55
Wethouder Maatoug licht vervolgens toe dat er veel praktische kennis wordt opgedaan bij de uitvoering van werkzaamheden. Het belangrijkste inzicht is dat de meeste mensen vooraf geen informatie opzoeken. Het meest effectieve communicatiemiddel is daarom het ter plekke informeren. De wens is wel dat mensen eerder gaan kijken en niet verrast worden; hier ligt volgens haar de grootste opgave. Het college werkt daarom met modaliteiten die mensen al gebruiken, zoals Google Maps of de site Van A naar Beter. Zij wil daar zoveel mogelijk op aansluiten en niet allerlei nieuwe apps ontwikkelen. Dit geldt ook voor werkzaamheden die niet van de gemeente zelf zijn, zoals bij de A12 of het spoor. De heer Dekkers (GroenLinks) merkt op dat de informatievoorziening op de website en in navigatiesystemen nog beter kan. Voor fietsers en voetgangers is het lastig als zij pas op het laatste moment worden gewaarschuwd. Hij vraagt of de wethouder dat herkent. Wethouder Maatoug geeft aan dat er gewerkt wordt aan het verbeteren van die modaliteiten. Volgens haar leidt te vroege communicatie er vaak toe dat mensen waarschuwingen negeren omdat er nog niets zichtbaar is. Vooral fietsers en voetgangers gaan vaak door tot het laatste punt omdat ze denken er nog wel langs te kunnen. Wat haar betreft is het een leerproces, en ze wil blijven leren van hoe omleidingen in de praktijk werken.
Ze wil scherper gaan monitoren hoe het gaat ná de start van een project. Vaak moet het autoverkeer enkele dagen wennen aan de nieuwe situatie, waarna mensen zich beter weten aan te passen. Waar nodig kan er worden bijgestuurd, bijvoorbeeld door verkeerslichten anders in te stellen. De grootste les zit volgens haar in ondergrondse projecten, waarin vaak onverwachte zaken opduiken die voor grote vertraging zorgen. Omdat wordt gewerkt met het principe werk met werk maken, moet dit ook in de risico-inschatting worden meegenomen. Ze benadrukt dat ze de hartenkreet van DENK heeft gehoord en ziet het als haar verantwoordelijkheid. De werkzaamheden zijn volgens haar nodig om de stad mogelijk te maken. De ruimte is schaars, en de projecten zijn erop gericht om de stad mooier en leefbaarder te maken. Nu lopen er veel projecten tegelijkertijd, en dat vraagt om goede monitoring en inschatting. Daar wil ze niet mee stoppen. De wethouder geeft aan dat de maximale capaciteit al wordt ingezet om werkzaamheden zo snel mogelijk uit te voeren en af te ronden. Het principe werk met werk maken betekent wel dat projecten langer duren, maar daarna is de weg voor langere tijd vrij van hinder omdat alles in één keer is aangepakt. De Amsterdamsestraatweg en de Jutfaseweg zijn hier goede voorbeelden van. Pagina 24 van 28
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Volgens haar loopt het merendeel van de projecten niet uit, en ze noemt daarbij ook enkele voorbeelden. Informatie over werkzaamheden is te vinden op de gemeentelijke website. Projectspecifieke informatie wordt gedeeld via wijkberichten, en de bouwapp toont de planning. Deze is te downloaden via een QR-code op de borden langs de weg. Op de website van de gemeente staan alle projecten vermeld. Er is echter geen capaciteit om een helpdesk in te richten voor het beantwoorden van live vragen. De insteek is om zo veel mogelijk aan te sluiten bij de platforms die mensen al gebruiken. Ook tijdelijke werkzaamheden worden via Google Maps en TomTom zichtbaar gemaakt. Het college neemt de autobereikbaarheid serieus, maar in een groeiende stad staat die onder druk en moeten er keuzes worden gemaakt. Utrecht is nog steeds bereikbaar met de auto, maar het eerlijke verhaal is dat je niet overal meer zonder hinder kunt doorrijden. In veel gevallen blijft autoverkeer mogelijk, maar dan wel met vertraging, vooral in de spits. De wethouder is met werkgevers in gesprek over de economische bereikbaarheid. Deze gesprekken verlopen volgens haar productief, waarbij gekeken wordt naar hoe de schade voor economische activiteiten zo klein mogelijk gehouden kan worden. Het college blijft zich inzetten om de communicatie te verbeteren.
Daarbij worden ook de verbeterpunten uit de raadsbrief meegenomen, zoals het beter aangeven waarom werkzaamheden plaatsvinden, het zorgen voor tijdige en duidelijke bebording en het beschikbaar stellen van duidelijke omleidingsroutes. Werkzaamheden worden standaard veertien dagen van tevoren aangekondigd met borden, en bij grote projecten staat er vaak een tekstkar. Bij calamiteiten kunnen er ook onaangekondigde werkzaamheden plaatsvinden. Feedback kan worden gegeven via het bewonersmeldingssysteem of via de bouwapp, en de wethouder merkt op dat die kanalen ook daadwerkelijk gebruikt worden. De heer Dekkers (GroenLinks) denkt dat veel mensen niet bekend zijn met de mogelijkheden om meldingen te doen, en vraagt of dit de aandacht heeft van het college. Wethouder Maatoug vindt dat een goed signaal. Zij legt uit dat de planning wordt gemaakt op basis van noodzakelijk onderhoud en projecten die door de gemeenteraad zijn vastgesteld en dus onderdeel zijn van politieke keuzes. Op de gemeentelijke website wordt bijgehouden welke projecten er zijn. Daar is ook de jaarhinderplanning te vinden en bij grotere projecten wordt gebruikgemaakt van de bouwapp. Tijdelijke situaties worden doorgegeven aan serviceproviders en daarnaast wordt gebruikgemaakt van de landelijke planningstool Melvin. Die website is openbaar, maar helaas niet erg gebruiksvriendelijk.
De ondergrond wordt volgens haar terecht genoemd als aandachtspunt, die vaak zorgt voor verrassingen. Bij de voorbereiding wordt al goed gekeken naar de ligging van kabels en leidingen, en de aankomende nota Ondergrond gaat helpen om daar meer zicht op te krijgen. Op dit moment wordt de mobiliteitsaanpak voor de Amsterdamsestraatweg en de Rivierenwijk geëvalueerd. De raad wordt hierover in het tweede kwartaal geïnformeerd via een raadsbrief. De evaluatie van de bereikbaarheidsregisseur is nog gaande; daarom is die nog niet opgenomen in deze ronde, maar komt deze terug in de volgende hinderplanning. De wethouder benadrukt dat het principe werk met werk maken kosten bespaart, doordat werkzaamheden gelijktijdig worden uitgevoerd. Het nadeel is dat de overlast vaak langer aanhoudt, zeker bij vertraging. Zou er gekozen worden voor het opsplitsen van werkzaamheden, dan zou de hinder weliswaar korter zijn, maar vaker terugkomen én duurder uitvallen. De kosten die met deze werkwijze worden bespaard, kunnen elders in de stad worden ingezet. De communicatie over werkzaamheden loopt via de website van de gemeente en wordt op buurtniveau gedeeld via wijkberichten. Bij meerdere projecten in één buurt wordt de informatie gecombineerd en, waar mogelijk, direct voorgelegd aan de bewoners.
Volgens de wethouder zit het grootste probleem bij mensen die van A naar B reizen of voor het eerst in een wijk zijn. Ze erkent dat er nog winst te behalen is in het beter bundelen van informatie over meerdere werkzaamheden in dezelfde buurt, zodat er meer overzicht ontstaat in de communicatie. Ze neemt deze aansporing mee. De heer Talhaoui (PvdA) stelt dat mensen ter plekke meestal goed worden geïnformeerd, en ook via de wijkberichten weten welke straten aan de beurt zijn. Wat mensen daarnaast aangeven, is dat het belangrijk is dat ook andere verkeersknelpunten in de stad worden gecommuniceerd, zodat bewoners weten dat zij mogelijk langere tijd hinder zullen ondervinden.
Pagina 25 van 28
5
Wethouder Maatoug concludeert dat het gaat om de samenhang van werkzaamheden binnen een wijk, en geeft aan dat ze dit zal meenemen. Ze benadrukt dat ze intensief contact heeft met de nood- en hulpdiensten. Zij hoort van hen niet dat er problemen worden ervaren tijdens werkzaamheden. Wekelijks wordt er met hen overlegd over alle projecten. Tijdens dat overleg kunnen zij aangeven welke eisen voor hen van belang zijn. De aanrijtijden worden tijdens werkzaamheden gemonitord, en de wethouder staat ook in direct contact met lokale brandweerposten. Zo kunnen bijvoorbeeld verkeerslichten worden aangepast indien nodig.
10
De heer Talhaoui (PvdA) vraagt wat er gebeurt als een straat volledig openligt en de brandweer juist in het midden van de straat moet zijn. Wethouder Maatoug geeft aan dat hierover vooraf afspraken worden gemaakt.
15
De heer Talhaoui (PvdA) vraagt wat daar concreet over wordt afgesproken. Wethouder Maatoug legt uit dat de vereisten van de brandweer een belangrijke randvoorwaarde vormen en dat de werkzaamheden daarop worden aangepast, zodat zij altijd kunnen doorrijden.
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Talhaoui (PvdA) vraagt om een toezegging dat er altijd toegang is voor nood- en hulpdiensten. Wethouder Maatoug bevestigt dat dit het uitgangspunt is. Zij geeft aan dat er wekelijks zorgen of signalen op tafel komen, die vervolgens worden besproken en waar nodig tot aanpassingen leiden. De projecten vanaf 2026 zullen aan de hand van de veertien bereikbaarheidsprincipes worden getoetst, waarbij zoveel mogelijk hinder wordt voorkomen. Het tijdig communiceren wordt meegenomen in de evaluatie, evenals de hinder voor voetgangers en fietsers en de bescherming van het groen. De wethouder zet zich in om mensen goed te informeren over alternatieve reismogelijkheden met het OV en de fiets. Bij de voorjaarsnota zal bekeken worden welke zaken wenselijk zijn; zij wil de hinderplanning daar niet voor gebruiken. Die planning betreft de inschatting van lopende en geplande projecten. De wethouder geeft aan dat ook de toegankelijkheid voor mindervaliden wordt meegenomen in de evaluatie. Bij werkzaamheden wordt Solgu geïnformeerd. Mevrouw Kool (Volt) vraagt of het meenemen van de toegankelijkheid een formele toezegging is. Wethouder Maatoug bevestigt dit.
Ze merkt wel op dat ze het niet bepaald als aanmoediging ervoer toen de heer Nyqvist zijn vraag eindigde met de stelling dat deze wethouder “toch nooit goed antwoord geeft.” Desondanks zegt ze haar best te doen om wél goed antwoord te geven. Wethouder Maatoug legt uit dat Rijkswaterstaat verantwoordelijk is voor de Ring. Er wordt al lang gewerkt aan de uitbreiding, maar de planvorming loopt nog steeds om diverse redenen vertraging op. De raad is hierover recent geïnformeerd in een stand-van-zakenbrief over de NRU. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) benadrukt dat hij deze wethouder niets verwijt, maar dat hij dit wel doet richting haar voorgangers. Als de Ring er al was geweest, waren veel van de huidige knelpunten mogelijk voorkomen. Hij noemt het oude adagium: “Inspraak zonder inzicht leidt tot uitspraken zonder uitzicht.” Volgens hem heeft de provincie het geld, de gemeente heeft het proces gepauzeerd, en het rijk is bezig om het geld elders uit te geven. Hij vraagt of hier nog iets aan te doen is. Wethouder Maatoug antwoordt dat zij hierover met de provincie in gesprek is. Zij erkent de noodzaak van de Ring en herkent het beeld van de landelijke financiële situatie. Utrecht heeft nooit een volwaardige Ring gehad, wat de groei extra knellend maakt op alle vlakken.
De inrichting van infrastructuur en vervoersmodaliteiten is niet afgestemd op de omvang die de stad inmiddels heeft bereikt. Dit vormt een van de grootste uitdagingen voor de komende jaren. Ze voert daar ook gesprekken over met de andere G4-steden. Het streven is dat iedereen prettig kan blijven wonen in de stad. Om die reden is ook het principe van de "10-minutenstad" een belangrijk uitgangspunt.
Pagina 26 van 28
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vindt dat het voor de hand ligt dat het college met een oplossing komt en beschouwt het als een uitdaging die gerealiseerd moet worden. 5
Wethouder Maatoug geeft aan dat zij een goede samenwerking heeft met de provincie en probeert voldoende middelen te krijgen om te werken aan goede bereikbaarheid. Utrecht is volgens haar sterk gegroeid, en dat vraagt om extra investeringen. Ze ziet de woorden van de heer Nyqvist als een aanmoediging.
10
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vindt dat Den Haag het geld liever in eigen zak houdt of aan andere zaken uitgeeft. Hij hoopt dat de gemeente bij het rijk blijft benadrukken hoe belangrijk het is om te investeren in Utrecht.
15
20
Wethouder Maatoug zegt dat het college intensief lobbyt richting Den Haag, en dat dit ook gebeurt in samenwerking met de regio. Ze ziet ook dat als een aanmoediging om hiermee door te gaan. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of in de communicatie ook meer aandacht kan komen voor het positief uitleggen van de noodzaak van de werkzaamheden, en of dit meegenomen kan worden in de evaluatie. Wethouder Maatoug geeft aan dat zij dat punt meeneemt. Gemiste antwoorden
25
30
35
40
45
50
55
60
De heer De Pagter (VVD) geeft aan dat hij het antwoord op zijn vraag over de actuele planning heeft gemist. Zijn punt ging met name over het beschikbaar stellen van een transparante én actuele planning. De hinderplanning wordt nu eenmaal per jaar gedeeld, maar wordt gedurende het jaar niet geactualiseerd. Hij noemt als voorbeeld de Langerakbaan, waarvan niemand weet wanneer de werkzaamheden beginnen. Wethouder Maatoug geeft aan dat in de volgende hinderplanning wordt teruggeblikt, en wordt aangegeven wat er anders is gedaan. Grote projecten worden individueel gecommuniceerd, en vragen vaak ook meer toelichting. De planning op de gemeentelijke website is volgens haar actueel en wordt zo goed mogelijk bijgehouden. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of de kaart op de website ook per kwartaal wordt bijgewerkt. Wethouder Maatoug antwoordt dat de site wekelijks wordt geüpdatet. Zij geeft daarbij aan dat er niet wekelijks een nieuwe planning gepubliceerd zal worden. De hinderplanning blijft één keer per jaar aangeboden worden aan de raad, en die is ook specifiek voor dat doel bedoeld. Ze wil erop terug te komen hoe het meest actuele beeld op de kaart op de website het best kan worden weergegeven. De voorzitter concludeert dat er geen onbeantwoorde vragen meer zijn.
Toezegging Wethouder Maatoug komt in het eerste kwartaal van 2026 met een raadsbrief over de hinderplanning, waarin zij terugkomt op de werkzaamheden van de bereikbaarheidsregisseur, de communicatieactiviteiten, de toegankelijkheid voor mensen met een beperking en een evaluatie van de planning van de werkzaamheden. Mevrouw Sasbrink (PvdD) geeft aan dat zij ook heeft gehoord dat de wethouder in die brief expliciet zou terugkomen op de belangen van groen. De griffier geeft aan dat dit wordt toegevoegd. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of de evaluatie waarover wordt gesproken, dezelfde is als de brief die nu genoemd wordt. Pagina 27 van 28
Wethouder Maatoug bevestigt dat de evaluatie in januari 2026 wordt opgeleverd en dat dit inderdaad de brief is die onderdeel uitmaakt van de hinderplanning, zoals ook door de griffier aangegeven. 5
10
15
20
De heer Dekkers (GroenLinks) zegt ervan overtuigd te zijn dat eerder gecommuniceerd was dat de evaluatie vóór die tijd zou plaatsvinden. Wethouder Maatoug herhaalt dat de evaluatie onderdeel is van de hinderplanning en dat deze in januari 2026 naar de raad komt. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) vraagt of de terugkoppeling over de mobiliteitsmanagementmaatregelen in het tweede kwartaal al gepland stond, of dat dit nu ook als toezegging wordt gezien. Wethouder Maatoug benadrukt dat dit een brief betreft die al op de planning stond om naar de raad gestuurd te worden. De heer Vasters (D66) geeft aan dat dit punt wat hem betreft niet hoeft te worden doorgeleid naar de raad. Wellicht kan het volgend jaar, bij de nieuwe raadsbrief, opnieuw geagendeerd worden. De voorzitter sluit de vergadering om 15.21 uur.
Lijst van toezeggingen 25
Wethouder Maatoug komt in het eerste kwartaal van 2026 met een raadsbrief over de hinderplanning, waarin zij terugkomt op de werkzaamheden van de bereikbaarheidsregisseur, de communicatieactiviteiten, de toegankelijkheid voor mensen met een beperking, de belangen van groen en een evaluatie van de planning van de werkzaamheden.
Pagina 28 van 28