CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20241219 Rekenkamerbrief opvolging aanbevelingen Vergroening, van droom naar daad

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat over Raadsbrief Plan van Aanpak Rekenkameronderzoek 'Vergroening, van droom naar daad'1.616 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad en het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Utrecht

Behandeld door

Johan Snoei

Datum

19 december 2024

Doorkiesnummer

06 – 34 61 22 80

Ons kenmerk

12384589

E-mail

j.snoei@utrecht.nl

Onderwerp

Bijlagen

1

Rekenkamerbrief opvolging aanbevelingen Vergroening, van droom naar daad

Geachte leden van de raad en het college, Op 26 september 2024 stelde de raad unaniem het raadsvoorstel Rekenkameronderzoek “Vergroening, van droom naar daad” vast. Het college stuurde op 13 november 2024 de raadsbrief “Plan van aanpak Rekenkameronderzoek Vergroening, van droom naar daad” om de raad inzicht te geven in de implementatie van de genomen besluiten. Met deze brief delen wij graag onze visie op de inhoud van dit plan van aanpak met u. Dat doen wij per aanbeveling. Daarnaast gaan wij kort in op de toezeggingen die op 19 september 2024 zijn gedaan bij de behandeling van het rapport in de commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte (MGOR).

OPVOLGING AANBEVELINGEN VRAAGT VERDERE CONCRETISERING Wij zijn positief over de duidelijke structuur en opbouw van de raadsbrief. Ook de toevoeging van de vervolgplanning met de momenten waarop de raad nader geïnformeerd wordt, vinden wij van meerwaarde. Hiermee wordt immers voor iedereen duidelijk wat op welk moment kan worden verwacht. Aanbeveling 1 (meer samenhang aanbrengen tussen doelen en gezamenlijk prioriteren) We lezen dat het college wil zorgen voor meer samenhang tussen de gestelde doelen zodat een eenduidige aanpak ontstaat. En dat Ruimte en Stadsbedrijven gezamenlijk prioriteiten gaan bepalen. Wat de rekenkamer betreft zijn dit stappen in de goede richting, maar wij constateren wel dat de uitwerking nog erg algemeen is verwoord. Het wordt ons hiermee nog niet duidelijk hoe dit besluit concreet uitgevoerd zal gaan worden.

1

Aanbeveling 2 (concrete vertaling van prioriteiten naar indicatoren en activiteiten) Het college werkt tegelijk met de uitvoering van aanbeveling 1 aan een document dat concreet richting gaat geven aan de uitvoering. Ook wordt het beleid verankerd in de beheeraanpak en de onderliggende beheercontracten met aannemers. De beschreven maatregelen vinden wij passend bij onze aanbeveling. Niet duidelijk is echter of prioriteiten ook vertaald gaan worden naar indicatoren. Aanbeveling 3 (nulmeting en monitoring areaal en kwaliteit openbaar groen) We zien dat het college met een intern dashboard en aanvullende informatie in de Jaarstukken de monitoring wil verbeteren. Ook wordt voor de groei van het boomkroonvolume, de biodiversiteit en de soorten per wijk nagegaan hoe doelen en indicatoren verder kunnen worden uitgewerkt. Wij merken hierbij op dat in het onderzoek is gebleken dat de bestaande data in de monitorings- en verantwoordingsinformatie nog niet compleet en consistent was. Vooral het inzicht in de kwaliteit is nog onvoldoende. Dat zal de verdere ontwikkeling bemoeilijken en wij onderstrepen daarnaast nogmaals het belang van een nulmeting om een helder vertrekpunt te creëren.

Aanbeveling 4 (in planvorming en uitvoering stevig sturen op ontwikkeling, beheer en onderhoud groen) Om steviger te kunnen sturen op openbaar groen zet het college in op het versterken van de samenwerking in de ruimtelijke keten. De samenwerking tussen Ruimte en Stadsbedrijven wordt hierbij niet meer dan als blijvend aandachtspunt benoemd. En er worden verkenningen en onderzoek toegezegd naar de verbetering van het Utrechtse Planproces voor projecten in de openbare ruimte, de positie van de commissie BInG en de effectiviteit van een groennorm. Ook krijgen de kaders uit het uitvoeringsprogramma een plaats in het Handboek Openbare Ruimte. Dit vinden wij op het eerste gezicht goede maatregelen. Het is wel van belang om na de concrete uitwerking in het komende halfjaar meer duidelijkheid te hebben of het in de praktijk mogelijk is om hiermee steviger te sturen op groen in de stedelijke opgaven en of dit alles daadwerkelijk tot de realisatie van meer groen leidt. Aanbeveling 5 (nauwkeurig in kaart hoeveel geld en personeel nodig is en hoe dit betaald wordt) We zien in de beschreven aanpak dat het college knelpunten in de huidige situatie onderkent en hiermee aan de slag gaat. De uitdaging in de veelheid aan ambities en het behalen van de doelen herkennen wij. Het opstellen van een nieuwe investeringsraming en een verbeterde investeringsstrategie achten wij noodzakelijk.

Wij zijn positief over de acties die zijn ingezet in de werving van personeel. Aanbeveling 6 (evenwicht tussen doelen en beschikbare middelen) Het college geeft aan ook aan ook een strategie op te stellen om de financiële basis van de groenopgave te verbreden. Zij betrekt hierbij ook het eventueel opknippen en faseren van de realisatie. Wij onderkennen dat het verschil tussen de benodigde investeringen en de beschikbare middelen op korte termijn kleiner is dan op de langere termijn. Tegelijkertijd 2

benadrukken we dat het evenwicht er ook op dit moment al niet is. En dat dit op de langere termijn óók verder uit elkaar ligt door de beoogde versnellingsaanpak waardoor een groot deel van de gestelde ambitie in latere jaren gerealiseerd zal moeten worden.

TOEZEGGINGEN ZIJDELINGS MEEGENOMEN BIJ AANBEVELINGEN Tijdens de commissiebehandeling van het rekenkamerrapport hebben beide verantwoordelijk wethouders meerdere toezeggingen gedaan. Zo werd met regelmaat toegezegd om op vragen en verzoeken van de fracties terug te zullen komen in het plan van aanpak. Wij constateren dat dit in veel gevallen zijdelings is verwerkt in de uitwerking van de aanbevelingen, maar dat de opvolging van een toezegging niet concreet wordt benoemd en daarmee niet één-op-één te volgen is. In de bijlage vindt u een overzicht van de toezeggingen die zijn gedaan en waar deze naar ons inzien al dan niet aandacht krijgen in het plan van aanpak.

TEN SLOTTE De uitkomsten van ons onderzoek naar openbaar groen worden breder bevestigd. Zo kwam op 9 november een rapport uit over de toenemende verstening in de 30 grote steden van Nederland. Dit maakt eens te meer duidelijk dat de Utrechtse raad en college ook de komende jaren aandacht moeten blijven besteden aan vergroening om de gestelde doelen te behalen. Wij zullen de voortgang van de voorgestelde aanpak met belangstelling blijven volgen. En we kijken met u uit naar de raadsbrief en de voortgangsbrief die in het plan van aanpak voor 2025 worden aangekondigd. Met vriendelijke groet,

drs. P.W.D. Venhoeven Voorzitter Rekenkamer Utrecht Stadhuisbrug 1 Utrecht Postbus 16200, 3500CE Utrecht 030-286 13 91 | utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/rekenkamer

3

BIJLAGE OVERZICHT OPVOLGING TOEZEGGINGEN Toezegging (o.b.v. citaat verslag commissie MGOR d.d. 19 september 2024) 1 Wethouder Schilderman vindt het ook een punt van aandacht om over beheer na te denken. Op dit moment (pag. 38, wordt daar zeker al wel over nagedacht en dit wordt ook vanaf al getoetst. De wethouder kijkt ook naar de regel 15) mogelijkheden hoe dit verbeterd kan worden en daar komt zij in het plan van aanpak op terug.

Opvolging (in de raadsbrief Plan van Aanpak) Krijgt aandacht bij de uitwerking van aanbeveling 4.

2

Het onderwerp personeel is van tevoren al met de Rekenkamer besproken. De trend die nu gaande is, houdt in dat er te weinig mensen in de juiste richting afstuderen en dit betekent dat mensen omgeschoold moeten worden. Hier komt de wethouder ook op terug in het plan van aanpak. De samenwerking tussen Stadsbedrijven en Ruimte is een continu proces en hier komt zij in het plan van aanpak op terug.

Krijgt aandacht bij de uitwerking van aanbeveling 5.

De heer Paalman (Horizon) had gevraagd hoe het stond met het platform om in G4-verband te gaan werven en of daar al iets van de grond gekomen is. Wethouder Schilderman wil hier in het plan van aanpak op terugkomen.

Krijgt aandacht bij de uitwerking van aanbeveling 5.

De wethouder [Voortman, RKU] benadrukt dat er pas een sprong gemaakt kan worden wanneer er tijd en ruimte is voor een aanloop. In het plan van aanpak worden de diverse niveaus verbonden en dat heeft invloed op de programmering, de aanpak en de keten op processen en de doorvertaling dit te borgen en ook objectiever en eenvoudiger te meten.

Onduidelijk hoe dit wordt uitgewerkt.

(pag. 38, vanaf regel 18) 3 (pag. 38, vanaf regel 31) 4 (pag. 38, vanaf regel 44) 5 (pag. 39, vanaf regel 1)

6 (pag. 41, vanaf regel 6)

7

Wethouder Voortman zet haar beantwoording voort en Krijgt aandacht bij de uitwerking zegt dat, naar aanleiding van de vraag van mevrouw van aanbeveling 2. Stylianou over het onvoldoende op de hoogte zijn van de medewerkers over wat er gerealiseerd moet worden, dat zij dit zal laten terugkomen in het plan van aanpak dat uiterlijk zes weken na vaststelling van het raadsvoorstel moet zijn opgeleverd. Op de vraag van VOLT zegt zij dat realistisch begroten terug zal komen in het plan van aanpak.

Krijgt aandacht bij de uitwerking van aanbeveling 6. Maar wordt niet concreet.

Het voorstel van CU over een indicatie van soorten per wijk noemt zij goed en het college komt daarop terug in het plan van aanpak en tevens zullen de financiële strategieën daarin aan bod komen. Zij wijst erop dat daarbij zaken in de tijd worden uitgezet en dat er nog geen geld beschikbaar is.

Krijgt aandacht bij de uitwerking van aanbevelingen 3 en 5.

(pag. 41, vanaf regel 15) 8 (pag. 41, vanaf regel 27)

Wordt benoemd bij de uitwerking van aanbeveling 4. Maar wordt niet concreet.

4

9 (pag. 41, vanaf regel 30)

Ze vindt het voorstel van mevrouw Sasbrink goed en zal dat ook meenemen in het plan van aanpak, zodat bekeken kan worden of groen een vast onderdeel kan zijn van de planontwikkeling. Met “het voorstel van mevrouw Sasbrink” is waarschijnlijk gedoeld op de vraag op pagina 34 van het verslag: “De PvdD wil een toezegging van de wethouder de indicator waarbij bewoners een cijfer geven, te vervangen door een indicator die daadwerkelijk de soortenrijkdom per wijk aangeeft.”

5

Krijgt aandacht bij de uitwerking van aanbeveling 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=3b273929-3096-4a6e-9bff-754841a505c6