20241128 vragenuur
Tekst van het document
2024 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur van 28 november 2024 Vragenuur, gehouden op donderdag 28 november 2024 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Stylianou. Aanwezig zijn de leden: Dijksta, Te Hoonte, Van Steeg, Stellinga en Vermeulen. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Cornielje, Nederhand en Oul Fakir. Namens het college zijn aanwezig de wethouders: Eerenberg, Van Hooijdonk, Schilderman, Streefland en De Vries.
Griffier: mevrouw Bouts.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal. Welkom allemaal, ook de mensen die thuis met ons meekijken of -luisteren, bij het vragenuur van de Utrechtse gemeenteraad, het leukste uurtje van de week. We hebben vandaag zes sets vragen.
We beginnen met de vragen die de vorige keer van de agenda zijn afgevallen omdat er geen tijd meer was.
1. Mondelinge vragen van Noura Oul Fakir (BIJ1), mede namens Ilse Raaijmakers (PvdA), Beau
Nederhand (Volt), Meike Hellevoort (GroenLinks) en Louise de Vries (Partij voor de Dieren) inzake Opvang onder druk.
Mevrouw Oul Fakir (BIJ1): Voorzitter. De winter is nog niet begonnen en de maatschappelijke opvang in Utrecht is vol. Belangenorganisaties luiden daarom de noodklok. Op 21 oktober was Stadsteam
genoodzaakt om te stoppen met het plaatsingsspreekuur, omdat de opvang vol zat. Sindsdien is er een wachtlijst en worden nog meer mensen gedwongen om buiten op straat te slapen. Zelfs bij de "overstroomlocatie" is geen ruimte meer.
Sinds vorige week is het spreekuur weer gestart, maar hiermee is het probleem nog niet opgelost.
Voor een structurele oplossing van dakloosheid zijn er niet alleen meer opvangplekken nodig, maar moet er ook huisvesting zijn waar mensen naar kunnen doorstromen. De fracties van BIJ1, PvdA, Volt, GroenLinks en PvdD vinden dat niemand buiten zou moeten slapen en hebben daarom de volgende vragen.
1. Deelt de wethouder dat het zorgelijk is dat mensen noodgedwongen op straat moeten slapen?
2. Wat heeft het college ondernomen sinds Stadsteam het plaatsingsspreekuur heeft gestopt, en wat
Vragenuur van 28 november 2024 gaat het college doen om te voorkomen dat de opvang weer vol zit en mensen op straat moeten slapen?
3. De koudweeropvang is vorige week een paar dagen open geweest. Het blijkt dat er 60% meer
aanmeldingen zijn in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Hoe anticipeert het college op de mogelijk toenemende druk op de koudweeropvang naarmate de winter vordert, om iedereen een opvangplek te garanderen?
4. Housing first wordt in Utrecht vooral toegepast bij mensen met multiproblematiek die al langer dakloos zijn. Welke ruimte ziet het college om het housing first-principe toe te passen bij iedereen die dakloos is en hier prioriteit aan te geven binnen het woonbeleid?
Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. Het antwoord op vraag 1. Het is zeer zorgelijk dat
mensen noodgedwongen op straat moeten slapen. Om die reden zet Utrecht zich tot het uiterste in om te zorgen voor opvangplekken. Zoals ik al vaker heb gezegd, is dit een enorme uitdaging, gelet op de krapte in de stad door alle groepen die opvang nodig hebben, gecombineerd met Eerst een
Thuis, om mensen zo snel mogelijk een woonplek te kunnen geven. Maar men kent ook de staat van de volkshuisvesting. Met het college, specifiek mijn collega voor Wonen, doen we heel veel, zo niet het maximale, om voor deze groep zo snel mogelijk in een woning te voorzien.
Het antwoord op vraag 2. Inmiddels is twee keer de koudweerregeling (KWR) afgeroepen, waar gedurende koude dagen alle mensen voor een warme slaapplek terecht kunnen. Ook is het
plaatsingspreekuur weer gestart. Binnen enkele bestaande opvangvoorzieningen zijn er extra plekken gerealiseerd, conform de nota. Op dit moment zijn er 50 plekken bij de Stadsbrug in
gebruik. Er wordt gewerkt aan opschaling van de Stadsbrug met 30 extra plekken, dus naar 80
plekken, maar daaraan zijn wel enkele randvoorwaarden verbonden. Die zijn we aan het uitwerken,
maar dat ligt niet alleen bij mij. Denkt u hierbij aan de inrichting, de beschikbaarheid van personeel en een aantal veiligheidsmaatregelen. Hier wordt op dit moment samen met de partners hard aan gewerkt. Ook hebben we 2 fte's toegevoegd aan het Stadsteam Back Up. De verwachting is dat de uitbreiding van het aantal plekken bij de Stadsbrug binnen twee weken voltooid zal zijn.
Overigens blijven er altijd mensen die ongeacht het weer of pogingen van betrokken hulpverleners er de voorkeur aan geven om buiten te slapen.
Naast de genoemde maatregelen zijn we altijd op zoek naar kansen voor woonplekken voor opvang. De raad wordt daarvan elk kwartaal op de hoogte gesteld in onze tredeaanpak.
Het antwoord op vraag 3. De toenemende druk op de koudweeropvang is helaas een bekend
fenomeen. Elk jaar zien we daarin veranderingen. Dit jaar zien we bijvoorbeeld voor het eerst dat
Roemeense mensen, die vaak rondreizen door Europa en bedelend in onze steden worden gezien, zich melden voor de koudweerregeling. Dit zorgde de afgelopen keer voor een stijging van gebruikers.
De algemene toenemende druk op de KWR heeft ertoe geleid dat vanaf dit jaar een nieuwe locatie in gebruik genomen wordt, met 175 plekken, aan de Savannahweg. Ter vergelijking: in 2022 waren er 90 plekken, in 2023 120 plekken, en met de uitbreiding hebben wij deze winter 175 plekken
beschikbaar. We hopen dat we op dit moment voldoende capaciteit hebben om iedereen een plek te geven in koude dagen. We werken er altijd aan om te zorgen dat er voldoende plekken zijn.
Met de extra middelen die uit de Voorjaarsnota zijn gekomen, hebben we een duurzamere KWR-
voorziening gerealiseerd, waarmee we de komende jaren in ieder geval die 175 bedden beschikbaar hebben.
Het antwoord op vraag 4. We herkennen de behoefte om het housing first-principe toe te passen op iedereen die dakloos is. Met Living Lab hebben we de afgelopen jaren meerdere projecten
2
Vragenuur van 28 november 2024 gerealiseerd, zowel voor mensen met complexe als voor mensen met minder complexe casuïstiek.
93% van de 250 inwoners die via Living Lab zijn gehuisvest, zijn nog steeds stabiel. Dit bekrachtigt de overtuiging dat een woonplek een duurzame oplossing is voor dakloze mensen – en overigens niet alleen voor deze groep, maar ook voor statushouders, vrouwen in de vrouwenopvang enzovoorts.
De voorzitter: Wilt u afronden alstublieft? Mevrouw Streefland (wethouder): Zeker. We zitten in een wooncrisis – dat is wél echt een crisis. Er
zijn gewoonweg onvoldoende woonplekken. Daarom kunnen we helaas niet voor iedereen die dak-
of thuisloos raakt meteen een betaalbare woonplek realiseren, hoe graag we dat ook zouden willen. Er zijn meer kleine betaalbare woningen nodig. Als ik een vraag terug mag stellen: helpt u ons door toekomstige woningbouwplannen – denk bijvoorbeeld aan nieuwe gebiedsontwikkelingen – zo snel mogelijk te behandelen en scherp te sturen op de aantallen. Voor veel groepen zijn er woningen nodig, en liever kleine woningen dan geen woningen.
De heer Cornielje (PvdA): Voorzitter! Eerder werd de raad enorm aan de hand meegenomen in de
cijfers rondom dakloosheid. Dat werd onder andere gedaan via de monitor dakloosheid. Later is dat overgegaan naar de monitor volksgezondheid. Maar de laatste cijfers uit de monitor
volksgezondheid dateren alweer uit 2022. Is er in middels een andere monitor, zodat de raad beter kan worden meegenomen in de actuele dakloosheidscijfers? De voorzitter: Dat zijn eigenlijk twee vragen. Mevrouw Streefland (wethouder): Ik ga over de dakloosheid, maar dat betekent niet dat ik me niet
bezighoud met volksgezondheid, want dat heeft er alles mee te maken. Wij hadden u beloofd om in januari of in Q1 een brief te sturen over de update, waarin dit ook naar voren komt. Wat de heer Cornielje vraagt, is dus al toegezegd.
Mevrouw Oul Fakir (BIJ1): Voorzitter. Het is fijn dat er meer plekken zijn bij de koudweeropvang. De
stijging van het aantal mensen, in vergelijking met vorig jaar, is wel opvallend. Kan er gegarandeerd worden dat er niet, zoals vorig jaar, mensen worden geweigerd? Hoe wordt daarop geanticipeerd?
Mevrouw Streefland (wethouder): Zoals u wellicht nog weet van vorig jaar, had dat ook te maken met het tijdstip waarop mensen kwamen – midden in de nacht. Dat hebben we nu echt aangescherpt in
de triage. Daarin wordt gemeld "als u eerder binnen bent, kunnen we echt beter voor u zorgen". Maar ook wordt de vraag gesteld "waar heeft u al een bed?". Sommige mensen hadden namelijk elders al een bed, bijvoorbeeld in het AZC in Wageningen. In dat geval werd gezegd "u mag vannacht hier
blijven, maar morgen gaat u weer terug". Dat geeft ook weer ruimte, als we het goed organiseren. Op die manier zijn we er ook op tijd bij en kunnen we ook op tijd opschalen. Tegelijkertijd werken wij
ook altijd aan plan B, omdat we niet altijd weten waar mensen soms vandaan komen, zoals de groep
die nu voor het eerst van de KWR gebruikmaakt. We proberen op de golven te blijven en niet eronder. De voorzitter: Ik zie dat er geen vervolgvragen meer zijn. Dan gaat we door naar de tweede set vragen.
3
Vragenuur van 28 november 2024 2. Mondelinge vragen van Jantine Zwinkels (CDA) en Hessel Stellinga (CDA) inzake Waarom kun je je ID-kaart niet verlengen bij wijkservicecentrum Vleuten-De Meern?
De heer Stellinga (CDA): Voorzitter. Deze vragen zijn mede ingediend door de VVD.
Met enig ongenoegen lazen we in een mailtje van een inwoner dat zij bij het wijkservicecentrum in
Vleuten-de Meern te horen kreeg dat zij haar ID-kaart niet kon verlengen daar en hiervoor naar het stadskantoor moest afreizen. Dat brengt ons tot de volgende vragen.
1) Deelt het college dat de gemeente dichtbij, toegankelijk, dienstbaar en benaderbaar moet zijn? Vindt het college dat dit op dit moment het geval is, kijkend naar dit voorbeeld?
2) Hoe kan deze erbarmelijke situatie zijn ontstaan? Welke verklaring geeft het college?
3) Is het college bereid om dit snel op te lossen, zodat ook bij het wijkservicecentrum mensen hun ID-kaart kunnen verlengen en andere reguliere burgerzaken daar kunnen regelen?
In de programmabegroting zagen wij op pagina 20 onder "concrete bezuinigingsvoorstellen" al een voorbode in de volgende post: "Fysieke locaties wijkbureaus - focus aanbrengen of differentiëren
over de stad", met een bedrag van € 103.000 per jaar. Dat brengt ons tot de volgende twee vragen. 4) Klopt het dat dit bewust beleid is van dit college, en hoe gaat het dit uitleggen aan onze inwoners?
5) Is het college bereid hierop bij te sturen, op verzoek van het CDA, en dus te stoppen met het onderzoeken van verdere bezuinigingen op het wijkservicecentrum Vleuten-De Meern?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. Er was enige onduidelijkheid in vak C over wie de burgemeester zou vervangen, maar ik zal dat doen.
Het antwoord op vraag 1. We delen het uitgangspunt dat de gemeente dichtbij, toegankelijk,
dienstbaar en benaderbaar moet zijn. We hebben er in dit specifieke geval ook voor gezorgd dat de betrokken mevrouw thuis, samen met medewerkers van Burgerzaken, een verlenging van haar IDkaart kan afhandelen.
Het antwoord op vraag 2. In de raadsbrief van 9 juli 2024 hebben wij u geïnformeerd over de
verbouwing van het wijkservicecentrum Vleuten-De Meern en aangegeven dat de dienstverlening van Burgerzaken tijdens de verbouwing op het Stadskantoor zou moeten plaatsvinden. Helaas duurt de
verbouwing wel iets langer dan vooraf voorzien was. De verwachting is dat de dienstverlening begin maart 2025 weer hervat kan worden.
In de brief staat ook vermeld dat inwoners met een beperking gebruik kunnen maken van
parkeerplaatsen op het Stadskantoor. Wanneer mensen die hun ID-kaart moeten vernieuwen niet in staat zijn om naar het stadskantoor te komen, kan er nog steeds maatwerk geleverd worden.
Het antwoord op vraag 3. We zullen er natuurlijk aan werken dat er zo snel mogelijk voor gezorgd wordt dat mensen bij het wijkservicecentrum weer hun ID-kaart kunnen verlengen en andere reguliere burgerzaken kunnen regelen, maar dat zal wel na de verbouwing zijn.
Het antwoord op vraag 4. Bekeken wordt hoe het wijkservicecentrum Vleuten-De Meern het beste kan worden ingezet. In lijn met de aangenomen motie bij de behandeling van de Voorjaarsnota is
sluiting niet aan de orde. Wel kan er verandering komen in de dienstverlening die daar aangeboden wordt. Dit wordt verder uitgewerkt in de hervormingsbezuinigingen rondom de differentiatie van wijkbureaus. Het genoemde bedrag geldt dan ook voor alle wijkbureaus samen, en voor de hele hervormingsopdracht. Daar wordt verder op ingegaan bij de Voorjaarsnota.
Het antwoord op vraag 5. In de genoemde motie wordt het college opgedragen het sluiten van het
wijkservicecentrum niet langer te onderzoeken. Zoals bij het antwoord op vraag 4 al is aangegeven, is dat niet aan de orde.
4
Vragenuur van 28 november 2024
De heer Te Hoonte (VVD): Voorzitter. Het is fijn dat de wethouder de aangenomen motie van de VVD
aanhaalt, waar ook het CDA, EenUtrecht en UtrechtNu! onder stonden. In die motie wordt het college
opgedragen om het sluiten van het wijkservicecentrum niet langer te onderzoeken. De overwegingen in die motie mogen wel zo gelezen worden dat het de bedoeling is dat in ieder geval de
burgerzakenservice daar in stand blijft. Wordt er ook op die manier naar gekeken door het college?
Of wordt er toch actie ondernomen om dat anders te doen? In dat geval zullen wij daar weer met een actie op terugkomen.
Mevrouw Schilderman (wethouder): De intentie van de motie is inderdaad helder. De invulling van de hervormingsbezuiniging moet nog zijn beslag krijgen. Bij de Voorjaarsnota kunt u bezien of de bezuiniging naar uw wens gelukt is.
De heer Te Hoonte (VVD): Dit antwoord stelt mij niet heel gerust. Dit suggereert toch een beetje dat
er wel gekeken wordt naar het dienstenpakket van het servicecentrum, terwijl juist de intentie van de
motie is om de tweede locatie met burgerzaken in onze grootste wijk in stand te houden. Herkent de wethouder dat dit in ieder geval de intentie van de aangenomen motie is. Mevrouw Schilderman (wethouder): Jazeker. De heer Stellinga (CDA): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor haar beantwoording. Dit ene
probleem in dit individuele geval is nu opgelost. Maar is er wel sprake van dat het college ook wil kijken naar het oplossen van meer van dit soort excessen?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Ja. Daarom heb ik in mijn beantwoording aangegeven dat er een
extra mogelijkheid is om te parkeren bij het Stadskantoor, maar ook dat er maatwerkdienstverlening mogelijk is indien blijkt dat het voor mensen niet mogelijk is om naar het Stadskantoor te komen. De voorzitter: Dat levert geen vervolgvragen op. Dan gaan we naar de derde set vragen. 3. Mondelinge vragen van Gert Dijkstra (EenUtrecht), mede namens David Bosch (UtrechtNu!) en Gertjan te Hoonte (VVD), inzake Kun je windmolens, woningen en roeibanen stapelen in Rijnenburg?
De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter. Deze vragen worden ook gesteld namens het CDA.
Het antwoord op de vraag "Kun je windmolens, woningen en roeibanen stapelen in Rijnenburg?" is
wat ons betreft nee, want de geplande windmolens frustreren gezondheid en wonen in Rijnenburg. Maar het nieuwe is dat de Raad van State op 11 november jongstleden in een uitspraak alle
voorbereidingen bij de gemeente voor het Windpark Rijnenburg heeft stilgelegd, waardoor de aanleg ervan zeker met twee jaar wordt vertraagd. Vandaar de volgende vragen.
1. Waarom heeft het college de vertraging in de bouw van de windmolens in Rijnenburg niet kunnen
voorkomen? Anders gezegd, wat waren de redenen die hebben gemaakt dat het college niet tijdig overtuigend argumenten heeft kunnen aanleveren om het opschorten van de realisatie van het Windpark Rijnenburg door de Raad van State af te wenden?
2. Heeft het college er wel zicht op dat alsnog overtuigend die argumentatie op tafel zal komen? En hoe zeker is dat? Kortom, gaat het college deze zaak wel winnen?
5
Vragenuur van 28 november 2024 3. Zijn er nog andere risico’s die eerder door het college zijn onderschat, maar goed zijn om te melden, omdat zij een bedreiging vormen voor het realiseren van het Windpark Rijnenburg?
4. Maken de spoordijken, nodig voor het plaatsen en onderhouden van de windmolens in
Rijnenburg, het wellicht moeilijker om het "Roeiwater" te realiseren? Zie het plan van juni 2023.
5. Ten slotte. Ziet het college nu ook in dat eerst beslissen over windmolens en pas later over
woningen en bijvoorbeeld roeiwater een verantwoorde, optimale en integrale ontwikkeling van Rijnenburg op het spel zet?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter. De raad heeft in het voorjaar, ik meen in juni , een besluit genomen over het windmolenpark. Toen wisten we natuurlijk met elkaar al dat er een
juridische zaak zou komen; dat gebeurt vaker als het gaat om de plaatsing van windmolens. Heel veel dingen die nu gevraagd worden, wisten we toen ook al. Er is ook geen sprake van twee jaar
vertraging, want met die twee jaar werd al rekening gehouden, conform hoe we dachten dat het zou gaan. Zo gaat het nu ook. De initiatiefnemer wil sowieso de uitspraak van de Raad van State
afwachten voordat er begonnen wordt met bouwen. Daarom is ook ingestemd met de schorsing
zonder dat er überhaupt argumenten gewisseld zijn en zonder dat er een zitting is geweest. Dat is gewoon pro forma gebeurd, in goed overleg en met wederzijdse instemming. Die uitwisseling van
argumenten komt dus nog. De behandeling van de zaak volgt nog. Nogmaals, er is dus niet zo heel veel geks onder de zon.
De argumentatie komt natuurlijk nog. We hebben nog steeds het beeld dat we met elkaar een
verstandig besluit genomen hebben en dat er geen nieuwe juridische risico's aan het licht zijn gekomen.
Ook de routes naar het realiseren van de windmolen zijn niet veranderd. De raad heeft met die
routes ingestemd; die waren onderdeel van het bestemmingsplan. Natuurlijk is het wel zo dat je, op het moment dat je dat hele integrale noordelijke park gaat vormgeven, daar rekening mee moet
houden. Je moet dan ook rekening houden met de windmolens. Maar dat was in juni ook al. Dus ook op dat punt is er niets veranderd. Als antwoord op vraag zou ik dus willen zeggen dat er wat dat
betreft niets is veranderd ten opzichte van de situatie in het voorjaar. In de loop van de geschiedenis hebben we vanuit de gemeenteraad verschillende opdrachten gekregen om met wind- en zonneenergie aan de slag te gaan. Dat hebben we op verschillende momenten gedaan. Op dit moment loopt er een integrale gebiedsontwikkeling en die gaat zich daartoe ook verhouden.
De heer Te Hoonte (VVD): Voorzitter. Nu we het toch over het windpark hebben: ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe het staat met de vierde windmolen in de oksel. Is er op dat punt iets veranderd?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): We verwachten de raad nog in december te kunnen informeren over het onderzoek naar de verkeersveiligheid dat in gezamenlijkheid met Rijkswaterstaat is gedaan. Op het moment dat we dat naar de raad sturen, zal het ook openbaar worden voor de
initiatiefnemers. Dan kunnen zij er ook naar kijken en kunnen zij op basis daarvan afwegen of ze een vergunning gaan aanvragen bij de gemeente.
De heer Te Hoonte (VVD): In mijn ogen is dat dan toch wel veranderd, in die zin dat het veel later is dan aan ons is toegezegd.
6
Vragenuur van 28 november 2024 Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Wij hadden dat onderzoek inderdaad eerder na de zomer
willen hebben. Ik heb daar een of twee weken geleden met Rijkswaterstaat over gesproken en we hebben er toen een strik om gedaan.
De heer Te Hoonte (VVD): Is die strik dan dat de gemeente en Rijkswaterstaat het eens zijn? Of is die strik dat de gemeente iets anders doet dan Rijkswaterstaat ons gaat voorstellen?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Rijkswaterstaat gaat niets voorstellen. We hebben gezamenlijk een rapport opgeleverd waar we allebei onze handtekening onder zetten. Daar wordt u binnenkort over geïnformeerd.
De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter. De wethouder maakt zich er wel heel makkelijk vanaf, door de te stellen: die vertraging is allemaal voorzien en daarom gaan we er gewoon mee akkoord. Maar laten we eerlijk zijn: onder grote druk moest er hup, hup, hup heel snel een besluit over die
windmolens komen. Dat moest allemaal vooruit getrokken worden. Dat frustreert natuurlijk mogelijk andere in de toekomst te nemen besluiten over roeiwater, woningen en wat al niet meer. Zou de wethouder niet, als ze heel eerlijk is, moeten zeggen: als het nu toch stilligt, hadden we dan bij
nader inzien niet veel beter een integraal besluit over heel Rijnenburg, inclusief windmolens, kunnen nemen?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): De heer Dijkstra herhaalt nog een keer de laatste vraag. Op die vraag heb ik geantwoord met nee, omdat we geen nieuwe informatie hebben gekregen ten opzichte van de situatie voor de zomer. Er is dus ook geen vertraging; dit was gewoon allemaal ingecalculeerd.
De voorzitter: Meneer Dijkstra, u hebt helaas geen spreektijd meer, dus we gaan door naar de volgende vragenset.
4. Mondelinge vragen van Beau Nederhand (Volt), mede namens Floor Steinmetz (Bij1), inzake Hoe staat het met de bewoners van Ravel 96?
Mevrouw Nederhand (Volt): Voorzitter. De fracties van Volt en BIJ1 zijn in contact geweest met de
Bond Precaire Woonvormen en bewoners van de Ravellaan 96. De 180 bewoners van dit pand ervaren veel onduidelijkheid en stress over wat er in mei 2025 met hun woning gebeurt en of zij hierin
kunnen blijven wonen; iets wat schuurt met de huidige wooncrisis. De Ravel past goed binnen de visie Welgelegen. In bestemmingsplannen wordt nu gesproken over studenten, maar de huidige bewoners van de Ravel zijn niet alleen studenten; het zijn ook docenten, zorgpersoneel en
kunstenaars. Daarnaast heeft het pand ook een buurtfunctie. Er bevinden zich ateliers, een muziekschool en de bierkantine, wat zorgt voor versterking van de sociale diversiteit. Dit brengt de fracties van Volt en BIJ1 tot de volgende vragen.
1. Wanneer het pand verkocht wordt, kan het college dan garanderen dat dit gebeurt inclusief de huurcontracten? Zo nee, waarom niet?
2. Gaat het college zich inzetten voor de woonzekerheid van deze groep? Zo ja, neemt het college dan de diversiteit van de inwoners, zoals beroep en leeftijd, mee in de plannen? En zo nee, waarom niet?
3. Wanneer de huidige bewoners niet kunnen blijven, hoe ziet het college dan de woontoekomst van
7
Vragenuur van 28 november 2024 deze groep? De heer De Vries (wethouder): Voorzitter. Dank voor het stellen van de vragen. Ik zou die graag als een geheel willen beantwoorden.
De datum van het aflopen van de huurcontracten van de huidige huurders – mei 2025 – komt
dichterbij, dus ik snap dat de bewoners van het pand in spanning zitten. Maar juist vanwege deze
bewoners kan en wil ik nu niet te diep op uw vragen ingaan. Eerlijk gezegd komen deze mondelinge vragen ook net iets te vroeg. Zoals u weet zijn er meerdere moties ingediend over dit pand.
Daarnaast zijn we in de afgelopen periode ook druk geweest met de visie Welgelegen. Om de bewoners van het pand, de omgeving en uw raad op de goede manier mee te nemen in de
toekomstplannen van dit pand, en ook mee te nemen in de gevolgen die deze plannen al dan niet hebben voor de huidige bewoners, was het van belang dat eerst de uitwerking van de visie Welgelegen werd vastgesteld door uw raad. Dat is twee weken geleden gebeurd.
Momenteel zijn we bezig met het zetten van de puntjes op de i ten aanzien van de communicatie
over de vervolgstappen. De planning is dat de bewoners, de omgeving en ook u over iets meer dan een week geïnformeerd zullen worden over de plannen voor de korte en voor de langere termijn.
Juist omdat de communciatie richting de bewoners en ook de directe omgeving wordt voorbereid, zou ik het hierbij willen laten.
Mevrouw Nederhand (Volt): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor zijn antwoord. Er ligt nog wel veel onduidelijkheid bij de bewoners. Ik hoor de wethouder zeggen dat deze vragen eigenlijk te vroeg zijn, maar is het college niet iets te laat met het geven van duidelijkheid over de plannen?
De heer De Vries (wethouder): Volgens mij heb ik net in mijn beantwoording iets gezegd over de
tijdsplanning en het proces in relatie tot de visie Welgelegen en de eerder ingediende moties. Dat
maakt dat wij deze stappen zetten. Volgens mij doen we dat op het juiste moment. Ik denk ook niet dat het heel veel sneller had gekund.
De voorzitter: Ik stel vast dat dit geen vervolgvragen oplevert. Dan gaan we door naar de vijfde set vragen.
5. Mondelinge vragen van Maartje Vermeulen (GroenLinks), mede namens David Bosch (UtrechtNu!), Mahmut Sungur (DENK) en Bert van Steeg (CDA), inzake Veilig en betrouwbaar Leerlingenvervoer.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Voorzitter. Ik stel deze vragen namens de fracties van GroenLinks, UtrechtNu!, DENK, CDA en EenUtrecht, die later nog is aangesloten.
Afgelopen jaar hebben we in de gemeenteraad op verschillende momenten gesproken over het leerlingenvervoer. Het college heeft ons met dashboardbrieven geïnformeerd en is aan de slag
gegaan met een klankbordgroep. Nog geen maand geleden hebben we in de raad de toezegging gekregen dat er in de kwaliteitsafspraken met de vervoerder meer aandacht zou komen voor de instructies voor chauffeurs. Hier waren wij heel blij mee.
Maar helaas stond op 22 november in het Algemeen Dagblad dat uit een controle van de Inspectie
Leefomgeving en Transport van 19 november bleek dat er behoorlijk wat mis was met de taxibusjes in Utrecht. Onder meer was er sprake van kapotte remmen en verlichting. Hierover werd door de
inspectie op Instagram gezegd dat "kinderen met een handicap overgeleverd zijn aan taxichauffeurs die het niet zo nauw nemen met de veiligheid en regels". Wij vinden het natuurlijk zorgwekkend dat
8
Vragenuur van 28 november 2024 men het niet zo nauw neemt met veiligheid en regels. Ook de mankementen aan de busjes baren ons zorgen. Deze zorgwekkende signalen brengen ons tot de volgende vragen: 1. Herkent het college de signalen?
2. Heeft het college contact gehad met de vervoerder over de mankementen van de busjes?
3. Deelt het college dat onveilig vervoer onacceptabel is? En welke stappen zet het college om dit te borgen?
4. Op welke wijze informeert de gemeente scholen en ouders over de situatie?
5. Kan in de monitor leerlingenvervoer terugkomen hoe zowel de kwaliteit van de chauffeur als de kwaliteit van het busje wordt bewaakt?
De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Dank voor de vragen. Uiteraard vindt ook het college het net als de vragenstellers van belang dat ons leerlingenvervoer op orde is, zowel als het gaat om de
hoeveelheid ritten om als de kwaliteit van die ritten. Ook wij zagen het nieuwsbericht en vroegen ons
af wat dit betekent en hoe onze vervoerder het doet. Gelukkig heb ik goed nieuws voor u. Wij hebben zowel de vervoerder als de inspectie gebeld en beiden bevestigen dat de uitgeschreven boetes voor de mankementen geen betrekking hebben op het Utrechtse leerlingenvervoer. Het ging wel om een Utrechtse school waar is gecontroleerd, maar de busjes reden niet in opdracht van de gemeente
Utrecht. Er zijn geen mankementen aangetroffen aan de busjes van Willemsen-de Koning. Er zijn ook geen mankementen aangetroffen aan de busjes van de onderaannemers – ook dat hebben wij
nagevraagd. Als het laatste het geval zou zijn, worden die mankementen geadministreerd als een melding voor de hoofdaannemer, in dit geval Willemsen-de Koning.
Het college deelt uiteraard dat onveilig vervoer onacceptabel is. Wij hebben daar ook al afspraken
over. De vervoerder moet aantonen hoe hij zijn busjes onderhoudt – ik zal daar straks iets meer over
zeggen – maar hij moet bijvoorbeeld ook het TX-taxikeurmerk voeren. In dat keurmerk zitten allerlei waarborgen over de veiligheid van het vervoer, de veiligheid van het materieel en de interne controle die een aanbieder zelf moet doen om dat allemaal op orde te hebben.
Gevraagd wordt op welke wijze wij als gemeente scholen en ouders over de situatie informeren. Dat is wat ons betreft niet aan de orde, omdat er geen acuut probleem is in die zin.
Dan de vraag hoe het met de kwaliteit zit. De taxibussen van Willemsen-de Koning moeten elk jaar een verplichte APK doorlopen. Dat wordt gedaan door een externe keurmeester. Los daarvan is er ook een intern systeem. Willemsen-de Koning heeft een eigen garage waar structureel onderzoek
wordt gedaan en controles worden uitgevoerd. Overigens is dat een leer-werkbedrijf, dus men leidt daar ook veel mbo-talent op, wat een harstikke mooie win-winsituatie oplevert. Veel van de busjes zijn daarnaast uitgerust met een systeem waardoor op afstand gezien kan worden of er een
mankement is. Als dat gezien wordt, wordt de bus teruggeroepen, gaat die de eigen garage in en
wordt die onderhouden. Willemsen-de Koning geeft ook aan dat het taxikeurmerk dat hij voert, waar ook de eisen uit voortvloeien, voor het bedrijf essentieel is en dat het bedrijf er veel aan gelegen is om dat keurmerk te behouden. Willemsen-De Koning doet dus zijn uiterste best om met goed materieel rond te rijden.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Voorzitter. Ik wil de wethouder bedanken voor deze
geruststelling. Ik maak mij er nog wel zorgen over hoe het in andere gemeenten gaat, maar het is in ieder geval goed om te weten dat er vanuit de gemeente Utrecht goed wordt gekeken naar de kwaliteit van het vervoer. Daar zijn wij heel blij mee.
De voorzitter: Heel mooi. Dan gaan we door naar de laatste set vragen.
9
Vragenuur van 28 november 2024
6. Mondelinge vragen van Bert van Steeg (CDA) inzake Beperk onveiligheid rond Lucasbolwerk. De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. De veiligheid rond het Lucasbolwerk is de afgelopen maanden verbeterd als gevolg van het verbod op harddrugsgebruik. Dat is een goede zaak, maar toch zijn er
nog veiligheidsuitdagingen, met name als gevolg van een bouwopstelling aan de Wittevrouwenstraat. Daarover vier vragen.
1) Herkent het college de geschetste veiligheidsuitdagingen rond de werkzaamheden die plaatsvinden rond het Lucasbolwerk?
2) Welke maatregelen zijn afgelopen maanden genomen om de onveiligheid rond het Lucasbolwerk te beperken, naast het verbod op harddrugsgebruik?
3) Welk overleg heeft afgelopen tijd plaatsgevonden met omwonenden om de huidige situatie te
verbeteren en waarom is er niet gekozen voor de snelle en eenvoudige oplossing die voorhanden lijkt?
4) Is het college bereid het voorgestelde alternatief van de omwonenden zo snel mogelijk in praktijk te brengen? Zo nee, waarom niet?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter. Dank voor de vragen. Herkennen wij de
uitdagingen rondom veiligheid? Het antwoord daarop is ja. We herkennen wat het CDA zegt, namelijk dat de situatie verbeterd is, maar we herkennen ook dat de werkzaamheden hebben geleid tot een
nieuwe ontmoetingsplek voor mensen die daar gebruiken of dingen doen die op z'n minst onveilige gevoelens geven. Wij herkennen die situatie.
We zien dat de situatie überhaupt verbeterd is, even los van de werkzaamheden. Dat is bereikt door een combinatie van allerlei bestuursrechtelijke en strafrechtelijke interventies, maar ook
zorgverlening. Dus veel zorgverleners en teams die erop afgaan op straat, die de mensen
aanspreken en bondjes maken, en die de mensen zo veel mogelijk naar de hostels of naar De Stek begeleiden. Er is in de sfeer van Schoon, Heel en Veilig ook gewoon schoongemaakt. Politie en handhaving zijn ingezet. Er zijn camera's ingezet. Het gebied is aangemerkt als
verblijfsontzeggingsgebied. Wij denken dat deze maatregelen in combinatie hebben geholpen om de situatie te verbeteren.
Inderdaad zien we nu dat de werkzaamheden die daar plaatsvinden daar niet bij helpen. De plek met hekken en bouwmaterialen wordt nu wel in alle rondes meegenomen. Dat is even een mitigatie in de tussentijd. Maar we merken ook dat dit nog niet voldoende is. We gaan nog in gesprek met de
mensen in de omgeving. Wat we in ieder geval doen, is voor de feestdagen de boel weghalen, omdat er dan toch niet gewerkt wordt. Daarmee is de situatie even verlicht.
Er is sowieso regelmatig contact met de ondernemers en omwonenden. Zij hebben het voorstel
gedaan om het plekje voor de bouwmaterialen iets te verschuiven, maar wij denken dat daarmee de verkeersveiligheid in het geding komt, doordat met name voetgangers gedwongen worden om
onveilige routes te nemen. Vandaar dat we dat nog niet op stel en sprong hebben gedaan. Wel gaan we met mensen in gesprek. Er komt binnenkort een informatiebijeenkomst waar wij de gedachten daarover willen uitwisselen.
Tot nu toe hebben we nog niet de ultieme oplossing gevonden. We hebben wel wat mitigerende
dingen kunnen doen. In ieder geval voor de feestdagen gaan we de situatie verlichten. En we gaan er met mensen over in gesprek of we nog alternatieven kunnen verzinnen waarbij niet de veiligheid voor de een wordt ingewisseld voor de veiligheid van de ander, zogezegd.
10
Vragenuur van 28 november 2024 De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. Het is in ieder geval fijn dat de situatie wordt opgelost, maar
hier wordt al maanden melding van gemaakt. De wethouder zegt dat met de aangedragen oplossing
een onveilige situatie voor voetgangers gecreëerd wordt. Ik ben daar geweest, en daar hoeft volgens
mij absoluut geen sprake van te zijn als er een kleine verplaatsing plaatsvindt, zoals wordt gevraagd. Waarom is dat niet gebeurd?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Ik vrees dat ik dan toch een beetje in herhaling verval.
Voetgangers zullen in dat geval gedwongen worden om over de rijweg te lopen. Het is de inschatting dat dit niet de toets der kritiek zal kunnen doorstaan. Dat is het verhaal.
De heer Van Steeg (CDA): Dat is volgens mij geen overtuigend verhaal, ook niet voor de
omwonenden. Deelt de wethouder wel met mij dat we juist op de plek waar we hebben ingezet op het vergroten van de veiligheid geen maatregelen moeten nemen die die veiligheid weer
verslechteren? Is de wethouder het met mij eens dat je daar bij nieuwbouwopgaven echt rekening mee moet houden? Hoe gaat de wethouder dat dan doen?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Nogmaals, wij zien dat dit een heel ingewikkeld gebied is,
waar je dit niet wil; daar zijn we het met elkaar over eens. Ik weet echter niet of van tevoren goed te voorzien is hoe dit soort zaken zich zullen ontwikkelen. In ieder geval kijken we wel echt met de omgeving wat we hieraan kunnen doen. Een overtuigende oplossing is er nog niet, behalve de
tijdelijke voor de feestdagen, voor een paar weken. Het gaat uiteindelijk om bouwmaterialen die gewoon nodig zijn voor de werkzaamheden. We zullen dus met elkaar moeten bekijken waar we ergens in de buurt toch een plekje kunnen vinden voor die bouwmaterialen.
De voorzitter: Meneer Van Steeg, uw tijd is om, dus u mag helaas geen vraag meer stellen. Ik dank
de wethouder voor haar beantwoording. Volgens mij is dit ook het laatste vragenuur voor mevrouw Van Hooijdonk als wethouder van Utrecht. Heel veel dank!
Volgende week is er geen vragenuur; dan is iedereen hier in de zaal waarschijnlijk sinterklaas aan het vieren. Ook de week daarop is er geen vragenuur, omdat er dan een raadsvergadering plaatsvindt. Wij zien elkaar dus weer, voor het leukste uurtje van de week, op 19 december aanstaande. De voorzitter sluit daarop, te 17.39 uur, het vragenuur.
11