20241003 vragenuur
Tekst van het document
2024 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 3 oktober 2024 Vragenuur, gehouden op donderdag 3 oktober 2024 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard. Aanwezig zijn de raadsleden: Dekkers, Hessel, Passier, Peters en Ramaker. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Van Bergen, Cornielje, O'Connor en Van Rooij. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en wethouder Voortman. Griffier: mevrouw Bouts.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Welkom iedereen. Mijn naam is Melody Deldjou Fard en ik heb de eer om vandaag jullie vragenuurvoorzitter te zijn. Ik heet iedereen hartelijk welkom bij het vragenuur, alle
raadsleden, commissieleden, de wethouder, onze burgemeester, alle mensen op de publieke tribune en de mensen die thuis met ons meekijken of meeluisteren. Er zijn vandaag vier sets vragen te behandelen.
1. Mondelinge vragen van Yvonne Hessel (Utrecht Solidair), mede namens Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) en David Bosch (UtrechtNu!), inzake Red de Domstad Plusbus.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Voorzitter. Bij mondelinge vragen over het schrappen van de Domstad PlusBus, twee weken geleden gesteld, gaf het college aan dat er overleg was geweest.
U Centraal gaf aan dat de Domstad Plusbus kostbaar is en dat zij zich wil richten op basiszorg. Bij
nader onderzoek blijkt deze argumentatie niet te kloppen. De PlusBus is een goedkoop instrument. De PlusBus is met behulp van het Ouderenfonds gestart. De Plusbus wordt uitgevoerd door
vrijwilligers en deelnemers betalen zelf de kosten voor de dag, waaronder de benzinekosten.
De meeste stichtingen in Nederland werken met een onbezoldigd bestuur. U Centraal heeft een
bezoldigd bestuur. In het jaarverslag 2023 staan een paar ontluisterende feiten. Naast de directeur, met een jaarinkomen van € 110.490, huurde U Centraal voor 24 uur per week een interim-
bestuurder in. Deze bestuurder ontving een vergoeding boven de WNT, te weten € 173.904. In het jaarverslag wordt opgemerkt dat de WNT niet geldt voor inhuur.
Ik kan niet alles voorlezen wat ik op papier had gezet, want ik heb maar twee minuten spreektijd. Daarom zal ik mij beperken tot het stellen van de vragen.
1. Is het college bereid om U Centraal de opdracht te geven om de Domstad PlusBus over te dragen
Vragenuur van 3 oktober 2024 aan een andere stichting, in samenwerking met het Ouderenfonds, en derhalve deze service nog enkele maanden uit te voeren in 2025?
2. Bij onderzoek naar de jaarcijfers zijn behalve beloningen boven de WNT de dure locaties van U Centraal opgevallen, die van particuliere eigenaren worden gehuurd. Kan het college een onderzoek laten doen naar het financieel beleid binnen U Centraal?
3. Gesteld wordt dat Join Us heel belangrijk is. Maar de uitvoering van Join Us is een zeer duur
instrument. Alleen al de licentiekosten die betaald moeten worden aan de landelijke organisatie Join Us voor het gebruik van de webapp en de seminars is duur. De praktijk van Join Us behelst om de week een bijeenkomst in een buurthuis, waar de jongeren tot 30 jaar zelf een activiteit bedenken. Dit wordt begeleid door sociaal werkers van Stichting Jou en vrijwilligers. Kan het
college onderzoeken of bijeenkomsten voor eenzame jongeren door stichting Jou en/of stichting DOCK zelfstandig georganiseerd kunnen worden?
Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Dank voor de gestelde vragen.
Gevraagd wordt of het college bereid is om U Centraal de opdracht te geven om de Domstad PlusBus over te dragen aan een andere stichting. U Centraal heeft de keuze gemaakt om te stoppen met de
PlusBus. Dat betreuren we, maar we begrijpen het ook. Deze tijden van krapte vragen om scherpe en soms ook pijnlijke keuzes. Wij vinden met de vragenstellers dat U Centraal een verantwoordelijkheid heeft richting de huidige deelnemers van de Domstad PlusBus. Wij hebben U Centraal dan ook
gevraagd om hen met zorg en aandacht te begeleiden naar een passend alternatief. Ook ik vind het jammer dat in de brief die mevrouw Hessel noemt nog geen alternatieven zijn aangedragen. Wij hebben ook aan U Centraal gevraagd om samen met het Ouderenfonds, vrijwilligers en
initiatieven in de stad te onderzoeken of de activiteiten van de Domstad PlusBus op een andere
manier voortgezet kunnen worden. Het Ouderenfonds heeft toegezegd dit proces te ondersteunen
en te begeleiden. We gaan er daarbij van uit dat in de komende drie maanden duidelijk wordt hoe de situatie er per 1 januari 2025 uit zal zien. Die situatie zal sowieso anders zijn dan nu, omdat de
Domstad PlusBus, doordat er veel professionele organisatie op zit, relatief veel uitstapjes per week biedt. Door de professionele inzet zijn ze ook strakker georganiseerd dan je van een vrijwilligersinitiatief kan verwachten. In die zin zal de situatie dus anders worden.
Ik wil er wel bij zeggen dat de andere PlusBussen in onze gemeente gewoon blijven rijden. U Centraal maakt nu voor deelnemers van de Domstad PlusBus een folder met alle activiteiten en uitstapjes voor ouderen. Deze folder zal binnen nu en drie weken aan alle deelnemers verstuurd worden. De meest kwetsbare ouderen worden persoonlijk begeleid naar een passend alternatief.
Dan de tweede vraag, of wij onderzoek willen doen naar het financieel beleid binnen U Centraal.
U Centraal voert veel verschillende activiteiten uit. Een deel van die activiteiten wordt gevormd door
activiteiten die alleen U Centraal doet, zoals het sociaalraadsliedenwerk. Daar zijn wij tevreden over.
Het is ook ons opgevallen dat de kosten voor overhead bij U Centraal relatief hoog zijn. Natuurlijk is het vormgeven van de bedrijfsvoering een taak voor U Centraal zelf, maar de omvang van de kosten
houden wij, net als geldt voor de andere uitvoeringspartners, in de gaten. Die kosten worden ook op gezette tijden besproken met U Centraal. In recente gesprekken hebben wij U Centraal gewezen op een aantal onderdelen van hun kosten die relatief hoog zijn.
Specifiek voor het onderdeel vrijwillige inzet zien wij dat U Centraal hogere organisatiekosten heeft dan andere partijen die vergelijkbare activiteiten uitvoeren. We gaan in 2025 dan ook een aantal subsidieregelingen herzien, waaronder de regeling Vrijwillige inzet voor elkaar. Daarbij zal ook scherper op rendement beoordeeld worden.
Het klopt dat voor Join Us licentiekosten worden afgedragen, maar het is ook een bewezen effectieve
2
Vragenuur van 3 oktober 2024 aanpak om eenzaamheid onder jongeren te verminderen. Met deze investering voorkomen we
hogere zorgkosten. Deze vorm van ondersteuning past ook in onze hervormingsaanpak sociaal
domein, waarbij we inzetten op het aanpakken van grondoorzaken, normalisering, groepsgericht
aanbod en doen wat werkt. Die aanpak wordt uitgevoerd door Stichting Jou, voor jongeren van 16 tot 20 jaar, en door U Centraal voor jongeren van 20 tot 30 jaar.
De heer Dekkers (GroenLinks): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor haar beantwoording. Is de gemeente bereid om, als een ander initiatief deze activiteit wil overnemen, samen te kijken in hoeverre bestaande regelingen bij het Initiatievenfonds, vervoer voor iedereen of vrijwilligerssubsidies kunnen helpen bij het voortzetten van deze activiteit?
Mevrouw Voortman (wethouder): Als zo'n initiatief bij ons komt, zullen we dat natuurlijk doen. Ik
moet wel zeggen dat verschillende regelingen ook overvraagd worden. Maar als een initiatief bij ons komt, zijn wij zeker bereid om te kijken wat wij kunnen doen.
Mevrouw Ramaker (VVD): Voorzitter. Bij de beantwoording van vraag 1 hoorde ik de wethouder
zeggen dat er meer door professionals dan door vrijwilligers wordt begeleid. Betekent dit ook iets voor de portemonnee van de gebruiker?
Mevrouw Voortman (wethouder): Ik begrijp dat de vraag is of de gebruiker in een nieuwe situatie een hogere bijdrage zal moeten betalen. Daar kan ik nu nog geen antwoord op geven. Er zijn op andere plekken ook PlusBussen die volgens mij ook heel succesvol werken. Ik ga er daarom van uit dat het ook hier op die manier zou moeten kunnen.
De voorzitter: Ik dank de wethouder voor haar beantwoording. We gaan door naar de volgende set vragen.
2. Mondelinge vragen van Rik van der Graaf (ChristenUnie), mede namens Meike Hellevoort
(GroenLinks), Ruben Snijder (Student & Starter) en Ilse Raaijmakers (Partij van de Arbeid), inzake Koop nu, schulden later.
De heer Van Bergen (ChristenUnie): Voorzitter. Vanaf deze maand wordt het mogelijk om in fysieke winkels via kredietbedrijf Klarna op de pof producten te kopen, mogelijk ook in Utrecht. De
gebruikers van deze dienst kunnen de gevolgen van de lening die zij aangaan niet altijd overzien. De afgelopen jaren werd deze dienst ook al online aangeboden en daar werden de gevolgen wel
zichtbaar. Een achtste van de gebruikers krijgt een aanmaning met daaraan verbonden kosten, 4% krijgt te maken met incassobureaus. Juist in die aanmaningen zit het verdienmodel van dit soort kredietbedrijven, zo concludeerde de Autoriteit Financiële Markten.
Wij maken ons zorgen over deze ontwikkeling, want achter die percentages gaan verhalen schuil van tienduizenden mensen die te maken krijgen met onverwachte en onnodige kosten en duizenden
mensen die in grote financiële problemen geraken door kredietbedrijven. Eerder waarschuwde de
Nederlandse Vereniging van Banken al dat juist financieel kwetsbare mensen hierdoor eerder in de schulden raken.
Het is voor de ChristenUnie, GroenLinks, Student & Starter en PvdA zeer onwenselijk dat dit
schuldverdienmodel straks ook wordt aangeboden in de Utrechtse winkelstraten en dat mensen in
onze stad gefaciliteerd en aangemoedigd worden om financieel onverantwoorde aankopen te doen.
3
Vragenuur van 3 oktober 2024 Hierover hebben wij de volgende vragen.
1. Deelt het college dat het onwenselijk is dat kredietbedrijven mensen verleiden om schulden aan te gaan?
2. Is er zicht op het aantal winkels dat in Utrecht voornemens is om deze dienst aan te gaan bieden?
3. Heeft het college contact met deze winkels of brancheorganisaties om de onwenselijkheid hiervan uit te dragen en, zo ja, wat is de reactie?
4. Op welke andere manieren kunnen klanten in Utrecht beschermd worden tegen deze schuldenindustrie?
Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Ik dank de indieners voor de gestelde vragen. Dat geeft mij de gelegenheid om te zeggen dat ik het met de ChristenUnie en de andere indienende partijen
eens ben dat het heel erg onwenselijk is dat dit gebeurt. Mensen worden op deze manier verleid om zaken te kopen waardoor zij in schulden komen, met alle problemen van dien. Het antwoord op de eerste vraag is dus volmondig: ja. Wij delen ook het beeld dat de AFM en de NVB hiervan hebben.
Wij hebben geen zicht op het aantal winkels in Utrecht dat voornemens zou zijn deze dienst aan te
bieden. Wel hebben wij contact met winkels, via de ondernemersvertegenwoordigers. Navraag bij hen levert op dat dit op dit moment gelukkig niet echt speelt. Veel ondernemers zijn gebaat bij directe
betaling en niet bij uitgestelde of onzekere betaling. Maar ik vind het wel belangrijk dat wij ons als gemeente uitspreken. Wij strijden hier al jaren met z'n allen voor een schuldenvrij Utrecht. Van Utrechtse bedrijven verwachten wij dan ook dat ze ook hun steentje hieraan bijdragen, door
schulden te voorkomen en niet door bij te dragen aan een cultuur van kopen op afbetaling van
alledaagse goederen. Dat zullen wij dan ook benadrukken in onze gesprekken met de Utrechtse
ondernemers. Daarnaast blijven wij dit ook aankaarten bij het Rijk, want het probleem is natuurlijk dat de aangeboden dienst wettelijk mogelijk is.
Op welke manieren kunnen mensen beschermd worden tegen deze schuldenindustrie?
Vooropgesteld: kopen op afbetaling in fysieke winkels is natuurlijk niet nieuw. Het vernieuwende van deze aanbieders is dat winkeliers hun vordering op een klant verkopen en dat de winkelier een
weliswaar lager, maar toch gegarandeerd bedrag krijgt. Daardoor heeft de klant geen schuld bij de winkel, maar bij de buy-now-pay-later-betaalprovider. Daarmee wordt dus uitgesteld betalen
risicoloos voor de winkelier. We kunnen zoals gezegd deze manier van betalen niet verbieden, omdat er een wettelijke basis is voor deze manier van betalen, maar ik vind het wel heel erg belangrijk dat
inwoners goed beschermd worden. Daarom hebben wij ook in Q4-verband gelobbyd voor beter zicht op de buy-now-pay-later-sector. Mede door deze lobby is in oktober 2023 de herziene richtlijn
consumentenkrediet aangenomen. Als gevolg daarvan komt uiterlijk in november 2026 de buy-nowpay-later-sector onder het toezicht van de AFM. Net als aanbieders van consumptieve leningen
moeten deze aanbieders dan onder andere een kredietwaardigheidstoets uitvoeren en voldoen aan de regels voor informatieverstrekking, reclame-uitingen en de maximale kosten van een krediet.
De heer Peters (D66): Voorzitter. Is het een idee dat ook met Centrummanagement Utrecht en andere ondernemersverenigingen een gesprek wordt aangegaan om een positieve campagne te starten met
ondernemers die juist willen dat Utrechters zich niet in de schulden steken en dus niet meedoen aan dergelijke initiatieven?
Mevrouw Voortman (wethouder): Wij hebben al contact met de ondernemersorganisaties, maar ik
vind dit op zich een goed idee. Ik wil er zeker naar kijken wat we op dit punt kunnen doen. Ik heb
duidelijk gezegd dat ook wij dit initiatief onwenselijk vinden, en ik denk dat veel ondernemers dat
4
Vragenuur van 3 oktober 2024 ook vinden. Het is dan goed om dat ook zichtbaar te maken. Ik wil daar dus zeker naar kijken. De heer Van Bergen (ChristenUnie): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor haar volmondige steun. Ik hoop dat wij in de toekomst op dit punt samen kunnen optrekken.
Mevrouw Voortman (wethouder): Volgens mij trekken wij al een behoorlijke tijd samen op als het gaat om een schuldenvrij Utrecht. Wat mij betreft blijven wij dat ook doen.
De voorzitter: Dank u wel, wethouder Linda Voortman. Wij gaan door naar de volgende vragenset. 3. Mondelinge vragen van Tara O’Connor (EenUtrecht), Emma Kolenbrander (Student & Starter) en Hester Assen (PvdA), inzake Femicide in Utrecht.
Mevrouw O’Connor (EenUtrecht): Voorzitter. In Rijswijk werd vrijdag twee weken geleden een vrouw
vermoord in een woning. Er lijkt opnieuw sprake van femicide. Schokkend, en dit is Nederland geen
uitzondering. In Nederland wordt namelijk elke acht dagen een vrouw vermoord, alleen omdat ze een vrouw is. Naar aanleiding van de femicide in Rijswijk geeft de Rijswijkse burgemeester aan dat vrouwen haar kunnen mailen wanneer ze zich in een onveilige situatie bevinden. Aan de hand hiervan vijf vragen:
1. Landelijk zijn de cijfers van femicide bekend, evenals voor de gemeente Rijswijk. Zijn deze cijfers er ook voor Utrecht over de afgelopen tien jaar? Zo nee, kunnen deze cijfers alsnog worden geproduceerd en gedeeld met de gemeenteraad?
2. Zijn bestaande meldkanalen goed geëvalueerd en, zo ja, welke knelpunten leverde dat op?
3. Is het in Utrecht mogelijk dat er, naast Veilig Thuis, een volledig veilig meldpunt of een ander mechanisme komt, zodat vrouwen zich makkelijk en veilig kunnen melden?
4. Kan in Utrecht, net zoals in Rijswijk, de mogelijkheid gecreëerd worden om de burgemeester te mailen indien vrouwen zich onveilig voelen?
5. Ten slotte. Krijgen vrouwen in onveilige thuissituaties die melding doen, nu in Utrecht voldoende snel en effectief hulp?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Het is inderdaad een schokkend cijfer dat u noemt, de moord op vrouwen. Ja, dat komt ook in Utrecht voor. Dat weet ik omdat ik soms weleens
nabestaanden bezoek. Ik heb echter geen cijfers voor u; er zijn geen specifieke cijfers over femicide
in de regio Utrecht of de stad Utrecht beschikbaar. Wel houdt het Openbaar Ministerie landelijk sinds begin van dit jaar bij wanneer vrouwen het slachtoffer van geweldsmisdrijven zijn – femicide valt hieronder. Het OM ziet femicide – die definitie is wel belangrijk – als moord op een vrouw in een afhankelijkheidsrelatie.
Zijn de bestaande meldkanalen goed geëvalueerd? Veilig Thuis is het landelijk meldpunt voor
huiselijk geweld en kindermishandeling. Elke regio heeft ook een eigen Veilig Thuis-organisatie. Wij voeren elk kwartaal gesprekken over de ontwikkelingen en de aandachtspunten bij Veilig Thuis die spelen in de stad en in de regio. Als er problemen of aandachtspunten zijn, dan worden die
opgepakt, door Veilig Thuis, maar ook bijvoorbeeld door de gemeente, als dat noodzakelijk is. Dan
moet gedacht worden aan samenwerking met de lokale teams, het behalen van wettelijke termijnen voor onderzoek, de overdracht naar hulp en dergelijke zaken. We versterken ook nog de kennis en
de expertise van de Buurtteams, zodat ook deze teams beter in staat zijn om meldingen van huiselijk geweld goed te kunnen begeleiden.
5
Vragenuur van 3 oktober 2024 Moet er in Utrecht nog een ander meldpunt gecreëerd worden? Het korte antwoord op die vraag is: nee, dat is niet verstandig. Er is geen aanleiding om een nieuw meldpunt in te richten. We zijn ons
ervan bewust dat er drempels kunnen worden ervaren. Daar is juist ook aandacht voor. Zo kunnen
mensen bijvoorbeeld ook anoniem chatten op veiligthuis.nl en op die manier hun melding doen. Als
je daarnaast op lokaal niveau weer een eigen nieuw meldpunt maakt, wordt het niet overzichtelijker.
Bovendien is het nu zo dat ook bijvoorbeeld meldingen uit de sector, bijvoorbeeld van professionals, bij Veilig Thuis binnenkomen. Als je veel meldingen van verschillende aard over één situatie krijgt,
weet je dat het superurgent is. Als je dat over verschillende meldpunten gaat organiseren, wordt het er niet beter op. En als er direct gevaar is: altijd de politie bellen.
Dan de vraag of de mensen mij kunnen mailen. Mensen mogen mij altijd mailen. Als er sprake is van een situatie waarbij vrouwen angst hebben, kunnen zij mij zeker mailen. Dan zorg ik ervoor dat het signaal op de juiste tafels terechtkomt. Dat betekent niet dat men dan opeens een specifiek eigen traject krijgt; daar moet ik wel even heel duidelijk over zijn.
Krijgen vrouwen in onveilige thuissituaties die melding doen in Utrecht voldoende snel en effectief hulp? Bij acuut gevaar wordt altijd direct actie ondernomen. Dan zijn niet alleen het OM en Veilig
Thuis in de benen, maar ook de politie. Als er bijvoorbeeld ook een opvangplek nodig is, dan hebben wij die ook. Er zijn verschillende interventies die wij inzetten om dit goed te doen.
De heer Van Rooij (Student & Starter): Voorzitter. Ik dank de burgemeester voor haar beantwoording, haar duidelijke woorden en haar aanbod dat zij zelf gemaild mag worden.
Ook jonge vrouwen en studenten hebben te maken met gendergerelateerd geweld. Dat kan ook van andere aard zijn dan geweld in de relationele sfeer. Mijn vraag aan de burgemeester: hoe zorgt u ervoor dat ook voor hen de drempel om onveilige situaties te melden zo laag mogelijk is?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Dit is een zeer terecht vraag, want ook dit komt in onze stad voor. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we aan de ene kant daaraan aandacht besteden via de
campagnes die we doen, bijvoorbeeld gericht op intimidatie van jonge vrouwen. Aan de andere kant is het naar mijn mening nodig en nuttig dat we met verschillende organisaties, waaronder ook de
studentenorganisaties, dit onderwerp nadrukkelijk op de agenda hebben staan. Bewustwording op
dit punt is van belang, maar ook voor deze groep geldt: je kunt je gewoon melden bij Veilig Thuis,
en als je in acute problematiek belandt, kun je altijd de politie bellen. Dat is ongelofelijk belangrijk; dat moeten we voortdurend tegen elkaar blijven zeggen.
Mevrouw O’Connor (EenUtrecht): Voorzitter. Veel dank aan de burgemeester voor het duidelijke antwoord. Het is fijn om te horen dat vrouwen kunnen mailen indien dat echt nodig is.
Ik hoorde niet of het mogelijk is om de cijfers over de afgelopen tien jaar voor Utrecht op een rijtje te krijgen. Ik denk dat dit heel veel kan toevoegen aan onderzoek en aan oplossingen.
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ik durf dat niet zomaar toe te zeggen, omdat ik niet goed weet
wat er in het verleden wel en niet is bijgehouden. Voor ons was er ook onduidelijkheid over hoe de landelijke cijfers tot stand zijn gekomen. Ik kan u wel zeggen dat ik in de driehoek en bij de
Hoofdofficier eens zal navragen wat er op dit punt wel en niet mogelijk is en, voor zover het niet in het verleden is gebeurd, hoe we dit nu wel beter in beeld kunnen krijgen. Dat is volgens mij een prima agendapunt om een keer in de driehoek aan de orde te hebben.
De voorzitter: Ik zie geknik. Hartelijk dank, burgemeester, voor de beantwoording. Wij gaan door
6
Vragenuur van 3 oktober 2024 naar de laatste set vragen. 4. Mondelinge vragen van Charlotte Passier (Volt), mede namens Kirsten Alblas (ChristenUnie),
Rachel Heijne (GroenLinks), Ralph Peters (D66) en Joachim Cornielje (PvdA), inzake geen flexibele ruimte op elektriciteitsnet.
Mevrouw Passier (Volt): Voorzitter. Ik heb een flinke set vragen, dus ik laat de inleidende woorden
even achterwege. Ik stel de vragen mede namens de ChristenUnie, GroenLinks, D66 en Partij van de Arbeid.
1. Welke grote bedrijven in de gemeente Utrecht zijn door Stedin en TenneT benaderd? Welke rol heeft de gemeente daarbij gehad?
2. Op welke manier ziet het college een verband met de energie-intensieve bedrijven waar eerder door onder andere de ChristenUnie schriftelijke vragen over zijn gesteld?
3. Zit er overlap tussen de 26 energie-intensieve bedrijven en de bedrijven die door Stedin en
TenneT zijn benaderd? Zo ja, is er contact geweest tussen Stedin en TenneT hierover met de RUD? Zo niet, ziet de gemeente ook een rol voor de RUD weggelegd hierin?
4. In de raadsbrief "Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026" schrijft het college dat het “voorlopig nog niet aan prioriteren van ontwikkelingen doet”, omdat
het college “het ‘gat’ probeert te overbruggen met de maatregelen onder knop B” (spitsmijden en meer flexibiliteit). Hoe wil het college aan de “flexibiliteitsknop” draaien? Welke rol ziet het college voor de gemeente?
5. Verwacht het college een effect op de eigen ambities, nu het “de netbeheerders Tennet en Stedin niet gelukt om genoeg grote bedrijven te vinden die op piekmomenten minder stroom willen verbruiken”?
Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Ik vervang bij de beantwoording van deze vragen
collega-wethouder Van Hooijdonk. Het is inderdaad een substantiële set met vragen. Het gaat echter over een zeer belangwekkend onderwerp, dus ik begrijp dat volkomen.
Vraag 1. Welke grote bedrijven in de gemeente Utrecht zijn door Stedin en TenneT benaderd? Als
gemeente weten wij niet exact welke bedrijven hierover door Stedin en TenneT zijn benaderd. Het
sluiten van overeenkomsten met bedrijven over congestiemanagement is een wettelijke taak van de netbeheerders. De gemeente heeft daarin geen formele rol.
Vraag 2. Op welke manier ziet het college een verband met de energie-intensieve bedrijven waar
eerder schriftelijke vragen over zijn gesteld? Omdat we de exacte lijst met bedrijven niet kennen, is dat lastig aan te geven. Gezien de omvang en de bedrijfsactiviteiten zullen dit naar verwachting
grotendeels dezelfde bedrijven zijn. Stedin en TenneT hebben data over het piekverbruik van de bedrijven. Het doel is om deze piekbelasting omlaag te krijgen. Dat staat los van de energiebesparingsplicht of de verduurzamingsdoelstellingen van bedrijven.
Vraag 3. Zit er overlap tussen de 26 energie-intensieve bedrijven en de bedrijven die door Stedin en
TenneT zijn benaderd en, zo ja, is er contact geweest tussen Stedin en TenneT hierover met de RUD?
Zoals ik bij de beantwoording van vraag 2 al aangaf, weten we niet exact welke bedrijven door Stedin en TenneT zijn benaderd. Recent heeft er wel een gesprek plaatsgevonden tussen Stedin en de RUD over de mogelijkheden van energiebesparing in samenhang met netcongestie. Voor de specifieke wetgeving voor de grote energieverbruiken bedrijven staat netcongestie niet in de weg bij
energiebesparing. De focus van deze bedrijven ligt voornamelijk op de optimalisatie van de interne processen en de maatregelen die het meest energiebesparende effect hebben.
7
Vragenuur van 3 oktober 2024 Vraag 4. Hoe wil het college aan de flexibiliteitsknoppen draaien en welke rol ziet het college daarin voor de gemeente? In het Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 20232026 staat een aantal maatregelen beschreven voor de wijze waarop wij als gemeente willen
bijdragen aan het verlagen van de piekvraag naar stroom. Let wel, wij helpen mee, wij anticiperen,
maar we kunnen niet zelf die congestie oplossen. Conform de toezegging wordt de raad in het vierde kwartaal nader geïnformeerd over de voortgang van het uitvoeringsprogramma en de speerpunten voor het jaar 2025.
Vraag 5. Verwacht het college een effect op de eigen ambities, nu het de netbeheerders Tennet en Stedin niet gelukt is om genoeg grote bedrijven te vinden die op piekmomenten minder stroom
willen verbruiken? Dat deze stap van de netbeheerders niet heeft geleid tot vrijwillige afspraken met grote bedrijven, is natuurlijk teleurstellend. Het is één knop minder waaraan kan worden gedraaid om de gevolgen van netcongestie te verkleinen. Zoals eerder aan uw raad gemeld, zal een heftige netcongestie leiden tot vertraging bij de groei en de verduurzaming van de stad Utrecht. De
netbeheerder waarschuwt momenteel ook voor verdere verslechtering van de congestiesituatie. Dit
kan leiden tot de instelling van een wachtlijst voor nieuwe kleinverbruikaansluitingen, in aanvulling op de bestaande wachtlijst voor nieuwe grootverbruikaansluitingen. In dat geval wordt de
woningbouw nog zwaarder getroffen. Zoals ik net al zei, brengen we op dit moment de mogelijke gevolgen van een dergelijk besluit in kaart en infomeren wij uw raad daarover in de voortgangsrapportage netcongestie, die nog dit kwartaal naar uw raad zal komen.
De heer Cornielje (PvdA): Voorzitter. We hebben dus niet precies in beeld welke bedrijven zijn
benaderd. Gaat de gemeente nog wel actie ondernemen om uit te onderzoeken welke bedrijven heel veel stroom afnemen?
Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Dat is iets waar Stedin over gaat. Wij hebben die lijst
met bedrijven in ieder geval niet. Het betreft geen openbare informatie, dus ik vraag mij ook af of wij in de positie zijn om die informatie te verkrijgen.
Mevrouw Passier (Volt): Voorzitter. Ik wil nog even stilstaan bij het feit dat de bedrijven niet zijn ingegaan op de vraag van Stedin en Tennet om iets te doen aan het energieverbruik tijdens
piekmomenten. Ik vraag me dan toch af hoe realistisch het halen van de doelstelling uit het UVP dan
nog is om samen met de stakeholders op de bedrijventerreinen te werken aan netoplossingen en het opzetten van energiehubs.
Mevrouw Voortman (wethouder): Ik denk dat mevrouw Passier hier twee dingen door elkaar haalt. Wij hebben nooit verwacht dat de bestaande bedrijven daar een enorme bijdrage aan zouden leveren. Flexcapaciteit is iets anders; dan hebben we het over gasgestookte warmtekrachtkoppelingen die
op- en afgeschakeld kunnen worden als dat nodig is. Daar is Stedin hard meer bezig en dat loopt
gewoon. Verder staat in het uitvoeringsplan een hele reeks aan maatregelen waarbij wij als gemeente ook kunnen bijdragen aan het verlagen van de piekvraag naar stroom.
De voorzitter: Hartelijk dank, wethouder Linda Voortman. Dit was het vragenuur voor vandaag. Ik wens iedereen een heel fijne avond. Tot de volgende keer, bij een volgend vragenuur. De voorzitter sluit daarop, te 17.32 uur, het vragenuur.
8