CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20240620 vragenuur

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 20 juni, 29 augustus en 5 september 20246.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2024 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 20 juni 2024 Vragenuur, gehouden op donderdag 20 juni 2024 te 17.00 uur. Voorzitter: de heer Te Hoonte. Aanwezig zijn de leden: Ramaker, Snijder, Stylianou, Talhaoui, Vermeulen, Van Vliet en Zwinkels. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Leever, Oskam, Steinhart en Steinmetz. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Oosters, Voortman en De Vries.

Griffier: mevrouw Bouts.

Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag en welkom bij het vragenuur van de gemeenteraad Utrecht. Ik ben

Gertjan te Hoonte en ik ben vanmiddag uw voorzitter. Normaal leid ik altijd de commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte en vandaag mag ik een keer het vragenuurtje doen. Laten we er samen iets leuks van maken. We hebben vragen over voetbal, schermen, schildpadden, stagevergoeding, Pride en de Cultuurnota. Na vijf setjes zijn we erdoorheen. Alle raadsleden en commissieleden

kennen de spelregels: u stelt uw vraag in twee minuten, daarna krijgt u maximaal drie minuten

antwoord en daarna kunt u een aanvullende vraag stellen, die weer uit uw eigen tijd komt. Is uw tijd op? Dan is het klaar voor vandaag. Dat zijn de spelregels.

Laten we beginnen met de eerste set vragen, van Ruben Snijder van Student & Starter, mede namens D66. De vragen hebben de titel "Hup Holland hup."

1. Mondelinge vragen van de fracties van Student & Starter en D66 over Hup Holland hup. De heer Snijder (Student & Starter): Voorzitter. Ondanks het slechte weer is het een mooie

sportzomer. Het EK is begonnen en sommige straten en huizen kleuren al oranje. Ook starten de Olympische Spelen bijna. Groepen komen samen om in spanning de wedstrijden te kijken. In de

vragen “Ik heb zin in de zomer, man” vroegen D66 en Student & Starter vragen naar mogelijkheden

van grote schermen in parken, pleinen en braakliggende terreinen. Het college liet weten dat kleinere initiatieven zoals schermen in horecabedrijven of op terrassen meestal mogelijk zijn zonder

vergunning, maar dat grotere initiatieven uiterlijk vier weken van tevoren aangevraagd moeten worden.

Daarom de volgende vragen.

Vragenuur van 20 juni 2024 1. Kan het college een versnelde procedure voor grote initiatieven mogelijk maken? We weten

immers nog niet of Nederland de finale haalt, en het zou zonde zijn als door bureaucratische redenen een feestje niet door kan gaan.

2. Hoe weten horecabedrijven en organisatoren van buurtfeesten wat de regels zijn? Kan het college hierbij duidelijke uitleg geven?

3. Kan het college dit soort initiatieven actief aanmoedigen via gemeentelijke kanalen en proactief ondernemers benaderen?

4. Hoe kan de gemeente jaarlijks anticiperen op deze of soortgelijke grote sportwedstrijden of evenementen?

5. Is het college ervan op de hoogte dat een organisator rechtstreeks bij de UEFA een

vertoningslicentie kan aanvragen zonder tussenkomst van een derde partij? Welke mogelijkheden ziet het college om dit onder de aandacht te brengen bij ondernemers?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Hup Holland hup, laat de leeuw niet z’n hempje staan! Ja, als initiatieven beperkt van omvang zijn, zoals schermen in horecabedrijven of op terrassen, zijn ze meestal gewoon mogelijk zonder vergunning. Dit moet wel gemeld worden. Voor grootschalige initiatieven is er een vergunning nodig, die uiterlijk vier weken van tevoren moet worden

aangevraagd, zoals we recent hebben aangegeven. We hebben tot op heden op één plein gezien dat men gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om een scherm aan te vragen. Er zijn ook twee

meldingen binnengekomen over een straatfeest op een terras. Ik hoop natuurlijk dat het elftal heel

ver komt. Daar waar mogelijk, zullen we daarop inspelen. we hebben dat bijvoorbeeld gedaan bij de huldiging van de vrouwen in 2017 toen ze Europees kampioen werden. Dan kijken we altijd

voortvarend naar initiatieven. Op de website staat gewoon de algemene informatie en ook de

specifieke aandachtspunten. Mensen kunnen daar altijd terecht en zij kunnen altijd ook nog contact opnemen met het team evenementen voor aanvullende informatie.

Het aanmoedigen van dit soort initiatieven vind ik, eerlijk gezegd, echt niet aan ons. Als men dat wil doen, helpen we graag, maar het is niet het college dat moet aanmoedigen dat deze initiatieven er komen.

Wat betreft anticipatie op evenementen wijs ik op onze reserveringskalender, waarop jaarlijks wordt vastgesteld voor welk type evenementen een vergunning moet worden aangevraagd. Organisatoren

kunnen met een vooruitziende blik daar alvast kennis van nemen. Natuurlijk zullen we een huldiging inpassen.

Op de laatste vraag over de licentie kan ik melden dat we dit niet bevestigd krijgen. De

licentiebeheerder heeft telefonisch aangegeven dat uitzenders buiten de huiselijke kring een licentie moeten hebben. Leuker kan ik het niet maken.

De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? D66? Mevrouw Stylianou (D66): Voorzitter. De burgemeester zei dat een vergunning vier weken van tevoren moet worden aangevraagd en dat dit nu al voor één vergunning is gedaan. Ik hoor de

burgemeester zeggen dat er voortvarend naar zal worden gekeken als we in de halve finale of de

finale staan, maar mag ik ervan uitgaan dat dit gewoon binnen de kaders sneller geregeld worden dan in vier weken, zodat we toch nog feest kunnen vieren?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ik kan dit niet honderd procent toezeggen. We hebben die termijn en we hebben dat natuurlijk niet voor niets in de beantwoording van de schriftelijke vragen van

2

Vragenuur van 20 juni 2024 mevrouw Stylianou opgenomen. We hebben ook tijd nodig om dat gewoon goed te kunnen bekijken.

Mensen moeten daar ook iets van kunnen vinden. Ik vind vier weken al best wel snel en bovendien is de komst van deze wedstrijden is geen totale verrassing op aarde.

De voorzitter: Zijn er verder aanvullende vragen? Anders gaan we naar de indiener voor een laatste vraag.

De heer Snijder (Student & Starter): Voorzitter. Ik heb een aanvullende vraag over die licenties, omdat

het volgens mij de grootste belemmering is voor organisatoren. Ziet de burgemeester mogelijkheden om hierover meer informatie te geven?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): We hebben contact gehad met de betrokken partijen over de licenties, maar we kunnen niet forceren dat het proces anders verloopt. Dit is buiten onze

invloedssfeer. Overigens, als ik met de KNVB spreek, heb ik het tegenwoordig over het algemeen

over een paar andere dingen. Ook hier moet ik zeggen dat ik het wel begrijp, maar dat hiermee toch de rol van de gemeente wordt overvraagd.

De voorzitter: we gaan door met de volgende set vragen over schildpadden in nood van de Partij voor de Dieren en Stadsbelang Utrecht, gesteld door mevrouw Oskam.

2. Mondelinge vragen van de fracties van de Partij voor de Dieren en Stadsbelang Utrecht over Schildpadden in nood.

Mevrouw Oskam (PvdD): Voorzitter. Hoewel schildpadden niet thuishoren in het Nederlandse

ecosysteem, komen ze veel voor omdat ze gedumpt worden. Wie kent niet de schildpadden in bijvoorbeeld het Griftpark? RTV Utrecht schreef dat deze dieren een langzame hongerdood sterven, en ondertussen ziekten en verwondingen oplopen.

Daarom hebben de Partij voor de Dieren en Stadsbelang Utrecht de volgende vragen.

1. Hoe groot is dit probleem in Utrecht en welke andere hotspots zijn er behalve het Griftpark?

2. Is het college het met de Partij voor de Dieren en Stadsbelang Utrecht eens dat alle schildpadden

in de Utrechtse natuur gemeld en opgevangen moeten worden bij een schildpaddenopvang? Zo nee, waarom niet?

3. Is het college bereid om met de Dierenbescherming, de Dierenambulance en de Stichting

Schildpaddenopvang Nederland over een gezamenlijke oplossing, zodat alle schildpadden die in Utrecht gedumpt zijn, worden geholpen? Zo nee, waarom niet?

4. Wat doet het college al en wat is het college bereid te doen om inwoners te informeren over het voorkomen van het kopen en dumpen van schildpadden, het signaleren van deze dieren in de Utrechtse wateren en het melden van deze schildpadden bij de schildpaddenopvang?

Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. We hebben geen volledig beeld van de omvang van dit

probleem. We weten wel dat schildpadden aanwezig zijn in onder andere Lunet II, het Griftpark, park Oog in Al, en in Overvecht en Lombok.

In principe ben ik het eens met de vraagsteller dat alle schildpadden in de natuur gemeld en

opgevangen moeten worden bij een schildpaddenopvang. Schildpadden horen niet in het wild in Nederland thuis. In de praktijk volgen we de regels en de beleidslijn van het ministerie van LNV. Daarin wordt gesteld dat invasieve exoten met rust gelaten en bij de provincie gemeld moeten

3

Vragenuur van 20 juni 2024 worden. De provincie is dus verantwoordelijk voor de aanpak van invasieve exoten. Alleen als het dier zichtbaar ziek en gewond is, mag de dierenambulance een invasieve exoot vervoeren. Wij zullen aan de Dierenbescherming en de Dierenambulance Utrecht en de Stichting

Schildpaddenopvang Nederland vragen of zij meldingen van schildpadden in Utrecht willen

doorgeven aan de provincie. Omdat we ons houden aan de beleidslijn van het ministerie, zoals ik net omschreven heb, kunnen we verder geen actie ondernemen om iets aan de aanwezigheid van schildpadden in Utrecht te doen.

Voorzitter. Het is verschrikkelijk dat schildpadden ziek worden als ze in de natuur worden

losgelaten, maar het echte probleem is dat mensen deze dieren aanschaffen, ze vervolgens zat

worden en ze dan dumpen in de natuur. Daar moeten we echt iets aan doen. we geven nu algemene voorlichting op de website van de gemeente Utrecht over de aanschaf van huisdieren. We gaan dat aanvullen op de website, planning september 2024, om mensen ook op te roepen om goed na te

denken over het houden van exotische dieren zoals schildpadden en waar het signaleren en melden van schildpadden kan plaatsvinden.

De voorzitter: Ik zie dat het college nog 6,5 minuut heeft voor de andere drie sets vragen. Dat wordt een uitdaging. Ik zie geen aanvullende vragen. Dan is het woord aan mevrouw Oskam.

Mevrouw Oskam (PvdD): Ik blijf het zeggen dat “invasieve exoten” een nare term is. Is het college het dan met de Partij voor de Dieren en Stadsbelang Utrecht eens dat het mede daarom geen goed idee is als Pets Place in Utrecht reptielen gaat verkopen? Is het college bereid om hen in ieder geval over te halen deze dieren niet te verkopen? We hebben de vorige vragen gesteld over de verkoop in het algemeen. Dit zou ook in het kader van het antwoord op vraag 4 helpen. Zo nee, waarom niet?

De voorzitter: De spelregels geven aan dat één aanvullende vraag mag worden gesteld. Dat is de eerste vraag en die mag de wethouder beantwoorden.

Mevrouw Voortman (wethouder): Ik ben die vraag vergeten. Mevrouw Oskam (PvdD): Die ging over de verkoop door Pets Place van reptielen in het algemeen maar schildpadden in het bijzonder.

Mevrouw Voortman (wethouder): Collega Schilderman heeft de vorige week aangegeven dat we dat

niet zo kunnen verbieden. Voor het overige verwijs ik naar de antwoorden die daar gesteld zijn. Wat betreft de term “invasieve exoten” wijs ik erop dat er wel degelijk ook een invasief effect op andere soorten is.

De voorzitter: Mevrouw Oskam kan hierover agendering aanvragen in de Commissie Groen en Openbare Ruimte en dan kunnen we er verder over praten.

Dank voor de beantwoording. Laten we nu doorgaan naar de stagevergoedingen mbo van de heer Talhaoui van de PvdA.

3. Mondelinge vragen van de fractie van de PvdA over Stagevergoedingen mbo. De heer Talhaoui (PvdA): Voorzitter. Mbo-studenten zijn gelijkwaardig aan studenten op het hbo en wo. Die stelling is niet meer dan logisch, maar toch krijgen mbo-studenten in de praktijk niet

4

Vragenuur van 20 juni 2024 dezelfde

rechten en kansen als hbo- en wo-studenten. In Utrecht vinden we niet alleen dat dat anders moet,

we doen ook ons uiterste best om ervoor te zorgen dat we de positie van mbo-studenten verbeteren. Zo zorgen we samen met mbo-studenten voor volledige deelname aan het Utrechtse studentenleven en wordt er aan plannen gewerkt om stagediscriminatie tegen te gaan.

Er valt op veel terreinen tegelijkertijd nog veel te verbeteren. Onlangs bleek dat 60 procent van mbostudenten geen stagevergoeding krijgt. Hoewel dit probleem in mindere mate ook in het hbo en wo speelt, worden mbo-studenten hier weer op een oneerlijke manier benadeeld. Daarover hebben we de volgende vragen.

1. Vindt het college dat studenten altijd een vergoeding zouden moeten krijgen voor hun stage? 2. Ziet het college mogelijkheden om het bieden van een stagevergoeding door Utrechtse

leerwerkbedrijven op een formele manier vast te leggen, zoals in Amsterdam is gebeurd in het

Stagepact mbo,1 dat door 40 Amsterdamse werkgevers is ondertekend en waarmee zij zich onder andere committeren aan een passende stagevergoeding?

3. Ziet het college mogelijkheden om de nieuw in te richten meldstructuur voor stagediscriminatie, waarover is bericht in de raadsbrief van 2 april 2024,2 ook open te zetten voor meldingen van een te lage of ontbrekende stagevergoeding?

De heer De Vries (wethouder): Voorzitter. Allereerst vindt het college studenten altijd een vergoeding zouden moeten krijgen voor een stage. we vinden ook dat elk stagiair een vergoeding verdient en daarom geven we als gemeente ook het goede voorbeeld. Dus alle stagiairs, ongeacht hun opleidingsrichting, krijgen ook bij ons dezelfde stagevergoeding.

In antwoord op de tweede vraag of het college mogelijkheden ziet om het bieden van de

stagevergoeding op een formele manier vast te leggen wijs ik op het landelijk stagepact. Daarin

wordt gesteld dat mbo-stagiaires een passende vergoeding dienen te krijgen voor hun stage met

minimaal een onkostenvergoeding. Dat is ook ondertekend door bedrijfsvertegenwoordiging, onder andere mkb en VNO/NCW en de afspraken gelden dus al voor een flink aantal leerbedrijven in

Utrecht die daarbij zijn aangesloten. In aanvulling daarop hebben we in Utrecht ervoor gekozen om leerbedrijven te stimuleren om een passende stagevergoeding te bieden door dit als onderdeel te laten opnemen in hun plan van aanpak als zij zich aansluiten bij Utrecht Divers en Inclusief, het

ondersteuningspakket voor bedrijven vanuit de aanpak inclusieve stagemarkt. Utrecht Divers en

Inclusief, ondersteunt hen met het implementeren van de doelstellingen uit het landelijk stagepact, zoals het tegengaan van stagediscriminatie, het verbeteren van de begeleiding en het creëren van

voldoende stageplekken. In het stagepact is opgenomen dat een passende vergoeding hoort bij het aanbieden van een stageplek. Als gemeente kunnen we hen echter niet verplichten om dit te doen. Een deel van de oplossing is dat de vakbonden, zowel FNV als CNV bezig zijn om een

stagevergoeding een vast onderdeel te laten zijn van de verschillende cao’s en hierdoor kan de

stagevergoedingen verplichting worden, ook voor mbo-stagiaires in diverse sectoren. Op het gebied van deze lobby is onze rol beperkt, maar waar mogelijk zullen we het belang van passende stagevergoeding uiteraard onder de aandacht brengen.

Het antwoord op de derde vraag of we mogelijkheden zien om de nieuw in te richten meldstructuur voor stagediscriminatie hiervoor in te zetten, is dat we die niet zien. Deze meldstructuur wordt

primair ingericht om meldingen van stagediscriminatie en grensoverschrijdend gedrag te doen.

Hoewel we een groot voorstander zijn van het bieden van een passende stagevergoeding, is deze meldstructuur geen passende route om het ontbreken daaraan te melden, ook omdat de mboinstellingen SBB en discriminatie.nl met het ontbreken van wettelijke afspraken over

5

Vragenuur van 20 juni 2024 stagevergoedingen geen handelingsperspectief hebben om die meldingen af te handelen. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er aanvullende vragen? VVD? Mevrouw Ramaker (VVD): Voorzitter. Kan Economische Zaken niet gestimuleerd worden voor stagevergoedingen?

De heer De Vries (wethouder): Ik heb zojuist iets gezegd over de wettelijke mogelijkheden die nu nog relatief beperkt zijn. Vervolgens ga je met elkaar kijken hoe je stimulerend kan werken. Mevrouw Ramaker noemt Economische Zaken en we noemen nu Utrecht Divers en Inclusief. Er zijn verschillende richtingen.

De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen. Dan gaan we terug naar de PvdA. De heer Talhaoui (PvdA): Voorzitter. De wethouder geeft aan dat die meldstructuur niet de juiste

route is of niet het gepaste middel. Daarnaast geeft de wethouder aan dat het stimuleren wel het

juiste middel is of het enige middel is dat het college kan gebruiken. Is er niet iets meer mogelijk? we zoeken naar meer afspraken, dus meer commitment ook van bedrijven, want die hebben natuurlijk net zoveel verantwoordelijkheid voor onze stagiaires.

De heer De Vries (wethouder): Er zijn nog verschillende richtingen. U geeft zelf het stagepact in

Amsterdam als voorbeeld maar er ook een landelijk stagepact. In Utrecht geven we dit vorm via Utrecht Divers en Inclusief. We hadden het ook een andere naam kunnen geven, alleen valt hier

natuurlijk wel meer onder. Dus dit is een breder ondersteuningspakket voor het bedrijfsleven waar dit ook daadwerkelijk al echt een onderdeel van uitmaakt.

De voorzitter: We gaan naar de volgende set vragen en dat is “Pride is a protest” en die worden

gesteld door Floor Steinmetz van BIJ1. En dat is mede namens commissielid Minnaert van de Partij voor de Dieren.

4. Mondelinge vragen van de fracties van BIJ1 en PvdD over Pride is a Protest. Mevrouw Steinmetz (BIJ1): Voorzitter. Zaterdag 1 juni vond de zesde editie van de Utrechtse Canal Pride plaats, waarbij 50 boten met LHBTI+ organisaties meevoeren op de bootparade door de

grachten. Een van deze organisaties was Utrecht Ballroom Scene, een community voor en door queer mensen van kleur. Zij voeren dit jaar voor het eerst mee met de Canal Pride als eerste boot en als

boegbeeld. Binnen het thema “Pride is Protest” protesteerden zij en anderen voor Palestina en tegen een genocide waar ook mensen van de LHBTI+ gemeenschap slachtoffer van zijn. Utrecht Ballroom Scene deed dit onder andere met een Palestijnse vlag en een bord. De organisatie was het hier niet mee eens en heeft een dringend beroep op hen gedaan om deze weg te halen onder het mom van veiligheid. Ook banners die langs de kant zijn opgehangen door andere Pridedeelnemers zijn afgenomen en sommigen zelfs verscheurd door de organisatie.

De samenstellende fracties vinden dit kwalijk en vragen zich af voor wie Pride in Utrecht bedoeld is en in hoeverre er ook ruimte wordt gemaakt voor bijvoorbeeld mensen van kleur. De fracties van BIJ1 en Partij voor de Dieren hebben daarom de volgende vragen.

6

Vragenuur van 20 juni 2024 1. Is de wethouder ervan op de hoogte dat er op deze manier is omgegaan met deelnemers van Pride?

2. Is de wethouder het met ons eens dat Pride inclusief maken niet alleen vraagt om de

aanwezigheid van gemarginaliseerde groepen, maar juist ook vraagt om ruimte te maken voor de ervaringen en perspectieven van die groepen en deelt de wethouder ook onze zorgen over wanneer de Utrechtse Pride daadwerkelijk inclusief gaat zijn?

3. Is de wethouder bereid om te kijken naar mogelijkheden om, net als in Amsterdam, verschillende organisaties de mogelijkheid te geven de Utrechtse Pride te organiseren, zodat de inclusiviteit gewaarborgd is?

Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. De eerste vraag is of ik op de hoogte ben van hetgeen dat mevrouw Steinmetz heeft genoemd. we zijn bekend met het feit dat de organisatie de Utrecht

Ballroom Scene heeft gevraagd om hun uitingen te verwijderen, omdat dit volgens de organisatie niet past binnen het doel van het evenement. Daarnaast weten we dat de organisatie gevraagd heeft om

een banner van ongeveer 3 bij 3 meter weg te halen van een brug, omdat deze zo laag hing dat het gevaarlijk was voor de deelnemers op de boten. Verder zijn we niet bekend met incidenten op de kades waarbij de organisatie betrokken was.

Dan de vraag of ik het ermee eens ben dat Pride inclusief maken niet alleen vraagt om aanwezigheid

van gemarginaliseerde groepen, maar ook om ruimte te maken voor de ervaringen en perspectieven. Ja, inclusiviteit betreft niet alleen de fysieke representatie van verschillende gemeenschappen, maar gaat juist over het includeren van al die verschillende perspectieven, ervaringen en meningen die deze verschillende gemeenschappen met zich meebrengen, zowel in zichtbaarheid als in alle gelaagdheid van de organisatie en het evenement zelf. Dat kan natuurlijk ongemak met zich

meebrengen, maar juist dat moeten we omarmen. Echte inclusie gaat niet vanzelf. Dat moeten we in gezamenlijkheid doen, waarbij iedereen openstaat voor dialoog. Zonder wrijving is er geen glans, maar zo komen we tot een inclusieve stad waar iedereen gezien, gehoord en gewaardeerd wordt.

Dan de vraag of ik de zorgen deel over wanneer de Utrecht Pride daadwerkelijk inclusief gaat zijn. Ik heb gezien dat in de afgelopen zes jaar Utrecht Pride een belangrijke rol heeft gekregen in Utrecht

om de LHBTI+ gemeenschap te vieren. Ze hebben hard gewerkt en werken nog steeds om inclusiever te worden. Dat gaat met stappen en er komt ook een mate van verantwoordelijkheid bij. Zoals we

ook eerder hebben aangegeven, vinden we het belangrijk dat er ook wordt stilgestaan bij het feit dat Pride meer is dan een mooi feest. Het is ook een moment om samen een vuist te maken tegen

onrecht en uitsluiting. Daar hebben we de Pride, maar ook alle andere organisaties en partners in de stad hard bij nodig om dat samen te doen. In het contact moedigen we ook organisaties aan om in gesprekken hun open blik te behouden en met elkaar het gesprek aan te gaan, en op die manier grote stappen te zetten richting een echt inclusieve Pride.

Wij onderstrepen van harte dat inclusiviteit bij uitstek tijdens de Pride hoog in het vaandel gedragen

moet worden. Alleen vinden we het daarbij van even groot belang dat initiatieven hiertoe in de eerste plaats geïnitieerd worden vanuit de stad en daarmee dus ook gedragen. We willen daarom het

initiatief hiertoe primair bij de gemeenschappen laten. En ja, ik zou ook vooral willen zeggen, sluit je aan. Als je wil dat Pride inclusiever wordt, sluit je dan ook vooral aan. Ga het gesprek aan met de

Utrecht Canal Pride. Ik denk dat Pride een gezamenlijke strijd is en dat je die het best kunt strijden door samen te werken.

De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? GroenLinks?

7

Vragenuur van 20 juni 2024 Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Klopt het dat het afgelopen jaar al een diversiteit van organisaties betrokken was bij de organisatie van de Canal Pride?

Mevrouw Voortman (wethouder): Het klopt in ieder geval wel dat de Utrecht Canal Pride juist de afgelopen tijd inclusiever en diverser is geworden. Dat zie je ook terug in de deelname van

bijvoorbeeld Utrecht Ballroom Scene en anderen. Ik heb het zelf ook gezien, dus dat is zeker gebeurd en daar ben ik blij mee.

Mevrouw Ramaker (VVD): Ik zit een beetje te twijfelen, want is de Pride voor de wethouder toch een feest en toch niet een demonstratie? Zo kan je het ook beluisteren.

Mevrouw Voortman (wethouder): Het is voor mij ook een demonstratie. Pride is begonnen als een

protest en ik denk dat we daar ook bij stil moeten staan. Het is een demonstratie om op te komen voor LHBTI+ rechten.

Mevrouw Zwinkels (CDA): Ik zat ook te twijfelen om hierop in te gaan, maar dan denk ik toch bij

mezelf: als het dan een demonstratie is, dan is het toch belangrijk dat we er geen andere zaken bij halen, maar dat we ons vooral focussen op diversiteit en inclusie. Of je het een feest maakt of het

verbreedt naar bewustwording en een schurend randje, daar ben ik het helemaal mee eens. Maar we moeten toch ook ervoor oppassen dat er geen andere dingen bij worden gehaald.

Mevrouw Voortman (wethouder): Dat ben ik met u eens. Dat heb ik volgens mij ook aangegeven. Mevrouw Leever (PvdA): De Pride is naar mijn mening ook meer een protest voor je bestaansrecht. Dat heeft natuurlijk niet alleen maar met seksualiteit of gender te maken. Volgt de wethouder dat ook?

Mevrouw Voortman (wethouder): Ja. De voorzitter: Ik heb het vermoeden dat u ook hier zomaar een debat over kan voeren dat nog iets langer duurt. Maar we gaan naar de indiener om te horen of er nog een laatste vraag is.

Mevrouw Steinmetz (BIJ1): Ik hoor de wethouder heel erg de nadruk leggen op het omarmen van

deze schuring en het hebben van een dialoog. Heeft de wethouder dan toevallig ook een woord te

zeggen over de reactie van de organisatie op het uiten van solidariteit en het feit dat zij dus juist niet die dialoog zijn aangegaan?

Mevrouw Voortman (wethouder): Ik weet dat de Canal Pride graag wil samenwerken met organisaties. Zij reikt daartoe steeds de hand. Ik zou echter tegen anderen willen zeggen dat zij dat ook op hun beurt kunnen doen, omdat het wel echt van twee kanten moet komen.

De voorzitter: Ook hier staat de weg naar een agendering altijd open. We gaan naar de laatste set vragen.

5. Mondelinge vragen van de fracties van D66, VVD, CDA, Student & Starter, Utrecht Nu!, PvdA, Stadsbelang Utrecht, Volt en PvdD over Cultuurnota 2025 – 2028.

8

Vragenuur van 20 juni 2024

De heer Van Vliet (D66): Voorzitter. Op 5 juni heeft de adviescommissie haar rapport gepresenteerd met daarin de beoordeling van de subsidieaanvragen voor de cultuurperiode 2025 – 2028. De

afgelopen tijd heeft dit besluit behoorlijk wat stof doen opwaaien in diverse media en bij culturele organisaties. Ook is de Utrechtse gemeenteraad overspoeld met mailberichten van culturele

organisaties die het niet eens zijn met de uitkomsten van de adviescommissie. Daarnaast roept de plotselinge toevoeging van de voetnoot dat een commissielid zich distantieert van de uiteindelijke

beoordeling door de subcommissie over het advies van het Nederlands Filmfestival vragen op over het proces.

1. Had de wethouder verwacht dat het rapport van de adviescommissie zoveel stof zou doen

opwaaien en zo ja, welke stappen heeft zij ondernomen om deze organisaties een “zachte landing” te geven die nu door de adviescommissie negatief beoordeeld worden?

2. Kan de wethouder zich indenken dat de plotselinge voetnoot voor velen als een verrassing kwam? En waarom is na ruim een week deze voetnoot aan het advies pas toegevoegd?

3. Wat zegt deze last-minutetoevoeging over de totstandkoming van het adviesrapport?

4. Is de beoordeling van de subsidieaanvraag zorgvuldig en goed afgewogen te noemen wanneer één commissielid zich distantieert van de uiteindelijke beoordeling?

5. Welke juridische risico’s ziet de wethouder bij het integraal overnemen van dit besluit?

6. Welke stappen gaat de wethouder ondernemen om tot een zorgvuldig definitief besluit te komen over wie in de periode 2025-2028 subsidie ontvangt?

De voorzitter: Voor de beantwoording geef ik het woord aan wethouder Oosters. Vol spanning wordt meegekeken door alle mensen op de publieke tribune.

Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Dank aan de indieners van de vragen en ook dank aan de mensen op de publieke tribune die met zovelen zijn gekomen voor dit belangrijke onderwerp.

Allereerst het antwoord op vraag 1, dat eigenlijk uit twee delen bestaat. we verwachtten inderdaad dat dit stof zou doen opwaaien. In de Cultuurnota hebben de raad en het college gekozen voor

lagere drempels en voor gezonde sector met fair pay en voor ruimte voor vernieuwing. Een gevolg is

hogere aanvragen – want gezonde sector – en meer aanvragen. Dat heeft ertoe geleid dat het budget

uiteindelijk met 30 procent is overvraagd. Een gevolg daarvan is dat een derde van de aanvragen niet kan worden gehonoreerd. Daar zitten onvermijdelijk ook bekende instellingen tussen. Dat doet pijn

en het is logisch dat dit ook veel stof doet opwaaien. We wisten van tevoren dat dit een mogelijkheid was en we hebben ook steeds in het afgelopen jaar gesproken over pijnlijke keuzes die gemaakt

zouden moeten worden in bijvoorbeeld de koepeloverleggen die we hebben gehad. Op het moment dat die pijnlijke keuzen een naam krijgen, wordt het concreet in plaats van abstract en is het begrijpelijk dat het echt veel stof doet opwaaien.

In de Cultuurnota Kleur bekennen wordt uitgebreid beschreven dat we die scherpe keuzes

verwachtten. Een feitelijke onjuisthedencheck hebben we ook ingevoerd. Dus voordat de adviezen publiek werden, hebben we ze eerst ook naar de instellingen gestuurd, zodat ze wisten wat ze waren, zonder een uiteindelijk puntenoordeel. Alle instellingen met een negatief advies zijn vervolgens ook door Culturele Zaken op de dag zelf gebeld voordat het publiek werd.

Het antwoord op vraag 2, de verrassing van de voetnoot. Ik snap de verrassing en het zit als volgt.

Het minderheidsstandpunt was tijdens het proces van vergaderen bekend en het is beschreven na de subcommissievergadering en doorgegeven aan de kerncommissie voor de behandeling van deze aanvraag. Er is een uitgebreide afrondende meeting geweest met alle adviescommissieleden de

9

Vragenuur van 20 juni 2024 donderdag voor de presentatie van het adviesrapport, waar de uiteindelijke uitslag en het

werkproces van de kerncommissie gepresenteerd zijn. Dat was op 30 mei. De adviescommissieleden ontvingen net als alle andere betrokkenen op 5 juni het volledige rapport en toen zag het

betreffende adviescommissielid dus ook dat zijn of haar minderheidsstandpunt niet gepubliceerd

was. Dit is niet gedaan, omdat dit procedureel niet nodig en niet gebruikelijk is en daarom hadden

we dat in eerste instantie niet opgenomen. Voor het advies geldt namelijk dat meerderheidsprincipe: vier leden waren het ermee eens en één lid was het oneens. Het adviescommissielid verzocht wel om dit alsnog op te nemen en de voorzitter van de adviescommissie, Farid Tabarki, is met de commissie

in conclaaf gegaan en heeft besloten aan het verzoek te voldoen en het minderheidsstandpunt dus te publiceren. Daar gaat even tijd overheen en daarom is dit pas een week na die bijeenkomst van 30 mei dit weer gepubliceerd.

Het antwoord op vraag 3. De situatie van het minderheidsstandpunt is het hele adviesproces – en dat beschreef ik net al – bekend geweest en ook meegewogen bij iedereen die bij de beoordeling van

deze aanvragen betrokken was. Het enige verschil is dat het nu ook in de publicatie is meegenomen. Het verandert dus niets aan de inhoud van het rapport of aan de inhoud van de gesprekken die zijn gevoerd met de adviescommissie. Het feit dat de adviescommissie gehoor heeft gegeven aan dit verzoek zegt eigenlijk ook dat er binnen de commissie oor is voor elkaar en ook begrip is voor

elkaar. Het antwoord op vraag 4. Ja, er gelden twee belangrijke juridische regels In de advisering,

want er moeten ten minste drie commissieleden zijn om tot een beoordeling te komen en er geldt

een meerderheidsprincipe. Vier van de vijf commissieleden scharen zich dus achter het advies en één commissielid niet. Aan beide bovenstaande punten wordt dus ook voldaan in die juridische zin. En

om dit toch in perspectief te plaatsen: alle andere 103 adviezen zijn unaniem tot stand gekomen en dat geeft aan dat er met veel respect inhoud en professionaliteit ook vergaderd is door de adviescommissie.

Dan als antwoord op vraag 5. Ik moet zeggen dat in de vraagstelling op deze manier wel vooruit

wordt gelopen op het nemen van een besluit door het college en dat wil ik echt niet doen. Ik heb er wel vertrouwen in, zoals ik ook bij de eerdere vragen al heb laten blijken, dat het proces dat we

hebben ingericht zorgvuldig is. We zullen nu goed kijken of aan alle eisen van het proces en ook aan de door de raad gestelde kaders is voldaan en de raad daar uiteraard ook over informeren.

Dan het antwoord op de laatste vraag. Onze taak als college is te controleren of alles volgens de

door de raad gestelde kaders is doorlopen. Dat hebben we gedaan door zorgvuldige en transparante opdrachtverstrekking aan de ene kant en we zullen dit ook doen wat betreft de controle van de gevoerde van het gevoerde proces en de opgeleverde stukken aan de andere kant. Los van dit

procedurele antwoord ben ik met alle partijen die dat hebben gevraagd het gesprek aangegaan. Ik luister ook serieus naar de signalen uit de stad als reactie op dit advies. Daar wordt ook op

gereflecteerd in het uiteindelijke besluit van het college en ook de brieven die zijn gestuurd door de partijen en de koepels nemen we serieus en we zien ook zeker de zorgen vanuit bepaalde sectoren. Het zijn stressvolle en spannende tijden voor heel veel instellingen en dat vraagt veel van hen. Dat

vraagt dus ook van ons een verantwoordelijkheid om zorgvuldig met deze besluiten om te gaan. Dat mag de raad van mij en van ons als college dus ook verwachten.

De voorzitter: Dat doen we misschien ook, maar ik mag ook verwachten dat het net even iets korter kan, ook in de beantwoording, want Ik heb de toch ook wel ruim nog de tijd gegeven nadat de drie minuten voorbij waren.

Zijn er aanvullende vragen?

10

Vragenuur van 20 juni 2024 Mevrouw Ramaker (VVD): Over kaders gesproken die zijn vastgesteld, ik wil graag een antwoord van

de wethouder om mijn vraag wat de voorzitter van de adviescommissie in een item “subsidiestrijd in Utrecht” van TV Utrecht gezegd, namelijk dat de commissie het college door het beperkte budget

heeft geadviseerd om een aantal instellingen die het goed doen en veel toegevoegde waarde hebben geen subsidie te geven. Dat staat niet in ons beleidskader, dus ik krijg een antwoord van de wethouder wat zij van deze uitspraak vindt.

Mevrouw Oosters (wethouder): Wat we aan de commissie hebben meegegeven, staat ook in de

Cultuurnota. Dat zijn de kaders waarop we zullen toetsen. Ik weet nu niet of het op basis van deze

uitspraak van waarde is om daarop te reageren, maar de kaders die de raad heeft gesteld is waar we de adviescommissie op zullen toetsen.

Mevrouw Leever (PvdA): Is erover nagedacht om even te wachten met het aannemen van het advies van de adviescommissie, totdat de bis-gelden zijn verleend? Dat horen ze op 3 juli.

Mevrouw Oosters (wethouder): Dat hebben we expliciet niet gedaan, ook omdat we van mening zijn dat je een gelijk speelveld moet creëren voor alle aanvragers en dus op die manier ook echt

inhoudelijk moet kijken naar de aanvragen. Dat betekent dus ook dat het niet afhankelijk moet zijn

van wie welke regeling nu wel of niet krijgt. Dat hangt ook niet samen, dus we hebben nagebeld, ook bij de andere fondsen of bijvoorbeeld bij het Rijk. Zij doorlopen allemaal hun eigen proces en het is dus niet afhankelijk van wat we doen met onze Cultuurnota.

Mevrouw Zwinkels (CDA): Voorzitter. Het is een belangrijk onderwerp. De wethouder sprak in de

beantwoording over feitelijke checks en zorgvuldigheid en fair pay. Dat zijn echter precies de punten die ik dus nu In de brieven van partijen teruglees, waaronder Rosa Ensemble. Ik heb een van die brieven er even uitgepakt en daar zie ik dus deze punten in terug. Maar wat gaat de wethouder

daaraan doen? Het wordt niet herkend. Er worden aannames gedaan die niet zouden kloppen. Hoe zorgen we ervoor dat die beoordeling op zijn minst wel wordt vertrouwd en recht doet aan de daadwerkelijke organisaties die verder moeten?

Mevrouw Oosters (wethouder): Ik begrijp wel waar het CDA inderdaad naartoe wil. In een

Cultuurnotaprocedure hoop je op een zo goed mogelijke manier vertrouwen te wekken door een

goede procedure in te richten en duidelijk te maken waarop uiteindelijk wordt getoetst. Dat hebben

we met de kaders die de raad heeft gesteld in de Cultuurnota ook gedaan. Als een instelling negatief wordt beoordeeld of iets ziet in de beoordeling waar zij het niet mee eens is, is dat natuurlijk

mogelijk. Het is iets wat later, bij een besluit van het college, in een bezwaarprocedure kan worden aangemerkt. Op feitelijke onjuistheden is in ieder geval wel gecontroleerd en dat hebben we ook samen met juristen gedaan.

De heer Snijder (Student & Starter): De raad heeft een bepaalde uitspraak gedaan en daar is het

college mee aan de gang gegaan. Kan de wethouder misschien zeggen hoe ze daar nu tegenaan

kijkt, dat wil zeggen hoe de raad destijds de boodschap en de opdracht gegeven heeft en daarop reflecteren?

Mevrouw Oosters (wethouder): De raad heeft een ontzettend mooie Cultuurnota opgesteld met

daarin de ambitie om juist vernieuwing te veroorzaken en de drempels te verlagen. Dat is een heel

11

Vragenuur van 20 juni 2024 mooie ambitie geweest en kijkt het college of daaraan voldaan is. Mevrouw Steinhart (Stadsbelang Utrecht): Het lijkt wel stellig op koud saneren zoals het nu wordt

aangepakt. De vraag aan het college is of er wordt nagedacht over een overbruggingsregeling, want wat het college voorstelt leidt uiteindelijk tot het failliet van een deel van de cultuursector.

Mevrouw Oosters (wethouder): Ik begrijp de reactie van Stadsbelang Utrecht. Het collegebesluit moet nog genomen worden. Dat is echt goed om te blijven benadrukken. Daarbij is wel ook het kader dat we ook financieel van de raad hebben meegekregen, het kader waarmee we werken. Daar zit geen overbruggingsregeling. Ik heb ook niet ergens nog een ander budget liggen waarin ik dat wel zou kunnen doen, dus voor nu moet ik daar echt “nee” op antwoorden. Die is er niet.

De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen. Dan gaan we over naar de indieners. De heer Van Vliet (D66): Ik wil daar even op voortborduren. Ik begrijp die kaders en de financiële

kaders heel goed, maar er zijn wellicht ook andere manieren. Dat zat ook een beetje in mijn eerste vraag, hoewel die meer over de verleden tijd ging en over de zachte landing. Kan de wethouder aangeven dat zij zal proberen die zachte landing waar mogelijk te organiseren? Mevrouw Oosters (wethouder): Ja, daar doen we ons best voor. De voorzitter: Ook hierover zal het laatste woord niet gezegd zijn. Ik sluit hiermee het vragenuur. Dank aan allemaal.

De voorzitter sluit daarop, te 17.42 uur, het vragenuur.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=3919d715-2786-4280-adcb-9b8b198dc342