CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20240530 vragenuur

Gemeenteraad 11 juli 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 30 mei en 13 juni 20248.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2024 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 30 mei 2024

Vragenuur, gehouden op donderdag 30 mei 2024 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard. Aanwezig zijn de leden: Dekkers, Meerding, Passier, Sasbrink, Stam, Van Steeg, Van der Wilt en Van der Zweth.

Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Van Bergen, Şimşek, Oudejans, Dolmans, Van Straalen en Skori.

Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Oosters, Schilderman en Streefland.

Griffier: de heer Corten.

Opening van het vragenuur. De voorzitter: Een heel goedemiddag. Mijn naam is Melody Deldjou Fard en ik heb de eer vandaag

jullie voorzitter van het vragenuur te zijn. Ik heet iedereen welkom, alle raadsleden, commissieleden, wethouders, burgemeester, de mensen op dit publieke tribune en iedereen die met ons thuis

meekijkt. Ik was boven en ik zag alle mensen die boven en beneden zitten en die hier achter de

schermen werken. Hun tv staat ook aan en ze kijken met ons mee. Het leek me dan ook een goed moment om ook deze mensen die het zo hard mogelijk maken voor ons dat wij al die debatten voeren, dit keer ook hartelijk welkom te heten.

We hebben vandaag maar liefst zeven vragen hebben. Ik verzoek jullie dan ook om het alsjeblieft

kort en bondig te houden, zodat er ruimte is voor de collega’s om alle vragen af te kunnen gaan. Wij starten met de eerste vragen, die worden gesteld door collega Van der Zweth van de PvdA.

1. Mondelinge vragen van de fracties van de PvdA en GroenLinks over Volgordelijkheid der dingen bij de Weltevredenstraat.

De heer Van der Zweth (PvdA): Voorzitter. Recent werden onze fracties ervan op de hoogte gesteld dat er op 10 juni een draagvlakmeting plaatsvindt voor sloop/nieuwbouw van de sociale

huurwoningen aan de Weltevredenstraat. Die wordt uitgevoerd door Bo-Ex, maar zonder dat er een idoc is of dat er plannen zijn vastgesteld door de gemeenteraad. Normaal gesproken doen we dat

eerst: eerst worden de plannen door de raad gedeeld en dan pas vindt een draagvlakmeting plaats.

Vragenuur van 30 mei 2024 Dat dit nu niet gebeurt, verbaast ons zeer. Dat staat zelfs nog los van het feit dat we ook hebben

afgesproken om heel terughoudend te zijn met sloop/nieuwbouw. Nu snappen we dat bewoners echt snakken naar een aanpak en dat er eindelijk iets gaat gebeuren, want dat is jarenlang te weinig

geweest, maar die nalatigheid mag niet betekenen dat men nu alsnog met een soort snelweg, een

shortcut, overgaat tot sloop. We hebben daar al schriftelijke vragen over gesteld en ik heb daar ook

nog ambtelijke vragen over gesteld, maar die zijn allemaal nog niet beantwoord en 10 juni is al heel snel, dus dan maar via deze route. Wij hebben drie vragen.

1. Is de wethouder op de hoogte van de draagvlakmeting op de Weltevredenstraat? En zo ja, kan hij de actuele stand van zaken geven?

2. Kan het college toelichten hoe deze gang van zaken zich verhoudt tot het terughoudend zijn met sloop/nieuwbouw en is het college het met ons eens dat dit niet past bij de Leidraad sloop/nieuwbouw? Zo ja, is het dan bereid te interveniëren?

3. Deelt het college de mening dat er volgordelijkheid dient te zijn dat er eerst een idoc of planvorming is van de gemeente voordat er een draagvlakmeting is?

Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Dank, ook aan de indieners van de vragen. Ik neem de beantwoording waar voor wethouder De Vries.

Het antwoord op de eerste vraag is “ja”. We zijn op de hoogte van de draagvlakmeting op de

Weltevredenstraat. Het afgelopen jaar is uitgebreid met Bo-Ex gesproken over het voornemen voor sloop/nieuwbouw op deze locatie in combinatie met verdichting. De conclusie was dat de

voorgestelde verdichting op deze locatie niet passend is en daarom is er geen UPP-proces gestart.

Bo-Ex kiest er nu voor om binnen de kaders van het Omgevingsplan een plan voor sloop/nieuwbouw uit te werken en Bo-Ex is daarbij gebonden aan de algemene huurwetgeving en de afspraken uit het algemeen sociaal plan dat de gemeente Utrecht met de bouwcorporaties en huurdersverenigingen

heeft vastgesteld. Het plan van Bo-Ex zal te zijner tijd via het traject van de omgevingsvergunning ook worden getoetst.

Dan het antwoord op vraag 2. Met de Leidraad sloop/nieuwbouw is invulling gegeven aan het “nee, tenzij”-principe over sloop in het coalitieakkoord. Voorafgaand aan het UPP-proces wordt in

samenspraak met corporaties het gesprek gevoerd of sloop afweegbaar is. De leidraad is toegepast op het voornemen om aan de Weltevredenstraat sloop/nieuwbouw toe te passen en daaruit kwam

naar voren dat sloop/nieuwbouw technisch gezien meer kansen biedt om woningen toe te voegen

die voldoen aan de kwaliteitseisen van deze tijd. De kwalitatieve basis en indeling van de bebouwing maakt dat dit bij renovatie niet behaald wordt. En zoals ik net al zei, omdat de voorgestelde

verdichting op deze locatie vanuit de gemeente ruimtelijk niet passend wordt gevonden, is dus ook

geen UPP-proces gestart. Bo-Ex kiest ervoor om sloop/nieuwbouw door te zetten binnen de kaders van het Omgevingsplan en dat betekent dat we naar een ander proces gaan met andere kaders. Het gaat over het eigendom van een corporatie en we hebben te maken met het imperatieve en

limitatieve karakter van de bouwregelgeving. Kort gezegd, als een sloopinitiatief een opvolging krijgt die past binnen het bestemmingsplan, moeten we meewerken. In de evaluatie van de leidraad – dat

zal in Q4 zijn – zullen we ingaan op situaties waar het gesprek niet in overeenstemming is geëindigd en waar deze kanttekening dus is opgetreden. Op basis daarvan zullen we dus ook een vervolg bepalen.

Dan vraag 3. Bij een ontwikkeling die past binnen het geldende omgevingsplan wordt er geen UPP-

proces doorlopen en is er dus geen sprake van een idoc. Het is daarom aan Bo-Ex om op grond van

de huurwetgeving en daarmee het algemeen sociaal plan een zorgvuldig proces te doorlopen. Bo-Ex

2

Vragenuur van 30 mei 2024 geeft aan het daarbij van belang te vinden dat een heel groot deel van de huurders zich uitspreekt voor de plannen. De uitkomsten van deze meting geven ook voor de gemeente belangrijke

informatie over de houding van bewoners tegenover de plannen. Dat waren de antwoorden. De heer Dekkers (GroenLinks): Voorzitter. Onderdeel van de leidraad is dat de bewoners na een draagvlakmeting twee uitgewerkte scenario’s krijgen voorgelegd. Gebeurt dat hier of wordt er gewoon maar één plan voorgelegd?

Mevrouw Oosters (wethouder): Ik durf niet met zekerheid te zeggen welke scenario's precies door Bo-Ex zijn voorgelegd. Ik kan dat nog wel nagaan. De verwachting van Bo-Ex is echter wel dat de

meerderheid van de bewoners juist graag sloop/nieuwbouw ook zou willen. Dat heeft de heer Van

der Zweth natuurlijk ook al benoemd. Ik heb in ieder geval nu niet paraat of die scenario's ook zijn neergelegd.

De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen. Heeft de indiener nog een vraag? De heer Van der Zweth (PvdA): Er werd wel veel verteld, maar dit is toch gek eigenlijk hoe dit loopt? Mijn vraag aan het college was of wij kunnen interveniëren. Dit doen we nooit zo en ze passeren nu de gemeente. Mevrouw Oosters (wethouder): In dit traject heeft de gemeente alleen een positie als zij de aanvraag

van Bo-Ex moet toetsen aan de regelgeving. Bo-Ex heeft die aanvraag nog niet ingediend, omdat zij op dit moment door middel van een peiling nagaan of er draagvlak is voor de

sloop/nieuwbouwplannen. Dan komt de gemeente weer in beeld. Als zij zich netjes aan alle

regelgeving hebben gehouden en het ook in onze plannen past, hebben wij geen basis om het niet toe te staan. Daarom zijn wij van mening dat wij dit later ook moeten evalueren. De voorzitter: Dank. Wij gaan door naar de volgende set vragen. 2. Mondelinge vragen van de fracties van de ChristenUnie, VVD, PvdA, CDA, EenUtrecht, D66, student & Start en Utrecht Nu! Over Extreem geweld naar wedstrijd FC Utrecht.

De heer Van Bergen (ChristenUnie): Voorzitter. Woorden schieten tekort om de complete waanzin te

beschrijven die zich afgelopen zondag voltrok tijdens en na de voetbalwedstrijd tussen FC Utrecht en Go Ahead Eagles. De beelden van wat zich rond het stadion afspeelde, zijn ronduit schokkend. Live op tv was te zien hoe supporters met vuurwerk werden bekogeld op een volgepakte tribune,

waardoor zij niet goed weg konden komen. Buiten het stadion hadden politieagenten goede reden

om te vrezen voor hun leven, terwijl de putdeksels, straatstenen, fietsen en het vuurwerk hen om de oren vlogen. Dit alles voltrok zich ook voor het oog van kinderen die de wedstrijd bezochten. Bij het

AZC in de buurt maakten de bewoners angstige momenten door toen er vluchtende supporters door hun tuin kwamen. Deze bewoners zagen zich genoodzaakt om te schuilen in hun fietsenkelder. Waarom ontstond deze waanzin? Omdat FC Utrecht een potje voetbal verloor.

Wij zijn geschokt door het enorme en ongeremde geweld dat op de politie werd losgelaten en hebben daar de volgende vragen over.

1. De druk op de politie is in Utrecht al erg groot. In hoeverre is het nog wenselijk om iedere

thuiswedstrijd een deel van de politiemacht kwijt te zijn aan de handhaving rond het stadion

3

Vragenuur van 30 mei 2024 Galgenwaard?

2. Hoe is het mogelijk dat er, ondanks de controle bij de ingang, nog zoveel vuurwerk aanwezig was in het stadion?

3. Heeft FC Utrecht volgens de burgemeester zelf genoeg gedaan om dit te voorkomen? En wat kan de club in de toekomst doen om zijn verantwoordelijkheid te nemen?

4. Op welke manier wordt nazorg verleend aan de getuigen van dit geweld? Denk daarbij

bijvoorbeeld aan de bewoners van het AZC en aan de jonge supporters die aanwezig waren.

De burgemeester schreef dat het noodzakelijk is om als maatschappij in rustiger vaarwater te komen. Deze oproep onderschrijven wij van harte.

5. Welke rol is er weggelegd voor het bestuur van de club en voor supportersverenigingen om dit te bereiken?

De voorzitter: Dank u wel. Ik geef graag het woord aan onze burgemeester voor de beantwoording. Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Ik wil allereerst een woord van dank uitspreken, niet alleen voor deze vragen, maar ook voor het grote aantal ondertekenaars vanuit de raad en voor de steun die in de vragen nadrukkelijk wordt uitgesproken. Ik waardeer dat zeer en met mij ook de

tientallen agenten die zondagavond geraakt zijn, letterlijk, maar ook figuurlijk. Dus dank daarvoor.

Het antwoord op de eerste vraag of de druk op de politie niet erg groot is en hoe wenselijk het is dat elke keer zo veel mensen ervoor moeten zorgen dat het allemaal in een goed vaarwater komt, is

simpel en tegelijkertijd moeilijk. Het simpele antwoord is dat het natuurlijk niet wenselijk is, want we hebben een beleid in onze regio dat we bij evenementen zo min mogelijk politie nodig hebben. Het is wel treurig dat iets wat een feest moet zijn, een voetbalfeest, ontaardt in een veldslag. Dat

betekent ook echt iets voor de politie. Er wordt veel over gesproken en het is goed om ook feiten

mee te delen. Wij waren afgelopen week met een overmacht aan politie aanwezig, met meer mensen dan gemiddeld. Toch was het bijna niet mogelijk om de orde uiteindelijk te handhaven. Er is gesuggereerd dat het door mij onjuist verteld zou zijn, maar er waren drie agenten die zich

genoodzaakt voelden om waarschuwingsschoten te lossen, omdat zij vreesden voor hun leven. Dat was de situatie. Dat is dus heel ernstig en dat willen we niet.

De tweede vraag. Hoe het mogelijk is dat er nog vuurwerk aanwezig was, is een goede vraag. We weten dat de club een vrij strikt toegangsregime hanteert. En ja, er was opnieuw vuurwerk en er waren fakkels in het stadion. We zullen ook moeten kijken op welke manier de controles op

vuurwerk verder geïntensiveerd kunnen worden. We moeten ook voorkomen dat er met vuurwerk of fakkels kan worden gegooid. We zullen dus ook meer moeten doen met netten en dergelijke. Dit is ook onderwerp van gesprek met de club.

De derde vraag is of de club genoeg heeft gedaan. De club werkt hard aan maatregelen. We zijn ook

met elkaar met bijvoorbeeld de digitale meldplicht als pilotgemeente van start gegaan. Dat betekent dat we wel degelijk ook heel graag, ook de club, voorop willen lopen om dit goed te doen. We

hebben ook gesprekken over verschillende maatregelen die we nemen, met name gericht op de

daders, om onze aanpak gezamenlijk en verdergaand te verscherpen. Helaas is het ook zo dat we ons als driehoek genoodzaakt hebben gezien om één collectieve maatregel te nemen om te

normaliseren, zoals de minister dat vandaag zo mooi in de krant noemde. Formeel gesproken, heb ik dat besluit natuurlijk genomen, waardoor er één keer, bij de volgende wedstrijd, geen publiek

aanwezig zal zijn. Ik vind dat niet leuk en ik doe het ook niet graag. Ik hoop ook dat ik het nooit weer hoef te doen, maar wij vonden het wel nodig in het licht van dit excessieve geweld.

Dan de nazorg. Die wordt door elk van de organisaties goed verleend, zowel door de club, als door

4

Vragenuur van 30 mei 2024 de politie en uiteraard ook door de gemeente. Ik hoorde ook dat Oekraïense vluchtelingen zo bang waren dat ze inderdaad letterlijk weer terug de kelder in gingen. Daarvoor zijn ze niet naar Nederland gekomen.

De laatste vraag was welke rol is weggelegd voor het bestuur van de club en de

supportersverenigingen. Naar mijn mening is dat een heel belangrijke, samen met ons. Ik zie dit ook als een gezamenlijke opgave. Het begint met voorbeeldgedrag vertonen, met meedenken over maatregelen en oplossingen, maar ook met het duidelijk begrenzen en veroordelen van het

wangedrag door medesupporters en hooligans. Dat betekent dus ook dat we terugpraten. Het valt

mij overigens op dat het publieke debat zich nu meer lijkt te concentreren op die ene maatregel die de driehoek heeft voorgesteld in plaats van dat het gaat over de vraag waarover het zou moeten gaan, namelijk wie de oorzaak van deze grote discussie is. Dat heeft iets te maken met het

buitensporige geweld dat mensen zich afgelopen zondag meenden te moeten veroorloven. Het zou ons allemaal helpen als we nu geen rookgordijn gaan opwerpen en het gaan hebben over

maatregelen, maar eerst eens ordentelijk bespreken wat er nodig is om dit excessieve geweld te beteugelen. We zijn uiteindelijk allemaal verliezers bij dit type geweld. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? De heer Van Steeg. De heer Van Steeg (CDA): Het is vrij goed bekend waar de daders vandaan komen. Zij vormen de Bunnikside. Daar zitten de grootste problemen. Is het mogelijk om specifieke maatregelen te nemen tegen die groep, dus specifieker te controleren wie er in het stadion komt juist op die tribune of iets met een alcoholverbod juist voor die groep? Daar zien we namelijk het steeds meer misgaat.

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Daar heb ik een paar opmerkingen over. Ik was ook in het stadion en de eerste schermutselingen en daar waar de ME ook op linie – heel bijzonder – het stadion inkwam, was niet de Bunnikside. We moeten dus ook hier bij de feiten blijven. Wij nemen zeker dadergericht specifiek maatregelen. We werken nu ook samen met de club. We hebben heel veel beelden veiliggesteld, ook van mensen die herkenbaar zijn. Nu zijn 15 rechercheurs dag en nacht bezig om zaken rond te krijgen, waardoor mensen ook strafrechtelijk vervolgd gaan worden. Wat mij betreft, gebeurt dat ook economisch, omdat ik van mening ben dat mensen dit letterlijk in hun portemonnee moeten voelen. Er wordt nu veel gesproken over de schade, schade die bijvoorbeeld

ontstaat als je een wedstrijd zonder publiek moet spelen. Maar de schade die afgelopen zondag is

aangericht, zowel in het materieel van de politie als de immense schade in de publieke ruimte, moet betaald worden. Nu betaalt de belastingbetaler die vaak, maar laten we kijken of we daar ook

gerichter in kunnen zijn. Wat er rondom de Bunnikside nog mogelijk is, wil ik ook graag met de club bespreken, want uiteindelijk is dat iets waar de club als eerste over gaat.

De heer Şimşek (DENK): Voorzitter. Volgens mij keurt niemand hier het geweld van het groepje supporters goed en volgens mij zegt ook niemand hier dat die supporters, die relschoppers niet aangepakt moeten worden. Daar is iedereen het wel over eens. Maar de maatregel van de burgemeester om een wedstrijd zonder publiek te spelen, is nogal wat. Het is een collectieve straf

voor de club in zijn geheel en voor alle supporters, ook voor het overgrote deel dat zich wel gewoon

heeft gedragen. Ik doe de klemmende oproep aan de burgemeester om die maatregel niet te nemen,

maar wil bovendien graag weten hoe zij dat rijmt met haar uitspraak van zojuist, namelijk dat zij een belangrijke rol ziet weggelegd voor FC Utrecht en die samenwerking opzoekt om dit op te lossen als je de hele club en alle supporters collectief straft?

5

Vragenuur van 30 mei 2024

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Het begint er toch mee dat we ook hier eerst vaststellen, dat het geen klein clubje was dat zich die avond heeft misdragen. Het gaat om

honderden mensen die wij in beeld hebben. Ik wil dat iedereen die het kleiner maakt op het hart

drukken. Wij hebben een escalatieladder en dat betekent dat je nooit lichtvaardig – ook ik niet – de laatste traptrede bewandelt. Dat is overigens niet eens deze waar we het nu over hebben, want de

laatste traptrede is dat een wedstrijd überhaupt niet gespeeld kan worden. Ik ben van mening – en met mij de driehoek – dat het excessieve geweld niet als een soort straf richting de club moet

worden uitgesproken, maar als een normalisatiemethode naar de samenleving als geheel. We moeten ergens laten zien dat we het niet langer accepteren. En ik stel vast dat dat tot nu toe in ieder geval niet effectief genoeg gebeurd is, anders hadden we hier nu niet gestaan.

Mevrouw Meerding (VVD): Voorzitter. Wij zijn natuurlijk ook blij dat er nu ingegrepen wordt, maar

waar wij ons wel over blijven verbazen, is dat het niet lukt om deze groep goed in beeld te krijgen en dat het niet eerder is gelukt om die bijvoorbeeld een stadionverbod op te leggen. In onze beleving

gaat het om een vaste groep, maar misschien ziet de burgemeester dat anders. Waarom is het niet

eerder gelukt om deze groep in beeld te krijgen en ervoor te zorgen dat zij niet meer het stadion in kunnen?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ook hier ligt de werkelijkheid genuanceerder. Natuurlijk hebben

mensen in het verleden stadionverboden gekregen of gebiedsverboden. We zagen wel dat een aantal mensen met een stadionverbod zich via een nooddeur weer toegang heeft verleend tot het stadion. We hebben mensen gezien die buiten vooraan stonden bij de rellen. Hoewel we die groep in beeld

hebben, was de groep de afgelopen week ineens veel groter dan we eerder hebben gezien. Dat zijn nu precies de dingen waar we samen met de club en met de partners binnen de driehoek moeten

spreken, want de mensen komen soms in een persoonsgerichte aanpak terecht en we moeten daar

inderdaad verregaand bovenop zitten. Het verschil met eerdere situaties is dat we nu niet met enkele tientallen te maken hadden.

Mevrouw Van der Wilt (D66): De burgemeester spreekt over meer inzet van politie dan normaal. Hoe vindt zij het dat er zo veel capaciteit bij de stadions nodig is en de politie bijvoorbeeld zedenzaken maar moet laten liggen terwijl het daar ook al zo druk is. Hoe duidt zij dat? Mevrouw Dijksma (burgemeester): Zowel de officier van Justitie als ikzelf hebben daar heel veel buikpijn van. De afgelopen week hebben we inderdaad 15 rechercheurs moeten vrijmaken die normaal op zedenzaken zitten of op allerlei andere opsporingen die in onze samenleving van heel groot belang zijn. Ook in het licht van het capaciteitstekort in de hele justitiële keten moeten sommige burgers in ons land langer wachten op hun recht. Dat is een prijs die betaald wordt, ook voor deze avond. Niemand heeft het daarover en het is ook verleidelijk om dat weg te duwen en het er niet over te willen hebben, maar het is wel mijn realiteit, die van de hoofdofficier van Justitie en die van de slachtoffers.

De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen. De indiener? De heer Van Bergen (ChristenUnie): Voorzitter. Ik denk dat het laatste woord hier nog niet over gezegd is, maar voor nu wil ik vooral nogmaals de politie willen bedanken die er wel stond afgelopen

6

Vragenuur van 30 mei 2024 zondag. Mevrouw Dijksma (burgemeester): Daar sluit ik mij zeer bij aan. Ik denk ook niet dat het laatste woord erover gezegd is. Dat kan ook niet, want daarvoor is er en teveel gebeurd en zijn er ook

verschillende gesprekken zeker nog te voeren. Maar u kunt erop rekenen dat ik dat voortvarend zal doen.

De voorzitter: Hartelijk dank. Wij gaan door naar de volgende set vragen. 3. Mondelinge vragen van de fracties van de PvdA, Student & Starter en ChristenUnie over Zo snel mogelijk een volwaardige supermarkt op de Uithof.

De heer Stam (PvdA): Voorzitter. De Spar op de Uithof is al jaren een doorn in het oog van menig student en medewerker van de Universiteit en Hogeschool en van de vele bewoners van de Uithof. Door de prijzen en het gebrek aan assortiment is de “Spar University” niet de volwaardige supermarkt die men in een wijk met ruim 2.000 inwoners kan verwachten. De wens voor een volwaardige supermarkt werd in 2022 ook breed gesteund in de raad in motie M70. Daarnaast werd gezegd dat er binnen twee jaar werk moest worden gemaakt van een “full-service supermarkt op de Uithof”. Een jaar later gaf een raadsbrief in juni 2023 aan dat de Universiteit Utrecht tegelijkertijd een

inpassingsstudie uitvoerde om de bestaande supermarkt uit te breiden van 400 m2 naar 750 m2. Na de studie zou een uitbreiding tussen 2024 en 2026 gerealiseerd kunnen worden. Uiteindelijk zou er in 2032 een supermarkt van ongeveer 900 m2 gerealiseerd kunnen worden. Na dit goede nieuws bleef het lang akelig stil. Dit brengt de Partij van de Arbeid, Student & Starter en ChristenUnie, tot de volgende vragen. 1. Wat is de uitkomst van de inpassingstudie van de Universiteit Utrecht? Is uitbreiding naar 750 m2 tussen 2024 en 2026 nog haalbaar?

2. Zo ja, kan het college een uitgebreidere planning delen van de realisatie van de uitbreiding? 3. Zo nee, welke rol kan het college spelen in de versnelde realisatie van een uitgebreidere supermarkt op de Uithof? Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. De supermarkt op het Science Park is een onderwerp

dat hier vaker ook voorbij komt. De eerste vraag is hoe we die inpassingsstudie moeten zien. Op het moment dit is de universiteit nog bezig met de afronding van die inpassingsstudie. We hebben de

resultaten dan ook nog niet ontvangen. Ik snap dat dat zorgen baart bij de bij de raadsleden. Ik zal er dus in ieder geval mijn best voor doen dat zij daarover in het komende kwartaal gaan communiceren, zodat er wat meer inhoudelijk nieuws is.

Op de tweede vraag moet ik daarom ook antwoorden dat ik hierdoor ook niet veel kan zeggen over de planning.

Op de derde vraag, over de rol die wij daarin kunnen spelen, kan ik antwoorden dat wij daar regulier

gesprekken over voeren. Uiteindelijk moet er echter wel een initiatiefnemer zijn die met een haalbaar

plan komt. Dat wachten wij nog steeds af. Wij blijven het gesprek aangaan met de partijen om dit wel te realiseren. Dat hebben we de afgelopen tijd gedaan en dat zullen we ook de komende tijd blijven

doen, want het realiseren van een supermarkt op het Science Park is een opdracht die we erg serieus nemen.

De voorzitter: Voordat ik naar de zaal ga, doe ik de oproep om ook de vragen kort en bondig te

7

Vragenuur van 30 mei 2024 houden. We willen alle zeven vragen behandelen vandaag. Bij dezen dus de oproep om het kort te houden.

Wie heeft een aanvullende vraag? Mevrouw Oudejans (Student & Starter): Voorzitter. Een tijd geleden waren wij op een bijeenkomst en daar bleken toch wel een aantal enthousiaste ondernemers te zijn die aan de slag willen gaan met een supermarkt. Is daar niets van overgebleven?

Mevrouw Schilderman (wethouder): Dat zou ik op dit moment niet durven te zeggen. De voorzitter: Zijn er nog meer partijen met de aanvullende vraag? Ik zie niemand. De indiener? De heer Stam (PvdA): Voorzitter. Het is enigszins fijn dat er een uitkomst van het onderzoek komt,

maar jammer dat het dan weer Q3 2024 wordt. Er wordt gezegd dat er een indiener nodig is, iemand die interesse heeft. Wat zijn dan de grootste drempels voor een inschrijver om een supermarkt te realiseren?

Mevrouw Schilderman (wethouder): Op dit moment is er een bebouwd gebied en daar zou het ergens in moeten komen. Uitdagingen zijn bijvoorbeeld de reeds aanwezige zaken daar, dus de bebouwing en de activiteiten. Bovendien is de mobiliteit en dan vooral de automobiliteit erg beperkt en is daar geen groei. Dat zijn bijvoorbeeld inhoudelijke uitdagingen. Die zijn niet onoverbrugbaar, maar het zijn wel uitdagingen. De belangrijkste is vooral dat de grondeigenaar een haalbaar initiatief voor zich ziet en daarvan zijn wij in afwachting. De voorzitter: Dank. Wij gaan door naar de volgende set vragen. 4. Mondelinge vragen van de fracties van D66, PvdA, Student & Starter en ChristenUnie over Studentenkamers steeds duurder.

Mevrouw Dolmans (D66): Voorzitter. Vorige week was weer in het nieuws dat studenten die op

kamers willen daar steeds meer geld voor moeten neertellen. Volgens cijfers van Kamernet is de

gemiddelde prijs voor een studentenkamer in Utrecht €800 euro, terwijl in Nederland 30% van het

inkomen voor huur als “acceptabele norm” wordt gezien en in de praktijk Nederlanders gemiddeld

23% van hun inkomen kwijt zijn aan woonlasten. Voor studenten die in Utrecht willen wonen, gelden deze norm en het recht op wonen helaas blijkbaar niet.

Daarom hebben de fracties van D66, PvdA, Student & Starter en ChristenUnie de volgende vragen.

1. Is de wethouder het met ons eens dat er een tekort aan studentenwoningen van onder andere de SSH is, dat zorgt voor prijsopdrijving bij andere studentenwoningen en daarmee studenten al jong de schulden in jaagt?

2. Is de wethouder het met ons eens dat een student met een maximale aanvullende beurs en lening

die €1264,49 per maand ontvangt, met de norm van 30% “maar” €379,35 kwijt zou hoeven te zijn

aan woonlasten, terwijl studenten veel meer kwijt zijn aan huur en dat dit ten opzichte van andere groepen in Utrecht niet eerlijk is?

3. Wat wil en kan de wethouder betekenen voor deze studenten zodat alle studenten in Utrecht daadwerkelijk de vrijheid hebben om ervoor te kiezen op kamers te wonen tijdens hun studieperiode?

8

Vragenuur van 30 mei 2024

Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Ik vervang wederom wethouder De Vries op dit onderwerp. Allereerst dank voor de vragen, want ik deel de zorgen over de betaalbaarheid van wonen. Dat doe ik in het algemeen, maar zeker ook voor studenten. Tegelijkertijd wil ik de aangehaalde cijfers toch

enigszins nuanceren. Het artikel dat mevrouw Dolmans aanhaalt, rapporteert namelijk uit Kamernet en dat is het platform voor particuliere kamerverhuurders. In het gemiddelde bedrag zijn ook

zelfstandige eenheden meegenomen, dus niet zijnde kamers. De SSH is in de bepaling van de

gemiddelde prijs dus niet meegenomen en het bredere beeld, waarin de SSH wel is meegenomen, is ook te lezen in de rapportage waarover de raad nog voor de zomer in de raadsbrief over studentenhuisvesting wordt geïnformeerd.

Ik wil nog twee andere nuanceringen aanbrengen. Het rapport van Kamernet bevestigt dat de

huurprijzen zijn gestegen, maar in 2023 aanzienlijk minder dan in het jaar daarvoor. In deze stad

zeggen wij bovendien dat studentenhuisvesting sociale huur is en dat sociale huur corporatiehuur is. Voor het realiseren van de opgave kijken we dan ook echt het meest naar de SSH. Dat neemt niet weg dat de kamers nog steeds duur zijn en we zouden willen dat ze goedkoper werden. Het antwoord op de tweede vraag. Dit college maakt zich absoluut hard voor betaalbare

studentenhuisvesting. Ik snap dat de grootste vraag is naar betaalbare kamers, maar in hoeverre voor studenten de woonquote, dus de 30%-norm die wordt aangehaald, ook op de huidige woningmarkt realistisch is, durf ik alleen niet te zeggen.

Wat kan de gemeente doen voor die studentenkamers? Het instrumentarium dat we daarvoor

hebben, is beperkt, ook omdat een heel groot deel landelijk is geregeld. Maar de raad mag ervan

uitgaan dat het college zich hard maakt om alle perverse prikkels die in het landelijke systeem zitten en waarvan we weten dat het echt anders moet, die anders te maken om zo ook studentenkamers goedkoper te maken. De huurprijs is begrensd op basis van het aantal WWS-punten en van een

sterke onbegrensde prijsopdrijving is dus geen sprake. Vanuit het huurteam ondersteunen we ook

studenten die geconfronteerd worden met een te hoge huur. Daarnaast werken wij via het Actieplan

studentenhuisvesting natuurlijk ook aan deze opgave met tal van andere maatregelen. Zoals gezegd, komen we nog voor de zomer met een raadsbrief over de stand van zaken en in deze brief wordt de

raad aan de hand van onderzoek geïnformeerd over de woonwensen van studenten en de prioriteiten van het college hierin, namelijk het beschikbaar krijgen van woonruimte passend bij die woonvraag. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie de ChristenUnie met een vraag. De heer Van Straalen (ChristenUnie): Voorzitter. ik begrijp het beantwoording van de wethouder, maar tegelijkertijd is er wel een groep studenten die echt is toegewezen op die particuliere

huursector en die dus ook echt te maken heeft met die absurd hoge prijzen. Zal de Wet betaalbare

huur die een tijdje geleden in de Tweede Kamer is aangenomen, een handvat bieden om iets aan die enorm hoge prijzen in de particuliere huursector te doen?

Mevrouw Oosters (wethouder): Dat vind ik een mooie suggestie. Ik weet niet helemaal of dat het

geval gaat zijn, maar we zullen het meenemen in dezelfde brief die de raad voor de zomer krijgt,

zodat we ook kunnen aangeven welke punten uit die wet ons kunnen helpen met deze opgave. Ik ben het ermee eens dat er nog altijd een bepaalde groep is die hier wel van afhankelijk is. De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen. De indiener?

9

Vragenuur van 30 mei 2024 Mevrouw Van der Wilt (D66): Voorzitter. Wij vragen ons nog wel af of de wethouder het met ons eens is dat het echt een groot probleem is, vooral omdat er dus veel misloopt, ook bij de SH, bijvoorbeeld op de IBB. Kunnen we daar erkenning voor krijgen?

Mevrouw Oosters (wethouder): De erkenning die u van mij krijgt, is dat de hoge huurprijs van

studentenkamers absoluut een probleem is. Daar zetten we op heel veel verschillende manieren op in met het Actieplan studentenhuisvesting waar ik zojuist naar verwees. Maar ik denk juist dat

corporatiehuur, zoals dus bij SSH het geval is, ons gaat helpen met de oplossing van het probleem, in plaats van dat het ons dwars zit. Dus op naar de oplossing, zou ik zeggen! De voorzitter: Hartelijk dank. Wij gaan door naar de volgende set vragen. 5. Mondelinge vragen van de fracties van D66, Student & Starter, PvdA en ChristenUnie over IJzige stilte op de Ivoordreef.

Mevrouw Van der Wilt (D66): Voorzitter. In december 2022 stelde de Utrechtse raad het bestemmingsplan voor de Ivoordreef in Overvecht vast, een plan waarin op de plek waar op dat moment 174 woningen stonden, ruimte gemaakt wordt voor bijna het dubbele aantal woningen voor Overvechters en nieuwe wijkbewoners.

Het proces richting de vaststelling van het plan had wat voeten in de aarde, mede vanwege de kap van bomen in het plangebied, maar uiteindelijk stemde een meerderheid van de raad in. De sloop van de bestaande flats werd vervolgens in gang gezet, bewoners verhuisden naar een tijdelijk nieuw onderkomen en de bomen werden gekapt. De schop in de grond, zou je zeggen.

Maar niets blijkt minder waar. Deze week stonden we weer bij de Ivoordreef en was het ijzig stil. De reden? De bouw van de woningen staat “on hold”, vanwege meerdere bezwaren, onder andere van de Utrechtse Bomenstichting. Inmiddels kunnen we op zijn vroegst in 2027 de eerste woningen verwachten: twee jaar later dan gepland. Het is belangrijk dat inwoners en organisaties gebruik kunnen maken van het recht op bezwaar, maar te midden van een grote wooncrisis bekruipt D66 het gevoel dat daarbij het geluid van de woningzoekende in Utrecht ondergesneeuwd raakt, want wie stapt er voor hen naar de Raad van State? Daarom de volgende vragen.

1. Hoe reflecteert het college op de vertraging van de bouw op de Ivoordreef, mede te midden van een groot woningtekort in onze stad? 2. Is het college het met ons eens dat de vertraging op dit project niet alleen consequenties heeft voor de bouw van broodnodige woningen, maar ook voor het draagvlak voor bewoners die bij een sloop/nieuwbouwproject als deze wachten om terug te verhuizen?

3. Ziet het college mogelijkheden om verdere grote vertraging zoveel mogelijk te voorkomen? 4. Is het college het met ons dat de stem en het belang van woningzoekende Utrechters in bezwaarprocedures vaak niet of onvoldoende vertegenwoordigd wordt? Ziet zij mogelijkheden om hun stem meer gewicht te geven bij belangenafwegingen, ook bij toekomstige woonbouwprojecten? Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. Ik zal de beantwoording van deze vragen en de volgende voor mijn rekening nemen door de afwezigheid van collega Van Hooijdonk. Het antwoord op de eerste vraag. Wij betreuren de vertraging van de bouw van de Ivoordreef enorm.

Het proces was erop gericht om juist, zoals de vraagsteller al aangaf, zo snel mogelijk te starten met

10

Vragenuur van 30 mei 2024 de bouw nadat de bestemmingplan was vastgesteld. Daarom was het ten tijde van de besluitvorming door de raad de flat al gesloopt en gaf de kapvergunning de mogelijkheid om spoedig daarna te starten. De vertraging is ontstaan doordat er een hoger beroep tegen het bestemmingsplan is

aangetekend en een beroep tegen de Omgevingsvergunning. De partijen wachten nu op zitting bij de Raad van State en de rechtbank Midden-Nederland. De procedures bij de Raad van Staten lopen

enorme vertraging op, ondanks het feit dat dit een plan is in het kader van de Crisis- en herstelwet,

waarbij behandeling van het beroep binnen een halfjaar zou moeten plaatsvinden en we inmiddels al 15 maanden wachten.

Vraag 2. Jazeker, de vertraging heeft ook consequenties voor het draagvlak voor de bewoners. Daar

zijn we ons terdege van bewust. Inwoners zien al maandenlang de kale vlakte en weten of begrijpen vaak niet waarom er maar niets gebeurt, terwijl die behoefte aan extra woningen zo groot is.

Vraag 3. Wij zien helaas geen mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de vertraging. Het college heeft geen invloed op de mogelijke zittingsdatum. We hebben daar natuurlijk vaker mee te maken,

dus je hebt wel contact met ze om te polsen wanneer iets plaatsvindt, maar echt beïnvloeden is niet

mogelijk. De bezwaarmakende partij staat niet open voor een gesprek op dit moment. We hebben in het voortraject natuurlijk intensief met een deel van de partijen gesproken, mede om te kijken waar er mogelijkheden zijn om langdurige procedures te voorkomen. Maar daar waar belangen

uiteenlopen, is het ook het recht van partijen om daarvoor openstaande rechtsmiddelen in te zetten om hun belangen met een rechterlijke uitspraak te behartigen.

Vraag 4. Wat betreft de bezwaarprocedures zijn we afhankelijk van de wetgeving. Procedures zijn

door de wetgever bepaald en deze voeren we dus als gemeente uit. Het Rijk is er zich terdege van

bewust dat de gevolgen van vertragingen er zijn als gevolg van deze bezwaarprocedures. Ik weet dat

minister Hugo de Jonge daar ook meermaals al aan heeft gerefereerd. Het kabinet werkt dan ook aan voorstellen om dit te optimaliseren. Aan de voorkant van het proces, wanneer planvorming start, is er ruimte om belangenafwegingen te maken en de stem van woningzoekende zwaarder te laten

wegen dan bezwaren uit de buurt. Toch blijft dit altijd een afweging per project, waarbij het Utrechts planproces conform de spelregels van Samen stad maken de buurt betrokken wordt, maar

bijvoorbeeld ook via peilingen, wanneer de meningen “breder” worden opgehaald. Het is dan ook aan de raad om het algemeen belang waar het belang van de woningzoekende in de toekomst – waar D66 aan refereert – er een van is, mee te wegen ten opzichte van de specifieke belangen van

omwonenden en andere partijen. Het is later in het proces aan de rechterlijke macht te toetsen of alle belangen op een juridisch juiste manier zijn gewogen.

De voorzitter: Zijn er partijen die een aanvullende vraag hebben? Mevrouw Sasbrink (PvdD): Voorzitter. De wethouder doet nu of het college verrast is doordat het zo lang duurt, maar dat er geprocedeerd zou worden, was al aangekondigd van tevoren. Ook die

achterstand bij de Raad van State was allang bekend. Het college heeft toen wel besloten om de motie Kappen met kappen naast zich neer te leggen en voordat alle benodigde vergunningen

definitief zijn dan wel tot kap over te gaan. Als de wethouder nu op die gang van zaken reflecteert, is zij niet van mening dat te voorbarig is gehandeld? Ik vraag het juist aan deze wethouder, die hier nu als vervanger staat, hoe zij tegen deze gang van zaken aankijkt.

Mevrouw Streefland (wethouder): Dat is een goede vraag. In heel veel projecten in de stad vragen wij ons af of het niet had geleid tot geen procedures als het gaat over bouwen erbij of bouwen hoger. In alle eerlijkheid denk ik dat het antwoord daar “nee” op was. In dit proces hebben wij toentertijd

11

Vragenuur van 30 mei 2024 besloten om deze route te volgen, juist om het verkrijgen van woningen voor mensen te versnellen, mensen die er al heel lang naar op zoek zijn. Ik zou wel dringend willen meegeven, ook aan de raad, om in de toekomst in die belangenafweging ook goed te krijgen of zowel het belang van organisaties en het recht om te procederen als het belang en de stem van degene die een woning zoekt goed zijn vertegenwoordigd. De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen. De indiener? Mevrouw Van der Wilt (D66): Voorzitter. Dank voor deze beantwoording. Naar mijn mening moeten wij inderdaad steviger uitspraken doen over het belang en de stem van de woningzoekenden. Ik zal dat volgende week absoluut in deze zaal weer doen. De meerderheid van de raad heeft uiteindelijk ingestemd met dit plan en ik vraag me af of de Raad van State dat ook weegt in de afweging. Het lijkt me toch een belangrijk gegeven. Mevrouw Streefland (wethouder): Het is aan de Raad van State altijd om het bezwaar in behandeling

te nemen. Vervolgens wordt op de inhoud gewogen hoe dat is gegaan, dus ook de stem van de raad in dit geval. Wij hebben vooral nu te maken met de lange duur van het proces voordat die

belangenafweging ook inzichtelijk wordt kan gemaakt worden bij de Raad van State. Daar zit vooral het punt op dit moment.

De voorzitter: Dank u wel. We gaan door naar de volgende set. 6. Mondelinge vragen van de fracties van Volt en VVD over Ontwikkeling stad valt stil door netcongestie.

Mevrouw Passier (Volt): Voorzitter. Netcongestie dreigt al langere tijd de ontwikkeling van onze stad stil te leggen. Nu blijkt dat dan echt te zijn begonnen. Op 18 december ontving de gemeenteraad de raadsbrief “Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026”. Hierin deelde het college voldoende vertrouwen te hebben in verlichtende maatregelen, zodat het niet nodig was om te prioriteren. Ook in de commissievergadering van 14 maart liet de wethouder weten het niet nodig te vinden om het met de gemeenteraad te hebben over prioritering van belangrijke ontwikkelingen, voordat netcongestie die tot stilstand heeft gebracht.

Naar aanleiding van het bericht op RTV Utrecht dat “Utrechtse scholen, gymzalen en cultuurcentra toch niet aardgasvrij” worden en de raadsbrief waarop die gebaseerd is, hebben de partijen Volt en VVD enkele vragen.

1. “Voor (vervangende) nieuwbouwprojecten is er op dit moment nog geen zicht op een kortetermijnoplossing”, schrijft het college in de raadsbrief. Klopt de conclusie dat nieuwbouwprojecten nu bijna geen doorgang meer kunnen vinden? Hoeveel geplande nieuwbouwwoningen kunnen daardoor tot 2030 niet worden opgeleverd?

We lezen dat verduurzamingstrajecten van ons maatschappelijk vastgoed niet meer door kunnen gaan en nieuwbouwprojecten niet meer op het elektriciteits- of gasnet kunnen worden aangesloten. 2. Hoe kunnen we in december geïnformeerd worden dat prioriteren niet nodig is, maar daar vijf maanden later al wel mee geconfronteerd worden nadat ook herhaaldelijk door de wethouder verzekerd is dat het college voldoende vertrouwen heeft in de andere maatregelen?

3. Is het college nog steeds van mening dat prioriteren niet nodig is?

12

Vragenuur van 30 mei 2024

Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. Het antwoord op de eerste vraag. De conclusie dat

nieuwbouwprojecten nu bijna geen doorgang meer kunnen vinden klopt gelukkig niet. De raadsbrief waarnaar verwezen wordt, gaat specifiek over grootverbruikaansluitingen bij nieuwbouwprojecten

voor maatschappelijk vastgoed en deze komen bij de netbeheerder dan op de wachtlijst. Voor deze

projecten wordt projectafhankelijk gekeken naar alternatieve mogelijkheden. Ook is het mogelijk dat projecten worden uitgesteld indien er geen alternatieve oplossingen zouden zijn. Voor

renovatieprojecten maatschappelijk vastgoed geldt dat we deze aardgasvrij-ready opleveren. We

verwachten dat netcongestie daardoor minder beperkend zal werken vanwege het tijdelijk behouden van de aardgasaansluiting, wat in lijn is met de wet- en regelgeving. In renovatieprojecten worden

gebouwen verduurzaamd en gaat het gasverbruik omlaag, ook al is dat een tijdelijke gasaansluiting als dat nodig is. De wachtlijst geldt niet voor alle nieuwbouwprojecten. Projecten met louter

woningen worden wel aangesloten. Voor gebiedsontwikkeling geldt deels maatwerk. Daarnaast werken we met de provincie en netbeheerders samen aan pilots voor innovatieve

gebiedsoplossingen, bijvoorbeeld in de Merwedekanaalzone. Maar we moeten inderdaad wel echt alle zeilen bijzetten om het niet zover te laten komen. Ik verwijs in dit verband naar de brief van

minister Jetten van 25 april. De raad krijgt binnenkort een uitgebreide brief met een reactie op de nieuwe maatregelen die hij aankondigt.

Vraag 2. De vragensteller stelt dat het college gezegd zou hebben dat prioriteren niet nodig is en dat andere maatregelen afdoende zijn om te voorkomen dat nieuwbouw niet meer kan worden

aangesloten. Het college heeft echter steeds aangegeven dat het prioriteren van ontwikkelingen op een later moment wel nodig zou kunnen zijn. In de beantwoording van de schriftelijke vragen

hebben we dan ook aangegeven dat dit helaas een realistisch scenario is waar we ons op moeten

voorbereiden. We hebben toen al als voorbeeld genoemd dat de gemeente de mogelijkheid heeft om het daadwerkelijk aardgasvrij maken van eigen gebouwen bij renovatie zou kunnen uitstellen.

Wellicht is het goed om heel helder te benoemen dat wij hebben aangegeven dat gemeenten niet aan zet zijn – helaas – bij het aangeven van een volgorde wie transportcapaciteit voor stroom krijgt. Dat wordt gedaan door de netbeheerder op basis van het definitieve Netcodebesluit van de Autoriteit

Consument en Markt, dus op EU-niveau. Helaas kunnen wij hier niet uitmaken wie wel en wie niet, maar daarbinnen kunnen wij wel prioriteren en innovatieve oplossingen verzinnen.

3. Het college heeft inderdaad niet gezegd dat prioriteren niet nodig is, maar wel dat we alles in het werk stellen om juist die situatie te voorkomen. Het maatregelenpakket dat minister Jetten heeft

opgesteld in samenwerking met Utrecht Energy Board is erop gericht om de woningbouw door te

kunnen laten gaan. Onze inzet is ook dat de bijbehorende voorzieningen gebouwd kunnen worden. Dat neemt helaas niet weg dat we in de toekomst mogelijk keuzes moeten maken tussen projecten

en dat op dit moment een aantal nieuwbouwprojecten voor maatschappelijke voorziening op pauze staan.

De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen. Mevrouw Passier? Mevrouw Passier (Volt): Wordt de raad betrokken bij de prioritering van projecten in de toekomst? Mevrouw Streefland (wethouder): Ik kan me voorstellen juist dat dit een vraag kunnen zijn in de brief die ook naar aanleiding van de duiding van de brief van minister Jetten wordt verzonden. We moeten heel goed kijken wat het mandaat is van de raad, het college of van de gemeente. Ik zei zojuist dat

wij die prioritering niet mogen doen. Wel hebben we al vernomen dat prioriteit woningbouw in ieder

13

Vragenuur van 30 mei 2024 geval voortgang heeft. Daarvoor proberen we zo innovatief mogelijk te zijn, zodat wij niet ergens onderaan de lijst komen. Ik zal vragen dit punt expliciet mee te nemen in die brief. De voorzitter: Hartelijk dank. We gaan door naar de laatste vragenset. 7. Mondelinge vragen van de fractie van DENK over Bergen afval in Kanaleneiland. De heer Skori (DENK): Voorzitter. Helaas zien we dat onze stad in de laatste jaren steeds meer te kampen heeft met vuilnisproblemen. In de afgelopen week is er in de wijk Kanaleneiland een

significante toename geweest van afval dat naast de containers wordt geplaatst, met name aan de Stanleylaan, Bartelomeo Diazlaan, Afrikalaan en verschillende andere straten. Dit probleem heeft geleid tot een verslechtering van de leefbaarheid van de wijk en het welzijn van de buurtbewoners. Buurtbewoners kunnen nergens meer met hun afval heen en geven zelfs aan dat afval brengen naar andere ondergrondse containers in de buurt geen optie is aangezien die ook overvol zitten. Veel mensen laten afval hierdoor naast de ondergrondse containers liggen met alle gevolgen van dien.

Hier heb ik de volgende vragen over.

1. Wat is de prioritering in de wijken en wat is de verhouding containers per bewoner per buurt? 2. Erkent de wethouder dat het afval in Kanaleneiland niet frequent genoeg moet ophalen, en dat dit een urgent probleem is? Zo nee, waarom niet?

3. Is de wethouder bereid onmiddellijk actie te ondernemen om de afvalproblemen in Kanaleneiland op te lossen, door zo spoedig mogelijk te zorgen dat het afval vaker opgehaald wordt? Zo nee, waarom niet?

4. In hoeverre speelt dit probleem in andere wijken in Utrecht, en hoe gaat de wethouder voorkomen dat dit probleem zich gaat verspreiden over verschillende wijken? Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. Dank voor deze vragen, want ze komen echt precies

in een week waarin we weer ook een nieuwe campagne lanceren om bijgeplaatst afval tegen te gaan.

Vraag 1. Het is belangrijk om te weten hoe de inzameling van het huishoudelijk afval nu gebeurt. Dat gebeurt namelijk niet via een prioritering tussen wijken, maar op basis van hoe vol de containers

zitten. We meten in iedere container hoe vol die zit en op het moment dat die 80% gevuld is, wordt

hij in de planning aangemeld, zodat hij de volgende dag geleegd wordt, ongeacht in welke wijk die staat. De hoeveelheid containers passen we aan op het aantal huishoudens dat in een gebied

eromheen woont. Het streven is om één keer per week te legen. Bij plaatsing streven we ernaar dat

de maximale loopafstand naar een container 120 m is vanaf de erfgrens. Als er dan toch meer afval aangeboden wordt, wordt er meer ingezameld op die plekken.

2. We zien dat er op een aantal plekken het legen echt urgent is. Dat heeft echter vaak niet te maken met het op tijd legen van die container, maar veel vaker met het feit dat een container verstopt zit of dat mensen er iets bij plaatsen, ook al is hij nog open. Het gebeurt namelijk vaak dat mensen

afvalzakken naast de container plaatsen. Dat kan verschillende redenen hebben. Sommige mensen

zien dat als gemakkelijker, anderen die zijn bijvoorbeeld geblokkeerd doordat mensen groot afval –

soms hele partytenten – in een container stoppen. We zien ook heel vaak dat er grofvuil bij geplaatst

wordt en dat nodigt toch weer uit om er wat bij te zetten, ook al zijn de containers niet vol, dit terwijl ofwel gratis weggebracht kan worden, maar ook een gratis afhaalafspraak gemaakt kan worden. Als gemeente doen we er alles aan om de omgeving dan ook verder schoon te houden.

Vraag 3. Het is belangrijk om te weten hoe dat dan gaat. Als er een ondergrondse container geleegd

14

Vragenuur van 30 mei 2024 moet worden, komt er een speciale wagen aan die daarvoor geschikt is. Liggen er allerlei zakken op, kan de auto er niet in slagen om de ondergrondse container te legen. Daarom rijdt er een speciale

wagen om die bijplaatsingen weer op te lossen. Als de collega's daar langskomen, zullen ze dat altijd melden, zodat die speciale wagen langs kan komen, maar dat kan ook gebeuren doordat mensen bijvoorbeeld melden dat er bijplaatsingen zijn. Dan komt in een keer het juiste materiaal eraan.

4. We zien dat in een aantal wijken in Utrecht het aantal bijplaatsingen hoger is dan in andere delen. Dat gebeurt vaker in Kanaleneiland, maar ook in Overvecht en in Noordoost. De afgelopen tijd zijn we al bezig om een aantal zaken te verbeteren, zoals aparte teams voor het dagelijks ophalen van

bijplaatsingen, meer handhaving, hogere boetes en ook gerichte communicatie, meer materieel en personeel en samenwerking met bewonersgroepen om dit verder ook tegen te gaan. Wij beseffen

echter wel dat bij we bijplaatsingen alleen kunnen oplossen als mensen hun gedrag veranderen en niet langer zakken naast de container zetten. Daarvoor lanceren wij deze week een speciale

campagne, juist op de plekken waar extra aandacht nodig is, namelijk Kanaleneiland Overvecht en Noordwest. En dat gaat daar dan ook over hoe je goed kan aanbieden, waarbij gebruik wordt

gemaakt van posters en verwijzingen op de grond en het vrolijk wrappen van containers met een

tekst over hoe het dan wel zou kunnen werken. We blijven erop inzetten om het aantal bijplaatsingen te verminderen, want deze frustratie is vele Utrechters niet vreemd. De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen. Mijnheer Skori? De heer Skori (DENK): Als ik het goed begrijp, komt het meeste afval dus door de bewoners die het door gemakzucht ernaast leggen terwijl de containers niet vol zitten en dat dit weer gevolgd wordt door andere bewoners? Mevrouw Streefland (wethouder): Iedere bijplaatsing ontstaat doordat iemand zijn afval neerzet op

een plek waar het niet mag, namelijk in de openbare ruimte, in plaats van het of in zijn huis bewaren of het daadwerkelijk in een ondergrondse container doen. Maar vervolgens zien we ook vaak dat de

plekken waar zakken bijgeplaatst worden geen containers zijn die per se vol zitten. Soms zit een van de twee containers vol en wordt er niet geprobeerd de tweede container open te maken, soms raakt

de container verstopt doordat mensen er zaken in stoppen die er bijvoorbeeld niet in passen. Je ziet heel vaak dat grofvuil wordt bijgeplaatst en dat mensen daarom ten onrechte denken dat het vol en vervolgens alsnog een zak erbij zetten.

De voorzitter: Hartelijk dank voor de beantwoording. Hartelijk dank voor dit vragenuur. Fijne avond en tot de volgende keer!

De voorzitter sluit daarop, te 17.57 uur, het vragenuur.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=249bbbd2-ee98-4d6b-b440-2c17f7fce235