CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20240516 vragenuur

Gemeenteraad 6 juni 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 18 april, 16 mei en 23 mei 20244.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2024 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 16 mei 2024 Vragenuur, gehouden op donderdag 16 mei 2024 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard. Aanwezig zijn de leden: Ramaker en Van Steeg. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: X. Minnaert, Otto, Van Straalen en Vintges. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Eerenberg en Van Hooijdonk.

Griffier: de heer Corten.

Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal. Mijn naam is Melody Deldjou Fard en ik heet iedereen van

harte welkom, alle commissieleden, raadsleden, wethouders, iedereen op de publieke tribune en mensen die thuis met ons meekijken. Vandaag hebben we vier vragen.

1. Mondelinge vragen van de fracties van VVD, Student & Starter, D66, GroenLinks en PvdA over

Stijging seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) onder studenten en jongeren tot 25 jaar.

Mevrouw Ramaker (VVD): Voorzitter. Het RIVM heeft in april de Thermometer seksuele gezondheid gepubliceerd. Deze halfjaarlijkse publicatie laat helaas een stijging zien in het aantal soa’s onder vrouwen en mannen die seks hebben met mannen. Vooral vrouwen en heteroseksuele mannen jonger dan 25 jaar consulteren het vaakst. Het Algemeen Dagblad berichtte 10 mei de kop dat studenten soa-spreaders zijn; ze zijn niet bang en doen alsof het een verkoudheid is. Dit roept de volgende vragen op.

1. In hoeverre is Utrecht in Nederland koploper van het hoogste aantal soa’s onder studenten en jongeren onder de 25 jaar? 2. Wat gaat het college samen met partners als de GGD Utrecht, Sense Utrecht, Soa Aidsfonds en onderwijsinstellingen doen om het aantal gevonden soa’s onder studenten en jongeren onder de 25 jaar te verlagen?

3. Denkt het college ook aan het gratis beschikbaar stellen van condooms in uitgaansgelegenheden of op die plekken waar veel studenten en scholieren komen? 4. Gaat het aantal gratis beschikbare testen voor de doelgroep onder de 25 jaar in Utrecht uitgebreid worden?

Vragenuur van 16 mei 2024

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Ook ik heb kennisgenomen van de media-uitingen over dit probleem. De trend is de verkeerde kant op. Natuurlijk heb ik mij ook de vraag gesteld hoe dat in Utrecht zit, maar die vraag is nog niet zo eenvoudig te beantwoorden. Natuurlijk hebben wij geen gegevens van de huisartsen hierover, want het gaat om medische dossiers. Wel hebben wij de gegevens van de GGD Regio Utrecht. Voor 2023 waren de aantallen precies hetzelfde als het landelijke beeld, dat wil zeggen dat bij 22% van de mensen die zich meldden voor een soa-test ook een soa werd aangetroffen. In 2024 gaat het tot nu toe om 24% bij onze GGD en 22% landelijk. Dat is 2% meer dus je zou kunnen zeggen dat we iets voorlopen, maar de GGD Regio Utrecht is ook wat strenger geworden door de tekorten in de triage. Ze doen een betere screening aan de voorkant,

waardoor het vindpercentage waarschijnlijk wat stijgt, omdat de kans dat iemand langskomt zonder soa iets kleiner is geworden. Grosso modo lopen we in de pas met de landelijke cijfers, maar het zijn nog steeds echt geen goede cijfers.

Dan het antwoord op vraag 2. De GGD Regio Utrecht doet in onze opdracht al relatief veel. Dit betreft het trainen van professionals, het weerbaar maken, campagnes en opscholen. Wat ik heel graag zou willen, is dat de landelijke campagne Vrij veilig weer terugkomt. Daar heb ik ook persoonlijke gesprekken over gevoerd met Soa Aids Nederland, vroeger een van de trekkers van die campagne. Het zou heel mooi zijn als dat gewoon weer gelanceerd wordt. Samen met Soa Aids Nederland gaan wij daarvoor lobbyen bij het Rijk.

Dan het gratis beschikbaar stellen van condooms. Ik hoef de raad zeker vandaag niet uit te leggen dat gratis niet bestaat. Overigens, is er relatief weinig bewijs dat meer mensen condooms gaan gebruiken als je condooms verstrekt. Het is vaak een afgeleid effect. Wel wordt het condoomgebruik genormaliseerd en gebruiken op termijn meer mensen een condoom, omdat het normaler wordt. Als we dat in de uitgaansgelegenheden in onze stad op onze kosten ter beschikking willen stellen, moeten wij met elkaar een gesprek hebben over het budget. Tot besluit de soa-testen, het antwoord op vraag 4. Ook daar helpt natuurlijk ons budgettair kader niet. Het is beschikbaar bij de huisarts. We weten dat een groep mensen liever niet naar de huisarts gaat – overigens tot mijn spijt – maar het bij de GGD doen. Daar hebben we extra middelen voor beschikbaar gesteld. Dan nog kunnen we helaas niet iedereen helpen. Als wij meer mensen willen helpen, moet in ogenschouw worden genomen dat vijf extra plekjes ongeveer 100.000 euro kosten. Dat zijn middelen die het college niet voorhanden heeft, maar we gaan nog heel veel debatten met de raad over geld voeren. De voorzitter: Zijn er partijen met een aanvullende vraag? Mevrouw Minnaert (PvdD): Voorzitter. Ik ben benieuwd of het college van plan is zelf ook campagnes op te zetten voor bewustzijn over seksueel overdraagbare aandoeningen.

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Het is een goede vraag, maar er komt enigszins hetzelfde antwoord op. De GGD doet dat gedeeltelijk op kleine schaal, bijvoorbeeld door op scholen te zijn. Voor een echte campagne kijken we graag naar het Rijk. Ik heb geen middelen en/of mensen om een lokale campagne te starten. De voorzitter: Ik zie verder geen partijen die een aanvullende vraag willen stellen en geef daarom het woord weer aan de indiener.

2

Vragenuur van 16 mei 2024 Mevrouw Ramaker (VVD): Dank voor de beantwoording. Het is goed om te horen dat de wethouder gaat optreden met Soa Aids Nederland. Zelf ben ik altijd heel enthousiast over het combineren van budgetten. Ziet de wethouder daar mogelijkheden in? De heer Eerenberg (wethouder): Het laatste deel van de vraag is in toenemende mate ingewikkeld. Wat ik zelf heel mooi zou vinden en wat zeker vanuit het perspectief van het Rijk ook niet zoveel geld hoeft te kosten, is die Vrij veilig-campagne. Een landelijke campagne hoeft niet heel veel geld te kosten als die efficiënt wordt ingericht. Het is misschien een mooie kans voor het nieuwe kabinet – laten we er ook eens iets positiefs over zeggen – om dit op te pakken. De voorzitter: Dank u wel. Wij gaan door naar de volgende vragen. 2. Mondelinge vragen van de fractie van EenUtrecht over Snelheidsduivels aanpakken zonder medewerking uit Den Haag. De heer Otto (EenUtrecht): Voorzitter. Onlangs reageerden het OM en de minister afwijzend op het verzoek van de vier grote steden om zelf flitspalen te kunnen gaan plaatsen en te beheren. Het idee achter dit verzoek is dat deze steden, waaronder Utrecht, zich ernstig zorgen maken over de toenemende verkeersonveiligheid met als gevolg zwaargewonde en dodelijke verkeersslachtoffers door hardrijders.

De huidige flitspalen in Utrecht schieten tekort omdat het er niet alleen te weinig zijn, maar ook omdat ze lang niet altijd op de meest verkeersonveilige plekken van de stad staan en veel verkeersgebruikers precies weten waar de flitspalen staan. Helaas hebben het OM en de minister aangegeven kritisch te zijn op het verzoek van de vier grote steden en lijken zij niet voornemens hierover serieus verder met onder andere Utrecht in gesprek te gaan. Dit brengt ons tot de volgende vragen. 1. Hoe gaat het college concreet reageren op de afwijzing vanuit het OM en het ministerie?

2. Hoe zit het met het plan/voornemen van de vier grote steden en daarmee van Utrecht om met mobiele flitsteams die zijn uitgerust met zogeheten “laserguns” zelf op gevaarlijke punten in de stad te gaan handhaven op met name ernstige snelheidsovertredingen? 3. Indien die wettelijke en juridische ruimte er voor Utrecht wel is, is het college dan voornemens dit gericht verder te verkennen?

4. Indien deze juridische ruimte en wettelijke bevoegdheden er niet zijn, wat is ten aanzien van dit idee dan de volgende stap van het college die ervoor gaat zorgen dat het aantal zwaargewonde en dodelijke slachtoffers van snelheidsduivels significant gaat afnemen? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter. Om te beginnen, is het goede nieuws dat er nog geen definitief “neen” is van het kabinet. De minister heeft ook in antwoord op Kamervragen gezegd dat hij er serieus naar gaat kijken. Wij blijven ondertussen als G4 de druk hoog houden om daar uiteindelijk wel positieve stappen in te kunnen zetten. Namens de G4 neemt Rotterdam daarin het voortouw, maar wij steunen de inzet en, waar nodig, doen wij het ook samen. Over een aantal weken is er ook weer een debat over verkeersveiligheid in de Tweede Kamer en dan hebben we opnieuw een kans om dat onder de aandacht te brengen. Op dit moment kan het nog niet, want het is geen bevoegdheid van de gemeenten om op snelheid te handhaven. Laserguns of flitspalen mogen nog niet zelf door de gemeenten worden ingezet en daarom is dit op dit moment geen kansrijke weg. Als het wel mogelijk is, kijken we natuurlijk op welke manier dat mogelijk wordt. Het zou dan overigens wel helpen als we niet alleen de bevoegdheid krijgen, maar dat ook het hele voorstel wordt

3

Vragenuur van 16 mei 2024 overgenomen. Dat behelst namelijk ook dat je de inkomsten uit de handhaving krijgt en dat het daarmee bekostigd kan worden.

Tot nu toe bewandelen wij zo goed mogelijk de bestaande wegen en dat is dat zo goed mogelijk wordt onderbouwd op welke locaties het echt nodig is om met flitspalen te handhaven, waar dat problematisch is, de inrichting voldoet en veiligheidswinst oplevert. Gelukkig hebben we daar af en toe ook nog wel succes in. Vaak krijgen we nee, maar soms krijgen we, ja. Bovendien heeft het OM recent flexpalen ter beschikking gesteld en ook daar hebben we een aanvraag voor gedaan en kunnen we ernaar uitzien dat er een aantal in Utrecht komt.

Ik heb toevallig morgen weer driehoeksoverleg – het is actueel – waarin we zeggen dat we echt op 30 km/u-straten moeten handhaven. Als we geluk hebben en de lobby met meerdere steden slaagt, blijkt dat misschien mogelijk te zijn in de loop van het jaar. Dus voordat we als gemeente die bevoegdheid krijgen, blijven we via alle klassieke wegen de druk zo hoog mogelijk houden om meer te handhaven in Utrecht. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de antwoorden. Ze zegt dat die flexpalen nu naar Utrecht zullen komen. Kan zij iets meer zeggen over de timing ervan en misschien ook de hoeveelheid? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Binnenkort zullen wij de raad hierover informeren. Dan weet ik het beter. Zoals gezegd, heb ik morgen driehoeksoverleg. Ik wil daar niet op vooruitlopen, want dan ga ik fouten maken. Wij zullen de raad over de laatste stand van zaken informeren, waarschijnlijk in juni. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Ik zie niemand. Mijnheer Otto, heeft u een laatste vraag? De heer Otto (EenUtrecht): Dank voor de beantwoording, die er gepast hoopvol uitziet.

Maar regeren is vooruitzien: wat als Den Haag toch niet meebeweegt en wij toch heel graag het aantal slachtoffers terug willen brengen? Denkt het college al na over wat er gebeurt als Den Haag niet meewerkt? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): In zekere zin blijven we dan steken in de huidige situatie en moeten we daar het maximale uithalen. Dan blijven we ons ervoor inzetten, met een zo goed mogelijke onderbouwing van de handhaving die er wel is en zoveel mogelijk wegen naar 30 km/u brengen. Hoe je het ook wendt of keert, het helpt om de snelheid te verlagen en dat is weer heel goed voor de veiligheid. Dan hebben we het wat minder zelf in de hand om de handhaving op te voeren. Inmiddels is zo’n twee derde van alle straten in Utrecht al 30 km/u, maar zolang we daar niet op kunnen handhaven, wordt het handhavingsgat steeds groter als we het aantal verhogen. Wij vinden het dus wel problematisch, maar als we een bevoegdheid niet hebben, kunnen we hem ook niet uitoefenen. De voorzitter: Dank u wel. We gaan door naar de volgende vragenset. 3. Mondelinge vragen van de fractie van CDA over Hoe kom ik uit Zuid?

4

Vragenuur van 16 mei 2024 De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. De afgelopen weken zijn verschillende wegwerkzaamheden gestart in Utrecht. Dit betreft onder andere de nieuwe inrichting van het kruispunt van de Linschotensingel en de ’t Goylaan en de Koningsweg. Daarnaast zijn er werkzaamheden op Rotsoord, is de Tolsteegsingel afgesloten en is de Oranjebrug sinds enkele weken gesloten voor automobilisten. Hierdoor ontstaat dagelijks een verkeersinfarct rond de ’t Goylaan en omringende wegen en wordt de reistijd van inwoners in de wijk enorm verhoogd. De fractie van het CDA ziet een bizarre bundeling van werkzaamheden en vraagt zich af waarom deze niet anders zijn gepland. Onze fractie heeft de volgende vragen.

1. Herkent u de ontstane verkeersproblemen in de wijk Zuid als gevolg van de werkzaamheden en de sluiting van de Oranjebrug?

2. Wat is de exacte reden voor de sluiting van de Oranjebrug voor auto’s? Waarom is er niet gekozen voor uitstel van de werkzaamheden aan de Linschotensingel, toen de brug moest worden gesloten mede in het licht van de andere genoemde werkzaamheden?

3. Deelt u de mening dat de autorijweg van de Linschotensingel zo snel mogelijk weer gebruikt dient te kunnen worden? Zo ja, welke stappen zult u zetten om dit te laten gebeuren?

4. Welke strategie volgt het college om verkeersproblemen in Zuid de komende jaren te voorkomen in het licht van de huidige situatie en de voorgenomen werkzaamheden aan onder andere de Socrateslaan en de ingreep bij Zuidpoort? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter. Er gebeurt natuurlijk heel erg veel in een groeiende stad als Utrecht, omdat er veel verbouwd wordt. Dat stelt dus ook hoge eisen aan tijdelijke verkeersmaatregelen voor allerlei geplande werkzaamheden. Een keer per jaar informeren wij de raad over wat wij allemaal zien gebeuren, hoe we dat plannen en waarom. Daarbij hebben we geconstateerd dat het zuiden van Utrecht inderdaad een ingewikkelde puzzel is, omdat daar veel op stapel staat. Naast de Linschotensingel krijgen we ook de Socrateslaan, de Jutfaseweg en de Europalaan. Dat komt in de planning allemaal heel erg nauw, maar is wel heel goed op elkaar afgestemd. Dat hebben wij in de brief ook toegelicht. De Oranjebrug is erbij gekomen en daarover heeft de raad ook een brief ontvangen. Door veranderde regelgeving moeten alle constructies van

bruggen in Utrecht gescreend worden op de laatste eisen en gebleken is dat deze brug niet aan de constructieve eisen van deze tijd voldoet en dat met visuele inspecties niet goed is vast te stellen of deze brug gebreken heeft en of deze brug het moderne zware verkeer in voldoende mate kan verwerken. Daardoor moest, zo was de inschatting, de brug per direct afgesloten worden. Dit

gebeurt inderdaad in een heel ingewikkeld gebied, met al die andere werkzaamheden. We hebben daarom besloten een tijdelijke oplossing in te passen, zodat die brug weer in gebruik kan worden genomen. De puzzel is zo complex dat er een cascade aan gevolgen zou zijn als we niet met de Linschotensingel waren doorgegaan. Dat stond niet in verhouding tot de effecten die wij

verwachtten, omdat de Oranjebrug ook weer geen sleutelplek was, gezien alle omleidingen. Daar kwamen bovendien nog een aantal calamiteiten bij, een aantal ongelukken, ook op de snelweg

waardoor het niet alleen in Zuid maar ook in bredere delen in de stad de laatste dagen heel vol is geweest. Dat zijn de “onplanbare zaken” die zich hebben opgestapeld. We houden het natuurlijk goed in de gaten en wat we actueel kunnen doen, is de verkeerslichten beter instellen om het verkeer zo goed mogelijk te verwerken. Een andere afweging was om toch te investeren in een tijdelijke oplossing van de Oranjebrug, zodat die binnen enkele weken weer opengesteld kan worden. Uiteraard willen wij zo snel mogelijk de werkzaamheden aan de Linschotensingel afronden en dat zal volgens de planning medio juni gebeurd zijn.

5

Vragenuur van 16 mei 2024 De overige delen van de strategie zijn jaarlijks terug te vinden in de brief. Dat betreft het zoveel mogelijk op elkaar afstemmen, zoveel mogelijk werkzaamheden bundelen, heel goed de beschikbaarheid van omleidingsroutes beoordelen en in dit geval, nogmaals, het investeren in een soort spoedoplossing bij de Oranjebrug. Feit blijft dat het in zo’n drukke stad als Utrecht moet, waar zo veel moet gebeuren dat overlast niet helemaal kan worden voorkomen. Dat is hier helaas ook zichtbaar. De voorzitter: Dank voor deze beantwoording. Zijn er verder nog vragen? De heer Van Straalen (ChristenUnie): Voorzitter. Dank voor de beantwoording. Eén punt is mij nog niet helemaal duidelijk. Lag deze situatie nu in de lijn der verwachting of is het college toch ook verrast door de enorme vertragingen die hier nu zijn ontstaan? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Onze inschatting is dat de vertraging echt met de calamiteiten te maken heeft, dus het feit dat er een aantal ongelukken is gebeurd. Verder was het bekend dat er flinke omleidingsroutes zijn. De ’t Goylaan is best een belangrijke weg en straks nemen we ook de Socrateslaan onderhanden. Dan zul je toch zien dat je best grote stromen auto’s moet verleggen. Dat was wel bekend.

Je ziet dat vooral mensen die bekend zijn en mensen die op hun navigatie rijden, meer binnendoor gaan rijden dan ons lief is, omdat we heel graag mensen via de buitenkant naar de snelweg willen hebben. Dat valt echter niet altijd te sturen. We proberen nog wel waar mogelijk wat noodverbanden te leggen, maar in the end moeten alle bestemmingen natuurlijk wel bereikbaar blijven. Dat kan dus ook niet oneindig. De voorzitter: Ik zie verder niemand voor aanvullende vragen en geef het woord aan de indiener. De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de beantwoording. Volgens mij zijn echt niet alleen die ongelukken de oorzaak, want ook vanochtend stond er een enorme rij en toen was er niets gebeurd. Is het mogelijk om meer flexibiliteit in te plannen, bijvoorbeeld als er juist op de Oranjebrug iets onverwachts gebeurt? Kan het dan niet zijn dat de Van Linschotensingel toch iets later wordt aangepakt? Ik begrijp dat de Socrateslaan dan ook later gaat, maar zou er niet meer aandacht moeten zijn voor die flexibiliteit en kan die niet worden ingebouwd zodat deze chaos wordt voorkomen? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Ik vrees dat die flexibiliteit er uiteindelijk af en toe gewoon niet is. De Europalaan is cruciaal en ook heel ingewikkeld. We hebben daar ook wat correspondentie over gehad met de raad, omdat we daar de discussie over de bomen hadden.

Dat is zo’n belangrijke weg, dat het eigenlijk alleen maar in de zomervakantie kan. Dat zet al een heleboel vast. We hadden het overigens niet kunnen uitleggen aan de bewoners om bijvoorbeeld de Socrateslaan helemaal niet in deze periode aan te pakken. Die mensen wachten er al heel erg lang op. We hebben gezien dat het puzzeltje past, niet zonder overlast, maar het past wel. Als er dan een paar onverwachte dingen bijkomen, wordt het nog iets ingewikkelder. Uiteindelijk wordt het verkeer verwerkt. Er is overlast en mensen lopen vertraging op. Dat realiseer ik mij heel goed, ook dat het vervelend is. Tegelijkertijd

blijft de stad bereikbaar. Dat is zij ook, maar wel met overlast. Dat is waar. Wij hebben echter liever dat die projecten doorgaan, omdat zij ook veel bieden, dan dat we voor alles zoveel meer tijd gaan

nemen dat we er jaren langer over doen, wat ook zijn weerslag heeft op projecten als Merwede, waar je ook woningen wil bouwen.

6

Vragenuur van 16 mei 2024

De voorzitter: Dank u wel. Wij gaan door naar de laatste vragenset. 4. Mondelinge vragen van de fracties van VVD, Volt, UtrechtNu! en EénUtrecht over Inloopbijeenkomsten Lage Weide. De heer Vintges (VVD): Voorzitter. De Utrechtse VVD, VOLT, UtrechtNu! en ook EénUtrecht maken zich zorgen over de communicatie rond de plannen voor windmolens op Lage Weide. Wij hebben signalen gekregen over een fout in het wijkbericht voor Zuilen, de datum voor een wijkbijeenkomst voor Terwijde is pas laat bekend geworden en laat verspreid. Wij hebben signalen gekregen uit Leidsche Rijn Centrum dat de bewoners daar nog helemaal geen bericht hebben gehad en zo hebben we ook nog wat andere buurten genoemd in ons overzicht. Dat brengt ons tot de volgende vragen.

1. Herkent het college het beeld? Zo nee, waarom niet? 2. Hoe past dit beeld bij het college in het overnemen van een motie die oproept tot duidelijke communicatie met inwoners?

3. Hoe gaat het college alsnog zorgen dat inwoners van alle buurten rondom Lage Weide goed en duidelijk geïnformeerd worden over de lopende zienswijze procedure?

4. Staan er nog andere wijken op de planning waar inloopbijeenkomsten worden georganiseerd? Zo ja, welke wijken zijn dat? Zo nee, waarom niet?

5. Is het college bereid de zienswijze procedure te verlengen om alsnog iedereen een kans te geven zich te laten informeren en om mogelijk te reageren? De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de wethouder. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter. Dank voor de vragen. Laat ik met het volgende beginnen. Dit is niet zo goed gegaan als we wel hadden gewild. Ik denk dat hem dit in twee dingen zit. Het verspreidingsgebied had vanaf het begin groter moeten zijn en inderdaad, zoals de heer Vintges terecht zegt, zat er ook een foutje in het allereerste wijkbericht dat echter zoveel mogelijk is rechtgezet met allerlei extra communicatie. Maar het is heel vervelend.

We hebben aanvankelijk 4.500 wijkberichten verspreid en naar aanleiding van signalen van mensen uit met name Terwijde die ook graag geïnformeerd wilden worden, zijn er nog eens 4.000 aan toegevoegd, maar in een tweede serie. Ik moet overigens nog vermelden. In de inleiding staat iets over de timing. Het klopt inderdaad dat er ook nog gedoe is geweest in de postbezorging, waardoor een aantal berichten later is bezorgd dan wij gepland en aangeleverd hadden. Alles bij elkaar is het natuurlijk heel vervelend. Wij hebben inmiddels 8.500 wijkberichten verspreid en ook verschillende bijeenkomsten gehouden. Er zijn overigens meer gebieden waar mensen ook graag een wijkbericht en een bijeenkomst krijgen en daar zullen wij aan tegemoetkomen. Er komt dus nog een serie van 4.000 wijkberichten bij. Het gebied wordt groter en wij zullen ervoor zorgen dat er nog een

bijeenkomst voor komt. We hadden het natuurlijk beter moeten doen en het vanaf het begin grootser moeten aanpakken. Wij hebben de motie niet alleen begrepen in de sfeer van wijkberichten en bijeenkomsten, maar ook sowieso om helder te communiceren over hoe alles met elkaar samenhangt, zoals destijds in het debat over alle verschillende MER-procedures op verschillende niveaus aan de orde kwam. Daar hebben wij ons op geconcentreerd, sowieso multimediaal, dat wil zeggen digitaal met social media, maar ook door wijkberichten en bijeenkomsten. Daarin zijn we wat ons betreft redelijk compleet

7

Vragenuur van 16 mei 2024 geweest. We hebben ook geprobeerd om juist heel helder te zijn over de vraag waar je moet zijn voor welk product. Het goede nieuws voor de mensen die zich nog willen roeren rond Lage Weide is sowieso dat dit het generieke stuk over heel Utrecht is. Als de raad daar groen licht voor geeft, komt er een project en komen er allerlei gelegenheden voor mensen om hun input te geven.

We zullen dus nog een ronde organiseren. Het is helaas niet mogelijk om mensen meer tijd te geven. Dat is geen onwil, maar dat heeft juridische redenen, namelijk dat de procedure van de inzage niet kan worden verlengd. Wel is het mogelijk voor mensen om een reactie pro forma te geven. Dan hebben ze altijd nog twee weken extra om die reactie aan te vullen, te veranderen of aan te scherpen. Die mogelijkheid zullen we wel onder de aandacht brengen, zodat mensen toch nog wat extra tijd krijgen om de reactie te geven die zij graag willen. De voorzitter: Zijn er partijen die nog een vraag willen stellen? De heer Otto (EenUtrecht): Ik was nog even benieuwd welke buurten of wijken alsnog worden meegenomen en is ook al bekend wanneer dat gebeurt? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Ik heb nu niet het hele rijtje voor me, maar het gaat in ieder geval om Grauwaart en de Schepenbuurt. Als u daar prijs op stelt, kunnen we dat morgen als kattenbelletje aan de raad melden. De voorzitter: Dat is akkoord. Hartelijk dank. De heer Vintges (VVD): Voorzitter. Ik ben heel blij met de beantwoording door de wethouder. Ik ben natuurlijk niet blij dat het fout is gegaan, maar het is goed dat de gemeente dat in ieder geval toegeeft en toch nog reactiemogelijkheden geeft aan inwoners en extra verspreiding van wijkberichten toezegt. Dank daarvoor.

Het is nu fout gegaan, maar zijn er eigenlijk reglementen of procedures bij dit soort projecten voor als je bijvoorbeeld in een straal van zoveel meter of kilometer van zo’n project woont of als je het project kan zien als je een wijkbericht krijgt? Hoe gaan we daarmee om in Utrecht? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Er zijn geen vaste regels voor, dus het is wel vaker een inschattingskwestie, ook bij allerlei andere projecten. Hoe ruim moet je dit communiceren? Dat vergt altijd een afweging. Wij hebben dat in dit geval gewoon niet goed ingeschat. Het is geen verhaal dat we ons niet aan de een of andere regel hebben gehouden; we hebben dit gewoon te klein aangepakt. De voorzitter: Dank u wel. Dat was het voor vandaag. Ik dank jullie allen voor de aandacht en voor nu een fijne avond.

De voorzitter sluit daarop, te 17.41 uur, het vragenuur.

8

Vragenuur van 16 mei 2024 Mondelinge vragen van de fractie van EenUtrecht over Snelheidsduivels aanpakken zonder medewerking uit Den Haag. Wethouder Van Hooijdonk • zal de raad in juni informeren over de eventuele inzet van flexpalen voor snelheidscontroles

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=77abed6f-bc51-4315-83ec-dec13a9761ce