CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20240229 vragenuur

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 16 november 2023 en 1, 8, 15 en 29 februari 20247.222 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2024 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur 29 februari 2024 Vragenuur, gehouden op donderdag 29 februari 2024 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Stylianou. Aanwezig zijn de leden: Dada-Anthonij, Dekkers, Dijkstra, Te Hoonte, Paalman, Passier, Stam, Stellinga en Van der Wilt.

Voorts zijn aanwezig de commissieleden: X. Minnaert, Nederhand en Van Straalen. Namens het college zijn aanwezig burgemeester Dijksma en de wethouders Eerenberg, Oosters, Streefland en De Vries,

Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal. Welkom bij het vragenuur van vandaag, welkom aan iedereen

op de publieke tribune, welkom aan raads- en commissieleden, de wethouder en ook aan de mensen die ons online volgen via de livestream. Wij hebben zes sets vragen en er is ook een verzoek

ingekomen om de vragenset 5 over nieuwe informatie over financiën woningcorporaties als eerste te behandelen, omdat de heer De Vries afscheid neemt van zijn woordvoerder. Als niemand daar

bezwaar tegen heeft, gaan wij deze vraag naar voren halen. Ik zie een duimpje en dan gaan wij daarmee beginnen.

5. Mondelinge vragen van de fracties van Volt, GroenLinks, UtrechtNu!, Utrecht Solidair, PvdD en BIJ1 over Nieuwe informatie over financiën woningcorporaties.

Mevrouw Passier (Volt): Voorzitter! Op 26 februari stond er in De NUK een artikel met als titel “Onafhankelijk onderzoek van Ortec Finance verzwijgt corporatiemiljarden”. Naar aanleiding van dit artikel hebben wij Volt, GroenLinks, UtrechtNu!, Utrecht Solidair, Partij voor de Dieren en BIJ1 de volgende vragen.

1. Is de wethouder bekend met de inhoud van het artikel in De Nuk? Zo ja, wat vindt de wethouder ervan? 2. In het stuk is te lezen dat ambtelijk al in 2019 op de hoogte was van de vermogenspositie van Mitros (nu Woonin). Klopt het dat er destijds met die wetenschap niets is gedaan en dat de raad hier niet van op de hoogte is gesteld? 3. Uit het onderzoek van Ortec blijkt dat de Utrechtse woningcorporaties 42% van hun bezit gefinancierd hebben met leningen waar 85% de wettelijke grens is. Maar in het artikel van De Nuk staat dat dit 29% is en bij Woonin slechts 17%. Hoe verklaart de wethouder dit verschil?

Vragenuur van 29 februari 2024 4. Ook als het 42% is, zijn de corporaties financieel kerngezond. Hoe weegt de wethouder dit gegeven afgezet tegen de vraag om financiële compensatie voor de afspraken rondom “Stop-deverkoop”?

5. Wij kunnen ons voorstellen dat dit vrij uitgebreid is om allemaal in het mondelinge vragenuur te beantwoorden. Is het college bereid om de raad te informeren door middel van een raadsbrief en daarbij in te gaan op de (nieuwe) informatie die in het artikel in De Nuk naar voren komt? De heer De Vries (wethouder): Voorzitter! Ik zal beginnen met waarmee mevrouw Passier haar vragen afsloot en toezeggen hierop schriftelijk terug te komen, omdat het ook nogal technisch is. Ortec Finance zal om een vervolgrapportage worden gevraagd, die voorafgaand aan de behandeling van de voorjaarsnota met de raad gedeeld zal worden. Ik ben bekend met het artikel en daarom vind ik het fijn dat ik nu een moment krijg om een aantal feitelijke onjuistheden toe te lichten. Op de rest kom ik straks nog even terug.

Daarmee kom ik gelijk bij de tweede vraag. Daarin wordt gesteld dat men ambtelijk al in 2019 op de hoogte was van de vermogenspositie van Mitros, nu Woonin. Dat er met die wetenschap niets is gedaan, klopt echter niet. De vermogenspositie van Woonin is ons welbekend en ook in de debatten met de raad aan de orde geweest. Woonin heeft ook in die periode in een aantal raadsinformatiebijeenkomsten aangegeven dat de productie vooral stagneerde als gevolg van het gebrek aan locaties en dus niet vanwege hun financiële positie. Over het algemeen staan de corporaties in Utrecht er op dit moment financieel goed voor, natuurlijk wel met verschillen onderling. Dat is in die zin het positieve nieuws daarvan. Maar, nogmaals, dat is wel in het hier-ennu. De Ortec-rapportage gaat over het effect van “Stop de verkoop”, ook in relatie tot de Woondeal. In het hier en nu staan ze er dus goed voor, maar tegelijkertijd hebben ze een grote opgave wat betreft verduurzaming van het bestaande bezit en de productie die op gang moet komen. Als je

verderop in de tijd kijkt, zie je dat ze in het Ortec-rapport niet eens toekomen aan de afspraken die we hebben gemaakt in de Woondeal. In die zin is er wat betreft het halen van die aantallen nog wel meer nodig. Bovendien is de vermogenspositie van corporaties ook onderdeel van de

verantwoordingsinformatie die ook openbaar te vinden is. Deze wordt gepubliceerd op de websites van de desbetreffende corporaties, het ministerie en via de Autoriteit woningcorporaties verstrekt.

Dan het antwoord op de derde vraag, waarin het met name over de percentages gaat en het verschil daarin. Dat is het een technische vraag en daarom wil ik op een ander moment wat diepgaander en technisch op terugkomen. Wat ik er nu al wel deels over kan zeggen, is dat het hierbij om een vergelijking tussen appels en peren gaat. Ik zal een aantal voorbeelden geven. Een eerste heeft te maken met het werkgebied van de corporaties. Wij zoomen in specifiek op Utrecht Stad, maar Woonin heeft ook bezit bijvoorbeeld n Nieuwegein. Dat is ook meegenomen in het stuk. Een ander voorbeeld van de verschillen zijn de jaartallen … De voorzitter: Mag ik u vragen om af te ronden? U zit al over de drie minuten heen. De heer De Vries (wethouder): Ik ben er bijna! Het verschil in jaartallen zit hem in 2022 en 2023 en er worden ook verschillende waardes benoemd in het artikel in De NUK en het onderzoek van Ortec. Zoals gezegd, nemen we dit mee in het vervolgrapport. De voorzitter: Dank u wel. De rest komt vast allemaal terug in de brief. Ik kan me echter ook voorstellen dat er nog aanvullende vragen zijn.

2

Vragenuur van 29 februari 2024 Mevrouw Van der Wilt (D66): Voorzitter! De wethouder kondigt een nieuwe raadsbrief aan met nieuwe scenario’s of een aanvullend onderzoek van Ortec. De vorige keer is eer discussie geweest over hoe klip en klaar de scenario’s waren en hoe financieel onderbouwd. Wat betekent dat voor de opdracht die nu aan Ortec wordt gegeven voor het vervolgonderzoek? De heer De Vries (wethouder): Het onderzoek dat er nu ligt, is ingegaan op “Stop de verkoop”. Ik heb het zojuist niet benoemd, maar door deze vraag heb ik toch de ruimte om dat wel even te doen. Een van de vragen ging namelijk ook over het feit dat de corporaties financieel gezond zijn en wat dit betekent in relatie tot de compensatie van “Stop de verkoop”. Als wij van het Rijk een extra taak krijgen, gaan wij met het Rijk in gesprek over compensatie en financiële compensatie daarvan. In zekere zin is daar hierbij ook sprake van. Wij hebben een extra taakstelling. De verkoop van sociale huurwoningen wordt gestopt en zij hebben aangegeven dat daar compensatie bij hoort. Daar hebben we onderzoek naar laten doen en daar zijn scenario’s uitgekomen. We hebben eerder in het debat genoemd dat we in de voorjaarsnota het gewenste scenario met de raad zullen delen, ook in relatie

met de compensatie daarvan. De vragen die zojuist gesteld, zijn technische vragen en daar gaan we wat langer naar kijken. De uitkomsten zullen in een extra raadsbrief worden vermeld, zodat wij het juiste gesprek kunnen voeren.

Mevrouw Van der Wilt (D66): Het is een mooie verhandeling, maar het is niet echt een antwoord op mijn vraag naar de insteek van het aanvullend onderzoek. De heer De Vries (wethouder): Ik hoopte daar wel antwoord op te hebben gegeven, want het zijn deels deze technische vragen. Dit gaat onder andere over de vermogenspositie en over specifiek de stad Utrecht in relatie tot de regio, bijvoorbeeld Woonin. Daar willen we goed op terugkomen, zodat de raad bij de behandeling van de voorjaarsnota het juiste besluit kan nemen. De voorzitter: Ik zie de heer Dekkers nog. De heer Dekkers (GroenLinks): Voorzitter! De wethouder maakt een vergelijking met nieuwe taken en de vraag om financiering, maar gaat het hier eigenlijk niet om een al lopende wens om de verkoop te stoppen en de vraag hoe die wens staat in verhouding tot de vermogenspositie? De vergelijking die de wethouder maakt, gaat mank. De heer De Vries (wethouder): Daar ben ik het niet helemaal mee eens. We hebben daar al vaker het debat over gevoerd en ik vind het elke keer weer leuk om dat te doen, maar de kern van het debat en het gesprek met de woningcorporaties is dat het nu eenmaal zelfstandige organisaties zijn met een eigen bedrijfsvoering, of je het nu leuk vindt of niet. In die bedrijfsvoering hebben zij taken die zij daarin meenemen, zoals productie en verduurzaming.

Daarin proberen we samen afspraken te maken en tot elkaar te komen. Wij hebben een aantal wensen daarvoor, benoemd in het Coalitieakkoord, en daaraan proberen zij invulling te geven. Dat is voortdurend het gesprek. We hebben eerder in deze raad gesproken over de compensatie van 10,6 mln. Uit het Ortec-onderzoek blijkt dat er een andere manier van compenseren is. Dit is precies het proces. Ik vind het heel leuk om de raad daar elke keer zo in mee te nemen, maar dat is wat het is. Overigens, en daarom is de vergelijking misschien wel gepast … De voorzitter: U moet zo zelf naar het afscheid! De heer Dijkstra.

3

Vragenuur van 29 februari 2024

De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter! Een prachtig betoog van de wethouder over de positie van woningcorporaties. Het doet me bijna vrezen dat de wethouder bezig is om te solliciteren. Maar alle gekheid op een stokje, het NUK-artikel roept toch een aantal vragen op. Ik kan mij niet voorstellen dat de wethouder zich niet toch enigszins afvraagt hoe het nu eigenlijk zit. De eerdere presentatie riep bij mij al vragen op … De voorzitter: Uw vraag? De heer Dijkstra (EenUtrecht): … en die worden bevestigd in het NUK-artikel. Krijgt de wethouder ook niet het gevoel dat we als gemeente misschien niet altijd samen met die woningcorporaties een eigen onafhankelijk oordeel moeten vellen over die positie? Het NUK-artikel laat toch wel duidelijk zien dat er meer ruimte is, dat zij goed gezond zijn en dat als zij … De voorzitter: Het is wel een heel lange vraag! De heer Dijkstra (EenUtrecht): Ik wil hem toch even afmaken. Het NUK-artikel laat zijn dat die 10,6 mln. misschien opgebracht kan worden … De voorzitter: Nee, de vraag is duidelijk. De wethouder gaat nu antwoorden. De heer De Vries (wethouder): Ik ga mezelf herhalen, maar de heer Dijkstra heeft het dus over een artikel waarin feitelijke onjuistheden staan. Volgens mij is het model dat we samenwerken met elkaar en dat we samen komen tot goede huisvesting in onze stad.

Dat probeer ik zo goed mogelijk samen te doen, maar als het nodig is om daarin het conflict op te zoeken, doe ik dat ook. Dat mag de raad ook van mij verwachten. Ik ben hier voor volkshuisvesting maar ook voor het algemeen belang. Dat is mijn stijl en dat is hoe ik het doe. Dit is de weg die ik nu bewandel en de raad mag mij daarop afrekenen met de voorjaarsnota, wanneer het resultaat met de raad wordt gedeeld. Het kan nog steeds twee kanten op. We hebben het eerder gehad over 10,6 mln. en we hebben het nu over een andere manier van compenseren, namelijk het compenseren van de rentelasten. Volgens mij ben ik heel transparant daarin en dat heb ik heel vaak met u gedeeld. Dat is het proces en daar zullen we met de voorjaarsnota op terugkomen met een aanvullende brief. De heer Te Hoonte (VVD): Voorzitter! Als ik de wethouder en sommige fracties nu hoor, vraag ik mij af of de wethouder nu, met meer kennis van het dossier en wetend wat zo’n verzoek om te stoppen met verkopen oplevert, nog wil uitvoeren dan wel of hij zich met die corporaties wil concentreren op het realiseren van woningen. De heer De Vries (wethouder): Ik word er alleen maar standvastiger door. In de afgelopen jaren is namelijk gezegd dat er voor elke verkochte woning twee zouden worden teruggebouwd, maar dat is niet gebeurd.

Zeker in deze wooncrisis valt het bijna niet meer uit te leggen dat er woningen worden verkocht. Ik sta ervoor; die woningen verdwijnen ook uit de sociale-woningvoorraad. Dit is de opdracht die ik van de raad heb meegekregen en daar houd ik graag aan vast. De voorzitter: Dan gaan we terug naar de eerste indiener, mevrouw Passier.

4

Vragenuur van 29 februari 2024 Mevrouw Passier (Volt): Voorzitter! Ik heb geen laatste vraag meer, maar wij kijken heel erg uit naar de raadsbrief. Wij hopen dat daarin goed wordt ingegaan op de cijfers en de kritische noten uit het artikel. De voorzitter: Dan gaan we door naar de eerste vragenset. 1. Mondelinge vragen van fracties van D66, Horizon, GroenLinks, PvdA, CDA, Volt, DENK en BIJ1 over Maak gebruik van het recht op gratis schoolmaaltijden.

Mevrouw Dada-Anthonij (D66): Voorzitter! Dinsdag 27 februari jl. berichtte de NOS dat 700 scholen die recht hebben op gratis schoolmaaltijden voor hun leerlingen, hier geen gebruik van maken. Een

zorgelijk bericht, want een lege maag heeft een negatief effect op het welzijn en de schoolprestaties van de leerlingen. Dat is onwenselijk en onnodig, want de regeling is juist in het leven geroepen om dit tegen te gaan.

De fracties van D66, Volt, GroenLinks, Denk, PvdA, BIJ1 en Horizon en CDA hebben daarom de volgende vragen.

1. Kan de wethouder toelichten of er Utrechtse scholen zijn die gebruik mogen maken van de regeling dit niet doen en, indien dit het geval is, waarom zij dit niet doen?

Tijdens de behandeling van de voorjaarsnota juli 2023 diende D66 samen met andere partijen die motie “It takes a city to raise a child” in.

2. Kan de wethouder aangeven hoe het staat met de plannen rondom en de uitvoering van deze motie?

3. Ziet de wethouder nog andere mogelijkheden om de regeling verder onder de aandacht te

brengen en scholen aan te sporen gebruik te maken van de regeling wanneer zij daar recht op hebben?

4. Ziet de wethouder daarnaast nog mogelijkheden om scholen te stimuleren ervaringen en “best practices” met elkaar te delen?

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter! Ik begin direct met de antwoorden op de vragen. Het programma Schoolmaaltijden is een landelijk programma en het klopt dat scholen daar gebruik van kunnen maken. Maar we hebben ook ons eigen programma in Utrecht en wij proberen beide programma’s nu een beetje bij elkaar te brengen. Voor scholen is het ingewikkeld, want bij verschillende loketten kunnen gezonde schoollunches worden aangevraagd die allemaal andere voorwaarden kennen. Ik heb geen zicht op het gebruik van het landelijke programma. We hebben geprobeerd dat na te gaan, maar die gegevens worden niet verstrekt en mogen ook niet verstrekt worden, omdat het aan de scholen zelf is om kenbaar te maken of ze al dan niet in dat programma zitten. We weten ook niet welke scholen in aanmerking komen. Het ministerie hanteert een lijst en

die is gebaseerd op het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs en een eigen rekensommetje leert dat er ongeveer 35 Utrechtse scholen op die lijst van het ministerie staan. Er zijn diverse redenen

waarom scholen kunnen twijfelen. Het kan zijn dat de uitvoering veel tijd kost of dat de scholen het te ver vinden afdrijven van de “core business” en zij gewoon willen lesgeven. Een school vindt de

Utrechtse voorwaarde dat het gezond en dierlijk moet zijn niet aansluiten bij de schoolpopulatie en we weten dat de boodschappenkaarten van het Rode Kruis voor sommige ouders een drempel zijn, omdat ze bang zijn – zeer onterecht – dat ze dan bij jeugdzorg belanden. Dat gaat natuurlijk niet gebeuren, maar dat denken ze.

5

Vragenuur van 29 februari 2024 Dan de plannen rondom de motie, de tweede vraag. De raad wordt geïnformeerd in het eerste kwartaal van dit jaar. Het college heeft dus nog zes weken om een brief te sturen en dat zullen we ook doen.

Het antwoord op vraag 3. Ik heb morgen een overleg met alle schoolbesturen in het kader van de Utrechtse Onderwijsagenda en ik zal dit weer aan de orde stellen. Ik ga het morgen dus meteen in de praktijk brengen.

En dan het antwoord op vraag 4, over de mogelijkheden om best practices te delen. Dat is precies wat we met de collega’s van Volksgezondheid doen. Dan gaat het niet alleen over voeding, maar ook over bewegen. Juist die combinatie is goed. Het delen van ervaringen is dus onderdeel van onze aanpak. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Ik zie de Partij voor de Dieren. Mevrouw Minnaert (PvdD): Voorzitter! Misschien was het een verspreking, maar ik leek te horen dat een van de obstakels voor scholen was dat de lunch dierlijk moest zijn. Dat moet niet-dierlijk zijn, neem ik aan. De heer Eerenberg (wethouder): Wij hebben hier met elkaar gezegd dat die lunch ook inclusief moet zijn en passen bij wat we als gemeente willen uitstralen, dus die is niet dierlijk. Er is in ieder geval een school die zegt dat dit voor sommige kinderen die een andere keuze willen maken, lastig is. Die taxeren dat als een hobbel. Don’t shoot the messenger! De voorzitter: De eerste indiener voor een laatste vraag? Mevrouw Dada-Anthonij (D66): Ik blijf er toch een beetje op haken dat er nog steeds kinderen met een lege maag op school zitten. Ik wil de wethouder met nadruk verzoeken om, mocht hij de indruk hebben in gesprek te zijn met scholen waar dat het geval is, toch het bericht mee te geven dat geen enkel kind in Utrecht met een lege maag op school hoort te zitten.

De voorzitter: Dat was meer een oproep. Wil de wethouder daar nog kort op reageren? De heer Eerenberg (wethouder): Ik zal het met dezelfde passie morgen aan de scholen doorgeven. De voorzitter: Dan gaan wij door naar de volgende vragenset. 2. Mondelinge vragen van de fractie van Horizon over Aleksej Navalny leeft voort, ook in Utrecht. De heer Paalman (Horizon): Voorzitter! Ik heb niet heel veel tijd, dus ik zal de inleiding een beetje samenvatten. Ik denk dat iedereen bekend is met de oorlog in Oekraïne op dit moment. Over het

meest recente bekende slachtoffer, Aleksej Navalny, heeft iedereen ook wel gelezen. In Den Haag is een petitie aangeboden met in enkele dagen 65.000 handtekeningen om een weg naar hem te hernoemen. Den Haag is de internationale stad voor Vrede en Recht en Utrecht is Stad van Mensenrechten.

Daarom stellen wij de volgende vragen.

1. Is de burgemeester het met ons eens dat Utrecht als Stad van Mensenrechten er goed aan doet om op deze manier Aleksej Navalny te eren?

6

Vragenuur van 29 februari 2024 2. Wij beseffen ons dat het een ingrijpende maatregel is om een bestaande straat of weg te

hernoemen, die ook bewoners en ondernemingen treft. Is de burgemeester daarom bereid om toe te zeggen dat een van de straten of wegen die binnenkort een naam nodig heeft te vernoemen naar Aleksej Navalny?

3. Is de burgemeester ook bereid om deze straat of weg van voorlichting op het bord te voorzien, in de trend van “1976-2024 Russische vrijheidsstrijder”?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! De recente dood van Aleksej Navalny kan niemand onberoerd laten. De omstandigheden waaronder hij geleefd heeft en de ongelooflijke moed die deze man had, zijn voor heel veel mensen om tegenop te kijken. Het was een Russische oppositieleider en het gaat dus niet zozeer over het conflict in Oekraïne en deze oppositieleider verdient inderdaad eer. Tegelijkertijd zeg ik ook heel eerlijk dat ik moeite heb met het voorstel dat nu voorligt, omdat ik van mening ben dat we moeten oppassen dat we het vernoemen van straten niet voortdurend politiseren en er een permanent onderdeel van maken, zodat de raad gaat beslissen wie die straat krijgt en wie niet. We hebben daar een commissie voor. We kunnen op hoofdlijnen dingen meegeven, bijvoorbeeld om meer vrouwen te benoemen of om vaker inclusief te kijken, maar om het op zo’n manier te doen, vind ik ingewikkeld. Dat staat voor mijn gevoel helemaal los van de persoonlijke bewondering die ik, net als u en vele anderen, voor precies deze man hebben. Om die reden wil ik raad hierbij tot

terughoudendheid manen. Je hebt ook het historisch perspectief nodig. Er moet tijd overheen kunnen gaan. Mijn laatste opmerking is dat wat er in Den Haag gaande is, heel veel te maken heeft

met het feit dat de straat die herbenoemd wordt bij uitstek de straat is waarin zich op dit moment de Russische ambassade bevindt. Dat heeft natuurlijk een heel grote politieke lading waarom dat daar gebeurt. Het is niet helemaal vergelijkbaar met de situatie hier in Utrecht. De voorzitter: Ik zie de heer Dekkers met een aanvullende vraag. De heer Dekkers (GroenLinks): Voorzitter! De raad heeft inderdaad in het verleden al vaker wat wensen uitgesproken om bepaalde groepen wat meer in de straatnamen tot uitdrukking te laten komen. Is het dan niet een idee om te zeggen dat Utrecht mensenrechtenstad is en dat daarom meer voorvechters van mensen een straatnaam gegund moeten worden? Past deze oproep beter bij de burgemeester? Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! Het gaat niet zozeer om wat goed bij mij past, maar het lijkt mij wijs om wat minder specifiek en wat meer algemeen te zijn. Ik kan me een dergelijke oproep goed voorstellen, maar ook is het naar mijn mening in eerste instantie aan de straatnamencommissie is om daar iets verstandigs mee te doen. Zij zal met interesse meeluisteren naar de debatten in de raad en de gesprekken die wij daar met elkaar over hebben. De voorzitter: Ik ga terug naar de eerste indiener voor een laatste vraag. De heer Paalman (Horizon): Nee hoor, het antwoord is duidelijk. De voorzitter: Dan gaan we door naar de volgende vragenset. 3.

Mondelinge vragen van de fractie van Horizon over Utrechtse stukken veilig, ook onderweg.

7

Vragenuur van 29 februari 2024 De heer Paalman (Horizon): Voorzitter! Het was even schrikken, toen The Guardian op woensdag berichtte dat de tas van een ambtenaar van de gemeente Parijs gestolen was. In die tas bevond zich namelijk een usb-stick met gevoelige informatie, mogelijk met details over de beveiligingsoperatie voor de Olympische Spelen in Parijs. Later op de dag bleek dat de usb-stick niet over details over de beveiligingsoperatie voor de Olympische Spelen beschikte. Toch zette het de fractie van Horizon aan het denken. Het “treinfoutje” van Gert-Jan Segers zit ook nog in het collectieve geheugen gegrift. We stellen daarom de volgende vragen.

1. Wat is het beleid voor het vervoer van gevoelige of geheime stukken voor ambtenaren die voor de gemeente werken? Mogen ambtenaren op hun laptop of andere gegevensdrager die zij met zich meenemen documenten van dien aard opgeslagen hebben?

2. Indien ja: zijn deze gegevensdragers versleuteld, zodat – in het geval iemand zijn of haar gegevensdrager in de trein of waar dan ook laat liggen – geen gevoelige of geheime stukken uitgelezen kunnen worden?

3. Indien dit niet het geval is: kan de wethouder onderzoeken of dit mogelijk gemaakt kan worden, en de raad daarover informeren? Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op de eerste vraag is dat het beleid van de gemeente is dat er geen zakelijke gegevens worden opgeslagen op mobiele datadragers. Uitzonderingen hierop zijn de beheerde laptops en beheerde telefoons die medewerkers krijgen uitgereikt om mee te werken of de beveiligde omgeving op Bring-Your-Own-Device-apparaten als eigen telefoons of tablets. Deze apparaten zijn beveiligd door middel van authenticatie en versleuteling en daarom mogen ze meegenomen worden door ambtenaren. Indien ze gestolen worden of verloren raken, kan alles wat erop staat op afstand gewist worden.

Het antwoord op vraag 2. Ja, zoals hiervoor al is gezegd, zijn gegevensdragers versleuteld. In zeer uitzonderlijke gevallen, als het voor de uitoefening van de functie nodig is en er geen alternatieven zijn, wordt gebruikgemaakt van een versleutelde usb-stick.

Dan vraag 3. Zoals gezegd, is dit wel het geval. Het is goed om aan te geven dat een raadslid ook een beheerde laptop en telefoon gebruikt. Daarmee geldt deze beveiliging ook voor de raadsleden, maar dat was volgens mij wel bekend. De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen. De eerste indiener, voor een laatste vraag? De heer Paalman (Horizon): Ik heb geen vraag, maar ben wel blij dat het zo goed geregeld is. De voorzitter: Dank u wel. We gaan door naar de volgende set vragen van vandaag. 4. Mondelinge vragen van de fracties van de ChristenUnie, D55, VVD, Utrecht Solidair, GroenLinks, Volt en Horizon over Netbewust laden.

De heer Van Straalen (ChristenUnie): Voorzitter! Recent riep netbeheerder Stedin op om laadpalen voor elektrische auto’s tussen 16:00 uur en 21:00 uur uit te zetten om het overvolle stroomnet in die uren te ontlasten. Stedin geeft daarbij aan dat voor iedere laadpaal die in de avondpiek uitstaat, een nieuwe woning kan worden aangesloten op het elektriciteitsnet. De ChristenUnie, de VVD, D66, Utrecht Solidair, VOLT, GL en Horizon vinden het belangrijk dat nieuwe woningen zo snel mogelijk op het overvolle stroomnet aangesloten kunnen worden. Tegelijkertijd zijn de fracties van mening dat aan gebruikers van elektrische voertuigen een betrouwbare laadoplossing moet worden geboden.

8

Vragenuur van 29 februari 2024 De fracties hebben daarom de volgende vragen. 1. Hoeveel procent van de capaciteit op het stroomnet gaat naar verwachting de komende jaren op aan openbare laadpalen tijdens de piekvraag tussen 16:00 uur en 21:00 uur?

2. Is het college voornemens invulling te geven aan de oproep van Stedin voor slim- of netbewust laden bij openbare laadpalen en bieden de nu afgesloten concessies daar ruimte voor?

3. Voor welke woningbouwprojecten zou dit concreet tot versnelde aansluiting op het net kunnen leiden?

4. Het beperken van laadmogelijkheden zien de fracties als een noodoplossing. Liever zien wij structurele oplossingen. Welke kansen ziet het college voor het stimuleren van terugleveren van stroom op piektijden?

5. Is het college bereid om bijvoorbeeld bij grotere openbare laadpleinen accu’s als buffer te plaatsen?

6. Ziet het college kans om meer laadpleinen met opslag in accu’s of waterstofbuffers in de stad te krijgen?

7. Ook zijn er veel particuliere laadpalen. Welke mogelijkheden zijn er volgens het college om mensen die thuis een particuliere laadpaal hebben positief te stimuleren om hun auto niet in de avondpiek op te laden? Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter! In antwoord op vraag 1 kan ik melden dat 15 tot 20 procent zal opgaan aan openbare laadpalen.

Het antwoord op de tweede vraag is dat wij nu niet voornemens zijn de laadpalen tussen 16.00 uur en 2100 uur uit te zetten. Wel zijn we voornemens netbewust laden in te voeren. In de nieuwe concessie met Total is netbewust laden op die manier ook als eis opgenomen. Netbewust laden wordt pas geactiveerd op het moment dat congestie daadwerkelijk is aangetoond. Activering vindt plaats als 80 procent van de piekcapaciteit bereikt is. Stedin stelt dan het beschikbare restvermogen ter beschikking aan de laadpalen in dat gebied.

Dan het antwoord op vraag 3. Ik begrijp de vraag, maar dat is helaas niet precies te zeggen. Op dit moment ligt het probleem bij het hoogspanningsnet van TenneT en enkele onderstations van Stedin. Daardoor is in het hele land heel beperkt extra vermogen toegevoegd mag worden, omdat anders het hoogspanningsnet de extra vraag niet kan leveren. Door ook de bestaande 1800 laadpalen netbewust te gaan laden, kunnen in potentie – nogmaals, we weten dat dus niet zeker – enkele duizenden extra woningen gebouwd worden. Die relatie bestaat niet zo direct; we zijn afhankelijk van Stedin om daarvoor de benodigde transportcapaciteit ook ter beschikking te stellen. Het antwoord op vraag 4. We zien het stimuleren van het gebruik van batterijen niet als onze rol als gemeente, maar als een rol voor de landelijke overheid. Zij werkt ook al aan een subsidieregeling op dat gebied. We pakken wel een rol bij het helpen opschalen van bidirectioneel laden en Vehicle2Gridoplossingen. De bidirectionele laadinfrastructuur in Utrecht kan helpen bij het voorkomen van overbelasting van het net. We zijn onderdeel van een aantal Europese en nationale onderzoeksprojecten, waarin we oplossingen op lokale schaal ontwikkelen en werken aan een opschaling daarvan. Uiteindelijk is het doel de elektrische voertuigen onderdeel te maken van het energiesysteem.

In deze onderzoeksprojecten wordt met partners, waaronder Stedin zelf ook, gewerkt aan de ontwikkeling van systemen met bidirectionele laadpalen en deelauto’s. Dan het antwoord op vraag 5. Laadpleinen belasten het net op zichzelf al minder, doordat met kleinere netaansluitingen en meer auto’s opgeladen kan worden. Omdat de netaansluiting bij deze laadpleinen al behoorlijk optimaal gebruikt wordt, heeft een batterij hier dus niet zo veel toegevoegde waarde voor het oplossen van het congestieprobleem. Wel onderzoeken we samen met

9

Vragenuur van 29 februari 2024 Stedin wat de waarde kan zijn van een buurtbatterij bij een aantal snellaadlocaties in de stad. Daar liggen grotere aansluitingen die op veel momenten niet benut worden. Onderzocht moet worden wat dat aan congestie kan oplossen en of de batterijen ruimtelijk en veilig kunnen worden ingepast op deze locaties.

Dan het antwoord op vraag 6. We onderzoeken de mogelijkheden voor batterijen op snellaadlocaties en de potentie van waterstof is op binnenstedelijke locaties beperkt, dit in verband met de veiligheid. Ik zie uw blik, voorzitter, en wellicht is dit dan een hint om dit soort vragen die veel uitweiden veroorzaken, voortaan schriftelijk te stellen.

Als laatste het antwoord op vraag 7. De gemeentelijke invloed op het gebruik van particuliere laadpunten is zeer beperkt. We werken landelijk samen aan een programma Slim laden voor iedereen, dat tot doel heeft om 60 procent van de laadsessies in 2025 slim te laten verlopen. Dat gaat ook om private laadsessies. De sleutel daartoe ligt wat ons betreft in de tarieven die een gebruiker betaalt voor het gebruik van de netaansluiting. Nu betaal je als gebruiker een vast bedrag voor een vast vermogen en door gebruikers meer te belasten op de piekuren voor afname van hoge vermogens worden gebruikers gestimuleerd om op andere momenten de auto juist te gaan laden. Dat is geen positieve prikkel, maar het is wel effectief en het wordt in veel landen als toegepast. Dit vraagt echter aanpassingen van de regelgeving rondom de tarieven, waarvoor de netbeheerders een

voorstel maken waarover de Autoriteit Consument en Markt moet besluiten. De verwachting is dat dit in 2026 rond is.

Tot slot wil ik wijzen op een technische sessie die komende dinsdag 5 maart over netcongestie wordt georganiseerd. Daar kunnen alle vragen over dit onderwerp worden gesteld. De voorzitter: Dat is een mooie oproep. De heer Te Hoonte (VVD): Voorzitter! De wethouder snapt natuurlijk ook dat we dit mondeling doen, omdat er veel onrust ontstaat bij mensen die net toe zijn aan een elektrische auto en zich afvragen waar zij moeten opladen: als ik om zes uur bij het theater aankom, kan ik dan om acht uur nog naar huis? De vraag over laadpleinen en waterstof was meer gericht op de commerciële plaatsen. Er zijn eerder verzoeken geweest om bijvoorbeeld bij bouwmarkten te kijken naar grotere laadpleinen. Zit daar voortgang in en kunnen we in de toekomst ook bij tankstations netcapaciteit in combinatie met opslag verwachten? Mevrouw Oosters (wethouder): Dat is inderdaad een andere interpretatie van de vraag. Er zijn verschillende particuliere initiatieven, ook bij de fabriek van Nedal, waar zo’n laadplein is geopend, en ook bij het ministerie van Defensie. Het gebeurt op veel plekken, maar ik weet niet precies of het bij bouwmarkten het geval is. Dat zal ik navragen en dat in een volgende brief over laadpalen met de raad delen. De voorzitter: Ik zie geknik. Verder nog aanvullende vragen? De eerste indiener? De heer Van Straalen (ChristenUnie): Voorzitter! Dank voor de beantwoording.

Ik kom nog even terug op de laatste vraag. Ik snap dat het inderdaad bij particuliere laadpalen lastiger is. Het zou inderdaad mooi zijn als we ook wat met de tarieven kunnen doen. Het is echter ook een stukje bewustwording, omdat het natuurlijk vrij makkelijk is om na je werk gelijk de auto aan de laadpaal te zetten. Ziet de wethouder kansen om aan die bewustwording iets te doen?

10

Vragenuur van 29 februari 2024 Mevrouw Oosters (wethouder): Dat is echt een issue met netcongestie, vooral als het misschien ook op laagspanning gaat, want het staat nog heel erg ver van hen af. Naar mijn mening zou het een deel van de oplossing kunnen zijn, maar het zit natuurlijk voor een groot deel in de aanpak van netcongestie. Wie weet, kunnen we het daarin nog extra meenemen. Dit zie ik als een aanmoediging. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. We gaan naar de laatste vraag van dit vragenuur. De Nederlandse vertaling van de vraag luidt “wij zullen je helpen, wat er ook gebeurt”, dit voor de mensen die de Engelse taal niet machtig zijn. 6. Mondelinge vragen van de fracties van PvdA, GroenLinks, D66, Volt en Stadsbelang Utrecht over “We will help you, no matter what”.

De heer Stam (PvdA): Voorzitter! “We will help you, no matter what.” Zo sprak locoburgemeester Eerenberg de woorden uit op 24 februari, twee jaar na de Russische aanval op Oekraïne, die

namens het college onvoorwaardelijke steun uitsprak aan Oekraïne en Oekraïense vluchtelingen in Utrecht. Drie dagen later, op 27 februari, moest de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) het landelijk aanmeldpunt voor Oekraïense vluchtelingen in de Jaarbeurs sluiten. Er is te weinig doorstroom

naar andere locaties in het land en de VRU kan in de Jaarbeurs niet de benodigde zorg, sanitair en privacy bieden aan de Oekraïense vluchtelingen. Juist op de dag dat de Koudweerregeling

opengaat om te zorgen dat niemand op straat slaapt, moet het aanmeldpunt haar deuren sluiten. Alleen de kwetsbaarste Oekraïners kunnen volgens de VRU nog rekenen op hulp.

De fracties van de Partij van de Arbeid, GroenLinks, D66, Volt en Stadsbelang Utrecht spreken hun steun uit aan Oekraïners en maken zich zorgen over de mensen die nu voor een dichte deur in onze stad komen te staan. Daarover de volgende vragen.

1. Hoelang blijft het aanmeldpunt in de Jaarbeurs naar verwachting dicht? 2. Op welke manier kan de VRU nieuw aangemelde kwetsbare Oekraïense vluchtelingen nog steeds van hulp en huisvesting voorzien? 3. Welke stappen gaat het college ondernemen om te zorgen dat er een plek gevonden wordt voor de Oekraïners die nu niet in de Jaarbeurs terechtkunnen?

4. Overweegt het college ook andere plekken te gebruiken om deze mensen tijdelijk op te vangen? 5. Welke extra lobby onderneemt het college richting het Rijk om verergering van deze situatie te voorkomen? Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! Ik sta hier ook omdat ik voorzitter van de Veiligheidsregio Utrecht ben en in die hoedanigheid natuurlijk ook verantwoordelijk voor het besluit van de Veiligheidsregio. Dat besluit hebben wij niet lichtvaardig genomen. In oktober hebben we al gewaarschuwd dat dit aanstaande was. We hebben het lang kunnen tegenhouden. Op de eerste vraag, wanneer de hub weer opengaat, kan ik melden dat dit gaat gebeuren als aan twee voorwaarden wordt voldaan. Allereerst moet het aantal mensen dat komt overnachten onder de grens van 80 personen komen en in de tweede plaats moet er voldoende perspectief zijn om ze elders in Nederland een plek te geven. Het stokt juist in de doorstroom, terwijl die heel belangrijk is. We geven inderdaad nog wel plek aan de kwetsbaarste vluchtelingen, bijvoorbeeld vrouwen en kinderen of mensen die heel ziek of gewond zijn. Daar wordt natuurlijk naar gekeken en dat blijven we doen zolang de situatie dat toestaat. Dat heeft ook alles met de omstandigheden te maken, want deze hub is echt bedoeld voor 24-uurs opvang en niet voor wekenlang verblijf. Daar draait het in de

11

Vragenuur van 29 februari 2024 praktijk op dit moment soms wel op uit en dat kan niet. De omstandigheden zijn daar ongeschikt voor.

De derde vraag gaat over welke stappen we hebben ondernomen. Het is een landelijk probleem dat Utrecht niet in zijn eentje kan oplossen. De oplossing ligt bij het Rijk en de regio samen. We doen in deze regio al veel meer voor deze doelgroep dan we zouden moeten doen. Onze taakstelling zit hem in de regio Utrecht op 4.866 Oekraïense vluchtelingen en we hebben er ruim 6.522, om precies te zijn. Dat geeft even aan hoe wij hier vooroplopen.

In antwoord op de vierde vraag overwegen wij daarom ook niet om andere plekken te gebruiken, want we hebben ook andere opgaven voor vluchtelingen. Wethouder Streefland kan daar alles over vertellen en de raad weet dat ook. Ook die plekken zijn schaars.

Het antwoord op de vijfde vraag. Het is heel belangrijk dat er ook voor de toekomst meer helderheid komt over de financiering na maart 2025. Dan vervalt namelijk de regeling Tijdelijke bescherming. Doordat het financiële perspectief er niet meer is, zie je in het land dat gemeenten eerder opvang sluiten dan openen. Dat is een belangrijke lobby die we onder andere samen met de G4 voeren. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? De heer Stellinga (CDA): Voorzitter! Het CDA waardeert deze vragen en de beantwoording daarvan door de burgemeester. Het CDA steunt de Oekraïners. Ik heb een heel basale vraag. Als er nu iemand bij die locatie vraagt om toegelaten te worden, maar het geen kwetsbaar persoon is, wat wordt hem dan meegegeven? Mevrouw Dijksma (burgemeester): Dan zijn er meerdere opties, ook afhankelijk van de financiële omstandigheden waar mensen in verkeren. Niet iedereen die daar komt, is armlastig. Ik wil dat toch wel gezegd hebben. Mensen kunnen soms ook financieel in hun eigen onderdak voorzien en vanwege de hoge aantallen Oekraïners in deze regio en in Nederland hebben we vaak te maken met mensen die komen omdat er vrienden, familie of bekenden van hen hier zijn. De gemeenschap vangt zelf ook mensen op. We hebben op dit moment geen signalen waaruit blijkt dat we in heel ingewikkelde situaties terechtkomen.

Mevrouw Van der Wilt (D66): Voorzitter! Hoe verdrietig ook, ik kan me het antwoord op de vragen 3 en 4 wel goed voorstellen, namelijk dat we dit als stad ook echt niet kunnen dragen. De vijfde vraag gaat over de lobby naar het Rijk en volgens mij is die nu echt heel hard nodig, maar in de praktijk zal het inderdaad voorkomen, zoals heer Stellinga zegt dat mensen hier komen. Worden daarover ook gesprekken gevoerd met de directe regio, de steden om ons heen, over de vraag hoe we daarin praktisch kunnen samenwerken? Mevrouw Dijksma (burgemeester): We hebben al heel veel samengewerkt met onze collega’s en partners in de regio. Eerder is er al een crisisnoodopvang in de regio geweest toen de hub dreigde vol te lopen. Recent hebben Zeeland en Limburg ons ook uit de brand geholpen. Wij hebben dus wel hulp gekregen, maar op dit moment merk je dat de aantallen mensen die nog komen, maar ook de veranderende aard van het type mens dat komt ook maakt dat je je moet afvragen of het in alle gevallen logisch is dat de gemeenten onderdak bieden. Als je hier komt omdat je al wel werk hebt, maar door jouw werkgever of je toekomstige werkgever bij de gemeente wordt neergezet om daar maar opvang te regelen, vraag ik mij af of die vraag niet teruggesteld kan worden aan de werkgever.

12

Vragenuur van 29 februari 2024 Er zijn hier dus ook anderen die in beweging kunnen komen, omdat ze misschien verantwoordelijkheid voelen die wij zelf ook steeds oppakken. Mevrouw Nederhand (Volt): Voorzitter! Twee weken geleden hebben wij online een technische sessie gehad over de werking van de Spreidingswet en hoe die wordt uitgewerkt. Daar werd aangegeven dat er financiële bonussen worden uitgedeeld naarmate je meer mensen gaat opvangen. Ik krijg graag van de burgemeester horen of dat een hoopgevend perspectief is. Mevrouw Dijksma (burgemeester): Nee, want de Spreidingswet gaat echter over een andere doelgroep en dat is precies het punt. De Oekraïners mogen bijvoorbeeld vanaf het begin al werken en zijn ook een andere categorie vluchteling dan bijvoorbeeld mensen uit Syrië of andere delen van Afrika komen. Die Spreidingswet is er echt op gericht om dat wat er Ter Apel gaande is met de mensen die zich daar melden solidair in het land op te lossen. Uiteraard draagt Utrecht daar ook zijn steentje aan bij, maar dat zal in dit geval ook betekenen dat wij weer meer moeten doen dan gedacht. Door een amendement in die wet zijn gemeenten die er relatief gezien financieel redelijk voor staan ook zwaarder aangeslagen. Dat is zeer begrijpelijk, maar het betekent ook echt iets voor ons. Als je alles samenvoegt, kom je op een gegeven moment in een heel ingewikkelde optelsom terecht.

De heer Stam (PvdA): Voorzitter. Ik wil ook mijn waardering uitspreken voor de beantwoording van de burgemeester. Ik begrijp dat het schuurt met de enorm grote hulpvragen die wij onder andere van asielzoekers hebben. De beantwoording van de burgemeester op vraag 2 zette me aan het denken, omdat zij zei dat we tot nu toe kwetsbaren kunnen opvangen, maar dat het in de toekomst misschien anders is als de nood hoog is. In oktober meldde zij al dat het aanmeldpunt gesloten zou kunnen worden. Hoe anticiperen de burgemeester en de wethouder Asiel en Integratie op deze toestroom, hoe waarschijnlijk is het dat dit gebeurt en kunnen we daar van tevoren al op sturen? De voorzitter: Het zijn wel meerdere vragen! Mevrouw Dijksma (burgemeester): We hebben erop geanticipeerd in oktober. Daarmee hebben we dit besluit in ieder geval vijf maanden weg kunnen houden. Daar was ik dankbaar voor, maar ik vind het desalniettemin vervelend dat we het zo ver hebben moeten laten komen. Alles is erop gericht om daar waar dat kan straks de boel snel weer in de benen te hebben. Dat is belangrijk. We weten dat er hulp aanstaande is, want er gaan ook andere hubs in de komende week wellicht weer open. Men ziet in het land ook wel dat Utrecht er in dit geval niet alleen voor moet blijven staan. De voorzitter: Dank u wel. Dit was het. Hiermee zijn wij aan het einde gekomen van het vragenuur.

Ik dank de vragenstellers en het college. Hartelijk dank voor uw aanwezigheid. Ik wens iedereen een fijne avond en tot de volgende keer.

De voorzitter sluit daarop, te 17.54 uur, het vragenuur.

13

Vragenuur van 29 februari 2024 Toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 29 februari 2024.

Mondelinge vragen van de fracties van Volt, GroenLinks, UtrechtNu!, Utrecht Solidair, PvdD en BIJ1 over Nieuwe informatie over financiën woningcorporaties. Wethouder De Vries • zal de raad per raadsbrief informeren over de vervolgrapportage van Ortec Finance over de vermogenspositie van woningbouwcorporaties. Hij zal dit voor de behandeling van de voorjaarsnota met de raad delen.

Mondelinge vragen van fracties van D66, Horizon, GroenLinks, PvdA, CDA, Volt, DENK en BIJ1 over Maak gebruik van het recht op gratis schoolmaaltijden. Wethouder Eerenberg • zal de raad in het eerste kwartaal van 2024 een brief sturen over de uitvoering van de motie “it takes a city to raise a child” (motie 230/2023).

Mondelinge vragen van de fracties van de ChristenUnie, D55, VVD, Utrecht Solidair, GroenLinks, Volt en Horizon over Netbewust laden. Wethouder Oosters

• zal nagaan of er onder andere bij bouwmarktenlaadpleinen worden geopend en daarop in een volgende brief over laadpalen terugkomen.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=cc27d4ec-49fc-42b8-917e-0fc524359c87