CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20240208 vragenuur

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 16 november 2023 en 1, 8, 15 en 29 februari 20244.242 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2024 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur van 8 februari 2024 Vragenuur, gehouden op donderdag 8 februari 2024 te 17.00 uur. Voorzitter: de heer Van der Graaf. Aanwezig zijn de leden: Maas, Sasbrink, Stam, Van Steeg en Van der Wilt. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Nederhand en Usta. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Voortman en Oosters. Griffier: de heer Corten.

Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal. Welkom bij het vragenuur van donderdag 8 februari. Mijn naam is Rik van der Graaf en ik ben de voorzitter van vanmiddag.

We hebben vijf mondelinge vragen op het menu staan, dus dat moet goed lukken in de tijd. Ik ga u wel houden aan de regels die we met elkaar hebben afgesproken.

1. Mondelinge vragen van de fractie van de Partij voor de Dieren over Geen bomenkap voor zonnepanelen.

Mevrouw Sasbrink (PvdD): Voorzitter. In de beantwoording van onze schriftelijke vragen 281/2023 over bomenkap voor zonnepanelen bevestigt het college gelukkig heel duidelijk het beleid dat er geen bomen gekapt mogen worden voor de aanleg van of het vergroten van de opbrengst van zonnepanelen en zonneparken. Dat weegt namelijk ook voor het college niet op tegen de belangen van biodiversiteit, leefbaarheid, klimaatadaptatie en hittestress. Het antwoord op vraag 1 van deze schriftelijke vragen baart ons echter wel zorgen. Hierin wordt de namelijk de kapaanvraag van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) genoemd. HDSR deed een aanvraag om op hun terrein aan de Brailledreef twee grote acacia’s te mogen kappen met als reden dat zij het terrein willen inrichten als zonnepark. De bewoording van het college lijkt ruimte te nemen om hier,

ondanks het beleid om geen bomen te kappen voor zonnepanelen, toch een vergunning voor te gaan verlenen.

Naar aanleiding hiervan stelt de Partij voor de Dieren de volgende vragen. 1. Op welke andere belangen doelt het college in de zin "We voelen ons genoodzaakt ook andere belangen mee te wegen bij de beslissing op een aanvraag om bomen te mogen kappen"?

Vragenuur van 8 februari 2024 2. Hoe verhouden deze andere belangen die meegewogen worden zich tot het gemeentelijke bomenbeleid?

3. Welke mogelijkheden zijn er om het terrein in te richten als zonnepark met behoud van de Acacia’s? Hoeveel panelen kunnen er dan minder geplaatst worden of hoeveel minder opbrengst is er dan?

4. Kan het college toezeggen om, in lijn met het gemeentelijk beleid en in het belang van biodiversiteit, leefbaarheid, klimaatadaptatie en hittestress, deze aanvraag om bomen te kappen te weigeren, en tevens beleid op te stellen om dit soort aanvragen rond bomenkap voor zonnepanelen in de toekomst sowieso af te wijzen? Zo nee, waarom niet? Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Welkom terug, zou ik langs deze weg tegen mevrouw Sasbrink willen zeggen. Fijn dat u weer in ons midden bent.

Het antwoord op de eerste vraag. Het is goed om te weten dat wij bij ruimtelijke ontwikkelingen in het algemeen ook belangen meewegen die te maken hebben met de ruimte en het milieu, zoals duurzaamheid, archeologie, cultuurgeschiedenis, planten en dieren, water, veiligheid, bodemgesteldheid, lucht, geluid, energie, et cetera. Dat zijn de andere belangen die wij meewegen. Vraag 2. Zoals aangegeven in de beantwoording van de schriftelijke vragen informeren wij de raad nader over de afwegingen in dit dossier en wij verwachten dat wij eind februari de raad schriftelijk kunnen informeren. Ons bomenbeleid geeft ook de ruimte om dergelijke afwegingen te maken. In het bomenbeleid wordt de bomenparagraaf genoemd als instrument om in een ontwikkelende stad een goede belangenafweging te kunnen maken – hoofdstuk 3.1 – en in de eerste plaats kijken we naar de waarde van boom op het gebied van ecologie, milieu, cultuurhistorie en landschap. Die staan ook expliciet benoemd in het bomenbeleid. Dat nemen we dus mee in ruimtelijke ontwikkelingen. Vraag 3. Over de mogelijkheden om het terrein zo in te richten als zonnepark met behoud van de acacia’s wil ik de raad graag in de aangekondigde brief informeren. Het antwoord op vraag 4 is ontkennend.

Zoals ik in onze reactie op de schriftelijke vragen al heb aangegeven, komen wij daar uitgebreid bij de raad op terug in de door ons vast te stellen raadsbrief. Ik acht het niet wenselijk om op voorhand een uitspraak te doen over de uitkomst van die belangenafweging. Ik wil dat echt zorgvuldig tegen elkaar afwegen. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Die zie ik niet. De indiener? Mevrouw Sasbrink (PvdD): Voorzitter. Hoewel ik ook nieuwsgierig ben naar welke van die heel lange lijst andere belangen uit het antwoord op vraag 1 verwacht ik die in de brief terug te zien. Voor nu wil ik vragen of de wethouder niet onze zorg deelt dat hiervan ook een precedentwerking kan uitgaan? Als wij voor één plek instemmen met bomenkap voor een zonnepark, kan dat voor andere plekken een voorbeeld zijn. Mevrouw Voortman (wethouder): Dat is precies de reden waarom je hier heel zorgvuldig naar moet kijken, ook of het bijvoorbeeld mogelijk is om een en ander toch met elkaar te combineren. Maar dat is precies de reden waarom ik nu niet meteen het een of het ander wil zeggen, want ook zaken als duurzaamheid en wat het betekent voor planten en dieren zijn belangrijk. De voorzitter: Dan gaan wij naar vragenset 2.

2

Vragenuur van 8 februari 2024 2. Mondelinge vragen van de fracties van Volt, GroenLinks, D66, Student & Starter, ChristenUnie en Horizon over European Declaration of Mayors.

De heer Maas (Volt): Voorzitter. Op 24 januari 2024 ondertekenden de burgemeesters van Europese steden, waaronder die van Rome, Berlijn, Antwerpen alsmede Rotterdam, Den Haag en Amsterdam, de “Brussels Declaration of European Mayors”. Zij roepen daarin op tot een ambitieus Europees stedelijk beleid, gebaseerd op een systematische en meer gestructureerde dialoog tussen Europese instituties en de steden. Dit moet leiden tot een effectievere integratie van stedelijke, grootstedelijke en territoriale dimensies binnen al het relevante Europese beleid en tot een verschuiving naar meer duurzaamheid en een grotere betrokkenheid van steden en lokale overheden bij de ontwikkeling van Europees bestuur, regelgeving, programma’s en financiering. In het stuk staan uitdagingen, prioriteiten en aanbevelingen beschreven. De onderstaande fracties hebben hierover de volgende vragen.

1. Is het college bekend met deze declaratie en, zo ja waarom is deze niet mede door Utrecht ondertekend?

2. Kan het college de uitdagingen en prioriteiten in de declaratie onderschrijven? 3. Kan het college toezeggen dat de aanbevelingen aan de Europese Raad, de Europese Commissie en het Europees Parlement, door hem worden ondersteund en zo mogelijk actief worden uitgedragen in het Utrechtse beleid? Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Dank aan de heer Maas c.s. voor deze vragen. We kennen het document en we zouden ook best graag willen ondertekenen, maar we waren er gewoon niet. Dat betekent dat we het op een later moment gaan doen, want zoals u weet – ik voel me daartoe altijd zeer aangemoedigd door de raad – moeten we heel scherpe keuzes maken over de momenten waarop we wel of niet in het buitenland bij evenementen aanwezig zijn. Je kunt ook niet overal zijn en dat mag ook niet van de raad.

Het antwoord op de tweede vraag is dat wij van mening zijn dat de uitdagingen en prioriteiten heel goed aansluiten op onze inhoudelijke agenda en prioriteiten. We hebben dat via Eurocities, de koepelorganisatie, eigenlijk indirect ook al gedaan. Wij kunnen volmondig “ja” antwoorden op de derde vraag met, naar ik heb begrepen, de steun van heel veel fracties in de raad. Dat sterkt ons in onze agenda. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Die zie ik niet. De heer Maas nog? De heer Maas (Volt): Voorzitter. Dank aan de burgemeester voor de beantwoording. Het verbaast ons gelukkig inderdaad niet, maar willen nog wel kwijt dat we er niet zijn als er eens wat leuks gebeurt in Europa. Mevrouw Dijksma (burgemeester): Er gebeurt regelmatig iets leuks in Europa en daarom moeten we scherpe keuzes maken wat betreft onze aanwezigheid. Als Eurocities er is, kan het ook zijn dat wij er daarom op dat moment niet zijn. Dat betekent niet dat wij dit inhoudelijk niet ondersteunen. Uiteraard zal ook onze handtekening volgen, net als 40 andere steden die daar wel aanwezig waren, overigens niet altijd met hun burgemeester. Om die reden vertoont het handtekeningenpalet wat verloop, want dat wordt aangevuld met Utrecht. 3. Mondelinge vragen van de fracties van Volt en GroenLinks over Jeugdparticipatie.

3

Vragenuur van 8 februari 2024

Mevrouw Nederhand (Volt): Voorzitter. Onlangs kwam tot onze attentie dat er een tweede leerwerktraject wordt gestart rondom het thema jongerenparticipatie. Dit is voor de indieners een belangrijk onderwerp. Gemeenten die meer willen samenwerken met jongeren kunnen zich inschrijven voor het traject Democracy Reloading. Dit is een Europees partnerschap dat gemeenten ondersteunt bij het betrekken van jongeren in de lokale besluitvorming. Gemeenten gaan met behulp van dit traject stappen maken in jongerenparticipatiestructuren, deze stappen ontwerpen en implementeren. De deadline voor deze aanvraag is 28 februari. Dit brengt ons tot de volgende vragen.

1. Is het college bekend met het traject Democracy Reloading? 2. Deelt het college met de indieners dat jongerenparticipatie belangrijk is? 3. Vindt het college dat Utrecht haar jongerenparticipatie kan verbeteren?

4. Ziet het college kans om Utrecht in te schrijven voor dit traject, waarom wel of niet? Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Allereerst het antwoord op vraag 1. Ja, we zijn bekend met het traject. Sterker nog, we hebben vorig jaar vanuit Utrecht een van de workshops in het traject gegeven. Het antwoord op vraag 2 is ja. Wij vinden jongerenparticipatie ontzettend belangrijk. We zien ook dat jongeren juist een groep vormen die de gemeente soms niet vindt in die trajecten. Daar kunnen we dus zeker nog wat in leren. Wij zijn, in antwoord op vraag 3, inderdaad van mening dat wij de jongerenparticipatie kunnen verbeteren. Zoals wij eerder in een debatje met de heer Dekkers van GroenLinks hebben opgemerkt, willen wij extra inzetten op de jongerenparticipatie. Wij willen daar dus zeker meer aandacht aan geven.

Het antwoord op vraag 4 is bevestigend. Wij zijn heel enthousiast over dit leertraject en hebben mede naar aanleiding van deze mondelinge vragen de knoop doorgehakt en ons vandaag ingeschreven. We denken dat dit helpt om jeugdparticipatie verder te brengen en te verstevigen, zowel binnen de organisatie als verder ook in de stad. We zien het leertraject als een goede ondersteunen bij onze plannen om de komende jaren extra aandacht te geven aan jeugd- en jongerenparticipatie. De voorzitter: Zijn er vervolgvragen? Ik zie mevrouw Van der Wilt. Mevrouw Van der Wilt (D66): Voorzitter. Dit antwoord is mooi. Eerder stelden wij samen met Volt ook de vraag of Utrecht zich in het kader van jeugdparticipatie zou kunnen melden als Europese jongerenhoofdstad. Daarop werd door het college geantwoord dat dit destijds niet kon worden opgepakt, maar wellicht wel het jaar daarop. Nu wordt er bevestigend op de vraag geantwoord en ik ben natuurlijk heel blij dat het wordt opgepakt, maar waarom dan niet ook meteen inschrijven als jongerenparticipatiestad? Je zou zeggen twee vliegen in één klap. Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Ik begrijp die vraag natuurlijk. Echter, het traject om Europese hoofdstad van jongerenparticipatie te worden, was iets lijviger dan het meedoen aan het leertraject.

Gelukkig hebben we twee wethouders die op dit terrein met elkaar samenwerken en ik zal samen met collega De Vries kijken waar we staan, ook voor de komende jaren. De voorzitter: Dan kijk ik tot slot naar Volt voor eventueel een slotvraag.

4

Vragenuur van 8 februari 2024

Mevrouw Nederhand (Volt): Voorzitter. Ik wil voornamelijk het college feliciteren met deze wijze keuze om in te schrijven. Ik hoop dat dit als extra aanmoediging wordt gezien om echt werk te maken van het verzoek van mevrouw Van der Wilt. Dank voor deze vragen. We gaan door naar de volgende vragenset. 4. Mondelinge vragen van de fracties van DENK, Utrecht Solidair, UtrechtNu! en CDA over Verkeersdrukte na versmalling Marnixlaan leidt tot levensbedreigende risico’s.

De heer Usta (DENK): Voorzitter. “Veel file op de Utrechtse Marnixlaan sinds wegversmalling, hulpdiensten mijden weg”. Zo luidt de titel van het artikel op RTV Utrecht. In dit artikel zegt een agent dat zij er met spoed niet door kunnen en dat dit leidt tot enorm veel frustratie. “Veel collega's van de brandweer, ambulance en de politie maken zich veel zorgen. Dit zal vroeg of laat levens gaan kosten.” Het idee dat de hulpdiensten via het fietspad kunnen passeren, lijkt ook een mislukking. De

brandweer blijkt de fietspaden te mijden, omdat het daar vaak ook druk is en de fietsers daar een brandweerauto niet verwachten. Volgens de brandweer duurt het daarom aanzienlijk langer voordat ze op bestemming zijn. In een reactie geeft de gemeente aan dat ze verkeerslichten beter op elkaar gaan afstemmen, iets wat nog maanden kan gaan duren. Onze fracties maken zich grote zorgen en hebben hier de volgende vragen over.

1. Wat vindt het college van de gevolgen die de versmalling van de Marnixlaan heeft veroorzaakt? Denk in het bijzonder aan de verkeersdrukte, uitlaatgassen en de opmerkingen van hulpdiensten. 2. Deze gevolgen waren aan de voorkant bekend bij de gemeente. Welke maatregelen waren hiertegen genomen in het project?

3. Onderkent het college dat de risico’s voor de veiligheid van Utrechters niet aanvaardbaar zijn op het moment dat verschillende hulpdiensten aangeven dat de versmalling uiteindelijk levens gaat kosten? Zo nee, waarom niet? 4. Welke maatregelen gaat het college op korte termijn nemen om deze risico’s weg te nemen? Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Ik vervang wethouder Van Hooijdonk voor de beantwoording van deze vragen. Het antwoord op de eerste vraag is dat wij in de stad werken aan het verbeteren van e bereikbaarheid en de leefbaarheid met meer ruimte voor fietsers, voetgangers, groen en betere oversteekbaarheid. Daarmee verandert natuurlijk ook de inrichting van de stad. De herinrichting van de Marnixlaan is afgelopen mei afgerond en het gevolg is dat er minder ruimte is voor verkeer. We zien dat de situatie inderdaad nog niet altijd functioneert zoals bedacht. Een deel van de automobilisten past zijn gedrag niet aan – zoals wij hadden verwacht – en zo ontstaan er bijvoorbeeld op sommige momenten opstoppingen bij de Amsterdamse Straatweg. We monitoren de situatie op dit moment en onderzoeken of we met dynamisch verkeersmanagement het verkeer beter kunnen verdelen. Doordat er minder asfalt ligt, is inhalen lastiger en dat kan invloed hebben op de aanrijtijden van nood- en hulpdiensten.

In antwoord op de tweede vraag kan ik zeggen dat het ontwerp van de Marnixlaan in overleg met verschillende belanghebbenden, zoals hulpdiensten, tot stand is gekomen. We wisten dat het na de herinrichting ook drukker zou worden, want minder rijstroken zorgen ervoor dat er op de drukste momenten van de dag minder ruimte is voor autoverkeer. Op basis van de inbreng van nood- en hulpdiensten zijn eerder op de Marnixlaan fietspaden zo ingericht dat ze kunnen worden gebruikt

5

Vragenuur van 8 februari 2024 als het druk is en de hulpdiensten toch hun bestemming moeten kunnen bereiken. Hoewel dat ook zo bedacht is, snappen we wel dat medewerkers van nood- en hulpdiensten graag nog gemakkelijker snel op hun bestemming komen of dat ze het fietspad niet ideaal vinden om met zwaailichten te rijden. We hebben dus wel met de diensten afgestemd dat dit acceptabel is, maar we snappen wel dat het wennen is. Verder zetten we ook in op het zo goed mogelijk doorstromen van het verkeer.

Dan het antwoord op vraag 3. Wij onderkennen de risico’s voor de veiligheid De bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten is absoluut een belangrijk onderdeel bij de herinrichting. We onderkennen dat de groei van de stad, het leefbaar en groener maken van e stad met minder ruimte voor autoverkeer ook invloed heeft op de aanrijtijden. De aanrijtijden in de gehele stad voldoen in het algemeen aan e normen en om stadsbreed te borgen dat de aanrijtijden worden behaald, hebben we periodiek overleg met onze partner van de Veiligheidsregio Utrecht, de brandweer, de politie en RAVU. Daar bespreken we ook de bereikbaarheid en de aanrijtijd in de stad en geven de hulpdiensten ook aan welke specifieke knelpunten de nood- en hulpdiensten ervaren.

Dan de laatste vraag, welke maatregelen we op korte termijn gaan nemen om risico’s weg te nemen. Wij bespreken momenteel voor de Marnixlaan met de hulpdiensten hoe we de afstelling op de Stadsboulevard tijdens spoedritten nog verder kunnen verbeteren. We zijn gezamenlijk aan de slag met het verkrijgen van inzicht en het sturen op mogelijke verbetermaatregelen. We zetten met dynamisch verkeersmanagement in op het verminderen van de wachtrij voor de Amsterdamse Straatweg. Dat doen we door het verkeer beter te veredelen tussen de Einsteindreef en de kruising met de Amsterdamse Straatweg. De voorzitter: Ik zie drie aanvullende vragen. Eerst de VVD, dan het CDA en dan komen we weer terug bij DENK. Mevrouw Meerding (VVD): Voorzitter. Ik hoorde de wethouder zeggen dat de automobilisten zich anders gedragen dan we verwacht hadden voordat de versmalling werd aangebracht. Wat betekent dat precies? Betekent dit dat het college had verwacht dat het verkeer meer ontmoedigd zou worden en dat er dus minder auto’s zouden zijn maar dat dit niet is gebeurd? Of bedoelt de wethouder iets anders met die opmerking? Mevrouw Voortman (wethouder): Het is een behoorlijke herinrichting die tot veranderingen leidt, maar niet meteen tot de beoogde verandering leidt.

We verwachten wel dat dit gebeurt, zeker ook als we inzetten op bijvoorbeeld het dynamisch verkeersmanagement of andere maatregelen, maar dat kost wel even tijd. De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. Ik heb ook een vraag over die gedragsverandering en dat het niet helemaal loopt zoals verwacht. Dat hebben we ook gezien bij de Op ‘t Goylaan, waar die gedragsverandering, maar heel beperkt plaatsvindt en dat het nog steeds tot problemen leidt. Hoe kan het dat dit hier weer gebeurt en wat heeft het college dan geleerd van de casus Op ‘t Goylaan? Mevrouw Voortman (wethouder): Ik ben minder thuis in de casus Op ’t Goylaan, maar in het algemeen heeft verkeer heel veel te maken met gedrag. Het kost tijd om dat te bewerkstelligen. Het is niet zo dat je iets inricht en iedereen zich de dag erna zich meteen gedraagt zoals je zou willen. Ook hier kost dat gewoon tijd. We zitten er bovenop om te kijken hoe we dat kunnen vergemakkelijken.

6

Vragenuur van 8 februari 2024

De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen. De heer Usta? De heer Usta (DENK): Waar het dus op neerkomt, is dat de theorie niet goed aansluit op de praktijk. Is de wethouder het met ons eens dat de human factor voortaan beter betrokken moet worden? Mevrouw Voortman (wethouder): Nee, want dat hebben we juist gedaan. We hebben juist bij het ontwerp van de Marnixlaan in overleg met allerlei belanghebbende partijen, ook met de hulpdiensten, goed overleg gevoerd. We doen dat nog steeds en dat blijven we ook doen. We hebben juist heel goed gekeken naar die menselijke factor. De voorzitter: Dan gaan we over naar de volgende set vragen. 5. Mondelinge vragen van de fractie van de PvdA, GroenLinks, D66, CDA, Student & Starter, DENK en EenUtrecht over Groeiende gaten in het vangnet sport en cultuur.

De heer Stam (PvdA): Voorzitter. Sport en cultuur zijn levensbehoeftes. Toch zijn beide onbereikbaar voor veel Utrechtse kinderen. Ondanks de bijdrage van de gemeente via de U-pas zijn ouders met een kleine beurs vooral aangewezen op het vangnet van organisaties als Jeugdfonds Sport en Cultuur (JFSC), het Paul Verweel Sportfonds en Stichting Leergeld. Zonder deze organisaties zijn contributies, lesgelden, materialen en sportkleding – dingen die er gewoon bij horen om mee te doen – onbetaalbaar.

Op 29 januari publiceerde de Stichting Leergeld een bericht op hun website met als strekking dat doordat zo veel gezinnen in de knel de weg naar het Jeugdfonds Sport en Cultuur (JFSC) hebben gevonden, het fonds niet alle aanvragen met het bestaande budget kan honoreren. Het fonds

moet zelfs een voorschot van haar subsidie in 2024 gebruiken om aan de aanvragen van 2023 te voldoen. Doordat het fonds de maximumbedragen die het vergoedt nu drastisch moet verlagen, is er een grote kans dat veel ouders de muziek- of sportlessen van hun kinderen niet meer kunnen betalen. De fracties van PvdA, GroenLinks, D66, Student & Starter, DENK en EenUtrecht maken zich zorgen over de toegankelijkheid van sport en cultuur voor kinderen in gezinnen met een kleine portemonnee en hebben daarover de volgende vragen.

1. Is het college op de hoogte van de beslissing van het Jeugdfonds Sport en Cultuur? 2. Deelt het college de mening dat de beslissing van het Jeugdfonds Sport en Cultuur om de maximumbedragen te verlagen het cultuur- en sportaanbod voor kinderen in gezinnen met een kleine portemonnee in gevaar brengt?

3. Is het college in gesprek met het JFSC en andere partners over deze situatie en welke vervolgstappen er kunnen worden genomen om het bereik op peil te houden? Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Naar aanleiding van de motie Geen kind in armoede tussen wal en schip zijn we in gesprek met onder andere het Jeugdfonds over de subsidie voor 2024. Daarbij gaat het ook over de maximumbedragen voor de verschillende activiteiten voor sport en cultuur. Wij waren niet op de hoogte van het feit dat de bedragen per kind zijn aangepast. Over enkele weken wordt u zoals ook al eerder toegezegd over de afhandeling van de motie geïnformeerd. Ook in het dashboard brief van Werk en Inkomen.

7

Vragenuur van 8 februari 2024 Vraag 2. Het college vindt het net als de indieners belangrijk dat alle kinderen in Utrecht kunnen deelnemen aan sport- en cultuuractiviteiten. In de nieuwe nota Financiële bestaanszekerheid is

daarom ook extra geld voor dit doel opgenomen, zodat we meedoen en sport een impuls kunnen

geven. De verdeling van deze middelen komt terug, ook in het uitvoeringsprogramma en daarover

komt de raad natuurlijk nog te spreken. Het Jeugdfonds maakt In de toekenning geen onderscheid

tussen kinderen uit gezinnen met en zonder U-pas. Dit betekent dat het aanbod voor alle kinderen

in Utrecht beschikbaar is. Het verlagen van de maximumbedragen betekent voor een beperkt aantal kinderen dat zij wellicht minder vergoed krijgen of een andere keuze moeten maken in het

sportaanbod. Dat zijn we ook met de indieners van de vraag eens. Wij gaan ook de komende tijd weer met het Jeugdfonds in gesprek om te waarborgen dat kinderen die het het nodigst hebben, worden ondersteund met de middelen van het fonds.

Dan het antwoord op vraag 3. Het college is al langere tijd in gesprek met het Jeugdfonds. Dat gaf ik al aan. Maandelijks wordt met hen gesproken over de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen. We zijn en blijven in gesprek over de mogelijkheden hoe zij voor het geld dat ze hebben de kinderen

kunnen blijven helpen en over hoe ze hun aanbod ook op peil kunnen houden. We hebben hen, zoals ook toegezegd aan uw Raad, extra middelen gegeven voor 2023 en 2024. Dit jaar is ook echt een

overgangsjaar in aanloop naar de nieuwe nota Financiële bestaanszekerheid. Zoals ik al bij vraag 2 aangaf, hebben meedoen en sport voor kinderen daarin ook een prominente plaats en daarmee is dus ook in die overgang van die regelingen rekening mee gehouden.

De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk rond of er aanvullende vragen zijn. Mevrouw Van der Wilt? Mevrouw Van der Wilt (D66): Voorzitter. Het is goed dat er met dit fonds, maar volgens mij ook met heel veel andere fondsen in de stad hierover wordt gesproken. Tegelijkertijd bekruipt onze fractie ook het idee, net als bij Leergeld, dat er aan de kostenkant er ook een stevig gesprek nodig is,

bijvoorbeeld met scholen en clubs over de stijging. Wordt dat daarin ook meegenomen? Anders zijn we een beetje aan het dweilen met de kraan open.

Mevrouw Oosters (wethouder): Die vraag begrijp ik heel goed en toch zie ik ook in mijn contact met de verenigingen in de stad, zowel van cultuur als van sport dat de maandelijkse lasten voor

bijvoorbeeld energie maar blijven oplopen en dat dit ook effect heeft op de toegankelijkheid van dat

soort verenigingen. Daarom blijft het helaas soms nodig om toch ook nog echt dat steuntje in de rug te geven. Ik ben het met mevrouw Van der Wilt eens dat dit niet het enige moet zijn en dat we ook

aan de aanbodkant moeten kijken, maar nogmaals, het is voor veel verenigingen een ingewikkelde situatie.

De voorzitter: Dank. Tot slot de heer Stam. De heer Stam (PvdA): Ik dank de wethouder voor de antwoorden. We zijn erg blij met de 9 ton die al beloofd is in het uitvoeringsprogramma van de beleidsnota Bestaanszekerheid, maar het gaat mij even om de periode tussen de huidige situatie en de beleidsnota. Is die overbrugbaar? Worden er gesprekken gevoerd om te voorkomen dat het fonds niet plotseling geen middelen meer heeft om jongeren in de stad te supporten? Mevrouw Oosters (wethouder): De heer Stam en ik hebben dit gesprek al vaker met elkaar gehad. Telkens lijken we weer te proberen een gat op te lossen, terwijl we allemaal willen dat het niet valt.

8

Vragenuur van 8 februari 2024 Ook daarop sturen we heel erg met het uitvoeringsprogramma bij de nota Bestaanszekerheid, maar met u zie ik dat dit best een krappe planning is. In die zin zal ik de raad op de hoogte houden van het traject. De voorzitter: Dank u wel. Dat was het voor vandaag. Ik dank jullie allen voor de aandacht. Voor nu wens ik jullie een fijne avond, en wellicht tot vanavond.

De voorzitter sluit daarop, te 17.29 uur, het vragenuur.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=405382ee-513b-48be-bd6a-2350abaf69e4