CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20240201 vragenuur

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 16 november 2023 en 1, 8, 15 en 29 februari 20247.065 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2024 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur 1 februari 2024 Vragenuur, gehouden op donderdag 1 februari 2024 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Stylianou. Aanwezig zijn de leden: Al-Saqaff, Deldjou Fard, Te Hoonte, Sasbrink, Stellinga, Vermeulen, Van Vliet en Van der Wilt.

Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Dolmans, Nederhand en Van Straalen. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Eerenberg en De Vries. Griffier: de heer Corten.

Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal. Welkom bij het vragenuur van vandaag, welkom aan iedereen

op de publieke tribune, welkom aan raads- en commissieleden, de wethouder en ook aan de mensen die ons online volgen via de livestream. Wij hebben vandaag acht vragensets te behandelen. Er zijn twee vragensets over de school bij de Laan van Puntenburg. Vragenset 5 gaat over het behoud van

de school en vragenset 2 gaat over de invulling van de school. Ik stel voor om vraag 5 na de eerste vraag te behandelen. Ik zie daar geen bezwaar tegen en dan gaan we dat zo doen. Wij gaan beginnen met de eerste vragenset.

1. Mondelinge vragen van D66 en Student & Starter over Tijdelijke oplossingen studentenhuisvesting.

Mevrouw Dolmans (D66): Voorzitter! Onlangs werd bekend dat vanaf komende zomer in Groningen in de “piekperiode” studenten bij studentenhuisvester SSH de mogelijkheid krijgen met z’n tweeën

op één kamer te wonen. 401 kamers krijgen een opklapbed dat buiten piekmomenten aan de muur kan worden bevestigd. Het gaat hierbij om “short-stay” studenten, waarbij het de bedoeling is dat het samenwonen maximaal vier maanden duurt. Volgens de SSH is dit een oplossing voor het kamertekort en wordt daarnaast eenzaamheid onder studenten tegengegaan.

De indieners zien, net als VIDIUS studentenunie, dit plan niet als oplossing van het kamertekort, maar eerder als symptoombestrijding. We benadrukken dan ook dat we liever structurele

oplossingen zien. Tegelijkertijd erkennen we dat er in Utrecht een groot probleem is met betrekking tot studentenhuisvesting en dat alle beetjes helpen, ook al zijn ze tijdelijk. Daarom stellen wij de volgende vragen.

Vragenuur van 1 februari 2024 1. Wat vindt de wethouder van de plannen van SSH Groningen en weet hij of SSH Utrecht ook met deze plannen speelt?

2. Is de wethouder het met de vragenstellers eens dat de oplossing van het kamertekort ligt in het realiseren van structureel meer studentenwoningen?

3. Kan de wethouder aangeven wat de stand van zaken is met betrekking tot het realiseren van

structureel meer kamers door onder andere het toevoegen van onzelfstandige woonruimtes, het makkelijker maken van woningsplitsing en de samenwerking met Hospi Housing?

4. Ziet de wethouder de mogelijkheid om ook in Utrecht op zoek te gaan naar andere tijdelijke, snelle oplossingen voor het kamertekort, passend bij de situatie in Utrecht?

De heer De Vries (wethouder): Voorzitter! Wij maken ons natuurlijk ook zorgen over het tekort aan woonruimte, ook voor studenten. In Utrecht zijn er geen concrete plannen voor het delen van kamers. Deze 2-op-1 maatregel is ook minder toepasbaar in de Utrechtse situatie. Is Groningen is er namelijk een piekperiode in het eerste semester en dat zorgt op dat moment voor een enorm tekort aan woningen. In het tweede semester is er zelfs sprake van leegstaande kamers door een tekort aan studenten. In Utrecht geldt dat niet. Wij hebben helaas het hele jaar door een tekort aan studentenwoningen en dit vraagt ook om een andere oplossing.

Het antwoord op de tweede vraag is dat er natuurlijk structureel meer woningen zijn. Dat ben ik met de vragenstellers eens. Tegelijkertijd gaat het ook om de afweging waar dat gedaan wordt, bij welk project dat gebeurt en hoe je zoveel mogelijk aantallen te behalen zijn, onder andere door het realiseren van meer onzelfstandig. Dat gesprek voeren wij altijd in de raad. Wat betreft de derde vraag zien we dat het realiseren van kamers in de nieuwbouw een grote uitdaging vormt. Dat heeft onder andere te maken met de verhouding zelfstandig – onzelfstandig, maar ook met het moderniseren van het puntensysteem. Daar blijven we voor lobbyen, ook richting Den Haag.

We hebben het eerder gehad over versoepeling van de omzettingsvergunning en dat maakt het woningdelen op dit moment makkelijker, al is het door de versoepeling wel moeilijker om zicht te houden op het aantal woningdelers, omdat verhuurders dus minder vaak een vergunning hoeven aan te vragen. Hospi-Housing heeft wel data en zij geven aan op dit moment ongeveer 150 actieve hospita’s in Utrecht te hebben. Splitsen kan natuurlijk in Utrecht, maar ook niet oneindig. Als er te veel woningen in een buurt of in een straat gesplitst worden, kan dit impact hebben op de leefbaarheid. Een goede belangenafweging is dan ook noodzakelijk. Wel gaan wij bekijken wat de mogelijkheid en wenselijk van het stimuleren van splitsen is en de resultaten van het onderzoek zullen we in Q4 met de raad delen, zoals wij al eerder hebben gecommuniceerd.

Het antwoord op de vierde vraag is dat wij ons op de korte termijn richten op het realiseren van het beter benutten van de bestaande voorraad en de tijdelijke woonprojecten. Voor het kerstreces hebben we de raad het plan van aanpak voor het beter benutten van de bestaande voorraad gestuurd, waarin vier actielijnen zijn opgenomen waarop we gaan inzetten. Woningdelen en splitsen maken daar ook deel van uit. Ook bij elk tijdelijk woonproject wordt gekeken of en, zo ja, hoeveel studenten we kunnen huisvesten. Ik wijs in dit verband op de Pagelaan en wellicht Tussen de Rails. Per locatie wordt bekeken hoeveel woningen beschikbaar kunnen worden gemaakt voor studenten of andere urgente doelgroepen. Hierin maken we per project een afweging. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? De indienende partij nog een laatste vraag? Mevrouw Dolmans (D66): Nee, dank voor de beantwoording.

2

Vragenuur van 1 februari 2024

De voorzitter: Dan gaan wij door naar wat eerst de vijfde vragenset op de agenda was, opdat deze voor de tweede vragenset over dit onderwerp behandeld kan worden. 5. Mondelinge vragen van de fractie van de VVD over Een leefbare en groeiende binnenstad vraagt om behoud school aan de Laan van Puntenburg.

De heer Te Hoonte (VVD): Voorzitter! Onlangs werd bekend dat de school aan de Laan van

Puntenburg gaat sluiten. Dat lijkt te komen door het teruglopend aantal leerlingen, maar wij zien ook groei in de stad en in dat gebied volgens de bevolkingsprognoses. Dat is een korte samenvatting van de inleiding. Daarom de volgende vragen.

1. Deelt het college dat in dit deel van de stad het aanbod van scholen beperkt is en een school op deze plek gekoesterd had moeten worden? Zo nee, waarom niet?

2. Herkent het college dat een school hier juist nodig is, ook door de vele ontwikkelingen waarbij woningen in het gebied aan de andere zijde van de Moreelse Brug worden toegevoegd?

3. Het vinden van een nieuwe schoollocatie in de bestaande binnenstad zal niet meevallen. Is het

college daarom bereid deze schoollocatie toe te voegen aan de strategische voorraad en beschikbaar te houden voor onderwijs?

4. Is het college bereid te onderzoeken of een andere schoolkoepel wel kansen ziet om hier duurzaam een school te exploiteren?

Tot slot valt het ons op dat we onlangs de onderwijshuisvestingsplannen hebben vastgesteld. In het artikel staat dat al dit jaar geen nieuwe leerlingen werden aangenomen vanwege de krimp.

5. Was het college op de hoogte van de toekomstige sluiting? En zo ja, waarom heeft dit geen plek gevonden in de plannen over onderwijshuisvesting?

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter! Als antwoord op vraag 1 wil ik iets meer inkleuren, want heet is geen eigenstandige school waar het hier om gaat. Het is een dislocatie, populair een “dependance”, van de Pieterskerkhofschool en die locatie heeft te weinig leerling om als een tweede locatie van die school open te blijven. Dat is overigens waartoe de raad in heel veel onderwijsdebatten het college heeft aangemoedigd, want een locatie waar te weinig leerlingen zitten betekent dat we ook niet zuinig zijn met het gebouw of de leerkrachten die daar zijn. Het is dus nadrukkelijk geen sluiting van een school, maar een sluiting van een tweede locatie van een school. Er zijn acht scholen in de nabijheid en wel de Vrije School, de Agatha Snellenschool, de Koorschool en de Pieterskerkhofschool. Binnen een straal van 1 kilometer hebben we nog de Montessori Buiten Wittevrouwen- en Jenaplan Wittevrouwenschool met twee locaties en direct aanpalend de

Pijlstaartschool. Gezien vanuit dat aanbod, alle bouwplannen en de prognose voor leerlingen van een stijging van het aantal leerlingen in 2040 van 90 leerlingen, zijn wij van mening dat het met dit aanbod te doen is. Het antwoord op vraag 2 is dat we anticiperen op de toekomstige ontwikkelingen, de bouwblokken die naar verwachting tussen 2027 en 2030 gereed zijn. We kijken natuurlijk ook naar de geplande scholen in die gebieden.

Ik ben het met de vragenstellers eens dat het inderdaad ingewikkeld is om een nieuwe schoollocatie in de binnenstad te vinden. Ik zal straks in de behandeling van de tweede vragen ingaan op wat ons met dit pand voor ogen staat. Op de vraag of het mogelijk is dan wel of het college kan onderzoeken of een andere schoolkoepel kansen ziet om hier een school te exploiteren, moet ik antwoorden dat daar een wettelijk traject voor

3

Vragenuur van 1 februari 2024 is. Men zou bijvoorbeeld van de wet Meer ruimte voor nieuwe scholen gebruik kunnen maken. Als dat het geval is, is het op dat moment aan het college om daar een oordeel over te vellen. Het is wel aan scholen zelf om te bedenken of ze een school wensen te beginnen. Nogmaals, gezien de prognose is het hier niet nodig.

Dan over de onderwijshuisvestingsplannen. Die gaan vooral over toekomstige nieuwbouw en renovaties en die houden niet zozeer rekening met de exploitatie van scholen op dit moment. De school staat er wel in als een toekomstige renovatie, want het gebouw is niet bepaald energiezuinig. Los van wat er staat te gebeuren – en daarmee heb ik alvast een antwoord aan de volgende vragenstellers gegeven – wordt vanuit het Vastgoedbedrijf het gebouw gerenoveerd en duurzaam gemaakt. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Voorzitter! Mijn vraag hangt samen met de volgende vraag. De voorzitter: Als het echt over de volgende vraag is, zou ik even wachten. Dan gaan wij terug naar de VVD. De heer Te Hoonte (VVD): Wordt bij de renovatie die nu gepland wordt de mogelijkheid om het als school te gebruiken ook meegenomen in de manier waarop wordt gerenoveerd? De heer Eerenberg (wethouder): Ja, maar ik geloof dat leden van deze raad ook graag willen mixen, waarover later meer. De voorzitter: Dank u wel. Dat is een mooie brug naar de vraag wat dan te doen met het gebouw en dus de volgende set vragen. Deze worden gesteld door D66. 2. Mondelinge vragen van de fracties van D66, Student & Starter, Horizon, PvdA, ChristenUnie en GroenLinks over Wij willen meer mixen.

De heer Van Vliet (D66): Voorzitter! Wij hebben dezelfde inleiding als de VVD en daarom sla ik die over voor het eerste deel. Wel wil ik er nog aan toevoegen dat deze raad op 10 november 2022 de motie “Mixen maar!” heeft aangenomen, die oproept tot het mixen van functies zoals wonen – ook specifiek voor leraren – sport, onderwijs, kinderdagverblijf, buurtfunctie, broedplaatsen,

bedrijvigheid, geloofsgemeenschappen, et cetera. De vragenstellers zien nu een uitgelezen kans voor dit pand om de “Mixen maar!” motie uit te voeren. Dat brengt ons tot de volgende vragen.

1. Is het college bereid om de motie “Mixen maar!” uit te voeren in dit pand en dus met partijen in gesprek te gaan die vallen in de eerder genoemde categorieën?

2. Aan welke functies denkt het college in het bijzonder om dan wel tijdelijk, dan wel permanent te huisvesten in dit pand? En is het wellicht interessant om dit oude idee over de musicalschool te bekijken? 3. Wanneer denkt het college deze gesprekken te kunnen afronden en daarover te rapporteren aan de raad?

4

Vragenuur van 1 februari 2024 De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter! Uiteraard is het college bereid om te verkennen wat de opdracht van de motie op deze locatie betekent. We gaan in gesprek met allerlei beleidsvelden over de vraag wat dit gebouw voor de stad kan betekenen. Los daarvan gaan we rondom de zomer van 2024 plannen voor renovatie ontwikkelen. Het is overigens tot de zomer van 2024 gewoon nog in gebruik. We moeten het gebouw vooral verduurzamen en gebruiksvriendelijk voor de toekomst maken.

De functie waarover in de tweede vraag wordt gesproken, is in het bestemmingsplan, het omgevingsplan als “maatschappelijk” bestemd. Dat is ook het vertrekpunt van het gesprek. Zomaar iets anders doen, zal niet zo eenvoudig zijn. We gaan nu inventariseren of er maatschappelijke functies zijn – onderwijs kan er daar ook een van zijn – die op die plek in de binnenstad aan de rand van het Stationsgebied wat kunnen toevoegen. Dat kan misschien handig zijn in “schuifoperaties” in het onderwijs en wellicht ook in het voortgezet onderwijs. Er wordt ook specifiek naar musicalschool gevraagd. Ik besef dat er in mijn jeugd een aantal opties niet waren, maar dat is een ander verhaal. Als een musicalschool als een volledige school wenst te opereren, zullen zij ook een aanvraag moeten doen volgens de wet die ik eerder heb genoemd. Zij moeten dan echt ook als school starten en het proces doorlopen. Als het gaat om meer buitenschoolse activiteiten, zou dat zeker op zo’n

plek kunnen, maar dan is het aan de musicalschool om zich te melden om te kijken of het gebouw en de huurprijs past.

In de derde plaats wordt gevraagd wanneer het college denkt een en ander af te ronden. Naar aanleiding van deze vragen en de vorige gaan we rond de programmabegroting 2024 in het najaar van dat jaar informeren hoe we ervoor staan. Dan zullen we de raad laten zien dat we in beginsel naar een maatschappelijke functie zoeken. Wij denken aan onderwijs, maar iets breder dan primair onderwijs. Wie weet, is er meer mogelijk, maar dat zullen we zien. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Op dit moment zitten in het gebouw ook leerlingen van het Descartes College. Zijn er al plannen wat betreft die leerlingen en die school? De heer Eerenberg (wethouder): Daar lopen gesprekken over. Zodra de school gerenoveerd wordt, is het sowieso lastig om daar te blijven zitten. Ik wil niet op de gesprekken vooruitlopen, maar het lijkt erop dat die relatief kleine groep leerlingen een plek kan vinden in andere gebouwen en ook op zo’n manier dat de school te exploiteren is. De voorzitter: Zijn er nog andere partijen? Nee, dan gaan we terug naar D66 als indienende partij. Mevrouw Van der Wilt (D66): De wethouder verwijst naar “Mixen maar!”, maar het idee achter de motie was juist om in de onderwijshuisvesting zonder de functie op te heffen ook op andere plekken te huisvesten. Dat was technisch ook uitvoerbaar, begreep ik. Het is ook onderdeel van de UOA, het integrale huisvestingsplan.

Ik heb het idee dat de wethouder het nu wel weer heel smal houdt naar alleen huisvesting en besteding voor onderwijs, maar waarom niet breder kijken als dat juist de intentie van de motie was? De heer Eerenberg (wethouder): Ik heb in de beantwoording gezegd dat ik breder zou kijken binnen het bestemmingsplan, want dat maakt het leven een stuk makkelijker. Dat betekent dat je allerlei maatschappelijke functies daar zou kunnen huisvesten. Als de raad iets heel anders wil met deze locatie, bijvoorbeeld commerciële functies of wonen, voeren we een ander gesprek. Dan is namelijk de vraag of het pand dat aankan. Het is een mooi pand op een mooie plek, dus daar hebben we ook

5

Vragenuur van 1 februari 2024 voorzichtig mee om te gaan. Daarom begint de zoektocht bij de functie “maatschappelijk”, maar dat is heel breed. Het kan ook een huiskamer zijn. We hebben tegenwoordig ook sociale makelaars en die zullen we vragen wat hier binnen het bestemmingsplan een goede toevoeging zou zijn. Dat kan zomaar iets anders zijn dan onderwijs. De voorzitter: Dank u wel. We gaan door naar de volgende set vragen van vandaag. 3. Mondelinge vragen van de fracties van PvdD en GroenLinks over Woonin sloopt weer groen. Mevrouw Sasbrink (PvdD): Voorzitter! De Partij voor de Dieren kreeg vrijdag een spoedmelding van bewoners van een appartementencomplex in Tuindorp over het radicaal snoeien van het groen rondom dit complex. Dit heeft onder meer tot gevolg dat meerdere egels die daar in winterslaap lagen zijn verstoord en moesten vluchten. De verwachting is dat de egels deze verstoring niet overleven. Bovendien is de egel een beschermde diersoort, die niet verstoord mag worden. We hebben bewoners gevraagd hier een melding over te doen bij de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD). Woonin gaf aan dat het niet melden van deze snoeiwerkzaamheden “een foutje” was en dat ze

het niet met opzet niet gemeld hadden aan bewoners. Dit is het zoveelste “foutje” en de zoveelste “sorry” van Woonin rond het slopen van groen. Verschillende partijen stelden in deze raad al vragen over verschillende voorbeelden van misstappen door deze corporatie op dit gebied en het college zegt steeds dat het onze verontwaardiging en teleurstelling wil delen, maar ondertussen blijft het keer op keer misgaan.

Wij zijn het zat en hebben samen met GroenLinks de volgende vragen. 1. Wat is de mening van het college over deze zoveelste misstap van een woningcorporatie rond groen en wilde dieren?

2. Waarom is het per se nodig geweest om het groen rond het appartementencomplex zo radicaal te snoeien en de egels te verstoren?

3. Wat gaat het college doen om Woonin en andere woningcorporaties voor eens en altijd duidelijk te maken dat het afgelopen moet zijn met dit soort “foutjes”, met illegale bomenkap en met verstoring van wilde dieren die het al zo ongelofelijk zwaar hebben? Komt er dan nu een last onder dwangsom, en zo nee, waarom niet? Is er wat anders mogelijk?

4. Is het college bereid om de prestatieafspraken op dit punt aan te scherpen en andere maatregelen te nemen om te voorkomen dat dit soort misstanden ooit nog in Utrecht plaatsvindt? De heer De Vries (wethouder): Voorzitter! Net als de vragenstellers betreuren wij natuurlijk deze gang van zaken. Wij staan voor een groene en leefbare stad, voor mensen en ook voor dieren. Wij willen juist ook dat het groen meegroeit met de stad en dus vinden wij elke vorm van onnodige verwijdering van groen onacceptabel.

Daarmee ga ik direct door naar het antwoord op de tweede vraag. Wij hebben natuurlijk contact opgenomen met Woonin. Het gaat om groene hagen bij het complex aan de Ornsteinsingel en Woonin heeft verklaard dat zij de bewoners vooraf hebben geïnformeerd middels een brief, maar deze brief is door een omissie echter niet bij alle inwoners van het complex bezorgd. Dat vinden ze natuurlijk ook erg spijtig. De buurtbeheerder van Woonin heeft enkele bewoners gesproken die de brief niet hebben gehad en heeft daar ook excuses voor gemaakt. Deze brief hebben wij gezien en daarin staat dat de oude hagen worden verwijderd, dat er vervolgens nieuwe hagen worden geplant en dat er wordt gesnoeid. Wat betreft de egels heeft Woonin verklaard dat de hovenier door twee

6

Vragenuur van 1 februari 2024 bewoners werd aangesproken over de aanwezigheid van egels. De hovenier heeft tegen deze bewoners gezegd voorzichtig te werk te gaan en bladeren onder de struiken ongemoeid te laten als plek om te overwinteren. Volgens Woonin heeft de hovenier geen enkele egel gezien. Verder laat Woonin ook weten dat zij professionele hoveniers inhuurt die gecertificeerd zijn volgens de regels van de Wet natuurbescherming en de werkzaamheden conform regelgeving uitvoeren.

Dan het antwoord op de derde vraag. Bij elke situatie moet er natuurlijk eerst worden nagegaan of er een overtreding is en welke overtreding is begaan. Dat vergt een melding en onderzoek. Vooralsnog betwijfelen of hier in deze situatie een overtreding is begaan. De egels in de provincie zijn vrijgesteld voor ruimtelijke ingrepen, zoals ruimtelijke ontwikkelingen, beheer en onderhoud. Verstoring van egels is in dit kader niet verboden en is geen directe overtreding van de natuurwetgeving. Daarnaast is de gemeente bevoegd om te handhaven bij bijvoorbeeld illegale kap van bomen, zoals vastgesteld in de beleidsregel Handhaving illegaal vellen of beschadigen van bomen, waarvan ook in dit geval geen sprake lijkt te zijn. Wij hebben naar aanleiding van deze vragen ook contact gehad met onze ecoloog en hier wordt aangegeven dat egels ook vaak een nieuwe plek zoeken om te overwinteren als ze verstoord worden. Ze hebben soms ook al meerdere plekken gehad, omdat ze soms

tussentijds ook ergens anders naartoe moeten. Ze verhuizen soms ook naar een ander nest als hun

slaapplek niet warm genoeg is. Tijdens zachte winters kunnen ze ook een periode wakker blijven. Ze hoeven hier dus niet aan dood te gaan. Als er overigens wel sprake blijkt te zijn van een overtreding door een woningcorporatie – dus illegale kap – kunnen we hierop handhaven. In zo’n geval kunnen we een herplantplicht met last onder dwangsom opleggen.

Dan het antwoord op de vierde vraag. Als er sprake is van een illegale activiteit, is dat een overtreding en hebben wij of andere overheden bijvoorbeeld bij overtreding van de natuurbeschermingswet de mogelijkheid om handhavend op te treden. Dat kan bijvoorbeeld door een last onder dwangsom. Tot slot wijs ik erop dat er altijd de mogelijkheid is om vanuit het college in gesprek te gaan over vermeend ongewenst gedrag van corporaties. Daarvoor is een aanscherping van de samenwerkingsafspraken niet nodig. De inkt is net droog en we hebben altijd de ruimte om daarover met elkaar het gesprek aan te gaan. De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen, ook niet van de Partij voor de Dieren. Dan gaan wij door met vragenset 4. Wij zijn overigens tien minuten later begonnen, en dat betekent dat wij doorgaan tot tien over zes. 4. Mondelinge vragen van de fracties van PvdD, Stadsbelang Utrecht, GroenLinks en ChristenUnie over Lichtvervuiling Stadion Galgenwaard.

Mevrouw Sasbrink (PvdD): Al enkele weken hebben mens en dier overlast van lichtvervuiling vanuit Stadion Galgenwaard. Het is nog steeds niet duidelijk wie wat hieraan kan doen. Daarom hebben onze partijen, die zich net als omwonenden zorgen maken over de gevolgen hiervan voor de gezondheid van mens en dier de volgende vragen.

1. Kan de gemeente Utrecht – eventueel in samenspraak met de RUD - ingrijpen bij deze lichtvervuiling en zo ja, wanneer en hoe grijpt het college in? Zo nee, wat is er wél mogelijk vanuit het college? 2. Is het college het met ons eens dat het zeker niet wenselijk is als er nog meer van dergelijke lampen bij komen in het stadion en wat kan het college – eventueel in samenspraak met de RUD doen om te voorkomen dat dit gebeurt? De Partij voor de Dieren loopt er vaker tegenaan dat de gemeente Utrecht niet kan ingrijpen bij

7

Vragenuur van 1 februari 2024 grote lichtvervuiling, zoals eerder bij de parkeergarage bij Galgenwaard en een parkeergarage bij de Jaarbeurs met grote bouwlampen die (ook) naar boven uitstraalden (of nog steeds uitstralen).

3. Welke mogelijkheden ziet het college en welke inspanningen wil het college verrichten om lichtvervuiling op particulier terrein terug te dringen, omdat dit tevens grote gevolgen heeft voor de mensen en dieren in de openbare ruimte? De heer De Vries (wethouder): Voorzitter! Het is op dit moment nog in onderzoek of er sprake is van overtredingen. Zoals u waarschijnlijk hebt gelezen, is het een nieuw soort verlichting waarvan bekeken moet worden of de bestaande regelgeving hierop van toepassing is. Ook zoeken we uit hoe de Omgevingswet van toepassing is met alle veranderingen die plaats hebben gevonden. Mogelijk zouden extra voorschriften opgelegd of opgesteld kunnen worden. Mocht er sprake zijn van een overtreding, dan treden we uiteraard handhavend op. Het onderzoek zal naar verwachting in elke weken worden afgerond.

Dan het antwoord op de tweede vraag. We zijn het natuurlijk met u eens dat het niet wenselijk is. Echter moet er natuurlijk eerst geconstateerd worden of er sprake is van een overtreding dan wel of wellicht extra voorschriften opgelegd kunnen worden. Mocht er volgens de huidige regelgeving geen sprake zijn van een overtreding, dan gaan we hier natuurlijk over in gesprek met de Galgenwaard, maar in dat geval zijn we afhankelijk van hun medewerking.

Het antwoord op de derde vraag is dat het opnemen van nadere regels in het Omgevingsplan in theorie een mogelijkheid is. Hiervoor is echter een analyse nodig van aard en omvang van de problematiek op basis waarvan vervolgens beleid ontwikkeld kan worden. Dat kost capaciteit en ook expertise die wij op dit moment niet hebben of kunnen inzetten. Dit gaan we de eerstkomende periode daarom ook nog niet doen. We geven eerst prioriteit aan andere acties die nodig zijn met de invoering van de Omgevingswet. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks): Voorzitter! Los van de vraag of het een overtreding is of niet, mens en dier hebben hier last van, hoe je het ook wendt of keert. In deze stad houden wij rekening met elkaar. Ik begrijp dat het formeel niet kan, maar mijn verzoek is of het college bereid is om met FC Utrecht in gesprek te gaan met een oproep om rekening te houden ook met deze geluiden. De heer De Vries (wethouder): Dat is exact wat ik heb gezegd in mijn beantwoording. Als het geen overtreding is, gaan we het gesprek aan. De voorzitter: Ik ga niet terug naar de indienende partij, want zij heeft geen spreektijd meer over. Wij gaan door naar vragenset nr. 6. 6.

Mondelinge vragen van de fracties van VVD, CDA, ChristenUnie, Utrecht Solidair, UtrechtNu! en Horizon over Bescherm ondernemers en maatschappelijke partners tegen antisemitische bedreigingen en intimidaties.

Mevrouw Al-Saqaff (VVD): Voorzitter! Op 27 januari verscheen een artikel in het AD over Israëlische sporters die geweigerd werden op een klimevent in Utrecht en op 28 januari verscheen een artikel in De Telegraaf over het cancelen van een collegereeks over de Holocaust. In beide artikelen geven betrokkenen aan dat het besluit werd genomen omdat er sprake was van intimidatie en

8

Vragenuur van 1 februari 2024 bedreigingen, waardoor de veiligheid van de klimmers dan wel sprekers en bezoekers niet kon worden gegarandeerd. Daarnaast werd er ook druk ervaren van actiegroepen die de situatie in Nederland linken aan het Israëlisch-Palestijnse conflict. De fracties hebben daarover de volgende vragen.

1. Is het college het met de indieners eens dat ondernemers en organisaties in Utrecht niet onder druk gezet mogen worden door intimidaties en bedreigingen?

2. Heeft het college signalen ontvangen van andere ondernemers, evenementorganisatoren of maatschappelijke partners over druk of intimidatie met betrekking tot het cancelen van evenementen waarbij inwoners uit de joodse gemeenschap betrokken zijn?

3. Welke stappen kan en gaat het college nemen om ondernemers, evenementorganisatoren of andere maatschappelijke partners te steunen hierin?

4. Is het college bereid om in gesprek te gaan met ondernemersverenigingen en bijvoorbeeld het CIDI over hoe het beste melding en weerstand geboden kan worden aan deze vorm van intimidatie? Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! Gelet op de actualiteit kan ik mij deze vragen zeer goed voorstellen. Ja, ik ben het er volmondig mee eens dat ondernemers en organisaties niet onder druk gezet mogen worden door intimidaties en bedreigingen. Ik heb op dit moment geen andere signalen dan de twee situaties die mevrouw Al-Saqaff heeft genoemd. We hebben de afgelopen dagen ook opnieuw de oproep gedaan om dergelijke signalen met ons en de politie te delen. Ik wil die oproep hier herhalen. We zien dat sommige organisaties in Utrecht door het conflict in Gaza worstelen met onderwerpen die daaraan raken. De gebeurtenissen hebben natuurlijk een grote impact, ook op onze stad. Ik spreek geregeld met vertegenwoordigers, zowel van de joodse gemeenschap die daar heel veel emotie bij voelen, maar die ook gisteravond met jongeren met een islamitische achtergrond spraken. Ook zij voelen grote zorgen. Je merkt dat dit leeft in de stad en

dat heel veel mensen daarmee bezig zijn en dat dit voelbaar en zichtbaar is. Op zo’n moment is het dus ontzettend belangrijk dat er binnen de grenzen van de wet ruimte is en blijft bestaan voor

uiteenlopende opvattingen, ook over dit conflict. Mensen kijken er verschillend naar en dat kan er

ook weleens toe leiden dat je als organisatie een overhaast besluit neemt. Dat moet je niet doen en we hebben organisaties en personen die te maken hebben met intimiderende berichten gezegd dat zij contact met ons op moeten nemen. Wij kunnen samen met de politie kijken naar wat er

binnenkomt en wat dat betekent. We kunnen ook helpen om evenementen veilig te organiseren. Het antwoord op de laatste vraag is dat wij altijd bereid zijn tot een gesprek met alle betrokken partijen. Die contacten zijn er ook en gelukkig worden we ook benaderd, maar soms helaas op een moment dat we niet meer meteen kunnen handelen. Ik hoop dat men dat nu wat meer aan de voorkant doet. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Ja, GroenLinks. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks): Voorzitter! Wat ons betreft, mogen mensen niet gediscrimineerd worden om hun geloof en afkomst. Daarnaast, kritiek hebben op de regering van Israël is geen antisemitisme. Utrechters die zich uitspreken over Israël hebben regelmatig te maken met dreigende situaties. Dat zijn ook joodse Utrechters. Is de burgemeester bereid zich meer actief hard te maken voor de veiligheid van deze mensen in Utrecht?

9

Vragenuur van 1 februari 2024 Mevrouw Dijksma (burgemeester): Dat doen wij, zonder aanziens des persoons, voor iedereen die zich meldt. Als mensen uit deze groepen zich melden, willen wij ons daar ook zeker voor inzetten. In de vraag zit toch wel de suggestie of misschien wel de ondertoon alsof wij dat niet zouden doen en dat wil ik toch wel tegenspreken, maar we moeten het wel weten. Ik merk dat het conflict in het Midden-Oosten inderdaad impact heeft op de stad en kritiek op de Israëlische regering is zeker geen antisemitisme, maar als mensen zich op een manier uiten waardoor anderen zich genoodzaakt voelen om dingen niet meer te durven organiseren, gaan we natuurlijk wel een grens over. Volgens mij is dat het smalle pad waar we met elkaar op moeten blijven. Dat vraagt heel veel discipline. De heer Van Straalen (ChristenUnie): Voorzitter! Ik dank de burgemeester voor haar inzet op dit thema. We weten vanuit andere steden dat joodse studenten zich niet altijd veilig weten op de universiteiten.

Weet de burgemeester of er ook joodse studenten aan Utrechtse onderwijsinstellingen studeren die zich onveilig voelen of gevoelen van onveiligheid ervaren? Hoe is daar aandacht voor? Mevrouw Dijksma (burgemeester): Zoals gezegd, heb ik regelmatig contact met verschillende vertegenwoordigers van de joodse gemeenschap in Utrecht en ik weet dat dit type emoties inderdaad breder leven in het land en ook zeker ongetwijfeld in onze stad. Om die reden hebben we ook juist contact met de verschillende groepen, dat wil zeggen de joodse vertegenwoordigers, maar ook vertegenwoordigers vanuit de Palestijnse gemeenschap. We proberen ook steeds tegen hen te zeggen dat zij het ons moeten melden als dit bij hen speelt. Dan kunnen we er ook iets mee. Wat betreft de veiligheidssituatie in meer algemene zin of bij de instellingen lijkt het mij beter dat ik daarover geen mededelingen doe, want dat is ook operationele informatie. Mevrouw Al-Saqaff (VVD): Voorzitter! Ik dank de burgemeester voor de heldere antwoorden. Wij vragen ons nog wel af of er zicht is op de groepen waar die intimidatie of druk vandaan komt en of die ook gemonitord worden. Mevrouw Dijksma (burgemeester): Bij de betrokkenen hebben wij opgevraagd wat zij binnenkrijgen. De politie kijkt daarnaar en, als dat nodig is, uiteraard ook door de hoofdofficier van Justitie.

Ik hoop dat we daardoor ook een beter beeld krijgen, maar niet al die berichten zijn met naam en toenaam. Wat als bedreigend wordt ervaren, is ook daadwerkelijk een dreigement. Sommige berichten kunnen weliswaar heel stevig zijn, maar zijn niet per definitie daarmee een dreigement. De voorzitter: Wij gaan door naar de volgende set vragen. 7. Mondelinge vragen van de fracties van Volt, stadsbelang Utrecht, VVD en PvdD over Base Metal fabriek.

Mevrouw Nederhand (Volt): Voorzitter! Op 31 januari 2024 kwam in het nieuws dat Base Metal

fabriek in De Meern niet veilig weet om te gaan met nikkelpoeder, wat bij inademen kanker kan veroorzaken en bij aanraking met zuurstof spontaan in brand vliegt.

De Base Metal fabriek heeft een verleden van gevaarlijke situaties en milieuvervuiling. Het nieuws van 31 januari past daarmee dan ook in een patroon.

Daarom hebben Volt, Stadsbelang Utrecht, VVD en Partij voor de Dieren de volgende vragen.

1. Deelt het college de zorgen van de fracties rondom de veiligheid van deze fabriek, de impact op de gezondheid van omwonenden en het milieu?

10

Vragenuur van 1 februari 2024 2. Op welke manier is de gemeente betrokken bij de veiligheid voor mens, dier en milieu rondom deze fabriek?

3. Is de gemeente in gesprek met de fabriek om grip te krijgen op de situatie?

4. Welke stappen gaat het college nemen om de situatie rondom deze fabriek structureel te verbeteren?

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter! Ik vervang collega Oosters voor de beantwoording. Ja, het college deelt de zorgen van omwonenden en van de fracties. Deze zorgen bestaan al enige tijd. Wat ingewikkeld is, is dat de gemeente hier niet het bevoegd gezag is; dat is de provincie. Het is ook niet onze RUD die hier aan zet is om te handhaven, te controleren en te doen, maar de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Collega Oosters zal met de provincie in contact treden om door te geven dat de raad deze zorgen heeft, dat deze al lang leven en dat de situatie ons ook in die zin zorgen baart en verbeterd moet worden. Zij zal ook contact zoeken met de locatie om zich te laten informeren, maar wel op zo’n manier dat het bevoegd gezag blijft liggen waar het ligt.

Ter aanvulling op de vragen merk ik op dat de laatste incidenten vooral incidenten zijn geweest die heel onveilig zijn geweest, ook binnen de fabriek. Dat betekent dat inmiddels ook de Arbeidsinspectie erbij betrokken is om te kijken of er geen dermate onveilige werkomstandigheden zijn dat daar ook wat mee moet gebeuren.

Over de betrokkenheid in de tweede vraag heb ik al wat gemeld. Die gaat via de provincie en collega Oosters laat zich informeren hoe dat loopt.

Het antwoord op vraag 3 heb ik al gegeven. We gaan het contact leggen, maar wel vanuit een zuivere rolverdeling omdat dit helpt bij handhaving. Daarmee heb ik ook de vierde vraag beantwoord. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Nee? Dan gaan wij terug naar de indienende partij. Mevrouw Nederhand (Volt): Voorzitter! We vragen ons dan toch af welke indicatoren nodig zijn om de situatie rondom de fabriek structureel te verbeteren. Hoe staat het college daarin? De heer Eerenberg (wethouder): Wat er concreet nodig is om de situatie in en buiten de fabriek te verbeteren, is natuurlijk gewoon aan de eigenaar. Hij runt een fabriek en het is zijn verantwoordelijkheid om dat veilig te doen. Vervolgens ziet de Omgevingsdienst daarop toe en de provincie is het bevoegd gezag. De eerste stap is om te kijken of de fabriek zich niet aan de geldende regels houdt en of dat het probleem is. Of hebben we – de provincie – niet de goede regels gesteld? Dat is nu nog niet te zeggen, maar zodra het voor collega Oosters duidelijk is of er van het eerste of het tweede sprake is, zal zij u een brief sturen waarin dat staat. De voorzitter: Duidelijk. Ik zie blije gezichten. We gaan naar de laatste vragenset van dit vragenuur. 8. Mondelinge vragen van de fractie van het CDA en Utrecht Solidair over Langs het tuinpad van mijn vader.

De heer Stellinga (CDA): In 2001 is de gemeente Vleuten-De Meern opgegaan in de gemeente

Utrecht, ondanks een referendum met een opkomst van 84 procent, waarbij bijna 98 procent van de bevolking van de oude gemeente stemde tegen de herindeling en voor zelfstandigheid. Om hen tegemoet te

11

Vragenuur van 1 februari 2024 komen, besloot de Utrechtse gemeenteraad in 2001 dat de drie woonplaatsen De Meern, Vleuten en Haarzuilens officiële woonplaatsen zouden blijven en dat zijn ze nog altijd.

Bewoners van de huidige wijk Vleuten-De Meern in de gemeente Utrecht ervaren nog steeds het dorpse karakter van de drie dorpen. Sprake is van hechte dorpsgemeenschappen, wat onder

meer voelbaar is bij de Dodenherdenking op 4 mei en tijdens andere evenementen. Onbekenden

groeten elkaar op straat – daar hoef je hier in Utrecht niet om te komen – mensen kijken naar elkaar om en letten op elkaar. Ze voelen zich nog steeds meer Vleutenaar, Merenees of Haarzuilenaar dan Utrechter.

Vorige week ontving de raad een brief van een inwoner van de dorpen, die aangaf dat niemand in deze dorpen het gevoel heeft in de stad te wonen en dat het niet weergeven van de naam van het dorp door veel inwoners van de dorpen als onaangenaam wordt gevoeld. Wij hebben hierover de volgende vragen.

1. Hoe reflecteert het college in algemene zin op het dorpse karakter van De Meern, Vleuten en

Haarzuilens? Deelt het college de mening dat dit beschermd moet worden? Of beschouwt het

college dit karakter als iets wat mettertijd zal verdwijnen door het vastbouwen van de dorpen aan Leidsche Rijn?

2. Bestaan er in Vleuten, De Meern en/of Haarzuilens dorpsraden of andere gremia, waarin

dorpsbewoners worden vertegenwoordigd die richting de gemeente en andere instanties

opkomen voor specifieke dorpsbelangen? Zo ja, hoe vaak heeft de gemeente contact met deze

raden of gremia en wanneer was het laatste contact? Zo nee, is het college bereid dergelijke raden of gremia als gesprekspartner te aanvaarden, als deze worden opgezet?

3. Volgens de website van de gemeente is in Vleuten-De Meern een wijkplatform in ontwikkeling. Volgens een raadsbrief van 25 mei 2022 is het stadium van ontwikkeling van het wijkplatform Vleuten-De Meern: “(nog) niet gelukt”. Wat is hiervan nu de status?

4. Is het college van mening dat één wijkplatform voor Vleuten-De Meern – waaronder ook

Haarzuilens – als geheel recht doet aan de feitelijke situatie? Of kan het college zich er ook in

vinden in dat er gekeken wordt naar de vertegenwoordiging van burgers op het niveau van de dorpen? Zo nee, waarom niet?

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter! Wederom vervang ik collega Oosters, maar nu in de rol van wethouder participatie. De heer Stellinga vraagt ons te reflecteren op de kracht van de dorpen in onze gemeente. Dat is het college zeer met hem eens, want deze dorpen hebben een zeer eigen karakter. Dat zijn wij ook met elkaar eens en dat hebben wij ook opgeschreven. In de Omgevingsvisie hebben wij voor Vleuten-De Meern vastgesteld dat wij dit blijven ontwikkelen met behoud van het dorpse karakter. Vraag 2 bestaat uit heel veel vragen, maar ik ga ze niet samenvatten. Er bestaan zeker actieve bewonersorganisaties in Vleuten-De Meern en Haarzuilens, zoals Hoor de Haar, Odeveld in VleutenDe Meern en de Buren van Rijnenburg. Met al deze clubs probeert de gemeente goed contact te houden. De wijkwethouder, collega Van Hooijdonk heeft laatst ook kennis gemaakt met Hoor de Haar. In diverse participatietrajecten nodigen we dat soort organisaties proactief uit. We staan daar dus zeer voor open.

Dan het wijkplatform Vleuten-De Meern en de ontwikkeling daarvan. Ik ben het met de vragensteller eens dat dit nog steeds in ontwikkeling is en het wijkbureau werkt daar heel hard aan. Collega Oosters heeft de raad in een eerdere behandeling toegezegd dat de raad in het derde kwartaal een brief krijgt. Alle Vleutenaren en Merenezen zijn van harte uitgenodigd om zich aan te melden voor dat wijkplatform.

12

Vragenuur van 1 februari 2024 In antwoord op de laatste vraag – één wijkplatform of los voor verschillende dorpen – kan ik zeggen dat het wat het college betreft allebei. Als je het samen doet en je doet het voor het gehele gebied, zal het wat makkelijker zijn om een clubje mensen te vinden, maar aan de andere kant is Haarzuilens echt iets anders dan De Meern en is het weer goed om het te scheiden. Het college heeft er geen voorkeur in.

Tot besluit wil ik nog een opmerking maken over de dorpsjeugd. …

De dorpsjeugd klit wat bij elkaar

In minirok en Beatlehaar en joelt wat mee met beatmuziek Ik weet wel het is hun goeie recht De nieuwe tijd, net wat u zegt …

De voorzitter: Het lokt een mooi gedicht uit. Zijn er aanvullende vragen? Nee, dan gaan wij terug naar het CDA dat nog vier seconden heeft om een vraag te stellen. De heer Stellinga (CDA): Voorzitter! Welke gedachten zitten er achter de wijk Vleuten-De Meern? Het is de grootste wijk van Utrecht met het grootste aantal inwoners. Waarom hebben we drie verschillende plaatsen binnen één wijk in Utrecht? De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter! Dat heeft een heel lange geschiedenis waar ik ook niet persoonlijk bij betrokken ben geweest, dus ik kan die vraag niet uit het hoofd beantwoorden, anders dan dat onze indelingen lang niet altijd aansluiten bij hoe mensen zeggen dat ze leven. Ik ken weinig mensen die bijvoorbeeld zeggen dat ze in Noordoost wonen terwijl ze in Voordorp wonen. De schaal waarop mensen wonen is vaak een heel andere dan de grenzen die wij hebben, maar die grenzen zijn soms zo getrokken dat het heel praktisch is om een aantal zaken te organiseren. Laten we ons daar niet te veel door afleiden en laten we vooral doen wat de mensen willen. Als Haarzuilens zich los wil verenigen, is zij van harte welkom. Als zij het samen wil doen, dan ook. De voorzitter: Dank u wel. Dit was het. Hartelijk dank voor uw aanwezigheid. Ik wens iedereen een fijne avond en tot de volgende keer.

De voorzitter sluit daarop, te 17.59 uur, het vragenuur.

13

Vragenuur van 1 februari 2024 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 1 februari 2024.

Mondelinge vragen van de fracties van Volt, stadsbelang Utrecht, VVD en PvdD over Base Metal fabriek.

Wethouder Oosters

• zal de raad, zodra de conclusies van de provincie Utrecht en de omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied bekend zijn, informeren of de Base Metal fabriek zich aan de geldende regels houdt dan wel of de provincie de regels wil veranderen.

Mondelinge vragen van de fractie van het CDA en Utrecht Solidair over Langs het tuinpad van mijn vader.

Wethouder Oosters • zal de raad in het derde kwartaal een raadsbrief sturen over de ontwikkelingen met betrekking tot het wijkplatform Vleuten-De Meern.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=fc24647a-e30c-4dc7-90fe-4f02c6389a89