20240125 vragenuur
Tekst van het document
2024 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur 25 januari 2024
Vragenuur, gehouden op donderdag 25 januari 2024 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard. Aanwezig zijn de leden: Aït Daoua, Maas, Peters en Sasbrink. Voorts is aanwezig het commissielid: A. Stam. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Van Hooijdonk, Oosters en De Vries.
Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal. Welkom aan allen die thuis met ons meekijken, de mensen op
de publieke tribune, raadsleden en commissieleden, de burgemeester en de wethouder. Wij beginnen met het vragenuur van donderdag 11 januari en we hebben vier vragensets. De eerste vragen worden gesteld door de PvdD.
1. Mondelinge vragen van de PvdD over Waar kunnen de spreeuwen nu slapen? Mevrouw Sasbrink (PvdD): Voorzitter. Na een lang vergunningstraject zijn vorige week de bomen op het schoolplein van De Fakkel gekapt. Deze bomen zijn de slaapplaats van een grote spreeuwenkolonie die hier overwintert. Op het moment dat in september de vergunning verleend werd, waren de spreeuwen nog niet in Utrecht gearriveerd. Nu het hartje winter is waren ze er echter wel en met de kap van vorige week is hun verblijfplaats vernietigd. 's Ochtends zijn de spreeuwen hun dagelijkse zoektocht naar eten begonnen en bij het terugkeren in de avond was hun veilige slaapplaats weg. Los van de wenselijkheid van deze kap, waar de PvdD het overigens niet mee eens is, is met deze kap op dit moment de overwinteringsplaats van honderden spreeuwen vernietigd. Hierover hebben we de volgende vragen.
1. Wat vindt het college ervan dat de slaapplaats van deze spreeuwenkolonie is vernietigd? 2. Hoe vaak, in welke periode en door wie is vooraf aan de kap gemonitord of er vogels aanwezig waren? 3. Waarom is aan de velvergunning niet de voorwaarde verbonden om te wachten met kappen tot de spreeuwenkolonie in het voorjaar weer terug zou gaan naar het noorden?
Vragenuur van 25 januari 2024 De herplant, zoals is afgesproken voor de vergunning, voegt geen waarde toe als verblijfplaats voor spreeuwen. Als Partij voor de Dieren maken we ons zorgen over het feit dat er steeds minder verblijfplekken zijn voor spreeuwen in de stad, dit terwijl het aantal spreeuwen in een zorgelijk tempo afneemt.
4. Welke mogelijkheden ziet het college om in de directe omgeving van de verdwenen verblijfplaats in Tuinwijk op korte en langere termijn iets voor spreeuwen te betekenen door het toevoegen van dichte en groenblijvende bomen en heesters?
5. Wat zou er, financieel en ruimtelijk, nodig zijn om meer alternatieve verblijfplekken voor spreeuwen in de directe omgeving toe te voegen? De heer De Vries (wethouder): Voorzitter. Ik zal deze vragen beantwoorden namens mijn collega’s Voortman en Schilderman. In maart 2022 heeft de PvdD ook vragen gesteld over deze bomen en de aanwezigheid van spreeuwen. Toen hebben we ook geantwoord dat we niet zomaar bomen kappen voor overlast. In de tussenliggende tijd is er veel overleg geweest met de twee scholen om te zoeken naar een alternatieve oplossing. We hebben plannen gemaakt, zoals het inzetten van een valkenier en netten over de bomen, maar beide oplossingen bleken niet haalbaar. De betreffende coniferen waren inmiddels in slechte tot matige staat met veel afgestorven binnenkronen, omdat ze heel dicht op de gevel stonden. Verdere snoei was zelfs niet mogelijk zonder snoei tot op het kale hout. Dat was grond voor deze kap. De spreeuw is landelijk en in Utrecht aan het afnemen. Daarom vinden we
dat we goed moeten zorgen voor de spreeuwen in deze stad. We vinden het natuurlijk jammer dat de slaapplaats van deze spreeuwenkolonie is verdwenen, maar tegelijkertijd is de inschatting die wij
samen met de RUD hebben gemaakt, dat deze groep spreeuwen wel alternatieve rustmogelijkheden in de buurt heeft. Daardoor verwachten we niet dat deze groep spreeuwen hier blijvend problemen van zal ondervinden.
De opdracht aan de school is het herplanten van de bomen en dit doen ze met steeneiken. Steeneiken vergroten de biodiversiteit en kunnen door hun plaatsing ook beter uitgroeien. Ze zijn bovendien ook weer wintergroen, dus ook geschikt voor vogels om in de winter beschutting te zoeken en te nestelen. Daarmee denken wij dat het herplantplan uiteindelijk een verbetering van de biodiversiteit en het groen biedt. Het antwoord op de tweede vraag is dat een van onze toezichthouders ten tijde van de kap bij de school is geweest. Hij heeft geconstateerd dat er op dat moment geen vogels zich in de bomen schuilhielden. In algemene zin is het niet haalbaar om voortdurend de aanwezigheid van vogels te monitoren, aangezien dit ook van dag tot dag kan verschillen. Er is overigens ook geen grond voor ons om in te grijpen, omdat er ten tijde van de kap geen vogels in de bomen aanwezig waren.
Dan het antwoord op de derde vraag. Uit de quickscan Wet natuurbescherming bleek dat de bomen ook worden gebruikt als broedplaats door onder andere duiven. Daarom is het juist niet verstandig om te wachten tot het broedseizoen. Om te voorkomen dat de nesten zouden worden verstoord, is juist als voorwaarde opgenomen dat de bomen buiten het broedseizoen gekapt moeten worden. In overleg met de RUD is bepaald dat de spreeuwen voldoende alternatieven in de buurt hebben om te rusten. Een wettelijke en praktische basis voor een dergelijke voorwaarde ontbreekt daarmee. Dan het antwoord op de vierde vraag. Zoals gezegd, hebben we met de RUD beoordeeld dat er in de omgeving voldoende rustplekken zijn om de vergunning niet te weigeren. Daarnaast is er ook, zoals gezegd, een herplantplan gemaakt waar ook wintergroene bomen voor worden gebruikt. Spreeuwen kiezen een slaapplaats waar ze relatief veilig zijn voor roofdieren. Dat is natuurlijk ook het geval in woonwijken. De grote aantallen spreeuwen zijn natuurlijk spectaculair en worden ook vaak door mensen gewaardeerd. Tegelijkertijd zorgen de spreeuwen ook voor overlast, voornamelijk door
2
Vragenuur van 25 januari 2024 stank en uitwerpselen en voor sommigen ook geluid. Dat heeft ook invloed, want we zien ook dat op locaties waar veel overlast wordt ervaren de rust van spreeuwen door omwonenden ook actief wordt verstoord. Wij blijven echter van mening dat onze stad een slaapplaats voor spreeuwenkolonies moet blijven. Zoals gezegd, zijn er dus ook voldoende plekken in de buurt voor deze spreeuwen om te kunnen rusten, maar we weten natuurlijk niet of dat tot overlast kan leiden.
Dan het antwoord op de vijfde vraag. Om meer verblijfplekken voor spreeuwen toe te voegen, zou er een ruimtelijke verkenning gedaan moeten worden en moeten er vervolgens ook ruimtelijke ingrepen plaatsvinden. Op dit moment is er geen ruimte in het budget voor groen om dit te doen. Wel kunnen we in de lopende projecten de wens tot meer verblijfplekken meenemen. De kosten zijn afhankelijk van het aantal locaties dat je vervolgens wilt herinrichten, het aantal bomen dat geplant kan worden en de ingrepen in de openbare ruimte die daarvoor nodig zijn. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Nee? Ook de indiener niet? Mevrouw Sasbrink (PvdD): Ik hoor de wethouder zeggen dat er alternatieve plekken in de omgeving zijn en ik ben er eigenlijk wel benieuwd naar welke dat zijn, want wij zien die niet. De spreeuwen zijn er ’s ochtends niet, maar het is wel elke nacht hun plek. Dan is het toch een beetje flauw om te zeggen dat ze zijn uitgevlogen en dat je kunt kappen, terwijl je weet dat ze ’s avonds terugkomen? De heer De Vries (wethouder): Ik begin met het antwoord op de tweede vraag. We hebben dit in overleg gedaan. Ik heb de RUD al benoemd en zij hebben aangegeven dat het op dit moment mogelijk is, juist ook omdat er andere plekken waar zij naartoe kunnen. Ik heb ook al iets gezegd over de tijd waarin we dit hebben gedaan.
We hebben dit bewust niet tijdens het broedseizoen, omdat er dan juist ook weer andere zaken meespelen. Je moet ergens een periode kiezen. Van de verschillende periodes is deze dus bewust gekozen, omdat het geen broedseizoen is. Wat betreft de overige plekken in de wijk en de scan moet ik voor nu het antwoord schuldig blijven, maar ik kan me voorstellen dat ik daar nog even schriftelijk op terugkom. Dan gaan wij door naar de volgende vragenset. 2. Mondelinge vragen van de fracties van D66, Student & Starter, ChristenUnie, PvdD, PvdA en GroenLinks over Adopteer de ijsbeer.
De heer Peters (D66): Voorzitter. Wie kent hem nog, de plastic walvis die jarenlang in de singel zwom om aandacht te vragen voor de plasticvervuiling van de oceanen? In Amersfoort was er tot voor kort een vergelijkbaar kunstwerk, namelijk de plassende ijsbeer. De beer belicht de invloed van menselijk handelen op de natuurlijke habitat van ijsberen. Naast dat kunst er primair is voor de kunst zelf, kan het soms ook dienen als middel en gespreksonderwerp om zo de bewustwording voor grote maatschappelijke problemen als klimaatverandering te vergroten. De ijsbeer zoekt nu een nieuw onderkomen en de fracties van D66, Student & Starter, ChristenUnie, PvdD, de PvdA en GroenLinks hebben daarover de volgende vragen.
1. Is het college het ermee eens dat kunstwerken in de openbare ruimte, zoals de plastic walvis of de plassende ijsbeer, een effectief middel kunnen zijn om de bewustwording omtrent het klimaatprobleem te vergroten? 2. Acht het college een dergelijk kunstwerk, dat maatschappelijke thema's op een creatieve en opvallende manier aan de kaak stelt, passend voor de stad Utrecht?
3
Vragenuur van 25 januari 2024 3. Utrecht profileert zich graag als een internationaal voortrekker op het gebied van klimaat en duurzaamheid. Is het college daarom ook van mening dat het plaatsen van een kunstwerk zoals de plassende ijsbeer kan bijdragen aan de identiteit van Utrecht en het versterken van onze positie als een innovatieve en klimaatbewuste stad?
4. Kan het college nagaan welke mogelijkheden er zijn om de plassende ijsbeer naar Utrecht te halen?
5. Hoe zou het college de komst van een kunstwerk als de plassende ijsbeer naar Utrecht kunnen bekostigen? Zijn er specifieke fondsen of subsidies beschikbaar voor dit soort initiatieven, of zouden er partnerschappen met lokale instellingen en organisaties overwogen kunnen worden? Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Allereerst het antwoord op de eerste vraag. Kunst heeft het vermogen om maatschappelijke onderwerpen te visualiseren en zichtbaar te maken. Kunst kan ook prikkelen, inspireren en verschillende moeilijke onderwerpen die onderbelicht zijn hoog op de agenda zetten. Dat geldt wat ons betreft ook voor kunst met betrekking tot klimaatverandering. We denken echter niet dat de bewustwording heel veel wordt vergroot in Utrecht door het kunstwerk waar de vragen over gaan. Het lijkt ons voor echte impact in de stad toch effectiever om de energie in concrete maatregelen te steken in plaats van in beeldvorming. Bewustwording organiseren we in Utrecht vooral door bewoners te benaderen om met concrete maatregelen aan de slag te gaan, bijvoorbeeld om het comfort in hun woning te verbeteren, de woning toekomstbestendig te maken, en dergelijke.
Het antwoord op vraag 2 is dat ik de plassende ijsbeer een ontzettend leuk en spraakmakend kunstwerk vind. Ik vind het natuurlijk ook wel in Utrecht passen, maar ik vind wel meer. Gelukkig laten we ons als gemeente in onze stad op het gebied van kunst in de openbare ruimte gevraagd en ongevraagd adviseren door de Adviescommissie Beeldende Kunst en Vormgeving. Een vraag als deze kunnen we haar ook voorleggen. Dan het antwoord op vraag 3. De plassende ijsbeer zou een beetje kunnen bijdragen aan het beeld van Utrecht als voortrekker op het gebied van klimaat. Ik snap dat de vragenstellers dat zo zien. Maar, in alle eerlijkheid, het uitvoeren van een ambitieus klimaatbeleid helpt meer om ons als voortrekker te profileren. We doen dat al op heel veel fronten en werken tegelijkertijd ook aan een ambitieuze klimaatvisie.
Dan een gezamenlijk antwoord op de vragen 4 en 5. Na het enthousiasme van de raad – ik zie het aantal indieners – gaan we dit voorstel voorleggen aan de Adviescommissie Beeldende Kunst en Vormgeving en bij een positief advies kan een onderzoek gestart worden welke mogelijkheden er zijn, zowel organisatorisch als financieel. Dit zullen we aan de raad voorleggen, zodat deze de afweging kan maken in verband met de dekking en eventuele andere mogelijkheden. De voorzitter: Zijn er nog vragen? De heer Maas (Volt): Voorzitter. We hebben de wethouder goed gehoord en zijn met haar en de indieners van de vragen van mening dat dit een prachtig initiatief is. Er zijn echter meer kapers op de kust en er hebben zich vandaag met onze landelijke fractie nog mensen voor gemeld. Het gaat met name om de vraag of dit beeld niet veel passender zou zijn aan de Hofvijver in Den Haag. Als het niet mogelijk of haalbaar is in Utrecht, wil de wethouder die lobby dan ondersteunen? Dit is overigens niet als grap bedoeld!
4
Vragenuur van 25 januari 2024 Mevrouw Oosters (wethouder): Ze zien me aankomen met een plassende ijsbeer onder de arm die ik niet eens zelf heb! Ik ga er gewoon eens even mee aan de slag. Ik zal kijken wat we ermee kunnen doen en wie weet willen de collega’s in Den Haag de ijsbeer dolgraag hebben. Wie weet, is hij allang van de markt. We weten het niet en we gaan er onderzoek naar doen. De voorzitter: Zijn er overigens nog vragen? Nee? De indiener? De heer Peters (D66): Voorzitter. We mogen niet het belang vergeten als mensen uit het station naar de binnenstad komen lopen en niet met het klimaat bezig zijn. Zij zien daar in één keer die ijsbeer staan. Dan wordt het gesprek gestart over serieuze problematiek, een gesprek dat zij normaal misschien helemaal niet hadden gestart omdat ze die ijsbeer niet zagen. Zeker ook het aspect van beeldvorming en communicatie is heel belangrijk. Dat wil ik de wethouder en de kunstcommissie toch wel meegeven. De voorzitter: Dat was geen vraag. Dank u wel en wij gaan door naar vragenset 3. 3. Mondelinge vragen van de fracties van Volt, PvdD en BIJ1 over Houdt het Zandpad beschikbaar voor sekswerk.
De heer Stam (Volt): Voorzitter. De fracties van Volt, BIJ1 en de Partij voor de Dieren zijn verbaasd over het plan van het college om tijdelijke woningen te plaatsen aan het Zandpad. Vorig jaar heeft de raad de door Volt ingediende motie aangenomen “Houd het Zandpad beschikbaar voor sekswerk”. Die motie vraagt om een tijdelijke invulling van het Zandpad die geen belemmering vormt voor sekswerk. Wij dachten bij die motie aan iets in de categorie skatebaan of groenontwikkeling, iets wat je binnen een paar maanden kan weghalen en niet aan tijdelijke woningen.
Wij geloven niet dat het realistisch is om tijdelijke woningen te combineren met een locatie voor sekswerk. Als we uitgaan van een bouwtijd van een jaar, en daarna huurcontracten van twee jaar, betekent dit plan in onze ogen dat er geen sekswerk aan het Zandpad zou kunnen plaatsvinden tijdens de looptijd van de Sorgdragerproeftuinen. Dan houdt het college het Zandpad dus niet beschikbaar voor sekswerk en is dit plan in strijd met de motie en de duidelijk uitgesproken wens van de raad.
Daarom heb ik vandaag de volgende vragen. 1. Is het college het met ons eens dat dit plan botst met de motie, en zo nee, waarom dan niet? 2. Is er iets veranderd, zoals bijvoorbeeld dat er concrete andere locaties in beeld zijn voor sekswerk, waardoor het nu logisch is om woningen aan het Zandpad te plaatsen? 3. Voor een periode van hoeveel jaar verwacht het college dat deze tijdelijke woningen minstens aan het Zandpad zullen staan?
4. Is het college bereid om te wachten met de uitvoering van dit plan totdat de raad erover heeft kunnen debatteren? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter. We zijn in de brief juist ingegaan op de motie, omdat we ook getoetst hebben of het samen kan. Wij denken dat dit ruimtelijk mogelijk is, maar we moeten dat nog verder uitwerken. Juist vanwege de motie hebben wij dat getoetst. Sowieso, als de indieners van deze vragen van mening zijn dat dit bij voorbaat niet kan, verbaast het me wel dat nu pas deze mondelinge vragen worden gesteld terwijl zij er al meer dan een halfjaar van op de hoogte zijn dat dit op het lijstje staat. Dan hadden zij ook het initiatief kunnen nemen om aan de raad voor
5
Vragenuur van 25 januari 2024 te leggen om het van het lijstje af te halen en dat is niet gebeurd. Dan is het ook logisch dat wij zo’n locatie verkennen en bij een po positieve toets de raad melden dat wij daarmee verder gaan. De indiener had dit een halfjaar eerder ook echt aanhangig kunnen maken, want er zijn verschillende raadsdebatten over gevoerd.
Er is niets veranderd. We hebben heel urgente en dringende oproepen vanuit de raad en vanuit de samenleving om met het gebrek aan woningen voor kwetsbare mensen aan de slag te gaan. Dat doen we. We weten allemaal hoe ingewikkeld het is om daar locaties voor te vinden. Deze was al langer in beeld en daar gaan we dus mee aan de slag.
Als er tijdelijke woningen komen – het is nog geen gelopen race – verwachten wij dat dit voor een periode van 10 – 15 jaar is. 15 jaar is altijd beter voor de business case, dus financieel. Tien jaar is soms nodig, bijvoorbeeld vanwege een geluidsbelaste locatie. Dat is hier wellicht niet gelijk aan de hand.
Wat mij betreft, gaan wij ermee door. Nogmaals, de indieners hebben alle kansen gehad en als de raad dit alsnog wil blokkeren, staat hem dat altijd vrij. Vooralsnog gaan wij door en dat betekent in dit geval het opstellen van een bouwenveloppe. Dan wordt het financieel preciezer en moeten we allerlei dingen ook meer onderbouwen, waaronder ook de manier waarop wij denken dat die twee functies te combineren zijn. Nogmaals, wij negeren de oproep van de raad niet en we nemen hem juist mee in dit proces. Dan komen we ook met een manier om dat samen op te laten lopen. Ik moet er overigens bij zeggen dat wij in coalitieverband met elkaar hebben afgesproken dat dit niet de eerste locatie is waar we naar kijken voor sekswerk. We hebben de locatie wel in beeld en wij houden haar beschikbaar, maar niet als eerste. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Ik zie geen handen. De indiener? De heer Stam (Volt): Voorzitter. Ik ben bezorgd dat tijdelijke woningen op deze locatie het moeilijker maken voor de buurt om later nog weer te accepteren dat er sekswerk op die locatie gaat plaatsvinden. Heeft het college ideeën over de manier waarop dat draagvlak niet nog verder afneemt door het plaatsen van die woningen? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Het helpt in ieder geval dat het nu transparant is dat dit een locatie is voor sekswerk.
Dat is het overigens altijd geweest en we hebben ook zelf in de brief gezet dat de raad dat belangrijk vindt. Dat mag dus geen geheim zijn. Zodra hier een positieve beslissing kan vallen om hier tijdelijke woningen te plaatsen, zal het van begin af geen geheim zijn dat het mogelijk gecombineerd gaat worden met mogelijkheden tot sekswerk. De voorzitter: Dank u wel. Wij gaan door naar de laatste set vragen van vandaag. 4. Mondelinge vragen van de fracties van GroenLinks en D66 over Gedwongen tot afgeven beelden deurbelcamera’s.
De heer Aït Daoua (D66): Voorzitter. Zoals al eerder bekend maakt de politie graag gebruik van de beelden van deurbelcamera’s. Onze fractie heeft al eerder haar zorgen geuit hierover, omdat het niet toegestaan is om als bewoner de deurbelcamera op de straat te richten. Nu blijkt dat de beelden door middel van een dwangbevel bij burgers moeten worden opgevraagd, omdat de beelden anders mogelijk niet bruikbaar zijn in de rechtszaal. Voor veel Utrechters is het onduidelijk dat de beelden uiteindelijk door de politie via een dwangbevel worden opgevraagd bij hen.
6
Vragenuur van 25 januari 2024 Daarom hebben wij de volgende vragen. 1. Idealiter worden er überhaupt geen beelden opgenomen van de openbare weg. Al eerder heeft onze fractie gevraagd om een bewustwordingscampagne rondom deurbelcamera’s. Hoe staat het daarmee?
2. Hoe kijkt het college er tegenaan dat burgers wordt gevraagd (via een dwangbevel) om beelden te verstrekken terwijl in eerste instantie Utrechters deze beelden helemaal niet zouden mogen hebben?
3. Welke gevolgen heeft eventueel weigeren van het dwangbevel voor Utrechters? 4. Wil het college in gesprek gaan met de politie om ervoor te zorgen dat heel duidelijk naar Utrechters wordt gecommuniceerd dat het aanleveren van beelden via een dwangbevel zal gaan? Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. In antwoord op de eerste vraag kan ik melden dat de raad over enkele weken de halfjaarlijkse verantwoording van de inzet van openbare-ordecamera’s krijgt. Daarin zullen we ook beschrijven op welke wijze we invulling gaan geven aan de eerdere toezeggingen.
In antwoord op de tweede vraag is het misschien wel goed om iets over onze positie hierin te melden. Formeel heeft het Openbaar Ministerie het gezag over de opsporing die door de politie wordt ingezet. Dat gezag ligt dus niet bij de gemeente en ook niet bij mij als burgemeester. Ik vind het wel van groot belang dat wordt opgetreden tegen strafbare feiten en daar kan natuurlijk de informatie van camera’s en getuigen van cruciaal belang zijn. Dat zien we in de praktijk ook best vaak gebeuren. Met de indieners ben ik wel van mening dat dit natuurlijk binnen de kaders van de wet moet plaatsvinden. De Autoriteit Persoonsgegevens is eigenlijk de bevoegde instantie om ook bezwaren tegen het gebruik van specifieke camera’s te beoordelen. Zo hebben we dat in ons land best goed geregeld. In de derde plaats wordt gevraagd naar de gevolgen van het eventuele weigeren van het dwangbevel. Het weigeren van een vordering is strafbaar en het kan in het uiterste geval leiden tot een geldboete of een celstraf van drie maanden. Maar ik lees nu het wetsartikel voor; het is geen standaardpraktijk. Wat betreft de laatste vraag kan ik melden dat wij voor een belangrijk deel al in gesprek zijn met de politie. Als een eigenaar van een deurbelcamera benaderd wordt om beelden te verkrijgen, geeft de politie meteen al aan dat dit gepaard gaat met een vordering.
Dat is een formeel document en daarin wordt heel precies uitgelegd wat de consequenties zijn als je niet meewerkt. De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen, ook niet van de indiener.
Dit was het dan. Hartelijk dank voor uw aanwezigheid. Ik wens iedereen een fijne avond en tot de volgende keer.
De voorzitter sluit daarop, te 17.28 uur, het vragenuur.
7
Vragenuur van 25 januari 2024 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 25 januari 2024.
Mondelinge vragen van de PvdD over Waar kunnen de spreeuwen nu slapen? Wethouder De Vries • zal de raad in Q1 2024 schriftelijk informeren over alternatieve rustplekken voor spreeuwen in Tuinwijk.
8