CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20231214 vragenuur

Gemeenteraad 18 januari 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 14 december 20237.746 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2023 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 14 december 2023 Vragenuur, gehouden op donderdag 14 december 2023 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Stylianou. Aanwezig zijn de leden: Dijkstra, Van Heuven, Ramaker, Van Steeg, Van der Wilt en Vermeulen. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Gaillard, Leever, Skori en Van Straalen. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Eerenberg, Voortman en De Vries.

Griffier: de heer Corten.

Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal. Welkom bij het vragenuur van 14 december. Ook van harte welkom aan de mensen die ons vanavond online volgen. We hebben vandaag acht vragen en dat

gaan we in een uur doen. We gaan beginnen met de eerste vragenset van de Partij voor de Dieren. 1. Mondelinge vragen van de fractie van de PvdD over Dierenambulance genoodzaakt doneeractie te starten bij tegenslag.

De heer Van Heuven (PvdD): Vorige week werd bij een van de twee ambulances van de Stichting Dierenambulance Utrecht een raam vernield, waarna het navigatiesysteem werd gestolen. Een

probleem was dat deze auto die dag niet gebruikt kon worden om dieren in nood te redden. Een

ander probleem was dat de Dierenambulance een online doneeractie moest starten om de kosten te

kunnen betalen. De Dierenambulance heeft kennelijk te weinig geld op zak om dit soort tegenvallers

zelf op te kunnen vangen. De Partij voor de Dieren deed navraag bij de Dierenambulance hierover en vernam dat hun deel van de extra € 100.000 voor dierenhulporganisaties die het college zou overmaken, nog niet ontvangen is.

We hebben hierover de volgende vragen.

1. Dat de Dierenambulance deze tegenslag niet zelf financieel aankon en een doneeractie moest starten, ziet de Partij voor de Dieren als bewijs dat Utrecht meer moet investeren in de dierenhulporganisaties. In hoeverre is het college het hier mee eens?

2. Is het college bereid om te bekijken hoe zij de Dierenambulance specifiek bij deze en andere onverwachte tegenslagen kan helpen? Zo nee, waarom niet?

Vragenuur van 14 december 2023 3. Het college gaf zelf ook aan dat de € 100.000 extra die in het coalitieakkoord is vrijgemaakt niet voldoende is voor goede zorg door de dierenhulporganisaties. Onze fractie heeft een paar maal vergeefs geprobeerd om meer geld vrij te maken. Wanneer gaat het college zelf meer geld

vrijmaken? En ziet het college nog mogelijkheden om dit ook bij de omringende gemeenten wederom onder de aandacht te brengen?

4. Waarom is het deel van de Dierenambulance van de toegezegde € 100.000 nog altijd niet

overgemaakt, ondanks de toezegging bij de Programmabegroting dat het toch echt snel ging gebeuren? Wanneer wordt dit geld nu overgemaakt?

Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Ik vind het ook heel vervelend dat

iemand de ruiten van de ambulance heeft ingeslagen en het navigatiesysteem heeft gestolen. We zijn het ermee eens dat de Dierenambulance en de andere dierenhulporganisaties een extra investering natuurlijk altijd goed kunnen gebruiken, maar als gemeente moeten we ook keuzes maken en kunnen we niet in alles tegelijk investeren. We hebben dit gesprek ook al eerder gevoerd.

In antwoord op de tweede vraag, hoe we specifiek bij deze en andere onverwachte tegenslagen kunnen helpen, meld ik dat het heel erg fijn is dat dierenliefhebbers te hulp schieten, dat de

Dierenambulance zelf ook een inzamelactie is gestart en dat ook voldoende geld is opgehaald om de schade te herstellen. Daarom zien wij geen reden om nu te helpen.

Wat betreft de € 100.000 wijs ik erop dat wij in de raadsbrief Extra geld aan dierenhulporganisaties

van 20 juni 2023 hebben aangegeven dat dit inderdaad onvoldoende is om de dienstverlening uit te breiden naar 24 uur per dag, maar ook dat die uitbreiding niet nodig is om alsnog goede zorg te

leveren aan de dieren in Utrecht. Mocht uit de komende aanbesteding blijken dat het huidige budget ontoereikend is voor goede zorg, dan zullen we onderzoeken of het mogelijk is om meer geld vrij te maken.

Het is zeker mogelijk om de omringende gemeenten wederom te vragen om bij te dragen aan het

vervoer van dieren, want het gaat ook om dieren in hun gemeenten. Ik zal dat dan ook aankaarten.

In antwoord op de laatste vraag waarom het geld nog steeds niet is overgemaakt, merk ik op dat ik in de commissie MGOR heb aangegeven dat het administratief afhandelen van facturen tussen de

gemeente en deze dierenhulporganisaties de komende jaren soepeler gaat verlopen en efficiënter

wordt ingericht. De Dierenbescherming verdeelt het extra geld onder de ketenpartners en daarvoor

hebben ze een factuur nodig van de ketenpartners. Bij navraag is gebleken dat de Dierenambulance deze nog niet naar de Dierenbescherming heeft gestuurd. Zodra dit gebeurt, kan het geld direct

worden overgemaakt. Wij hebben de organisaties hier nogmaals op geattendeerd en gevraagd om vaart te maken, zodat het dit jaar nog rond komt.

De voorzitter: Dank u wel. Zijn er aanvullende vragen? Nee? De Partij voor de Dieren ook niet? Dank u wel. We gaan door met de tweede set mondelinge vragen.

2. Mondelinge vragen van de fracties van GroenLinks, D66, PvdA en Student & Starter over Utrecht Mensenrechtenstad.

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Voorzitter! Afgelopen zondag, 10 december, vierden wij de

Internationale Mensenrechtendag. Dit jaar vierden we die dag bovendien dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens precies 75 jaar geleden is getekend. Een dag dus om niet zomaar

voorbij te laten gaan, zeker niet in Utrecht Mensenrechtenstad. Er waren deze zondag dan ook

2

Vragenuur van 14 december 2023 allerlei mooie bijeenkomsten, waaronder de Queer City Walk, een bezoek aan plan Einstein en een mooi evenement in de bibliotheek.

Ook de fracties van GroenLinks, D66, PvdA en Student & Starter willen deze bijzondere dag niet ongemerkt voorbij laten gaan en hebben de volgende vragen over Utrecht Mensenrechtenstad.

1. Utrecht is als Mensenrechtenstad aangesloten bij het Human Rights Cities Network. Hoe wordt deze rol als Mensenrechtenstad op dit moment ingevuld?

2. We zien graag dat het college Utrecht Mensenrechtenstad in zijn communicatie en promotie nog meer uitdraagt. Ziet het college hier mogelijkheden voor, bijvoorbeeld via Utrecht Marketing?

3. In hoeverre kan Utrecht Mensenrechtenstad meer zichtbaar en onderdeel worden van

gemeentelijke educatieve programma’s op het gebied van democratie en burgerschap?

4. Ziet het college mogelijkheden om in Utrecht, een vergelijkbaar model als Amsterdam met

Amsterdammerschap Utrechterschap te ontwikkelen en dit te koppelen aan Vreedzame stad en Utrecht Mensenrechtenstad?

Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter! Wij zijn een stad voor mensen en dieren, maar zeker ook Mensenrechtenstad. Dat is natuurlijk heel relevant, want dat is niet altijd vanzelfsprekend. In antwoord op de eerste vraag, hoe wij die rol als Mensenrechtenstad invullen, merk ik op dat wij in 2012 als eerste als Mensenrechtenstad in Nederland zijn benoemd. Die status is ook in het Coalitieakkoord van 2022 opnieuw bekrachtigd en omarmd door de raad. Het Human Rights Cities Network is een Europees initiatief dat steden onder de aandacht wil brengen die expliciet aandacht vragen voor het belang van mensenrechten voor lokale en stedelijke ontwikkeling. Utrecht wordt ook daar genoemd als positief voorbeeld van een Mensenrechtenstad in Europa. Ik had het al over het Coalitieakkoord en daarin hebben wij onder andere de mensenrechtenstrategie geüpdatet, een

mensenrechtenmonitor ontwikkeld en een mensenrechtenambassadeur aangesteld. Die punten hebben wij ook verwerkt in de beleidsnota Inclusie en diversiteit die vorige maand naar de raad is

gestuurd. Daarin nemen wij mensenrechten als vertrekpunt voor een inclusieve stad. We doen daarin ook een voorstel voor een leer- en ontwikkelcyclus. Ook ondersteunen wij nu al maatschappelijke

initiatieven die de mensenrechtencultuur in Utrecht ondersteunen en versterken, zoals ook afgelopen weekend tijdens de Internationale Mensenrechtendag bleek. Ik geloof dat mevrouw Vermeulen daar ook bij aanwezig was.

Het antwoord op de tweede vraag is dat wij op dit moment Utrecht Mensenrechtenstad op verschillende manieren uitdragen, bijvoorbeeld via de Utrecht Metafoor die in de expositie in de hal van het Stadskantoor is uitgewerkt en de campagne Utrecht, stad van mens en recht, die we samen met de Universiteit Utrecht hebben vormgegeven. Die campagne is op grote borden, de voormalige verkiezingsborden, door de hele stad te zien. Komend jaar zullen wij met onze partners in de stad en met Utrecht Marketing om de tafel gaan zitten om de mensenrechtenboodschap weer verder vorm te geven, omdat we ook de komende jaren prioriteit willen geven aan het concreet maken en versterken van mensenrechten op lokaal niveau.

Op de derde vraag kan ik antwoorden dat vanuit de vreedzame basisscholen nu al invulling wordt gegeven aan educatie op het gebied van kinder- en mensenrechten, democratie en burgerschap in verschillende lesmodules. Daarnaast geven we op dit moment samen met het onderwijsveld vorm aan de Utrechtse Onderwijsagenda, waarin we inclusie en daarmee ook mensenrechten als principe verankeren. Op de laatste vraag kan ik antwoorden, dat we al heel veel doen. Vanuit de gemeente worden verschillende programma’s en projecten aangeboden om scholen ondersteuning te geven bij de invulling van het burgerschapsonderwijs. Als we dat nu verder zouden uitbreiden op de wijze waarop

3

Vragenuur van 14 december 2023 dit in Amsterdam is ontwikkeld, zou dat meer financiële middelen betekenen. We doen niet hetzelfde als Amsterdam, maar het is ook zeker niet minder. Dat wil ik wel graag zeggen. De voorzitter: Hartelijk dank. Ik zie mevrouw Ramaker voor een aanvullende vraag. Mevrouw Ramaker (VVD): Voorzitter! Ik ben wel benieuwd hoe we ten opzichte van andere gemeenten staan.

Mevrouw Voortman (wethouder): Het is wel wat minder, maar naar mijn mening zijn wij wel een stuk verder dan veel andere gemeenten. Ik wil niet zeggen dat andere gemeenten het minder goed doen, maar als het gaat om het meenemen van mensenrechten als anker in het beleid, doen wij dat op allerlei terreinen. Ik kan hier heel lang over praten, maar de tijd is beperkt. Ik denk dat wij wat dat betreft juist weer een stap verder zijn. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Ik heb nog een vervolgvraag en die heeft te maken met educatie.

Ik ben er heel trots op dat Utrecht Mensenrechtenstad is, maar ik zou het ook zo mooi vinden als het iets mooier in het logo of in de programma’s naar voren zou komen. Is dat een optie om te bespreken?

Mevrouw Voortman (wethouder): U bedoelt in de educatieve activiteiten? Ik had het zojuist al over de Utrechtse Onderwijsagenda en dat we het samen met het onderwijsveld vormgeven. Laten we afspreken dat we daarin bekijken of dat iets is wat zou helpen. Dat zeg ik bij dezen toe. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij over naar de volgende vragenset. 3. Mondelinge vragen van de fracties van D66, Student & Starter en Volt over Utrecht als volgende Europese Jongerenhoofdstad.

Mevrouw Van der Wilt (D66): Voorzitter! We blijven hogere verwachtingen hebben van onze stad. De “European Youth Capital” is een stad, gekozen door de internationale jury van het European Youth Forum, dat zich veelvoudig inzet voor jeugdparticipatie en het belang hiervan actief wil uitdragen. Het creëren van kansen voor jongeren om mee te bepalen wat er in hun stad gebeurt en het stimuleren van inclusie is iets waar Utrecht al langer mee bezig is, recent met het allereerste kindervragenuur, waar ik heel trots op ben, het democratieprogramma en de komst van een kinderombudsman, maar ook al eerder met start van de Utrechtse kinderraad, het jeugddebat, de campagne voor het kinderinitiatievenfonds, het MBO-jongerenpanel en de inzet vanuit Utrecht Kinderrechtenstad. En naast de inzet vanuit de gemeente zijn ook de veelheid aan Utrechtse

organisaties die zich inzetten om de stem van jongeren te vertegenwoordigen, waaronder U2BHeard, Vidius – die achter in deze zaal zit – en Young Mind.

Tegelijkertijd zijn we er nog niet. Met groeiende polarisatie en verminderd vertrouwen van jongeren in de overheid is het wat onze fracties betreft des te belangrijker dat hun stem wordt gehoord, erkend en gevierd. Het meedingen in het zijn van een Europese jongerenhoofdstad kan bijdragen aan deze erkenning, maar ook benut worden om inzet op dit thema te versterken en als stad verdere stappen te zetten, iets wat ook vanuit de ontwikkelingen op het gebied van Utrecht Kinderrechtenstad en de aanpak Samen Stad Maken belangrijk is.

4

Vragenuur van 14 december 2023 De fracties van D66, Student en Starter en Volt vragen zich daarom af of het college Utrecht niet op moet geven voor deze titel en stellen hierover de volgende vragen.

1. Ziet het college, met ons, de meerwaarde van het actief podium bieden aan de stem van jongeren en het belang van jeugdparticipatie?

2. Ziet het college kansen om Utrecht op te geven voor de European Youth Capital 2027, waarvan de deadline is op 13 februari 2024, de dag voor Valentijnsdag?

3. Zo ja, wil het college deze aanmelding in samenwerking met jongerenorganisaties uit de stad opstellen en indienen? De heer De Vries (wethouder): Voorzitter! Natuurlijk dank voor het stellen van deze vragen. U zult begrijpen dat ook mijn hart hiervan sneller gaat kloppen. Het eerste antwoord is dat wij het natuurlijk belangrijk vinden om samen te werken aan jeugdparticipatie in deze stad. Dat doen we ook al op heel veel plekken om kinderen een stem te geven. Al eerder zijn de vreedzame scholen genoemd, de vreedzame wijken en de kinderwijkraden waarin kinderen ook echt een stem hebben. Utrecht als Europese jongerenhoofdstad zou ook in lijn zijn met Utrecht Kinderrechtenstad en het programma Samen stad maken.

Het antwoord op de tweede vraag, of wij kansen zien om ons op te geven voor 13 februari 2024, is dat de timing hiervoor een beetje spant. Je wil het goed doen, samen met jongerenorganisaties. 13 februari 2024 is te kort dag, maar ik wil wel alvast toezeggen dat wij willen verkennen hoe dit er in de toekomst uit kan zien. We willen graag onderzoeken wat het gaat betekenen, wat de eventuele kosten zijn en wat het betekent voor de ambtelijke capaciteit. Wij gaan dat onderzoeken en in Q3 terugkoppelen. Ik kan niet vaak genoeg benadrukken dat deze initiatieven ontzettend belangrijk zijn. Wij ondersteunen bijvoorbeeld de komst van het Europees jongerenparlement naar Utrecht in mei 2024. Ook zijn wij van mening dat we kinderen en jongeren nog veel meer kunnen horen dan nu. In 2024 willen we ook extra gaan inzetten op dat ongehoorde geluid en wellicht ook in samenhang met de eerdergenoemde trajecten, zoals de kinderwijkraden en het kindervragenuur.

Het antwoord op de derde vraag is dat een eventuele aanmelding uiteraard samen met jongerenorganisaties wordt gedaan. We werken nu ook al heel intensief met hen samen en wij hechten veel waarde aan de verschillende jongerenorganisaties in Utrecht. Het feit dat we ons niet voor 2024 aanmelden voor de European Youth Capital doet daar niets aan af. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Ik zie de heer Van Steeg. De heer Van Steeg (CDA): Kan de wethouder nog duidelijk maken wat hij precies gaat onderzoeken voordat hij zo’n stap wil zetten? Blijkbaar heeft hij daar een aantal maanden voor nodig. De heer De Vries (wethouder): Het is een vrij jong initiatief en het is met name de vraag of het haalbaar is. Dan kijken we naar de middelen en naar de manier waarop andere steden dat hebben gedaan. Gent is een van de voorbeelden. Ook moet worden gekeken naar de ambtelijke capaciteit die daarbij passend is. Bovendien, als je het echt goed wilt doen en je het samen met de jongerenorganisaties zelf wil doen, moet je daar gezamenlijk een mooi traject voor uitstippelen. Dat kost ook tijd. De voorzitter: Heeft D66 nog een laatste vraag?

5

Vragenuur van 14 december 2023 Mevrouw Van der Wilt (D66): Ik proef uit het antwoord dat de wethouder die aanmelding zelf ook wel voor 13 februari zou willen, maar ik respecteer het argument dat het ook goed moet. Ik begreep ook van de mensen die daar werken dat het best wel een uitdaging is. Misschien kan ik dan nog wel meegeven dat ik dit gepolst heb bij heel veel organisaties en ook heel veel enthousiasme heb gemerkt. Als er ook maar één vorm van twijfel is, zou ik tegen de wethouder zeggen om het gewoon te doen. De kerstvakantie is zo voorbij en dat kan er vast nog wel bij. De heer De Vries (wethouder): Ik denk dat mijn gezicht boekdelen spreekt, maar ik vind het belangrijk om de collega’s die heel hard werken op Jeugd, bijvoorbeeld met de nota Jeugd, enigszins te beschermen. Ik houd het toch bij mijn toezegging. De voorzitter: Helemaal goed. Wij gaan door naar de vragen van EenUtrecht. 4. Mondelinge vragen van de fractie van EenUtrecht over Inzicht in ervaringen van Utrechters bij Wmo hulpmiddelen.

De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter! Zoals we allemaal weten, heeft de gemeenteraad een

controlerende rol en dan is het ongelooflijk prettig als je van burgers en cliënten weet wat zij van de dienstverlening van de gemeente of anderen in opdracht van de gemeente leveren. Dat doen we ook steeds meer met de Ervaringwijzer. Wij zijn nieuwsgierig naar de resultaten, ook als het gaat om de

inzet van Wmo hulpmiddelen door de betreffende leveranciers. Dat vindt ook de Wmo Cliëntenraad. In een ambtelijk bericht lezen wij echter dat de Ervaringwijzer toch niet geschikt is als barometer voor de tevredenheid van de Utrechtse cliënten. Vandaar de volgende vragen.

1. Onderkent het college dat inzicht uit de Ervaringwijzer belangrijke informatie geeft om vast te

kunnen stellen of een leverancier van in dit geval Wmo hulpmiddelen wel of niet adequaat voldoet aan de opdracht van de gemeente en ook of cliënten daarover voldoende tevreden zijn?

2. Waarom kan deze informatie nu niet door de gemeente worden verstrekt?

3. Is het college het met ons eens dat dit zo niet kan en dat dit inzicht en de resultaten van deze

Ervaringwijzer direct met o.a. de Wmo Cliëntenraad en de gemeenteraad moeten worden gedeeld?

4. Wordt met de Ervaringwijzer bij Wmo hulpmiddelen inderdaad niet de tevredenheid van cliënten getoetst, zoals de gemeente nu aangeeft?

5. Zo ja, is het college het dan met ons eens dat de cliënttevredenheid op een andere manier moet

worden gemeten, bijvoorbeeld door een jaarlijkse enquête onder cliënten, waarin zij wel kunnen aangeven waar zij wel of niet tevreden over zijn?

De voorzitter: Dank voor deze vragen. Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Allereerst ben ik het ermee eens dat inzicht in de Ervaringwijzer belangrijke informatie geeft. Daar is het instrument ook precies voor bedoeld. De uitkomst vergt wel een toelichting om het ook op een juiste manier te kunnen interpreteren, zoals wij hebben toegelicht in de email aan de Cliëntenraad. De reden waarom die informatie nu niet door de gemeente kan worden verstrekt, is dat wij het liever in een gesprek bespreken dan per email. Zonder duiding zeggen de uitkomsten eigenlijk heel weinig. Een andere belangrijke afweging is de privacy van cliënten. Om die te kunnen waarborgen, kunnen we kwalitatieve resultaten niet delen per email, omdat die ook herleidbaar kunnen zijn. Dat geldt

6

Vragenuur van 14 december 2023 voornamelijk voor mede-cliënten of zorgverleners, omdat zij uitspraken of woordgebruik kunnen herkennen. Dat willen we natuurlijk voorkomen. Wij hebben daarom de Cliëntenraad aangegeven, dat wij heel graag de uitkomsten willen bespreken en ambtelijk wordt nu ook nagegaan op welke manier dat het beste vormgegeven kan worden. We kunnen bijvoorbeeld gezamenlijk naar de cijfers kijken, waarbij herleidbare gegevens worden omgezet in algemene conclusies. Bij de Cliëntenraad is ook aangegeven dat we daarmee bezig zijn en dat we daarop terugkomen.

Op de vraag of het college het ermee eens is dat het niet zo kan en dat het inzicht direct met de Wmo Cliëntenraad moet worden gedeeld, ben ik zojuist ingegaan. Ik wil eraan toevoegen dat wij ook elk jaar in de jaarstukken per categorie zorgvorm en de ervaren tevredenheid op drie gebieden delen. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst van 20 december 2022 is daar ook op ingegaan en toen is ook aangegeven dat de resultaten van de Ervaringwijzer in het algemeen ook gedeeld worden. Dat is dan ook waar wij op inzetten bij het opzetten van een goede manier om de Cliëntenraad en natuurlijk ook de gemeenteraad op de hoogte te stellen van de clienttevredenheid in Utrecht. Wat al openbaar is op het gebied van algemene ervaring is de pagina Leveranciershulpmiddelen op onze site. Daar staan de vier leveranciers op een rijtje met een

stoplicht dat aangeeft of de leverancier zich houdt aan de contractafspraken. Op dit moment staan alle leveranciers op groen.

In antwoord op vraag 4, of met de Ervaringwijzer bij Wmo hulpmiddelen inderdaad niet de

tevredenheid van cliënten wordt getoetst, zoals de gemeente nu aangeeft, kan ik zeggen dat dit niet klopt. De tevredenheid van cliënten wordt uiteraard getoetst middels de Ervaringwijzer en de uitkomsten daarvan worden ook jaarlijks gedeeld in de jaarstukken.

Of wij het met elkaar eens zijn dat cliënttevredenheid op een andere manier moet worden gemeten? Nee, de huidige werkwijze om de cliënttevredenheid te meten door middel van de Ervaringwijzer is op zichzelf goed. Die hoeft niet gewijzigd te worden. Het is een enquête waarin cliënten aangeven waarmee ze wel en niet tevreden zijn. De vorm van de enquête maakt het ook inzichtelijk voor de leveranciers, zodat zij vervolgens ook op de resultaten kunnen inzetten. In kwartaalgesprekken evalueren we vervolgens met de leveranciers. De Ervaringwijzer wordt bewust niet jaarlijks

gehouden, maar op momenten die logisch zijn, gezien de voorziening of begeleiding die iemand ontvangt. Soms is dat ieder jaar, soms na een begeleidingsperiode of, in het geval van Wmo

hulpmiddelen een maand na ontvangst of reparatie van de voorziening. Dat maakt het dus de

methode waar de cliënt het meest mee geholpen is en waar hij het meest van merkt. Dat is waar het ons uiteindelijk allemaal om te doen is.

De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen. Dan gaan wij terug naar de indiener. De heer Dijkstra (EenUtrecht): Ik snap de beantwoording en dank daarvoor. Kan de wethouder zich wel voorstellen dat het voor ons als raadsleden heel belangrijk is dat de raad een bepaalde verslaglegging krijgt, gezien zijn rol daarin? Hoe kan dat gebeuren? Natuurlijk moet dat geanonimiseerd gebeuren, want je wilt niet kunnen herleiden naar specifieke antwoorden. Mevrouw Voortman (wethouder): Ik kan me dat zeker voorstellen. Sterker nog, ik gaf in de beantwoording al aan dat wij dat ook doen. Ik noemde de raadsinformatiebijeenkomst van 20 december 2022. Dat kunnen wij zeker doen en dat blijven we wat mij betreft ook doen. De voorzitter: Dan gaan wij naar de volgende vragenset.

7

Vragenuur van 14 december 2023 5. Mondelinge vragen van de fractie van Stadsbelang Utrecht over Bomenkap bij Nieuw Buurland. De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! De recente illegale bomenkap in Nieuw Buurland heeft geleid tot boze en teleurgestelde omwonenden en tot flink wat minder bomen. Bomen zijn

belangrijk voor de leefbaarheid van onze gemeente, voor het woonplezier van onze inwoners en voor de biodiversiteit.

Naar aanleiding van deze gebeurtenis heeft de fractie van Stadsbelang Utrecht daarom de volgende vragen.

1. Is het college van plan om Woonin te beboeten voor wat heeft plaatsgevonden? Zo niet, waarom niet?

2. Wat doet het college eraan om ervoor te zorgen dat Woonin gelijkwaardige bomen van dezelfde kwaliteit laat herplaatsen?

3. Kan het college Woonin adviseren om onderzoek te doen naar bomen die nu in Baarn door een boomkweker worden aangeboden? Deze boomkweker zoekt nieuwe eigenaren voor zijn duizenden bomen. Zo nee, waarom niet?

4. Kan het college Woonin een laatste waarschuwing geven? Zo nee, waarom niet? 5. Hoe gaat het college illegale bomenkap in de toekomst voorkomen?

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Misschien is het het best als ik vertel wat wij nu gaan doen, want daarmee heb ik veel van de vragen beantwoord. Laat ik beginnen met wat ik in de brief heb geschreven, namelijk dat het buitengewoon teleurstellend is dat het weer misgaat. Dat vindt niet alleen het college, maar ook Woonin. Ik heb contact gehad met de bestuurder en die heeft dat nogmaals naar mij uitgesproken. Ik zag ook dat zij vandaag publiek excuses hebben aangeboden op hun kanalen.

Wij doen nu onderzoek ter plaatse naar welke bomen gekapt zijn die vergunningplichtig waren. De aanwijzing is dat het de twaalf zijn waarover ik heb geschreven, maar dat moeten we ook weer netjes constateren en daar moet een proces-verbaaltje van gemaakt worden. Vervolgens zullen wij een herplantplicht opleggen met een dwangsom. Dat betekent dat Woonin de bomen kan compenseren. Dat moeten dan ook gelijkwaardige bomen zijn. We kunnen dus ook eisen bijvoorbeeld wat betreft de omvang opleggen. Als men zich daar niet aan houdt, leggen wij een dwangsom op. Er is overigens geen enkele reden om daarvan uit te gaan, want ook Woonin wil dit netjes oplossen. De laatste stap is dat we ook altijd even kijken of we aangifte moeten doen bij het OM in verband met een economisch delict. Dat is wat we gaan doen. Normaal gesproken moet er dan vrij snel herplant worden. Het gesprek dat wij nu met Woonin voeren, is dat wij kijken of dat nu wel verstandig is omdat je daar dan bomen gaat neerzetten en vervolgens bouwactiviteiten laat plaatsvinden. Dat is niet goed voor die bomen. Je zou je kunnen voorstellen dat je hier een uitzondering maakt en pas tot herplant overgaat zodra de bouwactiviteiten afgerond zijn. Dan moeten we ook kijken hoe we met die uitzondering omgaan.

Dat betekent ook dat het concrete aanbod van de kwekerij waarschijnlijk – we zijn hierover in gesprek – niet van toepassing is, omdat die bomen nu beschikbaar zijn. We hebben overigens even gebeld en we hebben begrepen dat het aanbod zich op particulieren richt en niet zozeer op woningbouwcorporaties.

In juridische zin kan geen laatste waarschuwing worden gegeven. Elk delict moet weer los behandeld worden. In het gesprek hebben wij echter wel gezegd dat dit echt niet kan en dat het beter moet. Dat zegt ook Woonin. Zij hebben een aantal voorstellen gedaan, waaronder een over meer toezicht. De laatste vraag is hoe illegale bomenkap kan worden voorkomen. Dat begint bij preventie, goede afspraken aan de voorkant zodat duidelijk is over welke bomen het gaat en het belang uitleggen van

8

Vragenuur van 14 december 2023 bomen in onze stad. Met preventief beleid kan nooit helemaal een fout worden voorkomen, maar we doen allemaal ons uiterste best. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Ik zie de heer Van Heuven. De heer Van Heuven (PvdD): Voorzitter! Ik heb over deze casus natuurlijk heel veel vragen, maar ik mag er helaas maar één stellen. Ik wil nog even doorgaan op de bomen die voor particulieren beschikbaar zijn. De gemeente Utrecht wil ook gratis bomen weggeven. Dat is een gelimiteerd aantal. Kan de gemeente gratis bomen weggeven door inderdaad de bomen van de kwekerij te gebruiken? De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter! Dat vraagt echt even overleg met de kwekerij, want die heeft vandaag zeer nadrukkelijk tegen ons gezegd dat het de bedoeling is om die aan particulieren te geven. Ik weet niet of wij onszelf als een soort tussenstation mogen aanbieden. Ik zal een telefoontje met de kwekerij daarover hebben en de raad later over de uitkomt berichten. De voorzitter: Duidelijk! De heer Gaillard heeft nog een additionele vraag? De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht): Als iemand excuses blijft maken maar wel zijn acties blijft herhalen, vind ik dat niet echt van spijt getuigen of van respect naar de natuur.

Er zijn geen mogelijkheden om gewoon te beboeten voor wat al voorgevallen is, los van het vervolgtraject? De heer Eerenberg (wethouder): Nee, wij kunnen niet een houding beboeten. Dat zou ook wel ingewikkeld zijn. Wel gaan we deze casus helemaal onderzoeken en als illegale kap heeft plaatsgevonden, lopen wij het traject met de dwangsom en de aangifte uit. Naar mijn mening spreekt de heer Gaillard iets te negatief over de excuses van Woonin. Ik raad hem aan om zelf in contact te treden met Woonin, want zij hebben er echt niet goed van geslapen. Dit heeft niemand gewild. Het is bij hun ook mis gegaan in het contact met de aannemer en zij willen het ook echt netjes oplossen. De houding is absoluut goed. De voorzitter: Dank u wel. Wij gaan door naar Paars voor elkaar. 6. Mondelinge vragen van de fracties van PvdA, D66, en Student & Starter over Paars voor elkaar. Mevrouw Leever (PvdA): Voorzitter! Vorige week was het Paarse Vrijdag. Een feestdag. Door op deze dag paars te dragen, laten docenten en leerlingen zien hoe mooi en groot de acceptatie van LHBTIQ+ is. Dit kan ontzettend veel betekenen voor een LHBTIQ+-leerling die moeite heeft met zijn identiteit. En ik kan het weten. Het voelt als een arm om de schouder, een hart onder de riem. Het is niet voor niets dat ik op school voor het eerst uit de zogenoemde kast kwam, wat ik drie jaar later pas thuis bij mijn gezin deed.

Uit onderzoek van Het Parool kwam in maart naar voren dat het bespreken van LHBTIQ+-acceptatie soms een taboe is. Sommige ouders willen niet dat het onderwerp ter sprake wordt gebracht op school en houden hun kinderen thuis op onder andere Paarse Vrijdag. Utrecht is hier helaas geen uitzondering op. In een tijd waarin anti-LHBTIQ+-sentimenten steeds meer aan de

oppervlakte komen, waar landelijke partijen groot zijn geworden met uitspraken als “transterreur” en “diversiteitsgekte” en we straks waarschijnlijk een kabinet hebben waar drie van de vier partijen het regenboogstembusakkoord weigerden te tekenen, baart mij dat zorgen.

9

Vragenuur van 14 december 2023 De fracties van de PvdA, D66, GroenLinks en Student & Starter hebben de volgende vragen over Paarse Vrijdag in Utrecht.

1. Kan de wethouder een reflectie geven op het verloop van afgelopen Paarse Vrijdag? Hoe is de dag op scholen ervaren?

2. Waren er scholen die niet meededen aan Paarse Vrijdag? Zo ja, hoe komt dat en welke scholen waren dit?

3. Zijn er gevallen bekend bij het college waarbij leerlingen niet naar school zijn gegaan op Paarse Vrijdag anders dan door ziekte en verlof?

4. Kan de wethouder alle scholen zonder eigen GSA-netwerk actief aanmoedigen om er een op te richten? Kan de wethouder ons verzekeren dat hij het gesprek zal blijven aangaan met scholen die dit GSA-netwerk missen?

5. Hoe monitoren we de vooruitgang en de werking van betreffende acties in de toekomst? De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen en de mooie persoonlijke inleiding. Ik wist dat niet, maar ik kan me er van alles bij voorstellen en daarmee ook de betrokkenheid van mevrouw Leever bij het onderwerp.

Afgelopen vrijdag was inderdaad Paarse Vrijdag. Ik ben ook persoonlijk bij een school geweest, de Academie Tien en ik heb daar gezien hoe een leerkracht in een heel diverse klas het onderwerp bespreekbaar maakte. Ik heb daar ook heel veel respect voor gekregen, want dat is niet makkelijk. Dat zie je daar ook. Het helpt enorm als je het op een goede manier doet, zonder kramp, zonder taboes en je het normaliseert. Ik vond het vooral knap dat deze leerkracht ook heel veel spiegelde aan de klas: als het over gender gaat, zeg je misschien dit maar als het gaat over de vraag wie de beste voetballer in de klas is, zeg je wat anders; is dat niet werkelijk hetzelfde? Ik was echt onder de indruk. Ik hoor van de schoolbesturen dat het in de meeste scholen zo gaat. Maar ook in Utrecht zijn er scholen die niet meedoen aan Paarse Vrijdag, om verschillende redenen. Dat kan soms als reden hebben dat men dit onderwerp op een andere manier bespreekbaar wil maken dan met Paarse Vrijdag. Soms schatten ze in dat ze dan juist effectiever zijn, ook naar de doelgroep die dit een ingewikkeld thema vindt. Paarse Vrijdag is heel erg gekoppeld aan de Gender and Sexuality Alliance, die niet op elke school aanwezig is. Dan wordt het ook niet georganiseerd, terwijl ze wel een wettelijke plicht hebben om het over genderidentiteit en veiligheid te hebben.

Ook zijn er scholen die om meer principiële redenen afzien van Paarse Vrijdag. Aangezien het niet verplicht is om Paarse Vrijdag te organiseren, is het een keuze die scholen wel mogen maken, hoezeer ik zelf ook sta voor diversiteit en inclusie. Overigens zijn die scholen wel wettelijk verplicht om op andere manieren vorm en inhoud te geven aan dit thema.

Het antwoord op vraag 2 is dat ik geen overzicht heb op welke scholen wel en welke scholen niet mee hebben gedaan. Dat hebben schoolbesturen ook niet altijd en daarom was het niet snel duidelijk te krijgen. We weten dat een aantal leerlingen op Paarse Vrijdag thuisblijft, maar dat zijn dan wel leerlingen die ziek gemeld worden. Daarmee is het moeilijk te bewijzen wat de achtergrond daarvan is, hoewel het gevoel is dat het in sommige gevallen bedoeld is om het thema te ontlopen. Ook is gevraagd hoe we hiermee doorgaan. Collega Voortman zei al dat we dit thema ook in de Utrechtse Onderwijsagenda weer een prominente plek gaan geven, veel prominenter dan in de vorige versie. Daarmee wordt het automatisch onderwerp van onze reguliere gesprekken met het onderwijs, want we lopen elke keer de hele agenda langs. Daar waar ik dat persoonlijk kan doen, zal ik dat ook blijven doen. Dat betekent dat de raad in de reguliere kwartaalrapportage daarvan iets kan terugzien, maar dat zal altijd een kwalitatief verhaal zijn, omdat wij geen scholen kunnen tellen die wel of niet

10

Vragenuur van 14 december 2023 aan Paarse Vrijdag meedoen, ook gezien de context die scholen hebben om daar keuzes in te maken. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Ik zie mevrouw Ramaker. Mevrouw Ramaker (VVD): Vanuit het COC heb ik zelf voorlichting gegeven op scholen. Met dat in de context wil ik vragen of er afgelopen vrijdag echt een verhoogde absentie van leerlingen bekend was. Ik vind het namelijk nogal ver gaan om daar dan de Paarse Vrijdag aan te koppelen. De heer Eerenberg (wethouder): Wij hebben ter beantwoording van deze vraag een belronde langs een aantal schoolbesturen gehouden. Op een aantal scholen, dus niet over de hele linie, zijn er meer ziektemeldingen geweest dan normaal en scholen hebben daar het gevoel bij dat Paarse Vrijdag daar een rol in zou kunnen spelen. Ik heb zojuist echter al gezegd dat mensen ook gewoon ziek kunnen zijn, maar ik wil er niet omheen draaien, omdat scholen tegen mij zeggen dat zij daar wel een patroon in zien. Zij doen er ook wat mee, want ze maken het vervolgens wel bespreekbaar. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Zo nee, dan ga ik naar de indiener. Mevrouw Leever (PvdA): Voorzitter! Zou de wethouder nog op het actief aanmoedigen van een GSAnetwerk willen ingaan? Ik heb dat een beetje gemist in de beantwoording.

De heer Eerenberg (wethouder): Dat wilde ik vatten onder de Utrechtse Onderwijsagenda, waar ook diversiteit en inclusie een rol in spelen. Het GSA-netwerk is een heel mooie manier om dat op je school te organiseren. In die zin zullen we het in the spotlight zetten, wetende dat er ook scholen zijn die zeggen dat die vorm voor hen juist niet werkt. Dan is het aan die scholen om te laten zien dat hun vorm minstens net zo effectief en gelijkwaardig is en passend bij hun achtergrond. De voorzitter: Dank u wel. We gaan door naar de volgende vragenset. 7. Mondelinge vragen van de fracties van CDA, VVD, UtrechtNu!, ChristenUnie, Utrecht Solidair en Stadsbelang Utrecht over Macht van het getal bij stationdemo’s.

De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter! Afgelopen week organiseerden een aantal christelijke jongeren een demonstratie op Utrecht Centraal. Daarbij werden liederen gezongen en posters getoond.

Personeel van de NS sommeerde de demonstranten hierbij hun acties te staken, gezien de overlast die ze veroorzaakten. In een reactie geeft de NS aan dat ze het station als ov-knooppunt veilig en

bereikbaar willen houden. Hoewel begrijpelijk, staat deze aanpak op gespannen voet met die van de veel grotere Pro Palestina-demonstraties die eerder op het station plaatsvonden. Hier was het de

burgemeester die de demonstraties toestond op basis van de geldende regels in de Wet openbare

manifestaties. Hiermee lijkt de vrijheid van demonstratie op een NS-station bepaald te worden door de macht van het getal.

Onze fracties vragen om een consequente en duidelijke toepassing van de regels in de Wom voor alle demonstraties en heeft de volgende vragen.

1. Deelt u de mening dat hier sprake is geweest van een demonstratie, die dus onder bescherming van de Wom valt?

11

Vragenuur van 14 december 2023 2. Op basis waarvan was NS bevoegd op te treden? Welke afspraken zijn gemaakt tussen NS en gemeente over demonstraties op het station?

3. Deelt u de mening dat voor alle demonstraties dezelfde regels moeten gelden? Zo ja, op welke manier zorgt u ervoor dat de Wom consequent wordt toegepast voor alle demonstraties?

4. Deelt u de mening dat de criteria voor verkeersveiligheid en openbare orde, zoals deze in de Wom zijn opgenomen, een zwaarder gewicht krijgen bij grootschalige demonstraties op een station dan bij kleinschalige? Zo ja, hoe beoordeelt u in dit licht het optreden bij deze verschillende demonstraties?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! Ik dank de fracties voor deze vragen. Laat ik beginnen met te zeggen dat wij deze casus eigenlijk niet kenden voordat de vragen binnenkwamen. Ik zal uitleggen waarom dat zo is. Ik geef maar meteen in één klap het antwoord op vraag 1 en 2, namelijk dat navraag bij de NS leert dat deze samenkomst plaatsvond in het incheckgebied, dus binnen de poortjes van Utrecht Centraal. Dat is geen openbare plaats en daarom was hier dus ook geen sprake van een demonstratie in de zin van de Wet openbare manifestaties. Daarom kan de NS als rechthebbende daar haar huisregels handhaven. Wij hebben overigens veelvuldig overleg met NS. Als we weet hebben van een demonstratie, ongeacht of er een kennisgeving van is gedaan, is het altijd maatwerk. Elke demonstratie is anders en om goed te faciliteren vragen we de organisatoren altijd te zorgen voor een kennisgeving. Dat is in dit geval niet gebeurd. Als er een kennisgeving was gedaan voor deze samenkomst hadden we contact met de NS kunnen opnemen en bijvoorbeeld de

demonstranten kunnen adviseren om net een andere plek in de hal te zoeken, namelijk een die openbaar is, buiten het incheckgebied op het station. Daar geldt immers het demonstratierecht in volle omvang en daar is ook de Wom van toepassing.

Het antwoord op vraag 3 is dat wij, zoals u weet, pal staan voor het demonstratierecht. Ons vertrekpunt is altijd hoe het wel kan, hoe we het mogelijk kunnen maken. We beoordelen daarbij wel elke demonstratie op zichzelf en dan gelden ook altijd dezelfde regels, namelijk dat iedereen het recht heeft om te demonstreren. Die regels zijn uitgewerkt in de Wom en die passen we ook consequent toe. Er kan echter alleen van een demonstratie worden gesproken als er sprake is van een vreedzame collectieve meningsuiting op een openbare plaats. In andere situaties kan er wel sprake zijn van vrije meningsuiting, maar die vallen dan niet onder het recht van de wet. Het antwoord op de laatste vraag luidt bevestigend. Ja, bij elke demonstratie kunnen er situaties voorkomen waarbij er beperkende Wom-gronden in beeld komen. Dat hangt altijd van de situatie af. Wij hebben daar recent ook vrij uitgebreid over gedebatteerd. Er zijn gevallen denkbaar waarin de omvang van de demonstratie een rol speelt, maar dat hoeft niet. Voor demonstraties in het openbare deel van Utrecht CS gelden geen bijzondere regels. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er aanvullende vragen? De heer Van Straalen (ChristenUnie): Voorzitter! Het ging hier om een groepje jongeren die muziek maakten en daarbij evangeliseerden. De NS greep in omdat het volgens haar om propaganda zou gaan.

Amnesty gaf al eerder aan dat we ver weg moeten blijven van beoordeling op de inhoud. Die sit-ins waren ook binnen de Stationshal. Begrijpt de burgemeester dan wel dat dit toch een gevoel van onrechtvaardigheid en ook onduidelijkheid oproept over wat nu wel en niet mag? Mevrouw Dijksma (burgemeester): Dat laatste begrijp ik heel goed, anders stond ik hier niet. Als het allemaal zonneklaar was, zou u mij deze vragen niet stellen. Het punt is alleen dat wij dit niet wisten.

12

Vragenuur van 14 december 2023 Wij hebben ook geen contact kunnen hebben met de mensen van de organisatie, want dan hadden we ze kunnen uitleggen dat het geen demonstratie meer is in de zin van de Wet openbare manifestaties als zij hadden gezegd dat zij in het station wilden gaan demonstreren en dat dit binnen de poortjes was. Dan geldt gewoon dat de NS – om het even helemaal plat te slaan – de baas is. Dat is precies het punt. Het blijft naar mijn mening dan ook wijs voor eenieder om het ons te laten weten als hij zijn mening wil laten horen. Dan kunnen we ook helpen om een plek aan te wijzen, ook binnen de stationshal, waar dat gewoon kan. De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen en dan gaan wij terug naar het CDA. De heer Van Steeg (CDA): Dank voor de antwoorden aan de burgemeester. Toch is het opvallend dat de NS hier toch een heel andere lijn kiest dan de gemeente. De NS zegt dat zelf ook in een reactie. De pro-Palestinademonstratie werd door honderden tot duizenden mensen bijgewoond. Als je die het station wil uitzetten, lukt dat niet met een vriendelijk woord. Er wordt dus wel degelijk onderscheid gemaakt. Welke afspraken zijn erover en hoe beoordeelt de burgemeester die? Mevrouw Dijksma (burgemeester): Nogmaals, wij kunnen alleen afspraken maken met NS als het gaat over het openbare deel van het station.

Daarmee is het dan ook niet meer aan de NS om te beoordelen wat er aan de hand is; dan beoordelen wij dat. Dat is precies het verschil waar de heer Van Steeg nu tegenaan loopt. De voorzitter: Wij gaan door naar de laatste vraag van dit vragenuur. De heer Skori neemt voor het eerst het woord hier. Alvast gefeliciteerd. 8. Mondelinge vragen van de fractie van DENK over Verborgen camera’s in portieken. De heer Skori (DENK): Voorzitter! Dank u wel. Onlangs meldde een bezorgde bewoner dat er mogelijk verborgen camera’s waren in de portieken van enkele appartementen aan de Trumanlaan. Op

uitnodiging van deze bewoner bezocht ik de portieken. Ik zag twee doosjes die gericht waren op de portiekingang en op de schuuringang van het gebouw. Nergens in het portiek was een aanduiding

over een camera op te merken. In het contact tussen de bewoners en Woonin gaf Woonin aan dat het geen camera’s waren.

Op 4 december heb ik technische vragen gesteld waarop door de gemeente informatie is opgevraagd bij Woonin.

Hier heb ik de volgende vragen over.

1. De bewoners aan de Trumanlaan voelen zich bespied. Wat vindt het college ervan dat de

bewoners op geen enkele wijze zijn geïnformeerd over de aanwezigheid en het doel van deze camera's in hun portiek?

2. Welke alternatieve methoden of benaderingen zijn overwogen om de veiligheid te verbeteren zonder inbreuk te maken op de privacy van bewoners en waarom zijn deze alternatieven afgevallen?

3. Is het college het met ons eens dat woningbouwverenigingen in alle gevallen transparant en

proactief hun keuze dienen toe te lichten aan de bewoners als er camera's worden geplaatst in een portiek?

4. Op welke termijn zal het college hier concrete afspraken over maken met de woningbouwverenigingen?

13

Vragenuur van 14 december 2023 5. Kunnen de gemaakte afspraken hieromtrent gedeeld worden met de gemeenteraad? De heer De Vries (wethouder): Voorzitter! Ik dank de heer Skori voor het stellen van deze vragen. Het is toch een beetje zijn vuurdoop. Ik ga gelijk beginnen met de beantwoording.

Het eerste antwoord is dat wij dit inderdaad ook een kwalijke zaak vinden. De gemeente heeft privacy en de AVG hoog staan en zij hecht aan bescherming van die privacy en aan wet- en regelgeving op dit onderwerp. Wij hebben ondertussen contact gehad met Woonin en die heeft ons het volgende verklaard. Tijdens de renovatie van dit complex in 2020 was er veel last van diefstal van spullen van de aannemer. Om iemand te kunnen veroordelen, zijn deze camera’s opgehangen. Alleen op last van de politie worden ze vervolgens ook uitgelezen. Dat verzoek is niet gekomen. Het gaat verder alleen om beeldmateriaal en niet om geluidsmateriaal. Het betreffende materiaal is inmiddels ook verwijderd en niet meer in het bezit van Woonin. Het antwoord op de tweede vraag is dat ik alleen kan zeggen wat Woonin vervolgens heeft aangegeven. Cameratoezicht wordt ingezet als er geen andere voor de privacy minder ingrijpende maatregel effectief is. Het cameratoezicht is altijd onderdeel van een breder pakket aan maatregelen om dat doel van veiligheid en bescherming te halen. Wij hebben van Woonin vernomen dat zij eerst aan de slag zijn gegaan met extra beheer. Om de daders te kunnen betrappen en omdat de meeste diefstallen niet plaatsvonden onder toezicht van de buurtbeheerders, is uiteindelijk door Woonin gekozen voor cameratoezicht.

Het antwoord op de derde vraag is dat elke woningcorporatie een cameraprotocol hanteert, waarin is opgenomen dat camera’s alleen maar geplaatst mogen worden vanuit het oogpunt van veiligheid en bescherming, zoals ik eerder benoemde. Een corporatie zal nooit zonder aantoonbare reden een camera plaatsen, maar doet dit in de meeste gevallen juist op verzoek van omwonenden of in dit geval de politie, veelal als het gaat om vernieling of overlast in de portieken.

Dan het antwoord op de vierde vraag. Er zijn op dit moment geen concrete afspraken nodig, omdat ook elke woningcorporatie dat cameraprotocol hanteert. Het gaat hier bovendien ook om particuliere camera’s waar de Autoriteit Persoonsgegevens

toezicht op kan uitoefenen. Voor de gemeente is hier op dit moment geen rol weggelegd. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er aanvullende vragen? Zo niet, dan gaan wij terug naar de indiener. De heer Skori (DENK): Voorzitter. Hoor ik het goed dat de camera’s nu verwijderd zijn? Ik heb gisteravond nog met de bewoners gesproken en toen hingen zij er nog. De heer De Vries (wethouder): Dat is de laatste informatie die ik heb, voorzitter. De voorzitter: Ik kan me zo voorstellen dat het nog een keertje wordt nagekeken.

Dit was het vragenuur voor vanavond. Ik dank u allemaal voor uw komst en wel thuis! De voorzitter sluit daarop, te 17.50 uur, het vragenuur.

14

Vragenuur van 14 december 2023 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 14 december 2023.

Mondelinge vragen van de fracties van D66, Student & Starter en Volt over Utrecht als volgende Europese Jongerenhoofdstad. Wethouder De Vries •

zal de mogelijkheden wat betreft kosten en eventuele ambtelijke capaciteit voor aanmelding voor de European Youth Capital 2027 nagaan en de uitkomsten in Q3 aan de raad terugkoppelen.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b8067331-7cce-4413-b156-cc6428c67d45