20230907 vragenuur
Tekst van het document
2023 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 7 september 2023 Vragenuur, gehouden op donderdag 7 september 2023 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard. Aanwezig zijn de leden: Al-Saqaff, Koning, Ramaker, Van Steeg, Raaijmakers, Vermeulen en Van der Wilt.
Voorts is aanwezig het commissielid: Van Bergen. Namens het college zijn aanwezig wethouders: Van Hooijdonk, Oosters, Streefland en De Vries. Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal, welkom bij het eerste vragenuur na het zomerreces. Ik ben
Melody Deldjou Fard en ik heb de eer om op deze superhete zomerse dag in september de voorzitter van dit vragenuur te zijn. Ik heet iedereen welkom, alle raadsleden, commissieleden, wethouders,
iedereen op de publieke tribune en natuurlijk de mensen die met ons thuis meekijken. Wij hebben
vijf vragen vandaag en we gaan van start met de eerste vraag. Deze worden normaliter beantwoord door de burgemeester, maar zij is verhinderd. Ze zit in de Tweede Kamer en in haar plaats treedt
vandaag Lot van Hooijdonk als locoburgemeester op. De eerste vraag wordt gesteld door Bert van Steeg van het CDA.
1. Mondelinge vragen van de fracties van CDA, VVD, PVV, ChristenUnie, D66 en PvdA over Dubbel demasqué in Galgenwaard.
De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. Afgelopen zondag was het opnieuw raak in de Galgenwaard. Na de wedstrijd tegen Feyenoord waren er confrontaties tussen supporters van de thuisclub en die uit
Rotterdam. De schermutselingen vonden met name plaats aan de stadskant van het stadion, onder
de trappen waar de uitsupporters naar de bussen worden begeleid. In plaats van rellende supporters werden gezinnen in het stadion opgesloten om niet tussen de vechtende supporters terecht te komen.
Het was beangstigend om te zien dat, ondanks de maatregelen om dit te voorkomen, er toch
gevechten uitbraken tussen aanhangers van beide clubs, vlak bij de uitgang van de tribunes waar
Vragenuur van 7 september 2023 met name gezinnen de wedstrijd volgen. De ME moest zelfs ingrijpen terwijl supporters het stadion verlieten. Het is het volgende incident in een lange reeks.
De fracties van CDA, VVD, PVV, ChristenUnie, D66 en PvdA vinden het onacceptabel dat dergelijke rellen opnieuw plaats konden vinden en hebben de volgende vragen.
1. Hoe beoordeelt u de gang van zaken rond stadion Galgenwaard afgelopen zondag?
2. Hoe kan het dat er directe confrontaties konden plaatsvinden tussen de supportersgroepen,
waarbij de ME tussen goedwillende supporters moest optreden? Hoe beoordeelt u het optreden van de beveiliging van de club zelf hierbij?
3. Deelt u de mening dat meer kan worden gedaan om de harde kern van FC Utrecht en
uitsupporters te scheiden, bijvoorbeeld door de leegloop van de Bunnikside te vertragen of het gebied onder de trappen naar de tribunes af te sluiten? Welke stappen heeft FC Utrecht hierin gezet?
4. Welke stappen zijn inmiddels gezet om rellen door de harde kern van FC Utrecht te voorkomen? Is er sprake van een persoonsgerichte aanpak om herhaling in de toekomst te voorkomen? Moeten meer risicowedstrijden worden aangewezen, waarbij afspraken worden gemaakt over het aantal uitsupporters, zoals eerder is gebeurd bij de wedstrijden tegen PSV?
5. Welke afspraken zijn gemaakt met FC Utrecht over de gevolgen die nieuwe ongeregeldheden hebben?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter. Dank aan de heer van Steeg voor de vragen. Om te
beginnen, vroeg hij hoe we hiernaar kijken. Onacceptabel, is het woord dat hierbij naar mijn mening
past. Het is echt onacceptabel dat echte supporters, waaronder gezinnen, kinderen die echt naar het stadion gaan om van voetbal te genieten, moeten lijden onder het gedrag van mensen die blijkbaar niet voor het voetbal naar het stadion komen, maar voor heel andere dingen. We wisten dat dit een hoog-risicowedstrijd was, de wedstrijd tegen Feyenoord. Dat betekent dat alles uit de kast komt.
Gemeente, politie, de club ook de uitclub en de politie van de uitstad doen er In de voorbereiding alles aan om het veilig te. Hier hebben supporters of, beter gezegd, daders, een deur geforceerd
waardoor de FC Utrecht kant en de Feyenoordkant die elkaar kwaad wilden doen elkaar ook konden bereiken via een zijdeur van de loopsluis. Daardoor heeft de gewelddadige confrontatie
plaatsgevonden. Beveiligers van FC Utrecht hebben in eerste instantie geprobeerd om die groepen
weer van elkaar te scheiden, maar dat geweld werd te heftig en zij hebben op een gegeven moment ruimte gemaakt voor de politie. Daarna is ook nog de ME ingezet om uiteindelijk de groepen uit
elkaar te halen en ook weer naar hun plek te leiden. De ME heeft daarbij ook zich begeven onder
goedwillende supporters van FC Utrecht en dat is natuurlijk iets wat we niet graag zien. Dit is een situatie die niet eerder zo heeft plaatsgevonden. FC Utrecht heeft deze ingang gelijk voor eeuwig
gesloten door de zaak ook echt dicht te lassen, zodat het niet meer kan gebeuren. Deze specifieke
plek heeft de ook de camerabeveiliging opgeschroefd en ook is afgesproken om met elkaar weer die hele procedures van instroom en uitstroom goed onder de loep te nemen om te kijken of daar nog andere verbeteringen mogelijk zijn, los van het feit dat we altijd met elkaar in overleg zijn om te
kijken of het veiliger kan. De politie hier in Utrecht heeft een voetbaleenheid. Ik heb zelf ook wel
eens als loco zo’n dag mogen meemaken. Zij kennen mensen echt op individueel niveau en houden ze ook voortdurend In de peiling, ook los van de wedstrijden. En dat geldt natuurlijk ook voor de
mensen die aan de kant van de club werken aan de veiligheid. Er is altijd intensief overleg, zoals ik eerder zei en natuurlijk al helemaal bij een hoog-risicowedstrijd. Dan wordt er ook altijd extra
gekeken naar de reisregeling en naar hoeveel supporters we verstandig vinden. Sinds dit jaar is daar ook een nationaal handelingskader voor dat door alle voetbalsteden gebruikt wordt.
2
Vragenuur van 7 september 2023 Er is inderdaad ook een persoonsgebonden aanpak, een van de weinige steden waar dat aan de hand is bij voetbal. Dus er zijn ook verschillende mensen in die persoonsgebonden aanpak waar wordt gekeken of er nog extra maatregelen mogelijk zijn.
Als laatste kijken we in termen van de follow-up naar camerabeelden en of die nog aanleiding geven om dan wel vanuit het bestuursrecht dus gebiedsverboden dan wel vanuit strafrecht – OM – dan wel vanuit de club stadionverboden, of er nog consequenties zijn voor mensen. Dus in die zin zou het ook nog een staartje kunnen krijgen voor een aantal mensen. De voorzitter: Ik zie de VVD met een aanvullende vraag. Mevrouw Al-Saqaff (VVD): Voorzitter. Ik hoor de wethouder zeggen dat er ook gekeken wordt naar stadionverboden, maar wij vragen ons af of die nu ook al goed worden toegepast en vooral ook gehandhaafd door de club.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Ja, er zijn stadionverboden, maar die zijn natuurlijk niet voor eeuwig en de groepen vernieuwen zich ook. Over het algemeen kennen we de dynamiek en de
mensen waar het om draait behoorlijk goed en er wordt ook voor dit incident gekeken of we op basis van beelden kunnen vaststellen wat er gebeurd is en wie daarvoor verantwoordelijk is. Nogmaals, er zijn drie routes te weten bestuursrecht, strafrecht en de club zelf. Ja, er wordt dus naar gekeken en er wordt ook gekeken of we wat betreft de mensen die we al in de persoonsgebonden aanpak hebben nog een extra stap moeten nemen.
De heer Koning (D66): Het is ook volgens ons weer echt een schandalig dieptepunt en iedereen hier
in de raad die dit dossier al lang volgt, wil gewoon dat deze geweldplegingen stoppen. Mijn vraag is vooral over die stadionverboden, eigenlijk in lijn met wat mevrouw Al-Saqaff zei. Kunnen wij erop
rekenen dat elke keer als er grond is om een stadionverbod of een gebiedsverbod op te leggen, dat
er ook een maximale inspanning is vanuit het college om de club daartoe aan te sporen en om daar met het OM ook op te richten. Alleen dan kunnen we die rotte appels eruit krijgen.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Zoals ik al zei, is dat exact wat nu gebeurt. De camerabeelden van de club worden uitgelezen en op basis daarvan wordt gekeken welke consequenties we hieraan
kunnen verbinden. Nogmaals, we hebben verschillende partijen met verschillende bevoegdheden en die worden ingezet waar dat kan. We zijn het heel erg met elkaar eens dat dit niet mag gebeuren en
ook de samenleving veel te veel schade oplevert. Er is geen gebrek aan motivatie om hier iets aan te doen.
De voorzitter: Ik zie niemand meer met aanvullende vragen. Dan is het woord aan het CDA voor een aanvullende opmerking.
De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. Dank voor de antwoorden van de wethouder. De wethouder zegt dat er met de club wordt gekeken hoe die uitstroom van het stadion beter kan worden
georganiseerd. Betekent dat ook dat kan worden voorkomen en dat FC Utrecht in ieder geval de
verantwoordelijkheid neemt dat die Bunnikside inderdaad niet meer voor het einde van de wedstrijd al naar die uitsupporters gaat? Wat we nu hebben gezien – en dat kan echt niet – is dat de
gezinstribune wordt afgesloten en dat de mensen van de Bunnikside kunnen gaan rellen. Kan de
3
Vragenuur van 7 september 2023 wethouder toezeggen dat inderdaad FC Utrecht die verantwoordelijkheid neemt om juist die tribune later te laten leegstromen?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): FC Utrecht heeft in die zin exact gehandeld dat wat er nu
gebeurd is niet meer kan door de boel gewoon dicht te lassen. Laten we wel wezen, er is ook gewoon iets geforceerd. Er zijn dingen kapotgemaakt. Ik heb ook al gezegd dat met de club en de politie wordt gekeken naar die hele in- en uitstroom. Dat is het kwetsbaarste moment en het is altijd
anticiperen op weer nieuwe manieren waar mensen wegen vinden om gewoon de boel te verstieren. Dat proberen we inderdaad te voorkomen.
De voorzitter: Dank u wel. Wij gaan door naar de volgende vragenset. Deze vragen worden gesteld door collega Derk van Bergen van de ChristenUnie.
2. Mondelinge vragen van de fracties van ChristenUnie, VVD, Stadsbelang Utrecht en CDA over Drugsgebruik is geen grap.
De heer Van Bergen (ChristenUnie): Voorzitter. Op 6 september verscheen er in het Algemeen
Dagblad een bericht over de communicatie van het festival Smeerboel, dat op 9 september in onze
stad gepland staat. In die communicatie wordt veelvuldig, subtiel en niet subtiel, verwezen naar het consumeren van harddrugs op het festival. Zo verschenen er onder andere een timetable waarop
ruimte ingeruimd was voor het gebruik van XTC, een ludiek bedoelde hint naar de mogelijkheid om harddrugs te snuiven op de toiletten en referenties aan onder andere ketamine en cocaïne.
1. Heeft het college kennisgenomen van dit nieuwsbericht? Is het college het met de indieners eens dat het normaliseren van het gebruik van drugs onwenselijk is?
Overlast en maatschappelijke problematiek door drugsgebruik, drugshandel, verslaving en
drugscriminaliteit is veelvuldig in het nieuws. Zo berichtte de NOS op 6 september, slechts een uur
voor het voornoemde AD-artikel, dat onderzoekers schatten dat er 250 miljoen euro en 1.000 extra rechercheurs nodig zijn om drugscriminaliteit aan te pakken. Ook hier in Utrecht ondervinden wij de gevolgen van de criminaliteit en de verslaafden.
2. Ziet het college een verantwoordelijkheid voor de organisator van een festival om het gebruik van drugs en de normalisering van gebruik van drugs tegen te gaan?
Naar aanleiding van het nieuwsbericht in het AD roept de hoofdbestuurder van de Nederlandse Politiebond op om streng te controleren.
3. Heeft het college kennisgenomen van deze oproep en welk gevolg gaat ze hier aan geven? Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Dank aan de indieners van de vragen. Als wethouder evenementen kan ik deze vragen op dit moment het best beantwoorden ook namens de burgemeester en uiteraard de wethouder volksgezondheid, dus namens het college.
Het antwoord op de eerste vraag is bevestigend. Ja, het college heeft het nieuwsbericht gezien en we vinden het als college belangrijk dat het gesprek over drugsgebruik rondom festivals wordt gevoerd.
We gaan op alle Utrechtse festivals uit van een zero tolerance op drugs, met strikte toegangscontrole en EHBO. Het veiligheidsplan van Smeerboel voorziet hier ook in. Dit betekent niet dat drugsgebruik op festivals volledig uitgebannen wordt of kan worden. Daarom bieden de organisatoren van dit evenement als vanouds ook plek op het festival aan voorlichting via het door de gemeente
ondersteun initiatief Unity. Met dit pakket kennen wij de organisatoren van Smeerboel al tien jaar als goede partner waar het gaat om veilig feesten en het nakomen van afspraken.
4
Vragenuur van 7 september 2023 In antwoord op de tweede vraag merk ik op dat de organisatie inderdaad bij ons heeft aangegeven op geen enkel moment drugsgebruik te willen promoten en geeft aan de adviezen van
verslavingsexperts en -specialisten op het gebied van veiligheid, voorlichting en preventie mee te nemen, nu en ook in de toekomst.
Het antwoord op de derde vraag is dat wat de politiebond hier bepleit al staand beleid is van de gemeente. De standaard is dat de organisatie vooraf een veiligheidsplan opstelt, gevolgd door
afspraken over de uitvoering van maatregelen en evaluatie daarvan na afloop. Dat volgen wij hier
ook. Naar aanleiding van alle publicaties is er overigens extra contact geweest met de organisatie. In dit verband wijs ik op mijn antwoorden op de eerste twee vragen. De voorzitter: Ik zie het CDA met een aanvullende vraag. De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. Dank voor de antwoorden. De burgemeester heeft eerder
toegezegd om een brief te sturen over de manier waarop we in deze gemeente normalisering van drugsgebruik tegengaan. Wanneer mogen we deze verwachten? Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter, dat mag in Q4 2023. De heer Koning (D66): Voorzitter. Ziet het college net als D66, dat het juist belangrijk is om het
gesprek te voeren over welke soorten drugs schadelijk zijn en dat we een drugsbeleid nodig hebben waarin niet repressie maar juist betere voorlichting vooropstaat?
Mevrouw Oosters (wethouder): Zoals ik net ook al in mijn beantwoording aangaf, is het drugsgebruik ook een realiteit en moeten we daar ook als gemeente natuurlijk mee om leren gaan. Het college
meent dat goede voorlichting en een goede informatievoorziening daar absoluut bij gaan helpen. De informatievoorziening is daarbij dus cruciaal.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Om dit te voorkomen, zou ik eigenlijk wel graag een toezegging willen dat er wel een gesprek wordt georganiseerd over wat dan wel effectieve communicatie is hierover.
Mevrouw Oosters (wethouder): Wij zullen ook in gesprek gaan met de organisator om het hierover te hebben. Dat neemt niet weg dat natuurlijk een organisator van een evenement als dit altijd nog een eigen verantwoordelijkheid draagt over de communicatie die hij daarin kiest.
De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen en daarom gaan wij terug naar de indiener. De heer Van Bergen (ChristenUnie): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor deze beantwoording. Enerzijds zegt men bij het festival een goede partner te zijn en het niet te willen promoten, maar
anderzijds heb ik de promotie gezien en zie ik dat men het wel degelijk aan het normaliseren is. Ik vraag mij dan toch af hoe de wethouder zowel de woorden als de daden door één deur ziet gaan.
Mevrouw Oosters (wethouder): Wat dat betreft, zien wij ook niet de humor van de grappen die zijn gemaakt, maar de daden tellen voor ons ook. Die daden heb ik zojuist genoemd, namelijk de
voorlichting op het festival zelf en de communicatie richting de festivalgangers op het gebied van
celebrate safe. Dat zijn toch ook wel daden waar de gemeente waarde aan hecht omdat zij daarmee de afspraken daarin nakomen. Wat dat betreft, is het tweesporig.
5
Vragenuur van 7 september 2023
De voorzitter: Hartelijk dank. Wij gaan door naar de volgende vragenset. 3. Mondelinge vragen van de fracties van de VVD over Gestegen aantal dakloze buitenslapers deze zomer.
Mevrouw Ramaker (VVD): Voorzitter. Hulpverleners zien deze zomer een groeiend aantal
buitenslapers, zo meldt het AD van 5 september. Gestegen dit jaar is vooral het aantal EU-migranten zoals Oost-Europeanen die in onze stad zonder dak boven hun hoofd rondzwerven. Dat brengt de VVD tot de volgende vragen.
1. Naast de 950.000 euro die het kabinet beschikbaar heeft gesteld voor opvang en zorg aan
kwetsbare EU-migranten, wat doet de gemeente nog meer aan het beperken van slapen in de openbare ruimte door EU-migranten?
2. Wat kan de gemeente doen aan het kantelen van de beeldvorming bij EU-migranten van volop
werk en zorgvoorzieningen, wat Utrecht aantrekkelijk maakt voor permanent buiten te slapen?
3. Wat gaat de gemeente doen voor deze groep mensen als de herfst aanbreekt en de bladeren van de bomen vallen?
4. Hoever wil de gemeente gaan met opvang en zorg voor deze EU-migranten die eigenlijk door
toedoen van malafide werkgevers en de slechte situatie in eigen land ontredderd en dakloos in onze stad verblijven?
Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. Dank voor de vragen. In antwoord op vraag 1 deel ik
mee dat we, zoals vermeld in de raadsbrief van 4 juli, dankzij dit geld in ieder geval een uitbreiding van het team van Barka met meerdere talen, dus Pools, Roemeens en Hongaars en ook de inzet van Pools sprekende psycholoog is afgesproken. Ook gaat het om re-integratieplek In het land van
herkomst, dus Polen en Roemenië, waar we proberen samenwerkingsverbanden uit te breiden omdat het niet alleen over deze twee landen gaat. We hebben de mogelijkheid van een outreach-
medewerker bij het Leger des Heils verlengd en er zijn minimaal tien plekken voor doorlopende
winteropvang op de Stadsbrug. Daarbij wordt nog gekeken of dit opgeschaald kan worden 20, maar dat is mede afhankelijk van vergunningen en de kosten. Eind september komen we daarop bij de raad terug. In oktober starten we op de Kanaalstraat en de Bantamstraat met een pilot met een
duurzamere vorm van kleinschalige opvang en begeleiding naar duurzaam herstel en re-integratie. Dat is een transitiewoning en het doel is om deze personen langduriger – zes weken tot drie
maanden –, op te vangen en psychosociaal te stabiliseren, zodat zij kunnen herstellen en zodoende
begeleid kunnen worden naar terugkeer naar werk of terugkeer naar hun thuisland. Bovendien vindt
in de ziekenboeg bij Herstart een verbouwing plaats, waardoor we meer ruimte krijgen om zeer zieke of kwetsbare EU-migranten te helpen. Daarnaast hebben we de Koudweerregeling voor alle dakloze mensen bij temperaturen onder nul. Dat is ook voor EU-arbeidsmigranten. Dat is wat we op dit
moment doen, maar de vraag is nog breder want die gaat over de groep voor wie dit niet geldt of wie hier niet voor kiest. Ook daar proberen we toch zoveel mogelijkheid begeleiding te geven op straat
om mensen te helpen een andere keuze te maken. Sommigen kiezen toch voor een plek op straat in plaats van terug te gaan richting werk. Dit is wat wij op dit moment kunnen doen.
Dan het antwoord op vraag twee. Wij zien inderdaad wel een toename, ook in Utrecht van het aantal kwetsbare EU-arbeidsmigranten. Dat zien we ook zeker in de andere grote steden waar veel meer EU-arbeidsmigranten werkzaam zijn. Daar is het vraagstuk echt nog groter en complexer en daar
hebben we veelvuldig contact over. Wij hebben als grote stad van een van de G4 niet de reputatie dat
6
Vragenuur van 7 september 2023 er volop voorzieningen zijn voor deze groep, want dat hebben we ook gewoonweg niet. We doen wat wij zojuist hebben besproken. In andere steden, waaronder Amsterdam en Den Haag, zijn
bijvoorbeeld nu meer opvangplekken, omdat die groep ook echt exorbitant veel groter is dan bij ons. Dat heeft te maken met het Westland en het werken in de haven. Wel trekken mensen uit diverse
regio’s bij dakloosheid naar grote steden, omdat er in kleinere steden en gemeenten helemaal geen
opvangvoorzieningen zijn. Deze “regiofunctie” hebben we ook als het gaat om andere groepen in de maatschappelijke opvang, dus ook voor deze groep zien we dat toenemen. Daarnaast is het een feit dat er in Nederland en met name in de steden veel werk is en dat je hier veel beter kunt verdienen dan in de meeste andere landen in Europa, met name Oost- en Zuid-Europa. Dat trekt aan sinds 2014, sinds de openstelling van de EU-burgers om overal te gaan werken. Relatief veel
arbeidsmigranten komen naar Nederland en andere Noordwest-Europese landen. Jaarlijks zijn dat
ongeveer 800.000 mensen en met verreweg het grootste deel van hen gaat het gelukkig ook goed.
Van de mensen met wie het niet goed gaat, gaat een aanzienlijk deel weer uit eigen beweging terug naar het land van herkomst en minder dan 1% is zo kwetsbaar dat dit niet of niet direct lukt, zeker niet zonder hulp van begeleiding. Ten overvloede vermeld ik dat het in geen enkele stad
aantrekkelijk is om permanent buiten te slapen, voor niemand, ook al kiest men er zelf voor.
Ik kom op de laatste vraag. Bij temperaturen rond nul zal net als in voorgaande jaren de KWR van
kracht zijn, ook voor deze groep. Daarnaast zijn we bezig om, zoals aangegeven in de commissie, van 10 naar 20 bedden te gaan als er meer geld voor is, maar dat is echt schrapen en zoeken.
Stichting Barka ziet in Utrecht per kwartaal 250 unieke personen, waarvan 180 dakloos. Barka zet zich in om deze mensen zo snel mogelijk te begeleiden naar een duurzame uitstroom.
Al enkele jaren is er de belofte van het Rijk om op grond van het rapport-Roemer dergelijke
praktijken aan te pakken. De uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport-Roemer had al een
vertraging van anderhalf jaar opgelopen en dat is door de val van het kabinet nog verder vertraagd. Dat betekent in de praktijk dat kwetsbare mensen in extreme gevallen op straat belanden, ook bij ons. Als gemeente kunnen en willen we niet de andere kant opkijken en doen we wat we kunnen
doen binnen onze mogelijkheden. Bovendien hebben wij voor echt kwetsbare EU-arbeidsmigranten ook geld ontvangen. Eerder is aan de orde geweest of we lokaal zouden moeten overgaan tot een integrale aanpak, dus inclusief preventie. Dat is op dit moment, zoals ook in de commissie is besproken, voor ons echt heel ingewikkeld, naast het feit dat dit eigenlijk echt een stevige
Rijksaanpak zou moeten zijn om onder andere alle malafide uitzendbureaus ook echt aan te pakken. Mevrouw Van der Wilt (D66): Ik ben wel heel blij dat de wethouder met deze laatste zinnen eindigt,
want ik was nog wel verbaasd over de vragen van de VVD dat zij heel erg het accent eigenlijk legde op wat we hier in Utrecht moeten en kunnen doen, terwijl we vorige week in het debat ook zeiden
dat we al veel meer op dit vlak toen dan wettelijk moet. De wethouder heeft uitgebreid op de andere punten gereageerd en aangegeven wat wij zelf kunnen doen. Maar vindt zij niet ook dat juist die landelijke verantwoordelijkheid voor een goede spreidingswet en voor de aanpak van malafide uitzendbureaus juist het meest accent op dit moment zou moeten krijgen?
Mevrouw Streefland (wethouder): Ja, dat deel ik heel erg. Dat is ook het gesprek geweest met
minister Van Gennip. Zij is met wetgeving aan de slag gegaan om bijvoorbeeld werkgevers te
verplichten en ook gemeentes de ruimte te geven om bijvoorbeeld in vergunningen extra eisen te
stellen. Als een werkgever iemand uit een EU-arbeidsmigrantenland in dienst neemt of laat werken, kan bijvoorbeeld als voorwaarde worden gesteld dat hij ook moet zorgen voor woningen. Op dit
7
Vragenuur van 7 september 2023 moment ligt dat allemaal een beetje stil, terwijl wij echt dit soort middelen nodig hebben om een sluitende aanpak te krijgen. Wij kunnen dat niet alleen.
De voorzitter: Ik zie het CDA met een aanvullende vraag. De heer Van Steeg (CDA): Er zijn veel buitenslapers in Utrecht en dat is een groot probleem. Je ziet het ook groeien. In een bijzin zei de wethouder dat mensen ook naar Utrecht trekken omdat er opvang is. Kan de wethouder daar iets meer over zeggen en kan zij dat kwantificeren? Hoeveel mensen komen naar Utrecht toe om van opvang gebruik te maken?
Mevrouw Streefland (wethouder): Wij zien sowieso altijd een toename van mensen buiten de stad, of het nu EU arbeidsmigranten zijn of andere groepen, omdat we een centrumtaak hebben namelijk maatschappelijke opvang. Als deze mensen bijvoorbeeld in de regio hebben gewerkt en na werk verlies hebben van woning of accommodatie en werk, ze nog niet teruggaan en ze in een heel kwetsbare situatie verkeren, komen ze hier naartoe. Het is voor ons soms heel moeilijk in te
schatten, want het is een groep die rondreist naar waar er werk is. We proberen goed in zicht te
hebben waarom er 180 van de 250 personen die we vorig jaar in Utrecht hadden, dakloos zijn. Wij
proberen deze mensen goed te begeleiden of naar weer werk of naar terugkeer. We kunnen dus niet
per se zeggen dat er een soort hek om de regio zit. We weten dat ze naar ons komen, overigens nog meer naar Amsterdam, Den Haag en Rotterdam en dat heeft met de werkomgeving daar te maken.
De voorzitter: Ik zie verder geen partijen met aanvullende vragen en daarom gaan wij terug naar de indiener.
Mevrouw Ramaker (VVD): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor de uitgebreide toelichting. Het is een ingewikkelde materie, want deze mensen zoeken ook bestaanszekerheid in Nederland en zij
willen graag werk hebben. Voor de VVD is het dan altijd een beetje zoeken naar hoever de overheid, de gemeente moet gaan in het helpen. Wij kregen zojuist een opsomming te horen van wat er
allemaal van de 950.000 euro moet gebeuren, maar begrijp ik dan ook tussen de regels door dat de gemeente nog bovenop die 950.000 euro inzet?
Mevrouw Streefland (wethouder): Nee, we proberen het echt binnen dit budget te doen en zo goed
mogelijk inzichtelijk te maken wat wij kunnen. We hebben gezegd dat we voor deze extra taak ook
hulp van het Rijk verwachten. We blijven er dus binnen en daarom is er de onzekerheid. Dit is echter de situatie voor nu en hoe dat het volgend jaar eruitziet? We don’t know.
De voorzitter: Hartelijk dank voor de beantwoording. Wij gaan door naar de volgende set vragen. 4. Mondelinge vragen van de fracties van PvdA en GroenLinks over Het gaat wéér mis met de (on)vrijwillige ouderbijdrage.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Voorzitter. Het is helaas een terugkerend probleem in Utrecht. De
“vrijwillige ouderbijdrage” blijkt in de praktijk helemaal niet vrijwillig. In extreme gevallen worden kinderen uitgesloten van activiteiten of schoolreisjes als hun ouder(s) de vrijwillige ouderbijdrage niet betalen. Deze vorm van uitsluiting is voor kinderen en ouders verschrikkelijk en bovendien illegaal. En toch komt het in Utrecht voor. Zo was er een school waar de leerlingen uit groep 8
8
Vragenuur van 7 september 2023 komende week op schoolkamp gaan, maar waar kinderen worden uitgesloten waarvan de ouders de ouderbijdrage niet kunnen betalen.
Daarover hebben wij de volgende vragen.
1. Gaat het college melding maken bij de Onderwijsinspectie van deze overtreding van de wet?
2. Hoeveel scholen heeft het college al gemeld bij de onderwijsinspectie? En waar hebben eerdere meldingen toe geleid?
3. Hoe houdt het college zicht op eventuele overtredingen van de wet door scholen? Hoe zorgen we dat kinderen in Utrecht niet meer worden uitgesloten van activiteiten?
Dat het ook anders kan, liet schoolbestuur KSU afgelopen week zien.
4. Is het college bekend met het plan van de KSU? Maakt dit onderdeel uit van het onderzoek om
meer solidariteit qua inkomsten uit ouderbijdragen te bewerkstelligen (M06)? En wanneer hoort de raad meer over opvolging van de aangenomen motie daarover?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter. Dank voor de vragen. Het is heel goed dat dit
signaal bekend werd. We hebben ook contact opgenomen met de school en we willen natuurlijk
helemaal niet dat kinderen worden uitgesloten. De schoolleider heeft daarop gezegd dat die brief niet verzonden had mogen worden en dat er geen kinderen zullen worden uitgesloten van
activiteiten. De ouders zijn hierover ook actief geïnformeerd. Ook is toegezegd dat het niet meer zal gebeuren en zijn er excuses aangeboden. Omdat dit nu allemaal is rechtgezet, hebben we ook geen melding gedaan bij de inspectie. Mochten er in de toekomst weer nieuwe signalen zijn, dan kunnen we dat alsnog doen. We hebben eerder twaalf scholen bij de inspectie gemeld. We hebben dat ook
besproken met de inspectie en dat zullen we ook later wederom doen. We kunnen later in een van de Kwartaalbrieven Onderwijs rapporteren over wat we aan effecten hebben gemeld van die twaalf
meldingen. We hebben eerder begin dit jaar alle schoolgidsen bekeken, dus een 100% controle om te kijken of alle scholen voldeden aan de wet. Vanaf nu gaan we dat steekproefsgewijs doen en als we een melding of signalen van ouders of van de Stichting Leergeld of wie dan ook ontvangen, volgen we die op en zorgen we ervoor dat die op de goede plek landen. Dat geldt bij de inspectie net zo goed. We geven een bestuur altijd eerst de gelegenheid om de informatie aan te passen en te herstellen.
Wij hebben bij de schoolbesturen actief aandacht gevraagd voor kansengelijkheid en dus ook voor een vrijwillige ouderbijdrage of juist niet. Juist de KSU heeft hier inderdaad op gereageerd door de ouderbijdrage volledig af te schaffen. We zien ook dat andere schoolbesturen in het PO dit soort
plannen hebben. We hebben ook met elkaar daarover gesproken met de PO-besturen en er wordt nu
in gezamenlijkheid gewerkt aan de uitgangspunten en hoe dat er In de toekomst zou kunnen uitzien.
Een van de mogelijke onderdelen daarvan is een stedelijk solidariteitsfonds. Als we daar voortgang in boeken, zullen wij de raad daarover informeren in de Kwartaalbrieven.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Voorzitter. In dit geval krijgen wij een signaal uit de praktijk en dat hebben we eerder ook gehad door middel van een brief, maar soms is het lastig om zicht te
krijgen op juist de directe communicatie tussen scholen en ouders. Is het college hierover in gesprek met scholen om ook die directe communicatie aan te pakken?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): We zijn in gesprek om te voorkomen dat het gebeurt, dus dan komt het ook niet in de brief als het goed is. Zo simpel is het. Dus ja, dat gesprek loopt en
nogmaals, als er dan toch dingen gebeuren, hopen we dat het via meldingen dat het aan het licht komt.
9
Vragenuur van 7 september 2023
Mevrouw Van der Wilt (D66): Ik weet niet of de wethouder meteen kan antwoorden, maar ze zei dat
updates in de voortgangsbrief worden opgenomen. Volgens mij was er de toezegging dat de updates in de komende voortgangsbrief nog dit kwartaal wordt opgenomen. Kan de wethouder dat bevestigen?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Ik denk dat het eerder de volgende is, want die van nu komt er ongeveer nu aan. Ik denk dat het in Q4 zal zijn.
De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen en daarom gaan wij terug naar de indiener. Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Voorzitter. Dank voor de beantwoording. Ik ben heel blij dat deze
kinderen de volgende week mee kunnen. Dat scheelt echt slapeloze nachten en een boel stress, weet ik. Wel wil ik nog vragen waar ouders dit het beste kunnen melden als zoiets zich weer voordoet. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Ze zijn altijd welkom bij de gemeente. Dat lijkt me in ieder
geval een goede route. Laat ik niet te veel improviseren, want u begrijpt vast dat dit ook niet mijn
normale kennisgebied is. Ik weet dat wij er in ieder geval actie op ondernemen. De inspectie heeft
hier ook een rol, evenals het schoolbestuur. Laat ik in ieder geval zeggen dat als het bij de gemeente terechtkomt, zij daarnaar handelt.
De voorzitter: Dank. Wij gaan door naar de laatste vragenset. 5. Mondelinge vragen van de fracties van PvdA en GroenLinks over Discriminatie woningmarkt hardnekkig probleem.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Voorzitter. Mannen met een Marokkaanse achternaam worden nog
altijd gediscrimineerd als ze een huurhuis zoeken. Dat blijkt uit een onderzoek van het ministerie
voor Volkshuisvesting dat gisteren is gepubliceerd. Dat is absoluut onacceptabel, maar helaas een hardnekkig en wijdverbreid probleem, ook in Utrecht. De Utrechtse raad heeft eerder een stevige oproep gedaan om discriminatie op de woningmarkt te bestrijden en te bestraffen. De resultaten van het landelijk onderzoek leiden bij ons tot de volgende vragen.
1. Herkent het college het beeld uit het landelijk onderzoek voor Utrecht? Waaruit blijkt dat?
2. Sinds 1 juli is de wet Goed verhuurderschap van kracht. Wat zijn de eerste ervaringen in Utrecht? Zijn er al meldingen van discriminatie gedaan en is er al gehandhaafd?
3. Is VTH al voldoende toegerust voor het herkennen en handhaven van discriminatie? Zo ja, waaruit blijkt dat?
4. De afgelopen jaren heeft het college diverse maatregelen genomen om woningmarktdiscriminatie tegen te gaan. Hoe wordt de voortgang van de maatregelen gemonitord? Hebben tegenvallende resultaten al geleid tot bijstelling van de aanpak? Zo ja, op welke manier?
De heer De Vries (wethouder): Voorzitter. Dank voor de vragen. Ik ga direct beginnen met de
beantwoording. Allereerst het antwoord op de eerste vraag. Wij herkennen gedeeltelijk het beeld uit
het landelijk onderzoek. Vorig jaar hebben we ook in overleg met BZK in Utrecht meegedaan met het
landelijk onderzoek door Verwey Jonker, zodat we ook de specifieke uitspraken over discriminatie op de woningmarkt in Utrecht konden doen. We hebben de raad ook hierover geïnformeerd op 12
10
Vragenuur van 7 september 2023 oktober 2022 via een raadsbrief. Uit de correspondentietesten in dat onderzoek kwam geen
significante discriminatie van personen met een Marokkaans klinkende naam of homoseksuele
stellen naar voren in Utrecht. Echter, hebben we ook mystery calls uitgevoerd en daaruit bleek dat een groot deel van de verhuurbemiddelaars bereid is om mee te werken aan een discriminerend verzoek. Dat sluit dus wel aan bij het beeld uit het landelijk onderzoek.
Het antwoord op vraag twee: bij ons lokale meldpunt zijn er in het kader van de wet Goed
verhuurderschap tot nu toe elf meldingen binnengekomen. Die meldingen die hebben vooral
betrekking op de huurregelgeving en enkele meldingen gaan over adressen die bekend zijn ook
binnen de aanpak huisjesmelkers. Geen van deze meldingen gaat op dit moment over discriminatie en er is op dit moment dus ook nog niet handhavend opgetreden.
In antwoord op vraag 3 vereist het herkennen van discriminatie inderdaad specifieke expertise en onze VTH inspecteurs hebben deze expertise niet. Om deze reden hebben we
samenwerkingsafspraken gemaakt met Artikel 1 Midden Nederland en meldingen over discriminatie pakken we dan ook samen op. Als expertisecentrum kan Artikel 1 Midden-Nederland de melding
beoordelen en volgens de interne richtlijnen de melding onderzoeken. Artikel 1 Midden Nederland
informeert de gemeente over de voortgang en als gemeente kunnen wij dan vervolgens besluiten tot handhaving.
Op vraag 4 kan ik antwoorden dat we discriminatie op de woningmarkt monitoren en daarover
periodiek rapporteren. Dat is in Q4, zoals ook aangegeven in mijn antwoord op de eerste vraag. Net als in voorgaande jaren doen we dit via correspondentietesten en ook die mystery calls en we zijn voornemens om dit in de toekomst ook te blijven doen. Resultaten uit eerdere
monitoringsonderzoeken in Utrecht hebben ertoe geleid dat wij onze aanpak hebben geïntensiveerd en het wetsvoorstel Goed verhuurderschap biedt hiervoor ook meer handvatten. Zo is sanctioneren via die wet nu ook mogelijk en dit middel zullen we indien noodzakelijk natuurlijk ook gaan
gebruiken. Verder blijven wij inzetten op voorlichting en professionalisering en werken we samen met BZK en andere gemeenten aan de handreikingen voor een objectiever selectie- en wervingsproces van potentiële huurders.
De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen van andere fracties en daarom gaan wij terug naar de indiener.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Voorzitter. Ik ben blij om te horen dat het college in ieder geval hier meerjarig op wil inzetten en dit soort onderzoeken en praktijktesten ieder jaar voorlopig nog wil blijven doen. Wat betreft de meldingen en de nieuwe wet vraag ik mij echter wel af hoe onze
inwoners eigenlijk weten dat die wet er is en dat die ook ingeval van discriminatie gebruikt kan worden en een melding kan worden gedaan.
De heer De Vries (wethouder): Voorzitter. Inderdaad, de wet is net ingevoerd, evenals dit meldpunt. Daar hoort echt nog wel een campagne bij om dat bekend te maken. Op dit moment zijn we met
name nog aan het onderzoeken wat dan de juiste routing is, want we hebben ook het Huurteam. Het Huurteam is echt al wel bekend in de stad en we zien dat er veel meldingen binnenkomen bij het Huurteam, maar die gaan met name ook over de regelgeving. Wij onderzoeken dus ook of we
misschien de routing kunnen doen via het Huurteam – dat al bekend is – maar dat wij uiteindelijk als het dus gaat ook over bijvoorbeeld discriminatie daarop kunnen handhaven. We onderzoeken op dit moment wat de beste route daarin is.
11
Vragenuur van 7 september 2023 De voorzitter: Dank u wel. Daarmee zijn wij aan het einde gekomen van het vragenuur van deze week. Ik wens u allemaal een heel fijne avond en tot de volgende week! De voorzitter sluit daarop, te 17.43 uur, het vragenuur.
12
Vragenuur van 7 september 2023 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 7 september 2023.
Mondelinge vragen van de fracties van ChristenUnie, VVD, Stadsbelang Utrecht en CDA over Drugsgebruik is geen grap. Wethouder Oosters • zal de raad in het vierde kwartaal van 2023 een brief sturen over de manier waarop het college van B&W de normalisering van het drugsgebruik wil tegengegaan.
13