20230622 vragenuur
Tekst van het document
2023 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 22 juni 2023 Vragenuur, gehouden op donderdag 22 juni 2023 te 17.00 uur. Voorzitter: de heer Van der Graaf. Aanwezig zijn de leden: Dijkstra, Hornsveld, Koning, Snippe, Van Steeg, Stellinga en Van der Wilt. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Compagnie, Leever, Şimşek en A. Stam. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Van Hooijdonk, Schilderman en Streefland. Griffier: mevrouw Bouts.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal, welkom bij het vragenuur van 22 juni 2023. Mijn naam is Rik
van der Graaf. Ik mag het vragenuur voorzitten vanmiddag. U kent de regels volgens mij allemaal en daar ga ik u aan houden. Dat is mijn rol en taak hier. We hebben zeven vragen. De eerste vraag over bedreigde horecaondernemers wordt gesteld door de heer Koning, mede namens GroenLinks, VVD, PvdA, Student & Starter, DENK, EenUtrecht en Utrecht Solidair.
1. Mondelinge vragen van de fracties van GroenLinks, D66, VVD, PvdA, Student & Starter, DENK, EenUtrecht en Utrecht Solidair over Bedreigde horecaondernemers.
De heer Koning (D66): Voorzitter. Vorige week ontvingen diverse horecaondernemers bedreigingen
van anonieme afpersers met de boodschap om € 3.200 in bitcoins over te maken, omdat anders de horecazaak gesloten zou worden. Hierbij wordt gerefereerd aan de horecagelegenheid op de
Kanaalstraat die vorige week door de burgemeester werd gesloten, nadat er een projectiel werd
gevonden op de deurklink van de zaak. Diverse horecaondernemers hebben de bedreigingen en afpersingen bevestigd.
Onze partijen hebben de volgende vragen.
1. Is deze vorm van bedreiging en afpersing nieuw of zijn er eerdere gevallen bekend waarin
horecazaken op deze manier werden afgeperst? Zo ja, hoe heeft de gemeente toen gehandeld? En heeft de gemeente een beeld van de omvang van het probleem?
2. Is het college bekend met deze vorm van criminaliteit in andere steden en hoe gaan andere gemeentes ermee om? Zo ja, welke lessen kunnen we daaruit trekken?
3. Wat vindt het college ervan dat het sluiten van een pand op last van de burgemeester door
Vragenuur van 22 juni 2023 criminelen als bedreiging wordt ingezet?
4. Hoe wil het college voorkomen dat horecaondernemers die niets met criminele activiteiten te
maken hebben, het slachtoffer worden van het sluiten van zaken? Welke andere manieren ziet het college om de openbare orde te herstellen en veilig te houden zonder onschuldige horecaondernemers te duperen?
Bestuursdwang is een ingrijpend middel dat tot wel zes maanden kan worden opgelegd, zelfs
wanneer de ondernemer achteraf geen verwijt treft. Voor ondernemers is het heel moeilijk om nadeelcompensatie of schadevergoeding aan te vragen en gegund te krijgen.
5. Kunnen de voorwaarden en het proces van aanvragen en uitkeren van nadeelcompensatie en
schadevergoeding aangepast en vereenvoudigd worden, zodat ondernemers die de dupe zijn van sluiting naar aanleiding van deze vorm van criminaliteit ervoor in aanmerking komen? Zo ja, hoe, en is het college voornemens dit te doen? Zo nee, waarom niet?
6. Welke alternatieven, zoals het instellen van een lokale chantageschadevoorziening zijn denkbaar? Over welke middelen beschikt de sector zelf? Gaat het college hierover in gesprek met ondernemers en de lokale afdeling van KHN?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Dank voor de vragen. Naar aanleiding van de
betreffende incidenten heb ik het afgelopen weekend direct contact gehad met Koninklijke Horeca
Utrecht en de ondernemers om onrust bij hen weg te nemen en ze van mijn kant een hart onder de riem te steken. De politie en het OM nemen de afpersingen zeer serieus en zij doen uiteraard
onderzoek. Het is in Utrecht niet eerder voorgekomen dat we op deze manier zo’n afpersing en zo’n bedreiging hebben meegemaakt op het punt van de horeca, met dreiging tot sluiting. We zien
natuurlijk dat online afpersing een bekend fenomeen is, zoals de heer Koning ook weet. Daarbij gaat het om het hacken van bestanden, het dreigen met het verspreiden van seksvideo’s, welke zaken
allemaal vaak voorkomen. In algemene zin is het van groot belang dat je meteen melding en aangifte doet bij de politie en niet ingaat op een poging tot afpersing. Dat is naar mijn mening belangrijk om dat te zeggen.
In antwoord op de tweede vraag merk ik dat het in Amsterdam in 2018 ook is gebeurd. Ook daar
hebben koffieshopexploitanten dreigmails gehad, waarin werd gedreigd met het ophangen van een handgranaat of het beschieten van een pand als geen bitcoins werden betaald.
De derde en vierde vraag neem ik even samen. Ja, het is heel ernstig als dit soort dreigementen en chantage plaatsvindt. Ik begrijp de zorgen, maar ik heb ook steeds meteen gezegd dat dit soort
besluiten, het inzetten van je bestuurlijke mogelijkheden, met grote zorgvuldigheid zijn omgeven.
Als iemand een dreigmail krijgt, is dat sowieso nooit op voorhand een reden om een sluiting in gang te zetten. We mogen ook niet zwichten voor chantage. Dat heb ik de ondernemers ook laten weten. Dat betekent ook, als het nodig is, dat wij veiligheidsmaatregelen nemen om mensen die bedreigd
worden juist te beschermen tegen dit soort acties. Er zijn natuurlijk wel situaties waarin sprake is van een vete tussen criminelen onderling waarbij bijvoorbeeld grof geweld, het beschieten van panden
en het ophangen van explosieven niet geschuwd wordt. In dat soort gevallen – maar dat is echt een
andere casus – is sluiting soms wel aan de orde om de bewoners te beschermen en de openbare orde te herstellen. Mocht een ondernemer niet direct naar de politie durven te gaan, dan kan iemand altijd contact opnemen met de vertrouwenslijn Afpersing, een initiatief van Koninklijke Horeca Nederland
en het ministerie van Justitie en MKB, waar mensen laagdrempelig met vertrouwenspersonen kunnen spreken.
Dan vraag 5 over de nadeelcompensatie. Dat verzoek kan via de webpagina worden ingediend. Wij hebben nu geen signalen dat het niet naar behoren werkt. Het hangt natuurlijk altijd van het
2
Vragenuur van 22 juni 2023 specifieke geval af of iemand daar ook recht op heeft. Daar zitten we ook vast aan landelijke wet- en regelgeving en aan jurisprudentie. Ik zou nu niet willen ingaan op eventuele alternatieven als een lokale chantageschadevoorziening. Zoals gezegd, we hebben bestaande mogelijkheden en we
hebben ook niet zomaar extra middelen. Als je dit inricht, moet je dat ook gaan vullen. De heer
Koning weet als geen ander hoe krap de Voorjaarsnota is en wat voor moeilijke gesprekken daar al
over gevoerd worden. Ik zie nu gewoon niet de ruimte, nog los van het feit dat ik ook niet denk dat we het nodig hebben om het te doen.
De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. Dank voor de antwoorden van de burgemeester. Het is goed te horen dat er met grote zorgvuldigheid wordt besloten of zaken worden gesloten. Om hoeveel
ondernemers gaat het nu die daadwerkelijk worden gechanteerd? Kan zij daar een beeld van geven? Is er vanuit de gemeente een initiatief om die ondernemers bij te staan met advies en met hulp?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Het gaat om enkelen, maar ik weet niet het exacte aantal. In ieder geval heb ik wel met een van henzelf contact gehad. We hebben in de app-groep van de
horecaondernemers een contactpersoon, de manager crisisoperaties, met telefoonnummer en al
aangeboden, die ook bereikbaar is om adviezen te geven en de ondernemers bij te staan, ook vanuit
de gemeente. Dat aanbod hebben wij actief gedaan, omdat we ons heel goed kunnen voorstellen dat je naast het contact met de wijkagent horeca ook van onze kant misschien een en ander nodig hebt. Dat aanbod ligt er.
De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter. De vorige week was er één zaak dus wel gesloten, die in de Kanaalstraat. Daarbij zijn we niet gezwicht voor chantage, maar wat was de overweging om dat dan wel daar te doen?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Er is niet aan de voorkant een dreigmail gekomen. Ik moet er
bovendien bij zeggen dat ik zeker niet in een individuele casus enige mededeling daarover kan doen, zeker niet als het onderzoek door de politie nog loopt.
De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen en we gaan terug naar de heer Koning. De heer Koning (D66): Voorzitter. De kern van mijn vragen is natuurlijk of de wetgeving hier werkt en of bestuursdwang het eigenlijk niet erger maakt en of pandsluiting nu wel doeltreffend is. Het lijkt erop dat dit gewoon een nieuw chantagemiddel is. Is de burgemeester, gezien deze ontwikkeling,
bereid om haar discretionaire bevoegdheid om het pand niet te sluiten in plaats van wel te sluiten wanneer zou blijken dat in het vervolg een andere ondernemer de dupe is van deze vorm van chantage?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Het mooie van het begrip “discretionair” is dat je inderdaad altijd
in alle zorgvuldigheid alle belangen weegt. Daar bij is nooit maar één belang doorslaggevend. Als dit
speelt, kan het dus heel goed zijn dat je andere maatregelen neemt dan het sluiten van een pand om bijvoorbeeld de omgeving te beschermen. Dat is precies waarom ik hoop dat we nu geen principieel debat over deze bevoegdheid krijgen, omdat we namelijk in de praktijk altijd proportionaliteit
betrachten en ook kijken naar waar de dreiging vandaan komt en of het helpt om een pand te sluiten of niet. De rechter toetst dat ook.
3
Vragenuur van 22 juni 2023 De voorzitter: Daarmee gaan we naar de mondelinge vragenset 2. 2. Mondelinge vragen van de fracties van GroenLinks, PvdA, Volt, Student & Starter en ChristenUnie over Houd bij aanplant rekening met hooikoortspatiënten.
Mevrouw Hornsveld (GroenLinks): Voorzitter. Deze vragen worden mede gesteld door de fractie van BIJ1. Hooikoorts is een heel vervelend verschijnsel. Oplossen kunnen we het in Utrecht niet, een beetje helpen wel; door bij aanplanting van groen rekening te houden met het soort planten en
bomen dat we aanplanten. Sommige soorten verspreiden namelijk aanmerkelijk meer pollen dan andere soorten. We kunnen op plekken die niet te ontwijken zijn voor mensen, bijvoorbeeld
woonstraten, scholen en ziekenhuizen, proberen aanplant die ernstige klachten op kan wekken te vermijden. Het LUMC (Leids Universitair Medisch Centrum) heeft uitgebreid onderzoek naar
hooikoorts en beplanting gedaan en ook adviezen voor aanplant opgesteld. Een door het ziekenhuis ontwikkeld Bomenkompas moet onder andere beleidsmakers helpen om woonwijken “pollenbewust” in te richten. Een kleine moeite die in essentie niets extra’s hoeft te kosten. Hoe “healthy urban living” wil je het hebben?
1. Erkent het college dat hooikoorts voor veel mensen heel erg vervelend is?
2. Houdt het college momenteel bij de aanplant van groen rekening met hooikoorts?
3. Is de gemeente op de hoogte van het Bomenkompas en de adviezen van het LUMC?
4. Zou het niet mooi zijn als Utrecht bij nieuwe aanplant van groen, en bij vervanging, rekening gaat houden met hooikoortspatiënten?
5. Welke rol kan en wil het college nu al spelen waar het gaat om het rekening houden met hooikoortspatiënten bij aanplant en herplant van groen?
6. Kan het college de verdere mogelijkheden hiertoe onderzoeken, waarbij het belang van biodiversiteit nadrukkelijk meegenomen wordt?
7. Kan Utrecht dit het liefst zo snel mogelijk in beleid omzetten? Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. Wat betreft vraag 1 erkent het college inderdaad dat hooikoorts vervelend kan zijn.
Vraag 2: op dit moment houden we al rekening met hooikoorts door te kiezen voor groen en variatie in dat groen. Op die manier voorkomen we dat planten of bomen die hooikoorts veroorzaken
massaal aanwezig zijn op één plek en daardoor voor veel overlast zorgen. In ons hooilandbeheer
streven we naar een toename van kruiden en een afname van grassen die veel stuifmeel verspreiden. Dit doen we overigens niet alleen met het oog op hooikoorts maar het draagt wel bij aan de
vermindering van pollen in de lucht. Verder bestrijden we de Ambrosiasoorten, omdat ze bekend staan als hooikoortsplanten en zich ook als een invasieve exoot kunnen gedragen.
Antwoord 3: ja, we zijn ermee bekend dat het advies van het LUMC is om te zorgen voor balans en variatie bij de aanplant van bomen en groen. Dat is ook in lijn met ons huidige bomenbeleid.
In mijn antwoord op vraag 4 ga ik ook meteen in op de antwoorden 6 en 7. Naar aanleiding van de
evaluatie bomenbeleid hebben we richtlijnen voor een toekomstbestendig bomenbestand opgesteld, waarmee we zorgen voor een grote variatie aan bomen op wijkniveau. We onderzoeken de
mogelijkheden om dit ook nog verder in richtlijnen te verankeren, bijvoorbeeld in het Handboek
openbare ruimte. De richtlijnen bieden ons tevens de mogelijkheid om meer aandacht te hebben voor hooikoorts bij de keuze van boomsoorten en de richtlijnen van het Bomenkompas en de
adviezen van het LUMC daarin toe te passen. Wij denken dat de belangen van biodiversiteit en
4
Vragenuur van 22 juni 2023 hooikoortspatiënten niet strijdig hoeven te zijn met elkaar en wij gaan onderzoeken met welke soort bomen en groen we de beste invulling daaraan kunnen geven.
In antwoord op vraag 5 ben ik van mening dat de rol van de gemeente om hooikoorts tegen te gaan wel beperkt is, maar we doen natuurlijk wat we kunnen. Bekend is dat pollen die hooikoorts veroorzaken een wijd verspreidingsgebied hebben en daarmee dus ook vaak van buiten de
gemeentegrens kunnen komen. Daarnaast komen er ook steeds meer mensen met hooikoorts en dat komt ook omdat steeds meer mensen steeds minder met de natuur in aanraking komen, sterieler
leven en minder weerstand hebben en ook doordat er periodes zijn met extreme droogte en weinig regen. Het lokale beleid, zoals hierboven genoemd, heeft enig effect maar ook weinig effect
waardoor mensen geen klachten zouden ervaren. Ook beplanting in tuinen van mensen kan klachten veroorzaken. Op lokaal niveau houden we zoveel mogelijk rekening met de beplanting en kijken we ook naar hoe we dat in het maaibeleid kunnen verankeren, maar uiteindelijk zijn de grote oorzaken hiervan echt breder dan ons stadsniveau.
De heer Stellinga (CDA): Voorzitter. Ik ben een beetje verbaasd over de volgorde van de dingen, want volgens mij is het gebruikelijk dat de raad eerst de mogelijkheid krijgt om te reageren op de vraagsteller en dat dan pas de wethouder aan de orde komt.
De voorzitter: Volgens mij hanteren we de juiste volgorde. U mag nu een vraag stellen. De heer Stellinga (CDA): Ik zou de vraag niet aan de wethouder willen richten, maar aan de vragensteller.
De voorzitter: Dat kan helaas niet in het vragenuur. De heer Stellinga (CDA): Volgens mij kan dat wel! De voorzitter: U kunt een punt van orde maken. De heer Stellinga (CDA): Goed. Dat doe ik … De voorzitter: Dat maakt u bij dezen. Het kan niet, want we hebben afgesproken dat we deze
volgorde hanteren. De vragensteller stelt een vraag en die wordt beantwoord door de wethouder.
Daarna is er ruimte voor aanvullende vragen vanuit de zaal en die worden direct beantwoord door de wethouder of de burgemeester. Daarna volgt het slotwoord.
De heer Stellinga (CDA): Dan stel ik de vragen toch maar aan de wethouder. De voorzitter: Dat is goed! De heer Stellinga (CDA): Dank u wel! Het is een heel leerzaam moment voor mij. Mijn vraag heeft
betrekking op het volgende. Gaan wij niet een klein beetje ver in de maakbaarheid van dingen op het moment dat wij ons gaan bemoeien met beplantingen? Hebben wij daar ons als gemeente inderdaad
mee bezig te houden? Ik zeg dat in mijn volle capaciteit als hooikoortspatiënt: gaan we daar niet een beetje ver in?
5
Vragenuur van 22 juni 2023 Mevrouw Schilderman (wethouder): Het lijkt me wel goed dat de gemeente altijd goed kijkt naar
verschillende vormen van beplanting, omdat beplanting natuurlijk ook bijdraagt aan biodiversiteit.
Dat de gemeente beleid heeft op soorten planten lijkt mij wel heel erg passend. Maar, zoals ik ook in de beantwoording heb aangegeven, met beplanting kunnen wij hooikoorts niet weghalen. We zien eerder dat hooikoorts toeneemt. We houden er dus rekening mee, maar ik denk niet dat u de
verwachting moet hebben dat binnenkort niemand in Utrecht meer last heeft van hooikoorts, ook niet als wij de beplanting aanpassen.
De voorzitter: Tot slot GroenLinks nog voor een eventuele slotvraag. Mevrouw Hornsveld (GroenLinks): Voorzitter. Ik begrijp het antwoord natuurlijk en we kunnen het
ook helemaal niet vermijden, maar het advies van het LUMC is om het op de allerergste plekken te vermijden. Dat is eigenlijk mijn enige vraag. Ik respecteer zeer wat de wethouder vertelt over de manier waarop de gemeente ermee bezig is, maar kunnen bomen als berken echt niet worden vermeden op plekken bijvoorbeeld bij een ziekenhuis of bij een school?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Heel eerlijk gezegd, ben ik niet voornemens om in de buurt van
ziekenhuizen berken en essen te kappen. Dat lijkt mij geen goed idee en het is ook niet de wens van deze gemeenteraad. Ik heb toegezegd dat wij kijken in hoeverre we de adviezen van het LUMC kunnen meenemen in het Handboek openbare ruimte.
3. Mondelinge vragen van de fractie van de ChristenUnie over Beheergebouw Vlinderhof Máximapark.
De heer Compagnie (ChristenUnie): Voorzitter. Utrecht is een aantal prachtige bewonersinitiatieven rijk, waaronder de Vlinderhof in het Máximapark. In deze tuin kun je mooie bloemen en vlinders
bewonderen in het binnenhof van het park. Dit mooie initiatief verdient wat ons betreft ook een mooi beheergebouw. In 2021 vroeg de ChristenUnie al om hier werk van te maken. In februari is eindelijk de vergunning afgegeven, maar er lijkt nog niet veel te gebeuren, behalve vier hoekpaaltjes sinds
januari. De Vlinderhof zit met de handen in het haar. Daarnaast is het ook voor bezoekers van het park een groot voordeel als het gebouw er komt, want het is de bedoeling dat hier openbare toiletten in komen. Nu staan er enkele tijdelijke toiletten in het park.
1. Is het college het met ons eens dat de Vlinderhof een goed beheergebouw verdient?
2. Is het college het met ons eens dat het goed is dat er meer vaste openbare toiletten in het Máximapark komen?
3. Wat is de reden dat er nog geen beheergebouw voor de Vlinderhof in het Máximapark staat? 4. Kan het college toelichten op welke termijn het gebouw er wel komt?
5. Welke openbare voorzieningen, zoals toiletten, zullen in het gebouw aanwezig zijn? Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. Op vraag 1 wil ik aangeven dat het college het met de ChristenUnie eens is dat de vrijwilligers een gebouw nodig hebben om de tuin te onderhouden. Daarom is er ook een omgevingsvergunning voor het beheergebouw afgegeven.
Antwoord 2: ja, het college is het ermee eens dat er meer vaste openbare toiletten in het Máxima moeten komen. In het plan van aanpak Utrecht op het gemak, dat in juli 2020 werd vastgesteld,
stonden drie locaties benoemd in het Máximapark waar een vaste openbare toiletvoorziening moest komen. Dat waren de bosspeeltuin, het beheergebouw Vlinderhof en de werkschuur beheergebouw
6
Vragenuur van 22 juni 2023 parkorganisatie. Onlangs heeft de raad een schriftelijke update hiervan ontvangen en daarin zijn deze drie voorzieningen ook benoemd.
Antwoord 3: het klopt dat de vergunning in februari is verleend. In de technische uitwerking bleek nog een aantal zaken verder uitgezocht te moeten worden, waaronder de aansluiting van de
riolering. Verder liep de aannemer aan tegen beperkingen wat betreft de inkoop van materialen en capaciteit. Inmiddels zijn de werkzaamheden ook gestart.
Antwoord 4: de werkzaamheden zijn dus gestart en voor de zomervakantie wordt de fundering
aangebracht. Na de zomervakantie start de bouwloods met de realisatie van het gebouw en naar verwachting wordt het gebouw in dit najaar opgeleverd.
Antwoord 5: in het gebouw is een miva-toilet aanwezig. Als de vrijwilligers in de tuin aan het werk zijn, kunnen bezoekers gebruik maken van dat toilet.
De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen uit de zaal, ook niet van de heer Compagnie. Dan dank ik de wethouder voor deze beantwoording en gaan we door naar vragenset nr. 4.
4. Mondelinge vragen van de fracties van Volt, DENK, GroenLinks, BIJ1, PvdA en PvdD over Algoritmeregister.
De heer Stam (Volt): Voorzitter. Zoals u hebt opgemerkt, val ik even in voor mijn collega Maas. Het Nederlandse Algoritmeregister bestaat nu ruim een half jaar. Bij de start in december had de
gemeente Utrecht 38 algoritmes geregistreerd, met de belofte dat “meer specifieke informatie volgt”. Een halfjaar later valt op dat het register nog steeds maar één zinnetje per algoritme bevat. Je kunt bijvoorbeeld niet vinden welke data of welke methoden of modellen worden gebruikt voor het algoritme. Andere gemeenten, zoals Amsterdam en Den Haag, vermelden die informatie wel.
Daarnaast valt op dat Utrecht een aantal modellen heeft geregistreerd die niet lijken te gaan over
mensen of menselijk gedrag, bijvoorbeeld een algoritme over de hoogte van het stedelijk water, of
wanneer een lichtmast vervangen moet worden. Het Algoritmeregister is voornamelijk bedoeld voor algoritmes die raken aan de privacy van burgers en besluiten die de overheid over mensen neemt. Het vervangen van een lichtmast lijkt in deze verhouding niet zo relevant. In de raadsbrief van 12
juni wordt gesproken van 48 algoritmes waarvan er al 42 getoetst zouden zijn op privacy en Uthiek, maar het lijkt erop dat hier over een ander Algoritmeregister wordt gesproken.
Dit leidt de fracties van Volt, DENK, Groen Links, D66, Bij1, PvdA en PvdD tot de volgende vragen. 1. Op welke termijn verwacht het college dat Utrecht meer informatie kan toevoegen aan het
landelijk bestand over de eigen algoritmes, zoals de databronnen en de gebruikte modellen en methoden en dat alle algoritmes zoals in de raadsbrief vermeld met toetsing op privacy en Uthiek, zijn ingevoerd?
2. Deelt het college de opvatting dat het Algoritmeregister vooral bedoeld is voor algoritmes die
raken aan mensen in de stad? Zo ja, waarom zijn dan allerlei ruimtelijke algoritmes in het register opgenomen?
3. Kan het college toezeggen om de sociaal-gerelateerde algoritmes prioriteit te geven bij het verrijken van de informatie in het landelijk register?
Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. Het antwoord op vraag 1 is, dat, zoals eerder vermeld in de raadsbrief Interne richtlijnen en toepassing algoritmes die wij op 12 juni verstuurd hebben, wij de ambitie hebben de verbeterslag met betrekking tot ons Utrechts Algoritmeregister uiterlijk Q4 2023 te hebben gerealiseerd. Wat we nu al doen, is dat we informatie verzamelen bij de eigenaren van en
7
Vragenuur van 22 juni 2023 direct betrokkenen bij de algoritmes in de eigen organisatie. We werken daarbij ook actief samen
met BZK om tot die volgende slag te komen en die goed uit te voeren, ook in de structuur van het landelijke register dat er nu komt. BZK is eigenaar van het landelijk register en heeft voor
deelnemende gemeenten en andere overheden bepaalde vereisten, zoals de invulling van de velden.
Dat was er eerst nog niet. Wij waren al veel eerder begonnen, maar dan is het wel oefenen natuurlijk. Vanuit Utrecht stemmen we met BZK af hoe we deze vereiste velden op de juiste manier verder kunnen invullen, gelet op de Utrechtse informatie en context met de Utrechtse algoritmes. Dat
proberen we heel actief en wij zitten er dichtbij om te horen wat we nog extra moeten doen. We
hebben in ieder geval heel veel algoritmes geregistreerd, maar we zijn er nog niet. Wij hebben extra aandacht voor de verschillende doelgroepen bij deze verbeterslag. De gewone Utrechter wil
bijvoorbeeld de impact op diens leefomgeving in goed begrijpelijke taal weten en de techneut wil informatie over modellen en metadata. Daar houden we ook rekening mee.
In antwoord op vraag 2 delen wij niet helemaal dat het vooral bedoeld is voor algoritmes die raken aan mensen in de stad. Ik begrijp wel waar die vraag vandaan komt, want wij hanteren namelijk in afstemming met BZK een bredere definitie. Bij algoritmes die directe impact op de stad hebben, horen zowel algoritmes bij die raken aan mensen als ruimtelijke algoritmes. Soms is het nog
indirecter, namelijk dat ruimtelijk soms ook weer de mensen raakt. We hanteren hierbij wel intern het impactlabel, namelijk “high” voor veel impact op de mensen in de stad en “low” voor minder,
minimaal of geen impact op de mensen in de stad. Bij de volgende slag die we maken – voor Q4 – gaan we bekijken of we het “high impact” label van een algoritme ook openbaar laten zien. Dit
hebben we namelijk al wel in beeld, maar we proberen het nog verder te verstevigen. We gaan ook verkennen of we de verslagen vanuit Uthiek, onze Uthiek-assessment met terugwerkende kracht, openbaar kunnen maken. Op die manier proberen we dat openbaar te maken, naast de privacycheck en het Uthiek-assessment.
Kan het college toezeggen om bepaalde algoritmes prioriteit te geven? Ja, dat gaan we doen. De high-impact algoritmes hebben voorrang in deze verbeterslag. Daarbij gaat het vooral om de
sociaal-gerelateerde algoritmes en in mindere mate over de ruimtelijke algoritmes. Ze komen
allemaal aan de beurt. Daarnaast houden wij voortdurend zicht en daarmee overzicht op nieuwe algoritmes die wij als organisatie hanteren. De voorzitter: Kunt u afronden? Mevrouw Streefland (wethouder): Ja. Het laatste punt is dat wij algoritmes pas gebruiken op het moment dat ze zijn getoetst op privacy en Uthiek. Dan pas worden ze opgenomen in het
Algoritmeregister. Wat er niet in het Algoritmeregister staat, doen we dus ook niet. Zo ziet de gebruiker ook direct wat we in Utrecht niet doen op het gebied van algoritmes.
De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. Het is belangrijk dat inwoners daar inzicht in hebben. De
wethouder zegt ook dat het op een begrijpelijke manier moet gebeuren. Kan zij daar nog iets meer over zeggen? Hoe krijgt een inwoner inzicht, welke data worden gedeeld en waarom worden die gedeeld? Hoe wordt dat op een begrijpelijke, korte en transparante manier opgeschreven?
Mevrouw Streefland (wethouder): Dat is een goede vraag. We maken nu kort en bondig inzichtelijk dat we er gebruik van maken en of er een privacytoets is geweest. Ook maken we melding van het Uthiek-assessment. Daarbij gaat het om de velden waarop we het willen invullen in “Jip en
Janneketaal”, zodat ik het zelf ook kan begrijpen en in taal voor de techneuten. Bovendien willen we
8
Vragenuur van 22 juni 2023 iets zeggen over de impact die het op levens maakt, dus waar mensen dit kunnen gaan merken of
niet. We proberen dat steeds bij te houden. In Q4 2023 willen we de raad op de hoogte stellen met het bijgewerkte Algoritmeregister.
De heer Anton Stam (Volt): Voorzitter. Tot slot nog een korte vraag. Allereerst dank voor de
duidelijke beantwoording. Als al die algoritmes al zo getoetst zijn op Uthiek, wat belet ons dan om
dat nu gewoon in te voeren? Vanuit Uthiek zou ik verwachten dat heel veel gegevens al bekend zijn en dat we daar al over nagedacht hebben.
Mevrouw Streefland (wethouder): Jazeker, dat kan ook wel. We doen dus een Uthiek-assessment en
een privacytoets bij alle nieuwe algoritmes, maar ook met terugwerkende kracht voor de algoritmes die er nu in staan. Daarmee zijn we al aardig op streek en we zitten op 42 van de 48. We gaan nu
kijken op welke manier we de verslagen daarvan kunnen toevoegen en of we dit de inwoners goed
kunnen uitleggen. Dat nemen we zo snel mogelijk mee, maar daar moet nog wel even een toets op. 5. Mondelinge vragen van de fractie van DENK over Geschikte vaste locatie voor Stichting de Zorgzusters.
De heer Şimşek (DENK): Voorzitter. De vrouwen van Stichting de Zorgzusters in Overvecht doen
prachtige dingen voor bewoners van de wijk en de omgeving. Zo delen ze voedselpakketten uit,
helpen ze bewoners die moeite hebben met hun administratie of bezwaarschriften, en bieden ze een luisterend oor aan bewoners die met de handen in het haar zitten. Stichting de Zorgzusters is voor veel bewoners erg laagdrempelig en vertrouwd. Voor bewoners die de weg naar gemeentelijke
voorzieningen niet goed weten te vinden, zijn de vrouwen van Stichting de Zorgzusters vaak een prettig en laagdrempelig alternatief. Stichting de Zorgzusters klopt echter al jaren aan bij de
gemeente voor het verkrijgen van een vaste locatie. Hiervoor hebben ze van de gemeente lange tijd geen gehoor gekregen, en ook tot op de dag van vandaag hebben de vrouwen van Stichting de
Zorgzusters geen geschikte locatie gekregen. Hierdoor werken ze vaak vanuit huis, of op een kleine ongeschikte locatie. Dit heeft soms tot gevolg dat de vrouwen van Stichting de Zorgzusters “nee”
moeten verkopen aan donateurs, omdat ze simpelweg geen opslagruimte hebben. Daarnaast zorgen de slechte werkomstandigheden voor bijvoorbeeld rugklachten. Er moet continu gebukt worden om ergens bij te kunnen, of om kratten te moeten verschuiven om bij de koelkasten te kunnen. Wij hebben hierover de volgende vragen.
1. Is het college bekend met de herhaaldelijke verzoeken van Stichting de Zorgzusters voor een vaste locatie?
2. Is het college het met ons eens dat de activiteiten van Stichting de Zorgzusters onmisbaar zijn
voor veel buurtbewoners, en daarom de steun van de gemeente verdient? Zo nee, waarom niet?
3. Kan het college toezeggen om samen met Stichting de Zorgzusters te zoeken naar een geschikte vaste locatie in de Wijk Overvecht of in de omgeving? Zo nee, waarom niet?
Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. Dank voor de vragen. We zijn zeer bekend met de
verzoeken van Stichting de Zorgzusters voor een vaste locatie. Het antwoord op de eerste vraag is dus “ja”. Overigens zijn zij helaas in Overvecht maar ook breder niet de enigen en dat maakt misschien ook wel deel uit van dit vraagstuk dat wij hier bespreken.
De Zorgzusters doen inderdaad waardevol werk. Wij vinden het belangrijk om dat te ondersteunen,
onder andere door hen te verbinden aan andere initiatieven en partijen in de wijk en in de zoektocht
9
Vragenuur van 22 juni 2023 naar geschikte ruimte. Het gemeentelijk Makelpunt speelt hierin een actieve rol. Verschillende keren hebben de Zorgzusters de tijdelijke en betaalbare – daar gaat het ook vaak over – ruimte gevonden
via de gemeentelijke leegstandsbeheerder ad hoc, bijvoorbeeld aan de Winterboeidreef en onlangs is ruimte gecreëerd in een pand aan de Grote Trekdreef. Ook daar maken zij nu gebruik van. Voor de
gebruikerskosten ontvangen zij vervolgens weer een bijdrage uit het Initiatievenfonds van wijken. Op dit moment is de zoektocht voor dat deel afgerond, maar blijft inderdaad de vraag naar een vaste locatie bestaan. Dat is helaas niet alleen voor de Zorgzusters het geval.
Wat betreft de derde vraag merk ik op dat we echt meedenken met het vinden van een geschikte
locatie, niet alleen in gemeentelijk vastgoed maar ook doordat we de Zorgzusters in contact weten te brengen met de initiatieven in vastgoed van derden als we denken dat daar kansen toe zijn. We zien echter dat de vraag naar betaalbare ruimte voor initiatieven in de wijk vele malen groter is dan het
aanbod. Het realiseren van extra maatschappelijke vierkante meters heeft wel zeker onze aandacht. Op dit moment werken we onder andere aan de doorontwikkeling van een aantal gemeentelijke
locaties, waarvoor we pandvisies maken. Daarbij worden ook maatschappelijke vierkante meters
gerealiseerd. Deze worden te zijner tijd aangeboden via openbare tenders – dat is onze werkwijze – maar we zullen ook zeker de Zorgzusters daarop actief attenderen en faciliteren.
De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter. Binnenkort trekken de Zorgzusters naar weer een tijdelijke locatie in het oude schoolgebouw aan de Grote Trekdreef. Ik heb het kunnen zien en ik gun het ze
ook. Maar ze geven ook aan dat dit weer tijdelijk is. Hoe moeten we dat nu beoordelen? Ze zoeken
inderdaad al drie, vier jaar. Ik ken ze nu zo’n vijf jaar en ik weet dat ze al vijf jaar lang zoeken. Hoe kan het dat we nu vier jaar lang al met zo’n groep leuren – het is niet de enige – en wat lezen we hieruit? Wat is het signaal?
De voorzitter: Dit is een vraag voor de wethouder en aan de klokker meld ik dat dit van de tijd van EenUtrecht af gaat. Daar zijn we scherp op.
Mevrouw Streefland (wethouder): Het signaal is de verdeling van schaarste. Dat zien we niet alleen in
Overvecht maar ook breder en het ligt veelvuldig in de raad voor. Op het gebied van maatschappelijk vastgoed zien we dit signaal heel vaak. In Overvecht zien we het nog vaker. Dit is niet de enige, zeer goede, organisatie waar we nauw contact mee hebben om ook op andere manieren te helpen. Soms gaat dat via andere partijen. Wij zoeken bijvoorbeeld ook naar mogelijkheden bij andere
maatschappelijke organisaties of bij kerken, omdat we het gewoon niet altijd zelf hebben. Ik vind het spijtig. Ik wil altijd zoeken naar wat er wel kan en dan liefst zo duurzaam mogelijk.
Mevrouw Van der Wilt (D66): Voorzitter. Mijn vraag haakt in op die van EenUtrecht, maar het valt mij op dat we in dit vragenuur steeds vaker vragen stellen over één initiatief. Ik ben het met de
wethouder eens dat het een breder vraagstuk is, maar tegelijkertijd hebben we ook opgeroepen om te kijken of zaken misschien slimmer kunnen worden gecombineerd en of initiatieven met elkaar verbonden kunnen worden. Wordt dat hierin meegenomen? Daar zit volgens mij een belangrijke crux.
Mevrouw Streefland (wethouder): Zeker. Zodra er vastgoed beschikbaar is, ook wat niet van ons is, kunnen we kijken hoe we het slimmer kunnen doen. Ik denk in dit verband aan Careyn of andere plekken waar iets ontstaat, waar je met elkaar samen voor Overvecht – ik zou zeggen Samen van Overvecht – combinaties kunt maken. Dat vraagt soms ook wel wat ondernemerschap bij de
10
Vragenuur van 22 juni 2023 organisaties zelf, zodat de gemeente dat kan faciliteren met eventueel subsidies en dergelijke. De
kans zit vaker meer bij andere partijen dan per se alleen bij ons. Maar ik ben het ermee eens dat wij een aanjagende functie hebben.
De heer Şimşek (DENK): Voorzitter. De wethouder geeft aan dat er meerdere initiatiefnemers zijn die naar geschikte ruimte zoeken. Wat mij wel is opgevallen en wat ook uit de verhalen van de
Zorgzusters zelf is gebleken, is dat het regelmatig voorkomt dat nieuwe initiatieven of nieuwe
initiatieven die veel minder lang werken en die misschien soortgelijke dingen doen maar op een andere manier, vaak voorrang kregen boven de Zorgzusters. Ik vroeg mij af hoe de wethouder daarop reageert en …
De voorzitter: U bent door uw tijd! De heer Şimşek (DENK): … de Zorgzusters de volgende keer een hogere prioriteit kunnen krijgen. Mevrouw Streefland (wethouder): Ik deel deze visie niet. Ik zie heel veel organisaties die al lang bezig zijn en die ook van belang zijn. Dat zij aandacht van ons krijgen omdat zij goed werk doen, deel ik zeer.
6. Mondelinge vragen van de fractie van de PvdD over Een mix van kappen en snoeien. Mevrouw Snippe (PvdD): Voorzitter. Bij het RO-project De Mix zijn al diverse kapvergunningen
aangevraagd, terwijl er in eerste instantie “maar” 29 bomen zouden worden gekapt. Recent werd
zelfs illegale kap geconstateerd. Hiertegen heeft de gemeente aangifte gedaan. Onze partij is van
mening dat alle resterende bomen daarom extra moeten worden beschermd. De recente aanvraag
om bomen te snoeien op dezelfde locatie als de illegale kap verontrust de Partij voor de Dieren dan
ook. Het lijkt bovendien niet om eenmalige snoei te gaan, omdat er in de toelichting van de aanvraag staat “Snoeien van bomen zodat er voldoende onderhoudszone ontstaat tussen de kruin van de boom en het
toekomstige gebouw”.
De Partij voor de Dieren heeft hierover de volgende vragen.
1. Klopt het dat voor snoeien pas een vergunning nodig is als meer dan 40% van een boom wordt weggesnoeid?
2. Welk percentage aan bladvolume en houtmassa wordt er weggesnoeid?
3. Welke gevolgen heeft dit snoeien voor het straatbeeld en voor de biodiversiteits- en de klimaatwaarde van de bomen?
4. Hoe dicht komen de appartementen op de bomen te staan?
5. In hoeverre kunnen de bomen na de snoei weer terug groeien tot hun volledige volume? 6. Hoeveel bomen zijn er tot nu toe gekapt voor dit project?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter. Dank aan de vragenstellers, want we verwachten natuurlijk niet anders dan dat de Partij voor de Dieren er scherp bovenop zit. Het klopt ook wat
mevrouw Snippe zegt: 40% is inderdaad de grens voor de vergunningaanvraag. In dit geval – het gaat over drie bomen – is er één boom waar het boven de 40% zit en de andere twee zitten eronder, maar omdat het dezelfde casuïstiek is, is ervoor gekozen om wel voor alle drie een vergunning aan te vragen. Het is zichtbaar, want er wordt fors gesnoeid. Twee van de drie bomen hebben echter
11
Vragenuur van 22 juni 2023 sowieso een lage levensverwachting en het moet dan ook ingecalculeerd worden dat het zelfs zonder snoeibeurten de vraag is hoe lang zij nog te leven hebben. De gevolgen voor biodiversiteit,
klimaatwaarde, ecologisch, ruimtelijk, cultuurhistorisch et cetera vormen onderdeel van het vergunningproces.
Ze komen vijf meter van de bebouwing te staan. De bebouwing heeft dezelfde rooilijn als in het
verleden, maar in het verleden waren het twee gebouwen met een kop met niets daartussen. Deze
drie bomen staan in het stukje waar vroeger geen gebouw stond maar straks wel. Ze staan daar als
onderdeel van een rij. De andere bomen die al wel dichter bij de gebouwen stonden in het verleden, zijn in het verleden ook al meer gesnoeid. Daarom zijn deze drie bomen wat groter geworden dan hun soortgenoten verderop. De afstand tussen de stam en de gevel is dus vijf meter.
De verwachting is wel dat ze iets anders gaan groeien omdat de omgeving verandert en daarmee dus ook de bezonning en de ruimte.
Mevrouw Snippe sprak over 25 tot 29 bomen die gekapt zouden worden. Volgens de planvorming
waren dat er 49, zo is mij verteld. Op de vergunning die wij hebben verleend, staan er 46. Die zijn ook allemaal al geëffectueerd. Dat is de stand van zaken.
De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen. Mevrouw Snippe, tot slot? Mevrouw Snippe (PvdD): Voorzitter. Ik had een aanvullende vraag, maar ik heb ook het idee dat de derde vraag niet echt beantwoord is. Misschien kan de wethouder daarop nog ingaan. Mijn
aanvullende vraag was wat we qua snoeien van de bomen in het RO-gebied nog mogen verwachten en of het hierbij kan blijven qua snoei en kap.
Mevrouw Streefland (wethouder): Los van de normale snoeibeurt heb ik geen indicatie dat dit op
andere plekken ook aan de hand is. Ik heb de derde vraag wel beantwoord en wel op twee manieren. In de eerste plaats is het onderdeel van het vergunningproces om dit soort dingen in kaart te
brengen en in de tweede plaats staan ze in een rij met allemaal iepen. Een aantal iepen heeft altijd al op dezelfde afstand van de gevel gestaan in de oude situatie en die hebben dan ook een ander
groeipatroon gehad dan deze drie bomen, die in dezelfde lijn op een stukje stonden waar geen
gebouw was. Als er straks wel een gebouw is, zal dat effect hebben op de manier waarop ze groeien. Ik zeg dat tegen de achtergrond dat twee van de drie bomen überhaupt een beperkte levensverwachting hebben, ook zonder al deze ruimtelijke ontwikkelingen.
7. Mondelinge vragen van de fracties van PvdA, D66, Volt, BIJ1, GroenLinks en Student & Starter over Regelingrecht.
Mevrouw Leever (PvdA): Voorzitter. Afgelopen maandag konden (aankomende) studenten de
basisbeurs weer aanvragen. Een mooi moment voor studenten die zich afgelopen jaren in de steek
gelaten voelden. Er zijn helaas echter ook studenten die de regeling nodig hebben, maar deze niet aanvragen, vaak omdat ze de weg naar deze regelingen niet kennen. Dit speelde al eerder rondom de aanvullende beurs en zeker eerste-generatiestudenten en mbo-studenten maken hier minder gebruik van.
Dit leidt onze fracties tot de volgende vragen.
1. Onderschrijft het college het belang dat studenten de weg vinden naar de bestaande regelingen – zoals de basisbeurs – en dat dit strookt aan kansengelijkheid? Zo ja, ziet het college mogelijkheden om dit actief uit te dragen als gemeente?
12
Vragenuur van 22 juni 2023 2. Is het college ermee eens dat de aanvraag van dit soort regelingen toegankelijk en laagdrempelig moet zijn en waar dit niet het geval is ondersteuning nodig is?
3. Heeft het college een beeld of met name mbo’s, maar ook hogescholen en universiteiten begeleiding bieden bij het aanvragen van deze regelingen? Zo ja, welk beeld?
4. Kan dit worden meegenomen in de gemeentelijke verjaardagsbrief en op de gemeentewebsite “18 worden”?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter. Het zal de mensen niet ontgaan dat ik hierin de
heer Eerenberg vervang, maar ik ga voordragen uit zijn werk. Uiteraard vinden we het belangrijk dat studeren voor iedereen toegankelijk is, onafhankelijk van waar je vandaan komt en wat je
achtergrond is. Dat geldt zeker voor de eerste-generatiestudenten en studenten die opgroeien in
gezinnen waar huishoudens het wat krapper hebben. We vinden het belangrijk dat deze studenten
een extra zetje krijgen en dat ze ook goed gebruik kunnen maken van alle financiële mogelijkheden. Alle uitvoeringsorganisaties, zoals schuldhulpverlening, de Geldzaak, U Centraal, buurtteams, kennisinstellingen – dus ook mbo, hbo en universiteiten – werken allemaal goed samen om studenten te ondersteunen bij financiële vragen. Studenten kunnen daar ook terecht.
Op vraag 2 kan ik dus antwoorden dat we dat delen. De laagdrempeligheid is belangrijk.
In antwoord op vraag 3 meld ik dat dit in eerste instantie een zaak voor DUO is, want het is nationaal beleid met een nationale uitvoering, ook wat betreft het informeren en het ondersteunen. Iedereen zal een persoonlijk bericht ontvangen over de rechten op studiefinanciering en ook vanuit het ministerie komt er een 18-jarigenbrief, waarin informatie staat over het aanvragen van
studiefinanciering. Bij de onderwijsinstellingen zijn decanen actief om studenten erop te wijzen en om aanspreekpunt te zijn. Mochten er in uitzonderlijke gevallen studenten zijn die niet goed met hun ouders door één deur kunnen, dan zijn er mogelijkheden om daar omheen te werken.
Als laatste de vraag naar de dingen die de gemeente kan doen. Op onze website staat al een
onderdeel over 18 worden. Daar staan ook verwijzingen met betrekking tot beurzen, DUO en waar dingen kunnen worden aangevraagd. In de brief die de gemeente stuurt wordt ook weer daarnaar verwezen. Op webpagina’s zoals die van de Geldzaak en studenten kunnen zij met vragen van financiële aard terecht.
De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen, ook niet van mevrouw Leever. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit vragenuur. Ik dank u allen voor uw komst en wens u nog een prettige avond toe.
De voorzitter sluit daarop, te 17.51 uur, het vragenuur.
13