20230608 vragenuur.doc
Tekst van het document
2023 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 8 juni 2023 Vragenuur, gehouden op donderdag 8 juni 2023 te 17.00 uur. Voorzitter: Melody Deldjou Fard. Aanwezig zijn de leden: Assen, Hessel, Van Heuven, Van Steeg, Sungur, Vasters, Vermeulen en Van Vliet.
Voorts is aanwezig het commissielid: Leever. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Eerenberg, Oosters en Voortman.
Griffier: Florien Bouts.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal, welkom bij het vragenuur op deze zonnige dag in juni, fijn dat u er bent. Ik heet iedereen welkom, alle raadsleden, commissieleden, wethouders en iedereen op de publieke tribune en iedereen die met ons vandaag thuis meekijkt. Het komende uur behandelen we maar liefst zeven vragen en ik zal de spelregels nog even op een rijtje zetten. U hebt twee minuten per vraag, dus let op. We zijn heel streng vandaag. Na de beantwoording door de wethouder heeft elke partij de gelegenheid om nog een korte aanvullende vraag te stellen. Vooral kort en krachtig, alstublieft.
1. Mondelinge vragen van de fracties van de PvdD en GroenLinks over Verknipt Festival in het broedseizoen.
De heer Van Heuven (PvdD): Voorzitter. Het komend weekend vindt Verknipt Festival plaats aan de
Strijkviertelplas. Het festival is nog niet eens begonnen, maar het heeft nu al een negatieve impact
op de aanwezige vogels, want midden in het broedseizoen begon al op 23 mei de opbouw van iets als een ponton. We hebben bewegend beeld waarop is te zien dat een vrachtwagen met luid lawaai zand uitstort onder toeziend oog van een nijlgans met kuiken. In een door Verknipt verspreid
informatiebericht staat dat er een maand lang werkzaamheden plaatsvinden voor een festival van twee dagen.
Onze fracties hebben hierover de volgende vragen.
Vragenuur van 8 juni 2023 1. Wat vindt het college ervan dat midden in het broedseizoen deze opbouw van een grootschalig festival plaatsvindt en dat een deel van de plas gedurende een maand ook voor mensen ontoegankelijk is?
2. “Festivals zitten broedseizoen in de weg: vogels kunnen doof worden", was de kop van een
verontrustend artikel van RTL Nieuws op 8 mei. in hoeverre is het college van mening dat een
(grootschalig) festival op een voor dieren gezonde wijze kan plaatsvinden in het broedseizoen?
3. De laatste jaren wordt alles wat maar een beetje met festivals te maken heeft onder de noemer van locatieprofielen aan de kant geschoven. Is het college het met ons eens dat we strengere regels moeten maken voor festivals en evenementen in het broedseizoen?
4. Terug naar Verknipt: hoe gaat het college de broedende vogels en andere kwetsbare flora en fauna aan de Strijkviertelplas beschermen tegen Verknipt Festival?
5. Praktisch aan de Strijkviertalplas is de nieuwe woonwijk Rijnvliet gebouwd. Waarom vindt het college de Strijkviertelplas nog een goede plek voor dit soort grootschalige evenementen?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Dank aan de stellers van de vragen. Allereerst als
antwoord op vraag 1: het evenementenseizoen en het broedseizoen overlappen elkaar helaas voor een belangrijk deel. Het is daarom vrijwel onvermijdelijk dat evenementen ook plaatsvinden
gedurende het broedseizoen. Voor grote evenementen is voor het veilig op- en afbouwen tijd nodig. Het organiseren van evenementen in het groen vraagt daarbij natuurlijk om extra zorgvuldigheid en maatregelen, zoals rijplaten neerleggen ter bescherming van het groen. Voor de veiligheid van het opbouwen is het soms noodzakelijk om een gebied of delen daarvan af te sluiten. Het echt
afgesloten gebied voor Verknipt in de opbouwfase is gelukkig in omvang beperkt en ook worden maatregelen genomen om het aantal voertuigen per dag zoveel mogelijk te beperken. We vinden
evenementen in onze stad waardevol. Ze zorgen voor ontmoeting en plezier voor heel veel bewoners van onze stad. Uitgangspunt en noodzakelijk blijft daarbij dat evenementen rekening houden met hun omgeving.
In antwoord op vraag 2 meld ik dat in de Wet natuurbescherming een zorgplicht voor dieren is
opgenomen. De organisator van evenementen moet altijd aan deze zorgplicht voldoen. Dit houdt in dat hij respectvol moet omgaan met de natuur en ernaar moet streven deze zo min mogelijk te
verstoren. Hij heeft de verplichting preventieve maatregelen te nemen om negatieve effecten op
beschermde soorten te voorkomen. Specifiek voor vogels geldt dat gedurende het broedseizoen voorafgaand aan het evenement op de locatie een broedvogelonderzoek dient plaats te vinden.
Hieruit blijkt te meer dat we inderdaad vinden dat organisatoren rekening moeten houden met en respect moeten hebben voor hun omgeving.
in de aangekondigde tien locatieprofielen, dit als antwoord op vraag 3, ligt de focus onder andere op ecologie. Een gespecialiseerd adviesbureau is gevraagd om advies over het organiseren van evenementen en de impact daarvan op flora en fauna. Daarbij worden factoren als
evenementenfrequentie en geluidsfrequentie en de effecten daarvan, onder andere in het broedseizoen, meegenomen in de ontwikkeling van de locatieprofielen.
Dan als antwoord op vraag 4: een ecoloog heeft twee keer een veldcontrole op aanwezigheid van broedvogels uitgevoerd. Bij die controles zijn geen nesten aangetroffen en geen knelpunten
geconstateerd met andere diersoorten. Deze waarneming sluit ook aan bij eerder ecologisch onderzoek naar de locatie in 2019. Als wel wat wordt gevonden, nemen we samen met de organisator altijd maatregelen.
Zoals ook al eerder gezegd, horen evenementen bij de stad, een geluksmaker voor tienduizenden mensen, voor het overgrote deel Utrechters, per jaar. Een evenwichtige spreiding over de
2
Vragenuur van 8 juni 2023 verschillende locaties in de stad is belangrijk om een goede balans te houden tussen dat plezier dat de evenementen geven en de anderen die dat plezier misschien minder ervaren. Zoals u weet, is de
ruimte voor grootschalige evenementen in Utrecht zeer beperkt. Onder de juiste voorwaarden en met de juiste frequentie vinden we dat aan de Strijkviertelplas gewoon evenementen kunnen worden gehouden.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Voorzitter. Het hele terrein is drie weken afgesloten en ook
wandelaars worden niet meer toegelaten. Ze hebben twee weken nodig voor de opbouw en een week voor de afbraak, zo werd gezegd. Wandelaars worden dus drie weken lang niet toegelaten en dus is
er ook niemand om te kijken of er echt geen nesten zijn. Vindt de wethouder drie weken niet veel te lang om Strijkviertel af te sluiten voor alle andere bewoners?
Mevrouw Oosters (wethouder): Wij kijken natuurlijk altijd met de organisator hoe het mogelijk is om
een zo kort mogelijke periode te hebben dat mensen echt niet meer op een bepaalde locatie kunnen komen. Zoals ik al zei, is het gebied dat werd afgesloten gelukkig voor een groot deel beperkt – en dus niet het hele gebied – en is vooral ook de doorgaande looproute van het park een kleine twee weken afgesloten. Dat is nog lang, maar wel echt minder dan de maand die werd aangegeven. De voorzitter: Aangezien er geen aanvullende vragen zijn, gaan we terug naar de indiener. De heer Van Heuven (PvdD): Voorzitter. De wethouder zegt dat er geen nesten zijn aangetroffen, maar we hebben wel bewegend beeld van kuikens. De waarneming waarop de wethouder zich
baseert, vind ik uiterst mager en betwistbaar. Er is ook nog eens een vuurwerkaanvraag gedaan door Verknipt Festival midden in het broedseizoen. Daar gaat de gemeente weliswaar niet over, maar wat mij betreft is dit wel extreem asociaal. Is de wethouder bereid om Verknipt Festival aan te spreken op het niet gaan gebruiken van vuurwerk?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter, Ik wil best met verknipt in gesprek over de beelden die de Partij voor de Dieren heeft gezien en ook over het gebruik van vuurwerk. Maar inderdaad, zoals de heer van Heuven ook al aangeeft, kunnen wij daar geen regel voor stellen.
2. Mondelinge vragen van de fracties van D66, GroenLinks, Student & Starter en PvdD over Afval bij evenementen.
De heer Vasters (D66): Voorzitter. Afgelopen zaterdag ontving onze stad een heleboel bezoekers
voor de vijfde editie van Canal Pride. Evenementen als deze leveren veel lol en plezier op, maar ook een hoop afval. En dat betekent risico's voor dieren en milieu en een hoop werk voor de
medewerkers van Stadsbedrijven om dit weer op te ruimen. Wat ons opviel, waren de verschillen in
hoe met het afvalbeheer om werd gegaan. Op bepaalde plekken in de stad waren extra afvalbakken geplaatst, maar op andere plekken echt veel te weinig, bijvoorbeeld op Paardenveld. Op bepaalde plekken liepen blikverzamelaars door de stad, maar zij waren niet overal zichtbaar. Daarom de volgende vragen.
1. Op welke manier is getracht de afvalstromen zoveel mogelijk te beperken? Zijn herbruikbare bekers bijvoorbeeld verplicht voor de aanwezige horeca?
2. Hoe is bepaald op welke plekken afvalbakken en afvalinzamelaars zijn ingezet en waren dit er achteraf gezien voldoende?
3
Vragenuur van 8 juni 2023 3. Is het college het met de indieners eens dat in principe op alle locaties waar bezoekers te verwachten zijn, afvalbakken geplaatst moeten worden om zwerfvuil te voorkomen?
4. Ten slotte en meer in het algemeen, gezien de ervaringen uit deze en andere evenementen, welke verbeteringsmogelijkheden ziet het college nog voor beter afvalbeheer bij dit soort evenementen?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter, dank en ook dank aan de vragenstellers. De Canal Pride
was inderdaad een feest voor iedereen en volgens mij ook echt een feest om heel erg trots op te zijn als stad. Ons is ook het afval opgevallen, ook al hebben we uiteraard ons best gedaan om dit zoveel mogelijk tegen te gaan. Zo hebben we langs de routes en op de feestlocaties extra afvalbakken geplaatst en evenementencontainers en afvalinzamelaars ingezet. Maar er is nog een wereld te
winnen. Voor de volgende editie willen we dan ook kijken of meer herbruikbare bekers kunnen
worden ingezet. In Wijk C werd al wel voor een deel gewerkt met het retoursysteem voor de bekers
en hiervoor werd gebruik gemaakt van de subsidieregeling Duurzame evenementen. Dus dat is wel gebeurd.
Het antwoord op vraag 2. De keuze voor de locaties is gebaseerd op de ervaringen met eerdere
edities en zijn punten waar veel mensen samenkomen, onder andere op de verschillende bruggen.
We moeten constateren dat er locaties zijn waar we nog meer voorzieningen zullen moeten treffen.
Het antwoord op vraag 3 is ja. Als ideaal delen wij dat principe, maar de vraag is wel in hoeverre dat
realistisch is. Mensen hebben ook een eigen verantwoordelijkheid voor de manier waarop zij omgaan met de woon- en leefomgeving.
Het antwoord op de laatste vraag is dat de aanpak om te komen tot minder afval echt een
gezamenlijke bewustwording en verantwoordelijkheid van de organisatie, de gemeente, deelnemers en bezoekers is. Wij zien dat er iedere editie verbeteringen optreden. Tegelijkertijd blijven er, zoals gezegd, voldoende uitdagingen. Op het punt van de inzameling van afval en het voorkomen ervan,
constateren we met de vragenstellers dat er nog veel ruimte is voor verbetering. Dit is, zoals ook bij eerdere edities het geval was, onderdeel van de evaluatie van de huidige editie en van de
voorbereiding op de volgende editie. Met de subsidieregeling Duurzame evenementen en de focus op gezondheid en duurzaamheid in het Evenementenfonds stimuleren we organisatoren om die
betere keuzes ook te maken. Ook komt er een verbod op single-use plastics de komende periode, wat hopelijk voor een grote verbeterslag zal zorgen.
De heer Van Heuven (PvdD): Voorzitter. Een grote bron van afval was de confetti. Dat ligt er op
sommige plekken nog steeds, voor mijn deur bijvoorbeeld. Hoe wil het college voorkomen dat er volgend jaar weer zo’n confettibult in de binnenstad ontstaat?
Mevrouw Oosters (wethouder): Ik begrijp dat signaal van de heer van Heuven en ik zal dat ook
meenemen in de evaluatie met de organisator. Dan gaan we straks over op de Goedweershow van de Canal Pride met wethouder Voortman.
De voorzitter: Ik zie niemand met nog aanvullende vragen en we gaan daarom terug naar de indiener.
De heer Vasters (D66): Voorzitter. Ik heb geen aanvullende vraag, maar ik dank de wethouder voor haar antwoorden.
4
Vragenuur van 8 juni 2023 3. Mondelinge vragen van de fracties van PvdA, D66 en Student & Starter over Maak van Utrecht Pride een meerdaagse viering.
Mevrouw Leever (PvdA): Voorzitter. Utrecht heeft weer een fantastische Pride achter de rug. De Canal Pride is een groots feest met telkens meer bezoekers en aanmeldingen voor boten. De animo is
groot. Hoe mooi zou het zijn als we er in navolging van Amsterdam en Rotterdam een meerdaagse viering van kunnen maken met ook meer aandacht voor emancipatie en protest, meer feest om te
vieren dat iedereen verliefd kan worden op wie hij wil en meer ruimte om aandacht te vragen voor al het onrecht waar de LHBTIQ+-gemeenschap nog dagelijks mee te maken krijgt. Pleinen liggen nog
bezaaid met niet-uitgevoerde zoenen, afgeknapte knuffels, weggevaagd gelach en onzekere geesten die door
hoofden spoken. Mooi als we als Utrecht kunnen laten zien dat de stad voor iedereen is. Dit brengt onze fracties tot de volgende vragen.
1. Onderschrijft het college het belang van de boodschap van de Utrecht Pride? Deelt het de wens dat dit breder gevierd mag worden?
2. Ziet het college mogelijkheden om van de Utrecht Pride een meerdaags evenement te maken? Zo ja, welke?
3. Zou het college bereid zijn het verlengen van het evenement in samenwerking met de Pride
stichting en eventuele andere groepen of organisaties die bij de Pride week betrokken kunnen worden te doen en ziet het mogelijkheden hiertoe?
4. De Canal Pride is niet voor iedereen toegankelijk vanwege fysieke en sociale drempels. Is het
college het ermee eens dat er andere opties moeten zijn dan alleen een feestelijke botenparade?
Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Samen met collega’s Oosters en Schilderman stond ik afgelopen zaterdag op de boot. Mooi dat we het op deze manier ook samen kunnen doen.
Mevrouw Leever vraagt mij ook namens een aantal andere fracties of ik het belang van de boodschap van de Utrecht Pride onderschrijf. Het antwoord daarop is ja. Wij hebben in Utrecht de afgelopen
jaren belangrijke stappen gezet richting LHBTQIA+-acceptatie in de stad. Dat mogen we ook vieren middels een prachtige botenparade. Maar we weten ook dat we er nog lang niet zijn en dat er nog veel werk te verzetten valt voor de gelijkwaardigheid van de gemeenschap in Utrecht en in
Nederland. En ook zien we dat wereldwijd de rechten van de LHBTQIA+-gemeenschap in het geding zijn. Wij vinden het dan ook belangrijk dat daar ook tijdens de Pride aandacht voor is, want Pride is zoveel meer dan alleen een feest. Het is ook protest en gezamenlijk een vuist maken tegen
onrechtvaardigheid voor de gemeenschap. En als een stad die mensenrechten hoog in het vaandel draagt, dan vinden wij het ook belangrijk om dit stevig te onderstrepen.
Mevrouw Leever vraagt mij ook of het college mogelijkheden ziet om van de Pride een meerdaags
evenement te maken. Utrecht Pride wordt georganiseerd door partijen uit de stad. Een initiatief om Utrecht Pride uit te breiden naar een meerdaags evenement zien wij dan ook idealiter vanuit de partijen uit de stad komen, omdat we niet op de stoel willen gaan zitten van de LHBTQIA+-
gemeenschap in Utrecht en voor hen willen bepalen wat van belang is. Maar mocht er een initiatief komen, dan juichen we dat toe en dan zullen we gezamenlijk met deze partij kijken in welke
hoedanigheid we dat kunnen ondersteunen, natuurlijk wel binnen onze mogelijkheden. Wij zullen dit dan ook betrekken in de Reserveringskalender voor evenementen die wij jaarlijks opstellen.
In de derde plaats vraagt mevrouw Leever of ik bereid ben om het verlengen van het evenement in samenwerking met de Pride stichting en eventueel andere hierbij betrokken organisaties te onderzoeken of wat de mogelijkheden daartoe zijn. Zoals ik al zei, is het primair aan de
5
Vragenuur van 8 juni 2023 gemeenschap en partijen uit de stad en Stichting Pride om zelf een eventuele uitbreiding tot een
Pride week gezamenlijk te bekijken en ook wat de mogelijkheden daarin zijn. De reden waarom wij
een bruisend LHBTQIA+-landschap hebben, komt namelijk ook juist door die gemeenschap. Daarin zouden wij een verbindende of faciliterende rol kunnen spelen als gemeente. Dus we laten het initiatief hiertoe wel uit de gemeenschap komen en juichen het ook toe als het zou gebeuren.
De vierde vraag gaat over de toegankelijkheid van de Pride. Het is inderdaad van groot belang dat
evenementen toegankelijk zijn voor alle Utrechters. Het verbreden van de mogelijkheden om Utrecht Pride te kunnen bezoeken en te beleven past daar ook in.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Voorzitter. GroenLinks vraagt zich sterk af of Pride niet meer
richting commercialisering gaat als er een groot meerdaags evenement van wordt gemaakt en dat bij de strijd voor inclusie, waar de Pride eigenlijk centraal over gaat. Hoe kijkt de wethouder hiernaar?
Mevrouw Voortman (wethouder): Ik vind het juist heel erg belangrijk dat het niet alleen gaat om het
feest, maar juist ook om wat er nog meer te doen is. Volgens mij is dat ook wel de bedoeling van de vragenstellers. Ik zag een mevrouw die een bord ophield met “Pride is protest”. Daar ben ik het helemaal mee eens. Dus ja, maar of dat betekent dat een meerdaags evenement per definitie
commerciëler wordt? Dat hangt er heel erg van af hoe je dat organiseert. Als je drie dagen lang doet
wat je op die zaterdagmiddag doet, dan misschien wel. Maar misschien zijn er ook andere ideeën. Ik weet het niet en ik wil dat ook niet invullen voor alle organisaties.
De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vragen meer. Mevrouw Leever? Mevrouw Leever (PvdA): Voorzitter. Ik vind het mooi dat het college aangeeft dat het het in ieder
geval belangrijk vindt om Pride te onderstrepen. Ik vraag me af of we het niet kunnen omdraaien. Ik
begrijp die afwachtende houding in principe wel, maar partijen geven soms ook aan dat het niet zelf lukt om met een initiatief te komen. We hebben hier natuurlijk ook een prachtige regenboogagenda
en straks een mooie inclusieagenda. Is het dan niet juist mooi om het om te draaien en zelf met het initiatief te komen?
Mevrouw Voortman (wethouder): Nee, dat vind ik niet. We kennen bijna allemaal de organisatoren
achter Pride. Dat zijn geen mensen die het nodig hebben dat wij dat voor hen gaan bepalen. Als zij
dat willen doen, dan komen ze naar ons toe. En overigens zijn er heel veel organisaties op LHBTQIA+ in de stad. Dat maakt ons juist zo sterk als Utrecht, dus mijn antwoord daarop is toch echt nee. 4. Mondelinge vragen van de fracties van DENK, BIJ1 en Student & Starter over Een infiltrant als verantwoordelijke voor aanpak van discriminatie bij de politie.
De heer Sungur (DENK): Voorzitter. Uitgerekend de man die eerder infiltreerde bij moskeeën, gaat nu bij de politie aan de slag met de aanpak van racisme, discriminatie en uitsluiting. Het gaat om Najib Touzani, tot voor kort directeur van het onderzoeksbureau NTA. Onder zijn leiding werd er in verschillende gemeenten geïnfiltreerd in moskeeën om inlichtingen te verzamelen omtrent extremistische gedachten onder moslims.
Veel moskeebestuurders en moskeegangers zijn verontwaardigd door deze stap van de politie.
DENK, BIJ1 en Student & Starter zijn heel helder: iemand die met geld van de NCTV en in opdracht van meerdere gemeenten moskeeën en moskeegangers heeft bespioneerd, hoort niet op deze
6
Vragenuur van 8 juni 2023 positie. Wij willen hem niet zien als de verantwoordelijken voor de aanpak van racisme, discriminatie en uitsluiting bij de politie.
Daarover hebben wij de volgende vragen.
1. Hoe duidt het college deze benoeming van de directeur van een organisatie die veel moslims en moskeeën als verdacht heeft aangemerkt in relatie tot het vertrouwen van de moslimgemeenschap in de politie en de overheid?
2. Acht het college het essentieel dat een programmamanager aanpak van racisme, discriminatie en uitsluiting binnen de politie iemand is die de nodige vertrouwen geniet onder mensen van kleur?
3. Is het college bereid om met de landelijke politie en politie Utrecht in gesprek te gaan om namens onze stad deze benoeming sterk te veroordelen en te pleiten voor een vervanging? Zo nee, waarom niet?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Dank aan de heer Sungur voor de vragen. Het college
heeft inderdaad vernomen dat de heer Touzani in opdracht van de nationale politie, dus op landelijk niveau, als programmamanager is verbonden aan het Programma racisme, discriminatie en
uitsluiting. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik begrijp dat deze aanstelling vragen oproept. Ik
weet ook dat er in de Tweede Kamer inmiddels vragen zijn gesteld over de aanstelling van de heer
Touzani, en ik wil eigenlijk wel beginnen met te zeggen dat het aanstellingsbeleid van de politie als
het om de nationale politie gaat ook onder verantwoordelijkheid gaat van die nationale politie en de
minister van Justitie. In eerste instantie en ook in laatste instantie is het aan de minister om hier een reactie op te geven. Uiteindelijk past het college het niet om uitspraken te doen over het aannamebeleid van de politieorganisatie.
De tweede vraag is of wij van mening zijn dat een programmamanager – welke dan ook – het nodige vertrouwen moet genieten en in dit geval het vertrouwen moet genieten van de mensen van kleur. Het antwoord daarop is ja, dat vind ik.
De derde vraag is sterk geformuleerd. Ik zou graag wel mijn eigen antwoord daarin kiezen. Wat ik
inmiddels gedaan heb, is de zorgen en de vragen die deze aanstelling oproept overbrengen aan niet zozeer de politie Utrecht – ik heb niet de indruk dat zij daar invloed op hebben – maar wel aan de nationale politie en het bij hen neergelegd. Ik heb daarbij gemeld dat ik die vragen deel.
De voorzitter: Ik kijk in de zaal of er partijen zijn die een aanvullende vraag willen stellen. Ik zie niemand en dan ga ik terug naar de indiener.
De heer Sungur (DENK): Voorzitter. Ik heb zelf ook geen aanvullende vraag. Ik dank de burgemeester voor haar beantwoording.
5. Mondelinge vragen van de fracties van D66, GroenLinks, Student & Starter over Voor een hekloze zomer aan de Kanaalweg.
De heer Van Vliet (D66): Voorzitter. In een raadsbrief van 12 april staat dat de gemeente het
voornemen had om een last onder dwangsom te sturen naar de eigenaar van het perceel en hekken
aan de Kanaalweg. Met die dwangsom zou de eigenaar worden opgedragen om binnen zes weken na verzending van de definitieve last onder dwangsom de huidige blauwe hekken te laten verwijderen
en niet terug te plaatsen. Uit een artikel van De Telegraaf van vrijdag 2 juni blijkt dat nu bijna twee maanden later die last onder dwangsom nog niet verstuurd is. Dat brengt ons tot de volgende vragen.
7
Vragenuur van 8 juni 2023 1. Is het college het met de vragenstellers eens dat de hekken zo spoedig mogelijk verwijderd moeten worden?
2. Is het college bereid om hier zorg voor te dragen?
3. Wat is de reden dat de dwangsom nog niet verstuurd is?
4. Wat is er voor nodig om ervoor te zorgen dat die dwangsom alsnog bijvoorbeeld volgende week verstuurd wordt en is het college bereid dit te doen?
De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Het antwoord op de eerste twee vragen is natuurlijk ja,
want het ziet er niet uit. Het is wat niemand wil. We zijn het allemaal met elkaar eens dat het daar zo snel mogelijk weg moet. We hebben te maken met een eigenaar die daar anders in zit. Wij hebben
het voornemen tot de last onder dwangsom aan hem gezonden, zoals wij ook in de vorige raadsbrief hebben gemeld. Dan is er een reactietermijn van zo’n zes weken. Daar heeft de eigenaar van het
object en de grond ook gebruik van gemaakt. Daarna moeten wij een dergelijke reactie ook toetsen of die nog aanleiding geeft, ook in juridische zin, om ons besluit te heroverwegen. Daar zaten ook
nog de nodige vrije dagen tussen. Het is gegaan hoe het is gegaan, maar al met al betekent het dat er vandaag een lastgeving is binnengekomen bij de eigenaar. Dus de last onder dwangsom is
vandaag verzonden. Ik ga ervan uit dat dit de eigenaar zal bewegen om deze lelijke hekken weg te halen.
De voorzitter: Ik zie geen aanvullende vraag en daarom gaan we terug naar de indiener. De heer Van Vliet (D66): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de beantwoording. Ook voor de
ondernemers en de bewoners in de omgeving ben ik er even benieuwd naar hoeveel tijd de eigenaar heeft om hierop te reageren.
De heer Eerenberg (wethouder): Feitelijk geen, want zodra de eigenaar zich niet houdt aan ons
verzoek, gaat de teller lopen. Daarmee is niet gezegd dat hij meteen zal handelen. Dat zal in de
praktijk blijken. Ik ga er zonder al deze juridische constellaties ook van uit, dat deze persoon toch
ook graag een goede buur wil zijn, zeker op die plek, en tegemoet wil komen aan onze wens namens alle Utrechters en de lokale wens van de ondernemers en de bewoners.
6. Mondelinge vragen van de fracties van GroenLinks en PvdA over Steeds meer particuliere scholen. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Voorzitter. We hebben de afgelopen week uit verschillende
kanalen kunnen vernemen dat er steeds meer particuliere basisscholen en middelbare scholen bij komen. Het aantal particuliere scholen is in vijf jaar zelfs verdubbeld.
Naar aanleiding van deze ontwikkeling hebben de fracties van GroenLinks en Partij van de Arbeid de volgende vragen.
1. Kan het college aangeven hoeveel particuliere scholen er nu in Utrecht zijn?
2. Op welke wijze hebben de gemeente en de onderwijsinspectie zicht op de kwaliteit en de continuïteit van het onderwijs op deze particuliere scholen?
3. Welke rol kan en wil de gemeente spelen waar het gaat om deze ontwikkeling, de kosten ervan en de kwaliteit van het geboden onderwijs en ziet het college misschien mogelijkheden om particulier onderwijs tegen te gaan of zelfs te ontmoedigen?
4. In Utrecht vinden we het belangrijk dat kinderen elkaar ontmoeten en dat we segregatie
tegengaan. Hoe ziet het college deze ontwikkeling in relatie tot de komst van meer particuliere
8
Vragenuur van 8 juni 2023 scholen en is het college het met ons eens dat een gelijke toegang tot onderwijs in gevaar kan komen door de hoogte van het schoolgeld van deze particuliere scholen?
De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Dank voor het stellen van de vragen. Er zijn op dit
moment vier particuliere scholen. Twee ervan ken ik uit mijn hoofd, namelijk Blankestijn en Luzac
maar we hebben ook het Winford en het Infinity College. De vijfde heeft zich gemeld om te starten in september van dit jaar en dat is Dalsteyn. Het toezicht op deze scholen ligt echt bij de Inspectie voor
het onderwijs. Het zijn particuliere scholen, ze zitten in hun eigen panden en ze maken geen gebruik van gemeentelijke regelingen, dus ik heb geen instrumenten om toezicht te houden op kwaliteit of continuïteit. Dat is het antwoord op vraag 2.
Dan vraag 3. Mevrouw Vermeulen vraagt of het college een rol zou willen spelen om het te
ontmoedigen. Ik wil daar eerlijk over zijn. Ik heb die middelen niet, dus dan zou ik hier een valse verwachting neerleggen. Particulier onderwijs wordt niet bekostigd door de gemeente, zelfs niet
door de rijksoverheid. Ze kiezen zelf de panden die ze in de stad wensen te gebruiken en mochten er signalen komen over mogelijke problemen met de kwaliteit van het onderwijs, dan kan ik die in mijn reguliere contact met de inspectie op tafel leggen, maar meer dan dat heb ik niet tot mijn mogelijkheden.
In de vierde plaats vraagt mevrouw Vermeulen wat het college er nu eigenlijk van vindt. Het gaat
gelukkig om een heel kleine groep leerlingen die hier gebruik van maakt. Er komt ook een gedeelte van buiten de stad Utrecht en een aantal van deze voorzieningen hebben een regionale uitstraling.
Het is inderdaad een heel dure vorm van onderwijs, die je in beginsel iedereen wil gunnen, net als je
het de kinderen op die scholen met dat type onderwijs gunt dat zij in het reguliere onderwijs slagen. Misschien zouden ze dat ook wel, maar maken de ouders ondanks dat een andere keuze. Ik ben het
daar inhoudelijk allemaal zeer mee eens, maar terwijl ik dat zeg is het voor nu een feit dat ze er zijn zoals ze er zijn.
De voorzitter: Ik zie niemand voor een aanvullende vraag en daarom gaan we terug naar de indiener. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Voorzitter. Heeft de wethouder weleens contact met deze scholen of zou hij dat willen opnemen om te kijken welke rol zij hebben, ook binnen het onderwijs in Utrecht?
De heer Eerenberg (wethouder): Ik heb toevallig met twee van deze scholen gesproken omdat wij vonden dat zij bijvoorbeeld wat betreft verzuim ook een wettelijke plicht hebben. Zij willen ook
netjes in de Utrechtse werkwijze meegaan. Ik ben zonder meer altijd bereid om een gesprek met ze te voeren, maar de vraag is wel waar dat gesprek dan over gaat. Ik zal ze echter nog eens aan mijn bureau uitnodigen.
7. Mondelinge vragen van de fracties van PvdA, D66, Student & Starter en Volt over Domplein 4-5 als toegankelijk Huis van Utrechtse cultuur en geschiedenis.
Mevrouw Assen (PvdA): Voorzitter. Ik zal een en ander inkorten vanwege de tijd. In 2019 ging het Utrechts Centrum voor de Kunsten, dat huis aan het Domplein, failliet. Al eerder vroegen onder
andere de fracties van PvdA en D66 naar de situatie op het Domplein, omdat we signalen ontvingen dat Domus, de koepel van de aanbieders, er financieel niet goed voor stond. De directe aanleiding voor onze vragen nu is het besluit van DCU – Danscentrum Utrecht – om vanwege de financiële
9
Vragenuur van 8 juni 2023 exploitatie en beheerlasten te verhuizen. De fracties vinden het jammer maar begrijpelijk dat DCU
zich genoodzaakt ziet deze stap te zetten. We blijven van mening dat deze plek een toegankelijke
plek moet zijn met het aanbod van dans. Bij recente sessies over Street Culture is aangegeven dat er vanuit die sector grote behoefte is aan plekken in de binnenstad om ook dans aan te bieden. Daarnaast staat in de voorjaarsnota dat het college een beheerder in wil stellen. Daarom de volgende vragen.
1. Betreurt het college met ons, dat DCU zich genoodzaakt ziet vanwege de kosten in combinatie met de staat van het pand Domplein 4-5 te verlaten? Had dit vertrek volgens het college voorkomen kunnen worden?
2. In de voorjaarsnota wordt beschreven dat er tijdelijk een beheerder wordt aangesteld. Krijgt die een rol, zoals bijvoorbeeld de plaatsmaker?
3. Hoe staat het met de realisatie van de pandvisie Domplein 4-5 die in 2021 gepubliceerd is of de
planning daarvan, waaronder de noodzakelijke verbouwing en bijvoorbeeld ook het uitgangspunt dat DOMunder verbonden moet blijven aan Domplein?
4. Gaat het college zich ervoor inspannen dat er zo snel mogelijk na het vertrek van DCU opnieuw
aanbod is van dans en ziet het daarvoor kansen in bijvoorbeeld de Street Culturesector en welke rol speelt dan het vereiste tot een lidmaatschap van Domus daarbij?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter, dank, ook aan de stellers van de vragen. Allereerst moet ik ook in antwoord op vraag 1 opmerken dat wij het zeker betreuren. De gemeente kan natuurlijk
faciliteren en ondersteunen en de functie blijven bestemmen voor deze doelgroep, maar wij gaan niet over de keuzes van de huurders. Wij hebben binnen de bestaande mogelijkheden maximale
ondersteuning aangeboden, zoals gemeld ook in de raadsbrief van 6 december. Er is inmiddels een kwartiermaker ingezet en, zoals in de brief vermeld, zullen wij de raad in Q2 nog meer informatie geven. Gelukkig blijft het aanbod van DCU wel behouden voor de stad.
Het antwoord op vraag 2: de beheerder die we aanstellen, pakt het beheer op dezelfde manier op als nu gebeurt bij Stichting Theaterhuis de Berenkuil of inderdaad, zoals bij de plaatsmaker.
In antwoord op vraag 3 wijs ik erop dat er nu een ontwerp voorligt voor de werkzaamheden aan het Domplein 4-5. Dit is in samenwerking met zowel Domus – waar DCU, DUMS en Theaterschool
Utrecht lid van zijn – als DOMunder opgesteld, in lijn met de pandvisie. Om ervoor te zorgen dat de investeringen in het pand zo goed mogelijk aansluiten bij het toekomstig gebruik als plek voor
amateurkunsteducatie en DOMunder is het van belang dat we inzicht hebben in hoe het gebouw in
de toekomst gaat functioneren. Dit vraagt om een stabiele beheerorganisatie, die momenteel met de kwartiermaker wordt vormgegeven. Zodra hier meer duidelijkheid over is – wij verwachten dat dit na de zomer het geval zal zijn – kunnen we het inhoudelijke gesprek met de huurders voeren en de
benodigde keuzes maken om binnen het budget de best passende werkzaamheden uit te voeren. We gaan ervan uit dat DOMunder als huidige huurder behouden blijft voor het Domplein 4.
Dan het antwoord op de laatste vraag. DCU is de kleinste organisatie die sinds 2020 voor haar lesaanbod ruimte huurt in het Domplein 4 naast Theaterschool Utrecht en de Utrechtse
Muziekschool. Zij hebben inderdaad besloten om aan het einde van dit cursusjaar uit de
samenwerking van Domus op het Domplein te stappen en voor het nieuwe cursusjaar elders ruimte te huren. Domus huurt het pand samen met DOMunder en samen met de partijen op het Domplein gaan we kijken hoe dit optimaal ingevuld kan worden. De Street Culturesector zullen we ook zeker benaderen in dit traject. Of lidmaatschap van Domus een vereiste is, wordt meegenomen in het traject dat de kwartiermaker nu aan het doorlopen is.
10
Vragenuur van 8 juni 2023 De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. Het pand is volgens mij ook een beschermd stadsgezicht en
heeft een belangrijke erfgoedwaarde. Kan de wethouder er ook voor zorgen dat juist dit pand wordt betrokken bij de verdere ontwikkeling van het Domplein, de historische waarde van het Domplein? Welke kansen ziet zij daar?
Mevrouw Oosters (wethouder): Ook de bewoners van het pand aan het Domplein zijn betrokken bij
die gebiedsvisie, juist voor het Domplein en de toekomst daarvan. Dat is ook zeker een kans om te kijken welke rol het pand kan spelen in een nog mooier Domplein. We zullen dat er dus zeker bij betrekken.
De heer Van Vliet (D66): Voorzitter. Is het budget hiervoor nog reëel, gezien de opgave die we daarmee hebben opgesteld?
Mevrouw Oosters (wethouder): De heer Van Vliet overvraagt mij wel, want we moeten natuurlijk ook even kijken wat de resultaten zijn van het gesprek van de kwartiermaker met alle partijen en gezien
alle uitdagingen die bij prijsstijgingen komen kijken. We moeten ons daar nog een beeld van vormen voordat wij daar een realistisch antwoord op kunnen geven, maar zodra we daar meer nieuws over hebben, zullen wij de raad daar zeker over informeren.
De voorzitter: Daarmee gaan we terug naar de indiener. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Voorzitter. We kijken uit naar meer informatie in Q2, dat nog maar een paar weken duurt. In de voetnoot van mijn vragen had ik al gesteld dat de Pandvisie toentertijd aan de raad beloofd was maar niet is verzonden. Kan de wethouder dat alsnog doen?
Mevrouw Oosters (wethouder): Dat moet zeker mogelijk zijn. We zullen kijken of we die in de bijlage kunnen toevoegen.
De voorzitter: Dank u wel. Ik dank ook iedereen die aanwezig is in deze zaal. Geniet van de avond en geniet van de zon. We zien elkaar bij het volgende vragenuur. Tot ziens. De voorzitter sluit daarop, te 17.45 uur het vragenuur.
11
Vragenuur van 8 juni 2023 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 8 juni 2023.
Vragen van de fracties van PvdA, D66, Student & Starter en Volt over Domplein 4-5 als toegankelijk Huis van Utrechtse cultuur en geschiedenis. Wethouder Oosters • zegt toe de raad in Q2 2023 de Pandvisie toe te sturen (als bijlage bij de raadsbrief over de stand van zaken Domplein).
12