CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20230525 vragenuur.doc

Gemeenteraad 8 juni 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 6 april, 13 april, 20 april, 11 mei en 25 mei6.806 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2023 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 25 mei 2023 Vragenuur, gehouden op donderdag 25 mei 2023 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard. Aanwezig zijn de leden: Bosch, Hessel, Ramaker, Van Vliet en Van der Wilt. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: El Abassi, Van Bergen, Duitscher, Minnaert en Oskam. Namens het college zijn aanwezig de wethouders: Oosters, Eerenberg en De Vries. Griffier: mevrouw Bouts.

Opening van het vragenuur. De voorzitter: Een heel goede middag iedereen, van harte welkom, alle raadsleden, commissieleden,

alle wethouders en iedereen op de publieke tribune en alle mensen die thuis met ons meekijken. We hebben zeven vragen dit vragenuur. We beginnen met de eerste vraag, gesteld door de heer El Abassi over Geen anti-islam films in de Utrechtse bioscopen.

1. Mondelinge vragen van de fractie van DENK over Geen anti-islamfilms in de Utrechtse bioscopen! De heer El Abassi (DENK): Jud Süß was een zorgwekkende film die in de bioscopen draaide in de

nazitijd. Die film had een verwoestend effect op de joodse gemeenschap en heeft bijgedragen aan het verspreiden van antisemitische stereotypen en haat. Je zou zeggen dat we geleerd hebben van

deze zwarte bladzijden in onze geschiedenis. Maar in plaats daarvan wordt er nu een anti-islamfilm verspreid, waarin verdeeldheid en haat wordt gezaaid, in een van de grootste bioscopen in Utrecht,

Kinepolis, in het hartje van Utrecht. Deze anti-islamfilm gaat niet louter over het uiten van kritiek op de islam, maar bevordert actief haat en vooroordelen tegenover moslims. Het stereotypeert en generaliseert de islamitische gemeenschap, waardoor mensen het doelwit worden van haat en discriminatie. Dit is onacceptabel in een samenleving die streeft naar gelijkheid en wederzijds respect.

DENK streeft naar een inclusieve samenleving waarin alle burgers zich gewaardeerd, gerespecteerd en veilig voelen, ongeacht hun religie, afkomst of overtuigingen. We veroordelen ten zeerste elke

vorm van haatzaaiende propaganda die gericht is tegen een specifieke religieuze groep. Dergelijke acties staan haaks op de fundamentele waarden van onze democratische samenleving. Naar aanleiding hiervan komt DENK tot de volgende vragen.

Vragenuur van 25 mei 2023 1. Wat vindt het college van deze haatzaaiende film? En wat vindt het college ervan dat deze film in Utrecht heeft gedraaid?

2. Is het college voornemens om zo snel mogelijk in gesprek te gaan met Kinepolis om te vragen waarom ze deze provocerende film hebben gedraaid?

3. Wat gaat het college doen om dit soort haatzaaiende en provocerende films in Utrecht in de toekomst te voorkomen?

Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter! Dank aan de steller van de vragen. Wij hebben inderdaad

de controverse rondom The Kerala Story gezien. U weet uiteraard dat wij een inclusieve stad streven te zijn en ons met u inzetten tegen alle vormen van uitsluiting, ook islamofobie.

Wat betreft de filmvertoning in Kinepolis kunnen wij als college echter niet gaan over de inhoud van een dergelijke film. Uiteindelijk kan alleen de rechter een vertoning verbieden als sprake is van

onrechtmatigheid. In Utrecht hebben we gelukkig een antidiscriminatievoorziening, Art.1 Midden

Nederland, waar bewoners discriminatie en ervaren discriminatie kunnen melden en daarmee ook een juridisch vervolgtraject kunnen starten.

Het antwoord op vraag 2 is dat wij niet voornemens zijn in gesprek te gaan met Kinepolis over deze zaak. Zoals ik net aangaf, hebben wij hier als gemeente geen rol in en het vertonen van een

bioscoopfilm valt onder de vrijheid van meningsuiting. Binnen de grenzen van de wet heeft Kinepolis de vrijheid om films te vertonen die zij kiest.

Het antwoord op vraag 3 is dat, zoals gezegd, het vertonen van de bioscoopfilm onder de vrijheid van meningsuiting valt, mits binnen de grenzen van de wet. Wij gaan niet actief iets doen om het draaien van films te voorkomen. Voorzitter, dank u wel.

De heer Bosch (PVV): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de antwoorden. Zij neemt afstand van

islamofobie, zo hoor ik haar net zeggen, maar neemt zij ook afstand van partijen die menen zich te moeten bemoeien met de inhoud van films en daardoor onze kernwaarden van onze samenleving

aantasten door dergelijke films te verbieden? Ik zie dat de heer El Abassi wil interrumperen, maar hij mag nu niets zeggen. De heer El Abassi (DENK): Voorzitter! Ik mag toch een punt van orde maken? De heer Bosch (PVV): Ik ga over mijn eigen vragen en niet jij! De voorzitter: We spreken hier via de voorzitter. Dat is de afspraak die we hebben gemaakt en dat is voor dit debat heel belangrijk. Wat was uw vraag, mijnheer Bosch? Wilt u die stellen? Dan kom ik daarna bij het punt van orde van de heer El Abassi.

De heer Bosch (PVV): Mijn vraag is of het college ook afstand neemt van partijen of instellingen in

Utrecht die de zojuist door het college genoemde inclusie geen eer aandoen door de vrijheid van het vertonen van films ter discussie te stellen, dus door een van onze kernwaarden, de vrijheid van meningsuiting, geweld aan te doen.

De voorzitter: Dat is helder. De collega van DENK? De heer El Abassi (DENK): Voorzitter. Volgens mij had ik de vraag wel afgewacht, want dit was

gewoon een herhaling van de vraag. Ik heb echter een punt van orde, omdat dit precies een vraag is

2

Vragenuur van 25 mei 2023 waarop ik ook zou willen reageren. Volgens mij is dat echter niet de bedoeling van de mondelinge vragen. Ik kan maar één vervolgvraag stellen en daar houdt het mee op. Ik vind dat jammer.

De voorzitter: Dank voor het punt van orde. We gaan door naar de beantwoording van het college. Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Zoals u eigenlijk ook al aangaf in uw reactie op de fracties, is dit natuurlijk een onderwerp waaraan niet echt recht wordt gedaan door het via interrupties met elkaar te bespreken. Ik voel er ook niet voor om als wethouder op deze vragen te reageren. De heer Bosch (PVV): Dan heb ik ook een punt van orde. De voorzitter: Daar moet u de voorzitter toestemming voor vragen. Nogmaals, het is heel belangrijk

in dit debat dat we de spelregels goed met elkaar afspreken. U hebt een punt van orde. Ga uw gang. Het woord is aan de PVV.

De heer Bosch (PVV): Mijn punt van orde is dat het college het wel nodig vindt om de vragen van

DENK te beantwoorden, maar niet de vragen van de PVV. Dat vind ik stuitend. Ik wil dat dit ook in de notulen wordt opgenomen.

De voorzitter: Bij dezen. Het college heeft zojuist wel een reactie gegeven op uw vraag. Daar wil ik

het even bij laten. We gaan door naar de andere partijen om te kijken wie nog meer een aanvullende vraag heeft.

Mevrouw Oskam (PvdD): Voorzitter. Ik wil ook een punt van orde maken. Ik vind het geen vraag maar een statement van een partij die dit wel vaker doet.

De voorzitter: Wij zijn bezig met het vragenuur. Geen punt van orde meer alstublieft, want we

hebben de reactie van de wethouder gehoord. Alle begrip voor alle partijen en voor alles wat er leeft, maar ik wil toch doorgaan naar de volgende aanvullende vraag.

Mevrouw Ramaker (VVD): Voorzitter. Ik ben best wel geraakt, omdat ik de film Jud Süß heb gezien

tijdens mijn studie. Ik heb geschiedenis gedaan en dan wordt deze film vertoond als daar ook een

wetenschappelijke context wordt gegeven. Ik ben ook geraakt, omdat ik in 1993 vrij kort na de val van de muur Polen en Auschwitz heb bezocht. Deze film en de gevolgen daarvan komen van een

naziregime, een regime dat niet voor vrijheid was en deze film gebruikte voor propaganda. Steunt het college ook het gedachtegoed dat wij hier in een land leven van vrijheid, gelijkheid en broederschap?

De voorzitter: Uw vraag is helder. Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Ik herken het gevoel van mevrouw Ramaker. Mij als

persoon, als geschiedenisstudente, maar ook als wethouder doet mij dat natuurlijk ook iets. Ik kan beamen dat ik voor dezelfde vrijheid sta, ook als wethouder.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Voorzitter. Ik heb een vraag aan de wethouder. Zou zij het niet

zuiverder vinden als er gewoon gezegd werd dat zij hier helemaal neutraal in zou blijven? Ik snap de

3

Vragenuur van 25 mei 2023 gekwetstheid, maar dit is een zaak voor de rechter. Je zou ook direct moeten zeggen dat dit aan de rechter is. In vergaderingen van de gemeenteraad gaan we niet over films, niet over … De voorzitter: Uw vraag is helder. Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Dat is inderdaad exact mijn beantwoording. Het college gaat niet over de inhoud van die film. Dat is aan de rechter.

De heer El Abassi (DENK): Voorzitter. Ik ben blij dat van de collega van de VVD te horen, want dat zijn gevoelens die naar boven komen bij mensen die het ervaren hebben of er ook mee te maken

hebben gehad. Ik wil daar even op voortborduren. Zij sprak over de film Jud Süß, maar dan is mijn

vraag wat de wethouder zou doen. Zou de wethouder in gesprek gaan met een bioscoop die de film Jud Süß zou vertonen of een instelling die Mein Kampf promoot? Wat zou de wethouder in zo’n situatie doen?

Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Ik vind dit een heel ingewikkelde vraag. Ik ben er ook niet van om de vergelijking op deze manier te maken. Ik ben wel van mening dat het college op deze algemene manier niet iets kan vinden van films, ook al is het Jud Süß en ook al is dat in een

educatieve context of wat dan ook. Dus nee, ik ga die vergelijking niet trekken en ik ga ook niet mee in dat verhaal.

2. Mondelinge vragen van de fracties van D66 en Student & Starter over Ook in de binnenstad is het weleens nacht.

De heer Van Vliet (D66): Voorzitter! In de Binnenstadkrant Utrecht, nummer 2, mei 2023 staat het begin van een nieuwsartikel met als kop: “Wethouder: nachtcultuur niet in binnenstad”. De

vragenstellers hadden een andere afdronk van de recente raadsinformatiebijeenkomst en het

commissiedebat over de nachtcultuur en Utrechtse Nachtvisie, dan de kop en inhoud van dit artikel. Daarom hebben de indieners de volgende vragen.

1. Deelt de wethouder het standpunt van de vragenstellers dat dit nieuwsartikel meer leest als een

opinie en hoe reflecteert de wethouder op deze opinie? Uit het artikel blijkt dat de bewonersgroep Binnenstad030 erkent dat er behoefte is aan nachtcultuur, maar stelt tegelijkertijd dat het aanbod kwalitatief hoogstaand moet zijn.

2. Hoe reflecteert de wethouder op de vraag wat een kwalitatief hoogstaand aanbod is? En deelt het college met de indieners het standpunt, dat dat kan variëren van een technorave of een

hardcorefeest tijdens Thunderdome, tot zachtere minimal techno of jazzy loungemuziek, of wellicht een lichtshow?

Uit de raadsinformatiebijeenkomst bleek dat er momenteel vergunningen niet gebruikt worden. Ook neemt de toestroom naar de bestaande clubs en nachthoreca toe.

3. Hoe weegt de wethouder het belang van spreiding van nachtcultuur over de binnenstad zelf en de rest van de stad? En ziet de wethouder dit ook als een middel om overlast tegen te gaan?

De vragenstellers maken zich zorgen over de groeiende polarisatie tussen een deel van de binnenstadbewoners en de mensen die graag vertier maken in de nacht.

4. Welke mogelijkheden ziet de wethouder om met binnenstadbewoners enerzijds en deelnemers

aan de Utrechtse nachtcultuur anderzijds het gesprek hierover aan te gaan? Ook in de binnenstad is het weleens nacht.

4

Vragenuur van 25 mei 2023

Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Dank ook aan de stellers van de vragen. Allereerst merk ik op dat de voorpagina inderdaad de indruk wekt dat het om nieuws gaat. Boven het gehele artikel op

pagina 13, waaraan de heer Van Vliet ook refereert, staat inderdaad dat het een opiniestuk is. Ik heb het gesprek met de actiegroep Binnenstad030 als constructief ervaren en betreur het eigenlijk ook dat mijn woorden in de kop op de voorpagina zijn verdraaid tot iets wat ik niet heb gezegd. Mijn reflectie op de inhoud: feit is dat er volgens het Horecakader 2018 momenteel geen nieuwe A-

vergunningen worden uitgegeven in de binnenstad en dat het aantal nachtclubs en discotheken in de binnenstad al jaren afneemt. Het potentiële risico dat bezoekers van nieuwe nachtlocaties alsnog naar de binnenstad gaan, zie ik niet. Het zou gaan om nachtclubs waar bezoekers kaarten kopen

voor een bepaald programma en niet het publiek dat van kroeg naar kroeg hopt. In de Nachtvisie wordt expliciet benadrukt dat het stationsgebied juist als kansrijk gebied is aangemerkt. De uitspraak over het Beurskwartier is dus ook onjuist en heb ik niet op die manier gedaan. De

Nobelstraat wordt als voorbeeld genoemd, maar in de Nachtvisie staat expliciet omschreven dat we feestcafé’s niet als nachtcultuur definiëren. Dat is eigenlijk een korte reflectie op een paar punten

van de inhoud van het artikel. Ik moet daarbij wel kwijt dat u het artikel wel gelezen moet hebben om daar gehakt van te kunnen maken.

Ik kom aan het antwoord op vraag 2. Het college deelt het standpunt dat kwalitatief hoogstaand

nachtaanbod een grote variatie kent. Ik wil hier nogmaals benadrukken dat de Nachtvisie zich richt

op nachtcultuur en niet op de feestcafé’s. Het college waardeert nachtcultuur in zijn diverse aard en wil met de drie nieuwe locaties in de stad meer recht doen aan de verschillende genres die de nachtcultuur kent en de mensen die daarheen willen.

Dan het antwoord op vraag 3. Ik zie inderdaad ook de rijen in de binnenstad. De vraag is dus groter dan het aanbod en dat zorgt ook voor die overlast. Mede daarom zetten we in op extra locaties,

verspreid over de hele stad. De verhouding tussen het aanbod binnen en buiten de binnenstad is hier van belang om enerzijds geluidsoverlast tegen te gaan en anderzijds om een grote groep nachtliefhebbers een plek te bieden.

Het antwoord op vraag 4 is dat de Nachtvisie volgens mij binnenkort in de raad wordt behandeld.

Daarna gaan we met de uitvoeringsagenda aan de slag. Een gesprek tussen binnenstadbewoners en de Utrechtse nachtcultuur zou ik heel graag in die uitvoering opnemen.

De voorzitter: Ik zie dat er geen aanvullende vragen zijn, ook niet van de indiener. Dan gaan wij door naar de volgende vragen.

3. Mondelinge vragen van de fractie van de PvdD over Groen onder druk door markt Amsterdamsestraatweg.

Mevrouw Oskam (PvdD): Voorzitter! Vorige week donderdag vond weer de jaarlijkse grote

Hemelvaartsmarkt plaats op de Amsterdamsestraatweg. Het viel ons wederom op dat er ongelooflijk veel auto’s in het groen geparkeerd waren en ook dat er veel afval achterbleef. Ik houd het hierbij; de intro hebt u via de mail gekregen.

De Partij voor de Dieren heeft hierover de volgende vragen.

1. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het kwalijk en schadelijk is dat overal in de wijde omtrek van de Amsterdamsestraatweg auto’s geparkeerd werden in het groen en

praktisch tegen bomen aan, en dat dit ieder jaar weer speelt? Zo nee, waarom niet? En wie gaat er opdraaien voor de schade die is ontstaan aan het groen?

5

Vragenuur van 25 mei 2023 2. Wat heeft het college gedaan voorafgaand aan de markt om te voorkomen dat mensen massaal

met de auto zouden komen, in het groen zouden parkeren en overigens ook voor grote files en gevaarlijke verkeerssituaties zorgden?

3. Wat kan en gaat het college doen om in de toekomst te voorkomen dat er wederom weer

honderden auto’s in het groen en tegen bomen aan geparkeerd worden voor deze markt? Is het

bijvoorbeeld mogelijk om bezoekers te stimuleren om met het openbaar vervoer naar de markt te komen en degenen die toch met de auto komen naar een tijdelijke parkeerplaats te leiden en via openbaar vervoer verder te vervoeren? Zo nee, waarom niet?

4. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat er iets gedaan kan en moet worden aan de grote hoeveelheid afval die ieder jaar, ook na de schoonmaakronde, achterblijft na de markt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat het college deze situatie met zwerfvuil oplossen?

Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter! Allereerst, dank voor het stellen van de vragen. Wij

constateren inderdaad met u dat ondanks de goede ov-verbindingen ieder jaar weer een deel van de bezoekers van de markt met de auto komt. De markt is dit jaar zeer druk bezocht en kende over het

algemeen een goede en gezellige sfeer. Het grote aantal bezoekers zorgde er ook voor dat er helaas op een aantal plaatsen fout en in het groen is geparkeerd. Foutparkeerders zijn daarop

aangesproken en hebben vervolgens ook hun voertuig verplaatst. Daarnaast zijn er ook tientallen

beboet. Al vroeg in de ochtend is het Daalsepark afgezet met linten om het parkeren daar verder te voorkomen. Echter, ook is geconstateerd dat bestuurders de linten negeerden en alsnog op de

plekken in het groen gingen staan. Er heeft na afloop geen schouw plaatsgevonden van de locaties

waar in het groen is geparkeerd, maar we hebben tot nu toe geen meldingen ontvangen van schade aan groen of bomen.

In antwoord op vraag 2 kan ik melden dat de organisator bij de vergunningsaanvraag een

mobiliteitsplan heeft aangeleverd. In de aankondiging van de markt wordt benadrukt om zoveel mogelijk met het openbaar vervoer of met de fiets te komen, juist omdat ook bekend is dat een groot deel van de bezoekers met de auto naar de markt komt. Er is aangeraden om juist in de

omliggende parkeergarages te parkeren. Op de dag zelf waren toezichthouders actief aanwezig op de braderie en is er, zoals al gezegd, fors ingezet op het voorkomen en handhaven van parkeeroverlast in de omgeving.

Het antwoord op vraag 3. Het parkeren voor bezoekers van deze markt is en blijft een uitdaging. Dat is ook het beeld dat weer bij deze editie opleeft. Ondanks de goede bereikbaarheid met het

openbaar vervoer, de fiets en te voet blijft een deel van de bezoekers met de auto komen. Wij zullen

voor een volgende editie samen met de organisator nog meer inzetten op een betere organisatie van de mobiliteit en het parkeren. Daarbij zullen we alle maatregelen die bijdragen aan een verbetering van de situatie onderzoeken en waar mogelijk intensiveren en toepassen.

Het antwoord op de laatste vraag is ja. Ook dat blijft onderwerp van gesprek met de organisator,

zowel het verminderen van het verpakkingsmateriaal en de afvalstromen als het opruimen na afloop. Onderdeel van de vergunningsvoorschriften is bijvoorbeeld dat er geen of zo min mogelijk plastic gebruikt wordt tijdens de markt. Omdat dit evenement uit een groot aantal individuele

kraamhouders bestaat die deels ook uit het buitenland komen, is het niet eenvoudig om erop toe te

zien dat iedereen zich ook daadwerkelijk aan die afspraken houdt. Op het opruimen na afloop heeft de organisator dit jaar al zwaarder ingezet en de indruk is, zoals de vragensteller zelf al in haar

inleiding meldde, dat dit jaar het opruimen na afloop gelukkig beter is verlopen dan andere jaren. Op dit punt blijft de aandacht echter onverminderd noodzakelijk.

6

Vragenuur van 25 mei 2023 De voorzitter: Ik zie dat er geen aanvullende vragen zijn, ook niet van de indiener. Dan gaan we door.

4. Mondelinge vragen van de fracties van D66, PvdD, VVD, GroenLinks en DENK over Groeiend aantal kinderen gaat niet naar school.

Mevrouw Van der Wilt (D66): Voorzitter! Afgelopen week publiceerde de NOS een artikel waarin zorgen van gemeenten en ambtenaren worden geuit met betrekking tot het groeiende aantal

kinderen dat niet naar school gaat. Ik zal de uitgebreide introductie overslaan, maar er zijn meer fracties die daar zorgen over hebben.

Wij hebben daarom de volgende vragen.

1. Herkent het college zich in het geschetste beeld van een groeiend aantal kinderen dat niet naar

school gaat vanwege zogenoemde richtingsbedenkingen van ouders? In hoeverre speelt dit ook in Utrecht?

2. Is het college het met de vragenstellers eens dat met een pluriformiteit aan scholen in onze stad, met ook veel ruimte voor verschillende overtuigingen, het thuishouden van kinderen vanwege de richtingsbedenking in de basis niet nodig zou moeten zijn?

3. Is er aldus het college nu voldoende zicht op het welzijn, de gezondheid en de mate van thuisonderwijs van Utrechtse kinderen die niet naar school gaan?

4. Op welke wijze werkt het college samen met scholen en andere partners, bijvoorbeeld het

samenwerkingsverband, en de kernpartners zoals het jongerenwerk, om het aantal kinderen dat niet naar school gaat zo laag mogelijk en in beeld te houden?

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter! Dank voor deze vragen. Het is inderdaad landelijk

nieuws. De cijfers in Utrecht hebben een stabiele trend en ik zal deze met de raad delen. Er zijn op

dit moment 17 leerlingen in onze stad die een vrijstelling hebben van artikel 5 onder b Leerplichtwet. Dat waren er vier jaar geleden 11, maar het aantal leerlingen is ook gestegen waardoor het

percentage redelijk stabiel is. Zo’n 0,03% van de leerlingen heeft een dergelijke vrijstelling.

Ik ben het met u eens dat het in een stad als de onze met pluriform en toegankelijk onderwijs in beginsel helemaal niet nodig is om je kind thuis te houden vanwege een richtingbedenking.

In antwoord op vraag 3 kan ik melden dat wij, zodra wij een verzoek krijgen van een ouder om de

leerling onder deze vrijstelling te laten vallen, altijd in gesprek gaan en dat wij ook altijd kijken hoe het zit met het recht op onderwijs. Je kunt je kind natuurlijk niet thuishouden en geen onderwijs

geven. Het gaat daarbij ook om de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen, dus we vragen

ouders in dat geval altijd of we het kind mogen aanmelden bij onze afdeling Volksgezondheid, het

consultatiebureau, omdat zij de schoolarts ook niet zien en de ontwikkeling van de leerling moeilijk is te volgen. Mocht het zo zijn – dit is theoretisch, want het is in de recente geschiedenis nog niet

voorgevallen – dat ouders niet bereid zijn om aan zo’n gesprek mee te werken of geen inzicht willen geven in de manier waarop zij het recht op onderwijs voor deze kinderen borgen, dan zullen wij een

zorgmelding doen bij Veilig Thuis, omdat in dat geval het kind iets wordt ontnomen. Gelukkig is dat in onze stad bij deze 17 ouders niet het geval en is dat ook in het verleden niet het geval geweest.

Dan naar het antwoord op vraag 4. Ik heb al iets gezegd over hoe wij bijvoorbeeld samenwerken met onze JGZ, maar ook met het leerlingenvervoer. Zodra ouders het idee hebben dat hun richting in het onderwijs niet te vinden is, kijken we ook altijd naar het leerlingenvervoer of dat in de omgeving toch wel te vinden is. Zo vervoeren we op dit moment tien leerlingen naar Gouda, Amersfoort en

Zeist om onderwijs te vinden dat bij hen past. Andere partners met wie we spreken, zijn collega-

7

Vragenuur van 25 mei 2023 gemeentes en dan met name de G4 en het ministerie van OCW, omdat we de wet en de toepassing

van de wet wel wat gedateerd vinden. Het laatste wat ik daarover wil zeggen, is dat die heel erg gaat over kilometergrenzen. Maar stap in de trein en je bent in dezelfde tijd echt een stuk verder. Daar zou de grens dus wel wat gemoderniseerd kunnen worden naar bijvoorbeeld reistijd.

De heer Van Bergen (ChristenUnie): Voorzitter. De wethouder geeft aan dat er 17 gevallen zijn, maar dat daar in ons pluriform schoolaanbod geen sprake van zou hoeven te zijn. Zonder daar in te veel detail op in te gaan, vraag ik mij af wat zij aangeven niet terug te zien in het pluriforme aanbod waardoor zij zich genoodzaakt zien hun kind thuis te houden.

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Ik ken de 17 individuele dossiers niet. Het gaat altijd om

een richting, dus geen inrichting. Het mag nooit gaan over het type onderwijs of over de wens of een kind meer vrijheid krijgt; het gaat altijd over of het ontbreken van een heel specifieke vorm van

religieus ingekleurd onderwijs of juist een andere opvatting van niet-religieuze aard over het leven die volgens ouders onderdeel moet zijn van het onderwijs. Die gevallen kunnen voorkomen. Als u onze religies over die 17 leerlingen verdeelt, denk ik dat er van alles tussen zit. Het zal een heel divers aanbod zijn.

Mevrouw Van der Wilt (D66): Voorzitter! Dank, en ook heel verhelderend deze uitleg. Fijn om te

horen dat er in Utrecht een ander zicht is. De wethouders zegt dat in veel gevallen de passende vorm van onderwijs buiten de stad ligt, waarvoor leerlingenvervoer wordt aangeboden. Ik ben er dan wel

benieuwd naar of dat leerlingenvervoer ook door de gemeente wordt vergoed als het onderwijs om die reden buiten de stad plaatsvindt.

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Ja, dat is het geval omdat wij de afweging maken dat het

dan beter is dat het kind onderwijs krijgt in een schoolse omgeving dat ook voldoet aan de norm dan wanneer de ouders om die redenen ervoor kiezen om het kind thuis te houden.

5. Mondelinge vragen van de fractie van BIJ1 over Friendswoningen drijven de prijzen op. Mevrouw Minnaert (BIJ1): Voorzitter! Per 1 juli zal de in het coalitieakkoord aangekondigde wijziging

van het vergunningsbeleid voor woningdelen ingaan. Hierdoor wordt het mogelijk om tot en met drie personen vergunningvrij een woning te huren, ook wel Friendswoningen genoemd. Met deze

maatregel zou het makkelijker moeten worden om woningen te delen en daarmee wordt huisvesting dus ook betaalbaarder. Jammer genoeg blijkt het vernieuwde vergunningenbeleid, nog voor de invoering, ook

nadelige gevolgen te hebben. Zo blijkt dat er verhuurbedrijven zijn in Utrecht die huurverhogingen doorvoeren bij vrijkomende woningen en laten zij soms ook woningen leegstaan in afwachting van de doorvoering van deze wijziging. Dit omdat zij onder het nieuwe beleid, woningen aan drie in plaats van twee mensen kunnen verhuren en zij huurders die met zijn drieën huren meer huur

kunnen laten betalen. Maar er zijn ook nog altijd mensen die alleen, met z’n tweeën of voor een

gezin een woning zoeken. BIJ1 vindt deze huurverhogingen dan ook geen positieve ontwikkeling en maakt zich zorgen

over hoe dit de betaalbaarheid van wonen verder zal beïnvloeden. Bovendien zien wij ook hierin ruimte en risico voor gentrificatie.

Daarom stelt BIJ1 hier de volgende vragen.

8

Vragenuur van 25 mei 2023 1. Is de wethouder ervan op de hoogte dat verhuurders huren verhogen in aanloop naar de aankomende beleidswijziging?

2. Had het college dit voorzien als een van de financiële gevolgen van de invoering van vergunningvrij woningdelen tot vier personen?

3. Is de wethouder het met BIJ1 eens dat deze huurverhogingen onwenselijk zijn?

4. Welke mogelijkheden ziet de wethouder om huurverhogingen als gevolg van deze beleidswijziging aan te pakken?

De heer De Vries (wethouder): Voorzitter! Dank voor het stellen van de vragen. Ik zal direct overgaan tot de beantwoording. In antwoord op de eerste vraag moet ik melden dat er inderdaad helaas

verhuurders in deze stad zijn die elke mogelijkheid benutten voor eigen financieel voordeel. Dat zien we soms ook met het leeg laten staan van woningen, dat als voorbeeld werd genoemd, en het

verhogen van de huur bij vrijkomende woningen. Dat is inderdaad een bekend fenomeen en het

heeft niet specifiek te maken met de aankomende wijzigingen. Wel hoort het bij de huisjesmelkers die we in deze stad hebben en die er misbruik van maken, ook bij hun verdienmodel.

Het antwoord op de tweede vraag is dat het college inderdaad als een van de voordelen van de invoering van vergunningsvrij woningdelen tot vier personen ziet dat met het invoeren van het

vergunningvrij verhuren tot en met drie personen meer woonruimte beschikbaar komt in Utrecht.

Woonruimte die nu verhuurd wordt aan twee personen kan straks dus inderdaad zonder vergunning verhuurd worden aan drie personen. Dat maakt inderdaad dat de totale huuropbrengsten van zo’n

pand kunnen toenemen, want er komt een persoon bij. Dat betekent echter niet dat de huurprijs per huurder toeneemt. De huurhoogte van woonruimte moet namelijk ook voldoen aan het

woningwaarderingsstelsel, het WWS, met de daaraan gekoppelde punten voor onzelfstandige

woonruimte. Het is voorzien dat eigenaren van woonruimte die nu nog niet verhuurd wordt, wachten

tot de nieuwe regels ingaan en niet nu een vergunning aanvragen. Zo besparen ze inderdaad kosten. Echter, ze lopen ook inkomsten mis. Dat is dan de afweging van de eigenaar.

In antwoord op vraag 3 meld ik dat het in algemene zin inderdaad onwenselijk is dat te hoge huren worden gevraagd. Vanuit de gemeente ondersteunen we huurders hierbij ook, ook huurders van

onzelfstandige woonruimte, om juist deze misstanden niet te accepteren en dat aan te kaarten. Daar hebben we het Huurteam voor en Utrecht doet dit eigenlijk al jarenlang. Via www.normalehuur.nl kunnen zij hier ook makkelijk informatie over geven.

Dan het antwoord op vraag 4. Ik heb het eerder al benoemd, maar de huurprijs dient gebaseerd te

zijn op de WWS-punten voor onzelfstandige woonruimte en de verhuurder dient zich hier ook aan te houden. De huurder kan voor een check of hulp bij een te hoge huurprijs terecht ook bij het

Huurteam Utrecht. Alleen de Huurcommissie kan vervolgens uitspraak doen over de te hoge huren.

Nogmaals, zoek die site op en daar staat alle informatie hierover. Daarnaast verwachten we ook extra wetgeving, ook voor het verbeteren van de positie van huurders of misschien wel het voorkomen van

misstanden. Ik denk daarbij aan het voorstel Wet goed verhuurderschap, de aanpassing van de WWSpunten voor onzelfstandige woonruimte en vaste contracten. Daarover is vaak gesproken in de Kamer en dat gaat ons hierbij ook helpen.

Mevrouw Minnaert (BIJ1): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor alle antwoorden. Ik weet niet of ik het met alles eens ben, maar ik zal nog één vraag stellen. Ik hoor de wethouder zeggen dat er zo

meer woonruimte beschikbaar komt, er inderdaad meer huur kan worden gevraagd, maar dat dit niet betekent dat de huurprijs per huurder omhooggaat. Dat betekent wel dat huren omhooggaan en dat

9

Vragenuur van 25 mei 2023 er voor bepaalde groepen minder woningen beschikbaar komen als je daar niet met zijn drieën gaat wonen.

De voorzitter: En uw vraag? Mevrouw Minnaert (BIJ1): Vindt de wethouder het wenselijk dat er voor bepaalde groepen minder huizen beschikbaar zijn?

De heer De Vries (wethouder): Voorzitter. Ik heb het zojuist benoemd. In individuele gevallen kan de huuropbrengst inderdaad omhooggaan omdat je in plaats van twee drie huurders hebt. Voor de individuele huurder hebben we natuurlijk het puntensysteem waarin de huur wordt getoetst. De vraag van mevrouw Minnaert ging er vooral om wat dit nu betekent voor de verdeling van

verschillende groepen die op zoek zijn naar een woning in de stad. We hebben er ook al eerder en in relatie tot de Huisvestingsverordening in de raad over gesproken dat we hierin een middenweg

zoeken. Er zijn partijen die naar meer personen willen toewerken voor vergunningvrij verhuren, maar andere partijen willen dat niet op deze manier doen en willen terug van drie personen naar twee. Wij willen het eerst op deze manier proberen, goed monitoren wat het doet met de stad en met de

mensen die in deze stad komen wonen en wat het doet met de leefbaarheid in de wijken. Vervolgens gaan we graag het debat aan over de vraag wat dit precies betekent.

6. Mondelinge vragen van de fractie van EenUtrecht over Parkeerkosten bij verduurzaming. Mevrouw Duitscher (EenUtrecht): Voorzitter! Een van onze bewoners maakte ons attent op het

volgende. Bij een verbouwing, renovatie en dergelijke kost een “parkeervergunning werkzaamheden” 46,55 euro per dag in deze stad. Deze kosten worden veelal doorberekend aan de klant. Dat is

logisch als je wilt verbouwen, maar wat als het gaat om verduurzaming van een huis? Bij gedegen ingrepen kan dit een extra belemmering opleveren om te verduurzamen, zeker in de binnenstad

waar de verduurzaming van huizen en panden meer aandacht en tijd vraagt dan in sommige andere wijken. Bij vier weken komt dit bijvoorbeeld neer op extra kosten van 920 euro. Deze kosten zijn, vergeleken met wijken waar nog geen betaald parkeren is ingevoerd, scheef en lijken een onbedoelde extra drempel op te werpen voor de verduurzaming van de woning. Dat roept de volgende vragen op.

1. Is de wethouder het met ons eens dat de drempel tot verduurzamen zo laag mogelijk moet zijn zodat we als stad met onze inwoners de klimaatdoelen halen?

2. Is de wethouder het met ons eens dat het belang van verduurzaming zwaarder weegt dan de eventuele opbrengsten van het parkeren voor de stad?

3. Welke mogelijkheden ziet de wethouder voor ontheffingen en/of kortingen van parkeerkosten voor werkzaamheden waarmee huizen significant verduurzaamd worden?

Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter! Dank voor het stellen van de vragen. Ik neem de

beantwoording waar voor collega Van Hooijdonk, die er even niet bij kon zijn. Ik begin met vraag 1, maar daarna ga ik de volgorde toch even omdraaien, omdat het te maken heeft met de antwoorden op die vragen.

We zijn het er uiteraard mee eens dat de drempel om te verduurzamen zo laag mogelijk moet zijn.

Dat doen we binnen landelijke, wettelijke en gemeentelijke beleidsmatige kaders. Daar doen we echt ons uiterste best voor en dat ziet u later dit jaar ook in de Klimaatvisie terugkomen.

10

Vragenuur van 25 mei 2023 Daarmee kom ik aan de derde vraag over welke mogelijkheden we zien die ontheffing te verlenen om juist te verduurzamen. Die zien we eigenlijk niet, want op grond van de Gemeentewet is het niet

toegestaan om op basis van parkeerdoel te differentiëren in de parkeerkosten. We mogen dus geen lagere kosten rekenen voor bedrijven die werkzaamheden uitvoeren om panden te verduurzamen. Een apart, hoger of lager tarief voor een beperkte groep belastingplichtigen is in dit geval in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het verbod op willekeur.

Dan maakt het antwoord op vraag 2 eigenlijk niet meer zo veel uit. Wij vonden die twee zaken moeilijk met elkaar te vergelijken, juist omdat het parkeerbeleid de ambitie kent om de

verduurzaming van de stad te bevorderen. Je zou ook parkeerkosten kunnen zien als een soort investering in het verduurzamen van je huis, want dat is uiteindelijk langduriger. Zo zitten er

allemaal nuances in, maar die zijn eigenlijk niet meer nodig omdat het wettelijk niet mogelijk is om die differentiatie in de parkeerkosten te maken.

Mevrouw Duitscher (EenUtrecht): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de beantwoording. Wat

betreft het gelijkheidsbeginsel merk ik op dat iemand in een andere wijk die kosten niet hoeft te betalen. Waar gaan we dan heen met het gelijkheidsbeginsel? Ik begrijp het vanuit belastingen

gezien, maar als ik in een wijk woon waar geen betaald parkeren wordt ingevoerd, hoef ik die 920 euro niet te betalen. Het gelijkheidsbeginsel wordt zo wel een moeilijk verhaal.

Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Dat vind ik een heel mooie juridische, bijna filosofische vraag, want het gaat erom dat je geen differentiatie kan aanbrengen in belastingplichtigen.

Uiteindelijk is ons beleid natuurlijk om de parkeerkosten en het betaald parkeren over de hele stad te verspreiden, dus op de lange termijn zal die juridische, filosofische vraag misschien niet helemaal meer op zijn plaats zijn. Het geldt in ieder geval niet voor degenen die parkeerkosten moeten betalen.

7. Mondelinge vragen van de fractie van Utrecht Solidair over Waar blijft de verantwoording van de Machinerie?

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Voorzitter! Vorig jaar oktober werd de stekker eruit getrokken. Betrokken partijen hebben gezamenlijk besloten het project de Machinerie te stoppen. Dit zijn de initiatiefnemers, FOTODOK, het Nederlands Film Festival en Hoogt on Tour. In de loop van 2020

werd gestart met het uitwerken van de juridische afspraken. Door de ketenpartners werd in april

2020 Stichting de Machinerie opgericht, met een kwartiermaker die namens hen het bouwproces en de uitwerking van de plannen vorm kon geven.

In oktober 2021 krijgt de raad een brief over versobering van de plannen. Om te voorkomen dat de

ontwikkeling door de coronacrisis verder onder druk komt te staan, krijgen ze nog een rijksbijdrage

van 300.000 euro. Dit past volgens de gemeente binnen het afwegingskader, omdat de kernpartners van de Machinerie – NFF, FOTODOK en HIT – hiermee worden behouden voor de stad.

Omdat het zo lang duurde, heb ik navraag gedaan, omdat de jaarcijfers maar niet komen. Nu blijkt

dat er bijvoorbeeld nooit een omgevingsvergunning is aangevraagd. Twee van de drie ketenpartners zijn in 2021 uit de stichting gegaan. Bovendien blijkt de Stichting de Machinerie sinds het voorjaar van 2022 op een adres in Amsterdam te zijn ingeschreven. Dit is ook het adres van de nieuwe voorzitter, die een consultancybedrijf in Amsterdam heeft. Zij beheert samen met een

gevolmachtigde de Stichting de Machinerie op dit moment. In juli 2022 is een subsidie bij de

11

Vragenuur van 25 mei 2023 Provinciale staten aangevraagd van 120.000 euro, die een week voor de beëindiging van de Stichting is uitgekeerd.

Wij hebben de volgende vragen.

1. Wat vindt het college ervan dat twee van de drie ketenpartners in 2021 al uit de Stichting waren gestapt?

2. Wat vindt het college van de aanvraag op 8 juli bij PS voor subsidie, terwijl toen al duidelijk was dat het einde in zicht was?

3. Wat vindt het college van alle uitgaven voor een kwartiermaker, contacten met allerlei partijen etc. terwijl er nog niet eens een omgevingsvergunning was aangevraagd?

4. Wat vindt het college van de lange wachttijd door de Stichting om de financiën te verantwoorden? De heer Van Bergen (ChristenUnie): Voorzitter. Ik heb een punt van orde. Ik vind bijna een minuut over de tijd heen wel echt extreem. Ik verzoek u om daar in het vervolg op te letten.

De voorzitter: Dank voor dit punt van orde. Het is ook iets om met zijn allen scherp op te zijn. De afspraak is twee minuten per partij. Het is een goede oproep.

Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Dan ben ik ook bang voor het oordeel over onze tijd, maar ik heb mijn best gedaan dit vragenuur.

Dank voor het stellen van de vragen. Het is altijd goed als de raad goed in de gaten houden of wel aan toezeggingen wordt voldaan. In dit geval lopen we op schema. Ik kan dan ook nog steeds de

beloofde evaluatie en daarmee de antwoorden op veel van de gestelde vragen voor de zomer aan de raad aanleveren. Ik zal de beantwoording van de vragen voor nu vooral kort en feitelijk houden en later in de evaluatie uitgebreid op alles ingaan.

Wij hebben, in antwoord op vraag 1, zelf aangestuurd op een onafhankelijk bestuur van de stichting, dit in lijn met de Cultural Governance Code, met name ook op basis van het raadsdebat in oktober 2020 over de Machinerie. Het vertrek van de kernpartners uit het bestuur en hun vervanging door onafhankelijke bestuursleden was een gevolg hiervan. Die constatering klopt dus inderdaad.

Het antwoord op vraag 2 is dat op het moment van de aanvraag er nog geen zicht was op het stopzetten van de Machinerie. Het is dus logisch dat de talentontwikkelingsactiviteiten en de zoektocht naar verdere financiering gewoon doorgingen. De aanvraag is vervolgens positief

beoordeeld door de provincie. Nu Stichting de Machinerie wordt opgeheven, is er een nieuwe

stichting opgericht en voeren de kernpartners gesprekken met de provincie om te kijken of die nieuwe stichting de toegekende subsidie zou kunnen overnemen. Die activiteiten van

samenwerkende partners, dus van de talentontwikkeling, kunnen ook zonder het pand natuurlijk. Ik zie dan ook geen bezwaar in dat handelen.

Het antwoord op vraag 3 is dat wij het aanstellen van een kwartiermaker en de verdere acties logisch vinden. Deze waren namelijk nodig voor het realiseren van het project. Het aanvragen van de

vergunning is een van de latere stappen in het realiseren van een project als dit. Met het aanvragen van zo’n omgevingsvergunning zijn over het algemeen heel hoge kosten gemoeid en daarvoor was er zekerheid nodig over de business case. Daarvoor was die kwartiermaker er natuurlijk ook.

Het antwoord op de laatste vraag is dat de verantwoording van de financiën gewoon conform de

subsidievoorwaarden gaat. Iedereen moet die indienen voor 1 juni. We hebben liever een volledige en zorgvuldige verantwoording dan dat we hem sneller hebben.

12

Vragenuur van 25 mei 2023 De voorzitter: Ik stel vast dat er geen aanvullende vragen van de overige fracties zijn. Misschien heeft mevrouw Hessel nog een laatste vraag.

De heer Van Bergen (ChristenUnie): Voorzitter. Ik heb een punt van orde. Utrecht Solidair is ruim door de tijd heen.

De voorzitter: U maakte net ook een punt van orde, maar ik begreep dat toen de tijd vooruitliep. Met onze tijd was het niet een minuut verder. Deze klopt wel. Ik moet mevrouw Hessel dus helaas

teleurstellen wat betreft de laatste vraag van Utrecht Solidair. Dan houden we het bij dezen bij de beantwoording van het college. Dank u, wethouder Oosters.

Daarmee beëindigen we ook dit vragenuur. Het was een bijzonder vragenuur. Ik dank iedereen voor de aanwezigheid en we zien elkaar bij het volgende vragenuur weer. De voorzitter sluit daarop, te 17.49 uur, het vragenuur.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=15f6bf5f-7a9c-41ff-9850-9d8c141f1dfb