CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20230511 vragenuur.doc

Gemeenteraad 8 juni 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 6 april, 13 april, 20 april, 11 mei en 25 mei6.298 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2023 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 11 mei 2023 Vragenuur, gehouden op donderdag 11 mei 2023 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Passier Aanwezig zijn de leden: Dekkers, Dijkstra, Meerding, Raaijmakers, Van Steeg en Van Vliet. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Cornielje, Leever, Nederhand en Snijder. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Eerenberg, Van Hooijdonk en Oosters.

Griffier: de heer Corten.

Opening van het vragenuur. De voorzitter: Dames en heren! Welkom allemaal bij het vragenuur van deze week. Welkom aan de

mensen thuis, de mensen op de tribune - ik zie er vandaag maar één - de leden van de raad en de leden van het college.

1. Vragen van de fracties van de PvdA, D66, Student & Starter, GroenLinks, PvdD, Volt en BIJ1 over Waar is ruimte voor rafelranden?

Mevrouw Leever (PvdA): Afgelopen zaterdag ging er een demonstratieve rave door de binnenstad van Utrecht. Zo’n 1.300 mensen vroegen aandacht voor de “onmisbare rafelranden” van de stad en het

bevorderen van onafhankelijke kunst en cultuur. Cultuur moet zo laagdrempelig mogelijk zijn. Een van hun belangrijkste eisen: er moet meer plek zijn voor creatieve makers in de stad.

Dit brengt de fracties van PvdA, D66, Student & Starter, GroenLinks, PvdD, Volt en BIJ1 tot de volgende vragen.

1. Is het college het eens met de strekking en het doel van de demonstratie?

2. Herkent het college signalen van creatieve makers in Utrecht over weinig culturele vrijplaatsen en plekken? Zo ja, wat heeft het college de afgelopen periode gedaan na het horen van deze signalen?

3. Wat is het college in de nabije toekomst van plan om deze rafelranden een plek te geven in Utrecht?

4. Op welke manier biedt het college in de uitwerking van de nachtvisie en het broedplaatsenbeleid ruimte voor rafelranden?

Vragenuur van 11 mei 2023 Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Dank voor de vragen. Volgens mij is het een prachtige eerste set, dus gefeliciteerd daarmee!

Allereerst het antwoord op vraag 1. De Rave voor de rafelranden, een tongbreker, heeft net als iedere andere demonstratie netjes een kennisgeving afgegeven. Het doel was het demonstreren voor

vrijplaatsen voor niet-commerciële cultuur en vrije ruimtes in de stad, plekken die van onderop uit eigen initiatief en passie worden opgezet en vormgegeven. U weet van mij dat ik als

cultuurwethouder en wij als college van mening zijn dat er ruimte nodig is voor creativiteit en vrijheid en dat wij dit doel dan ook ondersteunen. Onze inzet om dit te bereiken, zal ik in de volgende antwoorden wat beter beschrijven.

Het antwoord op vraag 2 is dat het college het signaal over het tekort aan culturele vrijplaatsen

herkent. We zetten ons dan ook in om hier verandering in te brengen. Dit hebben we onder andere verwoord in de nota Huisvesting culturele en creatieve sector en in het ondertekende

Broedplaatsenconvenant. Ook zijn we bezig, zoals ik al vaker met de raad heb gedeeld, met de

uitwerking van die nota om meer van die creatieve broedplaatsen in de stad te krijgen. Voor extra

inspiratie voor die uitvoering heb ik de organisatie van de Rave voor de rafelranden een berichtje via Instagram gestuurd en ik hoop dat ze binnenkort op die uitnodiging zullen ingaan. Het blijft

natuurlijk wel een uitdaging om deze plekken te vinden en ook te behouden, wat ook samenhangt met de groeiende stad.

Het antwoord op vraag 3 is dat er natuurlijk niet echt een vaste definitie bestaat van “rafelranden”. De focus van de gemeente ligt op het creëren van creatieve broedplaatsen waar kunstenaars de

vrijheid hebben om te maken, te experimenteren en te groeien. Als wethouder kan ik misschien

beter niet beginnen met rafelranden, die helemaal vrij moeten zijn van alle wetten en regels. Maar, zoals gezegd, met volle energie en tijd van mij en Culturele Zaken proberen wij meer creatieve broedplaatsen in Utrecht te realiseren.

Het antwoord op de laatste vraag is dat we met deze plannen, dat wil zeggen de Nachtvisie en de

uitvoering van de nota over broedplaatsen, proberen binnen de wettelijke kaders te kijken wat we

kunnen doen om creatieve broedplaatsen en de nachtcultuur te faciliteren en te realiseren. Er zitten geen gouden bergen aan financiën achter de nota’s – dat weet de raad ook – en het is dus niet een kwestie van zwaaien met de toverstaf, maar de energie en inspiratie zijn er zeker om hier echt iets van te maken. Ik kijk er ook naar uit om de raad binnenkort te spreken over de Nachtvisie.

De heer Dekkers (GroenLinks): Voorzitter. In het verleden hebben creatievelingen vaak een plek

kunnen vinden, maar daar heeft helaas geen ontwikkeling plaatsgevonden. Die komen er misschien

de komende periode weer aan. Is de wethouder het met ons eens dat er soms mooie plekken zijn om iets te beginnen, maar dat het van belang is dat die plekken definitief ontwikkeld worden en dat ze behouden kunnen worden, ook voor creatievelingen?

Mevrouw Oosters (wethouder): Dat is een ingewikkelde vraag, want we zien dat precies gebeuren.

Het hangt natuurlijk ook samen met de groeiende stad. Als je ergens een plek hebt die eerst niets was en dan ineens iets creatiefs is waar heel veel mensen op afkomen, moet dat op een gegeven

moment ook weer weg als er iets ontwikkeld wordt. Daarom zijn we ook aan de slag met gebieden

als het Werkspoor, het Hof van Cartesius, de Nijverheid, maar ook de Merwedekanaalzone en verder dan dat, om ook meer vaste plaatsen voor die creativiteit en vrijheid te creëren. Met die inzet zullen we ook zeker doorgaan. Absoluut!

Mevrouw Leever (PvdA): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de beantwoording. Ik krijg toch vaak

2

Vragenuur van 11 mei 2023 nog het beeld van creatieve makers op tijdelijke plekken dat die locaties nog best wel lang leeg staan als zij eruit zijn. Kan de wethouder hier een antwoord op geven?

Mevrouw Oosters (wethouder): Ook dat signaal is ons helaas niet onbekend. Wij kijken zoveel

mogelijk waar we ruimte kunnen bieden om die makers zo lang mogelijk op die plekken te laten

zitten. Dat kan misschien nog wat scherper, dus ik zal inderdaad die notie meenemen en kijken of

we de makers zolang op de plekken kunnen laten zitten. Soms is het antwoord ook echt dat iemand weg moet.

2. Vragen van de fracties van de VVD, EenUtrecht, PVV, Stadsbelang Utrecht en CDA over aanhoudende overlast Lucasbolwerk.

Mevrouw Meerding (VVD): Voorzitter. Horeca en schouwburg worden gek van bedelende en dealende verslaafden. "Junk stond met mes op terras", zo kopte het AD Utrecht op 2 mei. In het artikel wordt

de inmiddels lang bekende situatie bij het Lucasbolwerk geschetst. Een grote groep verslaafden drijft horeca en buurtbewoners van het Lucasbolwerk in Utrecht tot wanhoop. Ze dealen en gebruiken,

bedreigen horecapersoneel, maken luidruchtig ruzie en komen ongevraagd de Stadsschouwburg in. Café-eigenaren uit de buurt geven in het artikel aan dat de gemeente de situatie gedoogt en dat er

te weinig wordt opgetreden. Het is in ieder geval niet de eerste keer dat er krantenartikelen over de situatie bij het Lucasbolwerk verschijnen, ook door de VVD en andere partijen is hier al meermaals

aandacht voor gevraagd. Hoewel er eerder al acties genomen zijn op deze plek, hebben die blijkbaar nog onvoldoende resultaat. Dit brengt de fracties tot de volgende vragen.

1. Hoe kijkt de burgemeester naar het AD artikel en naar de situatie op het Lucasbolwerk op dit moment? Klopt het beeld van gedogen dat door café-eigenaren wordt geschetst?

2. Is de burgemeester het met de fracties eens dat het stoppen van de overlast op het Lucasbolwerk een prioriteit is?

3. Welke maatregelen zijn er tot op heden genomen op het Lucasbolwerk en welke maatregelen

kunnen er nog versneld genomen worden? Is het bijvoorbeeld mogelijk intensiever in te zetten op bemoeizorg, begeleiding naar de stek en/of een snellere invoering van het verbod op harddrugsgebruik in de openbare ruimte?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Allereerst dank ik mevrouw Meerding voor het stellen

van deze vragen, want dat biedt mij ook de gelegenheid om er vanuit mijn kant een paar dingen over te zeggen. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik grote zorgen heb over de ontwikkelingen niet

alleen op het Lucasbolwerk, maar sowieso in de binnenstad waar we een groep mensen zien die

harddrugs gebruikt in de openbare ruimte en niet alleen voor overlast zorgt maar soms ook zodanig gewelddadig is dat het erop lijkt dat er eigenrichting plaatsvindt. Ik noem in dit verband de

ondernemers bij het Lucasbolwerk, maar ook omstanders en anderen hebben daar heel veel last van. De groep is onderling ook vaak gewelddadig, waardoor we herhaaldelijk moeten optreden.

Het is niet voor het eerst dat we over deze zaak spreken en ik ben bang dat het ook niet voor het

laatst zal zijn. Er is echter geen sprake van dat wij zaken gedogen of dat er niets gebeurt. Wel is dit

een ongelooflijk hardnekkig probleem. We hebben de leden van deze groep voor een belangrijk deel ook steeds beter in beeld, maar deze groep is de afgelopen maanden gegroeid van 56 naar 122 personen.

Voor een belangrijk deel komt de nieuwe aanwas ook van buiten de stad en dat heeft te maken met een aantal zaken waarom wij als stad heel aantrekkelijk zijn. We hebben goede zorgvoorzieningen,

3

Vragenuur van 11 mei 2023 ook voor mensen aan de rand van de samenleving. Je mag bij ons in de stad openbaar drugs

gebruiken – harddrugs – en dat weet men ook. En ja, het feit dat we nu eenmaal een knooppunt zijn in het land, niet alleen in mobiliteitsopzicht maar ook hierin, speelt ons natuurlijk parten. Dus zijn we in de afgelopen maanden niet alleen bezig geweest om deze groep in kaart te brengen, we

hebben heel nadrukkelijk zorg en veiligheid hand in hand laten gaan, zoals de raad heeft gevraagd, en heel veel overleg gehad met de zorginstellingen. Er blijkt hier ook sprake te zijn van een grote groep zorgmijders. We hebben niet altijd de middelen om hen te dwingen die zorg alsnog te gebruiken.

We zetten nu een set extra maatregelen in. De Stek, de hostels en andere tussenvoorzieningen staan ook het gebruik van drugs binnen hun muren weer toe op een manier die eerder niet mocht. We hopen daarmee mensen ook daar naartoe te geleiden. Het college werkt aan het verbod op het

gebruik van harddrugs in de openbare ruimte met nadrukkelijk deze doelgroep in het vizier. Het gaat er dus niet om dat we iemand die een pilletje wil slikken op een evenement daarom achterna gaan. Het is echt bedoeld om dit probleem aan te kunnen pakken.

Daarnaast zetten we in op vraagstukken rondom capaciteit. Daar zijn we aan het eind van ons latijn.

Onze eenheid Midden Nederland is vanaf 2012 in de groei van het aantal agenten achtergebleven bij de daadwerkelijke ontwikkelingen, niet alleen omdat onze eenheid heel veel heeft gedaan op het terrein van alles wat met Marengo en Eris te maken heeft – de grootste dossiers rondom de belangrijkste crimineel van Nederland op dit moment – maar ook omdat heel veel van onze

wijkagenten in dat stelsel van bewaken en beveiligen zitten. We maken deel uit van de groeiende

grote steden met heel veel meer grootstedelijke problematiek die harder is gegroeid dan in de rest van het land. We hebben het Mediapark in Hilversum dat sinds een tijdje opeens bewaakt moet

worden op een manier die eerder ook ongekend was. Die optelsom maakt dat we niet meer alleen in ons eigen vlees snijden, maar inmiddels met het mes tot op het bot zitten als ik nu agenten vrij wil spelen met behulp van de politie Utrecht. Dat vraagstuk is onderwerp van overleg, niet alleen in de driehoek maar ook breder en ik hoop binnenkort meer daarover aan de raad te kunnen melden. Zodra dat kan, zal ik dat per brief aan de raad laten weten.

Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Voorzitter. Ik schrik van de problematiek, maar ook van de repressie

waarnaar nu wordt verwezen. Ik maak me zorgen over kwetsbare verslaafden voor wie er geen plek

is in de zorg, bijvoorbeeld in de Stek. Daar wordt ook naar verwezen in de vragenset. Er is geen plek

voor de zogenaamde niet-rechthebbenden. Die zitten ook echt onder deze doelgroep. Is dit dan niet een maatregel waarmee deze groep weer wordt opgejaagd maar er eigenlijk geen structurele oplossing is?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Dat is precies de reden waarom het overleg van de afgelopen dagen niet alleen met mij gevoerd wordt, maar ook met wethouder Streefland, omdat wij ook

vaststellen dat we ook aan de zorgkant echt alles op alles moeten zetten om mensen inderdaad binnen de zorgvoorzieningen te krijgen. We zijn ook bereid om daarmee af en toe de gebaande

paden te verlaten en deuren in te duwen die nog dicht zitten. Onze inzet ook op het terrein van zorg is dat die maximaal moet zijn. U kunt zich verzekeren van het feit dat wij heel goed begrijpen dat in

de raad en ook in onze eigen gedachten – zelfs de politie zegt dat tegen ons – alleen repressie nooit het antwoord is, maar we hebben het ook wel nodig.

De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter. Het is inderdaad belangrijk dat die zorgcomponent goed op

orde is, maar aan de andere kant is er natuurlijk ook veel overlast. De burgemeester zegt dat aan een

4

Vragenuur van 11 mei 2023 verbod op het gebruik van harddrugs in de openbare ruimte wordt gewerkt, maar op welke termijn kan dat geëffectueerd worden en kan dat ook sneller dan tot op heden het geval was?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Het zit nu in de reguliere jaarlijkse wijziging van de APV. Dat

voorstel komt heel binnenkort naar de raad, maar dat is wel daarop gericht. Of dat echt sneller kan, hangt ook van uw eigen agenda af. Het voorstel kan snel bij de raad zijn, want het is klaar. Ik

verwacht dat dit in de loop van de komende dagen naar de raad komt, maar het was wel voorzien voor een reguliere APV-wijziging en daar heeft de raad afspraken over gemaakt.

De heer Van Vliet (D66): Voorzitter. Ik wil nog heel even inzoomen op de bemoeizorg, de begeleiding naar de Stek. Wat is er nu al wel mogelijk en wat zijn de dingen die we met de huidige instrumenten kunnen verbeteren om die begeleiding naar de Stek te verbeteren?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): U zult zien dat de zorginstellingen ook om die APV-wijziging vragen. Dat zullen wij de raad ook doen toekomen. De Stek heeft het beleid veranderd, dat wil

zeggen dat je met meer mensen op een kamer mag gebruiken. Ze hebben allerlei veranderingen in hun bestaand beleid al ingezet om het aantrekkelijker te maken om niet langer in de openbare

ruimte te gebruiken. Maar ook daar zeggen zelfs de zorghulpverleners dat de mensen liever buiten

voor de Stadsschouwburg in het zonnetje staan dan binnen te zitten. Dat is ook een realiteit waar we mee te maken hebben. Het is een plek die een aanzuigende werking heeft op dealers. Als er een

aantal opgepakt worden – dat gebeurt soms – staan er zo weer tien nieuwe dealers klaar om hun

plek in te nemen. We moeten hier echt extra stappen zetten. Ik heb de raad daar heel erg bij nodig, echt waar.

Mevrouw Meerding (VVD): Voorzitter. Ik ben blij met de vragen die al gesteld zijn, dat scheelt

namelijk weer. Ik hoorde de burgemeester wel zeggen dat zij te weinig capaciteit heeft. Dat heeft er ook mee te maken dat de gemeente Utrecht heel veel extra taken heeft gekregen. Is dat dan een

bijzondere situatie die andere steden niet hebben? Dan heeft de gemeente misschien recht op meer

geld van het Rijk omdat zij ook meer gedaan heeft. Zouden de raadslieden misschien kunnen helpen in deze lobby?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Dat laatste altijd en dat eerste vind ik inderdaad. Dat heeft te

maken met de optelsom die ik u juist gaf. Ik spreek nu even voor één keer in uw midden niet over “wij” als Utrecht stad, maar over “wij” als Utrecht als regio Midden Nederland en dus als

regioburgemeester, maar ik zie dat in al onze districten de rek er helemaal uit is. Onze wijkagenten

zitten in het stelsel bewaken en beveiligen met heel veel extra aanvragen om mensen te beschermen. We begrijpen het, het is nodig, we steunen het maar het gaat ten koste van het gewone werk. De

ironie van dit alles is dat we op dit moment in onze regio de Taghi’s van de toekomst niet meer zien

omdat we bezig zijn om allerlei mensen te beschermen tegen één iemand die daar bezig is. Dat is de ironie van nu. Ik heb de raad daarbij nodig. Ik kan mijn eigen geluid ook heel goed formuleren, maar als het meerstemmig wordt, wordt het alleen maar beter.

3. Vragen van de fracties van PvdA, PvdD, ChristenUnie, GroenLinks, Student & Starter en BIJ1 over De lange arm van de fossiele brandstoffenlobby.

De heer Cornielje (PvdA): Voorzitter. De bezetters van het Minnaertgebouw bewijzen opnieuw dat de

5

Vragenuur van 11 mei 2023 lange arm van de fossiele brandstoffenlobby duidelijk aanwezig is in onze stad. Er zijn minstens

twaalf projecten waarin de fossiele brandstofindustrie samenwerkt met onze Universiteit Utrecht.

Door het ontkennen en bestrijden van wetenschappelijke feiten, het schenden van mensenrechten en het massaal uitstoten van broeikasgassen heeft de fossiele brandstoffenindustrie bewezen een onbetrouwbare partij te zijn in de energietransitie. Echter roept de aanwezigheid van deze

massavervuilers in onze stad meer vragen op. De indieners hebben hierom de volgende vragen.

1. Wat vindt het college van de aandacht die studenten vragen omtrent de invloeden van de fossiele industrie op de Universiteit Utrecht?

2. Deelt de wethouder de mening dat bedrijven zoals Shell eerder een obstakel zijn in de energietransitie dan een bondgenoot?

3. De Universiteit Utrecht deelde mee dat zij geen zicht had op het aantal projecten waarin de

Universiteit samenwerkte met de fossiele brandstofindustrie. Heeft de gemeente wél zicht op hoeveel en bij welke projecten de fossiele brandstofindustrie samenwerkt met de gemeente?

4. Een van de eisen van de demonstranten is transparantie. Wil de gemeente transparantie in de aankomende Klimaatvisie, ook omtrent lobbypraktijken meenemen?

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter. Het zijn mooie vragen. In antwoord op de eerste vraag kan ik melden dat wij dit alleen maar toejuichen. Ik heb het niet van minuut tot minuut

gevolgd, maar ik heb wel gezien dat er een dialoog was met de leiding van de universiteit. Dat lijkt me dus alleen maar goed, evenals de betrokkenheid bij de klimaatcrisis.

Wat betreft de rol van Shell kan ik objectief en feitelijk zeggen dat het huidige Shell, anno 2023, een grote bijdrage levert aan klimaatverandering met alle emissies van wat zij produceren en leveren.

Daar moet ook bij gezegd worden dat mensen het ook nog gebruiken, dus dat is de andere kant van het verhaal.

In de derde plaats wordt gevraagd of wij zicht hebben op projecten. Ik vind dat een lastige vraag,

want hierbij gaat het ook om de vraag wat nu eigenlijk een project is en wanneer je met een fossiele partij aan tafel zit. Ik zal een voorbeeld geven. De meesten van u kennen het project We drive solar,

de laadpalen die in twee richtingen kunnen leveren. Wij vinden dat op zichzelf een goede stap, want het is innoverend om duurzame bronnen te verbinden aan het energiegebruik, maar tegelijkertijd

wordt dat project met een aantal grote automerken gedaan, anders krijg je de standaarden niet op

hun plek. We werken ook met ENECO, daar kunnen we niet omheen, want het is een grote exploitant van stadsverwarming. ENECO heeft echter een grote gascentrale maar tegelijkertijd ook duurzame

bronnen. We voeren gesprekken met EBN, die door de rijksoverheid naar voren wordt geschoven als

mogelijke participant in warmtebedrijven van de toekomst, maar EBN is tegelijkertijd vanuit de Staat

deelnemer in de gasboringen. We hebben allerlei brandstofpunten in de stad, vaak op erfpachtgrond

en daar hebben we dus ook relaties mee. We hebben zelf een gascontract als overheid, als gebruiker. Het is dus allemaal heel ongelijksoortig en er zijn verschillende partijen. Het zijn ook geen projecten en de gemeente is ook een partij in het echte leven en op die manier komen we die wel tegen.

De laatste vraag ging over transparantie. Een tijdje geleden is door Volt een motie ingediend over transparantie. Daar komen we nog op terug, ook in verband met de vraag welke contacten we

hebben. Dat lijkt me goed, ook in dit verband. Wat wij overigens in ieder geval in de Klimaatvisie

gaan behandelen, is monitoring en de manier waarop wij de cijfers inzichtelijk kunnen maken. Daar kan de raad in ieder geval op rekenen.

De voorzitter: Er zijn geen aanvullende vragen, dus geef ik het woord weer aan de heer Cornielje. Het viel mij overigens op dat heel veel laatste vragen vandaag het woordje “en” bevatten. Ik wil u

6

Vragenuur van 11 mei 2023 verzoeken het inderdaad bij één laatste vraag te houden. De heer Cornielje (PvdA): Voorzitter. Ik beloof dat dit één vraag wordt. Ik ben inderdaad bekend met

de motie van Volt, maar die gaat niet expliciet over de Klimaatvisie. Wordt transparantie expliciet ook meegenomen in de Klimaatvisie?

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Ik vind het een beetje een abstract begrip en ik weet niet

precies waar de heer Cornielje naar verwijst, wat de vraag achter de vraag is. Ik heb al gezegd dat we dit kwartaal of in ieder geval voor de zomer met de startnotitie hopen te komen en dan kunnen we

daarover het gesprek voeren. We willen in beeld brengen waar de emissies zitten, waar ze vandaan komen, wie de veroorzakers zijn en wat we gaan doen om het allemaal stapsgewijze terug te

dringen. Daar willen we ook een manier om te rapporteren aan koppelen. Dat is een vorm van

transparantie, maar dat is iets anders dan het in beeld brengen van alle contacten van de gemeente. Dat is weer een heel andere vraag over transparantie.

4. Vragen van de fracties van Volt en Student & Starter over Losergedrag. Mevrouw Nederhand (Volt): Voorzitter. De gemeente Utrecht is een campagne gestart tegen

losergedrag, oftewel straatintimidatie. Een goed initiatief waar we blij mee zijn. Een voorbeeld van

deze campagne is een poster in bushokjes waarmee wordt opgeroepen om vooral melding te maken van straatintimidatie en Utrecht daarmee veiliger te maken. Antwerpen is zo’n zelfde soort

campagne gestart rondom discriminatie. De toon van deze campagne is echter om omstanders aan te spreken wanneer ze discriminatie waarnemen. Deze campagne roept niet op tot het maken van een melding door het slachtoffer, waarmee je deze verantwoordelijk maakt, maar spreekt de omstanders aan om op te komen voor het slachtoffer en zo samen de dader aan te spreken. De fracties van Volt en Student & Starter komen daarom met de volgende vragen.

1. Hoe voorkomt de gemeente dat de indruk wordt gewekt dat slachtoffers verantwoordelijk zijn voor hetgeen hen overkomt?

2. Is het college het met de vragenstellers eens dat zodra iemand getuige is van losergedrag, hij aangespoord mag worden hier wat van te zeggen tegen de dader?

3. Op welke manieren werkt de gemeente al aan het aansporen van aanspreken door omstanders?

4. Ziet het college kans om de toon van de huidige campagne aan te passen en niet de slachtoffers van straatintimidatie of discriminatie verantwoordelijk te maken voor een melding, maar

omstanders zich uit te laten spreken tegen losergedrag en tegen daders, en draagvlak te creëren dat het uitspreken tegen losergedrag minstens net zo belangrijk is als het maken van een melding?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Om een lang verhaal kort te maken: in onze aanpak gaan wij op geen enkele manier de indruk wekken dat slachtoffers verantwoordelijk zijn voor

hetgeen ze overkomt. Dan hebben de vragenstellers daar echt iets in gemist. In onze aanpak gaat

het nu juist om de dader die veel meer centraal komt te staan. We zijn heel lang gewend geweest om tegen slachtoffers te zeggen dat zij moeten melden en dat zij een weerbaarheidscursus moeten

volgen, maar nu draaien we het juist om en vragen we de daders wat zij eigenlijk aan het doen zijn, waarom zij dit doen en wat het betekent wat zij doen.

In de tweede plaats wijzen wij omstanders er juist op dat ook zij een rol te spelen hebben. Dat is

nadrukkelijk ook onderdeel van de aanpak en dat hebben we, eerlijk gezegd, ook uitgebreid in deze

7

Vragenuur van 11 mei 2023 raad besproken. We hebben een omslag te creëren in het denken over intimiderende uitingen en

gedragingen op straat. Het is niet normaal, het is niet acceptabel en dus richten we ons eigenlijk niet meer alleen op slachtoffers – die bieden we vooral hulp – maar juist op daders en omstanders. Er

worden workshops gegeven door Fairspace. Ze hebben in totaal nu 400 mensen in Utrecht getraind op omstanderinterventie. Daarbij gaat het om studenten, mensen uit de LHBTQA+-organisaties,

Thirty030 en Movisie. We hebben een handelingsperspectief omstanders, herkennen en ingrijpen. Dat is onderdeel van onze toolkit en die wordt binnenkort ook beschikbaar gesteld. In onze

campagnes gaan we ons ook richten op omstanders. In januari zijn er ook filmpjes op social media verschenen en over een aantal weken starten we weer een nieuwe campagne, specifiek gericht op

omstanders. Ik weet dus niet waar de gedachte vandaan komt dat wij slachtoffers het gevoel zouden geven dat ze een probleem hebben, maar dat is echt niet waar deze campagne over gaat. Integendeel zelfs.

Mevrouw Leever (PvdA): Voorzitter. Ik wil hierbij mijn waardering uiten voor de start van de

campagne. We hebben hier lang voor gepleit en zeker ook voor aandacht aan het meldingssysteem.

Naar aanleiding van deze vragen ben ik er benieuwd naar of het mogelijk is om het meldingssysteem uit te breiden voor niet alleen slachtoffers maar ook omstanders die getuige zijn geweest van straatintimidatie.

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Volgens mij kan dat gewoon al, want in principe is dat

meldingssysteem er niet alleen maar voor mensen die iets overkomen is, maar ook voor mensen die letterlijk iets willen melden.

Mevrouw Meerding (VVD): Ik ben blij om te horen dat er binnenkort ook weer een nieuwe campagne start. Ik wil toch nog even dubbel checken: is er ook een deel van de campagne dat zich specifiek richt op het bekendmaken van het meldpunt?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Dat is een heel goede vraag. Ik denk het wel, want ik vermoed

namelijk dat er in de mediacampagne een verwijzing zal zijn naar waar je eventueel kunt melden. Dat ga ik echter voor de zekerheid checken. Ik ben het er namelijk wel mee eens dat dit nodig is. Mevrouw Nederhand (Volt): Voorzitter. Ik dank de burgemeester voor de beantwoording van de

vragen, maar ik wil wel meegeven dat ik een foto heb gemaakt van een bushokje waarop staat dat je het moet melden als je slachtoffer bent van straatintimidatie. Dat is de strekking van de huidige

campagne. Ik zou daarin toch het voorbeeld van Antwerpen willen aanhalen, waarin ook omstanders wordt gevraagd zich uit te spreken. Dat is wel een andere toon. Ik hoop dat we dat als een goed voorbeeld mee kunnen nemen.

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Zeker, maar we hebben ook wel degelijk heel schurende

campagnes gehad, die echt gericht waren op daders en ook op omstanders. Ik ga ervan uit dat we de omslag die we hebben afgesproken ook terug gaan zien in de manier waarop we ons in de media uiten.

5. Vragen van de fractie van EenUtrecht over Gaat gemeente illegale dakopbouw gedogen of handhaven?

8

Vragenuur van 11 mei 2023 De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter. Als een particulier iets illegaals op zijn dak zet, zijn wij als gemeente heel streng. Dat moet dan ook gelden voor andere gebouweigenaren. Hier gaat het in de binnenstad om een klimaatinstallatie van behoorlijke omvang en die staat er al een halfjaar.

Omwonenden maken zich daar zorgen over en vragen zich terecht af wat er gebeurt, want de installatie is illegaal.

Vandaar onze volgende vragen.

1. Klopt het dat de klimaatinstallatie recent is geplaatst op het dak van Kromme Nieuwegracht 70 zonder vergunning en een vergunning wel nodig is?

2. Vindt de wethouder dat als hier sprake is van een illegale dakopbouw de gemeente hierop dan per direct moet handhaven? De installatie staat er nu een halfjaar.

3. Heeft de commissie Welstand en Monumenten al wel negatief geadviseerd en zo ja, kunnen we daar een afschrift van ontvangen?

4. Is het realistisch dat de gebouweigenaar alsnog een vergunning gaat krijgen – mocht hij die aanvragen – voor deze klimaatinstallatie, gelet op de bouwvoorschriften voor dergelijke installaties?

5. Op welke manier wordt het belang van omwonenden, bijvoorbeeld horizonvervuiling en geluidhinder meegenomen bij een dergelijke vergunningaanvraag?

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Op de Kromme Nieuwegracht 70 staat inderdaad een installatie op het dak die daar niet mag staan. Dat hebben we ook zelf geconstateerd toen onze

toezichthouders 14 december jl. ter plekke gingen voor de controle van de vergunde activiteiten. Wij zetten in zo’n geval de handhavingsstrategie in die we ook in alle andere gevallen inzetten, en dat

begint altijd met het gesprek. Dat is niet vrijblijvend. In dat gesprek hebben wij ook gezegd dat dit niet mag en hebben wij voorwaarden vastgelegd. Dat betekent dat de eigenaar op zoek gaat naar een oplossing. De oplossing is iets anders dan deze installatie op deze plek. De eigenaar heeft inmiddels drie alternatieven aangeleverd en ik begreep dat er afgelopen dinsdag een aanvraag

omgevingsvergunning is ingediend voor een nieuwe situatie. Die zullen wij moeten beoordelen. Ik kan daar natuurlijk niet op vooruitlopen. Bij die beoordeling kijken we heel nadrukkelijk naar het

belang van de omwonenden op verschillende manieren. Het is een rijksmonument en dat betekent dat er automatisch al heel veel belangen van omwonenden geborgd zijn, bijvoorbeeld zichtlijnen,

aanzien, et cetera. Maar we kijken natuurlijk ook naar de geluidsnormen, want een luchtinstallatie op het dak kan zeker voor overlast bij omwonenden zorgen.

Onze Welstandscommissie en ook Stedenbouw zullen ernaar kijken. Alles is er dus op gericht om een alternatieve locatie voor de installatie te vinden, dan wel een installatie te vinden die aan de

vergunning voldoet. Ik schat zelf in dat het eerder om een alternatieve locatie zal gaan. De eigenaar is uiteindelijk verplicht om dat te realiseren.

De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter. Begrijp ik het goed dat deze installatie in haar huidige vorm zal verdwijnen? Is dat in ieder geval zeker? De heer Eerenberg (wethouder): Dat is correct. 6. Vragen van de fractie van EenUtrecht over Pesten op Utrechtse scholen. De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter. EenUtrecht zit nu een jaar in de raad en we hebben nog

niets over pesten op scholen zien langskomen. Dat kan natuurlijk, maar het is wel een ernstige zaak.

9

Vragenuur van 11 mei 2023 10% tot 30% van de schoolleerlingen is er soms tot vaak het slachtoffer van. Ik weet dat uit eigen

ervaring. De gevolgen kunnen ingrijpend zijn, soms langdurig en vaak blijvend. Laten we het niet onderschatten. Om die reden hebben wij nieuwsgierige vragen, die misschien leiden tot meer. 1. Neemt het pesten op de Utrechtse scholen af of toe?

2. Welk percentage van de Utrechtse scholen, primair en middelbaar, voldoet aan de huidige wettelijke eisen omtrent het pesten?

3. Welk percentage van de gebruikt effectief en aantoonbaar een antipestprogramma? Dat kan ook het OPA-actieprogramma zijn dat op de Vreedzame School van toepassing is.

4. Wat betekent dit alles voor de aanpak vanuit de gemeente Utrecht?

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Bij sommige vragen mag ik zeggen dat Utrecht gelukkig

afwijkt van het rest van het land, maar dat is hier niet het geval. Helaas neemt het pestgedrag ook in Utrecht toe, ook een beetje in vergelijkbare proporties als in de rest van het land. Uit de

Volksgezondheidsmonitor 2019 werd 14% van de kinderen uit groep 7 en 8 weleens gepest. In 2021 was dat 17%. In 2019 werd 5% online gepest en in 2021 9%, dus bijna een verdubbeling. Dit zijn wat getallen uit de Volksgezondheidsmonitor, dus ook bij ons neemt het toe. Ik ben het met de heer

Dijkstra eens dat dit zorgelijk is en dat het inderdaad grote effecten kan hebben op kinderen en de toekomst van deze kinderen.

Wij hebben geen totaaloverzicht van wat scholen daaraan doen. De Onderwijsinspectie ziet er wel op

toe, want scholen zijn ook wettelijk verplicht om allerlei zaken te doen om pestgedrag te voorkomen. Ik heb een regulier gesprek met de Onderwijsinspectie over het onderwijs in Utrecht. In het laatste

gesprek is dit niet geagendeerd als een omissie. Ik zal in het volgende gesprek de hoofdinspecteur vragen of zij het beeld van de inspecties op de Utrechtse scholen deelt en hoe wij ervoor staan. Ik

weet helaas niet wanneer ik dat gesprek heb, want dan had ik het in een concrete toezegging kunnen gieten. Ik ga het in ieder geval aan de Onderwijsinspectie vragen.

Wijzelf doen ook heel wat. Gelukkig hebben we Vreedzaam in Utrecht, een echt Utrechtse methode

die door 80% van de basisscholen wordt gebruikt. Daar zit al heel veel in om pestgedrag niet alleen

te voorkomen maar het ook bespreekbaar te maken en het daardoor te verminderen. Wij subsidiëren een aantal partijen die voor scholen benaderbaar zijn om te werken aan een veilige cultuur. Onder

andere de GGD doet daar een en ander aan. In de nieuw te verschijnen Utrechtse Onderwijsagenda is een heel hoofdstuk over de sociaaleconomische ontwikkeling van het kind opgenomen. Daar

committeren de onderwijspartners zich in een bredere context aan een heel veilig klimaat in scholen om te leren. Daar zal ook het voorkomen van pesten een onderdeel van zijn.

Dat is het beeld dat ik nu heb en na mijn volgende gesprek met de Inspectie wordt dit vervolgd. De voorzitter: Nu scheelt het dat we bij het vragenuur geen officiële toezeggingen doen. We hebben ook geen lijst, maar u kennende laat u dat op een goede manier naar de raad komen.

Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Voorzitter. Wat echt actueel is, is dat gisteren de Staat van het

Onderwijs is verschenen. Daarin stond letterlijk dat waar eerder sprake was van een afname van onveiligheidsgevoelens bij lesbische en homoseksuele personen, er nu juist sprake is van het

tegenovergestelde. Heeft de wethouder dat ook in de Staat van het Onderwijs gezien en, zo ja, hoe kijkt hij daarnaar voor Utrecht?

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Ik heb de Staat van het Onderwijs gelezen en er staan

helaas meer zaken in waarover de conclusie moet zijn dat het helemaal niet zo goed gaat met ons

10

Vragenuur van 11 mei 2023 onderwijs. We hebben veel werk te doen. Ook dit heb ik gelezen. Ik weet niet hoe het precies in de Utrechtse situatie zit. Ik heb op basis van onze eigen Volksgezondheidsmonitor helaas moeten

constateren dat we wat dit betreft in de landelijke trend meelopen. Ik schat in dat ook dit probleem

op Utrechtse scholen helaas meegaat met de landelijke trend. Dat is een trend de verkeerde kant op. Ook hier hoef ik geen concrete toezegging te doen – zo heb ik zojuist geleerd – maar ook hiernaar zal ik navraag doen bij mijn reguliere contacten. Het is allemaal zeer zorgelijk.

De voorzitter: Ik krijg net van de griffier ingefluisterd dat de toezeggingen toch worden opgeschreven. Excuses voor de verwarring.

De heer Snijder (Student & Starter): Voorzitter. Heeft de wethouder er ook een beeld bij hoe dit er op universiteiten aan toegaat?

De heer Eerenberg (wethouder): We hebben laatst een heel lang en goed debat gehad over veiligheid, ook op universiteiten, hogescholen en hbo-instellingen. Daar speelt natuurlijk veel meer, ook de

machtsongelijkheid en dergelijke. Ik heb nu geen concrete cijfers bij de hand, anders dan dat daar de trend ook de verkeerde kant op ging. Er waren meer meldingen van onveilige situaties, ook bij

studentenverenigingen. Wat ik echter de goede trend vind, is dat de gehele studentengemeenschap van mbo tot universiteit, van verenigingen tot koepels, de handen ineen heeft geslagen om deze cultuur te keren. Daar zit nu heel veel energie op, ook vanuit het actieprogramma waaraan de

burgemeester in antwoord op een eerdere vraag refereerde. Daar zie ik heel veel gebeuren en ik ben hoopvol dat daar een cultuurverandering aanstaande is. Maar dat moeten we wel volhouden met elkaar.

De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter. In welke mate is dit onderwerp besproken met de scholen zelf in het kader van de Onderwijsagenda? Was dit de afgelopen twee, drie jaar een terugkerend onderwerp?

De heer Eerenberg (wethouder): Het is zeker een terugkerend onderwerp. Daarom verklapte ik al dat in de nieuwe Utrechtse Onderwijsagenda er ook echt weer een plek komt voor de thema’s veiligheid en sociaaleconomische ontwikkeling in de context van een veilige omgeving. In de afgelopen drie jaar hebben we geleerd dat pesten daar een onderdeel van is maar dat het gaat over bredere

vraagstukken, bijvoorbeeld inclusiviteit. Het wordt veel en vaak besproken met scholen. Het is ook

van alle tijden en het is iets waar je aan moet blijven werken. Uiteindelijk hebben we ook de ambitie dat alle Utrechtse scholen vreedzaam worden, ofwel door de Vreedzaam-methodiek of door in de

geest daarvan te handelen, zodat er in ieder geval op elke plek waar leerlingen zijn aandacht voor het thema is maar er ook een oplossing is met een werkwijze zodra het zich voordoet.

De voorzitter: Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde van het vragenuur van vandaag gekomen.

Hartelijk dank aan degenen die hebben meegekeken en natuurlijk ook aan iedereen die hier vandaag aanwezig was.

De voorzitter sluit daarop, te 17.45 uur, het vragenuur.

11

Vragenuur van 11 mei 2023 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 11 mei 2023.

Vragen van de fractie van EenUtrecht over Pesten op Utrechtse scholen. Wethouder Eerenberg • zal de raad na zijn volgende gesprek met de onderwijsinspectie, uiterlijk in Q1 2024,

informeren over de voortgang van de maatregelen voor een veiliger klimaat in scholen en het voorkomen van pesten.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=17e95803-0cb6-4d9d-b776-c5bbcc815d23