CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20230420 vragenuur.doc

Gemeenteraad 8 juni 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 6 april, 13 april, 20 april, 11 mei en 25 mei7.106 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2023 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 20 april 2023 Vragenuur, gehouden op donderdag 20 april 2023 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Passier Aanwezig zijn de leden: Dada-Anthonij, Ramaker, Stylianou en Snippe. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Van den Enk en T. Stam. Namens het college zijn aanwezig de wethouders: Eerenberg, Van Hooijdonk, Oosters, Schilderman en Streefland.

Griffier: mevrouw Bouts.

Opening van het vragenuur. De voorzitter: Dames en heren! Welkom allemaal bij het vragenuur van deze week. Welkom aan de mensen thuis, de mensen op de tribune, de leden van de raad en de leden van het college. We hebben nu nog één wethouder hier, maar de rest komt later.

Er wordt wat geschoven vandaag met de agenda, want er is nog een commissiedebat gaande en de vragensteller en de wethouder die de vragen zal beantwoorden, zitten nog in dat commissiedebat. Vraag 1 is nu gepland voor 17.30 uur en we gaan nu meteen beginnen met vraag 2. Ik ga ervan uit dat iedereen hiermee akkoord is. Zo niet, dan hoor ik dat graag.

Gezien de tijd, stel ik voor dat we allemaal spreken vanaf onze zitplaats, want we hebben negen vragen vandaag.

2. Vragen van de fracties van D66, GroenLinks, Student & Starter, BIJ1, PvdD en de PvdA over De veiligheid van LHBTI-asielzoekers moet verbeteren.

Mevrouw Dada-Anthonij (D66): Voorzitter! Vorige week bracht EenVandaag onder de aandacht dat LHBTI-asielzoekers die hun land ontvluchtten vanwege hun geaardheid of gender, ook in Nederlandse azc’s in toenemende mate te maken hebben met onveilige situaties.

Op 7 maart2 stuurde LGBT Asylum Support een brief naar de staatsecretaris, waarin zij schreven dat asielzoekers die transgender zijn in Nederland niet genoeg beschermd worden en dat de zorg voor

deze groep verbeterd moet worden. Aparte opvang voor deze specifieke groep asielzoekers zou een

oplossing kunnen bieden op het gebied van veiligheid, maar de staatssecretaris lijkt niet voornemens om aan die oproep gehoor te geven.

Hierover hebben de fracties van D66, GroenLinks, Student & Starter, BIJ1 en Partij voor de

Vragenuur van 20 april 2023 Dieren de volgende vragen.

1. Zijn er tekenen dat de veiligheid van LHBTI-asielzoekers in Utrechtse opvangcentra in het geding is door pestgedrag of zelfs bedreigingen? Zo ja, welke mogelijkheden ziet het college tot extra maatregelen om de veiligheid van deze groep te waarborgen?

EenVandaag schreef dat het kabinet geen voorstander van aparte opvang is, omdat met het apart

plaatsen van LHBTI'ers in asielzoekerscentra volgens de staatssecretaris een “verkeerd signaal wordt afgegeven”. Ondertussen zien we dat het aantal gevallen van mentale problematiek en suïcide bij LHBTI’ers in de asielopvang hoog is en dat expertise in de opvang rondom deze problematiek

ontbreekt. De situatie speelt al enige tijd en de urgentie wordt steeds groter. In 2020 vroegen wij op initiatief van Student & Starter en met de PvdA al aandacht voor de kwetsbare situatie van LHBTI asielzoekers. Vorig jaar is tijdens mondelinge vragen met de titel “Demonstratie

Utrecht#WijMakenPlek” van een andere groep partijen op initiatief van GroenLinks toegezegd dat er

gesproken zou worden met LGBT Asylum Support en de raad daarover geïnformeerd zal worden door middel van een brief.

2. Heeft dit gesprek reeds plaatsgevonden en is het college bereid om samen met LGBT Asylum

Support en diverse andere relevante organisaties te lobbyen voor aparte en veiliger opvang voor LHBTI-asielzoekers?

3. Mocht de staatssecretaris bij zijn standpunt blijven, ziet het college mogelijkheden om aparte opvang zelf te realiseren aangezien de situatie steeds urgenter lijkt te worden?

Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. Ook al eerder is dit een onderwerp geweest waar we heel alert op zijn, maar op dit moment hebben we geen concrete signalen dat de veiligheid van LHBTI-asielzoekers in de Utrechtse opvangcentra in het geding is. De politie en Art. 1 Midden

Nederland hebben formeel hierover geen meldingen ontvangen. Ook komt het niet terug in het veiligheidsoverleg van de opvanglocaties, waarin locatiemanagement door COA, politie en de

gemeenten vertegenwoordigd zijn. Het is wel onderwerp van gesprek en het wil ook niet zeggen dat het helemaal niet voorkomt en we geen aandacht hebben voor deze groep. Vanuit het COA en de gemeente houden we de situatie echt goed in de gaten, ook naar aanleiding van weer nieuwe

signalen. Wij zorgen ervoor dat er ruimte is om laagdrempelig te kunnen melden. Wel horen we

geluiden van de LHBTIQ+-gemeenschap dat deze vluchtelingen zich niet altijd veilig voelen in de opvang. Dat erkent het COA ook, maar volgens het COA heeft dat niet zozeer te maken met de

bejegening door andere asielzoekers, maar meer doordat de mensen kwetsbaar zijn bijvoorbeeld doordat zij in transitie zitten. Daardoor voelen zij zich extra onveilig. Het COA zorgt dat deze

vluchtelingen in beeld zijn en op een locatie bij elkaar worden geplaatst, zodat ze steun hebben aan elkaar en zich veiliger voelen als groep. Dus dat gebeurt al op dit moment. In de locaties in Utrecht worden, net als in andere locaties, LHBTIQ+-asielzoekers begeleid door een getrainde

aandachtsfunctionaris vanuit het COA. Er worden veel gesprekken gevoerd en het COA zorgt voor

contact van de asielzoeker met deze groep en ook in de stad, zodat zij ook binnen de gemeenschap contacten kunnen opdoen en steun kunnen vinden. Dat is wat we op dit moment doen.

Het antwoord op vraag 2 luidt dat, zoals destijds al bij de beantwoording door de burgemeester van de mondelinge vragen van 22 september jl. naar voren is gebracht, het gesprek met LGBT Asylum

Support in de planning zit. We gaan ook met andere partijen in gesprek en zullen ervaringen ophalen van particuliere opvang voor deze groep elders in het land, waar dat soms al gebeurt. Wij willen de gesprekken voor september hebben afgerond.

Op vraag 3 kan ik antwoorden dat het COA in het algemeen bij asielzoekers constateert dat mensen in psychische nood zitten en dat meer mensen suïcidaal zijn. Dat geldt niet alleen voor deze groep,

2

Vragenuur van 20 april 2023 maar dit beeld is ook breder te herkennen. Een onderliggende reden kan zijn de langere periode van onzekerheid voordat de asielprocedure door de IND wordt gestart en de lange tijd die de procedure inneemt. Het COA in Utrecht aan de Joseph Haydnlaan wil in dit kader een pilot starten om meer mensen met GGZ-expertise toe te voegen aan de teams daar, zodat zij bewoners beter kunnen

begeleiden. Op dit moment wordt onderzocht welke expertise daar dan specifiek voor nodig is.

Daarnaast zorgen we in Utrecht met Plan Einstein dat mensen zich kunnen blijven ontwikkelen en

bieden we mogelijkheden om verder te komen in de periode dat zij nog geen zekerheid hebben over vergunningverlening.

Mevrouw Ramaker (VVD): Voorzitter. Ik ben benieuwd of ook organisaties in deze stad met deze doelgroep van doen hebben.

Mevrouw Streefland (wethouder): Jazeker, ik weet dat het gebeurt. Ik weet even niet de namen van de organisaties die zich hieraan verbinden. We weten ook niet hoe het in de toekomst met de aantallen asielzoekers loopt en wat dat betekent voor bijvoorbeeld een nieuw centrum, maar het is wel een

mogelijkheid om te onderzoeken in hoeverre we nog LHBTIQ-vriendelijker kunnen zijn, samen met de organisaties die we nu al aan ons verbonden hebben.

Mevrouw Dada-Anthonij (D66): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de beantwoording, maar ik heb toch nog één vraag. De wethouder zei zojuist dat er geen officiële meldingen zijn. Dat is

gelukkig, maar het zegt niet dat het niet gebeurt. Utrecht is vaak koploper, maar Rotterdam was ons

in dit geval voor met aparte opvang. Is de wethouder bereid om het signaal aan de staatssecretaris af te geven dat dit echt heel belangrijk aan het worden is?

Mevrouw Streefland (wethouder): Ik denk dat het een heel goed signaal is dat wij zeker ondersteunen om dat ook bij hem weer onder de aandacht te brengen.

3. Vragen van de fracties van D66, Utrecht Solidair, VVD en Student & Starter over Deze Koningsdag meer gemak?

Mevrouw Stylianou (D66): Voorzitter! Vorig jaar was weer de eerste keer dat heel Utrecht de straat op ging om Koningsnacht en Koningsdag te vieren. In Utrecht waren mensen die op straat deelnamen aan de festiviteiten vooral veel tijd kwijt aan het in de rij staan voor de wc. Daarover stelden wij al

eerder vragen. Het is ontzettend belangrijk dat er op een dag waarop je veel buiten bent ook genoeg plekken zijn om naar de wc te kunnen. Het college gaf destijds aan dat het er werk van zou maken dat er bij de volgende stadsbrede events meer gelegenheden zouden komen.

Om voorbereid te zijn op wat wij mogen verwachten en de mogelijkheid om het belang van

voldoende wc’s nogmaals onder de aandacht te brengen, hebben de fracties van D66, SP en VVD de volgende vragen.

1. Hoeveel extra urinoirs en toilethokjes worden er deze Koningsnacht en Koningsdag geplaatst? Hoe is er tot dit aantal gekomen?

2. Communiceert de gemeente ook extra over de toiletmogelijkheden die verspreid zijn over de stad?

3. Verwacht het college dat met de plaatsing van deze extra wc’s er dit jaar voldoende toiletten beschikbaar zijn?

4. Hoe wordt geëvalueerd of er dit keer voldoende extra toiletgelegenheden geplaatst zijn?

3

Vragenuur van 20 april 2023

Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. Ik beantwoord deze vragen mede namens onze

burgemeester. In het vrijmarktgebied en in het evenementengebied in de binnenstad worden 20

extra dixi’s geplaatst. Het aantal is bepaald aan de hand van het aantal meldingen en de mate van vervuiling van de dixi’s het afgelopen jaar.

Wat betreft verplaatsing en spreiding hebben wij een goede balans moeten vinden tussen de plekken waar ruimte beschikbaar is. We hebben ook gepoogd om het aantal toileteilanden – een grote groep toiletten bij elkaar – te beperken, zodat de loopafstand tussen de verschillende voorzieningen ook beperkt is.

Het aantal toiletvoorzieningen staat los van het aantal toiletten bij horecabedrijven en in de binnenstad waar gebruik van kan worden gemaakt, evenals de toiletvoorzieningen bij de

verschillende evenementen. Het aantal plaskruizen is gelijk gebleven aan vorig jaar, maar soms is de locatie aangepast.

We communiceren dit ook extra op www.koningsdaginutrecht.nl. Daar is praktische informatie te

vinden over de viering van Koningsdag, maar dus ook over de toiletvoorzieningen. Wij verwachten

hiermee dat de extra toiletten hiermee voldoende zullen zijn en wij zullen dat evalueren aan de hand van meldingen en andere signalen, bijvoorbeeld de evaluatie van organisatoren maar ook weer de vervuilingsgraad om op die wijze te bekijken of er voldoende voorzieningen zijn.

Mevrouw Stylianou (D66): Voorzitter. Wordt bij een evaluatie niet alleen meldingen maar ook social

media in de gaten gehouden? Sommige mensen gaan natuurlijk gewoon naar huis om naar de wc te gaan. Zij verlaten dan de binnenstad. Ik zou graag zien dat dit ook wordt meegenomen, anders dan dat mensen een officiële melding doen.

Mevrouw Streefland (wethouder): Wij zullen proberen zoveel mogelijk andere signalen ook in de

evaluatie te betrekken, maar we hebben natuurlijk geen totaaloverzicht van iedereen die zich ergens

over uitspreekt op social media. Wat werkelijk bij ons binnenkomt, zullen we meenemen, maar het is een illusie om te denken dat wij als gemeente een totaalbeeld kunnen hebben van wat mensen getwitterd hebben of op Insta hebben gezet.

4. Vragen van de fractie van de PvdA over Late OZB-aanslag. De heer Stam (PvdA): Voorzitter! Ik stel deze vragen namens Rick van der Zweth. Ieder jaar krijgen Utrechters die het betreft een OZB-aanslag aan het begin van het jaar. Meestal is dat in de maand februari. Dit jaar duurt het langer; we ontvangen signalen uit de stad dat mensen nog steeds hun

OZB-aanslag niet hebben ontvangen. Dit leidt tot vragen wanneer deze wel komt en ook tot onrust omdat mensen niet weten of het bedrag in de normale tien maanden kan worden afgeschreven. Daarover hebben we de volgende vragen.

1. Klopt het dat het dit jaar langer duurt voordat Utrechters hun OZB-aanslag ontvangen? Wat is daarvan de reden?

2. Wat zijn de gevolgen van een late aanslag? Kunnen Utrechters nog steeds in de gebruikelijke tien maanden hun aanslag betalen?

3. Wanneer is de verwachting dat iedereen de OZB-aanslag binnen heeft? En hoe worden Utrechters geïnformeerd over bovenstaande?

4

Vragenuur van 20 april 2023 Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. Net als de voorgaande jaren is het grootste gedeelte van de aanslagen verzonden, maar het is wel de verwachting dat er door de overgang naar het

nieuwe ICT-systeem wat minder aanslagen zijn verzonden. De verwachting is dat in de komende maanden alle aanslagen alsnog verzonden worden.

De betalingstermijn van tien maanden is altijd mogelijk. Mocht door de late verzending dit jaar de betalingstermijn de aanslag van volgend jaar gaan overlappen en mensen in betalingsproblemen

komen, dan is altijd een betalingsregeling mogelijk. Daar ziet de BghU ook op toe. Zoals gezegd, is de verwachting dat in de komende maanden alle aanslagen verstuurd zijn. In een individueel geval

kan dat anders zijn, maar dat is andere jaren niet anders geweest. De BghU communiceert hier zelf ook over en deze informatie is terug te vinden op de website.

5. Vragen van de fractie van de VVD over Bijspringen in de huur na faillissement zorgorganisatie BZMN.

Mevrouw Ramaker (VVD): Voorzitter! Bijzondere Zorg Midden Nederland (BZMN) heeft in december

vorig jaar faillissement aangevraagd. Cliënten uit onze stad ontvingen ook zorg van deze organisatie, gespecialiseerd in ondersteuning aan kinderen en jeugdigen met extra zorgvraag en volwassenen met verstandelijke handicap bij wonen.

In de raadsbrief van 18 april zijn we geïnformeerd over de afwikkeling van dit faillissement.

Opvallend is de financiële bijdrage van onze stad. Utrecht betaalt mee aan de huur voor twee jaar

door de gemeente Zeist van twee panden met cliënten van BZMN van een particuliere eigenaar. Dit roept bij de VVD fractie de volgende vragen op.

1. Waarom springt de gemeente Utrecht bij in de huurkosten van de gemeente Zeist?

2. Wat maakt de huur van de twee panden door de gemeente Zeist zo riskant dat extra financiële bijstand door de gemeente Utrecht noodzakelijk is?

3. Betaalt de gemeenschap (Utrecht en Zeist) zo niet mee aan te hoge huurprijzen in Zeist ten koste van het beschikbare budget voor zorg aan cliënten met extra zorgbehoefte?

Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. In antwoord op vraag 1 kan ik melden dat de panden

voorheen verhuurd werden aan een intermediaire verhuurder gelieerd aan Bijzondere Zorg Midden Nederland. Omdat Bijzondere Zorg Midden Nederland failliet is, heeft de curator de

huurovereenkomst per 1 mei opgezegd, waardoor het risico bestond dat de huidige bewoners

dakloos zouden worden. Onder de bewoners zijn ook mensen die Beschermd Thuis (BT) ontvangen van de gastheergemeente Utrecht, waaronder vier moeders met kinderen. In die hoedanigheid

hebben wij een zorgplicht en zijn wij financieel verantwoordelijk voor deze groep. Om de zorg aan

deze mensen in een kwetsbare positie voort te kunnen zetten en om te voorkomen dat deze mensen

zich via een eventuele uitzetting weer bij de Utrechtse daklozenopvang melden – wat uiteindelijk veel duurder is – hebben we vanuit moreel en preventief oogpunt besloten tijdelijk samen met de

gemeente Zeist een noodoplossing te bieden. De bijdrage die Utrecht doet, is tijdelijk en heeft alleen betrekking op de op dit moment acht mensen met een Beschermd Thuis-beschikking, waarvoor vanwege het gastheerschap de gemeente Utrecht verantwoordelijk is.

Op vraag 2 kan ik antwoorden dat het beheer van het pand in handen is van de gemeente Zeist. Dat

betekent het aangaan van de huurovereenkomsten met de bewoners en alles wat daarbij komt kijken bij intermediaire verhuur. Het risico zit met name in de eventuele leegstand en daarmee derving van de huur. Dat is ook een uitgebreid gesprek geweest. Dat risico is beperkt, gezien het feit dat Zeist

5

Vragenuur van 20 april 2023 net als andere steden een taakstelling heeft voor huisvesting van statushouders, maar ook eventuele andere doelgroepen.

De bedoelde kosten in vraag 3 worden gedekt uit de decentralisatie-uitkering voor Beschermd

Wonen voor de U16, dus ook specifiek voor deze groep. Dat is ook afgestemd in de U16. Met het tijdelijk dekken van de huur voorkomen we dat kwetsbare mensen, waaronder gezinnen en dus

kinderen, dakloos worden en terugvallen in hun herstel, waarmee mogelijk zwaardere en duurdere zorg wordt voorkomen. Het geeft ons ook tijd om passende huisvesting te vinden voor deze

bewoners na deze tijdelijke overeenkomst. De tijdelijkheid borgen we door afspraken te maken met de zorgaanbieders over zo snel mogelijke uitstroom via hun contingent woningen. Daar hebben ze uiterlijk twee jaar de tijd voor.

Mevrouw Ramaker (VVD): Voorzitter. Ik hoor dat de gemeente Zeist wel het beheer van de panden heeft, maar niet de eigenaar is. Ik vind dat verwarrend, want de eigenaar is dan nog steeds die gelieerde organisatie?

Mevrouw Streefland (wethouder): De panden werden voorheen inderdaad verhuurd aan de

intermediaire verhuurder via Bijzondere Zorg Midden Nederland en het beheer van de panden ligt nu in handen van de gemeente Zeist. Volgens mij is de eigenaar op dit moment ook de woningbouwcorporatie. Ik zal daarover navraag doen en u daarover berichten.

6. Vragen van de fracties van de PvdD, GroenLinks en Volt over Weer kievitseieren vernietigd nabij Haarrijnse Plas.

Mevrouw Snippe (PvdD): Voorzitter! Via Leidsche Rijn Nieuws: “Op zaterdag 15 april vond het

Nederlandse Toppers muziekfestival plaats aan de Haarrijnse Plas in Utrecht. Voor de parkeerplaats

van bezoekers werd een braakliggend terrein bij The Wall gemaaid om betere toegang te bieden. Tot grote schok van vogelliefhebbers werden hierbij drie kievitsnesten met elk vier eieren volledig vernietigd. De eieren met jonge kuikens zouden deze week uitkomen.”

Er zijn in het verleden helaas meerdere keren dodelijke incidenten met kieviten door maaien en

parkeren geweest nabij de Haarrijnse Plas. De Partij voor de Dieren stelde hier vragen over. Dat doet zij nu weer, met steun van GroenLinks en Volt.

1. Hoe kan het gebeuren dat als de gemeente Utrecht op de hoogte was van de aanwezigheid van de nesten, ze toch vernietigd konden worden?

2. Was het college ervan op de hoogte dat er op deze plek gemaaid en geparkeerd zou gaan worden voor het genoemde festival? Zo nee, op welke manier gaat het college de organisator hierop aanpakken? Zo ja, wat is er misgegaan bij de gemeente?

3. Is het college bereid om in gesprek te gaan met de mensen van Vogelringstation De Haar om te kijken hoe de kievit het beste beschermd en geholpen kan worden in het gebied, aangezien dit

gebied ook onlangs zo is aangepast, dat er minder ruimte is voor kieviten? Zo nee, waarom niet?

4. Wat gaat het college doen om te voorkomen dat dit ooit nog eens gebeurt?

Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Dank voor de vragen. Allereerst het antwoord op vraag 1. Voor dit evenement zijn twee vergunningen verleend. In de omgevingsvergunning is een van de

voorschriften dat er een broedvogelcontrole is. Dit geldt uitdrukkelijk ook voor de graslanden die

mogelijk als parkeerplaats worden gebruikt. Wij hebben geprobeerd te achterhalen hoe dit nu toch is gebeurd. De beheerder van het terrein heeft de organisator erop gewezen dat het gras in april hoog

6

Vragenuur van 20 april 2023 kan staan en dat dit met het oog op het parkeren waarschijnlijk gemaaid zal moeten worden. Daar is

een vaste aannemer voor aangeraden die ook goed op de hoogte is van de noodzaak van het houden van die broedvogelcontrole. Dat er vervolgens gemaaid is, is duidelijk, maar wij hebben nog niet kunnen achterhalen door wie, onder welke omstandigheden en hoe dit dus ook heeft kunnen gebeuren.

Het antwoord op vraag 2 is ja; het parkeren is onderdeel van die evenementenvergunning geweest.

We waren op de hoogte van de suggestie om te maaien. In de vergunning zit de verplichting om een

broedvogelcontrole te houden, zoals ik eerder al zei. Als deze was gedaan, zou de aanwezigheid van de kievitsnesten moeten zijn gebleken. De verantwoordelijkheid van het opvolgen van de

verplichtingen uit de vergunning ligt natuurlijk in eerste instantie bij de organisator en het lukt ons als gemeente niet om hier dagelijks op toe te zien bij alle evenementen in de stad.

Het antwoord op vraag 3 is dat wij zeker bereid zijn om het gesprek aan te gaan. Wij spreken ook jaarlijks met het Vogelringstation over de vraag op welke terreinen en op welke wijze weidevogelbeheer toegepast moet worden.

Het antwoord op vraag 4 is dat wij het buitengewoon vervelend vinden dat er opnieuw vogels

verstoord zijn tijdens het broeden en dat de nesten en eieren vernield zijn. Hieruit blijkt eigenlijk dat er bij evenementen meer zorg en aandacht uit moet gaan naar de broedende vogels. De organisatoren van evenementen op Haarrijn zullen we in de vergunningsprocedure nog

nadrukkelijker wijzen op de noodzaak van het uitvoeren van de broedvogelcontrole en het nemen van maatregelen. We gaan in gesprek met het parkmanagement om afspraken te maken over het

maaien van de graslanden voor evenementen en de communicatie daarover naar organisatoren en zullen ook over deze specifieke casus nog met de organisator contact opnemen.

Mevrouw Snippe (PvdD): Voorzitter. Ik heb heel veel aanvullende vragen, maar ik moet het tot één

beperken. Is de wethouder bereid om ons in een brief te informeren dat er een plan komt om dit niet opnieuw te laten gebeuren, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat er iemand aanwezig is met verstand van zaken die erop toeziet door per vierkante meter de boel in de gaten te houden?

Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Ik kan bij dezen een brief aan de raad toezeggen, waarin ik uiteenzet waaraan het in deze casus aan gelegen heeft. Dat is voor ons nog niet helemaal 100% achterhaald en het is ook nog niet op deze wijze gebeurd. We gaan kijken wat we in deze casus

kunnen verbeteren en zullen bezien hoe wij dit te allen tijde in de toekomst kunnen voorkomen. 7. Vragen van de fracties van PvdD en D66 over Vermijd risico op ontploffingen en zwerfvuil door lachgascilinders.

Mevrouw Snippe (PvdD): Voorzitter! Sinds 1 januari is het lachgasverbod van kracht. Dat lijkt nu

problemen op te leveren bij het veilig verwerken van lachgascilinders. Waar deze gascilinders – van groot formaat en niet te verwarren met de kleine, statiegeldloze ampullen – eerst tegen statiegeld konden worden ingeleverd en hergebruikt, verdwijnen ze nu vaker in het reguliere restafval of op straat. Dat gaat gepaard met onveilige situaties. Er ontstaat zo risico op ontploffingen in

kraakperswagens en tijdens het afvalverwerkingsproces. Ik laat een plaatje zien van allerlei

lachgascilinders die zich midden in het groen bevinden. Dat is zinnig voor de beeldvorming. Een

oplossing zouden “gedoog-inleverpunten” zijn, waar de inmiddels illegale cilinders zonder boete ingeleverd kunnen worden.

Hierover hebben de fracties van de Partij voor de Dieren en D66 de volgende vragen.

7

Vragenuur van 20 april 2023 1. Hoeveel lachgascilinders werden er in Utrecht voor het lachgasverbod ingeleverd in ruil voor statiegeld en voor hergebruik?

2. Is het college bekend met de omschreven problematiek en herkent het college de risico’s voor Utrecht?

3. Deelt het college de mening dat gedoog-inleverpunten de problemen met veiligheid en toename in zwerfafval zou kunnen verminderen? Indien ja, kan het college dit soort inleverpunten realiseren, bijvoorbeeld bij milieustraten waar men anoniem terecht kan?

Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. Ook deze vragen beantwoord ik namens onze

burgemeester. In antwoord op de eerste vraag moet ik melden dat bij ons niet bekend is hoeveel

lachgascilinders voor het lachgasverbod bij leveranciers in ruil voor statiegeld werden ingeleverd.

Voor het lachgasverbod kregen wij ca. tien lachgascilinders per week via afscheidingsstations binnen of doordat ze gedumpt werden in de openbare ruimte.

Het antwoord op de tweede vraag luidt dat sinds het verbod op lachgas ca. 60 stuks per week

worden aangeboden. Een deel hiervan bestaat uit de cilinders die in de openbare ruimte gedumpt

worden, maar een deel van de mensen levert ze ook in op de afvalscheidingsstations. Sinds lachgas onder de Opiumwet valt, is het bezit en transport van de cilinders verboden. Daarvoor is een

ontheffing verleend aan de politie, de NVWA, de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport en de douane. Wij zijn hiermee niet officieel bevoegd om lachgascilinders in ontvangst te nemen, want wij hebben die ontheffing niet. Wij zien echter op dit moment wel belang van een veilige openbare

ruimte en zien eigenlijk geen andere keuze dan ze toch in ontvangst te nemen. Dit zorgt wel voor problemen met de afvoer en verwerking van deze cilinders. De verhalen over ontploffingen bij

verwerkers en recent ook bij een inzamelwagen zijn ons zeker bekend. Dat gevaar dreigt als een lachgascilinder in het restafval gegooid wordt. De kans bestaat dat dit ook in Utrecht gebeurt.

Gelukkig hebben we dat tot op heden nog niet meegemaakt. Ondanks het feit dat het innemen van cilinders niet gewenst is, nemen we ze toch in. We realiseren ons wel dat deze tijdelijke situatie

suboptimaal is, maar gezien de veiligheidsrisico’s geven we hier toch de voorkeur aan omdat ze

anders toch zouden blijven liggen. Wij willen komen tot een duurzame oplossing, maar die zal zeker

ook vanuit het Rijk moeten komen. Daarom hebben wij meegeschreven aan een positionpaper van de branchevereniging van de Nederlandse Vereniging van Reinigingsdiensten (NVRD) en de ministeries van Justitie en Veiligheid en Infrastructuur en Waterstaat om dit probleem aanhangig te maken. Het overleg hierover loopt op dit moment nog.

In antwoord op vraag 3 kan ik melden dat het gedoog-inlevermoment kan helpen, maar dat we daar zeker niet alle regelmatige gebruikers van lachgas mee zullen bereiken. We verwachten dat we een

vergelijking kunnen trekken met inleveracties bijvoorbeeld van wapens en illegaal vuurwerk, maar we kunnen niet toezeggen dat dit tot vermindering van de structurele illegale dump zal leiden. Wel zijn

we van mening dat dit initiatief nodig is. We zullen verder verkennen hoe we dit kunnen doen en hoe we partners daarbij kunnen betrekken.

8. Vragen van de fracties van de PvdA, BIJ1, GroenLinks en Volt over Alles op alles om een leerlingenstop voor nieuwkomers te voorkomen.

De heer Stam (PvdA): Voorzitter! Afgelopen week lazen wij een ontzettend zorgwekkend bericht. Bij 13 middelbare scholen voor nieuwkomers, de zogeheten internationale schakelklassen, geldt een

leerlingenstop. Het is niet alleen van groot belang dat een kind zo snel mogelijk kan instromen in het onderwijs, een kind heeft er ook recht op dat dit binnen drie maanden gebeurt. Op veel plekken in

8

Vragenuur van 20 april 2023 het land is dit nu niet haalbaar. Uit contact met Ithaka, de Utrechtse aanbieder, blijkt dat er gelukkig ook nu in Utrecht nog geen sprake is van een leerlingenstop. Het lukt nog net om binnen de drie maanden kinderen een plek te bieden, maar het begint te knellen. Zowel Ithaka als de gemeente

spant zich tot het uiterste in om alle kinderen zo snel mogelijk een plek te bieden. Tegelijkertijd is

de noodzaak voor snel onderwijs enorm groot en is de verwachting dat de vraag naar onderwijs voor nieuwkomers niet zal afnemen. Wij hebben daarom de volgende vragen.

1. De informatievoorziening naar Ithaka vanuit de plekken waar hun leerlingen verblijven is niet altijd genoeg. Soms is niet bekend dat een leerling gaat verhuizen en is hij er van de ene op

andere dag niet meer. Dat is om allerlei redenen niet goed voor de school en de leerling. Kan de wethouder de urgentie om tijdig en juist te informeren bij alle partijen benadrukken?

2. Er vinden sowieso veel verhuizingen plaats, vaak plotseling. We weten dat de gemeente niet de bepalende en verantwoordelijke partij is. Tegelijk is dit voor veel leerlingen en scholen zo

impactvol, dat we alles wat mogelijk is in het werk zouden willen stellen dit te voorkomen, zeker waar het gezinnen met kinderen betreft die binnen één of twee jaar soms wel zes keer verhuisd

zijn en van school hebben moeten wisselen. Kan de wethouder al zijn invloed aanwenden om het aantal verhuizingen terug te dringen, zeker waar het gezinnen met kinderen betreft?

3. Naar verwachting blijft de instroom hoog, waardoor de kans groot is dat het in de loop van

komend jaar qua huisvesting gaat knellen. Hoe wordt hierop geanticipeerd, onder andere in relatie tot huisvesting?

4. Kan de wethouder toezeggen de raad via een brief te informeren over de huidige stand van zaken en een toekomstscenario schetsen dat erop gericht is een leerlingenstop te voorkomen?

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Dank voor de vragen, want het is inderdaad een actueel maar soms een al wat langer bestaand probleem. Het is allereerst heel heftig voor gezinnen met

jonge, opgroeiende kinderen om in ons asielsysteem van plek naar plek te moeten hoppen. Dat wens je werkelijk niemand toe, want het wordt daarmee ook erg ingewikkeld om elke vorm van

taalonderwijs toe passen omdat er zomaar elke week iemand anders kan zijn. Dat zeggen wij op

allerlei verschillende tafels tegen het COA, maar we hebben lokaal een aantal afspraken gemaakt om dat effect zoveel mogelijk te voorkomen. Zo is bijvoorbeeld afgesproken dat met de aanstaande

sluiting van het Goylaan de gezinnen naar Kamp Zeist verhuizen, zodat ze in ieder geval in de regio blijven en het mogelijk moet zijn om op de school te blijven. We hebben in een bestuursconvenant afgesproken dat mensen die uit de asielopvang doorstromen naar huisvesting altijd de regio als

eerste optie hebben. Dat lukt ook vrij aardig. Tegelijkertijd is het bij het COA tot onze teleurstelling en verdriet een behoorlijk chaotische situatie met dit soort effecten. Daarmee heb ik de eerste twee vragen beantwoord.

De instroom is inderdaad hoog. Namens het college heb ik een rondje door de regio gemaakt en we hebben een convenant gesloten. Alle gemeentes staan samen voor deze opgave aan de lat. Dat

betekent dat onafhankelijk van waar de school komt we als regio met elkaar op basis van solidariteit de financiering regelen. Dat maakt het al een heel stuk makkelijker om locaties te vinden. Dat heeft er in ieder geval voor gezorgd dat nu ook de Daltonlaan beschikbaar is gekomen voor Ithaka en

inmiddels hebben wij ook gesprekken met het schoolbestuur om te kijken of dat alweer uitgebreid kan worden. Achteraf was het overigens heel gelukkig dat we voor de Daltonlaan gekozen hebben, omdat het ook een heel grote locatie is waar je alweer kan uitbreiden.

Daarmee kom ik bij het antwoord op de vierde vraag. Ondanks al die uitbreidingen is de wachtlijst

inderdaad nu nog steeds een maand of drie. De polsstok is inderdaad ook maar zo lang als die is. We hebben gelukkig een soort overbrugging in de samenwerking met It’s my child gevonden. Daar zit

9

Vragenuur van 20 april 2023 heel veel ouderparticipatie in en deze organisatie is ook actief op de Taalschool. Daar wordt een heel mooi zomerprogramma mee ontwikkeld. Dat duurde vorig jaar vier weken en dat wordt dit jaar acht weken. Het gaat gewoon de hele zomer door. Het programma is ook toegankelijk voor iedereen die

op de wachtlijst staat, zodat je twee derde van de wachtlijst inloot met het zomerprogramma. Ideaal is het allemaal niet, maar iedereen zet alles op alles om toch maar het beste te kunnen bieden aan deze kinderen voor een vliegende start in onze stad en in ons land.

Er wordt gevraagd om een raadsbrief. Ik heb zo’n beetje geschetst waar we staan en wat er nog

aankomt. Ik vraag mij een beetje af wat de raad nog meer van mij verwacht in een raadsbrief. Ik ben natuurlijk te allen tijde toe bereid om er een te schrijven, maar ik laat het even aan de raad of deze bloemlezing voldoende was. Als u meer wenst te ontvangen, dichten wij een brief.

Mevrouw Ramaker (VVD): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de beantwoording. Het is een

interessant verhaal. Ik ben er wel heel benieuwd naar of er voldoende docenten, leerkrachten ook in het zomerprogramma zijn.

De heer Eerenberg (wethouder): Dat zijn eigenlijk twee vragen in een, want het aantal docenten op

Ithaka en op De Taalschool gaat op dit moment goed, maar ik moet dat even afkloppen. Dat heeft er overigens ook mee te maken dat het om een bepaald type docent gaat die graag voor dit type

onderwijs kiest. Hier heb je echt heel veel toegevoegde waarde en er zit dan ook een heel gedreven team op. Het zomerprogramma wordt voornamelijk door ouders en maatschappelijke organisaties verzorgd, vandaar dat ook It’s my child eraan trekt. Dat is een heel mooi voorbeeld van

ouderparticipatie, zodat ook deze ouders meteen een activiteit hebben, namelijk het organiseren van een goed zomerprogramma. Dus ook die klop ik af, maar dankzij deze actieve ouders gaat het goed. De heer Stam (PvdA): Voorzitter. Dank voor de beantwoording. Ik heb niet zozeer een vraag als wel een constatering. Ik ben natuurlijk geen woordvoerder op dit onderwerp, maar het was een

uitgebreide beantwoording en we houden via e-mail inderdaad contact over een wens tot een uitgebreidere brief.

1. Vragen van de fracties van Volt, DENK, BIJ1 en Utrecht Solidair over Geen betalingsherinnering meer voor vergunninghouders.

Mevrouw Smit (Volt): Voorzitter! Onlangs kregen wij het bericht dat in de factuur voor een

parkeervergunning voor de periode van april tot juli staat dat er geen betalingsherinnering meer

verstuurd wordt en dat de vergunning automatisch wordt ingetrokken, als het bedrag niet op tijd op de rekening staat.

De fracties Volt, DENK, BIJ1 en Utrecht Solidair hebben daarover de volgende vragen.

1. Wat is de reden dat de gemeente stopt met het versturen van betalingsherinneringen per brief?

2. Is de wethouder het met ons eens dat, indien het geval, mogelijkheden tot bijvoorbeeld uitstel of het terugdraaien van het intrekken van een vergunning op een transparante manier naar

vergunninghouders moet worden gecommuniceerd, bijvoorbeeld door middel van een brief, in de factuur of op de website van de gemeente? a. Zo ja, op welke manier? b. Zo nee, waarom niet?

3. Uit cijfers op de Utrecht-monitor blijkt dat een aanzienlijk deel van de Utrechters moeite heeft om zich digitale vaardigheden meester te maken. De fracties maken zich dan ook zorgen om de

10

Vragenuur van 20 april 2023 inclusiviteit van dit gewijzigde beleid. Hoe heeft de wethouder dit meegewogen in het aanpassen van de procedure?

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter. Laat ik om te beginnen zeggen dat de mededeling op die brieven veel te krukkig was geformuleerd. Dat was niet goed en dat levert dit soort terechte

vragen op. Dat moeten we de volgende keer echt beter formuleren. Wat er aan de hand is, is dat we de backoffice van het parkeersysteem vernieuwen. Daar hoeven mensen niets van te merken, maar

aan de achterkant worden de processen en systemen verbeterd. Daardoor krijgen we de mogelijkheid om ook digitaal met mensen te communiceren, dus niet alleen per brief. Wij zullen de mensen dus

stimuleren om vooral hun e-mailadres door te geven, zodat we dan digitaal kunnen communiceren

en niet onnodig brieven hoeven te versturen. Als we die mailadressen niet hebben of mensen die niet willen geven, blijven we dat gewoon op papier doen. Dat verandert niet.

Wat ook niet verandert, zijn de betalingsherinneringen maar wel gaan we de mensen echt stimuleren om op tijd te betalen. Strikt genomen ben je in overtreding, als je niet betaald hebt maar wel zonder vergunning parkeert. Dan gaan er allerlei radertjes draaien vanwege de formaliteiten, die niet nodig

zouden zijn als mensen op tijd betaalden. We proberen dus wel het betalingsmoment te stimuleren, zodat mensen dat op tijd doen en juridisch correct buiten parkeren zonder voor de uren hoeven te betalen. Feit blijft, dat het vervallen of innemen van een vergunning een heel formeel proces is dat

nooit zomaar gebeurt. Het gaat niet zonder bericht. Dat kan niet. Het kan inderdaad alleen maar op een transparante manier, zoals de vragenstellers ook hebben geformuleerd.

Daarmee heb ik alle vragen beantwoord. Dus ook voor digitaal minder vaardige mensen blijven er

altijd mogelijkheden – papier, telefoon, balie – om zaken te doen met de gemeente, ook als het over parkeren gaat.

Mevrouw Ramaker (VVD): Voorzitter. De wethouder noemt het “krukkig”. Dat is een nieuw begrip

voor mij. Kan de gemeente ook incasso toepassen, is dat bij belastingen lastiger of mag dat niet? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter. Mevrouw Ramaker overvraagt mij. Voordat ik hier

iets ga zeggen wat niet klopt, zal ik dat op een laagdrempelige manier nazenden, zonder dat het een volledige, uitgebreide raadsbrief is.

9. Vragen van de fracties van Student & Starter, PvdA en VVD over Zijn alarmbellen nog niet voldoende?

De heer Van den Enk (Student & Starter): Voorzitter! “‘s Avonds stond opeens politie hier voor de deur. Toen wist ik wel genoeg.” Deze quote doet rillingen door mijn lijf gaan. Als een ware

sluipmoordenaar waant zelfmoord zich een weg door levens van jongvolwassenen, als slachtoffer of als naasten. Volgens cijfers van het CBS is het aantal zelfdodingen onder jongvolwassenen in tien jaar tijd gestegen met 31,7%. Onder jongvolwassen is zelfdoding zelfs de belangrijkste

doodsoorzaak. Uit onderzoek van Trimbos, RIVM en GGD uit 2021 blijkt namelijk dat de helft van de studenten met gevoelens van angst en depressie kampt.

De vragenstellers schrikken enorm van deze percentages. Daarnaast nemen suïcides het meest toe

bij mannen; zij plegen twee keer zo vaak zelfmoord als vrouwen. Volgens onderzoek van 113 zou dit komen doordat mannen minder goed over hun gevoel kunnen praten en in een veranderende

levensfase zitten, bijvoorbeeld van scholier naar student. Ook zoeken mannen minder snel hulp dan vrouwen. Daarnaast zouden mannen het moeilijker vinden om over hun emoties te praten dan

11

Vragenuur van 20 april 2023 vrouwen. Helaas is er geen eenduidige aanleiding te noemen van dit percentage, echter heeft het onderzoek van 113 wel uitgewezen wat mogelijke risicofactoren zijn, zoals vroegtijdig school

verlaten, geldzorgen, identificeren met de LHBTIQ+ gemeenschap, prestatiedruk, relatieproblemen en eenzaamheid.

Deze alarmbellen liegen er niet om. Daarom hebben de fracties van Student & Starter, PvdA en VVD de volgende vragen opgesteld.

1. Is de gemeente op de hoogte van deze percentages omtrent zelfdoding onder jongvolwassenen?

2. Welke maatregelen neemt de gemeente op dit moment om jongvolwassenen te ondersteunen die kampen met suïcide gedachten? Specifiek ook juist gericht op preventie.

3. Hoe zou de gemeente onderwijsinstellingen, studentenorganisaties, maatschappelijke instellingen en eventuele andere sociale functies beter in staat kunnen stellen om preventief te kunnen helpen?

De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Dank voor deze vragen over dit belangrijke en altijd weer heel heftige onderwerp. Het college is er inderdaad van op de hoogte dat de trend niet de goede

kant opgaat. Gelukkig gaat het wel nog steeds om heel kleine aantallen, maar nogmaals, het gaat niet goed en de trend gaat de verkeerde kant op, maar het blijft om heel kleine aantallen gaan in absolute zin. Uit de Utrechtmonitor zien we echter dat Utrechtse jongeren, jongvolwassenen of

Utrechters in het algemeen op het thema van gedachten over het beëindigen van het leven hetzelfde

scoren als de rest van Nederland. Dat is dus zorgelijk maar gelukkig in onze stad niet zorgelijker dan elders.

We doen al heel veel met dit thema, ook na eerder vragen van de raad. Ik geef een kleine

bloemlezing. Het netwerk Student en Zorg is meerdere keren rondom dit thema bij elkaar gekomen. Vanuit Altrecht is expertiseteam op suïcidepreventie gestart en het team is beschikbaar voor andere partners die actief zijn in onze stad, bijvoorbeeld in de jeugdzorg, of het buurtteam. Alle

professionals die wij zelf in dienst hebben in de jgz zijn getraind om signalen op te vangen. Het zou om ouders kunnen gaan of om schoolbezoeken op het voortgezet onderwijs. Ook is het een

onderwerp dat vanuit onze aanpak op de mentale gezondheid op heel veel plekken steeds op tafel

komt. Er is ook een expertisenetwerk vanuit alle partners die in deze stad met mentale gezondheid bezig zijn en die ook rond het thema suïcidepreventie eens in de zoveel tijd bij elkaar komen en ervaringen uitwisselen. In de tweede of de derde week van mei is het de Week van de mentale

gezondheid. Dat zal ook te zien zijn in de stad. Er zijn campagnes en er wordt een festival in Tivoli

georganiseerd om het onderwerp bespreekbaar te maken. In dat festival zal er aandacht zijn voor het belang van suïcidepreventie, maar eigenlijk vooral van het belang dat het ook weleens tegen mag zitten in het leven, dat je mag falen en dat dit ook normaal is en dat het erbij hoort. We gaan ook proberen om dat zoveel mogelijk te normaliseren.

Ik heb daarmee gedeeltelijk antwoord gegeven op vraag 2. Ik kan er nog veel meer over vertellen, maar dit is een bloemlezing van wat we doen.

In vraag 3 gaat het er specifiek om wat onderwijsinstellingen, studentenorganisaties en

maatschappelijke instellingen nog meer kunnen doen om preventief te kunnen helpen, dit ook naar aanleiding van de aandacht van de raad voor de Mental Health First Aid kit. Er zijn heel veel verenigingen, jongerenwerkers, sportverenigingen, studentenverenigingen maar ook

studentensportverenigingen die daarmee werken. En ik refereerde al even aan de campagne die we starten in de Week van de mentale gezondheid. Die campagne kent een grote publiekscampagne, maar die zal ook gericht zijn op partijen die veel met jongvolwassenen werken. Dat kunnen overigens ook sportinstructeurs zijn, ook een doelgroep waar we aan denken.

12

Vragenuur van 20 april 2023 Tot besluit meld ik, zoals gebruikelijk bij dit onderwerp: worstel je hiermee, bel 113. Dat is

belangrijk bij dit onderwerp. Het staat allemaal op internet en er zullen mensen misschien ooit ook

Googlen op de woorden waar we het vandaag over hebben en dit terugvinden en dus zeg ik het elke keer.

De heer Van den Enk (Student & Starter): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de beantwoording

van deze vragen. Ik heb er nog één. Naast de organisaties ben ik er benieuwd naar of misschien ook achter de deur geholpen kan worden, bijvoorbeeld bij studentenhuizen. Als daar op een

laagdrempelige manier bijvoorbeeld een poster kan hangen, kan dat mensen helpen om wat breder te delen. Dat zou misschien ook enorm helpen.

De heer Eerenberg (wethouder): Naar aanleiding van eerdere vragen van Student & Starter over een heel specifieke casus hebben we met de SSH contact gehad. Toen is er ook wel iets in de

communicatie gebeurd. Ik zal opnieuw contact opnemen met de SSH of zij niet ook de aankondiging van de publiekscampagne in de Week van de mentale gezondheid op het prikbord in de studentenhuizen kunnen hangen. Dat lijkt mij een goed idee.

De voorzitter: Daarmee zijn we aan het einde van het vragenuur van vandaag gekomen. Ik wens u allen een heel fijne avond!

De voorzitter sluit daarop, te 17.47 uur, het vragenuur.

13

Vragenuur van 20 april 2023 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 20 april 2023.

Vragen van de fracties van de PvdD, GroenLinks en Volt over Weer kievitseieren vernietigd nabij Haarrijnse Plas.

Wethouder Oosters • zegt toe om de raad schriftelijk te informeren over de casus maaien nabij Haarrijnse

Plan/vernietiging kievitseieren: waar is het misgegaan en hoe kan dat in de toekomst voorkomen worden.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=13ed8f4c-af12-4771-b936-f7c261e1ab2c