20230413 vragenuur.doc
Tekst van het document
2023 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 13 april 2023 Vragenuur, gehouden op donderdag 13 april 2023 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard Aanwezig zijn de leden: Al-Saqaff, Raaijmakers, Zwanenberg, Vasters en Snippe. Voorts is aanwezig het commissielid: Smit. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Voortman, Van Hooijdonk, De Vries en Schilderman. Griffier: mevrouw Bouts.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag, iedereen hartelijk welkom, alle raadsleden, commissieleden, mensen op de publieke tribune, wethouders en iedereen die ons hier ondersteunt vandaag. Mijn naam is Melody Deldjou Fard en ik heb de eer vandaag voorzitter van dit vragenuur te zijn. We hebben vandaag vijf sets vragen en we gaan gelijk door en beginnen met de eerste vraag. Deze worden gesteld door collega Mariam Al-Saqaff van de VVD.
1. Vragen van de fractie van de VVD over Red jongeren van de bijstand. Mevrouw Al-Saqaff (VVD): Voorzitter! In de raadsbrief van 11 april 2023 is aan de raad meegedeeld dat het college besloten heeft om blijvend af te wijken van de Participatiewet voor jongeren tot 27 jaar door de toegang tot een bijstandsuitkering te versoepelen. De VVD vindt dit een opmerkelijk
besluit, omdat jongeren onder de 27 hun gehele werkende leven nog voor zich hebben. Het is om
deze reden juist van belang dat jongeren na hun studie starten met een baan of een vervolgopleiding en om hen niet op jonge leeftijd al afhankelijk te maken van de bijstand. De bijstand hoort vooral voor deze groep een tijdelijk vangnet te zijn.
In een artikel van RTV Utrecht is de volgende quote van burgemeester Dijksma te lezen: “Onze regio
zit boordevol innovatie, talent en economische kracht. Het is dan ook niet voor niets dat van de meer
dan 200 economische regio’s in Europa, Utrecht is uitgeroepen tot de nummer 1 competitieve regio.” Dat roept de volgende vragen op.
1. Hoe verklaart het college dat het aantal jongeren in de bijstand in Utrecht met 0,6% is
toegenomen in het afgelopen jaar, terwijl er landelijk een daling van 4% was? In de eerste vragen is sprake van 15%, maar er is een correctie geweest en het is nu 0,6%. Is het college het met de
Vragenuur van 13 april 2023 VVD eens dat dit opmerkelijk is voor de gemeente Utrecht, omdat Utrecht de meest competitieve regio van Europa is en er grote tekorten op de arbeidsmarkt zijn?
2. Is het college het met de VVD eens dat gemeentelijk beleid juist gericht moet zijn op het
emanciperen van jongeren door hen te helpen naar een baan of vervolgopleiding, in plaats van ze op jonge leeftijd al afhankelijk te maken van een bijstandsuitkering?
Volgens een woordvoerder van het ministerie van SZW is er ruimte voor maatwerk voor gemeenten, zoals in het wegsnijden van de vier weken wachttijd bij jongeren, maar dan is de gemeente wel verplicht om de persoon in kwestie een-op-een gesproken en geëvalueerd te hebben.
3. Als de argumentatie van de wethouder is dat het schrappen van de termijn bedoeld is om
schulden te voorkomen, waarom houdt het college zich dan niet aan deze voorwaarde? Is het niet beter om schulden bespreekbaar te maken in een intakegesprek en zo maatwerk te bieden?
4. Wat gaat het college eraan doen om ervoor te zorgen dat de stijging van 0,6% ten opzichte van een daling van 4% weer omlaag gaat?
Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter! Ik begin met de vraag over de percentages en over de relatie met de meest competitieve regio van Europa. Wat al duidelijk bleek, ook uit de vragen van
mevrouw Al-Saqaff, is dat de cijfers waar die aanname op gebaseerd is, door elkaar zijn gehaald. De cijfers over bijstandsaanvragen en bijstandsontvangers zijn twee verschillende cijfers, dus het gaat
niet om 15%, maar om 0,6%. Eerlijk gezegd, maakt mij dat ook niet zo veel uit. Waar het mij om gaat, is dat er een groep jongeren is die kwetsbaar is en die hulp nodig heeft. Deze jongeren benaderen
ons nu vaker. Er zijn in deze stad honderden jongeren die geen of amper werk, geen opleiding, geen startkwalificatie en geen uitkering hebben. Die wil je dan toch ook op zijn minst spreken? Ik vind het dan ook goed dat we nu meer van deze jongeren zien. Als ze kunnen werken, helpen we ze
natuurlijk aan het werk. Bovendien, echt niet iedereen krijgt zomaar een uitkering, meer dan een
derde zelfs niet, maar er zijn ook jongeren die niet van de uitkering moeten worden gered, zoals de VVD zegt, maar die juist door de bijstand worden gered. Ik wil dus geen extra drempel opwerpen.
Wel is alles erop gericht om, als het kan, zo snel mogelijk werk te vinden. Ik heb in gesprekken met
jongeren zelf ook gehoord dat er voor hun ook vaak juist een hele hoge drempel is om bijstand aan te vragen en dat de bijstand ook juist een duwtje was om verder te kunnen gaan, om naast bestaanszekerheid ook dat perspectief te kunnen krijgen. Dat wil ik ze niet ontnemen.
De derde vraag, of ik het ermee eens ben dat het gemeentelijk beleid erop gericht moet zijn om
jongeren naar een baan of vervolgopleiding te helpen, kan ik bevestigend beantwoorden. Juist door het afschaffen van de vier weken zoektermijn versnellen we het proces dat we jongeren begeleiden naar een baan of vervolgopleiding. Het recht op bijstand voor jongeren wordt namelijk zonder vier weken zoektermijn sneller getoetst, waardoor we sneller met de begeleiding naar een baan of een vervolgopleiding kunnen starten.
Het antwoord op de vierde vraag, of het schrappen van de termijn bedoeld is om schulden te
voorkomen en of het niet beter is om schulden bespreekbaar te maken, is dat onze werkmatches
aangeven dat het meestal niet mogelijk is om na één gesprek met de jongeren te beoordelen of een jongere kwetsbaar is. Er zijn gemiddeld drie gesprekken nodig om de achterliggende problematiek van jongeren boven water te krijgen en dus ook om te bepalen of een vier weken zoektermijn
toegepast moet worden of niet. De belangrijkste reden daarvoor is dat die tijd nodig is om ook echt
een vertrouwensband op te bouwen met de jongere. Er is dus geen sprake van dat jongeren massaal het aanvragen van een uitkering als eerste keuze zien. De jongeren die zich bij ons melden, hebben
al van alles geprobeerd en de aanvraag van bijstand is vaak echt de laatste redding. De jongeren die ik sprak, ervaren zo'n aanvraag ook als verlies, zeker niet als een makkelijke uitweg. Ik trek het mij
2
Vragenuur van 13 april 2023 ook aan dat jongeren het als een verlies ervaren om de overheid om hulp te vragen. Dat zouden we ons allemaal aan moeten trekken.
Wat gaan we eraan doen om de stijging weer teniet te doen? Het is wel duidelijk dat er geen sprake is van een forse stijging. Er is enkel sprake van een forse stijging in het aantal bijstandsaanvragen van jongeren In de gemeente Utrecht. Een afname van het aantal bijstandsaanvragen van jongeren is
geen doel van het college. Integendeel, ik wil juist dat jongeren zich melden bij de gemeente voor ondersteuning als ze er zelf niet uitkomen. We willen alle jongeren die er zelf niet uitkomen, snel
kunnen spreken om ze op weg te helpen naar werk of school. En als dat niet kan, dan wil ik dat wij als betrouwbare overheid zorgen dat ze niet door het ijs zakken.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor deze beantwoording. Ja, ik ben
er trots op dat we dit in Utrecht doen en dat dit ook is wat erachter zit. Ik zou landelijk ook iedereen willen uitnodigen om hier te komen kijken hoe we dat doen. We hebben bij het armoedebeleid een
omslag gemaakt naar krijgen waar je recht op hebt. Dat is ook de toon, ook van de campagne die we houden. Zijn daaruit nog lessen hiervoor mee te nemen, dat specifiek ook jongeren dat krijgen waar ze recht op hebben, zodat die schaamte ook gewoon weggaat?
Mevrouw Voortman (wethouder): Zeker! We zagen van de week ook nog een bericht dat een groot
deel van de jongeren geen bijstand aanvraagt, omdat ze denken dat ze daar niet voor in aanmerking komen. Ik hoop dat ik dat door dit zo expliciet aan te geven duidelijk heb gemaakt. Ook wat betreft bijvoorbeeld het rondkomen, bieden we iedereen met een uitkering een gesprek aan over
rondkomen. We zijn begonnen bij jongeren, omdat daarin een groep is die inderdaad niet weet wat er allemaal is. Dit is inderdaad iets wat op verschillende plekken terugkomt.
Ik zou nog even een andere opmerking maken. In reactie op een eerdere opmerking heb ik,
overigens al een hele tijd geleden, van de minister begrepen dat zij hier graag komt kijken. Met wat zij heeft aangekondigd, is er natuurlijk ook wel sprake van een trendbreuk in de Participatiewet. Maar iedereen uit Den Haag die wil komen kijken, is van harte welkom. De ene fractie heeft het misschien iets meer nodig dan de andere.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD): Voorzitter. Ik hoor de wethouder zeggen dat zij het zich aantrekt dat
jongeren het als verlies zien om hulp te krijgen. Dat is inderdaad jammer, maar wat betekent hulp?
Hulp betekent niet het gelijk geven van een bijstandsuitkering. Wij lezen in de brief dat er ruimte is
om maatwerk te bieden door dat gesprek eerst een-op-een te voeren, maar dat het college zegt dat dit niet gaat gebeuren en dat die bijstandsuitkering wordt verleend. Dat vinden we raar, want als je echt hulp wilt bieden en wilt voorkomen dat jongeren in de schulden zitten en ze meer naar werk wilt begeleiden, zou je juist dat gesprek wel moeten houden en van die ruimte gebruik moeten maken. Kan de wethouder daarop reflecteren?
Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter. Wij voeren ook het gesprek. Echter, met de vier weken
zoektermijn zegt SWW dat je in één gesprek moet kunnen bekijken of iemand kwetsbaar is. Dat kan
dus juist niet. Vaak blijkt dat je meerdere gesprekken nodig hebt. Ik heb jongeren gesproken bij wie je niets aan de buitenkant ziet. Maar als je iets langer met ze praat, komt er een wereld aan
problemen tevoorschijn. Je hebt juist meerdere gesprekken nodig. Dat is dan ook nog iets anders
dan dat je uiteindelijk toekent. Op dat moment ben je dus al bezig met de aanvraag in behandeling te nemen.
3
Vragenuur van 13 april 2023
2. Vragen van de fracties van Volt, GroenLinks, D66, PvdA, PvdD en ChristenUnie over Stikstofcrisis vertraagt energietransitie.
Mevrouw Smit (Volt): Voorzitter! Ik zal mijn toelichting iets inkorten. Netbeheerders en de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) waarschuwen voor vertraging van de
energietransitie door stikstof. Dit is wrang, omdat duurzame energie juist nodig is om de stikstofcrisis op te lossen.
De fracties van Volt, Groen Links, D66, PvdA, CU en PvdD hebben daarom de volgende vragen. 1. Zijn er duurzame energie-opwekprojecten in Utrecht vertraagd door het schrappen van de bouwvrijstelling?
2. Wordt het oplossen van netcongestie in Utrecht vertraagd door de stikstofcrisis?
3. Betekent dit iets voor de timing van de zoekgebieden en ambitie zoals vastgesteld in de RSU? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter, mooie vragen Als ik me niet parlementair uit zou drukken, dan zou je dit een clusterfuck noemen en als je het wat chiquer doet, dan is het een
catch22. Inderdaad is er een soort wederzijdse afhankelijkheid. Het goede nieuws is, dat we daar in Utrecht nog niet tegenaan zijn gelopen. Er zijn twee concrete projecten waar het aan de orde is
geweest en dat is de uitbreiding van het station van Stedin in Rijnenburg en dat voorstel wordt in een dezer dagen in de raad behandeld. Het andere project is het Energielandschap Rijnenburg, waarvoor
ook aan een raadsvoorstel wordt gewerkt. In beide gevallen past het volgens de berekeningen binnen de stikstofregelgeving. Het is hier waarschijnlijk niet aan de orde, maar mocht het ergens spannend
worden, dan kan je vaak ook iets mitigerends doen door het aantal bewegingen te beperken of door werk- en voertuigen te elektrificeren. Tot nu toe is dat hypothetisch, omdat we er in de projecten
nog niet tegenaan zijn gelopen. Dat is natuurlijk geen volledige garantie voor de toekomst. Mocht daar in de toekomst wel sprake van zijn, dan zullen we moeten kijken in hoeverre we mitigerende maatregelen moeten nemen dan wel of we iets moeten opschalen of een ontheffing moeten bespreken met de rijksoverheid.
De voorzitter: Er zijn geen aanvullende vragen en ook de indiener heeft geen vragen meer. Dan gaan wij over naar de volgende set.
3. Vragen van de fracties van GroenLinks, PvdD, ChristenUnie en Stadsbelang Utrecht over Wéér groenvernietiging.
De heer Zwanenberg (GroenLinks): Voorzitter! Ondanks eerdere beloften is er tegen alle afspraken in wederom een tuin geruimd in Complex 507. Afgelopen dinsdag werden, nadat de huurder was
vertrokken, twee bloeiende kersenbomen gerooid en vernietigd. Eerder trok de groengroep van
Complex 507 al aan de bel en GroenLinks en de Partij voor de Dieren hebben vorig jaar mondelinge
vragen gesteld over het leegtrekken van tuinen in Complex 507. De corporatie had het toen over een “incident”, maar feit blijft dat dit dus keer op keer blijft gebeuren, terwijl groen juist zo belangrijk is in een wijk als Lombok. Het is echt om moedeloos van te worden. Daarom hebben de fracties van GroenLinks, Partij voor de Dieren, Stadsbelang Utrecht en de ChristenUnie de volgende vragen.
1. Is het college op de hoogte van de groenvernietiging die nog steeds doorgaat? Zo ja, of zo nee, wat vindt het college ervan dat dit keer op keer gebeurt?
4
Vragenuur van 13 april 2023 2. Is het college bereid om andermaal met de Bo-Ex in gesprek te gaan over de recente voorvallen? Zo ja, mogen we daar een verslag van?
3. Is het college bereid om sancties te gaan opleggen indien dit weer gebeurt en dit sanctiebeleid mee te nemen in de lopende prestatieafspraken?
4. Is het college bereid Bo-Ex op te dragen om het vernietigde groen te compenseren? Zo nee, waarom niet?
De heer De Vries (wethouder): Voorzitter. Ik zal direct even beginnen met de beantwoording. Het
antwoord op vraag 1, dat wij nog niet eerder hebben gehoord over het rooien van deze twee bomen, dus daar hebben we ook nog geen melding van gezien of geregistreerd. En ja, wij vinden het
inderdaad belangrijk om zoveel mogelijk die vergroening te behouden en te vergroten in de stad. We maken daarom ook met de corporaties, waaronder dus ook Bo-ex, de afspraak “groen tenzij”. Dat landt ook inderdaad In de prestatieafspraken. Als er echter sprake is van overlast of gevaarlijke
situaties waar Bo-ex aansprakelijk voor zou kunnen zijn, kan het nodig zijn dat Bo-ex ingrijpt, maar
weet wel dat ook voor het kappen van bomen in principe een vergunning nodig is. Mocht er in welke tuin dan ook een boom gekapt worden waar geen vergunning voor is verleend, dan moedigen we
ook aan om daar zo snel mogelijk een melding van te maken bij ons Meldingenloket. Wij pakken dat signaal vervolgens dan ook op.
Het antwoord op vraag 2 is dat wij navraag bij Bo-Ex hebben gedaan om te achterhalen wat er nu in deze straat is gebeurd. Op dit moment hebben wij nog geen reactie gehad. Zodra we een reactie hebben gehad, zal ik die schriftelijk naar de raad terugkoppelen.
In antwoord op vraag 3 bevestig ik dat wij inderdaad de bevoegdheid hebben om te handhaven bij
illegale kap maar, zoals gezegd, in deze casus is eerst wel vervolgonderzoek nodig om vast te stellen of hier sprake is van illegale kap. Voor niet-vergunningsplichtige kap of verwijdering van groen
gelden de prestatieafspraken met de corporaties dat groen rondom complexen en woningen zoveel mogelijk moet worden behouden. Met regelmaat hebben wij hier ook overleg over met de corporaties en ook specifiek over deze afspraak en we zullen dit ook blijven doen.
In antwoord op vraag 4 heb ik al gezegd dat wij bij illegale kap bestuursrechtelijk kunnen handhaven door een last onder dwangsom op te leggen. Hierdoor wordt de overtreder ook verplicht het aantal illegaal gevelde bomen te herplanten. Zoals aangegeven bij vraag 3, is er natuurlijk wel
vervolgonderzoek nodig om vast te stellen of er hier ook sprake is geweest van illegale kap. De heer Zwanenberg (GroenLinks): Voorzitter, dank voor de antwoorden. Het ging hier inderdaad om de kap van bomen, maar eerder ging het ook om het weghalen van struiken en ander waardevol
groen. GroenLinks – en ik neem aan dat de andere partijen zich daarbij aansluiten – is er benieuwd naar of daar ook sancties voor opgelegd kunnen worden als dit weer gebeurt. Ik kan de wethouder
wel een lijst geven van alle zaken die de afgelopen tijd zijn gebeurd. Zijn dan ook sancties mogelijk en is het mogelijk om te vragen om dat te compenseren?
De heer De Vries (wethouder): Op dit moment zijn er inderdaad nog geen sancties op en dan gaat
het vooral om de illegale kap van bomen. Als het gaat om ander groen, dan zeggen we ook “groen tenzij” en dat is ook de afspraak die we met elkaar maken en daarover reflecteren we ook al met
elkaar. Op dit moment komen de prestatieafspraken op het einde. We zijn er dus bijna. Daarin zijn ook afspraken opgenomen juist over dit groen. Ik mag hopen dat het niet direct nodig is om daar
sancties aan te koppelen, maar ik wil dat in ieder geval wel bespreken. Dat is ook de afspraak die we
5
Vragenuur van 13 april 2023 maken met elkaar. Over die afspraak reflecteren we ook al met elkaar. Maar ook dat zal ik in de brief terugkoppelen.
4. Vragen van de fracties van D66, VVD en BIJ1 over Toenemend anti-LGBTQIA+-geweld onacceptabel.
De heer Vasters (D66): Voorzitter! Ik sta hier namens mijn collega Dada-Anthonij die vandaag helaas niet aanwezig kan zijn. Het afgelopen weekend vonden er in Eindhoven en Groningen twee tegen LHBTQIA+’ers gerichte geweldsincidenten plaats. COC Nederland heeft gemeentes en provincies
opgeroepen tot een protestactie tegen het geweld dat de regenbooggemeenschap steeds vaker lijkt te treffen door het hijsen van de regenboogvlag. Ook dragqueens hebben alarm geslagen om het toenemende geweld en hun veiligheid die hiermee in het geding komt en over het uit Amerika
overgewaaide anti-drag sentiment dat in Nederland steeds groter lijkt te worden. Hierover hebben de ondertekenende fracties de volgende vragen.
1. Zijn er tekenen dat anti-LGBTQIA+-geweld in Utrecht eveneens toeneemt? Is er volgens het
college reden om te denken dat het risico daarop toeneemt? Zo ja, ziet het college noodzaak tot extra maatregelen om dit geweld aan te pakken?
2. Zal de gemeente, net als andere gemeentes in Nederland, de oproep van COC Nederland
beantwoorden en zaterdag de regenboogvlag hijsen als protest tegen het toenemende geweld tegen de regenbooggemeenschap?
3. Is het college bereid om andere organisaties in de stad ook op te roepen om de regenboogvlag te hijsen?
Op 3 juni vindt de Utrechtse Canal Pride weer plaats, een evenement waar alle Utrechters welkom zijn om zichzelf te kunnen zijn.
4. Zijn er signalen dat extra maatregelen nodig zijn tijdens dit evenement? Zo ja, wat doet de gemeente om de veiligheid van pridegangers op 3 juni te waarborgen?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Hartelijk dank en dank ook voor de vragen. We zien inderdaad discriminatie, intimidatie en geweld tegen de LHBTIQ+-gemeenschap. Daar is Utrecht
geen uitzondering op. Wel blijft in de stad Utrecht het aantal meldingen relatief constant, maar in de provincie neemt het wel toe. We hebben de incidenten elders in het land in de afgelopen tijd
natuurlijk wel gezien en dat betekent wel iets. Ik vind daar ook iets van, want de toenemende
intolerantie tegen deze gemeenschap, is iets om echt zorgen over te hebben. Het zet ons een stap terug In de tijd, zou je haast kunnen zeggen. Ik ben in die zin ook heel blij dat zoveel fracties in
deze raad daar de vinger op leggen en aandacht voor vragen. We hebben heel veel overleg, ook met COC Midden-Nederland, gemeenten en politie. We bespreken ook alle incidenten die hier
plaatsvinden. En dat betekent dus ook dat we dat altijd heel goed vanuit onze stad proberen op te volgen.
Er is nu een oproep gedaan door COC Midden-Nederland – het antwoord op de tweede vraag – om aanstaande zaterdag de regenboogvlag te hijsen. Wij doen dat sowieso op een aantal heel trotse momenten in ons jaar. We doen dat bijvoorbeeld op 17 mei tijdens de Internationale Dag tegen
Homofobie en Transfobie, we doen dat tijdens de Canal Pride op 3 juni en Coming Out Day op 11
oktober. Meestal ben ik daar bij en ik kan u ook verzekeren dat ik ook bij de Canal Pride weer vrolijk zelf vol trots de regenboogvlag zal zwaaien. Gelet op het feit dat dit een landelijke oproep is en de
urgentie groot is, maken we een uitzondering op het hijsen van vlaggen en ben ik zeer bereid om de vlag aanstaande zaterdag te hijsen.
6
Vragenuur van 13 april 2023 Het antwoord op vraag 3 is bevestigend. Hiermee doe ik ook een oproep aan alle andere organisaties in onze stad die dat kunnen willen om dat inderdaad ook te doen.
De laatste vraag gaat over veiligheidsmaatregelen rondom de Canal Pride. Daar doen wij nooit mededelingen over en dat houden we ook zo. Maar weet ook, dat we er altijd bovenop zitten.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Voorzitter. Het gaat over veiligheid bij Canal Pride, maar misschien ook over gewoon uitgaan in Utrecht. Er was ook een heel treurig bericht van de voorzitter van COC
Midden-Nederland die deze oproep op Facebook had gedeeld, maar ook verwees naar een incident in Utrecht afgelopen weekend, waarbij twee mannen die zoenden door de uitsmijter de kroeg zijn uitgezet. Worden deze signalen nu al opgepakt en kunnen we er ook in Utrecht voor zorgen dat iedereen veilig uit kan gaan?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter. Dat is heel belangrijk en volgens mij is er periodiek
overleg over dit thema, ook met gemeenten en politie. Het is heel belangrijk dat we daarin dit soort signalen ook goed opvolgen, want het blijft belangrijk om daar inderdaad bovenop te zitten. De heer Vasters (D66): Ik heb geen vragen meer, alleen een woord van dank richting de burgemeester.
5. Vragen van de fracties van D66, ChristenUnie, GroenLinks, Volt, Student & Starter en CDA over Statiegeld op Blik.
De heer Vasters (D66): Voorzitter! Sinds 1 april zit er statiegeld op blikjes. Het doel van deze
landelijke maatregel is de circa twee miljard blikjes die jaarlijks verkocht worden in te zamelen,
zodat zwerfafval wordt teruggedrongen en recycling wordt bevorderd. Hiermee wordt een mooie
stap gezet richting de circulaire economie. In onze stad worden veel drankjes uit blik genuttigd. Op
dit moment zien we in onze gemeente echter nog niet veel innamepunten, buiten de meest logische plekken zoals de supermarkt.
De fracties van D66, ChristenUnie, GroenLinks, Volt, Student & Starter en CDA hebben daarom de volgende vragen.
1. Hoeveel blikjes worden er in onze gemeente naar schatting genuttigd?
2. Hoeveel inzamelpunten zijn er en hoe zal dit aantal zich de komende tijd ontwikkelen?
3. Op welke manier wordt het inzamelen van blikjes in Utrecht – buiten de landelijke campagne – gestimuleerd?
4. Wanneer en hoe wordt de effectiviteit van deze maatregel geëvalueerd? Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. Dank ook aan de vraagstellers en inderdaad, goed
nieuws dat er nu ook statiegeld op blik ingevoerd wordt. Dat is een belangrijke volgende stap om de producenten van afval, zeker van voorwerpen die bedoeld zijn om maar één keer te gebruiken,
verder aansprakelijk te stellen voor wat zij doen op het gebied van grondstoffen. We zien dat het hier en daar met wat horten en stoten tot stand kwam, maar wij denken wel dat het juist expliciet heel belangrijk is dat de producenten, die zowel veroorzaken dat deze blikjes ontstaan, maar ook alle middelen in handen hebben om efficiënter te hergebruiken, deze verantwoordelijkheid hebben gekregen.
Voor het antwoord op de eerste vraag, hoeveel blikjes in onze gemeente naar schatting worden
genuttigd, baseren we ons op de jaarlijkse verkoopcijfers van blikjes frisdrank. Omgerekend naar de
7
Vragenuur van 13 april 2023 gemeente Utrecht gaat het om ongeveer 40 miljoen stuks. Het is dus echt een schatting op basis van het landelijke aantal.
In antwoord op vraag 2 merk ik op dat wij geen inzicht in de inzamelpunten in Utrecht hebben. Landelijk zijn het er zo’n 27.000 en dat aantal groeit. Op verpakkingen rust een uitgebreide
producentenverantwoordelijkheid – de UPV – en dat houdt in dat producenten van verpakkingen juist ook verantwoordelijk zijn voor de inzameling en de recycling hiervan. Dat betekent ook dat zij
expliciet verantwoordelijk zijn voor het organiseren van het inzamelsysteem. Dat geldt ook voor de kleine flesjes en het geldt overigens ook voor de grote petflessen. We zien wel een aantal extra zaken op het gebied van de ontwikkeling hiervan in onze stad, bijvoorbeeld op het station.
In antwoord op de vraag op welke wijze dat in Utrecht wordt gestimuleerd en wordt geëvalueerd, wijs ik erop dat u zelf in de motie Doneringen om een onderzoek hebt gevraagd of er in Utrecht een pilot kan komen. Wij hebben u toegezegd om te onderzoeken wat de mogelijkheden hiertoe zijn. Wij
verwachten de raad dit kwartaal te informeren over de wijze waarop we hier invulling aan gaan geven en daarbij zullen wij ingaan op de evaluatie van die maatregel.
Mevrouw Snippe (PvdD): Voorzitter. Ik weet dat deze wethouder veel op heeft met circulaire
economie. Dat is hartstikke fijn, maar zou het dan geen goed idee zijn om als gemeente Utrecht
zowel op het Stadskantoor als op het stadhuis gewoon op te houden met blikjes, met de consumptie van producten die in blikjes zitten? Hoe denkt de wethouder daarover?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Ja, dat is een interessante vraag. Als je daar in zijn geheel mee zou moeten ophouden, verandert er ook heel veel in onze catering hier. We richten ons op dit
moment vooral op de vraag hoe wij bijvoorbeeld met plastic bekertjes kunnen stoppen. Daar ligt
eerst onze focus. Ik kan mij echter voorstellen dat er op termijn een stop op het gebruik van blikjes komt.
De heer Vasters (D66): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de beantwoording. Mijn vraag sluit mooi aan bij die van mevrouw Snippe. We hebben hier op het stadhuis verschillende producten:
blikjes, petflesjes en ook glazen flessen. Is de wethouder bereid om te kijken wat het duurzaamste
alternatief is en om dan te kijken of we dat in ieder geval in onze eigen panden van het stadhuis en Stadskantoor kunnen invoeren, zodat we het goede voorbeeld geven op circulariteitsvlak.
Mevrouw Schilderman (wethouder): Ik vind het een interessant onderwerp om te onderzoeken. Wij
merkten eigenlijk juist dat zeker op het stadhuis de afgelopen jaren stappen zijn gezet om meer uit te gaan van blikjes en voorverpakte materialen, zodat men dat meer zelf zou kunnen pakken in
plaats van dat dat u in de raadszaal ook bediend wordt. Als we naar een ander systeem toe zouden
gaan, zouden we waarschijnlijk ook toe moeten naar een arbeidsintensiever systeem. Dat doet naar
alle verwachting ook iets met de kosten, maar ook met de manier waarop u hier met elkaar zit. Maar ik vind het een interessant onderwerp om nog eens verder te gaan onderzoeken.
De voorzitter: Hartelijk dank wethouder. Ik dank ook iedereen aanwezig in de zaal. Dit was hem. We gingen heel snel, als een speer. We zien elkaar volgende keer. Tot ziens. De voorzitter sluit daarop, te 17.35 uur, het vragenuur.
8