20230406 vragenuur.doc
Tekst van het document
2023 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 6 april 2023 Vragenuur, gehouden op donderdag 6 april 2023 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Passier. Aanwezig zijn de leden: Bakker, Dijkstra, Hessel, Van Heuven, Te Hoonte, Van Steeg en Zwinkels. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Nederhand, Usta en Vintges. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Voortman, Oosters, Eerenberg, Schilderman en Streefland. Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Dames en heren! Welkom allemaal bij het vragenuur van deze week. Welkom aan de
mensen thuis, de mensen op de tribune, de leden van het college en natuurlijk ook de leden van de raad. Wij hebben vandaag vijf vragen op het programma staan en ik wil graag met de eerste set
vragen beginnen. Die hebben als titel Dassen in de gevarenzone. Deze vragen zijn ingediend door de Partij voor de Dieren, GroenLinks, VOLT, BIJ1 en EenUtrecht.
1. Vragen van de fracties van de PvdD, GroenLinks, Volt, BIJ1 en EenUtrecht over Dassen in de gevarenzone.
De heer Van Heuven (PvdD): Voorzitter! Vorige week berichtte De Telegraaf dat er maar liefst drie dassen zijn doodgereden in de gemeente Utrecht in één week: aan de Rijnsoever, bij knooppunt
Lunetten en bij de Veemarkt. Een zorgelijk bericht, waar het ongetwijfeld niet bij blijft, want rond
Utrecht bevinden zich nu eenmaal veel autowegen. Zeker bij het recente wisselen van winterklok naar zomerklok zijn dieren extra kwetsbaar omdat het verkeer voor hen op andere tijden op gang komt. Dassentunnels kunnen een goede oplossing zijn, oppert het artikel waarin ook een van onze stadsecologen aan het woord komt.
De Partij voor de Dieren, GroenLinks, Volt, BIJ1 en EenUtrecht hebben hierover de volgende vragen.
1. Hoeveel dassenburchten zijn er in Utrecht en hoeveel van deze liggen in de gevarenzone, dus in de buurt van wegen, het spoor en andere voor dieren gevaarlijke plekken?
2. Wat doet het college nu al om dassen en andere wilde dieren te beschermen tegen aanrijdingen en welke seizoensgebonden oplossingen ziet het college nog meer om deze dieren beter te beschermen?
Vragenuur van 6 april 2023 3. Is het college bijvoorbeeld van plan om op de hierboven genoemde en andere gevaarlijke plekken dassentunnels, of nog beter faunatunnels, aan te leggen, zodat wilde dieren veiliger de wegen kunnen kruisen? Zo nee, waarom niet?
4. Wat vindt het college van het idee om rond de genoemde plekken een snelheidsverlaging voor
auto's in te (laten) voeren, met als doel dat minder dieren worden aangereden en er ook minder ongelukken tussen weggebruikers gebeuren?
Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vraagstellers voor deze vragen. De eerste
vraag die de heer Van Heuven stelt, gaat over het aantal dassenburchten in Utrecht. Momenteel is de aanwezigheid van één bewoonde burcht bekend en deze ligt op terrein dat eigendom is van
Rijkswaterstaat, de Talud A27. Op onze grond in de gemeente Bunnik – Amelisweerd Rhijnauwen –
liggen drie bewoonde burchten. Voor alle burchten geldt dat ze in de directe omgeving c.q. binnen het bereik van de dagelijkse beweging van dassen, wegen of sporen liggen.
In antwoord op de tweede vraag, wat wij nu al doen om dassen en andere wilde dieren te
beschermen tegen aanrijdingen en welke oplossingen wij zien, merk ik op dat wij faunapassages aanleggen onder en over infrastructurele knelpunten. Het doel van deze passages is om dieren
veiliger door de stad te laten bewegen en de kans op aanrijding te verkleinen. Ook buiten de stad
leggen we samen met partners in de regio faunapassages aan. Zo hebben wij in samenwerking met de provincie en het Utrechts Landschap drie jaar geleden een faunapassage aangelegd onder de
Biltse Rading. Deze faunapassage wordt ook goed gebruikt door onder andere dassen. Een ander
voorbeeld is het overzetten van padden, zoals dat gebeurt in Leidsche Rijn. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat ook fietsers in aanrijding kunnen komen met dassen en faunapassages en rasters
zien wij dan ook als de meest effectieve maatregel. De aanleg wordt deels ook gefinancierd uit het Meerjarengroenprogramma, het onderdeel groene web, en deels ook binnen de infrastructurele projecten en gebiedsontwikkelingsprojecten.
De derde vraag is of wij van plan zijn om op genoemde gevaarlijke plekken dassentunnels of, nog beter, faunatunnels aan te leggen. Wij beschouwen het oplossen van infrastructurele knelpunten
voor fauna als een gezamenlijke opgave en we hebben ook een overzicht van locaties waar de aanleg van faunapassages gewenst is. Die aanleg financieren we, zoals hiervoor ook gezegd, vanuit het Meerjarig Groenprogramma of vanuit ruimtelijke projecten, waaronder nieuwbouw, renovatie of aanleg van infrastructuur. Dan kun je werk met werk maken. Voor knelpunten op of over
infrastructuur die niet ons eigendom is, waaronder rijkswegen, provinciale wegen en spoorwegen,
stemmen we dat af met de beheerder. In dat kader zijn bijvoorbeeld faunapassages aangelegd onder en over de A27 en onder het spoor in Maarschalkerweerd.
De vierde vraag is wat we ervan vinden om rond de genoemde plekken een snelheidsverlaging voor auto's in te laten voeren. Op plekken waar dat mogelijk is, vinden we dat een goed idee. Een
snelheidsverlaging naar 60 km/u of lager kan een generieke maatregel zijn om de kans op aanrijding te verkleinen, maar kan niet ter vervanging dienen van effectievere veelal locatiespecifieke
maatregelen, zoals faunapassages en rasters. Daarnaast is het ook niet overal mogelijk om op korte termijn een lagere snelheidslimiet in te voeren, omdat de maximumsnelheid ook wettelijk gezien
redelijkerwijs moet voortvloeien uit de inrichting en de omgeving van de wet. Voor bijvoorbeeld een straat met 30km/u geldt dat er voldoende drempels of andere snelheidsremmende maatregelen moeten zijn, zoals versnellingen. Op gevarenpunten, bijvoorbeeld in natuurgebieden met veel
overstekend wild en waar ook kans op schade is, kan worden overwogen om plaatselijk een lagere
maximumsnelheid in te voeren. Dat wordt voornamelijk toegepast in grote natuurgebieden en daar wordt ook vaker een waarschuwingsbord geplaatst. De wegen waarvoor dit speelt, zijn grotendeels
2
Vragenuur van 6 april 2023 niet in beheer van de gemeente Utrecht. Wel wil ik aangeven dat ik hier aandacht voor zal vragen in het regelmatige overleg met de provincie over het onderwerp groen.
De heer Van Heuven (PvdD): Voorzitter! Dank voor deze beantwoording en ook fijn dat die
snelheidsverlaging in elk geval met de provincie besproken gaat worden. Ik vind het ook fijn dat er al wat faunapassages worden aangelegd. Nu zijn er natuurlijk wel drie dassen in één week doodgegaan en er is een overzicht van plekken waar snel iets zou moeten gebeuren. Is de wethouder ook bereid om op de plek waar dit het meest urgent is, ook zo snel mogelijk zo’n faunapassage aan te leggen en welke plek zou dat zijn?
Mevrouw Voortman (wethouder): Natuurlijk kijk je bij de locaties waar dit het meest gewenst is. Ik weet niet of je zo makkelijk kunt zeggen dat omdat de vorige week een das is aangereden op een
bepaalde plek dit per definitie ook de meest gewenste plek is. Ik wil in ieder geval wel toezeggen,
dat ik zal checken of we bij het overzicht van waar we wat doen ook al rekening houden met welke plek het meest gewenst is.
2. Vragen van de fracties van D66, Stadsbelang Utrecht, VVD, CDA en Student & Starter over Overlast zwembad Den Hommel.
De heer Bakker (D66): Voorzitter! Het AD/Utrechts Nieuwsblad berichtte afgelopen 31 maart: “Het personeel van zwembad Den Hommel in Utrecht is de afgelopen maanden meermaals bedreigd, uitgescholden en zelfs fysiek belaagd door jongeren. De overlast was zó groot, dat het
recreatiezwemmen voor tieners is geschrapt.” Na een periode waarin het relatief rustig was (of leek), is de overlast nu in alle hevigheid weer terug. Nu het recreatiezwemmen voor tieners niet meer mogelijk is, lijden de goeden hier helaas ook onder het wangedrag van de kwaden.
De fracties van D66, Stadsbelang Utrecht, VVD, Student & Starter en CDA hebben hierover de volgende vragen.
1. Kan het college kort schetsen wat er afgelopen maanden voorgevallen is in Den Hommel? 2. Wat is de analyse van het college dat het weer is mis gegaan op deze plek?
3. Welk(e) besluit(en) het college vervolgens heeft genomen en waarom is de raad hierover niet geïnformeerd, ook gezien de eerdere betrokkenheid bij dit thema?
4. Aan welke oplossingen denkt het college om het zwemmen voor tieners toch weer mogelijk te maken op een – ook voor het personeel – veilige en fijne manier? Zijn er mogelijkheden om
raddraaiers direct zwaarder te straffen en hen bijvoorbeeld voor een langere periode de toegang tot het zwembad te ontzeggen?
Mevrouw Oosters (wethouder): Dank voorzitter en ook dank aan de vragenstellers. Allereerst het
antwoord op vraag 1. In zwembad Den Hommel is er een splitsing tussen het recreatief zwemmen,
dus voor jongeren, en het gezinszwemmen. Het recreatief zwemmen wordt op twee momenten twee uur lang aangeboden in de week. Omdat we al een tijdlang kampen met personeelstekorten in de Utrechtse zwembaden werd het recreatief zwemmen al een tijdje niet meer aangeboden. Na de
zomer van 2022 is het recreatief zwemmen weer opgenomen in de programmering van zwembad Den Hommel. De afgelopen maanden hebben zich er telkens in deze uren een tweetal incidenten
voorgedaan, waarbij de politie is ingeschakeld. Het zijn incidenten waarbij van verbale en fysieke overlast of grensoverschrijdend gedrag sprake is geweest. Bij het laatste incident zijn er zes
3
Vragenuur van 6 april 2023 ontzeggingen van elk een jaar uitgeschreven door het zwembad aan de overlastgevers voor het nietnaleven van de huisregels.
Het antwoord op vraag 2 is dat er al langer een groep jongeren is die steeds in een andere groepssamenstelling voor die overlast zorgt. Dat is ook de reden dat we in het verleden al
verschillende maatregelen hebben doorgevoerd. Zo is het recreatief zwemmen losgetrokken van het gezinszwemmen, zoals ik al eerder zei, en moeten bezoekers van het recreatief zwemmen zich van tevoren aanmelden en identificeren bij binnenkomst. Helaas blijkt juist ook met de recente
incidenten dat deze maatregelen niet voldoende zijn om onze medewerkers en natuurlijk ook de
andere bezoekers een veilige zwem- en werkomgeving te bieden. Daarom hebben we besloten het
recreatief zwemmen tijdelijk niet meer aan te bieden en zijn we aan het uitwerken wat er nodig is om die veilige werkomgeving te realiseren voor al onze medewerkers. Ook in de andere regionale en
landelijke zwemlocaties wordt geworsteld met groepen overlastgevende jongeren, waarbij er sprake is van overlast en grensoverschrijdend gedrag. Incidenten zijn dus helaas ook niet uniek voor Den Hommel.
Het antwoord op vraag 3 is dat naar aanleiding van deze twee incidenten is besloten het recreatief zwemmen tijdelijk uit de programmering te halen en deze tijd te gebruiken om te onderzoeken
welke maatregelen er nodig zijn om weer voor een veilige werkomgeving voor onze medewerkers te zorgen. Hiervoor wordt met het netwerk van andere zwemlocaties, zowel in de regio als landelijk
overlegd. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt met partners om de overlastsituatie te verbeteren. Dit houdt onder andere in dat wijkagenten op de hoogte worden gesteld. Er worden door de politie huisbezoeken afgelegd bij de overlastgevers en vanuit de gemeente wordt gekeken of de
overlastgevers in aanmerking komen voor een persoonsgerichte aanpak. Afgelopen maandag ben ik ook zelf in het zwembad met medewerkers in gesprek gegaan om hun ervaringen en de impact van deze incidenten te horen. Het was de bedoeling om hierna de raad door middel van een brief te
informeren en dat dit de afgelopen weken nog niet gebeurd is, is omdat alle aandacht allereerst is uitgegaan naar het personeel. De aanpassingen in de operatie om een veilige werkomgeving voor
hen te creëren, heeft daar centraal gestaan. Wel begrijp ik natuurlijk dat de raad ook door eerdere
nauwe betrokkenheid geïnformeerd had willen worden en ik zal kijken of er naar aanleiding van deze mondelinge antwoorden nog steeds vragen zijn, want we zijn alsnog zeker bereid om dat voor u op papier te zetten.
De voorzitter: Zou u tot een afronding kunnen komen? Mevrouw Oosters (wethouder): Ik moet helaas nog de laatste vraag beantwoorden, maar ik probeer
dat zo snel mogelijk te doen. Het antwoord op vraag 4 is dat bij het vaststellen van een te onveilige situatie de politie kan worden ingeschakeld en de overlastgevers vanuit het zwembad een
ontzegging van tenminste een jaar ontvangen, afhankelijk van het voorval, zoals ook bij dit incident
is toegepast. Vanuit de zwembaden besteden we tot aan de zomer extra tijd en energie om iedereen weer te trainen met het zwembadprotocol Anders veilig en wordt ook extra aandacht gegeven aan het nieuwe personeel voor een stevige onboarding. Behalve het trainen kijken we ook naar de
ervaringen in andere steden, zoals Eindhoven. Die maken ook gebruik van bewakers, dus we leren
van de andere steden. We zullen er natuurlijk alles aan doen om het vertrouwen bij de werknemers en de medewerkers weer terug te winnen in een veilige situatie en ook te kijken wat we nog meer kunnen doen om het recreatief zwemmen weer aan te bieden.
4
Vragenuur van 6 april 2023 De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter! De wethouder is in het zwembad geweest om het gesprek aan te gaan met de werknemers. Dat is heel goed. Wat zijn hun suggesties om de situatie te verbeteren en welke stappen kan zij naar aanleiding daarvan nemen?
Mevrouw Oosters (wethouder): Ja, Dat is een goede vraag. Wat ik in het gesprek merkte, is dat
medewerkers de overlast echt ook heel sterk koppelen aan het recreatief zwemmen en dat ze zeiden dat ze er geen last van hadden voor de zomer, toen er geen recreatief zwemmen was, maar dat de
overlast direct weer begon toen het recreatief zwemmen weer wel mogelijk was. Dat maakt het wel
ook heel erg ingewikkeld, omdat je natuurlijk niet wil dat de rest te lijden heeft onder een groep die de sfeer daar verpest. Er waren geen concrete suggesties voor aanpassingen in het recreatief
zwemmen. De mensen zijn natuurlijk aangenomen om voor een veilige sfeer in het zwembad te zorgen, maar niet als handhavers. Dan is het best ingewikkeld om dit probleem op te lossen.
De heer Dijkstra (EenUtrecht): Mijn vraag ligt een beetje in het verlengde van de vorige, want de
wethouder zei zojuist dat het probleem bij het recreatief zwemmen ligt. Nee, het probleem ligt bij die overlastgevers. Het is nogal wat dat je het complete recreatieve zwemmen nu tijdelijk moet
afschaffen omwille van die overlast. Hoe kan het dat we, als we de groep en de mensen kennen, die groep al niet eerder de toegang hebben ontzegd? Als je de groep nu wel voldoende kent, kan je die alsnog de toegang ontzeggen en wat weerhoudt ons dan om toch weer open te gaan?
De voorzitter: Voordat we naar de wethouder gaan, wil ik u allen vragen om één afsluitende vraag te stellen en dus geen inleiding te geven en dan drie vragen te stellen. Aan de wethouder vraag ik het ietsjes korter te houden. De tijd gaat snel.
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Wat het zo ingewikkeld maakt, is dat de samenstelling van de groep verandert. De groep weet ook hoe gebruik te maken van de regels die gelden. Samen met
de medewerkers bekijken we hoe we dat kunnen ondervangen, maar nogmaals, het is niet makkelijk. We hopen in ieder geval met die trainingen al een stap vooruit te kunnen zetten in de veiligheid.
De heer Usta (DENK): Voorzitter, ik hoor de wethouder zeggen dat het dus tijdelijk niet mogelijk is om recreatief te zwemmen. Is er enige indicatie van “tijdelijk” te geven, want ik weet dat het in de
zomer natuurlijk een populaire activiteit is om daar te zwemmen. Is het misschien nog mogelijk in de zomer?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Die vraag begrijp ik heel goed en wij willen natuurlijk ook heel graag dat het recreatief zwemmen snel weer mogelijk is, dus daar houden we voor de zomer absoluut rekening mee. Maar het belangrijkste is nu dat we de medewerkers ook weer een veilige
omgeving kunnen bieden en daar gaan we eerst mee aan de slag. Ik zal de raad informeren zodra er meer bekend is.
De heer Vintges (VVD): Ik had dezelfde vraag, inderdaad of de wethouder kon verduidelijken wanneer het recreatiezwemmen voor tieners weer terugkomt.
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Na deze aanmoediging ben ik graag bereid de raad daarover een brief te sturen over waar we nu staan en hoe we verder gaan.
5
Vragenuur van 6 april 2023 De voorzitter: Dank. Mijnheer Vintges, nog gefeliciteerd met uw benoeming als commissielid. Mijnheer Bakker, heeft u nog een laatste aanvullende vraag?
De heer Bakker (D66): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de beantwoording. Het is jammer dat het moet, maar het is logisch dat eerst voor het personeel is gekozen. Wat mij betreft zou het fijn
zijn als de wethouder bij ons terugkomt als er wat nieuws te melden is, want volgens mij zijn deze antwoorden op zich duidelijk. Het lijkt mij een goed moment om er als er mogelijke oplossingen, stappen, et cetera zijn van te horen.
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter, daar sluit ik me helemaal bij aan. 3. Vragen van de fractie van de Partij voor de Dieren over Bomen Vredenburg – nog een keer. De heer Van Heuven (PvdD): Voorzitter! Op het Vredenburg zijn eindelijk bomen geplant, maar de
twee nieuwe fladderiepen ogen iel en kwetsbaar, zeker ook omdat om de bomen geen zitringen zijn geplaatst. Dat ze kwetsbaar zijn, bleek ook direct na de aanplant, toen dicht rondom de bomen
stapels terrasstoelen en (zware) voertuigen geplaatst werden. Sindsdien worden de fladderiepen
beschermd met gruwelijk lelijke noodhekjes. De Partij voor de Dieren heeft hierover de volgende vragen.
1. Wat vindt het college van de noodhekjes: in hoeverre passen deze in het beeld van het Vredenburg?
2. Hoe lang denkt de wethouder dat deze noodhekjes nodig zijn? Is de wethouder bereid om toch
permanente zitringen, zoals gangbaar bij andere bomen op het Vredenburg, aan te brengen? Zo nee, waarom niet?
3. Met marktkraamhouders op het Vredenburg zijn afspraken gemaakt over de ruimte die zij mogen
innemen en de horecaondernemer die de stoelen plaatste, is op de vingers getikt. In hoeverre zijn nieuwe afspraken nodig om bomen beter te beschermen tegen bijvoorbeeld langdurige statische belasting en is de wethouder bereid deze afspraken te herzien zodra dat kan? Zo nee, waarom niet?
4. We weten uit het onderzoek van Terra Nostra dat er marktkraamhouders zijn die hun afvalwater in de boomspiegels gooien in plaats van in de put. Hoe gaat het college om met deze constatering in de richting van marktkraamhouders?
De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Het zijn inderdaad kwetsbare bomen die we daar
aangeplant hebben en die hebben we dan ook goed te beschermen. Daartoe hebt u het college vaak opgeroepen. Toen wij zagen dat dat door het gebruik van de markt onvoldoende gebeurde, hebben
we inderdaad knetterlelijke hekken neergezet. Maar dat vonden we het waard, omdat het belangrijk was dat de bomen beschermd worden in hun gebruik. Dat betekent ook dat we een goede
permanente oplossing zoeken, want ook de iele houten paaltjes die er eerst stonden, zijn niet de
oplossing om de bomen goed te beschermen. Dus we gaan iets moois maken, dat past bij de plek,
maar dat ook past bij een veilige omgeving voor deze bomen. Of dat dan zitringen zullen zijn, is nog best ingewikkeld, omdat die wat meer ruimte vragen, de ruimte toch al krap is en de eerste schetsen aantonen dat als je bij al deze bomen zitringen zou plaatsen je waarschijnlijk afscheid moet nemen van een marktkraam om de ruimte goed te maken. We willen dat wel heel serieus verkennen en de
puzzel van de markt goed leggen, maar we willen uiteindelijk ook niet dat er in de belangenafweging een marktkraam sneuvelt.
6
Vragenuur van 6 april 2023 De laatste twee vragen van de Partij voor de Dieren hadden betrekking op het gebruik. Het is
glashelder hoe het gebruikt moet worden. Het zit dus niet zozeer in de regels, maar in de vraag of
de mensen zich ook aan de regels houden. De foto’s die bij de mondelinge vragen zaten, laten zien dat dit niet zo is. De ondernemer die de terrasstoelen in de boomspiegel had geplant, hebben we
daar ook op aangesproken. Dat is echt niet de bedoeling. De wagens moeten meer afstand houden om de druk te verlichten. Ook daarop zijn de ondernemers door de marktmeester aangesproken.
Het lozen van afvalwater bij de boom is natuurlijk ook niet de bedoeling. Ook daar is de ondernemer op aangesproken door onze marktmeester. We hebben met onze marktmeester afgesproken dat die daar scherp op gaat toezien de komende tijd, ook gezien het belang dat de raad hecht aan deze bomen. Dat betekent dat het zelfs mogelijk is dat er een formele waarschuwing uitgereikt kan
worden en na een waarschuwing volgt een schorsing. Tegelijkertijd hebben onze contacten met de ondernemers ons het vertrouwen gegeven dat het laatste waarschijnlijk niet nodig zal zijn. De heer Van Heuven (PvdD): Wanneer zou die permanente oplossing komen? De heer Eerenberg (wethouder): Voorzitter. Als ik het had geweten, had ik het hier verteld. Het is
ingewikkeld, omdat we ook echt iets moois willen maken dat past bij het plein. Het moet specifiek voor die plek ontworpen worden. Het moet er mooi uitzien, maar het moet ook echt stevig zijn,
zodat je het er ook niet per ongeluk zomaar uitrijdt. Het kost echt nog wel even tijd, maar er komt ongetwijfeld een mooie raadsbrief over dan wel het stationsgebied dan wel de openbare ruimte. In
de eerstvolgende raadsbrief over een van die twee onderwerpen, wanneer we weten wanneer we de hekjes kunnen plaatsen, zullen wij dat de raad melden.
4. Vragen van de fracties van Volt, EenUtrecht, PvdD PvdA, BIJ1 en GroenLinks over Watertekort in 2030.
Mevrouw Nederhand (Volt): Voorzitter! Afgelopen week kwam in het nieuws dat er snel actie nodig is
om te voorkomen dat we in 2030 een tekort aan drinkwater hebben. Om dit te voorkomen, moet snel een pakket maatregelen worden genomen. Dat is urgent, want sommige drinkwaterbedrijven hebben nu al te weinig reserves, aldus het RIVM. Dit gaat Utrecht ook aan, want Vitens is een van de drinkwaterbedrijven die vrijwel direct meer capaciteit nodig hebben.
Hoewel de gemeente Utrecht niet zelf verantwoordelijk is voor het drinkwater van haar bewoners, is de gemeente wel aandeelhouder. Daarbij is Utrecht ook een “Global Goals City”. Ons lokale beleid
koppelen we aan de wereldwijde duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Schoon water en sanitair is een van de doelen, daarbij gaat het over het verzekeren van toegang tot duurzaam beheer van water en sanitaire voorzieningen voor iedereen.
De fracties van Volt, EenUtrecht, Partij voor de Dieren, Partij van de Arbeid, BIJ1 en GroenLinks hebben daarom de volgende vragen.
1. Wat zijn de eventuele gevolgen/risico’s van de te verwachten tekorten voor de gemeente Utrecht? 2. Wat doet de gemeente om tekorten te voorkomen?
3. Hoe bereidt de gemeente zich voor op de te verwachten tekorten?
4. Wat doet de gemeente om de achteruitgang van de toestand van de grondwaterlichamen te beperken/voorkomen conform KRW-doelen?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Dank u wel, voorzitter, en ook dank voor de vragen. Dit is een groot onderwerp waar we de komende tijd nog vaker over komen te spreken met elkaar.
7
Vragenuur van 6 april 2023 Mevrouw Nederhand vraagt allereerst naar de gevolgen en risico’s. De vraag naar drinkwater stijgt de komende jaren door de bevolkingsgroei en ook de langere periodes van droogte als gevolg van
klimaatverandering. Om drinkwater te kunnen leveren moet Vitens driemaal zoveel gaan investeren als dat ze voorheen deed, van 100 miljoen in 2017 naar 350 miljoen in 2031. Dit kan voor de
gemeente Utrecht de volgende gevolgen hebben. Het drinkwater voor de bewoners van Utrecht wordt duurder door de noodzakelijke investeringen. Bewoners kunnen meer overlast ervaren door de
toegenomen werkzaamheden. Activiteiten die veel drinkwater vragen, kunnen eventueel ingeperkt worden, maar dat is wel dan een landelijk vraagstuk. Het aansluiten van nieuwe woongebieden en
bedrijventerreinen op het drinkwaternet kan langer gaan duren en er zijn nieuwe locaties nodig om drinkwater te kunnen winnen.
Dan vroegen de partijen ook wat de gemeente doet om tekorten te voorkomen. Allereerst denkt de
gemeente als aandeelhouder van Vitens mee met Vitens over extra investeringen. Wij voeren regie op de openbare ruimte om daarmee ook eventuele overlast die bewoners hebben van werkzaamheden
in de ondergrond te beperken. We stimuleren bewoners en andere eigenaren om regenwater zoveel mogelijk vast te houden. En we beschermen de huidige drinkwatervoorzieningen binnen ons grondbeleid. Dat doen we ook in ons gebiedsplan Gebiedsgericht grondwaterbeheer.
In de derde plaats wordt gevraagd hoe de gemeente zich voorbereidt op te verwachten tekorten.
Allereerst door vroegtijdig in overleg met Vitens te gaan over vervangingen en dit ook af te stemmen op gebiedsontwikkelingen. Bij regenwaterbeleid zetten wij zoveel mogelijk in op het vasthouden, het nuttig gebruiken van regenwater, het infiltreren van regenwater en ook nu ook al via onze
gemeentelijke rioolheffing door bedrijven die veel drinkwater gebruiken zwaarder te belasten, zodat ze gestimuleerd worden om het drinkwater te beperken.
In antwoord op vraag 4 over de grondwaterlichamen en hoe wij daarmee verder omgaan kan ik
melden dat de kaderrichtlijn Water bepaalt dat alle grondwaterlichamen uiterlijk in 2015 met een mogelijke uitloop tot 2027 in goede toestand verkeren. De toestand moet goed zijn voor
grondwaterkwantiteit en grondwaterkwaliteit en de verantwoordelijkheid daarvoor ligt wel in de
eerste plaats bij de provincies vanwege het diepe grondwater en daarna bij de waterschappen. Daar werken we natuurlijk wel aan mee. We beschermen de kwaliteit van ons grondwater via de
maatregelen in het gebiedsplan Gebiedsgericht grondwaterbeheer. We gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen. We houden samen met het waterschap de grondwaterstanden zo goed
mogelijk op peil en kijken wat we kunnen doen om regelmatig te infiltreren. We hebben ook een heel aantal doelstellingen die ook in onze Visie Klimaatadaptatie staan. Voor de rest werken wij intensief samen met allerlei partners op dit vlak.
De heer Te Hoonte (VVD): Voorzitter. In Leidsche Rijn is ooit al geëxperimenteerd met grijs water. Dat is ook een van de dingen die werd genoemd In de artikelen over Vitens deze week.
“Huishoudwater” heette het toen. Dat is naar aanleiding van slechte ervaringen toen weer verboden en voordat we nu als gemeente gaan pleiten om het verbod daarop weer op te heffen, ben ik wel
benieuwd naar reflectie vanuit de gemeente op die casus toen en de stand van de techniek nu. Wat is er nu anders en wat kan wel? Is het mogelijk om daar wat meer inzicht in te krijgen? Al die dossiers zijn ook vrij oud.
Mevrouw Schilderman (wethouder): Ja, Ik kan me voorstellen dat u op zoek bent naar wat
uitgebreidere informatie dan die ik u nu zou verstrekken. De komende tijd komen wij te spreken
over de uitdagingen bij Vitens en daar zullen wij dit onderwerp in meenemen, de lessen die daarin zitten evenals mogelijk voortschrijdend inzicht.
8
Vragenuur van 6 april 2023
5. Vragen van de fractie van Utrecht Solidair over Religieus erfgoed te grabbel gegooid, schade onherstelbaar!
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Voorzitter! De omwonenden hebben drie jaar lang strijd gevoerd om de historische veranda van het klooster in de Deken Roesstraat te behouden. Zij hebben alle
procedures doorlopen en elke strohalm vastgepakt om met de gemeente Utrecht in gesprek te gaan en mee te denken. Zij hebben drie jaar strijd gevoerd tegen de betreffende medewerkers van de gemeente. Opgevraagde stukken voor de rechtszaak kwamen niet. Een Wob-verzoek werd pas
maanden later beantwoord, maar helaas ontbrak de helft van de benodigde stukken. Uiteindelijk
hebben de bewoners de Nationale Ombudsman ingeschakeld. Ook hiervan zijn de gemeentelijke medewerkers niet echt onder de indruk. Pas na vele verzoeken kwamen zij deels over de brug.
1. We lezen dat, vanuit de hoge cultuurhistorische waarde van het complex bezien, het gewenst is om de veranda in te passen in het plan. Waarom was het een wens en geen eis?
2. Wat vindt u van het feit, dat betrokken bewoners met hart voor de cultuurhistorische waarde zo worden tegengewerkt, dat de ombudsman eraan te pas moet komen?
3. In 2020 zit de veranda in de uitbreidingsplannen van religieus erfgoed. Waarom is er niets gebeurd?
4. Is de wethouder bereid om een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de betreffende afdelingen?
Mevrouw Streefland (wethouder): Dank voorzitter. Het antwoord op vraag 1 is dat de inpassing van de veranda in het bouwplan niet geëist kon worden, omdat het pand niet is aangewezen als
gemeentelijk monument en ook niet valt binnen het beschermd stadsgezicht. Bovendien is de
achterzijde van het pand welstandsvrij. We hadden daarom ook geen mogelijkheid om het behoud
van de veranda af te dwingen. Omdat het gebouw, inclusief de veranda wel cultuurhistorische waarde heeft, zoals mevrouw Hessel ook aangaf, heeft de afdeling Erfgoed in de omgevingsvergunning wel nadrukkelijk aangegeven dat het zeer gewenst is om ook de veranda in te passen in de plannen. In
de omgevingsvergunning hebben wij ook opgemerkt dat de aanvrager daar geen gebruik van heeft gemaakt om de veranda in te passen in het bouwplan en dat hij op die plek een nieuwe aanbouw
heeft gepland. Dat is natuurlijk dan wel zijn recht en hij heeft die vergunning verkregen. Daar vinden we misschien van alles van, maar dat zijn wel de regels zoals we die met elkaar hebben.
In antwoord op vraag 2 merk ik op dat verzoeker na het Wob-besluit is toegezegd dat documenten zouden worden nagestuurd. Deze toezegging is helaas – zeer spijtig - niet nagekomen, waarna
verzoeker een nieuw Wob-verzoek heeft ingediend. De klacht aan de Nationale Ombudsman had hierop betrekking. Bij het eerste signaal van de Nationale Ombudsman is deze toezegging
nagekomen door het Wob-besluit van 22 maart 2022. Er was geen opzettelijke tegenwerking. Daar heb ik nog even over nagevraagd. Wel zie je ook hier weer dat we dan niet snel genoeg reageren. In antwoord op vraag 3 merk ik op dat er geen sprake is van uitbreidingsplannen van religieus
erfgoed. We werken nu op verzoek van de raad aan de uitbreiding Visie Religieus erfgoed. Het lijkt
misschien een beetje een semantische discussie, maar dat is het niet. Deze Visie Religieus erfgoed gaat over de sociaal-maatschappelijke waarde van religieus erfgoed en hoe dat verder vorm kan
krijgen. In de documenten in die visie zal wel opgenomen worden dat de cultuurhistorische waarde van nog enkele niet beschermde 19de -eeuwse kloostergebouwen in beeld wordt gebracht,
waaronder ook de Deken Roesstraat. Deze werkzaamheden aan de uitbreiding van de visie startte in
9
Vragenuur van 6 april 2023 2020, maar in 2020 werd het bouwplan voor de Deken Roesstraat echter al vergund. Dit heeft elkaar eerder dus gekruist.
Vervolgens wordt gevraagd of ik bereid ben om het onderzoek in te stellen. Daar is geen aanleiding voor en ik zal ook uitleggen waarom. De afdeling VTH en Juridische Zaken waren belast met de
beoordeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Door de afdeling VTH is die vergunning verleend. Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 1 is het pand niet beschermd als monument, ligt het niet in een beschermd stadsgezicht en is de achterzijde van het pand welstandsvrij. Om die
reden kon het behoud van de veranda niet in de beoordeling van de aanvraag worden meegenomen. Juridische Zaken heeft deze lijn in de daaropvolgende bezwaar-, beroeps- en
hogerberoepsprocedure niet anders dan kunnen volgen. Dat het spijtig is, klopt. We hebben het natuurlijk ook gemerkt in bijvoorbeeld de bewegingen van afgelopen weekend. We hebben ook
contact gehad met de advocaat van deze ontwikkelaar en we bespreken op dit moment ook voor
volgende week of er een mogelijkheid is om op welke manier dan ook de veranda of erfgoedwaarden aan de binnenkant van het pand op een goede manier te kunnen behouden in de nieuwe variant. Dat gesprek gaan we aan. We hebben alleen geen juridische grond om dat te kunnen doen, dus we gaan het in een kader van een goed gesprek proberen.
Mevrouw Zwinkels (CDA): Dank voorzitter. Op zichzelf is dit een heldere beantwoording door de
wethouder, maar we zijn er toch wel benieuwd naar op welke basis er een verhouding is tussen die beperkende verbouwingsregels voor andere eigenaren ten opzichte van een omgevingsvergunning die is afgegeven waarbij toentertijd al werd aangekondigd dat er een monumentale status zou komen. Dat hebben wij in ieder geval begrepen.
Mevrouw Streefland (wethouder): Dat laatste klopt dus niet. Dat is wel in de voorbereiding van de
uitbreiding van de Visie Religieus erfgoed het geval, maar niet dat we dat aan de voorkant al hebben kunnen laten zien. Het was er ook nog niet. Er was nog geen bescherming en die is niet opgelegd. Dan kun je ook niet zo heel veel, omdat het op dat moment ook die status niet heeft als de
vergunning wordt aangevraagd. Dat kan je doen als het er zou zijn geweest. Dat was het niet, dus
dat is inderdaad zeer spijtig voor dit prachtige kloostergebouw. Dat delen we. Maar op dat moment was er geen voorbescherming, dus dan kun je een vergunning afgeven.
De heer Vintges (VVD): Waarom is die voorbescherming dan niet aangevraagd? Mevrouw Streefland (wethouder): Dat is een proces dat heel makkelijk lijkt en misschien hebben we het er vanavond ook nog wel over, want hoe gaat nu zoiets, ook voor ander erfgoed bijvoorbeeld. Het is een heel degelijk proces dat je moet doorlopen. Je gaat het dus niet even doen; het is een
besluit van BenW en daar gaat een heel traject aan vooraf. Dat doe je ook secuur. We doen dat met grote regelmaat, maar het is niet zo makkelijk als het lijkt en omdat het vaak over eigendom van mensen gaat, heeft die voorbescherming ook echt impact.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Dank u wel, voorzitter. Op 1 april is er een melding dat de
sloopmelding pas op 1 april is ingediend. Maar een sloopmelding moet volgens de regels van de gemeente vier weken van tevoren worden ingediend. Wat is daaraan gedaan?
Mevrouw Streefland (wethouder): U stelt nu een vraag over de sloopmelding aan de wethouder
Erfgoed. Ik moet u eerlijk zeggen dat ik daar echt het antwoord niet op weet. Wat ik wel weet, is dat
10
Vragenuur van 6 april 2023 het vergunningstraject was afgerond en dat de ontwikkelaar is begonnen met slopen. Over het
specifieke tijdstip waar hij dat heeft aangevraagd en welke regels daarvoor gelden, kan ik helaas niets zeggen. Ik ga hier niet freestylen.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Is er een mogelijkheid om daar nog op terug te komen op een later moment?
Mevrouw Streefland (wethouder): Ja, dat was op zichzelf niet de vraag. Ik ga daar niet over en ik weet dat ook niet. Ik zou dat kunnen uitzoeken en via een memootje kunnen we kort uiteenzetten hoe het precies zit. Dan nog wil het niet zeggen dat we het in dit geval nog kunnen terugdraaien, omdat deze sloop in het weekend heeft plaatsgevonden, helaas.
De voorzitter: Nee, dat begrijp ik, Maar ik kan me voorstellen dat het fijn is als die informatie toch nog achteraf komt. Goed, dan zijn we daarmee aan het einde van dit vragenuur gekomen. Ik wil u allemaal hartelijk bedanken en nog een hele fijne avond wensen. De voorzitter sluit daarop, te 17.47 uur, het vragenuur.
11
Vragenuur van 6 april 2023 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 6 april 2023.
Vragen van de fracties van D66, Stadsbelang Utrecht, VVD, CDA en Student & Starter over Overlast zwembad Den Hommel. Wethouder Oosters • zal de raad uiterlijk in Q3 2023 schriftelijk informeren over de stand van zaken aangaande de veiligheid en beperkende maatregelen en wanneer het recreatief zwemmen in Den Hommel weer mogelijk is voor alle doelgroepen.
12