20230330 vragenuur.docx
Tekst van het document
2023 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 30 maart 2023 Vragenuur, gehouden op donderdag 30 maart 2023 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard. Aanwezig zijn de leden: Assen, Bakker, Kleinrensink, Maas, De Pagter, Raaijmakers, Sasbrink, Van Steeg en Sungur.
Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Oul Fakir, A. Stam en Usta. Namens het college zijn aanwezig de wethouders: Streefland, Schilderman en Oosters. Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Dames en heren! Welkom allemaal bij het vragenuur van deze week. Mijn naam is
Melody Deldjou Fard en ik ben vandaag jullie voorzitter voor dit vragenuur. Ik heet iedereen welkom,
alle raadsleden, alle commissieleden, wethouders, iedereen op de publieke tribune en de mensen die met ons thuis meekijken.
Wij hebben acht vragen voor het komende uur. 1. Vragen van de fracties van PvdA, PvdD, D66, Student & Starter, GroenLinks en Volt over Zorgen over uitbuiting Oekraïense vluchtelingen.
Mevrouw Assen (PvdA): Voorzitter! Het komt helaas vaker voor dat vluchtelingen en
arbeidsmigranten onder slechte omstandigheden in ons land verblijven en werken, waarbij ook
mensenrechten geschonden worden en er sprake is van uitbuiting. De afgelopen week lazen wij
artikelen die aangaven dat ook Oekraïners die afgelopen jaar naar ons land zijn gevlucht, uitgebuit worden. Van de ruim 200 Oekraïense vluchtelingen die zich bij FairWork meldden, was bij ruim 70
sprake van arbeidsuitbuiting. De fracties zetten zich zowel landelijk als lokaal in tegen uitbuiting van migranten en vluchtelingen en voor goede arbeidsomstandigheden.
De bevindingen van FairWork leiden tot zorgen bij de fracties over uitbuiting in het gehele land maar dus ook in Utrecht en daarom hebben wij de volgende vragen.
1. Zijn er signalen dat deze uitbuiting ook in Utrecht plaatsvindt? Zo ja, wat zijn die? 2. Wat doet het college om te voorkomen dat uitbuiting plaatsvindt?
Vragenuur van 30 maart 2023
2
3. Het risico op uitbuiting speelt bij meer arbeidsmigranten. De raad wacht al enige tijd op een
meerjarig Utrechts Plan van Aanpak EU-arbeidsmigranten. Wanneer komt dit plan naar de raad en staan daarin ook maatregelen om uitbuiting tegen te gaan?
De voorzitter: Het woord is aan wethouder Streefland. U mag op uw plek blijven zitten uiteraard. Mevrouw Streefland (wethouder): Fijn voorzitter! Ik heb heel veel vragen, dus dan scheelt dat weer
met heen en weer lopen vandaag. Dank voor de vragen Het antwoord op vraag 1 is dat het Regionaal Mobiliteitscentrum Midden-Utrecht werkt door – dat is de naam – en Vluchtelingenwerk hebben
aangegeven ook dergelijke signalen te hebben ontvangen in Utrecht. Voor zover bekend, en dat is ook uitgezocht, is in twee casussen concrete melding gedaan bij de arbeidsinspectie. Ook bij de
Jaarbeurs zijn deze zelfde signalen bekend. In de meeste situaties gaat het om de constructie waarbij
werk en huisvesting aan elkaar gekoppeld zijn, dus niet zozeer de opvang die wij als gemeente doen, maar waarbij mensen zelf een plek vinden. Na ontslag of de afloop van het contract heeft men veelal geen slaapplaats meer.
Ten aanzien van de groep die we zelf in de opvang hebben, hebben deze signalen ons niet bereikt.
We zullen hier de komende periode ook weer meer aandacht aan geven. Dat doen we ook al; we zijn alerter op signalen, we zetten in op voorlichting specifiek wat betreft de grotere opvanglocaties en het sociaal beheer neemt hier ook zijn rol in.
In antwoord op vraag 2 meld ik dat we vanaf de start van de opvang Oekraïners vanuit de openbare orde en veiligheid de volgende tools hebben meegegeven. Dat is voorlichtingsmateriaal voor
vluchtelingen in diverse talen – en dat bieden we nog steeds aan – voorlichtingsmateriaal op de
opvanglocaties en bij gastgezinnen, e-learning voor medewerkers van de opvang, fysieke trainingen
bij de Jaarbeurs en de lijn tussen opvanglocaties en wijkagenten voor het melden van signalen. Dit is toen ook al ingezet bij hotels, de Jaarbeurs en bij gastgezinnen. En dat blijven we ook nog steeds
doen. Vanuit de arbeidsinspectie krijgen we onder andere terug dat het niet echt eenvoudig is om
grip te krijgen op de groep, omdat de Oekraïners zich vaak niet of anoniem melden en het vaak ook gaat over een opvanglocatie die zij zelf hebben gevonden. Daar hebben wij minder zicht op. Wat betreft vraag 3 merk ik op dat de raad eind maart de Utrechtse agenda tegen uitbuiting
behandelt, waarbij arbeidsmigranten een doelgroep zijn. Dat is de portefeuille van de burgemeester. Het uitgewerkte plan van aanpak 23 voor kwetsbare EU-arbeidsmigranten en EU-burgers ontvangt de raad in het tweede kwartaal. Ondertussen hebben we natuurlijk wel al diverse maatregelen
genomen in de uitvoering, zoals extra inzet voor Barka en ook de winteropvang. De raadsbrief met de stand van zaken ontvangt de raad hierover begin april en daarin is een verdere toelichting opgenomen.
Mevrouw Assen (PvdA): Wellicht komt het nog in de stukken die naar ons toe komen, maar het roept wel meteen de vraag op of er meer of explicieter iets gedaan moet worden om te waarschuwen voor juist die combinatie van huisvesting met werk.
Mevrouw Streefland (wethouder): Zeker en dat doen we ook op het moment dat mensen zich melden bij ons, zoals nu vaak gebeurt bij de Jaarbeurs, als mensen hun eigen plek of locatie hebben. Het
ingewikkelde is soms dat mensen net als arbeidsmigranten daar zelf voor zorgen, zodat wij er dus niet op de voorkant op kunnen inspelen. Het is wel een gegeven dat hier de kwetsbaren zitten. Ik ben het daar absoluut mee eens.
Vragenuur van 30 maart 2023
3
2. Vragen van de fracties van PvdD, GroenLinks, PVV, Volt, BIJ1 en VVD over Rigoureuze beschadiging Italiaanse populieren Rijnkennemerlaan.
Mevrouw Sasbrink (PvdD): Voorzitter! De afgelopen weken zijn de Italiaanse populieren langs de
Rijnkennemerlaan rigoureus gesnoeid. De onderste vier meter van de stammen zijn volledig kaal
gemaakt. In het wijkbericht dat bewoners na de werkzaamheden ontvingen, werd de reden van snoei uitgelegd. De bomen zijn geïnspecteerd. Er was dood hout en te zware takken. De onderste takken zouden te laag over het fietspad en de weg hangen, waarbij verwezen wordt naar een wettelijke
doorgang. Het is een eenmalige ingreep waar het uiterlijk van de bomen sterk door wijzigt. Het is vergelijkbaar met het kandelaberen van bomen. In die gevallen is een kapvergunning voor het aantasten van bomen nodig, die voor deze locatie niet is aangevraagd.
Takken van alle bomen langs de kilometerslange laan zijn of worden nu gesnoeid, ook takken die
niet richting de weg of het fietspad groeien en bomen die verder weg van het pad staan. Inmiddels is het broedseizoen begonnen en er zijn al nestelende eksters waargenomen in de bomen. Zij worden dus nu verstoord door de snoeiwerkzaamheden. Onze fracties hebben hierom de volgende vragen.
1. Kan het college per direct stoppen met snoeiwerkzaamheden en eventueel pas vervolgen indien
noodzakelijk maar deze in elk geval tot na het broedseizoen uitstellen? In elk geval moet het de noodzaak hiertoe per boom beter laten onderzoeken.
2. Bij sommige bomen kan sprake zijn van dode takken of “plakoksels” met risico op het afbreken van takken. Kan het college toezeggen dit per boom te controleren en alleen die takken uit te
zagen die daadwerkelijk een risico vormen, in plaats van een kilometerslange rij bomen allemaal kaal te zagen?
3. Waarom is überhaupt niet eerst per boom gekeken naar eventuele dode takken of plakoksels en zijn niet alleen die takken en de takken die daadwerkelijk het fietspad hinderden gesnoeid in plaats van nu alles tegelijk?
4. Er is en wordt gewerkt tijdens het broedseizoen. Er zitten al eksternesten in de bomen. Hoe heeft het college zich ervan verzekerd dat er werkelijk geen enkel nest is verstoord of beschadigd in al deze bomen die nu gesnoeid zijn of worden?
5. In het wijkbericht wordt verwezen naar een inspectie van de bomen. Door wie is de inspectie
uitgevoerd, is voor elke afzonderlijke boom de veiligheid beoordeeld en kan de raad hiervan het inspectierapport ontvangen?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. In antwoord op vraag 1 kan ik aangeven dat de
snoeiwerkzaamheden inmiddels afgerond zijn per 24 maart, dus daarmee is er ook gestopt met deze werkzaamheden.
De vragen 2 en 3 zal ik samen beantwoorden, want zij gaan beide over de aanleiding en de controle. Alle bomen zijn gecontroleerd op veiligheid, maar het snoeien van de takken heeft te maken met
meerdere vormen van veiligheid. Naar aanleiding van deze inspecties is er bij een aantal zaken ook
geadviseerd om bepaalde maatregelen te nemen. In de meeste bomen is er voor een gedeelte dood hout geconstateerd en bij enkele bomen zijn er zware takken in combinatie met een slechte
aanhechting. Bij deze snoeiactie zijn alleen de risicotakken uit de kroon van de boom verwijderd. Er
zijn ook andere takken uit de boom aan de onderkant verwijderd. Daarbij is wel degelijk naar iedere
boom gekeken in verband met het veiligheidsprobleem dat het oplevert. De onderste takken hebben we moeten snoeien om te voldoen aan de wettelijke doorrijhoogte, zodat de takken geen hinder
veroorzaken op het fietspad. We hebben de takken aan de kant van het grasveld op dezelfde hoogte
Vragenuur van 30 maart 2023
4
verwijderd en dit doen we, zodat de boom aan twee kanten hetzelfde beeld geeft in plaats van een scheve boom. Over een aantal jaar is de stam ook weer bedekt met takken en dan hoeven de
snoeimaatregelen waarschijnlijk ook een stuk minder rigoureus te zijn en kan het ook minder bezwaarlijk zijn om alleen aan de kant van het fietspad de takken te snoeien.
In antwoord op vraag 4 merk ik op dat net als andere gemeenten de gemeente Utrecht zich ook
houdt aan de Wet natuurbescherming. Vanwege de kans op broedende vogels proberen we in het
broedseizoen zo min mogelijk werkzaamheden uit te voeren, maar vogels kunnen wel het gehele jaar broeden. Daarom zijn we er altijd op bedacht, of het nu in het broedseizoen is of daarbuiten.
Vanwege de kans op verstoring van broedende vogels is dat ook van tevoren gecontroleerd en is er ook gekeken of er vogels in de nesten zijn. Op de plekken waar daarvan sprake was, is gekeken of de vogels er dan ook in zitten. In de eksternesten zijn geen broedende vogels aangetroffen. Dat
heeft ermee te maken dat een ekster vaak meerdere nesten heeft die ze niet daadwerkelijk allemaal gebruiken als broedplaats. Daardoor konden de snoeiwerkzaamheden ook worden uitgevoerd.
Het antwoord op vraag 5 is dat de inspecties inderdaad zijn uitgevoerd door een boomtechnisch
adviseur in opdracht van de gemeente Utrecht. Hier is een gecertificeerde boomveiligheidsinspecteur bij ingezet. Ze zijn inderdaad afzonderlijk gedaan. Deze informatie is ook beschikbaar.
De heer De Pagter (VVD): Voorzitter, dank voor de beantwoording in eerste instantie. We hadden de indruk dat langs de hele lengte van het gebied alles is gedaan, maar daar is wel wat meer
duidelijkheid over gekomen. Sommige bomen zijn jaren jonger dan anderen. Bijvoorbeeld het stukje
bij het A. den Doolaardpad is veel jonger dan andere delen van de Rijnkennemerlaan. Waarom zijn ze dan allemaal tegelijk gesnoeid? Het lijkt vanwege dood hout te zijn.
Mevrouw Schilderman (wethouder): De aanleiding is dus niet alleen dood hout. In de kroon gaat het heel vaak over dood hout of een slechte aanhechting, maar ook in de jongere bomen zaten takken
die de veiligheidsruimte rondom het fietspad beperkten, waardoor deze snoeiwerkzaamheden nodig waren.
Mevrouw Sasbrink (PvdD): Voorzitter. Klopt het dat er net als voor het kandelaberen een vergunning nodig is voor het aantasten van bomen zoals nu zo rigoureus is gebeurd? Het is een grote
beschadiging van de bomen. Kan de wethouder uitleggen waarom dat in dit geval niet van tevoren is gedaan?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Ja, in dit geval is er geen vergunning benodigd, want die is
benodigd als 40 procent van de boomkroon gesnoeid wordt. Daar was hier geen sprake van. Hier zat het rond de 15 tot 20 procent. Dat is de reden dat er geen vergunning aangevraagd is.
3. Vragen van de fracties van GroenLinks en CDA over Sterkere inzet circulaire economie. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks): Voorzitter! Onlangs verscheen het Nationaal Programma
Circulaire Economie (NPCE) 2023 – 2030. In dit programma staan plannen en maatregelen om de
Nederlandse economie in 2050 volledig circulair te maken. Een van de conclusies van dit rapport is dat de doelstelling op dit moment niet binnen bereik ligt, tenzij sterker wordt ingezet op circulair produceren en consumeren.
De fracties van GroenLinks en CDA hebben daarom de volgende vragen.
Vragenuur van 30 maart 2023
5
1. Onderschrijft het college het beeld dat een sterkere inzet nodig is om de doelstellingen van het
NPCE te halen en is het college bereid om deze boodschap namens Utrecht in te brengen bij het Rijk?
Wij denken aan veel oplossingsrichtingen. Een van de doelstellingen van het NPCE is dat het
eenvoudiger en goedkoper moet zijn om tweedehands te kopen of te repareren in plaats van nieuw
te kopen. Er bestaat op dit moment een grote kloof tussen het aanbod van nieuwe producten en de beschikbaarheid van tweedehands koop, de zogenaamde “gemakskloof”.
2. Welke inzet gaat de gemeente plegen om deze kloof te verkleinen? Is het college bijvoorbeeld
bereid om initiatieven en ideeën hierop verder in kaart te brengen en bekendheid te geven? We hadden er al een paar voorbeelden bij genoemd.
3. In het NPCE is er aandacht voor koppeling tussen circulaire doelstellingen en sociaal-inclusieve werkplekken. Welke kansen ziet de gemeente om circulaire economie te koppelen aan kansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt?
4. Is het college bereid om in Utrecht andere aanvullende maatregelen te nemen om de
doelstellingen van het NPCE dichterbij te halen, bijvoorbeeld door zelf als gemeente verder op te schalen in circulair inkopen van kantoorinrichting?
5. Wat vindt het college ervan bewustzijn te creëren via voorlichting en bijvoorbeeld ook projectontwikkelaars te stimuleren grondstoffen opnieuw te gebruiken bij renovatie, herontwikkeling en nieuwbouw?
6. Is het college bereid deze punten ook mee te nemen in het nieuwe programma Circulair? Wanneer kunnen we dit als raad verwachten?
Mevrouw Schilderman (wethouder): voorzitter. We zijn blij dat het Rijk ook is gekomen met een
nationaal programma op het gebied van circulaire economie. Nu we een programma gezien hebben, hebben wij het idee dat het toch nog wel een stuk ambitieuzer zou kunnen op het gebied van
regelgeving, instrumentarium en de middelen die daarbij horen. Op dit moment hebben wij een
samenwerking met de grote zes steden, de G4 met Eindhoven en Groningen. We hebben het initiatief genomen om het thema circulaire economie ook met hen te bespreken en hier ook voor een
aanscherping van het nationaal programma te lobbyen. Wij verwachten ook een brief naar de Kamer
te sturen, in ieder geval voor het debat dat zij op 20 april hebben. Ik kan me voorstellen dat het voor
de raad ook interessant is om die brief te hebben. Dus die zullen wij u doen toekomen voor het geval iemand een klein tripje naar Den Haag wilde ondernemen.
In antwoord op vraag 2 kan ik aangeven dat we via ons stedelijk Upcycle Centrum verder willen
inzetten op het stimuleren van tweedehands spullen. We geven zelf als gemeente ook het goede
voorbeeld door circulair in te kopen. Dat doen we door steeds hoger in te zetten op de circulaire ladder. We benutten zoveel mogelijk spullen die al beschikbaar zijn, repareren, zodat ze langer
meegaan en kopen ook tweedehands en refurbished meubelen in. We kijken nu ook naar de folder Kopen met impact uit 2019 om te kijken of we die zouden kunnen actualiseren, misschien kunnen digitaliseren en dat ook verder aan te pakken met circulaire ondernemers.
Het antwoord op vraag 3 is dat er in Utrecht veel impactvolle ondernemers zijn, die zowel bezig zijn
met circulaire economie als inzetten op sociale werkgelegenheid. We brengen die ondernemers actief onder de aandacht, ook binnen onze eigen organisatie. Verder zal het inzetten op social return en
circulaire doelen nog versterkt worden door middel van het investeren in circulaire banen, stages en
ook in leerwerkplekken. De ontwikkeling van het Upcycle Centrum biedt daar ook nog een extra kans toe voor lokale werkgelegenheid voor met name praktisch opgeleiden, maar er zijn ook zaken die dat nu ook al doen. Ik wijs in dit verband aan kringloop en specifiek aan de ARM bijvoorbeeld. We
Vragenuur van 30 maart 2023
6
verwachten de raad in het tweede kwartaal uitgebreider te informeren over de stand van zaken wat betreft het upcyclen. We doen dit ook nog via andere koepels, via circulaire bouwhubs of via de Beroepentuin.
In antwoord op vraag 4 kan ik aangeven dat wij daartoe bereid zijn. We doen dit nu ook al aan de
hand van het actieprogramma Utrecht circulair en daar zijn ook vijf pijlers benoemd. Ik zal die hier niet herhalen, maar in het Duurzaamheidsverslag koppelen we daar ieder jaar ook op terug. Wij
werken dit verder ook uit in de visie Utrecht circulair die dit jaar naar de Raad gestuurd zal worden. Daarin komt de lange termijn van de circulaire economie ook weer terug.
In antwoord op vraag 5 meld ik dat we nog nadenken over een stadscampagne om de bekendheid van lokale ondernemers verder onder de aandacht te brengen en te laten zien hoe je impact kunt maken als koper. Daar vallen circulaire ondernemers ook zeker onder.
In antwoord op vraag 6 moet ik met name iets zeggen over de planning. We zullen de punten die
benoemd zijn in deze vragen ook meenemen in het programma. Ik kijk of wij nog wat specifieker
kunnen zijn over de planning. Dit jaar zullen we de raad de Visie Utrecht Circulair 2050 voorleggen
en afhankelijk van de vraag hoe snel die behandeld wordt en hoeveel wijzigingen daar nog uitkomen, zullen wij een beleidsnota schrijven om daar verder invulling aan te geven. Ik verwacht het eerste
kwartaal van volgend jaar voor de beleidsnota, maar dat is wel afhankelijk van de snelheid van de behandeling van de visie en of de visie in stand blijft na de behandeling.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks): Voorzitter. Ik heb een aanvullende vraag die ik wel bij mijn
vragen had kunnen zetten, want we hebben op een aantal punten gevraagd wat hier lokaal kan. Daar
heeft de wethouder heel mooi op geantwoord en dat zit natuurlijk heel erg aan de stimulerende kant. Ik kan me goed voorstellen dat we ook daarvan richting landelijk om handvatten vragen om daar echt op te handhaven. Is de wethouder bereid om dat daarin mee te nemen?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Jazeker, dat zullen wij meenemen. In de lobby kijken wij al
specifiek of de regels bijvoorbeeld voor de milieuprestatie gebouwen ook voor verbouwing zouden kunnen gelden, zodat je daarmee ook meer zou kunnen sturen op circulaire economie. Wat betreft ruimtelijke maatregelen om ook fysieke ruimte te creëren voor circulaire bedrijven zien we ook
behoefte aan meer instrumenten dan we nu hebben om ruimte hiervoor te maken. Wij zullen het dus zeker meenemen, ook naar het Rijk.
4. Vragen van de fracties van BIJ1, PvdD, PvdA, GroenLinks, Student & Starter en Volt over Inclusieve eed.
Mevrouw Oul Fakir (BIJ1): Voorzitter! Raadsleden kunnen bij de installatie en beëdiging alleen kiezen tussen de christelijke eed of de belofte. Ondanks het feit dat raadsleden verschillende godsdiensten aanhangen of levensovertuigingen hebben, is het voor hen niet mogelijk om bij het afleggen van
de eed naar een andere god of goden te verwijzen, terwijl het voor sommigen wel heel belangrijk en betekenisvol is om hun politieke ambt op deze manier te beginnen. Op dit moment is het door landelijke wetgeving niet mogelijk om religieuze varianten van de eed af te leggen, omdat
afwijkingen van de eed ongeldig zijn. Het is duidelijk dat dit probleem dus niet in Utrecht of op gemeentelijk niveau op te lossen is, want de Gemeentewet dient eerst gewijzigd te worden om eedafleggingen, waarbij aan andere goden wordt gerefereerd, geldig te maken.
De fracties van BIJ1, Partij voor de Dieren, PvdA, GroenLinks, Student & Starter en Volt vinden dat dit wel mogelijk zou moeten zijn en hebben daarom de volgende vragen.
Vragenuur van 30 maart 2023
7
1. Utrecht streeft ernaar een inclusieve gemeente te zijn. Deelt het college de mening dat een
inclusieve eed, waarin het mogelijk is om naar een andere god te verwijzen, hier een cruciaal onderdeel van is?
2. Burgemeesters, zoals Theo Wetering, burgemeester van Tilburg, zetten zich in voor een
aanpassing van de Gemeentewet door te lobbyen bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
(VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken voor een inclusieve eed. Is het college bereid om zich bij deze lobby aan te sluiten en de raad hierover op de hoogte te houden?
3. Ziet het college nog andere mogelijkheden waarop de gemeente Utrecht zich kan inzetten voor een inclusieve eed?
4. Gemeenten gaan wel over de inhoud van de ambtseed. Zo kunnen ambtenaren in de gemeente
Ede bij het afleggen van hun eed bijvoorbeeld verwijzen naar Allah. In Utrecht hebben we naast
de belofte nog geen inclusieve ambtseed, maar een wijziging in het Handboek Utrechts Personeel kan dit mogelijk maken. Wat kan de het college hierin betekenen?
Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. Het antwoord op vraag 1is ja.
Op vraag 2, over de lobby van de burgemeester van Tilburg, kan ik het volgende zeggen. Wij hebben het vermoeden dat de burgemeester van Tilburg en mogelijk ook anderen dit als voorzitter van de gemeenteraad Tilburg heeft gevraagd te doen en dus niet als lid van het college van BenW. U zult
misschien zeggen dat dit iets heel technisch is, maar ik wil hiermee aangeven dat het verzoek aan
het eigen dagelijks bestuur van de raad zou moeten worden gedaan en niet aan het college, omdat het gaat over de eed of de belofte van de raadsleden. Dat wil niet zeggen dat we daar niets in
zouden willen doen. We vinden het belangrijk dat we een inclusieve gemeente zijn en daar hoort een inclusieve eed ook bij. We zullen ook contact opnemen met de gemeente Tilburg om erachter te komen wat de laatste stand van zaken is. Zodra er vorderingen zijn, zullen wij de raad hierover
informeren. Ik wil het extra bevorderen, maar ook de raadsleden moeten kijken wat zij hierin kunnen betekenen. Het gaat uiteindelijk over hun eed of belofte.
In antwoord op vraag 3 kan ik melden dat ik zeker de behoefte van de indieners dan wel de raad
begrijp, maar het is wel lastig omdat het niet aan het college is om daar invulling aan te geven. Het afleggen van de eed door raadsleden is namelijk inderdaad geregeld in de Gemeentewet. Het
aanpassen daarvan is een bevoegdheid van de landelijke overheid. Het college is zeker bereid om de wijze waarop de inclusieve ambtseed is opgesteld voor de organisatie van de gemeente Utrecht en
waarvoor hij verantwoordelijkheid draagt, als voorbeeld mee te geven aan het dagelijks bestuur bij de mogelijke lobby.
In antwoord op vraag 4 merk ik op dat het college in 2004 een inclusieve ambtseed heeft ingesteld.
De eed is destijds vervangen door een integriteitsverklaring, die bewust neutraal geformuleerd is en
geen onderscheid maakt tussen religie, nationaliteit en achtergrond. Kortom, dat is al geregeld, maar ik kan me voorstellen dat het eerder nog onbekend was.
Mevrouw Oul Fakir (BIJ1): Ik heb toch nog een vraag over het antwoord op vraag 4. Daarin spreekt de wethouder over een neutrale opstelling. Dat betekent dus niet dat er een eigen invulling mogelijk is. Of heb ik dat verkeerd?
Mevrouw Streefland (wethouder): Het klopt inderdaad dat wij die in 2004 al hebben vervangen door
een integriteitsverklaring. Dat gaat echt over het ambt van het ambtenaarschap. Dat is inderdaad een andere variant dan een eed of een belofte.
Vragenuur van 30 maart 2023
8
5. Vragen van de fracties van PvdA, BIJ1, PvdD, Student & Starter en GroenLinks over Einde winteropvang: wat nu?
Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Voorzitter! Op 1 april eindigt de periode van de winteropvang. De Koudweerregeling kan niet meer afgeroepen worden en dus slapen weer meer mensen
noodgedwongen op straat. Dankzij een motie en een amendement van de raad zijn er afgelopen
winterperiode extra permanente opvangplekken gecreëerd voor dakloze mensen in een kwetsbare positie. Zo zorgden we ervoor dat de meest kwetsbaren in de winterperiode een dak boven hun hoofd hadden, want opvang draagt namelijk bij aan herstel en mogelijke oplossingen voor de problemen van mensen.
Daarover hebben de fracties de volgende vragen.
1. Wat gebeurt er na 1 april met de mensen die afgelopen winter gebruik konden maken van de permanente winteropvang?
2. Welke mogelijkheden ziet het college om voor kwetsbare daklozen opvang te blijven bieden?
3. Is Utrecht bereid om met de G4 bij het Rijk te lobbyen voor extra middelen voor het verruimen van de winteropvang, zodat niemand in de winter op straat hoeft te slapen?
Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter! Op vraag 1 kan ik antwoorden dat de winteropvang voor de kwetsbare dakloze EU-migranten nu doorloopt tot 1 april en weer start in november 2023. Dat
heeft dus ook alles te maken met de financiering voor kwetsbare EU-arbeidsmigranten. Verreweg de
meeste mensen hebben binnen een aantal weken een duurzame uitstroom naar werk, terugkeer of in een enkel geval duurzaam verblijf. Dat hebben we de afgelopen periode al gezien. In die zin is de winteropvang inderdaad een succes gebleken. Het is overigens nog niet helemaal klaar, want de
Koudweerregeling wordt deze week weer opnieuw afgeroepen. We hebben 38 EU-arbeidsmigranten
naar werk of land van herkomst of andere opvang weten te leiden. De doorstroming is dusdanig vlot dat we dat nagenoeg op organische wijze hebben kunnen doen. Overigens zijn het vooral onze
opvangpartners die daar heel hard voor hebben gewerkt. Momenteel slapen er nog 13 mensen in de EU-opvang. Daarvan stromen er de komende dagen drie uit, waardoor er nog tien personen in de
winteropvang verblijven. Voor de ongedocumenteerden en reguliere mensen die dakloos zijn, stopt
de winteropvang per 1 april 2023, zoals ook in andere G4-steden. Dan is het door de raad tijdens de programmabegroting ter beschikking gestelde budget ook uitgeput. Dat betekent de praktijk dat
ongedocumenteerden die voor de LVV in aanmerking komen allemaal op tijd uit de winteropvang doorstromen naar de LVV-opvang. Dat is ook gelukt. In de winteropvang hebben we nog één
ongedocumenteerde en die stroomt naar verwachting na het weekend uit naar de LVV. In totaal zijn 17 ongedocumenteerden in de LVV-rijksopvang of andere opvang geplaatst. De winteropvang is
deze winter ook af en toe gebruikt voor rechthebbende mensen die dakloos zijn. Deze mensen zijn allemaal zo snel mogelijk doorgestroomd naar de reguliere opvangvoorzieningen.
In antwoord op vraag 2 merk ik op dat we voor dakloze kwetsbare EU-migranten in 2023 binnen het landelijke plan van aanpak voldoende geld hebben om ook vanaf 1 november 2023 wederom 20
plekken te openen. Voor 2024 dienen de gesprekken met het ministerie van VWS tot resultaten te leiden om in 2024 de winteropvang door te kunnen zetten. We onderzoeken nog of dat in een
afgeslankte vorm tussen 1 april en 1 november moet worden voorgezet. We hebben dus echt nog de gesprekken met het Rijk te voeren. Voor rechthebbende mensen die dakloos zijn, zijn de reguliere
opvangvoorzieningen beschikbaar. We zien dat de druk op de reguliere opvangvoorziening hoog is. Wij zetten vooral in op het realiseren van huisvesting, net als de raad en daarmee doorstroming uit
Vragenuur van 30 maart 2023
9
de opvang. Dat is de echt duurzame oplossing. Wij verwachten dat de huidige middelen in
combinatie met de toenemende druk niet toereikend zullen zijn om iedereen op te kunnen vangen met behoud van de huidige kwaliteit van de opvang en begeleiding. Wij zullen, zoals beloofd, de
raad ook voor de meivakantie meerdere scenario's doen toekomen, zodat hij ook zicht heeft op de oplossingen voor de komende tijd en wat die kosten.
In antwoord op vraag 3 over de lobby. De winteropvang is permanent van 1 november tot 1 april en
bij de Koudweerregeling is er sprake van het steeds opnieuw afroepen van de Koudweerregeling. Wij zijn als GV-4 steden in constructief gesprek met het ministerie van VWS om het plan van aanpak voor kwetsbare dakloze EU-migranten structureel te maken tot 2024 en daarna. Die gesprekken
lopen nog en als de uitkomst bekend is, zullen we die delen. Voor ongedocumenteerden lopen op dit moment de onderhandelingen met de LVV. Het huidige budget voor de LVV biedt helaas geen ruimte voor winteropvang voor ongedocumenteerden voor hierna. Of het structurele budget voor LVV
ruimer zal zijn, is op dit moment onderdeel van de onderhandelingen. Voor rechthebbende mensen die dakloos zijn, zijn de reguliere opvangvoorzieningen bedoeld. Hier kunnen zij het hele jaar terecht. En ja, we voeren absoluut de lobby met de G4 om te kijken of wij hier een ruimere financiering voor kunnen krijgen dan wij op dit moment hebben.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks): Ja, dit klinkt heel goed. Het verhaal van de winteropvang is
eigenlijk een succesverhaal, omdat mensen weer doorgeplaatst worden waardoor uiteindelijk veel
kosten worden bespaard. Wordt dat ook meegenomen in dat verhaal naar het Rijk om te laten zien waarom het zo belangrijk is om op de juiste dingen aan de voorkant in te zetten, zodat je erger voorkomt?
Mevrouw Streefland (wethouder): Dank! Ik denk dat het heel belangrijk is als onderdeel van de
evaluatie. Onze partners van de winteropvang zeggen ook dat dit heel erg helpt, omdat je de mensen eerder ziet. Het gaat om mensen die heel kwetsbaar zijn, maar zij worden geleid naar perspectief.
Soms is dat terug naar huis en soms is dat ook een andere plek hier in de stad of elders. Daarmee
hoop ik ook te kunnen laten zien dat een andere soort opvang misschien wel effectiever is dan nietopvangen of op straat te zijn. We nemen dus ook de scenario's mee, wat het betekent als we het volgend jaar weer willen. Dat komt voor de meivakantie.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Voorzitter. Het was heel veel informatie, dus dank daarvoor. Het is ook heel kwetsbaar, omdat de financiering voor verschillende groepen lang niet zeker is, niet dit jaar en niet volgend jaar. Zoals GroenLinks zojuist al zei, zijn de resultaten toch succesvol gebleken. Het is de vraag of we, los van de scenario’s die zijn toegezegd, ook de evaluatie van de winteropvang kunnen krijgen, zodat we die ook mee kunnen wegen in onze afwegingen.
Mevrouw Streefland (wethouder): Ja, het wordt een combinatie van inderdaad allereerst de evaluatie – wat heeft het ons geleerd – alsook wat het betekent en welke scenario’s wij daarvoor hebben.
6. Vragen van de fracties van D66, PvdA, Volt, DENK, VVD, CDA, GroenLinks, PvdD, Student & Starter en Stadsbelang Utrecht over Zoveel mogelijk kinderen een gezonde maaltijd op school.
De heer Bakker (D66): Voorzitter! De vragen waren eigenlijk van mijn fractiegenoot Berdien van der Wilt, maar ik neem dat even waar want zij is helaas verhinderd.
Vragenuur van 30 maart 2023
10
In december ontving de raad een brief over de plannen rondom de gezonde school, inclusief
uitwerking van de ambities vanuit het coalitieakkoord op de invoering van de schoollunch. Landelijk
werd er op dat moment gewerkt aan een regeling om daarnaast op de korte termijn scholen met veel gezinnen met een laag inkomen, te ondersteunen in het aanbieden van gratis schoolmaaltijden.
Eind december stelden daarom meerdere fracties mondelinge vragen over deze regeling en hoe wij
hier in Utrecht ook goed op konden aansluiten juist om vanuit het principe van ongelijk investeren in gelijke kansen, extra scholen te kunnen helpen met veel kinderen uit gezinnen met een laag
inkomen. De reactie van het college was destijds dat de gemeente de ontwikkelingen volgt en dat het de inzet is om in Utrecht zoveel mogelijk gebruik te maken van de mogelijkheden die deze regeling biedt om extra kinderen en scholen te bereiken. Deze week volgde het bericht dat de regeling
inmiddels klaar staat en er zowel de mogelijkheid komt voor scholen om schoolmaaltijden zelf te verzorgen, als ook om ouders te voorzien van een bon voor het aanschaffen van extra boodschappen. De fracties hebben daarover de volgende vragen.
1. Klopt het dat deze regeling moet worden aangevraagd door scholen zelf, en de gemeente zelf geen extra middelen krijgt voor het mogelijk maken van maaltijden op school?
2. Is het college met ons van mening dat het belangrijk is dat deze mogelijkheid bekend wordt bij
alle Utrechtse scholen, maar met name die scholen waar het voor de leerlingen het hardst nodig is? Hoe zet het college hierop in?
3. Ziet het college mogelijkheden om deze extra middelen te benutten om bestaande initiatieven op Utrechtse scholen in het kader van de gezonde schoollunch/ontbijt te versterken en op meer scholen beschikbaar te maken, zodat het de huidige Utrechtse aanpak versterkt en uitbreidt?
4. Heeft het college ook contact met het ministerie om voor de lange termijn te zoeken naar structurele (financiële) oplossingen die het mogelijk maken dat de gezonde schoollunch uiteindelijk voor ieder kind beschikbaar wordt? Zo ja, hoe lopen deze gesprekken?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter! Dank u wel en ook dank aan de raad voor deze vragen. Ik beantwoord de vragen namens collega Eerenberg.
Het antwoord op vraag 1 is ja, dat klopt. De regeling is inderdaad zo ingericht.
Het antwoord op vraag 2 is dat wij dat zeker belangrijk vinden. Het Jeugdeducatiefonds is een van de uitvoerende partijen van de regeling. Het Jeugdeducatiefonds heeft al reguliere contacten met 17
basisscholen in Utrecht. Dit zijn de scholen met leerlingen die dit het hardst nodig hebben. Volgens de Regeling schoolmaaltijden komen scholen die al gebruik maken van het Jeugdeducatiefonds
automatisch ook in aanmerking. Andere, niet-Jeugdeducatiefondsscholen kunnen gebruik maken als minimaal 30% van hun schoolpopulatie uit gezinnen komt met een laag inkomen. Scholen hebben
hiervoor inzicht in de gegevens die het CBS op schoolniveau verzamelt. Deze gegevens hebben wij als gemeente ook niet. Daarnaast hebben we de mogelijkheid om schoolmaaltijden aan te vragen. Dat is vandaag ook onder de aandacht gebracht in het overleg met de primair-onderwijsscholen.
Het antwoord op vraag 3 is dat het Rijk de insteek heeft om incidenteel en gericht ervoor te zorgen dat kinderen met een gevulde maag in de schoolbanken zitten. Dat is echt de richting van die
rijksregeling. Onze Utrechtse aanpak is gericht op een bredere aanpak van de gezonde schoollunch
in combinatie met bewegen, educatie en ook de ouderbetrokkenheid. We benutten onze gesprekken
met de scholen om te bevorderen dat scholen de rijksregeling uitvoeren met gezonde voeding en we proberen onze Utrechtse aanpak waar mogelijk te laten aansluiten op deze regeling, zodat we nog meer effect hebben.
Het antwoord op vraag 4 is dat we graag willen dat ieder kind de mogelijkheid heeft om een gezond ontbijt en lunch te kunnen nuttigen. Schoolmaaltijden zijn natuurlijk een hele mooie pleister, maar
Vragenuur van 30 maart 2023
11
de structurele oplossing zit in het werken aan bestaanszekerheid, zodat dit soort regelingen niet
meer nodig is. Daarnaast lopen er reguliere gesprekken met het ministerie van OCenW over gelijke
kansen, waarbij schoolmaaltijden ook onderwerp van gesprek zijn. Deze gesprekken zijn tot nu toe
oriënterend van aard geweest en het ministerie heeft los van deze gesprekken de keuze gemaakt om schoolmaaltijden uit te laten voeren door het Jeugdeducatiefonds en het Rode Kruis. Deze keuze is vooral ingegeven om de scholen dus niet extra te belasten met nog een andere vorm.
De heer Stam (Volt): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de antwoorden. Als het geld voor deze regeling nu vanuit het Rijk direct naar de scholen gaat, welke invloed heeft dat dan op de manier
waarop we de lunches graag zouden willen vormgeven? In de brief van december staat bijvoorbeeld
ook dat we graag willen dat het maaltijden vegetarisch zijn. Kunnen we daar dan nu nog iets mee of is dat nu volledig aan de scholen zelf?
Mevrouw Oosters (wethouder): Ja, ik weet niet exact hoeveel invloed we daarop hebben, maar het is natuurlijk niet voor niets dat het Rijk die regeling zo heeft ingericht dat het de scholen zo min mogelijk moeite kost. De exacte voorwaarden die het Rijk aan de regeling verbindt, of het
Jeugdeducatiefonds of het Rode Kruis, heb ik niet paraat. Dat zou ik in een aparte update kunnen nazenden.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Voorzitter. Ik hoor dat we hier in Utrecht op vooral structurele
verbetering inzetten en dat dit landelijk nu even incidenteel is gebeurd. Lokaal probeer je de regeling natuurlijk zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten. De scholen die dat geld nu krijgen, zijn
meestal ook de scholen die wij vanuit de gemeente financieren. Ik zie een kans dat er wat overblijft en ik vraag mij af of daarmee kan worden toegezegd dat we lokaal meer scholen gaan helpen die landelijk misschien net buiten de boot vallen.
Mevrouw Oosters (wethouder): Zoals ik inderdaad in de antwoorden aangaf, zien wij ook een
mogelijkheid dat die twee regelingen elkaar kunnen versterken, ook al is de ene incidenteel. Wat wel meespeelt, is dat onze regeling echt breder is, dus met beweging, met educatie en dus ook echt een andere aanpak kent dan de incidentele, die er alleen is om de magen te vullen. Maar ik kan in
dezelfde update meenemen of we een combinatie zien om de lokale regeling uit te breiden naar meer scholen.
Mevrouw Sasbrink (PvdD): Mijn vraag ligt een beetje in het verlengde van de vraag van Volt. Het is fijn dat het college ons überhaupt nog een update geeft van de invulling van de regeling en ook
eerder al bij schoolbesturen de aandacht vroeg voor het kiezen van die gezonde voeding. Kan het
college niet alleen kiezen voor vegetarisch maar ook voor duurzaam en plantaardig en dat onder de aandacht brengen bij schoolbesturen? We gaan er misschien niet over, maar we kunnen het wel onder de aandacht brengen. Kan dat ook worden meegenomen in de update?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Wij zien natuurlijk de waarde in van goed vegetarisch eten en het kijken hoe dat op een zo duurzaam mogelijke manier kan, dus wij zullen daar nog een reflectie op geven.
De heer Sungur (DENK): Kan de wethouder ook meenemen dat halal ook eventueel als mogelijkheid wordt meegenomen?
Vragenuur van 30 maart 2023
12
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter. Als het vegetarisch is, dan zou dat niet meer hoeven, maar we zullen daar ook op reflecteren.
De heer Bakker (D66): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de beantwoording. Het is fijn dat
wethouder Oosters heeft waargenomen. Wij hadden nog een vraag. Worden wij – en zo niet, is de
wethouder daartoe dan bereid – ook op de hoogte gehouden van de scholen die zo’n aanvraag gaan doen en er ook gebruik van maken, zodat de raad daar inderdaad meer zicht op krijgt?
Mevrouw Oosters (wethouder): Ja, ik zal bij mijn collega nagaan of deze informatie kan worden
opgenomen in de brief naar de raad die later in het jaar op de planning staat. Ik kan me voorstellen
dat de raad dat graag inzichtelijk krijgt. Ik denk dat er überhaupt aan het einde van het jaar nog een update over de regelingen komt en daar zal dit goed in passen. 7. Vragen van de fractie van DENK over Iftar organiseren. De heer Usta (DENK): Voorzitter. Zoals velen op de hoogte zijn, is de heilige maand Ramadan voor de moslims enige tijd geleden van start gegaan. Onder de moslims leeft de positieve sfeer enorm in
deze maand. Ook zien we dat niet-moslims vaak empathie hebben en zelfs mee willen vasten om het gevoel te ervaren. Buiten het feit dat spiritualiteit hoog in het vaandel staat, wordt er ook vooral veel commitment ervaren binnen deze maand. De moslims streven naar een gezamenlijk doel. Een
onderdeel van de ramadan is het vasten. De moslims eten pas na zonsondergang, en de maaltijd waarmee het vasten wordt verbroken, wordt de iftar genoemd. Het doel van het vasten is onder
andere het tonen van verbondenheid met mensen die weinig tot niets te eten hebben. Eerder hebben onder andere de gemeentes Amersfoort, Amsterdam en Huizen een iftar georganiseerd. Met inachtneming hiervan heeft DENK de volgende vragen.
1. Is het college het met ons eens dat het organiseren van een iftar een goede kans is om de
verbinding onder de Utrechters te versterken en zal zorgen voor waardering vanuit de moslims.
2. Is het college bereid om een iftar te organiseren binnen de huidige Ramadanperiode waarvoor iedereen, ook de niet-moslims, uitgenodigd wordt?
Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. In antwoord op de eerste vraag merk ik op dat iftars
inderdaad verbindend zijn en een mooie gelegenheid voor Utrecht vormen om samen te komen, de
maaltijd te delen en meer te leren over elkaars cultuur en geloof. Ze bieden een kans om diversiteit binnen onze stad te vieren en begrip en respect voor elkaars verschillen te bevorderen.
Het antwoord op de tweede vraag luidt dat wij vanuit onze rol als werkgever intern een iftar voor
onze medewerkers organiseren. We vinden het ook belangrijk om deel te nemen aan de vele iftars binnen Utrecht en daarom schuiven gedurende de maand Ramadan meer bestuurders aan bij de
verschillende iftars in de stad. Ik vind het echter ook weer niet onze rol als gemeente om religieuze activiteiten en feesten voor de stad te organiseren. Als overheid zijn we een areligieuze organisatie
en dus ook neutraal op dit gebied. Dat wil echter niet zeggen dat wij dat niet faciliteren als er allerlei vragen komen uit de stad om te helpen bij religieuze activiteiten om die ook daadwerkelijk te laten
doorgaan. We zien uiteraard de absolute waarde van samenkomen in de stad en daarom stimuleren we juist initiatieven van inwoners, verenigingen, kerken en moskeeën om zelf activiteiten te
organiseren. We ondersteunen alle mooie verschillende religieuze activiteiten gedurende het jaar,
Vragenuur van 30 maart 2023
13
zoals inderdaad iftars, maar ook paasvieringen, de kerstlichtjestocht, Divali om er zo maar eens een paar te noemen.
De heer Usta (DENK): Ik hoor de wethouder zeggen dat intern een iftar wordt georganiseerd. Kan zij vertellen wanneer dat is?
Mevrouw Streefland (wethouder): Dan moet ik even naar een andere lijst, want ik had een hele lijst gekregen van allerlei iftars. Dat is op 13 april.
8. Vragen van de fracties van CDA, Student & Starter, ChristenUnie, GroenLinks en Volt over Goud uit de Gortsteeg.
De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter! Dit jaar is de gemeente begonnen met de vervanging van
leidingwerk in de Haverstraat. In de Haverstraat, in de 14de eeuw de Gortsteeg genaamd, ligt een
belangrijk deel van de geschiedenis van Utrecht. De huizen werden hier in de 7de eeuw verplaatst naar de plek waar ze nu staan. De onderliggende middeleeuwse kelders bleven echter, om
begrijpelijke redenen, onaangeroerd. Nu het leidingwerk wordt vervangen, roept de CDA-fractie het college op het nuttige met het erfgoed en de geschiedenis van Utrecht te verenigen. De vervanging van het leidingwerk biedt een unieke kans om Utrechts erfgoed zichtbaar te maken en het verhaal van de geschiedenis van de stad te vertellen. Genoemde fracties hebben de volgende vragen.
1. Is het college bereid de vervanging van het leidingwerk in de Haverstraat te benutten als museale opgraving?
2. Zo ja, op welke manier zal het college de periode waarin de Haverstraat openligt, gebruiken om de unieke geschiedenis van Haverstraat en Gortsteeg te vertellen? Kunnen bijvoorbeeld bordjes worden geplaatst die hier aandacht aan besteden?
3. Is het college bereid om hierover contact te zoeken met de relevante organisaties in de stad,
zodanig dat met deze museale opgraving extra aandacht wordt gegenereerd voor het Utrechts erfgoed en de geschiedenis van de stad?
4. Ziet het college mogelijkheden om de middeleeuwse kelders onder de Haverstraat nog beter
zichtbaar te maken tijdens en na de graafwerkzaamheden en daarbij gebruik te maken van de technische kennis van de afdeling Erfgoed om zo ook het ambacht te versterken?
Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. Voordat ik op de eerste vraag inga, is het misschien
even goed om te melden dat ENECO en Netbeheer Warmtenet als initiatiefnemer en opdrachtgever van dit project optreden, waarin wij als gemeente waterbedrijf Vitens, Stedin en ook de
keldereigenaren in participeren. Het antwoord op de vraag is dat wanneer een archeologische vondst
wordt gedaan, daar publiciteit aan wordt gegeven. Ook zijn de uitvoerende partijen bereid hierop een toelichting te geven in het projectgebied. Het werfgebied is achter een open hekwerkstructuur zichtbaar voor het publiek en dat is nu ook het geval.
In antwoord op de tweede vraag kan ik melden dat er nu bouwdoeken met informatie hangen. Daarnaast wordt er gewerkt aan een tweede deel van de documentaire over het werfgebied in
samenwerking met RTV Utrecht. Wij zijn verder zeer bereid om deze informatie te laten uitbreiden om de unieke geschiedenis van de Haverstraat en de Gortsteeg te vertellen aan het langslopende publiek. Ik denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van QR-codes. Dus op beide vragen kan ik een positief antwoord geven.
Vragenuur van 30 maart 2023
14
In antwoord op vraag 3 merk ik op dat wij uiteraard de relevante organisaties in de stad willen
betrekken bij eventuele vondsten. Als de raad nog aan een partij extra denkt of aan een partij in het bijzonder, dan horen wij dat graag.
In antwoord op vraag 4 merk ik wat betreft de mogelijkheden op dat de kelders particulier eigendom zijn en na het afronden van de werkzaamheden niet meer publiekelijk toegankelijk zijn. Bij het opengraven van kelders kijken we welke mogelijkheden er zijn om het verhaal van het unieke
erfgoed te vertellen aan een breder publiek. Op dit moment zijn de kelders goed zichtbaar voor het
publiek vanaf de loopbruggen. Verder zijn we bezig met de organisatie van een Dag van de bouw bij Magazijn De Zon om extra aandacht te geven aan de werkzaamheden aan werfkelders en het unieke vakmanschap. De ontgraving van de kelders op de Kruisstraat, Haverstraat en de Oude Gracht is nu op maximale diepte. De staat en ligging van de kelders wordt gedocumenteerd, onder andere met dronefoto’s van bovenaf. Verder worden alle betreedbare ruimtes aan de binnenkant driedimensionaal gescand.
De heer Maas (Volt): Voorzitter. Ik heb daar gewoond en was in het bezit van zo’n prachtige kelder.
Ik ben heel erg benieuwd of de wethouder mogelijkheden ziet dat ook in samenspraak met bewoners te bekijken wat daarmee na afloop van de werkzaamheden kan gebeuren.
Mevrouw Streefland (wethouder): Ik neem aan dat de vragensteller bedoelt wat we nog openlijk
zouden kunnen doen om te laten zien wat er heeft plaatsgevonden. Er is een goed contact met de eigenaren en ik kan me voorstellen dat we zeker zullen onderzoeken in hoeverre dat op de een of andere manier toegankelijk of voor een keer zichtbaar kan worden gemaakt, ook al is het van
individuele keldereigenaren. Dat moeten we echt even uitzoeken, want we gaan er natuurlijk niet over.
De heer Van Steeg (CDA): Volgens mij duren deze werkzaamheden nog vrij lang. Ze gaan de hele Haverstraat door en ik hoop dat het wordt benut om dat verder te brengen. In het vervolg op de
vraag van de heer Maas wil ik graag weten of er mogelijkheden zijn om het zichtbaar te maken vanaf de straat als dit voorbij is. Dat gebeurt ook in Trier. Via glaswerk is er te zien wat eronder is. Daarmee maak je het verhaal ook levendiger. Zie de wethouder daar mogelijkheden toe?
Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter. Ik denk dat dat voor deze plek een heel dure grap is en
voor nu ook onmogelijk is. Op den duur gaat de straat ook gewoon weer dicht. Verderop zijn er geen kelders, want daar is het woongedeelte. Het gaat dus echt over het andere deel. De onderliggende vraag is wel hoe we andere herstelwerkzaamheden van dit unieke werfgebied openbaar kunnen
maken, zodat mensen dat ook daadwerkelijk kunnen zien. Dit zijn niet de eerste kelders en het
zullen ook niet de laatste zijn die we gaan herstellen. Maar volgens mij is dat de vraag en hebben we die uit te zoeken.
De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik dank ook Iedereen die hier aanwezig was op dit vragenuur. Eet smakelijk en we zien elkaar bij het volgende vragenuur volgende week donderdag. Fijne avond! De voorzitter sluit daarop, te 17.53 uur, het vragenuur.
Vragenuur van 30 maart 2023
15
Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 30 maart 2023.
Vragen van de fracties PvdA, PvdD, D66, Student & Starter, Groenlinks en Volt Wethouder Streefland •
Zal de raad in het tweede kwartaal van 2023 het uitgewerkte plan van aanpak 23 voor kwetsbare EU-arbeidsmigranten toesturen.
Vragen van de fracties van GroenLinks en CDA over Sterkere inzet circulaire economie. Wethouder Schilderman
•
verwacht de raad in het tweede kwartaal uitgebreider te informeren over de stand van zaken wat betreft upcyclen in het kader van de circulaire economie.
Vragen van de fracties van BIJ1, PvdD, PvdA, GroenLinks, Student & Starter en Volt over Inclusieve eed.
Wethouder Streefland •
neemt contact op met de gemeenteraad van Tilburg over het verzoek van de Tilburgse
burgemeester tot aanpassing van de ambtseed met andere religies en zal de raad daarover uiterlijk in het derde kwartaal over informeren.
Vragen van de fracties van D66, PvdA, Volt, DENK, VVD, CDA, GroenLinks, PvdD, Student & Starter en Stadsbelang Utrecht over Zoveel mogelijk kinderen een gezonde maaltijd op school. Wethouder Oosters •
zal in een update ingaan op de vraag of de schoolmaaltijden van de Rijksregeling vegetarisch zijn, zal ingaan op de kansen om met deze incidentele landelijke regeling de lokale regeling uit te breiden tot meer scholen en zal de waarde van duurzaam, plantaardig en vegetarisch
en ook halal eten bij de schoolbesturen onder de aandacht brengen en daarop in de update reflecteren.