CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20230316 Rekenkamerbrief_Sturing_op_bestemmingsreserves

Adviescommissie Controle en Financiën 11 mei 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Rekenkamerbrief Sturing op bestemmingsreserves3.351 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad en het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Utrecht

Behandeld door

Vince van Houten

Datum

16 maart 2023

Doorkiesnummer

030 – 286 1391

Ons kenmerk

10880980

E-mail

vince.van.houten@utrecht.nl

Onderwerp

Sturing op bestemmingsreserves

Bijlagen

Geachte leden van de raad en het college, Het budgetrecht is een van de oudste en belangrijkste rechten van de volksvertegenwoordiging. De gemeenteraad oefent zijn budgetrecht uit door de begroting vast te stellen. Hiermee machtigt de raad het college uitgaven te doen. Binnen de gemeente loopt op dit moment het traject “Begroting van de toekomst”, gericht op verbetering van de cyclus van sturen en verantwoorden. Het gaat er daarbij om het college en de organisatie beter in staat te stellen om te sturen en te verantwoorden, en de kaderstellende en controlerende rol van de raad te versterken. Ook binnen de Adviescommissie Controle & Financiën wordt over dit thema gesproken. In aansluiting hierop vragen wij aandacht voor de bestemmingsreserves, als onderdeel van de begroting. Bestemmingsreserves vormen namelijk een belangrijk onderdeel van de begroting. Eind 2021 bedroegen deze € 661 miljoen. Ter illustratie: de omvang van de totale begroting voor 2023 bedraagt ruim € 1,7 miljard. Het gaat bij bestemmingsreserves om geld dat de raad voor een specifiek beleidsdoel dat in de toekomst moet worden gerealiseerd – de bestemming – heeft gereserveerd. De gemeenteraad besluit hierover. De Rekenkamer Utrecht heeft een verkenning1 uitgevoerd naar de bestemmingsreserves van de gemeente Utrecht en de wijze waarop de gemeente hierop stuurt.

In deze brief presenteren we de belangrijkste uitkomsten van deze verkenning. We constateren dat het lastig is voor de raad om greep te krijgen op bestemmingsreserves. Dat wordt onder meer veroorzaakt doordat (nut en noodzaak van) veranderingen in deze reserves op een

1

Voor de verkenning zijn P&C documenten onderzocht en gesprekken gevoerd met de concerncontroller, de concernmanager Financiën, Juridische Zaken en Inkoop, de raadsadviseur Financiën, Control en Audit en de externe accountant.

1

manier worden toegelicht die voor de raad vaak niet duidelijk is. Onduidelijk is ook of afspraken over bestemmingsreserves door de ambtelijke organisatie altijd worden nagekomen. Omdat met bestemmingsreserves grote financiële bedragen zijn gemoeid, is het van belang dat de gemeenteraad goed in positie wordt gebracht om hierop te kunnen sturen. Tegelijkertijd kan de gemeenteraad ook zélf actief sturen op bestemmingsreserves. In deze brief geven we daartoe een aantal handvatten. Hieronder gaan we eerst in op het beleid ten aanzien van en de verschillende typen bestemmingsreserves die zijn te onderscheiden. Vervolgens geven we een beeld van de ontwikkeling van deze reserves. Daarna gaan wij in op de bevoegdheden die de raad heeft ten aanzien van bestemmingsreserves. We sluiten onze brief af met aandachtspunten en handvatten voor de raad om meer greep te krijgen op sturing en beheer van de bestemmingsreserves.

RESERVES: TYPEN, BELEID EN ONTWIKKELING Een reserve is een uitgestelde begrotingspost. Dat wil zeggen dat een deel van de beschikbare begrotingsruimte wordt gereserveerd om te dienen als financiële dekking voor toekomstige lasten. Stortingen in reserves zorgen ervoor dat middelen in de toekomst ook daadwerkelijk beschikbaar zijn. De keerzijde daarvan is dat die middelen niet meer beschikbaar zijn voor ander beleid. De begrotingsruimte neemt daardoor dus af. De financiële middelen in een reserve behoren tot het eigen vermogen van de gemeente. Op reserves is het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) – de landelijke regelgeving voor gemeentefinanciën – van toepassing. Het Utrechtse beleid voor reserves is verder uitgewerkt en vastgelegd in de Nota reserves (oktober 2019). De gemeenteraad stelt deze nota vast2. In het BBV worden twee hoofdcategorieën reserves onderscheiden: de algemene reserve en de bestemmingsreserves. De algemene reserve bestaat in Utrecht uit de algemene dekkingsreserve en de algemene risicoreserve. In de algemene dekkingsreserve worden incidentele middelen gereserveerd waarvan de toekomstige bestemming(en) nog niet door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Daarnaast wordt de algemene dekkingsreserve gebruikt voor egalisatie3 tussen de jaren van de meerjarenraming.

In de algemene risicoreserve worden middelen apart gezet om de financiële gevolgen van risico’s op te kunnen vangen. Alle andere reserves zijn bestemmingsreserves, hoewel ze niet altijd zo heten: Utrecht kent onder meer projectenreserves, kapitaallastenreserves en egalisatiereserves (zie bijlage 1 voor een toelichting). Gemeenschappelijk kenmerk van deze reserves is dat ze een specifiek, door de raad vastgesteld (beleids-)doel dienen. Financiële middelen mogen alleen aan de reserve worden onttrokken wanneer deze aan de realisatie van het (beleids-)doel worden besteed. Voor reserves gelden geen wettelijke restricties. De reserves mogen alleen niet negatief zijn. De gemeenteraad heeft daardoor (veel) vrijheid om over de reserves te beschikken en te 2

Gemeente Utrecht (2017). Financiële verordening gemeente Utrecht, art. 11. Jaarlijks wordt het rekeningresultaat in de algemene dekkingsreserve gestort, waarna het als ‘nog te besteden resultaat’ opnieuw beschikbaar komt bij de eerstvolgende Voorjaarsnota. 3

2

besluiten. Daarom richten we ons in deze verkenning op bestemmingsreserves. Naast reserves kent de begroting ook nog voorzieningen. Hieraan zijn allerlei wettelijke bepalingen en restricties verbonden4. Een voorziening is alleen toegestaan voor specifieke uitgaven in de toekomst die onvermijdelijk zijn. Ze hebben een verplicht karakter: de gemeente kan niet meer vrij over de middelen in de voorzieningen beschikken. De voorzieningen zijn daarom buiten deze verkenning gelaten. Bestemmingsreserves nemen gemiddeld in omvang toe Figuur 1 laat sinds 2015 1) de ontwikkeling van de totale omvang van de Utrechtse bestemmingsreserves, en 2) de ontwikkeling in het aantal Utrechtse bestemmingsreserves zien. Het totaal van de bestemmingsreserves is in omvang door de jaren heen stabiel gebleven, maar kent een uitschieter in 2021. Dit komt doordat in dat jaar een correctie heeft plaatsgevonden op de grondexploitatie Leidsche Rijn van € 143 miljoen5. Eind 2021 bedroeg het totaal van bestemmingsreserves € 661 miljoen. Het aantal bestemmingsreserves is afgenomen van 84 in 2015 naar 61 in 2021. Dat betekent dat de gemiddelde omvang van de bestemmingsreserves in die periode is toegenomen van € 6,3 miljoen in 2015 naar € 10,8 miljoen in 2021. Figuur 1

Ontwikkeling omvang en aantal bestemmingsreserves.6 100

600

80

500 400

60

300

40

AANTAL

OMVANG (IN MILJOENEN €)

700

200 20

100 0

0 2015

2016

2017

2018 Omvang

2019 Aantal

2020

2021

Gemeenteraad als enige bevoegd om over bestemmingsreserves te besluiten Omdat iedere bestemmingsreserve deel uitmaakt van de begroting is de gemeenteraad als enige bevoegd om daarover te besluiten. Dat moet altijd met een raadsbesluit worden bekrachtigd. De raad kan een reserve instellen, opheffen, verlengen en de bestemming ervan wijzigen. De kaders hierbij zijn vastgelegd in de Nota reserves. Het moment waarop de gemeenteraad besluit om een bestemmingsreserve in te stellen valt in de regel samen met de besluitvorming over de voorjaarsnota, de programmabegroting, één van de

4

Zie Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Gemeente Utrecht (2022). Raadsbrief Meerjarige analyse gemeentelijke begroting en realisatie. 6 Rekenkamer Utrecht (2023) op basis van de Jaarstukken 2015 t/m 2021. 5

3

bestuursrapportages of de resultaatbestemming bij de jaarrekening. Ook kan via een zelfstandig raadsbesluit een reserve worden ingesteld. De gemeenteraad is als enige bevoegd om te besluiten over stortingen in en onttrekkingen aan reserves (mutaties). Mutaties worden per bestemmingsreserve begroot en toegelicht in de programmabegroting. Begrote mutaties in reserves kunnen gedurende het lopende jaar nog worden aangepast. Deze wijzigingen leiden tot een (tussentijdse) begrotingswijziging. Het moment waarop de gemeenteraad over mutaties besluit valt doorgaans samen met de eerdergenoemde momenten uit de P&C-cyclus. De gemeenteraad neemt in ieder geval besluiten over mutaties in de bestemmingsreserves 1) bij de programmabegroting over de begrote mutaties, en 2) bij de jaarstukken. Ieder programma heeft aan het eind van het jaar een financieel resultaat. Gelijktijdig met de jaarstukken volgt per resultaat een voorstel over dekking (bij een nadelig resultaat) of besteding (bij een voordelig resultaat). Dit houdt meestal in: onttrekkingen aan of stortingen in een bestemmingsreserve. De raad besluit over deze voorstellen. Een bestemmingsreserve dient in de regel7 een einddatum te kennen (de opheffingsdatum). Het moment waarop de raad besluit over de opheffing dan wel verlenging van een reserve valt samen met het besluit over de bestemming van het jaarresultaat.

De middelen in een bestemmingsreserve die gedurende vier opeenvolgende jaren niet is gebruikt (dus waarbij geen stortingen in of onttrekkingen aan de reserve hebben plaatsgevonden) moeten volgens de Nota reserves automatisch vrijvallen. De reserves moeten mede daarom ieder jaar kritisch worden beoordeeld op toereikendheid, nut en noodzaak. Dat zou bij de jaarafsluiting moeten gebeuren8. Een totaaloverzicht van alle reserves en de begrote en daadwerkelijke mutaties daarop wordt twee keer per jaar opgenomen in de programmabegroting en bij de jaarstukken. In het onderdeel ‘Toelichting reserves’ wordt per programma elke individuele reserve toegelicht. Het gaat dan om de aard, het doel, de begin- en eindstand en een specificatie van het verloop van de reserve.

STURING DOOR DE GEMEENTERAAD Op basis van onze verkenning stellen we in de eerste plaats vast dat toelichtingen op mutaties in bestemmingsreserves vaak sterk financieel-technisch zijn geformuleerd. Nut en noodzaak van deze mutaties zijn daarmee voor de gemeenteraad vaak niet helder en niet goed navolgbaar. Daarnaast stellen we vast dat onduidelijk is of bestaande voorschriften en 7

De looptijd van een reservering in kapitaallastenreserve is gekoppeld aan de afschrijvingstermijn van de desbetreffende investering. Wanneer de investering aan het eind van haar levensduur volledig is afgeschreven, dan is ook de kapitaallastenreserve opgebruikt en deze houdt dan op te bestaan. 8 Vóór het opstellen van de jaarstukken worden de financiële resultaten bepaald en de afwijkingen ten opzichte van de begroting geanalyseerd en verklaard. Op dat moment moeten de reserves worden beoordeeld aan de hand van de kaders en criteria uit de Nota reserves (2019) en de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen (2019).

4

afspraken over (de omgang met) bestemmingsreserves altijd worden nageleefd. Daardoor wordt de gemeenteraad niet optimaal in positie gebracht om over bestemmingsreserves te kunnen besluiten. Deze twee constateringen lichten we hieronder toe. Constatering 1: Toelichtingen op mutaties moeilijk navolgbaar We gaven hiervoor aan dat bij een mutatie op een reserve moet worden toegelicht hoe en waarom een (begrote) onttrekking aan of storting in die reserve noodzakelijk is. Deze toelichtingen zijn erg financieel-technisch geformuleerd. Ze zijn voor de gemeenteraad daardoor vaak niet goed navolgbaar. Een voorbeeld daarvan is een deel van de toelichting op het begrote verloop in 2022 van de reserve ‘Stadskantoor’ van programma Utrechts Vastgoed. In de programmabegroting 2022 valt het volgende te lezen: “De jaarlijkse dotatie bestaat uit prijscompensatie van 1,5% over de kapitaallasten van zowel gebouw, grond als gebruiksinvesteringen van het Stadskantoor. (…) In totaal wordt in 2022 1,284 miljoen euro toegevoegd aan de reserve. De werkelijke onderhoudskosten voor het Stadskantoor [worden, RKU] in de loop van het jaar bepaald op basis van het MJOP en onttrokken aan de reserve.”9 Daarnaast is in geval van overbesteding (daadwerkelijke uitgaven overstijgen de begrote uitgaven) de toelichting vooral gericht op het ‘wat’ (er is een overschrijding) maar niet op het ‘waarom’ (hoe komt dat?).

Een voorbeeld daarvan is te vinden in de toelichting op het verloop van diezelfde reserve, ‘Stadskantoor’: “(…) De werkelijke onderhoudskosten voor het Stadskantoor worden bepaald op basis van het MJOP en onttrokken aan de reserve. In 2021 is hiervoor 0,179 miljoen euro begroot en onttrokken. Echter de werkelijke onderhoudskosten waren in 2021 0,652 miljoen euro. Dit is 0,455 miljoen euro meer dan begroot. De extra gemaakte kosten zullen door middel van een bestedings- en dekkingsvoorstel nog aan de reserve onttrokken worden”.10 De feitelijke overschrijding wordt weliswaar benoemd, maar in de toelichting wordt voor raadsleden niet inzichtelijk gemaakt waarom deze heeft plaatsgevonden. Dat terwijl de gemeenteraad vervolgens wel wordt gevraagd om het tekort te dekken door middelen aan de reserve te onttrekken. Een vergelijkbaar voorbeeld biedt de bestemmingsreserve Energieneutraal Kernvastgoed. Deze is in 2018 ingesteld om de extra kosten die gemoeid gaan met het energieneutraal maken van gemeentelijke gebouwen te kunnen afdekken11. We hebben eerder vastgesteld dat tot 2022 twee gebouwen daadwerkelijk zijn verduurzaamd12. De additionele kosten hiervan zouden zichtbaar moeten zijn in onttrekkingen aan de bestemmingsreserve. De enige onttrekking die we hebben kunnen vaststellen wordt benoemd in de Jaarstukken 2020.

Daar wordt aangegeven dat er sprake is van “(…) 0,219 miljoen euro hogere lasten dan begroot door kosten in het kader van de versnellingsopgave energieneutraal kernvastgoed. Bij de bestedings- en dekkingsvoorstellen stellen wij voor dit te bedrag uit de reserve Energieneutraal 9

Gemeente Utrecht (2021). Programmabegroting 2022, p. 479. Gemeente Utrecht (2022). Jaarstukken 2021, p. 591. 11 Gemeente Utrecht (2018). Coalitieakkoord Ruimte voor Iedereen, p. 48. 12 Rekenkamer Utrecht (2022). Onbegonnen werk. Onderzoek naar de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed in Utrecht. 10

5

Kernvastgoed te onttrekken”.13 Waardoor deze kosten worden veroorzaakt, wordt nergens toegelicht. Bovenstaande voorbeelden illustreren dat het de raad ontbreekt aan goed navolgbare en volledige informatie om een onderbouwde afweging te maken over voorgestelde (begrote) mutaties. Vertegenwoordigers van de ambtelijke organisatie herkennen het punt dat toelichtingen op mutaties vaak erg financieel-technisch worden geformuleerd. Er worden dan ook sessies gehouden met de mensen (met name de beleidsinhoudelijke werknemers) die binnen de programma’s verantwoordelijk zijn voor de toelichtingen met het doel om dit in de toekomst te verbeteren. Wij vinden het belangrijk dat ook de gemeenteraad hier aandacht voor heeft, om ervoor te zorgen dat deze inspanningen daadwerkelijk leiden tot zichtbare verbetering. Constatering 2: Onzeker of voorschriften en afspraken altijd worden nageleefd Alle reserves moeten volgens de Nota reserves jaarlijks worden beoordeeld op toereikendheid, nut en noodzaak. Bij het instellen van reserves worden ook andere, specifieke afspraken gemaakt. Op basis van gevoerde gesprekken concluderen we dat het onduidelijk is of deze afspraken altijd worden nageleefd. Binnen de ambtelijke organisatie geeft men bijvoorbeeld aan dat reserves vrijwel nooit vrijvallen omdat ze vier jaar lang ‘stilstaan’ – wat wel de afspraak is.

Men is er niet zeker van of dat komt doordat reserves inderdaad zelden vier jaar stilstaan óf omdat er vanuit de organisatie onvoldoende op de afspraken wordt getoetst. Uit onze verkenning blijkt dat de bestemmingsreserve ‘Toeristische stadspromotie’ (saldo € 286.000) van 2018 tot en met 2021 niet is gemuteerd14. De middelen in deze reserve zijn echter niet vrijgevallen. Er zijn dus bestemmingsreserves waarvan de financiële middelen volgens de geldende regels zouden moeten vrijvallen. De gemeenteraad kan deze middelen aanwenden voor de realisatie van andere beleidsdoelen. Daarvoor moet de raad allereerst beschikken over informatie of de afspraken over bestemmingsreserves worden nagekomen. Handvatten voor de gemeenteraad De gemeenteraad kan zélf ook actief op bestemmingsreserves sturen. Daartoe geven wij een aantal handvatten mee: ▪ Let vooral op de (begrote) ontwikkeling van een bestemmingsreserve. Reserves die alsmaar ongewijzigd blijven of juist steeds blijven toenemen (met uitzondering van egalisatie- en risicoreserves) kunnen financiële middelen bevatten die (uiteindelijk) niet worden gebruikt. Deze middelen kunnen ook voor een ander beleidsdoel of uitvoeringsproject worden ingezet; 13 14

Gemeente Utrecht (2021). Jaarstukken 2020, p. 327. Op basis van de Jaarstukken 2018 t/m 2021 van de gemeente Utrecht.

6

▪

▪

Hetzelfde geldt voor reserves waarvan de daadwerkelijke mutaties (jaarstukken) regelmatig hoger zijn dan de begrote mutaties (programmabegroting). Dat kan erop duiden dat het de ambtelijke organisatie niet lukt om alle gestelde doelen binnen de budgettaire kaders te realiseren. Dat kan voor de raad een aanleiding zijn om met het college over deze doelen in gesprek te gaan en deze eventueel bij te stellen; Raadsleden hebben ook de mogelijkheid om de beleidsdoelstelling en noodzaak van een bestemmingsreserve ter discussie te stellen. Wil de gemeente Utrecht verder werken aan het realiseren van een bepaald beleidsdoel, en/of is een bestemmingsreserve daarvoor nog écht nodig? Zo nee, dan kan de raad kiezen de bestemming van de reserve te wijzigen, of om het geld vrij te laten vallen zodat het aan een ander beleidsdoel kan worden besteed.

TOT SLOT Wij hebben u met deze brief een aantal aandachtspunten willen meegeven die u in staat kunnen stellen meer greep te krijgen op de bestemmingsreserves van de gemeente Utrecht. Ook de rekenkamer blijft het beleid rondom bestemmingsreserves en de uitvoering daarvan actief volgen.

Met vriendelijke groet,

drs. P.W.D. Venhoeven Voorzitter Rekenkamer Utrecht

7

BIJLAGE 1: OVERZICHT BESTEMMINGSRESERVES Zoals we in de hoofdtekst uiteen hebben gezet kent de gemeente Utrecht twee hoofdcategorieën reserves: de algemene reserve en de bestemmingsreserves. Tabel 1 hieronder bevat een overzicht van alle typen bestemmingsreserves die de gemeente Utrecht kent. Eén van die typen heeft (verwarrend genoeg) dezelfde naam (bestemmingsreserve) als de hoofdcategorie waartoe deze behoort. Een bestemmingsreserve in Utrecht kan daarmee dus een type ‘bestemmingsreserve’ zijn of één van de andere vijf typen. In tabel 1 lichten we ook de mate van relatieve vrije ruimte toe per type bestemmingsreserve. In de praktijk wordt vaak onderscheid gemaakt tussen 'vrije' bestemmingsreserves en 'gebonden' bestemmingsreserves. Gebonden reserves zijn weliswaar nog steeds vrij besteedbaar, maar het wijzigen van de bestemming heeft wél directe gevolgen voor de exploitatie. De kapitaallastenreserve, maar ook de egalisatiereserves en risicoreserves zijn hier voorbeelden van.

Tabel 1

Overzicht Utrechtse bestemmingsreserves

Type reserve

Definitie

Eindstand 2021 (totaal)

Mate van relatieve vrije ruimte

Bestemmingsreserve

Wordt ter realisatie van een bepaald (beleids-)doel ingesteld. Financiële middelen die in de reserve worden gestort maken de realisatie van het (beleids)doel mogelijk.

€ 331 miljoen

Voor dit type bestemmingsreserves is het lastig om in generieke zin een uitspraak te doen over de vrije ruimte. Er moet per reserve gekeken worden naar de onderliggende taken en afspraken m.b.t. de middelen. Zo bevat de reserve BW/MO rijksmiddelen voor een wettelijke taak. Bij het meerjarenperspectief onderwijshuisvesting gaat het om de afspraken die zijn gemaakt met de schoolbesturen. Het al dan niet vormen van een reserve is niet aan wettelijke restricties verbonden, maar de afspraken die over de middelen zijn gemaakt kunnen wel een ten opzichte van derden verplichtend karakter hebben.

Egalisatiereserve

Middelen in deze reserve € 25 miljoen worden gebruikt om schommelingen in bepaalde baten of lasten tussen jaren te egaliseren. De vraag naar bijvoorbeeld bouwvergunningen kan van jaar tot jaar sterk verschillen. De egalisatiereserve ‘bouwleges’ egaliseert de schommelingen tussen jaren.

Egalisatiereserves dienen ter egalisatie van schommelingen in baten en/of lasten om te voorkomen dat kostendekkende tarieven grillig fluctueren. Opheffen van deze reserves leidt dus tot een fluctuatie van tarieven of extracomptabele administraties om een goede tariefstelling te kunnen bepalen en te kunnen aantonen dat die hooguit kostendekkend is over de jaren heen.

8

Overige risicoreserve

Binnen een beleidsprogramma mag een risicoreserve worden gevormd ter beheersing van risico’s die opgenomen zijn in het risicomodel conform de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen. Als de verwachte omvang van een risico binnen het programma niet kan worden ingeschat, dan mag een risicoreserve worden gevormd.

€ 17 miljoen

Het opheffen van een risicoreserve leidt ertoe dat het risico moet worden meegewogen bij het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit. Het opheffen van een risicoreserve kan dan leiden tot een mogelijk hogere algemene risicoreserve. In dat geval ontstaat geen extra vrije bestedingsruimte.

Projectenreserve

Een projectenreserve is gekoppeld aan een meerjarig investeringsprogramma. Hierin kunnen financiële middelen worden gereserveerd voor projecten in de toekomst.

€ 5 miljoen

Bestemming hiervan kan over het algemeen worden gewijzigd. Dit heeft uiteraard wel mogelijk gevolgen voor de investeringsprojecten waarvoor de middelen waren gereserveerd.

€ 275 miljoen

De toekomstige kapitaallasten (rente en afschrijving) van reeds gepleegde investeringen zijn onontkoombaar en er is in de door de gemeenteraad vastgestelde systematiek geen sprake van vrije ruimte. In de nota reserves is expliciet bepaald dat het niet mogelijk is om de bestemming van de kapitaallastenreserve te wijzigen of het saldo ervan af te romen zonder de meerjarenbegroting aan te tasten.

Kapitaallastenreserve Dient ter dekking van rente(activareserve) en afschrijvingslasten gedurende de hele levensduur van een gedane investering. Het gaat dan alleen om dekking van dat deel van de kapitaallasten die niet al op een andere manier gedekt zijn (door bijvoorbeeld huuropbrengsten). Een kapitaallastenreserve kan gekoppeld zijn aan slechts één project. De bestemming van de reserve is onveranderlijk: op het moment dat de investering is gedaan zijn de rente- en afschrijvingslasten onontkoombaar.

9

Onderhoudsreserve

Kosten van onderhoud aan gemeentelijke eigendom worden normaal gesproken ten laste van de exploitatie geboekt. De gemeenteraad kan ervoor kiezen om voor specifieke onderhoudskosten een onderhoudsreserve in te stellen. De onderhoudskosten mogen dan ten laste van de reserve worden gebracht.

10

€ 8 miljoen

Het staat de gemeenteraad vrij om een onderhoudsreserve op te heffen of juist verder op te hogen. Opheffen van de onderhoudsreserve betekent wel dat de kosten van dat toekomstig onderhoud waarvoor was gereserveerd ten laste van de exploitatie komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f9ccd484-1b00-41f4-af1d-a11d7cd50b81