CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20230209 vragenuur.docx

Gemeenteraad 6 april 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 2, 9, 16 en 23 februari 20239.299 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2023 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 9 februari 2023 Vragenuur, gehouden op donderdag 9 februari 2023 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard. Aanwezig zijn de leden: Bakker, Dekkers, Van Heuven, Kleinrensink, Koning, Meerding, Ramaker, Van Steeg, Sungur, Talhaoui en Zwinkels.

Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Oosters, Schilderman en De Vries.

Griffier: de heer Corten.

Opening van het vragenuur. De voorzitter: Welkom bij deze vragenuur, mijn naam is Melody Deldjou Fard en ik ben vandaag voorzitter van dit vragenuurtje. Ik heet Iedereen welkom raadsleden, commissieleden, de

wethouders, burgemeester en ik zie veel mensen ook op de publieke tribune die ik van harte welkom heet. We hebben maar liefst tien vragen vandaag en we beginnen met de eerste, gesteld door collega Tess Meerding van VVD.

1. Vragen van de fracties van de VVD, PVV, DENK en CDA over Ernstige overlast in Lombok. Mevrouw Meerding (VVD): Voorzitter. “Stelen, intimideren en zelfs dreigen met steekpartij: Lombok wordt geteisterd door groep overlastplegers”, zo kopte het AD Utrecht op 2 februari. In het artikel wordt beschreven dat ondernemers en bewoners in Lombok aanhoudende overlast ervaren door

onder andere winkeldiefstallen, intimidatie en steekpartijen. Escalatie dreigt continu en bewoners

zijn bang voor extreem heftige geweldsincidenten. Ondernemers namen recent zelf al actie en sinds 2016 is er een gebiedsgerichte aanpak vanuit de gemeente, maar blijkbaar heeft dit alles niet voldoende resultaat.

Dit brengt de fracties van de VVD, PVV, DENK en CDA tot de volgende vragen.

1. Herkent de burgemeester het in het artikel geschetste beeld van de problematiek in Lombok? Ziet zij ook een toename in de overlast en het aantal incidenten ten opzichte van eerdere maanden?

2. Hoe verklaart de burgmeester deze overlast, terwijl er al jaren een gebiedsgerichte aanpak loopt in Lombok?

3. Welke acties kan de gemeente aanvullend nog nemen om de overlast in Lombok tegen te gaan? Is bijvoorbeeld het opleggen van gebiedsverboden hierbij een optie?

Vragenuur van 9 februari 2023

2

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! Hartelijk dank, ook voor de inbreng vanuit VVD en

anderen. De eerste vraag was of ik het beeld herken dat in het artikel wordt geschetst. Kort en goed, het antwoord daarop is ja. Dat herken ik en we zien aan de Timorkade, in de Damstraat en in de Kanaalstraat een toename van overlast en strafbare feiten, veroorzaakt door een groep met een

harde kern van 15 tot 20 mannen. De overlast en het criminele gedrag bestaan uit onder andere winkeldiefstallen, zakkenrollen, intimidatie en bedreiging en middelengebruik. Begin november

hebben we ook gezien dat het aantal diefstallen en meldingen van overlast in de omgeving van de Timorkade zijn toegenomen.

In de tweede plaats wordt gevraagd hoe ik verklaar ik dat er eigenlijk al vanaf 2017 een buurtvisie is

met een aanpak, waardoor er een straatconciërge is gekomen. Er is ook een extra wijk-boa gekomen en er is meer jongerenwerk. Mevrouw Meerding vraagt of dat dan geen effect heeft gehad. Uiteraard heeft die aanpak wel degelijk effect, maar er is gewoon een nieuwe vorm van overlast bij gekomen.

Dat betekent dat we daarmee – en dat is het antwoord op de derde vraag – aanvullende acties nodig hebben, want datgene wat we hadden gedaan vanuit dat spoor Schoon, heel en veilig blijkt

onvoldoende om de huidige problematiek het hoofd te bieden. Dat betekent dat we in de afgelopen periode met onze partners, waaronder de politie, extra maatregelen hebben genomen om overlast tegen te gaan met extra inzet van politie en gemeentelijke handhavers. Er is in december ook een

aantal winkelstewards ingezet. We melden en vragen bewoners en ondernemers om te melden. We

hebben een speciale appgroep gemaakt met gemeente, politie en ondernemers om dat ook veiliger

en makkelijker te kunnen doen. We hebben een flexibele camera op de Timorkade en we zijn voor de zogenaamde bekende overlastgevers bezig om met veldwerk in te zetten op persoonsgerichte

aanpakken, zowel vanuit zorg maar ook vanuit veiligheid. Er wordt ook nu beoordeeld of inderdaad

gebiedsverboden kunnen worden opgelegd, maar daar hebben we wel politierapportages voor nodig waaruit blijkt dat mensen zich herhaaldelijk op een bepaalde manier hebben gedragen. Vanaf aanstaande zaterdag is er ook tijdelijk extra toezicht van het flexteam van de gemeentelijke handhaving in de Kop van Lombok en het stationsgebied. We zijn met stakeholders – de

winkeliersvereniging en de Uslumoskee – in gesprek over de overlastproblematiek. Ook kijken we hoe we daarin samen kunnen optrekken. Voor een deel is dit onderdeel van een aanpak die we

eerder bij het Bollendak hebben ingezet, welke aanpak we ook in de commissie van 23 februari met de raad gaan bespreken.

De heer Van Steeg (CDA): Ja, dank voor de antwoorden. In hoeverre is er een relatie met de aanpak

bij het Bollendak en in hoeverre is daar ook al een structurele oplossing in zicht, zodat er ook geen verspreiding is naar andere plekken in de stad?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Dat is een zeer terechte vraag. Een deel van die groep overlapt

elkaar maar niet allemaal. Dat hebben we ook moeten vaststellen. Je wil voorkomen dat dit een soort vervelend rondreizend circus in de stad wordt, dat je op het ene moment een gebiedsverbod oplegt en men vervolgens weer elders opduikt. Daarvoor is die aanpak met de nationale coördinator, waar we eerder een raadsinformatiebijeenkomst over hebben gehad en wat de raad ook heeft

geagendeerd om met mij te bespreken in de commissie wel heel belangrijk. Dan vliegen we het van

twee kanten aan. Ik heb toen al gezegd dat we in de Utrechtse aanpak proberen de mensen die echt overduidelijk zorg nodig hebben goed en kwaad in dat traject te krijgen. En als mensen echt vooral crimineel gedrag vertonen, dan volgt een andere route. Ik heb ook de steun van de raad daar wel voor nodig.

Vragenuur van 9 februari 2023

3

De heer Koning (D66): Wij vrezen ook na gesprekken met stakeholders en allerlei mensen in de

omgeving dat er gewoon ook sprake is van een waterbedeffect vanuit inderdaad het Bollendak. Is het college het met ons eens dat hier voorop moet staan de zorg in combinatie met waar dat echt nodig is ook een strafrechtelijke benadering en niet primair een bestuursrechtelijke benadering?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Volgens mij hangt het heel erg af van de situatie van het individu. Dus ja, zorg is nodig op het moment dat mensen uiteindelijk ook in de persoon gelegen feiten laten zien die rechtvaardigen dat dat de juiste oplossing is. Dat kan nooit alleen repressie zijn.

Strafrechtelijk kun je het een en ander doen, maar ik heb ook wel bestuursrechtelijke instrumenten nodig omdat het juist samengaat. Dus op het moment dat je aan de ene kant mensen via het

bestuursrecht ook kan laten zien dat dit een duidelijke grens is en tegelijkertijd ook strafrechtelijk

kan aanpakken, dan moet je dat doen. Maar zorgvuldigheid is wel heel belangrijk en het kennen van de groep ook. Dus het idee dat je altijd alleen maar vanuit de repressie hier een antwoord hebt is

niet juist. Dat ben ik zeer met de heer Koning eens. Het is een complexe groep en sommige van deze mensen vragen ook nadrukkelijk om zorg.

Mevrouw Meerding (VVD): Voorzitter! Ik dank de burgemeester voor de beantwoording. Het is goed

om te horen dat we al zoveel doen op de korte termijn. Ik vraag me wel af of de verwachting dan ook is dat dit een kortdurend probleem is dat we nu de kop in kunnen drukken, of dat de verwachting is dat we de gebiedsgerichte aanpak moeten opschalen omdat deze overlast langdurend zal zijn?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ik durf inderdaad niet te beloven dat dit alleen maar van korte

duur is, want we zien het nu al een tijd en we zien het ook toenemen. Het is ook niet steeds alleen

maar dezelfde groep. Dat maakt ook de complexiteit van het verhaal groot. Om die reden is het naar mijn mening heel belangrijk om te blijven analyseren om welke mensen het nu precies gaat, waarom ze dit doen en wat wij daar als een verstandig antwoord op kunnen verzinnen. Ik ben er zelf in ieder geval op voorbereid dat we hier langere tijd werk aan zullen hebben. Ik zeg er ook bij dat wij dit als gemeente niet alleen kunnen doen. Daar hebben we ook het sluitstuk voor nodig dat de landelijke regelgeving ons eventueel biedt en de landelijke overheid in de ondersteuning.

2. Vragen van de fracties van D66, VVD, GroenLinks, CDA en PvdD over Waar laten we 1.000 extra tijdelijke woningen?

De heer Bakker (D66): Voorzitter. Op 2 februari jl. ontving de raad van Woonin de brief “Extra

woningbouw door benutten tussentijd” en op 3 februari jl. verscheen hierover een artikel in De Telegraaf. De wethouder besteedde er een berichtje aan op Twitter, namelijk Woonin zet de verdubbelaar in. Laten we samen met de raad alles aan doen om dit voor elkaar te krijgen.

Het sneller huisvesten van kwetsbare Utrechters – ook via flexwoningen – onderschrijven de

vragenstellers zeer. Door de berichtgeving raakten D66, VVD, GroenLinks, CDA en Partij voor de

Dieren echter ook een beetje in verwarring over aantallen, plekken, timing en processen. Daarom deze vragen.

1. Klopt het dat Woonin nog eens extra 1.000 tijdelijke woningen heeft aangeschaft en deze wil bouwen in de stad, bovenop de eerder met de raad besproken 3.000 tijdelijke woningen in Utrecht en dat dit ook al dit jaar moet gaan gebeuren?

Vragenuur van 9 februari 2023

4

2. Op welke wijze is in de periode tussen het debat begin december en de brief van Woonin contact geweest tussen de woningcorporatie en de gemeente? Welke signalen heeft de gemeente

afgegeven en hoe moet dan het berichtje via Twitter van de wethouder geïnterpreteerd worden?

3. Is het niet verstandiger eerst in te zetten op al ingezette projecten voor tijdelijke woningen, en niet al meteen de ambitie weer omhoog bij te stellen met wel 1.000 woningen?

4. Stel dat gekozen zou worden voor tijdelijke woningen op plekken die Woonin noemt in de brief, wat zou dan het effect zijn voor de permanente woningbouw in die gebieden, ook gegeven het feit dat tijdelijke woningen er voor 10-15 jaar staan?

De heer De Vries (wethouder): Voorzitter! Dank voor deze vragen. Ik zal er gelijk doorheen lopen, aangezien we beperkt de tijd hebben.

Het antwoord op de eerste vraag is ja. In de brief van Woonin wordt aangegeven dat de corporaties

inderdaad de kans zien om op korte termijn hoogwaardige woningen in te kopen en nog dit jaar ook te realiseren. Oftewel, de corporaties die hebben deze woningen nog niet aangeschaft. Het klopt dat de 1.000 woningen die zij ook in de brief noemen bovenop de al lopende projecten zoals onder

andere Befu en Page komen. Dus dat zou inderdaad voor het komende jaar 1.000 en dan nog plus 1.000 woningen betekenen.

In antwoord op vraag 2 kan ik melden dat ik op woensdag 25 januari via de directeur van Woonin

voor het eerst kennis heb genomen van dit aanbod, waarmee de corporaties aangeven een proactieve bijdrage te willen leveren aan het grote aantal extra woningen dat in 2023 nodig is voor kwetsbare en bijzondere doelgroepen in Utrecht. Daar hebben we ook afgelopen dinsdag in de

raadsinformatiebijeenkomst met elkaar over gesproken. Zij hebben toen ook aangegeven hierover

een brief naar de raad te zullen sturen, dit naar aanleiding van de brief Groot tekort aan woonruimte voor kwetsbare en bijzondere doelgroepen die de raad op 17 januari heeft ontvangen. Vervolgens

heb ik de rest van het college hierover geïnformeerd. Mijn tweet was een feitelijke reactie. Ik schreef over een verdubbelaar, aangezien het realiseren van 2.000 flexwoningen een verdubbeling is van de oorspronkelijke ambitie van 1.000 flexwoningen in 2023. Of we samen met woningcorporaties in staat zullen zijn om ook daadwerkelijk op korte termijn die 1.000 extra tijdelijke woningen te

realiseren, zal een enorme uitdaging zijn. Maar daar wil ik graag ook met de woningcorporaties en natuurlijk met de raad kijken wat we voor elkaar kunnen krijgen.

Met betrekking tot vraag 3 ben ik het met de vragenstellers eens dat het belangrijk is om de lopende projecten voor tijdelijke woningen natuurlijk op tempo voort te zetten. De raadsbrief van 17 januari maakt echter ook duidelijk dat de gemeente in 2023 kampt met een enorm tekort aan woningen

voor kwetsbare en bijzondere doelgroepen. Wij vinden het belangrijk om zo snel mogelijk met de

corporaties over dit aanbod in gesprek te gaan en dat betekent dus ook misschien onconventionele mogelijkheden. Ik heb het eerder benoemd met de opvang van statushouders. We leven in een radicale tijd en dat vraagt soms ook om radicale beslissingen. Dit is er misschien ook een van. Het antwoord op vraag 4 is dat het college als doelstelling heeft dat het plaatsen van tijdelijke

woningen geen negatieve impact heeft op de plannen voor permanente woningbouw. In de brief en

ook tijdens de raadsinformatiebijeenkomst van 7 februari hebben de corporaties ook toegelicht dat zij hier net zo in staan. Ik hecht eraan om te benoemen dat in de brief van de corporaties geen

concrete plekken worden benoemd. Zij stellen voor om samen met de gemeente, maar ook met marktpartijen, de komende maand op zoek te gaan naar goede stedelijke plekken waarvan de

verwachting is dat er voor 2030 geen woningen worden opgeleverd. En juist omdat de corporaties het hebben over deze kortere periode tot 2030 is dit ook een interessant aanbod vanuit de

Vragenuur van 9 februari 2023

5

corporaties en willen we hierover ook het gesprek aangaan met hen. Dit betreft dus een aanzienlijk kortere exploitatieperiode dan de projecten met tijdelijke woningen die we nu al realiseren.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks): Ja voorzitter, ik ben een beetje zoekend, want het is nu al heel moeilijk om plekken te vinden voor tijdelijke woningbouw. Het gaat uiteindelijk toch ook ten koste van structurele woningbouw, want je capaciteit zet je op een bepaalde manier in. Hoe ziet de wethouder de rol van de raad hierin en hoe komen we opeens aan die plekken erbij? Want de woningen zijn niet het probleem om aan te schaffen, maar de plekken denk ik wel.

De heer De Vries (wethouder): Voorzitter! Er wordt nu een aantal veronderstellingen gedaan waar ik

toch even kort op wil reageren. Enerzijds is dat het afgaat van de capaciteit die je hebt. We zijn op dit moment ook in gesprek met bijvoorbeeld BZK die ook aanbiedt om juist hier de capaciteit voor te

leveren. Ik heb al eerder benoemd dat het belangrijk is dat het niet ten koste gaat van permanent. In de tweede plaats, en dat is ook het aanbod van de corporaties en wat ze samen met ons willen

doorlopen, wordt er gezocht naar stedelijke locaties waar er binnen nu en 2030 nog geen opvulling is. In die tijdelijkheid plaatsen we net die tijdelijke woningen, omdat het anders leeg staat.

Mevrouw Zwinkels (CDA): Voorzitter! Dan ben ik toch wel benieuwd of de wethouder nog extra locaties verwacht ten opzichte van de locaties die de gemeente al eerder in het vizier had.

De heer De Vries (wethouder): Ja, dat zou dus in dit geval kunnen. We gaan kritisch kijken naar locaties waar misschien nu ook al ontwikkelingen lopen.

De heer Bakker (D66): Voorzitter! Dank voor de beantwoording. Het klinkt mij nog wel wat

vrijblijvend allemaal in de oren, maar we hebben het wel over serieuze aantallen voor de korte

termijn. Dus ik zou de vraag van GroenLinks toch eigenlijk wel willen herhalen, namelijk hoe de raad hierover geïnformeerd gaat worden en hoe hij hierin aan het stuur blijft. Wanneer komt dan het antwoord op de vraag of we dit gaan doen? Dat is nu onduidelijk.

De heer De Vries (wethouder): Voorzitter, volgens mij heb ik net gezegd hoe het proces gaat lopen. Tegelijkertijd heb ik ook benoemd dat we het hebben over enorme aantallen en over een enorm

korte termijn. We hebben het over 1600 bijzondere doelgroepen, waar we dit jaar al aan moeten

voldoen. Er zit dus een enorme urgentie op, evenals een enorme tijdsdruk. Deze maand gaan we kijken naar locaties en als die er zijn, zullen we dat uiteraard samen doorlopen en zal ik de raad daarover informeren.

De heer Bakker (D66): Voorzitter! Ik heb een punt van orde. We hebben het twee keer gevraagd en ik wil graag weten of wij dan een raadsbrief kunnen ontvangen. Wanneer komt dit in een duidelijker vorm naar de gemeenteraad?

De heer De Vries (wethouder): Mijn antwoord is ook deels een beetje technisch, want er zijn

verschillende regelingen om dit te organiseren. Een daarvan is bijvoorbeeld een kruimelregeling. Er is dus ook een verschil in hoeverre we dat proces met de raad doorlopen en in hoeverre we gebruik

kunnen maken van zo’n kruimelregeling. Wat ik wel kan toezeggen, is dat we na deze maand en na deze sessie een brief aan de raad sturen om de raad hierover te informeren.

Vragenuur van 9 februari 2023

6

De voorzitter: Ik zie dat er geknikt wordt en daarmee gaan de vragenstellers dus akkoord met de antwoorden van de wethouder.

Beste mensen, we gaan door naar de volgende vragen. Zoals ik al zei, zitten er ook veel mensen in de zaal. Er gebeurt heel veel in de wereld op dit moment, ook in Syrië en Turkije. Veel Utrechters

hebben hun roots in Syrië en Turkije, maar ook de mensen die dat niet hebben, ervaren heel veel verdriet. Collega Mahmut Sungur van DENK gaat hierover breed gedragen vragen stellen.

3. Vragen van de fracties van DENK, D66, Student & Starter, PvdA, VVD, CDA, GroenLinks, Volt, Utrecht Solidair, StadsBelang Utrecht, ChristenUnie, PvdD, BIJ1, EenUtrecht en VVD over Slachtofferhulp naar aanleiding van de aardbevingen Turkije en Syrië.

De heer Sungur (DENK): Voorzitter. De aardbevingen in Turkije en Syrië hebben zo'n 23 miljoen

mensen getroffen. Inmiddels zijn meer dan 17.000 mensen overleden en de verwachting is dat dit

aantal snel gaat oplopen. De slachtoffers die nog in leven zijn smeken om hulp. Honderdduizenden slapen in de kou zonder dak boven het hoofd. Utrechters leven echter volop mee. Verschillende

hulporganisaties geven aan dat het inzamelen van kleding of producten is gestopt, omdat het niet aansluit bij de vraag uit het rampgebied. Hulporganisaties geven aan dat donaties van gelden het meest efficiënt is. Amsterdam, Rotterdam, Schiedam, Deventer, Maassluis, Almelo en vele andere

steden hebben aangegeven 1 euro per inwoner van hun stad te doneren aan de slachtoffers van deze aardbevingen.

Hier hebben we de volgende vragen over.

1. Op welke manier kan de gemeente ondersteuning bieden aan mensen die in Utrecht wonen, maar familie en vrienden in Turkije en Syrië hebben?

2. Verschillende veiligheidsregio’s zijn aangesloten bij USAR (Urban Search and Rescue Team). Leden van dit team worden ingezet bij de reddingswerkzaamheden in het rampgebied. Zijn er

organisaties in de regio Utrecht die expertise hebben welke ingezet kan worden in deze crisissituatie, en is de gemeente bereid eraan bij te dragen dit in te kunnen zetten?

3. Wat kan het college doen om meer bekendheid te geven aan de lopende inzamelingsactie van Giro 555?

4. Wat vindt het college van de geldelijke hulp die verschillende steden bieden door per inwoner 1 euro te doneren? Hoe kan Utrecht zich aansluiten bij deze actie?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ja voorzitter, Ik hoop dat u het mij toestaat dat ik ook vooraf heel kort iets zeg over de gebeurtenissen in Turkije en Syrië, want met uw Raad vind ik en vindt ons

college dat wat daar heeft plaatsgevonden hartverscheurend is. Ik weet niet hoe het met u zit, maar zeker ook als ik als moeder naar die beelden kijk, waar kinderen zijn betrokken en hun

kwetsbaarheid, vind ik dat heel erg. Ik was gisteravond bij onze crisisnoodopvang in het Gooi. Als je daar bent en spreekt met de mensen – heel veel Syrische en Turkse vluchtelingen – hoor je dat ze allemaal een verhaal hebben. Ze zijn allemaal mensen kwijtgeraakt. Ze hebben allemaal

verschrikkelijke filmpjes en foto's en ze zijn intens verdrietig. Dat betekent dus dat we inderdaad

ook vanuit Utrecht moeten doen wat nodig is om mensen te helpen en moeten doen wat we kunnen.

Met betrekking tot vraag 1 meld ik dat er de afgelopen dagen in de stad allerlei grote en ook kleinere initiatieven zijn geweest, inderdaad, vaak gericht op het inzamelen van goederen, maar ook op

donaties. Daar waar wij daaraan een bijdrage aan kunnen leveren om verbindingen te maken, dat logistiek ook te helpen, doen wij dat natuurlijk heel graag.

Vragenuur van 9 februari 2023

7

De tweede vraag ging over de reddingswerkzaamheden. Laat ik beginnen met te zeggen dat we vanzelfsprekend onze expertise zullen inzetten als die gevraagd wordt. De hulp bij de

reddingswerkzaamheden wordt landelijk en internationaal gecoördineerd en in Nederland is USAR

daarbij betrokken. Daar zit niet de veiligheidsregio Utrecht bij, maar er zijn wel heel gespecialiseerde mensen. Ik zag Arjen Littooij van de Veiligheidsregio Rotterdam die daar leiding aan geeft. Dat doen

ze echt voortreffelijk, maar onze lijn staat altijd open, dus als wij dingen in huis hebben waarmee we kunnen helpen, dan zullen we dat doen.

Bekendheid – de derde vraag – met Giro 555 doen we via onze gemeentelijke kanalen volop en dat willen we ook blijven doen. Ik doe dat zelf ook en anderen doen dat als dat kan. Het is heel belangrijk dat we inderdaad ook hiermee massaal mobiliseren.

Daarmee kom ik bij de laatste vraag over geldelijke hulp. Het is heel mooi om te zien dat zo veel

gemeenten en inwoners ook een bijdrage willen geven en zich solidair tonen. Normaal gesproken is internationale ontwikkelingshulp of noodhulp eigenlijk vooral voorbehouden aan de rijksoverheid.

Maar wij kunnen ook niet de ogen sluiten voor dat wat er nu gaande is. En deze ramp raakt ook – dat zien we ook niet voor niets ook op de publieke tribune – onze stad diep, omdat wij heel veel mensen in onze stad hebben die een verbondenheid hebben met dat rampgebied, of het nu mensen vanuit

de Turkse samenleving zijn of Syriërs hier, die groep is enorm groot. Ik heb dat gisteravond zelf ook

ervaren. Als wij doen wat u vraagt – en wij zijn daartoe bereid – zullen we inderdaad € 362.000 gaan doneren. Ik zeg er eerlijk bij dat wij dat geld niet zomaar op de plank hebben liggen, dus dat vraagt ook wel om keuzes. En daar hebben we de raad en zijn steun ook bij nodig, want het is belangrijk

om dat goed te doen. Ons voorstel is om de coronareserve daarvoor te benutten. Die kent u allemaal en u weet ook dat dat voldoende zal zijn om het bedrag dat ik zojuist noemde ook daadwerkelijk te kunnen financieren. Dan kunnen we dat ook doen zonder dat we daar bijvoorbeeld andere

dekkingsvoorstellen of bezuinigingen voor moeten inboeken. Dat is belangrijk en het klinkt

vervelend, maar we moeten het ook wel op een manier doen die begrotingstechnisch ook past. Ik hoop ook op een breed draagvlak voor deze oplossing. Daarmee kunnen we doen wat de raad

vraagt, wat de stad vraagt en wat de mensen nodig hebben. Het lijkt mij verstandig om een route te volgen die navolgbaar is. Dit gebeurt niet elke dag gelukkig, maar in een volgende situatie moeten we ook kunnen uitleggen hoe en waarom we iets wel of niet doen.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks): Voorzitter! Geen aanvullende vraag, maar wel steun voor het

voorstel. Misschien is de vraag ook hoe we kunnen laten zien dat die steun er is, want we kunnen

niet wachten tot de Voorjaarsnota. Moeten we het mailen? Wat is een fijne manier van handelen met elkaar daarin?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): U mag het ook nu zeggen, maar ik kan ook het principe hanteren van wie zwijgt, stemt toe. Dus als u nu niet piept, dan is het ook gewoon een feit. Misschien is dat

het makkelijkst. U hebt zo breed gedragen deze vragen gesteld en er is zo'n grote aanleiding voor de raad geweest om het college te vragen dit te doen, laten we dan ook niet hier nu zo’n hele discussie

voeren. Wij denken dat het zo kan en als de raad daarmee akkoord gaat, geven we er een klap op en zet de wethouder Financiën dat straks in de Voorjaarsnota via een ordentelijke route. Maar dan weet de raad waar wij dat geld vandaan halen. Ik zie instemmend geknik, dus volgens mij is dat een mooie oplossing.

(Applaus vanaf de tribune.) De voorzitter: Hartverwarmend en ook applaus vanaf de tribune. Hartelijk dank, burgemeester.

Vragenuur van 9 februari 2023

8

De heer Sungur (DENK): Voorzitter! Ik denk dat behalve de mensen op de publieke tribune ook heel

veel mensen uit de stad meekijken. Dat zijn uiteraard mensen uit de Turkse en Syrische samenleving. Ik heb ook heel veel berichten ontvangen van heel veel verschillende Utrechters en het is belangrijk

dat we dit signaal in de richting van die mensen hebben kunnen geven. Ook namens die mensen wil

ik vandaag mijn dank uitspreken aan het college, maar ook zeker in de richting van de gemeenteraad van Utrecht.

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! Misschien kunnen we hiermee ook gezamenlijk een

oproep doen aan al die Utrechters die wel nog wat financiën te verspijkeren hebben. We hebben een stad met armoede, maar we zijn ook een rijke stad. Er wonen veel mensen in onze stad die ook een donatie kunnen geven. Dus, misschien kunnen we met onze bevolking voor de verdubbelaar gaan. Dat zou ontzettend mooi zijn. Laten we Giro 555 dus niet vergeten.

(Applaus vanaf de tribune.)

4. Vragen van de fracties van CDA, GroenLinks en Volt over De week van de circulaire economie. Mevrouw Zwinkels (CDA): Voorzitter! Het is wel bijzonder om nu de vorige vragen op te volgen, maar dat ga ik toch doen. Het is de week van de circulaire economie. We zien in het land verschillende

campagnes en andere initiatieven die hier aandacht aan geven. Gelet op de tijd zal ik de introductie verder overslaan en direct de vragen stellen.

1. Hoe zou de gemeente circulaire innovaties meer de ruimte kunnen geven om ook in Utrecht hun weg te vinden, bijvoorbeeld als het gaat om de ideeën van de finalisten van de Circular Awards1 en dan met name in de categorie public?

2. Welke inspiratie heeft de gemeente en/of het college zelf in deze week opgedaan in Utrecht én in andere gemeenten? Welke nieuwe inzichten heeft dit gebracht ten opzichte van huidige plannen?

3. Hoe staat het met de plannen van Utrecht Circulair, wanneer kunnen wij een update vanuit het college verwachten?

4. Is het college bereid om binnenkort een nieuwe campagne te starten, bijvoorbeeld over textiel (zie ook de eerdere motie van CDA Utrecht)?

Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. Om maar direct op de vragen in te gaan, ja, we doen dit natuurlijk, samen met de partners die in staat zijn tot dergelijke innovaties. Voor de

voorbereiding van ons eigen nieuwe vastgoed zoeken we ook naar circulaire innovatie, bijvoorbeeld in het cultuurhuis Berlijnplein. Dat hebben we juist ook specifiek innovatief aanbesteed met een

circulair voorbeeldproject echt van formaat, want dat gaat over 9.000 m² BVO. Een voorbeeld van

onze inkoop is dat de innovatie-uitvraag naar onze catering zo succesvol is dat we specifiek hierop

de Europese Procura+ Award gewonnen hebben. Maar we hebben ook natuurlijk inspiratie opgedaan bij andere provincies. Gelderland won met een circulair demonteren van het provinciehuis. Dat is volgens mij een hele mooie, maar ook partners in de stad werken er actief aan. Zo zijn we ook

betrokken bij de ontwikkeling van de Ivoordreef, waar een flat van Bo-Ex wordt gedemonteerd in bouwonderdelen in een bouwconstructie van hergebruik van oudbouw naar de nieuwbouw.

In antwoord op vraag 2 kan ik zeggen dat het bijna te veel is om op te noemen wat we deze week

hebben gedaan, maar het Hof van Cartesius was een van de 34 circulaire hubs in Nederland tijdens de week van de circulaire economie. Wij zijn dus ook onderdeel geweest van dat programma. Daar

hebben zo'n 50 partijen aan deelgenomen, ook aan de sessie die we daarover hebben gehouden en

Vragenuur van 9 februari 2023

9

dat biedt ook juist de inspiratie voor onze nieuwe visie Utrecht circulair 2050. Dinsdag was het Mac Repair Café waar ik ook bij was, woensdag bezocht ik Theo Pouw specifiek over de recycling tak en ik was eerder vandaag bij een paneldiscussie in Amsterdam over het circulair renoveren van het

bestaande vastgoed. Dat gaf mij heel veel inspiratie om nog wat extra te gaan doen en voordat ik

hier kwam, was ik bij onze Alliantie Cirkelregio Utrecht, waar we juist met andere bestuurders in de regio samenwerken op dit vlak. En het goede nieuws is dat het nog niet afgelopen is, want

aanstaande zaterdag open ik samen met de directeur van de bibliotheek het Repair Café XL. Daar

zijn ongeveer 30 reparateurs ook aanwezig, dus ik nodig jullie van harte uit om daar ook naartoe te komen.

Met betrekking tot vraag 3 kan ik aangeven dat de raad daar ook sneller wat eerder van kan

verwachten. Het eerste is het duurzaamheidsverslag dat in april komt. In het derde kwartaal zal ik

een nieuwe visie Utrecht Circulair uitbrengen, omdat deze aan het einde van dit jaar afloopt. Die zal gevolgd worden door een nota en uitvoerende plannen. Ik durf nog niet de precieze planning te hanteren, maar we doen ons best om dat snel daarna te doen.

In vraag 4 wordt specifiek gevraagd naar nieuwe campagnes. We zijn juist bezig om hierover te

spreken met de partijen die bezig zijn met de circulaire kant van textiel om te kijken hoe we die merken verder kunnen versterken. De aanbesteding van deze reststroom via de AVU is daar

natuurlijk ook onderdeel van. Een mooi voorbeeld is de circulaire impact card waar je een route door de stad kunt fietsen langs circulaire bedrijven. Ik heb er eentje extra voor mevrouw Zwinkels. 5. Vragen van de fractie van de PvdD over Gevolgen afvalberg voor dieren. De heer Van Heuven (PvdD): Voorzitter. Iedereen in Utrecht hield zich de afgelopen week bezig met de grote hoeveelheid afval op straat vanwege een staking. Als Partij voor de Dieren maken wij ons zorgen over de gevolgen voor onder meer ratten en andere dieren in de stad vanwege de

hoeveelheid afval op straat, zeker ook omdat een rattendoder in het AD zei dat de echte problemen met ratten pas over twee maanden zullen komen. Daarom hebben wij een aantal vragen.

1. Heeft het college voor de staking begon, nagedacht over de negatieve gevolgen van de afvalberg

voor de dieren in Utrecht? Zo ja, wat heeft de gemeente gedaan om te voorkomen dat dieren hier het slachtoffer van worden?

2. Het college zegt preventie voorop te stellen, maar gezien deze uitzonderlijke situatie wil de PvdD zeker weten dat niet heel veel ratten en muizen extra gedood gaan worden. Kan het college toezeggen dat dit niet gaat gebeuren?

3. Kan het college toezeggen dat het ook zijn partners zoals woningbouwverenigingen en bedrijven, maar ook particulieren erop wijst dat het niet het doel is dat we ratten en muizen gaan doden?

4. Wat gaat het college doen om de wateren in Utrecht zo snel mogelijk te ontdoen van de troep die erin gevallen is, om ook de waterdieren te beschermen?

Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter! We hebben inderdaad ook nagedacht over de vraag hoe we hier iets konden doen in relatie tot dieren. Het belangrijkste hierin is natuurlijk om het te

voorkomen. Dat hebben we met name gedaan door zeer uitgebreid te communiceren over de staking via de gemeentelijke kanalen, via social media en ook via de afvalwijzerapp hebben we hier aandacht aan gegeven. Het kwam ook terug in lokale en landelijke media. We hebben de bedrijven specifiek

met een brief geïnformeerd en via het Centrummanagement Utrecht is ook nog verder geïnformeerd. Daarnaast hebben we, zodra we wisten hoelang dit zou gaan duren, ingepland hoe het ook weer

Vragenuur van 9 februari 2023

10

opgeruimd zou kunnen worden en dan allereerst aan de slag te gaan op de plekken waar het het ergst zou zijn.

Op vraag 2 kan ik aangeven dat we werken via de Integrated Pest Management methode. De kern is uiteindelijk preventie, zoals ik al eerder aangaf. Het bestrijdingsniveau is 1. Monitoring en

communicatie, 2. Habitatmanagement, 3. Niet-chemische bestrijding en 4. Chemische bestrijding. We hebben vooraf en tijdens de staking al ingezet op niveau 1 en 2. Dan moet ervoor gezorgd

worden dat de voedingsbronnen zo snel mogelijk verdwijnen. Wij verwachten ook niet dat dit gaat gebeuren op een ander niveau, maar op een moment dat wij toch na niveau 1 en 2 denken dat er meer moet gebeuren, zal daar uitgebreid onderzoek aan ten grondslag liggen voordat wij daadwerkelijk toe overgaan.

Wat betreft vraag 3 kan ik aangeven dat we samenwerken met de woningbouwverenigingen in

situaties van plaagdierenoverlast. Dat doen we dan ook via dezelfde methode en dit stralen wij dan

ook uit naar onze externe partners. Bij bedrijven zelf hebben wij minder een relatie op dit vlak. CMU heeft natuurlijk wel uitgebreider gecommuniceerd over hoe je iets kan doen aan dat habitatmanagement.

In antwoord op vraag 4 kan ik aangeven dat wij zijn begonnen met het opruimen van al het losse

afval op straat en dat wij inmiddels een heel eind zijn. Wij verwachten dat wij vanaf vandaag in ieder

geval in de binnenstad voor een gedeelte weer via de normale dienstregeling kunnen werken. Buiten

de binnenstad streven we ernaar om de containers deze week minimaal één keer geleegd te hebben. Dan geven we prioriteit juist aan de plekken waar afval zich vaker in het verleden heeft opgestapeld. Ik kan overigens melden dat wij specifiek nog aandacht hebben gehad voor inwoners en bedrijven aan de Werf. De havendienst heeft de afwateringsroosters bij de Weerdsluis en de Monicabrug al enkele keren extra schoongemaakt en vanaf dinsdag is de havendienst direct begonnen met het inzamelen van afval langs het water en is er onder andere een extra afvalboot ingezet.

De heer Van Heuven (PvdD): Voorzitter! Dank hiervoor en ook dank voor de geruststelling. Wat vindt de wethouder dan van de uitspraak van die rattendoder dat de echte problemen met ratten pas over twee maanden komen? Is dat iets waar wij ons niet ongerust over hoeven te maken en Utrecht ook niet? Ik zoek een beetje naar zo’n signaal.

Mevrouw Schilderman (wethouder): Ja, Het is echt niet ons beleid om dat te doen. We streven altijd

eerst naar het voorkomen, de habitat aanpakken en pas na zorgvuldig onderzoek gaan wij over tot

de volgende stappen. Dat zit ook in de IPM-methode die u hebt benoemd als de wijze waarop we dat doen. Pas daarna zou er een gesprek zijn over echte bestrijding daarvan. Dat is niet anders dan hoe

we er anders in zitten. Daarbij geldt wel dat de opgave nu even wat groter is, maar er verandert niets aan de zorgvuldige afweging die wij maken.

6. Vragen van de fractie van de PvdD over minder afvalproductie is minder rondslingerende rotzooi. De heer Van Heuven (PvdD): Voorzitter! Wij hebben het idee dat maar weinig inwoners goed op de hoogte waren van de staking en dat er daarom ook meer afval op de straat is beland.

1. Deelt het college de indruk dat maar weinig inwoners goed op de hoogte waren van de staking, en dat daarom ook meer afval op straat is beland? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe kijkt het college hierop terug?

2. Gaat de gemeente in de toekomst inwoners beter informeren over het binnenhouden van hun afval tijdens een staking?

Vragenuur van 9 februari 2023

11

3. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het terugdringen van afvalproductie de beste oplossing alsook noodzakelijk is?

4. Heeft deze staking nieuwe inzichten opgeleverd bij het college, bijvoorbeeld dat we extra vaart

moeten maken met afvalreductie? Zo ja, hoe gaat het college dit bereiken en gaat het dat op zo kort mogelijke termijn doen?

5. Het is wetenschappelijk bewezen dat een rommelige omgeving extra rommel aantrekt, en dat

dat een lange nawerking van een toename van afvaldumping heeft. Is het college op de hoogte van dit effect? Hoe gaat het hierop inspelen om de gevolgen zo klein mogelijk te houden?

Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter. In de vorige set vragen ben ik wat uitgebreider

ingegaan op alle manieren waarop gecommuniceerd is. Daarmee hebben we niet de indruk dat de bewoners niet op de hoogte waren van de staking en het advies daarin. Het werd ook specifiek benoemd ook in de regionale, landelijke en zelfs internationale media. Daarin werd ook nog

benoemd dat ons advies was om het afval verder binnen te houden. Voor de rest zijn we natuurlijk wel zo snel mogelijk aan de slag gegaan naar aanleiding van echt de aankondiging van de staking. Die moet natuurlijk eerst officieel aangezegd worden.

Wat betreft vraag 2 kan ik meedelen dat we dat bij een volgende staking uiteraard weer zullen doen. Wij merken echter wel dat dit er niet altijd toe heeft geleid dat mensen deze oproep meekrijgen dan wel dat zij deze zich naast zich neerleggen.

Wat betreft vraag 3 kan ik aangeven dat wij het inderdaad met de Partij voor de Dieren eens zijn dat het terugdringen van de afvalproductie niet alleen een belangrijke oplossing is, maar ook

noodzakelijk is, ook voor de toekomst. Daar zetten wij ons in voor de preventie van afval door onder andere de campagne Slim omgaan met afval.

Wat betreft vraag 4 merk ik op dat afvalreductie ook voor deze staking hoog op de agenda stond. Dat blijft het zeker, maar ik heb wel het idee dat nu het werk dat gedaan wordt rondom afval wat

verder in de schijnwerpers is komen te staan. Ik hoop dat het helpt. We helpen daarom ook met de campagnes die ik net ook benoemd heb, maar ook door tips die wij geven aan onze inwoners

daarover. Uiteindelijk merken we wel dat er heel veel andere factoren, bijvoorbeeld hoe voedsel wordt verpakt, grote invloed hebben op de hoeveelheid afval die men produceert.

In antwoord op vraag 5 merk ik op dat wij daar inderdaad van op de hoogte zijn. Daarom maken we

de stad nu weer zo snel mogelijk schoon, ruimen we de bijplaatsing op en hebben we extra inzet op het zwerfafval.

De heer Van Heuven (PvdD): Voorzitter. Op afvalreductie komen nog wel later terug. Dat blijft

interessant natuurlijk. Ik vind het echter ook interessant dat de wethouder zegt dat veel inwoners kennelijk de oproep om afval binnen te houden naast zich neerleggen. Hoe zou bij een eventuele volgende staking het college dat gedrag van inwoners anders willen doen om die afvalbulten te voorkomen? Volgens mij ligt daar wel een uitdaging.

Mevrouw Schilderman (wethouder): Ja, Ik heb al aangegeven dat het zowel kan zijn dat het mensen

toch niet bereikt heeft. Wat we zouden moeten doen om ervoor te zorgen dat mensen het niet naast zich neerleggen, vind ik echt een heel lastige vraag. Ik zou bij dezen in ieder geval mijn

diepgevoelde oproep doen aan mensen om ook een beetje respijt te geven, ook in de komende

dagen waarin we die achterstand nog aan het inlopen zijn. Dat is zo ver mijn mogelijkheden nu reiken.

Vragenuur van 9 februari 2023

12

7. Vragen van de fractie van het CDA over Verkiezingsborden. Mevrouw Zwinkels (CDA): Voorzitter. Vorige week stelde ik namens CDA Utrecht al vragen over het

besluit van het college om geen verkiezingsborden te plaatsen. De beantwoording van onze vragen leidde tot veel commotie, ook bij de provincie en in andere gemeenten. Bij een gemeente in

Flevoland bleek dat het college daar werd teruggefloten door juristen. En met succes, want de

burgemeester van Dronten moest erop terugkomen. Zoals wij al veronderstelden vorige week, heeft de gemeente een wettelijke verplichting en dient zij die na te komen in het kader van onze

democratie, die we juist willen koesteren. In onze ogen gaat het argument van de veelheid aan partijen en daarmee het postzegelmodel, echt niet op.

1. Heeft het college al een bericht ontvangen van de Commissaris van de Koning, en zo ja, hoe wil het college hierop antwoorden? Op welke wijze wordt de raad hierin meegenomen?

2. Is het college bereid om zijn besluit te heroverwegen, en dus toch wél borden te plaatsen?

3. Zo ja, op welke termijn kunnen we wat precies verwachten? Zo nee, waarom niet en wat zijn de mogelijke juridische consequenties van het verzuimen door de gemeente?

4. Als CDA Utrecht zien wij meerdere creatieve oplossingen. Ik zal ze niet allemaal herhalen, maar zij dragen bij aan het vergroten van de zichtbaarheid van de verkiezingen en waar ook de

gezichten van de kandidaten zichtbaar zijn. Deze zijn wat ons betreft van harte welkom. Welke creatieve oplossing wil het college overnemen en dus concreet gaan uitvoeren?

5. Kan het college toezeggen om hiervoor ook inspiratie op te doen bij andere gemeenten en de raad netjes per raadsbrief te informeren over het genomen besluit?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! De sequel, zou ik haast willen zeggen. Uiteraard is het de taak van de gemeente om verkiezingen onder de aandacht te brengen en de opkomst te

verhogen. Daar heb ik ook geen wettelijke aansporing voor nodig. Ik beschouw het daarbij overigens ook als een taak van de raad zelf. Het is een gezamenlijke taak. Wij doen dat door bijvoorbeeld zoveel mogelijk en zo toegankelijk mogelijke stembureaus te hebben. We hadden met het

stembureau voor de auditief beperkten eerder een landelijke primeur. Er zijn andere manieren om de opkomst te vergroten en daar heb ik de raad op 3 november 2021 zelfs een brief over gestuurd met onderzoek vanuit Tilburg. Er is dus geen sprake van dat wij geen borden plaatsen. Ik wil dat

nogmaals gezegd hebben, want dat is echt een misvatting. Het zijn alleen andere borden, namelijk met de oproep om te gaan stemmen. Dat doen we op meer plekken dan we eerder met

verkiezingsborden hebben gedaan. Daarmee vragen we dus aandacht voor de komende

verkiezingen. Het pijnpunt zit hem er volgens mij in dat mevrouw Zwinkels de gezichten van de kandidaten of de posters in beeld wil. De commissaris heeft mij inderdaad verteld dat de

fractievoorzitters in de Staten hierover gesproken hadden en het jammer vonden dat Utrecht die

posters niet mogelijk maakte. Het was een gesprek; ik heb geen brief gehad en ik hoefde ook niet op het matje te komen. Ik heb de juridische kanten van de zaak in Dronten helemaal laten uitpluizen, maar dat heeft iets te maken met vrije plakplaatsen. Die hebben wij. Die zijn niet alleen voor

politieke partijen, maar ook voor maatschappelijke instellingen. In principe is dat dus niet de route. Ik zie de ontevredenheid groeien en daar moeten we echt van af. Ik wil kijken of eventueel

voorbedrukte borden een optie zijn. Niet per verkiezing, want dat zou een heel kostbare zaak

worden. Als je dat in zulke grote extra aantallen zou moeten doen, is dat geen haalbare kaart. Ik wil wel verkennen wat ik nog kan doen om de heersende onvrede tegemoet te komen en ik zal de raad daar de komende week per brief over informeren. Wij zullen daar alle creativiteit bij inzetten, want

Vragenuur van 9 februari 2023

13

we bereiken mensen echt soms ook op betere manieren dan alleen met een op grote afstand staand bord.

Mevrouw Ramaker (VVD): Voorzitter! Het is goed om te horen dat er wel borden komen om aan te geven dat er verkiezingen zijn, zowel voor Provinciale Staten als voor het waterschap. Dat is ook

belangrijk, omdat we weten dat de opkomst daar laag is. Waar ik nieuwsgierig naar ben is of het dan ook duidelijk is op die borden voor welke politieke partij je kunt stemmen. Hoe moet ik dat voor me zien?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! Dat heb ik dus vorige week ook uitgelegd, namelijk dat we een algemene oproep doen aan mensen om te gaan stemmen en dat er dus verkiezingen zijn

voor Provinciale Staten en voor de waterschappen. Wij hebben er in Utrecht maar liefst twee, anders dan in sommige andere gemeenten, waardoor er ook veel meer partijen meedoen. Als je die

inderdaad allemaal op één bord ook nog zichtbaar wil maken, dan wordt dat dus gewoon wat ik al

zei, een postzegel. Als je vervolgens per verkiezing – dat was het voorstel van mevrouw Zwinkels – elk weer een apart bord gaat organiseren, dan heb je heel veel meer borden nodig en dus veel

hogere kosten, waarvoor niet begroot is. De effectiviteit ervan is er gewoon niet. Dat blijkt ook uit

het onderzoek uit Tilburg naar opkomstbevordering. Ik begrijp het wel. Er zijn heel veel wensen om met gezicht en al of poster en al zichtbaar te zijn, maar wij moeten natuurlijk ook kijken naar de middelen, die maar schaars kunnen worden ingezet. Het gaat om opkomstbevordering en dan

moeten we goede keuzes maken in wat wel en niet werkt. Ik begrijp echter dat de raad op een

andere manier die posters zichtbaar wil hebben, dus ik wil van harte nadenken en kijken welke

opties er daarvoor zijn. U kunt ook zelf de vrije plakplaatsen gebruiken en eigen capaciteit inzetten. Wij gaan met onze eigen creativiteit kijken wat we kunnen doen.

De heer Koning (D66): Voorzitter! Vorige week hebben we het inderdaad ook over dit onderwerp

gehad en D66 heeft zich toen enigszins teleurgesteld neergelegd bij de reactie van de burgemeester. Ik hoor nu dat zij toch nog weer gaat kijken of zij iets kan doen. Het risico is dan natuurlijk wel, dat

ook die oplossing uiteindelijk wel weer tot een politieke reactie zal leiden. De een zal er blij mee zijn, maar de ander niet. Hoe wil de burgemeester dat voorkomen? Ik heb eigenlijk dezelfde vraag als

vorige week: is de burgemeester het met mij eens dat dit een volgende keer anders moet en dat de raad hierover tijdig een brief hierover ontvangt om het gesprek hierover te voeren?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ik ga het debat van vorige week niet herhalen. Ik heb toen ook

gezegd dat ik zeker ook voor de komende verkiezingen dat helemaal precies met u ga uitdokteren

aan de voorkant, zodat we dit type discussies niet meer hebben en over kunnen gaan tot de orde van de dag. Maar ik zeg er ook iets bij. Onze middelen zijn schaars en u vindt allemaal

opkomstsbevordering belangrijk. Ik zie dat ook als een gemeentelijke taak. Daarbij is in de eerste plaats ook de vraag aan u terug wat daarin het meest effectief is. Daar zijn ook gegevens over. Ik

hoop dat die in dat debat niet genegeerd worden, want dan moeten we ook eerlijk met elkaar onder

ogen zien wat in die opkomstbevordering werkt en wat niet. Ik ben het met de heer Koning eens dat we dat debat beter tijdig aan de voorkant kunnen hebben. Waarom ik nu deze beweging maak, is omdat ik merk dat deze discussie niet stopt. Ik ben het eigenlijk met mevrouw Zwinkels in haar

analyse van de vragen wel eens dat we weer over moeten gaan tot de orde van de dag en u tot het voeren van campagne. Zolang wij met elkaar maar bezig blijven over de vraag of iemands gezicht

ergens nog in de stad terug te vinden is, gaat het in die campagne niet waar het over moet gaan. Ik

Vragenuur van 9 februari 2023

14

neem het maar voor lief dat dit onderwerp – het is overigens niet nieuw – altijd tot verhitte gemoederen leidt. Mooier kan ik het niet maken en kies dan maar voor pragmatisme.

Mevrouw Zwinkels (CDA): Voorzitter. We voelen ons inderdaad genoodzaakt om dit te doen. Dit is

geen campagne van het CDA Utrecht, maar wij zijn hier inderdaad nog steeds ontevreden over. Het is mooi dat er iets wordt toegezegd, maar we weten eigenlijk nog niet wat. Is de burgemeester het met ons eens dat er eigenlijk een verdringingseffect gaande is in de stad? Het aantal plakplaatsen is al drastisch bijgesteld. Daartegenover zou komen dat er generieke algemene verkiezingsborden

zouden komen. Die worden nu ook weggehaald en nu gaan we vervolgens neutrale oproepenposters plaatsen op plekken, zoals in bushokjes, waar anders politieke partijen hun gezicht hadden kunnen laten zien. Is de burgemeester het met mij eens dat we hier in Utrecht toestaan, dat zo'n

verdringingseffect plaatsvindt en er dus geen persoonlijke benadering is ten aanzien van de posters in Utrecht?

Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! Ik heb geprobeerd uit te leggen dat dit een uitzonderlijke situatie is, omdat we nu eigenlijk maar liefst twee waterschappen en een

statenverkiezing tegelijk hebben. Ik heb u ook al toen gezegd dat dit probleem zich bij een volgende verkiezing niet voordoet. Dus om nu een definitieve conclusie te gaan verbinden aan iets wat ik zie

als een uitzondering op de regel, zou ik niet willen doen. U hebt mij zelf gevraagd om creatief na te denken en een brief te sturen. Ik zou misschien hopen dat langzamerhand de glimlach op het gezicht weer iets meer gaat doorbreken. Dat zou mooi zijn.

De voorzitter: Dank u wel. Beste mensen, we hebben een paar minuten en drie vragen. Ik doe het niet graag, maar helaas moet ik de laatste twee vragenstellers teleurstellen. We gaan nog één vragenset doen, en wel nr. 8.

8. Vragen van de fracties van PvdA, Utrecht Solidair, D66, VVD, CDA, Volt, DENK, Student & Starter,

PvdD, GroenLinks en EenUtrecht over Voorkom laadpaaltoerisme en bied Utrechters ook redelijke laadtarieven.

De heer Talhaoui (PvdA): Voorzitter! Ik ga direct over naar de vragen.

1. Kan het college inzicht geven in de belangrijkste factoren die de kostprijzen van elektrisch laden bepalen?

2. Kan het college inzicht geven in de knoppen waaraan de gemeente kan draaien om te bevorderen dat prijzen voor eindgebruikers stabiel laag zijn en door leveranciers zo veel als mogelijk duurzame bronnen benut worden?

3. Is het college het met ons eens dat we moeten voorkomen dat duurzame alternatieven minder aantrekkelijk worden vanwege buitensporige prijsstijgingen?

4. Is de wethouder bereid in gesprek te gaan met de aanbieders van laadpalen om te kijken hoe verdere prijsstijgingen voor de consument binnen de perken kunnen blijven?

5. Zijn er andere manieren waarop de gemeente in de toekomst kan voorkomen dat prijzen van dergelijke faciliteiten die juist bedoeld zijn om inwoners te stimuleren duurzame keuzes te

maken, verder stijgen, bijvoorbeeld door verder vooruit te kijken en duidelijker afspraken te maken met aanbieders?

Vragenuur van 9 februari 2023

15

Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter! Dank aan de raad voor de vragen. De laadprijs is

opgebouwd uit ca. 12 cent voor de installatievergoeding, ca. 15 cent voor de elektriciteitsprijs en 21% btw. Door de sterk gestegen energieprijzen was de laadprijs niet langer kostendekkend en

daarom is op 1 april 2022 de indexatieformule aangepast, zodat de laadprijzen geïndexeerd konden

worden met de sterk gestegen energieprijzen. De gemeente mag deze aanpassing doen, omdat deze het gevolg is van de extreme omstandigheden die wij niet konden voorzien. Op 1 juli 2022 is

besloten om ook de indexatietermijn aan te passen van eenmaal per jaar naar eenmaal per kwartaal. Zo sluiten de laadprijzen beter aan bij de sterk toegenomen prijsfluctuaties van elektriciteit. Als de

elektriciteitsprijzen weer zakken, zakt ook de laadprijs het volgende kwartaal meteen mee omlaag. Dat Den Haag en Rotterdam nog een lagere laadprijs hebben, heeft te maken met het moment van afsluiten van de contracten met aanbieders in die steden met een vaste prijs voor meerdere jaren. Net zoals je thuis nog een vast contract kan hebben van voor de prijsstijgingen, hebben ze in

Rotterdam en Den Haag nog een vast contract lopen, waardoor de aanpassing daar niet noodzakelijk en mogelijk was. Dat leidt nu tot grote verschillen tussen de steden die binnen één of twee jaar ook weer zullen verdwijnen. We werken samen met de andere steden, regio's en het ministerie aan een landelijke standaard voor die indexatie in de hoop dat deze verschillen in de toekomst minder voorkomen.

Wat betreft vraag 2 is het van belang dat de prijzen aan de laadpalen van de verschillende

exploitanten gelijk zijn, omdat de keuze voor een gebruiker om te kiezen tussen laadpalen natuurlijk beperkt is. De prijs wordt dus in het contract vastgelegd bij de gunning. We kunnen ervoor kiezen de laadprijzen in het nieuwe contract lager vast te stellen, maar dan ontstaan er onwenselijke

prijsverschillen tussen de laadpalen in de stad. We onderzoeken voor de volgende concessie, ongeveer in 2024 ook de mogelijkheden om de laadprijs niet te fixeren, maar toch te laten

meewegen in de gunning waardoor een lagere prijs kan ontstaan. Dat kan wel tot prijsverschillen

leiden en hoe we daarmee omgaan, is nog een punt van onderzoek. Alle stroom op de laadpalen is groene stroom en door toepassing van slim laden wordt ook gestuurd op het gebruik van zo duurzaam mogelijke stroom.

In antwoord op vraag 3 merk ik op dat we er natuurlijk niet blij mee zijn dat er een hogere prijs aan de laadpalen moet worden gerekend, maar als de elektriciteitsprijs stijgt, gaat vroeg of laat de laadprijs echt mee omhoog.

Vraag 4: ja, we gaan het gesprek aan met de vier actieve aanbieders om te vragen of zij bereid zijn collectief de prijzen te verlagen, al zijn we dan natuurlijk wel afhankelijk van de medewerking van alle exploitanten.

Het antwoord op vraag 5 is dat die mogelijkheden beperkt zijn. De gemeente heeft geen invloed op de elektriciteitsprijs en die maakt een groot deel uit van de laadprijs. In het nieuwe contract dat de gemeente sluit met laadpaalexploitanten wordt de laadprijs altijd geïndexeerd met de

elektriciteitsprijs, anders is het risico voor de exploitanten te groot en schrijven zij zich niet in op die aanbesteding.

De heer Dekkers (GroenLinks): Voorzitter. Ik hoor de wethouder spreken over de elektriciteitsprijs, maar de elektriciteitsprijs bestaat niet, want die is afhankelijk van de vraag of het lange of korte

termijncontracten zijn en dat soort dingen. Ziet de wethouder mogelijkheden om te kijken welke elektriciteitsprijs een goede elektriciteitsprijs is om ons aan te houden?

Mevrouw Oosters (wethouder): Wij zijn natuurlijk afhankelijk van die fluctuatie van die

elektriciteitsprijzen. De elektriciteitsprijs bestaat inderdaad niet, maar uiteindelijk is de laadprijs daar

Vragenuur van 9 februari 2023

16

natuurlijk wel op gebaseerd. Dat weet iedereen. Dat geldt voor thuiselektriciteit maar ook voor dit.

Daar kunnen we natuurlijk geen pijl op trekken en daarom hebben we juist ook per kwartaal gekeken of dat omhoog of omlaag kan. We voorzien en hopen ook dat juist in juni die prijs weer omlaag kan. De heer Talhaoui (PvdA): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de beantwoording. De wethouder

maakt een vergelijking met thuis en het afsluiten van een energiecontract. We weten allemaal dat je

zoveel mogelijk vooruit wil vastleggen als je thuis een energiecontract afsluit in deze markt. Dan ben je goedkoper uit. Hoe kijkt de wethouder terug op de keuzes die zijn gemaakt, want we zijn nu duurder uit?

Mevrouw Oosters (wethouder): Het is inderdaad heel moeilijk om in retrospect te denken aan wat we hadden kunnen doen. Dit zijn echt omstandigheden die we niet hadden kunnen zien aankomen.

Daarom is het erg belangrijk om te kijken hoe we dit soort risico’s in de toekomst kunnen beperken. Dat is waar we van uitgaan.

De voorzitter: Hartelijk dank aan de wethouder voor de beantwoording. Zoals ik zei, de vragensets 9 en 10 worden naar het volgende vragenuur verschoven.

Ik dank iedereen voor het bijwonen van het vragenuur. Een fijne avond en tot de volgende keer. De voorzitter sluit daarop, te 18.03 uur, het vragenuur.

Vragenuur van 9 februari 2023 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 9 februari 2023.

Vragen van de fracties van CDA, GroenLinks en Volt over De week van de circulaire economie. Wethouder Schilderman •

zal in april in het duurzaamheidsverslag een update geven van de plannen van Utrecht Circulair. .

•

zal in het derde kwartaal de raad een voorstel voor een nieuwe visie op Utrecht Circulair uitbrengen.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=86e4cfe6-6463-4322-9ba6-f81774a4cf07