20230126 vragenuur.docx
Tekst van het document
2023 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 26 januari 2023
Vragenuur, gehouden op donderdag 26 januari 2023 te 17.00 uur. Voorzitter: de heer Van der Graaf. Aanwezig zijn de leden: Dijkstra, Hessel, Te Hoonte, Raaijmakers, Van der Wilt en Zwinkels. Tevens aanwezig zijn de commissieleden: T. Stam en Compagnie. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Van Hooijdonk, Oosters en Schilderman.
Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal en welkom bij het vragenuur van 26 januari 2023. We hebben zeven vragen op het programma, dus dat moet goed lukken in tijd. U kent de spelregels en ik zal u
daar scherp aan houden. U mag uw vragen stellen vanuit de zaal of vanaf het katheter. Dat geldt ook voor het college voor de beantwoording.
1. Vragen van de fractie van de VVD over laadpaalstoringen. De heer Te Hoonte (VVD): Voorzitter! Steeds meer inwoners rijden elektrisch. Daarom zet de
Utrechtse VVD zich al jaren in voor voldoende laadpalen. De laatste tijd krijgen wij vragen over
laadpalen die langdurig in storing staan, waardoor bewoners onnodig rondjes rijden. Daarom hebben wij de volgende vragen.
1. Ziet het college een toename in het aantal laadpalen in storing en hoe wordt dit gemonitord? 2. Welke afspraken zijn er met de leveranciers of met interne afdelingen over het oplossen van storingen aan laadinfrastuctuur? Wordt dat in de praktijk ook gehaald?
In sommige apps – bijvoorbeeld in ANWB op weg – wordt aangegeven of een openbare laadpaal in
Utrecht beschikbaar is om te laden. Sommige van die palen blijken toch niet te werken, bijvoorbeeld omdat een display langdurig kapot is. In de nieuwe meldingen-app staan de laadpalen niet meer
opgenomen op de kaart en het is dus ook niet vast te stellen of er al een storing op die paal gemeld is.
3. Is het college bereid om de laadpalen ook in ons eigen meldingssysteem te zetten, als een apart
filter, zodat op één plek een duidelijk overzicht is te geven van of een laadpaal in storing staat, of
Vragenuur van 26 januari 2023 dit gemeld is en wanneer dit opvolging krijgt? Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter! Dank aan de indiener van de vragen. Monitoring van de
storingen is onderdeel van de contractafspraken die wij als gemeente hebben met de exploitanten van de laadpalen. We eisen in die contracten dat laadpalen 99% - 99,5% van de tijd goed
functioneren. Het percentage kan verschillen tussen de contracten, maar de exploitanten rapporteren dit maandelijks aan de gemeente. We geven ook een boete wanneer het percentage niet gehaald
wordt. De afgelopen maanden is het percentage niet iedere maand gehaald. Vooral na de zomer zijn er problemen geweest met de hardware van een van de exploitanten, waardoor het percentage
tijdelijk is gezakt naar 98,8. Een andere exploitant heeft meerdere laadpalen langer in storing gehad doordat onderdelen die vervangen moesten worden niet leverbaar waren. Deze problemen zijn
inmiddels op één locatie na opgelost en daarmee voldoen eigenlijk alle exploitanten weer aan de
eisen die wij stellen. We houden het dus zeker goed In de gaten. Soms gaan de laadpalen stuk en dat kan inderdaad ook wat langer duren. Dat kan tot grote ergernis ook voor individuele gebruikers leiden, maar we doen er dus veel aan om dat juist ook te voorkomen.
Het antwoord op vraag 2 is dat de exploitanten verplicht zijn om hun 24/7 service desk beschikbaar te stellen. Daar gemelde urgente storingen moeten binnen twee uur worden opgelost. Niet urgente storingen moeten binnen 24 uur worden opgelost. Een storing is urgent wanneer de veiligheid in
gevaar is, doordat er bijvoorbeeld kabels vrij liggen na een aanrijding. De tijdige afhandeling wordt in de praktijk niet altijd gehaald. Het percentage storingen dat niet wordt opgelost binnen de daarvoor gestelde termijn ligt tussen de 5 en de 16. In de nieuwere contracten ligt daar een
prestatieafspraak onder: hoe lager het percentage, hoe lager de boete. Deze boete is meermaals opgelegd aan de exploitant.
Dan het antwoord op vraag 3, Wij zijn niet direct voorstander van dit voorstel. Het is de
verantwoordelijkheid van de exploitanten om de laadpalen werkend te houden. Als bijvoorbeeld een onbemand tankstation stuk is, meldt men dat ook niet bij de gemeente, maar juist ook aan de
eigenaar of de exploitant van het tankstation. Melden bij de gemeente zou bovendien een extra
tussenstap betekenen en niet helpend zijn naar het sneller opvolgen en het oplossen van de storing. Daarnaast zou technisch gezien een directe koppeling gemaakt moeten worden tussen onze
meldingen app en de storingsdienst van de verschillende exploitanten. We weten niet of dat kan en
of daar extra inzet en benodigde investeringen voor nodig zouden zijn. Naar ons oordeel weegt het dus ook niet op tegen de mogelijke positieve effecten daarvan. Dat waren de antwoorden.
De heer Te Hoonte (VVD): Voorzitter! Ik hoor eigenlijk wel dat de wethouder erkent dat het dat het
iets beter kan, maar ze wil dat nog niet koppelen naar al die palen. Maar ik zie wel op de foto's van
de verschillende palen dat er allemaal verschillende telefoonnummers opstaan en dat je het dus ook niet helder op de meldingensite ziet dat je het niet bij de gemeente kan melden en dat er dan ook
niets mee gebeurt. Kan dan in ieder geval op elke laadpaal een eenduidige stickers worden geplaatst dat een storing niet bij de gemeente moet worden gemeld? Als de paal na drie weken nog in storing staat, dan kan het bij de gemeente worden gemeld. Kan dat wel worden overwogen?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter! Ik zal nagaan of er vanuit onze communicatie
onduidelijkheid daarover bestaat en ook zal ik nagaan of dit op de site of ergens anders duidelijk
wordt vermeld. Verder lijkt het mij een goede tussenstap om een vermelding te plaats dat melding bij de gemeente het proces niet zal versnellen. Ik zou dat dus niet willen doen.
2. Vragen van de fracties van de PvdA, D66, Volt, Student & Starter Bij1, GroenLinks en PvdD over
2
Vragenuur van 26 januari 2023 een Utrechtse aanpak van femicide. Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Voorzitter! De afgelopen week passeerde het landelijk meermaals het nieuws: verschillende gevallen van vrouwen die met geweld om het leven zijn gebracht door een
partner of ex-partner. Niet alleen storen wij ons als partij aan de termen "huiselijk geweld", "drama's in de relationele sfeer" of zelfs "crime passionnel" die toch elke keer weer in de pers opdoemen,
maar ook maakt het ons boos en verdrietig dat in onze eigen stad deze dagen sprake was van een
slachtoffer van femicide, een term die wij hiervoor passender vinden, gezien de grote schaal waarop vrouwen slachtoffer worden van dit geweld. Oud-PvdA Kamerlid Kirsten van den Hul maakt zich al
jaren hard voor erkenning en een gedegen aanpak tegen (ex)partnergeweld en spreekt daarbij ook
van teleurstelling, omdat landelijke regie nog altijd ontbreekt. En dit zet ons op lokaal niveau aan het denken, zeker nu Utrecht de afgelopen dagen opnieuw werd opgeschrikt. Daar hebben we de volgende vragen over.
1. Op welke manier zet het college zich op lokaal niveau in om (ex)partnergeweld tegen te gaan en vrouwen hiertegen te beschermen?
2. Is bij het college bekend hoeveel gevallen van femicide onze stad jaarlijks kent?
3. Ziet het college ook mogelijkheden en kansen om de landelijke aanpak die volgens critici te beperkt is op lokaal niveau te versterken met andere instrumenten?
4. Jaarlijks doet de gemeente mee en de internationale Campagne Orange the World, waarbij het
stadhuis Oranje kleurt. Daarnaast heeft wethouder van Ooijen in 2021 toegezegd te kijken naar
de mogelijkheid een monument op te richten voor slachtoffers van (ex)partnergeweld. Wat is de
stand van zaken hiervan en ziet het college nog meer mogelijkheden om aandacht en erkenning te vragen voor deze slachtoffers?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! Ik zal deze vragen mede namens wethouder Voortman beantwoorden die natuurlijk als portefeuillehouder ook betrokken is.
Allereerst vraag 1: op welke manier zetten we ons in om partner of ex-partnergeweld tegen te gaan en vrouwen te beschermen? We werken in Utrecht met verschillende partners samen. Zo is onder
andere in het Zorg- en Veiligheidshuis een casuïstiektafel opgericht om echt de alleringewikkeldste gevallen ook te kunnen bespreken en daarmee aan de slag te gaan. Ook Veilig thuis en de politiestichting Moviera werken samen als het gaat om stalking. Ze kijken ook welk
hulpverleningstraject daarbij aan de orde moet zijn, gecombineerd met een zogenaamd
alarmeringssysteem Aware. In de afgelopen periode hebben wij in het kader van het project Werken
aan veiligheid heel veel trainingen gegeven, aan professionals in de werksfeer op het terrein van het herkennen van stalking, intiem terreur, et cetera. We financieren ook Stichting Moviera.
U vraagt naar de gevallen die in onze stad bekend zijn. Hoewel het onderzoek nog loopt, is er heel
recent in Overvecht nog een zaak geweest. Ik ben niet op de hoogte van zaken in 2022, in 2021 was er een misdrijf dat buiten Utrecht plaatsvond en in 2022 waren er twee zaken in Utrecht.
Het antwoord op de derde vraag over mogelijkheden om de landelijke aanpak op lokaal niveau te
versterken luidt, dat, zoals gezegd, de politie-eenheid Midden-Nederland, Veilig thuis Utrecht en
Moviera afspraken hebben gemaakt om de keten beter te organiseren. Als iemand de knop indrukt
bij onveiligheid, is er direct contact met de alarmcentrale en wordt er meteen gehandeld. Daarnaast is eind 2022 een pilot gestart met Veilig Thuis en de politie, breder dan alleen in deze stad om ook na een crisismelding van dit type geweld ook heel snel aan de slag te kunnen en om ook wat er
gedaan moet worden om bijvoorbeeld herhaling van geweld te voorkomen. We hebben natuurlijk ook nog altijd het tijdelijk huisverbod. Daarmee creëren we directe veiligheid, want plegers worden in
3
Vragenuur van 26 januari 2023 ieder geval voor minimaal tien dagen uit huis geplaatst. Dat geeft iemand ook de tijd om het hulpverleningstraject in te gaan en eventueel ook bepaalde keuzes te maken.
In antwoord op de laatste vraag merk ik op dat wij inderdaad heel graag meedoen aan de
internationale campagne Orange the World. Dat zullen we zeker ook blijven doen. Er was destijds
gevraagd niet zozeer om een monument, maar om met familie en andere nabestaanden in gesprek
te gaan over eventuele herdenkingsplekken. Bij navraag bleek het echter heel moeilijk te zijn om dat wat de indieners destijds beoogden ook goed boven tafel te krijgen en te kijken of die behoefte er ook wel daadwerkelijk is. Ik heb nu niet kunnen vaststellen dat dit veel verder is gekomen.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Voorzitter! Dank voor de antwoorden. Met betrekking tot het laatste antwoord vraag ik mij af of we niet met nabestaanden in gesprek te treden om te kijken of ze
behoefte hebben aan zo'n plek, ook nu we deze week weer opgeschrikt zijn. Misschien nog ten aanzien van die laatste vraag. De vraag of we dat toch kunnen kijken of nu we deze week weer
opgeschikt zijn of het toch behoefte is met nabestaanden, in ieder geval in gesprek te treden om te kijken of ze behoefte aan een herdenkingsplek.
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ik ben zeker van plan om in dit geval ook zelf contact op te
nemen, maar ik moet er ook eerlijk bij zeggen dat mijn ervaring is dat mensen dit in sommige
situaties willen overwegen, maar dat dit lang ook niet altijd het geval is. Het is niet per definitie de eerste vraag die je in zo'n gesprek stelt. Ik geef dat er maar even bij mee, want het zijn hele
moeilijke gesprekken. Het is belangrijk om het contact te hebben, maar vaak komen andere dingen ook aan de orde die zeker de nabestaanden zelf op zo'n moment heel belangrijk vinden.
3. Vragen van de fracties Utrecht Solidair over Strafbare overlast Nobelstraat aanpakken. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Voorzitter! De grootste klacht van de bewoners rond de
nobelstraat is de verstoring van de nachtelijke rust. Dit is geen probleem tussen horeca en bewoners, maar een gebrek aan handhaving. Ik ga over tot de vragen omdat ik twee minuten heb.
1. Erkent de burgemeester dat het handhaven van de wet een primaire overheidstaak is?
2. Is de burgemeester bereid om actief te gaan handhaven, zodat de nachtelijke rust terugkeert? Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! Misschien past het wel om een paar inleidende woorden te spreken. Allereerst is natuurlijk zowel wethouder Oosters vanuit haar
verantwoordelijkheid voor de binnenstad als ondergetekende betrokken bij deze situatie. Ik heb zelf medio vorig jaar ook op verzoek met bewoners van de Nobelstraat gesproken en mijn conclusie is
dat zij te maken hebben met een complexe stapeling aan geluidsoverlast, zowel in de nacht, maar ook overdag. Als je daar wat aan wil doen – en we inventariseren dat nu – vraagt dat ook om een
herbezinning op wat je op die plek wil. Voor deel komt de overlast bijvoorbeeld vanuit het openbaar vervoer. Met andere woorden, deze zaken zijn niet lichtvaardig te veranderen. De veronderstelling die vooral in vraag ligt besloten, namelijk of wij erkennen dat het handhaven een primaire
overheidstaak is, moet natuurlijk bevestigend worden beantwoord. Dat herken ik, maar het artikel dat mevrouw Hessel noemt, komt uit het strafrecht en daar kan alleen de politie op handhaven en niet de boa's. De boa's handhaven op basis van de APV.
Vervolgens wordt gevraagd of wij bereid zijn om actief te handhaven, zodat de nachtelijke rust terugkeert. Dat veronderstelt eigenlijk dat het probleem is opgelost als je maar heel veel boa's neerzet. Dat is een versimpeling van de werkelijkheid. Ik kan niet probleem niet zomaar
4
Vragenuur van 26 januari 2023 weghandhaven. Er is ook sprake van een vorm van legale geluidsproductie en soms is dat geluid inderdaad heel hard. Maar daar hebben we niet nu allemaal al wettelijke regels voor op basis
waarvan we kunnen handhaven en dus moet je andere keuzes maken in wat je bijvoorbeeld in die
straat nog wil toestaan. De simpele suggestie om heel veel boa's in te zetten zodat het vanzelf goed komt, vind ik eigenlijk niet fair, ook niet in de richting van de bewoners, want we weten eigenlijk nu al dat dat niet de oplossing is, nog los van het feit dat ik ook niet zoveel boa's heb. Je hebt er misschien wel tientallen nodig en die zijn er niet.
De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter! We weten ook van de bewoners zelf dat het hier vooral gaat om een verstoorde nachtrust. Als je een volgorde moet maken van waar de ellende zit, dan zit hij
daar. Dat komt deels door een viertal horecabedrijven en deels door wat er buiten gebeurt, wat ook weer relatie heeft met die vier horecabedrijven. Ik zie de dilemma's dan ook en ik heb alle begrip voor wat de burgemeester zojuist heeft gezegd, maar sinds dat bezoek van bewoners aan de
burgemeester zijn we toch alweer zes à zeven maanden verder. Wij zoeken uit of we in de richting van die vier horecabedrijven toch niet iets ingrijpender kunnen doen dan niets. Kan daar nog iets over worden gezegd?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Er zijn voortdurend gesprekken, er zijn stewards en er wordt op allerlei manieren wel gepoogd om het geluid in de openbare ruimte te beïnvloeden. Tegelijkertijd
hebben de bewoners ook heel recent weer echt een noodsignaal afgegeven. Ze zijn het helemaal zat. Ik kan er wel een mooi verhaal van maken, maar dat is wat ze zeggen. En ja, Het gaat voornamelijk
over de nachtelijke overlast, maar niet alleen. Ze geven aan dat ze ook overdag voortdurend daarmee te maken hebben en dat de druppel op de steen een heel groot probleem is. Als je ingrijpende
maatregelen wil nemen richting horecabedrijven die legaal hun werk doen, kan dat niet zomaar op basis van de huidige afspraken en ook niet op basis van onze eigen Binnenstadvisie, waarin we nu eenmaal die combinaties van wonen en bijvoorbeeld horeca wel degelijk ook mogelijk maken. Je
moet heel andere besluiten nemen, wil je hier echt iets fundamenteels aan doen. Dat kan het college nooit alleen, want dan moet ook terug naar de raad. Dan gaat het echt over de functies die je al dan niet in die straat wil combineren. Dat zijn fundamentele debatten en daar hebben de raadsleden ongetwijfeld verschillende opvattingen over en daar zijn we nu niet. Maar dat is wel het eerlijke antwoord.
Mevrouw Zwinkels (CDA): Voorzitter! Ik hoor de burgemeester zeggen dat het ook te maken heeft
met de kaders die nu voorliggen. Los van het groots wijzigen van dat soort kaders, vraag ik mij af
wat het college op korte termijn kan doen om die excessen zoveel mogelijk te voorkomen dan wel om daarop extra te handhaven. Wat is concreet mogelijk op korte termijn?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! Op verzoek van de bewoners zijn wij begonnen met
het meten van het geluid. Je kan het maar beter zeker weten hoe heftig het is. Welnu, het is heftig. Daar is geen misverstand over. In de binnenstad van Utrecht is er een alcoholverbod, waarop
eigenlijk voornamelijk bij excessen wordt gehandhaafd. In het Uitteam werkt de gemeente samen met horecaondernemers en beveiligers om overlast te voorkomen. Zodra een situatie uit de hand
dreigt te lopen, kan er meteen gebeld worden. Daar zijn ook afspraken over gemaakt. Eigenlijk is het probleem niet zozeer alleen maar de excessen, maar het feit dat er gewoon heel veel lawaai is. Voor een deel is het niet zozeer een kwestie van handhaven, maar ook een kwestie van keuzes maken. In
die straat is er gewoon veel reuring. Als je dat anders wil, helpt het niet om er een blik boa's voor de
5
Vragenuur van 26 januari 2023 deur te zetten. Ik zeg het maar gewoon, want iedereen schijnt dat te denken, Dat is gewoon de oplossing niet. Ik heb ze ook niet, maar zelfs als ik ze had, zou dat niet voldoende zijn. Dat is precies wat het dilemma is.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Voorzitter! Ik spreek namens de bewoners van de Nobelstraat. Er
is verder niets gebeurd. We hebben de avond Binnenstad 030 gehad, waar de wethouder bij was. De allergrootste klacht is de enorme herrie 's nachts. Zoals er een actie geweest is onder het Bollendak
kan er ook een actie in de Nobelstraat zijn. De burgemeester zegt echter al dat zij daarvoor niet eens de handhavers heeft. Ziet zij het zelf niet gewoon als een gebrek aan handhaving? Het gaat niet om
de auto's of een bladblazers, het gaat de bewoners er vooral om dat zij 's nachts niet kunnen slapen. Dat kan alleen maar door handhaving gedaan worden. Vindt zij ook niet dat de horecaondernemers nu tegenover de bewoners worden gezet, terwijl het gewoon een gebrek aan handhaving is? Dat is een gemeentelijke taak.
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! Mevrouw Hessel zegt namens de bewoners te spreken, maar ik spreek met de bewoners. Dat is mijn positie en ik ben van plan om dat binnenkort weer te gaan doen. Het is niet zo dat er niets gebeurd is; we hebben alleen niet nu kunnen ingrijpen in de bron van het probleem. Daar hebben de bewoners volkomen gelijk in. Dat is omdat we wel een
inventarisatie hebben van de knoppen waar we eventueel aan kunnen draaien, maar dan moet je op een gegeven moment ook beslissen of je bepaalde functie daar wel wilt behouden. Het is niet bedoeld om mensen tegenover elkaar te zetten. Daar maak ik ook echt bezwaar tegen. Het is
bedoeld om een eerlijke analyse te maken van wat het probleem is. En als je daar met elkaar iets aan
wil doen, moet je dus ook gedurfde stappen vooruit zetten. Het kan zijn dat we daarop inderdaad bij de raad op terugkomen. Dat sluit ik niet uit, want dat gesprek is nog lang niet klaar en de bewoners hebben ook onze steun nodig. Wat ik met handhaving kan doen, doe ik.
4. Vragen van de fracties van Utrecht Solidair en Stadsbelang Utrecht over Is € 800.000 steun aan TivoliVredenburg noodzakelijk?
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Voorzitter! Ja, ik heb nog heel weinig tijd, dus ik kort de vragen
even in. De gemeente Utrecht geeft steun aan maatschappelijke organisatie. Tivoli ontvangt al 9 mln. subsidie per jaar en heeft nog extra Coronasteun gekregen van 7 miljoen. Nu zitten ze in de
problemen, want ze komen 1,3 mln. tekort. Tivoli heeft de prijzen maar met 50 cent verhoogd, want ze willen bereikbaar blijven voor de mensen met de kleine portemonnee.
1. Is het college het ermee eens dat een prijsverhoging van 1 à 2 euro per ticket om zelf je energierekening te kunnen betalen voor de hand ligt?
2. De aanvraagtermijn voor de steunmaatregelen gaat 1 februari in. Hoe komt het dat die voor die in januari in aanvraag indiende en gehonoreerd kreeg?
3. Hoeveel maatschappelijke organisaties hebben nog meer een aanvraag gedaan? 4. Welke draconische maatregelen zijn hiermee voorkomen?
De voorzitter: U hebt nog vijf seconden voor een aanvullende vraag dadelijk. Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter! Dank aan de indieners van de vragen. Allereerst wil ik
zeggen dat in 2022 natuurlijk sprake was van de allerhoogste inflatie sinds de jaren zeventig, met name veroorzaakt door de sterk stijgende energieprijzen, het tekort aan personeel en de bouw of
6
Vragenuur van 26 januari 2023 andere materialen. Hier hebben niet alleen onze inwoners last van, maar bijvoorbeeld ook de
ondernemers, scholen, maatschappelijke instellingen en ga zo maar. Deze unieke omstandigheden
zijn voor ons aanleiding om niet alleen onze inwoners waar nodig extra te ondersteunen, maar ook onze maatschappelijke partners die een belangrijke bijdrage leveren aan onze doelen en aan de levendigheid van de stad. Zo willen we voorkomen dat zij hun activiteiten geheel of gedeeltelijk
moeten beëindigen. Het antwoord op de eerste vraag is dat een belangrijke voorwaarde voor de
verlening van de noodsteun is dat instellingen aantoonbare bijsturingen maatregelen moeten nemen. De invulling daarvan is aan de instelling zelf; als gemeente interveniëren wij niet in de
bedrijfsvoering van andere organisaties. In het geval van TivoliVredenburg is er wel al een
prijsverhoging doorgevoerd, maar daarnaast zijn er bijvoorbeeld ook energiebesparingsmaatregelen genomen en zijn enkele vervangingsinvesteringen uitgesteld. Het college heeft er overigens begrip voor dat een prijsverhoging altijd afgezet moet worden tegenover de toegankelijkheid van een instelling. We willen natuurlijk wel dat cultuur voor iedereen betaalbaar blijft.
Het antwoord op vraag 2 is, dat daar waar sprake van acute continuïteitsproblemen is we per direct de noodsteun kunnen verlenen, ook voor februari dus. TivoliVredenburg is de eerste instelling die
zich heeft gemeld met de nodige financiële onderbouwing. Voor maatschappelijke instellingen die nu niet in acuut gevaar zijn, maar die wel fors zijn geraakt door de stijgende energielasten, stellen we
naar verwachting medio februari sectorspecifieke regelingen open. Dat is dus ook het vervolg hierop. Dan het antwoord op vraag 3. Voor noodsteun liggen er nu geen andere aanvragen. Wel zijn er contacten geweest met instellingen die naar verwachting een beroep zullen doen op de sectorspecifieke regelingen van half februari.
En dan het antwoord op vraag 4. Zonder noodsteun zou TivoliVredenburg in 2023 moeten ingrijpen in de culturele programmering, zoals snijden in talentontwikkeling, educatie, participatie, klassieke muziek en meerdere festivals. Deze rigoureuze ingrepen vinden wij, gezien de culturele
programmering van Tivoli en de positie in de lokale culturele infrastructuur onwenselijk. Het is
daarbij overigens voor TivoliVredenburg niet wenselijk om publiekelijk concrete namen te noemen,
omdat dat onrust kan geven bij zowel de programmeurs als bij het publiek. Bovendien hebben we nu met de tijdige interventie, dus de noodsteun, voorkomen dat het ook zover hoeft te komen.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair): Voorzitter! Ik heb buurthuizen gebeld, maar niemand is van deze regeling op de hoogte. Ik heb zelfs een huilende man bij me gehad, omdat het buurthuis een
warmteplek is voor alle mensen in Utrecht maar hij de energierekening niet meer kan betalen. Ik heb hem gelukkig kunnen wijzen op deze regeling, maar hoe komt het dat Tivoli wel zo snel op de hoogte is van deze regelingen en ook de juiste aanvraag indient?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter! Het lijkt mij in ieder geval belangrijk en het is heel goed dat mevrouw Hessel ook deze meneer op de hoogte heeft gesteld van de regeling. Wij zullen
natuurlijk ook met al onze maatschappelijke partners contact opnemen over deze regeling om dat in ieder geval kenbaar te maken. Dat doen wij ook al bij veel sportverenigingen en andere
maatschappelijke partners. Dat iedereen daarvan op de hoogte is, lijkt mij in ieder geval het belangrijkst.
5. Vragen van de fractie van EenUtrecht over Van speeltuin naar beweegtuin. De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter! Een sympathiek idee, van Joop de Bruin, actief als
ambassadeur bij wijkcoöperatie Oost voor elkaar. Het speelt in Oost, maar het zou overal In de stad
kunnen spelen. Het idee is nog nergens is toegepast, althans niet in zoverre wij weten en zeker niet
7
Vragenuur van 26 januari 2023 in Nederland. Iedereen vraagt zich dan altijd af of dat dan wel verder uitgewerkt kan worden, hoe doe je dat en is er wel draagvlak voor? Om die reden deze mondelinge vragen om eens even te
proeven of de wethouder dit ook ziet zitten. Als dat zo is, kan dat misschien een kans krijgen in onze stad. Dat zou wel heel erg mooi zijn. Omwille van de tijd ga ik door naar mijn vier vragen. 1. Is het college bekend met het idee van de beweegtuin?
2. Zou dat een kans verdienen om in Utrecht de ruimte te krijgen?
3. Is er bij het college misschien wel bekend of vergelijkbare beweegtuinen al gerealiseerd zijn en waarvan we kunnen leren in Nederland, Spanje en China zijn ze wel van toepassing.
4. Zou het college op een actieve wijze kunnen onderzoeken of de beweegtuin is te realiseren voor
de speeltuin aan de Stolberglaan, in nauwe samenwerking natuurlijk met deze initiatiefnemer en mogelijk andere enthousiaste omwonenden en/of gebruikers?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter! In antwoord op de eerste vraag of wij bekend zijn met dit idee van een beweegtuin meld ik dat we hierover door de initiatiefnemer zijn geïnformeerd.
Het antwoord op de tweede vraag luidt dat de raad het afgelopen jaar het nieuwe speelbeleid heeft vastgesteld. Daarin hebben wij de ambitie dat speelplekken voor iedereen toegankelijk zijn. Speelen beweegmogelijkheden voor alle leeftijden zijn daarin meegenomen. Het zijn vaak ook
voetbalkooien, tafeltennistafels en calistenicstoestellen. Er zijn ook al voorbeelden in Utrecht waar bewegen voor senioren wordt gestimuleerd, zoals de beweegtoestellen in het Griftpark en de Beweegtuin de Amazone in Overvecht. Ik vind het wel van belang dat niet het beleid dat zo
recentelijk door de raad is vastgesteld in zijn geheel overboord wordt gegooid, maar ik zie juist
eigenlijk veel overeenkomsten tussen dit initiatief en wat EenUtrecht hier ook verder aandraagt. Dus vanuit dat perspectief zullen wij kijken in welke plaatsen deze ideeën die achter deze beweegtuin zitten, ook verder toegepast kunnen worden. Het antwoord op de derde vraag luidt, dat dit een
beetje afhangt van de vraag wat we precies bedoelen met beweegtuinen. Wij hebben niet direct een voorbeeld op een andere plaats van dit initiatief, maar wel zien we dat het bewegen voor alle
leeftijden natuurlijk ook op andere plaatsen gebeurt. Dat blijkt ook uit de voorbeelden die ik zojuist noemde.
In de vierde vraag gaat het om onze bereidheid om dit op een actieve wijze te ondersteunen. Wij zijn daartoe inderdaad bereid. Wij blijven open staan voor initiatieven uit de buurt, dus we zullen dit
initiatief zeker ook op deze plek verder onderzoeken en in gesprek gaan met de bewoners. Daarbij kijken we zowel naar de ideeën die dit initiatief brengt als de speelvisie die door de raad is vastgesteld.
Mevrouw Zwinkels (CDA): Voorzitter! Ik hoor de wethouder zeggen dat het college bereid is om actief te ondersteunen. Dat is natuurlijk heel mooi, maar dan ben ik er wel gelijk benieuwd naar via welke weg het college hiervoor eventueel geld zou willen vrijmaken. Is dat het Initiatievenfonds of is dat
het bug vanuit het programma? We hebben dat probleem ook eerder gehad met Speelvisie zelf, toen er geen budget bij kwam. Ik ben daar erg benieuwd naar.
Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter! Er zijn verschillende budgetten waaruit geput werd. Een aantal werd door mevrouw Zwinkels al genoemd, maar met het coalitieakkoord is er een extra
investering gekomen voor spelen. Dat is het budget waar we naar zouden kunnen kijken. Hetzelfde geldt voor het Initiatievenfonds, maar het gaat allereerst om het gesprek over de vraag hoe we dat
kunnen doen en wat ervoor nodig is. Vanuit eerdere initiatieven hebben we geleerd dat het belangrijk is dat alle bewoners meegenomen worden. Dat is een les die wij de afgelopen tijd absoluut hebben
8
Vragenuur van 26 januari 2023 geleerd. 6. Vragen van de fracties van PvdA, Student & Starter, BIJ1, DENK en GroenLinks over het Wegnemen van drempels bij het bibliotheekbezoek.
De heer Stam (PvdA): Voorzitter! Ik vervang even mevrouw Assen. Een boek vergeten in te leveren bij
de bibliotheek kan aardig oplopen qua kosten, vooral voor gezinnen met kinderen die vaak meerdere boeken lenen. Afgelopen maandag berichtte het NOS dat dit niet meer bij elke bieb zo is. Zo'n 30% van alle bibliotheken delen inmiddels geen boetes meer uit en bij nog eens een kwart van die bibliotheken betalen sommige leden geen boetes, zoals kinderen of mensen met een plus-
abonnement. Uit dit NOS artikel blijkt dat boetes een drempel kunnen opwerpen voor mensen die het financieel niet makkelijk hebben. Ze blijven soms weg om te voorkomen dat ze de boetes moeten
betalen. Dat signaal kregen wij al eerder van schoolleiders. Dit onderstreept dat het zo belangrijk is
dat de bibliotheek voor iedereen toegankelijk is en blijft. Eerder diende de PvdA een motie in die een koppeling maakt met de U-pas. We zijn blij dat dat nu mogelijk is. We zijn benieuwd naar wat nog
meer kan worden gedaan om drempels voor lagere inkomens weg te nemen om de bieb te bezoeken en zo meer of makkelijker te lezen. Daarom hebben wij met de genoemde fracties de volgende vragen.
1. Onderschrijft de wethouder het belang van in toegankelijke en betaalbare bibliotheek voor de hele stad. Zo ja, is de wethouder bereid naar de mogelijkheden te kijken om dit die
toegankelijkheid te vergroten, bijvoorbeeld door de afschaffing van het boetesysteem?
2. We zijn ons bewust dat de afschaffing van boetesysteem ook invloed heeft op de inkomsten van de bibliotheek. Kan een inschatting daarvan gemaakt worden, mogelijk ook hoe die te
compenseren In de strijd tegen ontlezing en laaggeletterdheid, eventueel door het afschaffen van boetes voor groepen te realiseren in plaats van voor iedereen?
3. Er zijn inmiddels meer gemeenten die ervaring hebben met een deels of geheel afgeschaft
boetesysteem. Kan de wethouder de raad informeren waar dit toe geleid heeft, bijvoorbeeld tot meer uitgeleende boeken, maar wellicht ook tot meer te laat ingeleverde boeken?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter. Ik neem de beantwoording waar voor de heer Eerenberg die thuis even heel hard nodig was. Uiteraard onderschrijven wij het belang van een toegankelijke en betaalbare bibliotheek en we staan ook open voor mogelijkheden om dat te bevorderen.
In de tweede plaats werd gevraagd naar wat de afschaffing van het boetesysteem doet. De
bibliotheek die schat dat in op 2,5 ton, maar we horen ook van andere bibliotheken die hier ervaring mee hebben, dat daar soms ook weer hogere inkomsten tegenover staan. Dat zal verder in beeld gebracht moeten worden.
In antwoord op vraag 3 meld ik dat we dat samen met de bibliotheek verder in beeld willen brengen.
Wij verwachten dat we in het tweede kwartaal van dit jaar terug kunnen komen op wat die verkenning heeft opgeleverd.
Mevrouw Van der Wilt (D66): Voorzitter! Ik hoor de wethouder zeggen dat er weer wordt verkend hoe dat gaat en dat de bieb schat dat het om 250 ton gaat. Mij wordt echter niet duidelijk of dat gaat
over de afschaffing van de boetes voor iedereen of alleen voor specifieke doelgroepen. Ik vind het
ook heel belangrijk dat we de bieb voor iedereen toegankelijk maken, maar om bij boetes verschil te maken tussen inkomen vind ik wel heel lastig, omdat we dat ook niet bij andere boetesystemen zo
9
Vragenuur van 26 januari 2023 doen. Ik zou er geen voorstander van zijn om daarin onderscheid te maken. Ik ben er dus benieuwd naar waar de wethouder het over had toen hij sprak over die 250 ton, of dat voor iedereen was of alleen voor één groep.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Ik heb geen indicatie dat hier verschil is gemaakt tussen
doelgroepen. Er is hier sprake van het afschaffen van het boetesysteem, dus dan ga ik ervan uit dat dat voor iedereen is.
Mevrouw Zwinkels (CDA): Voorzitter! Er zou dus een optie zijn dat het boetesysteem voor iedereen wordt afgeschaft, maar we hebben ook nog wel te maken met eigen verantwoordelijkheid van
mensen. Ik vind dat de bieb daar ook wel aan het stuur mag zitten. Hoe proportioneel vindt de
wethouder het dat we een ook die kant van het verhaal volledig terzijde zouden schuiven, omdat er een groep is voor wie het problematisch wordt als ze heel hoge boetes krijgen bij de bibliotheek? Hoe proportioneel is dit?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Het goede nieuws is dat er nog geen enkel besluit is genomen. Ik begrijp wat mevrouw Zwinkels zegt, want het gaat ook over de goede prikkel. Het idee is ook dat boeken rouleren en ook weer naar iemand anders kunnen. Laten we dit element meenemen in het gesprek met de bibliotheek. Nogmaals, we hebben nog geen uitslagen. We zijn ook nog niet begonnen, want we staan aan de vooravond van het gesprek. We zullen de verschillende perspectieven uit deze zaal meenemen.
De heer Te Hoonte (VVD): Voorzitter! Als ik dit zo hoor, ben ik er wel benieuwd naar bij wie de
beslissingsbevoegdheid ligt om dit aan te passen. Is dit binnen het mandaat dat de bibliotheek van de stad heeft, iets wat zij voor hun eigen bedrijfsvoering kunnen zeggen dat het loont om het
systeem al dan niet afschaffen of is het iets waar wij als stad opdracht toe geven en daar misschien
ook extra budget bij moeten leveren? Wie gaat daar dan over? Maar dan zou een tweede vraag zijn en ik krijg graag een antwoord op de eerste.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter! De raad gaat er uiteindelijk zelf over om extra geld te geven. Wij zijn de financier van de bibliotheek en we weten ook dat daar ook nog best een goed gesprek te voeren valt. Ik schat in dat wij opdrachtgever en financier zijn, maar dat de bibliotheek
uiteindelijk zijn eigen exploitatie organiseert. Gelukkig gaan we met elkaar om de tafel en is er nog geen besluit genomen. In het tweede kwartaal geven we terug wat de bevindingen van die
gesprekken zijn. Mocht er behoefte aan zijn, dan kunt u ook met de portefeuillehouder verder bespreken wat u ervan vindt.
De heer Stam (PvdA): Voorzitter! Ik ben een heel gelukkig commissielid, dus heb ik geen vervolgvragen.
7. Vragen namens de ChristenUnie en het CDA over Nog steeds geen poffertjes. De heer Compagnie (ChristenUnie): Voorzitter! Op 11 augustus 2021 zijn er schriftelijke vragen gesteld over een horeca-initiatief aan de Gageldijk in Overvecht. Beleidskaders leken door het
college en de Raad verschillend geïnterpreteerd te worden en vervolgens is er na het debat In de
Raad een motie ingediend, waarin het college werd verzocht het initiatief aan de Gageldijk opnieuw te beoordelen, in acht nemend dat een meerderheid van de raad de beleidskaders anders
10
Vragenuur van 26 januari 2023 interpreteert en voor dit initiatief is. Op deze manier wordt horeca namelijk meer verspreid over de
wijken en kunnen meer Utrechters in hun eigen buurt van laagdrempelige horeca genieten. Inmiddels hebben we begrepen dat dit initiatief nog steeds niet van de grond is en de ChristenUnie en het CDA vinden het wel erg lang duren. We schrikken ook van de signalen over een afwachtende houding van de gemeente op dit dossier. Daarom hebben wij hierover de volgende vijf vragen.
1. Hoe komt het dat er nog geen vervolg is gegeven aan de uitwerking van de betreffende motie?
2. Kloppen de signalen dat de horecaondernemer op dit moment moeizaam in contact kan komen met de gemeente en dat het nog niet tot serieuze afspraken is gekomen?
3. Kan de wethouder alsnog toezeggen zo snel mogelijk met de initiatiefnemer in gesprek te gaan over de uitwerking van de motie?
4. Hoe staat de wethouder op dit moment tegenover de wens van de raad, zoals uitgesproken in de
breed aangenomen motie 370? Eerder zou de raad in Q2 van vorig jaar geïnformeerd worden over de uitvoering. Dit is nog niet gebeurd.
5. Wanneer kan de wethouder duidelijkheid geven over de uitvoering van deze motie? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter! Aan die motie zaten eigenlijk twee aspecten. De vraag is aan de ene kant hoe je dit weegt vanuit het horecakader en aan de andere kant hoe je de verdere vergunningverlening weegt vanuit meer het RO-perspectief. Voor dat laatste ben ik
aangenomen. Mijn voorganger, wethouder Verschuren, heeft in het eerste kwartaal van het afgelopen jaar al de eerste voortgangsberichten gestuurd, die onder andere gingen over de horecakant, maar
ook al wel een eerste indicatie gaven van de RO kanten. Het gesprek met de ondernemer loopt sinds januari vorig jaar en ook op verschillende momenten door het jaar heen. Dus dat proces loopt, Er
zijn verschillende aandachtspunten wat betreft bouwvergunning, mobiliteit en verdere inpassing. Het heeft even geduurd om alle informatie op een rijtje te krijgen. Dat begint wel te naderen, dus dat
betekent dat we ook binnenkort een afweging kunnen gaan maken. We verwachten dat we u daar dit kwartaal over kunnen informeren.
De heer Compagnie (ChristenUnie): Voorzitter! Herkent de wethouder die signalen over het
moeizame contact met de gemeente en hoe staat zij tegenover de wens van de raad om dit voortgang te laten vinden?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter! Ik wil niet vooruitlopen op de inhoudelijke weging, want die krijgt u later in een brief. Ik kan natuurlijk niet helemaal in de huid van de ondernemer
kruipen, maar wat ik heb begrepen is dat er in de loop van 2022 op verschillende momenten in het hele jaar contact is geweest, dus vanaf januari en ook later in het voorjaar en het najaar en in
december. Ik kan niet beoordelen of dat ingewikkeld was; ik kan alleen maar constateren dat er wel een jaar lang serieus aan gewerkt wordt door een team van een aantal vakspecialisten.
De voorzitter: Daarmee hebben we alle vragen van dit vragenuur gehad en mag ik deze vergadering sluiten. Ik wens u allen nog een heel fijne avond.
De voorzitter sluit daarop, te 17.58 uur, het vragenuur.
11
Vragenuur van 26 januari 2023 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 26 januari 2023.
Vragen van de fracties van de PvdA, Student & Starter, BIJ1, DENK en GroenLinks over het Wegnemen van drempels bij bibliotheekbezoek. Wethouder Van Hooijdonk •
zegt toe om de raad uiterlijk in het tweede kwartaal van 2023 de resultaten te sturen van de
verkenning die de gemeente en Bibliotheek Utrecht samen uitvoeren naar het afschaffen van het boetesysteem voor te laat ingeleverde bibliotheekboeken
12