20221222 vragenuur.doc
Tekst van het document
2022 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 22 december 2022 Vragenuur, gehouden op donderdag 22 december 2022 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard Aanwezig zijn de leden: Assen, Te Hoonte, Kleinrensink, Peters, Ramaker, Stylianou, Talhaoui en Van der Wilt.
Tevens aanwezig is het commissielid: Duitscher Namens het college zijn aanwezig de wethouders: Van Hooijdonk, Schilderman en Streefland. Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Een heel goedenavond iedereen. Welkom bij deze extra feestelijke editie van ons laatste vragenuur. Afgelopen weekend was het lichtfeest van Chanoeka, gisteren was het feest van Yalda en het komende weekend vieren we Kerstmis. Volop feesten deze maand. Wij gaan het komende uur vijf sets vragen stellen, de laatste van dit jaar. Ik heet iedereen van harte welkom, zowel de mensen thuis als de mensen op de publieke tribune. Ik heet ook de collegaraadsleden van harte welkom, net als de commissieleden en de wethouders.
1. Vragen van de fracties van de VVD, D66, GroenLinks, CDA, PvdA, PVV, DENK, ChristenUnie, Utrecht Solidair, Student & Starter, Stadsbelang Utrecht en Partij voor de Dieren inzake de Extreme verhoging stadsverwarming.
De heer TE HOONTE (VVD): Voorzitter! Met de extreme verhoging van de stadsverwarming bedoelen we natuurlijk niet de temperatuur van de stadsverwarming, maar de prijzen daarvan.
Op 19 december kregen Utrechters met stadsverwarming nieuwe tarieven van ENECO toegestuurd en deze tarieven leidden tot diverse reacties richting raadsleden en op social media. De maximale
warmtetarieven worden gereguleerd door de ACM, maar leveranciers zijn vrij in het vaststellen van de tarieven. Per 1 januari komt er een prijsplafond voor het verbruik en het lijkt erop dat ENECO bijna alle tariefonderdelen heeft verhoogd naar het maximum, voor heel Nederland één tarief
hanteert en daarmee afwijkt van andere warmteleveranciers in Nederland. Al vaker zijn er zorgen
geuit over de tarieven van stadsverwarming en de fracties hebben daarom nu de volgende vragen.
1. Hoe oordeelt het college over de door ENECO gekozen tarieven in relatie tot het prijsplafond, de gekozen tarieven van andere leveranciers en het ontbreken van verschillen tarieven per net?
Vragenuur van 22 december 2022 2. Hoe kan het dat de opgelopen gasprijzen zo'n effect hebben terwijl gesteld wordt dat stadsverwarming voornamelijk op biomassa draait?
3. Deelt het college dat het prijsplafond bedoeld is om financiële problemen bij inwoners op te lossen en niet om de inkomsten van energieleveranciers te verhogen?
4. Is het college bereid om vanuit dat perspectief ENECO aan te spreken op de nieuwe tarieven? 5. ENECO krijgt ook een belangrijke rol bij de uitbreiding van het stadswarmtenet in onze stad.
Deelt het college dat de voorgestelde maximale invulling van de tarieven niet bijdraagt aan het vertrouwen in draagvlak voor stadsverwarming als alternatief om hele wijken van het gas af te laten gaan en weegt het college de tarieven mee in de beoordeling van de nog lopende voorstellen voor de uitbreiding van het warmtenet?
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! We hebben hier al vaker over gesproken en ik weet dat het verschrikkelijk onbevredigend is, maar in het huidige stelsel heeft de gemeente hier
niets over te zeggen. In de tweede plaats heeft zij daar weinig inzicht in. Het is wat ons betreft dus echt een vraagstuk. Het huidige systeem met een warmtenet en een warmtesysteem is een
monopoliesysteem; dat zit ook wel in de aard van het beestje. Op dit moment zijn dat in Utrecht
maar ook in andere plaatsen private bedrijven. Landelijk hebben we een marktordening met de ACM als scheidsrechter, de waakhond. Dat er regels zijn, weten de heer Te Hoonte en ook andere
raadsleden heel goed. Die zijn nu nog gesteld op de gasreferentie en daar willen we vanaf, ook in
Utrecht. Dat wordt ook gedeeld in Den Haag en het gaat in de nieuwe wetgeving ook gebeuren. Maar dat schijnt echt nog een aantal jaren te moeten duren. Daar is flink op gedrukt, maar het ministerie ziet echt geen mogelijkheid om dat te versnellen. Dat is de achtergrond. Wij kunnen ook niet bij
ENECO naar binnen kijken en ik kan dus niet zien welke berekening zij hebben gemaakt over hun
hele systeem. Dat is er namelijk ook nog aan de hand bij ENECO. Zij zitten in ieder geval wel aan de bovenkant. Dat hebben de vragenstellers goed gezien.
Door het prijsplafond wordt het effect in de praktijk wel gedempt. De inschatting is dat de prijs € 10 tot € 15 per maand omhooggaat bij gemiddeld gebruik. Voor ons is het dus heel belangrijk dat dit verandert. Het is overigens ook goed op te merken dat in het huidige systeem heel veel kosten
afhankelijk zijn van gas. Er zit nog een gascentrale op de stadsverwarming, maar daarbij moeten we
ons realiseren dat het biomassagedeelte ook is verzekerd voor gasprijzen om problemen voor ENECO te voorkomen als de tarieven niet hoger mogen worden ingeval de gasprijzen laag zijn en
biomassaprijzen niet. Als de gasprijzen laag zijn, heeft ENECO zich verzekerd tegen het nadeel
daarvan maar omgekeerd heeft zij ook geen voordeel van de biomassabronnen als de gasprijzen
hoog zijn. Het is een ingewikkeld verhaal, maar het middelt dus uit. De elektriciteitskosten zijn ook gestegen en zij berekenen de prijs over het hele systeem, dus andere kosten – bijvoorbeeld die van restwarmte – stijgen ook allemaal mee. Het is dan ook geen bubbel; de kosten voor ENECO zijn wel echt gestegen. Hoe vervolgens de berekening binnen het bedrijf in elkaar zit, kunnen wij niet zien. Daar checkt de ACM op. Er zit in ieder geval ook de check op dat er geen onredelijke rendementen zijn. Vroeger werd een bandbreedte van 5 à 6 procent gerekend, maar de ACM is dat opnieuw aan
het ijken. Ze kunnen dus niet eindeloos rendementen rekenen. Dat is in ieder geval een feit, want de ACM moet daarop controleren.
De vragenstellers zeggen ook dat dit niet helpt in de transitie. Daar ben ik het volstrekt mee eens.
Dit helpt inderdaad niet. Wij zijn van mening dat de wet en de kostenstructuur moeten veranderen en dat de transparantie moet worden verbeterd. Bovendien, zoals het kabinet heeft gezegd, moet het
publiek worden georganiseerd. Daar zijn wij voor en wij hopen dat het soelaas gaat bieden, waardoor het een aantrekkelijker product wordt in de toekomst wanneer de mensen van het gas moeten en
2
Vragenuur van 22 december 2022 overgaan op een warmtesysteem. Dat helpt de zaak vooruit. De heer TE HOONTE (VVD): Voorzitter! Volgens mij is vraag 5 niet beantwoord en ik mis ook het
antwoord op de vraag of de wethouder nu in gesprek wil met ENECO. De wethouder gaat over haar eigen antwoorden, maar ik vraag me af of alles wel beantwoord is wat er gevraagd is.
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Mijn laatste antwoord was bedoeld als het antwoord op
vraag 5, namelijk hoe we naar de lopende voorstellen voor uitbreiding kijken. Daarom had ik het
over de mensen die van het gas af aan en overgaan op stadsverwarming. Wij zijn ook van mening dat een aantal dingen moet veranderen. Ik noemde zojuist al transparantie, meer publiek inrichten en
een andere kostenstructuur. Wij vinden dat dit soort dingen goed geregeld moet zijn in het licht van het feit dat wij wel met zijn allen van het gas af gaan. Dat stellen we niet ter discussie. Het was dus bedoeld als antwoord op vraag 5, maar ik heb de vraag er niet bij genoemd. We gaan graag in overleg met ENECO. Die oproep heb ik al vaker gehad, ook vanuit de Raad.
Nogmaals, we hebben dus geen bevoegdheden, geen positie om naar binnen te kijken – tot nu toe laat ENECO ons ook niet binnenkijken – en ENECO zegt geen aparte registratie voor Utrecht te
hebben. Zelfs als ze dat zouden willen en ze het luikje open zouden doen, hebben ze geen Excel voor alleen Utrecht. Ze maken alleen berekeningen over het hele systeem, van al hun systemen.
Mevrouw KLEINRENSINK (GroenLinks): Dank voor de antwoorden en ook fijn dat het signaal toch weer elke keer gegeven kan worden. Los van de kosten zelf, wordt het namelijk ook heel laat
gecommuniceerd naar inwoners. We krijgen vrij laat te horen dat een rekening opeens heel erg gaat stijgen. Dat kan ook meegenomen worden in dat signaal. Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Dat kan zeker. De heer PETERS (D66): Dank ook voor de antwoorden. We moeten eigenlijk nu al beginnen om dat vertrouwen te wekken bij de inwoners die op stadsverwarming over moeten gaan. De wethouder
heeft zojuist duidelijk gemaakt hoe het nu werkt, maar daarmee wordt het vertrouwen nog niet echt gewekt. Ik ben er wel ook benieuwd naar hoe we er samen met ENECO voor kunnen zorgen om daar duidelijk aan te gaan werken. Welke concrete dingen kunnen wij daarop verwachten?
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Ik heb geprobeerd aan te geven dat wij zonder naar binnen
te kunnen kijken wel zien dat ook voor ENECO een aantal kosten stijgt. Dat heeft ermee te maken dat de maat voor alles in de energiesector nog steeds de gasprijs is. Zij worden daar dus echt mee geconfronteerd. De druk om daar echt van af te komen, zodat alternatieve bronnen ook een alternatieve prijs kunnen geven en dat dit uiteindelijk doorwerkt in de prijs voor warmte, is
uiteindelijk de kern. Wij zullen de komende tijd, als wij met concrete voorstellen voor wijken komen,
ook naast elkaar moeten zetten wat je krijgt als je op een warmtesysteem bent aangesloten en wat je
krijgt als je gas hebt. Dan moeten we ook wel het verhaal kunnen vertellen dat het een goede deal is.
Als dat niet zo is, zal ENECO ook geen aansluitingen erbij krijgen. Daar moet zij ook wel een bijdrage aan gaan leveren.
De heer TALHAOUI (PvdA): Volgens mij is die vraag hiermee beantwoord, want de laatste zin is
belangrijk: als dit zo doorgaat, worden in principe ook geen projecten meer aan ENECO gegund.
3
Vragenuur van 22 december 2022 Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Dat is iets te kort door de bocht. Wij komen hier nog heel
vaak over te spreken, maar voor een groot deel van Utrecht zal het ook niet haalbaar zijn om er een alternatief systeem naast te leggen. We kijken natuurlijk ook niet naar dagkoersen. Als je overgaat naar een nieuw systeem, doe je dat voor decennia. Tegelijkertijd is het verhaal wel dat wij bij
besluitvorming de situatie met gas af kunnen zetten tegen de situatie met warmte. We hebben geen glazen bol maar we moeten wel met een geloofwaardig verhaal komen. Dat moet een goed verhaal zijn, waarbij betaalbaarheid op nummer 1 staat.
De heer TE HOONTE (VVD): Ik word getriggerd door de woorden dat ENECO het ook niet eens kan
aanleveren voor Utrecht wat op ons net gebeurt, terwijl het toch een volledig afgesloten net is van de rest van Nederland. Er is geen warmtebuis tussen Rotterdam en Utrecht. Dat brengt mij tot de
volgende vraag, namelijk of we niet vanaf nu in ieder geval in tenders moeten meenemen dat zodra een partij in Utrecht iets wordt gegund op het gebied van warmte, zij ook moet kunnen aantonen welke kosten zij daadwerkelijk voor dat net maken. ENECO kan ons namelijk wel tot op de vrachtwagen nauwkeurig vertellen welke biomassa er in de biomassacentrale gaat.
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Met nieuwe systemen is dit soort problemen er naar mijn
mening ook veel minder. Dan hebben wij sowieso een contractuele relatie en kunnen we inderdaad iets gunnen. Het grote vraagstuk met het ENECO-net is dat wij daar nul relatie mee hebben, niet in
de juridische zin. Het is geen concessie, geen contract, het is helemaal niets vanuit de positie van de gemeente. Bij systemen zoals in het Beurskwartier of de Merwedekanaalzone is dat gelukkig anders. Daar zitten we zelf aan het roer en zijn we opdrachtgever en concessieverlener. Was dat met het grote net ook maar het geval.
2. Vragen van de heer Te Hoonte (VVD) en Nadia Stylianou (D66) inzake Op naar het volgende park. De heer TE HOONTE (VVD): Voorzitter! Ik sta hier weer en nu heb ik mondelinge vragen over Op naar het volgende park. Het gaat over openbare toiletten. Afgelopen donderdag werden de nieuwe
openbare toiletten in het Wilhelminapark geopend, een belangrijke mijlpaal in het plan voor meer wc's in parken en voor de uitwerking van het initiatiefvoorstel van VVD en D66 "Utrecht op het gemak". De feestelijke berichten hierover riepen ook nieuwe vragen op, namelijk: 1. 2. 3. 4.
Wanneer kunnen we de volgende opening verwachten? In het bijzonder van de openbare wc's in
het Máximapark?
Welke belemmeringen ervaart het college bij de uitvoering van het plan voor park wc’s en hoe
kunnen die belemmeringen worden weggenomen?
Hoe verloopt het plaatsen van wc’s op andere plekken dan in parken? Wanneer kunnen we de
eerste openbare wc’s in een wijk buiten de binnenstad verwachten?
Heeft het college van de raad nog iets nodig om voortgang te maken voor het bereiken van de
doelstellingen?
Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! We hebben inmiddels in bijna alle parken In de binnenstad openbare wc's gerealiseerd, zoals beschreven In het plan van aanpak Utrecht op het gemak. De afgelopen jaren zijn er toiletten gerealiseerd In het Park Voorveldse Polder, het
Julianapark, Lepelenburg, Griftpark en Wilhelminapark. Op dit moment zijn we bezig met het
openstellen van een MIVA-toilet op de helling van de Moreelse hoek, zodat met name taxichauffeurs
en hun klanten daar gebruik van kunnen maken. Dit opent waarschijnlijk in het voorjaar van 2023. In
4
Vragenuur van 22 december 2022 het Máximapark is in 2022 de werkschuur geopend en in het voorjaar van volgend jaar wordt het beheergebouw bij de Vlinderhof gerealiseerd. Deze gebouwen zijn in gebruik door vrijwilligers,
zodat zij hun beheertaken in het Máximapark kunnen uitvoeren. Bij deze gebouwen zijn ook toiletten aanwezig en deze zullen dan ook opengesteld worden tijdens de openingstijden of de aanwezigheid van vrijwilligers voor het bredere publiek. De gemeente is verder met Anafora in gesprek over de
mogelijkheden voor bezoekers van de bosspeeltuin om gebruik te maken van de toiletten in Anafora. We merken wel dat door het succes van de bosspeeltuin de toiletten erg veel bezocht worden. De ondernemer heeft daarom gevraagd of er een apart toiletgebouw, eventueel met een horeca-
uitgiftepunt, gerealiseerd kan worden. De gemeente en Anafora zijn in gesprek over de wijze waarop daar invulling aan gegeven zou kunnen worden. Het heeft onze grootste voorkeur om dat samen te doen.
Waar wij tegenaanlopen, zijn bijvoorbeeld private partijen die ook een investering moeten doen, het beheer en onderhoud van de toiletten en technische belemmeringen, zoals rioolaansluitingen. Het
gaat met name over ontwikkelingen die meer tijd vragen en alleen op die wijze opgelost worden. De middelen zijn zodanig dat het eigenlijk alleen op dit moment kan met hulp van private partijen.
Afhankelijk van wat ook de gemeenteraad zou doen, geeft dat eventueel meer ruimte om zelf ook zaken te realiseren.
In antwoord op vraag 3 kan ik aangeven dat we onderzoek doen naar overige drukbezochte gebieden om te analyseren wat de behoefte is op een aantal locaties. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de
landgoederen en bij SOIA. Dit onderzoek start volgend jaar en we verwachten dat in het derde kwartaal op te kunnen leveren.
In antwoord op de vierde vraag kan ik nog aangeven dat bij het coalitieakkoord middelen zijn
vrijgemaakt om een aantal stappen vooruit te kunnen zetten. Hierbij kunnen we op termijn kijken of we nog meer ruimte hebben voor vaste en tijdelijke voorzieningen, wanneer dit nodig blijkt. We
geven hierin echter wel aan dat de beheerkosten een punt van aandacht zijn. In het eerste kwartaal
komen we hierop terug en het lijkt me goed dat we dan ook een update geven van waar we staan in relatie tot het Máximapark, specifiek in de samenwerking met Anafora. U ziet dat dus in het eerste kwartaal terug.
Mevrouw STYLIANOU (D66): Voorzitter! Nu we het over permanente toiletvoorzieningen hebben,
vroeg ik mij af of ik ook een vraag mocht stellen over het toilet of het urinoir hier op de Neude. Dat
is van plastic en dat zit vaak verstopt of kan niet worden gebruikt. Zijn er plannen om dat ook aan te pakken?
Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Het staat op dit moment niet bovenaan op de lijst en het is geen toilet waar iedereen gebruik van kan maken. We constateren echter wel dat dit een plek is
binnen het afstandscriterium dat genoemd is in de nota waar ook andere toiletten beschikbaar zijn. Daarmee staat het niet bovenaan in de prioritering ten opzichte van bijvoorbeeld een extra voorziening in het Máximapark.
De heer TE HOONTE (VVD): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de voortgang bij de opening van toiletten, voor het uitnodigen van raadsleden daarbij en voor het daarmee invullen van haar toezeggingen tijdens haar sollicitatie.
3. Vragen van mevrouw Van der Wilt (D66), Mahmut Sungur (DENK), Ingeborg Hornsveld
(GroenLinks), Hester Assen (PvdA), Mariam Al-Saqaff (VVD), Noura Oul Fakir (BIJ1), Bert van Steeg
5
Vragenuur van 22 december 2022 (CDA) en Anton Stam (Volt) inzake Pik landelijk een graantje mee voor de gezonde schoollunch in Utrecht.
Mevrouw VAN DER WILT (D66): Voorzitter! Los van degenen die op het stuk worden vermeld, worden deze vragen ook gesteld namens Stadsbelang Utrecht. Op 21 december ontving de raad een brief
over de plannen rondom de gezonde school, inclusief uitwerking van de ambities vanuit de invoering van de schoollunch. Dit jaar zijn 500 kinderen geholpen en voor komend jaar hebben de scholen waar de nood het hoogst is ook de mogelijkheid om subsidie aan te vragen. Bovendien is de
structurele financiering van de gezonde schoollunch op meerdere scholen in Utrecht een feit. Daar zijn we ontzettend blij mee
Het college schetst dat het verder uitrollen van de gezonde schoollunch financiële uitdagingen en ook mogelijke oplossingen met zich meebrengt. Tegelijkertijd missen we in deze opsomming de landelijk beschikbare subsidie van € 100 miljoen, waardoor we mogelijk toch al in 2023 meer
scholen kunnen ondersteunen. Deze subsidiemogelijkheid wordt nu uitgewerkt en beschikbaar
gesteld voor initiatiefnemers van gezonde schoollunches vanaf februari 2022 en onzes inziens is het een gemiste kans als we hier in Utrecht geen gebruik van maken. Om die reden stellen wij de volgende vragen.
1. Is het college op de hoogte van deze subsidie mogelijkheid en ziet het ook kansen om hier in Utrecht gebruik van te maken?
2. Zijn er al gesprekken met Utrechtse initiatiefnemers of met het Rijk over het laten landen van
deze middelen in Utrecht? Zo ja, met welke uitkomsten en zo nee, kan het college dit nog zo snel mogelijk oppakken vanwege de snelle ingang van de subsidieregeling?
3. Ziet het college mogelijkheden om met deze extra subsidie ook het aantal scholen in 2023 die mee kunnen doen met de gezonde schoollunch te vergroten?
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! De raadsleden moeten even een beetje door hun oogharen heen kijken en dan zien ze hier Eelco Eerenberg zitten, vermomd voor de gelegenheid. Ja,
wij zijn op de hoogte van deze subsidiemogelijkheid. Zij wordt ook in het plan genoemd op bladzijde 6 of 7. Er is € 5 miljoen beschikbaar via het Jeugdeducatiefonds voor ontbijt. Daar maken negen
scholen in Utrecht gebruik van, maar dat is maar voor een aantal maanden. Dan blijft er nog € 95 miljoen over van het rijksgeld. Dat is nog niet verdeeld en daarover zijn we in gesprek. In januari
wordt dat gesprek ook vervolgd en wij hopen inderdaad dat nog meer scholen in Utrecht daarmee geholpen kunnen worden.
Mevrouw ASSEN: Ik had zelf het idee dat dit niet helemaal het antwoord was op de vraag over de landelijke subsidie en de manier waarop die nu wordt uitgevraagd.
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Het was wel het bedoelde antwoord, maar ik zal dan even kijken waar het mis gaat. Er is landelijk € 100 miljoen. Daarvan gaat € 5 miljoen via het
Jeugdeducatiefonds naar ontbijten, voor vier maanden. Dat is een vrij korte periode. Daar doen
negen Utrechtse scholen aan mee. Daarbij gaat het dus om € 5 miljoen voor heel Nederland, waarvan negen scholen in Utrecht profiteren. Dan is € 95 miljoen nog niet verdeeld en daarover zitten we aan tafel met het ministerie om te kijken of ook daarvan een deel nog naar Utrecht kan. Het volgende
gesprek daarover is in januari. We zitten dus op het vinkentouw om te kijken wat we naar Utrecht kunnen halen. Ik hoop dat dit wel het antwoord is; het is in ieder geval wel zo bedoeld.
6
Vragenuur van 22 december 2022 Mevrouw VAN DER WILT (D66): Dank u wel. Voorzitter, dit antwoord verbaast mij enigszins, laat ik het zo zeggen. Ik had via collega's uit het land het beeld dat sommige gemeenten de gelden al
hebben of daarover in gesprek zijn. Ik begreep dat in Amsterdam is gesproken over € 5 miljoen voor de stad en om die reden heb ik deze vragen gesteld. Ik wil dan maar voor het gesprek in januari
meegeven dat we flink inzetten daarop. Er zit een goede energie op in de stad. Ik geef dat vooral mee om hoog in te zetten en niet bang te zijn.
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Daar zijn we natuurlijk niet tegen, maar volgens mij was het vooral een aanmoediging.
4. Vragen van Ilse Raaijmakers (PvdA), Stevie Nolten (BIJ1) en Mahmut Sungur (DENK) over Wees solidair met medewerkers gemeente Utrecht.
De heer TALHAOUI (PvdA): Voorzitter! In een tijd van onzekerheid, stijgende inflatie en hoge
energiekosten is het bestaan van veel werknemers lang niet altijd rooskleurig of onbezorgd. Sterker nog, velen van hen hebben maandelijks moeite de eindjes aan elkaar te knopen. Daarbij is het van
groot belang goed werk naar ratio en waarde te belonen, om zo het hoofd te kunnen bieden aan de
almaar stijgende kosten. Dat geldt ook voor veel medewerkers van de gemeente Utrecht. Zij trokken afgelopen week bij de gemeenteraad aan de bel nadat de onderhandelingen over de cao voor gemeenten per 14 december zijn opgeschort. Partijen zijn tijdens het laatste overleg van 14
december niet nader tot elkaar gekomen. Naar aanleiding van hun oproep hebben onze partij, BIJ1 en DENK daarom de volgende vragen.
1. Heeft de wethouder de oproep afkomstig van medewerkers van de gemeente Utrecht gezien? 2. Hoe kijkt de wethouder aan tegen het noodsignaal dat deze medewerkers met hun oproep afgeven?
3. Is Utrecht bereid om de VNG te overtuigen een beter bod te doen richting de werknemers? Zo nee, waarom niet?
Mevrouw STREEFLAND (wethouder): Voorzitter! In antwoord op de eerste vraag meld ik dat ik de oproep inderdaad heb gezien.
Het antwoord op de tweede vraag luidt dat de oproep een mail van de vakbonden FNV en CNV
betreft aan mij als wethouder en als lid van het College van Arbeidszaken van de VNG. Dat zijn wel twee verschillende rollen. Als wethouder P&O ben ik natuurlijk verantwoordelijk voor een goed
personeelsbeleid voor de medewerkers van de gemeente Utrecht en als lid van het College van Arbeidszaken van de VNG ben ik samen met de overige leden – met als voorzitter de oud-
vakbondsman en nu burgemeester Ton Heerts – verantwoordelijk om alle ruim 500 werkgevers – dus alle gemeenten plus de gemeentelijke samenwerkingsorganisaties – goed te vertegenwoordigen in
de cao-onderhandelingen. In die cao-onderhandelingen hebben we als College van Arbeidszaken als doel een cao te realiseren waarin een optimaal resultaat wordt bereikt voor de beloning en
waardering van deze medewerkers, maar wel binnen de financiële mogelijkheden die de in totaal 500 gemeenten als werkgever hebben.
Het is belangrijk om te beseffen dat de loonsverhoging van de cao betaald moet en gaat worden
vanuit dezelfde begrotingen voor alle uitvoer van taken en ambities van alle gemeenten. Voor de
gemeente Utrecht bijvoorbeeld zit een reservering van 3,6 procent in de begroting voor 2023 voor de verhoging van loon en loonpremies. Eén procent kost € 4 miljoen structureel per jaar en ons laatste bod was daar al vele malen boven. De VNG is zeker echt niet blind voor de noodzaak en
7
Vragenuur van 22 december 2022 behoefte om de beloning voor alle medewerkers te verbeteren en daarmee ook uiting te geven aan het goede werkgeverschap. Het is ook om die reden dat de VNG, dus wij als onderdeel van deze
tafel, de afgelopen maand heeft besloten om de huidige cao van dit jaar open te breken en daarmee
alle medewerkers bij het salaris in december een eenmalige uitkering te geven, juist ook vanwege de
nood, van € 750 tot en met schaal 8 en € 375 vanaf schaal 9. Ik ben het van harte met de oproep van de medewerkers eens dat de VNG en de vakbonden op korte termijn moeten zorgen voor goede en
zeker ook aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden. Dit kan echter uitsluitend als de VNG en de vakbonden met elkaar in gesprek zijn. Om die reden heb ik al naar de verzenders van de oproep gereageerd en hen daarin met nadruk gevraagd om binnen de FNV en het CNV op te roepen om snel weer aan de
onderhandelingen deel te nemen. We hebben een bod gedaan en wij hoopten op een tegenbod. Dat is niet gekomen. Dat is onze oproep, want wij zijn samen aan de lat om goede arbeidsvoorwaarden
voor het personeel te realiseren. Alleen door in gesprek te blijven, lukt dat. Daarmee kan inderdaad een verder oplopende werkdruk en risico's voor dienstverlening worden voorkomen. Onze
waardering is er voor de inzet van al onze medewerkers en wij willen daarin ook graag het goede voorbeeld geven.
In antwoord op de derde vraag kan ik aangeven dat ik als lid van het College van Arbeidszaken
en lid van de werkgeversdelegatie in deze cao-onderhandelingen absoluut wil bijdragen aan een optimaal resultaat voor een goede cao voor alle medewerkers.
Mevrouw RAMAKER (VVD): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor deze toelichting. Het is duidelijk
dat je ook wel wat aan reserves moet hebben om al die verhogingen te kunnen betalen. Hoe ziet de wethouder dit beeld bij andere gemeenten? Niet iedereen heeft zo veel vet op de botten om dit financieel te kunnen dragen. Zou het daarop kunnen clashen?
Mevrouw STREEFLAND (wethouder): Dank voor deze vraag, Ik denk dat hier inderdaad precies de crux zit. Sommige gemeenten zitten helemaal niet zo heel ruim. Dat weten we ook en deze
gemeentes worden wat betreft hun begroting dan ook niet voor niets goed door de provincie in de
gaten gehouden. We moeten voor het totaal van de 500 werkgeversorganisaties dus goed kijken of dit gaat. Wij zien natuurlijk wel dat een loonsverhoging enorm kan helpen bij die nood, maar we
moeten ook kijken of het betaalbaar is. Daar zit precies de spanning. We zoeken die dus wel op, maar we kunnen er echt niet overheen.
De heer TALHAOUI (PvdA): Voorzitter! Dank aan de wethouder voor de beantwoording. De wethouder gaf in een bijzin aan dat zij zeker oog heeft voor een vermindering van de werkdruk. Is zij het ook met ons eens dat die werkdruk ook verkleind wordt door mee te gaan met de eisen van de
medewerkers en dat het feit dat er oog voor is een manier is om die werkdruk te verlagen? Mevrouw STREEFLAND (wethouder): Wat in ieder geval goed is om te noemen, is dat we niet proberen de onderhandelingen via deze route te voeren, maar daar aan de tafel. Het klopt inderdaad dat de
werkdruk hoog is en dat heeft natuurlijk ook met de arbeidsmarkt te maken. We zien ook dat er iets
met het loon moet gebeuren en soms betekent dat ook dat de vraag rijst hoeveel vrije dagen dat kan betekenen om die werkdruk te verminderen. Tegelijkertijd zijn heel veel vrije dagen weer geen
oplossing, want dat betekent dat je het werk in de resterende dagen moet doen, dan wel dat je
collega het over moet nemen. Zo zijn we echt aan het zoeken naar wat we aan die werkdrukreductie kunnen doen. Volgens mij zit de crux vooral in het binnen krijgen en binnen houden van mensen. Daar moeten we ons uiterste best voor doen.
8
Vragenuur van 22 december 2022
5. Vragen van Wilma Duitscher/Gert Dijkstra (EenUtrecht) over Afremmende veiligheidsmaatregelen fietsasfalt.
Mevrouw DUITSCHER (EenUtrecht): Voorzitter Het college van B&W verkiest rood asfalt boven fiets-
en milieuvriendelijke klinkers bij de aanleg van fietsstraten en fietspaden, zo bleek in het debat over de Weerdsingel Oostzijde. De enigszins hogere snelheid en comfort op asfalt bleken van
doorslaggevend belang. Daarom verbaast EenUtrecht zich over de post op Instagram van Utrecht Onderweg. Op het rode asfalt van het fietspad aan de Croeselaan is een experiment gaande om
fietsers af te laten remmen in verband met de verkeersveiligheid. Daarom stellen we de volgende vragen.
1. Wat is de aanleiding en welke vraag ligt aan de experimenten ten grondslag?
2. Wanneer gaat het college ons over de uitkomst van deze experimenten informeren?
3. Welke andere experimenten/onderzoeken zijn gaande in de stad gerelateerd aan het rode fietsasfalt?
4. Deelt het college dat de inzet van rood asfalt niet in alle verkeersituaties geschikt is en zelfs voor verkeersonveilige situaties kan zorgen?
5. Ziet het college dat de juiste keuze voor bestrating van fietsstraten en fietspaden per situatie
afhankelijk is, waarbij een afweging gemaakt moet worden, met in achtneming van factoren zoals veiligheid, milieuafwegingen, wensen uit de buurt en gewenst straatbeeld?
6. In dat kader vragen we het college om de exacte vraagstelling die is gegeven aan de onderzoeker
naar aanleiding van de toezegging om de afweging tussen milieu- en klimaatvriendelijke klinkers en het rode asfalt te maken.
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Ik wil vooraf even melden dat er een soort koppeling lijkt te worden gemaakt tussen snelheid en asfalt die er in onze
beleidskeuzes niet is. We kiezen voor rood asfalt vanwege comfort en herkenbaarheid. Mensen
vinden het fijner om over asfalt te fietsen dan over klinkers. De snelheidsverschillen, waarmee we experimenten doen, komen niet door het asfalt, maar veel meer door elektrisch fietsen en allerlei verschillende doelgroepen en allerlei verschillende fietsen, waardoor de snelheidsverschillen
ontstaan, en vooral door het feit dat mensen verschillende snelheden hebben ervaren als onprettig. Vooral de wat langzamere mensen schrikken van degenen die wat sneller gaan. Dat is door de
elektrische fietsen heel erg toegenomen. Daar kijken we naar. We hebben ook eerder een experiment gedaan bij de Berenkuil met wat meer feedback. Daarbij kregen de mensen iets in beeld,
bijvoorbeeld om wat rustiger aan te doen. En nu testen we iets met belijning. Dat komt ook uit
andere steden, zoals Eindhoven en Göteborg. We gaan kijken of dat werkt. In januari ontvangt de
raad weer een voortgangsrapportage op het gebied van verkeersveiligheid en dan kunnen we ook de lessen en resultaten van de Croeselaan met u delen.
We kiezen altijd bestrating. We hebben een Handboek openbare ruimte, waarin allerlei keuzes staan. Ik heb toegezegd dat we dat weer eens tegen het licht gaan houden. De gewoonte is dat we
hoofdfietsroutes in asfalt uitvoeren en met name woonstraten en singels in klinkers. Ik sla het even
plat, maar dat is ongeveer de lijn. Het hangt wel af van de situatie, maar we hebben er wel afspraken over, ook weer voor de herkenbaarheid en niet om elk project weer opnieuw te beginnen. Ik heb toegezegd dat we dat tegen het licht gaan houden en weer opnieuw zullen onderbouwen om te
kijken of dat nog steeds valide is. Wij zien hier overigens ook geen verkeersveiligheid bij, dus dat is
ook geen argument. Snelheid en verkeersveiligheid aan asfalt koppelen, herkennen wij niet. Dat zijn
9
Vragenuur van 22 december 2022 echt andere overwegingen. We zullen dat dus opnieuw onderbouwen, dat heb ik inderdaad toegezegd.
Bij vraag 5 gaat het erover of de juiste keuze per situatie afhankelijk is. Ik zou eigenlijk willen
zeggen dat het per type situatie is. Nogmaals, we beginnen dus niet bij elk project opnieuw, maar we kijken wat de functie is van een straat in een netwerk en de ligging en daar volgt dan een keuze uit. Dat gaan we opnieuw onderbouwen en opnieuw aan de raad voorleggen.
Er zal eerst een bureaustudie worden gedaan naar wat er allemaal is aan actueel onderzoek. Dat
vegen we bij elkaar. Ontbreekt er dan iets, dan zullen we opnieuw onderzoek moeten laten doen. In vraag 6 wordt gesproken over "de onderzoeker", maar daar is dus geen sprake van. De gemeente kijkt vooral naar wat er allemaal bekend is en als dat nog hiaten geeft, moeten we op zoek naar
nieuwe kennis en wellicht ook een nieuwe onderzoeksvraag stellen, maar het een volgt uit het ander. Dat gaat in ieder geval over zaken als functionaliteit: hoe lang gaat het mee, hoe hoog is de
milieubelasting om het te maken, hoe werkt het in klimaatadaptatie en met waterbeleid, wat zijn de
kosten van de levensduur? Natuurlijk is ook de vraag aan de orde of het werkt in het stimuleren van het fietsen en wat daarvan de effecten zijn. Hoe ervaren mensen ook het comfort en de veiligheid? Dat is ongeveer de scope van onderwerpen.
Mevrouw DUITSCHER (EenUtrecht): Voorzitter! Ik ga gewoon verder met mijn schriftelijke vragen, waarschijnlijk voor de volgende ronde.
De VOORZITTER: Mooi en dank aan de wethouder. Dan zijn wij aan het einde gekomen van dit
allerlaatste vragenuur van dit jaar. Ik wens Iedereen heel fijne vrije dagen en we zien elkaar in 2023. Tot ziens.
De voorzitter sluit daarop, te 17.37 uur, het vragenuur.
10
Vragenuur van 22 december 2022 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 22 december 2022.
Vragen van de heer Te Hoonte (VVD) en Nadia Stylianou (D66) inzake Op naar het volgende park. Wethouder Schilderman • zal naar verwachting in het derde kwartaal van 2023 komen met de resultaten van het
onderzoek naar de behoefte aan openbare toiletvoorzieningen op drukbezochte locaties.
• zal in het eerste kwartaal van 2023 terugkomen op de vraag of er nog ruimte is voor meer vaste en tijdelijke openbare toiletvoorzieningen, wanneer dit nodig blijkt.
11